Motherboard

Tull Stories / Autlook / VPRO / vrijdag 13 november, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Ze is er zelf van overtuigd dat ze het allerlaatste moment dat haar zoon nog écht een kind was heeft vastgelegd. Jim is een jaar of dertien en samen met haar, zijn moeder, op vakantie in Lissabon. Hij dartelt langs het strand, springt over de golven en zegt dat ie van haar houdt. Tegelijk spreekt het ontwapenende joch ook voor het eerst uit dat ie zijn vader wil ontmoeten.

Daar zit een heel verhaal achter, weet zij, zijn moeder Victoria Mapplebeck. Ze was 38 toen ze zwanger van die man raakte. Ze hadden elkaar leren kennen via een datingbureau en waren welgeteld vier keer samen uit geweest. Toen hij een vaderschapstest wilde doen, om zeker te weten dat Jim echt zijn zoon was, wist Victoria het zeker: ze zou het verder alleen moeten doen.

Met haar camera heeft ze sindsdien vastgelegd hoe haar kind is opgegroeid. Als Jim contact wil opnemen met zijn vader, heeft Victoria alleen net heel slecht nieuws gehad, dat alles op het spel zet. Ook dan blijft zij, de voormalige televisiemaker, hun leven echter documenteren. Motherboard (86 min.) is de intieme weerslag van hoe het de twee verder vergaat, in tijden die veel van hen vragen.

Met bij elkaar geklutste privébeelden, gesprekken, voicemails en social media-posts heeft Mapplebeck een verhaallijn gedestilleerd uit de twintig jaar waarin ze als alleenstaande ouder, zo goed en zo kwaad als dat ging, zowel samen met hem als soms ook tegenover haar zoon, Jim naar volwassenheid probeert te loodsen. Daarbij is die afwezige vader altijd aanwezig op de achtergrond.

Deze egodocu lijkt soms net zo chaotisch als het leven zelf. Achteraf valt daar misschien een idee uit te halen, maar op het moment dat het wordt geleefd, in het hier en nu, is er vaak ook geen touw aan vast te knopen. Mapplebeck heeft de verleiding weerstaan om van alle gebeurtenissen, met de wijsheid van nu, een nette vertelling te maken, maar voor een buitenstaander was dat soms wel prettig geweest.

Motherboard heeft overigens wel degelijk structuur. Flashbacks verbinden bijvoorbeeld het heden en verleden, via liedjes en grapjes voor ingewijden. De film voelt echter als een grabbelton van gesprekjes, ervaringen en gevoelens, die met een bruuske beweging is omgekieperd. Waardoor iedereen soms even de weg kwijtraakt en dan in die symbiotische moeder-zoon relatie toch weer iets van zijn gading vindt.

Capturing Bigfoot

XYZ Films

Natuurlijk, de Zapruder-film, waarmee de moord op president John F. Kennedy werd vereeuwigd, ging natuurlijk ‘viral’ in de jaren zestig – als dat woord toen had bestaan. En Neil Armstrongs eerste stappen op de maan eveneens. Ook de Patterson-Gimlin film werd echter een ongekende hit. Althans, binnen en volgens de Bigfoot-gemeenschap.

In oktober 1967 maakte Roger Patterson tijdens een expeditie in Noord-Californië beelden die nog altijd gelden als het enige bewijs dat het mysterieuze harige wezen, waarnaar sommige Amerikanen al hun hele leven op zoek zijn, werkelijk bestaat. Noem hem Bigfoot, Sasquatch of Yeti, The Abominable Snowman. 59 seconden lang loopt er een vrouwelijk exemplaar, Patty genoemd, voor Pattersons camera. Sindsdien is er een heuse industrie ontstaan rond Bigfoot – en, parallel daaraan, een permanente discussie over de Patterson-film. Is dat niet gewoon een hoax?

Feit is dat Patterson zelf korte tijd later overleed, zijn zwager Al DeAtley schatrijk werd van het vermarkten van die film en het andere expeditielid Bob Gimlin zich jarenlang bekocht heeft gevoeld. Alle reden dus om in Capturing Bigfoot (102 min.) de Sasquatch-historie nog eens onder het vergrootglas te leggen. Zeker omdat er ook nog een figuur rondloopt, op een manier die toch echt aan Bigfoot doet denken, die beweert dat hij destijds duizend dollar heeft gekregen om een soort gorillapak aan te trekken. Anderen noemen Bob Heironimus echter een faker.

Regisseur Marq Evans belooft aan het begin van deze documentaire niets minder dan het definitieve antwoord op alle vragen. Anatomieprofessor Jeff Meldrum (Idaho State University) heeft de film alvast uit en te na onderzocht en is nog altijd overtuigd van de authenticiteit ervan. Hij krijgt bijval vanuit de filmindustrie. Kijk maar naar Planet Of the Apes uit dezelfde periode. Zulke kostuums konden ze destijds helemaal niet maken! Tegelijk vraagt Pattersons zoon Clint zich af wat zijn vader uitspookte in het afgelegen schuurtje dat altijd zorgvuldig werd afgesloten.

Evans gaat ook te rade bij Greg Long. Hij schreef het boek The Making Of Bigfoot en wordt sindsdien consequent weggehoond binnen de Sasquatch-gemeenschap. De manier waarop Long is bejegend en hoe gelovers vasthouden aan hun eigen waarheid doet sterk denken aan de manier waarop complotdenkers zich tegenwoordig manifesteren. Daarmee is Capturing Bigfoot niet alleen een zeer vermakelijke documentaire over het verschijnsel Bigfoot – of vergelijkbare legendes zoals het Monster van Loch Ness – maar ook een relevante en urgente film.

