Miracle: The Boys Of ’80

Netflix

Een ijshockeystadion als arena om de Koude Oorlog nog eens uit te vechten. Op weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid stuiten de ‘underdogs’ van de Verenigde Staten op de gedoodverfde kampioen, de Sovjet-Unie. Drie keer raden wie er wint in de (typisch) Amerikaanse sportdocu Miracle: The Boys Of ‘80 (101 min.). En die zege betekent natuurlijk véél meer dan zomaar een gewonnen ijshockeywedstrijd.

Ruim 45 jaar later nemen enkele sleutelfiguren uit dat legendarische Amerikaanse team gezamenlijk plaats op de tribune van het Olympic Center, om beelden terug te kijken en herinneringen op te halen. Hun bikkelharde coach Herb Brooks (1937-2003) maakte destijds een hecht team van deze mannen, die elkaar vanuit verschillende teams jarenlang naar het leven hadden gestaan. Geen beter team immers dan een ‘team of rivals’. En coach Brooks wilde best als hun gezamenlijke vijand fungeren.

Dat ging niet bepaald subtiel. ‘Je hebt niet genoeg talent om daarop te leunen’, zei hij tegen de één, ‘gouden benen, maar oerdom’ tegen een ander. En Mike Eruzione kreeg te horen dat hij speelde met ‘a ten pound fart’ op z’n hoofd. ‘Hoe ziet zo’n scheet eruit?’ vraagt Eruzione zich nog altijd af. ‘Ik ben 68 en ik word nog steeds ‘s nachts zwetend wakker’, bekent zijn teamgenoot Steve Janaszak. ‘Janaszak, je speelt elke dag slechter’, zei Herb Brooks tegen hem. ‘Je speelt nu al als volgende week.’

Met andere woorden: zonder Brooks’ ‘tough love’ zouden de Yanks op 22 februari 1980 geen enkele kans hebben gehad tegen de ongenaakbare Sovjets. Die boodschap hameren de filmmakers Max Gershberg en Jacob Rogal er stevig in, terwijl ze de weg naar die allesbeslissende match afleggen en de voornaamste hoofdrolspelers op deze route eruit lichten. En dat met het verslaan van de ‘Soviet bastards’ ook het gedachtegoed van deze vijanden van de vrijheid onschadelijk zou worden gemaakt.

De ironie van dat idee – gezien de huidige ontwikkelingen in de Verenigde Staten – gaat volledig aan deze ronkende documentaire voorbij. In dat opzicht is het patriottische Miracle: The Boys Of ’80 inderdaad een typisch Amerikaanse film: met hun zogeheten ‘miracle on ice’ creëren de helden van weleer, stuk voor stuk aandoenlijke kerels overigens, een aantrekkelijk David & Goliath-verhaal dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al is een overwinning op het ‘evil empire’ zeker nog geen garantie voor goud.

Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll

Cardinal Releasing

De stoet vakbroeders die in de documentaire Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll (97 min.) eer bewijst aan de Amerikaanse meestergitarist, die dit jaar honderd jaar oud zou zijn geworden, is indrukwekkend:  Steven Van Zandt, George Thorogood, Joe Bonamassa, Nile Rodgers, Steve Jones, Nils Lofgren, Wayne Kramer en Joe Perry. Stuk voor stuk gitaristen van formaat. Één adept die je direct met Berry associeert ontbreekt echter: Keith Richards.

De muzikale leider van The Rolling Stones is natuurlijk tóch aanwezig in Jon Brewers postume portret van de aartsvader van de rock & roll, die klassiekers zoals Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen en Roll Over Beethoven afleverde en de fameuze ‘duck walk’ introduceerde. Ook hij kan niet heen om dat onvergetelijke fragment uit de concertfilm Chuck Berry: Hail Hail Rock ‘N’ Roll (1987), waarin Chuck Berry, terwijl zijn vaste pianist Johnnie Johnson met grote ogen toekijkt, Keith Richards tot gekmakens toe de gitaarriff van zijn hit Carol opnieuw laat spelen.

Behoudens een aantal gereconstrueerde scènes – geheel in zwart-wit met enkele zorgvuldig gekozen elementen, Chuck zelf bijvoorbeeld of de door hem bezongen auto’s, in felle kleuren – wikkelt Brewer met Berry’s echtgenote Themetta, enkele van zijn kinderen en bekende fans zoals Alice Cooper en Gene Simmons verder netjes de hoogte- en dieptepunten uit het leven en de loopbaan van Charles ‘Chuck’ Berry (1926-2017) af. Een baanbrekende zwarte artiest die doorbreekt naar een wit publiek – al gaat dat in de jaren vijftig bepaald niet vanzelf.

Illustratief zijn ‘s mans aanhoudende problemen met de wet. Die hebben ongetwijfeld met Chuck Berry’s gedrag en keuzes te maken, maar kunnen in het gesegregeerde Amerika zeker niet los worden gezien van zijn huidskleur. Ook in de muziekbusiness wordt hij aan de lopende band besodemieterd. Berry’s eerste hit Maybelline wordt bijvoorbeeld alleen gedraaid op de radio, omdat een derde van de royalties stiekem zijn verpatst aan de deejay Alan Freed en de een of andere verkoper van kantoorartikelen. Payola, juist. En dan ontdekken de luisteraars dat Chuck zwart is.

Een half leven later zal hij door de films Back To The Future en Pulp Fiction nog een keer ouderwets furore maken. Berry staat dan bekend als een lastpak, een man die met zijn gitaar, een kam en z’n tandenborstel de wereld rondreist en in elke uithoek optreedt met een plaatselijk begeleidingsbandje, waarna hij erop staat om in keiharde cash te worden uitbetaald. Een muzikant ook, die navolgers graag op hun plek zet, zoals Keith Richards dus aan den lijve ondervindt. En een onverbeterlijke ‘womanizer’ die desondanks ook, als we zijn gezin mogen geloven, een echte familieman is.

Tot op hoge leeftijd zal Chuck Berry zijn signatuursongs blijven spelen en de duck walk doen. Totdat de Duivel de man die hoogstpersoonlijk zijn muziek naar de wereld bracht tóch tot zich roept…

Mel Brooks: The 99 Year Old Man!

HBO Max

Als ambassadeur van de Amerikaanse comedy doet Judd Apatow zich al jaren gelden. Hij speelde als producer een belangrijke rol bij de Hollywood-hits The Cable Guy, Knocked Up en The 40 Year Old Virgin en behoorde tot de drijvende krachten achter series zoals The Larry Sanders Show, Girls en Love.

En als documentairemaker eert Apatow z’n helden. Met The Zen Diaries Of Garry Shandling (2018) bijvoorbeeld en het dit jaar te verschijnen Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story. Samen met Michael Bonfiglio, met wie hij eerder ook al George Carlin’s American Dream maakte, portretteert hij nu ook een levende legende: Mel Brooks: The 99 Year Old Man! (217 min.), in het jaar, op 28 juni om precies te zijn, waarin die honderd jaar oud hoopt te worden.

De Joodse komiek, regisseur, producer en schrijver Mel Brooks (echte naam: Melvin Kaminsky) scoorde in zijn leven kaskrakers zoals The ProducersBlazing Saddles en Spaceballs, maar leverde zo nu en dan ook flinke flops af. Collega’s zoals Ben Stiller, Conan O’Brien, Jerry Seinfeld, Dave Chappelle en Adam Sandler vinden hem ronduit geniaal. Anderen, ‘de critici’ waarvoor hij graag z’n neus ophaalt, noemen zijn werk dan weer dom en platvloers.

