My Gay Life

Channel 4

Het duurde tien jaar voordat Rob en Dee zwanger waren. Er kwamen IVF en een spermadonor aan te pas. En toen had het Britse stel zowaar een zoon: Billy. Die kwam al op zevenjarige leeftijd uit de kast. Moeder heeft daar geen moeite mee, maar vader kan het nauwelijks geloven. ‘Volgens mij is hij niet gay’, meent Rob. ‘Dat kun je pas beslissen als je zestien of zeventien bent.’ Billy riposteert: ‘Hij denkt dat ik het zeg om hem op de kast te jagen.’

En zo staan de pionnen op het bord voor My Gay Life (47 min.), een jeugddocu waarvoor Billy van zijn elfde tot en met zijn achttiende zijn eigen leven filmde. Een periode waarin hij ook op gezette tijden werd geïnterviewd door de filmmakers Mel Beer en Tim Froggat. Het zijn jaren waarin het de tiener in eerste instantie voor de wind lijkt te gaan. Alleen Rob ligt dwars, vinden zijn vrouw en zoon. ‘Ik kan nu volmondig beamen dat m’n vader een enorme eikel is’, vertelt Billy zonder omhaal van woorden aan zijn dagboekcamera.

Terwijl de jongen zich overgeeft aan zijn stoutste dromen, blijft de relatie met zijn vader precair. Bovendien krijgt Billy’s moeder een fikse tegenslag te verwerken. Dan wordt het filmen zelfs even stopgezet. Pas enige tijd later hervat Billy het documenteren van zijn eigen leven voor wat uiteindelijk een vlotte coming of age-docu is geworden. Die graaft niet al te diep, belicht vooral Billy’s eigen perspectief en doet daardoor Rob als bezorgde vader niet altijd evenveel recht, maar brengt wel aardig de ontwikkeling van een zoekende homoseksuele jongen in beeld.

Die verlaat zich daarbij consequent op een motto dat hij heeft ontleend aan zijn grote idool, Lady Gaga: ‘Don’t you ever let a soul in the world tell you you can’t be exactly who you are.’ Waarvan akte.

Hannibal Hopkins & Sir Anthony

Wichita Films

Bij acteurs weet je nooit of ze een rol spelen. Neem Anthony Hopkins. Had hij in 1992, toen het grote succes dan eindelijk kwam, werkelijk de gedachte ‘nu kan ik wat slechte films gaan maken’? Toch was dat volgens Hopkins het eerste wat in hem opkwam toen hij een Oscar won voor zijn rol als de seriemoordenaar Hannibal Lecter in The Silence Of The Lambs.

Zo zegt hij in Hannibal Hopkins & Sir Anthony (52 min.) bijvoorbeeld over Hollywood: ‘Juist de oppervlakkigheid staat me wel aan’. Werkelijk? Dat zou dan wel heel erg contrasteren met zijn imago als Brits karakteracteur. ‘Hoe houd je het uit?’ vroegen vroegere vrienden hem niet voor niets over de plastic stad. ‘Het is net of je op de maan woont.’ Waarop hij dan zei: ‘Ach, dat bevalt mij wel.’ 

Terwijl de filmmakers Clara en Julia Kuperberg met de nodige bokkensprongen door zijn imposante oeuvre en carrière wandelen, heeft Anthony Hopkins zo steeds een nieuwe oneliner paraat. ‘Als ik geen acteur was geworden was ik misschien geen crimineel geworden’, stelt hij bijvoorbeeld in één van de vele archiefinterviews. ‘Maar toch ook geen aardig mens.’

Of: ‘Ik heb geen analytische geest, ik ben niet heel slim of intellectueel.’ Het is de vraag of hij dat zelf gelooft. En over het vak, dat hij nu toch al ruim zeventig jaar uitoefent: ‘Ik voel me geen acteur. Wat is een acteur? Het voelt meer alsof ik bij het circus zit.’ Over zijn riddering tenslotte: ‘Mijn vrouw belde me’, vertelt hij geamuseerd. ‘Ze zegt: Je wordt geridderd. Ik zeg: waarvoor?’

Valse bescheidenheid? Zelfrelativering als schild? Of gewoon: lekkere verhalen waarmee je voor de dag kunt komen? Sir Anthony Hopkins houdt in deze tv-docu te allen tijde iets ongrijpbaars. Ook als hij vertelt over het onbegrepen jongetje dat hij ooit was, zijn immense onvrede als toneelacteur en het titanengevecht dat hij moest leveren met koning alcohol. 

Bij topacteurs weet je nu eenmaal nooit of ze een rol spelen. De rol van hun leven.

Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story

Op de schouders van de gigant David Bowie, als directe reactie op de eerste punkgolf en snakkend naar een eigen signatuur vond een nieuwe generatie Britse jongeren eind jaren zeventig een thuisbasis in de Londense club The Blitz. Daar ontstond een Europese evenknie van het Amerikaanse Studio 54, waar zich een frisse incrowd van kunstenaars, modeontwerpers en muzikanten vormde. De zogenaamde ‘new romantics’. Ze waren arrogant, extravagant en genderfluïde.

Onder deze Blitz Kids – type kijken en bekeken worden – bevonden zich toekomstige pophelden als Boy George (Culture Club), Gary Kemp (Spandau Ballet) en Midge Ure (Ultravox) en de messcherpe modeontwerpers Michele Clapton, Fiona Dealey en Stephen Jones. Die willen in deze joyeuze documentaire van Bruce Ashley en Michael Donald natuurlijk maar al te graag vertellen over de tijd dat zij tot ‘the happy few’ behoorden en een geheel eigen stijl – op het snijpunt van pop, mode en kunst – begonnen uit te dragen. Ze realiseerden zich vrijwel direct: ‘Dit is mijn stam.’

