Dark Days

Dogwoof

In de ‘freedom tunnel’ voelen ze zich veilig. Verschoond van de misprijzende blikken van gewone New Yorkers, veilig voor de politie en dieven bovendien. Want die komen echt niet naar beneden. Dat durven ze niet. Of ze vinden het er gewoon smerig. In het tunnelsysteem onder de Amtrak-treinlijn, tussen Penn Station en Harlem, is een soort wijk voor verschoppelingen ontstaan. Volgens Tommy, die op zijn zestiende van huis wegliep, zijn ze echter niet dakloos. Ze hebben immers een thuis.

Voor het aangrijpende groepsportret Dark Days (82 min.) uit 2000 trok de jonge Brit Marc Singer, in de VS aan het werk als fotomodel, halverwege de jaren negentig zo’n tweeënhalf jaar bij hen in. Dit is hun verhaal, samen verteld. Over hoe ze hun geld verdienen, hun liefde voor honden en de elektriciteit die ze stiekem aftappen bijvoorbeeld. En over traumatische ervaringen, psychische problemen en – de grote gelijkmaker – crack. Waaraan een aanzienlijk deel van de tunnelpopulatie verslaafd is.

Ralph, die zelf alleen nog joints rookt, vindt bijvoorbeeld dat Dee maar eens moet stoppen. Zij wil dat echter pas doen als hij geen druk meer op haar legt. En zo belandt het kibbelende duo in een patstelling, waarbinnen ze zich allebei wel senang lijken te voelen. Voor Singers camera, speciaal voor de opnames aangeschaft, leggen ze los van elkaar hun ziel bloot. Hun leven in de tunnel, waarbij ze zich de ratten van het lijf moeten zien te houden, lijkt de logische slotsom van een turbulent leven.

Via de verschillende tunnelbewoners en hun bezigheden dringt deze documentaire in duister zwart-wit diep door in een parallelle wereld, waarbinnen mensen die over de rand van de westerse winner-takes-all wereld zijn gevallen zich, soms al tientallen jaren, staande weten te houden en samen een gemeenschap vormen. Totdat Amtrak hen laat weten dat ze nu toch eindelijk eens weg moeten en de sloophamer eraan te pas dreigt te komen om hun provisorische thuis aan gruzelementen te slaan.

Dark Days – voorzien van een iconische soundtrack door DJ Shadow, met bestaand en speciaal voor deze documentaire geschreven werk – werd overladen met prijzen, maar zou desondanks Marc Singers enige film blijven. Na de opnames ging hij, volgens dit interview, enkele jaren reizen en duiken. Een latere film wilde maar niet lukken en werd door hemzelf vernietigd. Intussen bleef hij contact houden met sommige van zijn oud-tunnelgenoten, die hij had leren kennen als gewone mensen zoals jij en ik.

Rasti Rostelli: The Show Must Go On

Videoland

Marc Dutroux kostte hem bijna dertig jaar geleden zijn carrière. Althans, dat is de premisse van de tweedelige documentaire Rasti Rostelli: The Show Must Go On (84 min.), die toevallig wordt uitgebracht op het moment dat de ‘meesterhypnotiseur’ een comeback wil maken. Zijn drijfveren? Voormalig voorprogramma Hans Klok windt er geen doekjes om: ‘Ik denk geld. Want hij heeft altijd een hoop geld nodig. Maar misschien heb ik ‘t helemaal mis. Misschien hunkert hij wel naar de publieke aandacht.’

‘Ik heb meer dan vijftig- tot zestigduizend mensen gehypnotiseerd op het podium’, stelt de Arubaanse Nederlander Rasti Rostelli (echte naam: Roland van den Berg) over zijn glorieperiode in de jaren tachtig en negentig. De beelden daarvan spreken nog altijd tot de verbeelding: een goeroe-achtige verschijning laat hoogzwangere mannen op het podium bevallen, geeft enkele vrouwen ondraaglijke jeuk door een voodoopop te kriebelen en praat anderen aan dat ze helemaal naakt op het plankier staan. Verbijsterend, tussen hemel en aarde laverend topamusement! Of toch smakeloos en ethisch bijzonder twijfelachtig leedvermaak?

Dit gelikte portret past in een soort herwaardering van de goeroes/charlatans uit het recente verleden, die eerder al resulteerde in miniseries zoals Jomanda: Lady Of The Light en Op Hete Kolen: Het Leven Volgens Emile Ratelband. Het procedé is bekend: een omstreden hoofdpersoon, enkele intimi (zus Ilva van den Berg, jeugdvriend Glenn Pocorni, protégé Menno Bandini en neef/technicus Ricardo Tuinenburg Muis), een paar mediatypes die hem ter wille zijn geweest (Fayah Lourens, die door Rasti van haar wijnverslaving zou zijn afgeholpen, en de ‘Brutale Meiden’ Jennifer de Jong en Tatum Dagelet) en criticasters zoals hoogleraar klinische psychologie Willem van der Does en Jan Willem Nienhuys van de Stichting Skepsis.

Regisseur Manon Hoornstra lardeert Rostelli’s comebackverhaal, dat nog wel wat open eindjes bevat, met spraakmakende fragmenten uit zijn vroegere shows, smeert de boel dicht met zo’n beetje de halve top 100 van de jaren tachtig en heeft daarnaast nog één uitgesproken troef achter de hand: de Vlaming Philippe Coppens. Als achttienjarige was hij in 1995 te gast bij een Rasti Rostelli-show in het Casino te Blankenberge. Nadat Coppens onder hypnose met ontbloot bovenlijf een showtje bleek te hebben weggegeven als ‘de beste danser van The Chippendales’, kreeg hij vrijkaarten om de dag erop terug te komen. Die gaf hij door aan twee vriendinnen met wie hij op vakantie was.

En zo kwam het monster dat Marc Dutroux heet in Rasti Rostelli’s leven.

The Vow Part II

HBO Max

‘The Vow is overcompleet, eenzijdig en véél te lang’, schreef een scribent, ikzelf, die koude rillingen kreeg van het veelbesproken eerste seizoen van de docuserie over Keith Raniere’s NXIVM-sekte. ‘Met zijn ongelooflijke inkijk in de inwendige machinerie van NXIVM – vrijwel elke activiteit of training lijkt te zijn vastgelegd – is de serie op de één of andere verwrongen manier tóch een aanrader voor iedereen met oprechte interesse in de werking van sekte-achtige organisaties en/of de diepgevoelde behoefte om zich eens ongegeneerd te ergeren aan mensen die het staren in hun eigen navel tot kunst hebben verheven.’