En binnen die grote maatschappelijke kwestie, over de/onze/hun waarheid, zit ook nog een schrijnend familieverhaal over de verwijdering tussen Clint Patterson en zijn moeder Pat verscholen, dat door Marq Evans al net zo slim wordt op- en uitgebouwd als de Bigfoot-zaak zelf. Bovendien wordt aan het eind, bepaald niet vanzelfsprekend in true crime-achtige producties, de oorspronkelijke belofte inderdaad ingelost: met behulp van een unieke vondst wordt het definitieve antwoord gegeven op alle Patterson-vragen. Een verduiveld knappe prestatie.

Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story

Netflix

In The Tale Of Norm Macdonald, een portret van de onnavolgbare Canadese stand-upcomedian (1959-2021), beperkte de Amerikaanse regisseur/producer Judd Apatow zich onlangs tot louter archiefmateriaal. Met een slimme montage van lekker dwaze fragmenten wist hij de enigmatische komiek, die een geliefde gast was van Amerikaanse talkshows en die vanwege zijn aanhoudende grappen over O.J. Simpson ooit werd ontslagen bij Saturday Night Live, heel aardig te pakken te krijgen.

Bij deze film over de comedian Maria Bamford staat Apatow, samen met coregisseur Neil Berkeley, voor een geheel andere uitdaging: de vrouw zelf. Zij heeft helemaal geen zin in een documentaire, zegt ze (huhuh!), maar is bereid om het voor vijfhonderd dollar tóch een dagje te proberen. Als die horde is genomen, blijft ze natuurlijk gewoon aan boord voor Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story (116 min.), een portret van een labiele vrouw, voor wie het podium opgaan echt (bittere) noodzaak is.

Als kind had Bamford al last van depressies, een eetstoornis en dwanggedachten. Ze zette zelfs haar eigen zelfdoding in scène. Als comédienne vond ze een manier om die gekte een plek te geven. Met talloze stemmetjes bijvoorbeeld, die ze de meest gestoorde dingen liet zeggen. Ze bouwde een eigen achterban op met ontregelende stand-up optredens en verwierf tevens de goedkeuring van vakgenoten zoals Stephen Colbert, Sarah Silverman, Conan O’Brien, Tig Notaro, Zach Galifianakis en Patton Oswalt,

Zij laten in dit grimlachende portret uitgebreid de loftrompet over haar schallen. Tegelijkertijd schetsen de hoofdpersoon zelf, haar zus Sarah en echtgenoot Scott (die eveneens met depressies kampt) de dunne lijn tussen komedie en tragedie in haar leven. Moeder Marilyn was eveneens mentaal kwetsbaar, terwijl ook vader Joel z’n sombere buien had. Bamford moest dus leven met ‘de vrees voor krankzinnigheid’ en zou in haar leven ook daadwerkelijk enkele malen (gedwongen) opgenomen worden.

Met medicatie, die haar stemming stabiliseert, en de erfenis van haar ouders, waarmee de druk om geld binnen te brengen is weggevallen, lijkt Maria Bamford inmiddels een soort evenwicht te hebben gevonden. Zelfs een verwoestende natuurbrand in haar huidige woonplaats Altadena, die behalve hun woning ook haar ochtendoptredens in een plaatselijk cultureel centrum in gevaar brengt, lijkt haar niet wezenlijk te kunnen raken. En sinds ze haar niet meer imiteert, is ook de relatie met zus Sarah beter dan ooit.

Zonder tegenbericht alles in orde dus – al blijft het ogenschijnlijk wel een precair evenwicht. Paralyzed By Hope is ondertussen een waardevolle toevoeging geworden op de serie documentaires, die verder bestaat uit films over Garry Shandling, George Carlin en Mel Brooks), waarmee Judd Apatow de Amerikaanse humorhistorie inkadert. ’s Mans ‘comedy train’ lijkt voorlopig nog niet aan zijn laatste halte toe. Zijn collega Neil Berkeley deed overigens ook al een duit in het zakje met portretten van Gilbert Gottfried en Martin Mull.

La Masacre De Flores

HBO Max

Als de Argentijnse brandweerman Carlos de Rissio in de nacht van 17 februari 1994 bij een brandende woning in Buenos Aires arriveert, twijfelt hij geen moment: dit is geen ongeluk. Het huis in de wijk Flores moet zijn aangestoken. Slechts één gezinslid zal aan het vuur ontkomen: de zestienjarige zoon Matías Bagnato. Zijn ouders José en Alicia, z’n jongere broers Fernando en Alejandro en een vriendje dat bij hen blijft slapen overleven de brand niet. Het eerste wat Matías zegt als ze hem hebben gered, herinnert openbaar aanklager Gustavo Gerlero zich nog goed: ‘Het was Cacho.’

Cacho, ofwel Fructuoso Álvarez Gonzáles, is de man van een nichtje van moeder Alicia Bagnato en een voor de hand liggende verdachte. Hij is het type dat denkt dat geld alles oplost, aldus Matías. ‘Er bestaat geen ergere rijke dan een voormalige arme’, zegt zijn oom Héctor Colucion over dit aangetrouwde familielid, die hij ook nog ‘Don Corleone’ noemt. Met zijn geld heeft Fructuoso zich het leven van de Bagnato’s in gemanoeuvreerd. Als de schoenenfabriek van vader José in zwaar weer is beland, steekt ie de helpende hand toe. Hij wil alleen wel met dikke winst terugbetaald worden.

