Cold Case Hammarskjöld

‘Om eerlijk te zijn ben ik nooit echt geïnteresseerd geweest in de nalatenschap van Dag Hammarskjöld’, bekent filmmaker Mads Brügger halverwege zijn film over de mysterieuze dood van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, bij een vliegtuigongeluk in 1961 in de voormalige Britse kolonie Noord-Rhodesië. ‘Omdat de meeste mensen nooit van hem hebben gehoord. En als je hem ziet komt hij over als een sullig personage uit een romantische komedie.’

Hij vervolgt: ‘Voor mij was Dag Hammarskjöld vooral een vrijbrief om alle dingen te doen die ik leuk vind: Belgische huurlingen opsporen, verhalen vertellen over volledig in wit geklede slechteriken, een schoppenaaskaart die wordt gevonden op plaatsen delict, geruchten over geheime Afrikaanse organisaties… Daarom ben ik op deze trein gesprongen, niet wetende waarheen die me zou leiden.’

Die bekentenis is Brügger ten voeten uit. Terwijl hij samen met onderzoeker Göran Björkdahl Hammarskjölds dood (was het moord? Een samenzwering misschien?) helemaal uitpluist, toont hij regelmatig zijn absurde gevoel voor humor. Als ze bijvoorbeeld met een metaaldetector op zoek willen gaan naar het wrak van Hammarskjölds neergestorte vliegtuig, legt hij alvast twee sigaren klaar. Voor het geval dat ze dat vliegtuigwrak nog zouden vinden ook.

Cold Case Hammarskjöld (127 min.) is sowieso een bijzondere film: een verdomd knap staaltje onderzoeksjournalistiek, op een speelse en avontuurlijke wijze vormgegeven. Zo kiest Brügger niet voor een reguliere voice-over om zijn vertelling te structureren, maar dicteert hij zijn verbindende teksten aan twee donkere secretaresses, die deze braaf uittypen. Waarom twee en niet één secretaresse? Dat weet de filmmaker zelf ook niet, bekent Brügger in een soort meta-voice-over waarin hij zijn eigen rol tijdens het maken van de documentaire belicht.

Gaandeweg komen Brügger en Björndahl in Zuid-Afrika een huiveringwekkend complot van witte nationalisten op het spoor, waarmee deze fascinerende documentaire tot een krachtige climax wordt gebracht. Waarbij Dag Hammarskjöld inderdaad niet meer dan een begin- en eindpunt is voor het ‘stranger than fiction’-verhaal dat Mads Brügger hier op onnavolgbare wijze vertelt.

It’s A Hard Truth Ain’t It

Op tweederde van de documentaire komen ze bij elkaar om de balans op te maken: is dit de film die we willen maken? De mannen hebben nog drie draaidagen om een passend einde te bedenken voor dit project over hun eigen leven. Welke kant slaan ze daarin op? Eigenlijk is er maar één gepast slot. Dat weten ze zelf ook wel.

En nu staan ze, dertien man sterk, gezamenlijk op de toonaangevende filmwebsite IMDB als coregisseur van It’s A Hard Truth Ain’t It (74 min.), een aangrijpende documentaire over levens die allemaal op dezelfde manier lijken te eindigen: achter de tralies. Stuk voor stuk hebben ze één of meerdere geweldsdelicten achter hun naam staan. De gevangenis is hun thuis geworden.

Daar, in hun eigen Pendleton Correction Facility in de Amerikaanse staat Indiana, maakten ze ook deze film, tijdens een project dat werd geïnitieerd en begeleid door Madeleine Sackler. Zij filmde ter plaatse de speelfilm O.G., een gevangenisdrama waarin enkele gedetineerden hun acteerdebuut maakten. Daarna was de tijd rijp om van die bijrollen een hoofdrol te maken.

Al doende leren de mannen hoe je dat doet: het maken van een film. Maar ook: het vertellen van een verhaal. Sterker: het zien van je eigen leven als een verhaal. Met een inleiding (vrijwel altijd: een beroerde jeugd), kern (de steeds verdergaande ontsporing) en een ellenlang slot (tientallen jaren in de bajes). Een verhaal dat je misschien niet opnieuw mag schrijven, maar wel achteraf kunt proberen te begrijpen.

Ze interviewen elkaar en leren zo ook iets over zichzelf. Hetzelfde geldt voor de fraaie animaties van Yoni Goodman (die eveneens betrokken was bij het voor een Oscar genomineerde Waltz With Bashir) waarmee hun herinneringen indringend zijn verbeeld. Ook die zorgen ervoor dat de mannen meer zicht krijgen op zichzelf. En ze mogen het beeld tevens corrigeren als het hen, op tweederde van de docu, tóch niet helemaal bevalt.

Die vrijheid heb je nu eenmaal als coregisseur. Met die zeggenschap komt ook verantwoordelijkheid: dat eerlijke einde. En dat krijgt deze aangrijpende film, die doet denken aan het eveneens in een Amerikaanse gevangenis gesitueerde The Work. Terwijl in die film confrontatie, amateurpsychologie en catharsis voor vuurwerk zorgden, is It’s A Hard Truth Ain’t It juist bespiegelend van aard: hoe had ik dit leven kunnen voorkomen?

Beide films humaniseren de mensen die schuilgaan achter vreselijke misdrijven. Mensen die wij, brave burgers, simpelweg kennen als ‘dader. ‘We zijn niet zo slecht als het ergste wat we ooit hebben gedaan’, zegt producer Stacey Reiss daarover in de meegeleverde Behind The Scenes-reportage. Zoals we – en dat zou eveneens een sterke film kunnen opleveren – natuurlijk ook niet zo goed zijn als onze beste daad.

Madeleine Sackler is overigens niet onomstreden als filmmaker. Als telg van de beruchte Sackler-familie, die met het ongegeneerd aan de man brengen van de zeer verslavende pijnstiller Oxycontin zo’n beetje aan de basis heeft gestaan van The Opioid Crisis, wordt haar een hoge mate van hypocrisie verweten. Ze noemt zichzelf een sociale activist terwijl ze rijk is geworden door de ellende van anderen, verwijt fotografe Nan Goldin haar in dit Guardian-artikel.

David Bowie: Finding Fame

BBC

The KonradsDavie Jones And The King Bees en The Lower Third. Ooit hadden deze popbands stuk voor stuk de pretentie om de wereld te veranderen. Ze stierven echter een stille dood, als willekeurige hobbygroepjes die het lokale jeugdhonk nooit ontstegen. De enige reden dat we ze, ruim een halve eeuw na dato, überhaupt zouden kunnen kennen is omdat één bandlid later alsnog wereldberoemd zou worden.

David Jones, een bijzonder ambitieuze jongeman uit Brixton, versleet negen bands in elf jaar. Op achttienjarige leeftijd had hij zichzelf bovendien een andere achternaam gegeven: Bowie. En daarmee zou het in 1973 ein-de-lijk lukken: met Ziggy Stardust werd David Bowie een ster en kregen bandjes als The Konrads, Davie Jones And The King Bees en The Lower Third alsnog een plek in de pophistorie toebedeeld. Net als bijvoorbeeld – popquizzz!!! – The GolliwogsOn A Friday of The Quarrymen.