Voor al die mensen, en die ene scribent, is er nu een zesdelig tweede seizoen, waarin de sekteleider voor de rechter moet verschijnen. Keith Raniere – die volgens eigen zeggen in de media is neergezet als een soort kruising tussen Jeffrey Epstein en Jim Jones – wordt beschuldigd van seksueel misbruik, mensenhandel, fraude, chantage en, o ja, georganiseerde misdaad. Vrijwel alle hoofdrolspelers uit het eerste seizoen zijn weer van de partij, met ditmaal een centrale positie voor Raniere’s afvallige secondant Nancy Salzman. Advocaat Marc Agnifilo, die optreedt als Raniere’s mediagenieke raadsman, maakt bovendien een overtuigende entree. En ook openbaar aanklager Moira Penza blijkt een zeer verdienstelijke nieuwkomer.

Iedereen pakt, kortom, zijn rol weer in The Vow Part II (372 min.), waarmee Jehane Nouhaim netjes voortborduurt op de eerste negen afleveringen en in wezen nauwelijks nieuwe elementen of onthullingen toevoegt aan het spraakmakende verhaal over de Amerikaanse ‘sex cult’. De basis wordt gevormd door de rechtszaak tegen Raniere, waarvan met animaties een reconstructie is gemaakt, en de rol die de verschillende getuigen daarin spelen. En Keith Raniere reageert daar dan zelf weer op, telefonisch vanuit de gevangenis. Als de malicieuze schurk die vanuit de schaduw nog altijd aan de touwtjes probeert te trekken.

Tegen die achtergrond zoomt Nouhaim ook nog maar eens in op De Methode Raniere, de modus operandi van een orakel/ziener/therapeut die door sommige vroegere volgelingen en enkele huidige aanhangers (verzameld in The NXIVM Five) nog altijd bijzondere krachten worden toegedicht. Hij heeft volgens hen een sleutel naar de psyche van de mens, waardoor van hardnekkige ‘problemen’ zoals het Gilles de la Tourette-syndroom – voor het oog van de camera, natuurlijk – simpelweg ‘uitdagingen’ kunnen worden gemaakt. In wezen betoogt de serie daarmee dat Keith Raniere zelf weliswaar is te vergelijken met een willekeurige maffiabaas, maar dat zijn behandelwijze ook nu nog altijd wonderen zou kunnen verrichten.

Daarbij zijn zonder twijfel kanttekeningen te plaatsen, die in deze serie echter achterwege blijven. Alle aangerichte schade overziend doemt toch vooral de vraag op: is het leven werkelijk zo maakbaar als deze aanhangers van de ‘persoonlijke groei’-religie veronderstellen? Tegelijkertijd blijft het ook verbazingwekkend hoe gemakkelijk sommige hoofdrolspelers van rol lijken te zijn gewisseld: van overtuigde Raniere-discipel naar al even overtuigde NXIVM-dissident, ogenschijnlijk zonder wezenlijke reflectie ertussenin. En altijd is er opnameapparatuur in de buurt. Dit roept onvermijdelijk de vraag op: doen ze wat ze doen terwíjl de camera loopt, of omdát de camera loopt?

Ook The Vow 2 is dus overcompleet, eenzijdig en véél te lang, concludeert de scribent, die nog altijd koude rillingen krijgt van deze docuserie over Keith Raniere’s NXIVM-sekte. Dit vervolg is bovendien net zo overbodig als pak ‘m beet de tweede seizoenen van Making A Murderer en Tiger King. En hoewel het verhaal nu echt, écht!, helemaal lijkt te zijn afgerond, is daarmee niet gezegd dat er ook geen derde seizoen komt. Er kunnen zich zomaar nog nieuwe performers melden die een rol claimen in dit bijzonder mediagenieke drama.

Petites

Rayuela Productions

Ruim 25 jaar zijn alweer verstreken sinds België en de rest van de wereld in de greep raakten van Marc Dutroux. Zijn arrestatie in 1996 zette een collectieve martelgang in gang. Eerst werden de vermiste meisjes Sabine en Laetitia aangetroffen in zijn huis in het Waalse Marcinelle, onder de rook van Charlois. Later bleek dat hij, samen met zijn vrouw Michelle Martin en handlanger Michel Lelièvre, ook verantwoordelijk was voor de geruchtmakende verdwijningen van andere jonge meisjes, waarnaar al een hele tijd werd gezocht: Julie en Melissa. En An en Eefje.

Over Marc Dutroux, de gewetenloze kinderontvoerder en -verkrachter, de spil van een internationaal (?) pedofielennetwerk en de volksvijand die enkele jaren later zowaar nog uit de gevangenis wist te ontsnappen ook is sindsdien veel gezegd en geschreven. Over het complete falen van de Belgische rechtsstaat, waardoor hij véél te lang ongestoord zijn gang kon gaan, eveneens. En over de massale volkswoede als gevolg daarvan, die op 20 oktober 1996 culmineerde in de zogenaamde Witte Mars te Brussel, een massale betoging zonder spandoeken of politieke slogans, natuurlijk ook.

De Zaak Dutroux behoort tot de grootste trauma’s van het moderne België. Dat is ook de insteek die regisseur Pauline Beugnies kiest in de documentaire Petites (Engelse titel: The End Of Innocence, 93 min.). Ze belicht de tragische geschiedenis vanuit het perspectief van kinderen die met ‘Dutroux’ opgroeiden, op zijn jachtterrein bovendien. Gedetailleerd schetsen dertig volwassen Belgen, off screen, hoe ze de gebeurtenissen als kind hebben beleefd en welke gevolgen die hadden voor hun ontwikkeling. De één verzamelde krantenknipsels, een ander maakte speciale radio-uitzendingen over de kwestie.

Hun herinneringen – van ongeloof, angst en verdriet – worden ondersteund door nieuwsreportages en interviews uit de periode dat de nachtmerrie aan het licht kwam en ogenschijnlijk willekeurige familievideo’s uit dezelfde tijd – VHS-beelden die zomaar uit onze eigen kindertijd of gezinnen afkomstig hadden kunnen zijn. Op die manier vloeien de waan van die donkere dagen en de dagelijkse dingen uit het leven van een opgroeiend kind samen tot een persoonlijke impressie van de kwestie die onder de huid van een complete generatie is gekropen en daar springlevend lijkt te zijn gebleven.

