The Last Class

Abramorama / CoffeeKlatch

Het wordt zijn laatste kunstje. Hoewel hij het idee dat ie met pensioen gaat verafschuwt, staat Robert Reich wel degelijk aan de vooravond van zijn laatste semester als docent aan de Universiteit van Berkely in Californië. Nog één keer gaat de vooraanstaande Amerikaanse econoom, ooit minister van arbeid in de Democratische regering van Bill Clinton, zijn reeks colleges over rijkdom en armoede geven.

De oorzaken en gevolgen van de toegenomen inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten zijn sinds jaar en dag Reichs centrale thema. Ongelijkheid ondermijnt naar zijn stellige overtuiging ook de democratie. Dit idee heeft hij al eens uitgewerkt in de documentaires Inequality For All (2011) en Saving Capitalism (2017), die zijn gebaseerd op ’s mans bestsellers. The Last Class (71 min.) is vooral een eerbetoon aan een man die meer dan veertig jaar met alles wat ie had voor de klas heeft gestaan.

Met snippers uit zijn hoorcolleges, die bijna het karakter krijgen van theatervoorstellingen, toont regisseur Elliot Kirschner een meester aan het werk: orerend, ontregelend en zo nu dan ook even een denkpauze inlassend. Een docent die niet alleen wil zenden, maar ook de nieuwsgierigheid en het kritische denkvermogen van een nieuwe generatie Amerikanen wil stimuleren. Als tegengif tegen het ‘dumbing down’-klimaat dat hun land in zijn greep lijkt te hebben gekregen.

Tussendoor reflecteert Robert Reich op zijn leven. De kleine man, die als jongetje werd gepest, is zich een leven lang te weer blijven stellen tegen alle mogelijke pestkoppen en moet nu aanzien dat de ‘poster boy’ daarvan de lakens uitdeelt in de VS. Een echte leider, stelt Reich in dit soms wat brave portret, helpt z’n achterban juist om cynisme te overwinnen en schept ruimte voor diepgaand maatschappelijk debat. Protect the dissident, houdt hij zijn veelal linkse studenten in dat verband voor.

Want zolang het hem gegeven is, blijft hij onderwijzen. Ook nu het einde van zijn loopbaan en leven in zicht komen. Doceren is zijn roeping geweest, constateert Robert Reich geëmotioneerd als zijn laatste officiële college naderbij komt. Dat opgeven voelt als een aanzienlijk verlies. Hij oogt dan even als een gebroken man, die in vrijwel niets lijkt op de docent die z’n gehoor nog altijd uit zijn hand kan laten eten. De man die van z’n laatste kunstje toch maar weer een kunst heeft gemaakt.

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade

Kaleidoscope / VPRO

Voor documentairemakers zijn acts als The Beatles niets minder dan ‘the gift that keeps on giving’. Steeds is er weer nét een andere ingang, nieuwe bron of frisse invalshoek om de illustere Britse popband of het leven van (één van) ‘The Fab Four’ te belichten. Met John Lennon (1940-1980), niet in het minst door zijn tragische einde, als overduidelijke favoriet.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade (134 min.) probeert zijn leven ná The Beatles in kaart te brengen en kan dus doorgaan voor de zusterfilm van Paul McCartney: Man On The Run, de documentaire waarmee onlangs werd gedocumenteerd hoe Lennons muzikale bloedsbroeder zich losmaakte van de legendarische popgroep die van hen allebei iconen had gemaakt.

De film van Alan G. Parker is ook meteen een soort tegenhanger ervan. Waar McCartney en mensen uit zijn directe omgeving buiten beeld terugblikken aan de hand van bijzonder, soms nog niet eerder toegankelijk gemaakt archiefmateriaal, wordt deze Lennon-docu vooral bevolkt door bronnen uit zijn periferie en een hele stoet biografen, journalisten en andere deskundigen.

Zij spreken overigens niet met meel in de mond. Ze belichten tevens Lennons maar al te menselijke kanten, zijn (verplicht) kritisch over z’n partner Yoko Ono en strooien intussen met smeuïge anekdotes. En natuurlijk vergeten ze ook hun eigen, vanzelfsprekend héél bijzondere, ervaringen met de aanbeden Beatle niet. Samen schetsen ze zo een aardig beeld van Lennons laatste decennium.

Van hun uitgebreide verhalen moet deze praterige film ‘t ook hebben. Want hoewel Borrowed Time oude interviews bevat met John Lennon, diens tante Mimi en de andere Beatles, die bijvoorbeeld reageren op zijn gewelddadige dood, moet de documentaire ‘t wel zonder zijn muziek doen. En die had, zo is al veel vaker aangetoond, wonderen kunnen doen.

The Winning Generation

Bind Film

Nadat Shant Harutyunyan is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, doet zijn zeventienjarige zoon Shahen van zich spreken tijdens de voetbalwedstrijd van hun land Armenie tegen Portugal op 13 juni 2015 in Jerevan. Met een spandoek, met de tekst ‘Freedom for Shant Harutyunyan and all poitical prisoners in Armenia’ erop, bestormt hij het veld. Shahen wordt al snel overmeesterd door de politie. De strijd van zijn vader is inmiddels echter de zijne geworden: samen eisen ze een vrij en onafhankelijk Armenië, dat niet langer wordt geknecht door Rusland.

Hij staat daarmee in een familietraditie die nog een generatie verder teruggaat. Shahens grootvader, naar wie hij ook is vernoemd, werd na twee arrestaties zelfs de Sovjet-Unie uitgezet en leeft nu in de Verenigde Staten. Hij liet zijn megafoon achter voor zijn naamgenoot. Die behoort tot wat hij zelf The Winning Generation (102 min.) noemt, de generatie Armeniërs die de patstelling rond hun volk nu eindelijk eens gaat doorbreken. Vanuit de gevangenis voorziet zijn nurkse vader hem intussen van advies en zit hij Shahen soms ook flink op de huid.

