Our Father

Netflix

Is er na de Nederlandse miniserie Het Zaad Van Karbaat en de Amerikaanse tegenhanger daarvan, Baby God, ruimte voor nóg een documentaire over een fertiliteitsarts die, ongevraagd natuurlijk, zijn eigen zaad heeft gebruikt om patiënten te bevruchten en zo een enorm nageslacht blijkt te hebben nagelaten? In tegenstelling tot zijn twee collega’s, Jan Karbaat en Quincy Fortier, is de stiekeme spermadonor van Our Father (97 min.) in elk geval nog in leven. Donald Cline kan zich dus hoogstpersoonlijk in de zaak mengen en verdedigen tegen alle aantijgingen. Als hij dat tenminste zou willen…

Verder voelt deze documentaire van Lucie Jourdan, wellicht simpelweg door de timing van de release, als een wandeling op bekend terrein. Terwijl het verhaal eigenlijk te gek voor woorden blijft. Net als de Cline-geschiedenis een wel erg hoog mosterd-na-de-maaltijd gehalte dreigt te krijgen, neemt de vertelling ‘gelukkig’ een sinistere wending, die associaties oproept met zowel The Handmaid’s Tale als het beruchte Lebensborn-project. De achtergronden daarvan zitten kernachtig vervat in Cline’s favoriete Bijbelcitaat: ‘Voordat ik u vormde in uw moeders schoot, kende ik u’ (Jeremiah, 1:5). Die intrigerende verhaallijn wordt alleen nauwelijks uitgediept.

Even later hervat Our Father zijn vertrouwde – en natuurlijk toch nog schokkende – betoog over die sjoemelende dokter weer. Met ouders die zich ernstig bedrogen voelen en kinderen die zich schamen voor wie ze (blijkbaar) zijn. De vraag dringt zich op: zou dit altijd al usance zijn geweest in de vruchtbaarheidsbusiness? De kans dat de ware aard van het zaad werd ontdekt leek in het pré-DNA tijdperk immers vrijwel nihil. Was het dan vreemd dat deze artsen, die tenslotte vrijelijk over nieuw leven konden beschikken, een soort God-complex ontwikkelden en begonnen te denken dat de wereld er alleen maar beter van zou worden als zij zich lustig zouden vermenigvuldigen?

Inmiddels zijn er in de Verenigde Staten een kleine vijftig van zulke hulpvaardige artsen tegen de lamp gelopen. Donald Cline, tevens kerkouderling in Indiana, geldt vooralsnog als de productiefste. Zijn nazaten hebben alleen weinig met hem op. Hij wordt door hen consequent ‘Cline’ of ‘that man’ genoemd. Voor hen is hij geen vader, eerder een verkrachter. En dat is dan weer vervat in een vrij plastisch tafereel dat Jourdan, net als andere kerngebeurtenissen uit deze onverkwikkelijke geschiedenis, met acteurs en afstammelingen heeft gereconstrueerd: nét voor de bevruchting maakt Cline zich in een zijkamertje letterlijk klaar voor de klus. Zodat er genoeg zaad is…

Het viezige karakter van ‘s mans levenswerk – zijn heilige missie? – wordt daarmee treffend verbeeld. In een film die een flinke dosis persoonlijk leed blootlegt, veroorzaakt door een man die vindt dat hij mag wikken en beschikken over het lot van een ander. Our Father legt het desondanks af tegen Het Zaad Van Karbaat, waarin dezelfde thematiek met meer diepte, nuance en (beeld)poëzie is uitgewerkt.

This Is Joan Collins

NTR

Ze fungeert als verteller in haar eigen levensverhaal. Zwierig, joyeus en soms vilein slalomt Joan Collins langs alle inciting incidents, plotpoints en points of no return van haar Hollywood-achtige bestaan. De inmiddels hoogbejaarde actrice speelt een rol, zonder twijfel. Een typetje zelfs. ‘Moet dit stuk er echt in?’ vraagt ze bijvoorbeeld quasi-serieus, als haar ontmoeting met acteur Maxwell Green aan de orde komt. Hij was drieëndertig, zij zeventien. En maagd. ‘Mijn moeder zou zeggen dat er misbruik van me was gemaakt’, zit ze enkele ogenblikken later alweer helemaal in haar vertellersrol. ‘Tegenwoordig zouden we het “date rape” noemen.’ Green zou haar eerste echtgenoot worden en niet haar laatste slechte ervaring met mannen.

Het alomtegenwoordige seksisme in de filmindustrie loopt als een rode draad door This Is Joan Collins (95 min.). Mannen dringen zich op (of erger), gaan stelselmatig vreemd of speculeren heel nadrukkelijk op de zogenaamde ‘casting couch’. Collins vertelt erover zonder meel in de mond of zelfmedelijden. Soms herschrijft ze ter plekke de voice-over teksten – en daarmee het leven zoals dat hier wordt gepresenteerd. Een woelig bestaan als celebrity, waarin steeds weer een andere kerel de hoofdrol opeist. Dit bijzonder amusante Tinseltown-verhaal, met een schrijnende ondertoon, bevat daardoor een schier eindeloze rij, doorgaans weinig flatteus gekenschetste, bekendheden, waaronder Richard Burton, Warren Beatty, Anthony Newley, Ryan O’Neal, Ron Kass, Donald Trump, Peter Holm en Percy Gibson.

Regisseur Clare Beavan baseerde dit portret op enkele autobiografieën van Collins en maakt ook gebruik van scènes uit haar ontzaglijke film- en televisie-oeuvre om situaties uit het werkelijke leven van haar hoofdpersoon te verbeelden. Die werd in zo’n beetje elk decennium van haar volwassen leven wel eens afgeschreven als ‘te oud’ of ‘uit de tijd’. En steeds weer keerde de Britse actrice terug van nooit weggeweest. Met als hoogtepunt de rol van Alexis Carrington in Dynasty, een populaire soapserie waarvoor ze in de jaren tachtig negen jaar lang hoogstpersoonlijk het onderdeel ‘nasty’ verzorgde. Ze werd er ‘de meest gehate vrouw op televisie’ en voor het eerst echt gefortuneerd mee en kreeg op latere leeftijd zelfs een uitnodiging voor Playboy. Als een echte Hollywood-feministe accepteerde ze die met graagte.

Ook in This Is Joan Collins participeert ze met overduidelijk plezier. Al kan het natuurlijk ook gewoon de uitstekende actrice zijn, die zich uitleeft in de rol van haar leven. Want of de vamp op leeftijd echt achter de facade vandaan is gekomen? Daarvoor laat ze toch te zelden écht het achterste van haar tong zien. Bepaalde onderdelen van haar leven worden bovendien nauwelijks aangeraakt. Haar jongere zus Jackie, een succesvolle schrijfster en onlangs onderwerp van haar eigen documentaire Lady Boss, komt bijvoorbeeld nauwelijks ter sprake. Deze film richt zich vooral De Ster Joan Collins, die actief moest zijn binnen een entertainmentwereld die nog nooit van #metoo had gehoord. Al wist, zoveel is ook wel duidelijk, waarschijnlijk iedereen er wel degelijk van.

The Meaning Of Hitler

Uwaga Film LLC / VPRO

Over de man, het kwaad dat hij belichaamde en de grenzeloze ellende die hij veroorzaakte is nagenoeg alles bekend. En toch dreigen de lessen die we hadden moeten leren van Adolf Hitler opnieuw verloren te gaan. In deze essayistische documentaire buigen Petra Epperlein en Michael Tucker zich aan de hand van Sebastian Haffners boek The Meaning Of Hitler (88 min.) over de betekenis en het erfgoed van de man die het afschrikwekkendste regime uit de moderne historie aanvoerde.

Ze akkeren daarvoor Hitlers levensloop door, brengen een bezoek aan de plekken die hem vormden en proberen vat te krijgen op de angstaanjagende leider met vooraanstaande schrijvers en historici. Het wordt een fascinerende trip, waarbij ze bijvoorbeeld ook het belang schetsen van een nieuwe microfoon (de zogenaamde Neumann-fles) voor Hitlers overtuigingskracht als redenaar, een kunstkenner ‘s mans schilderijen laten beoordelen en parallellen trekken tussen zijn populariteit en die van The Beatles.

