Brommers Kiek’n

VPRO

Bij de start van deze ode aan de plattelandscultuur neemt Geertjan Lassche zelf even de tijd om z’n hoofdpersonen te introduceren: twee vriendengroepen uit Overijssel, twintigers uit Nieuwleusen en tieners uit Espelo, zo’n dertig kilometer verderop. ‘Genoeg geluld’, sluit de filmmaker het voorstelrondje ook al snel weer af. ‘Geen diepzinnig geouwehoer. Daar zijn we hier niet van. We gaan gewoon kijken en beginnen met het laatste en eerste feest van het jaar.’

En daarna beperkt Lassche zich in de documentaire Brommers Kiek’n (90 min.) uit 2017 inderdaad tot observeren en registreren. Zijn subjecten lijken zich tegelijkertijd helemaal niet bekeken te voelen – vermoedelijk omdat hij als één van hen voelt en hen ook niet be- of veroordeelt. Ze werken in een boerenbedrijf, fabriek of magazijn, eten knakworsten, friet of broodjes hamburger en gaan los in hun keet, op het plaatselijke festival of in een feesttent (waar je goed met hooi kunt gooien).

Ze lijken alles best te vinden. Zolang Lassche, die zelf ook opgroeide in het Oosten van het land en daar later ook nog de docu’s Duutsers (2023) en Tik Van De Meule (2024) maakte, er maar geen ordinaire zuipfilm maakt. Aan politiek correct lijken ze verder niet te doen. Van sommige scheldwoorden, liedjes of grappen zouden ze in ‘de stad’ beslist een rolberoerte krijgen. Hier, in hun eigen wereld, maalt niemand erom. Daar doen ze gewoon normaal. Tenminste, wat voor hen normaal is.

‘Een ode aan het maaiveld – in plaats van aan degene die z’n kop boven het maaiveld uitsteekt’, noemde Geertjan Lassche de film zelf in een interview met NPO Doc. De interviews die hij met de Overijsselse jongeren deed, sneuvelden intussen in de montage. Net als de behoefte om echte hoofdpersonen te vinden en daarmee een dramatische verhaallijn te smeden. Hij maakt van zijn hoofdpersonen ogenschijnlijk inwisselbare vertegenwoordigers van hun gemeenschap.

Die film begint en eindigt bij de jaarwisseling en volgt tussendoor het ritme van de seizoenen, via ijkpunten zoals de paasvuurverbranding, een autorodeo en Fokveedag. In deze wereld zijn de jongeren tot elkaar veroordeeld, voelen ze zich geborgen en lijken de jongens ook nog steeds de boventoon te voeren. Brommers Kiek’n toont hun levens zonder waardeoordeel, met oog voor wat klopt en wringt. Als vertegenwoordigers van het platteland, dat elders niet altijd even goed begrepen wordt.

‘Zo, dat was dat’, maakt Geertjan Lassche zijn film, waarin heel veel gebeurt en uiteindelijk weinig verandert, aan het einde weer rond. ‘Het laatste en het eerste feest van het jaar is voorbij.’

Joods

Man Op De Maan / EO / vanaf woensdag 4 november, om 20.25 uur, op NPO2

De aanleiding is helder: sinds de bloedige aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 en Israëls vernietigende reactie in Gaza zijn en voelen veel Joodse Nederlanders zich minder veilig. Camerajournalist Sahar Meradji, die veelbesproken series zoals Verdoofd, Verloren Kinderen en Moslims maakte, zoekt vijf vertegenwoordigers van deze gemeenschap in de verdrukking op en gaat in de driedelige serie Joods (142 min.) met hen in gesprek over wat het betekent om Joods te zijn in Nederland. ‘Niet in het verleden, maar nu. In het leven van alledag.’

Het orthodoxe echtpaar Sacha en Berthe bereidt zich bijvoorbeeld voor op Pesach. Sacha maakt zich tegelijk ernstige zorgen over de veiligheid van Joodse Nederlanders. ‘Ik heb genoeg derde generatietrauma om de voelsprieten daarvoor te hebben’, vertelt hij. Verder probeert verbinder Chantal de dialoog tussen verschillende partijen te stimuleren. Ze bezoekt ook een Joods theatervoorstelling die wordt opgevoerd bij een asielzoekerscentrum. Intussen gaat de student Sid op pad om de straat weer ‘Jood-vriendelijk’ te maken. Hij plakt bijvoorbeeld stickers over antisemitische boodschappen.

De 24-jarige liberale Jood Yoram is verliefd, maar niet op een Joods meisje. Als hij kinderen met haar zou krijgen, zijn die dus niet-Joods. Tot groot verdriet van zijn moeder. Want Yoram is de enige die de lijn van de familie, die is gedecimeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, kan voortzetten. Nati woont als streng orthodoxe Jood ondertussen in een studentenhuis met dertien niet-Joodse huisgenoten. Hij wil ook graag trouwen, maar alleen met een Joods meisje. Het zijn thema’s waarop Sahar Meradji, die als interviewer vooral reageert op wat er zich op dat moment voor haar camera afspeelt, steeds weer terugkomt.

In die gesprekken worden aan de hand van concrete situaties of activiteiten het Joodse geloof, de bijbehorende gebruiken en de Joodse identiteit besproken, zonder dat de filmmaakster voorbij de woorden komt of écht de diepte in gaat. ‘What you see’ is in het geval van deze reportageachtige miniserie ook daadwerkelijk ‘what you get’.

