Young @ Heart

Dat je je vanaf de allereerste minuut kapot ergert aan de werkwijze van de Britse regisseur Stephen Walker.

Aan zijn popi, nét te uitleggerige voice-overs over het Amerikaanse ouderenkoor dat centraal staat in Young @ Heart (108 min.) uit 2007. In de ik-vorm nota bene, zodat we hemzelf toch echt niet over het hoofd zien.

Aan zijn kruiperige interviewtechniek als hij bij de oudjes thuis naar de bekende weg komt vragen over leven, dood en zingen.

Aan z’n quasi-verbazing over de dwarse repertoirekeuze van dirigent Bob Cilman voor het koor: Jimi Hendrix, The Clash en Sonic Youth.

Aan de manier waarop hij die in beelden uitdrukt: opengesperde ogen, ongelovige glimlachjes en – te langen leste – verrukte gezichtsuitdrukkingen bij zowel de koorleden zelf als hun enthousiaste publiek.

Aan die enkele, toch wel héél erg ingewikkelde nummers (James Browns I Feel Good en Yes We Can Can van Allen Toussaint) die de bejaarde koorleden nauwelijks ingestudeerd krijgen, een proces dat natuurlijk lekker lang wordt uitgemolken.

En dat je dan, ondanks Walkers opzichtige pogingen om de hele boel, bijna letterlijk, om zeep te helpen, tóch overstag gaat.

Voor die onweerstaanbare combinatie van de zegeningen en kwalen van ouderdom (waarin ziekte en de dood vanzelfsprekend niet ontbreken) en Young At Heart’s ferme, dolkomische of ontroerende interpretaties van popklassiekers als Road To Nowhere (Talking Heads), I Wanna Be Sedated (The Ramones), Stayin’ Alive (The Bee Gees) en het speciaal voor de gelegenheid met een zuurstofpomp uitgeruste Fix You (Coldplay).


Daartegen is zelfs een koekenbakker als Stephen Walker (*) niet opgewassen.

(*) die, vooruit, kundig de kracht van het koor vat, de muziek zoveel mogelijk het werk laat doen en ook het onvermijdelijke drama rond enkele individuele leden goed heeft opgetekend.

The Miami Showband Massacre

Ze waren zomaar een Iers bandje. Heel populair, dat wel. Ook bij de meisjes. De Ierse Beatles, zeggen ze nu zelf. Maar dat is natuurlijk zwaar overdreven. Ruim veertig jaar na dato zou er waarschijnlijk geen haan meer kraaien naar The Miami Showband als de groep in 1975 niet betrokken zou zijn geraakt bij het bijzonder gewelddadige conflict over Noord-Ierland.

In ruim drie decennia raakten zo’n 40.000 gewone burgers gewond tijdens ’The Troubles’. 3700 Ieren, vaak op geen enkele manier betrokken bij de strijd om Ulster, stierven een gewelddadige dood. Waaronder drie muzikanten die nu anders waarschijnlijk in het golden oldies-circuit zouden hebben gespeeld: zanger Fran O’Toole, gitarist Tony Geraghty en trompettist Brian McCoy. Ze kwamen op 31 juli 1975 om bij een bloedige bomaanslagThe Miami Showband Massacre (71 min.).

Twee bandleden, bassist Stephen Travers en saxofonist Des McAlea, zaten ook in het Volkswagenbusje dat de band naar huis moest brengen na een optreden in de Castle Ballroom in Banbridge, maar overleefden de tragedie. Een derde, drummer Ray Miller, was in zijn eigen auto op weg naar huis en ontsprong de dans eveneens. Zes Ieren. Vier katholieken, twee protestanten. Al was dat volgens de overlevende bandleden nooit een thema binnen de groep.