De televisiedocumentaire David Bowie: Finding Fame (90 min.), ook wel The First Five Years getiteld, graast het terrein af dat Five Years en The Last Five Years, de twee andere Bowie-films van filmmaker Francis Whately, braak hadden laten liggen: de jaren waarin de Britse zanger nog gewoon één van die would be-popsterren was, met véél meer ambitie dan succes. ‘Amateuristisch klinkende zanger die de verkeerde noten en vals zingt’, noteerde een jurylid van het BBC-programma Pick Of The Pops over één van zijn bandjes. Een andere criticaster: ‘Een tandeloos, nietszeggend ensemble dat een zanger zonder karakter begeleidt.’

Met voormalige bandleden, producers, managers, jeugdvrienden en familieleden schetst Whately, die ook de hoofdpersoon zelf veelvuldig aan het woord laat, vaardig de turbulente jonge jaren van de zoeker die er nog geen idee van heeft dat hij een fenomeen zal worden: het liefdeloze gezin dat hem voortbracht, de klotebaantjes, zijn (mislukte) experimenten met andere kunstvormen, al die naamloze bandjes en projectjes én zijn eerste grote liefdes. Zo werd met veel pijn en moeite de bedding gelegd, waar de veelkleurige rivier David Bowie in de navolgende dikke veertig jaar doorheen kon stromen.

Voor Het Donker Wordt

Roos (l) en Lotte (r)

Leef elke dag alsof het de allerlaatste is – dat je hoort en ziet. Dat is het gegeven waarmee de zussen Lotte (18) en Roos (16) Klaver de rest van hun leven hebben te dealen. Ze weten sinds enkele jaren dat ze het Syndroom van Usher hebben. Hun zicht en gehoor zijn al minder geworden en zullen in de komende jaren alleen maar verder afnemen. Totdat ze – probeer het je voor te stellen – helemaal doof en blind zijn.

Kim Smeekes volgt de zussen en hun familie in Voor Het Donker Wordt (55 min.) twee jaar lang en tekent op hoe die aandoening hun leven bepaalt. ‘Ik schaam me er nog altijd voor’, bekent Roos op een kwetsbaar moment. ‘Als het dan niet goed gaat of als ik tegen iets aanloop.’ Ze heeft haar ambities als hockeyer inmiddels moeten laten varen. Lotte ondervindt ondertussen steeds meer problemen op de fotovakschool. De dagen dat de zussen nog normaal kunnen deelnemen aan het sociale leven zijn geteld.

Dat gevoel wordt heel tastbaar bij een oogtest in het ziekenhuis. In het gezichtsveld van Roos wordt een lichtje bewogen. Als ze het ziet, moet ze op een belletje drukken. ‘Nu weer goed?, wil de onderzoekster weten als Roos het lichtje even kwijt lijkt te zijn geraakt. ‘Nee, niet’, antwoordt de tiener. De vrouw helpt: ‘Vlak bij het midden.’ ‘Nee, ik zie niks.’ De onderzoekster kan het nauwelijks geloven: ‘Nee, echt niet?’ Nee,’ antwoordt Roos direct. De vrouw valt even uit haar rol: ‘Jeetje!’ Zij ziet hoe het bereik van de ogen van het meisje in korte tijd verder is verminderd.

Intussen leven de zussen Klaver natuurlijk ook met vragen over de toekomst – of met pure wanhoop bij de gedachte daarbij. Lotte heeft zelfs een concrete deadline gehangen aan het moment waarop licht en geluid worden uitgedaan: nog zo’n negen jaar geeft ze zichzelf. En wat doe je dan in de tussentijd: maak je je school af of kun je beter, nu het nog kan, meteen die wereldreis waarvan je altijd al droomde maken? Eerst gaan de zussen in elk geval samen op reis: ze willen het Noorderlicht zien.

Voor Het Donker Wordt is hier te bekijken.

Inside Europe: Ten Years Of Turmoil

Het is een running gag geworden op het sociale medium Twitter. Elke keer als er in de Britse politiek weer chaos ontstaat over het Brexit, wordt een befaamde tweet van David Cameron rondgestuurd. De man die het referendum over de Britse afscheiding van Europa mogelijk maakte, waarschuwt daarin voor zijn rivaal van de Labour-partij: ‘Britain faces a simple and inescapable choice – stability and strong Government with me, or chaos with Ed Miliband.’

Camerons zelfoverschatting staat model voor de houding van het Verenigd Koninkrijk in Europa en veroorzaakte één van de belangrijkste binnenbranden die de Europese gemeenschap in het afgelopen decennium moest zien te blussen. Aflevering 1 van Inside Europe: Ten Years Of Turmoil (178 min.) laat zien hoe de Britse premier met het referendum (tevergeefs) de eenheid in zijn eigen partij probeerde te herstellen. In het documentaire-drieluik komen verder de Griekse schuldencrisis en de problematiek rond de vluchtelingeninstroom vanuit Syrië aan de orde.

De serie werd gemaakt door Norma Percy van het befaamde productiehuis Brook Lapping, dat eerder groots opgezette en gezaghebbende documentaires maakte over geopolitieke onderwerpen als de relatie tussen Iran en het Westen, Vladimir Poetin en de Irak-oorlog. De Britse producent strikt voor zijn producties steevast een indrukwekkende lijst van kopstukken en insiders, die gezamenlijk de binnenkant van een ontwikkeling, crises of oorlog schetsen. Moderne geschiedschrijving in optima forma.

Ook Inside Europe kan weer bogen op een imposante bronnenlijst: Sarkozy, Tusk, Renzi, Van Rompuy, Davatoglu, Juncker, Hollande, Barroso, Schäuble, Varoufakis, Trichet, Geithner, Rehn, Strauss-Kahn en onze eigen Timmermans, Dijsselbloem en Rutte (die, ook met het oog op zijn eigen Europese ambities, bepaald niet ongelukkig zal zijn met de sleutelrol die hem hier wordt toebedeeld in het bezweren van de vluchtelingencrisis). Eigenlijk ontbreken alleen beeldbepalende figuren als Cameron, Merkel en Erdogan. Met slim gebruik van archiefmateriaal en gesprekken met hun naaste medewerkers wordt dat gemis handig gecamoufleerd.

Zo ontstaat een afgewogen en genuanceerd beeld van de uitdagingen voor Europa in de afgelopen tien jaar, waarin populistische anti-Europese partijen opgeld hebben gedaan. Deze serie benadrukt zo onwillekeurig het belang van Europa en werkt in zekere zin dus als tegengif: als het water één van de lidstaten aan de lippen staat of een crisis de draagkracht van een enkel land overstijgt, dan zijn het bureaucraten en vergadertijgers van de gezamenlijk opererende Europese landen die het verschil kunnen maken.

