Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story

Netflix

In The Tale Of Norm Macdonald, een portret van de onnavolgbare Canadese stand-upcomedian (1959-2021), beperkte de Amerikaanse regisseur/producer Judd Apatow zich onlangs tot louter archiefmateriaal. Met een slimme montage van lekker dwaze fragmenten wist hij de enigmatische komiek, die een geliefde gast was van Amerikaanse talkshows en die vanwege zijn aanhoudende grappen over O.J. Simpson ooit werd ontslagen bij Saturday Night Live, heel aardig te pakken te krijgen.

Bij deze film over de comedian Maria Bamford staat Apatow, samen met coregisseur Neil Berkeley, voor een geheel andere uitdaging: de vrouw zelf. Zij heeft helemaal geen zin in een documentaire, zegt ze (huhuh!), maar is bereid om het voor vijfhonderd dollar tóch een dagje te proberen. Als die horde is genomen, blijft ze natuurlijk gewoon aan boord voor Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story (116 min.), een portret van een labiele vrouw, voor wie het podium opgaan echt (bittere) noodzaak is.

Als kind had Bamford al last van depressies, een eetstoornis en dwanggedachten. Ze zette zelfs haar eigen zelfdoding in scène. Als comédienne vond ze een manier om die gekte een plek te geven. Met talloze stemmetjes bijvoorbeeld, die ze de meest gestoorde dingen liet zeggen. Ze bouwde een eigen achterban op met ontregelende stand-up optredens en verwierf tevens de goedkeuring van vakgenoten zoals Stephen Colbert, Sarah Silverman, Conan O’Brien, Tig Notaro, Zach Galifianakis en Patton Oswalt,

Zij laten in dit grimlachende portret uitgebreid de loftrompet over haar schallen. Tegelijkertijd schetsen de hoofdpersoon zelf, haar zus Sarah en echtgenoot Scott (die eveneens met depressies kampt) de dunne lijn tussen komedie en tragedie in haar leven. Moeder Marilyn was eveneens mentaal kwetsbaar, terwijl ook vader Joel z’n sombere buien had. Bamford moest dus leven met ‘de vrees voor krankzinnigheid’ en zou in haar leven ook daadwerkelijk enkele malen (gedwongen) opgenomen worden.

Met medicatie, die haar stemming stabiliseert, en de erfenis van haar ouders, waarmee de druk om geld binnen te brengen is weggevallen, lijkt Maria Bamford inmiddels een soort evenwicht te hebben gevonden. Zelfs een verwoestende natuurbrand in haar huidige woonplaats Altadena, die behalve hun woning ook haar ochtendoptredens in een plaatselijk cultureel centrum in gevaar brengt, lijkt haar niet wezenlijk te kunnen raken. En sinds ze haar niet meer imiteert, is ook de relatie met zus Sarah beter dan ooit.

Zonder tegenbericht alles in orde dus – al blijft het ogenschijnlijk wel een precair evenwicht. Paralyzed By Hope is ondertussen een waardevolle toevoeging geworden op de serie documentaires, die verder bestaat uit films over Garry Shandling, George Carlin en Mel Brooks), waarmee Judd Apatow de Amerikaanse humorhistorie inkadert. ’s Mans ‘comedy train’ lijkt voorlopig nog niet aan zijn laatste halte toe. Zijn collega Neil Berkeley deed overigens ook al een duit in het zakje met portretten van Gilbert Gottfried en Martin Mull.

Black Is Beautiful: The Kwame Brathwaite Story

Wayfarer Studios / Omroep Zwart

Zijn kinderen weten zogezegd van niets. En het kost z’n vrouw Sikolo een jaar om Kwame Brathwaite (1938-2023) te overreden, voordat zij toegang krijgen tot zijn archief. Daar vinden zoon Kwame Jr. en dochter Ndola de weerslag van zestig jaar fotografie. Met klassieke beelden van zwarte helden zoals Muhammad Ali, Stevie Wonder, Bob Marley, Oprah Winfrey en The Jackson 5 (tijdens een reis naar Afrika!) blijkt hun vader hoogstpersoonlijk voor de iconische beelden bij de ‘black is beautiful’-gedachte te hebben gezorgd – al levert even googelen op zijn naam dan nog verdacht weinig op.

Daar moet maar eens verandering in komen, vindt ook filmmaker Yemi Bamiro. In Black Is Beautiful: The Kwame Brathwaite Story (99 min.) toont hij hoe de Afro-Amerikaanse fotograaf zijn stem vindt via z’n camera. Voor Brathwaite is het laten zien van zwarte schoonheid, kracht en intelligentie ook een politieke keuze. Wit hoeft helemaal niet de norm te zijn, die het, zeker in zijn beginjaren, nog onbetwist is. Met de zogeheten ‘Grandassa Models’, zwarte modellen die niet aan witte idealen proberen te voldoen, staat hij begin jaren zestig aan de basis van een onweerstaanbaar alternatief.

En daarmee draagt Kwame Brathwaite, samen met z’n broer Elombe, bij aan het zelfrespect van Zwart Amerika en legt hij een fundament, waarop de burgerrechtenbeweging en Afro-Amerikaanse cultuur kunnen floreren. Des te frustrerender is het voor zijn familie als bij de opening van The National Museum For African American History And Culture in 2016 door de eerste zwarte president Barack Obama geen woord wordt gewijd aan de rol van de bevlogen fotograaf. Alle reden om de man alsnog te eren – zeker omdat hij zelf rond die tijd zijn herinneringen begint te verliezen.

Bamiro belicht in deze postume lofzang vervolgens hoe Kwame Brathwaite uitgroeit tot huisfotograaf van zowel de legendarische concertzaal The Apollo als het illustere tijdschrift Blues & Soul en hoe hij zich engageert met de strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika. Zo speelt de activistische fotograaf uit Harlem ook dan een essentiële rol bij de ontwikkeling van een zwart zelfbewustzijn. Een levensmissie waarvoor hij de laatste jaren, door hedendaagse iconen zoals Beyoncé, Alicia Keys en Rihanna, eindelijk de waardering krijgt die hem toekomt.

A Killer Story

HBO Max

Waar is het bewijs? vraagt Eileen Umbehr zich af als Dana Chandler veroordeeld wordt vanwege de moord op haar voormalige echtgenoot Mike Sisco en diens nieuwe vriendin Karen Harkness. Zij zijn in de nacht van 7 juli 2002 doodgeschoten in hun eigen slaapkamer. Met elf kogels, vanuit een volautomatisch wapen, vermoedelijk een 9mm-Norinco Uzi. ‘Overkill’, aldus een betrokken rechercheur. De dader heeft vermoedelijk in een vlaag van emotie gehandeld. Dana, die in het verleden een drankprobleem had en onlangs op de hoogte zou zijn gebracht van Mike en Karens verloving, lijkt de ideale verdachte. Zelfs haar eigen kinderen raken overtuigd van haar schuld – ook al is er geen enkel bewijs dat ze die nacht ook in Topeka, de woonplaats van haar ex, is geweest.

