Saman: La Verità Nascosta

HBO Max

Het drama zit vervat in de combinatie van twee foto’s, die na haar verdwijning in omloop worden gebracht. Eerst het beeld van een jonge moslima met een bril en een hoofddoek. Daarna dat van een geheel bij de tijds meisje, met een neusringetje en een felrode haarband en matchende lippenstift. Twee totaal verschillende tieners, maar één en dezelfde persoon: het achttienjarige Pakistaanse meisje Saman Abbas, dat is opgegroeid in het Italiaanse dorp Novellara. ‘Die twee beelden zal ik nooit vergeten’, zegt een direct betrokkene. ‘Het is het conflict tussen je afkomst en deze nieuwe wereld.’

En dat zal in 2021, als Saman door haar ouders wordt gedwongen om te trouwen met haar eigen neef Akmal in Pakistan, uitmonden in een tragisch familiedrama. De tiener, die zich online @ItalianGirl noemt, verdwijnt van de aardbodem. Ze wordt in de nacht van 1 mei voor het laatst waargenomen. Met een rugzak over haar schouder en begeleid door haar vader Shabbar en moeder Nazia, op beelden van een beveiligingscamera. Dat geladen tafereel vormt het startpunt van Saman: La Verità Nascosta (Saman: The Hidden Truth,177 min.), een driedelige serie van Lorenzo Avola en Carmen Vogani.

Er bestaat nog een derde Saman: in traditionele Pakistaanse klederdracht, met een sluier.  Zo wordt ze vastgelegd tijdens de plechtige verlovingsceremonie. Intussen verkent ze ook in Italië de liefde. Online ontmoet Saman Saqib Ayub, een Pakistaanse asielzoeker die in een opvangcentrum in Rome verblijft. De twee worden smoorverliefd en delen, tot afgrijzen van haar familie, hun gevoelens via sociale media. Er kan beslist geen sprake zijn van een huwelijk, want Saqib behoort tot een lagere kaste. Het duurt niet lang of zijn familie wordt ernstig bedreigd. En ook zijn vriendin is bepaald niet veilig.

Het lijkt een hedendaags Romeo & Julia-verhaal – al valt er ook op die kalverliefde wel het een en ander af te dingen. Avola en Vogani pellen de kwestie in de eerste twee afleveringen stapsgewijs af, met een combinatie van interviews met direct betrokkenen, waaronder Samans jongere broer Ali Haider, en de sporen die het vermiste meisje heeft achtergelaten op sociale media, telefoons en beveiligingscamera’s. Totdat de zaak in het slotdeel van deze somber stemmende miniserie in z’n volle omvang in zicht komt voor de rechter en definitief duidelijk wordt wat er is gebeurd met Saman Abbas.

Red Kite

VRT / vanaf maandag 21 september, om 21.25 uur op Canvas

Bij het 25-jarige ‘jubileum’ van 9/11 is er onlangs in talloze documentaires teruggeblikt op de impact van de aanslagen van 11 september 2001. In de nasleep van die terreuraanval zijn de Verenigde Staten Afghanistan binnengevallen om Osama bin Laden en zijn terreurorganisatie Al-Qaeda onschadelijk te maken. Zij worden beschermd door de Taliban, die dan aan de macht zijn in Kaboel. Die moeten dus ook wijken.

Twintig jaar later, in augustus 2021, grijpen de moslimfundamentalisten opnieuw de macht in Afghanistan, nadat de Verenigde Staten daar hun troepen hebben teruggetrokken. De beelden van de machtsovername door de Taliban en de navolgende chaos op het vliegveld, waar talloze mensen in paniek het land proberen te ontvluchten, staan nog altijd op menig netvlies gebrand. Deze schokkende gebeurtenis is inmiddels ook alweer vijf jaar geleden en vormt dus eveneens de basis voor een aantal terugblikdocu’s, waarin de val van Kaboel vanuit verschillende perspectieven wordt belicht.

In Red Kite (134 min.) wordt bijvoorbeeld de gelijknamige geheime operatie van de Belgische regering gereconstrueerd, om landgenoten en hun plaatselijke medewerkers naar Europa te halen. De driedelige serie wordt daarmee een tegenhanger van de Nederlandse docu/drama-hybride Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026) – al lijkt de Belgische evacuatie nooit tot een politiek schandaal te hebben geleid. Het idee om de mensen die geëvacueerd moeten worden op de luchthaven te identificeren via een ‘smiley’ op de palm van hun linkerhand wordt nochtans een mislukking.

Operatie Red Kite lijkt in het begin sowieso uit te lopen op een totaal fiasco. Volgens piloot Koen Matton zorgt dit ook voor veel sarcastische grapjes: ze hebben meer mensen naar ginder gebracht dan dat ze er weggevlogen hebben, zeggen ze tegen elkaar. Met gevoel voor understatement: ‘Die eerste dag was geen gloriedag.’. Oud-eerste minister Alexander de Croo bekent dat ze gevloekt hebben omdat de beoogde repatrianten het vliegveld helemaal niet bereiken. In de navolgende dagen heeft de evacuatiemissie echter meer succes en slagen de Belgen erin om diverse mensen Afghanistan uit te krijgen.

Met direct betrokkenen – van geëvacueerden en hun familieleden en collega’s tot (geanonimiseerde) special forces en andere functionarissen die een sleutelrol hebben gespeeld in de reddingsactie – brengt Red Kite tien hachelijke dagen in Kaboel in kaart. Als de Belgische operatie wordt stopgezet, vanwege onder andere de dreiging van een bomaanslag, kan niet iedereen zich daarin vinden. Ze laten mensen achter! Piloot Matton is er bijvoorbeeld woest over. ‘Ik heb me een paar keer heel kwaad gemaakt’, vertelt ie. Hij laat zich echter kalmeren ‘door mensen met meer gezond verstand’.

En daarna wordt de klok in Afghanistan weer teruggedraaid, naar de tijd dat 9/11 nog in de toekomst verscholen ligt, slechts een enkeling zich druk maakt over wat Osama bin Laden in zijn schild voert en de Taliban-ideologie met harde hand aan heel het land, de vrouwen in het bijzonder, wordt opgelegd.

Achter De Tralies Van De Tijd

Dalton / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op Canvas

Ooit boezemden ze anderen waarschijnlijk angst in. En ze zijn vast ook bepaald niet voor niets gestraft. Inmiddels zouden de gedetineerden van zaal 1 van de Belgische gevangenis Merksplas echter gebaat zijn bij reguliere ouderenzorg. Op de slaapzaal verblijven 22 gedetineerden op leeftijd. Ze zijn dementerend, bedlegerig of hebben andere ernstige kwalen en leven noodgedwongen in ‘de vergeetput’, een omgeving die helemaal niet is toegerust op hun huidige noden.