Ruim tien jaar lang volgt filmmaker Marco De Stefanis de volwassenwording van Shahen Harutunyan en het ontluiken van zijn politieke talent, in tijden die het uiterste vragen van hem en zijn medestanders. Intussen moet hij zich ook losmaken van zijn opa en vader, mannen die alles opgaven voor hun strijd, inclusief de relatie met hun vrouw en kinderen, en die van vechten hun tweede natuur hebben gemaakt. Kan Shahen daarmee breken en meteen een uitweg vinden uit de uitzichtloze positie waarin Armenië zich al sinds mensenheugenis bevindt?

Van dichtbij tekent De Stefanis zijn ontwikkeling op in deze klassieke coming of age-docu. Terwijl de relatie met buurland Azerbeidzjan in het nabijgelegen Nagorno-Karanach onder ernstige spanning komt te staan, probeert de beminnelijke jongeling – met steun van en soms ook ondanks z’n hoekige vader – zijn eigen stem te vinden als politicus. De tijd zal uitwijzen of hij zich kan ontwikkelen tot een soort Armeense Obama of uiteindelijk toch in de geschiedenisboeken belandt als de vertegenwoordiger van opnieuw een verliezende generatie.

Dynasty: The Murdochs

Netflix

De Amerikaanse documentairemaakster Liz Garbus valt direct met de deur in huis: bij de start van haar vierdelige serie Dynasty: The Murdochs (203 min.) introduceert ze de Australische mediamagnaat Rupert Murdoch en zijn kinderen aan de hand van de verschillende leden van de Roy-familie, de op hen gebaseerde personages in de veelgeprezen dramaserie Succession.

Daarvoor heeft ze overigens een behoorlijk alibi: naar verluidt heeft de aflevering van Succession, waarin Ruperts alter ego, pater familias Logan Roy, plotseling overlijdt, flink huisgehouden bij de Murdoch-kinderen. Net als de Roys ligt er geen enkel scenario klaar voor als hun vader, die inmiddels al dik in de negentig is, ineens wegvalt. Dan zou diens imperium, dat zowel talloze kranten in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten als de rechtse Amerikaanse nieuwszender Fox News omvat, wel eens héél snel in totale chaos kunnen vervallen. Net als in Succession. Over ‘life imitating art’ gesproken.

Garbus gebruikt de strijd om Mudochs opvolging, gevisualiseerd met een soort Levensweg-speelbord, in deze ferme productie als vliegwiel om ‘s mans lange leven en loopbaan nog eens te laten doorlichten door oud-medewerkers, biografen en journalisten. Zij lepelen allerlei smakelijke verhalen op, zoomen in op de schandalen rond Monica Lewinsky, News Of The World, Roger Ailes en Dominion en proberen hem als man, ondernemer en conservatief te duiden. Rupert zelf en zijn kroost participeren niet in de miniserie – al zijn ze volop in beeld via archiefinterviews.

En dan volgt in aflevering vier de grote afrekening als Rupert Murdoch en z’n zoon Lachlan, die hij inmiddels als enige zijn nalatenschap toevertrouwt, in 2024 in de rechtbank tegenover zijn andere kinderen Prudence, Elisabeth en James komen te staan. De man die zijn leven lang tweedracht heeft gezaaid, schroomt ook niet om zijn eigen familie uit elkaar te spelen. Zoals hij zijn kroost eerder ook rustig voor de bus gooide als zijn levenswerk daarom vroeg. De rechtszaak vormt de tragische climax van ruim zeventig jaar aan een zelf gekozen frontlinie voor Rupert Murdoch.

Bij de aanblik van het slagveld dat hij in eigen kring aanricht – ‘life surpassing art’, zou je kunnen zeggen – moeten Logan Roy en zijn televisiekinderen Connor, Kendall, Roman en Siobhan zich héél even een ideaal gezin hebben gewaand.

All About The Money

Fís Éireann Screen Ireland

Hoeveel geld hij ook weggeeft, zijn kapitaal blijft toch wel intact – of het groeit zelfs gestaag door. Als telg van één van de allerrijkste families van de Verenigde Staten behoort James ‘Fergie’ Chambers tot de meest vermogende 0,01 procent van de Amerikaanse bevolking. Fergie, die met zijn petten, hoodies en tattoos oogt als de eerste de beste anti-globalist, is goed voor meer dan 250 miljoen dollar en weet feitelijk van gekkigheid niet wat hij met al dat geld aan moet.

Hij kan er zijn eigen communistische leefgemeenschap mee financieren, om maar eens wat te noemen. In Alford, op het platteland van Massachusetts, laat ie een groep stijflinkse activisten gratis op zijn land wonen. De commune is bedoeld als een soort proeftuin voor een andere manier van leven – en de totale ontwrichting van het kapitalistische systeem. Behalve All About The Money (95 min.) is Fergie namelijk ook van de extreme ideeën. En dat begint zich na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 te wreken.

Wanneer Israël keihard terugslaat in Gaza, begint de rijkeluiszoon zich publiekelijk uit te spreken voor Hamas en brengt zo ook ‘zijn’ communeleden in lastig vaarwater. De Ierse documentairemaakster Sinéad O’Shea volgt Chambers en zijn begunstigden dan al enige tijd en blijft hem ook daarna opzoeken als hij het land ontvlucht, in Tunesië belandt en daar direct weer nieuwe initiatieven ontplooit, terwijl de anderen verweesd achterblijven en worden geconfronteerd met de consequenties van hun acties.

Als ‘extreem rijk, wit lid van de Amerikaanse bourgeoisie’ lijkt Fergie de dans te ontspringen. Hij begint zich echter steeds meer te gedragen als een ongeleid projectiel, komt daarmee ook zelf in de problemen en geeft intussen ook het een en ander prijs over z’n getroebleerde verleden. O’Shea confronteert hem met de tegenstrijdigheden in zijn leven, maar zorgt er ook voor dat ze een goede werkrelatie behouden. Zo houdt zij toegang tot deze ‘rich kid with daddy issues’ die écht in een parallelle wereld leeft.

