The World Of Thinking

Robbert Dijkgraaf / BNNVARA

Een leeg canvas biedt alle mogelijkheden van de wereld, maar kan ook ontzettend intimiderend werken. Het kan nog alles worden, maar wordt het ook wat? Als jonge veelbelovende wetenschapper krijg je op het Institute For Advanced Study in Princeton bijvoorbeeld alle vrijheid. En juist dat zorgt voor een enorme druk. ‘Ik ben ontzettend zenuwachtig’, zegt de jonge theoretisch natuurkundige Yvonne Geyer, die drie jaar de tijd krijgt om zich te bewijzen. Ze gaat op zoek naar een ‘theory of everything, die alle waarneembare krachten in het universum beschrijft’. En als dat onverhoopt niets oplevert, zal ze daar volgens eigen zeggen helemaal ‘kapot’ van zijn.

In The World Of Thinking (67 min.) belichten Thomas Blom en Misha Wessel de ‘wetenschappelijke vrijplaats, gericht op diepe gedachten en radicale ideeën’, die zich ten doel heeft gesteld om de grenzen van de menselijke kennis te verleggen en sinds 1930 al 33 Nobelprijs-winnaars heeft voortgebracht. Het is de plek waar iconen als Albert Einstein, Niels Bohr en Robbert Oppenheimer excelleerden en nu de Nederlander Robbert Dijkgraaf de scepter zwaait. In Princeton huist een elitegezelschap waar je je letterlijk moet indenken. Bewijzen dat je erbij hoort. En daarbij kan het er stevig aan toegaan, zoals zichtbaar wordt in een pijnlijke scène waarin de van oorsprong Iraanse wiskundige Nima Arkani-Hamed de ‘intellectuele luiheid’ van een andere wetenschapper rücksichtslos afstraft.

Tegenover de botsing van ideeën staat het hoogst persoonlijke proces van research en ideeënontwikkeling. Met een machete baan je je dan een weg door een intellectuele jungle, aldus de gelauwerde wiskundige Helmut Hofer. ‘Als je eenmaal aan het denken bent, ben je in je eigen wereld’, zegt hij. ‘Dan vergeet je alles.’ Hofer is volledig geobsedeerd, bekent hij. Op zoek naar iets dat groter is dan hijzelf. Voordat je iets kunt vinden, stelt Robbert Dijkgraaf, moet je het je voorgesteld hebben. Zoals er lang voordat er een raket naar de maan ging ooit iemand moet zijn geweest – volgens de overlevering: Jules Verne – die bedacht dat de mens überhaupt naar dat hemellichaam zou moeten afreizen.

Zulke grootse aspiraties leiden onvermijdelijk ook tot elementaire twijfel, zo ervaart Yvonne Geyer als haar onderzoek in de eerste maanden op Princeton niet wil vlotten. Is een vaste plek binnen dit elitegezelschap, met zijn eigen taal en codes, wel voor haar weggelegd? Hebben ze niet gewoon een hele grote fout gemaakt met haar aanstelling? Via de twijfelende nieuweling en vier ervaren collega’s die ook hun eigen issues hebben, maakt The World Of Thinking van topbreinen weer normale mensen. Tegelijkertijd verleent de boeiende film gewone stervelingen toegang tot een wereld die hun denkvermogen eigenlijk te buiten gaat.

The Reformist

Marie Skovsgaard

Zou ze dan ook een homohuwelijk kunnen sluiten? De Deense auteur en godsdienstsocioloog Sherin Khankan heeft zelf geen bezwaren, maar haar medestanders zien nog wel wat beren op de weg. En dan is er nog die andere kwestie: zitten haar geloofsgenoten überhaupt op een vrouwelijke imam te wachten?

De vrijgevochten Khankan, kind van een islamitische man uit Syrië en een christelijke vrouw uit Finland, staat een progressieve islam voor, waarin aloude waarden en gebruiken worden vertaald naar een moderne Europese context. Een ‘methodologie van het hart’, in plaats van eeuwenoude dogma’s. Met haar organisatie Femimam maakt ze zich bijvoorbeeld sterk voor een vrouwenmoskee. Als die er in 2016 inderdaad komt, de Mariam Moskee in Kopenhagen, levert dat behalve een heleboel aandacht natuurlijk ook flinke kritiek op.

The Reformist (59 min.) laat zich daardoor echter niet ontmoedigen en gaat ook stug door met het verlenen van islamitische geestelijke zorg aan vrouwen van wie de man niet wil toestemmen in een echtscheiding, meisjes die uitgehuwelijkt dreigen te worden en moslims die verliefd zijn geworden op iemand met een ander geloof. Als ze besluit om voor de camera een islamitisch interreligieus huwelijk te sluiten, waarbij de geliefden overigens onherkenbaar in beeld worden gebracht, zorgt dit ook in eigen kring voor tweespalt.

Loopt de ‘moslimfeministe’ niet veel te veel voor de troepen uit? Filmmaker Marie Skovgaard legt van zeer dichtbij vast hoe Sherin Khankan trouw probeert te blijven aan zichzelf, zonder de moslims om haar heen van zich te vervreemden. Dat blijkt een welhaast onmogelijke opdracht voor deze moedige vrouw, die wil meehelpen aan een wereld waarin de islam en het christendom vreedzaam kunnen co-existeren.

Buzz

HBO

‘Ze weten niet dat ik, geheel in tegenstelling tot mijn imago, maar met ongeveer vijf vrouwen seks heb gehad in mijn leven’, leest H.G. ‘Buzz’ Bissinger hardop voor. ‘Met drie ervan was ik getrouwd.’ Caitlyn Jenner, voorheen Olympische atleet Bruce Jenner, luistert aandachtig naar wat de ghostwriter van haar levensverhaal heeft gemaakt. ‘God, wat heb jij een kansen verspild’, constateert die al lezende. Jenner kan er wel om lachen: ‘Dus jij zou graag in mijn schoenen hebben gestaan?’

Samen werken de befaamde transvrouw en de auteur/journalist die haar transitie van man naar vrouw in 2015 beschreef in een veelbesproken artikel in Vanity Fair aan een boek over Jenners turbulente leven. Die sessies, waarin ze de tekst minutieus doornemen, fungeren als structurerend element voor Buzz (90 min.), een erg onevenwichtige film over Bissinger, die als winnaar van een Pulitzer-prijs vooral in eigen land bekendheid geniet. Gaandeweg wordt duidelijk dat hij zijn eigen issues heeft met seksualiteit.

Wat volgt is een zoektocht naar ’s mans ‘authentieke zelf’, die met een iets minder milde blik ook voor de (zoveelste) midlifecrisis zou kunnen doorgaan. Die tocht leidt Buzz langs onder anderen travestie, SM, onaneren en een leerfetish. Zijn vrouw Lisa moet al die uitingen van seksuele expressie – want daar draait het allemaal om in het leven – op de één of andere manier zien bij te benen. Waarbij de filmmaker soms beter op de hoogte lijkt van de laatste uitingen van Bissinger, die zichzelf gekscherend ‘de Angelina Jolie van cross dressing’ noemt, dan zijn eigen echtgenote.

