Vatican Girl: The Disappearance Of Emanuela Orlandi

Netflix

‘Ik wil mijn oprechte gevoelens uiten die ik deel met de familie Orlandi’, zegt paus Johannes Paulus II op 3 juli 1983, tijdens zijn wekelijkse toespraak op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad. ‘Zij lijden omdat hun vijftienjarige dochter Emanuela sinds woensdag 22 juni niet meer is thuisgekomen. Ik deel de angsten en de vrees van de ouders. We zullen de hoop niet verliezen in de menselijkheid van de verantwoordelijken in deze zaak.’

Daar zat hem echter meteen de crux in deze spraakmakende verdwijningszaak: is het Vaticaan misschien zelf betrokken bij de vermissing van Emanuela Orlandi? Waarom spreekt de geestelijk leider van de katholieke kerk zich überhaupt uit over deze zaak? vragen diverse betrokkenen zich af in Vatican Girl: The Disappearance Of Emanuela Orlandi (233 min.). En wie bedoelt de paus met de verantwoordelijken? Is er misschien sprake van een ontvoering en weet hij daar dan meer van?

Niet veel later meldt zich inderdaad een man bij de familie Orlandi met de mededeling dat hun dochter, een gewone tiener uit Vaticaanstad die op weg was naar muziekles, is ontvoerd. Als de Italiaanse autoriteiten Mehmet Ali Agca, een Turkse jongeling die twee jaar eerder een aanslag op de paus heeft gepleegd, niet vóór 20 juli vrijlaten, zijn ze bereid om Emanuela te doden. Uitroepteken. Of is dat brisante verhaal niet meer dan een dekmantel voor wat er écht is gebeurd?

Emanuela’s broer Pietro en zussen Natalina, Maria Cristina en Federica kunnen er, een kleine veertig jaar na dato, nog altijd niet bij dat hun zus onderdeel is geworden van een groots, duister en ondoorzichtig spel waarbij de maffiose Banda della Magliana, het Vaticaan zelf en de geheimzinnige organisatie Ganglion betrokken kunnen zijn geweest. Intussen weten ze nog steeds niet wat er met hun zus is gebeurd. Ligt ze misschien begraven in de basiliek van Sant’Apollinare in Rome? 

Regisseur Mark Lewis (Don’t F**k With Cats) maakt in deze vierdelige true crime-serie optimaal gebruik van het bijzondere fotogenieke decor van de vermissing en het mysterie dat sowieso kleeft aan de staat binnen een staat, het Vaticaan. Hij serveert het ingewikkelde complot rond de verdwijning van Emanuela Orlandi, dat een zekere Dan Brown-bravado niet kan worden ontzegd, bovendien met de nodige rookgordijnen, omtrekkende bewegingen en dwaalsporen uit.

Lewis neemt daarbij wel het risico dat de kijker zich na afloop een beetje bekocht voelt. Omdat ie is meegenomen in onderzoekspistes, waarvan allang duidelijk was dat ze op niets uitlopen. Zoals dat overigens goed gebruik is in true crime. Pas in 2016 zal het zogenaamde Vatileaks-schandaal zorgen voor nieuwe ontwikkelingen in de zaak van Emanuela, die de opmaat vormen naar de afwikkeling ervan. Dan staan er echter nog net zo veel vragen open als dat er zijn beantwoord.

Muhammad Ali

PBS

Hij heeft één van de best gedocumenteerde levens van de afgelopen honderd jaar geleid. Het aantal documentaires over Muhammad Ali is nauwelijks te overzien. In Oscar-winnaar When We Were Kings (1996) wordt bijvoorbeeld zijn ‘rumble in the jungle’ met George Foreman belicht. Thrilla In Manila (2008) plaatst hem op de Filipijnen voor de allerlaatste keer tegenover aartsvijand Joe Frazier (die hij tot op het bot beledigde, gebruikmakend van racistische retoriek). The Trials Of Muhammad Ali (2013) concentreert zich op Ali’s problemen met justitie, nadat hij heeft geweigerd om een ‘tour of duty’ in Vietnam te doen. En Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali (2021) behandelt de relatie van de zwarte bokser met de vermoorde woordvoerder van de militante Nation Of Islam.

Het is maar een willekeurige selectie: zowat elk aspect van Ali’s roerige leven is inmiddels uit en te na in beeld gebracht. In films die een deel ervan uitdiepen of juist de grootsheid ervan proberen te omvatten (zoals Antoine Fuqua’s What’s My Name: Muhammad Ali uit 2019). En toch voelt Ken Burns, de grootmeester van de Amerikaanse historische documentaire, zich geroepen om nóg een portret te maken van ‘the greatest’, simpelweg Muhammad Ali (446 min.) getiteld. Net als in klassieke series zoals The Civil War, Baseball en Country Music is zijn aanpak tamelijk traditioneel: een verteller (Keith David in dit geval) leidt de kijker op gezaghebbende toon door Ali’s leven, ondersteund door weldadig archiefmateriaal en een uitgelezen selectie van sprekers (dochters Hana en Rasheda Ali, ex-vrouwen Belinda Boyd en Veronica Porche, broer Rahaman en zijn protégé en laatste opponent in een titelgevecht Larry Holmes bijvoorbeeld).