Eileen en haar echtgenoot Keen geloven er geen snars van dat Dana schuldig is. Zij proberen journalist Joe Sexton, die de rol van verteller op zich neemt in de driedelige serie The Killer Story (118 min.) van Matthew Galkin, te verleiden om de zaak verder te onderzoeken. Hij beschouwt de Umbehrs in eerste instantie als stereotiepe amateurdetectives, met een ernstige vorm van tunnelvisie, en hapt pas na ‘brief 2714’ toe, als blijkt dat ook de rechter serieuze twijfels heeft. Dana Chandler lijkt vooral te zijn veroordeeld op basis van de verhalen van haar voormalige schoonfamilie, waarbij een uitzending van het Amerikaanse true crime-programma 48 Hours over de dubbele moord een doorslaggevende rol heeft gespeeld. Een typisch geval van ‘trial by media’.

Wie heeft er belang bij de moord? Die vraag heeft de gelovige Umbehrs, die het als hun levensopdracht ziet om Chandler vrij te pleiten, naar hun eigen verdachte geleid. Over hem hebben ze inmiddels een dossier van 200 pagina’s, genaamd ‘Person Of Interest’, samengesteld. Ook dit proberen ze aan Sexton te slijten. ‘De oorspronkelijke rechercheur in deze zaak had meteen een theorie en sloot zijn ogen voor ander bewijs dat ergens anders naar kon wijzen’, houdt de journalist hen voor. ‘Zijn jullie niet bang dat jullie dezelfde fout maken?’ En daarmee verwoordt hij de essentie van deze intrigerende miniserie, die zich niet (alleen) verlekkert aan een schokkend misdrijf, maar duidelijk ook een punt wil maken over hoe misdaadliefhebbers en media daarmee omgaan.

True crime², zogezegd. A Killer Story begeeft zich zo op hetzelfde terrein als Citizen Sleuth, Zodiac Killer Project en Cybersleuths: The Idaho Murders. Galkin toont de verwikkelingen in de jarenlang aanslepende moordzaak, inclusief schokkende verhaalwendingen en cliffhangers, maar laat tevens zien hoe beeldvorming, kokerzicht en manipulatie hun eigen plek claimen binnen die geschiedenis. En aan het eind ligt er géén panklaar antwoord, waarbij een plaatselijke variant op Hercule Poirot of Miss Marple voor het gemak nog even de dader aanwijst en diens beweegredenen uitlegt. Dat gebrek aan zekerheid is voor vaste true crime-kijkers overigens ook onbevredigend. Zij moeten dan maar hopen op een vervolg van dit tragische moordenaarsverhaal.

Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos

Miramax Films & Greenestreet Films

Pelé, Franz Beckenbauer en – een blauwe maandag – Johan Cruijff verdedigden ooit de clubkleuren van The New York Cosmos, de jetsetclub die de Verenigde Staten in de jaren zeventig definitief moest bekeren tot de populairste sport ter wereld. Tevergeefs, zoals we een halve eeuw later kunnen constateren. Ook na twee wereldkampioenschappen in de VS en de komst van ene Lionel Messi naar de Amerikaanse competitie legt ‘soccer’ het, in elk geval bij de mannen, nog altijd af tegen typisch Amerikaanse sporten zoals basketbal en American football.

Toen The Cosmos, een zieltogende club in een zieltogende competitie, in 1974 de beste voetballer van dat moment, de drievoudige wereldkampioen Pelé, wisten te verleiden om zijn Braziliaanse club Santos te verlaten, leek Amerika echter alsnog het beloofde land te worden voor de belangrijkste bijzaak van de wereld. Binnen de kortste keren verkasten talloze andere gearriveerde sterren, die op weg naar hun voetbalpensioen nog even lekker wilden cashen, naar de Verenigde Staten, om daar met veredelde amateurspelers te gaan ballen.

In de zwierige documentaire Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos (96 min.) uit 2006 poetsen de Britse filmmakers Paul Crowder en John Dower dit glamoureuze hoofdstuk uit de voetbalhistorie, dat begin jaren tachtig zou eindigen in onmin en financiële misère, nog eens op met enkele voormalige Cosmos-bestuurders (stuk voor stuk afkomstig uit de Amerikaanse film- en entertainment-business), enkele plaatselijke spelers en de buitenlandse vedetten Carlos Alberto, Franz Beckenbauer én Giorgio Chinaglia.

Deze eigenzinnige Italiaanse playboy, die tijdens wedstrijden geregeld het net wist te vinden, begon achter de schermen de macht naar zich toe te trekken. Tegen die tijd hadden The Cosmos al de reputatie dat ze net zo gemakkelijk scoorden in de illustere New Yorkse discoclub Studio 54 als op het voetbalveld. Soccer bleek ondertussen toch niet aantrekkelijk genoeg voor het Amerikaanse televisiepubliek. De competitie – en daarmee ook z’n voornaamste team, dat inmiddels vijfmaal landskampioen was geworden – bleek ten dode opgeschreven.

Crowder en Dower wikkelen de gestage opkomst en ondergang van de Cosmos-franchise vlot af, met acteur Matt Dillon als coole verteller en een dampende seventiessoundtrack als smeerolie. Wat rest zijn herinneringen aan de brille van Pelé in z’n nadagen, het fanatisme van de Cosmos-supporter (en voormalig minister van Buitenlandse Zaken) Henry Kissinger en die ene hippie die zich zowaar toegang had verschaft tot de kleedkamer, Mick Jagger.

Un Hijo Propio

Netflix

‘Ik ontmoette haar vijf maanden geleden in het ziekenhuis’, verklaart Eleonor Alejandra ‘Ale’ Marín Mendoza na haar arrestatie aan de toegesnelde pers. ‘We raakten aan de praat… zij en ik. Ze was een alleenstaande moeder. Dit was haar tweede kind van een andere vader. En ze wilde de baby niet. Ze zei dat ze een abortus wilde of het kind wilde weggeven.’

En dat komt goed van pas. Alejandra en haar echtgenoot Arturo verlangen al enige tijd naar een kind, maar dat wil maar niet lukken. De Mexicaanse vrouw, toevalligerwijs ook werkzaam in een ziekenhuis, sluit een deal met deze Mayra: na de bevalling neemt ze in stilte haar baby over. Tot die tijd zal ze alleen geloofwaardig zwanger moeten zijn, ook voor Arturo. Hij weet van niets. Ale begint zich dus vol te vreten – en werkt zich zo, vanaf haar roze wolk, flink in de nesten.

Dat is de intrigerende startpositie van Un Hijo Propio (Internationale titel: A Child Of My Own, 96 min.), de nieuwe film van de Chileense maakster Maite Alberdi die in de afgelopen jaren danig van zich deed spreken met de documentaires The Grown-Ups, The Mole Agent en The Eternal Memory. Deze film oogt in eerste instantie, wanneer die gefingeerde zwangerschap nogal zoet wordt gereconstrueerd, als een typisch dik aangezet Latijns-Amerikaans drama.

Gaandeweg geven Ana Celeste en Armando Espitia, de acteurs die van Ale en Arturo een tragikomisch koppel hebben gemaakt, in deze ‘based on a true story’-productie echter steeds vaker ruimte aan de echte personen en krijgt de film een meer traditioneel documentair karakter. Dan laat Alberdi ook de werkelijkheid achter de geacteerde scènes zien en wordt duidelijk wat de gevolgen van Ales onbezonnen actie – of is het toch een slinks misdrijf? – zijn geweest.

