Attica

Showtime

Op 9 september 1971 komt het tot een massale opstand in de Attica State Prison, in de Amerikaanse staat New York. In de gevangenis zijn de maatschappelijke spanningen die er sowieso al bestaan tussen zwart en wit in de Verenigde Staten en grove misstanden in de gevangenis zelf versmolten tot een mengsel dat wel tot explosie móet komen. De gedetineerden, voor driekwart zwart of latino, komen daarbij oog in oog te staan met een volledig witte bewaardersgroep, afkomstig uit de plaatselijke gemeenschap. En de hele wereld kijkt mee, via enkele reporters die vanuit de gevangenis verslag doen.

Regisseur Stanley Nelson heeft zich met documentaires als Marcus Garvey: Look For Me In The Whirlwind, Freedom Riders, The Black Panthers: Vanguard Of The Revolution en Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy in de afgelopen jaren opgeworpen als een betrouwbare chroniqueur van de historie van Zwart Amerika. In zijn nieuwe film Attica (117 min.) reconstrueert hij de roemruchte gevangenisopstand met voormalige gevangenen, familieleden van gegijzelde bewaarders, advocaten, onafhankelijke observeerders, leden van de National Guard en de verslaggevers die destijds ter plaatse waren.

De gedetineerden leggen een heel eisenpakket op tafel, met uiteindelijk één heel eenvoudige boodschap: ze willen voortaan als mens worden behandeld. Burgerrechten, juist. Daarmee lijken ze zowaar een heel eind te komen. Tótdat na enkele dagen een bewaarder aan zijn verwondingen bezwijkt en gouverneur Nelson Rockefeller van New York, onder invloed van het Law & Order-beleid van de Republikeinse president Nixon, zich genoodzaakt ziet om de onderhandelingen te staken. De afloop laat zich vervolgens zonder al te veel moeite voorspellen: deze situatie gaat vol-le-dig escaleren.

In de tragische ontknoping, opgeroepen met emotionele getuigenissen en dramatische archiefbeelden, worden de oproerlingen hardhandig tot de orde geroepen – ‘ontmenselijkt’ is ook geen slechte omschrijving. Zo ongeveer moeten die ‘niggers’ op slavenschepen ooit zijn behandeld. Een enkele bewaarder bestaat het zelfs om voor de camera ‘white power’ te roepen. Het is de treurige slotsom van een krachtige historische film, die zich weliswaar een halve eeuw geleden afspeelt maar toch bijzonder actueel voelt. In het protest van de gevangenen is zonder moeite de zwarte pijn te ontdekken die ook de hedendaagse Black Lives Matter-protesten voortdrijft.

Liever Kroes?!

VPRO

Is het misschien een uitdrukking van zelfhaat? vraagt Nelly dos Reis zich af. Van geïnternaliseerd racisme? Al zo’n 25 jaar, sinds haar tiende, ontkroest de Kaapverdiaans-Nederlandse vlogger met chemische middelen haar haren. Nelly wilde als kind gewoon mooi zijn. Net als haar Barbies. Met lang, blond en steil haar dus. Dat was natuurlijk een behoorlijke uitdaging voor een meisje met een afrokapsel. Gelukkig was ze wel ‘light-skinned’, dacht ze er dan stiekem bij.

Inmiddels heeft Nelly twijfels gekregen bij haar pogingen om te voldoen aan het traditionele witte schoonheidsideaal. In Liever Kroes?! (27 min.) besluit ze terug te gaan naar af: naar de haardos die ze van moeder natuur heeft gekregen. De kapster mag dus rigoureus de schaar zetten in haar lange haren. Terwijl ze een metamorfose ondergaat, moet Nelly in deze korte documentaire, die ze maakte samen met Soraya Pol, opnieuw naar zichzelf leren kijken. Dit gaat regelmatig gepaard met stevige emoties. Ze ziet iemand die ze niet wil – of durft te – zijn.

