Marianne & Leonard: Words Of Love

http://www.marianneandleonardwordsoflove.com

De wereld leerde haar kennen als Marianne. Spreek uit: Merien. Van So Long, Merien, het klassieke lied van Leonard Cohen. In werkelijkheid sprak je het gewoon uit als Marianne. Ze was de muze van de Canadese zanger. De twee ontmoetten elkaar in de jaren zestig op het Griekse eiland Hydra, waar ze gedurende enige tijd een relatie zouden hebben.

Het waren de jaren van vrije liefde. Cohen was druk bezig om een serieuze reputatie als ladies’ man te verwerven. En Marianne Ihlen hield er eveneens scharrels op na. Zo kwam ook de jeugdige Nick Broomfield, een halve eeuw later inmiddels een bekende filmmaker, in beeld. Hij heeft nu een documentaire gemaakt over de romance tussen de gevierde sombermans en de Scandinavische vrouw die hem tot zulke hoogstaande muziek inspireerde.

Marianne & Leonard: Words Of Love (99 min.) is een wat onevenwichtige film. Het Leonard-deel is tamelijk standaard: opkomst, (bijna-)ondergang en comeback van een intrigerende zanger en songschrijver. Daartegenover staat het in wezen interessantere deel over de vrouw, die zich dienstbaar opstelde aan De Grote Kunstenaar en hem uiteindelijk moest laten gaan. Omdat die publiek bezit was geworden van zo ongeveer het complete vrouwelijke geslacht. Waarna de man periodes van diepe neerslachtigheid doormaakte en zich bovendien enkele malen terugtrok in een klooster.

Zo nu en dan neemt Broomfield dat verhaal hoogstpersoonlijk bij de hand en voegt hij zijn eigen ervaringen met de door hem bewonderde Marianne toe. Die willen echter maar niet echt tot leven komen en vormen bovendien slechts moeizaam een eenheid met de rest van de vertelling, die is opgebouwd rond audio-interviews met de twee hoofdpersonen en actuele gesprekken met mensen die zich in hun directe omgeving ophielden. Waarbij Leonard toch steeds de hoofdrol krijgt toebedeeld en zijn muze genoegen moet nemen met een rol op de achtergrond.

Alle betrokkenen spreken van Een Grote Liefde – al schijnen de liefdes van kunstenaars sowieso nooit klein en nietig te zijn – die zich geheel volgens het welbekende patroon heeft voltrokken. ‘Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood’, zei Gerard Reve daarover al. En nét voordat Leonard en Marianne allebei de oversteek naar de andere wereld gingen maken, vonden ze elkaar weer in een allerlaatste rendez-vous, dat de vanzelfsprekende en ontroerende climax van dit liefdesportret vormt.

Whitney

Het moet niet gemakkelijk zijn geweest voor Kevin Macdonald; werken aan een documentaire over zangeres Whitney Houston en dan merken dat een concurrent je voor is. Ruim een jaar geleden verscheen Whitney: Can I Be Me, een aangrijpende film van Nick Broomfield over een vrouw die helemaal vast kwam te zitten in haar rol van popster en roemloos ten onder ging aan drugs.

Wat kan Macdonald, die eerder een prachtige biopic maakte van de Jamaicaanse reggaeheld Bob Marley, daar nog aan toevoegen? En dan heeft hij ook nog eens de schijn tegen; waar Broomfield geheel onafhankelijk kon opereren, presenteert zijn Schotse collega nu een geautoriseerde biografie. Zodat je je direct afvraagt wat de erven Houston eruit hebben laten halen en welke plooien zorgvuldig zijn gladgestreken.

Geen zorgen daarover. Whitney (120 min.) is bepaald geen afgevlakte biografie, maar pelt nog een aantal lagen extra af van het fenomeen Whitney Houston en komt zo nóg dichter bij het kwetsbare meisje Nippy dat daarachter verscholen bleef. De film komt zelfs met een pijnlijke onthulling, die de tragische neergang van de zangeres zou kunnen verklaren. Houstons moeder Cissy en tante Dionne Warwick hebben daar overigens meteen afstand van genomen. ‘Geruchten, verdachtmakingen en roddels’, stelden zij in een gezamenlijke verklaring.