Van zijn opkomst als bokser onder de slavennaam Cassius Clay en eerste wereldtitelgevecht tegen Sonny Liston in 1964, via zijn bekering tot de islam en bijbehorende naamsverandering en politieke bewustwording naar zijn schorsing als bokser en onwaarschijnlijke comeback tot aan de aftakeling op latere leeftijd, een logisch gevolg van alle klappen die hij gedurende zijn leven moest incasseren. Samen met zijn coregisseurs, dochter Sarah en haar echtgenoot David McMahon, plaatst Burns die ontwikkeling, opgebouwd rond enkele heroïsche gevechten, voortdurend binnen z’n maatschappelijke context. De man, sporter en mediapersoonlijkheid Muhammad Ali kunnen immers niet los worden gezien van de tijd en wereld waarin hij leefde. In de bijna acht uur speeltijd van deze epische serie, op temperatuur gebracht met dampende zwarte muziek, blijft vrijwel geen aspect onbelicht van één van de beste boksers – en pochers en treiteraars – van de twintigste eeuw: zijn vechtlust, (media)geilheid, idealisme, wreedheid en veerkracht.

Tot nader order is dit zonder enige twijfel het definitieve portret van de man met de lijfspreuk ‘float like a butterfly, sting like a bee’. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er ook echt geen documentaires meer over hem zullen worden gemaakt.

Ali Bouali

Videoland

Vanachter het personage Ali B. probeert documentairemaker Mark Leene de veertigjarige man Ali Bouali (104 min.) voor de dag te halen. Die wil volgens eigen zeggen niet veel te maken hebben met de gelijknamige Bekende Nederlander. ‘Vertrouw je me?’ wil Leene daarom weten van zijn gesprekspartner. ‘Jaaa’, antwoordt die aarzelend. ‘Ik vertrouw je, maar ik moet wel opletten.’ De interviewer vraagt door: ‘Ga je het me gemakkelijk maken?’ ‘Ik ga proberen om met je mee te werken’, reageert Ali, ‘maar ik ben niet het type dat het van nature mensen makkelijk maakt.’

Is het koketterie? Een poging om deze vierdelige serie – een unieke inkijk in het leven van de échte Ali – extra urgentie mee te geven? Of een oprechte worsteling van de hoofdpersoon met wat hij wel en niet deelt met de buitenwereld? Hij voorspelt Leene in elk geval dat het voor hem moeilijk wordt om mensen uit zijn directe omgeving te spreken te krijgen. En inderdaad: Ali’s moeder en broer Mo zijn uiteindelijk niet te zien in dit zonder enige twijfel hoogstpersoonlijk door Bouali geautoriseerde portret. Ali belt hen wel op voor de camera.

Behalve de hoofdpersoon zelf, voor wie uiteindelijk natuurlijk weinig onderwerpen taboe blijken te zijn, komen zijn jeugdvrienden Hakim en Michael, neef Hicham en tante in Marokko, Zora, aan het woord. Ali’s vrouw Breghje wil, net als hun kinderen, niet herkenbaar in beeld, maar is wel bereid om haar ervaringen met hem te delen. En natuurlijk wordt er ook nog een blik Bekende Nederlanders opengetrokken, waaruit ditmaal Boef, Yes-R, Brace, Marco Borsato, Maan, Famke Louise, Davina Michelle, Big2, Jan Smit, Waylon, Najib Amhali en Alain Clark tevoorschijn komen.

Deze miniserie, best vermakelijk, bevat geen lineair verteld levensverhaal of carrière-overzicht, maar toont de slimme en sociaal vaardige hoofdpersoon achter de schermen bij al zijn verschillende activiteiten en hink-stap-springt intussen door zijn veertig woelige jaren mét een tienermoeder en zónder vader, ín de periferie van de Mocro Maffia en vól verslavingen. Maar of alles wat ertoe doet in Ali’s leven ook ter sprake komt en of Mark Leene daarbij écht onder de waterlijn komt bij zijn hoofdpersoon? In Ali Bouali lijkt die vooral van alles te zeggen, zonder op de keper beschouwd héél veel te vertellen.

Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali

Netflix

Cassius Clay zou het gaan opnemen tegen Sonny Liston. Malcolm X zag zijn kans schoon. Clay kon de Nation Of Islam heel veel nieuwe volgers bezorgen. En daarmee zou Malcolm, die in onmin was geraakt met de geestelijk leider Elijah Muhammad, zijn positie in de organisatie kunnen herstellen of zelfs versterken. In februari 1964 ging Malcolm X dus met zijn complete gezin op bezoek bij Cassius Clay om hem succes te wensen. De foto’s zouden al snel in alle kranten staan.