All About The Money groeit ondertussen uit tot een totaal demasqué, een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks z’n maatschappelijke idealen, vooral onledig lijkt te houden met het vullen van de leegte in zichzelf. Fergie, die al vervreemd is geraakt van zijn familie en nu ook z’n geliefde Stella Schnabel dreigt kwijt te raken, wordt daarmee het levende bewijs van de gedachte dat geld weliswaar niet gelukkig maakt, maar wel verdomd handig is bij het ontlopen van de consequenties van je eigen gedrag.

The Python Hunt

Artists Equity

Florida is tegenwoordig python-territorium. In het Everglades National Park zijn inmiddels meer Birmese wurgslangen te vinden dan goed is voor de biodiversiteit in het natuurgebied. Naar de reden daarvoor blijft het gissen: zijn de reptielen, die oorspronkelijk alleen in Zuidoost-Azië voorkwamen, na de orkaan Andrew ontsnapt bij een importeur van exotische dieren? Of hebben eigenaren hen gedumpt toen ze te groot werden? Feit is dat de pythons zich razendsnel hebben voortgeplant en dat ze ook een serieus gevaar kunnen opleveren voor mensen.

En Amerika zou Amerika niet zijn als deze uitdaging niet vooral wordt beschouwd als de ideale gelegenheid voor een wedstrijd. De plaatselijke overheid organiseert dus jaarlijks een challenge: wie kan er in tien dagen de meeste pythons vangen? Dat idee vormt meteen het startschot voor de documentaire The Python Hunt (92 min.) van Xander Robin, waarbij Lance Oppenheim als producer betrokken is. Dat is ook duidelijk herkenbaar: deze koortsdroom van een film doet qua personages, opbouw en sfeer onmiskenbaar denken aan Oppenheims producties Spermworld en Ren Faire.

Het is een donker land dat Robin toont. Letterlijk: een belangrijk deel van zijn film speelt zich af in het duister als jagers dagenlang, ogenschijnlijk doelloos, rondrijden door Florida’s moerasgebied, spiedend naar hun prooi in het struikgewas en gadegeslagen door de onvermijdelijke camera, ook van henzelf. Totdat er ineens ruw wordt geremd, iemand opgewonden ‘Python!’ roept en de jacht daadwerkelijk kan beginnen. En figuurlijk: de jacht op ‘the animal you love to hate’ haalt niet alleen het beste in de mensch boven. Sommige avonturiers willen vooral eens een wild dier doden.

Anne Stratton Hilts, een 82-jarige weduwe uit Tucson, vindt de jacht zelf bijvoorbeeld saai. Zij wil vooral een mes in de kop steken van zo’n beest, dat volgens haar de plaatselijke flora en fauna verziekt. Anne gaat in een motel zitten wachten, totdat gids Toby Benoit, een gemoedelijke ‘southerner’ die zich heeft opgeworpen als chroniqueur van deze wereld, haar de beloofde python levert. Docent Richard Perenyi is intussen alweer voor het derde jaar overgekomen uit Californië om deel te nemen aan de Python Challenge. Hij wil, zegt ie zelf, spijt hebben van wat hij wél heeft gedaan in zijn leven.

De jacht op de wurgslangen, een enerverend schouwspel, is ook niet slecht voor het lokale toerisme. Een bareigenaar organiseert zelfs een Python Festival en looft duizend dollar prijzengeld uit voor het langste exemplaar. Jimbo McCartney ziet de komst van al die buitenstaanders – er zijn zelfs hobbyjagers uit België – met lede ogen aan. Om hen te ontmoedigen legt hij enorme nepslangen in de struiken. Met zijn negentienjarige dochter Shannon probeert Jimbo intussen zelf ook pythons te vangen. De jacht is nu eenmaal – dat weten ze niet alleen in ‘America’s arsehole’, Florida – véél mooier dan de vangst.

Het is ondertussen wel de vraag of die pythonpopulatie het werkelijk probleem is. Wordt Florida’s biodiversiteit niet veel meer bedreigd door vervuiling en het gebruik van pesticiden? Zulke vragen komen in de kantlijn aan de orde in deze broeierige film, vol kleurrijke personages en spannende scènes en afgetopt met een zinnenprikkelende soundtrack, die ook als alle pythons (niet) zijn gedood of gevangen nog wel een tijdje nazindert.

Southern Comfort

HBO

In het diepe Amerikaanse zuiden, het land van ‘good ol’ boys’, heeft documentairemaakster Kate Davis rond de eeuwwisseling een kleine en hechte transgemeenschap gevonden: Southern Comfort (88 min.). Samen houden ze zich staande in een omgeving, die doorgaans weinig op heeft met LHBTIQ+-ers.

De beminnelijke Robert Eads is de centrale figuur van dit kleurrijke gezelschap uit Toccoa, Georgia. Als Davis met ‘papa Robert’ begint te filmen, weet de transman dat ie nog maar kort heeft te leven. Hij heeft eierstokkanker. Het is een wrede grap, zegt Eads nuchter en met een kenmerkende ‘southern drawl’, dat mijn laatste vrouwelijke deel nu ook voor mijn dood zorgt.

Het duurde even voordat duidelijk werd wat er precies aan de hand was met hem. Een aantal artsen en ziekenhuizen in wat hij gekscherend – zonder dat ’t overigens grappig wordt – ‘KKK-gebied’ of ‘Bubbaland’ noemt, weigerden Robert Eads in eerste instantie te behandelen. De overwegingen van deze professionals leken het midden te houden tussen koudwatervrees en pure onwil.

De pijp rokende transman heeft inmiddels een relatie met de transvrouw Lola en bekommert zich als een vader om de transjongen Maxwell. Die onderhoudt geen contact meer met zijn biologische familie en heeft zo z’n eigen frustraties over de medische zorg die mensen zoals zij krijgen. Ze weigeren om hen compleet te maken, vindt Maxwell. Zodat zij zich écht man kunnen voelen.

