Het Vermoorde Theater

EO

Kunst dient sociaal-realistisch te zijn, verklaart de Russische Bond van Schrijvers in 1935. En het Joodse Staatstheater Goset uit Moskou, dat zich in de eerste twintig jaar van haar bestaan onledig heeft gehouden met kolderieke, uitbundige en absurde voorstellingen, heeft zich maar aan te passen.

In Het Vermoorde Theater (57 min.) schildert regisseur Frans Weisz met veel zwier, affectie en grote gebaren de opkomst en ondergang van het Jiddische theatergezelschap in de communistische heilstaat Rusland, waarin uiteindelijk elke vorm van frivoliteit, en vrijheid, rigoureus de nek om wordt gedraaid door de almachtige leider Jozef Stalin.

Die naargeestige geschiedenis wordt door Weisz verpakt in een uiterst theatrale vorm. Met de acteur Vincent van der Valk als het fictieve personage Nathan, assistent van de kunstenaar Marc Chagall, die tot zijn vertrek uit Rusland decors ontwierp voor Goset. Vanuit de coulissen schetst, duidt en becommentarieert deze Nathan de verwikkelingen in het theater en participeert er soms zelf ook in.

De gekozen vorm is erg dominant en werkt soms op de zenuwen, maar sluit tegelijkertijd ook prima aan bij de inhoud; het dramatische relaas van theater dat systematisch van zijn ziel wordt ontdaan. Waarna het daadwerkelijk om zeep wordt geholpen. ‘Wat moet je met hoop als er geen theater meer is?’ vraagt Nathan zich, als het doek is gevallen, vertwijfeld af. ‘Wat komt er na dit verhaal?’

Het Vermoorde Theater is hier te bekijken.

Het Beest Van Harkstede

Videoland

‘Ik wou baas over een vrouw wezen.’

‘Dat kon toen die tijd nooit ver genoeg gaan voor me. Liefst met geweld.

’‘Toen was het alleen maar begeren, hebben en vernietigen.’

Was getekend: Willem van Eijk, alias Het Beest Van Harkstede (123 min.). Deze driedelige true crime-serie is gebaseerd op het boek Anatomie Van Een Seriemoordenaar van Sytze van der Zee, die tevens als verteller fungeert, en put regelmatig uit audio-interviews die misdaadverslaggever Peter R. de Vries deed met de beruchte Nederlandse seriemoordenaar.

Regisseur Marc de Leeuw doet de donkere dagen herleven toen Groningen volledig in de ban was van een serie moorden op vrouwen, die op een tippelzone werkten als prostituee. In 2001 kwam Willem van E. in beeld, een man die destijds al jaren TBS achter de rug had vanwege twee lustmoorden in de jaren zeventig en daarna zonder enige vorm van begeleiding weer de nietsvermoedende wereld in was gestuurd.

Met bronnen als zijn ex-vrouw Adrie, familieleden van zijn slachtoffers, een nicht, dorpsgenoten, een maatschappelijk werkster en gedragswetenschappers schetst De Leeuw het beeld van een angstaanjagende man, volgens een psychologisch rapport ‘een antisociale persoonlijkheid met een psychotische kern’. Een toonbeeld van externe attributie bovendien, dat consequent weigert om zich te laten behandelen.

De filmmaker vergezelt de getuigenissen over ‘het beest’ met video-opnames van een politieverhoor, suggestieve archief- en reconstructiebeelden en talloze onheilspellende muziekjes. Een slordige twintig jaar na dato is het nauwelijks te geloven dat hij zo lang ongestoord zijn gang heeft kunnen gaan. Niet in een of andere achterlijke uithoek van de Verenigde Staten. Gewoon hier, in Nederland.

Dat simpele feit geeft deze aardige serie écht extra lading.

In De Armen Van Morpheus

Nederlands Film Festival

Morpheus, de Griekse god van dromen, wikt en beschikt. En wij, gewone mensen, zijn niet meer dan pionnen in zijn ondoorzichtige spel. Komt de slaap of juist niet? En hoe komt-ie dan? Zacht en kalm? Of woest en eng? En wanneer dan? Als je hem zoekt. Of steeds weer als je uit zijn greep probeert te blijven? En ook als we gewoon wakker zijn, ijlt zijn werk natuurlijk na. Als een zoete herinnering of onvervulde droom.