In een burgeroorlog is echter niemand veilig en worden er bovendien regelmatig vieze spelletjes gespeeld. In deze boeiende tv-docu belicht Stuart Sender de pogingen van Stephen Travers om de ware toedracht te ontdekken achter de tragedie die drie van zijn muzikale vrienden het leven kostte. Was het een volledig uit klauw gelopen blokkade van de loyalistische Ulster Volunteer Force? Of ging het zelfs om een clandestiene actie van de Britse geheime dienst MI5, die Noord-Ierland koste wat het kost bij Groot-Brittannië wilde houden?

Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes

Netflix

Hij was het type man waarmee je je zus zou laten trouwen, zegt Marlin Lee Vortman, een politiek medewerker die Ted Bundy aan het begin van de jaren zeventig leerde kennen tijdens een campagne van de Republikeinse partij. Enige charme kon Bundy inderdaad niet worden ontzegd, maar of het goed zou aflopen met die zus valt te betwijfelen. De gesoigneerde jongeman met de vlotte babbel zou zich ontpoppen tot de loverboy onder de seriemoordenaars.

Niet dat ze dat begrip al kenden in het Amerika van de seventies. De term ‘seriemoordenaar’ moest nog worden bedacht. Zoals er ook geen profilers waren. Al zouden die werk genoeg overhouden aan de woelige seventies, een decennium waarin de Verenigde Staten op alle mogelijke manieren in brand leken te staan en diverse illustere killers van zich deden spreken: The Son Of Sam, John Wayne Gacy, The Golden State Killer en de bloeddorstige van hen allemaal, Theodore Robert Bundy. Een psychopaat pur sang, een man waarvan het je, ook na zijn dood, nog altijd koud om het hart wordt.

Op 24 januari jongstleden was het precies dertig jaar geleden dat hij, de gewetenloze charmeur die op foto’s soms doet denken aan een jeugdige George W. Bush, ter dood werd gebracht. Vóór het zover was gaf Bundy vanuit de gevangenis zo’n honderd uur aan interviews aan de jonge journalist Stephen Michaud. Waarschijnlijk niet zozeer om openheid van zaken te geven als wel om zijn eigen ‘sterstatus’ te bevestigen. Als hij in de derde persoon mocht praten – zodat hij niet, per ongeluk, allerlei moorden kon bekennen – was Bundy bereid om in zijn inktzwarte ziel te laten kijken.

De audiocassettes van die gesprekken, geduid door Michaud en diens toenmalige mentor Hugh Aynesworth (Newsweek), vormen het hart van de vierdelige documentaireserie Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes (235 min.) van regisseur Joe Berlinger, die al een indrukwekkend true crime-track record heeft opgebouwd met films als de Paradise Lost-trilogie, Whitey: United States Of America v. James J. Bulger en Cold Blooded: The Clutter Family Murders. De filmmaker sprak verder met kennissen van Bundy, zijn advocaten, rechercheurs, de openbaar aanklager, verslaggevers en een psycholoog die hem beroepsmatig onderzocht. Ook Carol DaRonch komt aan het woord; zij overleefde als bij wonder een attaque van de diabolische moordenaar.

De contouren van Bundys strooptocht door vrouwelijk Amerika zijn voor menigeen wellicht bekend terrein, de details daarvan blijven onverminderd choqueren. Hoe hij er bijvoorbeeld in slaagde om op één dag tweemaal een meisje te ontvoeren bij het drukbevolkte recreatiegebied Lake Sammamish, tart elke verbeelding. Dit is geen roofdier dat louter vanuit zijn instincten te werk gaat, maar een calculerende moordmachine. Berlinger maakt de angst weer voelbaar voor een gezichtsloze killer die op elk moment en elke plek kan toeslaan. Hij zet zijn onrustbarende narratief kracht bij met allerlei (logische) tijdsprongen, vervat Bundys belevingswereld en de tijdgeest in enkele spannende associatieve sequenties en alterneert steeds soepel tussen de gesprekken met de dwangmatige killer, diens persoonlijke historie en dat gru-we-lijke moordpatroon.