‘Voor mij kan elke volwassene een gevaar zijn’, illustreert één van de geanonimiseerde hoofdpersonen bijvoorbeeld treffend hoe seksualiteit voor haar al op heel jonge leeftijd bezoedeld is geraakt. ‘Maar ik wil m’n kinderen die verdrongen gevoelens ook niet inprenten. Daar mogen zij niet het slachtoffer van worden.’ Even daarvoor heeft iemand ook al geconstateerd dat de volwassenen destijds hun catharsis hebben gehad met het politieke debat. ‘Daarmee hebben ze al hun emoties kunnen uiten’, klinkt het spijtig. ‘Al die opstandigheid, wrevel en haat. En de kinderen, tsja…’ 

Het is een wrange conclusie voor een krachtige film, over Dutroux’ directe en indirecte slachtoffers en het land waarin zij nu al 25 jaar leven.

The Alpinist

Piece Of Magic

Solo-alpinisme is volgens kenners de meest pure en avontuurlijke vorm van klimmen. Het is ook de dodelijkste vorm. ‘Zo’n beetje de helft van alle bekendste soloklimmers is in de bergen gestorven’, zegt de befaamde Italiaanse alpinist Reinhold Messner. ‘Dat is tragisch en moeilijk te verdedigen. Maar het hoort bij het idee: als je een avontuur aangaat, zijn moeilijkheden en gevaar nodig. Als de dood niet tot de mogelijkheden zou behoren, dan stelt de klim overleven ook niets voor.’

Hoe gevaarlijk het ook wordt, er zijn altijd waaghalzen te vinden met voldoende bewijsdrang en doodsverachting om de uitdaging tóch aan te gaan – en documentairemakers om de ijzingwekkende onderneming vervolgens met tal van camera’s te vereeuwigen. Zoals de 23-jarige Canadees Marc-André Leclerc, alias The Alpinist (92 min.), en de man die hem met zijn apparatuur op de huid zit en de halsbrekende toeren zo nu en dan ook van commentaar voorziet, Peter Mortimer (eerder al verantwoordelijk voor de enerverende klimfilm The Dawn Wall).

Leclerc is een free solo-klimmer. Hij probeert de hoogste toppen te bestijgen, zonder enige vorm van zekering. Een beetje documentairekijker kijkt daar sinds Free Solo niet meer van op. Been there, done that. Op het beeldscherm, tenminste. En dan mengt de hoofdrolspeler van die Oscar-winnende documentaire uit 2018 zich hoogstpersoonlijk in de strijd. ‘Mensen denken dat het free solo-klimmen zoals ik dat doe gekkenwerk is’, zegt Alex Honnold. ‘Maar ik werk met rotsen. Dat is in veel opzichten veilig. Het materiaal is superrobuust. En dan zie ik Marc-André free solo-klimmen op ijs en sneeuw….’

IJs en sneeuw hebben namelijk één kenmerkende eigenschap: ze zijn onderhevig aan de omstandigheden en daardoor totaal onbetrouwbaar. Ideaal terrein dus voor een onverbeterlijke durfal, ooit gediagnosticeerd met ADHD, die de drang heeft om zijn eigen grenzen te blijven verleggen. Leclerc is alleen geen fan van cameraploegen. Dan is het tenslotte niet meer echt vrij en solo. Voor Mortimer en zijn coregisseur Nick Rosen is dat een flinke uitdaging als hun protagonist, die volgens kenners de grenzen van alpinisme flink aan het oprekken is, zich opmaakt voor zijn grootste uitdaging tot dan toe: Torre Egger, een ontzagwekkende bergtop in Argentinië, die hij ook nog in hartje winter wil gaan beklimmen.

The Alpinist volgt daarmee trouw het stramien van dit soort heroïsche klimdocu’s, waarbij de held met wie je je gaandeweg steeds meer hebt kunnen identificeren uiteindelijk alles in de waagschaal stelt, inclusief de liefde van zijn bewonderende vriendin, om een bovenmenselijke prestatie te verrichten, die dan tevens dienst doet als de grandioze apotheose van de film. En zo had het nu inderdaad ook kunnen uitpakken… Het lot beslist alleen anders, zet de vertelling danig op z’n kop en zorgt ervoor dat ook deze nieuwe free solo-docu er weer behoorlijk inhakt.

Over Grenzen

Prime Video

Afgaande op de lawine van nieuwsberichten over drugsvondsten, laboratoria voor synthetische drugs en afrekeningen binnen het criminele circuit, was de conclusie eigenlijk al onvermijdelijk: Nederland en België nemen een sleutelpositie binnen de internationale drugshandel in. Toch sorteert de vierdelige documentaireserie Over Grenzen (168 min.) nog wel degelijk een schokeffect. Door de schaal van de serie (die zich afspeelt in Mexico, Brazilië, Australië en talloze plekken in de lage landen), de miljardenindustrie die daaruit naar voren komt en de geestdrift waarmee die zich echt in onze directe leefomgeving nestelt.

Deze wereldwijde business, met vertakkingen naar allerlei kleinere en grotere organisaties, gaat bijzonder inventief te werk. In de havens van Rotterdam en Antwerpen arriveren bijvoorbeeld containers die zijn ingericht als appartement. ‘Dus de uithalers, degenen die de switch moeten uitvoeren, zitten al in de container en worden stiekem ook al op de kade gezet’ vertelt de Belgische misdaadjournalist Joris van der Aa. ‘Ze verblijven soms dagen of weken aan één stuk in een container. Er is een wastafel en een toilet in gemaakt. Ze komen eruit. Ze laden de drugs over. En dan gaat die container van de kade af.’

‘Nederland is een draaischijf voor de internationale cokehandel’, stelt zijn Nederlandse collega Yelle Tieleman, één van de misdaadverslaggevers die in deze ambitieuze miniserie van Joost van der Valk, Duco Coops, Anna Maria van ‘t Hek, Sakir Khader, Minna Sedmakov en Joey Boink voor duiding zorgt. Daarnaast laten zij bestuurders, politiefunctionarissen, undercoveragenten en douanebeambten aan het woord. Ze mogen bovendien een kijkje nemen bij zowel politieacties als de illegale praktijken van (geanonimiseerde) labmedewerkers, smokkelaars, uithalers, drugsrunners en rippers, mannen die met bruut geweld dealers beroven.