In De Armen Van Morpheus (80 min.) leven we levens die doorgaans verborgen blijven voor anderen. Dolend door een naargeestige wereld bijvoorbeeld. Zoals de ogenschijnlijk goedlachse Emily Simons, een Surinaams meisje met veelkleurig rastahaar en een verleden als Jehova’s getuige. Overdag probeert ze de beelden van de nacht op alle mogelijke manieren kwijt te spelen. Als clown en als illustrator bijvoorbeeld. Maar wat vertellen die beelden over haar en haar (familie)verleden?

Deze associatieve film van Marc Schmidt doolt als een slaapwandelaar door een wereld vol schimmige dagen en doorwaakte nachten. Langs restless legs, die een man van middelbare leeftijd regelmatig midden in de nacht tot een fietstocht door de stad dwingen. Via de aandoening narcolepsie, waardoor een jonge vrouw elk onbewaakt ogenblik kan worden overvallen door slaap en heftige dromen. Voorbij het zogenaamde exploding head syndrome, dat een man harde en vaak enge geluiden laat horen tijdens het inslapen of wakker worden.

En dan zijn er nog mensen met reguliere in- of doorslaapproblemen, die het dagelijks leven niettemin danig kunnen ontwrichten. ‘Het is alsof er een vuist in je lijf duwt: wakker blijven!’, vertelt de Vlaams schrijfster Astrid Haerens bijvoorbeeld over haar problemen om de slaap te vatten. ‘Maar het ergste aan slapeloosheid is dat je nooit kunt ontsnappen aan jezelf.’ Ze zou zichzelf soms zo graag willen kwijtspelen, zegt ze met gevoel voor drama. Of de ervaring op zijn minst willen delen. In haar nachtelijke omzwervingen van de geest staat ze evenwel volstrekt alleen.

Schmidts film is als een koortsachtige symfonie van beelden en geluiden, die zich ongevraagd aandienen, de hele boel ontregelen en dan weer wegsterven. Als kijker blijf je verbluft achter. Totdat Morpheus ze later, in de irrationaliteit van onze eigen nachtelijke uren, weer ontsluit in ons hoofd: een meisje in ondergoed dat in het aardedonker door het water waadt, de man die in zijn kamer met geluidsversterkers een kakofonie van sound en feedback produceert of een willekeurig ander tafereel uit deze zinnenprikkelende film dat je tijdens het kijken misschien niet eens bijzonder was opgevallen…

Porndemic

Zelf dachten ze dat hun stiel op het punt stond om de overstap naar de mainstream te maken. Eind jaren negentig leek porno zich definitief te hebben ontworsteld aan zijn schmutzige verleden. Het geld was goed. En de roem ook. Naast een carrière in de Amerikaanse seksindustrie lonkte voor menige performer zelfs een loopbaan als regulier acteur. En toen sloeg het noodlot toe in de miljardenbusiness. In de vorm van een seksueel overdraagbaar en dodelijk virus.

De eerste bekende performer die HIV-postief werd bevonden was de actrice Tricia Devereaux, die nog altijd woedend is over wat haar is overkomen. Niet veel later volgden nog een paar gekende namen. En daarna moesten er onmiddellijk schema’s worden getekend met dwarsverbanden tussen de verschillende acteurs en actrices: wie had met wie gewerkt binnen de kleine ‘pornofamilie’? Stuk voor stuk zouden ze worden getest, om de bron van alle besmettingen te traceren: Patient Zero.

Die taak kwam voor rekening van dokter Sharon Mitchell, zelf jarenlang actief als actrice en regisseur. In de documentaire Porndemic (93 min.) vertelt ze dat de business HIV in zekere zin over zichzelf heeft afgeroepen. Porno was in de jaren negentig, met de opkomst van video en internet, steeds extremer geworden; van anale seks tot gangbangs. De kans op aids, een ziekte die vreemd genoeg nog altijd werd geassocieerd met homoseksuelen en drugsgebruikers, was daardoor flink toegenomen.

