Ithaka: A Fight To Free Julian Assange

Gabriel Shipton

Als WikiLeaks in 2010 de zogenaamde Collateral Murder-video publiceert, waarin is te zien hoe een Amerikaanse helikoptercrew het vuur opent op een groep Iraakse burgers en journalisten, veroorzaakt dit wereldwijd opwinding. Julian Assange, de oprichter van de klokkenluiderswebsite, verwerft er tegelijkertijd een heldenstatus mee. In datzelfde jaar publiceert Wikileaks met mediapartners als The New York Times, Der Spiegel en The Guardian nog eens 700.000 geheime militaire documenten. Assange wordt daarmee definitief een gezworen vijand van de Verenigde Staten.

Wanneer de grond hem twee jaar later te heet onder de voeten wordt, vlucht Assange naar de ambassade van Ecuador in Londen, waar hij in totaal zeven jaar zal verblijven. In 2019 wordt de Australische activist alsnog in de boeien geslagen. Sindsdien zit hij in de zwaarstbewaakte gevangenis van het Verenigd Koninkrijk. Intussen hebben de Verenigde Staten een uitleveringsverzoek gedaan, zodat hij daar berecht kan worden. Er hangt hem dan een gevangenisstraf van 175 jaar vanwege spionage boven het hoofd. Ithaka: A Fight To Free Julian Assange (104 min.), geproduceerd door zijn halfbroer Gabriel, start negen maanden vóórdat een Britse rechtbank in het najaar van 2020 over zijn uitlevering beslist, als Assanges vader John Shipton overkomt vanuit Melbourne om zijn zaak te gaan bepleiten bij politici en media.

Hij wordt terzijde gestaan door Julians verloofde en juridisch adviseur Stella Moris, die in 2015 een relatie met hem heeft gekregen op de Ecuadoraanse ambassade. Toen het stel besloot om aan kinderen te beginnen, leek Assanges zaak nog de goede kant op te gaan. Inmiddels hebben ze twee zoons, maar zit hun vader onder naar verluidt erbarmelijke omstandigheden achter de tralies. Hij dreigt er volledig aan onderdoor te gaan. Voor zowel John Shipton als zijn schoondochter Stella is dat niet alleen een menselijke tragedie, maar ook een principiële kwestie: wat is de vrijheid van meningsuiting eigenlijk waard als Julian kan worden veroordeeld vanwege het openbaren van geheime informatie, over oorlogsmisdaden nota bene? Welke journalist is er dan nog veilig?

Via de bevlogen Morris en gereserveerde Shipton, die met frisse tegenzin de publiciteit blijft zoeken, schetst Ben Lawrence in deze ingetogen film de penibele situatie van Julian Assange, een man die gaandeweg een imagoprobleem heeft gekregen. Van een gevierde voorvechter van het vrije woord is hij in de publieke opinie veranderd in een handlanger van Rusland, die zich tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2016 zou hebben laten gebruiken om Hillary Clinton schade toe te brengen en zo Donald Trump aan het presidentschap te helpen. Karaktermoord, zeggen zijn familieleden daarover. Een slinkse omkering van de werkelijkheid, waardoor nu de klokkenluider terecht staat en de oorlogsmisdadigers nog altijd vrijuit gaan.

Die kwestie wordt door Ithaka, waarin Assange zelf alleen is te zien en te horen via de mobiele telefoon van zijn verwanten en beelden van beveiligingscamera’s waarmee hij ooit illegaal in de gaten is gehouden op de ambassade, zeer indringend geagendeerd.

The Last Dolphin King

Netflix

Een filmpje van welgeteld 99 seconden dreigt hem de kop te kosten. José Luis Barbero werkt al dertig jaar met dolfijnen. Hij is begonnen bij Marineland op Mallorca en heeft daarna ook dolfinaria geleid op andere plekken in Spanje. In 2015 krijgt hij een kans uit duizenden: Barbero wordt gevraagd door het grootste aquarium ter wereld, Georgia Aquarium in Atlanta, om de dolfijnenshow opnieuw op te zetten. En dan zet de Spaanse dierenrechtenorganisatie SOS Delfines een video online waarop de gerenommeerde dolfijnentrainer zijn dieren lijkt te mishandelen.

