Liefsteling

KRO-NCRV

Hoe houd je de liefde vast terwijl de persoon je ontglipt? Hetty (76) ziet zich gesteld voor het typische dilemma waarmee de partner van iemand die begint te dementeren wordt geconfronteerd: hoe ga je ermee om dat de persoon waarvan je zielsveel houdt – in Hetty’s geval: haar levenspartner Jeanne (91) – langzaam maar zeker verandert in iemand waarvoor je zeer intensief moet zorgen – en waarover je je dagelijks zorgen maakt, dat ook?

In haar eerste lange documentaire Liefsteling (72 min.) portretteert Eva van Barneveld de twee oudere vrouwen, die steeds meer moeten prijsgeven van wie ze waren en toch vrede proberen te hebben met wie ze zijn. Voor Jeanne is dat vanzelfsprekend: zij lijkt tamelijk onbekommerd in het heden te leven. Voor Hetty is dat veel meer een keuze: ze wil bij en met Jeanne blijven. Totdat de dood hen scheidt. Die dient zich wellicht aan in de vorm van enkele tumoren. Zou het een probleem zijn als die Jeanne inhalen, voordat haar ‘vergeetachtigheid’ verder verergert?

Hoewel deze documentaire zeker ook zijn ontluisterende momenten kent – als Jeanne tegen haar eigen beperkingen oploopt of Hetty het gevoel heeft dat ze compleet faalt – is Liefsteling geen typische dementiefilm geworden, waarin de hoofdpersoon onvermijdelijk afstevent op het moment dat hij of zij afscheid heeft moeten nemen van alles wat ie ooit was. Van Barneveld heeft er eerder een ode aan de liefde van gemaakt. In uitdagende tijden, dat wel. Ze heeft zichzelf echt onderdeel gemaakt van het dagelijks leven van de twee vrouwen, die zich op hun meest intieme momenten laten vereeuwigen.

Het grootste deel van de film zijn ze ook letterlijk samen in beeld, als een hechte eenheid, nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat gevoel – noem het gerust romantisch – wordt nog eens geaccentueerd met dromerige accordeonmuziek en de chansons van Charles Aznavour, Edith Piaf en Ramses Shaffy, waar Hetty en Jeanne helemaal aan verknocht zijn. Liefsteling wordt zo een tedere film, over samen in liefde oud worden. Ook al komt die ouderdom dan misschien met gebreken.

The Andy Warhol Diaries

Netflix

Een man, een kunstenaar, een genie, een mythe, een personage, een evenement zelfs. Andy Warhol (1928-1987), één van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw, laat zich in deze serie niet zomaar in één enkele omschrijving vangen. ‘Andy Warhols belangrijkste kunstwerk is Andy Warhol’, stelt kunstkenner Jeffrey Deitch. ‘Hij is een perfect voorbeeld van de kunstenaar als kunst. Hij valt daarmee in dezelfde categorie als Gertrude Stein, Salvador Dali en Oscar Wilde.’

De Andy Warhol van The Andy Warhol Diaries (398 min.) is een man die het al lang en breed heeft gemaakt. De zesdelige docuserie is opgebouwd rond fragmenten uit een dagboek dat hij sinds 24 november 1976 bijhield en dat in 1989, twee jaar na zijn dood, onder redactie van zijn persoonlijke assistent Pat Hackett (aan wie hij het ook dicteerde) werd uitgebracht. Regisseur Andrew Rossi heeft Warhols stem met behulp van Artificial Intelligence gekloond en acteur Bill Irwin vervolgens de teksten laten inspreken. Die techniek is omstreden, maar lijkt in dit geval, ook gezien Warhols eigen kopieerkunst, zeker te billijken en zorgt bovendien voor een ongefilterde kijk in het hoofd en hart van een man, die doorgaans niet gemakkelijk in zijn ziel liet kijken.

Aan het woord komen verder Jay Johnson (de tweelingbroer van Andy’s eerste serieuze liefde Jed Johnson), Jay Gould (de tweelingbroer van Andy’s tweede serieuze liefde Jon Gould), vrienden, medewerkers, collega’s, kunstkenners en een flinke parade van sterren, die elk op hun eigen manier hun door Warhol voorspelde ’15 minutes of fame’ hebben geconsumeerd: Debbie Harry, Rob Lowe, John Waters, Julian Schnabel, Mariel Hemingway, Fab 5 Freddy en Jerry Hall. Zij kenschetsen hem als een man die zich van jongs af aan schaamt voor zijn uiterlijk, voordoet als aseksueel en – hoewel hij nooit écht uit de kast is gekomen – graag omringt met mooie jonge mannen. Een man ook waarbij de AIDS-crisis flink zal huishouden.

Behalve zijn relationele leven belichten zij tevens de artistieke ontwikkeling van Warhol. Daarbij ligt de nadruk op zijn latere carrière als hij allang zijn eigen merk is geworden, zich meer en meer als een typische celebrity gaat gedragen en tegelijkertijd steeds minder serieus wordt genomen binnen de kunstscene. Warhols formatieve jaren, inclusief daarmee verbonden begrippen zoals popart, The Factory en The Velvet Underground, worden slechts in de kantlijn behandeld. In plaats daarvan is er uitgebreid aandacht voor zijn rol als beschermheer voor een nieuwe generatie (straat)kunstenaars zoals Keith Haring en met name Jean-Michel Basquiat, met wie hij een win-winrelatie ontwikkelt die gaandeweg toch helemaal spaak loopt.

En dan nadert Andy Warhols oneindige ‘feest’ plotseling toch zijn eind, na een tragisch verlopen galblaasoperatie. Op één van de laatste schilderijen die hij maakt staat de tekst: heaven and hell are just one breath away! Als hij die laatste adem uitblaast, halverwege de laatste aflevering, heeft de kijker beslist een relatie opgebouwd met deze ‘mechanische voyeur’ uit een andere tijd, die als één van de allereerste influencers (en een eigenzinnige beschouwer van de bijbehorende cultuur) kan worden beschouwd. Ook al heeft diezelfde kijker, net als Warhols tijdgenoten, tegelijk nooit helemaal vat gekregen op de man, de kunstenaar, het genie, de mythe, het personage en het evenement Andy Warhol.