Deze lijvige biografie in twee delen, waarin ook z’n zoons Nicholas, Eddie en Max hun zegje doen, neemt zijn leven van begin tot eind door. Sterke verhalen, smakelijke anekdotes en grappige fragmenten te over. Iemand die zo lang leeft, moet zichzelf nu eenmaal steeds opnieuw uitvinden – als producent van serieuze films, gelauwerd musicalschrijver of ‘wise old man’ van de Amerikaanse comedy bijvoorbeeld – en kan diverse malen in en uit de mode raken.

Te midden van alle (on)gein, gevatheid en wansmaak verschijnt een man die alle tegenslag met humor tegemoet treedt en op de één of andere manier altijd de moed vindt om verder te gaan. Nadat zijn echtgenote Anne Bancroft is overleden, spendeert Mel Brooks bijvoorbeeld elke avond bij zijn beste vriend, collega-komiek Carl Reiner. Hij is ook bij hem als Reiner in 2020 op 98-jarige leeftijd overlijdt. En Brooks blijft ook daarna naar diens woning komen.

‘Maandenlang kwam hij naar het huis, nadat mijn vader gestorven was, om daar te zitten, tv te kijken en te eten’, vertelt Carls zoon Rob Reiner, die onlangs samen met zijn echtgenote Michele op tragische wijze om het leven werd gebracht, aan Apatow en Bonfiglio. Brooks vraagt Rob ook om het hem te laten weten als ze het huis willen verkopen. ‘En toen zei ik: misschien is het beter als we het huis te koop zetten, met jou erin? Wellicht is het dan meer waard.’

Wat er ook zijn levenspad komt – een jong gestorven vader, de Tweede Wereldoorlog of bezoek van Magere Hein – Mel Brooks blijft ogenschijnlijk onverstoorbaar doorwandelen. Nog steeds. Totdat de weg toch doodloopt en even later de allerlaatste lach wegsterft…

The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father

Jackson Reffitt / DR Sales

Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024 loopt in het gezin van Guy Reffitt de verkiezingskoorts véél hoger op dan elders. De man des huizes zit in de gevangenis. Hij is veroordeeld vanwege zijn bijdrage, als supporter van president Donald Trump, aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Als Trump nu opnieuw wordt gekozen, krijgen ‘gijzelaars’ zoals Guy waarschijnlijk amnestie.

Niet alle leden van het Texaanse gezin zitten erop te wachten dat papa weer thuiskomt. Net als in veel andere Amerikaanse families heeft Trump voor tweespalt gezorgd bij de Reffitts. Guys linkse tienerzoon Jackson staat recht tegenover zijn vader, die behoort tot de gewelddadige rechtse anti-overheidsmilitie The Three Percenters. De FBI heeft Jackson zelfs geadviseerd om het ouderlijk huis in Wylie, Texas, te verlaten.

De spanningen tussen de twee zijn in 2021 al zo hoog opgelopen dat Guy z’n zoon heeft bedreigd en landverrader noemde. Waarna Jackson op zijn beurt de FBI heeft getipt op zijn vader. Dat is ook het startpunt voor The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father (53 min.), waarin Steffen Kretz moeder Nicole Reffitt, Jackson en zijn twee zussen Sarah en Peyton volgt in afwachting van de verkiezingsuitslag.

Nicole heeft zich in de jaren na Guys arrestatie opgeworpen als een vurige spreekbuis namens de zogeheten ‘J6’ers’, Jackson houdt vast aan de kritiek op zijn vader en zijn zussen zoeken de gulden middenweg in deze lastige familiesituatie. Zij proberen vooral het beeld van hun vader als een gewelddadige man te nuanceren. Tegelijk spreekt Peyton ook uit dat ze vindt dat Trump verantwoordelijk is voor 6 januari.

Intussen dreigen de Reffitts alles, waaronder ook hun huis, kwijt te raken. Er hangt dus nogal wat af van die verkiezingsuitslag, in dit boeiende portret van een Amerikaans gezin, dat model staat voor de oplopende spanningen in de Verenigde Staten. Op microniveau is te zien hoe wat ooit vanzelfsprekend één was nu van binnenuit wordt verscheurd. Totdat er veel meer is wat hen verdeelt dan wat hen bindt.

Als Trumps opponent Kamala Harris in 2024 zou zijn verkozen, dan zat Guy Reffitt nu nog gewoon in de Cimaron Prison te Oklahoma. Zoals bekend zal het anders lopen. Zijn zoon Jackson is alvast verhuisd naar een geheime locatie en heeft, typisch Amerikaans, maar een vuurwapen aangeschaft.

Dogs Of War

BBC

Hoewel internationale wetten het inzetten van huurlingen bij gewapende conflicten verbieden, zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 100.000 buitenlandse beroepssoldaten actief. ‘Oorlog is verslavend’, vertelt de Britse huursoldaat David Tomkins, die zo’n veertig jaar (mee)vocht en voor wapens zorgde in landen als Somalië, Koeweit, Afghanistan, Sierra Leone en Colombia in Dogs Of War (87 min.). ‘Chaos is verslavend. Het is net een drug. En ik vond het geweldig!’

Zijn carrière als huurling kreeg halverwege de jaren zeventig een pikstart in Angola. Toen er een burgeroorlog uitbrak in het Afrikaanse land, bleek er behoefte aan een explosievenexpert. En Dave had net naam gemaakt in Londen als bankrover. Met zelfgemaakte nitroglycerine bracht hij kluizen tot ontploffing. Zo’n man konden ze goed gebruiken. ‘Ik schaam me diep voor een aantal dingen die in Angola zijn gebeurd’, stelt David een halve eeuw later. ‘Die zouden nooit mogen gebeuren, in welke oorlog dan ook.’

Angola mocht dan een voorbeeld zijn van hoe ’t niet moest. Tomkins had de smaak wel degelijk te pakken gekregen. Volgende missie: het omleggen van president Étienne Eyadéma van Togo. Rationalisatie: de man had zelf zijn voorganger laten liquideren. Oog om oog, tand om tand. Opblazen, die kerel! Zover zou ’t echter nooit komen. Uiteindelijk ging Dave zelfs nog op bezoek bij Eyadéma, vertelt hij in deze boeiende film van David Whitney, waarin ie het verhaal van zijn loopbaan in de oorlogs- en wapenbusiness doet.

Van de revenuen daarvan kon hij zijn gezin prima onderhouden, stelt Tomkins. Er stond zowaar een Rolls Royce in de garage. Intussen viel en valt hij zichzelf niet lastig met ethische vragen. ‘I can’t be sorry for everybody in the world’, legt hij uit. ‘The world is what it is.’ Hij was nu eenmaal ‘proud to be a criminal’. Zo doet de gepensioneerde huurling elke kwestie af met een straffe oneliner. Over de jaren negentig, toen de halve wereld in brand stond, zegt ie bijvoorbeeld: ‘A bad time for the world, but good for me.’

David Whitney verbeeldt ‘s mans herinneringen met enigszins kluchtige reconstructies en kadert ze verder in met quotes van direct betrokkenen, deskundigen en de huurlingen Alex Lennox, Dean Shelley en Peter McAleese (die samen met Tomkins ook al was te zien in Killing Escobar, Whitneys reconstructie van hun mislukte moordaanslag op de Colombiaanse drugscrimineel). Samen schetsen zij letterlijk een gewetenloze business, waarin het eigen gewin voorop staat en de rest een zorg is voor anderen of voor later.