Nu moest Clay alleen nog even Liston tegen de touwen slaan en de wereldtitel boksen in het zwaargewicht opeisen. Er was alleen niemand die daarin geloofde. Deze praatjesmaker, bijgenaamd The Louisville Lip, zou zonder enige twijfel het onderspit delven tegen de imposante titelverdediger Sonny Liston. Even later zou dan ook Malcolm X definitief in het stof bijten. Het liep helemaal anders: Cassius Clay won, bekeerde zich vervolgens tot de islam en veranderde zijn naam in Muhammad Ali. Malcolm zou daarvan echter nauwelijks profiteren. Binnen een jaar was hij dood, de machtsstrijd met Elijah Muhammad was hem letterlijk fataal geworden.

De documentaire Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali (96 min.) concentreert zich op de relatie tussen de twee trotse zwarte Amerikanen, die zich in die jaren, samen met Martin Luther King, ontwikkelden tot de meest uitgesproken pleitbezorgers van Zwart Amerika. Gedurende enkele jaren onderhielden zij een relatie die voor beiden profijtelijk leek. Totdat hun vriendschap grondig werd verziekt door de vuile oorlog binnen de Nation Of Islam. Regisseur Marcus A. Clarke laat die geschiedenis herleven met familieleden, vrienden en biografen van Ali en Malcolm en inkaderen door zwarte opinieleiders zoals Cornel West, Al Sharpton en Julius Garvey, de zoon van de vermaarde burgerrechtenpionier Marcus Garvey. Clarke kleedt hun herinneringen en statements natuurlijk aan met fraai archiefmateriaal en verbindt dat dan weer met een lekker jazzy soundtrack.

De levensverhalen van Malcolm X en Muhammad Ali zijn al talloze malen verteld en zullen nog talloze malen worden verteld. Deze stevige documentaire onderscheidt zich echter van vrijwel alle Ali-portretten door het nagenoeg ontbreken van boksbeelden, terwijl films over/met Malcolm X doorgaans minder aandacht besteden aan diens geslepenheid en opportunisme. De focus op hun onderlinge relatie, die overigens ook al een prominente rol speelt in de fijne misdaadserie Godfather Of Harlem, betaalt zich aan het eind van Blood Brothers bovendien nog eens extra uit als de oude bokser toch wel spijt blijkt te hebben gekregen van enkele verbale opdoffers die hij aan zijn vermoorde vriend heeft uitgedeeld.

Seaspiracy

Netflix

Als dolfijnen en walvissen sterven, sterft de oceaan. En als de oceaan sterft, sterft de aarde. En als de aarde… juist.

En waardoor sterven die dolfijnen en walvissen nu eigenlijk? Documentairemaker Ali Tabrizi gaat op onderzoek uit. Seaspiracy (89 min.) is de weerslag van een queeste, die hem al snel op het spoor zet van de internationale visserij. Die dunt zowel bewust, via overbevissing, als onbewust, via bijvangst en schadelijke plastic netten, ‘s werelds onderwaterpopulatie uit. Allerlei diersoorten dreigen daardoor uit te sterven. En dat is nog maar het begin van de misstanden en hypocrisie die Tabrizi, al dan niet met verborgen camera, op het spoor komt.

In alle uithoeken van de wereld tekent hij de ellende met gevoel voor drama op. De filmmaker ondersteunt zijn betoog met een indrukwekkende hoeveelheid cijfers, data en statistieken, steekt zijn licht op bij allerlei verwante denkers en organisaties en zoekt de confrontatie met vertegenwoordigers van de visindustrie en belangenverenigingen die deze proberen te reguleren. Want het predicaat ‘duurzame vis’, zeg nou zelf, dat stelt toch geen ene mallemoer voor? De verantwoordelijke club weigert niet voor niets om voor voor Tabrizi’s camera te verschijnen.

Seaspiracy is een bevlogen pamflet om minder – of gewoon: géén – vis te eten. Een film, die dat ideaal ook naar een groot publiek probeert te brengen. Zulke uitgangspunten laten doorgaans niet al te veel subtiliteit en nuance toe. Een complexe mondiale kwestie wordt in deze gelikte film dan ook teruggebracht tot een epische strijd tussen helden en schurken(bedrijven) over het lot van de aarde. Die is vervat in dramatische beelden, wordt begeleid door aanzwellende muziek en werkt toe naar een stevige apotheose. En tot besluit volgt natuurlijk een onvervalste call to action. Aan iedereen die ‘t goed voorheeft met de zeeën en oceanen.

Murder On Middle Beach

HBO

Het moordslachtoffer was toegedekt. Beter: de moeder van Madison Hamburg was toegedekt. Hij onderzoekt haar gewelddadige dood in 2010 in de vierdelige serie Murder On Middle Beach (268 min.). Barb werd aangetroffen in de besneeuwde achtertuin van haar eigen huis in Connecticut. In eerste instantie leek het nog een gestorven dier dat daar lag. Het was bedekt met kussens. En bloed, zo bleek later. ‘Het’ bleek echter een ‘zij’.

Wat zegt het over de dader als het slachtoffer volledig is afgeschermd? Wil hij/zij niet geconfronteerd worden met de aanblik ervan? Zeker in situaties waarin dader en slachtoffer elkaar héél goed kenden lijkt dat een bruikbare hypothese. Dit wordt ook het (impliciete) uitgangspunt van Madison Hamburgs zoektocht, die ruim zeven jaar in beslag zal nemen: was het zijn eigen vader Jeffrey? Barbs tante Jill? Haar zus Conway? Of toch Madisons eigen zus (en Barbs dochter) Ali?