Intussen spreekt ze met haar moeder, die haar haren ook altijd heeft ontkroesd, en haar vader, die zelf in zijn jonge jaren wél een afro had. Op foto’s uit de jaren zeventig is hij te zien met het destijds behoorlijk hippe kapsel. Alle vrouwen om hem heen hebben hun haar echter gestraight. Pa kan zich ook niet herinneren dat hij ooit een vriendin met kroeshaar heeft gehad, moet hij bekennen aan zijn inmiddels volwassen dochter.

Die probeert zich nu te ontworstelen aan het schoonheidsideaal dat ze zichzelf van jongs af aan heeft opgelegd en dat zwarte vrouwen zichzelf – en elkaar – sowieso lijken op te leggen. In dat kader belandt Nelly bij een workshop van Aminata Cairo, die is gespecialiseerd in inclusie en diversiteit. Samen met andere vrouwen gaat ze letterlijk in de spiegel kijken en probeert vervolgens die ene cruciale zin, waarin uiteindelijk alles zit opgesloten, over haar lippen te krijgen: ik mag er zijn.

Monobloc: On The Trail Of 1.000.000 Plastic Chairs

Een miljard exemplaren van de Monobloc zouden er rondzwerven op de wereld. Iedereen heeft ook wel eens (verplicht) op zo’n karakteristieke witte plastic stoel plaatsgenomen. Geen camping, tuin of festival kan eigenlijk zonder. Ook fijn: na gebruik kan ie netjes worden opgestapeld.

Het ding is dik een halve eeuw geleden in productie genomen door de Noord-Italiaanse broers Camillo, Serafino en Carlo Proserpio. Het kost volgens hen nog geen minuut om een exemplaar te fabriceren. Daarom is ie waarschijnlijk ook spotgoedkoop. De Monobloc werd echter niet door de Proserpio’s ontworpen, maar door hun Franse concullega Henry Massonnet. Hij won er een ‘Oscar des Meubles’ mee, maar slaagde er niet om een patent te verkrijgen voor deze stoel uit één stuk.

Monobloc: On The Trail Of 1.000.000 Plastic Chairs (53 min) had intussen een oersaai verhaal kunnen worden – over een massaproduct waarvan niemand echt houdt – ware het niet dat documentairemaker Hauke Wendler er een lekker losse en luchtige verteltrant op nahoudt. Zo heeft hij met witte stoeltjes bijvoorbeeld het woord Monobloc gevormd op het strand. ‘We moesten 150 plastic stoelen kopen voor de opnames op het Noordzeestrand’, vertelt hij er lekker droog bij. ‘Vermoedelijk zijn we nu de enige documentairemakers ter wereld die 150 plastic stoelen bezitten.’

Toch is Monobloc, opgeleukt met een kekke soundtrack en vermakelijke vox pops, ook geen melige bedoening geworden. De stoel, waarop westerlingen nogal eens spugen vanwege zijn lelijke ontwerp en milieuonvriendelijke basismateriaal, heeft in andere delen van de wereld juist bijgedragen aan maatschappelijke veranderen. In India hielp de Monobloc, beweert de plaatselijke fabrikant tenminste, bijvoorbeeld bij het verbeteren van de leefomstandigheden van de onderklasse. In Oeganda zijn de stoeltjes gebruikt als basismateriaal voor betaalbare rolstoelen. En in Brazilië kunnen mensen in hun inkomen voorzien door Monoblocs in te zamelen en worden ze vervolgens massaal gerecycled.

‘Voor de duidelijkheid: de Monobloc is nog steeds niet mijn favoriete stoel’, concludeert Heike Wendler, na zijn interessante rondgang langs de halve wereld. ‘Maar in onze huidige wereld vertrouwen miljoenen mensen op de Monobloc. Omdat ze geen geld hebben en simpelweg geen andere keus.’

The School That Tried To End Racism

Channel 4

‘Dit is gewoon niet eerlijk’, constateert de elfjarige Farrah verontwaardigd.