Gezamenlijk schetsen zij een schemerwereld waarin morele grenzen vervagen en onder- en bovenwereld steeds meer met elkaar verweven dreigen te raken. Ex-smokkelaar Nina Lindeborg vertelt bijvoorbeeld hoe ze kinderlijk eenvoudig een havenmedewerker wist te strikken. Eerst volgde ze met haar eigen auto de bus waarin de man zat, toen hij uitstapte sprak ze hem aan. ‘Binnen dertig seconden zat hij in mijn auto’, zegt ze trots. ‘Ik heb hem een blow job gegeven en toen heb ik hem thuisgebracht. Binnen 24 uur wist ik alles van hem.’ Ze kijkt uitdagend in de camera: ‘En zo wordt het broodje altijd belegd.’

De eerste aflevering van deze met duistere beelden en dreigende muziekjes volgepompte serie ontleedt de internationale handel in cocaïne, aflevering 2 concentreert zich op synthetische drugs, crystal meth in het bijzonder. In deel drie is te zien hoe de georganiseerde misdaad zich manifesteert in het gewone leven, via witwassen, het bedreigen van bestuurders en criminele weldoeners, die zich in sociale activiteiten mengen of sportclubs beginnen te sponsoren. En de laatste aflevering belicht hoe misdaadbendes steeds nieuwe manieren zoeken, de verpletterende drug Fentanyl bijvoorbeeld, om snel geld te verdienen.

‘Als je morgen drugs legaliseert en de Bijbel verbiedt’, zegt Marc Vancoillie, het hoofd van de Centrale Drugs Cel Federale Politie van België, treffend. ‘Dan gaan die criminelen morgen de Bijbel verkopen.’ Tegen zoveel amoreel koopmanschap, dat zich bovendien bijna ongemerkt vestigt in willekeurige plaatsen als Hedel, Hechtel-Eksel of de Wouwse Plantage (waar zowaar een martelkamer met tandartsstoel en allerlei werktuigen werd aangetroffen), is nauwelijks beleid te maken. Toch blijven de autoriteiten aan beide zijden van de Nederlandse en Belgische grens alles op alles zetten. Afgaande op deze onheilszwangere miniserie, die steevast door Antoine Bodar wordt ingeleid met een bezwerende preek, zou dat wel eens een gevecht tegen de bierkaai kunnen worden.

Aznavour, Le Regard De Charles

Piece Of Magic

Via wat hij zag, krijgen we hem te zien. Charles Aznavour (1924-2018), chansonnier, acteur én amateurfilmer. Een paar maanden voor zijn dood leidde hij regisseur Marc di Domenico binnen in zijn heilige der heiligen: een geheime kamer, bezaaid met filmrollen. Aznavour had die hoogstpersoonlijk volgeschoten met de 16mm-camera, die hij in 1948 kreeg van zangeres Edith Piaf. De zanger zou er tot 1982 zijn leven mee filmen, met een bijzonder oog voor de wereld om hem heen én voor vrouwelijk schoon.

Het (zelf)portret Aznavour, Le Regard De Charles (75 min.) is vrijwel volledig opgebouwd uit deze privébeelden: Charles op de filmset van de anti-oorlogsfilm Un Taxi Pur Toubrouk, Charles en zijn toenmalige geliefde op een zeilboot en Charles omringd door handtekeningenjagers in een Chinese trein. Maar vooral zien we wat hij zag: vanaf het moment dat de ruim twintig jaar jongere Zweedse schone Ulla in zijn leven komt, domineert zij bijvoorbeeld een tijd lang elk frame. En verder: de plekken die hij aandeed en de mensen die hij daarbij ontmoette

Intussen vertelt hij zelf, in voice-overteksten die zijn gebaseerd op interviews en notities van Aznavour en ingesproken door acteur Romain Duris, zijn levensverhaal: telg van een familie die de Armeense genocide ontvluchtte, als zanger onder de hoede genomen door Edith Piaf, doorgebroken in het verre Amerika, comfortabel levend in de internationale jetset en toch altijd verlangend naar dat ene land dat Zij, Armeniërs van de diaspora, moesten verlaten. Want je kan een man wel van zijn geboortegrond halen, maar daarmee haal je die grond nog niet uit de man.

Gekende evergreens als La Bohème, Formidable en She begeleiden Aznavours videodagboek, dat de kijker een intieme blik gunt in zijn gedachtewereld en zielenleven. Aan het eind van de film richt hij zich rechtstreeks tot z’n publiek: ‘Ik heb deze beelden nooit teruggezien. Maar ik wist dat u ze ooit zou zien. Vandaag bent u erbij, meekijkend over mijn schouders. Er is geen scheiding meer, geen lijn meer tussen ons. Onze blikken smelten samen.’

Goud

NPS

Iedere kijker weet op voorhand al wat het gaat worden: Goud (105 min.). Niets meer of minder. Dit portret van het Nederlandse dameshockeyteam krijgt dus hoe dan ook een happy end. Aan het eind van het WK van 2006 in Madrid zullen beeldbepalende speelsters als Naomi van As, Minke Booij en Ellen Hoog dolgelukkig hun gouden medaille in ontvangst nemen. En van de missie van coach Marc Lammers staat van meet af aan vast dat ie gaat slagen.

Dat is geen uitdagende premisse voor een observerende documentaire. Misschien heeft Niek Koppen er zelfs wel van wakker gelegen. Toch heeft hij een boeiende film gemaakt. Want ook de weg naar de hemel is geplaveid met goede bedoelingen (en die zijn dan weer niet genoeg om succes te behalen). Onderweg moeten er steeds weer afwijkende meningen, kleine conflicten en opspelende emoties worden weggemasseerd. ‘Misschien zit dat in onze cultuur dat we allemaal moeten praten, praten met iedereen’, verzucht Lammers als hij weer eens tekst en uitleg heeft moeten geven. ‘Ik ben benieuwd of de coach van Australië, Argentinië of China ook zoveel individueel vertrouwen moet geven. We zijn een praatland.’

De hockeycoach zelf is, ondanks de twijfels die hij daarbij heeft, ook een exponent van die traditie. Hij is geen man van kadaverdiscipline of bars geschreeuwde commando’s. Eerder het type brave huisvader, dat en route ook gewoon met zijn vrouw, kinderen en konijn in de weer blijft. Kritisch, dat wel. En Lammers durft ook besluiten te nemen. Daarover probeert hij dan wel weer helder en empathisch te communiceren. Zoals dat hoort in een beschaafde sport. Met speelsters die de definitieve selectie niet halen gaat hij bijvoorbeeld persoonlijk het gesprek aan. Toch sluipt er onvermijdelijk soms onvrede in de selectie. Een coach die iedereen tevreden wil stellen wint uiteindelijk niets.