Buzz zou – zo geeft hij eerlijk toe – eigenlijk het liefst met zichzelf willen neuken. Dat verhoudt zich natuurlijk lastig tot een regulier huwelijk. Meneer en mevrouw Bissinger moeten in deze exhibitionistische docu, waarbij je je steeds afvraagt of de hoofdpersoon ook speciaal voor de film het één en ander uitprobeert, dus alle zeilen bijzetten om hun relatie intact te houden. Het is voor hen allebei al hun derde huwelijk.

Intussen komt ook de release van Caitlyn Jenners autobiografie The Secrets Of My Life naderbij. Van een sekseoperatie is het echter nog niet gekomen. En dat moet gebeuren vóórdat het boek uitkomt, constateren subject en auteur gezamenlijk. In die gedachtegang zit in zekere zin ook de essentie van deze documentaire vervat.

Het Voorland Is Back

2doc.nl

Hoe ga je om met de zelfdoding van een dierbare? En ook: hoe leef je daarna zelf verder? Die vragen staan centraal in de korte interviewdocumentaire Het Voorland Is Back (44 min.), een film van Susanne Heering. Haar zus Annemartien maakte op 32-jarige leeftijd een einde aan haar leven.

Coen Verbraak gaat in gesprek met Heering en haar broer en drie zussen over die fatale daad, waarschijnlijk als gevolg van een wild om zich heen grijpende bipolaire stoornis, en de aanloop en afwikkeling daarvan. Over verdriet, onmacht en boosheid – ook op jezelf.

Heering omlijst Verbraaks kenmerkende persoonlijke zitinterviews, die de hoofdmoot van deze film vormen, met familiefilmpjes en figuratieve beelden. Die zijn op hun beurt aangekleed met emotioneel geladen muziek. Het resultaat is een familieportret, dat het rouwproces van een gezin intiem in kaart brengt.

De zussen en broer van Annemartien Heering hebben na haar dood een stichting opgericht die zich sterk maakt voor een ‘bewezen effectieve aanvullende therapie voor mensen met een bipolaire stoornis’.

Het Voorland Is Back is hier te bekijken.

Settela, Gezicht Van Het Verleden

Hij noemde haar Esther. Een nette Joodse naam. Journalist Aad Wagenaar wist in 1994 natuurlijk niet hoe ze echt heette, dat desolate meisje met de witte hoofddoek. In het voorjaar van 1944 stond ze in de deuropening van een treinwagon, die elk ogenblik kon vertrekken naar het vernietigingskamp Auschwitz. Datzelfde meisje werd na de Tweede Wereldoorlog het gezicht van de (Nederlandse) Jodenvervolging. De vermoorde onschuld, letterlijk. En Wagenaar wilde een halve eeuw na dato beslist weten hoe ze écht heette.

De beelden werden onlangs ingekleurd, voor de Nederlandse speelfilm Gemmeker van regisseur Robert Schinkel. Ze zijn afkomstig uit een Westerbork-film die de Joodse fotograaf Rudolf Breslauer in opdracht van de Duitse kampcommandant Gemmeker maakte. Te midden van beelden van het dagelijks leven in het Drentse Durchgangslager is er ineens die ‘documentaire van zeven seconden’ waarin de Endlösung heel tastbaar wordt. Via een kwetsbaar meisje in een treinbarak, waarop pontificaal ‘74 pers’ staat geschreven. Zoveel mensen pasten er blijkbaar in de veewagen. De meesten van hen zouden nooit meer terugkeren naar huis.

In de documentaire Settela, Gezicht Van Het Verleden (55 min.) uit 1994 gaat filmmaker Cherry Duyns op zoek naar het verhaal achter de iconische beelden. Hij bevraagt de editor van de Westerbork-film, laat historici de precieze datum van het transport vaststellen (19 mei 1944) en spreekt overlevenden van de helletocht naar het vernietigingskamp. Zij bevestigen de opzienbarende conclusie die de speurder Wagenaar even daarvoor al had getrokken: het ‘gezicht van de Nederlandse Jodenvervolging’, de gestorven kinderen in het bijzonder, blijkt helemaal geen Joods meisje. Het is een Zigeunerin.

Ze heet Settela Steinbach, is een jaar of tien oud en komt uit het Limburgse Susteren, vertellen inmiddels bejaarde ooggetuigen als Crasa Wagner en het echtpaar Kercha en Leitji Rosenberg. Stukje bij beetje dringt Duyns met hen steeds dieper door in Steinbachs familieverhaal in deze serene, voor hedendaagse begrippen wat trage film. Via Settela, die bij de burgerlijke stand overigens stond geregistreerd onder haar Nederlandse naam Anna Maria, vertelt hij zo ook het verhaal van de Nazi-vervolging van de Nederlandse Sinti en Roma, een menselijke tragedie die tot dat moment onderbelicht was gebleven.

Is de scène met Settela inderdaad stiekem in de Duitse promotiefilm gefrommeld door Rudolf Breslauer, zoals Wagenaar veronderstelt? Als daad van verzet tegen de Shoah, die hij zelf ook niet zou overleven? Of is de wens hier toch de vader van de gedachte? Feit is dat Breslauer in zeven luttele seconden de onverdraaglijke waarheid van de transporten naar de vernietigingskampen op een indrukwekkende manier wist te vereeuwigen.

Keeper

Halal

Als Hans van Breukelen – talloze malen kampioen van Nederland, winnaar van de Europa Cup 1 en Europees kampioen met het Nederlands elftal – wordt gevraagd naar het definiërende moment van zijn carrière, dan is de kans behoorlijk groot dat hij ‘het graspolletje’ noemt. Een, relatief kleine, fout die in 1987 de nederlaag van PSV tegen rivaal Feyenoord inleidde. De Eindhovense voetbalclub werd dat jaar overigens gewoon kampioen en zou in het volgende seizoen letterlijk alles winnen wat er te winnen viel. Met Van Breukelen als rots in de branding.

Het incident met het polletje is illustratief voor de 73-voudige international Van Breukelen, de succesvolste doelverdediger uit de Nederlandse historie, en voor zijn stiel in het algemeen: de keeper als een tragische figuur. De bezeten eenling. Het buitenbeentje ook. Een man – of steeds vaker: vrouw – die nooit punten voor je wint, ze alleen kan verliezen. ‘Als het team wint, komt het door de trainer’, zegt Tarek Kharboutly, één van de hoofdpersonen van de documentaire Keeper (75 min.). ‘Als het team verliest, komt het door de keeper.’ Een fout is volgens de doelverdediger van de Zuid-Hollandse tweedeklasser Teylingen, die ooit voor het Syrische nationale elftal speelde, niets minder dan ‘een schande’.