Het uitgangspunt van Un Hijo Propio lijkt op een andere recente Netflix-documentaire over schijnzwangerschap. Terwijl Jessica Dimmock van Maternal Instinct een typische true crime-docu heeft gemaakt, heeft Alberdi duidelijk geen rechttoe rechtaan-benadering voor ogen. Met de gesuikerde eerste helft van de film, voor een enkeling wellicht een dealbreaker, presenteert ze Ales rozige versie van de gebeurtenissen, die in de tweede helft in perspectief wordt geplaatst.

Alle puzzelstukjes vallen dan in elkaar en tonen, aan de hand van een opmerkelijke casus, de immense druk waaronder sommige vrouwen staan om moeder te worden en nageslacht te produceren. De drang om een kind te krijgen kan er zelfs toe leiden dat ze er zelf in gaan geloven dat ze in verwachting zijn. Arturo wil intussen nog altijd een biologisch kind, een zoon natuurlijk. En zijn echtgenote, ‘sadder but wiser’, zal zich met deze blauwe droom moeten verzoenen.

A Toxic Love Story

Netflix

‘Je zult nooit aan me ontsnappen’, schrijft de onbekende stalker aan Angela Connell, als ze in 2016 vrijwel direct na hun ontmoeting is gaan samenwonen met Ian Diaz en in verwachting is geraakt van een tweeling. De stalker lijkt geen man, maar een vrouw. ‘Jij hebt mijn leven gestolen’, schrijft ‘LilithisTruth’, die zich heeft vernoemd naar Lilith. De eerste vrouw van de Bijbelse figuur Adam wilde zich niet aan hem onderwerpen en moest vervolgens plaats maken voor Eva. Een duivels personage, zogezegd – of, afhankelijk van je gezichtspunt, een krachtige vrouw.

De logische verdachte is Ians ex-vriendin Michelle Hadley. Ze zijn samen nog eigenaar van de flat in Anaheim, vlakbij Los Angeles, die hij met Angela is gaan bewonen. Angela vraagt een contactverbod aan, maar daarmee is de zaak natuurlijk niet af. Want dan zou deze typische ‘stranger than fiction’-docu A Toxic Love Story (90 min.) nooit zijn gemaakt. En die levert: regisseur Alexandra Lacey keert de ‘bizarre driehoeksverhouding in Orange County’ binnenstebuiten en zet haar volgers daarbij regelmatig op het verkeerde been. Totdat de zaak z’n allerlaatste draai krijgt.

Lacey kan daarvoor terugvallen op bodycams van agenten die worden ingeschakeld, hun audio-opnamen en verhoorbeelden. Het is alleen de vraag waarvoor die precies bewijs leveren. Dat blijft toch afhankelijk van interpretatie. Daarom haalt ze ook enkele direct betrokkenen en ooggetuigen voor de camera, om alle verwikkelingen nog eens goed in te kaderen. Die omvatten bijvoorbeeld een gefingeerde ernstige ziekte, nepecho’s en een online-advertentie op Craigslist, voor een man die een verkrachtingsfantasie wil waarmaken. Bij een vrouw die zelf alleen nog van niets weet.

A Toxic Love Story richt zich volledig op zulke intriges, die met behulp van de verplichte ‘plot twists’ en nogal dikke reconstructies slim worden uitgespeeld. Psychologische diepgang ontbreekt verder. Lacey lijkt nauwelijks geïnteresseerd in de beweegredenen van haar ‘bad (wo)man’. Dat begint gaandeweg, terwijl de verhaalwendingen elkaar in rap tempo opvolgen, wel te knagen. Als de afronding zich aftekent, dient ook de waarom?-vraag zich steeds nadrukkelijker aan. Het antwoord blijft alleen flinterdun. Omdat ‘t er, blijkbaar, binnen deze vertelling niet echt toe doet.

Angela, Ian en Michelle zijn in feite niet meer dan poppetjes in een ingenieus ‘sleeping with the enemy’-spel, dat vooral met ons aller ‘mind’ moet fucken.

Bang My Box: The Robin Byrd Story

HBO Max

In het hoardershuis dat ze samen met haar echtgenoot Shelly bewoont in New York, is al twintig jaar niemand meer te gast geweest, vertelt Robin Byrd. Haar hele leven ligt er uitgestald, waaronder meer dan zeshonderd videotapes van het erotische programma dat ze een half leven lang had op de Amerikaanse kabeltelevisie. Met The Robin Byrd Show werd de oud-deelnemer aan Miss Bare America, zelfverklaarde orgiekoningin en voormalige porno-actrice vanaf halverwege de jaren zeventig een icoon van het ‘seks-positief feminisme’, waarbij het bovendien heerlijk inbellen was.

In de zeer vermakelijke documentaire Bang My Box: The Robin Byrd Story (79 min.) neemt ze Jylian Gunther en Stephanie Schwam mee in haar leven met echtgenoot Shelly, met wie ze nu al ruim vijftig samen is. Het was ‘liefde op het tweede gezicht’, aldus de inmiddels bijna zeventigjarige liefde & seks-activiste. Shelly, sinds 1974 een aandachtig observator van ‘The Byrd’, kampt tegenwoordig echter met dementie. Daardoor wordt zijn vrouw ook gedwongen om na te denken over haar nalatenschap. Hoe voorkomt ze dat fatsoensrakkers er straks vandoor gaan met haar archief?

Geestverwanten van hen hebben de vrijgevochten Robin Byrd al eerder het leven zuur gemaakt. Toen haar show in de jaren tachtig een hit werd, ontwikkelde zij zich, in de woorden van New York Times-journalist Bob Morris, tot ‘a kind of kitsch Lady Liberty For the city that never sleeps’. Met haar stralende glimlach, blonde haren en uitdagende poses ontving ze talloze iconen van de Amerikaanse sekswereld, met wie ze dan tot besluit het sexy liedje Baby, Let Me Bang Your Box zong. In haar gehaakte bikini werd Byrd zo zowel een rolmodel als een steen des aanstoots voor conservatief Amerika.

Niet in het minst omdat ze, in een periode die wordt gemarkeerd door de Stonewall-rellen van 1969 en de AIDS-crisis van halverwege de jaren tachtig, in haar programma ook volop ruimte bood aan de LHBTIQ+-gemeenschap. Toen het gevreesde HIV-virus huis begon te houden onder Amerikaanse gays, schroomde ze niet om het gebruik van condooms en beflapjes te propageren. En toen de minister van Justitie Ed Meese, in de rug gedekt door de conservatieve ‘moral majority’, obscene televisieprogramma’s en telefoonsekslijnen het leven zuur begon te maken, verzette zij zich met hand en tand.

Onder het motto ‘Free The Byrd’ werd die dekselse Robin Byrd, promiscue tot op het bot, zowaar een uithangbord voor de vrijheid van meningsuiting. En nu, als vrouw van respectabele leeftijd en als kind van het parool ‘vrijheid blijheid’ (dat in Bang My Box overigens overtuigend over het voetlicht wordt gebracht), is ze daar maar wat trots op.