Zo krijgen de leden van deze ‘gekozen familie’ regelmatig te maken met weerstand, vooroordelen én ongemak. Roberts vader, voor deze film geanonimiseerd, introduceert hem bij vreemden bijvoorbeeld als zijn neef. Hij haast zich vervolgens om te zeggen dat ie zich niet voor z’n kind schaamt. De buren hoeven alleen niet te weten dat Barbara inmiddels als Robert door het leven gaat.

Als hij jeugdfoto’s van zichzelf als meisje bekijkt, kan zijn zoon ‘t niet laten om dit grappend zijn travestieperiode te noemen. Hij herinnert zich ook nog goed hoe ie ‘als man’ zwanger was. En hoewel zijn inmiddels volwassen zoon hem graag wil accepteren, noemt die hem nog steeds ‘mom’. De enige die hem gewoon neemt zoals ie is, is Roberts driejarige kleinkind. Dat weet niet beter.

Binnen Southern Comfort is er een vergelijkbare veiligheid en vanzelfsprekendheid. Deze ‘familieleden’ vormen een hecht collectief. Met wijlen Robert Eads als eloquente vertolker van het recht om te zijn wie je bent en om lief te hebben wie je wilt – en om van te worden gehouden.

The Tony Blair Story

VPRO

Even lijkt hij de wereld, of op zijn minst Groot-Brittannië, in zijn hand te hebben. Tony Blair slaagt er in 1998 zowaar in om vrede te sluiten in Noord-Ierland, iets wat zijn conservatieve voorgangers Thatcher en Major niet wilden of konden. Tegenwoordig staat de voormalige Britse premier, die met zijn geheel vernieuwde Labour-partij een einde heeft gemaakt aan achttien jaar heerschappij van The Tories, er véél minder goed op.

Als premier ontwikkelt Blair zich destijds, aan de zijde van zijn Amerikaanse geestverwant Bill Clinton, tot een erkende wereldleider. Ook met Clintons opvolger George W. Bush ontwikkelt hij een ‘special relationship’. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 volgt ie Bush dus ook bij diens zeer omstreden inval in Irak in 2003. En dan begint ook Blairs ogenschijnlijk onverwoestbare imago af te bladderen.

De hoofdpersoon gaat er zelf eens goed voor zitten aan het begin van deze driedelige serie van Michael Waldman. Hij wordt in The Tony Blair Story (156 min.) in de rug gedekt door zijn echtgenote Cherie, de Amerikaanse politici Bill Clinton en Condoleezza Rice en z’n getrouwen Anji Hunter, Alastair Campbell en de onlangs door de zaak Epstein ernstig in opspraak geraakte Peter Mandelson. Daartegenover staan (zeer) kritische partijgenoten zoals Jack Straw, Clare Short en Jeremy Corbyn.

Tijdens zijn eerste campagne is Tony Blair net een bloem die tot bloei komt in de zonneschijn, stelt schrijver/journalist Robert Harris, die ziet hoe de jurist groeit in zijn rol als politicus, in deel 1 van deze miniserie. Op het toppunt van Blairs roem, wanneer hij in 1999 een sleutelrol heeft gespeeld in het bezweren van het gewapende conflict in Kosovo, bespeurt Harris ook dat de premier losgezongen begint te raken van de realiteit.

Dat neemt tragische vormen aan als hij Groot-Brittannië meesleept in een oorlog in Irak, het onderwerp van aflevering 2, om nooit aangetroffen massavernietigingswapens onschadelijk te maken. Die beslissing was volgens z’n vrouw Cherie in eerste instantie helemaal niet zo vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen. En als Tony eenmaal heeft gekozen, kan hij anderen ervan overtuigen dat dit altijd al de voor de hand liggende keuze was.’

Of dat een teken van te veel zelfvertrouwen is? wil Waldman weten. Daarover houdt Cherie zich op de vlakte. Duidelijk is dat de beeldvorming rond haar man dan definitief verandert: Tony Blair wordt de leugenaar Tony Bliar. De man zelf weigert intussen om zich echt in de kaarten te laten kijken. ‘Als mensen een eerlijk verhaal willen, vraag een leider dan niet om zichzelf te beoordelen. Want dan krijg je een politiek antwoord.’

Hij toont zich strijdbaar in dit breed opgezette en genuanceerde portret, overtuigd van wie hij is, wat hij heeft gedaan en welke resultaten hij heeft geboekt. Een man die door sommigen nog altijd diep wordt geminacht en bij anderen juist op een zekere herwaardering mag rekenen. Een politicus die, wat je ook van hem vindt, tot de beeldbepalende leiders van de afgelopen dertig jaar moet worden gerekend.

Trailer The Tony Blair Story

Boom – A Film About The Sonics

Scratched Vinyl Films

Voor iedereen die z’n rock het liefst rechtstreeks uit de garage heeft – rawk!, zogezegd – gelden The Sonics als één van de absolute oerbronnen. Begin jaren zestig maakten deze ‘five bad ass motherfuckers’ hun thuisbasis Tacoma en de rest van het uiterste Noordwesten van de Verenigde Staten onveilig. Tot een grote doorbraak kwam het echter nooit. Toen niet, tenminste.

De Amerikaanse filmmaker Jordan Albertsen, geboren in 1982, heeft halverwege de jaren negentig als tiener net de laatste plaat van de grungeband Nirvana gehoord als zijn vader hem attendeert op een cultgroep, die dan al ruim 25 jaar alleen nog in de herinnering voortleeft. Hij is direct verkocht. Als er in 2008 zowaar een Sonics-reünie wordt aangekondigd, is Albertsen er dus als de kippen bij. Het zal hem nog tien jaar kosten om de documentaire Boom – A Film About The Sonics (77 min.) af te ronden.