Niet veel later is The Last Dolphin King (originele titel: ¿Qué Le Pasó Al Rey De Los Delfines?, 94 min.) spoorloos verdwenen. ‘s Mans vermissing vormt het startpunt voor deze gedegen film, waarin Luis Ansorena Hervés en Ernest Riera alterneren tussen de zoektocht naar de 59-jarige trainer en zijn levensverhaal, dat wordt gedomineerd door zijn passie voor dolfijnen, tomeloze ambitie én fikse conflicten. De gedreven Barbero krijgt het bijvoorbeeld aan de stok met het management van de bedrijven waarvoor hij werkte, zijn eigen medewerkers en verontwaardigde dierenbeschermers.

Het filmpje waarmee hij aan de schandpaal wordt genageld speelt daarbij een essentiële rol: is het een waarheidsgetrouwe weergave van hoe Barbero met dolfijnen omgaat of een slinks gemonteerde video die is bedoeld om hem te beschadigen? In The Last Dolphin King stappen voor het eerst de makers ervan, de activisten K en V, uit de anonimiteit en vertellen over hun beweegredenen. Tegelijkertijd doemt vanuit de achtergrond een ander thema op: de toxische werkcultuur die de dominante dolfijnentrainer om zich heen creëerde, waarbij tieren en schelden bepaald niet werd geschuwd.

Met fraaie archiefbeelden vanuit verschillende dolfinaria – waaronder een aangrijpende scène waarin Barbero en enkele medewerkers een bal proberen te verwijderen bij een dolfijn die daardoor dreigt te stikken – en gesprekken met zijn vrouw Mari García, zoons Marcos en Jordi, enkele directe collega’s en de leiding van Georgia Aquarium reconstrueren Hervés en Riera de opkomst en ondergang van José Luis Barbero. Een man die het allerhoogste, Champions League-niveau zogezegd, nastreefde met alles wat hij, de dolfijnen en zijn trainers in zich hadden.

Brainwashed: Sex-Camera-Power

IDFA

Natuurlijk, dat Hollywood wordt gedicteerd door ‘The Male Gaze’, een term die werd gemunt door filmwetenschapper Laura Mulvey, kan nauwelijks een verrassing zijn. Regisseur Nina Menkes gaat echter nog een stuk verder in het scherp geformuleerde video-essay Brainwashed: Sex-Camera-Power (107 min.), dat weer is gebaseerd op haar eigen lezing Sex And Power: The Visual Language Of Oppression. Volgens Menkes is er een direct verband met de achtergestelde positie van vrouwen in de filmindustrie én het feit dat seksueel misbruik, daar en in de rest van de (westerse) wereld, zoveel voorkomt. Films hebben ons, zowel mannen als vrouwen, nu eenmaal op een bepaalde manier geprogrammeerd.

Om te beginnen richt Menkes zich op het verschil tussen subject en object. Als in: de kat (subject) eet de muis (object). In Hollywood is de man volgens haar al sinds jaar en dag subject (ofwel: protagonist) en de vrouw niet meer dan een object waarmee/-van hij iets wil. Ofwel: de man ziet de vrouw. The Male Gaze dus. Neem dat gerust letterlijk. Vrijwel alle speelfilms worden verteld vanuit mannelijk perspectief en vrouwen – en niet te vergeten: hun lichaam – worden daarin stelselmatig geobjectificeerd. Met een stortvloed aan fragmenten uit speelfilmklassiekers maakt Menkes in dit beeldtaalcollege overtuigend haar punt. Geen speld tussen te krijgen, eigenlijk.

Ze krijgt bovendien rugdekking van de wetenschapper Mulvey, psychoanalyticus Sachiko Taki-Reece en vrouwelijke filmmakers zoals Catherine Hardwicke (die de spraakmakende tienerfilm Thirteen regisseerde), Rosanna Arquette (die als actrice regelmatig slechte ervaringen had) en Amy Ziering (die het giftige man-vrouwklimaat in de entertainmentindustrie aankaartte in documentaires als Allen v. Farrow en On The Record). Zij kunnen getuigen over de lastige positie van vrouwen in Hollywood, waar mannen nog altijd onverminderd de dienst uitmaken. Het is daarom niet vreemd dat Amerikaanse films doorgaans, in de woorden van de non-binaire regisseur Joey Soloway (Transparent), propaganda voor het patriarchaat bedrijven.