Garage 2.0

NTR

‘Ik ben het helemaal vergeten te vragen: hoe heet de kleine?’, vraagt Ad geïnteresseerd. ‘Max’, antwoordt de vrouw tegenover hem. ‘Max. Mooie naam. En hoe oud is-ie?’ ‘Vier weken.’ ‘Vier weken?’, reageert Ad, die tot voor kort dacht dat hij een verkoper met fingerspitzengefühl was en dat elke klant sowieso is te paaien met tweehonderd euro korting. ‘Dan gaan we eventjes door over de auto…’

‘Even tot zover’, grijpt cursusleider Emile Gabriel van de Sales Boost Company resoluut in. ‘Wat gebeurt hier nou? We gaan binnen drie minuten al over op de auto.’ Waarna de goedgebekte trainer een met jeukjargon doorspekt verhaal houdt over de relatie met de klant en de één of andere driehoek. Tegen de andere cursisten: ‘Hoe mooi zou het zijn als Ad zou zeggen: joh, weet je wat het is, ik heb oudere kinderen, maar ik ben ook opa geworden?’

Ads baas Gert kijkt goedkeurend toe hoe zijn oudere medewerker, die steeds minder auto’s is gaan verkopen, de nieuwste kneepjes van het vak krijgt bijgebracht. Want de medewerkers van de Kooijman Autogroep moeten ‘meerwaarde creëren voor de klant, laten voelen dat ie hier echt veel waard is’. Gert Kooijman wil met zijn bedrijf een Garage 2.0 (84 min.) zijn. Hij zweert bij beleving, hoge klanttevredenheidscores en een compleet mobiliteitspakket. En veel verkochte auto’s, dat ook.

Intussen knapt Gerts oudere broer Ton het vuile werk op voor het bedrijf. Hij gaat gedurig de weg op en voert na ongelukken beschadigde auto’s en passagiers af. Het contrast tussen de twee broers kan bijna niet groter: Gert, de vlotte babbel, tegenover Ton, de moeizaam formulerende, noeste werker. Ze vertegenwoordigen de uitersten van de autobranche; het blinkende chroom tegenover het oude schroot. Letterlijk in Tons geval, die de auto ook als gevaar heeft leren kennen in zijn leven.

In deze tragikomische film uit 2016, een moderne documentaireklassieker, kijkt Catherine van Campen afwisselend met compassie en een knipoog naar de Debiteuren-Crediteuren-achtige taferelen bij de Kooijman Autogroep (‘onze vakmensen nemen graag de tijd voor u’, aldus de website, ‘om al uw mobiliteitswensen optimaal in te vullen’). Trefzeker schetst ze het vaderlandse ondernemersklimaat, dat vaak is doordesemd met authentieke oer-Hollandse lulligheid. En waar de een vooruit wil, kan de ander nauwelijks meekomen.

Zoals Michiel van Erp Nederland in zijn Lang Leve-series en de bioscoopdocu Pretpark Nederland een lachspiegel heeft voorgehouden, schildert Van Campen een bijzonder aandoenlijk portret van Werkend Nederland, dat in de jaren na de financiële crisis van 2008 het hoofd boven water probeert te houden en amechtig zijn vleugels wil uitslaan. Dat pakt in Garage 2.0 soms uitbundig en hilarisch uit, maar werkt net zo vaak subtiel en schrijnend. Een topfilm, die voor jeuk op ongemakkelijke plekken zorgt en toch ontroert.

Another Day Of Life

Periscoop

Dwars door oorlogsgebied, terwijl de kogels om je oren fluiten en her en der slachtoffers vallen. Op zoek naar een mythische legercommandant, aan de andere kant van het land. Het uitgangspunt voor Another Day Of Life (85 min.) doet onwillekeurig denken aan Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now (of het boek waarop die film is gebaseerd, Heart Of Darkness), waarin ene captain Willard onderweg is naar de diabolische Colonel Kurtz.

De Willard van deze grotendeels geanimeerde film is de Poolse oorlogsverslaggever Ryszard ‘Ricardo’ Kapuscinski, die in de jaren zestig en zeventig verslag deed van de vrijheidsstrijd in Afrika en Latijns-Amerika. ‘Armoede heeft geen stem’, zou hij daarover hebben gezegd. Na zijn terugkeer uit de voormalige Portugese kolonie Mozambique, die onafhankelijk verder wilde als Angola, schreef hij het boek Another Day Of Life.

De Kurtz in dat boek luistert naar de naam Farrusco. Deze generaal leidde in 1975 het socialistische rebellenleger MPLA, dat in het zuiden van het Afrikaanse land een burgeroorlog uitvocht met westers georiënteerde milities. Angola was zo’n beetje het allerlaatste Afrikaanse land dat zich los probeerde te maken van zijn kolonisator. En Kapuscinski was erbij om de vrijheidsstrijd van binnenuit op te tekenen. Als observator – en gaandeweg ook steeds meer als een soort participant.

De filmmakers Raúl de la Fuente en Damian Nenow laten de Angolaanse vrijheidsstrijd ruim veertig jaar na dato herleven als een naargeestige koortsdroom, waarin de protagonist als journalist en mens alle zeilen bij moet zetten om zich staande te houden in de zoveelste brandhaard van de Koude Oorlog. ‘Confusão’, zoals hij dat zelf noemt. Een staat van permanente desoriëntatie, die in deze hallucinante film op een weldadige manier wordt verbeeld.

Terwijl hij richting de frontlinie trekt, wordt Kapuscinski deelgenoot van bot oorlogsgeweld en ontmoet hij revolutionairen (zoals de bevlogen strijdster met het iconische Afrokapsel, Carlota) die hij later met zijn schrijfwerk aan de vergetelheid zal ontrukken. Sommige betrokkenen die Kapuscinski destijds vergezelden of te woord stonden komen zelf aan het woord in deze animatiefilm, die werd beloond met een European Film Award.

Deze mensen van vlees en bloed, gepaard aan levendige beelden van het huidige Angola, voorzien Another Day Of Life van een documentair karakter én een fikse dosis menselijke emotie.

Leaving Neverland

Amos Pictures / HBO

‘Jij en ik zijn samengebracht door God’, zou Michael volgens Wade hebben gezegd. ‘We zijn gewoon voorbestemd voor elkaar.’ Wade ‘Little One’ Robson, een Australische Jackson-fan en -imitator, was zeven. Ze waren voor het eerst intiem met elkaar. Er was niks engs aan. Gewoon twee kinderen die elkaar ontdekten – ook al was die ander, in theorie dan, al rond de dertig. Michael beschouwde zichzelf echter als Peter Pan, de jongen die nooit wilde opgroeien. Ze bevonden zich niet voor niets in Neverland. En misschien hoorde daar ook wel orale seks bij.