La Messagerie Du Diable

HBO Max

Wie indruk wil maken op straat, vertelt de zorgvuldig geanonimiseerde telefoonverkoper en dealer ‘Albert’ uit Marseille, laat zien dat ie een Sky ECC-telefoon heeft. ‘Als je Sky hebt, ga je met gevaarlijke mensen om.’ Drugsdealers, wapenhandelaren en huurmoordenaars, om precies te zien. Voor enkele duizenden euro’s – een schijntje, afgezet tegen hun inkomsten – wanen zij zich onaantastbaar met zo’n telefoon. Want de code van Sky ECC is op geen enkele manier te kraken. Althans, dat denken ze.

Hoewel de versleutelde telefoons bijna lijken te zijn gemaakt voor criminele activiteiten, wast het Canadese bedrijf Sky Global z’n handen in onschuld. CEO Jean-François Eap is van Cambodjaanse origine en zweert bij privacy. Op zich niet vreemd voor iemand waarvan de familie is ontsnapt aan de Rode Khmer, vertelt Sky’s distributeur Thomas Herdman, die vanwege soortgelijke discretie inmiddels is aangehouden in Frankrijk, in La Messagerie Du Diable (internationale titel: The Narco Hack, 137 min.).

Die telefoons hebben maar één nadeel, constateert ‘Albert’. ‘Je kunt berichten, foto’s en spraakberichten sturen, maar je kunt niet bellen.’ Eenmaal ín de telefoon, ligt het belastende bewijsmateriaal dus voor het oprapen, concludeert de Franse cybercrime-unit van onderzoeksrechter Johanna Brousse die het versleutelingssysteem samen met collega’s uit België en Nederland probeert te ontmantelen. Eind 2020 komt er heuglijk nieuws: een ‘geniale’ Nederlandse student is erin geslaagd om de code te kraken.

Deze driedelige serie van Ksenia Bolchakova en Simon Bouisson, straf vormgegeven met animaties, gedramatiseerde scènes en een sjiek interviewdecor, begint dan aan aflevering 2. Daarin houden de meekijkende agenten zich veelal gedeisd, zodat ze informatie kunnen verzamelen over criminelen met gebruikersnamen als Escobar, Heisenberg en – jawel! – Tony Montana. Zij weten niet dat er iemand over hun schouder meekijkt – en de agenten weten nog niet altijd bij wie ze over de schouder meekijken.

In de slotaflevering van deze miniserie, die thematisch verwant is aan de Britse productie Operation Dark Phone: Murder By Text (2025), richten de onderzoekers zich op een kille afrekening op de openbare weg bij Besançon. Het slachtoffer, Houcine Hakkar, belt op 8 maart 2020 zelf in met de meldkamer, terwijl er driftig op hem wordt geschoten. De brute moord wordt door ooggetuigen en bewakingscamera’s ook gefilmd. Sky ECC kan vervolgens de vraag beantwoorden waarom de monteur Hakkar is geliquideerd.

Via zulke data krijgen politie en justitie, eerst live en later ook via de administratieve weerslag ervan, inzicht in hoe de internationale onderwereld denkt, communiceert en opereert. Tegelijkertijd, werpen kritische advocaten tegen, roept de grootschalige Sky ECC-operatie ook de vraag op in hoeverre zulke ‘massasurveillance’ gewettigd is. Intussen lijkt de criminele sector alweer te zijn overgeschakeld op nieuwe communicatiemiddelen.

Motorbendes

Powned

In Nederland staan politie en justitie al jaren recht tegenover enkele beruchte motorclubs, die door hen worden beschouwd als een vorm van georganiseerde misdaad. In de vierdelige serie Motorbendes (166 min.) neemt Joost van der Valk, die daarmee een vervolg geeft aan zijn documentaires over de Haagse Crips-gang en de Molukse motorclub Satudarah, de woelige historie van de Nederlandse bikerclubs door. Zijn productie doet denken aan de Scandinavische Brutalt Broderskab-docuseries over de Bandidos, Comanches en de penoze van Oslo.

In afleveringen over respectievelijk de Hells Angels, Satudarah, No Surrender en nieuwe kleine clubs belicht Van der Valk de kaaskopvariant op de beruchte Nordic Biker War, die Scandinavië al decennia teistert. De verhoudingen zijn duidelijk: terwijl de motorclubs zelf stug volhouden dat zij een toonbeeld van broederschap zijn en in wezen geen kwaad in de zin hebben, zien politiemensen, officieren van justitie, burgemeesters en politici in diezelfde club juist een criminele organisatie. Zij hebben in de afgelopen jaren ook verwoede pogingen gedaan om die de voet dwars te zetten en verboden te krijgen.

Deze ontwikkelingen worden met een karrenvracht archiefmateriaal tot leven gewekt. In feite komen ook die steeds op hetzelfde neer: vroeger of later komt er een conflict met een andere club en ontstaat er ook intern gedoe – en van daaruit weer een nieuwe club. Waarna de geschiedenis zich herhaalt. Zo moet ‘Big Willem’ van Boxtel in 2004, vanwege vermeende betrokkenheid bij een moordcomplot tegen Willem Holleeder, in ‘bad standing’ de Hells Angels verlaten, de club waarvan hij decennia president was. Misdaadjournalist Paul Vugts: ‘Uiteindelijk is de vriend van vandaag de vijand van morgen.’