De sonische scherpslijpers ogen daarin als bedaagde oude mannen. Zanger/toetsenist Gerry Roslie, die recht vanuit z’n onderbuik leek te schreeuwen in hun eerste ‘hit’ The Witch, zou ook kunnen doorgaan voor een nét iets te bedeesde wiskundeleraar. En Rob Lind, die z’n saxofoon onvervaard liet scheuren op het al even vermaarde B-kantje Psycho, ziet eruit als de doorgewinterde kantoortijger die hij in een later leven daadwerkelijk is geworden. Ooit waren – of beter: klonken – ze te ruig voor hun tijd.

Na ruim een half uur zitten de gloriejaren van The Sonics er alweer op. ‘Het was een geweldige band’, constateert pepdrummer Bob Bennett. ‘Ook al hadden we dat zelf destijds helemaal niet door.’ Er komt echter een tweede bloeiperiode. Via een kleine omweg naar Seattle, waar begin jaren negentig de rockstroming grunge opkomt, wordt de voorvader van punk alsnog ontdekt. Nazaten zoals Mike McCready (Pearl Jam), Mark Arm (Mudhoney), Kim Thayil (Soundgarden) en producer Jack Endino vreten The Sonics!

In de tweede akte van deze aardige bandjesdocu tellen zij samen met Nancy Wilson (Heart), Kurt Bloch (The Fastbacks), Bruce Brand (Thee Headcoats), Coady Willis (The Murder City Devils) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) de zegeningen van The Sonics, die meer dan dertig jaar nadat ze het bijltje erbij neergooiden zowaar populairder worden dan ooit. Het noopt de leden van het bandje, dat eigenlijk nooit de regio was uitgekomen, om voor het eerst de wereld rond te toeren.

In de laatste akte van zijn film toont Albertsen vervolgens hoe zij zich die late roem lekker laten aanleunen en op gevorderde leeftijd voor het eerst kennis maken met stagedivers en moshpits. Want zoals Jack Endino ‘t formuleert in de emotionele epiloog van deze film: ‘You’re never too old to rock & roll.’

Miracle: The Boys Of ’80

Netflix

Een ijshockeystadion als arena om de Koude Oorlog nog eens uit te vechten. Op weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid stuiten de ‘underdogs’ van de Verenigde Staten op de gedoodverfde kampioen, de Sovjet-Unie. Drie keer raden wie er wint in de (typisch) Amerikaanse sportdocu Miracle: The Boys Of ‘80 (101 min.). En die zege betekent natuurlijk véél meer dan zomaar een gewonnen ijshockeywedstrijd.

Ruim 45 jaar later nemen enkele sleutelfiguren uit dat legendarische Amerikaanse team gezamenlijk plaats op de tribune van het Olympic Center, om beelden terug te kijken en herinneringen op te halen. Hun bikkelharde coach Herb Brooks (1937-2003) maakte destijds een hecht team van deze mannen, die elkaar vanuit verschillende teams jarenlang naar het leven hadden gestaan. Geen beter team immers dan een ‘team of rivals’. En coach Brooks wilde best als hun gezamenlijke vijand fungeren.

Dat ging niet bepaald subtiel. ‘Je hebt niet genoeg talent om daarop te leunen’, zei hij tegen de één, ‘gouden benen, maar oerdom’ tegen een ander. En Mike Eruzione kreeg te horen dat hij speelde met ‘a ten pound fart’ op z’n hoofd. ‘Hoe ziet zo’n scheet eruit?’ vraagt Eruzione zich nog altijd af. ‘Ik ben 68 en ik word nog steeds ‘s nachts zwetend wakker’, bekent zijn teamgenoot Steve Janaszak. ‘Janaszak, je speelt elke dag slechter’, zei Herb Brooks tegen hem. ‘Je speelt nu al als volgende week.’

Met andere woorden: zonder Brooks’ ‘tough love’ zouden de Yanks op 22 februari 1980 geen enkele kans hebben gehad tegen de ongenaakbare Sovjets. Die boodschap hameren de filmmakers Max Gershberg en Jacob Rogal er stevig in, terwijl ze de weg naar die allesbeslissende match afleggen en de voornaamste hoofdrolspelers op deze route eruit lichten. En dat met het verslaan van de ‘Soviet bastards’ ook het gedachtegoed van deze vijanden van de vrijheid onschadelijk zou worden gemaakt.

De ironie van dat idee – gezien de huidige ontwikkelingen in de Verenigde Staten – gaat volledig aan deze ronkende documentaire voorbij. In dat opzicht is het patriottische Miracle: The Boys Of ’80 inderdaad een typisch Amerikaanse film: met hun zogeheten ‘miracle on ice’ creëren de helden van weleer, stuk voor stuk aandoenlijke kerels overigens, een aantrekkelijk David & Goliath-verhaal dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al is een overwinning op het ‘evil empire’ zeker nog geen garantie voor goud.

The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father

Jackson Reffitt / DR Sales

Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024 loopt in het gezin van Guy Reffitt de verkiezingskoorts véél hoger op dan elders. De man des huizes zit in de gevangenis. Hij is veroordeeld vanwege zijn bijdrage, als supporter van president Donald Trump, aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Als Trump nu opnieuw wordt gekozen, krijgen ‘gijzelaars’ zoals Guy waarschijnlijk amnestie.

Niet alle leden van het Texaanse gezin zitten erop te wachten dat papa weer thuiskomt. Net als in veel andere Amerikaanse families heeft Trump voor tweespalt gezorgd bij de Reffitts. Guys linkse tienerzoon Jackson staat recht tegenover zijn vader, die behoort tot de gewelddadige rechtse anti-overheidsmilitie The Three Percenters. De FBI heeft Jackson zelfs geadviseerd om het ouderlijk huis in Wylie, Texas, te verlaten.

