Doof Kind

 

‘Ik heb de horende wereld niet nodig’, zegt Tobias de Ronde en voegt er, half grappend, aan toe: ‘Deaf Power!’ Via zijn broer Joachim en vader Alex, die de documentaire Doof Kind (71 min.) over hem maakte, is en blijft Tobias natuurlijk wel degelijk verbonden met de wereld van de horenden. Maar of hij er ook (nog) thuis hoort? Twintiger Tobias voelt zich inmiddels helemaal op zijn plek te midden van louter doven, bijvoorbeeld op de enige dovenuniversiteit van de wereld in Washington. ‘Het is mijn cultuur, mijn identiteit.’

Die zogenaamde dovenidentiteit is een terugkerend aspect in deze persoonlijke film van Alex de Ronde, waarmee hij zowel op het IDFA in Amsterdam als op het Belgische festival Docville de publieksprijs won. In hoeverre wordt die identiteit bedreigd door de komst van implantaten? Kinderen die nu met een gebrekkig gehoor worden geboren, krijgen direct een Cochleair Implantaat (CI). Als gevolg daarvan zou de gebarentaal, waarin Tobias floreert en die hem ook is gaan definiëren, wel eens helemaal verloren kunnen gaan. Dat gaat hem zichtbaar aan het hart.

En dan te bedenken dat het voor diezelfde Tobias en zijn familie ooit een onmogelijke keuze leek: een ‘normale’ middelbare school in Amsterdam of toch die speciale dovenschool in het verre Groningen? Hij koos uiteindelijk voor het hoge Noorden en bewees daar, ook aan zichzelf, dat doofheid niet per definitie een handicap hoeft te zijn. Soms heb je er zelfs uitgesproken voordeel van, vertelt hij op de hem kenmerkende lichtvoetige wijze. Bijvoorbeeld als je geen zin hebt om de tram te betalen. Je reist als dove overigens sowieso met korting.

Die nuchtere toon is kenmerkend voor de geboren verhalenverteller Tobias en deze ontroerende film over zijn leven. Terwijl er in de familie De Ronde toch ook voldoende drama is geweest: beestjes in mama’s borst bijvoorbeeld, ooit nog ongewild onderwerp van gesprek in de talkshow van Catherine Keyl. Vader en debuterend filmmaker Alex, in het dagelijks leven directeur van het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis, kiest er echter voor om deze familietragedie niet te benadrukken en simpelweg zijn onvermijdelijke plek te geven in het leven van zijn opgroeiende zoon.

In Doof Kind versnijdt hij activiteiten van en interviews (in gebarentaal) met de inmiddels volwassen Tobias, zoals een nieuwe liefde en de daarmee gepaard gaande toekomstplannen, met oude familiefilmpjes, waarmee de weg naar zijn huidige, ogenschijnlijk tamelijk zorgenvrije bestaan in beeld wordt gebracht. Intussen komen actuele dilemma’s voor Tobias aan bod. Of hij bijvoorbeeld zelf een doof of horend kind wil? Het officiële antwoord is dat het niet uitmaakt, stelt hij onomwonden. Maar: ‘een olifant wil toch ook niet liever een tijgerwelpje?’

Stories We Tell

 

‘Elke familie heeft een verhaal’, stelt de ondertitel van deze overrompelende egodocumentaire van Sarah Polley uit 2012, die donderdag wordt herhaald op NPO2. Je zou die zin ook kunnen parafraseren: elke familie wórdt een verhaal – en zou dus het decor kunnen vormen voor een zeer persoonlijke film zoals Stories We Tell (108 min.).

Die verhalen kunnen de waarheid natuurlijk ook in de weg zitten. Want corresponderen de verhalen die we over onszelf vertellen werkelijk met het leven zoals we dat leven of hebben geleefd? Of overwoekert onze behoefte om de protagonist te worden in onze eigen vertelling, met een kop en (liefst een bevredigende) staart, de ware gebeurtenissen? En in hoeverre worden we eigenlijk voor de gek gehouden door ons geheugen?

In de aangrijpende speelfilm My Life Without Me vertolkte Sarah Polley ooit de rol van een zieke moeder die in het geheim scenario’s voor haar man en kinderen schrijft, voor een toekomst waarvan ze zelf geen deel meer zal uitmaken. In Stories We Tell gaat ze op zoek naar haar eigen moeder. Diane Polley overleed toen dochter Sarah elf was en liet haar gezin vooral achter met mogelijke scenario’s voor het verleden: wie was bijvoorbeeld Sarahs biologische vader? En (hoe) kun je vooruit als die vraag nog niet is beantwoord?