Voor Van Boxtel, die later opduikt bij Klaas Otto’s No Surrender, was het een hard gelag. ‘Ja, was zwaar’, zegt hij geëmotioneerd over zijn vertrek bij de Angels. ‘Ik wist ook niet waar ik heen moest.’ Het is één van de weinige momenten dat een motorclubkopstuk écht iets van zichzelf laat zien. Verder hangen zij bij Van der Valk hun eigen stoere zelf uit, het type biker waar media verzot op zijn. ‘Ik krijg net te horen dat ik me moet voorstellen, maar dat lijkt me overbodig’, zegt ‘Captain Henk’ Kuipers, die ook al z’n eigen docusoap had, bijvoorbeeld bij zijn introductie. ‘Ik denk dat iedereen dat wel weet – en waarvan ook.’

Motorbendes doet verder geen serieuze poging om achter de façade te komen bij zulke opperbikers, maar zet wel de roemruchte motorclubhistorie netjes op een rij, met ankerpunten zoals het openlijke geweld tegen de tv-presentatoren Jan Lenferink (RUR) en Barend & Van Dorp, de drievoudige moord bij een Nomads-chapter in Limburg en een wilde schietpartij in Eindhoven in 2014. In de wat meer bespiegelende slotaflevering wordt tenslotte de huidige stand van zaken opgemaakt, waarin de motorclubwereld als gevolg van (wel) erg daadkrachtig optreden van de overheid volledig versplinterd is geraakt.

My Undesirable Friends: Part II – Exile

Julia Loktev / Marminchilla LLC

Welgeteld twee dagen zitten er tussen My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (2025), de vijfdelige serie waarin de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev enkele jonge vrouwelijke journalisten volgt die door het Russische regime zijn bestempeld tot ‘buitenlandse agent’, en deze opvolger, My Undesirable Friends: Part II – Exile (354 min.), waarin Loktev de draad met hen oppakt. Na de Russische aanval op Oekraïne op 24 februari 2022 hebben ze binnen enkele uren hun spullen gepakt en zijn vervolgens halsoverkop het land uit gevlucht. Om in den vreemde direct hun werk weer op te pakken.

Behalve hun thuis zijn de ‘ongewenste vriendinnen’ Anna Nemzer, Olga Churakova, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Sonya Groysman en Ksenia Mironova op die tragische 24e februari in eerste instantie ook hun identiteit kwijt, als de gezichten van het onafhankelijke Russische tv-station Dozhd (TV Rain) en andere kritische Russische media. Ze dwalen, los van elkaar, rond in landen als Turkije, Israël, Tsjechië, Georgië, Polen en Oekraïne. Ontheemd, met nauwelijks geld, geen (vaste) plek om te slapen en heimwee naar het land waarin ze zijn opgegroeid – en dat twintig jaar lang toekeek hoe er in hun midden een monster groeide.

‘Ik kan zo’n geweldig land toch niet overlaten aan Poetin? zegt Elena Kostyuchenko, die net van haar bronnen heeft vernomen dat het regime haar wil laten verdwijnen en die daarom afziet van een bezoek als oorlogsverslaggever aan de Oekraïense stad Marioepol. Ze is desondanks vast van plan om terug te keren naar huis. ‘Zeker omdat ik beslist meer van Rusland hou dan hij.’ Eerst wil de dappere jonge journaliste van de gelauwerde Russische krant Novaya Gazeta nog een boek (I Love Russia) over de verwording van haar moederland schrijven. Waarna dan wel eens een Russische gevangeniscel zou kunnen wachten.

Julia Loktev kiest intussen ook in deze tweede reeks voor een zo authentiek mogelijke weergave van de werkelijkheid. Fly on the wall, zonder reguliere interviews, toegevoegde muziek of een ingenieuze montage. Alleen enkele verduidelijkende teksten, feitelijke informatie in sobere witte letters op een zwarte achtergrond. Ze neemt ook de tijd voor haar scènes, die behalve inzicht in de politieke ontwikkelingen en journalistieke werkzaamheden van haar protagonisten ook de impact op hun gemoed, relaties, familie en vriendschappen blootleggen. Het feit dat Poetin hen tot ‘de vijfde colonne’ rekent, beïnvloedt elk aspect van hun leven.

De filmmaakster belicht in deze vijfdelige vervolgserie ook hoe het verder gaat met Ksenia’s vriend Ivan Safronov, een journalist die meer dan twintig jaar gevangenisstraf dreigt te krijgen, en enkele nieuwe hoofdpersonen. De Russische podcaster Peter Ruzavin en zijn Oekraïense echtgenote Nataliya Gumenyuk bijvoorbeeld. Elena Kostyuchenko’s geliefde Yana Kuchina, die aan den lijve heeft ondervonden hoezeer je met een lichamelijke beperking wordt gediscrimineerd in Rusland. En Valeria Ratnikova, één van Dozhds vaste presentatoren wanneer de zender in augustus 2022 weer wordt opgestart in Riga, de hoofdstad van Letland.

Als haar collega Alexey Korostolev zich onhandig uitdrukt in een live-uitzending, leidt dit tot consternatie op de redactie. Hij wordt direct uit zijn functie ontheven, zijn collega Ekaterina Kotrikadze en haar echtgenoot Tikhon Dzyadko mogen dit nieuws aan de buitenwereld uitleggen. Terwijl de discussie wordt voortgezet op de Dozhd-burelen, mengt eigenaresse Natasha Sindeeva zich via een emotionele video in het openbare debat. Het resulteert in een fascinerende kijk achter de schermen bij een journalistieke organisatie onder hoogspanning. Want tegelijkertijd werkt Valeria Ratnikova aan verhalen over oorlogsmisdaden in Boetsja en Poetins ‘useful idiots’ in Europa.