‘Het probleem is dat de nazi’s niet onmenselijk waren, maar menselijk’, stelt de eminente Holocaust-onderzoeker historicus Yehuda Bauer niet voor niets. ‘Dat is in wezen het probleem. Met onszelf, niet met de nazi’s.’ De bekende nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld, die ooit de beruchte Duitse oorlogsmisdadiger Klaus Barbie opspoorden, denken dan ook dat ‘het’ zo weer kan gebeuren. ‘Je hebt Polen, Hongarije, Nederland… Gevaarlijk. De opkomst van rechtse partijen. Kort geleden nog ondenkbaar.’

De Methode Hitler duikt op allerlei plekken op en is meestal relatief eenvoudig te herkennen. Al wagen de meeste deskundigen zich niet aan soms toch behoorlijk voor de hand liggende vergelijkingen met hedendaagse politici. Alleen de voormalige Amerikaanse president Trump, die eerder op een soortgelijke wijze is doorgelicht in Unfit: The Psychology Of Donald Trump, wordt niet gespaard. De Britse romanschrijver Martin Amis ziet bijvoorbeeld duidelijke parallellen met Hitler: ‘Smetvrees is er een van. En liegen natuurlijk.’

De beruchte Holocaust-ontkenner David Irving, die in Polen ‘ware geschiedenis’-excursies langs belangrijke Hitler-locaties verzorgt, bevindt zich intussen maar wat graag in het gezelschap van ‘Der Führer’. Ooit zong hij voor het dochtertje van een prominente journalist: ‘Ik ben Ariër, geen Jood of sektariër. Ik wil niet trouwen met een aap of rastafari.’ Irving moet er nog altijd om gniffelen. ‘Het was een heel goed versje. Ik noteerde het in mijn dagboek’, zegt hij doodgemoedereerd. ‘Ze brachten het naar voren als bewijs dat ik een racist zou zijn.’

Was alle Hitler-verering maar zo stupide! De meeste erfgenamen opereren alleen veel subtieler. ’s Mans ideeën worden ‘onderzocht’. Of er worden ‘gewoon’ kritische vragen gesteld. De spreker kan dan niet zomaar worden betrapt. En de goede verstaander weet toch genoeg. Deze denkfilm, die na een luchtig begin steeds serieuzer van toon wordt, toont hoe Hitlers gedachtegoed zich zo kan verspreiden: in een wereld waarin ieder zijn eigen platform kan krijgen en bij een generatie die zelf nooit oorlog heeft gekend. 

De voorbeelden zijn schokkend: Amerikaanse jongeren met toortsen die tijdens een demonstratie in Charlottesville luidkeels ‘Jews Will Not Replace Us’ scanderen. De jonge gamestreamer die zonder gêne laat zien hoe ze naar een remix van een welbekende hit en een speech van Hitler luistert. En de rechts-extremist die vol trots zijn aanslag op een synagoge in het Duitse Halle gaat filmen. Het is duidelijk: The Meaning Of Hitler mag dan met één been in het bruine verleden staan, de docu is zeker géén louter historische exercitie.

In deze film helpt het verleden vooral om vat te krijgen op het heden en – God verhoede ‘t – de toekomst.

JFK: Destiny Betrayed

Hij heeft de schijn enigszins tegen. In de speelfilm JFK uit 1991 tuigde Oliver Stone met veel bravoure een enorm complot op rond de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963. Lee Harvey Oswald, die in het officiële onderzoek van The Warren Commission werd aangemerkt als de ‘lone gunman’, zou in werkelijkheid slechts een zondebok zijn geweest. JFK was in Stone’s vertelling uit de weg geruimd door een samenzwering van de CIA, maffia en anti-Castro activisten.

Oliver Stone’s paranoïde real life-thriller, waarin fictie en non-fictie virtuoos werden vervlochten, veroorzaakte heel wat commotie en dwong de Amerikaanse overheid in de navolgende jaren om allerlei officiële documenten rond de moord vrij te geven. Voor Stone is dat aanleiding om de zaak opnieuw onder de loep te nemen in de vierdelige docuserie JFK: Destiny Betrayed (236 min.). Bewandelt hij daarin het welbekende pad? Geeft hij ongelimiteerd een podium aan gestaalde complotdenkers? Of durft de befaamde regisseur ook zijn oorspronkelijke aannames kritisch te bevragen (en is hij zelfs bereid om zo nodig op zijn schreden terug te keren?)

De gebeurtenissen voor en na de moord op Kennedy, waarbij de actrice Whoopi Goldberg als verteller fungeert, roepen nog altijd veel vragen op. En die worden ook allemaal weer gesteld: over Oswalds vermeende wapen, zijn alibi, ’s mans avonturen in de Sovjet-Unie, de zogenaamde Zapruder-film van de moord, Kennedy’s autopsie, de liquidatie van Oswald zelf, diens connectie met extreemrechtse figuren en de zeer omstreden ‘magic bullet theory’ (de basis voor de officiële conclusie dat de president door één enkele schutter zou zijn gedood). Ondanks wat nieuw bewijsmateriaal verkoopt Stone hier toch vooral oude wijn in nieuwe zakken, verteld bovendien door usual suspects en een nieuwkomer zoals de zoon van John Kennedy’s eveneens vermoorde broer en minister van justitie Bobby Kennedy. Deze Robert Kennedy Jr. heeft in de afgelopen jaren overigens een geduchte reputatie als complotdenker opgebouwd.

Een update van Stone’s eigen speelfilm dus, waarvan hij soms ook gewoon een ronkende scene gebruikt. Definitieve antwoorden blijven uit. Natuurlijk. In de Kennedy-moordzaak, de moeder aller complottheorieën, is er inmiddels zóveel rook dat het vrijwel onmogelijk is om vast te stellen waar het vuur is – áls er al ooit vuur is geweest (behalve een schokkende politieke aanslag). Het interessantst wordt deze miniserie als Oliver Stone zich richt op Kennedy’s buitenlandbeleid, waarbij Donald Sutherland (Mr. X uit JFK) de voice-over verzorgt. De jonge politicus kwam al vóór zijn presidentschap in botsing met hardliners binnen de Amerikaanse overheid, die een veel agressievere politiek voorstonden. En de CIA, de buitenlandse inlichtingendienst, speelde daarin weer een sleutelrol.

Daar vindt Stone, die Kennedy overigens wel erg veel idealisme toedicht, ook nog altijd het motief voor de moord. Dat klinkt ronduit grotesk: een overheidsdienst die zijn eigen ‘commander in chief’ uit de weg ruimt. Tegelijkertijd hield de CIA zich in diezelfde periode zonder twijfel bezig met vuile zaakjes. De pogingen om Fidel Castro, de communistische leider van Cuba, koud te maken zijn inmiddels uitgebreid gedocumenteerd. En de buitenlandse veiligheidsdienst zou ook betrokken (kunnen) zijn geweest bij de moord op de Congolese president Patrice Lumumba, het fatale vliegtuigongeluk van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld en – later – het afzetten van de Chileense president Salvador Allende. De CIA was zeker – daarover kan geen misverstand bestaan – in staat om tegenstanders uit de weg te ruimen.

Of de moord op John F. Kennedy een ingenieus complot was of toch het werk van een doorgedraaide eenling? Voor een buitenstaander is dat nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat Oliver Stone nog altijd op hetzelfde spoor zit als ruim twintig jaar geleden, vooral nieuw bewijs heeft gezocht voor zijn eigen theorieën (bijvoorbeeld een schaduwkiller, Thomas Arthur Vallee, met min of meer hetzelfde profiel als Oswald) en geen serieuze poging heeft gedaan om de kritiek daarop ook te incorporeren.