De regisseuse laat daarbij ostentatief zien hoe ze haar eigen verhaal stuurt. Ze instrueert de man die ze jarenlang als haar vader beschouwde, acteur Michael Polley, bij het inspreken van voice-overs, demonstreert hoe ook interviews uiteindelijk geënsceneerde situaties zijn waarover alleen zij als maakster controle heeft en fabriceert zelfs authentiek ogende familiefilmpjes die ze versnijdt met originele video’s van het gezin Polley. Stories We Tell is haar verhaal, wil ze maar zeggen. Haar waarheid.

En een verhaal vertellen kan ze, deze Canadese filmmaakster. Ze lardeert haar persoonlijke zoektocht met kleine valkuilen, milde humor en verraderlijke cliffhangers en werkt uiteindelijk toe naar een bijzonder bevredigend einde. Stories We Tell is, kortom, het werk van een geboren verhalenverteller, die ook nog eens verdacht dicht bij de – nee, laten we zeggen: een – waarheid lijkt te komen.

Dear Zachary: A Letter To A Son About His Father


Een klein monumentje moest het worden, deze film. Voor een overleden vriend. Vermoord, om precies te zijn. In een park in Pennsylvania. Dokter in opleiding Andrew Bagby. 6 November 2001. Vijf kogels en een klap op het achterhoofd. Verdachte: zijn veel oudere ex-vriendin Shirley. Een ‘psychotic bitch’, volgens diverse betrokkenen.

Andrews vriend Kurt Kuenne was net bezig met filmen en interviewen. Had zijn ouders Kate en David al gesproken. Andrews voormalige verloofde. En een enorme stoet familieleden, vrienden, kennissen en studiegenoten. Toen bleek Shirley (tweemaal gescheiden, drie kinderen) enkele maanden zwanger. Van dezelfde Andrew, die ze met voorbedachte rade zou hebben vermoord.

Toen Kuenne dat hoorde, had hij geen keuze meer: zijn film voor familie en vrienden zou worden opgedragen aan Andrews kind. Zachary Andrew Turner, geboren op 18 juli 2002. Zeven maanden na de dood van zijn vader. Ook rond het kleine jongetje zou zich een groot drama afspelen. De persoonlijke tributevideo veranderde in een intrigerende documentaire: Dear Zachary: A Letter To A Son About His Father (91 min.).

Een film als een trits omvallende dominostenen. Geen idee waar het stopt of heengaat. Ruw gefilmd, snel gemonteerd. En zo gewiekst opgebouwd dat het bijna onkies wordt. Waarbij het persoonlijke perspectief van de maker, de voice-overs aan het adres van Andrews zoon Zachary, zorgt voor een enorme zeggingskracht. En een aangrijpende film die de kring van Andrew Bagby inderdaad volledig ontstijgt en na het ondergaan nog wel even nazindert.

De reportage The Legacy Of Dear Zachary: A Journey To Change Law (15 min.) kan worden beschouwd als een nabrander voor Dear Zachary. Een making of, die ook de nasleep van de film in beeld brengt. Na de documentaire zelf te bekijken dus.

Lief En Leed Op Parc Beaugarde

 

De liefde heeft Hans Pool ooit naar Culemborg gebracht. Als zijn huwelijk vijftien jaar later stuk loopt, besluit de filmmaker, die even zonder woning zit, een zomer door te brengen op een recreatiepark in de directe omgeving. Daar treft hij diverse andere mannen en vrouwen aan, die na een echtscheiding de draad weer proberen op te pakken.

Die zomer heeft geresulteerd in de televisiedocumentaire Lief En Leed Op Parc Beaugarde (55 min.), waarin Pool, die zijn eigen beslommeringen verder achterwege laat, rustig en genuanceerd vijf (tijdelijke) bewoners van het recreatiepark portretteert. Camping Tranendal, noemt een van de betrokkenen het fraai gelegen park, waar ook gewone vakantiegangers en Oost-Europese gastarbeiders verblijven. Gekscherend, maar beslist ook met een kern van waarheid.

Stratenmaker Arie, nog niet zo lang geleden door zijn vrouw aan de kant gezet voor een nieuwe liefde, arriveerde bijvoorbeeld met zo’n beetje alleen een televisie in Parc Beaugarde en heeft nog altijd geen cent te makken. In korte tijd heeft hij wel een soort pseudo-familie gevonden op het park. Jan woont daarentegen al zo’n dertien jaar alleen in een van de chalets. Sinds zijn huwelijk op de klippen is gelopen, houdt hij ’t bij zijn hond en vishengel. Hij blijft in elk geval, zo zegt hij ferm, uit de buurt van vrouwen.