Achter De Tralies Van De Tijd (87 min.) moeten zij afscheid van het leven nemen. Want in een rusthuis zijn ze niet welkom. ‘Men ziet vooral het dossier’, stelt gevangenisdirecteur Serge Rooman in deze schrijnende film van Stijn Geenen. ‘En niet de verouderde mens.’ Voor verpleegkundige Anneke en zorgkundige Koen lijken hun daden er dan weer nauwelijks toe te doen. Zij zien simpelweg een mens in nood – geen pedofiel of moordenaar – en verzorgen die met alles wat ze in zich hebben.

Het betrokken tweetal wordt in barre omstandigheden terzijde gestaan door de gedetineerde Michel, die zelf ook al behoorlijk op leeftijd is. Hij springt overal op de afdeling bij en heeft zichzelf inmiddels onmisbaar gemaakt. Koen beschouwt Michel zelfs als een echte collega. Zijn detentie zit er alleen, na drieënhalf jaar, bijna op. Hoe moeten ze zonder hem verder? Wat gaat er nu gebeuren? vraagt Koen zich af. Ook met Michel zelf. Redt hij zich buiten? En hoe dan?

Op zaal 1 kan hij echt iets betekenen, laat Geenen zien. Dat is ook bepaald niet slecht voor Michel zelf. Veel gedetineerden is het desondanks zwaar te moede, zoveel wordt eveneens duidelijk uit dit sombere kijkje in hun bestaan. Hun levens lijken volledig uitzichtloos. Voor zelfmedelijden is geen ruimte in de gevangenis, vindt gedetineerde Bernard desondanks. ‘Je hebt iets gedaan, daarom moet je ervoor boeten ook.’ Ook hij vraagt zich evenwel af wanneer ze genoeg hebben geboet.

Alle direct betrokkenen realiseren zich dat er binnen de huidige omstandigheden geen sprake kan zijn van een ‘waardige detentie’. Achter De Tralies Van De Tijd werpt tegelijk de vraag op of er wel voldoende maatschappelijke bereidheid is om deze mannen, die door de buitenwacht nog altijd eerst en vooral worden aangemerkt als ‘dader’, te bezien als ouderen die een humane laatste levensfase verdienen.

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

New Pigs On The Block

© Jimmy Kets / VPRO

Dit is een goed stel, hoor. Mia, Anja en Luc. De varkens hebben zich gedrieën gevestigd op een met schrikdraad afgezet stukje grond in de Belgische regio Gent, tussen een parkeerplaats en een spoorlijn. Het drietal – ongetwijfeld vernoemd naar twee hits, Mia en Anja, van de Gentse popgroep Gorki en hun zanger en songschrijver Luc De Vos (1962-2014) – is onderdeel van een sociaal buurtproject, Het Spilvarken. Ze leven van de voedseloverschotten van restaurants en winkels uit de buurt.

Daar worden de drie varkens enkele maanden van zeer dichtbij gadegeslagen door de Belgische fotograaf en filmmaker Jimmy Kets voor de documentaire New Pigs On The Block (66 min.). Mia, Anja en Luc zijn goed van elkaar te onderscheiden door de kleur van hun vacht: zwartwit, bruin en grijswit. Op het eerste oog lijken ze het ook goed voor elkaar te hebben op hun eigen kleine afgebakende terrein. Ze krijgen er alle gelegenheid om te dollen, te luieren en ruzie te maken (om eten, natuurlijk).

Kets probeert vanuit hun perspectief naar de wereld te kijken. Hij houdt zijn camera op ooghoogte. Rustig aanschouwen zijn hoofdpersonages bijvoorbeeld hoe een hondeneigenaar netjes de drol opruimt van zijn dier, zoeken genoeglijk elkaars gezelschap op of laten onbewogen de zoveelste trein passeren. Voor deze varkens, die naar verluidt veel slimmer zijn dan hun voorkomen doet vermoeden, is dat andere ‘intelligente’ wezen, de mens, niet meer dan een willekeurige passant.

Die manifesteert zich in deze observerende film in eerste instantie ook als een liefdevol en zorgzaam bijpersonage. Naarmate deze stadse tegenhanger van Viktor Kossakovskys Gunda (2020), een portret van een varken op een Noorse boerderij, vordert, dringt de mens zich echter steeds nadrukkelijker op een negatieve manier naar de voorgrond en wordt ook de afhankelijke en kwetsbare positie van Mia, Anja en Luc duidelijk. Ook hun onderlinge relatie verslechtert ondertussen zienderogen.

Met veel compassie legt Jimmy Kets dit proces vast en werkt zo toe naar een tamelijk bruut einde. De dieren waarmee het zo gemakkelijk identificeren bleek, leren de verraderlijkheid van de mens kennen. Dit was een goed stel, hoor.

OdysSea


Jimmy Kets / Las Belgas / VPRO

Voor zijn eigen OdysSea (61 min.) struint de Belgische fotograaf Carl de Keyzer de Europese kustlijn af, om ‘een wereld die zou kunnen vergaan’ vast te leggen. Gedurende vier jaar legt hij voor de serie Moments Before The Flood ruim 120.000 kilometer af om plekken te vereeuwigen die, als gevolg van de klimaatverandering, zomaar kunnen worden verzwolgen door de zee. ‘Alles verandert’, constateert hij mismoedig. ‘En we gaan het laten gebeuren.’

Documentairemaker Jimmy Kets volgt de fotograaf, een schuchtere man die werkt voor het beeldbepalende Magnum Agency, voor deze bezonken roadmovie uit 2013 een jaar lang langs verlaten stranden, vervallen gebouwen en andere oorden die vast betere tijden hebben gekend. Hoewel hij volgens eigen zeggen helemaal niet van reizen houdt, is De Keyzer onophoudelijk op zoek naar vervreemding, ‘ruïnes van pogingen om met elkaar samen te leven’. 

Hardop mijmerend belicht de fotograaf ook zijn eigen tot mislukken gedoemde pogingen om met anderen samen te leven. Hij heeft drie lange relaties achter de rug en is nu alleen. En zijn twee zoons zijn hem weliswaar zeer dierbaar, maar een goede vader is hij niet geweest voor hen, vindt ie zelf. Altijd maar druk met z’n eigen beslommeringen. ‘Waar ben ik mee bezig?’ vraagt hij zich als een rechtgeaarde sombermans af. ‘Is het dat allemaal waard?’