Met het vlijmscherpe college Brainwashed, dat alleen aan het eind wat aan kracht inboet en dus wel wat korter had gekund, demonstreert Nina Menkes in elk geval duidelijk dat er echt een maatschappelijk belang is om dit te veranderen.

Indisch Zwijgen

Amstelfilm

‘Denk dan maar eeeven. Het kan niet altijd goed gaan in het leeeven’ zingt Wil Richards, een oudere Indische Nederlander, voor zijn achternicht, de beeldend kunstenaar Mei Oele. Hij vervolgt: ‘Zorg bij tegenslaagen dat je die ook kunt verdraagen.’ Wil weet waar hij over zingt. Hij zat vroeger in een interneringskamp. Terwijl zijn broer, Mei’s opa, net als veel lotgenoten die in Indië klem kwamen te zitten tussen de kolonisator en de gekoloniseerden, altijd bleven zwijgen over hun traumatische verleden, zette Wil zijn ervaringen juist op papier.

Tussen 1945 en 1968 kwamen er zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Zij volharden meestal nog altijd in een Indisch Zwijgen (32 min.) over wat ze hebben meegemaakt, tot frustratie van hun nazaten. Hoewel Wil destijds het gevoel had dat hij werd beschouwd als een indringer is hij volgens eigen zeggen tegenwoordig ‘helemaal volledig ingeburgerd’ in Nederland. ‘Maar misschien ook vanwege de asielzoekers die dus binnenkomen’, zegt hij er besmuikt lachend bij. ‘Die hebben eigenlijk mijn plaats overgenomen van niet welkom zijn.’

Inmiddels wonen er zo’n anderhalf tot twee miljoen mensen met Indische wortels in Nederland. Filmmaakster Juliette Dominicus wil als vertegenwoordiger van de derde generatie het zwijgen over hun gezamenlijke verleden doorbreken. Tijdens een familie-opstelling bij een lichaamsgerichte therapeut ervaart ze de afstand binnen haar eigen familie echt aan den lijve. Tijd om het gesprek aan te gaan met haar vader. Amara van der Elst, spoken word-artiest, constateert intussen met haar moeder dat praten over het verleden soms ook gewoon pijn doet.

Samen hebben de drie jongen vrouwen ondertussen een kunstwerk gemaakt, waarmee ze het gesprek over dat gedeelde verleden proberen te openen. In dit appèl aan hun gemeenschap komen alle verschillende elementen – theater, video en beeldende kunst – mooi samen en wordt deze film die, met een héél uitgebreide begintekst, enigszins stroef van start is gegaan alsnog tot een fraaie climax gebracht.

We Met In Virtual Reality

HBO Max

Terwijl de halve wereld eind 2020 in lockdown gaat vanwege de Coronacrisis, zoekt een selecte groep escapisten een andere dimensie op. In de videogame VRChat kunnen ze elkaar, met behulp van de techniek ‘full body tracking’, in elk geval gevoelsmatig fysiek blijven ontmoeten. Regisseur Joe Hunting sluit bij hen aan, observeert hoe ze zich gedragen en spreekt met hen over hun leven in een verbluffende documentaire die zich volledig in die virtuele wereld afspeelt: We Met In Virtual Reality (89 min.).

‘Je kunt degene zijn die je altijd al wilde zijn’, vertelt de Peter Pan-achtige verschijning Toaster, die met zijn exotische vriendin DustBunny alle zorgen vergeet in een spectaculair digitaal pretpark . ‘Je kunt in zekere zin helemaal opnieuw beginnen. In het echte leven heb je te maken met verwachtingen die anderen van je hebben over hoe je dingen moet doen of je moet gedragen. En daarmee kun je het eens zijn of niet. In VR weet niemand wie je bent. Het kan ook niemand schelen wie je was, alleen wie je nu bent. Je bent vrij om te zijn wie je wilt.’

