A Man And A Camera

IFFR

‘Wat is daar de bedoeling van?’ vraagt de man die net lekker met zijn hark bezig was in de tuin. ‘Hallo! Ik vraag wat de bedoeling ervan is.’ Hij is dichter bij A Man And A Camera (63 min.) komen staan, maar antwoord blijft uit. ‘Bent u doof?’ wil een andere man, eveneens werkzaam in het groen, even later weten. Ook nu blijft het stil vanachter de camera.

De man en zijn camera, vermoedelijk documentairemaker Guido Hendrikx, loopt door. Naar een nieuw ‘slachtoffer’, wiens privacy – ongevraagd en zonder commentaar – zal worden geschonden. Aan de deur, in de tuin of bij de intercom. En soms: gewoon binnen, in hun eigen huis. De reacties lopen uiteen: van verbaasd en geamuseerd tot boos en verontwaardigd.

Een beetje geheimzinnig dit. Vertel…

Is het de bedoeling dat ik wat zeg?

Ik doe de deur weer dicht hoor.

Geef die man eens even een koekje.

Ik vind ‘t allemaal prima zo.

Wilt u mee naar binnen?

Zal ik even koffiezetten voor je?

Wat is de diepere zin daarvan? 

Spoor je wel, kerel? 

Ik wil dat je nu weggaat. Anders bel ik de politie.

Je krijgt vijf tellen om te zeggen wat je komt doen. Anders sla ik dat ding in elkaar.

En dan voegt een andere man, zonder waarschuwing vooraf, de daad bij het woord.

Dat is overigens een uitzondering. De andere geportretteerden maken gewoon contact. Zoals je dat doet met een vreemde die geen woord terugzegt. Wat Hendrikx, eerder verantwoordelijk voor de bekroonde en bijzonder ongemakkelijke vluchtelingenfilm Stranger In Paradise, op die manier probeert te zeggen? Heel veel, waarschijnlijk.

Is A Man And A Camera een pleidooi om zorgvuldiger onze privacy te beschermen? Of een relativering daarvan? Een eerbetoon aan de vaderlandse volksaard? Of juist een demasqué? En wat is de kijker van zijn film dan? Een lid van de eigen parochie? Of een nietsontziende voyeur? En zou hij, als almachtige man achter die camera, werkelijk helemaal niets hebben gezegd tegen zijn subjecten? 

Wat de onuitgesproken regels van het experiment ook waren, de camera zoekt gaandeweg ieders grenzen op en maakt van alle betrokkenen bovendien acteurs in het spel dat hun eigen leven wordt. Afhankelijk van z’n gemoedstoestand ziet de nietsvermoedende kijker dat geïntrigeerd aan of zit ie dat geïrriteerd uit. En dan valt Leonard Cohens Going Home in tijdens de aftiteling.

My Darling Vivian

mydarlingvivian.com

In de geschiedschrijving is ze gereduceerd tot een soort voetnoot in het leven van zanger Johnny Cash. De vrouw die hij uiteindelijk zou inruilen voor de flamboyante June Carter. Exemplarisch is in dat verband de Cash-biopic Walk The Line uit 2005, waarin Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon een onweerstaanbaar koppel neerzetten als Johnny en June. Zij, Vivian Liberto, kreeg in die Hollywood-hit een volstrekt ondergeschikte rol toebedeeld: die van de ontevreden echtgenote die achterbleef met vier dochters terwijl Zij de wereld veroverden.

Rosanne, Kathy, Cindy en Tara belichten datzelfde verhaal nu eens vanuit het perspectief van My Darling Vivian (90 min.), hun moeder die dertien jaar getrouwd was met The Man In Black en de rest van haar leven in de schaduw van Johnny en zijn nieuwe vlam, die soms ook nog doodgemoedereerd haar kinderen claimde, zou blijven staan. Zoals treffend vervat in die ene pijnlijke krantenkop: was Johnny Cash’s eerste vrouw zwart? Dat gerucht had ook ten tijde van hun huwelijk al de ronde gedaan en moest toen, vanwege aanhoudende bedreigingen vanuit de Ku Klux Klan, officieel worden ontzenuwd.

De vier zussen Cash krijgen in deze boeiende, soms wat talky film alle gelegenheid om zulke misverstanden recht te zetten en Vivian weer de plek te geven in het leven van hun vader die haar stelselmatig is onthouden. Regisseur Matt Riddlehoover omlijst hun persoonlijke herinneringen met een ontzaglijke hoeveelheid homevideo’s waarin nu eens de vrouw des huizes de hoofdrol krijgt en niet haar voormalige echtgenoot, aan wie ze haar hele leven verknocht zou blijven. In die zin biedt deze documentaire tevens prima tegenwicht aan The Gift: The Journey Of Johnny Cash, waarin ook Johnny’s relatie met June kundig van z’n glamourrandje is ontdaan.