Tegendoelpunten kunnen zelfs intens verdriet veroorzaken, zoals bij jeugdkeeper Lenny Bemboom uit Terschelling die tranen met tuiten huilt als er wéér een bal invliegt. Er moet een volwassene aan te pas komen om de jongen te troosten. Het is één van de mooiste scènes uit deze fijne publieksfilm van Johan Kramer, die verder de ambitieuze doelvrouw Selena Babb en de 74-jarige Jan Dooijewaard van DVV’33 uit Ermelo, ‘de oudste keeper van Nederland’, portretteert. Via hen gaat Kramer, in de rug gedekt door de sportjournalisten en (oud-)keepers Sjoerd Mossou en Leo Oldenburger, op zoek naar het wezen van de spreekwoordelijke sukkel op doel. Die er natuurlijk alleen staat omdat hij niet kon voetballen.

De filmmaker maakt in deze mythologisering van de beroepsgroep, die alle oerbeelden bestendigt die je bij keepers kunt hebben, geen gebruik van archiefmateriaal. Geen legendarische namen uit het verleden dus, zoals Gordon Banks, Dino Zoff of Rinat Dasajev. En ook de moderne ‘krokettenvangers’ Neuer, Courtois of – de grote held van Lenny – De Gea ontbreken. Keeper richt zich op gewone baltegenhouders. In een oer-Hollandse setting is te zien hoe ze hun verdediging dirigeren, spugen in handschoenen, rekken en strekken, de bal uit de sloot halen of klaar gaan staan om een penalty te stoppen (volgens Sjoerd Mossou de enige situatie waarin een keeper alleen maar kan winnen). Kamer vangt hun rituelen in fraaie, door weelderige muziek ondersteunde sequenties. Waarbij natuurlijk ook dat hele kleine beetje sterven na elke tegengoal niet ontbreekt. Als de bal ook nog eens door hen, en door niemand anders, uit het doel moet worden gehaald.

En niemand die dat zo hartverscheurend kon als, juist, Hans van Breukelen. De beelden zijn moeiteloos op te roepen: hoe hij nadat de bal uit het net is gevist, met een mengeling van ongeloof en weltschmerz in de ogen en mismoedig schuddend met het hoekige hoofd, de bal met een larmoyante voetbeweging richting middenstip trapt. Nóg mooier echter zijn de herinneringen aan hoe ‘De Breuk’ eerst, in de aanloop naar de belangrijkste strafschop van zijn leven, met zijn wijsvinger even het rechterooglid omlaag trekt (zo van: ‘ik heb jou door, jongen!’) en later als een ongenaakbare gladiator de knuffels van zijn teamgenoten in ontvangst neemt. Tussendoor heeft hij in de EK-finale van 1988 een penalty van de Rus Belanov gestopt. Die redding vormde de opmaat naar de enige prijs die Oranje ooit won.

Disclaimer: ik sta zelf elke zondag op doel en ben zo ongeveer het tegendeel van Hans van Breukelen: nooit iets gewonnen en na elke redding op zoek naar een schouderklopje.

The Kleptocrats

In de filmindustrie had niemand ooit van Red Granite Pictures gehoord. Toch investeert het bedrijf ettelijke honderden miljoenen dollars in de Hollywood-blockbuster The Wolf Of Wall Street uit 2013, een film van Martin Scorsese met in de hoofdrol Leonardo DiCaprio als überkapitalistisch roofdier. Op het Filmfestival van Cannes organiseert Red Granite bovendien een groots, zéér exclusief feest, waarbij sterren als Pharrell Williams, Jamie Foxx en Kanye West optreden. Dat kan niet kloppen, zou je zeggen. En dat doet het dus ook niet.

Het spoor in de boeiende financiële thriller The Kleptocrats (86 min.) leidt naar Najib Razak, de minister-president van Maleisië. Via het geheime fonds 1MDB zou op grote schaal publiek geld zijn weggesluisd om zijn herverkiezingscampagne te financieren. Gelukkig bleven er ook nog wat dollars over voor de man zelf en zijn lieftallige echtgenote Rosmah Mansor. Van die ene diamant van 27 miljoen dollar die Razak aan zijn vrouw gaf, hadden 3.333 leraren een jaar kunnen worden betaald, becijfert oppositielid Tony Pua. Zelfs Nazir Razak, de broer van de Maleisische premier, verbaast zich in deze documentaire over de welig tierende corruptie onder het bewind van zijn broer, die tot massale protesten leidt in de straten van Kuala Lumpur.

Een deel van het gestolen geld is ook in Hollywood beland. En dus gaan de filmmakers Sam Hobkinson en Havana Marking, in het kielzog van enkele onderzoeksjournalisten, op zoek naar de investeerder Jho Low, een omhoog gevallen sjacheraar die het breed laat hangen in het Amerikaanse uitgaansleven en zich probeert op te houden in de directe omgeving van sterren als Leonardo DiCaprio, Paris Hilton en Robert De Niro (die overigens lekker nijdig wordt, als hij telefonisch wordt bevraagd over zijn connectie met Low en diens plannen om te investeren in de nieuwe Scorsese-film The Irishman). Die speurtocht naar witteboordencriminelen levert een smakelijke film op, die aantoont dat de wereld van het grote geld inmiddels echt grenzeloos is geworden.

‘De echte vraag is: was dit allemaal legaal?’ vraagt Leonardo DiCaprio, als Jordan Belfort in The Wolf Of Wall Street, demonstratief aan de kijker. Hij antwoordt zelf: ‘Absoluut niet!’

Maiden

Als een zeepaard van Troje voeren ze in 1989 plotseling een absoluut mannenbolwerk binnen. Tot dat moment hadden vrouwen een ondergeschikte rol gespeeld in de Whitbread Round The World Race, de grootste zeilwedstrijd van de wereld die eenmaal per drie jaar plaatsvindt. Koken, mochten ze. Of schoonmaken.

Totdat de 24-jarige Tracy Edwards, die de race al eens in de keuken van een mannenschip had doorgebracht, met een eigen boot en een volledig vrouwelijke crew wilde gaan deelnemen. Het benodigde geld daarvoor kwam, uiteindelijk, van koning Hoessein van Jordanië. En Sarah Ferguson, de hertogin van Yorke, had het schip alvast heel toepasselijk Maiden (93 min.) gedoopt.

Die vrouwenboot zou de eerste etappe van het Britse Southampton naar Punta Del Este in Uruguay niet gaan uitvaren, spraken insiders toentertijd uit. De twaalf crewleden, onder wie de Nederlandse Tanja Visser, hadden helemaal niets te zoeken in zo’n loodzware race, zo was het idee. Zelf dachten en denken ze daar heel anders over. Voor de camera van Alex Holmes doen de vrouwen bijna dertig jaar na dato hun relaas over de negen maanden die ze op het woelige water zouden doorbrengen.