‘Farrah, niemand hier is wit’, antwoordt haar klasgenoot Makhai, terwijl hij geïrriteerd om zich heen kijkt. ‘Het is niet eerlijk.’

De kinderen participeren met hun klas deel in een experiment over latent racisme. Straks gaan ze aan een hardloopwedstrijd meedoen. Van tevoren wordt ieders startpositie bepaald. Dat gebeurt aan de hand van stellingen. Laatste: als je ouders je ooit voor racisme hebben gewaarschuwd, zet je een stap terug.

Inmiddels staan alle zwarte en gekleurde kinderen achteraan, inclusief Farrah en Makhai. Zij hebben nu al een onoverkomelijke achterstand opgelopen ten opzichte van de witte kinderen. ‘Als we nu gaan lopen is dit dan een eerlijk beginpunt voor iedereen?’ vraagt de gymjuf van dienst. ‘Nee!’ roept Farrah. Makhai vult aan: ‘Ik ben een beetje gefrustreerd dat de samenleving niet eerlijk is.’

En dat is natuurlijk precies wat The School That Tried To End Racism (91 min.) wil aantonen – en liefst ook nog hoe dat kan worden veranderd. In deze interessante tweedelige tv-docu van Rachel Dupuy en David Harris wordt de brugklas van de Glenthorne High School in Zuid-Londen gevolgd. Die gaat deelnemen aan een sociaal experiment van drie weken rond onbewust racisme. De klas vormt een ideale onderzoeksgroep: de helft van de leerlingen is zwart of gekleurd, de rest van de kinderen is dat niet.

De 24 elfjarigen laten zich onderwerpen aan een toets over vooroordelen, participeren in affiniteitsgroepen en krijgen volstrekt willekeurig privileges toebedeeld (of juist niet). Daarnaast trekken ze de wijde wereld in, op zoek naar wat het daar betekent om zwart of wit te zijn. Dit proces wordt gadegeslagen en becommentarieerd door twee deskundigen op het gebied van onbewuste rassenvooroordelen, een zwarte en een witte vrouw. Zij willen weten welk effect het project heeft. En: zou het ook een bijdrage kunnen leveren aan een meer inclusieve samenleving?

Na afloop van de hardloopwedstrijd is er in elk geval nauwelijks blijdschap bij de winnaars. Wat stelt die overwinning voor als je weet dat een groot deel van de concurrentie al bij voorbaat op achterstand is gezet?

Ik Alleen In de Klas

EO

‘Dit is een film die ik niet wilde maken’, opent regisseur Karin Junger haar documentaire Ik Alleen In De Klas (67 min.) uit 2017. ‘Toen ik opgroeide was kleur een onderwerp waar ik nooit bij stilstond. Ik was wit in een witte wereld. Dus had ik nooit last van mijn kleur.’ Terwijl ze dit zegt, zien we een jongere versie van Junger in beeld met haar zwarte echtgenoot en kinderen.

Inmiddels zijn haar zonen en dochter volwassen en neemt de filmmaakster hen en hun vrienden, stuk voor stuk donker in een witte wereld, mee naar een landgoed in Frankrijk om te praten over hoe zij in hun leven te maken hebben gekregen met racisme. Gezamenlijk diepen ze pijnlijke herinneringen op, die vervolgens met de groep (met behulp van witte gezichtsmaskers, schmink en blonde pruiken) worden nagespeeld.

Die herbelevingsscènes, hoewel soms wat vet aangezet, verbeelden treffend de gevoelens van onbegrip en uitsluiting die sommige van de twaalf jongeren hebben ervaren. Tijdens en na het spelen komen er soms nog altijd heftige emoties los. ‘Waarom ben ik niet hetzelfde als de rest?’, vat de jonge vrouw Soulayma, die net als veel allochtone klasgenoten ernstig werd onderschat op de basisschool, haar gevoel als opgroeiend kind samen. ‘Waarom zijn we niet allemaal hetzelfde?’