Koppen krijgt van Lammers echt toegang en kan zo van binnenuit observeren hoe hij met z’n secondanten geduldig aan het team sleutelt. Het individu moet zich daarbij ondergeschikt maken aan het collectief. Dit gaat lang niet altijd vanzelf. Soms knettert het tussen de dames, op andere momenten vinden ze elkaar juist. Met memorabele scènes tot gevolg. Als Minke Booij op haar teamgenoten foetert vanwege twee onnodige tegengoals. Of wanneer Fatima Moreiro de Melo een teamgenoot troost na een sterfgeval in de familie. En als Miek van Geenhuizen woest weg beent als ze wordt gepasseerd voor een wedstrijd.

Toch is er binnen deze vertelling uiteindelijk relatief weinig ruimte voor de individuele speelsters. Niek Koppen zet duidelijk in op het collectief en laat de afzonderlijke personen verdwijnen in het grotere geheel. Goud is dus eerst en vooral een groepsportret: van 22 ambitieuze vrouwen met een gezamenlijke droom: de eerste wereldtitel in zestien jaar. En van hun begeleidingsteam onder leiding van Marc Lammers, dat de boel bij elkaar en op koers moet zien te houden. Totdat het onvermijdelijke ‘We Are The Champions’ over het veld schalt. En minister-president Jan Peter Balkenende telefonisch zijn felicitaties heeft overgebracht.

The Filmmaker’s House

IDFA

Nee, niemand zit op een film over gewone mensen te wachten. Seriemoordenaars, willen ze zien. Of iets met seks. Daarin heeft de Britse documentairemaker Marc Isaacs dan weer geen interesse. En dus kan hij naar financiering voor zijn films fluiten.

Uit arren moede begint hij in zijn eigen huis te filmen. Ogenschijnlijk zonder idee of plan. De twee werkemannen die een nieuwe schutting in zijn tuin plaatsen. Zijn Colombiaanse hulp in huis, die net haar moeder heeft moeten afgeven. De gesluierde Pakistaanse buurvrouw met een zieke echtgenoot en zin om te koken. En de dakloze Slovaak die hij een tijdelijke slaapplek aanbiedt.

The Filmmaker’s House (75 min.) oogt in eerste instantie als een onopgesmukt portretje van de mensen die toevallig bij hem, de filmende filmer, te gast of aan het werk zijn. Isaacs volgt hen met de camera en voert terloopse gesprekjes. Aan de eettafel raken alle aanwezigen bovendien in gesprek met elkaar. Stuk voor stuk blijken ze – scoop! – hun eigen verhaal te hebben.

Gaandeweg wordt steeds duidelijker dat het om een geconstrueerde werkelijkheid gaat, waarbij de documentairemaker een hand heeft in alles wat er zich voor zijn ogenschijnlijk registrerende camera afspeelt. En dat lijkt uiteindelijk ook de boodschap van deze aardige film – wat is waar of authentiek? – die de tijd neemt om naar zijn onverwachte (anti)climax te wandelen.

A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen.Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

3 1/2 Minutes, 10 Bullets

Was het de loop van een geweer? Of toch een loden pijp? Of, zoals de vrienden van Jordan Davis beweren, niet meer dan wat uitdagende woorden? Feit is dat Michael Dunn, een 45-jarige witte Amerikaan, op 23 november 2012 bij een tankstation het vuur opende op de zwarte tiener. 3 ½ Seconds, Ten Bullets (98 min.).

Of ging het toch gewoon om te harde muziek? Klotemuziek, dat wel. Gangsterrap. ‘Rapcrap’, aldus Dunn. ‘Kun je die muziek zachter zetten?’ zou hij hebben gevraagd. ‘Ik kan mezelf niet eens horen denken.’ En Jordan reageerde naar zijn maten in de trant van: ‘Fuck dat, zet die muziek weer aan!’ Net iets te agressief. Waarna Michael Dunn zijn pistool pakte, het wapen opzichtig doorlaadde en de trekker overhaalde. Tien maal dus. Uit zelfbescherming, beweert hij. Hij voelde zich bedreigd. Maar rechtvaardigt dat zulke drastische maatregelen? Zeker als dat wapen van de zeventienjarige jongen nooit wordt gevonden.

Marc Silver onderzoekt in deze stemmige documentaire uit 2015 wat er daadwerkelijk is gebeurd op die dramatische Black Friday in Jacksonville, Florida. Hij laat in dat kader ooggetuigen aan het woord, toont beeldmateriaal van beveiligingscamera’s en de politieverhoren van Michael Dunn en laat telefoongesprekken horen die deze na afloop met zijn verloofde Rhonda Rouer voerde. Intussen volgt Silver via Davis’ ouders de rechtszaak tegen Dunn. Die blijkt op de fatale dag naar de bruiloft van zijn zoon te zijn geweest. Had Michael Dunn daar misschien te veel gedronken? Of was hij soms geïrriteerd doordat de muziek op het feest hem niet aanstond? En hoe geloofwaardig is zijn verweer dat hij zich bedreigd voelde?

Het zijn vragen die in de rechtszaal tot in detail worden behandeld en ook in deze stevige film uitgebreid aan de orde komen. Die trekt daardoor soms een beetje. Tegelijkertijd zijn nuance en context wel degelijk van eminent belang om deze zaak in zijn volle omvang te begrijpen. De ‘loud music-shooting’ paste immers binnen een trend. Enkele dagen na de fatale schietpartij bij het benzinestation werd Jordans vader benaderd door de vader van Trayvon Martin, een zwarte tiener die negen maanden eerder was doodgeschoten door een witte man. ‘Welkom bij de club waarvan niemand lid wil zijn’, zei hij volgens Ron Davis. Een nieuwe hashtag zou opgeld doen en een begrip worden in het hedendaagse Amerika: #BlackLives Matter

Veerkracht: Gevecht Tegen Corona

Videoland

‘Ik ben ervan overtuigd dat u dat Coronavirus hebt en dat uw longen daar heel veel last van hebben’, zegt intensivist Mark van der Kuil tegen Annie Claassen, een oudere patiënte met een zuurstofmasker die uitgeteld op een ziekenhuisbed ligt. De arts stelt voor om haar te verplaatsen naar de Intensive Care. De vrouw uit het Brabantse dorp Odiliapeel moet daarvoor afscheid nemen van haar familie.