De hoofdverdachte is in La Masacre De Flores (internationale titel: The Flores Massacre, 136 min.) doorgekrast op alle familiefoto’s. Ook de geïnterviewden leggen het er dik bovenop als het om Fructuoso gaat. Hij was ongedierte, stelt de journaliste Cristina Pérez. ‘Je zag het kwaad in hem’, vult Matías’ advocate Rogelia Pozzi aan. Op beelden uit die tijd oogt ie vooral als een jonge Al Pacino, de acteur die, inderdaad, de rol van de Godfather Michael Corleone vertolkt. Afgaande op wat er over hem wordt verteld, verdient Cacho op een soortgelijke manier zijn geld.

De geruchtmakende brandstichting wordt in deze driedelige serie nauwgezet, en soms ook met enig Latijns-Amerikaans drama, gereconstrueerd met direct betrokkenen. In dat verhaal is er een hoofdrol voor de enige overlevende Matías, een typische schurkenrol voor Fructuoso Álvarez Gonzáles en – toch wel opvallend – geen enkele rol voor het vijfde slachtoffer, Nicolás Borda. Want zo werkt, blijkbaar, het vertellen van een verhaal: het jongetje is toevallig in huis, speelt geen rol in het plot en kan dus gerust worden veronachtzaamd in deze tragische geschiedenis.

Die lijkt overigens halverwege aflevering 2 al te zijn afgerond. Dat is echter buiten Cacho gerekend. Hij maakt in het laatste deel van deze gedegen miniserie van Augusto Tejada, ruim vijftien jaar na ‘het bloedbad van Flores’, een opmerkelijke comeback. Tegen die tijd is Matías Bagnato, oud-deelnemer aan Big Brother, overigens al een Bekende Argentijn geworden.

The Year Of The Ghost

Pieter van Huystee Film / Mokum

Voor iedereen die Louis Hothothots debuutfilm Four Journeys (2021) heeft gezien, voelt de openingsscène van de opvolger The Year Of The Ghost (96 min.) direct vertrouwd. Het gekibbel tussen zijn Chinese ouders in hun woning in Beijing. De permanente wrevel van zijn oudere zus, die zo’n in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden en van ruzie zoeken een sport lijkt te hebben gemaakt. En de gefluisterde voice-over waarmee de sinds 2012 in Nederland woonachtige documentairemaker alle gevoelige thema’s inkadert.

Als hij in 2022 het bericht krijgt dat zijn vader ernstig ziek is, vliegt Louis Hothothot onmiddellijk naar China. Daar moet hij 28 dagen in quarantaine. Hij mist daardoor zowel het overlijden als de uitvaart van de man die hem, in weerwil van de gewraakte Chinese eenkindpolitiek, op de wereld heeft gezet. Als Louis eindelijk mag afreizen naar het dorp waar zijn vader begraven ligt, lijkt zijn moeder daar zowaar te willen blijven. Tot frustratie van z’n zus, die terug wil naar Beijing om alsnog, nu ze nog kinderen kan krijgen, een echtgenoot te vinden.

Haar zoon verdiept zich intussen in het leven van de beste vriendin van zijn moeder. Deze ‘tante’ werd op haar zeventiende, zonder dat ze het zelf doorhad, uitgehuwelijkt aan een plaatselijke man. Voor 100 yuan, zo’n vijftien euro. Samen kregen zij, ondanks die eenkindpolitiek, twee zoons en adopteerden ze een dochter. Bijna een halve eeuw later lijken ze het best goed te hebben met elkaar – al moet zijn tante wel toegeven dat oom haar nog wel eens aanpakt. ‘Maar hij slaat me nooit echt hard’, voegt de oude vrouw er snel aan toe.

Via vrouwen zoals deze tante, zijn eigen moeder en z’n zus verdiept Hothothot zich in deze persoonlijke film in de achtergrond, positie en uitdagingen van Chinese vrouwen. Zijn eigen familie fungeert daarbij opnieuw als pijnlijke spiegel. Hij zet het mes ongenadig in eigen vlees en blijft filmen in ongemakkelijke situaties. Als zijn zus uitvaart tegen hun moeder en bekent dat ze hun overleden vader nog steeds haat, bijvoorbeeld. En wanneer zijn moeder bijna in een hoestbui blijft, wordt de camera draaiend weggezet, voordat zoonlief te hulp schiet.

Van zéér dichtbij – ergens op het slappe koord tussen intiem en voyeuristisch – documenteert Louis Hothothot ook de ontwikkelingen rond zijn moeders gezondheid en het relationele leven van zijn zus. Intussen maakt hij, via krachtige animaties, tevens uitstapjes naar hun gezamenlijke verleden. Zo ontstaat een gecompliceerd portret van zijn eigen familie, als weerslag van een verstikkende cultuur waarin vrouwen vooral onderdanig en loyaal behoren te zijn. Als zoon, broer, man én maker heeft hij zich daar maar toe te verhouden.

A Modern Roma Fairytale

Witfilm

De tienjarige Nicoleta, de verteller van dit verhaal, mag nog nét kind zijn. Nicoleta’s moeder Anca, die veertien was toen ze haar kreeg, leeft voor haar man en kinderen. En Regina, Nicoleta’s jeugdige tante, wordt klaargestoomd voor het huwelijk en de bijbehorende kinderen. Zij is slechts enkele jaren ouder dan Nicoleta, maar al van school gehaald en verloofd met Cosmin.

Drie Roma-vrouwen, verbonden aan de zigeunerkoning van het Roemeense dorp Ciurea. Ze lijken daar het goede leven te leven. Binnen de eigen, naar binnen gerichte gemeenschap. In een kolossaal, smakeloos ingericht huis. Als vrouwen zitten ze er ook vast. Veroordeeld tot de kinderen en het huishouden. Voor Regina en Cosmin wordt inmiddels ook zo’n kast van een huis gebouwd. Zij krijgt een bruidsschat van enkele honderden jurken mee.