Parc Beaugarde is een soort eiland voor afgewezenen, constateert de Oekraïense vrouw Olga, die met haar man en drie kinderen ook op het park bivakkeert en daar – hoe symbolisch – bruidsjurken naait. Zij beziet de, veelal mannelijke, populatie van de chalets van enige afstand en voorziet hun lief en leed van nuchter commentaar. Olga ziet ook hoe Peter, een oudere bewoner die na twee gestrande huwelijken in het recreatiepark terecht is gekomen, via een datingsite een nieuwe liefde heeft gevonden.

En dan is er nog de arts Saskia, die na een ingrijpende gebeurtenis besloot dat het helemaal anders moest met haar leven. Ze heeft onlangs een chalet betrokken, dat ze voorlopig met haar toekomstige ex-man gaat delen. Allebei zorgen ze daarnaast enkele dagen per week thuis voor de kinderen. Is dit werkelijk de stap die zij nu wil zetten? En wat betekent dat dan voor hem?

Met compassie belicht Hans Pool in Lief En Leed in Parc Beagarde een wereld, waarin de aloude belofte ‘tot de dood ons scheidt’ zijn oorspronkelijke waarde heeft verloren en mensen, vaak zonder dat ze het wilden of zagen aankomen, halverwege hun leven ineens de koers moeten verleggen. Ieder gaat die uitdaging op zijn eigen manier aan.

André Hazes: Zij Gelooft In Mij

 

Bijna vijftien jaar na zijn dood kunnen we de balans opmaken van wat André Hazes heeft nagelaten. Zijn kinderen Dré en Roxanne (in deze documentaire te zien als de kinderversie van zichzelf) zijn op eigen kracht beroemdheden geworden, laatste vrouw Rachel werd een vaste gast in ‘de bladen’ en hij geldt nog altijd, onbetwist, als Neerlands grootste levensliedzanger.

De documentaire André Hazes: Zij Gelooft In Mij (91 min.) van John Appel heeft daarin een niet te onderschatten rol gespeeld. Tot die tijd hadden we Hazes nog kunnen verslijten voor een René Froger of een Lee Towers, inwisselbare Nederlandse varianten op internationale sterren als Frank Sinatra en Engelbert Humperdinck. Misschien is het zo simpel als André het zelf altijd formuleerde: hij had écht de blues (al klinkt die in zijn geval dan als een smartlap).

Die muziek kegelt alles en iedereen omver in deze film uit 1999, de eerste Nederlandse documentaire in lange tijd die het echt goed deed in de bioscoop. Omdat het soms lijkt alsof Hazes echt alleen voor jou zingt, terwijl je weet dat hij het in werkelijkheid tegen Rachel, of zijn overleden moeder, heeft. ‘Dan zeggen ze: alles wat ie zingt komt recht uit zijn hart’, zei Theo Maassen daarover gekscherend in zijn voorstelling Bepaalde Dingen. ‘Dan zeg ik: er snel uithalen, dat ding!’

Zij Gelooft In Mij legt overtuigend het verband tussen de muziek en het leven van Hazes, een man die misschien groots en meeslepend wilde leven, maar in het dagelijks bestaan vooral met zijn ziel onder zijn arm rondliep (of beter: zat, met altijd een sigaret en blik bier bij de hand). Die Hazes, die gewoon domweg gelukkig wil zijn, maar al twee huwelijken naar de Filistijnen heeft geholpen en druk doende is met nummer drie, domineert deze film die de tand des tijds moeiteloos heeft doorstaan.

Met de jaren is bovendien de knipoog verdwenen waarmee Ons Soort Mensen het fenomeen Hazes, en zijn glorieus bebrilde schoonmoeder, altijd bezag en resteert slechts een aangrijpend portret van een man die op het podium boven zichzelf uitstijgt. Als het doek is gevallen, blijkt hij echter gewoon weer dat jongetje uit een slecht huwelijk (waarvan vader zich gedurig een stuk in de kraag zoop), dat even op het slechte pad belandde (zoals is vervat in het boek De Jongens Van De Corridor) en vervolgens Zijn Stem vond (zoals bijvoorbeeld is te horen in het titelnummer van deze film, dat naderhand een echte evergreen werd).

In de documentaire Magie Van De Montage onderzoekt John Appel het werk van Nederlandse editors als Menno Boerema, Ot Louw en Gys Zevenbergen. Samen met hen praat hij over de do’s en don’t van montage en bekijken ze scènes uit succesvolle Nederlandse documentaires als Het Nieuwe Rijksmuseum, Ne Me Quitte Pas en Janine.

Ook enkele omstreden scènes uit de Hazes-docu komen daarbij aan bod, zoals de camera die blijft lopen nadat de geëmotioneerde zanger expliciet heeft gevraagd om daarmee te stoppen en de nagespeelde aankoop van een nieuwe auto voor Rachel, waarmee een echtelijke ruzie lijkt te worden bijgelegd. 