Tegelijkertijd ontstaan er felle onderlinge discussies tussen de deelnemers. Want waar de één zich stelselmatig gestigmatiseerd voelt, wil een ander zich juist niet laten leiden door z’n huidskleur. Tezamen representeren ze een nieuwe generatie die is opgegroeid in een veelkleurig Nederland, dat zich langzaam maar zeker probeert te ontdoen (of juist niet) van de dominantie van wit. Dat gaat onvermijdelijk gepaard met (Pyrrus)overwinningen, (eervolle) nederlagen en (bloedeloze) gelijke spelen.

Ik Alleen In De Klas is hier te bekijken.

Wit Is Ook Een Kleur

VPRO

Één ding moeten zelfs haar grootste criticasters – en dat zijn er niet weinig – haar beslist nageven: Sunny Bergman heeft een direct lijntje met de tijdgeest. Of het nu gaat om het vrouwelijk schoonheidsideaal (Beperkt Houdbaar, 2007), de Zwarte Piet-discussie (Zwart Als Roet, 2014) of moderne mannelijkheid (Man Made, 2019), de Nederlandse filmmaakster (en activiste) voelt intuïtief aan wat belangrijke maatschappelijke thema’s zijn of worden en maakt er vervolgens prikkelende films over.

En altijd is haar aanpak heel persoonlijk en bedoeld om discussie los te maken – wat meestal, zonder al te veel moeite, ook lukt. Wit Is Ook Een Kleur (50 min.) uit 2016 vormt daarop geen uitzondering en is door de wereldwijde #BlackLivesMatter-demonstraties en bijbehorende discussie over institutioneel racisme ineens weer bijzonder actueel. ‘Als ik u vraag: bent u wit?’ opent ze de dialoog. ‘Vindt u dat een rare vraag? Wij, witte mensen, denken volgens mij niet na over onze eigen huidskleur. En al helemaal niet over ons aandeel in succesvol integreren.’

Wat betekent wit zijn eigenlijk? vraagt Bergman zich af sinds ze zich in de Zwarte Piet-discussie mengde. Ze belt in dat kader de lieden op die haar daarom online lastig vielen, onderwerpt een diverse groep Nederlanders aan een sociaal experiment over hun zelfbeeld en maatschappelijke positie en spreekt met gewone ‘witten’ over hoe ze naar mensen met een ander kleurtje kijken. ‘De Marokkanen van mijn leeftijd zijn gewoon allemaal klootzakken’, zegt een volkse jongen met een petje bijvoorbeeld stellig. ‘Als ik al zie hoe die jochies rondlopen, dan trap ik ze het liefst kapot.’

Weldenkende, progressieve Nederlanders zoals de filmmaakster zelf zouden zulke dingen natuurlijk nóóit zeggen. Want: racisten, dat zijn de anderen. En wíj zijn ‘mild, beschaafd en tolerant’. Maar is dat niet een véél te comfortabele constatering? Is ons witzijn in werkelijkheid niet zó dominant dat het alles wat niet-wit is automatisch tot ‘anders’ bombardeert? Hebben wij, Ons Soort Mensen, op dat gebied wel een reëel zelfbeeld en zijn we ons wel voldoende bewust van onze eigen privileges?

Zulke vragen legt ze voor aan (ervarings)deskundigen zoals antropoloog Sinan Cinkaya, hoogleraar Philomena Essed, erfgoeddeskundige Valika Smeulders en antiracismetrainer Lida van de Broek. Dat levert interessante inzichten op. Op detailniveau valt er hier en daar misschien best wat af te dingen op de aanpak en conclusies van Bergman – hoe betrouwbaar zijn bijvoorbeeld de resultaten van de test met reacties van kinderen op zwarte en witte poppen? – maar in grote lijnen instigeert ze wel degelijk een (blijvend) relevante en actuele maatschappelijke discussie, die in de film soms op het scherpst van de snede wordt gevoerd.