Een Gevleugelde Herinnering

Daiara Tukano in het Mauritshuis / Ida Does / NTR / maandag 13 april, om 22.40 uur, op NPO2

In 1644 keert Johan Maurits van Nassau-Siegen terug uit Brazilië met dertien schepen vol suiker, tabak, ivoor, tropisch hout, kunst en goud, ter waarde van toen 2,6 miljoen gulden. Met zijn Braziliaanse fortuin laat ‘Mauricio de Nassau’, die ook het pad effende voor de trans-Atlantische slavernij, in Den Haag het Mauritshuis bouwen, dat sinds 1882 dienst doet als museum met een historische collectie.

Ida Does start de documentaire Een Gevleugelde Herinnering (Portugese titel: Uma Memória Emplumada, 56 min.), een logisch vervolg op haar film Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij, met een zeer uitgebreide uitleg over de historische context van het museum. De boodschap is helder: de huidige beheerders van het Mauritshuis hebben zich te verhouden tot deze koloniale geschiedenis en de kunstwerken die daaruit zijn voortgevloeid.

De Braziliaanse kunstenares Daiara Tukano heeft inmiddels de opdracht gekregen om een muurschildering te maken. Als zij rondkijkt in het Mauritshuis, verbaast ze zich over sommige kunstwerken. Op een schilderij van Mary Stuart lijkt een donkere jongen bijvoorbeeld vooral als exotische accessoire te dienen. Waarom weten we niets van die jongen? vraagt ze zich af. Het is sowieso de vraag waarom zwarte personages eigenlijk altijd een onderdanige positie innemen?

Tegelijkertijd krijgt directeur Martine Gosselink – vertelt ze tijdens een bezoek van Braziliaanse museumdirecteuren – regelmatig ook de kritiek dat het Mauritshuis z’n eigen nest bevuilt en zijn oprichter te negatief benadert. Het is een ongemakkelijk gesprek. Kun en mag je van de schoonheid van kunst genieten, zonder de politieke en historische context ervan in ogenschouw te nemen? En hoe kan de dominantie van het witte westerse verhaal worden doorbroken?

Does heeft deze dialoog ingebed in een breed uitwaaierende vertelling, die zich voor een belangrijk deel ook in Brazilië afspeelt, waar Daiara en haar vader, een leider van het Tukano-volk, hun perspectief toevoegen. Die kijk op de pijnlijke historie, inheemse cultuur en thema’s en de kunst die deze hebben voortgebracht worden bovendien tot leven gewekt, met behulp van inheemse rituelen, poëzie en kunst en een bloemrijke soundtrack van Bernardo Bravo du Gomide.

Op de presentatie van Daiara Tukano’s muurschilderij, tijdens de Braziliëdag van 2024, komen deze elementen samen in het Mauritshuis, tijdens een nog wat onwennig gezamenlijk gezongen inheems lied. Zo klinken al die stemmen samen, als het rumoer voor even is verstomd.

Echo’s Van Sobibor

Submarine / BNNVARA

In 2021 wonnen Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, met de documentaire De Sobibor Tapes – De Vergeten Interviews Van Jules Schelvis. Vijf jaar later is er de driedelige serie Echo’s Van Sobibor (165 min.). Die neemt opnieuw de getuigenissen die Sobibor-overlevende Jules Schelvis en schrijfster en slaviste Dunya Breur in de jaren tachtig vastlegden van overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor als uitgangspunt, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de volgende generaties van hun families.

Jetje Manheim van de Stichting Sobibor, een goede vriendin van de in 2016 overleden Schelvis, fungeert daarbij als verbindende schakel. Heel lang wist ze weinig over Sobibor, haar vader wilde er niets van weten. Later vertelde hij dat haar grootouders in het kamp waren vermoord. Het gedenken daarvan is volgens Jetje de laatste tijd echter in een heel ander licht te staan door de oorlog in Israël en Gaza. ‘Die maakt het bijna onmogelijk om puur te herdenken’, constateert ze. ‘De boodschap van het nooit meer laten gebeuren van zo’n verschrikkelijk onheil is al verstoord.’

Miriam en Eran Kahanov, de dochter en kleinzoon van Hella Weiss, ervaren in Israël hoe het leven daar sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 is veranderd. Als ze over Weiss vertellen, zijn op de achtergrond acties van het Israëlische leger te horen. Michael en Vadym, de zoons van de Oekraïner Arkady Wajspapir, vragen zich intussen af wat hun vader zou hebben gevonden van de huidige oorlog in hun land. Die wilde beslist niet leven in een totalitaire staat. En Rena Blatt, de dochter van Thomas Blatt, kampt met het permanente gevoel van onveiligheid waarmee ze in de VS is grootgebracht.

Via getuigenissen van de gevangenen die het vernietigingskamp in Polen, al dan niet na de befaamde opstand op 14 oktober 1943, wisten te overleven, schakelen De Blaauw en Tuinstra in deze miniserie soepel tussen heden en verleden. Naar het lange gesprek bijvoorbeeld dat Thomas Blatt in 1983 had met de aangeklaagde kampbeul Karl Frenzel. ‘Ik wil nadrukkelijk naar u uitspreken dat ik niet kwaad op u ben’, zegt Frenzel, die vindt dat hij zelf ook ontzettend heeft geleden. ‘Dat u van alles over mij hebt verteld en ook een zekere haat tegenover ons koestert neem ik u niet kwalijk.’

‘Dit is echt ongelooflijk’, reageert Jetje Manheim verontwaardigd, na het beluisteren van de geluidsopnames. ‘Ik kan niet begrijpen wat ik gehoord heb. Hij zegt ook dat hij Blatt niet kwalijk neemt wat hij vandaag in de rechtszaak gezegd heeft. Dat moest er nog bijkomen. Dit is gewoon de omgekeerde wereld.’ In Brazilië heeft Sobibor-overlevende Stanislav ‘Shlomo’ Smajzner dan allang zijn conclusies getrokken. Als hij in 1978 de SS’er Gustav Franz Wagner uit Sobibor herkent in zijn nieuwe thuisland, wil hij hem het liefst direct doden. In 1980 steekt Wagner zichzelf dood in zijn cel. (Zelf)moord?

Zo blijven de gruwelijke gebeurtenissen in Sobibor hun schaduw werpen over het latere leven van de overlevenden, nabestaanden en hun afstammelingen. Ook achter de voordeur hebben die veel ellende veroorzaakt. Zo spreekt Dena, de weduwe van Thomas Blatt, in het slot van de laatste aflevering van deze miniserie voor het eerst uit hoe onmogelijk ‘t eigenlijk was om met haar man te leven. Blatt, die zich naar buiten toe altijd goed en groot hield, was volgens Dena niet in staat om van anderen te houden en maakte haar en de rest van het gezin gedurig het leven zuur.

Met zulke ontboezemingen brengt Echo’s Van Sobibor, ruim tachtig jaar na dato, alle uithoeken van het oorlogstrauma dat dit ene Duitse vernietigingskamp te weeg bracht nog eens krachtig in beeld.

Monikondee

Cinema Delicatessen

Met zijn motorboot bevaart Boggi Josef Adijontoe, alias ‘Boogie’, de Marowijne-rivier. Die markeert de grens tussen Suriname en Frans Guyana. Boogie bevoorraadt inheemse en Marron-gemeenschappen, die al sinds mensenheugenis aan de rivier wonen. Zij hebben het kapitalisme heel lang op afstand weten te houden, maar worden door overstromingen, droogte en vervuiling alsmaar afhankelijker van de aanvoer van elementaire goederen.

Bootsman Boogie is onderdeel van deze dynamiek. Met zijn korjaal van achttien meter voert hij bijvoorbeeld ook olievaten aan voor goudzoekers. Die kwamen enige tijd geleden en masse vanuit Brazilië. Zoals eerder Amerikaanse missionarissen en Chinezen al aanmeerden in het Marron-gebied. En deze nieuwkomers jagen, vissen, kappen bomen, zoeken vertier en dumpen afval in het water. Het regenwoudgebied is veranderd in ‘Geldland’, Monikondee (103 min.). ‘Sinds we geld zijn gaan gebruiken’, zegt een plaatselijke vrouw treffend, ‘delen we minder met elkaar.’