Tiny Tim: King For A Day

Man, vrouw, volwassene en kind. Ze gingen allemaal in de blender, volgens Susan M. Khaury Wellman. En eruit kwam Tiny Tim, alias Herbert Butros Khaury (1932-1996), een performer met een uitgesproken ‘seksuele, politieke en etnische ambiguïteit’. Susan wist het meteen: met Tim wil ik trouwen. Hij was alleen ‘half-homo’, maar dat ging volgens haar meer om identiteit dan om seksuele voorkeur. 

Niemand kon in elk geval zo overtuigend zingen op ‘the sissy way’. Tim begon in de jaren vijftig op te treden te midden van andere toenmalige misfits, zoals Het Armloze Wonder en De Scherpschutter Zonder Handen. Hijzelf werd destijds De Menselijke Kanarie genoemd. Nee, echt serieus werd de androgyne artiest, met die nét iets te hoge stem en zijn eeuwige ukelele, toen niet genomen. Totdat Tim een plek vond binnen de tegencultuur van de jaren zestig en als cultfiguur een graag geziene gast in allerlei televisieprogramma’s werd. Op het gênante af.

In Tiny Tim: King For A Day (75 min.) roept regisseur Johan von Sydow de wondere wereld van deze welhaast vergeten ‘freak’ uit New York op. Hij maakt daarbij gebruik van heel persoonlijke dagboekfragmenten van zijn protagonist, die worden ingelezen door diens geestverwant ‘Weird Al’ Yankovic. Von Sydow ondersteunt Tims gedachtewereld bovendien met fantasievolle zwart-wit animaties. Zo worden kerngebeurtenissen uit zijn veelbewogen verleden opgehaald en ook de sombere binnenkant van de extraverte publieke persoonlijkheid inzichtelijk gemaakt.

Deze inkijkjes in het leven van de excentriekeling worden gestut door interviews met zijn weduwe, dochter, neven, jeugdliefde, vrienden, muzikanten, manager, biograaf en de voorzitter van de Tiny Tim-fanclub. Ook zij herkenden in de flamboyante performer een getormenteerde ziel. Die raakt in de tweede helft van dit empathische portret langzaam uit de gratie en verwordt dan tot een tamelijk deerniswekkende figuur. Volgens schrijver Will Friedwald heeft hij nochtans hoogstpersoonlijk het pad geëffend voor androgyne sterren als David Bowie, Prince en Boy George.

Behalve een charmant portret van een eigenzinnige entertainer werkt Tiny Tim: King For A Day ook als aanklacht tegen het soms ontzettend cynische talkshowcircuit, dat buitenbeentjes eerst enthousiast binnenhaalt, daarna helemaal uitmelkt en tenslotte achteloos dumpt. Als ‘koning’ van de dag, een wegwerpproduct met een beperkte uiterste houdbaarheid. Zo bezien krijgen Tims bezoekjes aan de show van Johnny Carson zelfs bijna een wreed karakter. Geamuseerd kijkt Amerika’s bekendste talkshowhost steeds toe hoe zijn gast zichzelf keer op keer te kijk zet.

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana

KRO-NCRV

Voor het raam van de rijtjeswoning in een klein Nederlands dorp hangt een regenboogvlag. De slaapkamer van Maryana is ongemoeid gelaten. Die ligt er als vanouds bij, alsof ze elk ogenblik weer tussen de knuffels in het bed kan kruipen of verlangend uit dat raam gaat staren, fantaserend over wat de toekomst zal brengen. De werkelijkheid is compleet anders en nauwelijks te bevatten: dat meisje leeft al meer dan een jaar niet meer. Op zaterdag 14 november 2020 maakte ze, slechts veertien jaar oud, een einde aan haar leven.

In het laatste voicemailberichtje dat Maryana achterliet, waarmee Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Maryana (48 min.) ook opent, klinkt niets door van de diepe wanhoop die ze moet hebben gevoeld. Ook in familiefilmpjes en -foto’s en haar eigen social mediaposts is een heel normaal meisje te zien. Leuk, knap en vol zelfvertrouwen. Toch ontving ze jarenlang nare berichten, waarvan er één steeds weer terugkeerde: jij hebt geen vrienden. En daar bleef het niet bij. Roddels over een Maryanavirus, stenen tegen het raam, openlijke bedreigingen. En de vraag die maar blijft nagalmen: ‘Waarom pleeg je geen zelfmoord?’

Met alle belangrijke mensen uit haar leven (moeder Corita, vader Ed, broer Damiam, oma Bets, familievriendin Caecilia, vriendinnen Rensia en Ine, buurmeisje Dylana, schoolvriendin Jinthe, oude juf Gabrielle en docent Engels Brendan) reconstrueert deze tv-docu het leven van een meisje dat lang niet altijd liet zien wat het (cyber)pesten bij haar aanrichtte. Die tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met hoe de puber zichzelf, soms bedrieglijk zelfverzekerd, presenteerde op social media, haar favoriete muziek en de haatberichtjes die ze ontving. Totdat ze het echt niet meer kon verdragen.

Helaas is Maryana’s verhaal geen uitzondering. Elke week overlijdt er een Nederlandse tiener door zelfdoding, zegt Saskia Mérelle, senior onderzoeker bij 113 Zelfmoordpreventie. In die zin is er met de opkomst van social media ook wel echt iets veranderd. Oma Bets verwoordt het treffend: waar kinderen vroeger thuis vaak nog veilig waren voor pesters, hebben ze nu echt ‘geen veilige haven’ meer. Behalve een klein monumentje voor een verloren leven is Eindeloos Gepest dus vooral ook een indringende aansporing om pestgedrag en de gevolgen daarvan héél goed in de gaten te houden.

Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

Judges Under Pressure

Kacper Lisowski / VPRO

Judges Under Pressure (86 min.) maakt zichtbaar waar half Europa zich al een behoorlijke tijd zorgen over maakt: de aanval van de rechts-conservatieve regering van Polen op de rechterlijke macht. De onafhankelijkheid van de rechtspraak – en daarmee van de democratie zelf – komt erdoor onder druk te staan.