De filmmaker vermengt hun herinneringen met opwindende beelden vanaf de boot en smeedt zo een behoorlijk enerverend geheel, dat de ervaring aan boord heel aardig invoelbaar maakt. En zoals dat gaat in dit soort verhalen stijgen de heldinnen, na de nodige uitdagingen en ontberingen, uiteindelijk boven zichzelf uit en leren ze elkaar én zichzelf beter kennen. Waarna als vanzelf ook het respect van al die sceptische mannen volgt.

Beware Of Mr. Baker

Zelden zal de spanning tussen de hoofdpersoon en maker van een documentaire zo treffend zijn uitgedrukt als in de openingsscène van Beware Of Mr. Baker (92 min.). Na een hoog opgelopen meningsverschil over wie er hun zegje over hem mogen doen in ‘zijn’ film mept meesterdrummer Ginger Baker Jay Bulger met zijn wandelstok tegen het hoofd. De documentairemaker blijft letterlijk bloedend achter. Hij had het kunnen weten: waar Ginger komt, komt ruzie.

Onder het voorwendsel dat hij een journalist van het tijdschrift Rolling Stone is, volgens hemzelf een totale leugen, trekt Bulger in 2009 tijdelijk in bij Baker in Zuid-Afrika en schrijft, inderdaad, een artikel voor Rolling Stone over De Doldrieste Drummer. En daarna, in 2012, volgt deze messcherpe, dolkomische en opwindende film over de man die furore maakte bij uiteenlopende acts als Cream, Blind Faith, Fela Kuti, Hawkwind, Public Image Ltd en Masters Of Reality en wordt beschouwd als één van de beste drummers van de twintigste eeuw. Of het nu gaat om rock, jazz of afrobeat.

Voor lieden als Baker is tegelijkertijd het begrip ‘enfant terrible’ uitgevonden. Als hij Bulger zijn levensverhaal vertelt, dreigt er dan ook voortdurend onenigheid. ‘En toen besloot Alexis om Graham bij de band te vragen’, vertelt de slagwerker bijvoorbeeld over het begin van zijn carrière in Alexis Korner’s Blues Incorporated. ‘Kun je iets meer context geven over wie je het dan hebt?, vraagt Jay Bulger. ‘Dat heb ik net gezegd, for fuck’s sake.’ Bulger laat zich de kaas echter niet van het brood eten: ‘Je zei alleen: Graham. Niemand weet wie Graham is.’ Baker, met zichtbare tegenzin: ‘Graham Bond was een vette kerel.’

Tussen de boude statements, middelvingers en cynische rokerslachjes door heeft de hork eerste klas natuurlijk wel degelijk een fascinerend verhaal te vertellen. Zijn zus, echtgenoten en kinderen, directe collega’s als Eric Clapton, Jack Bruce en Steve Winwood, en zijn vakbroeders Nick Mason (Pink Floyd), Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Tony Allen (Fela Kuti) en Chad Smith (Red Hot Chili Peppers) kaderen dat verder in. En Bulger kleedt het aan met prachtig archiefmateriaal, treffende animaties en – natuurlijk! – dampende muziek, die de film een opwindend ritme geeft.

’Beschouw je jezelf als een tragische held?’ wil Jay Bulger op een gegeven moment weten van zijn volledig losgeslagen protagonist. ‘Ga door met het interview’, reageert die geïrriteerd. ‘Stop met je pogingen om een intellectuele eikel te zijn.’ Gaandeweg komt de filmmaker in deze kostelijke film echter toch vervaarlijk dicht in de buurt van de enige echte Ginger Baker: maniak, dopehead én absolute werelddrummer.

Living Undocumented

Awa Sow / Netflix

‘Stel je voor dat je wakker wordt en je vader is weg’, zegt Awa Sow, een Afro-Amerikaanse vrouw van Mauritaanse afkomst. ‘Je gaat naar huis en zegt dat alles in orde komt, maar dat weet je zelf niet eens. Stel je voor dat je probeert te slapen maar wakker ligt. Urenlang. Omdat je niet kun slapen.’ De felle donkere vrouw, van wie de vader plotseling werd afgevoerd zodat hij de VS kan worden uitgezet, kijkt recht in de camera. ‘Die zorg wordt je dood.’ Een traan rolt over haar wang. ‘Ze zullen je proberen te breken’, concludeert ze bitter. Awa richt zich, terwijl in beeld de Amerikaanse president Trump verschijnt, rechtstreeks tot de kijker: ‘Je kunt de documentaire bekijken. Je kunt zeggen: dit is erg. Maar uiteindelijk kijk jij ernaar op tv. Die kun je afzetten. Doorgaan met je leven.’

De allereerste scène van de zesdelige docuserie Living Undocumented (256 min.) laat er geen misverstand over bestaan: terwijl wij voor de buis zitten, worden er in een (ander) westers land, dat we nog niet zo lang geleden als voorbeeld zagen, onschuldige mensen gedeporteerd. Waar de vorige Amerikaanse president Obama en diens voorgangers zich nog beperkten tot het uitzetten van illegale criminelen, probeert Trump alles wat los en vast zit op te pakken. Rond zijn veelbesproken grensmuur, zo lekte afgelopen week uit via The New York Times, zou volgens hem bovendien een gracht met krokodillen en slangen moeten worden aangelegd. En anders kunnen ze die indringers toch gewoon in hun been schieten?

Anna Chai en Aaron Saidman hebben in 2018 acht gezinnen gefilmd, waarvan één of meerdere leden illegaal in de Verenigde Staten verblijven. Ze kunnen elk ogenblik opgepakt worden door de Amerikaanse overheidsdienst ICE. Van oudsher gaat het veelal om economische vluchtelingen, mannen uit Latijns-Amerika die geld willen verdienen om thuis een gezin te kunnen onderhouden. Tegenwoordig betreft het echter ook steeds vaker immigranten die op de vlucht zijn geslagen voor (bende)geweld in eigen land. Hun schrijnende verhalen worden in deze activistische documentaireserie gesandwicht, om zo de grotere problematiek van Trumps klopjacht op immigranten, waarbij volstrekt onschuldige kinderen zonder scrupules van hun familie worden gescheiden, in beeld te brengen.

Aflevering 1 introduceert bijvoorbeeld Luis uit Honduras, die sinds 2012 in de Verenigde Staten verblijft. Zijn zwangere vrouw Kenia is opgepakt in Kansas en zal worden uitgezet. Samen met zijn driejarige zoontje Noah gaat Luis haar uitgeleide doen, waarbij hij het gevaar loopt dat hij zelf, of z’n zoontje, ook het land moet verlaten. De Israëliër Ron leeft al sinds 2001 illegaal in de VS. Hij heeft kinderen die in z’n huidige land zijn geboren en dus Amerikaans staatsburger zijn, maar mag hij zelf ook blijven? En Alejandra, sinds 1998 illegaal in het land, kan sinds een verkeerscontrole in 2013 elk ogenblik gedeporteerd worden. Blijven haar dochters dan bij echtgenoot Temo, een voormalige militair die op Trump stemde? Of gaan ze met haar terug naar Mexico, een land waaraan zijzelf vooral traumatische herinneringen heeft?