Kets laat zijn hoofdpersoon zulke tristesse ook doelbewust opzoeken. Alleen in een botsauto. Op een verlaten bowlingbaan. Bij een regenachtige uitkijkplek in Scandinavië. ‘Ik heb mensen nodig’, zegt De Keyzer in de monologue interieur, die deze fraaie en geladen kustfilm aanstuurt. ‘Altijd. In al mijn beelden.’ Als man op een missie snakt ie desondanks naar gewoon geluk. En dat lijkt zich zowaar, toch nog onverwacht, aan de horizon af te tekenen.

Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas

VRT / Docville

‘We gaan een documentaire maken van vijftig minuten met alles wat Dennis gedaan heeft en wat hij dus nu doet’, vertelt regisseur Katherine Schmelzer in de openingsscène van Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas (52 min.) aan één van de kunstenaars die daarin aan het woord komt, Peter Fengler. ‘Ja, dat is kort’, reageert die. ‘Dat is krap.’ Zijn Vlaamse collega Gerard Herman vult al snel aan: ‘Ik denk niet dat dat mogelijk gaat zijn om iets van vijftig minuten over Dennis te maken.’ Waarna Sara Weyns, directrice van het Middelheimmuseum, de grap doorzet: ‘Het is een begin…’

Welk leven is er wél in vijftig minuten te vangen? Die vraag dringt zich onwillekeurig op, bij eenieder die de Antwerpse kunstenaar nog niet kent. Die gaat in de navolgende vijftig, snel voorbij fladderende minuten kennis maken met een man die werkelijk niet voor één gat – of door één cameralens – te vangen is: tekenaar, radiomaker, ontwerper, performancekunstenaar, organisator, tatoeëerder en eigenaar van het obscure noise-platenlabel Ultra Exzema. Tijdens deze film legt hij zich toe op het maken van olieverfschilderijen. Voor een expositie in de Tim van Laere Gallery te Rome.

Katherine Schmelzer en coregisseur Pieter Verbiest volgen de creatieve duizendpoot gedurende dit intensieve proces, waarin hun overactieve hoofdpersoon zichzelf weer eens helemaal opnieuw wil gaan uitvinden. Tyfus weet in dit joyeuze portret ogenschijnlijk niet waar hij mee bezig is – en wil dat vermoedelijk ook helemaal niet weten. Zijn vriendin, kunstenares Charline Tyberchein, wordt er soms ‘zot’ van, vertelt ze. Tegelijk lijkt zij hem ook wel een beetje te benijden om die heerlijk onbezonnen werkwijze, ‘hoe da ge dan toch uzelf kunt verrassen terwijl da ge aan het maken zijt’.

Tussendoor maakt het filmmakende duo, aan de hand van uiteenlopende bronnen zoals schilder Luc Tuymans, kunsthistorica Anny de Decker en Sonic Youth-gitarist Thurston Moore, vlotte uitstapjes naar alle lumineuze ideeën, bokkensprongen en rare fratsen die hun protagonist door de jaren heen, in naam van de kunst, op zijn naam heeft geschreven. Wat te denken bijvoorbeeld van No Choice Tattoos? Waarbij iemand een nog onbekende tatoeage kan laten zetten door Tyfus. ‘Laat mij maar doen’, legt z’n vriend Gerard Herman het concept uit. ‘Vertrouw er maar op dat het goed komt.’

De No Choice Taxi biedt klanten dan weer de kans om ‘vrijwillig ontvoerd’ te worden. In de wereld van Dennis Tyfus, die afwisselend een verbaasde glimlach, gefronste wenkbrauwen of een ongecontroleerd schuddende buik oproept, tuimelen de anarchistische ideeën werkelijk over elkaar heen. Met een bijzondere rol voor blokluiten – zo mogelijk in combinatie met zijn (andere) grote liefde, de punkband The Ramones. Of zoals Thurston Moore het treffend omschrijft in een film die met vijftig minuten tegelijk véél te kort en toch precies goed is: joyful disturbance.

Heilig Schuim

VPRO

John Kavakure is een BBB, vertelt hij in de documentaire Heilig Schuim (59 min.). Een Black Belgian Brewer. Als jongeling werd hij in de jaren negentig door Belgische Jezuïeten in de kofferbak van een auto zijn geboorteland Burundi uitgesmokkeld, op de vlucht voor de burgeroorlog die daar was uitgebroken tussen Hutu’s en Tutsi’s. In België belandde de Burundees op het Institut Meurice, waar hij zich als enige zwarte – en soms ook onbegrepen of genegeerde – student verder kon bekwamen in het brouwen van bier.

John is opgegroeid met bier. In zijn jeugd leerde zijn grootmoeder hem al hoe hij met bananen en de graansoort sorghum eigen bier kon maken. Het gerstenat is sowieso alomtegenwoordig in Burundi. De economie van het Afrikaanse land draait er zelfs voor een groot deel op. En ook cultureel speelt bier een belangrijke rol. Bij belangrijke gelegenheden in het leven – van geboorten tot huwelijken – wordt gezamenlijk de fles geheven. ‘In Afrika drinken we geen bier’, zegt Kavakure enthousiast. ‘We delen het!’

Het lag dus voor de hand dat hij ooit terug zou keren naar zijn geboorteland, om er de missie van zijn oma voort te zetten. Met eigen bier: Soma Burundi. Dat bier drink je niet, zegt John als een volleerde marketeer. Dat próef je. Maar of de marktleider, Heineken-dochter Brarudi, ook zo blij was met een plaatselijke concurrent? De vraag stellen is hem beantwoorden. In 2013 vertrok Kavakure alweer uit Burundi. Hij voelde zich er niet meer veilig, vertelt hij in deze documentaire van Thomas Blom en Misha Wessel.

In de film reconstrueren zij Johns levensverhaal niet rechttoe rechtaan, maar laten ze de puzzelstukjes langzaam maar zeker in elkaar vallen. Pas tegen het einde is het totaalplaatje min of meer volledig zichtbaar – al blijft er ook dan nog wel wat te vragen en raden over. Feit is dat bier, de gezelschapsdrank die gewone Burundezen bij elkaar brengt, ook voor tweespalt heeft gezorgd in de voormalige Belgische kolonie, waar de oude koloniale verhoudingen nog altijd doorwerken in Burundi’s heden.

Als hij zich dan toch nog eens in zijn geboorteland meldt, om zijn moeder te bezoeken en een kijkje te gaan nemen bij de brouwerij die hij er heeft achtergelaten, laat John Kavakure, ondanks zijn openlijke trots, gulle lach en sterke ideeën over hoe Soma-bier moet worden gebrouwen, zijn waakzaamheid nooit helemaal varen. Hij weet dat in dit Afrikaanse land, dat hem zoveel heeft gegeven, soms ook zomaar alles weer kan worden afgenomen.

Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan

Nozem Films / BNNVARA / VRT

Hoe lang mag je boos blijven en kan die woede als brandstof blijven fungeren voor je leven en carrière? Als hij in 2022 de tournee na zijn eerste albums Wie Is Guy? en Brutaal heeft afgerond, staat de Belgische rapper Zwangere Guy, alias Gorik van Oudheusden, op een keerpunt: kan hij de boosheid richting zijn moeder, die hem met een nieuwe relatie in zijn tienerjaren noopte om vroegtijdig het huis te verlaten, als dertiger loslaten en zichzelf hernieuwen?

Zijn lichaam zegt in elk geval stop. Gesloopt door drank en drugs. ‘Het is heel confronterend geweest om te zien hoe hard bepaalde substanties deel uitmaakten van mijn leven, om mijn kunst te kunnen maken’, zegt de rapper in het persoonlijke portret Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan (59 min.), waarvoor Leon Veenendaal en Matthijs van Camerijk hem in de navolgende jaren van heel dichtbij hebben gevolgd. Gorik wil zijn destructieve ik achter zich laten.

‘Zelfs ik moet groter zijn dan mijn probleem’, constateert hij sans gêne – hoe tof anderen die kwaaie Guy ook vinden. De transformatie gaat, getuige deze geladen film, alleen niet vanzelf. Tijdens therapiesessies, in de opnamestudio en op reis in Costa Rica werkt Van Oudheusden gedurig aan zichzelf en lijkt ie ook vooral bezig met zichzelf. Intussen werkt hij aan de muziek, die een plek dient te krijgen op z’n nieuwe langspeler Dit Is Guy, het logische eindstation van deze film.

En daarop moet ook Gorik Pt. 1, het razende schotschrift van een beschadigd jongetje aan zijn moeder dat was te vinden op z’n debuutalbum, een vervolg krijgen, dat past bij de levensfase en -instelling van de nieuwe ZG, de échte ZG. ‘Hey dag liefste mama, hoe gaat het ermee?’, begint Guy, als hij de juiste woorden heeft gevonden. ‘Ik ben zo vaak herbegonnen aan die Gorik Pt. 2 / Zat vast achter een muur, met de kleine ZG / Maar na 100 keer vallen, komt de 101.’

Veenendaal en Van Camerijk tekenen dit verlate coming of age-verhaal, over een dertiger die erg op zichzelf betrokken is en eindelijk volwassen moet/wil worden, sfeervol op en laat ook zien hoe fragiel de ontwikkeling die Gorik doormaakt is. Zo nu en dan lonkt nog wel degelijk de roes, om de pijn van het zijn weer even te verdoven. De verantwoordelijkheden die zijn nieuwe bestaan met zich meebrengen nopen hem echter om fit te worden, ook mentaal, en dit ook te blijven.

En dan kan de geheel vernieuwde Zwangere Guy, ‘met een krop in de keel’ bij de gedachte aan al wat hij heeft overwonnen, weer het podium op. Met een heldere boodschap: dit is, tot nader order in elk geval, Guy. Aangenaam.

Tussen Broers

Een Van De Jongens / KRO-NCRV

Tien jaar na A Family Affair (2016) vervolgt Tom Fassaert het ontrafelen van zijn eigen familiegeschiedenis met Tussen Broers (105 min.). Deze persoonlijke film begint waar de vorige eindigde: bij het overlijden van zijn 97-jarige grootmoeder Marianne (1917-2015), een voormalige mannequin die een spoor van vernieling door die familie heeft getrokken en die ‘t vanuit haar laatste woonplaats in Zuid-Afrika ook haar kleinzoon erg lastig maakte met tamelijk bizar flirt- en claimgedrag.

‘De film is voorbij’, constateert Fassaerts vader, de psycholoog Rob Fassaert, bij de start van deze nieuwe documentaire. ‘Mijn moeders leven is voorbij. We gaan weer over tot de orde van de dag.’ Dat blijkt echter een voorbarige conclusie. In dat verleden liggen nog tal van prangende vragen verscholen, die om een antwoord vragen – of op z’n minst naar het zoeken daarnaar. Want wat is er geworden van de vader van Rob en diens oudere broer René, de oom van de filmmaker, die al heel lang buiten beeld is?

Eerst concentreert Tom Fassaert zich echter op hoe zijn vader zich bekommert om zijn broer. René is volgens Rob ‘de verpersoonlijking van wat er in hun jeugd is misgegaan’. Hij zat vroeger in een besloten inrichting, maar heeft tegenwoordig een eigen woning. Die is alleen helemaal dichtgegroeid met spullen. Rob probeert hem te helpen om zijn huis op orde te krijgen. Zijn zoon observeert dat proces en kadert dit in met een intieme voice-over, waarin hij ook hun familiegeschiedenis reconstrueert.

Fassaert kan daarbij terugvallen op het beeldmateriaal dat zijn vader gedurende al die jaren maakte. Want dat filmen heeft hij niet van een vreemde. Rob heeft geen enkel detail van z’n eigen ‘doorsneegezin’ ongefilmd gelaten. Die beelden tonen volgens zijn zoon hun gezinsleven, ‘maar misschien vooral zijn onzichtbare verlangen naar iets wat hij zelf nooit gekend heeft’. Ieder op hun eigen manier, toont Tom Fassaert, houden de twee broers vast aan een verleden, dat hen voor het leven heeft getekend.

Deze intrigerende documentaire waadt zo door een ander deel van een woelige familiehistorie. Misschien niet op zo’n verrassende manier als in A Family Affair, maar net zo indringend en toch behoedzaam en subtiel. Een héél particulier en daardoor universeel en invoelbaar verhaal. En de film eindigt min of meer waar ie begon: bij wat er is geworden van die ene (groot)ouder, Richard Fassaert in dit geval, en wat die heeft achtergelaten. Is het mogelijk om de geschiedenis niet te herhalen? vraagt zijn kleinzoon Tom zich af.

De Onterechte Kampioen

Video 2000 Deluxe

Theo Maassen is al cabaretier, standup comedian en acteur als hij in 2003 ook documentairemaker wordt met de korte film De Onterechte Kampioen (37 min.). Hij zal daarna ook nog televisiepresentator, regisseur en podcastmaker worden. En tussendoor steelt hij tot twee keer toe (*) een Europese bokaal van zijn favoriete voetbalclub PSV – althans, hij is degene die de UEFA Cup (1978) en de UEFA Super Cup (1988) via de televisie weer terugbezorgt aan de rechtmatige eigenaar.