Buitenstaanders moeten in eerste instantie wel een psychologische barrière nemen om mee te kunnen in die beleving. Want mensen van vlees en bloed tonen zich hier via een digitale gedaante, hun avatar. Ze ogen als pak ‘m beet een schattig konijntje, gespierde strijder of voluptueuze vamp. Stoer, sexy en extravagant lijken de norm. Als je in het echte leven – IRL in jargon – weinig kleur denkt te hebben, kan het in de VRChat-gemeenschap doorgaans niet op. Deze personages bewegen zich bovendien in een wereld die voortdurend van sfeer kan veranderen. Het ene moment Disney of The Muppet Show, dan weer The Matrix of Walking With Dinosaurs.

Binnen die onwerkelijke setting vindt Hunting wel degelijk de mensen achter de personages – of beter: de mensen ín de personages. Die verliefd worden, gebarentaal spreken, niet van de drank kunnen afblijven, zich uitleven in dans, non-binair zijn, in het huwelijk treden, lijden aan depressies of al hun fantasieën uitleven. Hun belevenissen worden door hem met veel schwung, bravoure en een dikke soundtrack uitgespeeld. In We Met In Virtual Reality is de verbeelding echt aan de macht. Tegelijkertijd toont deze geheel bijdetijdse film aan dat virtual reality de troost en verbondenheid kan bieden die in de échte wereld soms ontbreekt.

Secrets Of Playboy

Hij overleed een maand voordat in oktober 2017 de #metoo-affaire rond Harvey Weinstein losbarstte. Hugh Hefner bleef dus buiten schot. Enkele jaren na zijn dood komt de oprichter van Playboy echter alsnog aan de beurt. Met de twaalfdelige (!) docuserie Secrets Of Playboy (506 min.) gaat zijn zorgvuldig gecultiveerde imago van gedistingeerde ladiesman, met pijp, badjas en verheven woorden over emancipatie en de vrijheid van meningsuiting, alsnog aan gruzelementen. Maar of ‘Hef’ daar, nadat hij ruim zestig jaar onbekommerd zijn gang heeft kunnen gaan, nu echt last van zal hebben?

Hugh Hefner (1926-2017) kon al die tijd doorgaan voor een typische representant van de Mad Men-periode. Voor mannen zoals hij waren (jonge) vrouwen toch vooral ‘eye candy’ of – als je een beetje een geslaagde vent was – ‘arm candy’. En ja, dat hij van seks hield en het ‘geen handvol, maar een land vol’-principe huldigde, daarvan maakte Hef ook nooit een geheim. En dat het bed met hem delen de kans vergrootte om Playmate Of The Year te worden, lag ook wel min of meer voor de hand. Zo ging dat nu eenmaal in de ideale wereld van machtige mannen. De vleesgeworden Playboy leefde gewoon de droom van elke gezonde kerel.

Getuige deze serie van Alexandra Haggiag Dean waren zijn Playboy Mansion en de Playboy-clubs in de rest van het land, waar de zogenaamde Bunnies in hun ultrakorte jurkjes met konijnenoren, strikje en staart werkzaam waren, echter ook het toneel voor drugsgebruik en -handel en grootschalig seksueel misbruik: opgedrongen plastische chirurgie, stiekeme seksopnames, (groeps)verkrachting, bestialiteit en het bekijken van ‘snuff films’. Waarbij ieders grenzen werden overschreden als dat het ‘male chauvinist pig’ Hefner of bekende vrinden zoals Tony Curtis, Roman Polanski, Jim Brown en Bill Cosby te pas kwam. Intussen kon hij zijn façade van sociaal bewogen voorvechter van burgerrechten ophouden.

Met voormalige playmates, bunnies en medewerkers, gereconstrueerde scènes en natuurlijk veel fraai archiefmateriaal, waarin het naakt overigens consequent is weggeretoucheerd, schetst Secrets Of Playboy – glad, overcompleet en écht te sensatiebelust – een ontluisterend beeld van Hugh Hefner, zijn seksverslaving, narcisme en machtshonger, en de entourage waardoor hij die in stand kon houden. Een aantal van zijn medewerkers, inclusief ook enkele vrouwen, hebben zijn gedrag jarenlang goedgepraat en gefaciliteerd. Nu, na zijn dood, spreken zij zich alsnog uit en worden die getuigenissen verbonden aan vullis die al eerder werd opgediept over Mr. Playboy.