Chai en Saidman beperken zich veelal tot observeren en laten hun hoofdpersonen vrijwel ongefilterd hun persoonlijke verhaal doen. Bij sommige nieuwkomers of hun advocaten en pleitbezorgers hadden enkele kritische vragen niet misstaan. Nu worden bepaalde mensen die, hoe begrijpelijk ook, doelbewust illegaal naar de VS zijn gekomen wel heel eenvoudig alleen als slachtoffer neergezet. Tegelijkertijd toont Living Undocumented wel op indringende wijze de achterkant van Trumps wrede deportatiebeleid en worden immigranten die door hem stelselmatig zijn gedehumaniseerd, als ongedierte dat maar het beste kan worden verdelgd, weer overtuigend vermenselijkt. Het zijn doodgewone mannen en vrouwen die, zoals ieder van ons, simpelweg het beste willen voor hun geliefden en zichzelf. En dat zou niemand hen kwalijk mogen nemen.

Punk

Epix

Punk gaat nooit verloooooren! Althans volgens enkele ogenschijnlijk goed geconserveerde iconen van het ruige rockgenre in dit aanstekelijke documentaire-vierluik. De ultieme middelvingermuziek stak in de jaren zeventig zijn lelijke kop op, kreeg tijdens de eighties onder de noemer hardcore een erg grimmig karakter en kon in de negentiger jaren als poppunk eindelijk commercieel worden geëxploiteerd. Intussen was het ooit zo dwarse genre natuurlijk allang ingekapseld door de muziekindustrie, waarop het in het openbaar altijd had gespuugd.

Niet dat de gestaalde miniserie Punk (219 min.) daar al te veel aandacht aan besteedt. De nadruk ligt, zoals gebruikelijk in dit soort muziekdocu’s, op het bewieroken van de eigen helden. Dat is in het geval van punk eerder gedaan, maar niet vaak beter of completer. De serie van Jesse James – goede naam trouwens voor een regisseur van een punkfilm – Miller behandelt niet alleen de beginperiode, toen de punkmuziek en -lifestyle hun naam vestigden, maar brengt ook de periode van de grote commerciële doorbraak – of, zo je wilt, de grote uitverkoop – in beeld.

Aflevering 1 richt zich op de Amerikaanse voorvaderen van het genre (The MC5, Stooges, New York Dolls en Ramones). In het tweede deel staat de Britse sensaaaaatie die daarop volgde (Sex Pistols, Damned en The Clash) centraal. De Amerikaanse hardcorescene van begin jaren tachtig (Bad Brains, Black Flag, Dead Kennedys en Minor Threat) bevolkt episode 3. En in de slotaflevering (Bad Religion, Nirvana, Green Day, The Offspring en Rancid) worden tenslotte grunge en skatepunk als soundtrack voor de alternatieve jeugd belicht.

Deze slicke serie heeft een lekker verteltempo, is natuurlijk dichtgesmeerd met opwindende muziek en beschikt bovendien over een behoorlijke sterrencast met vedettes (en usual suspects) als Iggy Pop, Wayne Kramer, Johnny Rotten, Marky Ramone, Debbie Harry, Joan Jett, Ian MacKaye, Jello Biafra, Henry Rollins, Flea, Brett Gurewitz, Billie Joe Armstrong, Josh Homme en Dave Grohl. Zij stralen in zowat alles uit dat punk behalve muziek vooral ook een attitude is. Van: Wij tegen de rest. Waarbij alles mag, zolang het maar punk is. Zoiets.

’Het is heel eenvoudig’, zegt Penelope Spheeris, maakster van de klassieke punkdocu The Decline Of Western Civilization uit 1981, daarover. ‘Je bent het en je snapt het. Of je bent het niet en snapt het dus ook niet.’ Waarbij je je automatisch afvraagt: zouden al die sprekers, die je ervan verdenkt dat ze, net voordat de cameraploeg binnenkwam, nog gauw even een kleurspoelinkje door hun haar hebben gedaan en het nog eens lekker door elkaar hebben gehusseld, bijvoorbeeld nooit een héél klein beetje moe worden van de punkmores en bijbehorende haarkloverij? Zulke vragen stel je echter niet in een ode aan een muziekstroming die staat of valt bij kwalificaties als ‘authenticiteit’ en ‘street credibility’.

Ook dat heeft overigens zijn charme. Als Miller op een platenspeler oude punkklassiekers zoals I Wanna Be Your Dog of Anarchy In The UK afspeelt voor zijn gesprekspartners, blijven die lekker in hun rol en zingen of luchtgitaren enthousiast mee. Het levert fraaie taferelen op. Van metershoge helden die zichzelf terugbrengen tot doodgewone punks. En dat zou je de essentie van de stijlvorm kunnen noemen.

Four Horsemen

Leven we in het zesde en laatste stadium waarin elk wereldrijk ooit terechtkomt? Die vraag gooit de documentaire Four Horsemen (98 min.) met de nodige bravoure in de lucht. Elk rijk, in dit geval het vrije Westen, gaat ongeveer 250 jaar mee, zo stelt Sir John Glubb in zijn boek The Fate Of Empires. Zo’n tien generaties. En dan breekt de laatste fase aan, ‘the age of decadence’. Daar zitten we nu middenin. Als iconen van dit geperverteerde stadium voert regisseur Ross Ashcroft in deze pamflettistische film uit 2011 enkele bekende babyboomers op, zoals Bill Clinton, Silvio Berlusconi en een showman/ondernemer die dan nog op geen enkele manier in verband wordt gebracht met het Amerikaanse presidentschap.

De Britse filmmaker bouwt zijn linksige video-essay, gemaakt in de nasleep van de financiële crisis van 2008, vervolgens op rond vier hedendaagse varianten op de Bijbelse ‘ruiters van de apocalyps‘: een roofzuchtig financieel systeem, escalerend georganiseerd geweld, stuitende armoede bij miljarden mensen en het uitputten van de natuurlijke grondstoffen van de aarde. Ashcrofts pleidooi is helder: het vigerende maatschappij-paradigma moet op de helling. De dog-eat-dog samenleving heeft zijn langste tijd nu echt gehad.

Zover is het natuurlijk nog niet. Met een dwingende voice-over en 23 vooraanstaande denkers, waaronder sociaal epidemioloog Richard Wilkinson, de Nobel Prijs-winnende econoom Joseph Stiglitz en filosoof (en vaste gast in dit soort films) Noam Chomsky, legt Ashcroft dus eerst de vinger op de zere plek. Bij een kapitalistische wereld die volgens hem in werkelijkheid neerkomt op ‘socialisme voor de rijken’. De overheid mag overal de brandjes blussen die door de zichzelf verrijkende elite zijn gesticht. Nadat hij die diagnose heeft gesteld, proberen de filmmaker en zijn pratende hoofden vervolgens een remedie te formuleren: samenwerking in plaats van competitie.