Als ík ‘t niet zou doen, zegt David Tomkins bijna letterlijk, dan zou een ander ’t doen. En wanneer David Whitney maar blijft doorvragen naar zijn gevoelens over z’n roemruchte verleden, schiet dat bij hem in het verkeerde keelgat. Hij heeft helemaal geen berouw. ‘I wouldn’t swap one day of my fucking life for you or anybody else’, bijt hij de filmmaker toe. ‘I live for me and my family only. That’s the end of the story… Done!’

The Tale Of Silyan

Ciconia Film / Jean Dakar

De aardappels die ze even daarvoor nog enthousiast hebben gerooid, liggen nu te rotten in de schuur. De oudere Macedonische boer Nikola Conev en zijn familie komen ze aan de straatstenen niet kwijt. Niet tegen een fatsoenlijke prijs, tenminste. Op de markt blijven ze ook met hun tomaten, paprika’s en kroppen sla zitten.

Hier valt niet tegenaan te werken, vinden Nikola en de andere bewoners van Cesinovo, het dorp met de grootste ooievaarpopulatie van Noord-Macedonië. Samen met andere boeren blokkeren ze met hun tractor de straat, protesterend tegen het overheidsbeleid dat voor véél te lage prijzen heeft gezorgd. Met een theatraal gebaar gooien ze daarbij hun watermeloenen kapot op de straat en kieperen bakken met groente en fruit om, zodat de weg bezaaid is met hun oogst. Zonder opbrengst of resultaat.

Nikola’s dochter Ana en haar echtgenoot hebben eieren voor hun geld gekozen en de wijk genomen naar Duitsland, om daar werk te gaan zoeken. Nikola’s vrouw Jana reist hen al snel achterna, om voor hun kleindochter Ilina te gaan zorgen. Haar opa blijft dus alleen achter, in een dorp dat duidelijk betere tijden heeft gekend. Ook de ooievaars hebben daaronder te lijden. Op de akkers is ook voor hen weinig meer te halen. Net als Nikola zoeken ze dus hun toevlucht tot de plaatselijke vuilstort.

En daar krijgt The Tale Of Silyan (80 min.), de nieuwe film van Tamara Kotevska, pas echt een mythisch karakter. Zij heeft het relaas van de Macedonische boer ingebed in een eeuwenoud (?) volksverhaal, dat wordt verteld door een dorpeling. Over een zoon die z’n geboortedorp verlaat, wordt veranderd in de ooievaar Silyan en vanuit die hoedanigheid het leven van de achterblijvers aanschouwt. Intussen ontfermt Nikola zich op die stortplaats over een verminkte ooievaar: Silyan. Juist.

Net als in de voor een Oscar genomineerde publieksfavoriet Honeyland (2019), die ze samen met Ljubomir Stefanov maakte, creëert Kotevska in deze sprookjesachtige film een geheel eigen universum, niet in het minst door het verbluffende camerawerk van Jean Dakar. Hij heeft de parallelle werelden van de ooievaars en menselijke bewoners van Cesinovo majestueus vereeuwigd. Daarvoor geldt vermoedelijk wel hetzelfde als voor de rest van deze documentaire: te mooi om (volledig) waar te zijn.

The Tale Of Silyan verweeft intussen grote maatschappelijke thema’s – de tragiek van de hedendaagse boer, arbeidsmigratie en de achterkant van de consumptiemaatschappij – met een parabel over de moderne mens, die losgetrokken is van zijn wortels, en de moderne ooievaar, die daardoor gedwongen wordt om ‘fast food’ te scoren op een vuilnisbelt. Een betoverende film, waardoor de kijker zich maar al te graag in de luren laat leggen.

Nick Cave’s Veiled World

Sky

In zijn werk gaat Nick Cave onbevreesd de confrontatie aan met het onderbewuste. ‘Hij is op zoek naar de menselijke ziel’, stelt filmmaker Wim Wenders bij de start van Nick Cave’s Veiled World (65 min.). ‘Nick wil weten waarom hij op aarde is. Niet veel mensen willen dat weten.’ Schrijver Irvine Welsh vult aan: ‘We krijgen allemaal met pijn en verlies te maken, met vreugde en euforie. Deze elementen zijn voortdurend met ons in gevecht. En voor mij is dat de plek waar grootse dingen ontstaan.’

Het is helder: in dit associatieve portret probeert Mike Christie de Australische zanger, songschrijver, componist en auteur psychologisch te duiden. In plaats van een ‘en toen en toen en toen’-doorloop van zijn carrière neemt hij een kijkje achter de façade bij de man en kunstenaar, die in z’n oeuvre zo vaak de donkere kanten van het bestaan opzoekt. Hij vervat de ontwikkeling die Cave heeft doorgemaakt in vijf archetypen: de bandiet, de schaduw, de pelgrim, het goddelijke kind en de profeet. Nick Cave zelf komt daarover overigens slechts beperkt – en volledig buiten beeld – aan het woord.

Christie verlaat zich liever op intimi, zoals Warren Ellis, Thomas Wydler en Colin Greenwood (zijn band The Bad Seeds), producer Nick Launay (The Birthday Party), fotograaf Polly Borland, schrijver Seán O’Hagan (co-auteur van het boek Faith, Hope And Carnage), modeontwerper Bella Freud, aartsbisschop Rowan Williams en de filmmakers John Hillcoat, Isabella Eklöf en Pete Jackson (de tv-serie The Death Of Bunny Munro, gebaseerd op Caves gelijknamige roman), Andrew Dominik (One More Time With Feeling en This Much I Know To Be True) en Iain Forsyth & Jane Pollard (20.000 Days On Earth).

Deze insiders worden stuk voor stuk geïnterviewd in een spaarzaam ingerichte ruimte, waarin één of meerdere meubelstukken zijn afgedekt – als de kanten van de menselijke psyche die verborgen (willen) blijven. In Caves songs krijgen die de kans om zich alsnog in al hun lelijke schoonheid te tonen. Terwijl ze z’n teksten lezen vanaf een typemachine laten Cave-fans zoals Florence + The Machine-voorvrouw Florence Welch (The Mercy Seat) en Red Hot Chili Peppers-bassist Flea (Bright Horses) en de bevriende kunstenaar Thomas Houseago (White Elephant) zijn woorden bovendien op zich inwerken.

Samen schetsen zij een kunstenaar, die al enige tijd boven elke kritiek verheven lijkt te zijn – niet zonder reden overigens. Vraag is wel: waar houdt de man op en begint de mythevorming? Daarop geeft deze boeiende exegese van de kunstenaar Nick Cave geen eenduidig antwoord. Duidelijk is dat hij een enorme ontwikkeling – met de dood van zijn vijftienjarige zoon Arthur in 2015 als scharnierpunt – heeft doorgemaakt: van een losgeslagen podiumbeest dat zijn publiek bijna vijandig tegemoet trad naar een ‘wilde God’ die van zijn concerten zowat een plek voor geloof, hoop en liefde heeft gemaakt.

AIDS: The Unheard Tapes

BBC / Videoland

Zowel de Britse mannen die de AIDS-crisis van jaren tachtig en negentig overleefden als degenen die in deze traumatische periode voor de internationale homogemeenschap overleden, komen aan het woord in de driedelige docuserie AIDS: The Unheard Tapes (158 min.) van regisseur Mark Henderson.

Dat zit zo: audio-opnamen van gesprekken met enkele slachtoffers zijn achteraf geplaybackt door acteurs, een huzarenstukje dat eerder bijvoorbeeld ook al werd geleverd in de Nederlandse documentaire Moeders en de fascinerende miniserie The Enfield Poltergeist. En dit werkt, in combinatie met archiefbeelden uit de donkerste dagen van de crisis en interviews met artsen, verplegers, onderzoekers, vrijwilligers van de hulplijn London Gay Switchboard en vertegenwoordigers van de belangenvereniging Terrence Higgins Trust (vernoemd naar de eerste Britse AIDS-dode), echt wonderwel.