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Kings From Queens: The Run-DMC Story

Peacock

Bij de introductie van Run-DMC in de Rock & Roll Hall Of Fame in 2009 vat de rapper Eminem het bondig samen: ‘Ze waren de eerste rocksterren van de rap. De eerste filmsterren van rap. De eerste rapgroep die op MTV was te zien. De eerste rapgroep met een platina plaat. De eerste rapgroep met een eigen sneaker. En de eerste die wereldwijd stadions uitverkocht.’ En daarvoor hadden Joseph ‘Run’ Simmons, Darryl ‘DMC’ McDaniels en Jason ‘Jam Master Jay’ Mizell, voegt Eminem er bij de start van Kings From Queens: The Run-DMC Story (140 min.) nog aan toe, in feite niet meer nodig dan ‘two turntables and a microphone’.

De gastenlijst van deze driedelige docuserie van Kirk Fraser onderstreept de status van het New Yorkse trio nog maar eens en oogt als een stamboom van de eerste hiphop-generatie: Runs oudere broer en platenbaas Russell Simmons, Cheryl ‘Salt’ James (Salt-N-Pepa), Kurtis Blow, Doug E. Fresh, Chuck D (Public Enemy), Ice-T, Ad-Rock en Mike D (Beastie Boys), LL Cool J en Ice Cube. Ook Tom Morello (Rage Against The Machine), Eminem en Questlove (The Roots) kussen de ring van The Beatles/Stones van de hiphop. Één man ontbreekt natuurlijk: Run-DMC’s deejay Jam Master Jay. Hij werd in 2002 vermoord, het breekpunt van de slotaflevering van Kings From Queens.

Dan heeft Run-DMC’s zegetocht – de opkomst netjes geschetst in deel 1, gevolgd door een patente dwarsdoorsnede van hun glorieperiode in het tweede deel – sowieso al averij opgelopen. De drie leden kiezen elk hun eigen pad. Run trekt zich terug met z’n familie en in de kerk, waar hij zich ontwikkelt tot de ‘Reverend Joseph Simmons’. DMC krijgt stemproblemen, die een psychosomatisch karakter lijken te hebben, en daalt vervolgens af in zijn eigen diepte. En Jay volgt zijn neus richting steeds weer nieuwe muziek. Totdat hij wordt neergeschoten bij zijn eigen studio. Zijn weduwe Terri vertelt er geëmotioneerd over. Op ‘s mans uitvaart wordt Run-DMC daarna meteen opgeheven.

Ruim twintig jaar later laat Fraser zich door Run en DMC op sleeptouw nemen naar de plekken die hun levens en carrière hebben gevormd. Hij geeft hun baanbrekende rapsongs natuurlijk ook alle ruimte en zet de teksten met typografie aan. Zo werkt ie toe naar een allerlaatste Run-DMC show, als headliner van een groot festival in Yankee Stadium in 2023, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hiphop. Daar laten de twee rappende ‘Kings of Rock’, die tegenwoordig vooral bezig lijken met hun religie en eigen comic books, nog eenmaal oude tijden herleven. Zónder hun maatje Jam Master Jay, het oliemannetje binnen hun driemanschap.

Salisbury Poisonings: The Untold Story

Channel 4

Deel het bewijs dat je Novitsjok hebt aangetroffen, zegt de Russische ambassadeur in een speech tegen de Britse politie. En geef ons toegang tot Sergej en Joelia.

‘Nog nooit in mijn carrière – en ik heb zeer veel ervaring in moordonderzoeken – heb ik de verdachte toegang gegeven tot het bewijsmateriaal, de plaats delict en de slachtoffers’, blikt Neil Basu, het bedachtzame hoofd van de Britse anti terrorisme-eenheid, terug in Salisbury Poisonings: The Untold Story (141 min.). ‘Onze reactie was: dacht het niet.’

Samen met collega’s van de Wiltshire-politie, een speciaal onderzoekslaboratorium en het eliteteam chemische oorlogsvoering van het Britse leger staat hij voor de taak om de verantwoordelijken voor de vergiftiging van de overgelopen Russische inlichtingenofficier Sergej Skripal en zijn volwassen dochter Joelia op 4 maart 2018 in te rekenen.

Het duurt niet lang of het dringt tot alle betrokkenen door dat de opdracht voor de moordaanslag moet zijn gegeven in het Kremlin, dat doorgaans bruut afrekent met dubbelagenten. Ze zijn onderdeel geworden van een geheime geopolitieke oorlog. Twee jaar eerder is ook de voormalige KGB-agent Alexander Litvinenko al geliquideerd in Londen.

Deze geladen driedelige serie van Sophie Wright blikt terug op de kille moordaanslag op de Skripals en de zoektocht naar de daders en hun opdrachtgevers met gewone Britten die daarbij ongewild betrokken zijn geraakt: behalve politieagenten gaat het ook om artsen en verpleegkundigen van het ziekenhuis en medewerkers van de lokale gezondheidsdienst.

Vier maanden na de vergiftiging van Sergej Skripal en zijn dochter wordt er opnieuw Novitsjok aangetroffen, bij twee gewone Britse burgers in het nabijgelegen Amesbury. Na de politieman Nick Bailey, die als eerste het huis van de Skripals betrad en daarna ernstig ziek werd, zweven nu ook Charlie Rowley en Dawn Sturgess tussen leven en dood.

Salisbury Poisonings: The Untold Story belicht de stressvolle situatie volledig vanuit Brits perspectief, gaat het drama daarbij niet uit de weg en plaatst de gebeurtenissen in hun geopolitieke context: de alsmaar toenemende spanningen tussen Poetin en het westen, die begin 2022 definitief zullen escaleren met de Russische inval in Oekraïne.

In 2026 verscheen er nog een documentaire over hetzelfde onderwerp: The Salisbury Poisonings: A Spy Next Door.

Michael Jackson: An American Tragedy

BBC

Het is de tragiek van Michael Jackson (1958-2009). Nooit meer kan hij in ons collectieve geheugen weer dat ogenschijnlijk onbekommerde kindersterretje worden, dat z’n familiegroep The Jackson 5 begin jaren zeventig naar de toppen van de hitlijsten zong. De ongenaakbare popheld, die met het soloalbum Thriller (1982) het ene na het andere record brak en de popmuziek grondig vernieuwde. En zelfs niet die beeldbepalende figuur, met het bizarre gedrag, aan wie de wereld zich kon blijven vergapen.

Sinds hij in 1993 voor het eerst werd beschuldigd van het misbruiken van weerloze kinderen, is alles bezoedeld geraakt: Jacksons ongenadige talent als zanger, songschrijver en danser. Zelfs het weerloze kind dat hij zelf ooit was, in het oog van de wereld opgegroeid en als jongetje al opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor een gehele familie, lijkt persona non grata te zijn geworden. Een onschuldig ogend welpje dat gaandeweg zou zijn uitgegroeid tot een grenzeloos seksueel roofdier.

In de driedelige serie Michael Jackson: An American Tragedy (175 min.) neemt Sophie Fuller nog geen uur de tijd om Jacksons leven en carrière te schetsen, vóórdat die helemaal door elkaar worden geschud door de beschuldigingen van de dertienjarige Jordan Chandler en zijn familie. En hoewel die zaak voor ettelijke miljoenen wordt geschikt, blijft hij besmet. Zelfs een huwelijk met de dochter van de King Of Rock & Roll, Lisa Marie Presley, kan de reputatie van de King Of Pop niet meer redden.