Jimmy Safechuck had soortgelijke ervaringen. Het Amerikaanse jongetje, dat met Michael in een commercial voor een colamerk had gespeeld, lichtte op onder de blik van het ultieme popicoon en beschouwde alles wat daarna kwam eigenlijk als normaal. En zijn ouders lieten zich, net als de familie van Wade, kinderlijk eenvoudig buitenspel zetten. Verblind als ze waren door Michaels sterrenstatus. Zodat de vriendschap met hun kind, die zelfs uitmondde in een soort van ‘huwelijk’, uitbundig kon bloeien.

Eenmaal uit elkaar, toen de muziek en het tourleven Michael weer riepen, floreerde hun omgang als nooit tevoren met urenlange telefoongesprekken, stapels faxen en logeerpartijtjes. En nog steeds greep er niemand in. Tenminste, als we Robson, Safechuck en hun families moeten geloven. Want Leaving Neverland (244 min.) is hún getuigenis. Ongefilterd, zonder weerwoord. De erven Jackson is niets gevraagd – en Michael zelf ligt alweer bijna tien jaar in zijn graf (waar hij zich nu wellicht omdraait).

Vanaf het moment dat de epische film van de Britse filmmaker Dan Reed eind januari in première ging op het Amerikaanse Sundance Film Festival werd de documentaire genadeloos onder vuur genomen door Michael Jackson-fans. De verklaringen van Robson en Safechuck, die hun relaas volgens Reed volledig los van elkaar hebben gedaan, zouden volstrekt ongeloofwaardig zijn en puur voor de poen. Echte Jacksonites bleven volledig overtuigd van Michaels onschuld en riepen dat van de hoogste toren – zónder overigens dat ze de film hadden gezien.

En nu is de gewraakte documentaire dan eindelijk toegankelijk gemaakt voor de ganse wereld. Met twee mannen, en hun directe verwanten, die helemaal tot de bodem gaan. En een regisseur die hun schokkende ervaringen, ondersteund door bijzonder archiefmateriaal van het in opspraak geraakte idool en de jongetjes die zij ooit geweest moeten zijn, met grootse (overzichts)shots en weelderige muziek heeft ingekleurd. Hij geeft ze bovendien alle tijd van de wereld: meer dan vier uur zuivere speeltijd.

Uit die (te) uitputtende interviews valt een verontrustende narratief te destilleren. Van een eeuwig (en beschadigd) kind, dat elk jaar een jeugdig object zoekt – een afspiegeling van zijn jonge, onschuldige zelf wellicht – waarop hij zijn liefde en lust kan projecteren. Totdat er een nieuw liefdeskind langskomt en z’n huidige protegé wordt afgedankt (of zich althans zo voelt). Voor wat het waard is: de andere jongensnamen die in dat verband vallen, waaronder de vermaarde kinderster Macaulay Culkin, houden (tot dusver) vol dat ze nooit een seksuele relatie hebben gehad met Jackson.

Waarmee je zou kunnen concluderen dat de nee- of nikszeggers het betoog van de ja-sprekers in deze interviewfilm vakkundig neutraliseren. Gezien de mate van detail in de belastende verklaringen van Robson en Safechuck, en het indirecte ondersteunende bewijsmateriaal, laten die zich echter niet zomaar wegredeneren. Het zijn aangrijpende, van schuld en schaamte doortrokken verhalen die blijven resoneren. Hetzelfde geldt voor deze krachtige, hoewel wat overcomplete documentaire, die het beeld van Michael Jackson wel eens definitief zou kunnen doen kantelen.

Binnen enkele uren is Neverland niet alleen voor Jacksons voormalige oogappels een plek geworden die je, als je er eenmaal geweest bent, nooit meer helemaal kunt verlaten.

In het voorjaar van 2026 verscheen er een update van de zaak tegen Michael Jackson: Leaving Neverland II: Surviving Michael Jackson.

El Silencio De Otros

In de Jerte-vallei in Extremadura staren enkele beelden in de verte. Ze representeren de slachtoffers van het Franco-regime in Spanje. Kort na de onthulling van het monument, ruim dertig jaar nadat de dictator in 1975 stierf, heeft een onbekende onverlaat de beelden beschoten. Stuk voor stuk dragen ze nu kogelgaten. De verantwoordelijke kunstenaar Francisco Cedenilla beschouwt die als de vervolmaking van zijn werk.

‘Het belangrijkste wat we van Franco moeten onthouden’, zegt Jaime Alonso nochtans doodgemoedereerd, ‘is dat hij nooit verkeerd zat.’ Daarna vertelt de medewerker van de Franco-stichting gedreven hoe de voormalige dictator, die Spanje meer dan vier decennia regeerde, zijn land bevrijdde van communistische tirannie. Geen woord over verdwenen landgenoten, marteling of genocide. Franco’s aanhangers willen nog altijd geen kwaad woord horen over hun leider.

Veel Spanjaarden, waaronder talloze vooraanstaande politici, zwijgen sowieso het liefst over het verleden (en laten bijvoorbeeld ook de straatnamen, met verwijzingen naar gewezen helden van het bewind, het liefst ongemoeid). Zeker de amnestiewet, die ervoor heeft gezorgd dat de beulen van het Franco-regime zich nooit hebben hoeven te verantwoorden voor hun daden, is en blijft taboe. Een groep slachtoffers en nabestaanden laat het er echter niet bij zitten en probeert al sinds 2010 internationaal recht te halen.

El Silencio De Otros (Engelse titel: The Silence Of Others, 91 min.) documenteert hun jarenlange pogingen om, met behulp van een Argentijnse onderzoeksrechter, alsnog gerechtigheid te laten geschieden. De documentaire van Almudena Carracedo en Robert Bahar schetst tevens de achterkant van die queeste om het collectieve zwijgen te beëindigen: het onbeschrijflijke leed dat gebeurtenissen die zich soms een halve eeuw geleden voltrokken nog altijd veroorzaken in de levens van gewone, vaak hoogbejaarde Spanjaarden. Sommige getuigenissen van Franco-slachtoffers gaan werkelijk door merg en been.

In dat verband speelt ook de vraag op of je als dader eigenlijk vergiffenis kunt eisen. Of is het voorbehouden aan het slachtoffer om (eventueel) vergeving te géven? Én: kun je als samenleving werkelijk verder met zoveel lijken in de kast (en onder de grond)? De vraag stellen…

Lost Boys, 5 Jaar Later

EO

Het ene probleem veroorzaakt het andere, dat weer een nieuw probleem oplevert. De situatie van Demo is als een Gordiaanse knoop, die nauwelijks meer valt te ontwarren. Wie hakt hem door? Het begon ooit met gewapende overvallen. Of eerder: met een jeugd, die verder onbesproken blijft. Daarna volgde in elk geval een detentie, voorwaardelijke invrijheidstelling en strubbelingen met de reclassering.

De bokkige jongen, die zijn criminele verleden van zich af probeerde te schudden en begon aan een HBO-opleiding, was in 2011 de blikvanger van de documentaire Lost Boys: Bloods Forever van Margit Balogh (die nog altijd is te zien op de 2doc-website, net als een nabrander van vier jaar later). In die tijd was Demo lid van The Bloods, een Rotterdamse pendant van de beruchte Amerikaanse jeugdbende. Zijn vrienden Mr. T, Smockey en Lil-G hielden zich nog altijd bezig met drugs, geweld en criminaliteit.