Verder had Macdonald de beschikking over prachtig archiefmateriaal van de zangeres en kreeg hij toegang tot Houstons directe omgeving. Behalve haar zingende moeder Cissy, die overigens een zeer beperkte rol speelt in deze film, verschijnen ook haar broers Michael en Garland, enkele persoonlijke huisvrienden en ex-echtgenoot Bobby Brown  voor de camera. Tezamen leggen ze de puzzel Whitney – door criticasters overigens stelselmatig Whitey genoemd, omdat ze haar zwarte roots zou hebben verkwanseld.

Macdonald zet bovendien andere accenten dan Broomfield: Whitneys al dan niet lesbische verhouding tot haar personal assistant Robyn Crawford krijgt bijvoorbeeld minder gewicht en wordt ook in een andere context geplaatst. Al met al is dus ook deze Whitney-biopic zéér de moeite waard. Als losstaand portret, maar ook als vervolg op die andere visie op de geplaagde zangeres. In sommige levens zitten nu eenmaal meerdere films.

Love Means Zero

 

Zijn bekendste protégé, Andre Agassi, wilde niet meewerken aan deze film over de omstreden tenniscoach Nick Bollettieri. De manier waarop hij publiekelijk aan de kant werd gezet door zijn pseudovader, waarbij hij als tennisser opgroeide, ligt blijkbaar nog altijd erg gevoelig. Agassi’s grote rivaal in Bollettieri’s tennisacademie, Jim Courier, neemt in Love Means Zero (91 min.) wél plaats voor de camera van filmmaker Jason Kohn.

Nadat Bollettieri in 1989 tijdens het Roland Garros-toernooi in Parijs openlijk partij koos voor zijn lievelingetje Andre Agassi, vertrok Courier bij de succescoach. Hij weigerde nog langer tweede viool te spelen. Van tevoren sloeg hij nog wel even Agassi uit het toernooi. Het tekent de genadeloze survival of the fittest tussen Bollettieri’s spelers, die hij zelf maar al te graag aanmoedigde. De kampioen van nu kon morgen afgedankt worden voor een nieuwe kroonprins.

Waarom hij toch met zoveel mensen in conflict is gekomen, wil Kohn weten van de voormalige topcoach. ‘Nick kijkt nooit terug’, zegt de man zelf, inmiddels dik in de tachtig. Alsof hij het over compleet iemand anders heeft, een zelfverzonnen personage. Die ‘Nick’ meldt zich ook regelmatig in de interviews; een sterke verhalen en anekdotes opdissende patser, die weigert om aan echte introspectie te doen. Een man ook, die nog altijd zoveel ontzag inboezemt dat bepaalde oud-medewerkers en -tennissers elk woord wegen voordat ze het uitspreken.

Hoewel Bollettieri eigenlijk niet al te veel wil zeggen, vertelt de mental coach toch veel over zichzelf in dit psychologische portret, dat is opgebouwd rond zijn getroebleerde relatie met Agassi. Nadat ze tot hun eigen verdriet afscheid hebben genomen, blijven de twee elkaar tegenkomen op de tenniscourts. Inmiddels heeft de coach het ultieme verraad gepleegd en zich aan de zijde geschaard van Agassi’s nieuwe opponent Boris Becker, die wel opdraaft in deze overtuigende film. En uiteindelijk doet ook Andre Agassi toch nog van zich spreken…

One More Time With Feeling


Als een grauwsluier hangt het drama boven elke scène van de diep ontroerende documentaire One More Time With Feeling (113 min.), zonder dat het tragische ongeluk zelf steeds ter sprake komt. Arthur, de vijftienjarige zoon van zanger Nick Cave, viel van een klif. Sindsdien is niets meer hetzelfde.

Cave liep nooit voorop in de polonaise binnen het feesten- en partijencircuit. In zijn zwartgeblakerde muziek zocht hij nadrukkelijk de schaduwzijden en rafelranden van het leven op. Die Cave had nochtans iets onaantastbaars. Alsof de zwaarmoedigheid van zijn muziek nooit écht vat kreeg op de man zelf.