Zijn zus La Toya, tot dan de belangrijkste bron van deze miniserie, verdwijnt dan van het toneel. Alsof de familie Jackson, die naar verluidt ook bij de speelfilm Michael weer een dikke vinger in de pap heeft gehad, z’n handen aftrekt van het aardedonkere deel van zijn nalatenschap. Fuller kan echter terugvallen op een brede waaier aan bronnen: zowel vrienden, medewerkers en belangenbehartigers als onafhankelijke waarnemers, critici en de rechercheurs die de beschuldigingen tegen ‘Wacko Jacko’ hebben onderzocht.

Met al die getuigenissen, geïllustreerd met overdadig archiefmateriaal, schetst ze een scherp en toch genuanceerd overzicht van De Casus Michael Jackson: hoe een verknipte, eenzame en diep tragische figuur en z’n team met allerlei kunstgrepen (zoals een beroep op de zwarte identiteit, die hij eerder juist heeft afgezworen) zijn imago proberen te redden. Een man die volgens zijn spirituele adviseur, rabbi Shmuley Boteach, verslaafd is geraakt aan de adoratie van z’n fans en die zijn grip op de realiteit volledig kwijt is.

Martin Bashirs documentaire Living With Michael Jackson (2003 ), waarin Jacksons ongepaste omgang met de minderjarige Gavin Arvizo pijnlijk in het oog springt, lijkt zijn definitieve ondergang te hebben ingeluid, terwijl Leaving Neverland (2019), waarin Wade Robson en Jimmy Safechuck verklaren hoe Jackson hen als kind heeft misbruikt, hem tien jaar na zijn dood definitief brandmerkt als pedofiel – al blijven zijn fans toch wel achter hem staan en valt daar nog altijd een flinke duit mee te verdienen.

De eveneens in het voorjaar van 2026 verschenen docuseries Michael Jackson: The Trial en Michael Jackson: The Verdict zoomen volledig in op de casus van Gavin Arvizo.

Strange Journey: The Story Of Rocky Horror

Kaleidoscope Entertainment

Erg fiducie hebben de mensen die Richard O’Brien begin jaren zeventig benadert niet in zijn idee. Een rockmusical, nog één? Zijn Jesus Christ Superstar, Hair en al die slappe aftreksels daarvan nog niet genoeg?

Met zijn eerste composities krijgt Richard regisseur Jim Sharman en muzikaal leider Richard Hartley nochtans direct aan z’n zijde, vertelt hij aan zijn zoon, filmmaker Linus O’Brien, in diens lekkere documentaire Strange Journey: The Story Of Rocky Horror (90 min.). They Came From Denton High kan ‘t helemaal gaan worden, maar moet dan nog wel een nieuwe titel krijgen: The Rocky Horror Picture Show.

De show is een doorslaand succes. Eerst in het theater in Engeland en later, verfilmd, wereldwijd in de bioscoop. Met zichtbaar plezier kijken de castleden Tim Curry, Susan Sarandon, Nell Campbell, Patricia Quinn en Barry Bostwick, direct betrokkenen zoals producer Lou Adler en kostuumontwerper Sue Blane en de bekende fans Jack Black en Trixie Mattel terug op de storm die ‘Rocky’ ontketende.

Daarachter schuilt nog een ander verhaal. De horrormusical werkt voor Richard O’Brien zelf bevrijdend. Geholpen door de populariteit van de androgyne helden David Bowie, Mick Jagger en Lou Reed durft hij ongegeneerd zijn liefde voor travestie te omarmen. Ook voor andere LHBTIQ+-ers werkt The Rocky Horror Picture Show emanciperend. Niet alleen vijftig jaar geleden, maar ook nu nog.

Bij openbare vertoningen van deze ultieme B-film is participatie bijna verplicht. Een geheel in stijl gekleed publiek blijft vooral niet op z’n stoel zitten, roept op vaste momenten iconische kreten naar het scherm en zingt natuurlijk luidkeels mee. Soms verschijnt er zelfs een schaduwcast op het podium, om de feestvreugde verder te verhogen. Want bij deze gelegenheden mag echt iedereen zichzelf zijn.

En dat is in de hedendaagse wereld niet meer zo vanzelfsprekend als ‘t een halve eeuw geleden leek te gaan worden, toen Richard O’Brien uit zijn binnenste een campy musical opdiepte, die allang niet meer van hem alleen is.

The Scream Murder: A True Teen Horror Story

Disney+

Truth is scarier than horror. Als de zestienjarige scholier Cassie Jo Stoddart op zondag 23 september 2006 vermoord wordt aangetroffen in een afgelegen huis in de Amerikaanse staat Idaho, valt de verdenking al snel op twee van haar klasgenoten op de Pocatello High School, Brian Draper en Torey Adamcik. De jongens zijn al enkele jaren helemaal bezeten van griezelfilms, Scream in het bijzonder, en fantaseren ook regelmatig over een reprise van de ‘school shooting’ in Columbine.

Op de dag van Cassie’s huiveringwekkende dood hebben Brian en Torey haar nog gefilmd toen ze spullen uit haar schoolkluisje pakte. Ze zijn van plan om haar ‘s avonds de stuipen op het lijf te jagen als zij op het huis van vrienden past. De twee tieners leven dan al een tijdje in hun eigen slasherfilm. In een klaslokaal speculeren ze er samen, voor hun eigen videocamera, over hoe het zal zijn om te moorden. En al snel duiken er ook zelf gemaakte beelden op van ná het misdrijf.

The Scream Murder: A True Teen Horror Story (131 min.), een degelijke driedelige true crime-serie van Conor McCarthy en Lisa Q. Wolfinger, ontleedt de geruchtmakende moord met rechercheurs, psychologen, advocaten, klasgenoten én de ouders van de twee verdachten, Shannon Adamcik en Kerry en Pam Draper. En zij verschillen fundamenteel van mening over wie de leiding had – en óf, en voor wie, die wilde moordplannen oorspronkelijk niet meer dan spielerei waren.

Andere leerlingen realiseren zich tegelijkertijd dat ze de dans ternauwernood zijn ontsprongen. Twintig jaar na dato krijgen de twee ‘slashers’ in het afsluitende deel van deze miniserie bovendien de gelegenheid om rekenschap af te leggen, waarna McCarthy en Wolfinger de zaak verbreden: in hoeverre kunnen minderjarigen net zo verantwoordelijk worden gehouden voor hun daden als volwassenen? En is een heel lange gevangenisstraf daarbij dan op z’n plaats?

Het zijn vragen waarmee The Scream Murder zich onderscheidt van al die andere misdaadproducties die zich vooral verlekkeren aan de buitenissigheid van de killers en hun horrordaden.


The Tony Blair Story

VPRO

Even lijkt hij de wereld, of op zijn minst Groot-Brittannië, in zijn hand te hebben. Tony Blair slaagt er in 1998 zowaar in om vrede te sluiten in Noord-Ierland, iets wat zijn conservatieve voorgangers Thatcher en Major niet wilden of konden. Tegenwoordig staat de voormalige Britse premier, die met zijn geheel vernieuwde Labour-partij een einde heeft gemaakt aan achttien jaar heerschappij van The Tories, er véél minder goed op.