Jolene

 

‘Alles wat je kan bedenken heb ie kapot geslagen’, zegt Jolene Niedick in de openingsscène van deze documentaire over haar leven. Ze staat bij haar auto die he-le-maal in elkaar is getrimd door haar ex-vriend. Hij heeft in de afgelopen drie maanden ook haar voordeur, wasmachine en eetkamertafel onder handen genomen. ‘Voor de rest gaat het wel prima’, constateert ze niettemin monter in plat-Amsterdams. Waarna een lekker accordeonmuziekje inzet en die film kan beginnen.

Ze oogt als een vrouwelijke hooligan: uitdagende kop, trainingspak en opzichtige tatoeages. En dat beeld klopt ook: samen met die agressieve ex maakt ze deel uit van de harde kern van Ajax, de F-side. Daarnaast is Jolene (55 min.) barvrouw in een stripclub en als dertiger ook al moeder van twee tieners. Toen ze zelf werd geboren, was haar eigen moeder net afgekickt. Papa heeft ze nooit gekend. Ze had ooit wel een stiefvader: de voormalige junk, ervaringsdeskundige en gevallen tv-coach Keith Bakker.

Maar ook hij heeft haar in de steek gelaten. Zegt ze. Natúúrlijk. Voor Jolene is het leven één groot gevecht. Met de grote boze buitenwereld, destructieve mannen én zichzelf. Want in de mateloze stuiterbal met die kom-maar-op! blik in de ogen en een uitdagende skelettattoo op haar rechterhand zit – natuurlijk – een kwetsbare vrouw verstopt. Die het bovendien in haar hoofd heeft gehaald om te starten met een studie Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Amsterdam.

Gedurende drie jaar volgt fotografe Elza Jo van Reenen Jolene voor wat haar allereerste documentaire zal worden. Van Reenens camerawerk blijft ruw, zit kort op de bal en is kordaat gemonteerd, maar dat past precies bij het rauwe karakter van haar bijzonder streetwise hoofdpersonage. Gaandeweg breekt ze bovendien door het schild van de vrouwelijke mannetjesputter en vindt ze het meisje dat de krijger Jolene al die jaren verborgen heeft gehouden. Tegen die tijd is ook de kijker allang ontwapend door deze messcherpe en uiteindelijk ook ontroerende film.

Ook Maria, als baby geadopteerd vanuit Brazilië, leeft snel en op het scherpst van de snede. Met drugs, foute vriendjes en alle bijbehorende bonje. Intussen blijft ze naarstig op zoek naar de liefde. Fotograaf Martijn van de Griendtvolgde de onstuimige druktemaker met de Brabantse tongval jarenlang met zijn camera. Het meeslepende resultaat, Maria, I Need Your Lovin’, werd vorig jaar uitgezonden door de NPO en kan worden beschouwd als een soort zusterdocumentaire van Jolene.

A Family Quartet

 

Het is een doodgewoon familietafereel, de scène waarmee de documentaire A Family Quartet (71 min.) opent. Een kleuter is op de stoel bij de piano geklommen en speelt kinderliedjes. Drie Kleine Kleutertjes natuurlijk. Gevolgd door Jan Huigen In De Ton. Niets wijst erop dat dit kleine meisje zal uitgroeien tot Neerlands meest getalenteerde violiste.

Datzelfde meisje, een ontluikende tiener inmiddels, staat er even later, op het podium van een concertzaal in Oostenrijk, wat verweesd bij als de volwassen orkestleden om haar heen in een vreemde taal met elkaar overleggen. Totdat Noa Wildschut haar viool ter hand neemt, in een fractie van een seconde helemaal één wordt met het instrument en de absolute hoofdrol claimt.

‘Uw dochter is twaalf jaar oud en een beroemd violiste. Denkt u dat ze een wonderkind is?’ wil een interviewster vervolgens weten van moeder en vioolpedagoge Liora Ish-Hurwitz. ‘Dat weet ik niet. Wat is een wonderkind?’, houdt de vrouw, die haar dochters prille loopbaan samen met Noas vader Arjan Wildschut (altviolist) stevig bij de hand neemt, de boot een beetje af. ‘Ze oefent ook heel veel. Als ze dat niet doet, komt het wonder niet.’

Toch is dat maar een deel van de waarheid. Want er was nóg een meisje dat veel oefende om haar droom waar te maken: Noa’s oudere zus Avigal. Onder de bezielende leiding van hun moeder leken de zusjes Wildschut, zo is te zien in talloze familiefilmpjes van het tweetal, op weg naar een glansrijke carrière als musicus. Avigal heeft onderweg echter een andere afslag genomen.