The Line

Apple TV

Als ze Islamitische Staat in 2017 uit de Iraakse stad Mosul hebben verjaagd, lijkt het verhaal klaar voor team 7 van de Navy SEALs. Mission accomplished. Op dat moment begint het echter pas voor de Amerikaanse pelotonscommandant Eddie Gallagher en zijn elite-eenheid. De ervaren rot Gallager wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden. Door enkele leden van zijn eigen team, welteverstaan.

Die teamleden, en ook Gallagher zelf, komen aan het woord in The Line (226 min.), een vierdelige serie die is gebaseerd op de gelijknamige podcast. De ijzervreter, die van zijn ondergeschikten de bijnaam ‘El Diablo’ (de Duivel) heeft gekregen, kan niet begrijpen wat hij verkeerd heeft gedaan. Hij weet immers wat er van een man wordt gevraagd tijdens oorlog. En ze hebben hun missie toch tot een goed einde gebracht?

Gallaghers ondergeschikten verbazen zich er tegelijkertijd al heel lang over dat hij zo opzichtig pocht over het enorme aantal doden dat hij op zijn geweten heeft. Als ze eenmaal met hem in Irak zijn, zien de SEALs bovendien hoe Eddie een gewonde vijftienjarige krijgsgevangene doodsteekt, er een foto van maakt en die rondstuurt met de boodschap: ‘Deze heb ik te pakken gekregen met mijn jachtmes.’

Zijn teamleden hebben eveneens meegekregen hoe hij – voor de lol? – onschuldige Iraakse burgers neerschiet. Dat is niets minder dan moord met voorbedachte rade. Eddie bestrijdt dit echter met alles wat hij heeft. Als hij wordt opgepakt, zet zijn echtgenote Andrea direct een enorme Free Eddie-campagne op. Ze begint de klokkenluiders in de media bovendien weg te zetten als ‘millennial-SEALs’ die te laf zijn om echt te vechten.

In deze vierdelige serie proberen de documentairemakers Jeff Zimbalist en Doug Shultz er de vinger achter te krijgen wat er precies is gebeurd en hoe de zaak daarna is geëscaleerd. Ze hebben daarbij de beschikking over de oorspronkelijke verhoren en verklaringen in de rechtszaal, maar kunnen ook terugvallen op beelden die de militairen in Mosul hebben geschoten, onder andere met hun eigen helmcamera’s.

Naarmate The Line vordert, krijgt de serie steeds meer het karakter van een rechtbankdrama, waarin de verklaringen van Team Gallagher en de mannen die hem betichten van oorlogsmisdaden keihard botsen en – al dan niet bewerkte – getuigen voor onverwachte verhaalwendingen zorgen. De kwestie krijgt uiteindelijk zelfs een politieke lading als de Amerikaanse president Donald Trump zich er hoogstpersoonlijk mee bemoeit.

Het is een oncomfortabel verhaal, dat vrijwel alleen verliezers heeft opgeleverd. Waaronder, zo laat het zich tenminste aanzien, de waarheid. Dat wordt nog eens benadrukt in de epiloog waarin de zaak vanuit een geheel ander perspectief wordt belicht en Gallagher zelf nog heel even het achterste van zijn tong laat zien.

Four Hours At The Capitol

HBO

Over pakweg tien jaar, als al het stof is neergedaald, is waarschijnlijk duidelijk wat de betekenis is geweest van 6 januari 2021: één van de laatste oprispingen van een boze meute, opgehitst door een politicus die zojuist de verkiezingen heeft verloren? Of toch een cruciale stap in de verdere ontmanteling van de Amerikaanse democratie?

De reactie van de meeste Republikeinse kopstukken, die de aanval op het Amerikaanse Capitool inmiddels alweer hebben geframed als een min of meer geaccepteerd onderdeel van hun epische strijd tegen die verderfelijke Democraten, is in dat opzicht echt zorgwekkend. Net als de maatregelen die sindsdien op allerlei cruciale plekken zijn genomen om het stemmen, van met name zwarte Amerikanen, te bemoeilijken en de verkiezingsuitslag desnoods op een later moment nog te kunnen beïnvloeden.

Four Hours At The Capitol (92 min.) gaat terug naar de dag waarop de uitslag van de presidentsverkiezingen van 2020 definitief zou worden vastgesteld, de dag dus waarop Trump-supporters met alle mogelijke middelen de aftocht van hun held probeerden te voorkomen. Het sterke aan deze documentaire van Jamie Roberts is dat zij ook zelf aan het woord komen: vertegenwoordigers van de ultrarechtse Proud Boys, de extremistische website The Gateway Pundit en de steungroep Cowboys For Trump.

Het enge daarbij: behoudens een enkeling die meent dat iemand met een Trump-pet of shirt nog geen supporter van de president hoeft te zijn, blijken ze nog altijd trots op wat ze met intimidatie en bruut geweld teweeg hebben gebracht. Nick Alvear, een activistische filmmaker, klopt zichzelf bijvoorbeeld ongegeneerd op de borst dat hij in de frontlinie heeft gestaan van de strijd tegen pedonetwerken die jaarlijks ‘800.000 kinderen’ verkrachten, martelen en vermoorden. En hij heeft toch ook maar mooi wiet gerookt in het parlementsgebouw!

Behalve aan zulke zelfverklaarde patriotten geeft Roberts tevens het woord aan congres- en Senaatsleden van beide partijen, Capitool-medewerkers, journalisten, politieagenten en hun commandant. Sommigen hebben de dood in de ogen gekeken. ‘Ik was echt niet van plan om te sterven in het Huis van Afgevaardigden’, vertelt het Democratische congreslid Ruben Gallego, een voormalige marinier. ‘Ik had het plan om iemand in zijn oog en keel te steken, zijn wapen af te pakken en vervolgens het gevecht aan te gaan om te overleven.’

Zulke persoonlijke verhalen geven een menselijk gezicht aan de historische gebeurtenissen van 6 januari 2021, die minutieus worden gereconstrueerd met een uitgelezen selectie van nieuwsbeelden en materiaal dat mensen in en om het Capitool zelf hebben geschoten. De taferelen zijn bekend: hoe de QAnon-sjamaan zich de plek van Huis-voorzitter Nancy Pelosi toe-eigent. De koelbloedigheid waarmee politieman Eugene Goodman indringers de verkeerde kant op stuurt en waarschijnlijk het leven van talloze politici redt. En de schermutselingen bij een toegangsdeur, waarbij Trump-aanhanger Ashli Babbitt dodelijk wordt getroffen door een politiekogel.

De huiveringwekkende beelden voelen tegelijkertijd nog altijd onwerkelijk: is dit werkelijk gebeurd in het land dat geldt als de leider van het vrije westen? Daarmee is het ontluisterende Four Hours At The Capitol – net als deze waanzinnige reconstructie van The New York Times – een essentieel stuk voorlopige geschiedschrijving. Waarbij de tijd uiteindelijk zal uitwijzen wat de erfenis wordt van 6 januari en wie het voor te zeggen krijgt in het hedendaagse Amerika: de voorvechters van democratie, binnen beide politieke partijen? Of antidemocratische krachten die zich weinig gelegen laten liggen aan de mening van een ander?

Fauci

Disney+

Hij kwam in zijn lange loopbaan tweemaal in de frontlinie van een enorme gezondheidscrisis te staan. Tijdens de AIDS-epidemie van begin jaren tachtig, toen het HIV-virus huishield in de homoseksuele gemeenschap van de Verenigde Staten, werd wetenschapper Anthony Fauci het gezicht van de falende respons van de Regering Reagan. Gay America voelde zich op geen enkele manier serieus genomen en was woedend. AIDS-activist Larry Kramer vergeleek hem zelfs met een moordenaar. Fauci (104 min.) moest zijn benadering echt fundamenteel bijstellen om het tij te kunnen keren. Tegenwoordig wordt de gedreven immunoloog beschouwd als een sleutelfiguur in de bestrijding van AIDS.