Als premier ontwikkelt Blair zich destijds, aan de zijde van zijn Amerikaanse geestverwant Bill Clinton, tot een erkende wereldleider. Ook met Clintons opvolger George W. Bush ontwikkelt hij een ‘special relationship’. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 volgt ie Bush dus ook bij diens zeer omstreden inval in Irak in 2003. En dan begint ook Blairs ogenschijnlijk onverwoestbare imago af te bladderen.

De hoofdpersoon gaat er zelf eens goed voor zitten aan het begin van deze driedelige serie van Michael Waldman. Hij wordt in The Tony Blair Story (156 min.) in de rug gedekt door zijn echtgenote Cherie, de Amerikaanse politici Bill Clinton en Condoleezza Rice en z’n getrouwen Anji Hunter, Alastair Campbell en de onlangs door de zaak Epstein ernstig in opspraak geraakte Peter Mandelson. Daartegenover staan (zeer) kritische partijgenoten zoals Jack Straw, Clare Short en Jeremy Corbyn.

Tijdens zijn eerste campagne is Tony Blair net een bloem die tot bloei komt in de zonneschijn, stelt schrijver/journalist Robert Harris, die ziet hoe de jurist groeit in zijn rol als politicus, in deel 1 van deze miniserie. Op het toppunt van Blairs roem, wanneer hij in 1999 een sleutelrol heeft gespeeld in het bezweren van het gewapende conflict in Kosovo, bespeurt Harris ook dat de premier losgezongen begint te raken van de realiteit.

Dat neemt tragische vormen aan als hij Groot-Brittannië meesleept in een oorlog in Irak, het onderwerp van aflevering 2, om nooit aangetroffen massavernietigingswapens onschadelijk te maken. Die beslissing was volgens z’n vrouw Cherie in eerste instantie helemaal niet zo vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen. En als Tony eenmaal heeft gekozen, kan hij anderen ervan overtuigen dat dit altijd al de voor de hand liggende keuze was.’

Of dat een teken van te veel zelfvertrouwen is? wil Waldman weten. Daarover houdt Cherie zich op de vlakte. Duidelijk is dat de beeldvorming rond haar man dan definitief verandert: Tony Blair wordt de leugenaar Tony Bliar. De man zelf weigert intussen om zich echt in de kaarten te laten kijken. ‘Als mensen een eerlijk verhaal willen, vraag een leider dan niet om zichzelf te beoordelen. Want dan krijg je een politiek antwoord.’

Hij toont zich strijdbaar in dit breed opgezette en genuanceerde portret, overtuigd van wie hij is, wat hij heeft gedaan en welke resultaten hij heeft geboekt. Een man die door sommigen nog altijd diep wordt geminacht en bij anderen juist op een zekere herwaardering mag rekenen. Een politicus die, wat je ook van hem vindt, tot de beeldbepalende leiders van de afgelopen dertig jaar moet worden gerekend.

Trailer The Tony Blair Story

The Cult Behind The Killer: The Andrea Yates Story

HBO Max

Als het schokkende verhaal – de Amerikaanse moeder Andrea Yates verdrinkt in 2021 zonder duidelijke aanleiding haar vijf jonge kinderen – nu eens gewoon sec, zonder een overdaad aan opzichtige true crime-clichés, zou worden verteld, dan was de miniserie The Cult Behind The Killer: The Andrea Yates Story (135 min.) vast een stuk beter te verteren zijn geweest. Dat trieste verhaal – de vrouw blijkt onder invloed van een sekteleider te hebben gehandeld – doet er namelijk wel toe.

Toegegeven, de titel van deze miniserie van Julian P. Hobbs en Elli Hakami doet geen al te serieus profiel vermoeden van een kwetsbare vrouw die wordt meegezogen in een religieuze dystopie, maar iets meer terughoudendheid zou al wonderen hebben gedaan. De brokstukken voor een meeslepende vertelling liggen er: Andrea’s echtgenoot Rusty beschermt zijn echtgenote bijvoorbeeld nog altijd en spreekt liefdevol over haar. David De La Isla zat jarenlang vast in dezelfde unheimische wereld als Andrea en kan die dus van binnenuit belichten. En Moses Storm groeide zelfs op in deze ongezonde omgeving.

Storm is tevens een neef van de man – zeg maar gerust: de kwade genius – die achter de schermen aan alle touwtjes trekt: de hel & verdoemenis-straatprediker Michael Woroniecki. Hij rijdt het land rond in een bus die moet doorgaan voor een moderne versie van Noach’s Ark en bindt van daaruit de strijd aan met Satan. Mike’s woord is in feite niets minder dan Gods woord. En hij verkondigt in diens naam natuurlijk ook het Einde der Tijden. Andrea Yates heeft zich door hem laten meeslepen naar de diepste diepten – en naar alle waarschijnlijkheid geholpen door een postnatale psychose.

En dan komt die hectische montage weer op gang, wordt er opnieuw een sinister muziekje ingestart en blijkt het personage Michael Woroniecki tot nóg karikaturalere proporties – tot de verpersoonlijking van, jawel, Het Kwaad – te kunnen worden opgeblazen. De gedachte is tegen die tijd bijna onvermijdelijk: laat maar.

Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story

Jodi Hildebrandt (l) en Ruby Franke (r) / Netflix

Het verhaal is te ‘sexy’ om niet van alle kanten te belichten. Nadat de ernstige mishandeling van de kinderen van een bekende ‘momfluencer’ in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke is benaderd vanuit de ontaarde moeder, die met donderend geraas van haar zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, komt in Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story (101 min.) nu de Mormoonse therapeut/goeroe, die Franke zou hebben aangezet tot haar volledig ontspoorde opvoedingspraktijken, aan de beurt.

Het verhaal is natuurlijk ook te sexy om over te laten aan een andere streamer. Elk platform wil zijn eigen versie van pak ‘m beet het Britney Spears-verhaal, de puntjepuntpjepuntje-moorden of het Jeffrey Epstein-schandaal. Relatief goedkoop te maken content, waarmee trouwe abonnees worden bediend en wellicht zelfs nieuwe leden kan worden geworven. Aan de makers van zulke producties is het vervolgens de taak om exclusieve getuigenissen en uniek bewijsmateriaal te verzamelen.

Bij de zaak Ruby Franke/Jodi Hildebrandt heeft regisseur Skye Borgman, één van Netflix’s favoriete true crime-makers, de hand weten te leggen op bodycam-materiaal van de politie. En de betrokken agenten blijken ook best bereid om herinneringen op te halen aan de schokkende ontdekking van de kinderen en de aanhouding van Ruby en Jodi. Los van de ethiek daarvan – na de reguliere rechtsgang kan dus altijd nog ‘trial by media’ volgen – hebben zij de achtergronden daarvan natuurlijk ook alleen uit de tweede hand.

De tragische geschiedenis begint – althans, in deze versie van het verhaal – met de zogeheten ‘Porn Panic’ die na de opkomst van het internet postvat in de Mormoonse kerk, de gemeenschap waarvan zowel Ruby Franke als Jodi Hildebrandt deel uitmaken. ‘Pornografie is net zo verslavend als cocaïne of andere illegale drugs’, houdt kerkleider James E. Faust zijn achterban dan voor. Hildebrandt speelt in op dit sentiment met een eigen verslavingbehandeling en verwerft zo een invloedrijke positie als therapeut.