De persoonlijke getuigenissen van deze jonge mannen – over hun leven vóór het HIV-virus, de impact van de gevreesde diagnose en de jaren die hen daarna nog resten – zijn veertig jaar later nog altijd onontkoombaar. Zij moeten proberen te overleven in een wereld waarin de homopest ‘een straf die de mensheid werd opgelegd door een razende God’ wordt genoemd. ‘I’d shoot my son if he had AIDS’, laat een predikant zelfs optekenen in de krant. ‘In 1991 zijn er een miljoen AIDS-gevallen’, licht hij toe in een televisieprogramma. ‘Rond 2025 is onze samenleving misschien ten onder gegaan.’

Een soortgelijke attitude wordt ook uitgedragen door de regering van Margaret Thatcher die, net als haar Amerikaanse collega Ronald Reagan, consequent weigert om de ‘gay plague’ serieus te nemen. Pas als duidelijk wordt dat niet alleen homo’s ten prooi vallen aan het dodelijke virus, gaat de Tory-regering overstag. Het voorlichtingsfilmpje ‘Don’t die of ignorance’ werkt echter averechts en wakkert de aversie tegen al wat afwijkt van de heteronorm alleen maar aan. Dan is de Britse prinses Diana effectiever: als zij een AIDS-patiënt de hand schudt, wordt dat daadwerkelijk als een keerpunt beschouwd.

Zo loopt AIDS: The Unheard Tapes nauwgezet de gehele Britse HIV-geschiedenis door. Totdat er, met twee stappen vooruit en één terug, een succesvolle behandeling wordt gevonden. De serie bewandelt daarmee hetzelfde terrein als Amerikaanse producties zoals How To Survive A Plague5B en Cashing Out en de Nederlandse podcast En Niemand Bleef Onaangeraakt, maar zet eigen accenten, zoals bijvoorbeeld de aandacht voor de latere populariteit van ecstacy binnen de Britse gayscene, dé manier om stoom af te blazen na een inktzwarte periode waarin alles op het spel staat.

Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B.

VPRO

Als de Noorse minister van Justitie Tor Mikkel Wara in 2018 dreigbrieven ontvangt, zijn huis wordt beklad met de belediging ‘rasisit’ en hakenkruizen en ook zijn dienstauto in vlammen opgaat, kijkt vrijwel iedereen direct naar ideologische tegenstanders van zijn rechts-populistische Vooruitgangspartij, Fremskrittpartiet.

Totdat zijn eigen echtgenote Laila Anita Bertheussen in beeld komt als verdachte. Zij ontkent echter ten stelligste dat ze iets met de intimidatie van doen heeft. Nog steeds – ondanks een veroordeling tot twintig maanden gevangenisstraf. Ook in de intrigerende documentaire Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B. (56 min.) van de Nederlandse regisseur Stefanie de Brouwer. Terwijl ook echtgenoot Tor Mikkel inmiddels afstand heeft genomen van haar.

De zaak is vermoedelijk in gang gezet door de theatervoorstelling Ways Of Seeing in het Black Box Teater in Oslo. Het huis van Wara wordt daarin als achtergrond gebruikt. Laila zit in de zaal en legt deze inbreuk op haar privacy vast met haar mobiele telefoon. ‘Je vraagt je af: staat ze dit live te streamen naar een of ander platform?’ herinnert theatermaakster Hanan Benammar zich. Ze hoort pas later dat ‘t om de echtgenote van de minister gaat.

De Brouwer sluit aan als Bertheussen haar leven weer oppakt. Tijdens de rechtszaak heeft ze vooral van zich laten horen via zelfgemaakte tassen. Daarmee begint zij uit te drukken hoe ze zich voelt. ‘Ik was het niet’, staat er bijvoorbeeld op een fleurig groenrood exemplaar. Het is gaandeweg haar manier geworden om haar kant van het verhaal te doen. ‘Sorry dat ik je een zak noemde’, is er te lezen op een bloemetjestas. ‘Ik dacht dat dat bekend was.’

Laila Bertheussen houdt intussen stug vast aan haar eigen waarheid. De Brouwer bevraagt die wel, maar legt haar niet het vuur aan de schenen. Ze lijkt eerder het principe ‘show, don’t ask’ te huldigen. Door haar protagonist simpelweg te tonen – op bezoek in haar geboortedorp Lødingen, haar voormalige woning uitruimend of te gast bij het politieke festival Arendalsuka, waar ze haar tassen exposeert – laat die zelf wel zien uit welk hout ze is gesneden.

Achter dat koele uiterlijk schuilt een vrouw met een verleden, haar eigen uitdagingen en nauwelijks verholen rancune tegenover de man met wie ze een half leven samen was. Die zich sterk houdt, tóch naar binnen laat kijken en zichzelf opnieuw probeert uit te vinden – ook al blijft ze voor de buitenwacht vermoedelijk altijd de vrouw van Fremskrittpartiet-kopstuk Tor Mikkel Wara, die zijn tegenstanders verdacht probeerde te maken en zo zichzelf besmeurde.

Kandinsky, The Colours Of Sounds

Jaune Rouge Bleu, 1925 © Centre Pompidou, MNAM-CCI / AVROTROS

Een uitvoering van Wagners opera Lohengrin zet in 1896 alles op zijn kop. Wassily Kandinsky is voorbestemd om jurist te worden, maar besluit daarna om zijn vaderland Rusland te verlaten en zich aan kunst te gaan wijden. In de kunstenaarsstad München neemt Kandinsky, die als kind piano en cello leerde spelen, regelmatig tentoonstellingen bezocht en vaste gast was in het theater en bij de opera, vanaf 1900 les bij ‘de vorst van de schilderkunst’ Frans von Stuck.

‘Ik had het gevoel herboren te zijn, maar stuitte op de grenzen van m’n vrijheid’, schrijft Kandinsky destijds, een tekst die nu is ingelezen door Pierre-Henri Gibert, één van de makers van Kandinsky, The Colours Of Sounds (53 min.). ‘Gevangen in het werken naar een model.’ Hij besluit om zijn eigen weg te gaan. Zijn liefde voor muziek, de manier waarop die hem tot in elke vezel van zijn lichaam weet te raken, werkt daarbij inspirerend. Kandinsky ontdekt ‘een esthetiek van gekleurde vlekken’, aldus de verteller van dit kunstenaarsportret. In deze schilderijen zit muziek!

De ontwikkeling die de schilder in de navolgende jaren doormaakt wordt in deze documentaire door Gibert en zijn coregisseur Adrien Minard fraai inzichtelijk gemaakt met een stapsgewijze ontleding van zijn stijl, kleurgebruik en gebruik van symboliek en uitleg daarbij van kunsthistorici én muziekwetenschappers. Want de Russische kunstenaar laat zich voortdurend inspireren door zijn andere grote liefde, muziek. Als Kandinsky in 1911 samen met zijn vriendin Gabriele Münter naar een concert van Arnold Schönberg is geweest, valt voor hem ook als schilder het kwartje.