Gezamenlijk hebben zij, constateren ze nu in het sjiek uitgevoerde Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story (90 min.), ook het pad geëffend voor mannen en vrouwen die zich buiten de voor hun gender en geslacht gebaande paden wilden wagen. Van outcast kon je wel degelijk incrowd worden. En tussendoor kwam – om de cirkel helemaal rond te maken – zowaar hun grote inspirator Bowie nog op bezoek in de glamoureuze club van het illustere duo Rusty Egan en Steve Strange. Hij vroeg enkele sleutelfiguren uit de scene bovendien om de videoclip voor zijn hitsingle Ashes To Ashes op te fleuren.

Dat is een mooi verhaal uit de oude doos, waaruit ook de ‘new romantics’ tegenwoordig met liefde en plezier putten. Ze zijn natuurlijk allang ‘old romantics’ geworden. Bevangen door de nostalgie over hun jeugd die ons allemaal ooit overvalt.

Naomi Osaka

Netflix

Als je toevallig aardig tegen een bal kunt slaan, een jonge vrouw bent en van Aziatische afkomst, dan word je geacht om je te gedragen als rolmodel, ligt er gigantische druk op elke wedstrijd die je speelt en maken ze je ook nog eens wijs dat je een stijlicoon bent. De tennisser Naomi Osaka moet zich, kortom, ontwikkelen tot het merk Naomi Osaka (111 min.). En tussendoor gewoon aardig tegen een bal blijven slaan.

Dat is lastig genoeg. Osaka’s eerste successen worden gevolgd door smadelijke nederlagen en elementaire twijfel. Na een kansloos verlies tijdens de Australian Open van 2020 tegen de vijftienjarige Coco Gauff, die ze eerder nog van de baan had geveegd en daarna publiekelijk getroost, loopt Osaka bijvoorbeeld met haar ziel onder haar arm door het holst van de nacht. ‘Ik wandel maar, want slapen kan ik niet’, vertelt ze in deze driedelige serie van Garrett Bradley (Time) aan haar eigen smartphone. ‘En dan word ik gek. Want slapen zit er echt niet in.’

Als vlak daarna haar mentor, oud-topbasketballer Kobe Bryant, omkomt bij een helikoptercrash, stevent Naomi Osaka in dit serene portret af op een soort catharsis. Wie is zij eigenlijk, als dochter van een Japanse vrouw en een zwarte Haïtiaanse vader? Japans of Amerikaans? Aziatisch of zwart? En: een ster die netjes binnen de lijnen kleurt of toch een jonge vrouw die zich uit durft te spreken over de wereld om haar heen? ‘Wat ben ik als ik geen goede tennisser ben?’, heeft de jonge topsporter, die zich kwetsbaar durft op te stellen voor Bradleys camera, zich eerder al afgevraagd.

De dood van George Floyd fungeert uiteindelijk als vliegwiel in deze gestileerde productie: Osaka zegt een belangrijke wedstrijd af om te kunnen deelnemen aan een Black Lives Matters-demonstratie en begint bij de US Open van 2020 bovendien mondkapjes met de namen van zwarte slachtoffers te dragen: Breonna Taylor, Elijah McClain, Ahmaud Arbery, Trayvon Martin… Ze heeft er zeven: genoeg voor elke ronde, inclusief de finale. Waarna Naomi Osaka in de laatste akte van de vertelling – zoals dat gaat in dit soort moderne heldenfilms – natuurlijk ook weer aardig tegen een bal begint te slaan.

Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía?

Netflix

‘Kijk, als ze me zouden vermoorden en ik m’n beroemde laatste woorden kon zeggen‘, vertelt Manuel Buendía op een geluidsopname, ‘zou ik alleen zeggen: ik heb het verdiend.’ 

In zijn columns nam de Mexicaanse journalist nooit een blad voor de mond. In felle bewoordingen kaartte hij misstanden of corruptie aan. Het leverde hem talloze vijanden op, ook bij Mexico’s drugskartels. Dat kon niet goed aflopen. En dat deed het ook niet. Op woensdag 30 mei 1984 werd Buendía geliquideerd, toen hij op weg was naar zijn auto. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in het Midden-Amerikaanse land, dat één van zijn meest kritische stemmen verloor.

In Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía? (100 min.) onderzoekt documentairemaker Manuel Alcala de geruchtmakende moord, die onvermijdelijk vergelijkingen oproept met de aanslag op de Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries. Waar die liquidatie waarschijnlijk puur op het conto van de georganiseerde misdaad kan worden geschreven, leken onder- en bovenwereld in het Mexico van Buendía helemaal met elkaar verweven.

Vrienden, collega’s, politieagenten en medewerkers van inlichtingendiensten leggen bijvoorbeeld het verband met de gewelddadige dood van Kiki Camarena, een undercoveragent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (die ook in de televisieserie Narcos Mexico een prominente rol speelde). Wat was Buendía op het spoor gekomen, dat hem uiteindelijk op vier laffe kogels in zijn rug kwam te staan? En wie zag in de journalist een bedreiging of wilde via hem juist publiekelijk zijn barbaarse punt maken?

Na die gruwelijke daad klinken in deze degelijke documentaire, met veel pratende hoofden en scherpe citaten uit Buendía’s columns, woorden die inmiddels vertrouwd aandoen. ‘Het was een misdaad tegen heel Mexico, het was niet alleen gericht tegen één man, meent een geschokte man. ‘Maar de ideeën, vrijheid en waarheid zullen blijven bestaan, ongeacht of ze dappere mannen zoals Manuel Buendía vermoorden.’ 

Je kunt het ook hem bijna horen zeggen: on bended knee is no way to be free.

Heist

Netflix

Als documentairemaker kun je proberen om de waarheid te vinden. Een waarheid, in elk geval. Of: jouw waarheid. Je kunt de werkelijkheid ook gebruik om een verhaal te vertellen. Dat luistert nauw: als je te ver gaat, delft juist datgene het onderspit waaraan documentaires doorgaans hun meerwaarde ontlenen: de verbinding met de werkelijkheid. Dat de vertelling die zich zojuist voor je ogen heeft afgespeeld niet zomaar is ontsproten uit het op hol gelagen brein van een scenarioschrijver uit Hollywood, maar is geworteld in het echte leven en daar ook iets over probeert te zeggen.