Tot die fatale veertiende juli in 2015 kon hij moeiteloos doorgaan voor de ongenaakbare hogepriester van de alternatieve popmuziek. Een positie die hij in de overrompelend mooie documentaire 20.000 Days On Earth uit 2014 nog op weergaloze wijze uitbuit. Welnu, die Nick Cave bestaat niet meer. Nooit meer, vermoedelijk.

In de man die in stemmig zwart-wit wordt geportretteerd in One More Time With Feeling (2016) is iets kapot gegaan. Via muziek probeert hij samen met zijn gezin en muzikale partners de weg terug naar het leven te vinden. Regisseur Andrew Dominik vertelt dat verhaal niet lineair, doet nauwelijks aan duiding en hengelt ook niet opzichtig naar grote emoties.

Met aangrijpende interviewfragmenten, verloren scènes en prachtige muziek, die uiteindelijk zijn weg heeft gevonden naar het Nick Cave-album Skeleton Tree, laat hij een man in verwarring zien. Rouw is nu eenmaal geen logisch proces waarin je stapsgewijs alle verplichte fasen doorloopt, waarna aan het eind van de tunnel altijd prachtig licht gloort.

Sinds hij ooit woest aan de rock & roll-deur klopte met zijn band The Birthday Party is Nick Cave een geliefd onderwerp van Nederlandse televisiemakers. Zo portretteerde Bram van Splunteren Cave bijvoorbeeld dertig jaar geleden in Stranger In A Strange Land, een portret dat integraal op YouTube is te vinden.

Whitney: Can I Be Me

 

 

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.

The Condemned

 

Alle elementen voor een gruwelijke horrorverhaal zijn aanwezig: In een Russisch bos. Groter dan Duitsland. Zeker zeven uur rijden van de bewoonde wereld. Waar het ijs- en ijskoud kan zijn. Staat een extra beveiligde gevangenis. Met 260 gevangenen. Goed voor 800 moorden.

Met heel veel moeite hebben Mark Franchetti en Nick Read voor de grimmige documentaire The Condemned (80 min.), die donderdag wordt herhaald op NPO2, als eerste buitenlanders toegang gekregen tot de afgelegen strafkolonie Colony 56, waar enkele honderden Russen zijn opgeborgen.

Net als Subkhan Dadashiov, de directeur van de gevangenis. Die zit ook al 26 jaar. Hij heeft geen enkel medelijden met de mannen die volgens aloude Sovjet-traditie een enkeltje Nergenshuizen hebben gekregen. Eigenlijk vindt hij dat deze moordenaars, verkrachters en terroristen beter kunnen worden geëxecuteerd.

De verdoemden zelf hebben helemaal niets meer te verliezen en doen dus ongeremd hun verhaal in deze fascinerende film. Want diep van binnen weten ze: de enige manier waarop je hier wegkomt is tussen zes planken.

Tales Of The Grim Sleeper

 

Waar Nick Broomfield komt, is (of komt) er stront aan de knikker. De Britse documentairemaker gaat de confrontatie nooit uit de weg. Of het nu gaat om de vrouwelijke seriemoordenaar Aileen Wuornos, de Amerikaanse populistische politica Sarah Palin of de erven van (de vermoorde?) Kurt Cobain.

In het asgrauwe Tales Of The Grim Sleeper (110 min.) struint Broomfield door South Central Los Angeles waar ’t niemand iets lijkt uit te maken dat er 25 jaar lang een seriemoordenaar actief was. De zogenaamde Grim Sleeper had ’t dan ook gemunt op een groep vergeten vrouwen: (verslaafde) prostituees.

Met ferme hand schildert Broomfield het troosteloze bestaan in een sloppenwijk, die door alles en iedereen wordt genegeerd en waar een mensenleven echt beduidend minder waard is dan in het even verderop gelegen Hollywood.

Nick Broomfields nieuwste documentaire, een ongetwijfeld vlijmscherpe biopic van zangeres Whitney Houston, draait op dit moment overigens in de bioscoop.