Van weerwoord is verder geen sprake. Deze serie is een onvervalste – en waarschijnlijk ook niet geheel onterechte – lynchpartij. Zodat het misschien tóch zou kunnen dat Hef zich nu, als hij daar tenminste alleen in is gaan liggen, spontaan omdraait in zijn graf.

Free As A Bird

KRO-NCRV

Met een nieuwe nier kan Ariana de la Fosse blijven dansen. In de familie is alleen geen nier beschikbaar. Als die er op korte termijn niet komt, zal het twaalfjarige Nederlandse meisje voorlopig moeten gaan spoelen. En nierdialyse is toch wel erg moeilijk te combineren met de hobby waar ze zich viermaal per week helemaal aan overgeeft: dansen.

Op het strand fantaseert Ariana met een vriendinnetje over van wie ze een orgaan zou kunnen krijgen. Hoe zou die er dan uitzien? Is het een man of een vrouw? Is het een jong iemand? Ze kijkt naar de zee. ‘Die dikke mevrouw…’, giebelt ze. Ariana denkt er nog eens over na: ‘Het maakt me niet echt uit wie het is. Ik wil wel dat diegene er een beetje fris uitziet.’

Met haar broer Arthur en hond Mikey werkt ze in Free As A Bird (15 min.) aan een filmpje, waarmee ze een donor hoopt te vinden. Via die opnames belicht regisseur Annelies Kruk de nierziekte van het meisje. Dit gebeurt zoals dat in veel (Nederlandse) jeugddocu’s wordt gedaan: vanuit het perspectief van het kind en met een positieve inslag. Geen sombermansverhalen dus.

Dat werkt ook in dit geval weer prima. Ariana is weliswaar een kind met een hulpvraag, letterlijk in dit geval, maar wordt geen moment als een slachtoffer afgebeeld. Free As A Bird is daarmee fijn kijkvoer voor zowel ouders met kinderen als ouderen zonder kinderen. En hopelijk vaart Ariana’s zoektocht naar een donor, inmiddels uitgezet via sociale media, er wel bij.

The Banality Of Grief

IDFA

Hij maakt haar voortdurend deelgenoot van wat hij meemaakt, wat zich voor zijn camera aandient ook en hoe hij zich daar dan zelf weer toe verhoudt. In gedachten is Jon Bang Carlsen permanent bij zijn echtgenote Madeleine. Zij is enkele jaren geleden overleden. Carlsen wil en kan zich echter niet losmaken van de vrouw, met wie hij 35 jaar van zijn leven heeft gedeeld.

Terwijl hij in de Verenigde Staten werkt aan een nieuw project, wordt de Deense filmmaker constant overvallen door gevoelens en gedachten aan haar. Die vervat hij in een stream of consciousness-achtige brief, die als hart van The Banality Of Grief (70 min.) fungeert. Soms kwetsbaar en gevoelig, dan weer scherp en vol zelfspot. Vaak filosofisch ook, in een poging om de alomvattendheid van zijn verdriet en wat dit bij hem aanricht vast te grijpen en alsnog met haar te delen.

Het presidentschap van Donald Trump functioneert als metaforisch decor voor zijn somtijds deplorabele staat. Dat contrasteert met de opkomst van diens voorganger, de eerste zwarte president van de Verenigde Staten Obama, en het gevoel van hoop en geluk dat Carlsen met die periode associeert. Overmand door herinneringen aan zijn leven met Madeleine zwerft hij tevens door zijn eigen verleden als filmmaker, dat wordt geïllustreerd met treffende fragmenten.

The Banality Of Grief is een zeer particulier verhaal – en daardoor ook universeel. Rouw manifesteert zich in minutieuze details, die voor iedereen anders en toch herkenbaar zijn. Deze film is, zoals de maker het zelf omschrijft, een kleine stamelende liefdesbrief aan een vrouw waarvan het adres nog onbekend is. Jon Bang Carlsen is alleen wel een overdadige verteller. Hij vertoont zich weliswaar slechts zelden voor ‘het dodemansoog’ – de benaming die Madeleine gaf aan de cameralens, waardoor zijzelf zich ook zelden liet betrappen – maar laat de woorden intussen rijkelijk vloeien.