Met zijn strijd tegen de vermeende immuniteit van de ‘juridische aristocratie’, die geen draagvlak zou hebben onder het gewone volk, zetten president Andrzej Duda en zijn medestanders van de PiS-partij de ene na de andere rechter de duimschroeven aan. Intussen proberen ze ook plannen ten uitvoer te brengen die abortus moeilijker maken en de rechten van de LGBTI-gemeenschap inperken. Een heuse cultuuroorlog dus, in het hart van de Europese gemeenschap.

In deze onrustbarende film sluit documentairemaker Kacper Lisowski aan bij het gezicht van de protestbeweging tegen de regeringsplannen, Igor Tuleya, en andere rechters die worden geraakt door Duda’s machtsgreep en zich verzetten tegen de inbreuk op hun onafhankelijkheid. Op vertrouwd terrein natuurlijk, de rechtszaal in eigen land en Europa, maar ook op onontgonnen gebied: popfestivals, workshops en demonstraties.

Het dreigt een gevecht tegen de bierkaai te worden, waarbij de strijdbaarheid van de rechters gaandeweg steeds vaker gezelschap krijgt van moedeloosheid en wanhoop. Tuleya, gedurig therapeutisch rokend, probeert nochtans zijn gevoel voor humor te behouden in deze traditioneel opgezette documentaire, waarin Lisowski de ontwikkelingen op de voet volgt, diverse juristen aan het woord laat en dit geheel dan weer doorsnijdt met stekelige Poolse protestsongs.‘

‘Een guillotine is alleen gevaarlijk als het mes nog in de lucht hangt’, constateert Igor Tuleya, die strafrechtelijk wordt vervolgd in eigen land, uiteindelijk enigszins mismoedig. ‘Niet meer als dat al is gevallen.’ Het is de zwartgallige conclusie van een urgente film, over de verwording van een Europese democratie.

Gabi, Between Ages 8 And 13

IDFA

Gabi wil net zo’n kapsel als Robin van Persie. Ze heeft alleen Emma Watson-haar. Het kapsel van Gareth Bale zou ook al goed zijn. Of een opgeschoren kop zoals Cristiano Ronaldo. Van haar moeder Tracy mag de gedreven voetbalster het alleen niet te kort laten knippen. Dat wordt het alleen wel. Steeds iets korter. Totdat ze kan doorgaan voor een jongen.

Gabriella Jude Fletcher, de hoofdpersoon van Gabi, Between Ages 8 And 13 (78 min.), werd geboren in Newcastle, leefde daarna zes jaar in Stockholm en verhuist nu met haar moeder en stiefvader Thomas naar het Zweedse platteland. Regisseur Engeli Broberg registreert gedurende vijf jaar hoe het haar vergaat: een kind dat niet past in vaste genderrollen. Dat demonstratief een T-shirt draagt met de tekst ‘Raise Boys And Girls The Same Way’.

Dit persoonlijk portret van een buitenbeentje, volledig verteld vanuit het perspectief van het kind, oogt fraai en komt dichtbij hoe zij de wereld ervaart, wat haar daarbij bezighoudt (wie en waar is haar biologische vader?) en met wie ze die zielenroerselen deelt (beste vriend Henry, die naar Australië is verhuisd). Dat is een klein en groot verhaal tegelijk, dat verder zonder al te hoge pieken en diepe dalen aangenaam voorbij trekt.

Flee

De reis begon in Kaboel en zou eindigen in Kopenhagen. Tussendoor zag Amin – als dat zijn echte naam is, tenminste – allerlei uithoeken van de wereld. Het begon allemaal met de verdwijning van zijn vader, die eind jaren tachtig werd opgepakt door de Moedjahedien. De tijd van vliegeren, popmuziek luisteren en volleyballen met zijn broer was toen voorbij voor de Afghaanse jongen. Samen met zijn moeder, broers en zussen sloeg hij op de vlucht. Tijdens zijn tocht zou Amin worden geconfronteerd met mensensmokkelaars, corrupte Russische politieagenten en filmende passagiers van een cruiseschip.

Flee (90 min.) is zijn persoonlijke vluchtverhaal en meteen een universele vertelling over vluchten in het algemeen. Amin – althans een fraaie geanimeerde versie van hem – vertrouwt zijn persoonlijke verhaal toe aan Jonas Poher Rasmussen. Met horten en stoten. In meerdere etappes. Soms gewoon zittend. Andere keren ook liggend, met gesloten ogen in het verleden verdwijnend. De twee zijn vertrouwd met elkaar: ze leerden elkaar in Denemarken op school kennen en zijn inmiddels al 25 jaar bevriend.

Gedurende die periode begon bij Rasmussen het idee te groeien om Amins levensverhaal te verfilmen. Daarvoor moest hij het alleen wel willen én kunnen vertellen. Dat bleek al moeilijk genoeg. Van meet af aan was ook duidelijk dat zijn Afghaanse vriend dit niet in beeld wilde doen. Hij wil anoniem blijven. Deze documentaire moest dus voor een groot deel uit geanimeerde scènes bestaan, aangevuld met archiefmateriaal uit de landen waar Amin onderweg tijdelijk onderdak had gevonden.

Daarbij is dan het originele audio te horen van de gesprekken tussen de filmmaker en zijn subject. Ook over diens homoseksualiteit. In Afghanistan bestaat dat niet. Ze hebben er niet eens een woord voor. Amin wel. Beter: een naam. Jean-Claude Van Damme. De stoere actieheld maakte heftige gevoelens los bij het jongetje, dat tevens een poster van Chuck Norris aan de muur had hangen. Hij kon toen nog niet weten wat diezelfde gevoelens in de wereld om hem heen te weeg zouden brengen.

Inmiddels is Amin een geslaagd man – een gearriveerde academicus, meer laat hij daar niet over los – en heeft hij bovendien al enige tijd een vaste relatie. Dat hedendaagse leven, en de strubbelingen die de Afghaan daarbij ondervindt, verweeft Rasmussen ingenieus met diens vluchtverhaal. Zoals ook de fraaie animaties soepel samenvloeien met ‘echte’ beelden van een vredig Kaboel, het grimmige Rusland dat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstond en een desolate vluchtelingengevangenis in Estland.