Als achter straatartiest Heintje Bondo geen echte persoon had gezeten, de kleurrijke Eindhovenaar Huub van Bijnen, dan had hij zomaar een personage kunnen zijn uit de eerste voorstellingen van de cabaretier Maassen. Een oudere, lekker opgefokte versie van De Eindhovenaar bijvoorbeeld. De fanatieke oom van Prins CarnavalBerry van Aerle’s boze buurman. Of een ondergeschikte van Henk van de Tillaart bij Mengvoeders United. Brabanders die voortdurend balanceren tussen komedie en tragedie en intussen, gemoedelijk natuurlijk, hun publiek alle hoeken van de zaal laten zien.

Theo Maassen maakte deze observerende documentaire overigens met zijn jeugdvriend Marco Jansen. Ooit stonden ze samen al heerlijk hinderlijk in beeld tijdens een standupper van Shownieuws-verslaggever Albert Verlinde, nu kijken ze mee hoe Huub bij het Living Statue-kampioenschap in Oostende de hoofdprijs in de wacht probeert te slepen. De avond van tevoren is hij in elk geval strijdvaardig. ‘Ik dacht thuis al: ik sta m’n mannetje wel hoor’, zegt Huub, terwijl hij met een ijsje in de hand rondkijkt in een speelgoedwinkel. ‘Dat doe ik zeker. Ik laat me niet op m’n kop zitten. Dat doe ik niet.’

De volgende dag in de Belgische stad begint ontspannen. ‘Ik doe m’n best en ik hoop dat God de rest doet’, zegt Huub en start monter met de wedstrijd. Totdat hem geruchten bereiken over een concurrent. Behalve dat ie iedereen nat spuit, schijnt ‘De Fontein’ ook helemaal niet te stáán. Hij zít stiekem – althans, daar raakt Huub van overtuigd. ‘Ik sta hier ontzettend mijn best te doen, van heb ik jou daar’, fulmineert hij tijdens een Kees Momma-achtige tirade met Brabantse tongval, die zowel ontroert als op de lachspieren werkt. ‘En hij zit daar prinsheerlijk op een zetel, als de koning van Spanje.’

Maassen toont hoe zijn held ondertussen alles op alles moet zetten om als Amerikaans vrijheidsbeeld stil te blijven staan, laat hem tussendoor lekker uitrazen voor zijn camera en werkt daarna, met de wel erg dramatische themamuziek van de film Requiem For A Dream, toe naar de prijsuitreiking. Waarbij Huub licht beteuterd toekijkt hoe de jury een ander beloont. Of zoals hij dat zelf verwoordt: een ervaring rijker en een illusie armer. Als levend standbeeld mag hem dan geen eeuwige roem vergund zijn, dit aardige portret zet Huub vol in de spotlights, die hij al zijn hele leven lijkt te hebben gezocht.

Enkele jaren later spreekt Theo Maassen bij de uitvaart van Huub van Bijnen (1937-2016) zijn vriend nog eens hartelijk toe. ‘Als de spelers van het Nederlands elftal zijn mentaliteit hadden gehad, dan waren we al vier keer wereldkampioen geweest.’ De schrijver Henk van Straten heeft dan ook al een boek gewijd aan Heintje Bondo, Mijn Beste Nieuwe Vriend (2008).

(*) In 2012 bleek in het televisieprogramma De Wereld Draait Door overigens dat Theo Maassen ook de kampioensschaal van Ajax in z’n bezit had gekregen. Die prijs heeft ie vanzelfsprekend héél snel teruggegeven aan de onterechte kampioen van dat jaar.

Les Enfants Du Borinage – Lettre À Henri Storck

Patric Jean / RTBF

De meeste bewoners van de Borinage willen me niet te woord staan, schrijft de Belgische filmmaker Patric Jean in Les Enfants Du Borinage – Lettre À Henri Storck (53 min.) aan zijn illustere voorganger, die een kleine zeventig jaar eerder het leven filmde in de Waalse mijnstreek, waar hij zelf opgroeide. Want uiteindelijk, constateert Jean somber, gaan de verachten ook zichzelf verachten. 

In 1933, toen De Grote Depressie ook ongenadig huishield in Wallonië, maakte Henri Storck samen met de Nederlandse cineast Joris Ivens de klassieke stomme film Misère Au Borinage, een vlammend pamflet tegen de beroerde leefomstandigheden van de arbeiders in de steenkoolmijnen. Na een staking in 1932 werd menige werkeman ontslagen en met z’n gezin het huis uitgezet en tot de bedelstaf veroordeeld.

Jeans hommage uit 1999, het jaar waarin Storck op 92-jarige leeftijd overleed, schetst een al even desolaat portret van hun ‘erfgenamen’. Het is een verhaal dat thuis hoort in een andere eeuw – al speelt het zich slechts een kleine dertig jaar geleden af, in het laatste jaar van de twintigste eeuw. Over mensen die nog altijd onder erbarmelijke omstandigheden leven. Sinds Storck er filmde, lijkt er weinig veranderd in de Borinage.

Na de sluiting van de mijnen kunnen armoede, werkeloosheid en analfabetisme als vanouds welig tieren in de grauwe regio. In hun krotwoningen, geplaagd door tocht en vocht, lijken veel Borains te berusten in hun lot. Voor hen is het vanzelfsprekend dat er geen geld is voor een geschikt huis, gezonde voeding of een tandartsbezoek. Hun tristesse en wanhoop lijken volledig verinnerlijkt, onderdeel geworden van wie ze zijn.

Emile, een strijdbare oudere man, leidt Patric Jean naar het huis van een moeder met vier jonge kinderen. Zowel het dak als de ruiten zijn kapot. Een toilet of verwarming is er niet. De vrouw doet niet open. ‘Mama is heel bang’ roepen haar kinderen door het raam. In een ander verkrot huis vertelt een vrouw, te midden van haar gezin, over hoe haar dochter uit huis werd geplaatst en tussen mensen met een beperking terecht kwam.

Het zijn troosteloze verhalen, vanuit een verweesde onderklasse. Van mensen die zich zelf niet kunnen of willen redden en die vast ook moeilijk zijn te helpen. Vroeger moet het ooit – ooit! – beter zijn geweest, maar dat is nergens meer aan af te zien. Kijk naar de kermis, waar vroeger de gehele gemeenschap was te vinden. Nu zwieren er alleen enkele, ogenschijnlijk starnakel dronken, figuren rond op een vrijwel leeg plein.