Alle commotie leidt tot een bijna absurd conflict met de Letse autoriteiten en opnieuw een overhaast vertrek voor Dozhd, naar Amsterdam ditmaal. De andere ‘buitenlandse agenten’ zijn tegen die tijd ook al over de westerse wereld verspreid geraakt. Nergens zijn ze echter veilig voor Poetins lange arm en het wapen dat hij sinds jaar en dag inzet: gif. Geduldig documenteert Julia Loktev hoe zijn regime zo huishoudt in haar vriendenkring, moedige jonge vrouwen die zich hebben geposteerd in de frontlinie van het vrije woord en die consequent weigeren om zich de mond te laten snoeren – ook al kunnen ze nergens blijven of zich écht thuis voelen.

Deze inmiddels tiendelige serie heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een essentieel ooggetuigenverslag van wat het kost om vast te houden aan je onafhankelijkheid en op te staan tegen een autocratisch regime. Een verslag dat een verder vervolg verdient.

The Disciple: A Wu-Tang Fable

Cilvaringz (l) & RZA (r) / Netflix

Het verhaal van Tarik Azzougarh heeft iets van een jongensboek. Hij groeit op in Tilburg in ‘The Netherlands’, in een flat, zestien verdiepingen hoog, aan de noordkant van de Brabantse stad. Een Marokkaanse-Nederlands jongetje, dat in zijn tienerjaren volledig in de ban raakt van de toonaangevende Amerikaanse hiphopgroep The Wu-Tang Clan. Onder de naam ‘Cilvaringz’ droomt hij ervan om zelf als rapper en producer deel uit te gaan maken van deze negenkoppige crew. Het lijkt simpelweg een kwestie van tijd voordat hij de deksel op zijn neus krijgt.

De superfan trekt z’n stoutste schoenen aan, vertrekt naar Staten Island in New York en geeft daar een tape af voor Wu-Tangs grote roerganger RZA. En de rest is geschiedenis – al moet de Clan daarvoor eerst nog naar Amsterdam komen, Tarik in 1997 een plek bij hen op het podium bemachtigen en ook nog meermaals hun hoofdkwartier bezoeken. Het is een aansprekende geschiedenis, verteld in de Amerikaanse documentaire The Disciple: A Wu-Tang Fable (106 min.) en vooraf ongetwijfeld talloze malen gevisualiseerd – gemanifesteerd, zo je wilt – door dat immigrantenkind uit, of all places, Tilburg-Noord.

Niet veel later in deze film van Joanna Natasegara zit de Wu-Tang Clan-fan, samen met zijn Nederlandse muziekvrienden, in de studio met z’n grote held. Die legt de lat hoog. ‘Ik wil geen stel klonen die mij gaan nadoen’, stelt RZA. ‘Daar hebben we allebei niets aan.’ De twee gaan vervolgens alsmaar inniger samenwerken. Dit culmineert uiteindelijk in het album Once Upon A Time In Shaolin. Daarvan wordt welgeteld één exemplaar gemaakt. Een uniek kunstwerk, zo is het idee, dat zal worden verkocht aan één enkele verzamelaar, die voor 88 jaar het exclusieve recht krijgt om de muziek te beluisteren.

Cilvaringz’ geesteskind, ‘het eerste geprivatiseerde muziekalbum ter wereld’, is bedoeld als een aanklacht tegen piraterij, downloaden en de bijbehorende waardedevaluatie van muziek. De kwajongenstreek groeit uit tot een wereldwijd gehypet project, met in eerste instantie louter winnaars. Totdat intern de pleuris uitbreekt en andere Wu-Tangers hem publiekelijk de mantel uit vegen. En dan wordt die unieke plaat ook nog gekocht door de meest gehate man van Amerika, Martin ‘Pharma Bro’ Shkreli, die zojuist fortuin heeft gemaakt door de prijs van cruciale kanker- en HIV-medicijnen exorbitant te verhogen.

The Disciple zelf is tegen die tijd allang naar de achtergrond verdrongen in deze met filmfragmenten, kungfu-scènes en tamelijk clichématige schaakbordzetten opgeleukte film. Natasegara behandelt de verwikkelingen rond de Shaolin-CD daarin als het echte jongensboekverhaal, ten faveure van het uitdiepen van haar hoofdpersonage Tarik Azzougarh, die slechts met grove penseelstreken wordt opgetekend. Zijn opmerkelijke muziekcarrière blijft desondanks onverminderd tot de verbeelding spreken.

De Spookvoetballer

Scenery / BNNVARA

Nadat hij enkele wedstrijden heeft gespeeld voor de Brabantse dorpsvereniging VV Den Dungen, begint de Nederlandse voetballer Bernio Verhagen aan een rondgang langs kleine profclubs in het buitenland. Binnen een half jaar werkt hij vier clubs af.

Van FC Dinamo-Auto Tiraspol in Moldavië verkast hij naar Kaapstad voor een contract bij Cape Town City FC. Ook uit Zuid-Afrika is hij al snel weer vertrokken. Verhagen reist af naar Chili om daar te gaan spelen voor Audax Italiano, waarna hij al gauw de wijk neemt naar het Deense Viborg FF. Voor al die clubs komt de ‘pijlsnelle aanvaller’ echter geen minuut in actie. Nadat hij trots met het shirt van een nieuwe werkgever heeft geposeerd, verdwijnt Bernio Verhagen direct weer van het toneel.

Enkele Deense journalisten vertrouwen de zaak niet en beginnen zich te verdiepen in De Spookvoetballer (135 min.), waaraan Jesse Bleekemolen nu een smeuïge driedelige documentaireserie wijdt. De Nederlandse journalist/podcastmaker Sam van Raalte, die voor Vice ook uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar Verhagen, fungeert daarin als centrale bron. Na een interview met de ‘voetballer’ heeft hij zich verdiept in het spoor van vernieling dat die door de levens van talloze mensen heeft getrokken.