Met haar bedrijf ConneXions praat ze menige mannelijke Mormoon in Utah een seksverslaving aan en propageert ze ‘tough love’, die in de praktijk soms nauwelijks meer is te onderscheiden van mishandeling of zelfs marteling, in de opvoeding. Met veelal secundaire bronnen, zoals cliënten van Hildebrandt, collega-therapeuten en kenners van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints, probeert Borgman vat te krijgen op haar ‘evil influencer’ en de volstrekt twijfelloze wereld waarvan zij een representant is.

Tegelijkertijd verliest de ervaren misdaadmaker nooit haar publiek uit het oog: dat wil best horen dat haar hoofdpersoon zelf ook haar butsen heeft opgelopen, maar vooral bewezen zien hoe slecht ze daarvan is geworden. Voor de zekerheid heeft ze daarom, zeker tegen het einde van deze adequate film, ook nog enkele typische true crime-schrikeffecten toegevoegd.

Cure For Pain: The Mark Sandman Story

Gatling Pictures

‘Wat, in godsnaam, is dát?’ De Amerikaanse zanger en gitarist Ben Harper kan zich in de documentaire Cure For Pain: The Mark Sandman Story (86 min.) uit 2011 nog zo voor de geest halen wat hij dacht toen hij Morphine voor het eerst hoorde. Ruim 25 jaar na de dood van frontman Mark Sandman is de sound van het trio uit Boston, Massachussets, nog altijd uit duizenden herkenbaar. En dat heeft alles van doen met de totaal uitgeklede bezetting van de band: een tweesnarige basgitaar, drums en die alomtegenwoordige baritonsaxofoon. En dan Sandmans lijzige stem eroverheen. Een onvervalste ‘king of cool’, aldus collega-zanger Dicky Barrett van The Mighty Mighty Bosstones.

‘Low rock’, dubde de enigmatische zanger/bassist Mark Sandman (1952-1999) hun muziek ooit. ‘Ik bedoel: neukrock.’ Donkere, sexy songs, met flinke scheuten jazz, poëzie en film noir erin. Deze documentaire van Robert Bralver en David Ferino vertelt het verhaal achter die muziek. Ze ontsluiten Morphine, de groep waarvan Sandman in de jaren negentig, samen met zijn ‘surrogaatbroers’, drummer Billy Conway (drums) en Dana Colley (saxofoon), een absolute cultband maakte. Totdat een hartaanval tijdens een festivaloptreden in het Italiaanse Palestrina, op 3 juli 1999, hem op 46-jarige leeftijd fataal werd en die groep definitief naar de popgeschiedenisboeken verwees.

Ondanks de aanwezigheid van vakbroeders zoals Josh Homme (Queens Of The Stone Age), Les Claypool (Primus), Mike Watt (The Minutemen) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) is Cure For Pain echter geen film over platencontracten, studio-opnames en topconcerten. Morphines carrière fungeert vooral als decor voor Mark Sandmans levensverhaal. Beter: Sandmans familieverhaal. Nadat zijn gezin was getroffen door een enorm drama, besloot hij, de artistiek aangelegde oudste zoon, om uit te vliegen en iets bijzonders van z’n leven te maken. En het tragische daarvan is dat zijn ouders pas na z’n dood ontdekten dat dit ook behoorlijk was gelukt.

Enkele jaren later heeft Sandmans moeder Guitelle nog geprobeerd om die familiegeschiedenis op papier te krijgen. Citaten uit haar boek Four Minus Three: A Mother’s Story (2006) dienen tevens als onderlegger voor dit postume portret van haar zoon Mark, die zich nooit helemaal in de kaarten liet kijken, soms een enorme klootzak kon zijn en intussen floreerde in zijn eigen kleine hoekje van de alternatieve muziekwereld.

Steal This Story, Please!

Elsewhere Films

Als onverschrokken journalist is Amy Goodman zonder enige twijfel een product van haar familie. Thuis, in huize Goodman te New York, hadden ze vroeger bijvoorbeeld een familiekrant, Dave’s Press. Die was opgericht door haar achtjarige broer Dave. En kleine Amy zorgde ervoor dat alle familieleden netjes hun penny abonnementsgeld betaalden. Op een dag schreef Dave in de krant dat zijn moeder hem een tik had gegeven. Dit was ma Goodman toch te gortig. En dat vond Dave dan weer censuur.

Via ingezonden brieven bestookten de Goodmans elkaar met meningen over actuele thema’s, zoals de oorlog in Vietnam. ‘Dat hoorde ook bij mijn Joodse opvoeding’, vertelt Amy Goodman, inmiddels al zo’n dertig jaar het boegbeeld van het onafhankelijke Amerikaanse platform Democracy Now!. ‘Je stelt vragen en neemt niets voor vanzelfsprekend aan. Je benadert de wereld vanuit een intense nieuwsgierigheid en bent nooit bang om voor je principes te gaan staan.’ Die attitude heeft ze, kunnen we zo’n zestig jaar later wel vaststellen, sindsdien met verve in de praktijk gebracht.

Steal This Story, Please! (100 min.) is zowel een eerbetoon aan Amy Goodmans journalistieke loopbaan als aan onafhankelijke journalistiek in het algemeen. Want of ‘t nu in Nigeria, Irak of Gaza is, Goodman gaat met haar poten in de modder staan en stelt de vragen die gesteld moeten worden. Zij wil tevens een podium bieden aan mensen die anders niet aan het woord komen. Ook die attitude heeft ze van thuis meegekregen. Haar grootouders konden in Oost-Europa ternauwernood aan de Jodenvervolging ontkomen. Zij gaven het belang van het vrije woord door aan volgende generaties van de familie.

De journalist in Amy Goodman beleefde haar vuurdoop in Oost-Timor. Daar was ze er in 1991 getuige van hoe het Indonesische leger een bloedbad aanrichtte onder demonstranten. Sindsdien laat ze niet meer los. In dat opzicht zet de openingsscène van deze urgente documentaire van Carl Deal en Tia Lessin meteen de toon: nadat de Amerikaanse president Donald Trump in 2018 heeft verklaard dat klimaatverandering niets meer is dan een hoax, zet Goodman op de navolgende klimaattop in Katowice de achtervolging in op zijn vertegenwoordiger. De man rent voor zijn politieke leven.

Goodmans vasthoudendheid pakt in Steal This Story, Please! – een oproep aan andere media om er vooral ook met haar verhalen vandoor te gaan – wel vaker grappig uit. Als de Amerikaanse president Bill Clinton op de dag van de verkiezingen van 2000 bijvoorbeeld even inbelt om burgers op te roepen om vooral te gaan stemmen, onderwerpt ze hem aan een waar vragenvuur. Een half uur later is Clinton kribbig en krijgt Amy Goodman een ferme reprimande van zijn persvoorlichter. Daarover haalt ze haar schouders op: hij is de leider van de vrije wereld, die kan toch gewoon de hoorn erop gooien?