Vivian Liberto, die enkele jaren na de scheiding van haar grote liefde zelf hertrouwde met de politieman Dick Distin, zou die documentaire niet meer meemaken. Zoals ook Walk The Line haar (net) bespaard bleef. In 2005 overleed ze op 71-jarige leeftijd, twee jaar nadat ook Johnny was gestorven. Ze had van hem nog wel toestemming gekregen om haar levensverhaal op te tekenen. De memoires van Vivian Cash (!) I Walked The Line: My Life With Johnny, waarin ook talloze liefdesbrieven van haar ex-man zijn opgenomen, verschenen in het jaar van haar dood.

Boogie Man: The Lee Atwater Story

Zijn naam blijft voor altijd verbonden aan die van Willie Horton. De zwarte Amerikaan heette in werkelijkheid William Horton, maar Willie klonk nu eenmaal gevaarlijker. Zoals het beleid om weekendverlof te geven aan gedetineerden ook niet afkomstig was van de Democratische gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis, maar van één van diens voorgangers, Francis Sargent, een Republikein nota bene.

Voor Lee Atwater (1951-1991), de spin doctor van de Republikein George H. Bush, was dat in 1988 echter helemaal geen beletsel: presidentskandidaat Dukakis werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de roofoverval, gewelddaden en verkrachting die de archetypische boze zwarte man ‘Willie’ pleegde tijdens zijn verlof. ‘Tegen de tijd dat wij klaar zijn’, pochte Atwater toentertijd zonder enige vorm van schaamte, ‘denken mensen dat Willie Horton de running mate van Dukakis is.’

De beruchte racistische campagnespot zou een sleutelrol spelen in de verkiezing van zijn baas tot president van de Verenigde Staten. Hoewel Lee Atwater ook een rol(letje) zou spelen bij andere Republikeinse presidenten zoals Nixon, Reagan en Bush Jr., stellen vrienden, collega’s en opponenten in Boogie Man: The Lee Atwater Story (88 min.) dat hij eigenlijk helemaal geen zwaar doortimmerd conservatief gedachtengoed had. De politieke profi uit South Carolina had maar één ideaal: winnen. Ten koste van alles en iedereen, waaronder hijzelf.

In dat verband bevond de man met ‘the eyes of a killer’ zich voortdurend in goed gezelschap, kerels die nog altijd met liefde en plezier over Atwater vertellen: Ed Rollins (een belangrijke politieke adviseur van het Republikeinse icoon Reagan en tevens de leermeester van Atwater, die hem een mes in zijn rug zou steken), Karl Rove (Atwaters voormalige rechterhand en de mannetjesmaker van George W. Bush) en Roger Stone (Donald Trumps dirty trickster). Om de huidige Republikeinse partij te kunnen begrijpen, is kennis van de persoon, tacticus en straatvechter Lee Atwater eigenlijk onontbeerlijk.

Dit traditioneel opgebouwde portret van Stefan Forbes uit 2008 belicht weliswaar ’s mans getraumatiseerde jeugd, zijn affiliatie met de opper-segregationist Strom Thurmond en die opmerkelijke voorliefde voor de bluesgitaar, maar concentreert zich natuurlijk vooral op het centrale verhaal van Atwaters carrière: de presidentscampagne van ‘88. En daarbij komen zowaar ook Bush’ grote tegenstrever Michael Dukakis en zijn echtgenote Kitty aan het woord. Zij werden voor het leven getekend door de vuile trucs van ‘de Amerikaanse Machiavelli’.

Uiteindelijk zouden de malicieuze aantijgingen ook Lee Atwater zelf inhalen. Een typisch geval van boontje komt om zijn loontje. Toen de spin doctor par excellence als dertiger terminaal ziek werd en toch nog wroeging leek te krijgen, bleek hij zich niet meer los te kunnen maken van zijn eigen creatie: Willie Horton was een toonbeeld geworden van racisme in de Amerikaanse politiek en Atwater ging de herinnering in als de gewetenloze instigator daarvan.

Feels Good Man

Het is een soort monster van Frankenstein geworden. De Amerikaanse cartoonist Matt Furie verzon ooit een onschuldige stripfiguur, Pepe The Frog. Die groeide al snel uit tot een immens populaire internetmeme. De verpersoonlijking van de sullige outsider, met als laconieke lijfspreuk Feels Good Man (94 min.). Lekker melige slackershumor, waarschijnlijk geconcipieerd onder invloed van een flinke joint. En volstrekt ongevaarlijk.

Tenminste, totdat de kikker in de duisterste uithoeken van het wereldwijde web, het internetforum 4chan in het bijzonder, werd gekaapt door de alt-right beweging en vervolgens een soort menselijke bloedsbroeder kreeg: Donald Trump. Die veegde zijn achterwerk af met elke vorm van politieke correctheid en zou zich ontwikkelen tot de katalysator die van Pepe een wereldwijd symbool van racisme, haat en antisemitisme maakte. Met humor als dekmantel.