Via haar smartphone ziet de tiener hoe elders jongeren van haar leeftijd de wereld ontdekken. Intussen maakt zij zich in A Modern Roma Fairytale (82  min.) op voor de mooiste dag van haar leven – dat dan meteen wel over zijn hoogtepunt lijkt. Want daarna zit Regina vast aan die vent. Cosmin, nu nog een beminnelijke en tamelijke schuchtere jongen, wordt namelijk de baas des huizes. En daarover mag geen enkel misverstand be- of ontstaan.

Nicoleta’s vader Dragoş geeft hem in deze observerende film van Raluca Lupaşcu alvast het ‘goede’ voorbeeld. Voor zijn werk is hij soms maanden van huis. Het zou best kunnen dat hij Anca dan ook bedriegt. En als de twee ruzie hebben, laat hij zonder gêne zijn handen spreken. Zij is volgens hem alleen goed voor de keuken. ‘Als wij samen de stad ingaan, jij en ik’, zegt Dragoş dus tegen Cosmin, ‘dan blijven de vrouwen lekker thuis. Dat is hun taak.’

Van Dragoş hoeft Nicoleta eigenlijk ook niet meer naar school. Misschien kan ze nog wat Engels of Frans leren. ‘Voor als we op vakantie gaan.’ Zijn dochter wil alleen nog van alles leren – goed lezen, bijvoorbeeld, in het Roemeens – maar dat zit er vermoedelijk niet meer in. Ook zij is voorbestemd om echtgenote, moeder en huissloof te worden. Met haar poppen speelt het meisje alvast het huwelijkse leven van haar tante Regina en Cosmin uit.

Het is een triest tafereel: de vanzelfsprekendheid waarmee ook zij, als Roma-vrouw, zich straks zal moeten schikken naar de verwachtingen ligt erin opgesloten. Ook een krachtig beeld: hoe Nicoleta in een traditionele jurk naar zichzelf kijkt in de spiegel en daarna, met ook de haren netjes ingevlochten, rondjes om haar eigen as draait. Met zulke trefzekere scènes, aangekleed met weemoedige liederen, tekent Lupaşcu het lot van deze Roma-vrouwen op.

Hun leven is al volledig voor hen uitgetekend.

Planina

Cherry Pickers / vanaf 14 januari in de bioscoop

Ze koestert haar moederrol. Mileca ‘Gara’ Jovanović kan het niet laten om haar tienerdochter Nada Staniśić steeds weer te vertellen hoeveel mama van haar houdt. Samen leven ze op de Sinjajevina-berg in het noorden van Montenegro. In hun eenvoudige woning, op tweeduizend meter hoogte, slapen ze zelfs in één en hetzelfde bed. Een basaal en vruchtbaar leven, met hun koeien, schapen en katten. Afgezet tegen een weldadig decor van besneeuwde bergtoppen en oneindig grasland.

Dat vredige bestaan wordt in Planina (internationale titel: To Hold A Mountain,105 min.) echter niet alleen bedreigd door wolven en een enkele beer. Het leger wil ook een militair oefen- en schietterrein maken van de hoogvlakte, die door de UNESCO tot werelderfgoed is uitgeroepen. En dan is er nog Nada’s vader, die zich weer, al even onuitgenodigd, in hun leven zou kunnen melden. Die gedachte boezemt Gara angst in. Hij kan alles wat ze in de afgelopen twaalf jaar heeft opgebouwd met haar dochter verwoesten.

Deze observerende documentaire van Biljana Tutorov en Petar Glomazić speelt zich volledig af op die bergweide. Behalve één scène, halverwege de film. ‘Luister, vriend, kom naar mijn huis en eet mijn kaas’, bijt Gara dan een vertegenwoordiger van het leger toe, in een praatprogramma van TV Vijesti. ‘Iedereen is welkom, maar niet zolang die oefeningen plaatsvinden. Want dat gaat niet gebeuren. Die gaan alleen door nadat jullie ons, als herders, hebben afgeschoten. En begin dan maar met mij.’

Deze onverzettelijke activiste, die vlijmscherp uit de hoek kan komen om haar wereld te verdedigen, toont zich in de rest van de film vooral een liefdevolle herder, warme vriendin en beschermende moeder – en een personage om direct in de armen te sluiten. Gara is één met haar land en koestert haar mensen. Te midden van het overweldigende natuurschoon van één van Europa’s grootste bergweiden leiden zij een eenvoudig leven dat in de afgelopen eeuw nauwelijks lijkt te zijn veranderd. 

Tutorov en Glomazić vangen dat bestaan in al z’n grootsheid, maar tonen ook hun timmermansoog als het gaat om de kleine dingen des levens. Als Gara en Nada bijvoorbeeld met een kruiwagen en een dekentje de berg op gaan, op zoek naar een vermiste koe die vermoedelijk heeft gekalfd, resulteert dit in een even fraaie als ontroerende scène, die bovendien appelleert aan hun eigen familiegeschiedenis – waarover de filmmakers heel gedoceerd informatie prijsgeven.

Als dubbelportret van een moeder en dochter, twee sterke vrouwen die door het lot nóg sterker met elkaar verbonden zijn geraakt, komt To Hold A Mountain keihard binnen. Tegelijk blijft er ook genoeg ruimte voor de verbeelding, in de wonderschone wereld rond de Sinjajevina-berg.