De spanningen tussen de twee zijn in 2021 al zo hoog opgelopen dat Guy z’n zoon heeft bedreigd en landverrader noemde. Waarna Jackson op zijn beurt de FBI heeft getipt op zijn vader. Dat is ook het startpunt voor The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father (53 min.), waarin Steffen Kretz moeder Nicole Reffitt, Jackson en zijn twee zussen Sarah en Peyton volgt in afwachting van de verkiezingsuitslag.

Nicole heeft zich in de jaren na Guys arrestatie opgeworpen als een vurige spreekbuis namens de zogeheten ‘J6’ers’, Jackson houdt vast aan de kritiek op zijn vader en zijn zussen zoeken de gulden middenweg in deze lastige familiesituatie. Zij proberen vooral het beeld van hun vader als een gewelddadige man te nuanceren. Tegelijk spreekt Peyton ook uit dat ze vindt dat Trump verantwoordelijk is voor 6 januari.

Intussen dreigen de Reffitts alles, waaronder ook hun huis, kwijt te raken. Er hangt dus nogal wat af van die verkiezingsuitslag, in dit boeiende portret van een Amerikaans gezin, dat model staat voor de oplopende spanningen in de Verenigde Staten. Op microniveau is te zien hoe wat ooit vanzelfsprekend één was nu van binnenuit wordt verscheurd. Totdat er veel meer is wat hen verdeelt dan wat hen bindt.

Als Trumps opponent Kamala Harris in 2024 zou zijn verkozen, dan zat Guy Reffitt nu nog gewoon in de Cimaron Prison te Oklahoma. Zoals bekend zal het anders lopen. Zijn zoon Jackson is alvast verhuisd naar een geheime locatie en heeft, typisch Amerikaans, maar een vuurwapen aangeschaft.

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

Breakdown: 1975

Netflix

Ooit wisten Amerikanen het min of meer zeker: aan het eind winnen ‘the good guys’. In 1975 is dat echter bepaald niet meer zo vanzelfsprekend. Enkele politieke moorden, Watergate en de Vietnamoorlog hebben geknaagd aan het zelfvertrouwen van de trotse natie, die het jaar erop precies twee eeuwen zal bestaan. En dat gevoel wordt weerspiegeld in Hollywood. ‘1975 was het beste jaar om mensen een film met een slechte afloop te geven’, stelt acteur/komiek Patton Oswalt in het aantrekkelijke essay Breakdown: 1975 (91 min.) van Morgan Neville. ‘Ze gingen er massaal naartoe.’

Naar de rampenfilms The Towering Inferno en The Poseidon Adventure. ‘Revenge-o-matics’ zoals het omstreden Charles Bronson-verhikel Death Wish. De Blaxploitation-hits Shaft, Super Fly en Sweet Sweetback’s Baadasssss Song. Paranoiathrillers zoals The Conversation, Three Days Of The Condor en The Parallax View. En, natuurlijk, de hits van ‘New Hollywood’, toen de gekken zogezegd even het gesticht mochten runnen en zwartgeblakerde klassiekers afleverden zoals One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Taxi Driver, Chinatown, All The President’s Men, Dog Day Afternoon en Network.

Aan de hand van de meest uitgesproken films van halverwege de jaren zeventig, slim met elkaar versneden en toegelicht door een combinatie van direct betrokkenen, beschouwers en liefhebbers zoals Martin Scorsese, Ellen Burstyn, Oliver Stone, Peter Biskind, Seth Rogen en Bill Gates doet Neville, via zijn verteller Jodie Foster, het verhaal van een samenleving die zogezegd in een ‘post-alles en pre-niets’-tijdperk verzeild was geraakt. Amerika bleek hard toe aan introspectie. Of, in de woorden van die tijd: de Verenigde Staten moesten gaan werken aan zichzelf. Tijd dus voor ‘De Mij-generatie’.

Breakdown: 1975 openbaart zich intussen als een film van grote ideeën, meeslepende verhalen en soms ook behoorlijk korte bochten. Gesitueerd in het jaar, waarin via een televisiepersonage zoals Archie Bunker (All In The Family), de Oscar-winnende documentaire Harlan County USA en de entree van de rozige tv-series Happy Days en Little House On The Prairie tevens de toekomst van Amerika zichtbaar begon te worden. In de vorm van pak ‘m beet cultuuroorlogen, een gedesillusioneerde arbeidersklasse en opperste nostalgie, het verlangen naar een land dat in werkelijkheid nooit had bestaan.

Het einde van dit kanteljaar in de Amerikaanse (film)historie werd natuurlijk ingeluid door – taada, tada, tada, tada, tada, taada! – Steven Spielbergs Jaws, de eerste van een lange rij blockbusters. Toen de beoogde recette in Hollywood definitief de overhand leek te krijgen op artistieke zeggingskracht. Tegelijk trok de Disney-versie van Amerika de zege naar zich toe. Ook de ‘goeien’ gingen dus weer winnen….

The Last Republican

Media Courthouse Documentary Collective

Samen met Liz Cheney is hij verworden tot de risee van zijn eigen partij. Niet alleen heeft het Republikeinse congreslid Adam Kinzinger begin 2021 vóór het opstarten van een afzettingsprocedure tegen de Amerikaanse president Donald Trump gestemd. Net als Cheney is hij nu ook toegetreden tot de commissie die de gebeurtenissen op 6 januari van dat jaar – de dag waarop het Capitool, op instigatie van zijn partijgenoot Trump, werd bestormd – officieel gaat onderzoeken.

Rond die tijd begint Steve Pink ook te filmen met The Last Republican (90 min.). De twee komen allebei uit de Amerikaanse staat Illinois, maar hebben verder niets met elkaar. Pink is een klassieke ‘liberal’, Kinzinger een conservatief. In andere tijden zouden ze elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Nu Donald Trump de Republikeinse partij echter volledig heeft overgenomen, zijn ze ineens veroordeeld tot elkaar – en gaan ze zowaar samen een film maken. Over het verval van de Amerikaanse democratie.