Hij voorkomt daarmee dat deze heel persoonlijke documentaire een gemakkelijke tearjerker wordt, maar maakt het tegelijkertijd ook lastiger voor buitenstaanders om zich écht te identificeren met zijn gevoel van verlies.

Homecoming: Marina Abramovic And Her Children

Een trip nostalgia van de Servische kunstenares Marina Abramovic, die in haar videokunst en performances gedurig met zelfpijniging en uitputting in de weer is geweest, kan nooit echt comfortabel worden. Dat gebeurt dan ook niet.

Terwijl ze zich in 2019 met de overzichtstentoonstelling The Cleaner opmaakt voor een bezoek aan haar geboortestad Belgrado in het voormalige Joegoslavië, reist Abramovic door haar eigen leven en loopbaan. Dat begint al direct in stijl. ‘De nacht voordat ik werd geboren droomde mijn moeder dat ze een gigantische slang zou baren’, vertelt ze, met kenmerkend gevoel voor drama. ‘De volgende dag, na een partijbijeenkomst, braken haar vliezen.’

De kunstenares claimt zelf de rol van verteller in de boeiende documentaire Homecoming: Marina Abramovic And Her Children (83 min.) van regisseur Boris Miljkovic en doet daarin ankerpunten uit haar eigen persoonlijke geschiedenis aan. Haar jeugd bijvoorbeeld, gedomineerd door een zeer strikte moeder en het regime van de communistische leider Tito. Die zijn oneindige inspiratiebronnen gebleken voor haar.

Ook Marina Abramovic’s samenwerking/relatie met kunstenaar Ulay kan vanzelfsprekend niet ontbreken. Ze waren twaalf jaar samen. ‘En ik zou nog net zo lang door hem moeten lijden’, voegt ze er onderkoeld aan toe. Daarna volgt niettemin een als performance verpakt emotioneel weerzien, begeleid door de lekker melodramatische muziek van Antony and the Johnsons. In het aangezicht van haar voormalige andere helft houdt de hoofdpersoon ‘t niet droog.

De enerverende ontmoeting vormt, samen met reprises van bekende performances van Marina Abramovic, de opmaat naar een verrassend warmbloedige apotheose: een spontane groepsperformance in haar eigen Belgrado, waarvoor ze haar participanten zowaar een onversneden positieve opdracht meegeeft. Geef elkaar onvoorwaardelijke liefde.

Aznavour, Le Regard De Charles

Piece Of Magic

Via wat hij zag, krijgen we hem te zien. Charles Aznavour (1924-2018), chansonnier, acteur én amateurfilmer. Een paar maanden voor zijn dood leidde hij regisseur Marc di Domenico binnen in zijn heilige der heiligen: een geheime kamer, bezaaid met filmrollen. Aznavour had die hoogstpersoonlijk volgeschoten met de 16mm-camera, die hij in 1948 kreeg van zangeres Edith Piaf. De zanger zou er tot 1982 zijn leven mee filmen, met een bijzonder oog voor de wereld om hem heen én voor vrouwelijk schoon.

Het (zelf)portret Aznavour, Le Regard De Charles (75 min.) is vrijwel volledig opgebouwd uit deze privébeelden: Charles op de filmset van de anti-oorlogsfilm Un Taxi Pur Toubrouk, Charles en zijn toenmalige geliefde op een zeilboot en Charles omringd door handtekeningenjagers in een Chinese trein. Maar vooral zien we wat hij zag: vanaf het moment dat de ruim twintig jaar jongere Zweedse schone Ulla in zijn leven komt, domineert zij bijvoorbeeld een tijd lang elk frame. En verder: de plekken die hij aandeed en de mensen die hij daarbij ontmoette

Intussen vertelt hij zelf, in voice-overteksten die zijn gebaseerd op interviews en notities van Aznavour en ingesproken door acteur Romain Duris, zijn levensverhaal: telg van een familie die de Armeense genocide ontvluchtte, als zanger onder de hoede genomen door Edith Piaf, doorgebroken in het verre Amerika, comfortabel levend in de internationale jetset en toch altijd verlangend naar dat ene land dat Zij, Armeniërs van de diaspora, moesten verlaten. Want je kan een man wel van zijn geboortegrond halen, maar daarmee haal je die grond nog niet uit de man.