Tolin Alexander, Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan volgen Boogie tijdens z’n tochten naar het Surinaamse binnenland, als hij zijn boot door het verraderlijke water stuurt. Onderweg ontmoet hij vertegenwoordigers van plaatselijke gemeenschappen, voert met hen tamelijk vormelijke onderhandelingen en luistert naar hun monologen en liederen. Zo ontstaat een fraaie synthese van documentaire, poëzie en theater. Een logische voortzetting ook van hun vorige film Stones Have Laws (2019), die eveneens in nauwe samenwerking met de hoofdpersonen is gemaakt.

Tussendoor laat de nijvere bootsman, een plaatselijke variant op de pakketbezorger of truckchauffeur, zijn gedachten de vrije loop over het heden en verleden van zijn gemeenschap. Boogie beschouwt zichzelf als een ‘Fiiman’, een vrije man. Zijn voorouders sloten in 1760 als eerste vrede met de Nederlanders die zich in Suriname hadden gemeld. ‘Maar je weet hoe de witte mannen zijn: een overeenkomst duurt net zo lang als dat zij er voordeel van hebben’, zegt hij mismoedig. ‘Toen er goud werd gevonden, vergaten ze de overeenkomst.’

Kalm en trefzeker ontsluiten Alexander, Van Brummelen en De Haan via Boogie de leefwereld van de volkeren in het Surinaamse regenwoud, waarbij de interactie van de bootsman met de mensen die hij onderweg ontmoet soms wel erg geënsceneerd aandoet. Dit geldt overigens ook voor het plot waarmee de oogstrelende film naar z’n climax wordt gestuurd: Boogie wordt door zijn clanleiders opgeroepen om in Diitabiki, bij de Tapanahony-rivier, te verschijnen. Daar gaan zij een conflict afhandelen waarin zijn goud winnende neef verzeild is geraakt.

De boodschap van Monikondee is dan allang helder: van deze ‘vooruitgang’ wordt lang niet iedereen beter. 

Congonhas: Tragédia Anunciada

Netflix

De ramp na de ramp. En vooral: de ramp vóór de ramp. Die zijn bijna net zo erg als het vliegtuigongeluk zelf. Wanneer een Airbus A320 van vliegmaatschappij TAM op 17 juli 2007 bij z’n landing op de luchthaven Congonhas, midden in de metropool São Paolo, niet voldoende kan remmen en tegen een gebouw aanvliegt, is de schade nauwelijks te overzien. Het gaat om de dodelijkste vliegramp in de Latijns-Amerikaanse geschiedenis, met 187 doden aan boord en twaalf slachtoffers op de grond.

In Congonhas: Tragédia Anunciada (139 min.) reconstrueert Angelo Defanti eerst met overlevenden, nabestaanden en direct betrokkenen hoe vlucht JJ3054, twee uur eerder opgestegen in Porto Allegre, bij z’n landing het gebouw voor vrachtverkeer van TAM binnenvliegt. Daarna concentreert de driedelige serie zich op de commotie na de ramp, waarbij de vliegmaatschappij, het Braziliaanse agentschap voor veilig vliegverkeer ANAC en zelfs president Lula danig onder vuur komen te liggen.

Want kijkend naar de voorgeschiedenis lijkt het om een ‘aangekondigde tragedie’ te gaan. ‘Het was vreselijk’, zegt een insider, ‘maar voorspelbaar.’ Brazilië is immers al enkele jaren in de greep van een luchtvaartcrisis. Het vliegverkeer is in de voorgaande jaren enorm toegenomen, de luchthavens kunnen de drukte allang niet meer aan. Op Congonhas zijn er ook al langer problemen met de landingsbaan, waarop groeven voor waterafvoer ontbreken. Er dreigt voortdurend slipgevaar.

Ruimte om pas op de plaats te maken en afdoende veiligheidsgaranties in te bouwen zien de betrokken bedrijven en instanties echter niet. Ze willen door. De prijsvechter TAM heeft z’n prioriteit in elk geval zeker niet bij de veiligheid van de passagiers liggen. De Braziliaanse vliegmaatschappij gaat prat op z’n zeven geboden. De eerste? ‘Er gaat niets boven winst.’ Dat dit gebod voorop staat is toeval, beweert CEO Marco Antonio Bologna, achttien jaar na de ramp op Congonhas, nog altijd met droge ogen.

Haarfijn identificeert Defanti in deze pijnlijke miniserie alle losse elementen die samen wel tot een ramp móesten leiden. ‘Winst is natuurlijk belangrijk’, stelt Dario Scott, vader van de tiener Thaís. Na het ongeluk waarbij zijn dochter om het leven kwam heeft hij zich onvermoeibaar opgeworpen als woordvoerder van de nabestaanden – óók in Congonhas: Tragédia Anunciada. ‘Elk bedrijf moet winstgevend zijn, maar winst mag niet belangrijker zijn dan mensenlevens.’

Passinho Foda: O Corre Por Trás Da Dança

Netflix

Beyoncé danste hem tijdens de Olympische Spelen van 2016, rapper Snoop Dogg is ook al overstag en in thuisland Brazilië worden er in elke uithoek battles georganiseerd. De passinho foda ontstond rond de eeuwwisseling in de favela’s van Rio de Janeiro en heeft sindsdien een enorme opmars gemaakt. Als een soort kruising van breakdance en capoeira houdt ’t de Braziliaanse jeugd óp straat ván de straat.

Passinho Foda: O Corre Por Trás Da Dança (50 min.) is vooral een sfeertekening van deze dampende dansscene. Overal in de Braziliaanse stad verliezen straatdansers en gezelschappen zich blootsvoets in de opzwepende cadans van de ‘funk’. De filmmakers Thatiane ‘Sabothati’ Almeida en Fred Ouro Preto introduceren hen in een hoog tempo: toppers, uitdagers en ‘Relieken’, de wegbereiders van de huidige hausse.

Centrale figuur in deze opzwepende film is André Oliveira, een jongeling uit de favela Villa Cruzeiro die furore maakt met dansvideo’s en zich graag meet met anderen. Ook hij danst op blote voeten. ‘Je maakt contact met de vloer en met je voorgeschiedenis’, legt hij uit. ‘We bezeren onze tenen, maar dat komt door het verlangen om te dansen. Als je niet bloedt, dan dans je de passinho niet. Je moet bloeden.’

Bij de Dance Your Style-battle van 2023 kan ‘Andre DB’ zijn souplesse en ritmegevoel laten zien. Hij gaat duelleren met andere passinho-helden. Het publiek beslist vervolgens wie er wint. De één zal dus onder de ander door moeten, maar André wil koste wat het kost stand houden en zichzelf op de kaart zetten. In rechtstreekse confrontaties toont hij overtuigend zijn klasse en improvisatietalent.

Intussen is de passinho foda zelf in 2024 benoemd tot immaterieel erfgoed van Rio de Janeiro.

De Thuiskomst

Doxy

‘Toen God naar de hemel was verwezen’ constateert Jos de Putter halverwege zijn documentaire-essay De Thuiskomst (50 min.), ‘nam de mens zijn plek in op aarde. En die mens maakte vervolgens van God een wetenschapper. Waar hij zich dan weer aan kon spiegelen.’

Het is een logische stap in zijn betoog over hoe de mens stelselmatig heeft gestolen van de aarde. Hijzelf niet in het minst: De Putter rekende uit dat hij in de afgelopen dertig jaar als filmmaker zo’n 21 keer de aarde rond heeft gereisd. Is de kracht van die films – van z’n debuut Het Is Een Schone Dag Geweest (1992), over het boerenbedrijf van zijn ouders, tot pak ‘m beet A Way 2 B (2022), een vlammende hybride van docu en dans – voldoende om zijn eigen ecologische voetafdruk te verantwoorden?