Met al deze elementen construeert de documentairemaker een complete en overtuigende narratief over de horrordaden van Ted Bundy, die model stond voor de archetypische hyperintelligente seriemoordenaar die inmiddels in talloze films en televisieseries is opgevoerd. Waarbij de archiefbeelden van hoe die vriendelijke Ted na zijn arrestatie uitnodigend lacht naar de camera, de verzamelde pers te woord staat of dolt met zijn bewakers, er nog steeds genadeloos inhakken en altijd weer dezelfde vraag oproepen: waarom? Was het een afrekening met zijn jeugd als onwettig kind, wraak op zijn ex-vriendin, frustratie over zijn gefnuikte studieloopbaan, het uitleven van gewelddadige seksuele fantasieën, een stem die hem opdroeg om te doden of…? We zullen het nooit helemaal (zeker) weten.

En waarschijnlijk is dat precies de reden dat we nooit genoeg krijgen van de Bundy’s van deze wereld; zij laten een beest los, waarvan we niet wisten dat het in ons kon huizen.

Regisseur Joe Berlinger was na deze fascinerende documentaireserie ook nog niet klaar met Ted Bundy. Op het Amerikaanse Sundance-festival is zaterdag de speelfilm Extremely Wicked, Shockingly Evil And Vile in première gegaan. Zac Efron kruipt in de huid van de onverbeterlijke vrouwenvreter, diens horrorverhaal wordt verteld vanuit het perspectief van zijn voormalige vriendin Elizabeth Kloepfer.

Scotty And The Secret History Of Hollywood

Als hij uitkijkt over de skyline van Hollywood en een prachtige regenboog ontwaart, claimt de inmiddels hoogbejaarde Scotty Bowers dat hij daar hoogstpersoonlijk voor heeft gezorgd. Dat is geen grootspraak, maar beeldspraak. Bij het benzinestation dat hij jarenlang runde op 5777 Hollywood Boulevard vonden heel wat celebrities in het geheim de spreekwoordelijke pot goud: (betaalde) sex met iemand van dezelfde sekse. Twintig dollar, veel meer rekende Scotty doorgaans niet.

Na de tweede wereldoorlog zette de voormalige marinier een florerende escortservice op voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven. In 2012 besloot de souteneur van de celebrities zijn levensverhaal op papier te zetten in het boek Full Service: My Adventures In Hollywood And The Secret Sex Lives Of The Stars. Daarin outte hij zonder scrupules beroemdheden als acteur Cary Grant, FBI-directeur J. Edgar Hoover en actrice Katherine Hepburn.

Zelf ziet hij daarin nog altijd weinig kwaad, getuige Scotty AndThe Secret History Of Hollywood (97 min.). Deze sterren flonkeren immers alleen nog op de Hollywood Walk Of Fame. Bovendien was hun seksuele geaardheid een publiek geheim in de stad van de sterren. En een hedendaagse homoseksuele acteur zoals Stephen Fry kan er ook wel mee leven, zegt hij in deze documentaire. Het maakt die onaanraakbare sterren weer mens en laat ze zien voor wie ze waren: kwetsbare zielen, gevangen in hun eigen imago.

Regisseur Matt Tyrnauer portretteert Bowers, die tegenwoordig is getrouwd met een vrouw die geen weet had van zijn achtergrond en die ook nog altijd weigert om zijn boek te lezen, als een seksuele vrijbuiter. Volgens eigen zeggen heeft hij werkelijk met Jan en alleman het bed gedeeld, waaronder een triootje met Ava Gardner en Lana Turner. Hij zou bovendien een prominente rol hebben gespeeld in de aantekeningen van dokter Kinsey, die puriteins Amerika shockeerde met zijn wetenschappelijke onderzoek naar menselijke seksualiteit.