Wat zou er van deze mensen, hun kinderen en de dorpen waarin ze woonden zijn geworden? vraag je je onwillekeurig af. Zou Patric Jean, een kleine dertig jaar later, niet eens opnieuw de proef op de som moeten nemen in de Borinage? Wat heeft de eenentwintigste eeuw hen tot dusver gebracht?

Life After

Together Films

Het heeft nogal wat voeten in de aarde als Elizabeth Bouvia in 1983 in haar rolstoel de rechtszaal in het Californische Riverside wordt binnengereden. De 25-jarige vrouw, die in haar dagelijks leven volledig afhankelijk is van de zorg van anderen, eist het recht op om te mogen sterven – om zichzelf, onder begeleiding, te mogen uithongeren. Deze aangekondigde dood zal haar door de rechter echter niet worden gegund.

In 1997 wordt Bouvia, liggend in bed, nog eens voor het televisieprogramma 60 Minutes geïnterviewd door Mike Wallace. Daarna verdwijnt ze van het toneel. Filmmaker Reid Davenport vraagt zich bij de start van Life After (99 min.) af of het boegbeeld van de right-to-die beweging nog leeft, hoe het haar sindsdien is vergaan en wat haar erfenis is. Hij heeft zelf een ernstige lichamelijke beperking en buigt zich in deze scherpe film over het zelfbeschikkingsrecht dat zij zo nadrukkelijk heeft opgeëist.

Davenport gaat de ongemakkelijke issues niet uit de weg. Want is de keuze voor de dood, die Bouvia wilde maken en die andere mensen met een lichamelijke beperking sindsdien hebben willen maken, werkelijk ingegeven door pijn of een gebrekkige kwaliteit van leven? In hoeverre spelen praktische overwegingen daarbij ook een rol? De Canadese euthanasiewet Medical Assistance In Dying (M.A.I.D.) is bijvoorbeeld inmiddels speciaal voor mensen met een lichamelijke beperking opengesteld.

Zorgt dat niet voor (extra) druk op hen? Michal Kaliszan, een man uit Ontario, ziet in euthanasie bijvoorbeeld ‘een uitweg’. Na de dood van zijn moeder lijkt zijn enige alternatief een in zijn ogen uitzichtloos leven in een instelling. Dan verkiest hij toch de dood, zegt hij stellig, de minste van twee kwaden. Voor Michael Hickson, een man die aan een periode in coma ernstige schade overhield, maken zijn artsen die keuze. Zijn vrouw Melissa is het daar helemaal niet mee eens. Ze hoort ’t echter pas een dag later.

De ontwikkelingen rond Dying With Dignity gaan tegenwoordig snel in Canada, vertellen direct betrokkenen, véél sneller dan in traditionele gidslanden zoals Nederland en België. Daarbij wordt er volgens hen ook gecommuniceerd dat zo’n zachte dood tot lagere zorgkosten kan leiden. Over perverse prikkels gesproken. ‘Je kunt geen menselijk lijden verhelpen door mensen te doden’, vindt professor Catherine Frazee van de universiteit van Toronto, die zelf in een rolstoel zit en zuurstof krijgt toegediend. 

Reid Davenport kamt het hele gebied rond euthanasie voor mensen met een lichamelijke beperking uit, waarbij onvermijdelijk ook de eugenetica en de Amerikaanse voorvechter Jack Kevorkian van het honoreren van doodswensen, de revue passeren. Het resultaat is een emancipatoire film, die opnieuw aanzet tot nadenken over ieders (?) recht om te sterven en die eindigt waar ie begon: bij de vrouw met het, volgens sommige Amerikaanse media, ‘useless body’: Elizabeth Bouvia. Waarom wilde zij nu écht dood?

De Deal Met Iran

VRT

‘Wat zijn we goedgelovig’, zegt Nasimeh Naami tegen haar vriend Amir Saadouni, die in de cel naast haar zit. ‘Waarom heb ik niet in die tas gekeken?’

De Belgische politie heeft het gesprek tussen de twee geliefden uit Wilrijk, die aan het begin van deze eeuw van Iran naar Europa zijn gevlucht, stiekem afgeluisterd. Zij worden ervan verdacht dat ze in juni 2018 hebben geprobeerd om in Parijs een bomaanslag te plegen bij een bijeenkomst van de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK), de oppositie in ballingschap. Zijn zij daadwerkelijk om de tuin geleid, zoals hun gesprek lijkt te suggereren? Of proberen de twee achteraf hun eigen straatje schoon te vegen?

In De Deal Met Iran (46 min.), een driedelige documentaireserie van Maarten en Lennart Stuyck, staat in eerste instantie de enerverende klopjacht op deze ‘sleeper cell’ van het Iraanse regime centraal. Gaandeweg wordt duidelijk dat Nasimeh en Amir onderdeel zijn van een groter netwerk. De Belgische politie arresteert vervolgens ook hun opdrachtgever, de Iraanse diplomaat Assadollah Assadi. En die zal in 2023 onderdeel worden van een zéér omstreden ‘overbrengingsverdrag’ met de schurkenstaat Iran.

Want sinds februari 2022 wordt daar de Belgische humanitair hulpverlener Olivier Vandecasteele vastgehouden in de beruchte Evin-gevangenis. Hij is veroordeeld tot veertig jaar gevangenisstraf, 74 zweepslagen en één miljoen dollar boete. Zijn familie en vrienden in België zetten alles op alles om hem weer thuis te krijgen, het thema van de slotaflevering van deze spannende miniserie, waarin de Belgische premier De Croo en minister van Buitenlandse Zaken Lahbib het diplomatieke steekspel toelichten.

Stuyck en Stuyck ontleden de hele affaire vanuit Belgisch perspectief, maar kijken ook naar hoe het huidige regime aan de macht is gekomen en hoe dit nu al ruim veertig jaar met ijzeren hand regeert. Duidelijk is ook dat Iraanse veiligheidsdiensten zich niet laten beperken door de landsgrenzen. Ze slaan hun tentakels rustig uit naar het buitenland, om daar onwelgevallige stemmen te laten verstommen. Tegelijkertijd proberen tegenstanders op alle mogelijke manieren aandacht te vragen voor zulke misstanden.

Olivier Vandecasteele participeert zelf overigens niet in deze geopolitieke thriller. De honneurs worden waargenomen door Washington Post-journalist Jason Rezaian en enkele dissidenten die de Iraanse gevangenis van binnen hebben leren kennen. Zij schetsen een huiveringwekkend beeld van een land waar elke vorm van kritiek op de staat met wortel en tak wordt uitgeroeid. Een land ook dat internationaal de confrontatie durft te zoeken – en de tegenpartij dan voor allerlei lastige ethische keuzes zet.