En nu was het dus zover: een brandhaard in de porno-industrie. Wie o wie was Patient Zero? Nadat ze alle betrokken sekswerkers had getest, resteerde alleen een voormalige geliefde. Met een list verleidde Mitchell hem om zich te melden. Later maakte ze, zonder zijn toestemming, de resultaten van de bloedtest wereldkundig. ‘Daarvoor zou ze vervolgd moeten worden’, aldus Zero nu. ‘Het was kwaadaardig dat ze dat deed.’ Mitchell is zich nog steeds van geen kwaad bewust: ‘Wat moest ik anders?’

Patient Zero was de lul, constateert adult entertainment blogger Luke Ford in deze lekker slicke film van Brendan Spookie Daly, die is opgeleukt met allerlei kekke muziekjes. Intussen zien we beelden van Mitchell en Zero in betere tijden, hijgend en zwetend tijdens een gezamenlijke seksscène. In werkelijkheid probeerde de pornoster na de onheilstijding om het verhaal naar zijn hand te zetten, maar die missie had nauwelijks kans van slagen. Zeker toen er nog meer apen uit de mouw kwamen…

De langharige loverboy werd persona non grata binnen de wereld die altijd zoveel van hem had gehouden. Zero’s huisgenoot Tom Byron, zelf ook pornoster, wordt nog altijd emotioneel als hij eraan terugdenkt. Samen met insiders als acteur Herschel Savage, regisseur/publicist Bill Margold en de onvermijdelijke Ron Jeremy probeert hij in deze overtuigende documentaire, waarin slinks actiescènes en dialogen uit pornofilms zijn geïncorporeerd, de impact van de HIV-kwestie op de business te duiden.

Die werd, kort gezegd, danig verneukt.

De Regels Van Matthijs

NCRV

Op een gegeven moment begon het in de loop van 2012 rond te zingen: De Regels Van Matthijs (72 min.) is echt een he-le goe-de film. Het regende uitnodigingen voor internationale festivals. Snel daarna volgden de prijzen. In Zwitserland, Taiwan, Canada, Polen en Groot-Brittannië. En – natuurlijk – in eigen land: een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival en later ook nog een Dutch Directors Guild Award.

Toch begon ik destijds tamelijk blanco aan de documentaire: eerst zien, dan geloven. En precies zo ging ’t. Zonder enige kennis vooraf – dat raad ik iedereen aan, al die andere meningen leiden doorgaans alleen maar af – stapte ik in de wondere wereld van Matthijs, de beste vriend van filmmaker Marc Schmidt. Het was alsof ik met dat besluit direct werd getransporteerd naar een mij volledig vreemde kosmos. Ook al behelst die uiteindelijk niet veel meer dan een rommelig appartement, waaruit de hoofdpersoon dreigt te worden verwijderd door de woningbouwvereniging.

De regels die Matthijs hanteert om grip te houden op zijn leven botsen voortdurend met de regeltjes die hij van buitenaf krijgt opgelegd. Waarom zou je je bijvoorbeeld houden aan de datering zoals we die sinds jaar en dag gebruiken als je ook zelf een 36-tallig stelsel kunt bedenken, waarvoor je per dag maar drie tekens nodig hebt? Het tekent de eigenzinnige veertiger, gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Hij is volledig verdwaald geraakt in ‘onze’ neurotypische wereld, waarin hij maar niet kan aarden. Daarom verschanst Matthijs zich in zijn eigen huis, waarvan hij een onneembare veste probeert te maken.

Schmidt zit zijn jeugdvriend (met extreme close-ups) letterlijk dicht op de huid, legt diens filosofische bespiegelingen, fijne humor en langzaam escalerende conflicten met de buitenwereld nauwgezet vast en komt gaandeweg steeds vaker in de positie dat hij wellicht moet helpen of interveniëren. Want deze indrukwekkende film stevent uiteindelijk af op een ongenadige afloop, die je als een venijnige stomp in de maag treft. Ik heb in elk geval nog dagen naar adem gehapt.

De Regels Van Matthijs is hier te bekijken.

Hypnose Op Recept

28mei_patiënte_Samantha_onder_hypnose

 

Als je het woord ‘psychisch’ in de mond neemt bij ouders en patiënten heb je verloren, meent professor Marc Benninga van het Academisch Medisch Centrum. Omdat ze zich dan niet serieus genomen voelen en het gevoel krijgen: die dokter denkt dat ik gek ben. ‘En dat is absoluut niet het geval.’ Hij zegt het er voor de zekerheid even bij.