Bij de zesdelige docuserie Heist (257 min.) staat juist dit uitgangspunt – je kunt dat natuurlijk ook gewoon geloofwaardigheid noemen – vanaf het allereerste begin onder druk. En niet eens doordat de serie echt een aanzienlijke hoeveelheid gedramatiseerde scènes met acteurs bevat. Het is vooral de lollige ‘tone of voice’. Die doet denken aan de misdaadkomedie The Legend Of Cocaine Island en komt in de eerste twee afleveringen met name van het hoofdpersonage Heather Tallchief. Ze is er eens goed voor gaan zitten om de hoofdrol te spelen in een Hollywood-versie van haar eigen wilde jonge jaren.

Tollchiefs signatuurverhaal – 21-jarige babe en oudere beroepscrimineel gaan er na een overval op een geldtransport vandoor met drie miljoen dollar – krijgt daarmee een plastic randje. Natuurlijk, zij was een femme fatale waarvoor elke vent door zijn knieën ging. Roberto Solis bleek niets minder dan een veroordeelde moordenaar, die zichzelf bovendien in Folsom Prison had heruitgevonden als de schrijver Pancho Aguila. En hun gezamenlijke misdaad was een huzarenstukje dat natuurlijk wordt opgezadeld met de term ‘perfecte misdaad’. Het duurt niet lang voordat Tallchief zelf de onvermijdelijke vergelijking maakt: Bonnie & Clyde.

In de andere twee sterke kraakverhalen die worden opgedist in Heist – over een vliegveldoverval door een klunzige Latijnse variant op The Sopranos en de diefstal van een lading bourbon in Kentucky – speelt die behoefte om de waarheid op te leuken en van kleine krabbelaars karikaturale helden en schurken te maken al even nadrukkelijk op. Die zit echte identificatie met de gebeurtenissen alleen in de weg. Heist wordt een soort real life-versie van kassuccessen als Ocean’s Eleven, Jackie Brown of The Usual Suspects. Waarbij de werkelijkheid – ondanks de vlotte montage, kekke muziekjes en opzichtige pogingen tot humor – het dan toch aflegt tegen de echte Hollywood-versie ervan.

Al blijkt echt, zeker als het gaat om Heather Tallchief, ook nog een relatief begrip.

I, Sniper

Vice

‘Je hebt het gevoel dat je de families in de steek hebt gelaten.’ Steve Bailey veegt zijn tranen weg. De Amerikaanse agent heeft destijds de auto van het tweetal, met de spotter achter het stuur en zijn scherpschutter in de achterbak, staande gehouden, maar had niet door wie hij voor zich had. Uiteindelijk liet hij ze toch weer verder rijden. ‘We hadden ze’, constateert Bailey geëmotioneerd. ‘Mijn fout.’

De volstrekte willekeur van de moorden maakte het een stuk lastiger om hen in de kraag te grijpen. Natuurlijk, ze hadden een motief. Vooral hij, de 41-jarige Golfoorlog-veteraan John Muhammad. Lee Malvo, de Jamaicaanse tiener die daadwerkelijk de trekker overhaalde, was niet meer dan een werktuig. De dodelijke slachtoffers die ze samen maakten hadden feitelijk maar één ding gemeen: ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek.

In het najaar van 2002, ruim een jaar na de aanslagen van 11 september 2001 en enkele maanden voor de Amerikaanse inval in Irak, begon het duivelse duo aan zijn beulswerk. Ze zouden uiteindelijk een hele serie dodelijke slachtoffers maken in de omgeving van Washington. Gewone, volstrekt onschuldige mensen. Op laffe wijze afgemaakt. Tankend bij het benzinestation. Zittend voor hun eigen huis. Of rustig het gras maaiend. Vermoord omdat Muhammad zijn woede op de wereld moest koelen en de outcast Malvo als was in diens handen was.

Vanuit de Red Onion State Prison te Virginia doet die laatste nu, via gesprekken met de gevangenistelefoon van maximaal een kwartier, zijn relaas in I, Sniper (308 min.). Daartegenover staan de huiveringwekkende verhalen van overlevenden, nabestaanden en politiemensen die jacht op hen maakten. De filmmakers, onder leiding van regisseur Ursula Macfarlane, hebben zich bovendien toegang verschaft tot ex-geliefden, familieleden en vrienden van het moordduo. Zij kunnen van binnenuit hun totale ontsporing duiden.

Deze achtdelige documentaireserie schetst hoe de terreurcampagne van Muhammad en Malvo huishoudt in de betrokken gemeenschap. Er ontstaat bijvoorbeeld een massale klopjacht op een man uit het Midden-Oosten en een kleine witte truck, terwijl de verdachten in werkelijkheid zwart waren en rondreden in een donkere Chevrolet Caprice. Schietend, welteverstaan. Alsof ze op een militaire missie waren. Maar tegen wie of wat? En hoe zijn ze gekomen tot hun ogenschijnlijk willekeurige wraakactie? Is er een levenspad denkbaar dat op een logische manier naar dit soort blinde woede leidt?

I, Sniper is groots aangepakt, dramatisch getoonzet en meeslepend gemonteerd. Een tragische geschiedenis die zich stap voor stap ontvouwt, steeds spannender wordt en onderweg ook aan diepte en betekenis wint. Totdat het drama in zijn volledige omvang zichtbaar is geworden. Geen gemakzuchtige trashy true crime dus, maar een gelaagd psychologisch portret van een jeugdige scherpschutter, diens getormenteerde leermeester en de wereld die zij ongenadig opschudden, met talloze verwoeste levens tot gevolg. Een vrijwel vergeten schokgolf die een kleine twintig jaar later hier en daar nog altijd nadreunt.

Voor Jou Wil Ik Zijn

Human

Waarschijnlijk stond altijd al vast dat zij als zus ooit aan zet zou komen. Nu de ouders van Janine Kwinkelenberg-Barlo een respectabele leeftijd hebben bereikt en met gezondheidsproblemen kampen, dragen ze de zorg voor haar broer inderdaad langzamerhand over aan haar. Samen met haar echtgenoot Remco en jongere zus Annette, bekend als actrice en presentatrice, wordt Janine belangenbehartiger en mantelzorger voor Albert-Jan. Hij heeft een ernstige verstandelijke beperking.