Een kleine veertig jaar later zou Anthony Fauci voor nog veel hetere vuren komen te staan en zowaar uitgroeien tot een Bekende Amerikaan. In de loop van 2020 werd hij tijdens de Coronacrisis een haatobject voor elke zichzelf respecterende Trump-supporter. Fire Fauci, scandeerde het publiek tijdens politieke toespraken van de Republikeinse president. Er werd zelfs een wetsvoorstel ingediend om dat daadwerkelijk te regelen. Rechtse talkshowhosts spraken geringschattend over ‘Dr. Doom’ en haalden hem zo’n beetje dagelijks door het slijk. En Donald Trump zelf liet geen gelegenheid onbenut om de bekendste gezondheidsfunctionaris van het land van onder uit de zak te geven.

Anthony Fauci had ‘t er natuurlijk zelf naar gemaakt: hij sprak de Amerikaanse president geregeld tegen als het ging over het Coronavirus en baseerde zich daarbij nog op wetenschappelijk onderzoek ook! Het kwam hem en zijn vrouw en kinderen op serieuze bedreigingen te staan (en maakte van de tachtigjarige Fauci tevens een soort superheld voor Links Amerika). Die pijnlijke episode – nog geen jaar geleden en toch al ver weggezakt in het collectieve geheugen – vormt het centrale verhaal van dit boeiende portret, dat parallel daaraan ook de AIDS-crisis belicht en nog een uitstapje maakt naar de bestrijding van Ebola.

De documentairemakers John Hoffman en Janet Tobias laten behalve Anthony Fauci zelf, zijn echtgenote Christine en hun dochter Jenny ook collega’s, homo-activisten en oud-president George W. Bush en U2-zanger Bono, met wie hij tegen de verspreiding van AIDS in Afrika streed, aan het woord. Uit die gesprekken komt een beeld van Fauci als een onkreukbare overheidsfunctionaris, die zich onvermoeibaar, desnoods ten koste van zijn eigen gezin, inzet voor de goede zaak en daardoor zowel aan het begin (AIDS) als aan het eind (COVID-19) van zijn carrière echt heeft kunnen floreren. Dit portret krijgt daarmee het karakter van een eerbetoon. En dat lijkt niet eens onterecht…

Convergence: Courage In A Crisis

Netflix

De vermoeidheid die ons tijdens de pandemie zelf al overviel – niet alwéér een persconferentie, nóg meer beperkingen of tóch weer onvoorziene complicaties bij het vaccineren/testen – dreigt nu ook de bijbehorende documentaires te overschaduwen. Hoeveel producties over overvolle ziekenhuizen, stervende patiënten, bezorgde of rouwende familieleden, afgelaste activiteiten en volledig ontwrichte samenlevingen kunnen we nog aan? Of beter: zijn we nog bereid om te kijken?

Laat ik voor mezelf spreken. En over deze concrete film: Convergence: Courage In A Crisis (114 min.). Die opent met een lang citaat van de Indiase schrijfster Arundhati Roy, dat eindigt met deze zinsnede: ‘Some believe it’s God’s way of bringing us to our senses.’ Check. Als de vertelling dan begint in de eerste COVID-19 brandhaard Wuhan, is het me direct zwaar te moede: oh nee, we gaan die pandemie nog eens helemaal opnieuw beleven. Zover gaat documentairemaker Orlando von Einsiedel uiteindelijk niet in deze ambitieuze ode aan de helden van de Coronacrisis, maar vrijwel alle elementen in zijn film voelen bekend en vertrouwd – ook al spelen ze zich dan niet af op vertrouwd terrein, maar in Teheran, Sao Paulo of Miami.

Het kost me daardoor moeite om echt mee te gaan in al die persoonlijke verhalen van (buiten)gewone mensen uit alle windstreken die plotseling worden geconfronteerd met het Coronavirus. Hoe persoonlijk en/of indringend die ook zijn en hoe vaardig Von Einsiedel ze ook vertelt. Het interessantst wordt Convergence als de docu misstanden in de periferie van de pandemie (Black Lives Matters of discriminatie op de werkvloer) weergeeft, registreert hoe de universiteit van Oxford in ijl tempo een vaccin probeert te ontwikkelen of een inkijkje geeft bij de World Health Organisation (WHO), de gezondheidsorganisatie die de wereldwijde strijd tegen het virus moet coördineren en intussen voortdurend aanvallen van leiders zoals Donald Trump moet zien te ontwijken.

Bij de WHO hebben ze geen vaccin tegen misplaatst nationalisme, ongelijkheid en armoede, zegt directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus vilein. Hij noemt het Coronavirus een signaal voor de wereldgemeenschap om zich te gaan gedragen en gebruikt daarbij de slogan ‘Build back better’, toevallig ook de leus waarmee Joe Biden op dat moment de presidentsverkiezingen van Trump probeert te winnen. Dat is uiteindelijk ook de boodschap van deze in wezen optimistische film: samen gaan we het anders doen. Right. Tegen de gemeenschapszin in de collectieve versie van de Bill Withers-klassieker Lean On Me, waarmee Convergence wordt afgesloten, blijkt echter zelfs de ernstige vorm van Coronamoeheid die mij al enige tijd in zijn greep houdt uiteindelijk niet bestand.

The Unknown Known

De verbeelding had in zijn ogen gefaald. Ze hadden moeten imagineren wat er zou kunnen gebeuren. Dan waren de terroristische aanslagen van 11 september 2001 wellicht voorkomen. En Donald Rumsfeld had zich bij het begin van zijn ambtstermijn als Amerikaans minister van defensie, acht maanden eerder, nog voorgenomen om nooit in een soort post-Pearl Harbor hoorzitting terecht te komen, waarin hij zou worden doorgezaagd over waarom er wanneer door wie niet was ingegrepen.

De man die als de architect van de navolgende Amerikaanse inval in Irak te boek is komen te staan, heeft in deze intrigerende interviewfilm van Errol Morris uit 2013 ook allerlei theorieën opgebouwd rond geheel eigen constructies zoals ‘known knowns’, ‘known unknowns’, ‘unknown unknowns en ‘unknown knowns’. Als Donald op zijn praatstoel zit, is het sowieso altijd genieten geblazen – ook al gruw je misschien van wat hij zegt. De man is een begenadigd denker en spreker en bovendien niet bang om de degens te kruisen met een opponent.

The Unknown Known (102 min.) ontwikkelt zich dan ook tot een heerlijk verbaal steekspel, door Morris aangekleed met strategisch geplaatste archiefbeelden en dwingende muziek, waarbij alle retorische middelen geoorloofd zijn. Nadat hij in alle toonaarden heeft ontkend dat iemand van de Amerikaanse regering heeft gesuggereerd dat Iraks leider Saddam Hoessein iets met 11 september had te maken, laat Morris bijvoorbeeld doodleuk archiefbeelden zien waarin ‘Rummy’ precies dat doet. Zonder het letterlijk te zeggen, dat wel.

‘Geloof in de onvermijdelijkheid van conflict kan één van de oorzaken van een conflict worden’, citeert Rumsfeld even later één van de vele memoranda uit zijn eigen archief, vervat in het boek Rumsfeld’s Rules. ‘Dat is echt zo. En dan heb je de andere kant van de medaille, die al even waar is: als je vrede wenst, bereid je dan voor op oorlog.’ Op dat moment grijpt Morris in: ‘Als die uitgangspunten allebei waar zijn, kun je zo’n beetje alles rechtvaardigen.’ Rumsfeld begint te glimlachen: ‘Alle generalisaties zijn vals’, zegt hij en laat een korte stilte vallen. ‘Ook deze.’

Gedurende zijn lange loopbaan werkte Donald Rumsfeld nauw samen met de Republikeinse presidenten Nixon, Ford en Reagan. Die laatste koos hem bijna, bijna!, als vicepresident. Als dat was gebeurd, zou waarschijnlijk de rode loper voor hem zijn uitgelegd als presidentskandidaat. George H. Bush, de man die ’t wél werd, belandde in 1989 inderdaad in het Witte Huis. De twee zouden nooit vrienden worden. Toch vroeg Bush’s oudste zoon George, de 43e president van de Verenigde Staten, Rumsfeld als minister. Lachend: ‘Ik denk niet dat George W’s vader mij heeft voorgedragen.’