Voor een film over dit onderwerp is in elk geval een andere benadering nodig. Indachtig de filosoof Walter Benjamin wil De Putter ditmaal niet als reiziger, die allerlei avonturen beleeft, zijn verhaal vertellen, maar als een boer die de wisselende seizoenen meemaakt. Hij neemt zich voor om nu niet te reizen en elders in de wereld verhalen op te halen, maar om gebruik te maken van de verhalen die hij eerder heeft verteld of de korte films van anderen, die hij heeft geproduceerd. Een recycle-docu, zogezegd.

Vanuit alle uithoeken van de wereld – van Brazilië en Nieuw-Zeeland tot Mexico en Nepal – tekent De Putter zo de verstoorde relatie tussen de mens en de aarde op. Én hij breekt de belofte aan zichzelf en reist toch, per trein, naar Londen. Voor een gesprek met de Britse auteur Karen Armstrong. In Sacred Nature onderzoekt zij de invloed van religie op onze houding tegenover de wereld. De moderne mens is z’n heilige ontzag voor de natuur kwijt en ziet de aarde simpelweg als een soort decor voor zijn eigen leven.

Volgens Armstrong moet de mens God terugroepen uit de hemel en het Goddelijke in de wereld om hem heen weer te gaan zien. Dat gaat alleen bepaald niet vanzelf. Jos de Putter illustreert dit met oude afleveringen van het VPRO-programma Diogenes, videobrieven voor De Correspondent en fragmenten uit recente documentaires zoals I Am The River, The River Is Me en Schone Bergen. De microverhalen die daarin worden verteld krijgen daarmee een nieuwe plek in een groter, persoonlijk ingestoken narratief.

Over de ontheiliging van de aarde, die nodig zijn Goddelijke dimensie terug moet krijgen.

A Invenção Do Outro

De Bubuia Cinema

De missie is bepaald niet zonder gevaar. Eerdere pogingen om de Korubo, een inheems volk dat geïsoleerd leeft in het westelijke Amazonegebied op de grens van Brazilië, Peru en Colombia, te benaderen, zijn uitgelopen op stevige confrontaties. Zes expeditieleden hebben daarbij het leven gelaten. Het is overigens niet vreemd dat de Korubo in eerste instantie vijandig staan tegenover witte mensen. Hun leefgebied wordt permanent bedreigd door jagers, houtkappers en vissers.

In 2019 onderneemt FUNAI, een Braziliaanse overheidsorganisatie voor de bescherming van de inheemse bevolking, een nieuwe poging. Zij willen contact leggen met de indianenstam, hen voorzien van geneesmiddelen tegen griep en malaria en bemiddelen in de permanente oorlog die zij uitvechten met een ander inheems volk, de Matis. Deze poging lijkt meer kans van slagen te hebben dan eerdere trips. Want het team is ditmaal versterkt met een groepje Korubo-mannen, dat enkele jaren geleden los is geraakt van de hoofdgroep en vervolgens in de bewoonde wereld is beland.

Als de voortekenen niet bedriegen, wordt ‘t een heel bijzonder avontuur, met een zeer gemêleerd reisgezelschap, waaronder dus ook enkele inheemse mannen die zich weer bij hun stamgenoten willen aansluiten. En de Braziliaanse filmmaker Bruno Jorge, die eerder met enkele collega’s het thematische verwante Piripkura (2017) maakte over de twee laatste leden van een Braziliaanse nomadenstam die samen in de jungle leven, heeft zich bij de groep aangesloten voor wat ook wel een heel bijzondere film moet worden: A Invenção Do Outro (Engelse titel: The Invention Of The Other, 144 min.).

Hoewel de FUNAI-vertegenwoordigers onder leiding van Bruno da Cunha Araújo Pereira ‘t beste voor hebben met de Korubo, hebben die wel degelijk wat van hen te vrezen. Een ogenschijnlijk onschuldig griepje zou de indianen bijvoorbeeld fataal kunnen worden. Zij moeten dus zeer omzichtig benaderd worden, óók door de stamgenoten waarvan zij vast dachten dat die allang waren overleden. Die beginnen zich intussen weer duidelijk op hun gemak te voelen in het regenwoud. Ze trekken als vanouds al hun kleren uit, gaan op jacht naar apen om te verorberen en spelen heroïsche gevechten na.

En Jorge kan, als onderdeel van de expeditie, alle verwikkelingen van binnenuit registreren. Hij staat ook op de eerste rij als ‘t inderdaad tot een ontmoeting komt. Dit zorgt voor emotionele taferelen, waarbij het fascinerend is om te zien hoe de Korubo met elkaar communiceren: lawaaierig, erg direct en zeer lijfelijk. De film krijgt daarmee iets zeer intiems en brengt tegelijkertijd een fenomeen in beeld, dat in de allereerste documentaires, een ‘vreemd’ volk ontdekken, nog alomtegenwoordig was en dat allengs, door de globalisering, wel héél uitzonderlijk is geworden.

Voor iedereen die met beide benen in de 21e eeuw staat legt A Invenção Do Outro daarom een ronduit opzienbarende wereld bloot.

No Céu Da Pátria Nesse Instante

IDFA

Deze film begint met een Braziliaanse vrouw die Sandra Kogut meermaals indringend vraagt of ze misschien een linkse filmmaker is. Want: als je voor die rooien bent, haak ik af. En de documentaire eindigt met een Bolsonaro-supporter die diezelfde filmmaakster, na een stekelig vraag- en antwoordspel over vermeende fraude tijdens de presidentsverkiezingen van 2022, afgemeten toevoegt: ‘Het lijkt alsof jij in het ene Brazilië woont en ik in een totaal ander land.’

Tussendoor houdt Kogut in de documentaire No Céu Da Pátria Nesse Instante (Engelse titel: At This Moment, In The Nation’s Sky, 105 min.), vernoemd naar een zinsnede uit het Braziliaanse volkslied, haar mening zoveel mogelijk buiten de film – ook al is duidelijk met welke kant zij wordt geassocieerd. Bij die verkiezingen neemt de linkse kandidaat Lula ’t op tegen de zittende president van zeer rechtse signatuur, Jair Bolsonaro. Rood versus de landskleuren geel en groen, geclaimd door Bolsonaro’s partij.

Hun aanhangers leven – zo blijkt steeds weer in deze observerende film – in een totaal andere werkelijkheid. ‘Kunnen we Brazilië niet gewoon opsplitsen?’ vraagt een Bolsonaro-aanhanger zich dan ook hardop af als de spanningen over de uitslag oplopen. Een vraag die ook sommige gefrustreerde Amerikaanse, Britse of, ja, Nederlandse kiezers zichzelf vast wel eens hebben gesteld. Van politieke opponent is de tegenpartij verworden tot een vijand, die met alle mogelijke middelen moet worden bestreden.

Terwijl Petra Costa diezelfde Braziliaanse verkiezingen gebruikt om in haar documentaire Apocalipse Nos Trópicos (2024) het grotere verhaal van het christelijk nationalisme in Brazilië uit te diepen, daalt Kogut juist af naar de basis: de gewone aanhangers van beide zijden, campagnevrijwilligers en verkiezingsfunctionarissen. Zij staan op dit cruciale ogenblik in de moderne Braziliaanse geschiedenis met hun poten in de modder en ervaren hoe de vijandigheden tussen rood en geel-groen steeds verder escaleren.

Het heeft de documentairemaakster heel wat kruim gekost om landgenoten te vinden die in de aanloop naar de verkiezingen hun ervaringen wilden delen. Zeker de achterban van Bolsonaro staat zeer wantrouwend tegenover journalisten, die beschouwd als verspreiders van nepnieuws. Voor hen lijkt ook alles geoorloofd om te winnen. Bij religieuze Bolsonaro-supporters wordt er bijvoorbeeld gebeden als de uitslag in hun nadeel dreigt uit te vallen. ‘Ik hoop nog steeds dat het leger ’t overneemt’, zegt één van hen.