Hoewel haar achtergrond in dit bewonderende portret regelmatig wordt verbonden aan haar werk, blijft Goodmans privéleven volledig buiten beeld. Behalve d at haar hondje Zazu heet – nee, niet vernoemd naar het gelijknamige personage uit de Disney-klassieker The Lion King, maar naar een antifascistische jeugdbeweging in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog – worden we over de vrouw achter de journalist nauwelijks iets wijzer. Zelfs niet of het haar soms zwaar te moede is, met een man zoals Donald Trump, die zijn achterwerk afveegt aan de persvrijheid, aan de macht.

Duidelijk is dan al wel: Amy Goodman laat zich niet de mond snoeren. Nooit.

Gimme Danger: The Story Of The Stooges

Amazon

‘Now I wanna be your dog’, sneert hij. Met ontbloot bovenlijf, in een uitdagende pose. James Osterberg oogt nog altijd als een eeuwige punk. Onder zijn geuzennaam ‘Iggy Pop’ laat de Amerikaanse rockzanger, die inmiddels toch echt tegen de tachtig loopt, nog altijd de opwinding herleven van The Stooges, het garagebandje uit Detroit waarmee hij eind jaren zestig alles en iedereen de gordijnen injoeg. No Fun, juist – of véél te véél.

Pop is natuurlijk ook het stralende middelpunt van de documentaire Gimme Danger: The Story Of The Stooges (107 min.) van Jim Jarmusch uit 2016. Stoer, uitgesproken en grappig. Entertainend, altijd. Met meer typische rock & roll-verhalen dan goed zijn voor één enkel mens. Tenminste, dat zou je verwachten. Iggy staat er echter nog steeds: als een ongenaakbare ‘bad boy’ op leeftijd, klaar om elk publiek bij de strot te grijpen.

Van de oorspronkelijke bezetting van The Stooges is hij de enige die nog in leven is. Gitarist Ron Asheton, diens drummende broer Scott ‘Rock Action’ Asheton en bassist Dave Alexander hebben het tijdelijke allang voor het eeuwige verwisseld. Samen opereerden zij ooit in de slipstream van hun broederband The MC5, één van de voorvaders van wat later punk werd, en zetten zo Detroit fier op de kaart als rockstad.

Na de albums The Stooges (1969) en Fun House (1970), die destijds slechts beperkt werden opgepikt maar tegenwoordig worden beschouwd als klassiekers, implodeerde de band, om enkele jaren later onder de noemer Iggy and The Stooges een doorstart te maken. Met derde plaat Raw Power (1973) als uitroepteken en eindstation. ‘We were left without adult supervision’, herinnert de latere gitarist James Williamson zich die tijd.

Jarmusch roept de turbulente geschiedenis van The Stooges op met een associatieve wirwar van muziek, concertbeelden, bandfoto’s, animaties en een hele zwik film- en televisiefragmenten, waaronder natuurlijk ook van het befaamde comedytrio The Three Stooges. De boodschap is duidelijk: waar Iggy en zijn ‘stromannen’ kwamen, kwam reuring. En alles moest kapot, zo leek ‘t. Want of dat nu de bedoeling was of niet, kapot ging ‘t.

De metafoor is onontkoombaar: The Stooges als een ongeluk in wording. Het is vervat in die ene anekdote, door Jarmusch opgeroepen met een geanimeerde scène: drummer Scott Asheton rijdt de tourbus onder een te lage brug door. Met donderend geraas komt die tot stilstand. Alles is kapot: de bus, hun instrumenten en de brug. En The Stooges gaan er ook aan, als slachtoffers van ‘hun eigen totale gebrek aan professionaliteit’.

Intussen hadden ze wel school gemaakt, toont Jarmusch met een compilatie van acts die The Stooges coveren: van logische navolgers zoals The Sex Pistols en The Damned tot de ‘high brow-acts’ Sonic Youth en David Bowie. Later werd de groep opgenomen in de Rock & Roll Hall Of Fame en volgden enkele herenigingen van de dan nog levende leden. Met het bereiken van de jaren des verstands bleken ze nauwelijks aan vuur te hebben ingeboet.

Gimme Danger vertelt het complete verhaal, zoals James Osterberg en enkele andere intimi zich dat herinneren, van een glorieuze mislukking die maar blijft nazinderen. Een kleine tien jaar later lijkt Iggy Pop nog altijd onverwoestbaar. Hij gaat door. Totdat ie ooit, hopelijk, in het zadel mag sterven.

Lilith Fair: Building A Mystery

Disney+

‘Never play two women back to back.’ Op de Amerikaanse radio is het tot ver in de jaren negentig goed gebruik om nooit twee liedjes van vrouwelijke artiesten achter elkaar te draaien. Dat kan het publiek helemaal niet aan. Of twee opeenvolgende vrouwelijke acts op een festival. Ook niet doen. Daar komt alleen maar ellende van.

En dat is dan weer tegen het zere been van de Canadese singer-songwriter Sarah McLachlan, die zich sowieso verbaast over het alomtegenwoordige seksisme binnen de Amerikaanse muziekindustrie. Vrouwelijke artiesten worden nog altijd keihard worden afgerekend op hun uiterlijk en moeten zich, bijvoorbeeld op festivals zoals Lollapalooza, staande houden in een vrijwel volledig mannelijke omgeving. McLachlan en haar – overigens ook volledig mannelijke – team zinnen op een alternatief: een rondreizend festival met louter vrouwelijke acts, die nu eens niet hoeven te wedijveren met macho mannen.

Ze dubben dit Lilith Fair – vernoemd naar de eerste vrouw van Adam, voordat die aan de zijde van Eva belandde – en strikken toonaangevende artiesten zoals Patti Smith, Tracy Chapman, Sinead O’Connor, Dixie Chicks en Missy Elliott. Ook de festivalcrew en het publiek bestaan voor een belangrijk deel uit vrouwen. Dat zorgt voor een enorme saamhorigheid en aandacht voor thema’s die de Lilith-gemeenschap aangaan, zoals het recht op abortus en de emancipatie van LHBTIQ+’ers (via rolmodellen zoals Indigo Girls en Brandi Carlile). Van elk festivalkaartje wordt bovendien een dollar gedoneerd aan een goed doel.

In de onvervalste trip nostalgia Lilith Fair: Building A Mystery (99 min.) blikt Ally Pankiw met Sarah McLachlan en haar team en participanten zoals Sheryl Crow, Suzanne Vega, Jewel, Liz Phair, Paula Cole, Shawn Colvin, Erykah Badu en Joan Osborne terug op de jaren 1997-1999, waarin Lilith Fair een divers en inclusief alternatief biedt voor de veelal door mannen en mannetjes gedomineerde popfestivals. Zoals bijvoorbeeld de volledig uit de hand gelopen reprise van Woodstock in 1999, waarbij lompe macho acts als Limp Bizkit en Kid Rock de toon zetten en een zeer agressieve, vrouwonvriendelijke omgeving creëren.

Tegelijkertijd is kritiek op ‘Vulvapalooza’ ook onvermijdelijk en krijgt het reizende circus zeker in het Amerikaanse hartland te maken met aanvallen uit conservatieve hoek. Die kunnen het zusterschap, waarvan uiteindelijk ook aanvankelijke kritische vrouwen zoals comedian Sarah Bernhard en Chrissie Hynde (The Pretenders) deel zijn gaan uitmaken, echter niet verstoren, blijkt uit deze liefdevolle reconstructie, die tevens tegemoet komt aan iedereen met ‘nineties nostalgia’.