Nobody’s Business

Alan Berliner / IDFA

‘In ieder leven zit wel iets bijzonders’, houdt de Joods-Amerikaanse documentairemaker Alan Berliner z’n vader Oscar voor bij de start van zijn film over hem. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Jij probeert van niets iets te maken.’ Terwijl de titel van die film in beeld komt – Nobody’s Business (55 min.) – is nog net te horen hoe Alan reageert: ‘Maar Jij bent mijn vader!’

Hij begeleidt hun permanente gekibbel met zwartwit-beelden van een bokswedstrijd. De ene uppercut volgt op de andere maagstoot. Geen van beiden weigeren ze echter knock-out te gaan. Zoonlief wil terug naar het begin. De oorsprong van de Berliners. Die ligt in Rusland en Polen, maar waar precies? Alans neven en nichten weten het ook niet. Alsof hun geschiedenis pas in Amerika is begonnen. Uiteindelijk weet hij toch een precieze locatie vast te stellen: Rajgrod, een dorp dat afwisselend Pools en Russisch was. ‘Dit kan overal zijn’, reageert Oscar, geheel in stijl. ‘Big fucking deal!’

In zijn voorouders is vader Berliner al even weinig geïnteresseerd. Ich bin ein Berliner, so what? Zijn zoon vraagt zich intussen af hoe zijn vader is gevormd door zijn eigen vader Benjamin, naar verluidt een harde en koude man. Samen met zijn echtgenote, volgens de overlevering wél een warme vrouw, zette hij elf kinderen op de wereld, waarvan Oscar de laatste is. Een knappe en charmante man, zo wil het verhaal. Een geboren verkoper ook. Hij weet zichzelf aan een veel jongere vrouw te verkopen, Alans moeder Regina Cassuto, en graaft daarmee, figuurlijk gezien, zijn eigen graf.

Het huwelijk, dat de jeugd van Alan en zijn zus Lynn heeft getekend, mondt uit in een echtscheiding. Het is de grootste teleurstelling in Oscars leven – en de meest traumatische ervaring in het leven van zijn zoon. Alan wil daarover in gesprek, maar treft ook dan een onwillige participant in zijn vader. Ondanks alle tegenwerking weet de filmmaker hem toch het een en ander te ontfutselen. En voor de rest gaat hij te rade bij andere familieleden. Over waarom Oscar altijd alleen is gebleven en ook weinig vriendschappen heeft opgebouwd – en hoe het kan dat de tijd blijkbaar niet alle wonden heelt.

Oscar wil zelf ook nog wel het één en ander kwijt. ‘Je had accountant, jurist of ingenieur kunnen zijn’, zegt hij, nét iets te scherp, tegen z’n zoon, die in zijn ogen maar een armzalige filmmaker is geworden. Ondanks zulke stekeligheden laten Oscar en Elkaar elkaar niet los. Ze kunnen samen wel wat hebben en beschikken allebei over meer dan genoeg zelfspot. Nobody’s Business (1996) ontwikkelt zich intussen tot een prikkelende exploratie van familiebanden, ingenieus aangekleed met messcherpe beeldsequenties en typografie, aan de hand van de vraag of je jezelf beter leert kennen als je weet waar je vandaan komt.

Chilean Mine Rescue: Race Against Time

National Geographic / Disney+

‘Één van de jongeren zei: ze zullen ons niet vinden’, herinnert Alex Vega zich van de dag dat hij levend begraven wordt. ‘Wat een paar mijnwerkers in Mexico overkwam, gaat ons ook overkomen. Ik zei: ik heb nooit gehoord wat er met mijnwerkers in Mexico is gebeurd. Hij zei: er is een mijn ingestort en er waren veel mijnwerkers binnen en ze deden niks om ze te redden. Ze zetten alleen een grafsteen bij de ingang: hier liggen zoveel mensen.’ Vega ziet hun eigen grafsteen dan ook al voor zich: hier liggen 33 medewerkers van de Chileense San José-mijn, die om het leven zijn gekomen bij een mijninstorting op 5 augustus 2010.

Met de moed der wanhoop gaan plaatselijke reddingswerkers desondanks aan het werk. De ventilatieschacht waarmee hun voorman Pedro Rivero de mijnwerkers één voor één naar boven had willen halen, vanuit maar liefst 700 meter diepte, is alleen ook al ingestort. Alle hoop lijkt verloren. ‘Vergeet het maar’, zegt een expert tegen Laurence Golborne, de kersverse minister van Mijnbouw. ‘Die zijn allemaal dood.’ Waarna de politicus, door president Sebastián Piñeda direct naar de plek des onheils gestuurd, de families van de 33 mannen moet gaan bijpraten. Pas 56 uur na de ramp meldt de Chileense leider zich zelf ter plaatse. Zijn komst luidt wel de ommekeer in.

De afloop van de navolgende reddingsoperatie moge bekend zijn en volgt ook automatisch uit de opzet van Chilean Mine Rescue: Race Against Time (142 min.). In deze driedelige serie van Chloe Campbell en James Parris blikken mijnwerkers, familieleden, hulpverleners, deskundigen en bestuurders terug op de epische reddingsactie, die zich grotendeels live voor de camera afspeelt. Aan de bekende nieuwsbeelden wordt nu ook het perspectief van de mannen zelf toegevoegd. Één van hen heeft onder de grond de beschikking over een telefoon met camera. Die indringende beelden, waarin ze elkaar bijvoorbeeld moed inspreken, zijn voor het eerst te zien.