Te midden van al het strijdgewoel houdt een straatverkoper op een scorebord nauwkeurig bij van wie hij het meeste shirts en vlaggen verkoopt: Bolsonaro of Lula. Met enige goede wil zou je het een geruststellend beeld kunnen noemen: terwijl de man geen geheim maakt van zijn eigen voorkeur – van Lula moet hij niets hebben – mag dat niet in de weg staan van zijn business. Zulk pragmatisme, hoe aards ook het motief, kan Brazilië getuige deze onstuimige verkiezingsfilm wel gebruiken, zou je zeggen.

Apocalipse Nos Trópicos

IDFA

Je zou kunnen zeggen: het scenario lag klaar en was zelfs al eens getest, dus waarom zouden ze ’t in Brazilië niet ook eens uitproberen? Bijna op de dag af twee jaar na de bestorming van het Capitool door de aanhang van de Amerikaanse president Donald Trump zetten supporters van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro de aanval in op het parlement.

De parallellen tussen Trump en Bolsonaro liggen sowieso voor het oprapen in Petra Costa’s Apocalipse Nos Trópicos (Engelse titel: Apocalypse In The Tropics, 111 min.). Ook Jair Bolsonaro is een feilbaar mens met opvallende gebreken, die nochtans volledig wordt omarmd door evangelisch rechts. En daar vindt Costa, die in The Edge Of Democracy (2019) haar eigen familiegeschiedenis al verbond met de recente politieke historie van Brazilië, haar thema: hoe evangelische christenen, inmiddels zo’n dertig procent van het totale electoraat, worden ingezet voor oerconservatieve politiek.

De verpersoonlijking van die ontwikkeling is pastor en televisiedominee Silas Malafaia van de Assembleia De Deus-beweging. Hij zet zich schrap tegen abortus, het homohuwelijk en de legalisering van drugs en vormt inmiddels een kracht om rekening mee te houden in het Zuid-Amerikaanse land. In een grijs verleden steunde hij Bolsonaro’s grote tegenstander Lula, maar die twee matchten niet. Daarna omarmde hij Jair – ja, werkelijk waar – Messias Bolsonaro, die zich als relatief onbeduidende uiterst rechtse volksvertegenwoordiger bekeerde tot het christelijk nationalisme.

Costa verbindt dit actuele politieke verhaal, middels een enigszins moeizame persoonlijke voice-over en sprekende religieuze afbeeldingen, met bespiegelingen over de extreme opvatting van het christendom door Malafaia en zijn gevolg. Omdat volgens het Bijbelboek Openbaringen een eindstrijd nodig is voor de terugkeer van Jezus op aarde – Armageddon – lijkt het behouden van de vrede geen doel voor deze geharde ‘evangelicals’. Het winnen van de verkiezingen is slechts een klein onderdeel van de heilige strijd. Zo zetten ze, totaal onverzoenlijk, koers richting de Dag des Oordeels.

De ‘messias’ Bolsonaro is een prima vehikel voor die agenda. Als ook Brazilië wordt getroffen door de wereldwijde pandemie spot hij net als zijn Amerikaanse evenknie met alle COVID-wetten. Bidden tegen Corona, dat is zijn voornaamste devies. En als er dan mensen sterven? Nou en. Iedereen gaat een keer dood. Het maakt de Braziliaanse Trump wel kwetsbaar bij de verkiezingen van 2022 als hij toch weer met die dekselse Lula, die enige tijd in de gevangenis heeft gezeten, wordt geconfronteerd als opponent. Deze verkiezingen kunnen bepalen of Brazilië een seculiere staat blijft.

Als de zege uiteindelijk naar Lula’s Arbeiderspartij gaat, tevens gevolgd in de documentaire No Céu Da Pátria Nesse Instante, reageren Bolsonaro’s supporters furieus. Apocalipse Nos Trópicos wint direct aan scherpte en drama als zij het leger vragen om in te grijpen en zelf het recht in eigen hand nemen. En al die tijd staat de mannetjesmaker Silas Malafaia aan hun zijde. Als Bolsonaro beweert dat God heeft gezegd: ga vechten en ik ben erbij, laat Petra Costa in een treffende scène zien dat de pastor hem dit heeft ingefluisterd – of op z’n minst zijn goedkeuring heeft gegeven.

Bolsonaro’s aansporing om geweld te gebruiken lijkt een kopie van de slogan waarmee Donald Trump op 6 januari 2021 zijn aanhang aanspoorde om het Capitool te attaqueren: fight like hell. Ook in Brazilië loopt ‘t volledig uit de hand, toont deze pijnlijk actuele film over het monsterverbond tussen christelijk nationalisme en autocratische leiders. En als het Trump-draaiboek ook in de toekomst wordt gevolgd, staat Jair Bolsonaro nu in de coulissen te wachten totdat hij zich opnieuw kandidaat kan stellen voor het presidentschap – en komt een theocratie in Brazilië weer een stapje dichterbij.

Bloedband

Anaïs Lopez

Anaïs Lopez’s oma verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze moest volgens Anaïs dus wel Joods zijn. ‘Hoe kom je daarbij?’ reageert haar moeder Carla verbaasd. ‘Nee, lijkt me heel onwaarschijnlijk.’ Veel meer dan dat ze in 1946 is vertrokken, weet Carla zelf overigens ook niet. ‘Ik heb ’t gewoon weggestopt’, zegt ze over de moeder, die haar als klein kind achterliet bij haar vader. ‘Ik wilde er niets over weten.’ Dat is echter buiten haar eigen dochter gerekend. ‘Ik wil weten hoe ’t zit’, zegt Anaïs stellig in de ferme voice-over waarmee ze deze persoonlijke film aanstuurt. ‘Voordat het te laat is.’

Zo ontvouwt zich, letterlijk voor de camera, een roerige familiegeschiedenis, waarin verzonnen verhalen de waarheid nog wel eens in de weg blijken te zitten. Maar of de naakte feiten nu werkelijk zijn te verkiezen boven de romantische fantasieën die je, zeker als kind, ook kunt koesteren bij het verleden, is nog maar de vraag. Want de zoektocht van Anaïs Lopez naar de waarheid rond haar grootmoeder Willy maakt in Bloedband (30 min.) nogal wat los. Ze zou een losbol zijn geweest, die bij Duitsers op schoot zat en op een zeker moment met een nazi naar Brazilië is gevlucht.

Het spoor leidt uiteindelijk naar Frankrijk, waar oma een nieuw leven heeft opgebouwd. En er moeten DNA-tests aan te pas komen om te bepalen wie van haar kinderen nu precies bij wie hoort. Met onvoorziene ontwikkelingen, die voor de camera moeten worden ondergaan, als gevolg. ‘Mijn God, wat heb ik gedaan?’ vraagt Anaïs zich dan af in deze inventieve en fraai vormgegeven weerslag van haar enerverende zoektocht door het verleden, waarvan niemand weet waarnaar die leidt. ‘Ik heb nooit stilgestaan bij de mogelijke consequenties. En nu heb ik de familie stukgemaakt.’

Intussen komt de filmmaakster wel degelijk dichter bij de kern van de geschiedenis waarvan ze met verve het stof heeft afgeblazen: het levensverhaal van haar oma, de keuzes die zij heeft gemaakt en de gevolgen daarvan die nog meerdere generaties doorwerken. En dat begint bij de beperkte bewegingsvrijheid die een vrouw toentertijd had, in de mannenwereld van halverwege de twintigste eeuw. Willy Schram – volgens Carla, met hedendaagse ogen bekeken, een eigenzinnige, geëmancipeerde vrouw – had achteraf bezien misschien wel helemaal geen keus.

Zo bouwt Anaïs Lopez tijdens het maken van deze korte documentaire, die een mooi rond verhaal bevat, toch iets van begrip op voor die onbegrijpelijke oma – en daarmee ook voor haar eigen moeder.

They Shot The Piano Player

Periscoop Film

Het startpunt van deze volledig geanimeerde documentaire doet denken aan Searching For Sugar Man (2003), waarin Majik Benjelloul op zoek ging naar de verdwenen Amerikaanse singer-songwriter Sixto Rodriguez. Had die zichzelf van het leven beroofd, wellicht zelfs op het podium? In They Shot The Piano Player (103 min.) onderzoekt de Amerikaanse journalist Jeff Harris wat er is gebeurd met Tenório Jr., één van de toonaangevende Braziliaanse musici van zijn tijd. Hij verdween spoorloos in 1976.