Janine’s inmiddels 51-jarige broer functioneert en communiceert op een heel basaal niveau. Hij ziet en hoort slecht. En praten kan hij niet. Als iets Albert-Jan niet zint, bijvoorbeeld als hij een chirurgische ingreep moet ondergaan of één van zijn verplichte bezoeken aan de pedicure brengt, verzet hij zich daar met hand en tand tegen of laat hij met geluiden merken hoe hij erover denkt. Voor buitenstaanders staat daar op het eerste oog weinig tegenover: een kus misschien, als zijn pet ernaar staat en zij er bovendien nadrukkelijk om hebben gevraagd.

Toch spreekt uit alles wat Janine en haar zus in Voor Jou Wil Ik Zijn (52 min.) doen of zeggen een volstrekt vanzelfsprekende liefde naar hun broer. Dat is mooi om te zien. Het maakt hen tegelijk ook kwetsbaar. Zeker als de instelling waar Albert-Jan verblijft vanwege het Coronavirus de deuren sluit voor familieleden. Janine en Annette staan tijdelijk aan de zijlijn, terwijl hun oudere broer zichzelf moet zien te redden. En dat gaat hem uiteindelijk heel behoorlijk af. Misschien wel beter dan het hen vergaat zonder hem, dat hulpbehoevende familielid.

Marinka de Jongh, de regisseur van deze observerende documentaire, groeide zelf op te midden van mensen met een verstandelijke beperking, in het Thomashuis te Lochem dat werd gerund door haar ouders. Daar kwam ze ook in aanraking met de mantelzorgers van hun cliënten. Eerst waren dat natuurlijk vooral de ouders, daarna volgden als vanzelfsprekend broers en zussen. Gaandeweg groeide haar respect voor deze mensen die zich volledig (moeten) wegcijferen voor een familielid. Die waardering heeft nu zijn weg gevonden naar haar eerste lange documentaire.

Voor Jou Wil Ik Zijn is een heel intieme film geworden over loyaliteit, trouw en – dat ook – loslaten. De Jongh kijkt van dichtbij mee hoe Janine en haar verwanten Albert-Jan, soms tegen zijn wil, begeleiden bij de dagelijkse dingen van zijn kleine leven. De documentairemaakster kadert dit subtiel in met een monologue intérieur van Janine, die Albert-Jans rol en positie in haar eigen bestaan beschrijft. Het resultaat is even hartverwarmend als aangrijpend. Een fraai eerbetoon aan oprechte, onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke naastenliefde.

The Sparks Brothers

allsparks.com

De stem van de één – vaak ergens tussen lyrisch en hysterisch – werkt bij menigeen gigantisch op de zenuwen. De aanblik van de ander – ondoorgrondelijk gezicht, met Hitler/Charlie Chaplin-snor – kan voor echt ongemak zorgen. Samen vormen de Amerikaanse broers Russell en Ron Mael al ruim een halve eeuw de band Sparks. Ze begonnen met een soort over the top-glamrock, plaveiden daarna de weg voor Kraftwerks elektromuziek, snoepten even van punk, inspireerden de synthpop van de eighties, verloren zich in disco, sloten aan bij dance, probeerden uit hoe Queen in het kwadraat zou klinken en versmolten even letterlijk met Franz Ferdinand. Enzovoorts.

Altijd in beweging. Excentriek. Filmisch. Potsierlijk. Hyperactief. Grappig. Excessief. Creatief. Provocerend. Grillig. Bloedirritant. Net als deze voluptueuze documentaire van Edgar WrightThe Spark Brothers (141 min.), waarin de complete carrière van de gebroeders wordt doorlopen met de freaks zelf, hun voormalige bandleden, medewerkers, fans en een hele stoet hele en halve beroemdheden die gezamenlijk zo’n beetje de complete Sparks-invloedssfeer belichamen: comedian Mike Myers, presentator Jonathan Ross, producer Giorgio Moroder, lolbroek Weird Al Yankovic, supergroupie Pamela des Barres en schrijver Neil Gaiman.

En natuurlijk ontbreken de acts die op de één of andere verwrongen manier schatplichtig zijn aan de flamboyante frontman/mooibooi Russell en sociaal onhandige songschrijver Ron ook niet. Beck en leden van New Order, Sex Pistols, Erasure, Franz Ferdinand, Faith No More, Human League, Red Hot Chili Peppers, Heaven 17, Suede, The Go-Go’s, Sonic Youth en Duran Duran bewijzen het volstrekt eigenzinnige duo alle eer. De documentaire is met bijna tweeënhalf uur speeltijd al net zo overdadig als de gastenlijst en eclectisch van opzet bovendien: een bijzonder vermakelijke potpourri van videoclips, animatie, filmfragmenten, beeldgrapjes, concertbeelden en al wat ze verder nog konden bedenken.

Daarvan kun je zeggen: het had allemaal wel een tandje minder gekund, maar dan zou deze film eigenlijk geen recht hebben gedaan aan Sparks, een muzikale exploratie van zowat alle uithoeken van de popmuziek. Waarin spot en zelfspot gelukkig nooit hebben ontbroken. In die categorie behoren vast ook de weetjes, stuk voor stuk ‘honderd procent waar’, waarop de gebroeders hun publiek nog vergasten tijdens de aftiteling. ‘Russell heeft als anonieme stemacteur aan meegewerkt aan 27 animatiefilms uit Hollywood’, beweert Ron. ’26 Dagen voor elke tour begint Ron aan het alfabet-dieet’, stelt Russell op zijn beurt. ‘Hij eet dan gerechten op alfabetische volgorde. Van avocado op de eerste dag tot zucchini op de laatste.‘ Waarvan akte.