Met visualisaties van de ingewanden van de mijn, die is opgebouwd als een gigantische kurkentrekker, benadrukken Campbell en Parris verder hun benarde positie en verduidelijken ze het huzarenstukje dat hun redders leveren: van het leggen van een voedsel- en videobelverbinding tot het boren van een tunnel, zodat de mijnwerkers met de speciaal gefabriceerde capsule Fénix naar boven kunnen worden gehaald. Om de mannen ook geestelijk gezond te houden wordt de hulp van het Amerikaanse ruimteagentschap NASA ingeroepen. Zo vinden ze bijvoorbeeld een oplossing voor Ariel Ticona, die per se bij de geboorte van z’n dochter wil zijn. Dat heeft hij zijn vrouw beloofd.

Deze derde Race Against Time-productie – nadat eerder al de tsunami, die in 2004 huishield rond de Indische Oceaan, en de catastrofe, die Orkaan Katrina een jaar later veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans, overtuigend zijn opgeroepen – is intussen uitgegroeid tot een indrukwekkende miniserie over menselijke moed, inventiviteit en saamhorigheid, die in alle opzichten recht doet aan het ontzagwekkende karakter van de mijnramp, de 69 (!) dagen die de mijnwerkers doorbrengen in het binnenste van de aarde en de ingenieuze reddingsactie die ondertussen in gang wordt gezet.

Siren: The Voices Of Shelley Beattie

HBO Max

Als tweejarige peuter weet ze, tot grote schrik van haar moeder Laura, stiekem een potje met aspirines te bemachtigen. Shelley Beattie (1967-2008) vreet dit helemaal leeg. In het ziekenhuis constateren ze dat het meisje een dodelijke dosis van het medicijn heeft ingenomen. De kleine Shelley verliest in de navolgende dagen echter niet eenmaal haar bewustzijn.

Het was een ongelooflijk krachtig en hyperactief kind, vertellen haar moeder Laura, zus Teresa en broers Matt en Jim Beattie bijna zestig jaar later in de documentaire Siren: The Voices Of Shelley Beattie (102 min.). Soms heel blij, dan ineens heel erg boos. En dat zorgt regelmatig voor onbegrip. Shelley negeert anderen, reageert niet op grapjes en past zich niet aan in groepen.

Het duurt veel te lang voordat haar omgeving ontdekt dat ze haar gehoor aan het verliezen is. Als anderen door krijgen dat Shelley Beattie slechthorend is, zit ze al flink in de problemen. Moeder Laura laat haar uit huis plaatsen. Een traumatische ervaring. Via sport vindt de getroebleerde tiener zichzelf terug. Ze begint als een gek te trainen. Eerst op de atletiekbaan, daarna in de sportschool.

Documentairemaakster Irene Taylor groeide zelf op met dove ouders en heeft ook een dove zoon, Jonas. Daarover maakte ze de persoonlijke films Hear And Now (2007) en Moonlight Sonata: A Deafness In Three Movements (2019). Voor dit aangrijpende portret van de dove bodybuildster Shelley Beattie roept ze de hulp in van een absoluut icoon van de Amerikaanse dovengemeenschap.

De actrice Marlee Matlin (Children Of A Lesser God) had, bekent ze aan het begin van de film, nog nooit van Shelley gehoord – hoewel zij, net als zij, is opgegroeid in een horende familie en eveneens furore heeft gemaakt in Hollywood. Matlin probeert, in woord en gebaar, te communiceren wat er in Shelley omgaat. ‘Ik was de enige die echt in mij geloofde’, zegt ze bijvoorbeeld namens haar.

Beattie vertrekt begin jaren negentig naar Venice Beach in Californië en begint in Gold’s Gym met coach John Romano te trainen voor de jaarlijkse Ms. Olympia-wedstrijd. Shelley kan zich volgens hem enorm focussen, óók omdat ze soms gewoon haar gehoorapparaat uitzet. Dan belandt ze in haar eigen cocon. De twee krijgen een relatie – al is het de vraag of zij die in werkelijkheid wel wil.

Want achter de façade van de succesvolle bodybuilder, die landelijk bekend zal worden door het realityprogramma American Gladiators, schuilt een beschadigde vrouw, die koste wat kost haar ware gevoelens probeert te verbergen. Daarin raakt ze steeds verder verstrikt, met zelfmedicatie als vanzelfsprekend vervolg. Totdat ze volledig vastloopt en zichzelf letterlijk begint te beschadigen.

Dit zielstriemende verhaal, over een vrouw die uit de hoek komt waar de klappen vallen, wordt door Taylor omlijst met fraaie geanimeerde scènes, aan de hand van Beatties dagboeken en tekeningen. Alles overziend – haar hele leven, inclusief alle jeugdwonden – is het in feite volstrekt logisch dat juist zij de bodybuildster Shelley Beattie, een vrouw waar mannen bang van konden worden, is geworden.

Giovanni/Carmen

Prospektor / NTR

Op het eerste oog is de Nederlandse theatermaker Giovanni Brand natuurlijk niet de meest voor de hand liggende persoon om de rol van Carmen op zich te nemen. Toch staat ie dichter bij de hoofdpersoon van Georges Bizets befaamde opera (1875), een vurige zigeunervrouw die alle mannen om haar vingers windt, dan die eerste indruk doet vermoeden.

Brands wortels liggen in een woonwagen. Behalve een vrijgevochten vamp ziet hij in Carmen ook een representatie van de Roma en Sinti, waarbij vooroordelen en clichés regelmatig om voorrang vechten. In de korte documentaire Giovanni/Carmen (34 min.) volgt Laura Stek haar hoofdpersoon dus zowel naar een stierenvechtersarena in Sevilla, waar hij zich als een androgyne toreador uitleeft in zijn rol, als naar een wagen waar zijn familie op hem wacht.