Furie besluit zijn geesteskind op een gegeven moment zelfs maar ten grave te dragen. Er is geen redden meer aan. Pepe The Frog lijkt dan eenzelfde lot beschoren als Jacobse & Van Es van De Tegenpartij, die zo succesvol werden als parodie op extreemrechtse partijen dat buitenstaanders nauwelijks nog het verschil zagen en hun scheppers Kees van Kooten en Wim de Bie zich genoodzaakt zagen om het duo te laten sterven.

Regisseur Arthur Jones reconstrueert de levensgeschiedenis van de uncoole kikker met zijn geestelijk vader en diens directe (werk)omgeving, illustreert die met alle mogelijke Pepes en koerst in deze boeiende en actuele film uiteindelijk af op een juridische confrontatie tussen Furie en meestercomplotdenker Alex Jones van InfoWars, die zich de koddige kikker heeft toegeëigend en posters met zijn beeltenis verkoopt.

Kan Matt Furie met een rechtszaak over inbreuk op zijn auteursrecht de controle terugkrijgen over zijn eigen creatie en Pepe redden van de extreemrechtse troepen die hem in de afgelopen jaren hebben gegijzeld? En kan dat ooit meer worden dan een Pyrrusoverwinning, die vooral hem persoonlijk een aardige afkoopsom oplevert? Feels Good Man geeft een dubbelzinnig antwoord.

Ruut Weissman – De Hoofdpersoon

NTR

Hij is een grote man. Letterlijk. En figuurlijk. Groter dan hij zelf waarschijnlijk in de gaten heeft. En blijkbaar was dat in de jaren zeventig – toen hij eind twintig was, theatervoorstellingen regisseerde en de Theaterschool & Kleinkunstacademie in Amsterdam runde – ook al zo. Dat verleden heeft Ruut Weissman enkele jaren geleden ingehaald. Hij werd, zoals hij dat zelf zegt, ‘meegenomen in die #metoo-storm’ en lijdend voorwerp van enkele pijnlijke publicaties.

‘Je wilt niet weten wat dat voor een impact heeft’, vertelt Weissman aan documentairemaakster Judith de Leeuw, die met hem een theatervoorstelling over de kwestie gaat maken en het maakproces daarvan wil vastleggen in een film. ‘Daar wil ik ook helemaal niet zielig over doen, maar dat is wel wat het is. Ik heb echt overwogen om voor de trein te springen op een gegeven moment.’

Ruut Weissman – De Hoofdpersoon (78 min.) start met diezelfde voorstelling, Priviliged Man, een monoloog van actrice Harriët Stroet, die ook zo haar #metoo-ervaringen heeft. ‘Ik heb bedacht dat ik hem nog een keer wil spreken’, zegt ze, alleen op het podium. ‘Ik heb hem benaderd en hij heeft zonder aarzelen ingestemd. De ontmoeting vindt plaats in een oude tuin van een grachtenhuis. In dat grachtenhuis was de school gevestigd, toen. Hier ben ik – kan ik dat zeggen? – gelukkig geweest en ook gewond geraakt.’

Als de thematiek van de voorstelling, en daarmee ook van deze documentaire, helder is neergezet, introduceert De Leeuw haar hoofdpersonage. Ze probeert hem tevens te regisseren, voorwaar geen sinecure. De spanning tussen de filmmaakster en haar protagonist – en eerder al tussen docent en student en later in de film tussen regisseur en actrice – vormen het hart van dit broeierige portret van Weissman, een overheersende man, een explosief heerschap en – soms – een aandoenlijk jongetje.

Via alle aanvaringen, toenaderingspogingen en (bijna)liefdesverklaringen, die parallel zijn gemonteerd met delen uit de voorstelling waaraan ze werken, openbaart zich een gepassioneerde kerel met een aanzienlijke geldingsdrang, ‘al was het alleen maar om mijn moeder te laten zien dat ze niet voor niets de kampen heeft overleefd’. Een alfaman, aimabel ook, die volgens eigen zeggen niet doorhad welke positie hij had. In een tijd ook, waarin dat nog best vanzelfsprekend was.

Doordat Judith de Leeuw hem in al zijn complexiteit probeert te laten zien, wordt Ruut Weissman – De Hoofpersoon een waardevolle aanvulling op alle #metoo-documentaires vanuit slachtofferperspectief, die demonstreert hoe verschillend mensen, afhankelijk van hun eigen rol daarin, dezelfde werkelijkheid kunnen beleven. Én een intense, spannende en toch ook dappere film over zo’n man, die groter lijkt dan goed voor hem (en anderen) is.

Ruut Weissman – De Hoofdpersoon is hier te bekijken.

One Man And His Shoes

Piece Of Magic

Wat valt er na de geweldige documentaireserie The Last Dance, die diep in de ziel van het Amerikaanse basketbal en zijn grootste ster kijkt, nog te vertellen over Michael Jordan? Nou, bijvoorbeeld dat hij na The Chicago Bulls ook het sportmerk Nike in de vaart der volkeren opstootte.