Four Horsemen is goed gedocumenteerd, bevat interessante sprekers en spoort echt aan om na te denken over de tijd en wereld waarin we leven. De film is zo nu en dan wel wat prekerig en wordt waarschijnlijk vooral in eigen parochie goed verstaan. Of we inderdaad in de nadagen van Het Moderne Rome leven, valt bovendien waarschijnlijk pas ná de eventuele val van het rijk vast te stellen. Al is het natuurlijk wel héél opmerkelijk dat Ross Ashcroft destijds, een jaar of vijf voordat hij zich verkiesbaar stelde voor een politiek ambt, al een icoon van deze decadente tijd herkende in die ene patserige zakenman met dat voluptueuze kapsel…

In De Armen Van Morpheus

Nederlands Film Festival

Morpheus, de Griekse god van dromen, wikt en beschikt. En wij, gewone mensen, zijn niet meer dan pionnen in zijn ondoorzichtige spel. Komt de slaap of juist niet? En hoe komt-ie dan? Zacht en kalm? Of woest en eng? En wanneer dan? Als je hem zoekt. Of steeds weer als je uit zijn greep probeert te blijven? En ook als we gewoon wakker zijn, ijlt zijn werk natuurlijk na. Als een zoete herinnering of onvervulde droom.

In De Armen Van Morpheus (80 min.) leven we levens die doorgaans verborgen blijven voor anderen. Dolend door een naargeestige wereld bijvoorbeeld. Zoals de ogenschijnlijk goedlachse Emily Simons, een Surinaams meisje met veelkleurig rastahaar en een verleden als Jehova’s getuige. Overdag probeert ze de beelden van de nacht op alle mogelijke manieren kwijt te spelen. Als clown en als illustrator bijvoorbeeld. Maar wat vertellen die beelden over haar en haar (familie)verleden?

Deze associatieve film van Marc Schmidt doolt als een slaapwandelaar door een wereld vol schimmige dagen en doorwaakte nachten. Langs restless legs, die een man van middelbare leeftijd regelmatig midden in de nacht tot een fietstocht door de stad dwingen. Via de aandoening narcolepsie, waardoor een jonge vrouw elk onbewaakt ogenblik kan worden overvallen door slaap en heftige dromen. Voorbij het zogenaamde exploding head syndrome, dat een man harde en vaak enge geluiden laat horen tijdens het inslapen of wakker worden.

En dan zijn er nog mensen met reguliere in- of doorslaapproblemen, die het dagelijks leven niettemin danig kunnen ontwrichten. ‘Het is alsof er een vuist in je lijf duwt: wakker blijven!’, vertelt de Vlaams schrijfster Astrid Haerens bijvoorbeeld over haar problemen om de slaap te vatten. ‘Maar het ergste aan slapeloosheid is dat je nooit kunt ontsnappen aan jezelf.’ Ze zou zichzelf soms zo graag willen kwijtspelen, zegt ze met gevoel voor drama. Of de ervaring op zijn minst willen delen. In haar nachtelijke omzwervingen van de geest staat ze evenwel volstrekt alleen.

Schmidts film is als een koortsachtige symfonie van beelden en geluiden, die zich ongevraagd aandienen, de hele boel ontregelen en dan weer wegsterven. Als kijker blijf je verbluft achter. Totdat Morpheus ze later, in de irrationaliteit van onze eigen nachtelijke uren, weer ontsluit in ons hoofd: een meisje in ondergoed dat in het aardedonker door het water waadt, de man die in zijn kamer met geluidsversterkers een kakofonie van sound en feedback produceert of een willekeurig ander tafereel uit deze zinnenprikkelende film dat je tijdens het kijken misschien niet eens bijzonder was opgevallen…

Stones Have Laws

Windmill

Als mensen bestaan we bij de gratie van onze verhalen. Ze definiëren ons, bestendigen onze normen en waarden en zorgen voor een gezamenlijk heden, verleden en – hopelijk – toekomst. Stones Have Laws (100 min.) is als een bundel verhalen. Tezamen vormen ze de narratief van de Marrons, een volk dat leeft in het Surinaamse regenwoud.

De verstilde film van de Nederlandse kunstenaars Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan en de Surinaamse theatermaker Tolin Alexander is in nauwe samenwerking met het Marron-volk tot stand gekomen, als gevolg van wat ze zelf ‘een experimenteel proces van collectief script maken en performance’ noemen.

Het resultaat is een soort synthese van documentaire, poëzie en theater, waarin de Marrons de relatie leggen tussen de wereld van hun voorouders, met de bijbehorende vertellingen, muziek en gebruiken, en hun dagelijkse beslommeringen in de tegenwoordige tijd, die zich nog altijd in een parallel universum lijken af te spelen.

Of dat zo zal blijven, is echter maar de vraag. Ook de wereld van de Marron-gemeenschap, hier vervat in kalme en weidse shots, dreigt te worden ontdaan van zijn idyllische karakter. Ontbossing, juist, door multinationals waarvoor de inheemse bevolking niet meer is dan een voetnoot in hun eigen succesverhaal.

Deze film bestaat bij de gratie van die majestueuze biotoop en de lange monologen die de Marrons hierover via de kijker, alsof het locatietheater is, tegen elkaar afsteken. Stones Have Laws is daardoor geen allemansvriend, maar een zorgvuldig geënsceneerd verhaal dat oprechte aandacht vraagt. En anders gewoon, zonder dat iemand er erg in heeft, in het luchtledige verdwijnt.

The Fall

De grootte van het podium, hun eigen torenhoge ambities of gewoon het noodlot zet soms sporters tegenover elkaar, die voor altijd in één adem zullen worden genoemd. Muhammad Ali en Joe Frazier. Tonya Harding en Nancy Kerrigan. Bjorn Borg en John McEnroe. Met gouden pen zijn hun al dan niet heroïsche gevechten in de sportgeschiedenisboeken bijgeschreven.

Een ander duo dat tot elkaar veroordeeld is geraakt staat centraal in de stevige documentaire The Fall (90 min.): Mary Decker en Zola Budd. Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles bonden ze de strijd met elkaar aan op de 3000 meter. De Amerikaanse wereldkampioene tegenover een frêle Zuid-Afrikaanse tiener, die het liefst blootvoets liep en net voor de Spelen was ingelijfd door de Britse ploeg.

Als blanke atlete uit een land dat wereldwijd werd geboycot vanwege het Apartheidsregime, lag Budd toen al gedurig onder vuur. Ze wilde zich niet uitspreken tegen de misstanden in haar land. Zelf zegt ze nu dat ze toentertijd niet eens wist wie Nelson Mandela was. De man was immers al voor haar geboorte vastgezet en werd sindsdien stilgezwegen in Zuid-Afrikaanse media. Het klinkt niet eens heel ongeloofwaardig.