Het is alsof Hamburg als zoon en documentairemaker geblinddoekt een mijnenveld in wordt gestuurd, waarbij hij onderweg soms even mag rondkijken of via één van zijn verwanten kort een blik kan werpen op een specifieke kwestie. Zo stuit hij op diverse drama’s: fraude, alcoholisme, borderline, drugsverslaving en een heus piramidespel. Het lijken stuk voor stuk uitwassen van een volledig verwrongen familiesysteem, dat nu zelfs een mensenleven heeft gekost.

Madisons ontdekkingen worden in Murder On Middle Beach als een typische true crime-thriller uitgeserveerd, met onverwachte verhaalwendingen, tijdsprongen en cliffhangers. En een privédetective en verborgen camera-acties, natuurlijk. De persoonlijke insteek – een zoon die op zoek is naar wat zijn moeder fataal is geworden – geeft deze intrigerende serie, die gaandeweg wat stoom verliest, beslist meerwaarde. Voor Madison Hamburg, zoveel is duidelijk, staat er écht wat op het spel.

Zijn eigen positie zorgt tegelijkertijd ook voor complicaties. Zeker in relatie tot zijn vader Jeffrey moet Hamburg soms wel heel nadrukkelijk laveren tussen zijn verschillende rollen als zoon, filmmaker en amateurdetective. Dan wordt hij, de waarheidszoeker en -zegger, een exemplarisch voorbeeld van wat uiteindelijk misschien wel zijn voornaamste probleem is: als je je eigen familie niet (meer) kunt vertrouwen.

Famke Next

Videoland

Met haar desastreuze optreden bij de talkshow Jinek, waarin ze onbeholpen de anti-Corona actie #ikdoenietmeermee probeerde te verdedigen, gaf de Nederlandse zangeres en YouTube-ster Famke Louise half Nederland, waaronder haar vaste haters, de kans om ongegeneerd de strontkar over haar uit te rijden. Kort daarna volgde een openbare boetedoening. Een maand later is er alweer de driedelige docuserie Famke Next (95 min.), het vervolg op Famke Louise, De Documentaire uit 2018. Het is de vraag of die gunstig uitpakt voor ‘the babe you love to hate’ – hoewel ze oprecht haar best doet om zich daarin te presenteren als een heel gewoon meisje van begin twintig: Famke Meijer.

Een meisje met allerlei problemen, dat wel: met haar moeder Marja, met haar nicht/huisgenoot Yvonne en met zo ongeveer haar complete professionele entourage, waaronder de rappers Bizzey en Ali B. Documentairemaakster June te Spenke stond er in het afgelopen jaar bovenop en legde alle twijfels, frustraties en ruzies van akelig dichtbij vast met haar camera. ‘Soms voel ik mezelf niet mezelf’, verzucht Famke op een gegeven moment. Of: ‘Zelfs mijn eigen moeder onderschat mij.’ En, tijdens een ruzie met diezelfde ouder: ‘Ik heb hier ook gewoon geen zin in, als-je-blieft, en ik wil ook niet dat dit in de docu komt.’

Het fragment zit natuurlijk wél in Famke Next, een even exhibitionistische als onevenwichtige miniserie. Want niets lijkt daarvoor te privé of ongemakkelijk. De geregistreerde gebeurtenissen roepen regelmatig de vraag op of er nu echt niemand in Famkes directe omgeving is die zegt: zet dat ding eens uit. Of beter: leg hem gewoon weg. Als ze op bezoek gaat bij de oud-buurman van haar vader, acteur Hugo Metsers, om meer zicht te krijgen op de ware toedracht van diens (zelfverkozen?) dood, wordt bijvoorbeeld ook dat heel kwetsbare moment rücksichtslos opgetekend. Inclusief het verdriet en de verwarring naderhand.

Uiteindelijk lijkt alles, ook voor de hoofdpersoon zelf, gewoon materiaal. Of het nu ruw, intiem of pijnlijk is. Het echte leven zogezegd, of op zijn minst de (social) media-versie daarvan. Een ontzettend schrijnende selfie. Associatief gemonteerd en verbonden met gestileerde sequenties van het ongenaakbare jeugdidool Famke Louise. En daarachter schuilt dus een gewoon – en gewond – meisje dat wil communiceren wat haar echt, écht, beweegt. Waarbij zo langzamerhand toch ook de vraag op tafel komt of ze, om Britney Spears-achtige taferelen te voorkomen, in bescherming moet worden genomen tegen zichzelf.

Maar wie heeft daar belang bij in tijden van Corona, als de entertainmentsector alle zeilen bij moet zetten om te overleven? Zou Famkes debuutalbum Next, een jaar geleden al aangekondigd, nu misschien dan toch echt in aantocht zijn? Jawel hoor. Het lijken perverse prikkels voor nóg meer openbaar uitgevent drama – en, wie weet, serieuze brokken.