Talloze Nederlanders kampen met onverklaarde pijnklachten. Daarop kun je allerlei etiketten plakken: het Chronisch Vermoeidheidssyndroomfibromyalgie of het Prikkelbare Darm Syndroom. Die pijn zit, behalve in hun lijf, ook tussen de oren, maar die conclusie mag je eigenlijk niet hardop uitspreken. In reguliere ziekenhuizen wordt niettemin steeds vaker gebruik gemaakt van hypnotherapie, een behandeling die tot voor kort echt in het alternatieve circuit thuishoorde. Je moet er wel in geloven, vertelt Benninga erbij aan geïnteresseerden.

De journalistieke documentaire Hypnose Op Recept (55 min.) van Nieuwsuur-verslaggever Mirjam Bartelsman volgt enkele artsen die kinderen en volwassenen met onverklaarde pijnklachten behandelen. Hypnose is volgens hen veel effectiever gebleken dan de reguliere behandeling van een kinderarts. Het is zowel voor de doktoren als de patiënten (en hun ouders) wennen. ‘Daar wordt niet in aangeraakt?’ wil de moeder van de tiener Samantha, die al jaren met buikpijn kampt, vooraf graag weten. ‘Dat jij aan haar zit, zeg maar?’ Benninga: ‘Hoe bedoelt u?’ Nou ja, dat als jij die hypno doet, dat je met strelingen enne…’

De gehypnotiseerden worden niet aangeraakt, hooguit door een aangename stem, maar ze lijken getuige deze degelijke film wel te varen bij de therapie. De met weelderige droomsequenties geïllustreerde behandelingen zorgen eerst voor ontlading en daarna voor verlichting. Er komt van alles los; tussen oren en in lijven. Bij mensen, dat vooral.

Bewaarders

bewaarders

 

In de beperking toont zich de meester. De manier waarop Marc Schmidtin Bewaarders (76 min.) omgaat met het feit dat hij de gedetineerden van het hypermoderne Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) niet herkenbaar in beeld kan brengen, behoort tot de absolute pluspunten van deze observerende documentaire. De gevangenen zijn op een virtuoze manier, met een versluierend motiefje en een eigen kleur, gedigitaliseerd. Ze ogen nu als gezichtsloze objecten – werkmateriaal zou je kunnen zeggen – en hebben toch een individueel karakter gekregen.

Die vormkeuze benadrukt de insteek van deze Teledoc, die volledig vanuit het perspectief van de bewaarders wordt verteld. Zij hebben ook letterlijk een stem gekregen in de film. ‘Mijn mond is mijn wapen’, zegt die. Of: ‘Het is heel gemakkelijk om conflicten te krijgen hier, het is juist de kunst om ze niet te krijgen.’ Én: ‘Het werk verandert eigenlijk nooit.’ En met die laatste stelling sluit de stem aan bij een kernvraag van deze film: levert de moderne manier van werken in de JCZ, de grootste en modernste gevangenis van Nederland, daadwerkelijk een andere gevangenis op, met een andere rolverdeling tussen bewakers en bewaakten?

De stem twijfelt hoorbaar: zijn de ‘boeven’ eigenlijk wel in staat om verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen? En hebben de medewerkers van het Justitieel Complex Zaanstad, dat is voorzien van de nieuwste digitale technieken en volhangt met camera’s, op hun beurt voldoende tools om hen daarbij optimaal te ondersteunen? Zeker omdat het aantal gedetineerden met een psychiatrische stoornis en afwijkend gedrag lijkt toe te nemen, hangt die vraag voortdurend boven de markt. Zijn die camera’s er misschien ook een beetje om mij in de gaten te houden? vraagt de stem zich af.

De centrale verteller, die in de ik-vorm reflecteert op het werk van een medewerker van de JCZ, is een sterke troef van deze documentaire, die volledig binnen de afdeling Noord van de gevangenis is opgenomen. Terwijl echte hoofdpersonen ontbreken in deze beklemmende film – hooguit enkele gezichten keren steeds terug – verwoordt die stem wat er in al die verschillende bewaarders met hun eigen aanpak en ‘tone of voice’ omgaat. Zo brengt Schmidt zowel het dagelijks bestaan van een moderne cipier als diens psyche in kaart.