Tezamen vormen al die elementen een aangrijpend vluchtelingenverhaal, dat uiteindelijk overigens wezenlijk afwijkt van wat Amin bij binnenkomst in Denemarken aan douanebeambten heeft verteld. Ook daar zit de schaamte – en wellicht ook nog de angst. Die geven deze razendknappe film, al op diverse plekken in de prijzen gevallen, alleen nog maar méér lading.

Mayor Pete

Prime Video

Pete en Chasten hebben onlangs hun pasgeboren tweeling voorgesteld aan de rest van Amerika. Dat is op zich niets bijzonders: ze gedragen zich gewoon als trotse ouders, die het blijde nieuws willen delen met de wereld. Dat blijde nieuws komt dan wel van twee mannen. Getrouwde mannen, welteverstaan. Waarvan er één, Pete Buttigieg, in 2020 bovendien de eerste openlijk homoseksuele presidentskandidaat uit de Amerikaanse historie was. En diezelfde Pete is nu de eerste openlijk homoseksuele minister in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Niet slecht voor ‘een Maltees-Amerikaanse, linkshandige, episcopale, homoseksuele oorlogsveteraan’, die ook al burgemeester was van South Bend, Indiana. Mayor Pete (97 min.) dus. Een man die met zijn kandidatuur voor het presidentschap doelbewust het beeld probeert bij te stellen dat Amerikanen hebben van wie of wat een politicus kan zijn. Tegelijkertijd moet hij er rekening mee houden dat zijn seksualiteit voor sommige landgenoten een onbelangrijk detail is, terwijl het voor anderen zo’n beetje zijn raison d’être is als politicus – of, voor opponenten, reden genoeg om hem te beledigen of ridiculiseren.

Campagne voeren gaat hem desondanks gemakkelijk af, getuige deze documentaire van Jesse Moss, waarin hij wordt gevolgd tijdens zijn opmars bij de Democratische voorverkiezingen. Buttigieg lijkt een natuurtalent. Zelfs als er in zijn eigen gemeente een bescheiden Black Lives Matter-storm opsteekt, trotseert hij die met verve. Waar de meeste politieke docu’s overlopen van conflict, schandalen en slinkse trucs, moet Mayor Pete het echter vooral hebben van het historische karakter van Buttigiegs kandidatuur en de ernst, overtuiging en integriteit waarmee hij zijn missie uitdraagt. In de politiek komt het volgens hem aan op: het spel leren spelen, zonder dat het spel jou verandert.

Dat is een loffelijk uitgangspunt, maar geen basis voor een campagnedocu op het scherpst van de snede à la The War Room of Weiner. Mayor Pete is niettemin een interessante film geworden. Over een man die zo nu en dan echt even in zijn binnenste laat kijken, bijvoorbeeld als hij spreekt over de worsteling met zijn homoseksualiteit, en die zich gaandeweg steeds comfortabeler begint te voelen binnen zijn politieke missie. Zodra duidelijk wordt dat de Democratische nominatie desondanks buiten handbereik blijft, werpt hij opvallend kalm de handdoek in de ring en brengt Moss de film toch adequaat naar een climax, met behulp van Lou Reeds klassieke song Perfect Day.

Als politicus lijkt Pete Buttigieg een nieuwe generatie Witte Mannen te vertegenwoordigen. Wie weet waar het hem, na zijn jaren als minister van Transport in de regering Biden, ooit nog brengt…

Always Jane

Prime Video

In het voorjaar van 2020 maakt de achttienjarige Jane Noury zich op voor het sluitstuk van een intensief traject, dat vijf jaar eerder in gang is gezet. Over drie maanden, woensdag 17 juni, moet het gebeuren: de allerlaatste operatie. Als ze die horde heeft genomen, is de tiener uit Sparta, New Jersey, precies wie ze wil zijn.

En dan worden Jane en haar omgeving, net als de rest van de wereld, overvallen door een pandemie die alles op z’n kop zet. Kan de Amerikaanse tiener de transitie, die haar nu al toegang tot de modellenwereld heeft verschaft, straks ook daadwerkelijk voltooien? En in hoeverre moet ze dat helemaal alleen doen, zonder liefdevolle familieleden en vrienden aan haar zijde? Om de situatie enigszins te verlichten, krijgt ze op haar verjaardag alvast een mooie muts. Met een vagina erop.

In de vierdelige serie Always Jane (184 min) documenteert Jonathan C. Hyde, met behulp van vlogs en filmpjes die de hoofdpersoon zelf maakt, het kwetsbare proces dat zij al op jonge leeftijd moest aangaan. Jane lijkt daarbij in haar directe omgeving overigens op weinig tegenstand te stuiten. Zelfs haar inwonende grootvader van dik negentig, al zijn hele leven lang lid van de Republikeinse partij, lijkt het geen probleem te vinden dat zijn kleinzoon Jack enkele jaren geleden een kleindochter is geworden.

Dat is zonder enige twijfel heel fijn voor Jane, maar zorgt er wel voor dat deze vierdelige serie nergens écht de diepte ingaat en vaak wat spanningsloos voort dobbert. Natuurlijk, de jonge vrouw en haar dierbaren maken zich begrijpelijkerwijs zorgen over van alles en nog wat, maar uiteindelijk is haar hele omgeving zo positief betrokken, op z’n Amerikaans bijna, en is Jane’s keuze al zo uitgehard dat fundamentele strijd, twijfel en smart achterwege blijven.

Always Jane biedt daardoor geen nieuw perspectief op een thema, dat inmiddels al op talloze plekken uitgebreid is belicht, en onderscheidt zich ook nauwelijks van de wildgroei aan (reality)programma’s over de transwereld.

Jason

VPRO

Terwijl hij razendsnel een Rubiks Kubus oplost, kijkt Jason Bhugwandass op zijn laptop naar een tamelijk bloederige uitlegvideo over een mastectomie. Daarna belt hij met zijn behandelaar. ‘Ik heb je foto gezien die je ons had gestuurd, van hoe je borstkas er nu uitziet’, zegt zij. Op die borstkas komt een groot litteken.