In het vervolg Lost Boys, 5 Jaar Later (55 min.) fungeert Jeansen ‘Demo’ Djaoen als enige hoofdpersoon. Hij heeft de bendekleuren, in de vorm van rode bandana’s en shirts, afgelegd en werkt tegenwoordig als reporter/marketingmedewerker van de publieke radiozender Funx. Ogenschijnlijk moeiteloos houdt hij zich staande te midden van politici en collega-journalisten. Met Mijn Eerste Overval, een hoorspel over zijn criminele verleden, wordt hij zelfs genomineerd voor de prestigieuze NTR Radioprijs.

Zijn verleden blijft hem echter achtervolgen. Demo’s torenhoge schulden worden, ondanks aflossingen, door boetes en heffingen alleen maar hoger. En vanwege zijn strafblad komt hij niet in aanmerking voor schuldsanering. Dat is het centrale thema van deze tweede Lost Boys-film, een aangrijpend portret van een bijna-dertiger die blijft betalen voor oude fouten (al blijft wel schimmig waarvoor dan precies) en ervoor moet waken dat hij niet voor gemakkelijke oplossingen valt.

Tegelijkertijd is het (vrijwel geheel) ontbreken van de andere gangleden van The Bloods in deze film wel een gemis. Demo vormt ondanks zijn financiële malheur, die door Balogh zéér uitgebreid in beeld wordt gebracht, de uitzondering op de regel. Hoe zou het de meer stereotiepe bendejongens Mr. T, Smockey en Lil-G zijn vergaan? Die vraag blijft grotendeels onbeantwoord.

Last Hijack

Submarine

Mohamed Nur staart vanaf het strand verlangend naar de zee. De Afrikaanse man keert het water uiteindelijk de rug toe en loopt ervan weg. In zijn werkplaats bevestigt hij een haak aan een opvallend blauw touw. Als Mohamed dat touw de lucht inwerpt, neemt het hem mee de lucht in. De man van vlees en bloed is inmiddels in een geanimeerde versie van zichzelf veranderd. Zwevend door de lucht transformeert hij tot een enorme roofvogel, die zich daarna met zijn levensgrote klauwen op een vrachtschip stort.

Is het een herinnering van de Somalische piraat? Of fantaseert hij over een volgende schipkaping? De verbluffende openingsscène van Last Hijack (52 min.) werpt direct het centrale dilemma van deze film uit 2014 op en laat tevens zien dat dit verhaal op een bijzondere manier zal worden verteld: met een combinatie van traditionele documentaire-elementen en volledig geanimeerde scènes. De documentaire van Tommy Pallotta en Femke Wolting gaat bovendien vergezeld van een interactieve documentaire.

In Last Hijack Interactive, gemaakt door Mirka Duijn die daarvoor een Emmy Award voor won, kan de gebruiker met de voortdurend qat kauwende Mohamed het hele proces van een kaping minutieus doorlopen. Óf kiezen voor de herinneringen van kapitein Colin Darch, diens vrouw, Mohameds advocaat, zijn clanoudste, een journalist en/of een veiligheidsexpert. Óf zich nader verdiepen in de moderne historie van Somalische piraterij. Óf kijken en luisteren naar de berichtgeving over piraterij. Óf… Al grasduinend ontstaat een gelaagd en genuanceerd beeld van een kwestie die veel complexer is dan ie in eerste instantie lijkt.

De documentaire vertelt daarentegen een redelijk eenduidig verhaal. Van een man uit de Hoorn van Afrika die bevattelijk is voor het gemakkelijke leven en niet al te veel morele beperkingen ziet bij het verwerkelijken daarvan. Mohamed heeft inmiddels al de nodige vrouwen versleten, her en der kinderen achtergelaten en een chronisch gebrek aan geld dat alleen met oneigenlijke middelen is aan te zuiveren. Hoezeer zijn ouders ook op hem inpraten, de piraterij blijft onverminderd trekken.

‘Piratengeld is goedkoop’, zegt Mohamed als het burgermansleven zich toch weer eens opdringt. ‘“Made in Taiwan”. Het is binnen drie minuten verdwenen.’ Het lijkt alsof hij vooral tegen zichzelf spreekt. Terwijl de dertiger zich voorbereidt op alweer een huwelijk, blijft de zee echter toch lonken. ‘Waarom zou je bloedgeld gaan verdienen als het ook eerlijk kan?’, wil zijn nieuwe geliefde weten. ‘Wat moet ik dan gaan doen?’, stelt hij een wedervraag, kauwend op de onvermijdelijke qat. ‘Weer terug naar de steengroeve?’

Mohameds vader zet het met een groep geloofsgenoten alvast op een bidden. ‘We vragen God om hem op het rechte pad te brengen.’ En de kijker houdt zijn hart vast…

Dirty John: The Dirty Truth

Eerst was er de succesvolle Dirty John-podcast van Los Angeles Times-journalist Christopher Goffard. Toen verscheen de gelijknamige Netflix-miniserie met Eric Bana als de charmante psychopaat John Meehan en Connie Britton in de rol van binnenhuisarchitecte Debra Newell, die volledig in diens macht belandt. En nu levert datzelfde platform een bijsluiter in documentairevorm: Dirty John: The Dirty Truth (86 min.).

De echte Debra Newell en haar dochters worden daarin vergezeld door diverse andere vrouwen, die hun ervaringen delen met de kwaadaardige charmeur, die een spoor van gedupeerde en ernstig beschadigde vrouwen heeft achtergelaten. Achter de aantrekkelijke arts met de tandpastasmile bleek een duistere figuur met een serieuze drugsverslaving, hele verzameling contactverboden en gewelddadige inslag schuil te gaan.

Hoewel de hoofdpersoon in principe alles heeft om uit te groeien tot een gelaagd documentaire-personage, wordt hij in deze televisiedocu van Sara Mast nooit meer dan een standaard Hollywood-slechterik. Hetzelfde geldt voor Dirty John: The Dirty Truth zelf: dertien-in-een-dozijn true crime. Een rechttoe rechtaan ‘good woman loves bad man’-tragedie, met veel interviewquotes, ‘spannende’ beelden en donkere muziekjes, die geen moment écht enerverend wil worden.

Sakawa

Cinema Delicatessen

‘Hoeveel dagen moet ik wachten voordat ik geld kan vragen?’, vraagt Ama, een alleenstaande Ghanese vrouw die net heeft geleerd hoe ze moet chatten en ‘I’m doing fine’ heeft getypt naar een wildvreemde vent in Engeland. Een week, meent Fi, een man die haar wegwijs maakt in de wereld van de digitale oplichting. Als het een goede vent is. Hooguit twee weken. ‘En hoeveel kan ik dan vragen?’ wil Ama nog weten. Zo’n vijftig dollar. Fi grinnikt: oh ja, de domste mannen van Engeland heten allemaal Peter.