Waar Bendjelloul soms selectief met de waarheid omging in zijn Oscar-winnende documentaire, hebben Fernando Trueba en Javier Mariscal die daadwerkelijk een handje geholpen: met Harris introduceren ze een fictief personage, ingesproken door de Amerikaanse acteur Jeff Goldblum. Hij wordt ingezet als protagonist bij hun eigen zoektocht naar informatie over het leven en de verdwijning van Tenório Jr. en gesprekken met toonaangevende spelers uit diens privé- en werkleven.

De animatiedocu start bij een verzonnen boekpresentatie te New York in 2009. Bij het schrijven van zijn niet-bestaande boek over de opkomst van de Braziliaanse bossanova-muziek is Harris volgens eigen zeggen op het verhaal van Tenório gestuit. In Rio de Janeiro probeert hij vervolgens meer te weten te komen over zowel de muzikale stroming als over de illustere pianist. Hij dringt eerst diep door in de swingende muziekscene en focust zich daarna op de in Buenos Aires verdwenen muzikant.

Dat fictiedeel voelt enigszins gekunsteld. De keuze om de film geheel te animeren, ook de interviews en nieuwsbeelden uit die tijd, versterkt dat nog eens, al wordt daardoor ook de eenheid van de vertelling versterkt en krijgt die er meer kleur en schwung van. De zoektocht van ‘Harris’ leidt alleen langs heel veel pratende (en getekende) hoofden, met elk hun eigen herinneringen aan Tenório Jr. En dan is het toch de vraag of zij dan, met al hun gedachten en emoties, niet gewoon in beeld horen.

Wat al die bronnen te vertellen hebben, is verbonden met een dramatische politieke ontwikkeling: de opkomst van dictatoriale regimes in Zuid-Amerika. In 1964 gaat Brazilië voor de bijl, twaalf jaar later volgt Argentinië. En daarmee ook het swingende bossanova-tijdperk en dat ene kopstuk van de Braziliaanse muziek. Hij gaat na een optreden in de Argentijnse hoofdstad zo’n mythisch pakje sigaretten halen en wordt dan als vermeend ‘subversief element’ van de straat geplukt.

En dan wacht de pianospeler het lot dat al zoveel ‘Desaparecidos’ van de Argentijnse junta ten deel is gevallen: ze verdwijnen plotseling van de aardbodem. En hun naasten moeten maar gissen naar wat er met hen is gebeurd. Al doet de titel van deze animatiedocu al wel enigszins vermoeden wat er toentertijd met Tenório Jr. is gebeurd.

O Ninho: Futebol E Tragédia

Netflix

Zowel de ouders als hun kinderen zijn de koning te rijk. De jongens zijn geselecteerd door de jeugdopleiding van de Braziliaanse voetbalclub Flamengo. Een carrière als topspeler, waarvan de hele familie zou kunnen meeprofiteren, is weer een stapje dichterbij gekomen. Vooralsnog bivakkeren de talenten echter op Het Gierennest, het trainingscomplex van de volksclub uit Rio de Janeiro, waar ze worden ondergebracht in een slaapcontainer. En die blijkt niet brandveilig.

Op 8 februari 2019 ontstaat er, na enige dagen hevige regenval, kortsluiting in een airco in de container, waar de veelbelovende tieners (14-17 jaar) slapen in hun stapelbedden. ‘Toekomst onderbroken – tien eeuwige kampioenen sterven op trainingscomplex’, kopt een Braziliaanse krant naderhand. ‘Het grootste verdriet ter wereld’, staat elders te lezen. Marcos Marinho, de zaakwaarnemer van één van de gestorven jeugdspelers, Victor Isaias, kan er nog altijd niet over uit. Hij voelt zich schuldig. ‘Ik had de jongen uit z’n huis gehaald om een droom te verwezenlijken’, vertelt hij geëmotioneerd. ‘En bracht hem terug in een kist.’

In de driedelige serie O Ninho: Futebol E Tragédia (114 min.) reconstrueert Pedro Asbeg de ramp met twee voetballers die de brand overleefden, de ouders van enkele gestorven jeugdspelers, een beveiliger van de club, advocaten die bij de zaak betrokken raakten en journalisten die zich daarin vastbeten. Want de brand staat niet op zichzelf. Uit interne mails blijkt dat de club – hier vertegenwoordigd door oud-speler Zico en voormalig trainer Vanderlei Luxemburgo, die met de kwestie zelf niets van doen hebben – er allang op is gewezen dat de container gevaarlijk zou kunnen zijn. Met die kennis is echter nooit iets gedaan.

Al snel staan de nabestaanden van de spelers en hun belangenbehartigers recht tegenover de club Flamengo die opnieuw weigert om z’n verantwoordelijkheid te nemen – op een manier die enigszins doet denken aan De Zaak Nouri bij Ajax. Gedeeld verdriet maakt plaats voor nét iets te zakelijke onderhandelingen. Deze gedegen miniserie, waarvoor de fatale brand nog eens is gereconstrueerd, brengt haarfijn in beeld hoe het rouwproces van ouders, die afscheid hebben moeten nemen van zowel hun kind als hun gezamenlijke droom, daardoor volledig wordt ontregeld. Hun verdriet laat zich niet zomaar afkopen, maar is wel relatief gemakkelijk te verergeren.

Lutar, Lutar, Lutar

ESPN

Alleen de liefde zelf maakt net zulke grote emoties los als de belangrijkste bijzaak van de wereld, voetbal. Lutar, Lutar, Lutar (110 min.) levert het tastbare bewijs, via de aanhang van Clube Atlético Mineiro, sinds 1908 de trots van de Braziliaanse mijnwerkersstad Belo Horizonte. De gezworen fans Sérgio Borges en Helvécio Marins Jr. belichten de turbulente historie van hun club, vanuit de beleving van supporters zoals zijzelf. ‘Wij zijn geen team dat de ene na de andere cup wint’, zegt een fan van ‘Galo’ treffend. ‘Wij zijn een team van eer, lef en traditie. Nog een beker in de prijzenkast? Big fucking deal. Ik ben een Atleticano. Die cups kunnen me gestolen worden. Ik ben een martelaar.’

‘Huwelijken, verjaardagen, noem ’t maar op’, zegt Tia Célia Diniz, een oudere vrouw, die voor de camera heeft plaatsgenomen in het zwart-witte clubshirt. ‘Als Galo speelt, hoeven ze niet op me te rekenen. Dan zit ik in het stadion.’ De quote zou zo afkomstig kunnen zijn uit Fever Pitch, het heerlijke boek dat Nick Hornby schreef over zijn tragische liefde voor de Londense voetbalclub Arsenal. Tia illustreert nog maar eens hoever haar liefde gaat: ‘Mijn dochters bevielen altijd als het seizoen al was begonnen. Ik bracht hen dan naar het ziekenhuis en zei: als ik terugkom van de wedstrijd, kun je me vertellen of het een jongen of een meisje is geworden. Het is hoe dan ook een Atleticano.’

De club maakt elementaire clangevoelens los. Die spelen nog altijd duchtig op bij de herinnering aan de dramatische beslissingswedstrijd om het Braziliaanse kampioenschap van 1977 tegen grote rivaal São Paulo. Het onrecht stapelde zich werkelijk op: Galo had in de competitie elf punten voorsprong opgebouwd (die nu ineens niet meer meetelden), moest aantreden zonder z’n sterspeler Reinaldo, werd een glaszuivere strafschop onthouden en ging toen de bietenbrug op na een dramatisch verlopen penaltyreeks. Het verlies leidde tot massale rouwtaferelen in de Braziliaanse stad. ‘Belo Horizonte heeft nooit een triestere dag gekend’, zegt Reinaldo in dit gepassioneerde clubportret.