Bernio ‘Jordan’ Verhagens strapatsen beperken zich zeker niet alleen tot de voetballerij. Hij laat bijvoorbeeld ook vrienden, woningverhuurders, collega’s en ex-vriendinnen berooid en ontzet achter. Naarmate deze miniserie vordert, wordt bovendien duidelijk dat hij ook geweld niet schuwt. Daarmee wordt hij méér dan een Nederlandse evenknie van ‘Kaiser’, de Braziliaanse non-sterspeler die zich bij menige topclub naar binnen wurmde. Deze aanvaller vormt daadwerkelijk een gevaar.

Met een tijdlijn zet Bleekemolen de praktijken van de serieoplichter netjes op een rij, Verhagens achtergrond en waarom hij eigenlijk doet wat ie doet komen daarbij slechts zijdelings aan bod. Deze vlotte true crime-serie documenteert vooral hoe het met De Spookvoetballer van kwaad tot erger gaat. Als een kat in het nauw maakt Bernio Verhagen rare sprongen, vaak door hemzelf gedocumenteerd via social media, die hem in binnen- en buitenland in steeds grotere problemen brengen.

Pussymagnet, Baby!

NTR

Vier vrouwen heeft Ciska Meister uitgenodigd in haar audiostudio om te praten over flirten. Beter gezegd: lesbisch flirten. En daarmee ook een beetje over het liefdesleven van lesbiennes in het algemeen.

Nicky identificeert zichzelf als panseksueel, terwijl Nilab mannelijke aandacht eigenlijk altijd ongewenst vindt. Volgens Pelumi is de dating pool in Queer Nederland klein. ‘Al helemaal als je iemand van kleur bent.’ En Kim beweert dat zij ‘het instapmodel’ wordt genoemd, omdat ze al veel vrouwen tot het ‘lesbiïsme’ zou hebben bekeerd. Tegelijkertijd wil ze ook niet als ‘een enge pot’ worden gezien.

De titel van deze korte documentaire, Pussymagnet, Baby! (28 min.), verraadt het al: Meister wil best serieuze thema’s behandelen, maar houdt het graag los en luchtig. Lesbisch flirten is volgens deze film ‘een veel aftastendere vorm van flirten.’ Hogere wiskunde zelfs. Waarbij voortdurend één vraag boven de markt hangt: is iemand aan het flirten of juist op een heel aardige manier aan het weigeren?

Meister omlijst de ontboezemingen van haar hoofdpersonen met re-enactments van cruciale gebeurtenissen uit hun relatieleven, die ze samen met veel zelfrelativering uitspelen, en enkele ludieke scènes, bijvoorbeeld van een expeditie in het park om een ‘prachtexemplaar’ te vinden of een ceremonie van ‘Het Lesbisch Comité’. Zulke humor, gepaard aan kekke vormgeving, geeft de film schwung.

Intussen biedt Pussymagnet, Baby! wel degelijk een aardig inkijkje in liefde en leven van Nederlandse lesbiennes, de stereotypen daarover en hun eigen jargon. Voor meer informatie is er bovendien, aangeprezen in een TellSell-reclame, een boek met nog veel meer van hetzelfde: Lesbisch Flirten For Dummies…

Sovereign Son

Verde Films

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.

Kusama In Holland

Memphis Film

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

De Non En De Wegwerpkinderen

WNL

Het imago van Truus Kuijpers heeft zich op min of meer dezelfde manier ontwikkeld als de beeldvorming rond interlandelijke adoptie. Eerst werd de Nederlandse non beschouwd als een weldoener, die arme kindertjes uit Chili een warm thuis bezorgde in haar eigen moederland. Later volgden de vragen over hoe ze dit eigenlijk had gedaan en wat daarvan de gevolgen waren. Inmiddels is ‘zuster Gertrudis’ al net zo omstreden als de adoptievorm, waarmee ze zich haar hele leven bezig heeft gehouden. ‘Ik wilde dus gewoon helpen’, beweert ze in een interview met Hart van Nederland uit 2022, tien dagen voordat ze op 89-jarige leeftijd zal overlijden. ‘Dat moet toch kunnen?’

In datzelfde interview zegt ze ook: ‘Ik heb nooit gewerkt voor ouders die een kind zoeken. Wij hadden kinderen die ouders zochten.’ Daarover is echter fundamentele twijfel ontstaan. Tanja Kok, die ook het Hart-interview met Kuijpers deed, zoekt het verder uit in de journalistieke documentaire De Non En De Wegwerpkinderen (66 min.), die is geregisseerd door Foeke de Koe. De term ‘wegwerpkinderen’ schijnt de adoptienon overigens zelf te hebben gebruikt. Direct betrokkenen stellen nu alleen dat sommige van die kinderen op oneigenlijke manieren zijn afgenomen van hun biologische moeders of zelfs zijn ontvoerd. Kuijpers zou op bestelling kinderen hebben geleverd.

Chili was in die tijd een kinderfabriek, stelt Marisol Rodriguez, een vertegenwoordigster van Hijos y Madres del Silencio, ‘de kinderen en moeders van de stilte’. Kok spreekt met hen en gaat ook poolshoogte nemen bij het voormalige kindertehuis Las Palmas in Santiago de Chile. In totaal hebben daar meer dan 800 kinderen gezeten, waarvan er ongeveer 200 naar Nederland zijn gekomen. De verhalen van deze inmiddels volwassen Chileense Nederlanders zijn buitengewoon schrijnend. Ze voelen zich bij de neus genomen door zuster Truus. In elk geval bij de adoptie zelf – en soms ook nog tijdens de lucratieve rootsreizen die zij eind jaren negentig begon te organiseren.