In One Man And His Shoes (83 min.), waarin die ene man zelf overigens schittert door afwezigheid, wordt dat verhaal uitgediept. Het besluit om van de jonge Jordan, die op dat moment nog nauwelijks wat heeft gepresteerd, het gezicht te maken van Nike wordt op het conto geschreven van scout Sonny Vaccaro. Hij ziet in het cocky talent een ‘crossover person’, een icoon in de dop dat zijn eigen prestaties, team en sport kan ontstijgen. ‘Give it to the kid’, zou Vaccaro hebben gezegd. En zo geschiedde.

De ontwikkeling en promotie van de ‘Air Jordan’-schoen in de jaren tachtig en negentig was op zichzelf ook revolutionair: met een uitgekiende marketingcampagne werd de teamsporter Michael Jordan in de markt gezet als een individuele topsporter, compleet met zijn eigen schoenenlijn en kekke Spike Lee-commercials. Die keuze zou een gouden zet blijken te zijn: Nike werd een toonaangevend sportmerk, Jordan liep helemaal binnen en sneakers groeiden uit tot een gigantische rage, die tot op de dag van vandaag nog altijd niet is uitgewoed.

Zo diepgravend en enerverend als The Last Dance wordt deze aardige bijsluiter van Yemi Bamiro (natuurlijk) nooit, maar One Man And His Shoes brengt met ingewijden als voormalig Jordan-manager David Falk, sportschrijver Scoop Jackson, NBA-bobo David Stern en een hele sloot marketeers wel degelijk een belangrijk scharnierpunt in de Amerikaanse sportmarketing in kaart. Toen een doodgewone sportschoen het statussymbool voor een complete generatie werd.

De Kleine Man, Tijd En De Troubadour

EO

‘De kleine man voorzag dat er ruzie zou komen’, stelt Sipa Labakhua in de autobiografische voorstelling De Kleine Man, Tijd En De Troubadour (55 min.) van het poppentheater waarmee hij door zijn geboorteland Abchazië trekt. ‘Hij waarschuwde de zijnen, tevergeefs.’ Na de val van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren negentig ontstond er oorlog in de voormalige deelrepubliek waar Labakhua opgroeide en zijn vader, de kleine man, toentertijd een politieke functie bekleedde.

In deze bespiegelende roadmovie volgt Ineke Smits de zelfverklaarde troubadour door het land aan de Zwarte Zee, dat is getekend door de strijd met Georgië. Ze doorsnijdt zijn ontmoetingen met gewone burgers – van een jonge kunstenares die niets begrijpt van patriottisme tot twee zangeressen van traditionele Abchazische liederen – met passages uit zijn surrealistische voorstelling. ‘Dit is een parabel over de tijd die slaapt’, zegt Labakhua daarover in gesprek met zijn publiek. ‘Hij slaapt nog steeds, maar vermoordde mijn vader, hij verzwolg hem. Mijn manier om met slapende tijd om te gaan, is door ermee te spelen.’

Spelenderwijs werpt de poppenspeler, in eendrachtige samenwerking met Smits, elementaire vragen op over hoe we als mensen worden bepaald door onze oorsprong. Is dit land, met z’n Sovjet-flats, idyllische natuur en oorlogsruïnes, nog hun thuis? vraagt Labakhua zich af, terwijl hij door het land rijdt, een agressieve hond afschudt en steeds dichter bij zijn vader, de kleine man, komt. En waardoor wordt een thuisland überhaupt gekenmerkt? Na een lange tocht concludeert de troubadour voor zichzelf. ‘Mijn land is mijn kunst en mijn thuis is mijn talent. Daar zijn geen grenzen.’

Capturing Lee Miller

NTR

Haar zoon Antony wist van niets. ‘Ik kende mijn moeder als een nutteloze dronkaard. Als een hysterica voor wie het nemen van de trein al een hele onderneming was.’ Toen vond zijn vrouw een collectie foto’s op zolder. Antony Penrose kon het nauwelijks geloven. Was dit werk van zijn moeder? En was zij dat ook, die stijlvolle vrouw in Vogue?

Toen Antony talloze naaktfoto’s van zijn moeder zag, kon hij zijn ogen helemaal niet meer geloven. En toen hij ook nog hoorde dat die waren gemaakt door haar vader, zijn eigen opa Theodore, wist hij ook niet of hij zijn oren mocht vertrouwen. Voor zijn geestesoog ontstond een nieuwe vrouw, de vrouw die zijn moeder ooit geweest moest zijn: Lee Miller (1907-1977). Model. Muze. Icoon. Fotograaf. Surrealistische kunstenaar. En oorlogscorrespondent.

Penrose besloot een biografie over die onbekende moeder te schrijven, The Lives Of Lee Miller, en fungeert nu tevens als één van de intimi, deskundigen en navolgers in Capturing Lee Miller (60 min.) die haar leven en oeuvre proberen te duiden. Van de vrijheid blijheid van het interbellum en haar jaren als Alles van sterfotograaf Man Ray via de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog naar de periode waarin ze zichzelf helemaal kwijtraakte en weer terug probeerde te vinden.