De traumatische nederlaag is ook een bevestiging: Atlético Mineiro wordt stelselmatig benadeeld tegenover de clubs uit grote steden zoals Rio de Janeiro of São Paulo. En dat Calimero-complex blijkt, in combinatie met blinde clubliefde, een prima drijfveer om tóch te komen tot grote prestaties. Al kunnen die dat gevoel van miskenning nooit helemaal wegnemen. Want zeg nou zelf: Reinaldo is toch beslist niet minder dan de legendarische Pele, die alom wordt beschouwd als de beste speler aller tijden? Bedenk daarbij dat de sterspeler van Galo jarenlang he-le-maal kapot is geschopt en daarnaast op alle mogelijke manieren werd tegengewerkt door de militaire machthebbers in het land.

Borges en Marins Jr. volgen hun club over hoge toppen en door diepe dalen. Via interviews met voormalige topspelers als ÉderToninho Cerezo en Ronaldinho en ronduit schitterende voetbalbeelden uit de meer dan een eeuw omvattende clubhistorie, natuurlijk. Eerst en vooral is Lutar, Lutar, Lutar – wat zoveel betekent als: streef, streef, streef, een leus die regelmatig door Galo’s thuisbasis Mineirão galmt – echter een lyrische ode aan al die Atleticano’s en de manier waarop zij leven met hun club. Als Atlético Mineiro na enkele magere jaren in 2013 eindelijk de Copa Libertadores in de wacht sleept, het hoogtepunt uit de clubhistorie en de climax van deze film, is het volksfeest dan ook niet te overzien.

‘Dank u God, vader, moeder, oom dat ik een Atleticano mocht worden’, vat verteller Carol Leandro dit sentiment nog even samen, bij een beeld waarop ze in het stadion met andere fans een doelpunt viert. ‘Dit ben ik: Carol. Vrouw, zwart en supporter. Maar er is geen betere definitie van mij dan de zin op het spandoek hier achter op de foto. Wij als Atleticano spreken altijd in meervoud. Wij blijven en wij zingen. Wat er ook gebeurt, ongeacht de tijd of omstandigheden, dat is een vanzelfsprekendheid in ons leven. Wij blijven en wij zingen.’ Waarna het ‘Galo, Galo, Galo…’ weer van de tribunes neerdaalt…

The Mission

National Geographic

Zendingsdrang of toch grootheidswaanzin? In november 2018 reist de 26-jarige Amerikaan John Chau af naar Noord-Sentinel, één van de Andaman-eilanden ten oosten van India. De christelijke influencer is vastbesloten om de geïsoleerd levende inheemse bevolking te bekeren tot het geloof. ‘Heer, is dit eiland Satans laatste bolwerk waar niemand uw naam heeft gehoord of zelfs maar de kans heeft gehad om die te horen?’ schrijft hij in één van de brieven, die voor deze film van Amanda McBaine en Jesse Moss (Boys State) zijn ingelezen door een acteur.

The Mission (103 min.) van de jonge zendeling komt snel aan z’n einde, waarschijnlijk nog voordat hij voet aan wal heeft gezet op het beschermde eiland waarnaar hij in een kano illegaal is afgereisd. De ‘primitieve’ plaatselijke bevolking heeft de archetypische ‘white savior’, die hen komt redden van niets minder dan de hel, vermoedelijk direct onschadelijk gemaakt. Voordat de missionaris hen over zijn onbegrijpelijke God heeft kunnen vertellen of kon besmetten met schadelijke ziekten. Met pijl en boog bovendien, om het verhaal helemaal af te maken.

Deze gelaagde docu – aangekleed met animaties van zijn tocht, privéfilmpjes en allerhande fragmenten uit (speel)films die hem hebben geïnspireerd – reconstrueert hoe John Chau tot zijn onbezonnen onderneming is gekomen. Was het werkelijk de behoefte om de leer van zijn Heer te verbreiden? Of was de Aziatische Amerikaan toch ook, in lijn met zijn favoriete boeken over Robinson Crusoe en Kuifje, uit op een avontuur, waarover hij nog jaren aan zijn kinderen zou kunnen vertellen? Om, in zijn eigen woorden, juist daarheen te gaan ‘where none have gone.’

McBaine en Moss plaatsen Chau’s ‘claim to fame’, die van hem overigens daadwerkelijk een martelaar heeft gemaakt in zijn eigen gemeenschap, binnen de traditie van missionarissen, die naar allerlei paradijselijke plekken op aarde afreizen om de plaatselijke bevolking er, goedschiks dan wel kwaadschiks, van te overtuigen dat ook zij het licht kunnen zien. ‘Wij beslissen anders voor een groep mensen dat zij nooit over Jezus hoeven te horen’, verwoordt Pam Arlund van All Nations, de organisatie die Chau trainde, het bijbehorende sentiment. ‘Dat is een schending van hun mensenrechten.’

Daniel Everett, die zelf dertig jaar als missionaris in Brazilië bij de Piraha-indianen bivakkeerde, is inmiddels wel genezen van zijn Messias-complex. Zijn persoonlijke relaas, geïllustreerd met fraaie archiefbeelden, wordt door de filmmakers zeer effectief gebruikt als een blauwdruk voor wat John Chau had kunnen gebeuren als ook hij de gelegenheid had gekregen om een half leven te midden van goddeloze inboorlingen te verkeren. ‘God is een buitenlander’, zegt een Piraha-man treffend. ‘We kennen hem niet. En we willen hem ook helemaal niet leren kennen.’

John Chau’s vader Patrick, een psychiater die ooit vanwege Mao’s Culturele Revolutie uit China is gevlucht, probeert intussen te ontdekken wat er in zijn zoon omging, terwijl historicus Adam Goodheart, die een boek schreef over zijn eigen ervaringen met een stam op de Andaman-eilanden, de westerse blik waarmee wij naar zulke volkeren kijken kritisch beschouwt. Want voor missies zoals die van John Chau is een typische mengelmoes van geestdrift en hoogmoed nodig, die in deze stevige film overtuigend in z’n maatschappelijke en historische context wordt geplaatst.

Holding Up The Sky

Cinema Delicatessen

‘Beste witten’, begint Davi Kopenawa aan zijn toespraak voor de uitreiking van de Right Livelihood Award, de alternatieve Nobelprijs, op 4 december 2019 in Stockholm. ‘We zijn hier verzameld op de plek waar de besluiten worden genomen…’

De voorzitter van de Hutukara Yanomami Association wordt direct onderbroken. ‘We moeten heel strikt met de tijd omgaan’, zegt een man. De Sjamaan en woordvoerder van de Braziliaanse indianenstam krijgt vervolgens een timertje toebedeeld. Voor de daadwerkelijke toespraak heeft hij straks slechts luttele minuten. ‘Het woud is onze gezondheid’, zegt hij dan, nadat hij eerst alle aanwezigen van zijn organisatie heeft voorgesteld. ‘Het woud is verbonden met mijn volk, de Yanomami. We moeten stoppen met het doden van ons volk en het stelen van inheemse grond.’

Anders, stelt ‘de Dalai Lama van het regenwoud’, zouden we de lucht wel eens op ons dak kunnen krijgen. Want daar zit volgens Kopenawa de voornaamste taak van de bewoners van het woudland Urihi: Holding Up The Sky (81 min.). De verkiezing van Jair Bolsonaro tot president van Brazilië in 2018 heeft hun door een oude indiaanse legende ingegeven heilige taak bepaald niet gemakkelijker gemaakt. Onder zijn stijfrechtse bewind rukken nietsontziende houthakkers en goudzoekers op richting het Amazonegebied en begint ook het Coronavirus zijn lelijke kop op te steken.

Regisseur Pieter Van Eecke toont in deze bespiegelende film, die thematisch sterk verwant is met het beduidend meer actiegerichte The Territory, het contrast tussen twee werelden, die in alle opzichten duizenden kilometers van elkaar verwijderd en toch onlosmakelijk verbonden zijn. ‘De stadsmensen willen ons, de inheemse volkeren, zo maken als deze planten’, zegt Davi Kopenawa, terwijl hij tijdens zijn rondgang door Europa door een zorgvuldig aangelegd stadspark wandelt. ‘Dood de helft ervan, neem enkele zwakkere exemplaren en plaats die in een dierentuin. Zodat iedereen ons kan zien.’