Want voor de beademing die ze nodig heeft moet Annie onder narcose. En dat kan wel enkele weken duren. Haar man Willie, die naast zijn vrouw zit en haar hand vasthoudt, schiet ineens helemaal vol. ‘Kumt goed, meid’, zegt hij, niet alleen tegen haar. ‘Ik kan er niet over jokken’, benadrukt Van der Kuil nog maar eens de ernst van de situatie. ‘De kans dat u het niet redt, en dat u het niet overleeft, bestaat wel.’

Terwijl de arts de transfer van Annie Claassen naar de IC regelt, staat haar man verweesd op de gang. Ziet hij zijn vrouw ooit nog levend terug? In het Bernhoven Ziekenhuis in Uden, dat dit voorjaar plotseling in de frontlinie van de Coronacrisis belandde, zijn zulke pijnlijke vragen ineens aan de orde van de dag. Om nog maar te zwijgen over het onmogelijke dilemma dat zich daarna zou kunnen aandienen: wie helpen we wel en wie niet?

De driedelige documentaireserie Veerkracht: Gevecht Tegen Corona (108 min.) volgt van heel dichtbij hoe ziekenhuisdirecteur Geert van den Enden en z’n artsen en verpleegkundigen de zorg op een aanvaardbaar peil proberen te houden terwijl ze geconfronteerd worden met een soort oorlogssituatie. Even knuffelen is er echter niet bij, want ook voor deze zorghelden geldt de anderhalve meternorm.

Regisseur Marc Pos kadert de dramatische gebeurtenissen uit die eerste COVID-19 golf in met terugblik-interviews met enkele kernfiguren uit het ziekenhuis. Die gesprekken geven de ontwikkelingen weliswaar context, maar doorbreken ook een beetje de hectiek van het moment, als nog volstrekt onduidelijk is hoe die pandemie zich gaat ontwikkelen en of de ziekenhuiscapaciteit wel toereikend zal zijn.

En dan wordt dokter Van der Kuil zelf positief getest…

Het Vermoorde Theater

EO

Kunst dient sociaal-realistisch te zijn, verklaart de Russische Bond van Schrijvers in 1935. En het Joodse Staatstheater Goset uit Moskou, dat zich in de eerste twintig jaar van haar bestaan onledig heeft gehouden met kolderieke, uitbundige en absurde voorstellingen, heeft zich maar aan te passen.

In Het Vermoorde Theater (57 min.) schildert regisseur Frans Weisz met veel zwier, affectie en grote gebaren de opkomst en ondergang van het Jiddische theatergezelschap in de communistische heilstaat Rusland, waarin uiteindelijk elke vorm van frivoliteit, en vrijheid, rigoureus de nek om wordt gedraaid door de almachtige leider Jozef Stalin.

Die naargeestige geschiedenis wordt door Weisz verpakt in een uiterst theatrale vorm. Met de acteur Vincent van der Valk als het fictieve personage Nathan, assistent van de kunstenaar Marc Chagall, die tot zijn vertrek uit Rusland decors ontwierp voor Goset. Vanuit de coulissen schetst, duidt en becommentarieert deze Nathan de verwikkelingen in het theater en participeert er soms zelf ook in.

De gekozen vorm is erg dominant en werkt soms op de zenuwen, maar sluit tegelijkertijd ook prima aan bij de inhoud; het dramatische relaas van theater dat systematisch van zijn ziel wordt ontdaan. Waarna het daadwerkelijk om zeep wordt geholpen. ‘Wat moet je met hoop als er geen theater meer is?’ vraagt Nathan zich, als het doek is gevallen, vertwijfeld af. ‘Wat komt er na dit verhaal?’

Het Vermoorde Theater is hier te bekijken.

Het Beest Van Harkstede

Videoland

‘Ik wou baas over een vrouw wezen.’

‘Dat kon toen die tijd nooit ver genoeg gaan voor me. Liefst met geweld.

’‘Toen was het alleen maar begeren, hebben en vernietigen.’

Was getekend: Willem van Eijk, alias Het Beest Van Harkstede (123 min.). Deze driedelige true crime-serie is gebaseerd op het boek Anatomie Van Een Seriemoordenaar van Sytze van der Zee, die tevens als verteller fungeert, en put regelmatig uit audio-interviews die misdaadverslaggever Peter R. de Vries deed met de beruchte Nederlandse seriemoordenaar.

Regisseur Marc de Leeuw doet de donkere dagen herleven toen Groningen volledig in de ban was van een serie moorden op vrouwen, die op een tippelzone werkten als prostituee. In 2001 kwam Willem van E. in beeld, een man die destijds al jaren TBS achter de rug had vanwege twee lustmoorden in de jaren zeventig en daarna zonder enige vorm van begeleiding weer de nietsvermoedende wereld in was gestuurd.

Met bronnen als zijn ex-vrouw Adrie, familieleden van zijn slachtoffers, een nicht, dorpsgenoten, een maatschappelijk werkster en gedragswetenschappers schetst De Leeuw het beeld van een angstaanjagende man, volgens een psychologisch rapport ‘een antisociale persoonlijkheid met een psychotische kern’. Een toonbeeld van externe attributie bovendien, dat consequent weigert om zich te laten behandelen.

De filmmaker vergezelt de getuigenissen over ‘het beest’ met video-opnames van een politieverhoor, suggestieve archief- en reconstructiebeelden en talloze onheilspellende muziekjes. Een slordige twintig jaar na dato is het nauwelijks te geloven dat hij zo lang ongestoord zijn gang heeft kunnen gaan. Niet in een of andere achterlijke uithoek van de Verenigde Staten. Gewoon hier, in Nederland.

Dat simpele feit geeft deze aardige serie écht extra lading.

In De Armen Van Morpheus

Nederlands Film Festival

Morpheus, de Griekse god van dromen, wikt en beschikt. En wij, gewone mensen, zijn niet meer dan pionnen in zijn ondoorzichtige spel. Komt de slaap of juist niet? En hoe komt-ie dan? Zacht en kalm? Of woest en eng? En wanneer dan? Als je hem zoekt. Of steeds weer als je uit zijn greep probeert te blijven? En ook als we gewoon wakker zijn, ijlt zijn werk natuurlijk na. Als een zoete herinnering of onvervulde droom.