Ella Fitzgerald: Just One Of Those Things

‘Ooit zal ik beroemd zijn’, zei Ella Fitzgerald (1917-1996) tegen een schoolvriendin. En omdat ze dat inderdaad werd, als gevierd jazzzangeres, heeft de uitspraak nu zijn weg gevonden naar het portret Ella Fitzgerald: Just One Of Those Things (71 min.). Dat succes lag niet voor de hand, zo wordt ook meteen duidelijk: Ella groeide op in armoede, kreeg dagelijks te maken met racisme en verloor op haar dertiende haar moeder. Vanuit een heropvoedingsgesticht, waar ze te boek stond als ‘onhandelbaar’, zou ze toch nog uitgroeien tot een icoon van de Amerikaanse muziek.

Deze gedegen documentaire van Leslie Woodhead loopt met Ella’s zoon Ray, haar muzikanten en enkele biografen consciëntieus door Fitzgeralds leven en carrière. Collega’s en navolgers als Tony Bennett, Smokey Robinson en Jamie Cullum doen ook nog een duit in het zakje. In de film is verder lekker veel ruimte voor concertbeelden van de geboren zangeres. Ella kon met haar stem improviseren als de allerbeste bebopper. Als ze dat niet gewoon zelf was.

Dat betekende niet dat ze ook overal welkom was. In het gesegregeerde Amerika kon een zwarte zangeres toentertijd echt nog niet overal optreden. Soms moest Marilyn Monroe er zelfs aan te pas komen om ervoor te zorgen dat Ella haar natuurlijke habitat, het podium, mocht betreden. Uiteindelijk voelde ze toch de noodzaak om zich daarover in het openbaar uit te spreken. ‘Zouden ze mijn platen nu kapotmaken?’ voegde ze er, met de nodige zelfspot, tijdens het interview aan toe. 

Zover zou ‘t – vanwege bot geluk, of toch stomme pech? – nooit komen. Ella Fitzgerald kon gewoon tot het eind doorgaan met wat ze altijd had gedaan: zó gemakkelijk zingen, puur op talent, dat iedereen binnen de kortste keren helemaal overstag ging.

Dark Rider

Cinema Delicatessen

‘Gaan, gaan, gaan…’, brult Kevin Magee naar zijn maat Ben Felten. ‘Links.’
‘Gaan, gaan, gaan. Gaan, gaan, gaan. Links.
Gaan, gaan. Rechts. Rechts.
Links. Rechts. Rechts.
Rechts. Rechts.
Links. Links. Links.
Afbreken. Afbreken. Afbreken.’

Na afloop van een rit over een uitgestrekte zoutvlakte in Zuid-Australië constateert motorrijder Ben Felten met z’n begeleidingsteam dat hij overcompenseerde: hij maakte van Magee’s kleine links of rechts een grote. Dat schiet niet op. Samen met de oud-topcoureur moet Felten ervoor zorgen dat hij vasthoudt aan zijn lijn. Zigzaggen of zwabberen zou wel eens tot gevaarlijke situaties kunnen leiden en brengt hem sowieso niet bij de beoogde topsnelheid.

Net als andere deelnemers aan de Speed Week rijdt Felten puur op gevoel. Hij heeft alleen geen ogen om op koers te blijven. De 51-jarige Australiër heeft een degeneratieve oogziekte. Hij is sinds zijn 37e volledig blind. Samen met zijn boezemvriend ‘Magoo’, een voormalig Grand Prix-kampioen, wil hij het Guinness Book Of Records halen, als snelste blinde ter wereld. Daarvoor zal hij ruim 260 kilometer per uur moeten racen. Onder het motto: go fast or go home.

Dark Rider (93 min.) speelt zich af tegen een weergaloos decor, dat door cameraman Carl Rottiers is vervat in zinnenprikkelende panoramabeelden. Samen met point of view-shots vanaf de motor maken die Feltens queeste tot een belevenis. Tegelijkertijd komt deze documentaire van de Vlaamse filmmaakster (en motorrijdster) Eva Küpper ook héél dichtbij haar protagonist en diens boezemvriend. Zo wordt de film behalve enerverend en oogstrelend ook echt ontroerend.

Küpper introduceert tevens de dertienjarige Jed. Hij heeft eveneens een oogziekte en vraagt zich af hoe een leven met verminderd of zelfs zonder zicht eruit zal zien. Met zijn Kawasaki – nummerplaat: Blind1 – fungeert Ben Felten als rolmodel voor hem. Hij inspireert de jongen om zelf ook een motorfiets te bestijgen en, blind vertrouwend op zijn directe omgeving, het gaspedaal in te trappen. Net als Ben en ‘Magoo’ onderweg naar nieuwe stippen op de horizon.

Deze prachtige film is dan allang het niveau van de gemiddelde sportdocu ontstegen. Dark Rider is niets minder dan een ode aan het leven van mannenmannen, het aangaan van de uitdagingen die dat met zich meebrengt en de loyale vriendschap – veel smalltalk, stekelige grapjes en zo nu en dan een houterige knuffel – waarmee ze tegenslagen het hoofd proberen te bieden. En soms pinkt er iemand, stiekem, even een traantje weg.

Elize Matsunaga: Era Uma Vez Um Crime

Netflix

Ze heeft haar echtgenoot doodgeschoten en daarna zijn lichaam in stukken gesneden. En daarover geeft Elize Matsunaga, als ze na jaren in de gevangenis een weekje verlof krijgt, voor het eerst een interview. Maakt ze eindelijk schoon schip? Of trekt ze – opnieuw, volgens critici – een geraffineerd rookgordijn op?

Een buitenechtelijke affaire had Marcos Matsunaga, de puissant rijke erfgenaam van het Braziliaanse voedselbedrijf Yoki, volgens haar in 2012 de kop gekost. Die leidde tot een echtelijke twist en een moment van totale verstandsverbijstering – of, afhankelijk van je gezichtspunt, doodenge koelbloedigheid. Niet veel later was Elize weduwe én schathemeltjerijk.