Terwijl Zola Budd ongewild het middelpunt was van een politieke controverse, werd ook de druk op haar Amerikaanse rivale, de gedoodverfde favoriete Decker, flink opgevoerd. Dit moesten haar Spelen worden. Nadat ze al enkele edities, buiten haar eigen schuld, aan zich voorbij had moeten laten gaan. Maar was de ogenschijnlijk zo goedlachse loopster uit Californië nog wel onverslaanbaar?

Los van elkaar blikken de twee atleten ruim dertig jaar na dato terug op de aanloop naar de wedstrijd die hun levens zou definiëren. De herinneringen van Decker en Budd zijn parallel gemonteerd door filmmaker Daniel Gordon (die eerder al sportdocu’s als George Best: All By Himself en het ijzersterke 9,79 regisseerde). Hij werkt zo gestaag toe naar het dramatische moment tijdens de Olympische finale dat hen allebei zal breken.

Die ene fatale misstap, waarbij de meningen verschillen over wie die op zijn geweten heeft, maakte de twee rivalen tevens tot aartsvijanden. Het is de vraag of de twee dames die schaduw van zich af weten te werpen en in de slotmeters van deze film alsnog tot een oprechte verzoening kunnen komen.

Marianne & Leonard: Words Of Love

http://www.marianneandleonardwordsoflove.com

De wereld leerde haar kennen als Marianne. Spreek uit: Merien. Van So Long, Merien, het klassieke lied van Leonard Cohen. In werkelijkheid sprak je het gewoon uit als Marianne. Ze was de muze van de Canadese zanger. De twee ontmoetten elkaar in de jaren zestig op het Griekse eiland Hydra, waar ze gedurende enige tijd een relatie zouden hebben.

Het waren de jaren van vrije liefde. Cohen was druk bezig om een serieuze reputatie als ladies’ man te verwerven. En Marianne Ihlen hield er eveneens scharrels op na. Zo kwam ook de jeugdige Nick Broomfield, een halve eeuw later inmiddels een bekende filmmaker, in beeld. Hij heeft nu een documentaire gemaakt over de romance tussen de gevierde sombermans en de Scandinavische vrouw die hem tot zulke hoogstaande muziek inspireerde.

Marianne & Leonard: Words Of Love (99 min.) is een wat onevenwichtige film. Het Leonard-deel is tamelijk standaard: opkomst, (bijna-)ondergang en comeback van een intrigerende zanger en songschrijver. Daartegenover staat het in wezen interessantere deel over de vrouw, die zich dienstbaar opstelde aan De Grote Kunstenaar en hem uiteindelijk moest laten gaan. Omdat die publiek bezit was geworden van zo ongeveer het complete vrouwelijke geslacht. Waarna de man periodes van diepe neerslachtigheid doormaakte en zich bovendien enkele malen terugtrok in een klooster.

Zo nu en dan neemt Broomfield dat verhaal hoogstpersoonlijk bij de hand en voegt hij zijn eigen ervaringen met de door hem bewonderde Marianne toe. Die willen echter maar niet echt tot leven komen en vormen bovendien slechts moeizaam een eenheid met de rest van de vertelling, die is opgebouwd rond audio-interviews met de twee hoofdpersonen en actuele gesprekken met mensen die zich in hun directe omgeving ophielden. Waarbij Leonard toch steeds de hoofdrol krijgt toebedeeld en zijn muze genoegen moet nemen met een rol op de achtergrond.

Alle betrokkenen spreken van Een Grote Liefde – al schijnen de liefdes van kunstenaars sowieso nooit klein en nietig te zijn – die zich geheel volgens het welbekende patroon heeft voltrokken. ‘Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood’, zei Gerard Reve daarover al. En nét voordat Leonard en Marianne allebei de oversteek naar de andere wereld gingen maken, vonden ze elkaar weer in een allerlaatste rendez-vous, dat de vanzelfsprekende en ontroerende climax van dit liefdesportret vormt.

Inside Bill’s Brain: Decoding Bill Gates

Netflix

Is het portret dat Davis Guggenheim in Inside Bill’s Brain: Decoding Bill Gates (157 min.) schildert van Microsoft-oprichter Bill Gates méér dan een alibi om de schijnwerper te zetten op enkele van ’s mans liefdadigheidsprojecten? Hij slaagt er weliswaar redelijk in om te vatten wat er omgaat in Gates’ hoofd, maar waar het hart van de oppernerd werkelijk van overslaat blijft ongewis.

Wat zijn zussen, echtgenote Melinda, vrienden, collega’s en mede-filantroop Warren Buffett in deze driedelige miniserie te berde brengen, komt in elk geval zelden écht onder de waterlijn. De hoofdpersoon zelf laat zich ook niet zomaar in z’n ziel kijken. En interviewer Guggenheim is er de man niet naar om met gestrekt been het gesprek in te gaan met Gates. Als hij met hem door het bos of de woestijn gaat wandelen, een terugkerend tafereel in de docu, houdt de filmmaker het vooral algemeen en gezellig. Met vragen die gemakkelijk zijn te omzeilen.

Tussendoor is er lekker veel ruimte – als je tenminste geïnteresseerd bent in ’s mans goede werken – voor enkele speerpunten van The Bill And Melinda Gates Foundation: schoon drinkwater en goede riolering in ontwikkelingslanden, een vaccin tegen polio, vrouwenrechten en de strijd tegen klimaatverandering. Loffelijke initiatieven, zonder twijfel, met ontegenzeggelijk ook maatschappelijke impact. Van een bolleboos die het hart (toch wel) op de goede plaats lijkt te hebben, dat ook. Maar niet per definitie het meest inspirerende basismateriaal voor een vlammende vertelling, die nog dagen nazindert.

Dat past ook wel bij de protagonist. Bill Gates is zonder twijfel een ontzettend gedreven vent, maar hij opereert tevens erg rationeel. Voor zijn huwelijk met Melinda streepte hij bijvoorbeeld op zijn slaapkamer de voor- en nadelen van trouwen tegen elkaar af op een whiteboard. Logisch, toch? Hij drukt zich in deze serie doorgaans ook weinig prikkelend uit. ‘Ongewoon’, noemt hij bijvoorbeeld de plotselinge dood van zijn jeugdvriend Kent Evans, die toch een vormende ervaring voor hem moet zijn geweest. En daarna is hij, wel zo praktisch, doorgegaan met zijn leven en carrière.