In De Armen Van Morpheus (80 min.) leven we levens die doorgaans verborgen blijven voor anderen. Dolend door een naargeestige wereld bijvoorbeeld. Zoals de ogenschijnlijk goedlachse Emily Simons, een Surinaams meisje met veelkleurig rastahaar en een verleden als Jehova’s getuige. Overdag probeert ze de beelden van de nacht op alle mogelijke manieren kwijt te spelen. Als clown en als illustrator bijvoorbeeld. Maar wat vertellen die beelden over haar en haar (familie)verleden?

Deze associatieve film van Marc Schmidt doolt als een slaapwandelaar door een wereld vol schimmige dagen en doorwaakte nachten. Langs restless legs, die een man van middelbare leeftijd regelmatig midden in de nacht tot een fietstocht door de stad dwingen. Via de aandoening narcolepsie, waardoor een jonge vrouw elk onbewaakt ogenblik kan worden overvallen door slaap en heftige dromen. Voorbij het zogenaamde exploding head syndrome, dat een man harde en vaak enge geluiden laat horen tijdens het inslapen of wakker worden.

En dan zijn er nog mensen met reguliere in- of doorslaapproblemen, die het dagelijks leven niettemin danig kunnen ontwrichten. ‘Het is alsof er een vuist in je lijf duwt: wakker blijven!’, vertelt de Vlaams schrijfster Astrid Haerens bijvoorbeeld over haar problemen om de slaap te vatten. ‘Maar het ergste aan slapeloosheid is dat je nooit kunt ontsnappen aan jezelf.’ Ze zou zichzelf soms zo graag willen kwijtspelen, zegt ze met gevoel voor drama. Of de ervaring op zijn minst willen delen. In haar nachtelijke omzwervingen van de geest staat ze evenwel volstrekt alleen.

Schmidts film is als een koortsachtige symfonie van beelden en geluiden, die zich ongevraagd aandienen, de hele boel ontregelen en dan weer wegsterven. Als kijker blijf je verbluft achter. Totdat Morpheus ze later, in de irrationaliteit van onze eigen nachtelijke uren, weer ontsluit in ons hoofd: een meisje in ondergoed dat in het aardedonker door het water waadt, de man die in zijn kamer met geluidsversterkers een kakofonie van sound en feedback produceert of een willekeurig ander tafereel uit deze zinnenprikkelende film dat je tijdens het kijken misschien niet eens bijzonder was opgevallen…

Porndemic

Zelf dachten ze dat hun stiel op het punt stond om de overstap naar de mainstream te maken. Eind jaren negentig leek porno zich definitief te hebben ontworsteld aan zijn schmutzige verleden. Het geld was goed. En de roem ook. Naast een carrière in de Amerikaanse seksindustrie lonkte voor menige performer zelfs een loopbaan als regulier acteur. En toen sloeg het noodlot toe in de miljardenbusiness. In de vorm van een seksueel overdraagbaar en dodelijk virus.

De eerste bekende performer die HIV-postief werd bevonden was de actrice Tricia Devereaux, die nog altijd woedend is over wat haar is overkomen. Niet veel later volgden nog een paar gekende namen. En daarna moesten er onmiddellijk schema’s worden getekend met dwarsverbanden tussen de verschillende acteurs en actrices: wie had met wie gewerkt binnen de kleine ‘pornofamilie’? Stuk voor stuk zouden ze worden getest, om de bron van alle besmettingen te traceren: Patient Zero.

Die taak kwam voor rekening van dokter Sharon Mitchell, zelf jarenlang actief als actrice en regisseur. In de documentaire Porndemic (93 min.) vertelt ze dat de business HIV in zekere zin over zichzelf heeft afgeroepen. Porno was in de jaren negentig, met de opkomst van video en internet, steeds extremer geworden; van anale seks tot gangbangs. De kans op aids, een ziekte die vreemd genoeg nog altijd werd geassocieerd met homoseksuelen en drugsgebruikers, was daardoor flink toegenomen.

En nu was het dus zover: een brandhaard in de porno-industrie. Wie o wie was Patient Zero? Nadat ze alle betrokken sekswerkers had getest, resteerde alleen een voormalige geliefde. Met een list verleidde Mitchell hem om zich te melden. Later maakte ze, zonder zijn toestemming, de resultaten van de bloedtest wereldkundig. ‘Daarvoor zou ze vervolgd moeten worden’, aldus Zero nu. ‘Het was kwaadaardig dat ze dat deed.’ Mitchell is zich nog steeds van geen kwaad bewust: ‘Wat moest ik anders?’

Patient Zero was de lul, constateert adult entertainment blogger Luke Ford in deze lekker slicke film van Brendan Spookie Daly, die is opgeleukt met allerlei kekke muziekjes. Intussen zien we beelden van Mitchell en Zero in betere tijden, hijgend en zwetend tijdens een gezamenlijke seksscène. In werkelijkheid probeerde de pornoster na de onheilstijding om het verhaal naar zijn hand te zetten, maar die missie had nauwelijks kans van slagen. Zeker toen er nog meer apen uit de mouw kwamen…

De langharige loverboy werd persona non grata binnen de wereld die altijd zoveel van hem had gehouden. Zero’s huisgenoot Tom Byron, zelf ook pornoster, wordt nog altijd emotioneel als hij eraan terugdenkt. Samen met insiders als acteur Herschel Savage, regisseur/publicist Bill Margold en de onvermijdelijke Ron Jeremy probeert hij in deze overtuigende documentaire, waarin slinks actiescènes en dialogen uit pornofilms zijn geïncorporeerd, de impact van de HIV-kwestie op de business te duiden.

Die werd, kort gezegd, danig verneukt.

De Regels Van Matthijs

NCRV

Op een gegeven moment begon het in de loop van 2012 rond te zingen: De Regels Van Matthijs (72 min.) is echt een he-le goe-de film. Het regende uitnodigingen voor internationale festivals. Snel daarna volgden de prijzen. In Zwitserland, Taiwan, Canada, Polen en Groot-Brittannië. En – natuurlijk – in eigen land: een Gouden Kalf op het Nederlands Film Festival en later ook nog een Dutch Directors Guild Award.