De vierdelige serie Elize Matsunaga: Era Uma Vez Um Crime (197 min.) richt zich niet op óf de bedrogen echtgenote/sluwe golddigger Marcos heeft gedood, maar op de situatie waarbinnen dat gebeurde en de achtergronden van haar duizelingwekkende daad. In dat kader doorloopt regisseur Eliza Capai stapsgewijs de fatale avond en maakt van daaruit uitstapjes naar haar jeugd, de aanloop naar de moord en de gebeurtenissen die daarop volgden.

Echt enerverend wordt dat nooit. Daarvoor is de vertelling te stroperig. Natuurlijk probeert ook deze true crime-serie met verhaalwendingen en cliffhangers de aandacht vast te houden. In wezen wordt het centrale drama echter al in de allereerste minuten geïntroduceerd en volgen er naderhand vooral dwaalsporen en pogingen om de misdaad van Elize Matsunaga begrijpelijk en invoelbaar te maken. Geen wereldschokkende ontwikkelingen die de zaak uiteindelijk écht op zijn kop zetten.

En voor een karakterschets van een getroebleerde vrouw lijkt de serie soms wel heel nadrukkelijk aan te sturen op een soort rehabilitatie van de veroordeelde moordenares, die ernaar snakt om haar dochter weer te zien. Zeker aan het eind ligt dat er wel erg dik bovenop.

Hoogtijdagen – Portret Van Een Gehavend Gebied

Mokum

Zo’n beetje elk afzonderlijk shot van deze documentaire zou op een ansichtkaart kunnen. Verstuurd vanuit het verre Kola, een schiereiland in het Noordwesten van Rusland. Gelegen in de Poolcirkel. Waar de Sovjet-Unie ooit grootse verwachtingen losmaakte. Over bodemschatten die voor mijnbouw, werkgelegenheid en welvaart zouden gaan zorgen.

Utopia werd gaandeweg echter een Russische variant op Nergenshuizen. Tegenwoordig reppen ze er vooral over verloren tijden. Vergane glorie. En het rijk dat ten onder ging met de filosofie waarop die was gegrondvest: het communisme. Het is een plek geworden van opgepoetste herinneringen, geknakte ambities en – als je meer wilt van het leven – het verlangen om er zo snel mogelijk weg te gaan. Nú, als het kan.

Regisseur Ben van Lieshout vangt de desolate atmosfeer met een film die oogt als een serie bewegende foto’s, waarbij de camera zich nauwelijks verroert en slechts een heel enkele keer rugdekking krijgt van muziek. Hoogtijdagen – Portret Van Een Gehavend Gebied (90 min.) is doortrokken van de scheefgetrokken huizen, verouderde industrie, doodgeslagen leuzen, afgebladderde gebouwen, bergen afval en standbeelden van Sovjet-helden die hun fierheid allang zijn verloren.

Hier en daar lopen of rijden er nog wat verdwaalde Russen door het beeld. Zij slijten hun (laatste) levensdagen in deze sombere uithoek van de aarde, waarin de filmmaker een soort onttakelde schoonheid heeft ontdekt. Onderkoeld vertellen deze achterblijvers over hoe de wereld om hen heen is veranderd en gaandeweg ook hen van hun dromen heeft beroofd. Hoopvol werd onverbiddelijk melancholiek.

Kalm en trefzeker schetst Van Lieshout via Kola en z’n bevolking de opkomst en ondergang van het Russische communisme. Dat is geen meeslepende vertelling geworden – soms een beetje traag en saai zelfs – maar veeleer een soort wrakkenmuseum. Voor een wereld die inmiddels een glorieuze toekomst achter zich heeft liggen.

Oliver Sacks – His Own Life

Periscoop

Hij heeft nog enkele maanden te leven, hooguit een jaar, als Oliver Sacks in 2015 het manuscript voor zijn laatste boek On The Move inlevert. De autobiografie is een soort testament van de geboren verteller, een man die ieders verhaal kan vertellen. Alleen over zijn eigen leven is hij altijd erg terughoudend gebleven. Over zijn homoseksualiteit heeft hij bijvoorbeeld lange tijd zorgvuldig gezwegen. In de verfilming van zijn boek Awakenings, gebaseerd op Sacks’ ervaringen in 1969 met catatone psychiatrische patiënten in het Beth Abraham Hospital in de Bronx, bouwt de hoofdpersoon dan ook doodleuk een zwak op voor één van de verpleegsters.

De aaibare versie van Sacks die acteur Robin Williams in deze prachtige speelfilm tot leven wekt kan ook met geen mogelijkheid in verband worden gebracht met bodybuilding, gewichtheffen, motorrijden, amfetaminen en zelfdestructief gedrag. Toch waren dat centrale elementen in het leven van de jonge Oliver Sacks, die in 1966 in behandeling ging bij een psychotherapeut en dat de rest van zijn leven zou blijven. Hij, de man die zich in iedereen kon inleven, was in werkelijkheid een echte buitenstaander, die zijn hele leven naar liefde en erkenning zocht.

Die andere kant van de vermaarde schrijver/neuroloog is wel prominent aanwezig in deze hele fijne biografie van Ric BurnsOliver Sacks: His Own Life (94 min.) zoomt natuurlijk ook in op de opzienbarende gebeurtenissen in dat New Yorkse ziekenhuis, waar patiënten die decennialang alleen hadden gevegeteerd onder invloed van het speciale medicijn L-dopa plotseling ontwaakten uit hun volledige lethargie – en daarna overigens vaak weer een permanente terugval doormaakten. Het boek Awakenings (1973) werd in eerste instantie lauw ontvangen door veel collega’s. Deze man maakt het allemaal veel mooier dan het was, luidde de kritiek. Zijn schrijfsels waren met geen mogelijkheid wetenschappelijk verantwoord te noemen. Het boek zou dan ook pas veel later, via de film, alsnog z’n weg naar het grote publiek vinden.