Als hij aan het eind van deze documentaire thuis, in een vooralsnog bewaard gebleven stuk regenwoud waar iedereen er traditioneel (on)gekleed bijloopt, rustig in een hangmat ligt en met een stamgenoot praat over die vreemde, materialistische en soms ook ronduit onaardige witte mensen, richt Kopenawa rechtstreeks het woord tot Van Eecke en zijn cameraploeg. ‘Jullie witten filmen ons, maar begrijpen jullie ons ook?’ Met iets meer kennis zouden die witte westerlingen zowel de Yanomami als de wereld om hen heen echt veel beter kunnen bevatten, wil hij maar zeggen.

Nu lopen alle aardbewoners het gevaar dat de lucht ter aarde stort.

Amigo Secreto

Cinema Delicatessen

Toen hij in 2018 werd veroordeeld vanwege corruptie en witwassen, was één ding duidelijk: de linkse kandidaat Luiz Inácio Lula da Silva, die op kop ging in de peilingen, zou niet kunnen deelnemen aan de Braziliaanse presidentsverkiezingen van dat jaar. Lula, die van 2003 tot 2010 al president was, ging voor zeker tien jaar de gevangenis in. Intussen werd zijn grote opponent, de (ultra)rechtse kandidaat Jair Bolsonaro, tot president gekozen. En wie selecteerde hij vervolgens als zijn minister van justitie? Juist: Sergio Moro, de rechter die Lula had veroordeeld.

Journalisten van The Intercept Brasil constateren bovendien – het startpunt van de observerende documentaire Amigo Secreto (97 min.) – dat Moro tijdens het zogenaamde Car Wash-onderzoek naar Lula in het geheim contact heeft gehad met openbaar aanklager Deltan Dallagnol en zijn collega’s. Is Lula zo, via een slinks georkestreerde en politiek gedreven aanval, onschadelijk gemaakt? Regisseur Maria Augusta Ramos volgt de journalisten van The Intercept en El País terwijl ze zich, via gesprekken met juristen en het bekijken van bewijsmateriaal, een weg banen door het onderzoeksdossier, om zo de onderste steen boven te krijgen.

Ramos opereert daarbij in klassieke direct cinema-traditie en presenteert het werk van haar protagonisten zonder enige opsmuk en slechts ondersteund door verbindende teksten in beeld. Een no nonsense-benadering die enigszins doet denken aan Alexander Nanau’s gelauwerde documentaire Collective, over gigantische misstanden in de Roemeense gezondheidszorg na een brand in een nachtclub en de manier waarop die door de overheid worden toegedekt. Die film is alleen wel een stuk enerverender. Amigo Secreto bevat erg veel pratende hoofden, die ook nog eens behoorlijk veel ruimte krijgen.

Daarmee slaagt Ramos er weliswaar in om een verrotte politieke cultuur, waarbij bedrijven met steekpenningen partijen van beide zijden gunstig proberen te stemmen, bloot te leggen en vervolgens accuraat de gevaren te schetsen van een volledig gepolitiseerde rechtspraak, maar enorm enerverende cinema levert het niet op. Het voornaamste vuurwerk komt van Lula zelf, als de oud-president zich vanuit de gevangenis zonder meel in de mond uitspreekt over zijn politieke tegenstanders die ervoor hebben gezorgd dat hij achter de tralies is beland en wat die periode hem intussen, zowel persoonlijk als politiek, heeft gekost.

Inmiddels is de populaire linkse leider weer op vrije voeten en doet hij, net als zijn aartsrivaal Bolsonaro, opnieuw een gooi naar het presidentschap. Deze film is in dat opzicht perfect getimed en roept dan ook de vraag op of de Braziliaanse democratie (ditmaal wel) robuust genoeg is voor een faire en eerlijke campagne.

Endangered

HBO

’We moeten de mainstream-media vernietigen’, houdt een spreker de achterban van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro voor tijdens een politieke bijeenkomst in 2020, waarbij verslaggever Patrícia Campos Mello van de kritische krant Folha De São Paulo gewoon haar vak probeert uit te oefenen. ‘Iemand moet het doen. En het Braziliaanse volk en president Bolsonaro krijgen dat voor elkaar. Die verslaggevers zijn criminelen. Ze moeten worden uitgeroeid.’

Campos Mello heeft het twee jaar eerder, tijdens de verkiezingscampagne van 2018, hoogstpersoonlijk aan de stok gekregen met de Trumpiaanse leider van haar land. Toen zij onwelgevallige artikelen over hem publiceerde, maakte hij haar voor de camera zwart. Ze zou haar ‘gat’ hebben aangeboden, in ruil voor belastende informatie over Bolsonaro. Het is een beproefde methode om vrouwelijke journalisten onschadelijk te maken, waarmee meteen haar hele beroepsgroep in een kwaad daglicht wordt gezet.

Endangered (89 min.), de nieuwe film van het gerenommeerde docuduo Rachel Grady en Heidi Ewing (Jesus CampOne Of Us en Love Fraud), toont een beroepsgroep in de verdrukking. Ook in landen die te boek staan als democratie. De journalistiek komt steeds meer onder vuur te liggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Mexicaanse fotografe Sáshenka Gutiérrez. Terwijl haar land in de loop van 2020 in de greep komt van Coronavirus, wordt het niet gewaardeerd als zij het regeringsbeleid ter discussie stelt.

In de Verenigde Staten raakt de Afro-Amerikaanse fotograaf Carl Juste verzeild in Black Lives Matter-demonstraties waarbij de politie hard optreedt. Intussen probeert de Britse journalist Oliver Laughland van The Guardian in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen vat te krijgen op de aanhangers van Donald Trump en hun soms totaal eigen idee van de waarheid, dat achteraf bezien wel tot de gewelddadige bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 móest leiden.

Elk op hun eigen manier moeten de (foto)journalisten in het geladen Endangered zich staande houden in een buitengewoon vijandig klimaat, doelbewust gecreëerd door politieke leiders die hun aanhang wijsmaken dat de pers ‘de vijand van het volk’ is. Grady en Ewing tonen wat het deze bewakers van de vrijheid van meningsuiting, zowel privé als beroepsmatig, kost om ondanks alle desinformatie, intimidatie en het gebruik van de diskwalificerende term ‘fake news’ gewoon hun werk te blijven doen. 

Zo hopen ze het slachtoffer in elke (informatie)oorlog, de waarheid, in elk geval voorlopig nog in leven te houden.

Leven In Limbo

Human

Ze leven tussen hoop en vrees, wal en schip, en kastje en muur. Omdat ze niet kunnen bewijzen wie ze zijn, vastzitten in een heilloze situatie of niet terug willen of kunnen naar waar ze ooit thuis waren. Naar schatting telt Nederland zo’n 50.000 ongedocumenteerden. Daarvan wonen er dan weer ongeveer 5.000 in Rotterdam. Zonder verblijfsvergunning, recht op werk of onderwijs en perspectief op een ‘normaal’ leven in het land waar ze soms al tientallen jaren verblijven.

De vierdelige docuserie Leven In Limbo (160 min.), waarvoor acteur Gijs Scholten van Aschat de stevig aangezette voice-over verzorgt, portretteert een aantal van deze illegalen tijdens hun dagelijks leven. Ze worden ondersteund door het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS), dat is gehuisvest in de voormalige rooms-katholieke kerk ‘De Doortocht’ in Katendrecht. Die begeleiding is vooral een kwestie van pappen en nathouden, stelt één van de oprichters Connie van den Broek. Ze beantwoorden vragen, steken de helpende hand toe en verzorgen gratis Nederlandse les. Want bij de officiële lessen zijn hun cliënten niet welkom. Die worden immers geacht om het land te verlaten.