Dat gaat in het begin gepaard met enig wantrouwen, maar dat maakt al snel plaats voor een vertrouwelijke sfeer én humor. Wat had je dan verwacht? houdt Pink zijn hoofdpersoon bijvoorbeeld voor, als die weer eens met pek en veren is overgoten door zijn eigen partijgenoten. Het zijn Republikeinen. Uitroepteken. Kinzinger laat zich op zijn beurt ook niet onbetuigd over Pinks verrichtingen als filmmaker – diens Hot Tub Time Machine in het bijzonder – en blijkt over een gezonde dosis zelfspot te beschikken.

Adam Kinzinger is een klassieke conservatieve Republikein, een man die zijn liefde voor het partij-icoon Ronald Reagan nog altijd niet onder stoelen of banken steekt. Hij werd als jongetje al actief voor de partij (van zijn ouders), begon als tiener taferelen uit de Amerikaanse burgeroorlog te re-enacten en nam na 11 september 2021 direct dienst. Als piloot van de United States Air Force raakte hij betrokken bij de oorlogen in Irak en Afghanistan. Een volbloed patriot, kortom, met bovendien bona fide ‘pro life’-ideeën.

Die nochtans wordt uitgekotst door de mensen waar hij al z’n hele leven bij hoort. Vanwege zijn stem tégen Trump en het feit dat hij in die vervloekte onderzoekscommissie is gaan zitten. Niet uit vrije wil overigens, stelt hij tegenover Pink. Nancy Pelosi, de gewiekste leider van de Democraten in het Amerikaanse congres, heeft hem erin geluisd. Tijdens een televisie-interview kondigde Pelosi doodleuk aan dat ze hem zou gaan bellen, in de wetenschap dat hij dan geen nee meer kon zeggen.

The Last Republican biedt talloze van zulke interessante doorkijkjes. Over Kinzingers bijdrage aan de eerste hoorzitting van de commissie bijvoorbeeld, waarin hij enkele politieagenten toespreekt die gebutst en gehavend uit 6 januari zijn gekomen. ‘You guys won!’ houdt hij hen voor, woorden die hem even daarvoor blijken te zijn ingefluisterd door zijn echtgenote Sofia. Bij de gedachte aan wat die agenten hebben doorgemaakt op de dag dat de Amerikaanse democratie werd aangevallen, schiet Kinzinger zelf vol.

En daarmee maakt hij zichzelf tot een doelwit van volksopruiers zoals Tucker Carlson en Sean Hannity. Intussen stromen de bedreigingen permanent binnen, op kantoor en thuis, waar Sofia hun eerste kind verwacht. Met zijn principiële keuze vóór de democratie vervreemdt Kinzinger zich van vrijwel zijn complete natuurlijke omgeving. Zelfs enkele familieleden zien zich genoodzaakt om in een openbare brief afstand van hem te nemen. Het congreslid begint intussen steeds meer te ogen als een gewond dier.

Met deze meeslepende documentaire brengt Steve Pink de ontmanteling van de Amerikaanse democratie in beeld via één enkele man die daaraan weigert mee te werken. Hij toont tevens hoe dat ontluisterende proces doorwerkt bij Adam Kinzinger zelf, zijn directe familie en z’n medewerkers. Want de nasleep van 6 januari wordt behalve een maatschappelijke ook een persoonlijke tragedie. De relativerende humor van het duo Pink-Kinzinger houdt de ellende nochtans draaglijk en de film in balans.

De tijd zal leren of ook die andere Republikeinen ooit nog worden aangesproken op de keuzes die zij maakten in de nasleep van de bestorming van het Capitool.

The New Yorker At 100

Netflix

Al honderd jaar kan Ons Soort Mensen blind varen op The New Yorker, de plek voor baanbrekende onderzoeksjournalistiek, briljante korte verhalen, geestige columns, gezaghebbende recensies en nét iets te slimme cartoons. En daar zijn ze bij het New Yorkse opinieblad niet een klein beetje trots op ook. Samen maken ze niets minder dan hét tijdschrift voor de Amerikaanse elite. Herstel: de élite.

Bij zo’n jubileum hoort een documentaire waarin de historie wordt geëerd, successen nog eens worden gevierd en de eigen relevantie opnieuw, natuurlijk ten overvloede, wordt aangetoond. Die is er nu: The New Yorker At 100 (97 min.), een film van een gerespecteerde regisseur, Marshall Curry, die bovendien is ingesproken door een bekendheid die uitstekend aansluit bij de doelgroep, actrice Julianne Moore.

Verder steken trouwe lezers zoals Sarah Jessica Parker, Jon Hamm, Molly Ringwald en Jesse Eisenberg de loftrompet over het blad dat dwars tegen de tijdgeest in – en bepaald niet zonder succes – Intellectueel Amerika blijft bedienen. De huidige redactie onder leiding van David Remnick, sinds 1998 aan het roer als pas de vijfde hoofdredacteur in honderd jaar, toont bovendien hoe het jubileumnummer van februari 2025 tot stand komt.

Curry stuurt vaardig op en neer tussen heden en verleden en houdt daarbij ook halt bij enkele beeldbepalende publicaties en figuren – John Herseys essay over overlevenden van ‘Hiroshima’, de omstreden true crime-klassieker In Cold Blood van Truman Capote en Ronan Farrows #metoo-onthullingen over filmproducent Harvey Weinstein bijvoorbeeld – maar heel veel meer dan een vermakelijke terugblik en stavaza wordt dit nooit.  

The New Yorker At 100 doet ‘t vermoedelijk uitstekend bij Ons Soort Mensen, tijdens de onvermijdelijke festiviteiten ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan. Als artistiek verantwoorde zelffelicitatie, netjes ingebed in de democratische crisis waarin de VS zich nu bevinden en de pers nogal eens tot vijand van het volk wordt verklaard. En als stevige bodem voor de drankjes en hapjes die dan, al even onvermijdelijk, nog zullen volgen.