In zijn eigen leven beweegt Giovanni Brand zich tussen de ene wereld, het leven op wielen, en de andere, de burgermaatschappij, met alle uitdagingen en complicaties van dien. Taalproblemen bijvoorbeeld, vanwege zijn aanvankelijke laaggeletterdheid. Of door zijn geladen verhouding, als queerpersoon, tot masculiniteit. Op dat pad is Carmen een logisch tussenstation – hoewel dat dansen als de vurige verleidster voor hem soms ook ‘heel Hollands’ voelt.

Brand spreekt verder met de ervaren Carmen-vertolker Matia Kataeva van het Teatro de la Maestranza, laat zich bijspijkeren door flamencodanseres Conchi Maya en bezoekt zijn eigen neef, volkszanger Bob Offenberg. Met dramatische en gestileerde scènes vangt Stek tegelijk hoe haar hoofdpersoon, afwisselend geheel overtuigd en licht beschroomd, werkt aan zijn eigen, satirische interpretatie van ‘het meest toxische liefdesverhaal dat er bestaat’.

Intussen lijkt hij ook weer een stukje van de liefde voor zichzelf, zijn achtergrond en de kronkelige weg die hij heeft afgelegd te vinden.

Circus Royal

D2D / AVROTROS

Hij blijft altijd de zoon van zijn vader. En daarmee staat Tonie Teuteberg in een lange familietraditie. Met hun eigen Circus Royal (30 min.) behoren de Teutebergs tot de oudste circusfamilies van Nederland. Tonies vader dreigde enkele jaren geleden een einde te maken aan die tweehonderd jaar geschiedenis. Een faillissement kon ternauwernood worden afgewend. Waarna zijn zoon een doorstart maakte.

‘Als het financieel niet kon, deed ie ‘t toch’, vertelt Tonie over zijn vader in deze treffende korte documentaire van Simon Bavinck. ‘Ja, dan ga je kapot.’ Aan hem de taak om het Dordtse wintercircus weer ouderwets te laten floreren. Patriarch Joop kijkt daarbij over zijn schouder mee. Hij heeft er een hard hoofd in, bekent ie eerlijk. Hij maakt sowieso van zijn hart geen moordkuil. Tonie krijgt het soms zwaar te verduren.

Met een melancholieke soundtrack, waarin trompet, bugel en hoorn de hoofdrol claimen, voorziet Bavinck de verwikkelingen in en rond de circustent van een lekker dramatische ondertoon. Voor Tonie staat er duidelijk heel wat op het spel, als hij met zijn team toewerkt naar een grootse première. Waarbij het grootste compliment dat hij van vader Joop mag verwachten is dat die het ‘niet echt slecht’ vindt.

Op het moment suprême probeert Tonie Teutenberg zijn zenuwen met biertjes en Schrobbelèr in bedwang te houden. Want de show must go on – ook om de tent draaiende te kunnen houden. Tijdens de voorstelling weet hij de man, met wie hij een haat-liefde verhouding heeft, zowaar te verleiden om nog eenmaal met hem het Glockenspiel te delen. Als muzikant vinden zij elkaar moeiteloos.

De wisselwerking tussen vader en zoon behoort tot de troeven van deze alleraardigste kijk achter de schermen bij een Nederlands circus, dat ’t al sinds jaar en dag lastig heeft en toch weinig van zijn oorspronkelijke charme heeft verloren. Als persoon kan Tonie zijn vader soms wel schieten, bekent hij, maar als artiest adoreert hij hem. En via hem houdt hij ook onvoorwaardelijk van ‘hun’ circus.

De Dode Junk In Mij

EO / 3LAB op YouTube

‘Loop ik zo meteen mijn vader achterna en eindig ik ergens eenzaam en alleen in een flat in Birmingham? vraagt Joseph zich af. Of zou hij toch in staat zijn om z’n eigen pad te vinden? De filmmaker is bang ‘dat zijn destructieve genen ook in mij tikken als een tijdbom’. Zijn vader Richard Hammond overleed in 2019 overleden aan een overdosis heroïne. ‘Joe’ koestert de spullen die hij van hem heeft gekregen. Het boek De Vreemdeling van Albert Camus bijvoorbeeld, een camera en, ja, de film Trainspotting.

Hammond heeft al die jaren nauwelijks over zijn vader gesproken. Hoog tijd om de confrontatie aan te gaan met De Dode Junk In Mij (40 min.). En daarvoor heeft hij naar zijn eigen overtuiging het maken van deze documentaire nodig. Het spoor leidt naar Engeland, want Josephs moeder wil/kan niet meewerken. Die reis roept elementaire vragen op. Want wat weet hij nu écht over zijn vader? ’Er is niks wat ik zeker weet over deze man, behalve dat ie van voetbal hield.’ Aston Villa, om precies te zijn.

De ouder die altijd onbereikbaar leek komt onderweg steeds dichterbij via de verhalen die Richards moeder, broer en vrienden over hem opdiepen. En Joe vindt hem, inderdaad, ook in zichzelf. ‘Alles wat gezegd werd kon ik letterlijk aan mezelf linken’, rapporteert hij telefonisch aan een vriendin in Nederland. Dat is natuurlijk ook een enge gedachte: in hoeverre zou hij zelf dus kunnen eindigen zoals de man die hij nu, zeven jaar na diens dood, met alles wat ie heeft in het vizier probeert te krijgen?