Burns laat Sacks uitgebreid aan het woord, maar legt zijn oor ook te luister bij de man die zijn leven op latere leeftijd alsnog met een grote liefde verrijkte, een paar intieme vrienden, ‘s mans vaste redacteur en enkele vooraanstaande vakgenoten, zoals Temple Grandin en Atul Gawande. Gezamenlijk schetsen ze een hartveroverend portret van de man die de wetenschap van het hoofd naar het hart van de gewone man en vrouw wist te brengen – en zo de verpersoonlijking werd van het adagio dat je de mens moet behandelen, in plaats van zijn ziekte. Dat kan alleen eindigen met het diep ontroerende essay, My Own Life, waarmee Oliver Sacks definitief afscheid nam van de wereld.

Gewoon een mens, natuurlijk. Wel een buitengewoon mens.

The School That Tried To End Racism

Channel 4

‘Dit is gewoon niet eerlijk’, constateert de elfjarige Farrah verontwaardigd.

‘Farrah, niemand hier is wit’, antwoordt haar klasgenoot Makhai, terwijl hij geïrriteerd om zich heen kijkt. ‘Het is niet eerlijk.’

De kinderen participeren met hun klas deel in een experiment over latent racisme. Straks gaan ze aan een hardloopwedstrijd meedoen. Van tevoren wordt ieders startpositie bepaald. Dat gebeurt aan de hand van stellingen. Laatste: als je ouders je ooit voor racisme hebben gewaarschuwd, zet je een stap terug.

Inmiddels staan alle zwarte en gekleurde kinderen achteraan, inclusief Farrah en Makhai. Zij hebben nu al een onoverkomelijke achterstand opgelopen ten opzichte van de witte kinderen. ‘Als we nu gaan lopen is dit dan een eerlijk beginpunt voor iedereen?’ vraagt de gymjuf van dienst. ‘Nee!’ roept Farrah. Makhai vult aan: ‘Ik ben een beetje gefrustreerd dat de samenleving niet eerlijk is.’

En dat is natuurlijk precies wat The School That Tried To End Racism (91 min.) wil aantonen – en liefst ook nog hoe dat kan worden veranderd. In deze interessante tweedelige tv-docu van Rachel Dupuy en David Harris wordt de brugklas van de Glenthorne High School in Zuid-Londen gevolgd. Die gaat deelnemen aan een sociaal experiment van drie weken rond onbewust racisme. De klas vormt een ideale onderzoeksgroep: de helft van de leerlingen is zwart of gekleurd, de rest van de kinderen is dat niet.

De 24 elfjarigen laten zich onderwerpen aan een toets over vooroordelen, participeren in affiniteitsgroepen en krijgen volstrekt willekeurig privileges toebedeeld (of juist niet). Daarnaast trekken ze de wijde wereld in, op zoek naar wat het daar betekent om zwart of wit te zijn. Dit proces wordt gadegeslagen en becommentarieerd door twee deskundigen op het gebied van onbewuste rassenvooroordelen, een zwarte en een witte vrouw. Zij willen weten welk effect het project heeft. En: zou het ook een bijdrage kunnen leveren aan een meer inclusieve samenleving?

Na afloop van de hardloopwedstrijd is er in elk geval nauwelijks blijdschap bij de winnaars. Wat stelt die overwinning voor als je weet dat een groot deel van de concurrentie al bij voorbaat op achterstand is gezet?

Trumbull Land

De sciencefiction-klassiekers 2001: A Space Odyssey, Close Encounters Of The Third Kind en Blade Runner worden toegeschreven aan respectievelijk Stanley Kubrick, Steven Spielberg en Ridley Scott. Deze filmgrootheden hadden hun huzarenstukjes echter nooit kunnen uithalen zonder die ene special effectsman: Douglas Trumbull. Hij zorgde ervoor dat hun opzienbarende visie op de toekomst kon worden verwerkelijkt. En dan heeft hij Star Wars nog laten schieten.

In zijn eigen Trumbull Land (49 min.) te Berkshire, waar hij met zijn team werkt aan de nieuwe film Light Ship, blikt de gedreven Amerikaan terug op zijn carrière. Zo vertelt hij bijvoorbeeld over een screening van Blade Runner voor de schrijver ervan, Philip K. Dick. ‘Hij was helemaal overdonderd dat het ons was gelukt om in zijn hoofd te komen en dat wij het precies zo op film hadden gekregen als hij ‘t voor zich had gezien’, vertelt Trumbull aan een collega die op bezoek is, Gene Kozicki. ‘En dat is het grootste compliment dat je kunt krijgen.’

Toch voelde Douglas Trumbull zich niet altijd begrepen in Hollywood, vertelt hij in deze sfeervolle film van Grégory Wallet uit 2018. Hij was niet alleen ‘die special effects-man’, maar regisseerde zelf ook films (Silent Running) en probeerde met technische vondsten bovendien het medium film grondig te vernieuwen. En dan was er nog Trumbulls grootste trauma: zijn tweede speelfilm Brainstorm, die na een tragisch bootongeluk zonder hoofdrolspeelster Natalie Wood moest worden afgerond.

Deze film wordt zo een passend eerbetoon aan een ‘unsung hero’ van de sciencefictionfilm, die met zijn werk een essentiële rol heeft gespeeld in hoe wij – letterlijk! – naar de toekomst kijken.

Paolo Conte: Via Con Me (It’s Wonderful)

Piece Of Magic

Dit is één grote lofzang. Op de Italiaanse bromsnor Paolo Conte. De man achter wereldwijde hits als Via Con Me, Gli Impermeabili en Max. Hij schrijft nu al ruim zestig jaar liedjes. Sinds de jaren zeventig vertolkt hij ze ook zelf. Met die sonore stem, gezeten achter een vleugel en meestal in de rug gedekt door een excellerend orkest. Conte zingt dan zoals hij eruit ziet: een gesoigneerde heer, oorspronkelijk advocaat van beroep, mijmerend of somberend over het leven.