‘Dat maakt mij niet zoveel uit’, stelt Jason resoluut. ‘Ik wil eigenlijk wel plat.’ De Amsterdamse jongen, begin twintig, lacht er beminnelijk en zenuwachtig bij. ‘Eigenlijk heb ik alles wat ik moet weten’, constateert zijn gesprekspartner even later. Jason zelf heeft nog wel een vraag, voor als hij zou komen te overlijden op de operatiekamer. ‘Mocht het gebeuren, maak je me dan wel eerst af?’

Jason (90 min.), de hoofdpersoon van deze nieuwe documentaire van Maasja Ooms is op een missie, maar die heeft slechts zijdelings met zijn transitie van meisje naar jongen te maken. Pas gaandeweg wordt duidelijk waar hij zich precies sterk voor – of beter: tégen – wil maken. Eerst moeten er, vergezeld door zijn vaste knuffel, enkele ‘bakken’ in zijn hoofd, vol met trauma’s uit zijn jeugd, worden geleegd.

In dat kader ondergaat hij EMDR-therapie, een terugkerend element in deze observerende film waarbij Ooms opnieuw haar uitgesproken kracht als maakster toont: ze slaagt erin om héél dichtbij te komen – ook emotioneel – en blijft ogenschijnlijk toch geheel afwezig. Ze neemt verder de tijd voor elke scène en geeft nauwelijks context, zodat de kijker het verhaal zelf bij elkaar moet puzzelen.

Daarbij spelen de ontwikkelingen in het stemmige Jason zich nóg meer onderhuids af dan in haar vorige twee documentaires: Alicia (2017), een aangrijpend portret van een meisje dat helemaal verdwaald raakt in de Nederlandse jeugdzorg, en Rotjochies (2019), over ontspoorde jongeren die tijdens een verblijf op het Franse platteland weer op het rechte spoor moeten worden gebracht.

Die films komen dan ook wat directer binnen dan dit broeierige portret, dat soms ook een heel klein beetje trekt. Samen vormen de documentaires evenwel een verplicht drieluik over knelpunten binnen de Nederlandse jeugdzorg. Want daarover heeft ervaringsdeskundige Jason, die een traumatische opname achter de rug heeft, dus een punt te maken: de gesloten jeugdzorg moet worden afgeschaft.

Terwijl hij de demonen van zijn verleden probeert te bezweren en zich inzet voor een doel dat hemzelf ontstijgt, probeert Jason soms ook heel geconcentreerd, met behulp van een mes en een vork, een Rubiks kubus in een vaas te wurmen. Is het een metafoor voor wie hij zelf is? Een puzzel die je pas kunt oplossen als hij is bevrijd? Of, zoals hij en zijn behandelaar constateren, dat simpelweg niets onmogelijk is?

Fauci

Disney+

Hij kwam in zijn lange loopbaan tweemaal in de frontlinie van een enorme gezondheidscrisis te staan. Tijdens de AIDS-epidemie van begin jaren tachtig, toen het HIV-virus huishield in de homoseksuele gemeenschap van de Verenigde Staten, werd wetenschapper Anthony Fauci het gezicht van de falende respons van de Regering Reagan. Gay America voelde zich op geen enkele manier serieus genomen en was woedend. AIDS-activist Larry Kramer vergeleek hem zelfs met een moordenaar. Fauci (104 min.) moest zijn benadering echt fundamenteel bijstellen om het tij te kunnen keren. Tegenwoordig wordt de gedreven immunoloog beschouwd als een sleutelfiguur in de bestrijding van AIDS.

Een kleine veertig jaar later zou Anthony Fauci voor nog veel hetere vuren komen te staan en zowaar uitgroeien tot een Bekende Amerikaan. In de loop van 2020 werd hij tijdens de Coronacrisis een haatobject voor elke zichzelf respecterende Trump-supporter. Fire Fauci, scandeerde het publiek tijdens politieke toespraken van de Republikeinse president. Er werd zelfs een wetsvoorstel ingediend om dat daadwerkelijk te regelen. Rechtse talkshowhosts spraken geringschattend over ‘Dr. Doom’ en haalden hem zo’n beetje dagelijks door het slijk. En Donald Trump zelf liet geen gelegenheid onbenut om de bekendste gezondheidsfunctionaris van het land van onder uit de zak te geven.

Anthony Fauci had ‘t er natuurlijk zelf naar gemaakt: hij sprak de Amerikaanse president geregeld tegen als het ging over het Coronavirus en baseerde zich daarbij nog op wetenschappelijk onderzoek ook! Het kwam hem en zijn vrouw en kinderen op serieuze bedreigingen te staan (en maakte van de tachtigjarige Fauci tevens een soort superheld voor Links Amerika). Die pijnlijke episode – nog geen jaar geleden en toch al ver weggezakt in het collectieve geheugen – vormt het centrale verhaal van dit boeiende portret, dat parallel daaraan ook de AIDS-crisis belicht en nog een uitstapje maakt naar de bestrijding van Ebola.

De documentairemakers John Hoffman en Janet Tobias laten behalve Anthony Fauci zelf, zijn echtgenote Christine en hun dochter Jenny ook collega’s, homo-activisten en oud-president George W. Bush en U2-zanger Bono, met wie hij tegen de verspreiding van AIDS in Afrika streed, aan het woord. Uit die gesprekken komt een beeld van Fauci als een onkreukbare overheidsfunctionaris, die zich onvermoeibaar, desnoods ten koste van zijn eigen gezin, inzet voor de goede zaak en daardoor zowel aan het begin (AIDS) als aan het eind (COVID-19) van zijn carrière echt heeft kunnen floreren. Dit portret krijgt daarmee het karakter van een eerbetoon. En dat lijkt niet eens onterecht…

To Bi Or Not To Bi

BNNVARA

Ze bevinden zich in een tussenfase, willen van twee walletjes eten of zijn echt hyperseksueel. Aan oordelen geen gebreken als je uitkomt voor je biseksualiteit. Mensen denken nu eenmaal graag in hokjes. Je bent óf man of vrouw, legt één van de sprekers in To Bi Or Not To Bi (32 min.) uit. Je bent hetero óf lesbisch of homo. Op het moment dat je de ‘monoseksuele norm’ doorbreekt, dan raken mensen volgens hem in verwarring of voelen ze zich bedreigd in hun identiteit.