Joseph Hammonds zoektocht vertoont overeenkomsten met Kelly Klingenbergs poging om haar vader terug te vinden in de egodocu Alleen Met Jenever (2021). Een verhaal dat tegelijk heel particulier en toch universeel is. Want zoekt niet iedereen in de levens van z’n ouders een voorspelling voor het eigen bestaan? Inherent aan zo’n zoektocht lijkt dan ook dat die nooit pasklare antwoorden oplevert, hooguit aanknopingspunten om twee levens te verbinden. Totdat ‘t, in elk geval in het eigen hoofd, wel zo’n beetje klopt.

Fataal Schot

BNNVARA / Hazazah Pictures

Om twee uur ‘s nachts is café Eindspurt in het centrum van Beverwijk op die tiende juli 2004 dicht gegaan. Daarna heeft de 26-jarige barman Erwin Laan alleen nog enkele van zijn gasten naar buiten gelaten. En dan klinkt er rond half drie een Fataal Schot (51 min.). Een buurman treft Erwin even later dood aan. Hij is achter de bar neergeschoten en heeft dat schot vermoedelijk nooit zien aankomen.

De verdenking valt uiteindelijk op Maurice, een boezemvriend van Erwin Laan. Zij zijn samen opgegroeid, voetballen al jaren in hetzelfde vriendenelftal en staan bovendien op het punt om met enkele andere kameraden op vakantie te gaan naar het Griekse eiland Chersonissos. Maurice heeft tijdens de massaal bezochte uitvaart Erwins kist gedagen en zelfs nog een stille tocht voor hem georganiseerd.

Inmiddels zijn er ruim twintig jaar verstreken. Erwins moeder Marian is in 2023 overleden. Aan hartzeer, volgens zijn zus Judith. Samen met vader Jan herdenkt ze hun joviale zoon/broer elk jaar met zijn vrienden. En net als de rechercheurs die de zaak destijds onderzochten, blikken zij nu terug op de nacht die hun aller levens heeft getekend – en die later in een volledig ander licht is komen te staan.

Daartegenover staat in deze film van Hans Pool het relaas van de dader, Maurice van L. Vanuit de gevangenis geeft hij, ondersteund door gedramatiseerde zwartwit-scènes, opening van zaken. Waarom?, vervat in zowel een gedicht van Youp van ‘t Hek als een tranentrekker van André Hazes, is daarbij de grote vraag. Hoe komt iemand ertoe om één van zijn beste vrienden van het leven te beroven?

Een rationale reden lijkt te ontbreken, maar Maurice blijkt zo z’n eigen motief te hebben. Voor een Fataal Schot dat uiteindelijk alleen als een pure wanhoopsdaad is te kenschetsen. Waarmee Erwin Laan van het leven wordt beroofd en hun gezamenlijke vrienden het vertrouwen in andere mensen wordt ontnomen. Wat ooit vanzelfsprekend leek – gewoon samen genieten van het leven – wordt dat nooit meer.

Saman: La Verità Nascosta

HBO Max

Het drama zit vervat in de combinatie van twee foto’s, die na haar verdwijning in omloop worden gebracht. Eerst het beeld van een jonge moslima met een bril en een hoofddoek. Daarna dat van een geheel bij de tijds meisje, met een neusringetje en een felrode haarband en matchende lippenstift. Twee totaal verschillende tieners, maar één en dezelfde persoon: het achttienjarige Pakistaanse meisje Saman Abbas, dat is opgegroeid in het Italiaanse dorp Novellara. ‘Die twee beelden zal ik nooit vergeten’, zegt een direct betrokkene. ‘Het is het conflict tussen je afkomst en deze nieuwe wereld.’

En dat zal in 2021, als Saman door haar ouders wordt gedwongen om te trouwen met haar eigen neef Akmal in Pakistan, uitmonden in een tragisch familiedrama. De tiener, die zich online @ItalianGirl noemt, verdwijnt van de aardbodem. Ze wordt in de nacht van 1 mei voor het laatst waargenomen. Met een rugzak over haar schouder en begeleid door haar vader Shabbar en moeder Nazia, op beelden van een beveiligingscamera. Dat geladen tafereel vormt het startpunt van Saman: La Verità Nascosta (Saman: The Hidden Truth,177 min.), een driedelige serie van Lorenzo Avola en Carmen Vogani.

Er bestaat nog een derde Saman: in traditionele Pakistaanse klederdracht, met een sluier.  Zo wordt ze vastgelegd tijdens de plechtige verlovingsceremonie. Intussen verkent ze ook in Italië de liefde. Online ontmoet Saman Saqib Ayub, een Pakistaanse asielzoeker die in een opvangcentrum in Rome verblijft. De twee worden smoorverliefd en delen, tot afgrijzen van haar familie, hun gevoelens via sociale media. Er kan beslist geen sprake zijn van een huwelijk, want Saqib behoort tot een lagere kaste. Het duurt niet lang of zijn familie wordt ernstig bedreigd. En ook zijn vriendin is bepaald niet veilig.

Het lijkt een hedendaags Romeo & Julia-verhaal – al valt er ook op die kalverliefde wel het een en ander af te dingen. Avola en Vogani pellen de kwestie in de eerste twee afleveringen stapsgewijs af, met een combinatie van interviews met direct betrokkenen, waaronder Samans jongere broer Ali Haider, en de sporen die het vermiste meisje heeft achtergelaten op sociale media, telefoons en beveiligingscamera’s. Totdat de zaak in het slotdeel van deze somber stemmende miniserie in z’n volle omvang in zicht komt voor de rechter en definitief duidelijk wordt wat er is gebeurd met Saman Abbas.

Jay-Z In 8

MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Molly Vs. The Machines

VPRO

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

Sovereign Son

Verde Films

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.