IVF In België

VRT

Louise Brown, het allereerste IVF-kind ter wereld, was nog geen vijf jaar oud toen in de zomer van 1983 ‘de eerste Belgische proefbuisbaby’ Ellen werd geboren bij de Katholieke Universiteit Leuven. De Belgische kerk zag deze ontwikkeling destijds met lede ogen aan.

In-vitrofertilisatie was in die jaren een kwestie van pionieren. Zowel voor de ongewenst kinderloze stellen, lesbische koppels en alleenstaande vrouwen met een kinderwens als voor de betrokken artsen en zorgverleners. In de historische documentaire IVF In België (50 min.) blikken zij terug op deze bewogen periode, waarin de vernieuwende behandeling permanent onder een vergrootglas lag.

Begin jaren negentig werd in Brussel ook de ICSI-techniek ontwikkeld, een vruchtbaarheidsbehandeling die later in de hele wereld school zou maken. Tegenwoordig vindt zo’n zeventig procent van de kunstmatige inseminaties op deze manier plaats. En de aanvankelijke toename van het aantal meerlingen daarbij werd met het zogeheten ‘Belgian Model’ ook een heel eind getackeld.

De nadruk ligt in deze tv-film op zulke grote ontwikkelingen, waarbij de gespannen relatie tussen de katholieke universiteiten en het Vaticaan steeds opnieuw aandacht vraagt. Die worden toegelicht door de betrokken artsen en wetenschappers. De verhalen van enkele wensouders – hun kinderen komen niet aan bod – dienen daarbij vooral als menselijk illustratiemateriaal bij het grotere verhaal.

Intussen schrijdt de techniek nog altijd verder en is het de vraag of de betrokken mensen en organisaties dat nog wel kunnen bijbenen, het thema van het slot van deze interessante IVF-terugblik. In 2019 heeft bijvoorbeeld een 74-jarige Indiase vrouw twee kinderen gekregen. Zij geldt als de oudste moeder ter wereld. Of dat een goede ontwikkeling is? Daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Want deze wetenschap begeeft zich nu eenmaal altijd op de grens tussen de autonomie van de patiënt en de ethiek van diens arts. Voor professor Reproductieve Geneeskunde Gianpiero Palermo is ’t in wezen simpel: zolang het geen risico inhoudt voor de patiënt of diens embryo, doet hij wat die wil. Ethiek is volgens hem iets voor oudere collega’s die wetenschappelijk niets meer bij te dragen hebben.

Niet elke arts of wetenschapper stelt ‘t zo scherp. ‘Men moet altijd open blijven voor nieuwe ideeën’, vindt klinisch bioloog André van Steirteghem, die samen met gynaecoloog Paul Devroey baanbrekend werk verrichtte. ‘Als je met iets nieuws begint, dan moet je durven grenzen te verleggen’, zegt hun collega Stephan Gordts. ‘Dat is de enige manier, denk ik, waarop de geneeskunde vooruit kan gaan.’

‘De wetenschap heeft stappen vooruit gezet en maakt iets mogelijk’, concludeert Mieke Felix, één van de gelukkige moeders, als ze terugkijkt. ‘En wij hebben daar mogen gebruik van maken. Er is ons een cadeau gegeven.’

Trailer IVF In België

Don’t Put Me In A Box

NTR

Het succes kwam hem niet aanwaaien, stelt de Marokkaans-Belgische choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, die tot 2022 zeven jaar lang de scepter zwaaide bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, in zijn lange loopbaan werkte met popgrootheden als Beyoncé en Madonna en tegenwoordig artistiek leider is van het Grand Théâtre de Genève.

Of, zoals hij zijn jeugd en de invloed daarvan op z’n artistieke loopbaan in de documentaire Don’t Put Me In A Box (57 min.) van Romain Girard kernachtig samenvat: ‘Pas toen ik vijftien was en wat kilo’s was kwijtgeraakt, de scheiding van mijn ouders had meegemaakt, een door stress veroorzaakte maagperforatie had overleefd, vegetariër was geworden en uit de kast was gekomen, zag ik in dat dansen een existentiële behoefte was, op het masochistische af.’

Larbi Cherkaoui fungeert zelf als verteller van dit bloemrijke (zelf)portret. Hij schuwt ook dan het drama niet. Zowel met taal als dans creëert hij een overdadige beeldenstorm die zowel beklijft als soms ook lam slaat. Terwijl hij zich als choreograaf in pak ‘m beet Japan, Oostenrijk of China te buiten gaat aan het creëren van adembenemende beelden, is er altijd die stem die elke gebeurtenis of emotie inkadert. Daarmee krijgt alles in zijn leven betekenis – en vervolgens ook z’n artistieke weerslag.

Zoals toen ’s mans woede over het onrecht in de wereld plaatsmaakte voor verwarring. ‘Waar het maken van choreografieën eerst heilzaam was keerde mijn kunst, waarmee ik koppig zoveel wilde zeggen en vooral op zoek was naar waardering, zich tegen mij. Er kwam kritiek op de overdaad van mijn choreografieën. En ik raakte ontmoedigd.’ En het dwangmatige denken daaraan sijpelde vervolgens door naar zijn werk – gevolgd door de behoefte om te ‘leven in de leegte’ en alweer een nieuwe voorstelling.

Dat leven, zoals de hoofdpersoon en maker dat in deze gestileerde dansfilm voorstellen, maakt eveneens een geconstrueerde indruk. Groots en meeslepend, dat is ‘t. En, met Instagram als aanjager en uitlaatklep, ook helemaal van deze tijd. Tis het verhaal dat je van een leven, ten volle geleefd natuurlijk, kunt maken – of, zo je wilt, de voorstelling. Met een trefzekere tagline erbij: creëren is mijn overlevingsstrategie.

Stolen: Heist Of The Century

Netflix

Hoe uitgenast de dieven ook te werk zijn gegaan, ze lopen tegen de lamp. Dat staat bij aanvang van Stolen: Heist Of The Century (94 min.) al vast. Alleen is nog niet precies duidelijk hóe. Het is namelijk eerst de vraag hoe ‘t hen in eerste instantie überhaupt is gelukt om op zaterdag 15 februari 2003 op z’n minst honderd miljoen dollar aan diamanten buit te maken bij het Antwerpse Diamond Center en daarna hoe de Belgische politie hen uiteindelijk tóch heeft weten in te rekenen.