Gewoon Boef

Videoland

Waar houdt Boef op en begint Sofiane Boussaadia? Waren die veelbesproken treitervlogs bijvoorbeeld het werk van een artiest die zich zo nodig moest manifesteren of van een allochtone jongen die zijn oprechte frustraties over de politie uitte? En hoe zat het met die al even omstreden uitspraak over ‘kechs‘, vrouwen die zich als hoeren gedroegen? Doelbewuste provocatie van een slim enfant terrible, verkeerd uitgelegde rant of toch een verbaal slippertje van een oerconservatieve jongen, die per ongeluk het achterste van zijn doorgaans zo vaardige tong liet zien?

In de driedelige serie Gewoon Boef (86 min.) trekt Olivier Garcia ruim een half jaar op met het omhoog gevallen ettertje/de buitengewoon getalenteerde rapper en zoomt daarbij tevens in op de achtergrond van dit vat vol tegenstrijdigheden, zijn stormachtige opkomst en de daaruit voortgevloeide controverses. Net als de docuserie die Videoland eerder uitbracht over generatiegenoot Famke Louise is het geheel snel en puur op inhoud gesneden. De drie afleveringen springen voortdurend in de tijd en wisselend gedurig van locatie; van een optreden in Turkije, Thaise relaxvakantie en rootsreis naar Parijs tot de plek waar Boefs/Sofianes leven zich sinds kort afspeelt: een ontzettend protserige villa.

Zelf ziet hij die als bevestiging van het feit dat hij het inmiddels heeft gemaakt. Al weet ook deze Boef dat geld bepaald niet altijd gelukkig maakt. Dat materialisme zou bovendien wel eens een uitingsvorm van verlatingsangst kunnen zijn, concluderen zowel maker als subject van deze serie in een privésessie psychologie van de koude grond. ‘Iemand die van je houdt kan de volgende dag niet meer van je houden. Dat is gewoon het leven’, stelt de beschadigde jongen/rapper met dollartekens in de ogen. ‘Maar geld… Als je honderd euro naast je bed legt en je wordt wakker, dan ligt er nog steeds honderd euro naast je bed.’

Noem dat gerust plat of cynisch. Hij heeft met die attitude wél de belofte waargemaakt die de tiener Sofiane, ook toen al een Boef overigens, ooit deed aan zijn adoptiemoeder. ‘Please make something of your life’, zei zij op haar sterfbed tegen de jongen, die speciaal voor de gelegenheid enkele dagen uit de gevangenis mocht. ‘Dat is me bijgebleven’, zegt hij nu. ‘Ik dacht: ik moet het maken, begrijp je? En drie jaar later blies ik op.’ Ondanks dat succes is de behoefte aan een thuis gebleven, zo blijkt uit persoonlijke gesprekken met de hoofdpersoon zelf, enkele jeugdvrienden en de bijna onvermijdelijke Ali B. Die krijgen in dit schurende portret bovendien extra reliëf via de omgang met zijn Habiba Selma en ontmoetingen met zowel zijn biologische als zijn stiefvader.

Gewoon Boef schetst zo trefzeker het fenomeen Boef/de (probleem)jongere Soef. Held van de jeugd van tegenwoordig. En tevens de verpersoonlijking van wat je ‘de jeugd van tegenwoordig’ zou kunnen noemen.

Blasphemy

VPRO

‘Onthoofd alle godslasteraars’, scanderen de bezoekers van een politieke bijeenkomst van Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP) in het najaar van 2018. Khadim Hussain Rizvi, leider van de religieuze partij, zet de menigte naar zijn hand. Hij heeft zijn zinnen gezet op de politieke macht in Pakistan. De man oogt als de archetypische extremistische moslim. Type Taliban of Islamitische Staat. Met het vuur in de ogen, een gal spuitende mond en nog net geen kromzwaard in de hand.

Voor de gemiddelde westerling slaat Rizvi onbegrijpelijke, angstaanjagende taal uit. ‘Een ieder die de Heilige Profeet beledigt of zijn status als de laatste Profeet betwist is volgens de sharia een godslasteraar’, zegt de scherpslijper bijvoorbeeld. ‘Zo’n ernstig vergrijp is onvergeeflijk.’ En sinds 1986 staat er inderdaad de doodstraf op godslastering in Pakistan. Getuige de documentaire Blasphemy (75 min.) zorgt dit voor een ronduit unheimische atmosfeer in het islamitische land.

Om de eer van de profeet te redden (of gewoon om een onderlinge rekening te vereffenen) kan iemand zomaar worden beschuldigd van blasfemie en wordt geweld tegen ongelovigen min of meer gelegitimeerd, met moord en doodslag op de ‘lasteraars’ of de mensen die het voor hen opnemen tot gevolg. Filmmaker Mohammed Ali Naqvi geeft beide zijden van het debat het woord: de aanklagers en geestelijken die blasfemie genadeloos willen afstraffen en de vermeende lasteraars en hun pleitbezorgers, die worden beperkt in hun vrijheid van meningsuiting en bovendien ernstig bedreigd.