Als diens minister van defensie zou hij definitief in de geschiedenisboeken belanden. Geassocieerd met schandvlekken als het illegale gevangenenkamp Guantanamo Bay, ‘verbeterde ondervragingstechnieken’ en die ene desastreuze poging om Irak te ontdoen van massavernietigingswapens die uiteindelijk nooit werden gevonden, maar altijd strijdbaar en vol (zelf)spot.

Obama: In Pursuit Of A More Perfect Union

HBO

‘Veel geluk bij alles wat je doet en haal dat diploma rechten,‘ leest Anthony Peterson de boodschap voor die klasgenoot Barry ooit in zijn jaarboek schreef. ‘Want ooit, als ik een beroemde basketballer ben, wil ik vast mijn team onder druk zetten voor meer geld.’

Peterson zou later nog wel eens de boer opgaan met het jaarboek en vroeg dan steeds: denken jullie dat deze gast echt basketballer is geworden? Het antwoord was doorgaans ‘nee’. Dat is immers voor weinigen weggelegd. Maar wat zou er dan met hem zijn gebeurd? Vaak opperde er dan iemand dat Petersons klasgenoot waarschijnlijk in de gevangenis zou zitten of al dood was.

Niemand had tenslotte kunnen bedenken dat Barry president van de Verenigde Staten zou worden, de eerste zwarte.

‘Race doesn’t matter’, scandeerden zijn supporters nadat Barack Obama begin 2008 de primary van de Amerikaanse staat South Carolina had gewonnen. Ze hielden zichzelf een beetje voor de gek: zijn ras was én is precies wat Obama definieert als politicus. Was hij bijvoorbeeld wel zwart genoeg? Kon een Afro-Amerikaan überhaupt president van de Verenigde Staten worden? En hoe zwart kon zo’n leider zijn en was hij dan daadwerkelijk in staat om het lot van al die zwarte Amerikanen ten positieve te beïnvloeden?

Obama’s identiteit als zwarte man en Amerika’s uiterst moeizame verhouding daartoe vormt ook het hart van de doeltreffende driedelige serie Obama: In Pursuit Of A More Perfect Union (306 min) van Peter Kunhardt, die eerder films maakte over de Amerikaanse presidenten Abraham Lincoln en Richard Nixon en ook Obama’s opponent bij de presidentsverkiezingen van 2018, John McCain, portretteerde. Hij gaat met Obama-insiders (spin doctor David Axelrod, adviseur Valerie Jarrett en speechschrijver John Favreau), burgerrechtenleiders (John Lewis, Al Sharpton en Jesse Jackson) en prominente Afro-Amerikaanse denkers (Cornel West, Jelani Cobb en Ta-Nehisi Coates) op zoek naar de essentie van de man en zijn missie.

De vertelling is chronologisch opgebouwd: de eerste aflevering concentreert zich op Obama’s jonge jaren, het tweede deel behandelt de baanbrekende campagne die hem in het Witte Huis zou brengen en het even lijvige als krachtige slot omvat ‘s mans complete presidentschap. De toonzetting is positief-kritisch en Kunhardt houdt zijn ogen consequent op de bal: Obama en Amerika’s giftige rassenrelaties, op gezette momenten ingekleurd met beelden uit de (inkt)zwarte historie.

Andere deelthema’s komen slechts zijdelings aan bod. Échte opponenten krijgen geen spreektijd en er is ook nauwelijks aandacht voor het politieke theater en de bijbehorende straatgevechten. Daardoor oogt dit drieluik in eerste instantie wat braaf. Gaandeweg betaalt die keuze voor het grotere, symbolische verhaal – waarin bijvoorbeeld de controverse rond Obama’s uitgesproken pastor Jeremiah Wright, de van racisme doortrokken complottheorie over zijn geboorteakte en het ontstaan van de Black Lives Matters-beweging logisch op hun plek vallen – zich echter onmiskenbaar uit.

Kunhardts reconstructie van het raciale mijnenveld dat Obama uiteindelijk tamelijk ongeschonden door is gekomen culmineert in een diep ontroerende scène van de uitvaart van een vermoorde zwarte dominee te Charleston. Als ‘the chosen one’ even alle reserve laat varen, de hymne Amazing Grace aanheft en alle aanwezigen tranen in de ogen zingt.

Na acht tropenjaren in het Witte Huis, die waren gestoeld op de hoop dat de Verenigde Staten een post-raciale natie was geworden, wordt de eerste zwarte Amerikaanse president opgevolgd door een soort anti-Obama, de verpersoonlijking van alles waar hij zich als mens, politicus en symbool tegen heeft verzet en een man die hem in de voorgaande jaren hoogstpersoonlijk heeft zwartgemaakt: Donald Trump.

Helaas: race does matter.

Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story

Op de schouders van de gigant David Bowie, als directe reactie op de eerste punkgolf en snakkend naar een eigen signatuur vond een nieuwe generatie Britse jongeren eind jaren zeventig een thuisbasis in de Londense club The Blitz. Daar ontstond een Europese evenknie van het Amerikaanse Studio 54, waar zich een frisse incrowd van kunstenaars, modeontwerpers en muzikanten vormde. De zogenaamde ‘new romantics’. Ze waren arrogant, extravagant en genderfluïde.

Onder deze Blitz Kids – type kijken en bekeken worden – bevonden zich toekomstige pophelden als Boy George (Culture Club), Gary Kemp (Spandau Ballet) en Midge Ure (Ultravox) en de messcherpe modeontwerpers Michele Clapton, Fiona Dealey en Stephen Jones. Die willen in deze joyeuze documentaire van Bruce Ashley en Michael Donald natuurlijk maar al te graag vertellen over de tijd dat zij tot ‘the happy few’ behoorden en een geheel eigen stijl – op het snijpunt van pop, mode en kunst – begonnen uit te dragen. Ze realiseerden zich vrijwel direct: ‘Dit is mijn stam.’

Gezamenlijk hebben zij, constateren ze nu in het sjiek uitgevoerde Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story (90 min.), ook het pad geëffend voor mannen en vrouwen die zich buiten de voor hun gender en geslacht gebaande paden wilden wagen. Van outcast kon je wel degelijk incrowd worden. En tussendoor kwam – om de cirkel helemaal rond te maken – zowaar hun grote inspirator Bowie nog op bezoek in de glamoureuze club van het illustere duo Rusty Egan en Steve Strange. Hij vroeg enkele sleutelfiguren uit de scene bovendien om de videoclip voor zijn hitsingle Ashes To Ashes op te fleuren.

Dat is een mooi verhaal uit de oude doos, waaruit ook de ‘new romantics’ tegenwoordig met liefde en plezier putten. Ze zijn natuurlijk allang ‘old romantics’ geworden. Bevangen door de nostalgie over hun jeugd die ons allemaal ooit overvalt.

The People V. The Klan

CNN

Beulah Mae Donald uit Mobile, Alabama staat er in 1981 op dat de kist van haar vermoorde zoon Michael openblijft. Zoals ook Mamie Till dat ruim 25 jaar eerder had afgedwongen toen haar veertienjarige zoon Emmett was gelyncht omdat hij een wit meisje zou hebben nagefloten. De hele wereld moet zien hoe hun kinderen eerst bruut zijn afgeslacht en vervolgens genadeloos tentoongesteld. Puur en alleen vanwege hun huidskleur.

Deze moedige moeders hebben sindsdien tragische navolgers gekregen met #BlackLivesMatter-boegbeelden als Gwen Carr (Eric ‘I can’t breathe’ Garner), Wanda Johnson (Oscar Grant) en Tamika Palmer (Breonna Taylor). Documentairemaker Donnie Eichar legt in The People V. The Klan (168 min.) niet voor niets voortdurend de verbinding tussen de pogingen van Beulah Mae Donald om de moordenaars van haar zoon veroordeeld te krijgen en gebeurtenissen in het heden, waarbij het moderne lynchen gebeurt met een taser, wurggreep of politiepistool.