Die kwesties worden in deze slicke heistfilm van Mark Lewis (Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Vatican Girl: The Disappearance Of Emanuela Orlandi) uit de doeken gedaan door de Belgische rechercheurs Agim de Bruycker en Patrick Peys, die destijds de jacht op de rovers leidden, en ene Leonardo Notarbartolo, een vertegenwoordiger van de zogeheten ‘School van Turijn’. Dat elitegezelschap, waarvan hij de andere leden aanduidt met tot de verbeelding sprekende bijnamen zoals ‘Het Monster’, ‘De Sleutelmeester’ en ‘Het Genie’, zou de spectaculaire kraak in ‘de diamanthoofdstad van de wereld’ hebben gezet.

Lewis snijdt die twee verschillende perspectieven lekker tegen elkaar weg: de schrandere politiemensen, die aan de slag gaan met afval van de diamantroof dat ze aantreffen in het Floordambos bij Vilvoorde, versus de gewiekste Italiaanse beroepscrimineel, die tijdens de jarenlange voorbereiding op de ingenieuze kraak niets aan het toeval lijkt te hebben overgelaten. Wie is wie te slim af in het kat- en muisspel rond een misdrijf, dat niet of nauwelijks slachtoffers lijkt te hebben en dus – met gelikte reconstructies, speelse montage en een funky soundtrack – ongegeneerd, niet zonder plezier of trots, kan worden uitgevent?

Stolen: Heist Of The Century wordt daarmee precies wat de titel belooft: een Ocean’s Eleven-achtig sterk verhaal dat alle betrokkenen graag nog eens vertellen – al blijkt de kwestie, helemaal aan het eind van de vermakelijke docu, voor één van hen toch nog wel een naar randje te hebben gekregen.

Darklands: Are You Ready To Go Deep?

Cinemien

Sinds 2010 wordt Darklands elk jaar nét iets groter. Behoedzaam brengt de Vlaamse organisator Jeroen van Lievenoogen het grootste indoor gay fetishfestival steeds een stapje verder. Totdat het Coronavirus in 2020 roet in het eten gooit en Darklands noodgedwongen pas op de plaats moet maken.

De COVID-19 periode, waarin ook Darklands verliezen moet incasseren en het doorgaan van het festival elke editie weer onzeker is, markeert het meest geladen deel van deze documentaire van Roland Javornik uit 2023, die soms bijna een promofilm lijkt voor het festival dat jaarlijks zo’n zevenduizend homomannen en andere fetishfreaks verleidt om een kleine week hun wildste fantasieën uit te leven in Waagnatie, een oude loods te Antwerpen.

In Darklands: Are You Ready To Go Deep? (84 min.) gunt Van Lievenoogen, net als tijdens het festival terzijde gestaan door zijn creatieve jongere zus Nathalie (die zelf overigens niet tot de doelgroep van alle festiviteiten behoort), eenieder een kijkje achter de schermen bij Darklands, Het festival heeft zich ontwikkeld tot een vrijplaats voor een internationaal publiek, dat zich onbekommerd kan overgeven aan z’n eigen kinky voorkeuren.

Voor deze kleurrijke gemeenschap – van gayporno- en BDSM-liefhebbers tot leer- en furryfreaks – weerspiegelt het festival de ‘pure vrijheid’, die elders in de wereld nog wel eens ontbreekt. Zo bezien heeft deze productie, die toewerkt naar de festivaleditie van 2022, zeker z’n waarde – al is de Darklands-docu wel héél veel braver dan de thematiek van het festival, waar eigenlijk weinig te gek lijkt, doet vermoeden.

Beest

Dalton

Op het televisietoestel in de rommelige woonkamer is de Nederlandse popgroep BZN te ontwaren. Het geluid is weggedraaid. Luid snuivend gaat Walter Arfeuille op zoek naar een rol tape. De morsige oudere Vlaming scheurt er twee stukken af en plakt die aan de zijkant van zijn hoofd, bij de slapen. Daarna trekt hij voor de spiegel rubberen handschoenen aan, nog altijd heel nadrukkelijk ademend. Arfeuille begint vervolgens eerst zijn lange baard en daarna zijn haren in te smeren met zwarte haarverf. In gedachten lijkt hij zo nog altijd op de viriele sterke man die ooit 220 kilogram kon tillen.

Walter Arfeuille is inmiddels al even in de zeventig. In zijn jonge jaren kon dit beest met zijn tanden ijzer buigen of een trein voorttrekken, maar nu is een fietstocht van nog geen driehonderd kilometer eigenlijk al te veel gevraagd. Toch is dat precies wat hij zich heeft voorgenomen, met de ijzeren wil die hem nog altijd kenmerkt. De voormalige spierbundel uit het West-Vlaamse dorp Vlamertinge wil het graf bezoeken van zijn grote held, de Belgische gewichtheffer Serge Reding. Die stierf op z’n 34e, naar verluidt als gevolg van dopinggebruik. Walter Arfeuille wil daar echter niets van weten.

Joost Laperre en Jillis Schriel gebruiken de fietstocht van hun (anti)held, die noodgedwongen wordt uitgesmeerd over diverse dagen, als geraamte voor hun tragikomische portret Beest (72 min.). Ondertitel: De laatste krachttoer van Walter Arfeuille. Ze doorsnijden die met impressies uit het leven van Arfeuille, een man die groot durfde te dromen, maar altijd in de schaduw bleef staan van zijn eeuwige rivaal John Massis, een bluffer die zichzelf en de concurrent, die zich had voorgenomen om hem al zijn records af te pakken, tot steeds uitzinnigere krachtpatserij dreef.

In West-Vlaams dialect steekt het Beest van wal over zijn leven, grootste prestaties en de concurrentiestrijd met Massis. In zijn eigen ogen is hij geboren voor grootsheid, in de praktijk is ’t er alleen niet altijd helemaal van gekomen. Die tragiek, gekoppeld aan een ontaarde koppigheid, maakt van hem een onweerstaanbaar filmpersonage. Niet in het minst omdat ook zijn karakterzwakheden gaandeweg steeds nadrukkelijker in het oog springen. Als getrouwde man met drie kinderen verwekte hij bijvoorbeeld twee kinderen bij een vriendin, die hij er ook weer alleen mee achterliet. Zij ziet hem nog altijd graag.

Terwijl een afgematte versie van het beest dat hij ooit was, eigenlijk altijd al een echte einzelgänger, puffend en zwoegend de verschillende etappes van zijn fietstocht naar Herbeumont probeert af te leggen, komen er ook nog wat andere lijken uit de kast en wordt het tijd voor een confrontatie met de man die stug in zijn eigen mythes wil blijven geloven.