‘M’n zoon is van de vuilnisbelt teruggekomen’, zegt Orfelina, de moeder van Alejandro Quezada, als zij het volwassen kind dat ze in september 1979 op veertienjarige leeftijd ter wereld heeft gebracht een half leven later voor het eerst ontmoet. Hij was gestorven, hadden ze haar wijsgemaakt – omdat zíj hem te vaak had opgepakt. En daarna was ie simpelweg afgevoerd. In werkelijkheid is ‘dat dode kindje’ bij een stel in de Achterhoek beland. Eenmaal herenigd krijgen moeder en zoon van zuster Gertrudis nog geen half uur om opnieuw kennis te maken. Tot het eind probeert de adoptienon de regie te houden over haar levenswerk, dat in deze Spoorloos 2.0 definitief wordt ontheiligd.

Het tragische verhaal van Mirjam Hunze, één van de Chileense adoptiekinderen, is overigens ook al uit de doeken gedaan in de podcast De Gestolen Kinderen. Tanja Kok maakte voor Hart van Nederland bovendien al een podcast over Truus Kuijpers: De Adoptienon.

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

Ja, Ik Wil!

BNNVARA

Nadat Helene Faasen en Anne-Marie Thus Ja, Ik Wil! (23 min.) tegen elkaar hebben gezegd, barst er aan de andere kant van de wereld, in San Francisco, een feest los. In het altijd zo vooruitstrevende Nederland is op 1 april 2001 ook voor hen een cruciale barrière geslecht: paren van hetzelfde geslacht kunnen voortaan met elkaar trouwen.

Ook in Egypte wordt er feestgevierd, op een boot op de Nijl. Al snel doet de politie echter een inval en arresteert de aanwezigen. Homoseksualiteit is er verboden. Faasen en Thus vinden dat nog altijd moeilijk. ‘Natuurlijk ben je daar niet één op één verantwoordelijk voor, maar het is wel ter gelegenheid van jouw huwelijk’, vertelt het eerste vrouwelijke koppel ter wereld dat is getrouwd in deze interessante korte film van Justine van Overeem en Suzanne Borsboom.

25 Jaar na dato zoeken zij ook het eerste getrouwde mannelijke koppel ter wereld op, Gert Kasteel en Dolf Pasker, en bespreken met hen hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe het vervolgens was voor hen om samen die even vanzelfsprekende als baanbrekende stap richting het huwelijk te zetten. Voor het oog van de wereld, die dat enthousiast toejuichte of stug bleef afkeuren. Homoseksualiteit is anno 2026 nog altijd strafbaar in meer dan zestig landen.

Van Overeem en Borsboom spreken tevens met enkele aanjagers die een sleutelrol speelden bij het openstellen van het huwelijk in Nederland: advocaat en D66-Tweede Kamerlid Boris Dittrich, hoofdredacteur Henk Krol van De Gaykrant en de Amsterdamse burgemeester Job Cohen die de eerste van inmiddels ruim 36.000 universele huwelijken voltrok. Sindsdien hebben nog bijna veertig landen het huwelijk opengesteld voor paren van het gelijke geslacht.

Tegelijkertijd – en dat geeft deze terugblik op een scharnierpunt in de wereldwijde LHBTIQ+-historie urgentie – blijkt uit onderzoek dat de acceptatie in Nederland elk jaar terugloopt.

Staat Van Verzorging

VPRO

Zij woont op Caeciliastraat 45a in Leiden, hij op 43a. Hun levens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Zij, mevrouw Versteegen (65), verleent mantelzorg aan hem, meneer Neuteboom (89).

Hij wil absoluut niet naar een bejaardentehuis. Dan is ie naar zijn stellige overtuiging binnen veertien dagen dood. En dus heeft zij, na veertig jaar werken als werkster, inmiddels een dagtaak aan de dagelijkse zorg voor haar hoogbejaarde onderbuurman. Ze regelt ook een stok en looprek bij de kruisvereniging, plakt de banden van zijn rolstoel en blijkt zelfs bereid om samen met hem in een woning te trekken – ook om op de huurkosten te besparen.

In de Nederlandse documentaireklassieker Staat Van Verzorging (59 min.) van het duo Maarten Schmidt en Thomas Doebele uit 1987 worden de twee buren gevolgd terwijl ze samen het hoofd boven water proberen te houden en tegelijk een rondgang maken langs allerlei instanties, om steun of voorzieningen te verkrijgen. De broze charmeur op leeftijd en zijn jongere en ogenschijnlijk zeer onbaatzuchtige mantelzorger ogen als een geoliede machine.

Gaandeweg blijkt echter dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is tussen de twee buurtjes, die meteen de erbarmelijke stand van zaken in de Nederlandse verzorgingsstaat van de jaren tachtig representeren. Gewone mensen zoals zij proberen het leven te nemen zoals het komt. Zij, de archetypische oma met een hoofddoekje. En hij, de versleten man die wel eens een sigaartje te veel rookt en vast een leven lang roofbouw heeft gepleegd op zijn lijf.

De twee willen een andere woning, maar ervaren aan den lijve dat je in gelul, zoals het eikenhouten PvdA-icoon Jan Schaefer al zo treffend stelde, inderdaad niet kunt wonen. En in het NOS Journaal wordt hen, vanwege de Kernramp bij Tsjernobyl, ook nog eens afgeraden om spinazie te eten. Zo roept deze observerende film zonder opsmuk, alleen een stemmige soundtrack, een bedompt en grijsgrauw land op, dat van de ene naar de andere crisis strompelt.