In deze ‘wereld zonder simpele herkenningstekens’ lijkt de tonaliteit volledig te zijn losgelaten. Schönbergs muziek krijgt direct zijn weerslag in Kandinsky’s eerste abstracte doek, Schilderij Met Cirkel. Hij schrijft tevens een bedankbrief aan de componist, die de start vormt van een samenwerking tussen de uitvinder van de atonaliteit en de vader van de abstracte kunst. Kandinsky probeert zijn idee van een totale kunst ook onder woorden te brengen, bijvoorbeeld in de alamanak Der Blaue Reiter. Voor hem overstijgt kunst, ongeacht de vorm ervan, alle talen, haat en grenzen.

Abstracte thematiek voor de gemiddelde 21e eeuwer, zou je zeggen, maar in deze ferme film helder uiteengezet en invoelbaar gemaakt. Langzaam maar zeker zal Kandinsky in zijn verdere leven, zo nu en dan gehinderd door de grillen van de liefde en de wereldgeschiedenis, zijn eigen stijl verder verfijnen. Na een woelige periode in z’n vaderland belandt hij aan het begin van de jaren twintig weer in Duitsland, waar hij floreert in de Bauhaus Schule. Totdat de nazi’s er de macht grijpen en zijn werk tot ‘ontaarde kunst’ verklaren…

Echo’s Van Sobibor

Submarine / BNNVARA

In 2021 wonnen Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, met de documentaire De Sobibor Tapes – De Vergeten Interviews Van Jules Schelvis. Vijf jaar later is er de driedelige serie Echo’s Van Sobibor (165 min.). Die neemt opnieuw de getuigenissen die Sobibor-overlevende Jules Schelvis en schrijfster en slaviste Dunya Breur in de jaren tachtig vastlegden van overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor als uitgangspunt, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de volgende generaties van hun families.

Jetje Manheim van de Stichting Sobibor, een goede vriendin van de in 2016 overleden Schelvis, fungeert daarbij als verbindende schakel. Heel lang wist ze weinig over Sobibor, haar vader wilde er niets van weten. Later vertelde hij dat haar grootouders in het kamp waren vermoord. Het gedenken daarvan is volgens Jetje de laatste tijd echter in een heel ander licht te staan door de oorlog in Israël en Gaza. ‘Die maakt het bijna onmogelijk om puur te herdenken’, constateert ze. ‘De boodschap van het nooit meer laten gebeuren van zo’n verschrikkelijk onheil is al verstoord.’

Miriam en Eran Kahanov, de dochter en kleinzoon van Hella Weiss, ervaren in Israël hoe het leven daar sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 is veranderd. Als ze over Weiss vertellen, zijn op de achtergrond acties van het Israëlische leger te horen. Michael en Vadym, de zoons van de Oekraïner Arkady Wajspapir, vragen zich intussen af wat hun vader zou hebben gevonden van de huidige oorlog in hun land. Die wilde beslist niet leven in een totalitaire staat. En Rena Blatt, de dochter van Thomas Blatt, kampt met het permanente gevoel van onveiligheid waarmee ze in de VS is grootgebracht.

Via getuigenissen van de gevangenen die het vernietigingskamp in Polen, al dan niet na de befaamde opstand op 14 oktober 1943, wisten te overleven, schakelen De Blaauw en Tuinstra in deze miniserie soepel tussen heden en verleden. Naar het lange gesprek bijvoorbeeld dat Thomas Blatt in 1983 had met de aangeklaagde kampbeul Karl Frenzel. ‘Ik wil nadrukkelijk naar u uitspreken dat ik niet kwaad op u ben’, zegt Frenzel, die vindt dat hij zelf ook ontzettend heeft geleden. ‘Dat u van alles over mij hebt verteld en ook een zekere haat tegenover ons koestert neem ik u niet kwalijk.’

‘Dit is echt ongelooflijk’, reageert Jetje Manheim verontwaardigd, na het beluisteren van de geluidsopnames. ‘Ik kan niet begrijpen wat ik gehoord heb. Hij zegt ook dat hij Blatt niet kwalijk neemt wat hij vandaag in de rechtszaak gezegd heeft. Dat moest er nog bijkomen. Dit is gewoon de omgekeerde wereld.’ In Brazilië heeft Sobibor-overlevende Stanislav ‘Shlomo’ Smajzner dan allang zijn conclusies getrokken. Als hij in 1978 de SS’er Gustav Franz Wagner uit Sobibor herkent in zijn nieuwe thuisland, wil hij hem het liefst direct doden. In 1980 steekt Wagner zichzelf dood in zijn cel. (Zelf)moord?

Zo blijven de gruwelijke gebeurtenissen in Sobibor hun schaduw werpen over het latere leven van de overlevenden, nabestaanden en hun afstammelingen. Ook achter de voordeur hebben die veel ellende veroorzaakt. Zo spreekt Dena, de weduwe van Thomas Blatt, in het slot van de laatste aflevering van deze miniserie voor het eerst uit hoe onmogelijk ‘t eigenlijk was om met haar man te leven. Blatt, die zich naar buiten toe altijd goed en groot hield, was volgens Dena niet in staat om van anderen te houden en maakte haar en de rest van het gezin gedurig het leven zuur.

Met zulke ontboezemingen brengt Echo’s Van Sobibor, ruim tachtig jaar na dato, alle uithoeken van het oorlogstrauma dat dit ene Duitse vernietigingskamp te weeg bracht nog eens krachtig in beeld.

Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story

Jodi Hildebrandt (l) en Ruby Franke (r) / Netflix

Het verhaal is te ‘sexy’ om niet van alle kanten te belichten. Nadat de ernstige mishandeling van de kinderen van een bekende ‘momfluencer’ in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke is benaderd vanuit de ontaarde moeder, die met donderend geraas van haar zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, komt in Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story (101 min.) nu de Mormoonse therapeut/goeroe, die Franke zou hebben aangezet tot haar volledig ontspoorde opvoedingspraktijken, aan de beurt.

Het verhaal is natuurlijk ook te sexy om over te laten aan een andere streamer. Elk platform wil zijn eigen versie van pak ‘m beet het Britney Spears-verhaal, de puntjepuntpjepuntje-moorden of het Jeffrey Epstein-schandaal. Relatief goedkoop te maken content, waarmee trouwe abonnees worden bediend en wellicht zelfs nieuwe leden kan worden geworven. Aan de makers van zulke producties is het vervolgens de taak om exclusieve getuigenissen en uniek bewijsmateriaal te verzamelen.

Bij de zaak Ruby Franke/Jodi Hildebrandt heeft regisseur Skye Borgman, één van Netflix’s favoriete true crime-makers, de hand weten te leggen op bodycam-materiaal van de politie. En de betrokken agenten blijken ook best bereid om herinneringen op te halen aan de schokkende ontdekking van de kinderen en de aanhouding van Ruby en Jodi. Los van de ethiek daarvan – na de reguliere rechtsgang kan dus altijd nog ‘trial by media’ volgen – hebben zij de achtergronden daarvan natuurlijk ook alleen uit de tweede hand.

De tragische geschiedenis begint – althans, in deze versie van het verhaal – met de zogeheten ‘Porn Panic’ die na de opkomst van het internet postvat in de Mormoonse kerk, de gemeenschap waarvan zowel Ruby Franke als Jodi Hildebrandt deel uitmaken. ‘Pornografie is net zo verslavend als cocaïne of andere illegale drugs’, houdt kerkleider James E. Faust zijn achterban dan voor. Hildebrandt speelt in op dit sentiment met een eigen verslavingbehandeling en verwerft zo een invloedrijke positie als therapeut.