Centraal in deze korte docu staat presentator Bastiaan Rosman. Hij kwam op zijn 24e uit de kast. Tot die tijd dacht iedereen, inclusief hijzelf, dat hij ‘gewoon’ heteroseksueel was. ‘Wat mij wel opvalt is dat je, sinds jij verteld hebt dat je biseksueel bent, altijd met vriendjes thuiskomt’, concludeert Rosmans moeder. ‘Ja, maar ik vind jongens ook leuker’, reageert haar zoon. Hij legt de bal vervolgens weer bij haar: ‘Denk je dat ik bi ben of denk je dat ik alleen op jongens val?’ Zijn moeder begint te lachen: ‘Moet ik daar echt eerlijk antwoord op geven?’

Voor de sprekers in deze aardige film is seksualiteit een spectrum. Waarbij ze niet per definitie fifty-fifty hetero en homo zijn. 60-40 kan ook. 70-30. Of zelfs 90-10. En dat hangt dan ook weer van het moment af. Op zulke momenten krijgt To Bi Or Not To Bi bijna iets komisch. Deze fraai vormgegeven productie, waarvoor Rosman ook nog spreekt met een biseksuele vriendin, één van zijn voormalige docenten en een getrouwd stel waarvan de man ook op mannen valt, is verder een onverbloemd pleidooi om de (bi)seksualiteit van jezelf of mensen in je directe omgeving te omarmen.

Hemel, Hel & Regenboog

EO

Hij valt even helemaal stil en moet echt een ogenblik nemen om zijn emoties weg te slikken. In de openingsscène van de tv-docu Hemel, Hel & Regenboog (50 min.) kijkt John Lapré op zijn laptop naar een preek van een prominent lid van de evangelische gemeente, waarvan hij ooit zelf deel uitmaakte. De man spreekt over homoseksualiteit als ‘een gruwel voor Gods aangezicht.’ John werd als jongeling ooit uit het plaatselijke broederhuis gezet toen bleek dat hij op mannen valt.

‘Het gaat om de leer’, zegt hij nu bitter. ‘Daar moet alles voor wijken. En als dat mensenlevens kost…. So be it. De Waarheid boven alles.’ En dan stelt documentairemaker Noud Holtman, die eerder de documentaire De Kast, De Kerk & Het Koninkrijk maakte, de vraag waardoor zijn gesprekspartner even pas op de plaats moet maken: ‘Hoe bedoel je, mensenlevens?’ John: ‘Ik geloof dat ze in staat zijn om, als ik het leven was gestapt, te zeggen: maar het ligt niet aan ons. Wij hebben geen schuld.’

John Lapré, in het dagelijks leven marineofficier, is een man met een missie. Hij wil reformatorische kerken en scholen inclusiever maken, zodat ze een veilige omgeving worden voor LHBTI’ers. In dat kader spreekt Lapré met vertegenwoordigers van zijn oude middelbare school, de Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen. Ook ontmoet hij Gert-Jan Segers, de fractievoorzitter van de ChristenUnie, een partij die in de Tweede Kamer tegen een verbod op de zogenaamde conversietherapie stemde.

Die ontmoetingen vinden duidelijk speciaal voor de film plaats. Het bezoek aan zijn geboorteplaats Genemuiden, waarbij John wordt vergezeld door zijn partner Lionel en een man die vroeger als vrouw door het leven ging, oogt een stuk minder opgeprikt. Worden ze bijvoorbeeld écht niet herkend door hun voormalige stadsgenoten of wíllen die hen niet kennen? Tijdens een interview op straat voelen John en zijn gezelschap zich in elk geval zichtbaar ongemakkelijk. Alsof iedereen staat mee te luisteren.

In zulke scènes wordt dat gevoel van er niet bij horen, je niet geaccepteerd voelen door wie je bent, ineens heel tastbaar. De dagen dat niemand van Johns homoseksualiteit wist herleven. Net als de jaren waarin iedereen ervan wist en hij ook thuis een tijdje niet welkom was. En de therapie waarmee hij vervolgens van alles af probeerde te komen, van de geaardheid zelf en het bijbehorende stigma. Dan blijken de Hemel, Hel & Regenboog niet alleen bespreekbaar, maar worden ze ook echt zichtbaar.

My Name Is Pauli Murray

Amazon Prime

In 1940, vijftien jaar voordat Rosa Parks in de bus weigerde om op te staan voor een witte passagier, deed een andere zwarte vrouw min of meer hetzelfde. Zij is echter behoorlijk in de vergetelheid geraakt. My Name Is Pauli Murray (93 min.) zet de schijnwerper op deze opmerkelijke persoonlijkheid, die een groot deel van haar leven op de barricaden stond voor een eerlijkere wereld.

Pauli Murray (1910-1985) schreef vlammende brieven aan president Franklin Roosevelt en raakte bevriend met zijn vrouw Eleanor. Later stond ze in de frontlinie van de burgerrechtenstrijd. En als feministe van het eerste uur maakte ze zich sterk voor gelijke rechten voor vrouwen. Intussen paste ze als persoon niet in de vaste hokjes voor de twee geslachten: ze voelde zich een man in een vrouwenlichaam en had jarenlang een relatie met een andere vrouw. Murray worstelde bovendien haar hele leven met depressies en andere psychische problemen.

Elementen genoeg, kortom, voor een doorleefd portret van een strijdbare activiste die vaak voor de muziek uitliep en daardoor lang niet altijd de credits kreeg voor haar baanbrekende werk. Deze film van Betsy West en Julie Cohen (samen ook verantwoordelijk voor RBG, een portret van de linkse superster van het Amerikaanse hooggerechtshof Ruth Bader Ginsburg) brengt alle elementen van Murrays veelzijdige leven netjes bij elkaar, inclusief fragmenten uit haar vele geschriften en audio-opnames waarin ze uit eigen werk voorleest. De film kleurt alleen een beetje al te nadrukkelijk binnen de lijntjes.