Toch begon ik destijds tamelijk blanco aan de documentaire: eerst zien, dan geloven. En precies zo ging ’t. Zonder enige kennis vooraf – dat raad ik iedereen aan, al die andere meningen leiden doorgaans alleen maar af – stapte ik in de wondere wereld van Matthijs, de beste vriend van filmmaker Marc Schmidt. Het was alsof ik met dat besluit direct werd getransporteerd naar een mij volledig vreemde kosmos. Ook al behelst die uiteindelijk niet veel meer dan een rommelig appartement, waaruit de hoofdpersoon dreigt te worden verwijderd door de woningbouwvereniging.

De regels die Matthijs hanteert om grip te houden op zijn leven botsen voortdurend met de regeltjes die hij van buitenaf krijgt opgelegd. Waarom zou je je bijvoorbeeld houden aan de datering zoals we die sinds jaar en dag gebruiken als je ook zelf een 36-tallig stelsel kunt bedenken, waarvoor je per dag maar drie tekens nodig hebt? Het tekent de eigenzinnige veertiger, gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. Hij is volledig verdwaald geraakt in ‘onze’ neurotypische wereld, waarin hij maar niet kan aarden. Daarom verschanst Matthijs zich in zijn eigen huis, waarvan hij een onneembare veste probeert te maken.

Schmidt zit zijn jeugdvriend (met extreme close-ups) letterlijk dicht op de huid, legt diens filosofische bespiegelingen, fijne humor en langzaam escalerende conflicten met de buitenwereld nauwgezet vast en komt gaandeweg steeds vaker in de positie dat hij wellicht moet helpen of interveniëren. Want deze indrukwekkende film stevent uiteindelijk af op een ongenadige afloop, die je als een venijnige stomp in de maag treft. Ik heb in elk geval nog dagen naar adem gehapt.

De Regels Van Matthijs is hier te bekijken.

Hypnose Op Recept

28mei_patiënte_Samantha_onder_hypnose

 

Als je het woord ‘psychisch’ in de mond neemt bij ouders en patiënten heb je verloren, meent professor Marc Benninga van het Academisch Medisch Centrum. Omdat ze zich dan niet serieus genomen voelen en het gevoel krijgen: die dokter denkt dat ik gek ben. ‘En dat is absoluut niet het geval.’ Hij zegt het er voor de zekerheid even bij.

Talloze Nederlanders kampen met onverklaarde pijnklachten. Daarop kun je allerlei etiketten plakken: het Chronisch Vermoeidheidssyndroomfibromyalgie of het Prikkelbare Darm Syndroom. Die pijn zit, behalve in hun lijf, ook tussen de oren, maar die conclusie mag je eigenlijk niet hardop uitspreken. In reguliere ziekenhuizen wordt niettemin steeds vaker gebruik gemaakt van hypnotherapie, een behandeling die tot voor kort echt in het alternatieve circuit thuishoorde. Je moet er wel in geloven, vertelt Benninga erbij aan geïnteresseerden.

De journalistieke documentaire Hypnose Op Recept (55 min.) van Nieuwsuur-verslaggever Mirjam Bartelsman volgt enkele artsen die kinderen en volwassenen met onverklaarde pijnklachten behandelen. Hypnose is volgens hen veel effectiever gebleken dan de reguliere behandeling van een kinderarts. Het is zowel voor de doktoren als de patiënten (en hun ouders) wennen. ‘Daar wordt niet in aangeraakt?’ wil de moeder van de tiener Samantha, die al jaren met buikpijn kampt, vooraf graag weten. ‘Dat jij aan haar zit, zeg maar?’ Benninga: ‘Hoe bedoelt u?’ Nou ja, dat als jij die hypno doet, dat je met strelingen enne…’

De gehypnotiseerden worden niet aangeraakt, hooguit door een aangename stem, maar ze lijken getuige deze degelijke film wel te varen bij de therapie. De met weelderige droomsequenties geïllustreerde behandelingen zorgen eerst voor ontlading en daarna voor verlichting. Er komt van alles los; tussen oren en in lijven. Bij mensen, dat vooral.

Bewaarders

bewaarders

In de beperking toont zich de meester. De manier waarop Marc Schmidt in Bewaarders (76 min.) omgaat met het feit dat hij de gedetineerden van het hypermoderne Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) niet herkenbaar in beeld kan brengen, behoort tot de absolute pluspunten van deze observerende documentaire. De gevangenen zijn op een virtuoze manier, met een versluierend motiefje en een eigen kleur, gedigitaliseerd. Ze ogen nu als gezichtsloze objecten – werkmateriaal zou je kunnen zeggen – en hebben toch een individueel karakter gekregen.
Die vormkeuze benadrukt de insteek van deze Teledoc, die volledig vanuit het perspectief van de bewaarders wordt verteld. Zij hebben ook letterlijk een stem gekregen in de film. ‘Mijn mond is mijn wapen’, zegt die. Of: ‘Het is heel gemakkelijk om conflicten te krijgen hier, het is juist de kunst om ze niet te krijgen.’ Én: ‘Het werk verandert eigenlijk nooit.’ En met die laatste stelling sluit de stem aan bij een kernvraag van deze film: levert de moderne manier van werken in de JCZ, de grootste en modernste gevangenis van Nederland, daadwerkelijk een andere gevangenis op, met een andere rolverdeling tussen bewakers en bewaakten?
De stem twijfelt hoorbaar: zijn de ‘boeven’ eigenlijk wel in staat om verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen? En hebben de medewerkers van het Justitieel Complex Zaanstad, dat is voorzien van de nieuwste digitale technieken en volhangt met camera’s, op hun beurt voldoende tools om hen daarbij optimaal te ondersteunen? Zeker omdat het aantal gedetineerden met een psychiatrische stoornis en afwijkend gedrag lijkt toe te nemen, hangt die vraag voortdurend boven de markt. Zijn die camera’s er misschien ook een beetje om mij in de gaten te houden? vraagt de stem zich af.
De centrale verteller, die in de ik-vorm reflecteert op het werk van een medewerker van de JCZ, is een sterke troef van deze documentaire, die volledig binnen de afdeling Noord van de gevangenis is opgenomen. Terwijl echte hoofdpersonen ontbreken in deze beklemmende film – hooguit enkele gezichten keren steeds terug – verwoordt die stem wat er in al die verschillende bewaarders met hun eigen aanpak en ‘tone of voice’ omgaat. Zo brengt Schmidt zowel het dagelijks bestaan van een moderne cipier als diens psyche in kaart.