Regisseur Teresa Griffiths volgt de bewogen levensroute van haar hoofdpersoon nauwgezet, probeert het wezen van de enigmatische vrouw te vangen in stijlvolle sequenties en lardeert dit geheel met fraaie zwart-wit foto’s van en met de ontzettend veelzijdige Lee Miller. Zo belicht ze alle zijden van een vrouw die haar tijd ver vooruit was, voor wie de wereld te klein leek en die uiteindelijk tóch in de vergetelheid raakte. En dat vond ze misschien niet eens zo heel erg. Haar verleden, vol met trauma’s ook, werd veilig opgeborgen, op zolder.

Het komt allemaal samen in die ene wereldberoemde foto van Lee Miller in de badkuip van Adolf Hitler, die ongeveer op datzelfde moment een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Een ongenaakbare blote vrouw, met een staatsieportret van Der Führer op de rand van het bad, die tevergeefs de ellende van het concentratiekamp van Dachau, waar ze die ochtend een serie indrukwekkende foto’s voor Vogue heeft geschoten, van zich af probeert te wassen.

Tiananmen: The People Versus The Party

PBS

Het is een tafereel dat op het netvlies van een complete generatie staat gebrand: een Chinese man stelt zich op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing te weer tegenover een rij oprukkende legertanks en dreigt erdoor verpletterd te worden. In één enkel beeld is vervat hoe het communistische regime in 1989 de roep om democratisering, ‘dialoog’, van de Chinese studentenbeweging met bruut geweld de nek omdraaide.

Dertig jaar later is nog altijd onbekend wie deze ‘Tank Man’ was, die het symbool werd van een uiteindelijk vruchteloze campagne om van China een normaal functionerende democratie te maken. In de journalistieke documentaire Tiananmen: The People Versus The Party (111 min,) reconstrueert Ian MacMillan met toenmalige studentenleiders, ooggetuigen, mensenrechtenactivisten en sinologen gedetailleerd de redenen voor, aanloop naar en achtergronden van de confrontatie tussen het communistische regime en de nieuwe generatie Chinezen die westerse waarden nastreefde.

Als alwetende verteller vertolkt Corey Johnson daarbij een prominente rol. Zijn voice-over fungeert als verbindende factor die van alle ervaringen en meningen en het overvloedige archiefmateriaal een coherent verhaal maakt, dat onvermijdelijk afstevent op een dramatische (anti)climax. Waarbij de studenten die zijn opgestaan voor hun idealen voor de elementaire keuze worden gesteld of ze moeten blijven staan of toch beter kunnen buigen voor het overmatige geweld van de machthebbers. De cruciale vraag in dit soort situaties: do or die?

Het Plein van de Hemelse Vrede verandert in het strijdtoneel voor een Hels gevecht, dat drie decennia later nog altijd na-ijlt. Ook al heeft de revolte ogenschijnlijk weinig concreets opgeleverd, zo toont deze interessante en uitstekend gedocumenteerde, maar ook wat schoolse geschiedenisles eens te meer aan. Aan de vooravond van de dertigste ‘verjaardag’ van Tiananmen hebben de Chinese autoriteiten onlangs activisten en familieleden van slachtoffers gearresteerd, onder huisarrest geplaatst of naar andere plaatsen overgebracht. Voor het geval iemand zich nog vreemde ideeën in het hoofd wilde halen…

De Man Die Achter De Horizon Keek

Bas Jan Ader / KRO-NCRV

Kijk goed naar de foto hierboven. Dit is Bas Jan Ader. Hij staat op het punt om de Atlantische Oceaan over te steken. Van Amerika naar Engeland. In het kleinste zeilbootje ooit. De Ocean Wave. Gekkenwerk!

Zijn vrouw Mary Sue maakte deze foto van hem. Voordat hij, op 9 juli 1975, aan de oostkust van de Verenigde Staten de zee opging. Het is het laatste beeld van de Nederlandse avonturier en kunstenaar. Negen maanden later is zijn boot teruggevonden bij de Engelse kust. Van Bas Jan ontbreekt ruim veertig jaar later nog elk spoor.

Of toch niet? Martijn Blekendaal stuit op aanwijzingen dat er wel eens iets héél anders achter die verdwijning zou kunnen zitten. Hij pluist bijvoorbeeld de vele zwart-wit video’s die zijn held achterliet uit op mogelijke clous. Slapstickachtige filmpjes. Bas Jan laat zich van een tak in het water vallen. Bas Jan probeert schuin te staan en valt. En Bas Jan rijdt met zijn fiets de plomp in.

Intussen wordt de joyeuze verteller Blekendaal zelf steeds meer de hoofdrolspeler van deze met veel fantasie, schwung en humor aangeklede zoektocht naar De Man Die Achter De Horizon Keek (28 min.), die zijn doel steeds nadrukkelijker uit het oog verliest. En dat, de heilzame ontsporing van Blekendaals queeste, lijkt vanaf het allereerste moment de bedoeling te zijn geweest.

Op die foto hierboven had dus net zo goed Martijn Blekendaal kunnen staan. Dat had hij overigens ook best gewild. Die allesbepalende stap durven te zetten naar dat véél te kleine bootje.