Deze vierdelige serie plaatst de lynching van Michael Donald ook overtuigend binnen de inktzwarte historie van Alabama, waar gouverneur George Wallace ooit ferm de overtuiging ‘segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ uitsprak, Martin Luther Kings protestmars van Selma naar Montgomery op Bloody Sunday rücksichtslos werd neergeslagen en de Ku Klux Klan jarenlang ongestraft zijn gang kon gaan, met als absoluut dieptepunt een bomaanslag op de 16th Street Baptist Church, waarbij vier zwarte meisjes om het leven kwamen.

Via gesprekken met familieleden van Donald en Till, politieagenten, openbaar aanklagers, advocaten, activisten, voormalige Klan-leden en voormalig minister van justitie Jeff Sessions, die toentertijd hulpofficier van justitie was in Alabama, ontvouwt zich in deze sterke productie een tragische geschiedenis, die van Beulah Mae Donald een krachtige heldin zal maken. Uiteindelijk reikt haar strijd om gerechtigheid ook voorbij de individuele Klan-leden. Ze wil de KKK zelf laten betalen voor de haat die ze al die jaren heeft gezaaid.

Q: Into The Storm

HBO

Vanuit de duisterste uithoeken van het internet – 8chan, een online forum waar iedereen anoniem kan publiceren – heeft zich in de afgelopen jaren een geheimzinnige klokkenluider gemeld, die regelmatig cryptische boodschappen afgeeft aan een groeiende schare volgelingen. Deze QAnon – of kortweg: Q – lijkt te opereren als een soort gezichtsloze generaal voor Donald Trump en lanceert de ene na de andere complottheorie over de oorlog van de ‘deep state’ tegen de president.

Documentairemaker Cullen Hoback gaat in de zesdelige serie Q: Into The Storm (356 min.) op zoek naar wie deze mysterieuze bron, die steeds rept over ‘the calm before the storm’, zou kunnen zijn. Volgens aanhoudende geruchten houdt hij/zij zich op in de directe omgeving van de voormalige Amerikaanse president. Is het misschien Trumps voormalige spin doctor Steve Bannon, de omstreden generaal Michael Flynn of toch de Republikeinse dirty trickster Roger Stone?

Voor zijn onderzoek belandt Hoback op de Filipijnen, waar drie andere verdachten zijn neergestreken. In Manila is bijvoorbeeld 8chan-ontwerper Fredrick Brennan woonachtig, een internetwizard die vanwege de aandoening Osteogenesis Imperfecta al zijn hele leven in een rolstoel zit. Hij is inmiddels in onmin geraakt met oud-militair Jim Watkins en zijn nerdy zoon Ron, die het digitale prikbord tegenwoordig in bezit hebben.

De drie gedragen zich als de nét iets te vet aangezette personages uit een tweederangs spionagefilm. Ze flirten voortdurend met hun mogelijke relatie met Q en ontkennen uiteindelijk toch elke betrokkenheid. Terwijl zij van dat schimmenspel lijken te genieten, vallen de theorieën van QAnon intussen in vruchtbare aarde bij zogenaamde QTubers als Dustin Nemos, Craig James en Liz Crokin. Zij hebben inmiddels een dagtaak aan Q – en, dat ook, verdienen er een aardige boterham aan.

Dat resulteert in ronduit absurde taferelen. Zo stelt Craig James, die vol overgave zijn eigen platform Just Informed Talk beheert, bijvoorbeeld met een stalen gezicht tegen Cullen Hoback dat er een epische strijd komt tussen echte patriotten zoals hij en de neppatriotten van links. Gevolgd door: ‘En die gaan we helemaal uitmoorden.’ De diepgelovige kolos steekt zijn duim omhoog. Hij moet er zelf smakelijk om lachen.

‘Het is een psychologische operatie van het allerhoogste niveau’, constateert Nick Noe, een ex-militair en medewerker van de afvallige generaal Paul Vallely, even later over Q. Daarna begint hij aan een paranoïde verhaal over de dood van Osama Bin Laden. Die zou volledig in scène zijn gezet. Noe wordt meermaals onderbroken door een puberaal boerende en lachende James. De bizarre claim zal enige tijd later niettemin gewoon worden geretweet door Donald Trump.

Wat in de beginjaren misschien nog kon doorgaan voor (onsmakelijke) spielerei, heeft gezien bijvoorbeeld de terroristische aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch in 2019 en de bestorming van het Capitool op 6 januari jongstleden dan allang een levensecht karakter gekregen. De samenzweringstheorieën van en rond QAnon hebben wel degelijk consequenties in het echte leven. De Qanon-storm dreigt inderdaad op te steken.

Tijdens zijn even trashy als intrigerende tocht langs alle randfiguren, die het dark web rond Q bevolken en die ook in de gewone mensenwereld voor meer dan genoeg spanning en sensatie zorgen, komt Cullen Hoback intussen tot zijn eigen theorie over wie of wat QAnon nu precies is: complete complotgekte, psychologische oorlogsvoering of toch een volledig uit de hand gelopen prank die allang niet meer leuk is?

Trump Takes On The World

VPRO

Een golf van ontzetting gaat op dit moment door de wereldwijde journalistiek: het besef begint in te dalen dat Donald Trump – om zijn illustere voorganger Richard Nixon te parafraseren – er niet meer is om als voetveeg te gebruiken (en de kijkcijfers op te krikken). In documentaireland kunnen ze gelukkig nog wel even vooruit met de voormalige Amerikaanse president, die in slechts vier jaar elke denkbare code, norm of grens voor zijn ambt heeft geschonden.

In zijn buitenlandbeleid bijvoorbeeld. En dat begint en eindigt in het drieluik Trump Takes On The World (177 min.) met twee woorden: America en First. Die betekenden bij de start van Trumps ambtstermijn een enorme cultuurshock na het behoedzame/laffe (*) internationale opereren van zijn voorganger Barack Obama (waarvan het laatste jaar werd gevangen in de observerende documentaire The Final Year). Die schok werd ook gewoon gevoeld door zijn eigen medewerkers, bekennen veiligheidsadviseurs zoals H.R. McMaster, John Bolton en K.T. McFarland, minister van defensie James Mattis, de economisch adviseurs Gary Cohn en Larry Kudlow, en de Amerikaanse NAVO-ambassadeur, Kay Bailey Hutchison. Als de spreekwoordelijke ‘adults in the room’ moesten ze hun eigen president in het gareel zien te houden.

Daarmee is de sprekerslijst van deze gedegen serie van Tim Stirzaker, namens het toonaangevende Britse productiehuis Brook Lapping, overigens nog niet compleet. Ook de Franse president François Hollande, de Australische premier Malcolm Turnbull, de ministers van buitenlandse zaken van Groot-Brittannië en Iran, en de ambassadeurs van Duitsland, Groot-Brittannië en Israël geven acte de présence. Gezamenlijk bevestigen ze het beeld van een leider die erg gevoelig is voor pracht en praal, spierballenvertoon en vleierij. Een man bovendien die er zeer onconventionele ideeën en methoden op nahoudt – of gewoon totaal geen idee heeft van wat hij aan het doen is. En dat zorgde internationaal voor heel wat verwarring, woede en onzekerheid.

Sommigen wisten Trump voor hun karretje te spannen, anderen kregen met geen mogelijkheid vat op hem of werden stelselmatig geschoffeerd. Positief bezien: hij schudde de zaken behoorlijk op. Binnen de NAVO, in het Midden-Oosten of ten aanzien van Aziatische leiders als Kim Jong-un en Xi Jinping, de thematiek van de drie afleveringen. Louter rituele diplomatie, zonder het idee dat er ook daadwerkelijk iets bereikt kan of moet worden, was er niet meer bij. Daarvoor bleek de leider van de westerse wereld veel te onvoorspelbaar. Met de regelmaat van de klok liet hij een golf van ontzetting door de bedaagde wereld van de internationale diplomatie gaan.