Terwijl de verkiezingen van 2018 naderen, wordt de discussie steeds verder op de spits gedreven en kan nog meer geweld bijna niet uitblijven. Blasphemy registreert dit proces nauwgezet en brengt zo tevens een naargeestige, beklemmende en, voor de gemiddelde westerling, ook totaal onbegrijpelijke wereld in beeld. Waar de overtuiging van de één, desnoods met redeloos geweld, wordt opgelegd aan een ander.

De documentaire Blasphemy is hier te bekijken.

What’s My Name: Muhammad Ali

Als geen andere sporter belichaamt Muhammad Ali de historie van zwart Amerika in de tweede helft van de twintigste eeuw. Nadat hij onder de naam Cassius Clay in 1960 een gouden medaille won op de Olympische Spelen, was de bokser voor veel landgenoten bijvoorbeeld nog altijd niet meer dan een nikker. Een bijzondere gevatte nikker, dat wel. Toen de serveerster van een restaurant in zijn geboortestad Louisville, Kentucky hem meldde dat ze geen negers serveerde, zou hij hebben geantwoord dat hij daar ook helemaal geen zin in had. ‘Geef me gewoon een kop koffie en een hamburger.’

Dat was tenminste de anekdote die hij daar zelf over vertelde – en die door anderen weer werd ontkend. Aan sterke verhalen, grootspraak en humor sowieso nooit een gebrek bij de man die het vooraf pochen, uitdagen en ridiculiseren van de tegenstander tot een wezenlijk onderdeel van de bokssport maakte. En toen werd de praatjesmaker Cassius in 1964, na een heroïsch gevecht met Sonny Liston, ook nog wereldkampioen in het zwaargewicht. Het was alsof ‘The Greatest’ toen pas echt ontbolsterde. Hij werd een overtuigde Black Muslim en ontdeed zich van zijn ‘slavennaam’.

Als Muhammad Ali werd hij ook een politieke zwaargewicht. Een controversiële figuur, die buiten de ring met de ene na de andere tegenstander werd geconfronteerd en de nodige klappen moest verstouwen. Toen hij bijvoorbeeld weigerde om een ‘tour of duty’ in Vietnam te doen, raakte hij zijn wereldtitel kwijt en werd zijn bokslicentie ingenomen. In de bloei van zijn leven mocht Ali drie jaar niet vechten. Wat het einde van zijn bokscarrière leek te worden, zou uiteindelijk niet meer dan een pijnlijk intermezzo blijken. Muhammad Ali was hard op weg om een legende worden, die na zijn carrière alleen maar aan status zou winnen.

In de tweedelige biografie What’s Name: Muhammad Ali (163 min.) wordt het in alle opzichten grootse leven van deze sportlegende rechttoe rechtaan en chronologisch verteld. Regisseur Antoine Fuqua heeft de gebruikelijke stoet vrienden, deskundigen en journalisten die in veel hagiografieën over celebrities opdraven gelukkig achterwege gelaten. Hij verlaat zich volledig op archiefmateriaal: nieuwsitems en reportages over de mediagenieke prijsvechter, registraties van een hele serie spraakmakende titelgevechten en – natuurlijk – televisie-optredens van en interviews met de man zelf.

Nieuwe inzichten levert dat niet op. Of het moet zijn dat deze documentaire, in tegenstelling tot andere films over het fenomeen Muhammad Ali, ook aandacht besteedt aan de tijd dat Ali’s magie langzaam verdwijnt en hij steeds meer begint te ogen als een vermoeide, logge beer die maar geen afscheid kan nemen van zijn favoriete trucjes. En dan moet de echte fysieke aftakeling, in de vorm van de Ziekte van Parkinson, nog komen. Een even tragisch als logisch gevolg van alle klappen die hij tijdens zijn carrière incasseerde. Daaraan wordt in dit degelijke portret, dat zich vooral richt op zijn bokscarrière, echter slechts beperkt aandacht besteed.

Na bijna drie uur overheerst het beeld van een grote sporter die ook een icoon van zijn tijd werd. Die man spat nog altijd van het scherm. Ook, of juist, als hij zichzelf acteert of persifleert. Fuqua heeft – en hoeft – daar weinig aan toe te voegen.

When We Were Kings

‘Het is passend dat ik eindig zoals ik begon, door een monster te verslaan dat iedereen neerhaalt en niemand kan verslaan’, pocht uitdager Muhammad Ali tijdens één van zijn befaamde persconferenties, ditmaal voor het legendarische gevecht tegen wereldkampioen zwaargewicht boksen George Foreman in 1974. Ali heeft duidelijk een lesje voorbereid en komt al snel lekker op stoom: ‘Ik heb iets nieuws gedaan voor dit gevecht: ik heb geworsteld met een alligator. Gestoeid met een walvis. Ik heb de bliksem handboeien omgedaan en de donder in het gevang gegooid. En vorige week heb ik nog een rots vermoord, een steen verwond en een baksteen het ziekenhuis in geslagen. Ik ben zo gemeen dat ik medicijnen ziek maak.’ Gestaag werkt hij zo toe naar de pointe van zijn rijmpje: ‘Ik ben zó snel. Gisteravond deed ik het licht uit in mijn slaapkamer en lag ik al in bed voordat het donker was!’