Seks lijkt bijna negentig jaar lang Scotty Bowers’ voornaamste raison d’être te zijn geweest. En dat komt, zo blijkt later in dit vermakelijke portret van zowel de flamboyante man zelf als de achterkant van zijn natuurlijke biotoop, niet helemaal uit de lucht vallen en zorgt later, indirect, ook nog voor één van de grootste drama’s van zijn enerverende bestaan. Net als in de film, zogezegd. En perfect in lijn met Scottys onvervalste Hollywood-leven.

Wilders


Zou Geert Wilders met zijn medewerking aan deze Amerikaanse documentaire alvast een voorschot hebben genomen op het Nederlandse premierschap? De film Wilders, waarvan de NPO woensdag de oorspronkelijke versie van 91 minuten uitzendt, werd opgenomen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 15 maart jongstleden, toen hij nog de onbetwiste koploper was in de peilingen.

De PVV-leider houdt doorgaans strak de regie bij zijn media-optredens en levert zich zeker niet zomaar uit aan de een of andere documentairemaker. De grotendeels mislukte Nederlandse documentaire Wilders, The Movie liep daar in 2010 bijvoorbeeld nog helemaal op vast. De filmmakers Stephen Robert Morse en Nicholas Hampson, op zoek naar de volgende Brexit of Trump, hebben wél het vertrouwen gekregen.

Als documentaire heeft de film Wilders, ook wel Eurotrump genoemd, niet al te veel om het lijf. De bijzondere toegang die Morse en Hampson zouden hebben gekregen tot de PVV-voorman blijft in werkelijkheid beperkt tot verhalen over (en foto’s van) zijn jeugd en vrouw. Verder mogen ze een dagje bij hem in de auto en laat hij zijn kogelwerende vest zien. Dat is het wel zo’n beetje.

De meerwaarde van Wilders zit hem met name in zijn internationale perspectief op de omstreden Nederlandse politicus, die als frontman van een globale populistische beweging wordt geportretteerd. Hij krijgt zelf behoorlijk veel ruimte om zijn verhaal te doen, maar daar worden door de makers (wier objectivititeit op de sociale media volop in twijfel is getrokken) wel degelijk kritische kanttekeningen bij geplaatst. Bovendien laten ze diverse duiders en criticasters aan het woord, die het fenomeen Wilders (in hun allerbeste Engels) proberen in te kaderen.

Doordat de verkiezingen Wilders uiteindelijk niet het premierschap brachten, loopt ook deze film een beetje met een sisser af. Geert bleek uiteindelijk toch (nog) geen Eurotrump en zal voorlopig ook geen Nexit in gang kunnen zetten. Waardoor de internationale belangstelling voor de PVV-leider op dit moment vast ook al tanende is.

Disturbing The Peace


Een hoopvolle documentaire over het al eeuwig durende conflict tussen Israël en de Palestijnen? Die zag ik even niet aankomen. Disturbing The Peace (87 min.) zet de schijnwerper op de zogenaamde Strijders Voor Vrede, Israëli’s en Palestijnen die zich samen sterk maken voor het afzweren van de wapens.

De benaming ‘strijders’ is niet voor niets gekozen; de betrokken vredestichters hebben stuk voor stuk een heftig verleden bij één van de strijdende partijen. Dat maakt hun verzoening met een eeuwige vijand juist zo overtuigend.

Zelfs de alleenstaande moeder die zich ooit opmaakte voor een zelfmoordaanslag (en zich daarbij niet realiseerde dat er geen ideaal groter kan zijn dan je eigen kind) is helemaal bijgedraaid en nu een overtuigd lid van de Combatants For Peace.

De vredesvechters zijn bepaald niet onomstreden, zo wordt ook glashelder uit deze sterke film van Stephen Apkon en Andrew Young. In de strijd die nog altijd hoog oplaait tussen Israëli’s en Palestijnen worden ze van beide kanten van verraad beschuldigd. Intussen blijven ze doorwerken aan hun ideaal: vrede op de plek waar de strijdende partijen al decennia in de loopgraven liggen.