Life After

Together Films

Het heeft nogal wat voeten in de aarde als Elizabeth Bouvia in 1983 in haar rolstoel de rechtszaal in het Californische Riverside wordt binnengereden. De 25-jarige vrouw, die in haar dagelijks leven volledig afhankelijk is van de zorg van anderen, eist het recht op om te mogen sterven – om zichzelf, onder begeleiding, te mogen uithongeren. Deze aangekondigde dood zal haar door de rechter echter niet worden gegund.

In 1997 wordt Bouvia, liggend in bed, nog eens voor het televisieprogramma 60 Minutes geïnterviewd door Mike Wallace. Daarna verdwijnt ze van het toneel. Filmmaker Reid Davenport vraagt zich bij de start van Life After (99 min.) af of het boegbeeld van de right-to-die beweging nog leeft, hoe het haar sindsdien is vergaan en wat haar erfenis is. Hij heeft zelf een ernstige lichamelijke beperking en buigt zich in deze scherpe film over het zelfbeschikkingsrecht dat zij zo nadrukkelijk heeft opgeëist.

Davenport gaat de ongemakkelijke issues niet uit de weg. Want is de keuze voor de dood, die Bouvia wilde maken en die andere mensen met een lichamelijke beperking sindsdien hebben willen maken, werkelijk ingegeven door pijn of een gebrekkige kwaliteit van leven? In hoeverre spelen praktische overwegingen daarbij ook een rol? De Canadese euthanasiewet Medical Assistance In Dying (M.A.I.D.) is bijvoorbeeld inmiddels speciaal voor mensen met een lichamelijke beperking opengesteld.

Zorgt dat niet voor (extra) druk op hen? Michal Kaliszan, een man uit Ontario, ziet in euthanasie bijvoorbeeld ‘een uitweg’. Na de dood van zijn moeder lijkt zijn enige alternatief een in zijn ogen uitzichtloos leven in een instelling. Dan verkiest hij toch de dood, zegt hij stellig, de minste van twee kwaden. Voor Michael Hickson, een man die aan een periode in coma ernstige schade overhield, maken zijn artsen die keuze. Zijn vrouw Melissa is het daar helemaal niet mee eens. Ze hoort ’t echter pas een dag later.

De ontwikkelingen rond Dying With Dignity gaan tegenwoordig snel in Canada, vertellen direct betrokkenen, véél sneller dan in traditionele gidslanden zoals Nederland en België. Daarbij wordt er volgens hen ook gecommuniceerd dat zo’n zachte dood tot lagere zorgkosten kan leiden. Over perverse prikkels gesproken. ‘Je kunt geen menselijk lijden verhelpen door mensen te doden’, vindt professor Catherine Frazee van de universiteit van Toronto, die zelf in een rolstoel zit en zuurstof krijgt toegediend. 

Reid Davenport kamt het hele gebied rond euthanasie voor mensen met een lichamelijke beperking uit, waarbij onvermijdelijk ook de eugenetica en de Amerikaanse voorvechter Jack Kevorkian van het honoreren van doodswensen, de revue passeren. Het resultaat is een emancipatoire film, die opnieuw aanzet tot nadenken over ieders (?) recht om te sterven en die eindigt waar ie begon: bij de vrouw met het, volgens sommige Amerikaanse media, ‘useless body’: Elizabeth Bouvia. Waarom wilde zij nu écht dood?

All The Empty Rooms

Netflix

En dan staan ze ineens voor de deur, een journalist en een fotograaf. Steve Hartman en Lou Bopp bellen netjes aan. De ouders nemen hen vervolgens mee naar boven. Ze hebben eerder al uitgebreid met de twee gesproken. Naar die immens lege slaapkamer. Alhoewel, leeg? De kamer staat vol met SpongeBob, foto’s en vuile kleren. Met een houten kastje, fleurige schoolprojecten en die ene kattentrui van Amazon. Of: met knuffelberen, roze muren en allerlei lichtjes, die sindsdien nooit meer uit zijn geweest.

Toen verslaggever Steve Hartman van CBS News in 1997 zijn eerste reportage maakte over een schietpartij op school, waren er nog maar zo’n zeventien ‘school shootings’ per jaar in de Verenigde Staten. Inmiddels staat de teller op 132. Om de dag dringt er een schutter een willekeurig schoolgebouw in en maakt daar één of meerdere slachtoffers. Hartman is lam geslagen door al dit uitzinnige geweld en zijn eigen verslagen daarvan. Sinds zeven jaar werkt hij daarom aan een langere productie over de slaapkamers van vermoorde kinderen. Samen met fotograaf Lou Bopp heeft hij er nog drie te gaan.

In de korte documentaire All The Empty Rooms (35 min.) sluit filmmaker Joshua Seftel bij hen aan, te beginnen met de online-kennismaking met de getroffen ouders. Daarna stappen ze samen die huizen binnen, waar het leed nog altijd alomtegenwoordig is. De ouders ontvangen Hartman en Bopp met verhalen over hun kinderen en laat hen  familiefoto’s en -filmpjes zien. Tussendoor koesteren de twee mannen hun eigen kinderen, ook hun dierbaarste bezit. Met zijn dochter Rose maakt Bopp bijvoorbeeld elke dag ‘de ochtendfoto’, om de voortgang van het leven vast te leggen. Die elders ontbreekt.

Hartman denkt tevens na over de rol van de media na de ‘shootings’. Is er niet veel te veel aandacht voor de daders, met de schutters van Columbine als meest navrante voorbeeld? En heeft hij met zijn eigen, veelal positief ingestoken, reportages de wereld niet vaak witgewassen? Met hun productie over de verlaten slaapkamers, en Seftels ingetogen weerslag daarvan, leggen ze de aandacht weer waar die hoort: bij de kinderen. En hun ouders krijgen naderhand een persoonlijk fotoboek. Met herinneringen aan de jurk voor het schoolbal, een schoenenverzameling en briefjes aan een toekomstige zelf.