‘Ik denk dat Ali bang was’, zegt schrijver Norman Mailer, die een boek schreef over het groots opgezette titelgevecht in Zaïre, aan het begin van de documentaire When We Were Kings (83 min.). ‘En hij wist dat hij alleen maar banger zou worden naarmate het gevecht dichterbij kwam.’ Muhammad Ali is intussen nog altijd bezig met zijn showtje: ‘Weet je hoe George vecht?’ vraagt hij aan de camera terwijl-ie als een dolende zombie door de ruimte paradeert. ‘Ik noem hem de mummie.’ Mailer zorgt opnieuw voor duiding: ‘Met zijn ego kon hij zichzelf wijsmaken dat hij Foreman zou domineren, moeiteloos kon verslaan en voor gek ging zetten.’ Maar stiekem wist ‘The Greatest’ volgens Mailer wel beter. Foreman was een absolute geweldenaar, die eerdere titelpretendenten als Joe Frazier en Ken Norton moeiteloos had verpulverd. ‘The Rumble In The Jungle’, gepresenteerd als de grootste bokspartij aller tijden, zou in zijn ogen Muhammad Ali’s zwanenzang worden, de tragische afgang na een glorieuze bokscarrière.

Filmmaker Leon Gast was er met zijn camera getuige van hoe de twee matadoren de strijd met elkaar aanbonden. Op initiatief van de legendarische bokspromotor Don King vond het gevecht plaats in het Afrikaanse land Zaïre, waar hij 10 miljoen dollar voor de twee boksers los wist te peuteren bij dictator Mobutu. In eerste instantie wilde Gast zich volgens dit artikel uit De Filmkrant in de documentaire vooral richten op het bijbehorende muziekfestival, waarvoor onder anderen James Brown, The Spinners en BB King waren ingevlogen. Het kostte hem echter ruim twintig jaar om zijn film gefinancierd te krijgen. In die tijd wijzigde zijn idee over welk verhaal hij wilde vertellen: de muziek werd niet meer dan een smeermiddel voor de grote tweekamp tussen Ali en Foreman. En dat gevecht, en de aanloop ernaartoe, zou de filmmaker laten zien vanuit de underdog met de véél te grote mond, Muhammad Ali. Voor Foreman had hij niet veel meer dan een positie als afschrikwekkende antiheld in gedachten, een bijrol waarmee de man eigenlijk schromelijk tekort werd gedaan.

Gast sprak voor zijn documentaire niet meer met de twee hoofdpersonen zelf, maar voorzag hun lotgevallen in de voormalige Belgische kolonie Congo van context via interviews met de schrijver George Plimpton, de Afro-Amerikaanse filmregisseur Spike Lee en de lokale kunstenaar Malik Bowens. Die laatste schetst overtuigend hoe Ali zich destijds nadrukkelijk positioneerde als een Afrikaanse bokser en zo de plaatselijke bevolking aan zijn kant kreeg. Dat resulteerde zelfs in een soort strijdkreet: ‘Ali, bomaye!’ (Ali, maak hem af!). Dat die andere bokser ook zwart was en eveneens een product van de gesegregeerde Verenigde Staten, deed er even niet meer toe. Dit zou een gevecht worden tussen goed en kwaad. Muhammad Ali liet zich daarin, tussen het uitdelen en incasseren door, opnieuw van zijn patserigste kant liet zien. Toen Foreman de overhand kreeg, fluisterde de man die natuurlijk al met een alligator had geworsteld hem provocerend toe: ‘George, je stelt me teleur. Je slaat niet hard genoeg.’ Waarna zijn opponent ziedend werd en behalve Ali ook zichzelf helemaal naar de kloten sloeg.

Via de nodige om- en zijwegen werkt Leon Gast, die later nog de documentaire The Trials Of Muhammad Ali (2013) zou produceren, uiteindelijk toe naar de apotheose van het genadeloze man-tegen-man gevecht, de vanzelfsprekende climax van deze klassieke documentaire die met diverse filmprijzen, waaronder een Oscar, werd beloond.

Love & Hate Crime

‘Ik moet leren leven met het feit dat ik Mercedes heb vermoord’, zegt Josh Vallum bij de start van Double Lives, deel 1 van de zesdelige BBC-serie Love & Hate Crime (312 min.)Hij zit levenslang in een cel in de Amerikaanse staat Mississippi en heeft spijt als haren op zijn hoofd. Want Josh heeft vrede gesloten met God. ‘En zij zit nu in de hel.’

Na die intrigerende openingsscène ontwikkelt zich geen traditionele whoduunit, maar een televisiedocu die je een whydunnit zou kunnen noemen. Waarom is de schuldbewuste twintiger in godsnaam overgegaan tot zijn gruwelijke daad? Stapsgewijs wordt het diep tragische verhaal van zowel dader als slachtoffer onthuld, waarbij uiteindelijk niets is wat het lijkt.