Met haar bedrijf ConneXions praat ze menige mannelijke Mormoon in Utah een seksverslaving aan en propageert ze ‘tough love’, die in de praktijk soms nauwelijks meer is te onderscheiden van mishandeling of zelfs marteling, in de opvoeding. Met veelal secundaire bronnen, zoals cliënten van Hildebrandt, collega-therapeuten en kenners van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints, probeert Borgman vat te krijgen op haar ‘evil influencer’ en de volstrekt twijfelloze wereld waarvan zij een representant is.

Tegelijkertijd verliest de ervaren misdaadmaker nooit haar publiek uit het oog: dat wil best horen dat haar hoofdpersoon zelf ook haar butsen heeft opgelopen, maar vooral bewezen zien hoe slecht ze daarvan is geworden. Voor de zekerheid heeft ze daarom, zeker tegen het einde van deze adequate film, ook nog enkele typische true crime-schrikeffecten toegevoegd.

Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes

VCA

De echte Dirk Diggler heette John Holmes. De befaamde Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson (Magnolia, There Will Be Blood en One Battle After Another) baseerde een speelfilm op zijn tumultueuze leven: Boogie Nights (1997), met Mark Wahlberg in de rol van Diggler/Holmes, een opvallend groot geschapen jongen die in de jaren zeventig zijn weg zocht (en vond) in de Amerikaanse seksindustrie.

Liefhebbers leerden Holmes in een hele serie films kennen als de actieheld Johnny Wadd. ‘Als je de namen van hedendaagse pornosterren noemt, heeft de gemiddelde huisvrouw geen idee over wie je ‘t hebt’, stelt Anderson in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes (105 min.), de documentaire van Cass Paley die een jaar later werd uitgebracht. ‘Maar als je John Holmes zegt, weet iedereen wie je bedoelt.’

Maar wie er werkelijk schuil ging achter dit icoon van de beginjaren van de Amerikaanse ‘adult entertainment industry’? Daarover deed Holmes bewust schimmig. Ja, dat hij met 14.000 vrouwen het bed had gedeeld, vertelde hij aan Jan en alleman – al was dit volgens zijn manager Bill Amerson klinkklare onzin. Zodra het persoonlijker werd, hield ie de boot echter af. Zo probeerde hij een pijnlijke jeugd af te schermen.

In de tijd dat ‘de Elvis Presley van de seksindustrie’ actief werd, waren bekende pornoproducenten zoals Larry FlyntAl Goldstein en Bill Margold verwikkeld in een epische strijd om de vrijheid van meningsuiting. Hoewel Holmes tot de grote sterren van de industrie werd gerekend, bleef hij daarbuiten. Hij was een ‘loner’. Zelfs regisseur Bob Vosse, die toch twintig jaar films met hem maakte, kreeg nooit z’n telefoonnummer.

Als dit postume portret z’n midpoint nadert, doen drugs hun intrede in Holmes’ leven. Tot dan toe had hij er naast z’n werk een min of meer normaal privéleven op na gehouden. Zijn eerste vrouw Sharon, die geanonimiseerd haar verhaal doet in deze film, was mordicus tegen zijn besluit om te gaan werken in de seksindustrie. Ze beweert zelfs dat ze nog nooit een pornofilm heeft gezien. Van drugs moest ze al helemaal niets hebben.

Toen haar echtgenoot verslingerd raakte aan cocaïne en al snel ook begon te freebasen, was niet alleen hun huwelijk reddeloos verloren. Intimi schetsen hoe Holmes vervolgens een toonbeeld werd van alle ellende die je met de seksindustrie associeert. Hij verdiende bij in de onderwereld, zette een minderjarige aan tot prostitutie, gedroeg zich onmogelijk op de filmset en ging ook gewoon door met werken toen hij besmet raakte met HIV.

En dan was er nog dat ene incident op 1 juli 1981, een kleine zeven jaar voordat Holmes op slechts 43-jarige leeftijd het loodje zou leggen. Dat bleek ook weer goed voor een Hollywood-film. Voor Wonderland (2003) kroop Val Kilmer in de huid van John Holmes, die verdacht werd van betrokkenheid bij een viervoudige moord. Het laatste restje beschaving was er toen wel vanaf bij de grootste Amerikaanse pornoster.

Al doet Cass Paley, een pseudoniem van Wesley Emerson, ruim tien jaar na zijn overlijden in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes nog wel een dappere poging om sympathie voor hem op te wekken als het doek daadwerkelijk valt.

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…

Zabic Miss

HBO Max

Op negentienjarige leeftijd ligt de wereld aan haar voeten. Agnieszka Kotlarska, eerstejaars student aan de Wrochlaw Tech-universiteit, wordt eerst gekozen tot Miss Polen van 1991 en sleept daarna in Tokio ook nog de Miss International-titel in de wacht. In eigen land wordt ze daarna als een grote ster onthaald, als een schitterend voorbeeld van hoe het Oostblokland na de val van het IJzeren Gordijn de vrije wereld kan veroveren.

Achter de schermen moet Kotlarska echter een stalker, Jerzy Lisiewski, van zich afhouden, een man waarvan zij denkt dat hij geen echt gevaar voor haar vormt. De kijker van de driedelige true crime-serie Zabic Miss (internationale titel: Obsession: The Murder Of A Beauty Queen, 136 min.) weet natuurlijk wel beter. Dat Agnieszka’s sinistere belager zal toeslaan staat op voorhand vast. Het is, tragisch genoeg, alleen nog de vraag hoe, waar en wanneer.

Terwijl zij zich ontwikkelt tot een internationaal gevierd supermodel, trouwt met haar veel oudere jeugdliefde Jaroslaw Swiatek en samen met hem ook een kind krijgt, kijkt Jerzy vanuit de coulissen mee. Hij voelt zich genegeerd. ‘Ik geloof dat je even de tijd moet nemen voor iemand die daar echt naar verlangt’, zegt hij geheel in stijl, op geluidopnames van zijn verhoor. Jerzy uit zijn woede op straat. ‘Kurwa Kotlarska’, kalkt hij op talloze ramen en muren. Kotlarska, de slet. 

Haar echtgenoot Jaroslaw, diverse intimi en collega’s schetsen Agnieszka in deze geladen productie van Maciek Bielinski nochtans overtuigend als een vrouw met klasse, waarbij de schoonheid zeker niet alleen van buiten zit. De 36-jarige man die haar fataal wordt komt ondertussen, ook door de nogal clichématige gedramatiseerde scènes, over als een archetypische engerd, een gestoorde killer die in zijn eentje steeds verder afdaalt in zijn eigen hel en haar daarin meesleurt.

De moord op het net 24-jarige topmodel in augustus 1996 staat overigens niet op zichzelf. Ook andere ‘schoonheidskoninginnen’ en bekende Polen vertellen in Zabic Miss over hun onrustbarende ervaringen met stalkers. De dood van hun collega zorgt in Polen eerst voor ontzetting en daarna voor volkswoede, wanneer blijkt dat de dader niet voor de rest van zijn leven achter de tralies wordt gezet en dus ooit weer een gevaar voor de maatschappij zou kunnen vormen.

Bijna dertig jaar later ijlt zijn horrordaad nog altijd na, laat het aangrijpende slot van deze miniserie zien. Jaroslaw Swiatek heeft zich begrijpelijkerwijs ontwikkeld tot een overbeschermende vader. Na Agnieszka Kotlarska’s dood werd er een ‘beschermende paraplu’ over hun dochter Patrycja gelegd. Die kan nog altijd vrijwel niets over haar moeder zeggen, vertelt ze, ‘omdat ik niets voel’. Patrycja’s moeder is een symbool geworden, een onderwerp om te ontvluchten.