Gekende evergreens als La Bohème, Formidable en She begeleiden Aznavours videodagboek, dat de kijker een intieme blik gunt in zijn gedachtewereld en zielenleven. Aan het eind van de film richt hij zich rechtstreeks tot z’n publiek: ‘Ik heb deze beelden nooit teruggezien. Maar ik wist dat u ze ooit zou zien. Vandaag bent u erbij, meekijkend over mijn schouders. Er is geen scheiding meer, geen lijn meer tussen ons. Onze blikken smelten samen.’

Can’t Get You Out Of My Head

BBC

De ‘Illuminatie’, die volgens een deel van de mensheid nog altijd vanuit de coulissen een groot deel van de ontwikkelingen op het wereldtoneel bestieren, zouden een verzinsel zijn van schrijver Kerry Thornley en zijn vriend Greg Hill. Het was de belachelijkste complottheorie die de twee representanten van de Amerikaanse tegencultuur in de jaren zestig konden bedenken. Wie zou er nu werkelijk kunnen geloven in het geheime genootschap van een achttiende eeuwse professor uit Beieren? Hun ‘Operation Mindfuck’ zou echter een doorslaand succes worden – of een gigantisch fiasco – dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Een bezopen samenzweringstheorie die voor werkelijkheid wordt aangezien, in een wereld waar wel degelijk ook echte complotten worden gesmeed. Het is maar één van de vele kleine verhalen die Adam Curtis in zijn zoveelste ambitieuze project Can’t Get You Out Of My Head (473 min.) verbindt aan de grote verhalen van onze tijd, zoals individualisering, consumentisme en technologie als ideaal middel om (het onderbewuste van) de grote massa te bespelen. Als een ouderwetse schoolmeester, met zijn eigen tics en preoccupaties, wandelt hij met veel bravoure door het doolhof van de moderne geschiedenis. Het resultaat is een ontzagwekkend labyrint op zichzelf: een wirwar van lange, korte en losse verhaallijntjes die op gezaghebbende toon aan elkaar worden geknoopt. Orde in de chaos, die op zichzelf ook weer net zo goed voor verwarring zou kunnen zorgen.

Typisch Curtis, de Britse homo universalis die met zijn wijdlopige video-essays een genre op zichzelf is geworden. In zijn beschouwingen op de hedendaagse maatschappij maakt hij gebruik van inzichten uit de moderne psychologie, economie, filosofie, geschiedenis, sociologie en politiek. Hij hangt die ditmaal op aan enkele hoofdpersonen (zoals bijvoorbeeld Mao Zedongs militante vierde vrouw Jiang Qing, valium-propagator Arthur Sackler, Artsen Zonder Grenzen-oprichter Bernard Kouchner, transgender-activist Julia Grant en Afeni Shakur, lid van The Black Panthers, crack-verslaafde én moeder van een wereldberoemde rapper). Curtis illustreert zijn betoog zoals gebruikelijk met een uitbundige collectie archiefmateriaal en zet daarbij treffende accenten met een edgy soundtrack.

Noem het gerust pompeus, tendentieus en hier en daar zelfs incoherent (of gewoon niet helemaal te bevatten; probeer de Franse revolutie bijvoorbeeld maar eens te verbinden met Tupac Shakur en de chaostheorie). Ook deze nieuwe Adam Curtis-productie probeert echter een net over de aardbol te gooien en zo de psyche van onze tijd te vangen. Alsof je in hartje winter de luiken eens goed tegen elkaar openzet. In de laatste van de zes afleveringen culmineert dit in vragen over de vermeende machinaties achter het Brexit en de verkiezing van Donald Trump en of zulke samenzweringstheorieën niet gewoon pogingen zijn om vat te krijgen op een voor ons allen onbegrijpelijk wereld.

Uiteindelijk ging zelfs Kerry Thornley twijfelen over Operation Mindfuck. Niet zozeer over de ‘Illuminati’, maar over zijn eigen rol in het satirisch bedoelde complot: was hij misschien, zonder dat hij het wist of wilde, toch ingezet als een werktuig van de CIA?