Alle sprekers – vrienden en kennissen, enkele biografen en zwarte professoren die het belang van haar leven en werk duiden – vertrekken vanuit min of meer dezelfde positie: dat Pauli Murray een sleutelrol heeft gespeeld in de vrijmaking van groepen die in de Verenigde Staten van de twintigste eeuw een achtergestelde positie hadden. Dat uitgangspunt snijdt ongetwijfeld hout, maar is niet per definitie ook een vruchtbare basis voor een verhaal dat echt sprankelt, knarst of verrast. My Name Is Pauli Murray is uiteindelijk vooral een aansprekende preek voor de eigen parochie.

The Most Beautiful Boy In The World

Amstelfilm

Hij heeft in de afgelopen jaren al in Finland, Hongarije en Rusland gekeken, maar geen enkele jongen heeft ‘het’. Totdat op een koude februaridag in 1970 de vijftienjarige Björn Andrésen binnenstapt tijdens een screentest in Stockholm. De Italiaanse regisseur Luchino Visconti is totaal overdonderd.

Een goddelijke jongen. Die prachtige verlegen glimlach. De werkelijk onweerstaanbare ogen. En dat ranke bovenlijf, speciaal op zijn verzoek ontbloot. Visconti heeft Tadzio gevonden, de held voor zijn verfilming van Thomas Manns novelle Death In Venice! Als de speelfilm, over de liefde van een oudere man voor een onschuldige jongen, een jaar later in première gaat tijdens het festival van Cannes, groeit de Zweedse tiener direct uit tot een wereldwijd idool. Een leeg canvas waarop eenieder – begerige kerels voorop – zijn verlangens kan projecteren.

Een halve eeuw is ‘Tadzio’ allang niet meer The Most Beautiful Boy In The World (94 min.), de geuzennaam die de Italiaanse regisseur hem gaf. Hij oogt als een slonzige oude man, met een onverzorgde baard en lang grijs haar. Zijn huisbaas wil hem uit zijn vervuilde woning zetten. Andrésens buren voelen zich niet meer veilig sinds hij op een onbewaakt ogenblik het gas aan heeft laten staan. Intussen ligt Björn gedurig in de knoop met zichzelf en zijn jongere vriendin Jessica.

Na Death In Venice verloor Visconti snel zijn interesse in hem. De jongen was inmiddels zestien en onmiskenbaar onderweg naar volwassenheid. Op de plotselinge roem die hem ten deel viel – van een carrière als popster en inspiratiebron voor mangatekenaars in Japan tot een rol als ‘trophy boy’ voor Franse homoseksuelen – was hij echter op geen enkele manier toegerust. De mediahype zou hem alleen maar confronteren met de butsen die hij in zijn jeugd had opgelopen.

Andrésens gecompliceerde levensverhaal wordt in handen van Kristina Lindström en Kristian Petri een even sfeervolle als melancholieke vertelling. Over een door het leven getekende man die nooit de ongerepte Tadzio is geweest die Visconti in hem zag, eerder een slachtoffer van ’s werelds oppervlakkige fixatie op uiterlijk en beroemdheid. Een zwaarmoedige man bovendien, die nog altijd bezig is om de wonden uit zijn verleden een plaats te geven in zijn huidige bestaan.

Pray Away

Netflix

Homoseksualiteit bleek wel degelijk omkeerbaar. John Paulk en Anne Edward vormden eind jaren negentig het tastbare bewijs. Hij viel ooit op mannen, zij was een voormalige lesbienne. God had hen echter genezen. En nu waren ze te gast in de spraakmakende talkshow van Jerry Springer en stonden ze op het punt om samen in het huwelijksbootje te stappen. Eind goed, al goed.

In de stevige documentaire Pray Away (102 min.) kijken Paulk en andere prominente ex-gays met gemengde gevoelens terug op de periode dat ze onder invloed van de Heer een goed christelijk leven probeerden te leiden. Voormalige ex-gays, welteverstaan. Want de herstel- of conversietherapie die ze ondergingen, bleek uiteindelijk toch niet te beklijven. Hoezeer ze zich in het openbaar – en tot verdriet van andere christelijke homo’s – ook sterk bleven maken voor het afzweren van die tegennatuurlijke levenswijze.

Regisseur Kristine Stolakis zet hun ervaringen, die stuk voor stuk uitmonden in een persoonlijke catharsis (‘hoe kun je dat je eigen mensen aandoen?’ vraagt een propagandist van het discriminerende wetsvoorstel Proposition 8 zich af), af tegen de activiteiten van Jeffrey McCall. Nog niet zo lang geleden wilde deze bekeerling van geslacht veranderen, nu lijkt hij een alternatief te hebben gevonden in het geloof. McCall waarschuwt ouders dat ze hun kinderen niet naar een school moeten sturen, waar hun kinderen hormonen kunnen krijgen of hun lichaam chirurgisch mogen laten verminken.

De manier waarop Stolakis hem plaatst te midden van de getuigenissen van ex-ex gays en hun ervaringen met (verwoestende) bekeertherapieën laat er weinig misverstand over bestaan over hoe ze zijn rol ziet. Ook hij zal mettertijd waarschijnlijk oversteken naar wat ze in conservatief christelijke kringen ‘the dark side’ noemen. Het is alleen de vraag hoeveel kwaad hij, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, in de tussentijd zal aanrichten. En of het überhaupt zover komt dat hij wederom uit de kast komt.

Amerikaans onderzoek heeft immers uitgewezen, zo valt te lezen in de aftiteling, dat deelnemers aan conversietherapie tweemaal zo vaak een einde aan hun leven maken als andere LGBTQ-jongeren.

Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs

VPRO

‘Op de middelbare school kwam ik er pas achter wat een homo is’, vertelt Maarten. ‘En dat ik dat dan had.’ Interviewster Yora Rienstra kan haar oren bijna niet geloven. ‘Hád?’ De domineeszoon moet er zelf om lachen. ‘Ja, die geaardheid.’ Yora bijt door: ‘Dat klinkt alsof je een ziekte had? Voelde dat zo?’ Maarten: ‘Ik denk het wel. Mijn hele middelbare schoolperiode was ik een soort van aan het bewijzen dat ik het niet was.’

Maartens ouders vertellen dat ze het heel erg verdrietig vinden dat hun zoon zo lang met zijn seksualiteit heeft geworsteld. Tegelijkertijd vinden zij die ook niet gemakkelijk. Hun hele omgeving wijst zijn geaardheid, met de bijbel in de hand, categorisch af. En dat is precies het terrein dat Rienstra, die zelf op vrouwen valt, met de tv-docu Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs (51 min.) in kaart wil brengen. De film is een vervolg op, inderdaad, de aangifte die zij eind vorig jaar deed tegen minister Arie Slob (ChristenUnie). Hij had gezegd dat reformatorische scholen homoseksualiteit mogen afkeuren zolang ze maar zorgen voor een veilig leerklimaat. En toen kwam de stoom dus uit haar oren.

Niet alle gelovige gays zitten overigens te wachten op zo’n aangifte, van een theatermaakster uit Amsterdam nota bene. Helpt die jonge homo’s en lesbiennes in een christelijke omgeving werkelijk verder? Nadat Yora Rienstra haar oor bij hen te luister heeft gelegd, besluit ze ook in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van religieuze scholen. Daar vindt ze uiteindelijk een gewilliger oor dan ze had verwacht, al wordt ook meteen duidelijk dat het in deze kwestie spitsroeden lopen blijft voor zowel christenhomo’s als hun gemeenschap.

Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs geeft zo ruimte aan de verschillende gezichtspunten over homo’s en religie en is daardoor uiteindelijk beduidend minder scherp – of: genuanceerder – dan de titel wellicht doet vermoeden.

My Gay Life

Channel 4

Het duurde tien jaar voordat Rob en Dee zwanger waren. Er kwamen IVF en een spermadonor aan te pas. En toen had het Britse stel zowaar een zoon: Billy. Die kwam al op zevenjarige leeftijd uit de kast. Moeder heeft daar geen moeite mee, maar vader kan het nauwelijks geloven. ‘Volgens mij is hij niet gay’, meent Rob. ‘Dat kun je pas beslissen als je zestien of zeventien bent.’ Billy riposteert: ‘Hij denkt dat ik het zeg om hem op de kast te jagen.’

En zo staan de pionnen op het bord voor My Gay Life (47 min.), een jeugddocu waarvoor Billy van zijn elfde tot en met zijn achttiende zijn eigen leven filmde. Een periode waarin hij ook op gezette tijden werd geïnterviewd door de filmmakers Mel Beer en Tim Froggat. Het zijn jaren waarin het de tiener in eerste instantie voor de wind lijkt te gaan. Alleen Rob ligt dwars, vinden zijn vrouw en zoon. ‘Ik kan nu volmondig beamen dat m’n vader een enorme eikel is’, vertelt Billy zonder omhaal van woorden aan zijn dagboekcamera.

Terwijl de jongen zich overgeeft aan zijn stoutste dromen, blijft de relatie met zijn vader precair. Bovendien krijgt Billy’s moeder een fikse tegenslag te verwerken. Dan wordt het filmen zelfs even stopgezet. Pas enige tijd later hervat Billy het documenteren van zijn eigen leven voor wat uiteindelijk een vlotte coming of age-docu is geworden. Die graaft niet al te diep, belicht vooral Billy’s eigen perspectief en doet daardoor Rob als bezorgde vader niet altijd evenveel recht, maar brengt wel aardig de ontwikkeling van een zoekende homoseksuele jongen in beeld.

Die verlaat zich daarbij consequent op een motto dat hij heeft ontleend aan zijn grote idool, Lady Gaga: ‘Don’t you ever let a soul in the world tell you you can’t be exactly who you are.’ Waarvan akte.

Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story

Op de schouders van de gigant David Bowie, als directe reactie op de eerste punkgolf en snakkend naar een eigen signatuur vond een nieuwe generatie Britse jongeren eind jaren zeventig een thuisbasis in de Londense club The Blitz. Daar ontstond een Europese evenknie van het Amerikaanse Studio 54, waar zich een frisse incrowd van kunstenaars, modeontwerpers en muzikanten vormde. De zogenaamde ‘new romantics’. Ze waren arrogant, extravagant en genderfluïde.

Onder deze Blitz Kids – type kijken en bekeken worden – bevonden zich toekomstige pophelden als Boy George (Culture Club), Gary Kemp (Spandau Ballet) en Midge Ure (Ultravox) en de messcherpe modeontwerpers Michele Clapton, Fiona Dealey en Stephen Jones. Die willen in deze joyeuze documentaire van Bruce Ashley en Michael Donald natuurlijk maar al te graag vertellen over de tijd dat zij tot ‘the happy few’ behoorden en een geheel eigen stijl – op het snijpunt van pop, mode en kunst – begonnen uit te dragen. Ze realiseerden zich vrijwel direct: ‘Dit is mijn stam.’

Gezamenlijk hebben zij, constateren ze nu in het sjiek uitgevoerde Blitzed!: The 80’s Blitz Kids Story (90 min.), ook het pad geëffend voor mannen en vrouwen die zich buiten de voor hun gender en geslacht gebaande paden wilden wagen. Van outcast kon je wel degelijk incrowd worden. En tussendoor kwam – om de cirkel helemaal rond te maken – zowaar hun grote inspirator Bowie nog op bezoek in de glamoureuze club van het illustere duo Rusty Egan en Steve Strange. Hij vroeg enkele sleutelfiguren uit de scene bovendien om de videoclip voor zijn hitsingle Ashes To Ashes op te fleuren.

Dat is een mooi verhaal uit de oude doos, waaruit ook de ‘new romantics’ tegenwoordig met liefde en plezier putten. Ze zijn natuurlijk allang ‘old romantics’ geworden. Bevangen door de nostalgie over hun jeugd die ons allemaal ooit overvalt.