Ook opmerkelijk: over Bills geruchtmakende ruzie met mede-Microsoft-oprichter Paul Allen, die in 2018 overleed, komt zo ongeveer iedereen aan het woord. Behalve de hoofdpersoon zelf. Die houdt zijn kaken zoveel mogelijk op elkaar en laat zeker het achterste van zijn tong niet zien. Het is de makke van Inside Bill’s Brain dat hij daarmee wegkomt. Daardoor is dit drieluik, waarin Davis Guggenheim zelf als verteller alle zeilen moet bijzetten om de verschillende verhaallijnen te verbinden en zo nu en dan animaties gebruikt om delen van Gates’ leven te verbeelden, uiteindelijk een tamelijk zouteloze mixture van geautoriseerde biografie en op zichzelf best interessante goede doelen-televisie geworden.

Madam Prime Minister

Golda Meir / EO

Was ze wel opgewassen tegen haar taak? Kon ze dat, als vrouw, überhaupt zijn volgens sommige mannen in haar omgeving? Als compromiskandidaat werd Golda Meir in 1969 op 71-jarige leeftijd de eerste en enige vrouwelijke premier van Israël (en de derde vrouwelijke leider in de wereldgeschiedenis). Tijdens haar vijfjarige ambtstermijn loodste ze haar land door crises als de Uitputtingsoorlog, ‘het bloedbad van München’ en de Jom Kippoer-oorlog, maar ze bleef omstreden. ‘IJzeren Dame’ of toch ‘Moeder Van Israël’?

In het traditionele portret Madam Prime Minister (52 min.), volledig opgebouwd uit zitinterviews en archiefmateriaal, zijn voor- en tegenstanders (kleinzoon Gideon, medewerkers, politici, journalisten en vertegenwoordigers van de Mossad) het nog altijd niet eens of ze nu een vloek of een zegen voor het land was. Israëls slechtste premier ooit, zegt de één in deze degelijke film van Sagi Bornstein, Udi Nir en Shani Rozanes. Een ander is dan weer van mening dat ze een belangrijke bijdrage aan haar land heeft geleverd en tegenwoordig niet voldoende op waarde wordt geschat.’

Als u er nu zo op terugkijkt’, vraagt een journalist de hoofdpersoon aan het eind van haar leven, ‘had u de baan dan moeten aannemen?’ Golda Meir aarzelt geen moment: ‘Ik heb in elk geval alles gegeven wat ik in me had. Of dat genoeg was of niet, kan ik zelf niet beoordelen.’ Verklaard tegenstander Uri Avnery, een journalist en voormalig lid van de Knesset die in de hele documentaire geen goed woord voor haar over heeft gehad, verwoordt het zo: ‘Vergeleken met haar opvolgers was ze een geweldige vrouw.’

Inside Deep Throat

De gimmick is eigenlijk te lachwekkend om nog enige vorm van seksuele opwinding toe te laten: Linda Lovelace zou een clitoris in haar keel hebben. En er is maar één manier om die te stimuleren. Deep throat, juist. Waarbij zij dan óók een orgasme krijgt. Een smakelijke premisse, die het mannelijke publiek destijds natuurlijk héél goed uitkwam.

De Amerikaanse pornofilm, die op 12 juni 1972 in première ging, zou een enorm kassucces worden. Een B-productie die een habbekrats, slechts 25.000 dollar, had gekost en uiteindelijk jarenlang in de bioscoop zou draaien en meer dan zeshonderd miljoen opbracht. Intussen kwam er een serieuze discussie over de vrijheid van meningsuiting op gang (en werd Deep Throat tevens de schuilnaam van de mysterieuze klokkenluider in het Watergate-schandaal).

De lekker schmutzige documentaire Inside Deep Throat (85 min.), een titel die verwijst naar de infame Deep Inside-seksfilmserie, neemt de kijker mee naar de tijd dat pornografie nog werd gezien als een belangrijk onderdeel van de seksuele revolutie en een soort cultuuroorlog met vertegenwoordigers van Conservatief Amerika, zoals de moraalridder Charles Keating, op gang bracht.

De filmmakers Fenton Bailey en Randy Barbato reconstrueren het maakproces van de film (met sleutelfiguren als regisseur Gerard Damiano en acteur Harry Reems), laten erotische kopstukken als Hugh Hefner, Xaviera Hollander en Larry Flynt aan het woord over de bijbehorende industrie en schetsen met opiniemakers als Gore Vidal, Camille Paglia en Norman Mailer het maatschappelijke klimaat (dat bijvoorbeeld gestalte kreeg via de actie porNO).

Het geheel wordt in deze sappige docu uit 2005 opgediend met jofele archiefbeelden, kekke seventiesmuziek én acteur Dennis Hopper als verteller en krijgt nog een rauw randje als de veelbesproken seksfilm blijkt te zijn gefinancierd met maffiageld en de grote ster Linda Lovelace begint te beweren dat ze in werkelijkheid wordt verkracht als ze haar orale arbeid verricht voor de camera.

Alleen Op De Wereld

hazazah.nl

Na het bekijken van de korte documentaire Alleen Op De Wereld (22 min.) ben ik een beschrijving van de film gaan zoeken. Op de website van het Nederlands Film Festival vond ik: ‘Anna en Kjeld zoeken ieder op hun eigen manier naar een invulling van het leven en naar iets wat ze kunnen achterlaten. Maar zit de zin van het leven in antwoorden, of juist in het vragen?’ Check.

De tekst vervolgt: ‘We staan op, gaan naar ons werk, eten en gaan naar bed. Draait het leven om dagelijkse rituelen of is er een diepere, ondoorgrondelijke betekenis? Kjeld woont omringd door de natuur in zijn kleine huisje en wordt binnenkort vader. Hij zoekt voldoening in een simpel leven. Anna is een jonge kunstenaar en zoekt naar antwoorden in haar poëzie en muziek. Zo proberen ze allebei het schijnbaar zinloze leven toch zin te geven. Hoe moeten wij leven als er nergens antwoorden te vinden zijn?’

De vraag stellen is hem beantwoorden, zou ik bijna zeggen. Maar ik weet het natuurlijk ook niet. Belangrijker: correspondeert deze beschrijving ook met de film die ik zojuist heb gezien? Geen idee. Dát antwoord moet ik helaas schuldig blijven. Feit is dat ik na ruim twintig minuten nog geen vat had gekregen op deze documentaire van Iris Grob: wat wil die soepele stroom van prachtige beelden, afwisselend hectisch en kalm gemonteerd en bijeengehouden door Anna’s gedragen muziek, me eigenlijk vertellen?

Behalve dat het leven verwarrend is, vaak zinloos lijkt en vraagt om een terugkeer naar de essentie ervan: nieuw leven (dat dan vervolgens zelf ook weer op zoek mag naar de zin van dit alles). Zou je je als maker niet íets meer naar je publiek moeten richten? vroeg ik me na afloop af. Zonder dat je meteen helemaal op je hurken gaat voor de kijker. En toen belandde ik dus op de website van het Nederlands Film Festival en constateerde dat mijn verwarring waarschijnlijk precies de bedoeling was geweest.