‘Ik wil eigenlijk niet wonen in een stad waar mensen doodgaan op straat’, stelt Van den Broek. Tegelijkertijd denkt hij ook praktisch: zelfs op de zwarte arbeidsmarkt is het voor deze uitgeprocedeerden handig als ze Nederlands kunnen. Ishmail een man uit Sierra Leone, is dat stadium allang voorbij. Hij heeft zelfs een eigen dichtbundel uit: Landschap Van Mijn Ziel. De 19-jarige Emilia beheerst de taal eveneens prima. De kans dat ze hier mag blijven is echter klein. Ze is in Nederland opgegroeid, maar heeft zich na een periode in Brazilië te laat, ná haar achttiende verjaardag, weer bij haar Braziliaanse moeder in Rotterdam gevoegd. Als volwassen vrouw heeft ze nu nauwelijks kans op een verblijfsvergunning.

Soms roepen die levensverhalen ook vragen op, zoals bijvoorbeeld het treurige relaas van Amro. Hij werd volgens eigen zeggen geboren in Frankrijk, heeft een Marokkaanse vader en woont al veertig jaar in Nederland, tegenwoordig in een klein hok nabij het water waarvoor hij elke dag over een hek moet klimmen. Frankrijk kent hem niet, Marokko accepteert hem niet en Nederland wil hem niet. Het is een hopeloos stemmende situatie, zoveel is duidelijk. Maar is dat ook het complete (achtergrond)verhaal? Daar ligt echter niet de focus van Leven in Limbo. Regisseur Martijn Heijne richt zich op de kleine menselijke verhalen. Hij laat zien hoe het is om te (over)leven in de illegaliteit en geeft personen die we doorgaan alleen kennen van statistieken – of zelfs dat vaak niet eens – een gezicht.

Soms tegen beter weten in houden ze in deze empathische miniserie hoop op een (legale) toekomst in Nederland. Ook omdat, volgens de gedreven Connie van den Broek, hoop nu eenmaal het laatste is wat sterft in een mens. Mede door Nederlanders met het hart op de goede plek zoals hij, overigens. Die ook nog beschikken over een inventieve geest, zo blijkt in het laatste deel. ‘Ik realiseer me ook wel dat ik een lot uit de loterij heb gehad’, zegt Van den Broek. ‘Zoals heel veel mensen in Nederland een lot uit de loterij hebben, als je dat op mondiale schaal gaat bekijken.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘En dat ik met dat lot uit de loterij tegen iemand anders ga zeggen: ja, jij hebt dat lot niet. En zoek het maar uit…’

How To Survive A Pandemic

VPRO

In de documentaire How To Survive A Plague uit 2012 blikt regisseur David France (Welcome To Chechnya) terug op de pogingen van LGBT-activisten om de Amerikaanse regering onder druk te zetten om het HIV-virus, dat ongenadig huishoudt in hun gemeenschap, eindelijk eens serieus te nemen. Nu de wereld opnieuw heeft te kampen met een dodelijk virus, presenteert David France een soort opvolger voor deze film die destijds werd genomineerd voor een Oscar. Over de pogingen van wetenschappers om een vaccin tegen het Coronavirus te ontwikkelen en de distributie van dit vaccin.

How To Survive A Pandemic (109 min.) is wel een documentaire met een ander karakter. Waar de strijd tegen AIDS in de jaren tachtig voortdurend gepaard ging met woede en frustratie – omdat het de autoriteiten blijkbaar geen snars kon schelen dat Amerikaanse homoseksuelen en masse stierven – wordt de campagne om een vaccin tegen COVID-19 te ontwikkelen op het eerste gezicht gekenmerkt door eensgezindheid. Alle betrokkenen hebben een gezamenlijk doel. Alleen de regering Trump zorgt zo nu en dan voor reuring, door een openlijke breuk met de World Health Organisation bijvoorbeeld of het zwartmaken van de eminente immunoloog Anthony Fauci, die ook in de AIDS-crisis en How To Survive A Plague al een hoofdrol kreeg toebedeeld.

Toch onthult ook deze breed opgezette film – waarin Science-journalist Jon Cohen, die in alle uithoeken van de wereld belangrijke spelers uit de Coronabestrijding interviewt, als centraal personage wordt ingezet – structurele en dieper liggende problemen. De ontwikkeling van een vaccin wordt weliswaar een doorslaand succes, maar dat heeft een naar bijeffect: bestaande verschillen tussen arm en rijk worden erdoor bestendigd, bijvoorbeeld tussen westerse landen die vaccins over hebben en in reserve houden en armere landen die tekort komen en daardoor slechts een beperkt deel van de bevolking kunnen laten inenten.

Het nettoresultaat daarvan beloopt uiteindelijk al snel een miljoen doden, becijfert France in de aftiteling. Het is een wrange conclusie voor een film die de strijd tegen COVID-19 op diverse plekken in de wereld – van brandhaarden als Brazilië en Zuid-Afrika tot de belangrijke vaccinproducent India – treffend in beeld heeft gebracht. Die slotsom ondermijnt de hoopvolle boodschap die je ook uit How To Survive A Pandemic zou kunnen halen: als we er met z’n allen de schouders onder zetten, zijn we in staat om bergen te verzetten en pandemieën te bedwingen.

Bigger Than Us

Cinéart

Uit deze film spreekt onmiskenbaar hoop. De gedachte dat er zelfs in tijden van opperste wanhoop iemand is die opstaat om het tij te keren – en die daarmee zowaar nog succes kan boeken ook. Een jong iemand, vertegenwoordiger van de Greta-generatie zogezegd, die in navolging van de Zweedse klimaatstrijder Greta Thunberg weigert om de status quo te accepteren en overgaat tot actie.

De Indonesische klimaatactiviste Melati Wijsen is zo’n jonge idealist. Samen met haar zus Isabel zette ze al op twaalfjarige leeftijd de actie Bye Bye Plastic Bags op, om de troep op het strand van Bali te verminderen. Melati fungeert nu als hoofdpersoon voor Bigger Than Us (96 min.), een film van Flore Vasseur, die werd geproduceerd door de Franse actrice Marion Cotillard. Daarin zoekt ze in alle uithoeken van de aarde gelijkgestemden op, die zich eveneens op zéér jonge leeftijd begonnen te beijveren voor een betere wereld.

Op het Griekse eiland Lesbos biedt Mary Finn bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen, die huis en haard hebben moeten verlaten en nu in Kamp Moria terechtkomen. Memory Banda leidde als tiener de strijd tegen kindhuwelijken en ontmaagdingsrituelen (ofwel: verkrachting) in Malawi en droomt nu van een politieke carrière. En de Syrische vluchteling Mohamad Al Jounde startte in een Libanees vluchtelingenkamp zijn eigen school. Die is in zijn ogen niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze ontheemde kinderen, maar ook voor hun gevoel van eigenwaarde.

In Rio de Janeiro begon Rene Silva als elfjarig jongetje zijn eigen krant, Voz das Comunidades, waarmee hij eerlijk wil berichten over het leven in een Braziliaanse favela. Voorbij de bendes, de drugs en de wapens. De Indiaans-Amerikaanse rapper Xiuhtezcati Martinez verzet zich intussen in Colorado met alle middelen tegen het gebruik van pesticiden en fracking. En met haar organisatie YICE leert Winnie Tushabe Oegandese boeren hoe ze, met zeer beperkte middelen, hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Zodat hun kinderen gewoon naar school kunnen.

Stuk voor stuk belichamen deze wereldverbeteraars een deel van wat gerust een linkse agenda kan worden genoemd. Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen: elke vorm van kritische distantie ontbreekt bijvoorbeeld in deze gelikte productie, de jongeren worden ongegeneerd op het schild gehesen. Je kunt tegelijkertijd ook denken: fijn dat er een nieuwe generatie is die zich inzet voor aloude waarden als rentmeesterschap, solidariteit en democratie.

Zo bezien is Bigger Than Us niets minder dan een film die een hart onder de riem wil steken. In een tijd waarin wanhoop, egoïsme en woede soms alomtegenwoordig lijken kan dat vast geen kwaad.