Hoe dat precies ging en waarom dat zo is kun je als kijker wel bedenken, maar blijft in deze direct cinema-film, zonder voice-over of interviews, onbenoemd. Regisseur Simonka de Jong laat sowieso veel onuitgesproken. Ze geeft Avigals activiteiten thuis wel opmerkelijk veel ruimte in een documentaire die over Noa lijkt te gaan. Terwijl haar jongere zusje, in haar eentje, de wereld verovert op viool, leeft Avigal het leven van een normale puber.

Of ze afgunstig is op Noa of soms gewoon moe van alle aandacht die haar gelauwerde zus, ook binnen het gezin Wildschut, ten deel valt? De Jong geeft haar kijkers geen pasklare antwoorden, maar nodigt hen wel uit om tussen de regels door te lezen. Gedurende enkele jaren volgt ze het bevlogen ‘familiekwartet’ en documenteert zo wat er gebeurt met de familie van een ‘wonderkind’.

De Vijfde Bruid

de vijfde

 

In een ander leven had ze misschien barones in ‘Het Land Van Ooit’ kunnen worden. In dit leven werd Petra Timmermans vrouw nummer vijf van kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005). Ze oogt als een volledig losgeslagen freule, die niet had misstaan in het inmiddels opgedoekte attractiepark: overdadig aangebrachte make-up, ravissante kleding in de felste kleuren en een enorme hoeveelheid opzichtige sieraden.

Rogier Timmermans heeft zijn tante vijftien jaar niet gezien als hij haar in 2001 opzoekt. Ze woont in een huisje tegenover de woning waar kluizenaar Heyboer met zijn vier andere vrouwen leeft en houdt zich daar onledig met de verkoop van zijn kunst. Ze weet nog precies wanneer het begon, vertelt ze trots tegen haar neef: 3 juni 1982. De dag waarop Petra haar lotsbestemming vond: ene Anton Heyboer.

Die ontboezeming vormt het startpunt van De Vijfde Bruid (68 min.), een fascinerende film uit 2007 waarin Timmermans, aan de hand van het levensverhaal van z’n tante, de geschiedenis van zijn eigen getroebleerde familie ontrafelt. Zijn oma speelt daarin een sleutelrol. Haar dochter Petra blijkt uiteindelijk niet meer dan ‘een inruilwagen’ voor Heyboer, die haar leven op geheel eigen wijze structuur heeft gegeven. Zíjn structuur.

De almachtige man die met strakke hand de lijnen uitzet (en intussen alom wordt aanbeden door zijn eigen harem). Waar hebben we die vaker gezien? Binnen zijn eigen kleine context beschikt Anton Heyboer, die in deze slim opgebouwde documentaire soms overkomt als een raaskallende ouwe zonderling, blijkbaar over een enorme aantrekkingskracht. Hij maakt het leven, in elk geval dat van Petra, klein en overzichtelijk en geeft het tegelijkertijd op een tamelijk verwrongen manier ook weer zin.

The Other F Word

 

Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.

Capturing The Friedmans

 

De man die altijd gewoon je vader was – en als scheikundeleraar bovendien een gewaardeerd lid van de lokale gemeenschap – blijkt ineens een pedoseksueel te zijn. Tijdens bijlessen thuis heeft hij zich bovendien vergrepen aan buurtkinderen. En, als klap op de vuurpijl, zou je broer Jesse hem daarbij terzijde hebben gestaan. Nee, het leven lacht David Friedman en zijn familie bepaald niet toe.

Regisseur Andrew Jarecki kwam het ongemakkelijke verhaal van Capturing The Friedmans (107 min.) op het spoor toen hij een portret wilde maken van de clown Silly Billy (alias David). Achter de clown bleek – heel clichématig, zou je bijna zeggen – een tragische figuur schuil te gaan, die gebukt ging onder een schokkende familiegeschiedenis met zijn vader en broer (waarin ook moeder Elaine een prominente rol speelt).

Deze openingsfilm van het IDFA in 2003 is geen documentaire met gemakkelijke antwoorden. Jarecki laat de meningen, visies en herinneringen van familieleden, vrienden, slachtoffers, politieagenten en deskundigen over wat er nu precies is gebeurd met elkaar botsen. Hoewel hij zijn eigen standpunt duidelijk laat doorschemeren – de regisseur participeerde later in pogingen om de zaak heropend te krijgen – blijft er tegelijkertijd voldoende ruimte voor twijfel.

Zoals de verhalen over seksueel misbruik, zo blijkt opnieuw in de huidige #MeToo-kwesties, vrijwel altijd worden omgeven met vragen. De feitelijke basis onder eventuele aanklachten is vaak flinterdun. En dan komt het neer op getuigenverklaringen en herinneringen. Waarbij niets zo onbetrouwbaar blijkt als onze waarneming, wat enkele jaren later in Nederland nog eens werd bevestigd bij de geruchtmakende Eper incestzaak. En in hoeverre laten die familiefilmpjes van vader Arnold eigenlijk de werkelijkheid zien?