Man With A Movie Camera

Ik geloofde mijn ogen niet en spoelde even terug. Had ik in die sequentie over leven en dood, te midden van een huwelijksceremonie, publieke uitvaart en het (met afgeschermd gezicht) tekenen van de scheidingspapieren, werkelijk gezien hoe een vrouw haar kind krijgt? Nee, de baby blijkt al te zijn gebaard. Alleen de navelstreng moet nog worden doorgeknipt.

Het is niettemin een erg expliciete scène. Negentig jaar na dato kun je zo als argeloze kijker nog altijd van de ene in de andere verbazing vallen bij Man With A Movie Camera (99. min.) uit 1929. De stomme film van Dziga Vertov portretteert via een alom tegenwoordige cameraman en zijn (veelal verborgen) mechanische oog het dagelijks leven in Sovjetsteden als Moskou, Kiev en Odessa. Van zonsopgang tot zonsondergang.

Behalve ‘a slice of life’ uit een verloren wereld offreert Vertov, zonder duidelijke verhaalstructuur of uitgewerkte personages, echter vooral een keur aan revolutionaire film- en montagetechnieken die in de navolgende decennia een vanzelfsprekend onderdeel zullen worden van onze beeldtaal; van slow- en fast motion tot split screen, (extreme) close-ups en de vreemdste kadreringen. En al die elementen worden met ongelooflijk veel vaart, schwung en oog voor detail uitgeserveerd.

Destijds, in de begindagen van het nieuwe medium, begrepen ze er naar verluidt weinig van. De avant-garde documentaire Man With A Movie Camera werd door critici afgeserveerd als een typisch geval van vorm boven inhoud. Pas later kwamen de erkenning en bewondering. En een vaste plek in elk zichzelf respecterend overzicht van de beste documentaires aller tijden.

Voor een cinematografisch hoogstandje dat, zeker met de meeslepende moderne soundtrack erbij die The Cinematic Orchestra in 2003 maakte, nog altijd een lust voor oog en oor blijkt. Vertovs experimentele film is niet minder dan een uitbundige viering van wat cinema is – en in die tijd: zóu kunnen zijn. Een venster naar de toekomst van film, documentaire in het bijzonder, waarin de kunstvorm naar alle windstreken zal uitwaaieren. 

Wu-Tang Clan: Of Mics And Men

Don’t grow old gracefully’, voegde Pete Townshend The Rolling Stones ooit toe bij hun introductie in The Rock And Roll Hall Of Fame. ‘It wouldn’t suit you.’ En als dat voor één hedendaagse act ook zou moeten gelden, dan is het voor The Wu-Tang Clan. En zie daar: 25 jaar na dato opereren de New Yorkse hiphoppers nog altijd als een hechte eenheid, die tegelijkertijd elk moment kan ontsporen.

Individueel zouden deze jongens uit een achterbuurt in Staten Island, die vrijwel allemaal opgroeiden in een vaderloos gezin en daarna in de welig tierende drugswereld belandden, stuk voor stuk uitgroeien tot absolute wereldsterren: RZA, Method Man, Ghostface Killah, GZA, Masta Killa, Raekwon, Cappadonna, Inspectah Deck, U-Love en de onverbeterlijke brokkenpiloot Ol’ Dirty Bastard (die in 2004 overleed aan een fatale combinatie van cocaïne en pijnstillers). En dat zette, natuurlijk, druk op het collectief. In de vierdelige documentaireserie Wu-Tang Clan: Of Mics And Men (232 min.) van Sacha Jenkins wordt dat niet onder het tapijt geveegd. Geld en onderlinge wedijver hebben heel veel verpest.

Een pijnlijk voorbeeld daarvan is de relatie van Wu-Tangs onbetwiste spil Robert ‘RZA’ Diggs met zijn oudere broer Mitchell ‘Divine’ Diggs, die jarenlang de zakelijke belangen van de groep behartigde. Divine moest met lede ogen aanzien hoe er in Wu-Tang Clan-verband enorme sommen geld werden verkwist en kon/kan al helemaal niet begrijpen dat zijn broer anderen ruimte gaf om elders een solocarrière op te starten (en zo het bedrijf tientallen miljoenen lichter maakte). Voor RZA is het echter nog altijd simpel: een ‘brother’, zo niet zijn eigen broer, is belangrijker dan de knaken. Divine, die sindsdien duidelijk goed heeft geboerd, blijkt nog altijd niet on speaking terms met de rest van de groep, maar doet wel degelijk zijn zegje in de serie.

En ook sommige anderen hebben nog een rekening te vereffenen met elkaar. Neem dat gerust letterlijk. Treffend zijn bijvoorbeeld de verwikkelingen rond het album Once Upon Time In Shaolin (2015), waaraan de Tilburgse (!) reserve-Wu-Tanger Cilvaringz en diens beschermheer RZA zes jaar lang in stilte, stiekem dus, werkten. Diverse clanleden hadden naderhand het gevoel dat ze erin waren geluisd. Toen ze op verzoek een stukje inrapten, was er helemaal geen sprake van een officiële Wu-Tang Clan-langspeler, waarvan bovendien maar één (lees: 1) exemplaar op de markt zou worden gebracht. Toen het ding op een veiling voor twee miljoen dollar werd gekocht door ‘de meest gehate man van Amerika’, waren de rapen gaar.