Als Ama’s pogingen om een man in haar netten te vangen toch niet helemaal willen vlotten, vraagt ze advies aan een ervaren collega. Die laat haar een sexy foto op haar telefoon zien. Ama schrikt. ‘We gebruiken wat we hebben om te krijgen wat we willen’, zegt de vrouw zakelijk, waarmee ze deze documentaire van Ben Asamoah, een Belgische maker met Ghanese roots, meteen een soort motto meegeeft. Vanzelfsprekend wil de wereldwijze dame ook een percentage van de opbrengst als Ama’s onbeholpen pogingen om de man digitaal op te vrijen toch slagen.

Geld verdienen staat centraal bij de hoofdpersonen van Asamoahs debuutfilm Sakawa (77 min.). Westerlingen zijn er om helemaal leeg te trekken, zonder scrupules. Hun oude computers, gedumpt op een vuilnisbelt in Ghana, kun je plunderen op zoek naar gegevens. Via Google Maps is vervolgens te zien hoe en waar ze wonen. En daarna zijn ze met een nepprofiel van een aantrekkelijke dame en geveinsde zwoele stem telefonisch relatief eenvoudig het hoofd op hol te brengen. Waarna de geldstroom vanuit Europa of de Verenigde Staten, idealiter, op gang kan komen.

De werkelijkheid is echter weerbarstiger dan de theorie. Zijn de verhoudingen tussen dader en slachtoffer wel zo eenvoudig als ze in eerste instantie lijken? En waarom verlaten de kille laaielichters zich op plaatselijke predikers en voodoopriesters, die net zo goed van zwendel zijn te betichten? Asamoah observeert zijn subjecten in deze intrigerende film zonder hun gedrag te be- of veroordelen en toont op die manier het andere/echte gezicht van die veel gevreesde Afrikaanse internetoplichters.

Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football

Renato Gaúcho meldt zich bij de portiers van de nachtclub. Wie ben jij? willen die weten. ‘Renate Gaúcho.’ De kleerkasten aan de deur moeten lachen: die is allang binnen. Pas als de bekende voetballer van de Braziliaanse topclubs Grêmio en Flamengo en speler van de ‘seleçäo’ eist dat hij die andere Renato wil zien, mag hij alsnog naar binnen. Daar ziet hij zijn lookalike Kaiser zitten, omringd door mooie vrouwen.

Carlos Henrique ‘Kaiser’ Raposo, zo wil het verhaal in de swingende documentaire Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football (93 min.), blufte zich in de jaren tachtig en negentig de internationale voetballerij in, zonder dat hij ook maar een bal kon raken. Hij stond op de loonlijst bij een aanzienlijke hoeveelheid voetbalteams; van Braziliaanse topclubs als Flamengo, Botafogo en Fluminense tot het Mexicaanse Puebla en Gazélec Ajaccio op het Franse eiland Corsica.

Voordat hij daadwerkelijk door een trainer kon worden ingezet (of ook maar in de buurt kwam van een bal), fingeerde Kaiser een blessure en ging hij op zoek naar een nieuwe werkgever. Omdat in de voetballerij nu eenmaal geen enkele technisch manager durft toe te geven dat-ie ongezien een nieuwe speler heeft gecontracteerd en vervolgens toch nog een cent hoopt te verdienen bij het verder transfereren van zo’n miskoop, kwam hij er nog mee weg ook.

Dat is tenminste de eerste verklaring die deze gelikte documentaire van de Britse filmmaker Louis Myles geeft voor het succesvolle bedrog van de langharige loverboy, die liefst in een felgele speedo over het strand van Rio de Janeiro flaneerde. Later volgt een geloofwaardigere – en pijnlijkere – uitleg. Al blijft het voor de kijker gissen wat nu oprechte herinneringen van/aan Kaiser zijn en wat sterke verhalen, leugens om bestwil en keiharde bullshit.

Gekende Braziliaanse voetbalgrootheden als Carlos Alberto, Bebeto en Junior verlenen Kaisers relaas, dat Myles met acteurs heeft proberen te verbeelden, een zekere geloofwaardigheid. Hoewel de waarheid soms inderdaad vreemder is dan fictie, blijft het moeilijk om te geloven dat deze kekke, met smakelijke muziek geserveerde cocktail van voetbal en kolder werkelijk is gebaseerd op onweerlegbare feiten. Legende of niet, Kaiser heeft wel een bijzonder vermakelijk verhaal.

Nu Verandert Er Langzaam Iets

Cinema Delicatessen

Het duurt toch nog dik twintig minuten voordat er iemand in zijn kracht moet gaan staan. Met een paard bovendien. Voor een documentaire over zingeving en ontplooiing is dat verrassend lang. Nu Verandert Er Langzaam Iets (106 min.), op het IDFA bekroond met de Dutch Documentary Award, zit nochtans vol met coachingstaal. Intrinsieke motivatie. Trechteren. In je hoofd zitten. Rood gedrag. Ergens energie van krijgen. Je boosheid pakken. Vertaalslag. Gehoord worden. Rugzak. Competenties. Even parkeren.

Het is een wereld waarin mensen aandacht hebben voor elkaar. Professionele aandacht, welteverstaan. Halverwege deze documentaire van Menna Laura Meijer zegt een spreker over burn out, ook al zo’n hedendaags thema, zonder omhaal van woorden tegen zijn volle zaal: ‘Het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu verwacht dat we in 2030 ruim zeven miljoen chronisch zieken hebben in Nederland. En dat is aan de ene kant slecht nieuws, maar voor iedereen die coach wil worden…’

De zaal begint te lachen. Hij vervolgt met hoorbaar plezier, alsof hij de kern van zijn betoog (en misschien ook wel van deze film) bereikt: ‘Er worden tien kerken per week gesloten in Nederland en mensen zitten met heel veel zingevingsvragen die niet meer beantwoord worden. En ik denk dat dat één van de redenen is dat er zo’n grote vraag is naar coaching. Sinds dat de biecht werd afgeschaft, zeg ik wel eens, ben je op zoek naar een betaalde vriend of vriendin.’

Deze intrigerende documentaire brengt de bijbehorende ‘aandachtsindustrie’ haarfijn in beeld. Meijer zet de camera op een vast standpunt en kijkt van een afstandje mee bij allerlei soorten sessies: trainingen, presentaties, coaching, therapieën, TEDtalks, rollenspelen en – natuurlijk – workshops. Er worden families opgesteld, kaarten uitgezocht, pionnen neergezet, varkens gemasseerd en dronkenlappen gearresteerd. En gepraat. Eindeloos veel gepraat.

Omdat de mens maakbaar is – of denkt te zijn – en móet groeien. Nu Verandert Er Langzaam Iets brengt al die persoonlijke processen sereen in beeld: zonder duidelijke hoofdpersonen, interviews, muziek, montagetrucs of overduidelijk oordeel. ‘New observationalism’, aldus het IDFA-juryrapport. ‘Een onthullende “auto-etnography” die misschien niet de meest flatterende kant van de Nederlandse cultuur blootlegt, maar wel degelijk iets belangrijks heeft te zeggen.’ Een collage van deze tijd bovendien, boordevol zingevingsdrang (of -dwang), die wellicht pas later, met enige afstand, helemaal op waarde kan worden geschat.