Het tweede deel van deze broeierige true crime-miniserie van Ben Steele, Murder In Mississippi, behelst een wat traditionelere haatmisdaad in een typische redneck county bijgenaamd Jafrica, waar een groep blanke tieners de hoogtijdagen van de Ku Klux Klan doet herleven. Een willekeurige donkere man wordt als een hond overreden. Of ligt het toch nét iets genuanceerder?

Zo probeert deze serie steeds beide kanten van de medaille te laten zien. Is Onésimo Marcelino Lopez-Ramos, de Guatemalaanse jongen uit Trouble In Paradise, bijvoorbeeld werkelijk het slachtoffer van een racistische moord, van ‘Guat-jacht’? En was het inderdaad zelfverdediging toen de homoseksuele leerling Abel Cedeno uit Killing In The Classroom zijn klasgenoot Matthew McCree, naar verluidt een gevreesd bendelid, neerstak?

De Texaanse rechercheur moordzaken Fil Waters beweert in de aflevering Honour Killings dat hij ervoor heeft gezorgd dat negen mensen in de dodencel zijn beland. Vier van hen zijn ‘gerehabiliteerd’. Ofwel: geëxecuteerd. ‘Ze zijn nu kunstmest’, volgens Waters. En zo zou Ali Irsan ook nog van nut kunnen zijn. De Amerikaanse moslim, ’een afgezant van Satan’, wordt beschuldigd van dubbele moord. Eerwraak, om precies te zijn. Niet voor het eerst, trouwens.

Een andere aflevering van Love & Hate Crime, Killer With A Camera, duikt in de strafzaak tegen Adrian Loya. Hij heeft een vrouwelijke collega gedood en twee anderen ernstig verwond. De schietpartij is vastgelegd met een GoPro-cameraatje dat Loya speciaal voor die gelegenheid had meegebracht. De kogelregen vormde de zwartomrande apotheose van een ongenadige duik in zijn eigen duisternis.

Terwijl hij de aanval plande, legde de schutter twee jaar lang zijn gedachten vast in een geheim dagboek genaamd Loya Wars. In deze teksten, die in de beklemmende docu worden voorgelezen door een acteur, was een centrale plek weggelegd voor Loya’s obsessie voor één van zijn latere slachtoffers. Lisa bleek echter lesbisch en getrouwd – en tekende daarmee haar eigen doodvonnis.

‘Evil or… just kind of nuts?’, vraagt zijn eigen advocaat Drew Segadelli zich hardop af. En dat is tevens de centrale kwestie tijdens de rechtszaak tegen zijn cliënt, die een hoogtepunt vormt van deze sfeervolle en indringende misdaadserie.

Toen Ma Naar Mars Vertrok

BNNVARA

Ze hebben allebei hun geboorteland achter zich gelaten, maar verder hebben moeder en dochter El-Fassi weinig met elkaar gemeen. Moeder Noha kwam ooit vanuit Marokko naar Nederland om zich bij haar man Ali te voegen. In Zeeland werd ze huisvrouw en moeder. Haar dochter Zoulikha is voor haar werk naar Hongkong vertrokken en voelt zich daar nu, zonder man of kinderen, vrijer dan ooit.

Als vader El-Fassi zijn dochter gaat opzoeken, blijft moeder gewoon thuis in Oost-Souburg. Voor hun zoon Abdelkarim is dat een prima gelegenheid om het huwelijk van zijn ouders door te lichten. In Hongkong gaan zijn vader en zus met elkaar in gesprek. Intussen bevraagt Abdelkarim zelf zijn moeder, die zich nooit helemaal thuis heeft gevoeld in Nederland. Intussen wil ze er echter niet meer weg.

Toen Ma Naar Mars Vertrok (47 min.) is de tweede egodocumentaire van Abdelkarim El-Fassi. Eerder reisde hij al met zijn vader naar het Marokkaanse Rifgebergte voor de documentaire Mijn Vader, De Expat. Papa El-Fassi is nu opnieuw veel in beeld. De camera van zijn zoon houdt van hem, zogezegd. Moeder daarentegen blijft vrijwel de gehele film anoniem. Zoals ze vast haar leven ook leidt; dienend, in de schaduw van haar man en gezin.

De vormkeuze om moeder nooit echt herkenbaar in beeld te brengen pakt goed uit. Verder voelt deze documentaire echter enigszins gekunsteld. Het camerawerk (met veel droneshots van bovenaf) is fraai, de muziek treffend en de montage gelikt, maar de gesprekjes tussen ouder en kind ogen wat opgeprikt. Je ziet aan alles dat er zorg is besteed aan de setting en cameravoering. En zodra het rode lampje van de camera’s gaat branden, doen de gesprekspartners inderdaad hun kunstje.

Van spontaniteit is slechts beperkt sprake. Daarbij wreekt zich ook een beetje dat het verhaal van Ali en Noha El-Fassi weinig echt drama bevat. Sommige gesprekjes ontstijgen het keukentafelniveau niet. Maar wellicht was dat precies de bedoeling en staan de beide echtelieden simpelweg model voor een generatie Marokkaanse stellen, die zich binnen een geheel andere cultuur opnieuw hebben moeten wortelen.