Capturing The Friedmans keert een ingewikkelde zedenzaak helemaal binnenstebuiten en belandt daarbij in de donkerste hoekjes van een getroebleerd gezin, waarvan de kinderen opmerkelijk genoeg nog altijd meer sympathie lijken te hebben voor hun vader dan voor hun emotioneel afwezige moeder. Zo wordt pijnlijk duidelijk dat geen enkel familielid, onschuldig of niet, ongeschonden uit de strijd komt in deze klassieke documentaire.

My Own Private War

 

Drie generaties van haar familie zijn in Nederland beland. Haar zoontje Sergej is er geboren en weet niet beter. Haar ouders Vesna en Vojo, in eigen land chemicus en professor, zijn nu respectievelijk vrijwilliger bij vluchtelingenwerk en lid van de schaakclub. Zelf kan Lidija Zelovic zich maar niet losmaken van haar geboorteland. Ze wil de ultieme film maken over de oorlog die hen van huis en haard verdreef.

Zelovic kwam ruim twintig jaar eerder alleen over vanuit het voormalige Joegoslavië, twee jaar later werd ze in Nederland herenigd met haar ouders. In de egodocu My Own Private War (56 min.) uit 2015, die woensdag wordt herhaald op NPO2, haalt ze samen met hen bitterzoete herinneringen op aan haar onbezorgde jeugd in Sarajevo en onderzoekt wat de burgeroorlog bij de mensen uit haar omgeving heeft aangericht (en wat die mensen intussen zelf hebben aangericht).

In haar voormalige ouderlijke huis vindt Zelovic bijvoorbeeld oude liefdesbrieven van haar ouders, relikwieën van een verloren tijd en leven die droef en weemoedig stemmen. En op een onbewaakt ogenblik loopt ze haar neef Zeljko tegen het lijf, die tijdens de oorlog dienst heeft gedaan als Servische sluipschutter. Niemand zit eigenlijk op zijn verhaal te wachten, zo constateert zijn nicht. Voor de buitenwereld is hij ‘gewoon’ een agressor.

Via haar persoonlijke familiegeschiedenis schetst Zelovic zo de verschillende kanten en gevolgen van een oorlog, die natuurlijk louter verliezers kent. Toch is My Own Private War uiteindelijk geen deprimerende film. Te midden van de persoonlijke drama’s vindt de filmmaakster, die confrontaties niet uit de weg gaat, voldoende aanknopingspunten voor een enigszins hoopvolle slotconclusie: ook als je veel (van jezelf) kwijtraakt, is er reden genoeg om te leven.

Kingdom Of Us

 

Hoe ga je als gezin verder nadat vader een einde aan zijn leven heeft gemaakt? Kun je überhaupt verder? In Kingdom Of Us (109 min.) probeert het Britse gezin Shanks vat te krijgen op haar tragische verleden, om zo ruimte te maken voor een betere toekomst.

Zeven kinderen kregen Paul en Viky. Zes meiden en een jongen. Ze vormden ogenschijnlijk een idyllisch huishouden van Jan Steen. Paul maakte door de jaren het ene na het andere familiefilmpje, waarin hij zijn kinderen regelmatig liefdevol toesprak en -zong. Intussen probeerde hij, veelal in stilte, zijn demonen de baas te blijven.

Regisseur Lucy Cohen volgt het vaderloze gezin enkele jaren nadat Paul zijn leven heeft beëindigd – en daarmee ook de gedachten dat hij zijn vrouw en kinderen met zich mee moest nemen. Ze laat zien hoe ontwrichtend zo’n dramatische gebeurtenis kan zijn. Hoe die filmpjes, liedjes en afscheidsbrief blijven trekken en tegelijkertijd opnieuw zout in de wonden wrijven.

Intussen vragen enkele kinderen zich af of ze wellicht erfelijk belast zijn. Zou Paul, behalve zijn onmiskenbare muzikale talent, ook ‘de monsters in zijn hoofd’ hebben doorgegeven? Het is een ongemakkelijke vraag, waarop in het aangrijpende Kingdom Of Us een al even ongemakkelijk voorlopig antwoord komt.

56 Up


Het was, bot gezegd, letterlijk een kwestie van tijd voordat de eerste van de veertien hoofdpersonen van de legendarische Up-serie zou komen te overlijden. Sinds 1964 maakten ze elke zeven jaar de balans op voor de camera van Michael Apted, die vanaf de allereerste editie bij de documentaireserie betrokken is. Intussen zijn ze net in de zestig en komt dus ook het einde van hun opvallend openbaar geleefde levens nabij.

In 2013 stierf de eerste Up-hoofdpersoon, Lynn Johnson. Een jaar eerder, bij de achtste aflevering 56 Up (137 min.) was de bonte verzameling Britten, geselecteerd uit zowel de working als upper class, nog volledig intact – al is een enkeling onderweg afgehaakt. Het onderliggende thema van deze editie was beeldvorming; in hoeverre herkenden de hoofdpersonen zich in het beeld dat van hen was vastgelegd in het collectieve geheugen?

Hoewel ze zelf regelmatig twijfelen over hun deelname aan de serie, die je ook gerust kun zien als een voorloper van reality-televisie, denk ik niet dat de kunstvorm documentaire, met al z’n beperkingen, ooit dichter bij het echte leven kan komen dan in de Up-serie. Het is alsof je als kijker opgroeit en meeleeft met aansprekende menschen van vleesch en bloed zoals volksjongen Tony, bijstandsoma Jackie en de neuroticus Neil (wier levens door mij nu zelfs tot een enkel woord zijn teruggebracht).

In 2019, nog maar twee jaartjes wachten dus, zal ongetwijfeld 63 Up verschijnen. Michael Apted, die ook allerlei televisieseries en speelfilms (zoals de James Bond-film The World Is Not Enough) regisseerde, is dan 78. Hij is echter vast van plan om tot zijn eigen dood door te gaan met zijn levenswerk, ‘de langstlopende serie op televisie’. Laten we in dat kader onze ‘fingers crossed’ houden en hem intussen een dikke ‘thumbs up’ geven.

Elián

 

Was het een wonder toen Elián Gonzalez tijdens Thanksgiving 1999 als drenkeling uit het water tussen Cuba en de VS werd gevist? Een vijfjarig jongetje uit Cardenas, aan de Noordzijde van het eiland Cuba, dat uiteindelijk Miami bereikte nadat zijn moeder op zee was verdronken.

In de documentaire Elián (108 min.) van Tim Golden en Ross McDonnell, worden zijn redding en de navolgende mediastorm gereconstrueerd. De filmmakers portretteren de tumultueuze ontwikkelingen rond het mediagenieke joch als de culminatie van het conflict tussen de Verenigde Staten en Fidel Castro’s Cuba.

In die zin is de film vergelijkbaar met OJ: Made in America, het vijfluik over OJ Simpson dat eerder dit jaar de Oscar voor beste documentaire in de wacht sleepte. Het ‘kleine’ verhaal van een kleuter, waaraan zowel vanuit Cuba (zijn vader) als Florida (andere familieleden) gigantisch wordt getrokken, is afgezet tegen het grote conflict: Fidels (vermeende) dictatuur versus de ‘vrijheid’ van Amerika.

De belangen van het kind raken al snel volledig ondergesneeuwd als pro- en anti-Castro activisten in de media alle ruimte krijgen om op hoge toon Eliáns terugkeer naar zijn geboorte-eiland of juist zijn gecontinueerde verblijf in het land van de onbegrensde mogelijkheden te bepleiten.

Het steekspel rond het jongetje zou zelfs, zo betoogt deze enerverende film, een doorslaggevende rol hebben gespeeld in de Amerikaanse verkiezingen van 2000, waarbij een paar honderd (Cubaanse) stemmen in Florida de Republikein George W. Bush president maakten. Over wonderen gesproken.

De Erfenis

 

27 Jaar na zijn dood is het werk van Ed van der Elsken nog altijd springlevend. Dit voorjaar was er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, genaamd De Verliefde Camera, die was gewijd aan zijn werk als fotograaf en cineast.

De Erfenis (72 min.) richt zich op het privéleven dat Van der Elsken zelf ook zo vaak gebruikte in zijn werk. De hoofdpersoon van deze indringende documentaire is zijn beschadigde zoon. Daan, die als jongeling behoorlijk ontspoorde, is inmiddels in de vijftig en blijft stelselmatig vastlopen in het leven.

Ironisch genoeg gaat hij nu wederom voor het oog van de camera, ditmaal van zijn goede vriend Joris Postema, op zoek naar zijn jeugd met die beroemde vader en de rol die deze decennia later nog altijd speelt in zijn getormenteerde bestaan.

Wilde Ed echt alleen zijn vader zijn als hij wist dat de camera draaide? Of was en is er meer aan de hand in het leven van zijn zoon Daan van der Elsken? Deze fascinerende film probeert een antwoord te formuleren.

De Stelling Van Foreest

 

Een gedistingeerde grijze heer zit, te midden van andere gedistingeerde grijze heren, peinzend over z’n schaakbord gebogen. Tegenover hem wacht een meisje van een jaar of acht. Machteld is de jongste telg van de schaakfamilie Van Foreest. De oudste, grootmeester Jorden, werd onlangs op 17-jarige leeftijd voor het eerst Nederlands kampioen.