Dergelijke strubbelingen geven de met veel interviews, archiefmateriaal en muziek opgetekende bandhistorie kleur, maar eigenlijk is de menselijke noot, als de hiphop-pet zogezegd even wordt afgezet, nog veel interessanter. Als Masta Killa en zijn vader bijvoorbeeld vertellen dat ze familie zijn van Marvin Gaye. Of als Method Man en U-God tijdens hun bezoek aan een voormalig bijbaantje, in het restaurant bij het Amerikaanse vrijheidsbeeld, weer even de tieners Clifford Smith en Lamont Hawkins worden. ‘Ik droom soms dat ik hier nog werk’, zegt Clifford (alias Method Man) tegen ‘meneer Hill, zijn voormalige leidinggevende. ‘Dit was echt de beste baan die ik ooit heb gehad.’ Waarna hij een veger en blik vraagt en nog eenmaal het restaurant rondgaat.

Al met al zijn de wildebrassen, getuige dit bijzonder aardige groeps- en zelfportret, toch nog behoorlijk gracieus opgegroeid. Als artiest, als lid van de Wu-Tang-familie én als vader van hun eigen kinderen. En die zogenaamde ‘volwassenheid’ staat ze niet eens slecht.

The Man Who Stole Banksy

‘Het is alsof iemand een gouden Rolls Royce achterlaat op een parkeerplaats’, zegt kunstverzamelaar Robin Burton. ‘En als parkeerplaatseigenaar zie je dat die auto blijft staan. Een maand, een jaar… Op een gegeven moment word jij dan de eigenaar. Want Banksy kan hem niet komen claimen.’

Die ‘hit and run’-benadering typeert de werkwijze van Banksy, een man die als een soort kunstguerrilla ergens opduikt, een prikkelend graffitiwerk achterlaat en daarna weer spoorslags verdwijnt. Zijn identiteit wordt strikt geheim gehouden. En soms wordt hij ineens wereldnieuws, zoals toen onlangs zijn doek Girl With Balloon voor ruim een miljoen euro werd verkocht bij veilinghuis Sotheby’s. Waarna het zichzelf, met een ingebouwde versnipperaar, terstond vernietigde.

In 2007 maakte de anonieme kunstenaar in Bethlehem zes muurschilderingen, waaronder een Israëlische soldaat die de papieren van een ezel controleert. Probeerde hij daarmee de Israëlische behandeling van Palestijnen onder de aandacht te brengen of hij maakte hij, zoals sommige lokale bewoners denken, gewoon alle Palestijnen uit voor ezels? De graffiti zorgt in elk geval voor de nodige commotie.

Een taxichauffeur/amateurbodybuilder, bijgenaamd Walid The Beast, ziet vooral geld in Banksys werk, besluit de muurschildering uit te zagen en brengt hem samen met een plaatselijke scharrelaar stiekem op de markt. Waarna ‘de soldaat en de ezel’ al snel in het decadente westen belandt. Regisseur Marco Proserpio volgt het werk naar alle uithoeken van de internationale kunsthandel; van een ‘expositie’ in een luxueus Brits winkelcentrum tot de verplichte veiling ervan in Los Angeles.

Intussen stelt The Man Who Stole Banksy (93 min.) prangende vragen over de waarde van straatkunst en of die ook/vooral wordt bepaald door zijn maatschappelijke context. ‘Het is niet alleen verf op een muur’, benadrukt Vera Baboun, burgemeester van Bethlehem. ‘Het werk drukt onze kernwaarden uit.’ Met het ontvreemden van de muurschildering van Banksy, die zij overigens consequent Bansky noemt, is in haar ogen dus ook de Palestijnse zaak geweld aangedaan.

Anderen noemen het uitzagen van Banksys kunstwerk gewoon diefstal en maken zich in deze interessante film, waarin Iggy Pop als verteller fungeert, boos over de vercommercialisering van kunst. De Italiaanse straatkunstenaar Blu, die samen met Banksy in Bethlehem was, besluit zelfs om bijzonder drastische maatregelen te nemen, om te voorkomen dat ook zijn werk ergens in de wereld onder de hamer belandt.

The Innocent Man

Netflix

Twee strafzaken die ogenschijnlijk niets met elkaar van doen hebben: de verkrachting van en moord op Debbie Carter in 1982 en de verdwijning van een andere jonge vrouw, Denice Haraway, anderhalf jaar later. Beide misdrijven vonden plaats in Ada, een slaperig stadje in Oklahoma. En in beide zaken werden twee mannen aangeklaagd en veroordeeld. Maar zijn deze vier langgestraften ook werkelijk schuldig? En (wat) hebben de twee verontrustende delicten met elkaar te maken?