Period. End Of Sentence

Netflix

Hij maakt Huggies, zeggen de ongemakkelijk glimlachende mannen. Luiers voor kinderen. Zouden ze echt niet weten wat de maandverbandmachine van Arunachalam Muruganantham fabriceert of houden ze zich gewoon van de domme?

Feit is dat menstruatie nog altijd een enorm taboe is in het Hapur-district van India. De meisjes en vrouwen die in Period. End Of Sentence (25 min.) van Rayka Zehtabchi worden geportretteerd, wenden eveneens beschaamd hun gezicht af als het thema ‘ongesteld zijn’ aan de orde wordt gesteld. Daar praat je niet over.

Tot dusver zijn de hoofdpersonen van deze boeiende film, die vannacht (erg overdreven) de Oscar voor beste korte documentaire heeft gewonnen, aangewezen op smerige doeken, waarvan ze zich na gebruik stiekem moeten zien te ontdoen. Want menstruerende vrouwen zijn onrein – en vrouwen hebben sowieso niks te vertellen en moeten zich maar schikken in hun lot.

Enkele ondernemende feministen besluiten desondanks om maandverband te gaan maken. Daarmee gaan ze de regio in, om hun product aan de vrouw (en aan hun vaders en echtgenoten) te brengen. Met de opbrengsten kunnen ze bovendien, zo betoogt deze typische empowermentfilm, hun eigen maatschappelijke positie verstevigen.

Tanzania Transit

EO

Isayah keert terug naar huis na een bezoek aan zijn kleinzoon William. Samen hebben ze plaatsgenomen in de armencoupé van de Tanzania Transit (53 min.). Als leden van de Masai-stam krijgen ze in de trein, die van Dar es Salaam naar Kigoma rijdt, te maken met de vooroordelen van andere passagiers. ‘Dus jij vindt dat wij het verdienen om stomme apen te worden genoemd?’, vraagt William verontwaardigd aan een groepje mannen, dat zojuist heeft beweerd dat hij en zijn opa in de jungle thuishoren.

Het is één van de weinige momenten dat deze film van Jeroen van Velzen, die zelf jarenlang in Afrika woonde, even ontbrandt. Verder lijkt het een doodnormale treinreis. Van drie dagen, dat wel. Waarin iedereen langzaam maar zeker steeds vermoeider wordt. Even verderop zit de Keniaanse bar-eigenaresse Rukia. Ze is op weg naar een nieuw leven. Het oude, waarin ze op haar veertiende werd uitgehuwelijkt en vervolgens in de huwelijksnacht hardhandig werd ontmaagd, laat ze graag achter zich. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor Peter. Nog niet zo lang geleden leidde hij een misdaadbende, nu brengt hij zijn diensten als ‘healer’ aan de man bij andere reizigers. Met bidden, zo lijkt hij te denken, kan elke vorm van onheil worden afgewend – én een aardig zakcentje worden verdiend.

Documentairemaker Van Velzen en z’n filmcrew tekenen de reis, zowel de fysieke als de mentale, met oog voor detail en sfeer op. De film voelt alsof-ie is gemaakt door een passagier, die zich slapende houdt en intussen stiekem, loerend door zijn oogwimpers, de microkosmos om zich heen in zich opneemt. Zo vangt hij kleine, menselijke scènes, die tevens de diversiteit van de Tanzaniaanse samenleving verbeelden. Als de oudere man Isaya bijvoorbeeld zijn kleinzoon herkent in een YouTube-filmpje met Masai-dansers, oogt hij verbaasd. Hoe is William in die televisie terechtgekomen? En hadden ze dat geld niet beter kunnen besteden aan koeien?

Het Fatale Scooterongeluk

Ik reed niet, zegt de één. Híj reed.

Nee, beweert de ander. Ik reed niet. Dat was híj.

Zie daar de kern van de spraakmakende strafzaak die in de documentaire Het Fatale Scooterongeluk (56 min.) wordt gereconstrueerd. Op weg naar een overval op een hotel in Nijmegen wil de politie twee jongens staande houden vanwege een defect achterlicht. Ze slaan op de vlucht en rijden een voetganger aan. Mario van de Geijn, medewerker van filmhuis Lux, overlijdt kort daarna. Maar wie reed er op die fatale januaridag in 2010 op de scooter en wie was er ‘slechts’ bijrijder?

Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) blijven consequent elkáár beschuldigen. En ooggetuigen kunnen ook geen uitsluitsel geven. Daarmee ontstaat een patstelling, die zal resulteren in een jarenlange juridische hellegang voor Van de Geijns nabestaanden. De twee verdachten, die zich na het ongeluk ook al schuldig hebben gemaakt aan intimidatie van hulpverleners, zullen zich daarin van hun allerslechtste kant laten zien en de rechtsgang tot in den treure traineren.

Programmamaker Hetty Nietsch heeft de zaak al die jaren van zeer nabij gevolgd en contact onderhouden met Mario van de Geijns levenspartner Gé Creemers, die op zoek blijft naar rechtvaardigheid en dialoog. Met ooggetuigen, politieagenten, medewerkers van het ziekenhuis, officieren van justitie, journalisten en de advocaten van de twee verdachten neemt Nietsch het ongeluk en de nasleep daarvan minutieus door. Ze ondersteunt haar narratief met nieuwsbeelden en reconstructies van de politieverhoren. Oud-rechter Egbert Myjer fungeert opmerkelijk genoeg als verteller.

Het eindresultaat bevat weliswaar veel pratende hoofden, recht in de camera, maar maakt tegelijkertijd het centrale dilemma van een uiterst frustrerende strafzaak inzichtelijk. Want zolang niet duidelijk is wie er achter het stuur zat, kun je de één het ongeluk van de ander niet aanrekenen. Of zijn de twee, als (potentiële) plegers van een misdrijf, roekeloze rijders en schaamteloze saboteurs van de rechtsgang, misschien sowieso allebei schuldig?

Lorena

Amazon

Ze werd een soort archetype van de wraakzuchtige echtgenote. Tenminste, als je alleen afging op de chocoladeletters in de roddelbladen. Tegelijkertijd groeide Lorena Bobbitt in 1993 uit tot een symbool voor alle Amerikaanse vrouwen die zich tegen hun gewelddadige mannen moesten verdedigen. De Ecuadoriaanse immigrante belandde in de schmutzige tabloid-historie als de vrouw die de penis van haar echtgenoot John afsneed.