The Unstoppable Shirley MacLaine

AVROTROS

Ze is inmiddels begin negentig en zit al ruim zeventig jaar in het vak. The Unstoppable Shirley MacLaine (53 min.) maakte sinds de jaren vijftig naam als actrice, danseres, zangeres, schrijfster en new age-goeroe.

Jean Lauritano probeert al die facetten van haar lange leven en loopbaan tot hun recht te laten komen in deze gesmeerd lopende archieffilm, die wordt aangestuurd door een alwetende verteller. Daarin komen verder alleen verschillende incarnaties van Shirley MacLaine aan het woord en in beeld. Zonder dat andere pratende hoofden de aandacht daarvan kunnen afleiden.

Shirley MacLaine debuteerde in 1955 in de Hitchcock-film The Trouble With Harry en stond als vrouw jarenlang haar mannetje binnen The Rat Pack, een groep acteurs/zangers, onder wie Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr., die de toon zette in Hollywood. MacLaine – met in haar kielzog jongere broer Warren Beatty – werd eveneens zéér succesvol.

Ze liet de ene op de andere filmhit volgen en begon (overigens onverzilverde) Oscar-nominaties te verzamelen: Some Came Running (1959), The Apartment (1961), Irma la Douce (1964) en The Turning Point (1978). Totdat ze in 1984 als vijftigjarige dan tóch een Academy Award op de schouw mocht zetten, voor haar rol als dominante moeder in Terms Of Endearment (1984).

Dit tv-portret zet alle hoogte- en dieptepunten uit het publieke leven van Shirley MacLaine nog eens netjes op een rijtje, zonder dat de kijker ook echt een kijkje achter de façade krijgt bij de larger than life-diva, één van de allerlaatste representanten van de zogeheten ‘Golden Age Of Hollywood’ die voor interviews altijd enkele snedige oneliners in de achterzak lijkt te hebben.

Een vrijgevochten vrouw die, ondanks een huwelijk van bijna dertig jaar, seksuele vrijheid zocht. Ze speelde dat imago ook lekker in het openbaar uit. ‘Ik wil al mijn mannelijke tegenspelers bedanken, met wie ik op het scherm of in het echt de liefde heb bedreven’, krijgt ze tijdens een speech bijvoorbeeld de lachers op haar hand. ‘Ik kan me hooguit de helft van hen herinneren.’

En collega Carrie Fisher zet daar, naar aanleiding van het verhaal dat MacLaine op één dag met drie verschillende mannen zou hebben geslapen, nog een uitroepteken achter: ‘You’re someone I wanna be when I grow balls.’ En dat is in het algemeen het beeld van Shirley MacLain dat na dit portret blijft hangen: een vrouw die met hetzelfde gemak ‘one of the guys’ als een femme fatale speelt.

Cure For Pain: The Mark Sandman Story

Gatling Pictures

‘Wat, in godsnaam, is dát?’ De Amerikaanse zanger en gitarist Ben Harper kan zich in de documentaire Cure For Pain: The Mark Sandman Story (86 min.) uit 2011 nog zo voor de geest halen wat hij dacht toen hij Morphine voor het eerst hoorde. Ruim 25 jaar na de dood van frontman Mark Sandman is de sound van het trio uit Boston, Massachussets, nog altijd uit duizenden herkenbaar. En dat heeft alles van doen met de totaal uitgeklede bezetting van de band: een tweesnarige basgitaar, drums en die alomtegenwoordige baritonsaxofoon. En dan Sandmans lijzige stem eroverheen. Een onvervalste ‘king of cool’, aldus collega-zanger Dicky Barrett van The Mighty Mighty Bosstones.

‘Low rock’, dubde de enigmatische zanger/bassist Mark Sandman (1952-1999) hun muziek ooit. ‘Ik bedoel: neukrock.’ Donkere, sexy songs, met flinke scheuten jazz, poëzie en film noir erin. Deze documentaire van Robert Bralver en David Ferino vertelt het verhaal achter die muziek. Ze ontsluiten Morphine, de groep waarvan Sandman in de jaren negentig, samen met zijn ‘surrogaatbroers’, drummer Billy Conway (drums) en Dana Colley (saxofoon), een absolute cultband maakte. Totdat een hartaanval tijdens een festivaloptreden in het Italiaanse Palestrina, op 3 juli 1999, hem op 46-jarige leeftijd fataal werd en die groep definitief naar de popgeschiedenisboeken verwees.

Ondanks de aanwezigheid van vakbroeders zoals Josh Homme (Queens Of The Stone Age), Les Claypool (Primus), Mike Watt (The Minutemen) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) is Cure For Pain echter geen film over platencontracten, studio-opnames en topconcerten. Morphines carrière fungeert vooral als decor voor Mark Sandmans levensverhaal. Beter: Sandmans familieverhaal. Nadat zijn gezin was getroffen door een enorm drama, besloot hij, de artistiek aangelegde oudste zoon, om uit te vliegen en iets bijzonders van z’n leven te maken. En het tragische daarvan is dat zijn ouders pas na z’n dood ontdekten dat dit ook behoorlijk was gelukt.

Enkele jaren later heeft Sandmans moeder Guitelle nog geprobeerd om die familiegeschiedenis op papier te krijgen. Citaten uit haar boek Four Minus Three: A Mother’s Story (2006) dienen tevens als onderlegger voor dit postume portret van haar zoon Mark, die zich nooit helemaal in de kaarten liet kijken, soms een enorme klootzak kon zijn en intussen floreerde in zijn eigen kleine hoekje van de alternatieve muziekwereld.

Madness, Prince Of Ska, King Of Pop

Arte

In 1992 belt de Londense politie naar de geologische dienst. Ze hebben berichten gekregen over een aardbeving. ‘Ze evacueerden hele flats, uit angst voor instorting’, vertelt Madness-zanger Graham ‘Suggs’ McPherson. ‘Maar het bleken springende Madnessfans te zijn.’ Zijn skagroep treedt tijdens het zogeheten ‘Madstock’ voor het eerst in acht jaar weer op, in het nabijgelegen Finsbury Park. De volgende dag trilt de aarde dus opnieuw in de Britse hoofdstad. Want dan geeft de band, die onverminderd populair blijkt, nóg een uitverkocht concert.

In de tv-docu Madness, Prince Of Ska, King Of Pop (52 min.) gaat Christophe Conte terug naar het begin: een stel opgeschoten jongeren uit Camden Town begint in de tweede helft van de jaren zeventig samen muziek te maken en groeit vervolgens uit tot de huisband van de pub The Dublin Castle. Al snel stuit Madness op een broederband uit de industriestad Coventry, The Specials. Met hun eigen platenlabel 2 Tone Records scoren die met ‘Britse ska’, een kruisbestuiving van de muziek van Jamaicaanse immigranten en witte Engelse jongeren, de ene na de andere hit.

Bij het bonte 2 Tone-gezelschap voelt Madness zich helemaal op z’n plek. Tegelijkertijd krijgt deze inclusieve familie te maken met de gure wind die er op dat moment waait door Groot-Brittannië, waar het National Front in opkomst is en skinheads voor een grimmige sfeer op straat zorgen. Bij Madness, de enige volledig witte band in de 2 Tone-familie, denkt de extreemrechtse partij zieltjes te kunnen winnen. Dat was ‘echt afschuwelijk’, herinnert bassist Mark ‘Bedders’ Bedford. ‘Meestal richtten we een spot op gasten die de Hitlergroet brachten of vochten’, vult Suggs aan.