En zoals ook een stilstaande klok wel eens de juiste tijd aangeeft, lijkt de impliciete boodschap van deze grondige terugblik op ’s mans mondiale ambities, zo had ook het zelfverklaarde ‘stable genius’ ‘t wel eens bij het rechte eind met zijn ongegeneerde Diplomatie Van de Grote Bek.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

The Trump Show: Downfall

VPRO

De aftiteling loopt. Van een (s)hitshow die ruim vier jaar permanent van conflict, theater, schandaal, klucht en drama aan elkaar hing en steeds van cliffhanger naar cliffhanger denderde. De namen komen nog eenmaal voorbij. Allerlei figuranten die terstond zullen worden vergeten. Enkele onvergetelijke kopstukken. En Don Jr., Ivanka, Jared, Tiffany, Eric en – de absolute hoofdrol – Donald J. Trump. Het was ‘one hell of a ride’. Of, in goed Nederlands, een onvervalste helletocht.

Downfall, de ‘season finale’ van The Trump Show (53 min.) en het vervolg op de drie afleveringen die in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 3 november 2020 werden uitgezonden, begint met een dramatisch tafereel: een verlaten en geplunderd kantoor in het Capitool, dat op 6 januari werd bestormd door Trump-aanhangers die de certificering van Joe Bidens verkiezingsoverwinning weigerden te accepteren.

Daarna volgt een ‘recap’ van de periode die daaraan vooraf is gegaan. Dat relaas begint eveneens met een onvergetelijk beeld: van de leider Trump, die opnieuw een formidabele vijand heeft overwonnen, het Coronavirus, en die zich nu door zijn dolenthousiaste aanhangers (‘we love you!, we love you!, we love you!’) uitgebreid laat fêteren. Op weg naar verkiezingen die hij, zo wordt hem elke campagnebijeenkomst duidelijker, gemakkelijk gaat winnen. Donald Trump zal de peilingen, die stuk voor stuk een zege voor zijn tegenstrever voorspellen, weer eens ongenadig logenstraffen.

En dan blijkt dat al die voorspellingen gewoon klopten… Voor een man als Trump is dat onmogelijk te accepteren. ‘Winnen is gemakkelijk’, zegt hij treffend in het intro, dat tevens dienst doet als leidmotief voor dit laatste uurtje van The Trump Show. ‘Verliezen is nooit gemakkelijk. Voor mij tenminste niet.’ Er moet dus wel sprake zijn van vuil spel. Een ‘rigged election’. Zoals altijd als ‘The Donald’ niet wint, zo laat regisseur Rob Coldstream Hillary Clinton nog maar eens zeggen in een klassiek debatfragment uit 2016. Verliezen past simpelweg niet in zijn denkraam.

Coldstream brengt het gevolg van dat onvermogen in kaart met (voormalige) Trump-getrouwen als Anthony Scaramucci, Olivia Troye, Sam Nunberg, Darrell Scott, Marc Lotter, Maggie Vandenberghe en Brexiteer Nigel Farage. Dat is al met al een minder overtuigende sterrencast dan in de oorspronkelijke driedelige serie. Deze eerste poging tot geschiedschrijving van de ontluisterende laatste fase van Trumps (eerste) ambtstermijn biedt verder ook geen verrassende ontboezemingen of nieuwe inzichten. ‘t Is vooral een vakkundige samenvatting van twee dolle maanden CNN, opgeleukt met enkele smeuïge quotes en een urgente soundtrack.

Voor een volvette productie zoals The Trump Show is dat een tamelijk zuinig slot. In elk geval voor dit seizoen. Zit er nog een vervolg in het vat? Het tweede impeachmentproces misschien? De tussentijdse verkiezingen van 2022, waarvoor elke Republikeinse volksvertegenwoordiger die zich niet blindelings aan zijn zijde heeft geschaard z’n borst mag natmaken? Of toch weer een presidentscampagne in 2024? Trump mag het weten.

The Reagans

Showtime

Het was destijds voor veel Nederlanders waarschijnlijk nauwelijks voor te stellen dat de figuur Ronald Reagan, een voormalige acteur die nooit president van de Verenigde Staten (1981-1989) had mogen worden, ooit nostalgische gevoelens zou kunnen oproepen. Nooit meer zou een man immers zo evident ongeschikt zijn voor het ambt dat hij mocht bekleden. En toen, een kleine dertig jaar later, werd Donald Trump gekozen tot president en begon het Republikeinse icoon Reagan steeds meer te lijken op een adequate vertegenwoordiger van betere tijden.

Deze vierdelige docuserie van Matt Tyrnauer heet echter niet voor niets The Reagans (218 min.). Meervoud. Want achter deze ‘all American hero’ staat niet zomaar een representatieve echtgenote of glamoureus fotomodel, maar een kleine, vinnige dame: Nancy Davis, een voormalige actrice die haar ‘Ronnie’ naar grote hoogten zou dirigeren en – ondanks een aanzienlijke collectie charmante mantelpakjes – thuis stevig de broek aanhad. Zonder Nancy is Reagans opmars van verdienstelijke bijrolspeler, voorzitter van de acteursvakbond en rondreizend uithangbord voor General Electric tot eerst gouverneur van de staat Californië en daarna Amerikaans president volstrekt ondenkbaar.

Die heldhaftige klim naar ‘this shining city upon a hill’, waarbij Reagan en zijn echtgenote de mythe van Amerika consequent verkozen boven de soms barre realiteit, wordt in deze gedegen dubbelbiografie met een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal en een keur aan bronnen gereconstrueerd. Van de onvermijdelijke biografen, journalisten en historici tot insiders zoals James Baker, George Shultz en Stu Spencer. Zij aanschouwden van spuugafstand hoe de Reagans opereerden als politiek tweemanschap.

De teneur van de serie is opvallend kritisch. Tyrnauer zoomt bijvoorbeeld in op hoe Ronald een ommezwaai van links naar rechts maakte, waarbij hij slim inspeelde op ressentiment bij witte Amerikanen, zijn eigen (fictieve) ‘welfare queen’ introduceerde en nauwelijks begrip toonde voor bevolkingsgroepen die zich niet thuis voelden in zijn geïdealiseerde versie van Amerika. Was zijn vader misschien een racist? Zoon Ron Jr, die zich al vaker kritisch heeft uitgelaten over de verrichtingen van zijn ouders, vindt het een lastige vraag. Ook al kan hij zich niet herinneren dat thuis ooit het N-woord werd gebezigd.

Junior kreeg zijn vader in elk geval niet aan z’n verstand gepeuterd dat alleen de rijken profiteerden van Reaganomics en dat zijn rigoureuze bezuinigingen juist de kwetsbaarste Amerikanen troffen. Intussen liet zijn moeder Het Witte Huis opnieuw decoreren en kreeg ze aan de lopende band nieuwe designerjurkjes aangemeten. Zulke kritiek – en die weerklinkt volop in deze soms ronduit ontluisterende reeks – werd door de twee volleerde acteurs gepareerd met een kundig uitgeserveerde grap, een vleugje zelfspot of een aantrekkelijk fotomomentje. The Reagan Show, zoals vervat in de gelijknamige documentaire.

Hoe hard zijn beleid ook uitpakte, bijvoorbeeld voor homoseksuelen met AIDS, Ronald bleef ogen als een goeiige grootvader des vaderlands. En die roestvrijstalen glimlach verliet nooit Nancy’s gezicht. Beiden speelden immers de rol van hun leven. ‘Laat ons naar elkaar uitspreken’, speechte Reagan bijvoorbeeld bij het Amerikaanse vrijheidsbeeld tijdens de presidentscampagne van 1980, ‘dat we in staat zijn om en – als God het ons toestaat – daadwerkelijk “make America great again”.’ Niet voor niets zou die slogan later geleend worden door die andere Republikeinse president, een man die op min of meer dezelfde grondslagen zou gaan regeren. De toon was alleen volledig anders.