Op het moment dat de hulpdiensten in huize Bobbitt arriveren, is het geslachtdeel, zoals een opmerkelijk goedgeluimde uroloog het treffend uitdrukt, zelfs nog ‘lost in action’. Zou ze hem ingeslikt hebben? vraagt een politieagente die de plaats delict moet onderzoeken zich af. Het gebruikte mes vinden ze uiteindelijk in een vuilnisbak, de vermiste penis op een nabij gelegen veldje. ‘Een brandweerman heeft ‘m uiteindelijk gevonden en opgepakt’, vertelt Lorena zelf 25 jaar na dato. Waarna ze haar handen voor de mond slaat en beschaamd begint te lachen. ‘Oh, mijn god!’

Het was doodeng, zegt haar ontmande ex-echtgenoot John Wayne Bobbitt, die volgens eigen zeggen bedwelmd was toen zijn vrouw het mes in zijn edele delen zette. ‘Alsof Freddy Kruegers hand door de muur kwam.’ De eerste aflevering van de vierdelige serie Lorena (253 min.) is dan pas tien minuten onderweg. De ‘castratie’, die nog een uitbundig vervolg zal krijgen in de rechtszaal en de (roddel)pers, vormt de opmaat naar een boeiend exposé over huiselijk geweld, mediahypes en de kwetsbare positie van immigranten.

De voormalige geliefden Lorena en John Wayne Bobbitt dreigen ondertussen volledig vermalen te worden door de onverkwikkelijke kwestie, die hen in de navolgende jaren nog in een psychiatrisch ziekenhuis, de porno-industrie en Hollywood zal brengen. Dat verhaal wordt kundig uit de doeken gedaan in deze krachtige miniserie van Joshua Rofé (die alleen wel wat lang is uitgevallen). Waarbij Lorena’s wanhoopsdaad, waarover elke mishandelde vrouw wel eens zal hebben gefantaseerd, niet meer is dan het kwartje dat in een automaat wordt gegooid, die vervolgens een continue stroom blunders, gênante situaties en tegenslagen uitspuugt.

Wat je niet doodt, stelt een (ongetwijfeld Amerikaans) spreekwoord, maakt je sterker. Dat geldt zeker voor één van de twee Bobbitts, die zich helemaal van de ander lijkt te hebben losgemaakt. Díe kan echter maar moeilijk afstand nemen van het verleden. Het is natuurlijk ook geen sinecure, een vrouw die het mes in haar mans penis zet. Al valt zelfs dat te relativeren. ‘In Afrika kunnen ze miljoenen vrouwen besnijden, zonder dat je er ooit iets over hoort’, zegt een vrouw, die een bijrol speelt in deze docuserie, aan het slot ervan. ‘Maar snijd één pik eraf en het land is te klein.’ Ze begint te lachen: ‘it’s a man’s world.’

The Devil And Daniel Johnston

Ik herinner het me als de dag van gisteren: ‘I heard the Jews are having a pyjama party at the concentration camp.’ Hij zei ’t echt, tijdens een optreden op het Take Root-festival in Tilburg in 2002. De Amerikaanse singer-songwriter Daniel Johnston. Een dikkige wereldvreemde kerel, die zich met onvaste stem en onbeholpen gitaarspel door zijn eigen oeuvre worstelde. De Holocaust-grap vormde de anticlimax van een sowieso erg ongemakkelijk optreden, waarin hij ook nog verhaalde over een man die de doodstraf had gekregen vanwege een zelfmoordpoging.

Helemaal verbaasd over zijn ontregel(en)de gedrag konden concertgangers niet zijn. De wilde verhalen waren Johnston al vooruitgesneld. En die werden drie jaar later, in 2005, allemaal nog eens bevestigd, van een zeer persoonlijke context voorzien en met ongelooflijk veel verve uitgeserveerd in de overrompelende documentaire The Devil And Daniel Johnston (110 min.) van Jeff Feuerzeig. Het is een portret waarin de hoofdpersoon op alle mogelijke manieren aanwezig is (via zijn muziek, kunstprojecten, familiefilmpjes en archiefmateriaal), maar zelf niet wordt bevraagd. Dat is ook nauwelijks mogelijk.

Behalve een hele stoet liefhebbers en fans komen wel zijn betrokken vader, moeder, broer en zus aan het woord. Daniel zelf laat van zich horen via talloze audiocassettes die hij gedurende de jaren heeft gemaakt. Daarop stort hij zijn hart uit, gaat als een gek tekeer over Satan en legt tevens stiekem situaties in familiekring vast. ’Ik wil niet dat mijn zoon het lachertje wordt’, hoor je zijn moeder Mabel bijvoorbeeld tegen de jonge Daniel tieren. ‘Maar dat is wat je bent.’ De instabiele artistiekeling, gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis, blijkt al van jongs af aan het zorgenkindje van een gelovig gezin. Volgens zijn beste vriend David Thornberry noemde zijn moeder hem regelmatig een ‘unprofitable servant of the Lord’. Daniel zelf verbasterde dat op geheel eigen wijze dan tot ‘an unservicable prophet’.

Daniels beeld van de wereld komt gaandeweg steeds meer op gespannen voet te staan met de werkelijkheid van anderen. Op de plaatselijke kunstacademie ontmoet hij bijvoorbeeld de liefde van zijn leven Laurie Allen, die hij op camera braaf ‘I love you, Danny’ laat zeggen. Zij heeft echter geen idee van zijn gevoelens en al wel een vriendje. Meer heeft Daniel niet nodig om in een diepe depressie te raken. In zekere zin geniet hij, volgens zijn vriend David, echter ook van de ontstane situatie: met haar afwijzing heeft hij iets om zich diep ongelukkig over te voelen. Er zullen nog vele inzinkingen volgen, met de bijbehorende waanbeelden, paranoia en verplichte opnames – en onnavolgbare muziek en tekeningen.

Illustratief is een bizar optreden in de New Yorkse undergroundclub Piers Platter, waarbij Daniel het publiek laat meezingen met het bijzonder macabere lied Funeral Home: ‘Funeral home. Funeral home. Going to the funeral home. Got me a coffin, shiny and black. I’m going to the funeral and I’m never coming back.’ Met zulke ziel snijdende performances verwerft hij begin jaren negentig een cultstatus, zeker nadat Nirvana-zanger Kurt Cobain zich laat vereeuwigen met een Daniel Johnston T-shirt. Vanuit een psychiatrisch ziekenhuis onderhandelt de man zelf intussen met platenmaatschappijen. Tot een succesvolle carrière zal het echter nooit komen. Johnston blijft een figuur in de marge, die vanuit zijn ouderlijk huis een gestage stroom songs en tekeningen (die ook worden geëxposeerd en verkocht) op gang houdt.

‘Ik weet zeker dat Daniel straks naar de hemel gaat’, zegt één van de sprekers in deze bijzonder aangrijpende film. ‘Want in de hel is hij al geweest.’

In 2015 verscheen er nog een lekker speelse korte film met de singer-songwriter, getiteld Hi, How Are You Daniel Johnston?, waarin geanimeerde versies van de jeugdige en oudere Daniel met elkaar in gesprek gaan en de filmmaker zelf, Gabriel Sunday, in enkele scènes een jonge Johnston speelt. Met bovendien een fraai nummer van Lana del Rey, Some Things Last A Long Time.