De Stelling Van Foreest, Een Schaakfamilie (55 min.) van het vermaarde duo Thomas Doebele en Maarten Schmidt, dat al 25 jaar samen documentaires maakt (voor de VPRO), zet de schijnwerper op de bijzondere familie Van Foreest, die letterlijk de hele wereld schaakmat wil zetten.

Vader en moeder Van Foreest scholen hun vijf zoons en ene dochter thuis. In de tijd die ze daarmee winnen krijgen hun kinderen heuse schaakles (en bekwamen ze zich op de piano). Moeder is zelfs bezig met het ontwikkelen van een eigen app, want de bestaande schaakapps volstaan niet meer voor de Van Foreestjes.

Doebele en Schmidt schetsen een intrigerend portret van een excentriek gezin met een missie. De documentaire doet ook automatisch denken aan een andere film over ontluikend schaaktalent, het schurende portret van de Noorse wereldkampioen Magnus Carlsen.

Life, Animated

Hij publiceerde diverse boeken, schreef voor The New York Times, Esquire en The Wall Street Journal en won met dat werk een felbegeerde Pulitzer Prize. Ron Süskind bekommerde zich altijd om grote maatschappelijke thema’s, zoals de war on terror of de financiële crisis.

En toen was er in 2014 ineens dat ontroerende stuk in The New York Times over zijn autistische zoon Owen, dat inmiddels is uitgemond in een boek en documentaire met dezelfde titel: Life, Animated. Over hoe Owen leerde communiceren via Disney-films (en achter de veelgeprezen journalist ‘gewoon’ een liefdevolle vader bleek schuil te gaan).

Vergelijk ’t met sportjournalist Willem Vissers, die sinds enkele maanden warm en nuchter over zijn verstandelijk gehandicapte zoon Samuel schrijft in De Volkskrant. Het bijbehorende boek is al aangekondigd, wellicht volgt ook daarvan nog eens een documentaire.

Het aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Life Animated (92 min.) van regisseur Roger Ross Williams documenteert de pogingen van Ron Süskind en zijn vrouw om contact te krijgen met hun kind, dat gaandeweg zijn eigen plek in de grote boze buitenwereld vindt.

 

Mommy Dead And Dearest


Over sommige films moet je vooraf eigenlijk niets lezen. Deze opzienbarende true crime-documentaire over een bizarre moeder-dochter relatie met dodelijke afloop is zo’n film.

Mommy Dead And Dearest (82 min.) van regisseur Erin Lee Carr vertelt een verhaal dat jij niet meer wilt verlaten en dat jou ook niet meer wil verlaten. Waarvoor meteen een aloud cliché voor de dag mag worden gehaald: truth is stranger than fiction.

En daarmee is wat mij betreft nu alles gezegd. Ik zou vooraf niet eens onderstaande trailer bekijken, maar direct doorschakelen naar de film zelf (die bijvoorbeeld is te zien via Ziggo).

De Jacht Op Mijn Vader

Schrijfster Karin Amatmoekrim schreef een boek over haar afwezige vader, de in Suriname wereldberoemde taekwando-grootmeester en womanizer Eric Lie, en besloot dat hoogstpersoonlijk aan hem te gaan voorlezen. Die eenvoudige scènes – vader en dochter tegenover elkaar, met het boek ertussen – vormen het hart van de documentaire De Jacht Op Mijn Vader (59 min.).

Via de schrijfster richt regisseur Gülsah Dogan (Liefdeswinter, IDFA-publieksprijswinnaar Naziha’s Lente & De OK-vrouw, een veelbesproken film over Halina Reijn) het vizier op de man, die vooral voor zichzelf leek te leven en een spoor van verlaten liefdes en kroost achterliet.

De motieven van Karin Amatmoekrim om het contact met haar vader te herstellen lijken tamelijk ambigu; wil ze een relatie opbouwen met de man of vooral een boek over hem schrijven? Als ze in een interview een keuze moet maken kiest ze onverwijld voor het laatste. In het in 2016 verschenen boek Tenzij De Vader bedankt ze de man die haar ooit plompverloren op de aarde zette ‘voor uw mooie verhaal’.

Die spanning (tussen man en dochter, maar ook tussen dochter en schrijfster) drijft deze broeierige jacht op een verloren vader naar een geladen climax.

The Origin Of Trouble

In deze korte docu (29 min.) gaat Tessa Pope op zoek naar de redenen achter de scheiding van haar ouders. Dat levert een uiterst spannende film op.

En zoals het hoort in een onvervalste egodocumentaire leert Pope, die de The Origin Of Trouble maakte als afstudeerwerk voor de filmacademie, intussen haar ouders (vader Pope in het bijzonder) én zichzelf beter kennen.