Toen geluk nog vooral heel gewoon… leek.

Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd

Lex Reitsma / AVROTROS

Op het getuigschrift dat Kho Liang Ie (1927-1975) op 6 juli 1954 kreeg uitgereikt van het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam, de latere Rietveldacademie, staat dat hij het eindexamen ‘binnenhuiskunst’ met goed gevolg heeft afgelegd. Zijn zoon Eng Tie Kho is er ruim zeventig jaar later nog altijd verguld mee. Kunst. Géén architectuur. ‘Ik denk dat hij juist een kunstenaar was, in wie hij was.’

De man die zou uitgroeien tot een toonaangevende industrieel ontwerper en interieurarchitect was in 1949 van Jakarta naar Nederland gekomen, volgens zijn dochter Mira met het idee dat hij snel zou terugkeren naar huis en dan een Chinese vrouw ging trouwen. Na zijn afstuderen werd hij echter al snel benaderd door Artifort uit Maastricht, de start van een bloeiende carrière als architect die uiteindelijk alleen slechts een jaar of twintig zou duren. Op 47-jarige leeftijd overleed Kho Liang Li, de designer van talloze meubels, interieurs en kantoortuinen, waaronder het interieur van het stationsgebouw van Schiphol.

Ruim vijftig jaar later is Kho Liang Ie – Ontwerper Van Zijn Tijd (52 min.) in de vergetelheid geraakt en beijvert met name zijn zoon Eng Bo zich voor een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, de plek waar zijn vader bij leven en welzijn al eens exposeerde. Regisseur Lex Reitsma (Het Oog Dat Voelt: De Portretten Van Koos Breukel / Rietveldhuizen: Een Meubel Om In Te Wonen) volgt Ie’s kinderen tijdens de samenstelling van dit retrospectief en zoomt intussen, samen met collega’s en kunsthistoricus Ineke van Ginneke, in op de carrière en het levenswerk van de begenadigde ontwerper.

Hij behandelt diens ontwerpen ook daadwerkelijk als kunstwerken, zorgvuldig uitgestald en gestileerd vereeuwigd, die op geen enkele manier zijn te vergelijken met zielloze gebruiksvoorwerpen en die bovendien de tand des tijds doorgaans glansrijk hebben doorstaan. Zo wordt dit postume portret, in combinatie met de expositie die op dit moment in het Stedelijk Museum is te zien, een waardig eerbetoon aan leven en werk van Kho Liang Ie.

Tetra: Acreditar De Novo

Netflix

Achter elke afzonderlijke naam hoort een uitroepteken. Carlos Alberto Parreira! (de coach die het Braziliaanse voetbalelftal in de aanloop naar het WK van 1994 door lastige tijden loodst). Dunga! (zijn onverwoestbare aanvoerder die daar de beslissende strafschop voor zijn rekening neemt). Branco! (de man die met z’n verwoestende linkerbeen dan al hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal uit het toernooi heeft geknald). Bebeto! (de ene helft van het beste Braziliaanse spitsenduo sinds Pelé en Garrincha, die tijdens het toernooi vader wordt en al wiegend z’n doelpunten viert). En Romário! (Bebeto’s ongrijpbare aanvalsmaatje en de goaltjesdief onder de goaltjesdieven). In de Verenigde Staten maken ze hun land, na 24 lange jaren, met een zege op Italië eindelijk weer wereldkampioen.

Vrijwel de gehele Seleçao draaft ruim dertig jaar na dato ook op voor de terugblik Tetra: Acreditar De Novo (86 min.), inclusief ook Márcio Santos!, Jorginho!, Raí!, Mauro Silva!, Zinho!, Paulo Sérgio!, Viola!, Aldair! én reservekeeper Gilmar Rinaldi! Hij maakte in ‘94 achter de schermen maar liefst acht uur beeldmateriaal, dat nu als basis dient voor deze documentaire van Luis Ara. Alleen Rinaldi’s concurrent Taffarel! (de doelman die in de finale als overwinnaar uit de penaltyserie kwam) schittert ditmaal door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten halen verrukt en geëmotioneerd herinneringen op aan een enerverend toernooi, dat even daarvoor extra lading heeft gekregen door het overlijden van hun teamgenoot Dener en de Braziliaanse Formule 1-legende Ayrton Senna.

Uit Rinaldi’s beelden komen smakelijke anekdotes voort, bijvoorbeeld over die ene motivatiespeech in de kleedkamer, nét voor aanvang van de WK-finale, waarin de spelers worden aangespoord om als Japanse Kawasaki-piloten voor de overwinning te gaan. Tot grote hilariteit van zijn medespelers corrigeert spits Romário de spreker direct: hij bedoelt kamikazepiloten! Zo wordt de spanning voor de belangrijkste wedstrijd van hun leven even doorbroken. Ook voormalige tegenstanders van Brazilië (de Zweed Patrik Andersson, de Amerikaan Tab Ramos, de Nederlanders Aron Winter en Ronald de Boer en de Italianen Gianluca Pagliuca, Demetrio Albertini, Alberico Evani) blikken in deze vermakelijke sportdocu terug op het toernooi dat voor hén uitloopt op een teleurstelling.