Via talloze concertfragmenten krijgt hij in de hagiografie Paolo Conte: Via Con Me (It’s Wonderful) (100 min.) ook alle ruimte om te zingen. Tussendoor is Conte, pratend over z’n songs en carrière, zijn eigen peinzende zelf. En geeft regisseur Giorgio Verdelli allerlei Italiaanse vakbroeders en coryfeeën zoals Isabella Rossellini, Jane Birkin en Roberto Benignini de gelegenheid om al hun persoonlijke herinneringen aan hem op te dissen en een diepe greep te doen in de grabbelton met superlatieven die ze speciaal voor de gelegenheid hadden klaargezet.

In het geval van de komiek Benignini (La Vita E Bella) mondt dit uit in cabaretachtige minivoorstellingen, waarvan een enkele kijker wellicht in een permanente lachstuip zal schieten en de rest waarschijnlijk diepgevoelde wurgneigingen krijgt. De andere sprekers vliegen weliswaar minder karikaturaal uit de bocht, maar hebben in wezen dezelfde boodschap: Paolo Conte is een soort godswonder en zij voelen zich gezegend dat ze, al was het maar voor heel even, in zijn aanwezigheid mochten vertoeven.

Een mens zou van minder ongemakkelijk worden. Ruim anderhalf uur verder heeft de argeloze kijker bovendien – ondanks de overvloed aan anekdotisch bewijs – nog altijd weinig grip gekregen op het fenomeen Paolo Conto. Al zou het zomaar kunnen dat hij/zij daarna wél één van de langspelers van de charismatische jazzbrommer uit het Noord-Italiaanse stadje Asti voor de dag haalt. Want deze zoete en lange ode aan de man en zijn muziek maakt ondanks al z’n beperkingen toch een succesvol pleidooi voor zijn melancholieke oeuvre.

Hunger Ward

Abeer is zes jaar oud en weegt vijftien pond. Vijftien. Pond. Met grote ogen kijkt ze toe hoe een zuster van de Aslam-kliniek in het Noorden van Jemen een naald inbrengt in haar linkerarmpje. Het meisje gaat aan het infuus. Om te redden wat er nog te redden valt.

Even later zit ze wezenloos voor zich uit te staren, in een ruimte met allemaal vrouwen in zwarte boerka’s met net zo’n weerloos hummeltje op hun schoot. ‘Hebt u genoeg geld om haar te kunnen voeden?’ vraagt zuster Mekkia Mahdi aan Abeers vader. Het antwoord laat zich raden. ‘Lach één keer naar me’, probeert de zuster het ondervoede meisje nog een reactie te ontlokken. Abeer heeft haar echter niet meer dan een flauwe glimlach te bieden, terwijl ze met haar vader het ziekenhuis verlaat. Op weg naar een ongewisse toekomst in dat troosteloze land.

Andere kinderen verlaten de Hunger Ward (40 min.) als ze hun laatste adem al hebben uitgeblazen. De hongersnood in Jemen is alomtegenwoordig. Het leven van twee miljoen kinderen hangt aan een zijden draadje. En ook de oorlog zelf kan ze nog te pakken krijgen. Het is allemaal vervat in die blik van Abeer: de tristesse, het lijden, de totale verslagenheid. Gevangen in een vicieuze cirkel van oorlog en honger, die zo nu en dan ook van deze gestileerde, indringende en voor een Oscar genomineerde korte documentaire van Skye Fitzgerald een moedeloos makende bedoening dreigt te maken.

Bij gebrek aan licht aan het eind van de tunnel, zijn er alleen de onvermoeibare ziekenhuismedewerkers die voor licht en verlichting zorgen: Zij vertegenwoordigen de hoop tegen wil en dank. Dagelijks brengen ze dat ene, ondanks alles troostrijke, uitgangspunt in de praktijk: het redden van één mensenleven is als het redden van de complete mensheid.

Aznavour, Le Regard De Charles

Piece Of Magic

Via wat hij zag, krijgen we hem te zien. Charles Aznavour (1924-2018), chansonnier, acteur én amateurfilmer. Een paar maanden voor zijn dood leidde hij regisseur Marc di Domenico binnen in zijn heilige der heiligen: een geheime kamer, bezaaid met filmrollen. Aznavour had die hoogstpersoonlijk volgeschoten met de 16mm-camera, die hij in 1948 kreeg van zangeres Edith Piaf. De zanger zou er tot 1982 zijn leven mee filmen, met een bijzonder oog voor de wereld om hem heen én voor vrouwelijk schoon.

Het (zelf)portret Aznavour, Le Regard De Charles (75 min.) is vrijwel volledig opgebouwd uit deze privébeelden: Charles op de filmset van de anti-oorlogsfilm Un Taxi Pur Toubrouk, Charles en zijn toenmalige geliefde op een zeilboot en Charles omringd door handtekeningenjagers in een Chinese trein. Maar vooral zien we wat hij zag: vanaf het moment dat de ruim twintig jaar jongere Zweedse schone Ulla in zijn leven komt, domineert zij bijvoorbeeld een tijd lang elk frame. En verder: de plekken die hij aandeed en de mensen die hij daarbij ontmoette

Intussen vertelt hij zelf, in voice-overteksten die zijn gebaseerd op interviews en notities van Aznavour en ingesproken door acteur Romain Duris, zijn levensverhaal: telg van een familie die de Armeense genocide ontvluchtte, als zanger onder de hoede genomen door Edith Piaf, doorgebroken in het verre Amerika, comfortabel levend in de internationale jetset en toch altijd verlangend naar dat ene land dat Zij, Armeniërs van de diaspora, moesten verlaten. Want je kan een man wel van zijn geboortegrond halen, maar daarmee haal je die grond nog niet uit de man.

Gekende evergreens als La Bohème, Formidable en She begeleiden Aznavours videodagboek, dat de kijker een intieme blik gunt in zijn gedachtewereld en zielenleven. Aan het eind van de film richt hij zich rechtstreeks tot z’n publiek: ‘Ik heb deze beelden nooit teruggezien. Maar ik wist dat u ze ooit zou zien. Vandaag bent u erbij, meekijkend over mijn schouders. Er is geen scheiding meer, geen lijn meer tussen ons. Onze blikken smelten samen.’

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.