White Noise

The Atlantic

‘De alt-right heeft zojuist gewonnen!’ roept Richard Spencer enthousiast in de camera na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten in november 2016. De mainstreammedia, ofwel ‘de lügenpresse’, heeft dat helemaal niet zien aankomen, zegt de man die de term alt-right muntte. Tijdens een speech voor zijn achterban, enkele dronken dagen na Trumps onverwachte overwinning, gaat hij lekker los. ‘Wij hebben van onze droom de realiteit gemaakt’, schreeuwt Spencer. Hij sluit af met een omstreden leus: ’Heil Trump!’ En inderdaad, een groot deel van de aanwezigen steekt zijn rechterarm ferm omhoog. Een enkeling antwoordt zelfs met ‘Sieg Heil’.

Het komt Richard Spencer ook op eigen kritiek vanuit eigen kring te staan. Later zal hij, als organisator van een helemaal uit de gelopen demonstratie in Charlottesville, nog verder onder vuur komen te liggen en gaandeweg komt hij, hoezeer hij dat zelf ook ontkent, steeds meer alleen te staan. In White Noise (94 min.) volgt regisseur Daniel Lombroso de met onmiskenbaar narcisme behepte Spencer en twee andere sleutelfiguren uit de extreemrechtse beweging tijdens de eerste ambtsperiode van Donald Trump. Hij krijgt daarbij opmerkelijk veel toegang tot mensen die door een groot deel van de samenleving worden beschouwd als racist of neonazi.

‘Fuck islam’, kalkt YouTubester Lauren Southern met lippenstift op haar eigen wangen, in een geheel eigen variant op een make-up tutorial. Ze oogt overigens in alles als een typische influencer. Alleen haar ideeën en de manier waarop ze die uitdrukt zijn nogal extreem. Waar een gemiddelde vlogger eens uitgebreid gaat shoppen, onderneemt Southern bijvoorbeeld een, overigens hopeloos naïeve, trip naar Rusland om daar Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te ‘onderzoeken’. En wat te denken van haar kwalificatie van groepsverkrachting als inherent democratisch? ‘Het is in essentie negen stemmen tegen één over wat ze willen doen.’

Of Southerns omzwervingen door de alt-right wereld werkelijk (alleen) een uitdrukking zijn van diepgewortelde ideeën of toch ook een manier om zichzelf te manifesteren en de winkel draaiende te houden? Die vraag dringt zich tevens op bij Mike Cernovich, een mediapersoonlijkheid die zich eerst manifesteerde als expert op het gebied van male dominance (en het als een teken van kracht ziet dat hij nog altijd alimentatie ontvangt van zijn eerste vrouw). Daarna maakte hij carrière als complotdenker, nationalist en Trump-propagandist. En nu zou hij de politiek eigenlijk het liefst (een heel eind) links laten liggen, om zijn brood te gaan verdienen met de online-verkoop van ‘mindset supplements’.

Via zijn hoofdpersonen, stuk voor stuk aandachtszoekers van het zuiverste water, geeft Lombroso een fascinerende inkijk in de belevingswereld van radicaal-rechtse entrepreneurs. Tussendoor vangt hij zo nu en dan ook de twijfel en frustraties, die ze in het openbaar niet laten zien. Hun levenskeuze heeft ook iets tragisch: (jonge) mensen die hun bestaansrecht volledig ontlenen aan de handel in boosheid en eigenlijk geen andere route meer zien naar een succesvol bestaan. Als Richard Spencer bijvoorbeeld speculeert over de toekomst klinkt hij als een klein jongetje dat wil dat de hele wereld om hem draait. ‘In de etnostaat die ik nooit zal meemaken, maar mijn kleinkinderen wel, zal er een Richard Spencer-boulevard zijn.’

Feels Good Man

Het is een soort monster van Frankenstein geworden. De Amerikaanse cartoonist Matt Furie verzon ooit een onschuldige stripfiguur, Pepe The Frog. Die groeide al snel uit tot een immens populaire internetmeme. De verpersoonlijking van de sullige outsider, met als laconieke lijfspreuk Feels Good Man (94 min.). Lekker melige slackershumor, waarschijnlijk geconcipieerd onder invloed van een flinke joint. En volstrekt ongevaarlijk.

Tenminste, totdat de kikker in de duisterste uithoeken van het wereldwijde web, het internetforum 4chan in het bijzonder, werd gekaapt door de alt-right beweging en vervolgens een soort menselijke bloedsbroeder kreeg: Donald Trump. Die veegde zijn achterwerk af met elke vorm van politieke correctheid en zou zich ontwikkelen tot de katalysator die van Pepe een wereldwijd symbool van racisme, haat en antisemitisme maakte. Met humor als dekmantel.

Furie besluit zijn geesteskind op een gegeven moment zelfs maar ten grave te dragen. Er is geen redden meer aan. Pepe The Frog lijkt dan eenzelfde lot beschoren als Jacobse & Van Es van De Tegenpartij, die zo succesvol werden als parodie op extreemrechtse partijen dat buitenstaanders nauwelijks nog het verschil zagen en hun scheppers Kees van Kooten en Wim de Bie zich genoodzaakt zagen om het duo te laten sterven.

Regisseur Arthur Jones reconstrueert de levensgeschiedenis van de uncoole kikker met zijn geestelijk vader en diens directe (werk)omgeving, illustreert die met alle mogelijke Pepes en koerst in deze boeiende en actuele film uiteindelijk af op een juridische confrontatie tussen Furie en meestercomplotdenker Alex Jones van InfoWars, die zich de koddige kikker heeft toegeëigend en posters met zijn beeltenis verkoopt.

Kan Matt Furie met een rechtszaak over inbreuk op zijn auteursrecht de controle terugkrijgen over zijn eigen creatie en Pepe redden van de extreemrechtse troepen die hem in de afgelopen jaren hebben gegijzeld? En kan dat ooit meer worden dan een Pyrrusoverwinning, die vooral hem persoonlijk een aardige afkoopsom oplevert? Feels Good Man geeft een dubbelzinnig antwoord.

The Way I See It

Op 20 januari 2017 veranderde zijn leven. Hij zwaaide af, samen met zijn baas. Die maakte plaats voor een ander. Pete Souza was acht jaar lang de officiële Witte Huis-fotograaf geweest tijdens het presidentschap van Barack Obama. En daarvoor, omdat hij geen politieke scherpslijper was, ook de vaste fotograaf van de Republikein Ronald Reagan (1981-1989).

Souza beschouwt zichzelf vooral als een ‘historicus met een camera’, zegt hij in The Way I See It (101 min.), een film van Dawn Porter die uitgroeit tot een soort lofzang op Barack Obama, de leider die hem vrijwel ongelimiteerd toegang gaf tot zijn leven en werk. Daarmee wordt deze doeltreffende documentaire tevens een diskwalificatie van diens opvolger Donald Trump, die zijn fotografen alleen laat opdraven voor georkestreerde momenten.

Eerst vooral impliciet: door simpelweg te laten zien hoe consciëntieus Obama zijn werk deed en hoe betrokken hij was bij zijn land en mensen, niet in het minst bij Pete zelf (die bijvoorbeeld mocht trouwen in de Rose Garden van het Witte Huis, waarbij Obama zelf als gastheer optrad). En later heel expliciet: als de fotograaf zich openlijk begint uit te spreken tegen Trump en een populair Instagram-account opent om te laten zien hoe een president zich in zijn ogen behoort te gedragen.

‘A different kind of wall’, schrijft hij bijvoorbeeld bij een foto van Obama, die een vlinder schildert op een Wall Of Hope met een afbeelding van Martin Luther King. Of: ‘Here’s how you’re supposed to deal with the Russian president’, bij een verhitte discussie tussen Poetin en Obama. @petesouza verdient er de bijnaam The King Of Shade mee. Het betekent een enorme ommezwaai voor de man, die zich daarvoor altijd achter de schermen ophield en onzichtbaar zijn werk deed.

Souza heeft nu een bundel gemaakt van die venijnige Insta-posts: Shade: A Tale Of Two Presidents. Hij hoopt oprecht dat het boek zijn waarde verliest op 20 januari 2021, als er weer een president wordt beëdigd. En dan verdwijnt Pete zelf opnieuw in de anonimiteit.

Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).