Inmiddels is het opnieuw 24 jaar geleden dat het Braziliaanse elftal wereldkampioen is geworden, tijdens het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, en snakt ‘s werelds succesvolste voetballand naar een nieuwe titel – al zou het natuurlijk ook wel aardig zijn als Virgil van Dijk!, Frenkie de Jong! en Memphis Depay! over een jaar of dertig op een soortgelijke manier mogen terugkijken op hun avontuur in de Verenigde Staten, Canada en Mexico in 2026.

Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken

Cinema Delicatessen

In de afgelopen jaren lijkt de Nederlandse documentairewereld, oneerbiedig gezegd, een vruchtbare nieuwe afzetmarkt te hebben ontdekt. De grootste bioscoopsuccessen – en documentaires hebben het doorgaans moeilijk in filmtheaters – lijken te komen van films die een specifieke bevolkingsgroep aanspreken: Chinese Nederlanders (Meer Dan Babi Pangang), Papoease Nederlanders (The Promise), Surinaamse Nederlanders (Moeder Suriname) en – vooral – Nederlanders uit de voormalige kolonie Nederlands Indië (Kleinkinderen Van De Oost, Indië Verloren… en Anak Indië).

Op dit terrein beweegt ook Sven Peetoom zich als filmmaker. In 2025 regisseerde hij samen met Juliëtte Dominicus, die eerder al de korte film Indisch Zwijgen (2022) had gemaakt, de intieme documentaire Tussen Wal En Schip – Geruisloos Indisch. Nu volgt Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken (57 min.). Peetoom is door danseres Cheroney Pelupessy uitgenodigd voor een reis naar Indonesië. Zij wil de plekken bezoeken die haar moeder Laura als kind hebben gevormd. Intussen wil ze werken aan haar lastige relatie met de vrouw die ze nog altijd consequent met ‘u’ aanspreekt.

Deze geladen roadmovie is gelardeerd met gestileerde danssequenties, waarmee Cheroney, alleen of samen met haar moeder of mensen die ze onderweg ontmoet, haar impressies en gevoelens uitdrukt. In het land van hun voorouders stuiten ze samen op pijn uit het verleden: huiselijk geweld, een gedwongen huwelijk en smokkel naar Nederland. Dit leidt overigens niet direct tot toenadering tussen ouder en kind. ‘Als de camera uitstaat, komt de dynamiek van vroeger weer terug’, constateert Cheroney Pelupessy gefrustreerd. ‘Mama sluit zich af, duwt mij weg en keurt alles af.’

Als dochter wil ze gehoord worden. Dat gaat echter niet vanzelf. Daarvoor zijn haar familiegeschiedenis, die zowel in Nederland als op Java en de Molukken ligt, en het intergenerationele trauma dat daardoor is ontstaan wellicht ook te complex. Cheroney en Laura Pelupessy moeten ervoor werken om echt thuis te komen, het, ja, Indische zwijgen achter zich te laten en zich met elkaar te verzoenen, in een broeierige trip down memory lane, waar zowel moeder als dochter natuurlijk een héél klein beetje veranderd uitkomt.

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.

Foute Erfenis

Pink Moon

Zijn opa werd begin jaren dertig al ontslagen bij Vroom & Dreesmann vanwege zijn steun voor het gedachtegoed van de NSB. De grootouders van Xander Beks hebben ook nooit afstand gedaan van hun dubieuze sympathieën – al zouden ze op latere leeftijd nog wel spijt hebben betuigd. ‘In alle eerlijkheid’, zegt hun kleinzoon, ‘in de processen-verbaal staat van mijn oma ook dat ze verklaard heeft dat ze baalt dat de Duitsers de oorlog hadden verloren. Wij hebben verder niks feitelijk kunnen ontdekken dat ze enige gruweldaad hebben gepleegd.’

Xander Beks, Nederlands militair en mede-initiatiefnemer van deze documentaire, vertelt ogenschijnlijk gemakkelijk over de Foute Erfenis (50 min.), die de kinderen en kleinkinderen hebben gekregen van opa en oma. Over hoe hun oudste zoons als kind bijvoorbeeld actief waren binnen de Jeugdstorm en later ook nog hebben gediend in de SS. Ook andere afstammelingen van ‘foute’ Nederlanders delen hun persoonlijke relaas in deze interviewfilm van Klaas van Eijkeren, die hun verhalen aankleedt met nieuwsbeelden, persoonlijke foto’s en stemmige animaties.

Zulke herinneringen zijn al eerder opgetekend – ook uit de eerste hand, zoals in de bekroonde documentaire Zwarte Soldaten (2011) van Joost Seelen. Deze docu voegt daar vooral een aantal ervaringsverhalen aan toe, verteld vanuit het perspectief van de derde en vierde generatie. Over hoe er keihard werd afgerekend met de Nederlanders die de verkeerde kant kozen. En over de gevolgen daarvan voor hun kinderen, die in tehuizen en heropvoedingskampen belandden en die samen met hun eigen kinderen moesten dealen met hardnekkige gevoelens van schuld en schaamte.

Het interessantst wordt Van Eijkerens film als de erfgenamen vertellen hoe het verleden ook hun eigen persoonlijkheid heeft gevormd. Ze schetsen zichzelf als mensen die willen pleasen, conflicten vermijden en moeite hebben om grenzen te stellen. Als mensen, kortom, die zeker niet in oude fouten willen vervallen. Slechte keuzes maken zit helemaal niet in je DNA, relativeert Isa Drion dan weer. Haar overgrootvader heeft dan misschien slechte keuzes gemaakt. Dat betekent niet dat haar opa, haar moeder of zijzelf datzelfde zouden doen. Het is, kortom, niet hun schuld.

De Stichting Werkgroep Herkenning zorgt voor nazorg en ondersteuning.