De startpositie van de zesdelige documentaireserie The Innocent Man (282 min.), gebaseerd op de enige non fictie-thriller van bestsellerauteur John Grisham, voelt direct vertrouwd: true crime, zoals Amerikaanse documentaireproducenten die tegenwoordig per strekkende meter afleveren. Een enerverende achtbaanrit door het plaatselijke justitiesysteem met bizarre personages, straffe gedramatiseerde scènes en duizelingwekkende plotwendingen en cliffhangers. En, als het enigszins kan: een of meerdere ten onrechte veroordeelden en snode lieden die hen er doelbewust in hebben geluisd.

In dit specifieke geval: mannen die zelf een schuldbekentenis hebben afgelegd en een vrouwelijke getuige met de gave om aan anderen bekentenissen te ontlokken. En ook nu komt het betrokken politiekorps, uit Pontotoc County ditmaal, onder het vergrootglas te liggen. In die zin doet deze serie van Clay Tweel sterk denken aan het in Manitowac County gesitueerde Making A Murderer en moeten er ook vergelijkbare vragen worden beantwoord: zijn er andere verdachten? Hebben zij een logisch motief? En: is de (verplichte) complottheorie geloofwaardig?

Terwijl de successerie over de (onterechte) veroordeling van Steven Avery en Brendan Dassey, die in 2015 uitgroeide tot de standaard voor hedendaagse true crime, erg prekerig en langdradig wordt in het onlangs verschenen tweede seizoen, blijft The Innocent Man behoorlijk op koers en tempo. Het verhaal is wel erg gecompliceerd. Filmmaker Tweel probeert de chronologie en verbanden tussen de twee moordzaken te verduidelijken met een tijdlijn en heeft de ontwikkelingen zoveel mogelijk ondergebracht in afgebakende hoofdstukken. Kijkers moeten niettemin goed bij de les blijven. Na bijna vijf uur moord laat het overkoepelende verhaal zich niet zomaar in enkele zinnen samenvatten.

Aan het eind zet Tweel ‘gelukkig’ de voornaamste argumenten uit het pleidooi van het advocatenteam van de (ten onrechte) veroordeelden nog maar eens netjes op een rij, waarna amateurdetectives in de huiskamer zelf op zoek mogen naar gaten en losse eindjes in dat betoog.

Winnebago Man

Hij ging viral, voordat er zoiets als ‘viral gaan’ bestond. Via good old VHS-banden. De Winnebago Man (85 min.). Alias The RV Guy. Of gewoon: Jack Rebney. Misschien ken je hem wel: als verkoper vertolkte hij in 1989 de hoofdrol in een promofilm voor Winnebago-campers. Bij de opnames ging er echter van alles mis, waardoor Rebney met de regelmaat van de klok he-le-maal uit zijn plaat ging.

Outtakes van die profane woede-uitbarstingen werden stiekem verspreid en vonden gretig aftrek bij een wereldwijd publiek, dat zich en masse verkneukelde om ‘the angriest man in the world’. En zinsneden als ‘Will you do me a kindness?’, ‘I don’t want any more bullshit from anyone and that includes me!’ en ‘ My mind is just a piece of shit this morning’ kregen een cultstatus en gingen zelfs tot het Hollywood-lexicon behoren.

Bijna twintig jaar na dato besluit filmmaker Ben Steinbauer om Rebney te gaan zoeken en verhaal bij hem te halen. Welke man gaat er schuil achter die bullebak van een vent die zich in beeld van zijn lelijkste kant heeft laten zien? En zou een ontmoeting met het mens van vlees en bloed achter de Winnebago Man ‘de magie’ verstoren? Intussen vraagt Steinbauer zich ook af of Rebney misschien een slachtoffer is geworden van wat we nu cyberpesten zouden noemen.

Als de documentairemaker teleurgesteld zijn zoektocht wil staken omdat zelfs het inschakelen van een privédetective geen soelaas heeft geboden, vindt hij ineens die overbekende dwingende stem op zijn voicemail. Rebney kan zich nauwelijks voorstellen dat er iemand in hem is geïnteresseerd, maar wil Steinbauer best ontvangen. Die is de koning te rijk en reist af naar een afgelegen plek in de bossen, waar hij een uiterst aimabele man aantreft, die zich nauwelijks bewust lijkt van zijn online-populariteit en daarmee ook geen enkele moeite heeft.

Steinbauer verlaat de man enigszins teleurgesteld. Geen drama, geen film. Hij zal afscheid moeten nemen van het verhaal, dat in zijn hoofd een eigen leven is gaan leiden. Maar dan blijkt dat de oude vos hem bij de neus heeft genomen. Jack Rebney is bepaald geen zielloze ouwe man geworden en nog altijd een geschikte hoofdpersoon voor deze vermakelijke documentaire uit 2009, die het zoeklicht nog eenmaal op de vuilbekkende Winnebago Man zet en van de karikatuur weer een gewone sterveling maakt.

De volledige documentaire is hier te bekijken.