Gaandeweg zal Madness zich in z’n muziek steeds meer uitspreken voor sociale onderwerpen, een wat meer poppy toon aanslaan en onderdak vinden bij een ander platenlabel, Stiff Records. Dat legt de groep bepaald geen windeieren. Met humoristische video’s scoort de rebellenclub hit op hit. Die opmars wordt in dit vlotte bandportret met medestanders zoals gitarist Lynval Golding (The Specials), zangeres Rhoda Dakar (The Bodysnatchers) en producer Clive Langer uit de doeken gedaan – al is de tweede helft wel erg van de lange halen, snel thuis.

In wezen geldt voor Madness wat voor veel bands opgaat: na de eerste tien jaar is het beste er wel vanaf en moet de groep vooral vormbehoud tonen.

Breakdown: 1975

Netflix

Ooit wisten Amerikanen het min of meer zeker: aan het eind winnen ‘the good guys’. In 1975 is dat echter bepaald niet meer zo vanzelfsprekend. Enkele politieke moorden, Watergate en de Vietnamoorlog hebben geknaagd aan het zelfvertrouwen van de trotse natie, die het jaar erop precies twee eeuwen zal bestaan. En dat gevoel wordt weerspiegeld in Hollywood. ‘1975 was het beste jaar om mensen een film met een slechte afloop te geven’, stelt acteur/komiek Patton Oswalt in het aantrekkelijke essay Breakdown: 1975 (91 min.) van Morgan Neville. ‘Ze gingen er massaal naartoe.’

Naar de rampenfilms The Towering Inferno en The Poseidon Adventure. ‘Revenge-o-matics’ zoals het omstreden Charles Bronson-verhikel Death Wish. De Blaxploitation-hits Shaft, Super Fly en Sweet Sweetback’s Baadasssss Song. Paranoiathrillers zoals The Conversation, Three Days Of The Condor en The Parallax View. En, natuurlijk, de hits van ‘New Hollywood’, toen de gekken zogezegd even het gesticht mochten runnen en zwartgeblakerde klassiekers afleverden zoals One Flew Over The Cuckoo’s Nest, Taxi Driver, Chinatown, All The President’s Men, Dog Day Afternoon en Network.

Aan de hand van de meest uitgesproken films van halverwege de jaren zeventig, slim met elkaar versneden en toegelicht door een combinatie van direct betrokkenen, beschouwers en liefhebbers zoals Martin Scorsese, Ellen Burstyn, Oliver Stone, Peter Biskind, Seth Rogen en Bill Gates doet Neville, via zijn verteller Jodie Foster, het verhaal van een samenleving die zogezegd in een ‘post-alles en pre-niets’-tijdperk verzeild was geraakt. Amerika bleek hard toe aan introspectie. Of, in de woorden van die tijd: de Verenigde Staten moesten gaan werken aan zichzelf. Tijd dus voor ‘De Mij-generatie’.

Breakdown: 1975 openbaart zich intussen als een film van grote ideeën, meeslepende verhalen en soms ook behoorlijk korte bochten. Gesitueerd in het jaar, waarin via een televisiepersonage zoals Archie Bunker (All In The Family), de Oscar-winnende documentaire Harlan County USA en de entree van de rozige tv-series Happy Days en Little House On The Prairie tevens de toekomst van Amerika zichtbaar begon te worden. In de vorm van pak ‘m beet cultuuroorlogen, een gedesillusioneerde arbeidersklasse en opperste nostalgie, het verlangen naar een land dat in werkelijkheid nooit had bestaan.

Het einde van dit kanteljaar in de Amerikaanse (film)historie werd natuurlijk ingeluid door – taada, tada, tada, tada, tada, taada! – Steven Spielbergs Jaws, de eerste van een lange rij blockbusters. Toen de beoogde recette in Hollywood definitief de overhand leek te krijgen op artistieke zeggingskracht. Tegelijk trok de Disney-versie van Amerika de zege naar zich toe. Ook de ‘goeien’ gingen dus weer winnen….

The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy?

Springer Films

Hij zegt ’t met een stalen gezicht. ‘Ik kan je dit alleen vertellen omdat het programma inmiddels is vrijgegeven’, vertelt de Amerikaanse wetenschapper Russell Targ van het gerenommeerde Stanford Research Institute over de pogingen van de Amerikaanse veiligheidsdienst CIA om, midden in de Koude Oorlog, een gecrasht Sovjet-vliegtuig in Zaïre te traceren. Om er vervolgens bloedserieus aan toe te voegen: ‘Anders had ik jullie, nadat ik had verteld wie dit programma had gefinancierd, moeten doden.’

Welkom in een levensechte James Bond-film. Met zowaar een absolute hoofdrol voor ’s werelds beroemdste paragnost, Uri Geller. De Israëlische lepeltjesbuiger, helderziende en gedachtelezer zou jarenlang in het geheim voor enkele veiligheidsdiensten hebben gewerkt. Eerst voor de Mossad, daarna dus ook voor de CIA. De man wil – nee: kán – er zelf niets over kwijt in de documentaire The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy? (91 min.) uit 2013, maar zegt steeds nét genoeg om de aandacht toch vast te houden.

Geller zou met zijn bijzondere gaven bijvoorbeeld een essentiële rol hebben gespeeld bij de Israëlische aanval op het Oegandese vliegveld van Entebbe in 1976, waarbij de Joodse passagiers van een gekaapt vliegtuig konden worden bevrijd. Daarover zegt hij dan: ‘Wat ik lees en hoor is dat ik radarsystemen tot aan Entebbe heb uitgeschakeld tijdens de bestorming, waarbij de broer van Benjamin Netanyahu is omgekomen. Zo zouden de Israëlische vliegtuigen veilig hebben kunnen landen in Entebbe.’

Maar dat heb je dus niet van hem. Filmmaker Vikram Jayanti moet de bevestiging van dit soort sterke verhalen dus elders halen. Bij wetenschappers van de prestigieuze Stanford University, zoals Russell Targ en zijn collega-natuurkundige Hal Puthoff, astronaut Edgar Mitchell, enkele oud-CIA-medewerkers en legerofficieren én de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Zij ondersteunen, direct dan wel indirect, Gellers suggesties. Want hij mag dan de schijn tegen hebben, wellicht heeft wel de waarheid aan zijn zijde.

Jayanti lardeert zijn zoektocht door de wereld van psyops met een wirwar aan ludieke muziekjes: van het Peter Gunn Theme en de soundtrack van The X Files tot het Mission Impossible-deuntje en – natuurlijk – dat uit duizenden herkenbare James Bond-thema. Daarmee relativeert hij zijn eigen bevindingen, die hem ook nog brengt bij de Hollywood-komedie The Men Who Stare At Goats (2009), waarin een Amerikaanse legereenheid wordt opgevoerd die gebruik maakt van paranormale tactieken en zo geiten doodt.

Dat kolderieke idee blijkt zowaar een snipper van een flinter van een kern van waarheid te bevatten: tijdens een wetenschappelijk experiment zou een helderziende in staat zijn geweest om de hartslag van een rat zo te vertragen dat die eraan overleed. En als dat inderdaad echt is gebeurd, zouden zo dan ook politieke rivalen om zeep kunnen worden geholpen? Naar het antwoord op die vraag blijft het gissen. Omdat a) het nooit is gebeurd. b) dit helemaal niet kan. Of c) dat zo geheim is dat niemand ‘t ooit zal toegeven.

En dus blijft ook ná het bekijken van deze vermakelijke film in nevelen gehuld of Uri Geller daadwerkelijk een paranormaal begaafde superspion is – of toch een charlatan, die weer een nieuwe manier heeft gevonden om zichzelf in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen.