Killer Lies: Chasing A True Crime Con Man

National Geographic

In de loop van veertig jaar sprak hij volgens eigen zeggen met maar liefst 77 seriemoordenaars. En zeker in Frankrijk geldt Stéphane Bourgoin al enkele decennia als een absolute autoriteit op het gebied van deze ‘sexy’ moordenaars. Totdat er in het true crime-wereldje serieuze twijfel ontstaat over al zijn beweringen. Het online-burgercollectief The 4th Eye Corporation gaat op onderzoek uit en vindt al snel aanwijzingen dat de killerexpert, die ooit werd getraind door de legendarische FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), uitgebreid sprak met Charles Manson en tientallen boeken schreef over seriemoordenaars, in werkelijkheid een doorgewinterde fantast is. Een ‘Serial Mytho’.

Misschien was zijn levensverhaal ook wel te ‘mooi’ om waar te kunnen zijn: in 1976 werd Stéphanes vriendin Eileen om het leven gebracht door een brute killer. Die tragische gebeurtenis zou hem op het spoor van seriemoordenaars hebben gezet. En dat bracht hem begin jaren negentig in de Verenigde Staten, waar hij voor een documentaire mocht spreken met tot de verbeelding sprekende killers zoals Gerard Schaefer, Ottis Toole en Ed Kemper. Volgens zijn toenmalige collega’s gedroeg Bourgoin zich daarbij als een kind in een snoepwinkel, een ‘fanboy’ die z’n lotsbestemming had ontdekt – en de kortste weg naar wereldwijde roem. Waarbij een beetje fabuleren geen bezwaar bleek.

Nu wordt Stéphane Bourgoin zelf kritisch doorgelicht in Killer Lies: Chasing A True Crime Con Man (129 min.), een driedelige serie die is gebaseerd op een artikel in The New Yorker van de Amerikaanse journalist Lauren Collins. Zij treedt ook op als getuige-deskundige in deze productie, die tevens een metablik wil werpen op het true crime-genre – in het verlengde van true crime²-producties zoals I’ll Be Gone In The Dark, Citizen Sleuth en Cybersleuths: The Idaho Murders – en de werking van de media in het algemeen. In een tijd waarin gewone burgers steeds vaker zelf het voortouw nemen, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse ‘wisdom of the crowd’-initiatief Bureau Dupin.

Voor Bourgoin lijkt de werkelijkheid een homp klei die je naar eigen believen kan kneden en vervolgens mag verkopen, soms letterlijk, binnen je eigen verhaal. Dat klinkt onschuldiger dan het is. Zo spreekt hij bijvoorbeeld met Dahina Sy-Le Guennan, een getraumatiseerde jonge vrouw die een aanval van de beruchte Franse seriemoordenaar Michel Fourniret heeft overleefd. Daarna meldt Bourgoin doodleuk in een televisieprogramma: ‘Het interview is onderdeel van een drie uur durende DVD die ik deze week uitbreng.’ Enige tijd later figureert zij, zonder overleg, ook nog in een graphic novel over de Fourniret-zaak. Het is helder: volgens Bourgoin mag misdaad wel degelijk lonen.

Dan rest nog de vraag waarom Stéphane Bourgoin zich decennialang zo gigantisch heeft vergaloppeerd. ‘Veel schrijvers liegen nu eenmaal over hun eigen biografie’, probeert de man zelf de kwestie met een boutade af te doen, als hij in de slotaflevering van deze miniserie van Ben Selkow zowaar voor de camera verschijnt. Daarmee neemt de filmmaker geen genoegen. Samen met Lauren Collins gaat hij de confrontatie aan. Zo hopen ze Bourgoin eindelijk te kunnen ontsluiten, diens signatuurverhaal over ‘Eileen’ in het bijzonder, en te begrijpen waarom de man zo achteloos met de waarheid omgaat.

In Between These Mountains

Mint Film Office / Cinema Delicatessen

‘Ik wil niet opgroeien en net zoals jullie worden’, verzucht ‘Ollie’ tijdens de wandeltocht die hij met zijn vader Tony en z’n inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige halfbroer Erik, maakt door een Californisch berglandschap. Vader kan z’n lach niet inhouden. ‘Verdomme, je bent een volwassen man. Het is aan jou. Het is jouw keuze.’

Het contact tussen de jonge Nederlandse filmmaker Olivier S. Garcia (TorsoGewoon Boef en Een Gat In Mijn Hart) en zijn vader en twintig jaar oudere broer, mannen bij wie hij al z’n hele leven lang aansluiting zoekt, verloopt lang niet altijd soepel. En tussen de andere twee zit er heel wat oud zeer. ‘Ik vertrouw je niet’, voegt Erik zijn vader bijvoorbeeld boos toe, als ze met z’n drieën in de auto zitten, voor hun gezamenlijke roadtrip. De door Olivier geïnstalleerde camera registreert de confrontatie van zeer dichtbij. ‘Je bent een vreemde voor me die wat sperma heeft gedoneerd.’

Tony Garcia stamt uit een Mexicaanse familie, is opgegroeid in het Los Angeles van de jaren vijftig en op latere leeftijd verhuisd naar Nederland, waar hij films ging maken en Erik soms ook een rolletje gaf. Vader worden was ooit een ongelukje, bekent Tony in deze persoonlijke docu. Hij was pas negentien en zat in de gevangenis toen Erik werd geboren. Zijn zoon, zelf inmiddels vijftig, is later ook in de cel beland. Sterker: bij de start van In Between These Mountains (80 min.) is Erik nog gedetineerd in Texas. Tony en Olivier, die zijn broer vijf jaar niet heeft gezien, gaan hem daar ophalen.

Ze lopen de zogenaamde John Muir Trail, een langeafstandspad van Yosemite Valley naar Mount Whitney, en willen elkaar onderweg beter leren kennen én begrijpen. Het is onvermijdelijk dat daarbij ook de pijnpunten tussen hen naar boven komen. Niet alleen Erik botst met zijn vader. Ook Olivier heeft z’n issues met Tony, die hun gezin verliet toen hij nog maar een jongetje van zes was. ‘Was het mijn schuld dat hij vertrok?’ vraagt hij zich nu fluisterend af, in een ‘random thought’, één van de voice-overs waarmee hij zijn film richting geeft. ‘Hoe zou ik ooit zelf vader kunnen worden?’

Met een kleine camera documenteert Ollie het moeizame pad dat ze samen afleggen. De reis door hun eigen wildernis, waarin ze verbinding zoeken en elkaar ook niet sparen. Erik noemt het gekscherend hun ‘werkvakantie over mannelijkheid’. Schmierend: ‘Zie je de compassiespier aan het werk?’ Met zijn scherpe tong houdt hij de andere twee regelmatig op afstand. En op een gegeven moment is Erik ook helemaal klaar met die vader die maar geen krimp geeft en dat jongere broertje dat zo nodig alles moet filmen. ‘Dit is weer een Garcia-filmproject waar ik geen zin in heb.’

Zoals ’t een ware roadmovie betaamt, is de reis net zo belangrijk als de eindbestemming en speelt die zich net zo goed af in de mensen als op hun tocht. Met deze delicate en associatief gemonteerde documentaire exploreren Olivier en de andere mannelijke Garcia’s elkaar en hun bloedband. Tijdens dat intieme proces komt ook de filmer niet weg met een comfortabele plek achter de camera. Zowel Tony als Erik hebben vragen voor hem en dwingen hem om na te denken over zichzelf.

Mitt

Netflix

‘Contrary to fake news posts, I am not the surprise guest at the DNC tonight’, meldt Mitt Romney via zijn social media-accounts tijdens de Democratische Conventie, waarbij Kamala Harris is gekozen tot kandidaat voor het presidentschap. ‘My guess is that it will be Beyoncé or Taylor Swift. So disappointing, I know!’ Anno 2024 is de suggestie niet eens zo vreemd: Romney op het verkiezingsfeestje van de tegenpartij. In de afgelopen jaren heeft hij zich nadrukkelijk gemanifesteerd als een onafhankelijke denker en tegenstander van de Republikeinse president(skandidaat) Trump. Een stem van redelijkheid, in de woestenij die ‘The Donald’ rondom zich heeft gecreëerd.

Hoe anders was zijn imago in 2012 toen Mitt (93 min.) zelf de presidentskandidaat was van de Republikeinse partij. En zeker na het eerste debat, toen hij de zittende Democratische president Barack Obama meermaals aan het wankelen bracht, leek hij ook een serieuze kans te maken op het hoogste ambt van de Verenigde Staten. In deze campagnedocu van Greg Whitely is te zien hoe Romney daar zelf ook echt tot het allerlaatste moment in bleef geloven. ‘Heeft er trouwens iemand een telefoonnummer van de president?’ vraagt de kandidaat enigszins onbeholpen, als op verkiezingsdag duidelijk wordt dat hij het onderspit gaat delven, aan zijn medewerkers. ‘Wat zeg je tijdens een concessie-speech?’ Alsof hij daar nog nooit eerder over heeft nagedacht.

Na deze openingsscène gaat de documentaire zes jaar terug in de tijd, naar december 2006, als Mitt Romney tijdens een skitrip met zijn familie de voor- en nadelen van een politieke carrière tegen elkaar afweegt. Tijdens zijn eerste poging om president te worden in 2008 zal hij ‘t afleggen tegen zijn partijgenoot John McCain. De campagne, en bijbehorende aanvallen op wie hij is en waar hij voor staat, vallen hem en zijn familie duidelijk zwaar. Vreselijk!, aldus zijn zoon Matt, die heel even zijn campagnemasker afzet voor de interviewer. ‘Is het dit waard?’ Dit gaan ze zo nooit meer doen, lijkt de consensus. ‘Als dit voorbij is, dan heb ik naam gemaakt’, constateert Romney zelf met de nodige zelfspot. ‘Mensen zullen weten wie ik ben en waar ik voor sta: de draaiende Mormoon.’ Matt vult aan: ‘De vent die alles zegt en doet om maar gekozen te worden.’

Vier jaar later – Mitt is dan dik een half uur onderweg – mengt de zoon van presidentskandidaat George Romney (1968), voormalige gouverneur van Massachusetts, organisator van de Olympische Winterpelen van 2002 in Salt Lake City en topondernemer/roofkapitalist (Bain Capital) zich toch weer in de strijd. Greg Whitely stapt dan in na de voorverkiezingen, als Mitt Romney tijdens de Republikeinse conventie van 2012 op het schild is gehesen als presidentskandidaat. Ook de uitslag van ‘s mans tweede campagne staat op voorhand vast. De meerwaarde van deze documentaire uit 2014 zit hem in de enorme toegang die Whitely heeft gekregen tot de kandidaat en zijn directe entourage, ook direct voor en na debatten.

Waar in de klassieke campagnedocu The War Room (1993), over de weg naar het presidentschap van Bill Clinton, de kandidaat veelal buiten beeld blijft en de focus ligt op zijn campagneleiders James Carville en George Stephanopoulos, concentreert Mitt zich juist op de familie Romney – en blijven de politieke machinaties dus veelal buiten beeld. Geen slinkse trucs of opzichtig gekonkel dus – als die er al waren – maar zicht op de mens achter de politicus. Een fatsoenlijke familieman. Glad en ambitieus, maar ook sociaal, zelfkritisch en humorvol. Met oog voor de mensen om zich heen, zoals zijn vrouw Ann die kampt met gezondheidsproblemen, en met hen biddend voor een goede uitslag. ‘Mijn tijd op het podium zit erop, jongens’, zegt Mitt Romney gedecideerd, als duidelijk is dat hij ook deze verkiezingen niet gaat winnen. ‘Ik ben blij met de tijd die me gegeven is, maar mijn tijd zit erop.’

Dat is echter buiten zijn eigen geldingsdrang gerekend. In 2018 stelt hij zich namens de staat Utah toch weer kandidaat voor de Senaat en wordt hij ook daadwerkelijk gekozen als senator. Dit jaar zit zijn eerste termijn erop. Mitt Romney heeft besloten om zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen. Zou hij zich op 77-jarige leeftijd dan toch echt gaan terugtrekken uit het openbare leven?

Control Room

Magnolia Pictures

Met ingehouden adem wacht de wereld in het voorjaar van 2003 op de Amerikaanse inval in Irak. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 heeft president George W. Bush besloten om niet alleen achter de verantwoordelijke terreurorganisatie, Osama bin Ladens Al-Qaeda, aan te gaan in Afghanistan, maar om eindelijk ook eens af te rekenen met de Iraakse dictator Saddam Hoessein.

Deze ontwikkelingen worden met argusogen bekeken op het hoofdkwartier van Al Jazeera. Vanuit Doha in het nabijgelegen oliestaatje Qatar bedient de nieuwszender zo’n veertig miljoen Arabische kijkers. In de achter-de-schermen documentaire Control Room (86 min.) neemt Jehane Noujaim poolshoogte bij de Arabische nieuwsorganisatie, die rond de Amerikaanse inval in Irak van alle kanten onder vuur ligt.

De meeste regimes in het Midden-Oosten zitten immers bepaald niet te wachten op onafhankelijke journalistiek, terwijl Al Jazeera vanuit de Verenigde Staten voortdurend wordt beschuldigd van anti-Amerikaanse propaganda. Aan de ene kant staat een houwdegen als Donald Rumsfeld, aan de andere een wezenloze propagandist, Mohammed Saïd Al-Sahaf, die zich als karikaturale leugenaar ontwikkelt tot een cultfiguur en meme.

Deze boeiende film uit 2004 toont intussen feilloos hoe ook in deze oorlog de waarheid het eerste slachtoffer is. Want wanneer heeft Saddam Hoessein de VS nu daadwerkelijk bedreigd met ‘weapons of mass destruction’ (die later overigens een Amerikaanse idee-fixe – of gewoon: leugen – blijken te zijn)? Zijn de Amerikanen nu al wel of niet doorgedrongen tot de Iraakse hoofdstad? En hoe verhoudt de ‘war on terror’ van Bush zich tot ‘regime change’ in Baghdad?

Op zoek naar zoiets als de waarheid moeten de Al Jazeera-zwaargewichten Hassan Ibrahim en Samir Khader daarover de degens kruisen met persofficieren van het Amerikaanse leger. Interessant is daarbij dat één van hen, luitenant John Rushing, zowaar bereid blijkt om over zijn eigen schaduw heen te springen. Tijdens momenten van zelfreflectie bekent Rushing dat hij zelf soms ook een nefaste bijdrage levert aan de informatie-oorlog in de media.

Het Amerikaanse leger presenteert bijvoorbeeld met veel bravoure een stok kaarten, waarop ruim vijftig Iraakse sleutelfiguren zijn afgebeeld. Die moeten zo snel mogelijk worden uitgeschakeld. Dead or alive dus. Naderhand is het Amerikaanse perskorps verontwaardigd. Vooral over de vorm van de mededeling, overigens. Want waarom zijn er geen promotie-exemplaren van deze ‘deck of cards’ beschikbaar gemaakt voor journalisten?

Zo schieten de Amerikanen zichzelf publicitair wel vaker in de eigen voet. ‘Dankzij de moed en macht van ons leger is het Iraakse volk nu vrij’, stelt de Amerikaanse president Bush bijvoorbeeld unverfroren tijdens zijn beruchte ‘mission accomplished’-overwinningsspeech op een Amerikaans vliegdekschip, waarmee Noujaim haar boeiende film naar een logisch eindpunt brengt – dat uiteindelijk dus helemaal geen eindpunt blijkt zijn.

Bush’ triomfantelijke woorden zullen in de navolgende jaren als een boemerang naar hem terugkomen: behalve de waarheid gaan er ook nog veel Amerikanen sneuvelen in Irak, de inval van de Verenigde Staten zal voor verdere destabilisatie van het Midden-Oosten zorgen en ook de opkomst van een nieuwe terreurorganisatie, Islamitische Staat, kan niet los worden gezien van ’s mans besluit om na elf september orde op zaken te stellen in Irak.

In de navolgende twintig jaar zal Al Jazeera daarvan verslag blijven doen – en John Rushing zal zich dan zowaar ook bij de nieuwsorganisatie voegen.

De Taxioorlog

Powned

Als er op 1 januari 2000 een nieuwe taxiwet in werking treedt in Nederland, barst de bom in Amsterdam. Taxichauffeurs die bij de monopolist TCA (Taxicentrale Amsterdam) een verplichte, peperdure vergunning hebben aangeschaft, zijn woest dat concurrenten van de nieuwe centrale Taxi Direkt zonder zo’n vergunning aan de slag kunnen.

Broodroof, menen de verontwaardigde TCA-chauffeurs. Hun eigen taxivergunning, die te zijner tijd als oudedagsvoorziening had moeten dienen, is ineens geen dubbeltje meer waard. Dat gevoel van onrecht leidt tot ernstige ongeregeldheden op straat, de eerste schermutselingen van wat uitmondt in De Taxioorlog (125 min.). En die zal in de navolgende jaren nog danig escaleren.

Gaandeweg ontdekken de chauffeurs daarbij dat hun eigenlijke vijand zich misschien wel binnen de eigen gelederen bevindt: het driekoppige bestuur van de TCA, onder leiding van oud-politieman Dick Grijpink. Met een roestvrijstalen glimlach en snedige oneliners werpt die alle beschuldigingen steeds ver van zich en deelt intussen ferme sneren uit naar z’n concurrent en de politie, rechters en politiek.

Samen met zijn collega’s wordt Grijpink, een man met een hoofd en manier van doen die bepaald niet hadden misstaan in de misdaadserie Penoza, geassocieerd met allerlei dubieuze zaken: onrechtmatige verrijking, belastingontduiking, intimidatie, omkoping en witwassen. De Amerikaanse term ‘racketeering’ valt ook. Afpersing van z’n eigen mensen. Als de eerste de beste maffiabaas.

Wanneer de verhoudingen verharden en zijn chauffeurs niet meer zo gemakkelijk in het gareel zijn te krijgen, begint Grijpink, de onmiskenbare ‘schurk’ van deze straffe serie, zich zelfs te omringen met een eigen ‘controledienst’ van kooivechters. Misdaadjournalist Paul Vugts kwam ermee in aanraking. ‘Wat zal ik met hem doen?’ zou één van hen dreigend hebben gezegd. ‘Neusje of ruggetje?’

Joey Boink pelt deze gelaagde zaak in deze vierdelige serie, die is gebaseerd op het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Sander ’t Sas en zijn bekroonde podcast voor BNR, gestructureerd af. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de voormalige TCA-chauffeurs Cees Meester en Jan den Hartog. Zij hebben zich, met gevaar voor eigen leven, opgeworpen als klokkenluider.

Hun herinneringen aan de tijd waarin ze meer en meer onder vuur komen te liggen bij de TCA, worden verder ingekaderd door onder anderen ‘t Sas, voormalig minister Tineke Netelenbos, Taxi Direkt-directeur Peter Fonckert, politiecommissaris Ad Smit, TCA-advocaat Rob IJsendijk, misdaadjournalist John van den Heuvel en de zoon van Peter R. de Vries, advocaat Royce de Vries.

Zij schetsen een ontluisterend beeld van de hoofdstedelijke taxiwereld, die wordt gedomineerd door een uiterst dubieuze monopolist, met vermoedelijk directe banden met de penoze. Boink omkleedt de verklaringen van zijn bronnen – Grijpink en z’n medebestuurders wilden overigens niet meewerken – met treffend archiefmateriaal, spannende reconstructiebeelden en smakelijke (volks)muziek.

Zo ontstaat een even stemmige als enerverende vertelling over de verwevenheid van onder- en bovenwereld, die tijdens De Taxioorlog voor eenieder zichtbaar werd – niet voor het eerst en zeker ook niet voor het laatst.

I Knew It Was You: Rediscovering John Cazale

HBO

Voor cinefielen is het waarschijnlijk een appeltje-eitje: wie speelde in slechts vijf speelfilms, die wel stuk voor stuk werden genomineerd voor de Oscar voor beste film? John Cazale, natuurlijk. In slechts zeven jaar nam de man prachtige bijrollen in The Godfather I en II, The Conversation, Dog Day Afternoon en The Deer Hunter voor zijn rekening. En toen begon plotseling, véél te vroeg, de aftiteling te lopen.

De Amerikaanse acteur stierf op 13 maart 1978, op slechts 42-jarige leeftijd, aan de gevolgen van longkanker, maar zou via zijn gedenkwaardige filmpersonages – Fredo Corleone, de schlemielige oudere broer van Al Pacino’s Godfather, in het bijzonder – gewoon blijven voortleven. Zijn getormenteerde gelaat, priemende ogen en wijkende haarlijn hadden zich allang in het collectieve bewustzijn geëtst.

In I Knew It Was You: Rediscovering John Cazale (40 min.) uit 2009 probeert Richard Shepard vat te krijgen op de jong overleden karakteracteur, die zelf nooit een Oscar in de wacht zou slepen. De titel van deze krachtige korte documentaire refereert overigens aan een klassieke scène uit de tweede Godfather-film, als maffiabaas Michael Corleone z’n broer Fredo op de mond kust en te verstaan geeft dat hij weet dat die hem wilde laten vermoorden. ‘Je brak mijn hart.’

Vóórdat hij in de jaren zeventig in Hollywood naam maakte als ultieme loser, zenuwpees en/of linkmiegel had John Cazale zich al in de kijker gespeeld in het theater. Hij zou bijvoorbeeld in tien stukken spelen van de toneelschrijver Israel Horovitz, die nog altijd zweert bij ‘s mans intensiteit en tragiek. Verder steken collega’s zoals Al Pacino, Robert De Niro, Gene Hackman, Philip Seymour Hoffman en Steve Buscemi, aan de hand van concrete filmfragmenten, de loftrompet over hun begenadigde vakbroeder.

Nadat John Cazale heeft gefloreerd onder de hoede van de filmmakers Francis Ford Coppola en Sidney Lumet, die ook allebei hun steentje bijdragen aan deze ode, kan hij nog ternauwernood een bijdrage leveren aan Michael Cimino’s The Deer Hunter (1978). Cazale is dan al ernstig ziek en dreigt zelfs uit de cast verwijderd te worden, uit angst dat hij tijdens de opnames alsnog de pijp aan Maarten moet geven. Hoofdrolspeler Robert de Niro stelt zich daarom garant voor de verzekeringspremie.

Cazale, van wie geen interviews bewaard lijken te zijn gebleven, weet dan al dat het einde nadert. Tussen de opnames wordt hij verzorgd door zijn geliefde, de actrice Meryl Streep, op wie hij halsoverkop verliefd raakte toen ze samen in het theaterstuk Measure For Measure speelden. Zij zal hem – uiterst liefdevol, volgens Al Pacino en Cazales broer Steve – naar een veel te vroege dood begeleiden. John Cazale sterft voordat The Deer Hunter, een film die uiteindelijk vijf Oscars zal grijpen, is afgerond.

Sindsdien leeft hij voort als één van de meest karakteristieke gezichten van een tijd, waarin eigengereide filmmakers de macht grepen in Hollywood en hij samen met de grootste acteurs van zijn generatie kon gloriëren.

Kiezen, Snijden, Zwijgen

VPRO

Een psycholoog vroeg aan Sharan Bala of ze een lotgenoot wilde ontmoeten. Bij een koffietentje maakte ze kennis met Marieke Schoutsen. ‘Vet ongemakkelijk’, vertelt Sharan. ‘Zaten we allebei zo te fluisteren naar elkaar. Dat was heel bizar, want ik sprak voor het eerst met iemand die precies hetzelfde had meegemaakt. Alle shit waar ik mee zat, daar zat zij ook mee.’ Marieke: ‘Het was eigenlijk een openbaring. Van hé: ik ben niet de enige alien op deze planeet.’

Zulke ‘buitenaardse wezens’ noemen we tegenwoordig intersekse. Ze hebben een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. De twee hoofdpersonen van Kiezen, Snijden, Zwijgen (60 min.) ogen nochtans duidelijk vrouwelijk. Samen met Chris van den Brink en Femke Klein Obbink leggen ze in deze moedige film een jaar lang hun ervaringen vast: als ze in hun eigen medische dossiers duiken, daarin nieuwe informatie over zichzelf ontdekken en hun geheim delen met hun directe omgeving.

Marieke en Sharan spreken tevens met intersekse onderzoeker Margriet van Heesch van de Universiteit van Amsterdam. Zij vertelt over de dominante theorie die de Nieuw-Zeelandse psycholoog John Money ontwikkelde rond mensen die toen nog ‘hermafrodiet’ werden genoemd. ‘Het idee was dat je elk kind tot een jongetje of meisje kon kneden. Dat was zijn idee om kinderen met een intersekse-variatie te genezen. In een cultuur die maar twee mensen toeliet: heteroseksuele mannen en heteroseksuele vrouwen.’

Vanuit deze gedachte moest die heteroseksualiteit dan ‘bewezen’ worden met seks: penis in vagina. ‘Dus als jouw penis niet groot genoeg was om te penetreren, dan moest je een meisje worden’, legt Van Heesch uit. ‘En als je geen vagina had, moest die voor jou gemaakt worden.’ En daarover werden alle betrokkenen dan geacht om hun mond te houden. Ofwel: kiezen, snijden, zwijgen. Juist dat laatste aspect zit zowel Marieke en Sharan als hun ouders, blijkt tijdens persoonlijke gesprekken, nog altijd dwars.

Mariekes moeder herinnert zich als de dag van gisteren hoe haar dochter op haar achtste vroeg: ‘Mam, schaam jij je voor mij?’. Ze ervoer dit als een ‘dolksteek’. Vreemd was die vraag overigens niet: op advies van artsen hadden ze hun dochter voorgehouden om er vooral niet over te vertellen aan anderen. En bij Sharan werd er zelfs wezenlijke informatie achtergehouden. Toen zij nog heel jong was, hebben artsen keuzes met heel verstrekkende gevolgen gemaakt. Ze is er boos over: ‘Dat kleine jongetje, dat nooit heeft mogen bestaan.’

Het is een pijnlijke constatering, diep persoonlijk ook, illustratief voor het taboe dat er nog altijd rust op het thema intersekse. Van de ongeveer tachtigduizend mensen in Nederland, die niet helemaal voldoen aan de oppositie man-vrouw, zijn er volgens schattingen van de Nederlandse Organisatie voor Seksediversiteit slechts veertig helemaal uit de kast. ‘Jullie maken 41 en 42’, zegt Margriet van Heesch tegen Marieke Schoutsen en Sharan Bala. ‘Dus het allerbelangrijkste is dat je je verhaal blijft vertellen.’

Met deze aangrijpende film maken ze de gecompliceerde problematiek rond intersekse, die onlangs ook al zijn weg vond naar de indringende documentaire Who I Am Not, inzichtelijk en tastbaar. Het moet tegelijkertijd ongelooflijk spannend zijn om die het levenslicht te laten zien.

Black Power Salute

BBC

Er is weinig spontaans aan. Het iconische beeld van twee Afro-Amerikaanse atleten, nummer één en drie van de 200 meter sprint tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad, die tijdens het Amerikaanse volkslied hun vuist ballen en fier in de lucht steken. De Black Power Salute (58 min.) van gouden medaillewinnaar Tommie Smith en John Carlos is het sluitstuk van een zorgvuldig geplande campagne. Eerder hebben de organisatoren, onder wie de militante professor sociologie Harry Edwards, nog een boycot van de Spelen door zwarte sporters overwogen.

Dat zien andere atleten zoals de verspringers Ralph Boston en Bob Beamon alleen helemaal niet zitten. Waarom zouden ze hoogstpersoonlijk hun eigen sportcarrière de nek omdraaien? En Avery Brundage, de omstreden voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), moet al helemaal niets hebben van de vermenging van sport en politiek. Als boegbeeld van het Amerikaans Olympisch Comité heeft hij zich in 1936 zelfs uitgesproken tegen een boycot van de Olympische Spelen in Berlijn. Hij stelde toen alles in het werk om Hitlers naziregime vooral maar niet tegen de haren in te strijken.

Zwarte activisten zoeken dus een andere manier om een statement te maken over de achtergestelde positie van ‘negro’s’ in de Verenigde Staten: een gebalde vuist. ‘Mensen noemen het black power’, zegt Tommie Smith in deze gedegen BBC-docu van Geoff Small uit 2008. ‘Natuurlijk ben ik zwart en natuurlijk representeert dat gebaar kracht, maar voor mij was het een schreeuw om vrijheid: kijk, hier ben ik. Ik heb hulp nodig. Ik wil gerechtigheid.’ IOC-baas Brundage stuurt de levende legende Jesse Owens, de zwarte held van de besmette Spelen van 1936, om te bemiddelen. Tevergeefs.

Smith en Carlos willen niets van hem weten. Zonder gevaar is hun actie echter niet, helpt verteller Colin Salmon de kijker nog even herinneren. Slechts enkele maanden eerder, in het voorjaar van 1968, zijn eerst burgerrechtenleider Martin Luther King en daarna presidentskandidaat Robert Kennedy vermoord. Opstaan tegen onrecht en segregatie kan dus zomaar keihard worden afgestraft. En hoewel vrijwel alle betrokkenen bij de Black Power-vuisten hun verhaal kunnen navertellen in deze oerdegelijke reconstructie, zijn ze wel degelijk jarenlang achtervolgd door hun principiële actie.

De algehele waardering is pas veel later gekomen. Sinds 2005 staat er een standbeeld op Carlos en Smiths alma mater San Jose State University, als blijk van waardering voor hun moedige protestactie. In Victory Salute ontbreekt alleen een belangrijke bijrolspeler: de Australische atleet die zich op de 200 meter tussen hen in had geschaard en die op het moment suprême solidair met hen was. Ook Peter Norman, de ‘unsung hero’ van het Black Power Salute, zou duur betalen voor zijn bijdrage aan de actie, getuige de documentaire Salute (2012).

Jamie Wyeth And The Unflinching Eye

Juno Films

‘Wat nu als hij naar zijn moeder was vernoemd en Jamie James zou heten?’ werpt Timothy Standring, curator van het Denver Museum Of Art, op. ‘Zouden we hier dan ook zitten?’ Jamies achternaam is alleen Wyeth. Hij is een telg van de bekende Amerikaanse kunstenaarsfamilie. Zijn opa N.C. Wyeth (1882-1945), die overigens nog voor zijn geboorte overleed, was een bekende schilder en illustrator. En Jamie’s vader Andrew Wyeth (1917-2009) geldt als één van de belangrijkste Amerikaanse kunstenaars van de twintigste eeuw.

Jamie Wyeth (1946) heeft zich gaandeweg echter aan de schaduw van zijn voorgangers weten te ontworstelen. In deze verzorgde film zoekt filmmaker Glenn Holsten de kunstenaar op in zijn boerderij in het Noordoosten van de Verenigde Staten. In zijn eigen atelier schildert hij, inmiddels toch ook dik in de zeventig, nog altijd als een bezetene. De verfklodders zitten in zijn gezicht als hij in Jamie Wyeth And The Unflinching Eye (tv-versie: 52 min.) samen met familieleden, intimi en kunstkenners vertelt over zijn leven, loopbaan en werk.

Hij verwerft al op jonge leeftijd een naam met iconische portretten van wijlen John F. Kennedy, ‘Mr. Olympia’ Arnold Schwarzenegger en sterdanser Rudolf Nureyev. Volgens Joyce Hill Stoner, curator van het Winterthur Museum, gaat Wyeth te werk als een rechtbanktekenaar, op zoek naar de verhalen achter de gezichten. Artpopheld Andy Warhol wordt via Wyeths nietsontziende blik bijvoorbeeld een onaantrekkelijke voyeur, met kille ogen en een enorme pimpelpaarse neus. Warhol zelf doet er niet al te moeilijk over. Alleen dat paars had wel wat minder gemogen.

Sindsdien heeft Wyeth diezelfde priemende ogen ook gericht op intimi, landschappen én dieren. Een serie over de zeven erfzonden bijvoorbeeld, met zeemeeuwen in de hoofdrol. Het is alsof Wyeth dan doordringt tot het wezen van zijn subjecten en zo de grotere thema’s des levens kan blootleggen. Hij heeft zich zo allang bewezen als een waardig lid van de familiedynastie, betoogt deze film. ‘Zou Jamie het ook hebben gemaakt zonder de Wyeth-naam?’ vraagt Timothy Standring nog maar eens ten overvloede en geeft meteen antwoord. ‘Ja… Ja!’

I Am: Celine Dion

Amazon MGM Studios / Prime Video

Voor de camera van documentairemaakster Irene Taylor neemt een gebroken mens plaats. Een wereldberoemde zangeres die 250 miljoen platen verkocht en die nu haar stem kwijt is. Haar steun en toeverlaat. Ze kon er altijd blindelings op vertrouwen. Totdat het Stiff-Person Syndrome (SDS) in haar leven kwam. De neurologische aandoening, die stijfheid en spasmen kan veroorzaken, gaf al zo’n zeventien jaar geleden z’n eerste signalen af bij Celine Dion.

‘Vóór SDS was mijn stem de dirigent van mijn leven’, vertelt ze in de documentaire I Am: Celine Dion (102 min.). ‘En die volgde ik. In de trant van: bepaal jij de weg maar, ik volg wel. Daar voelde ik me ook goed bij. Ik had de tijd van mijn leven. Als je stem je vreugde brengt, ben je de beste versie van jezelf.’ Daarnaar is het echter al enige tijd zoeken voor de Canadese wereldster. Ze heeft zelfs haar vaste concertreeks in Las Vegas moeten stilleggen.

‘Muziek, ik mis het enorm’, vertelt ze geëmotioneerd. ‘En de mensen, ik mis ze.’ Ze oogt kwetsbaar, intens verdrietig. Tegenover dat zielige hoopje mens plaatst Taylor de Celine Dion die de wereld heeft leren kennen. Een ongenaakbare zangeres, florerend op het podium. Met die kolossale stem, die immense presence, ogenschijnlijk blakend van zelfvertrouwen. Het contrast met haar huidige voorkomen en gemoedstoestand kan bijna niet groter.

Die aanpak, van op elkaar botsende uitersten, sluit naadloos aan bij Celine Dions muziek. Die is ook vaak héél groot. Duidelijk. Daarmee heeft ze miljoenen mensen weten te raken. En met deze film zal dat, op een geheel andere manier, niet anders zijn. Deze vrouw maakt van haar hart geen moordkuil en weigert om haar dirigent los te laten – ook al heeft die haar in de afgelopen jaren zo nu en dan, tot haar grote verdriet, en plein public in de steek gelaten.

Tussendoor blikt ze terug op haar jeugd met dertien broers en zussen in Charlemagne, Quebec, de komst van haar kinderen en het overlijden van haar echtgenoot en toont Taylor haar protagonist tevens in werkmodus. Als ze bijvoorbeeld een bijdrage levert aan een documentaire over zanger John Farnham. De door haar management uitgeschreven quote, vol lof natuurlijk, leest ze gewoon op van de autocue. Net echt. It’s all in a day’s work for Celine Dion.

En gaandeweg bekruipt je in deze film, waarbij Celine en haar eigen team ongetwijfeld ook een vinger in de pap hebben gehad, toch het idee dat die niet alleen bedoeld is om haar fragiele staat van zijn op te tekenen, maar ook om de zangeres opnieuw in de markt te zetten. Als de vrouw die haar dirigent weer in zijn kracht heeft gezet en nu klaar is om opnieuw te gloriëren. Gelouterd en – na een strijd op leven en dood met haar eigen lichaam – volledig herboren.

De climax van deze documentaire is in dat opzicht voorspelbaar: na een laatste, pijnlijk intieme crisis, waarin je geen cent meer geeft voor haar verdere carrière, volgt het bewijs dat ze ’t toch nog/weer kan. Want deze vrouw, zo laat dit intieme film zien, zal waarschijnlijk nooit capituleren voor SDS. Die stem is nu eenmaal wat ze is en wil zijn.

Disco: Soundtrack Of A Revolution

PBS/BBC

ABBA, Donna Summer, Village People, The Bee Gees en John Travolta in een wit pak op de dansvloer. Zomaar wat associaties rond het fenomeen ‘disco’ bij de start van deze driedelige docuserie van Louise Lockwood en Shianne Brown. En meteen een constatering erbij: disco is terug. Van nooit weg geweest. Ook al staat volgens sommige haters nog altijd als een paal boven water: disco sucks.

Disco: Soundtrack Of A Revolution (153 min.) gaat terug naar het New York van de jaren zeventig. Na de zogenaamde Stonewall-rellen van 1969 ontstaat in de huiskamer van David Mancuso een nieuwe, inclusieve scene, waarbinnen ook gekleurde Amerikanen, feministische vrouwen en de LHBTIQ+-gemeenschap hun plek vinden. Tijdens deze feesten in ‘The Loft’ wordt de basis gelegd voor een muziekstroming die in het navolgende decennium de hele wereld zal veroveren: D.I.S.C.O.

Aflevering 1 schetst met wegbereiders, ‘early adopters’ en kenners hoe de ondergrondse danscultuur volwassen wordt. Daarbij wordt disco ook nadrukkelijk in z’n maatschappelijke context geplaatst, als onderdeel van de tweede feministische golf, Black Power en de homo-emancipatie. In het tweede deel, over de hoogtijdagen van het even geliefde als verguisde genre, komen de (sub)toppers aan het woord: Thelma Houston, George McCrae, Anita Ward en één van de discodiva’s, Candi Staton.

Bijzondere aandacht is er dan voor de New Yorkse club Studio 54, dé plek voor seks, drugs & disco. Waar zien en gezien worden het parool is. Tenminste volgens één van de oprichters van de ‘place to be’, Carmen D’Alessio. Andy Warhol zou volgens haar bijvoorbeeld nog naar de opening van envelop gaan, bang dat hij anders iets zou missen. Het succes van disco barst daarna helemaal uit z’n voegen met de film Saturday Night Fever, waarmee John Travolta en The Bee Gees wereldsterren worden.

En dan begint het genre volgens de echte trendsetters, waarop deze gedegen miniserie zich vooral concentreert, z’n ziel kwijt te raken. Illustratief is het verhaal van Village People, een groep die allerlei homostereotypen presenteert aan een groot publiek. Een paard van Troje zogezegd, maar discopuristen moeten er niks van hebben. ‘Je had baggermuziek van baggerplatenmaatschappijen die voor het snelle geld gingen’, zegt Ana Matronic van Scissor Sisters in de slotaflevering.

De markt raakt oververzadigd. Intussen bereikt de weerzin tegen disco een nieuw hoogtepunt. Op 12 juli 1979 wordt er in het sportstadion Comiskey Park, waar het plaatselijke honkbalteam The Chicago White Sox ‘t opneemt tegen The Detroit Tigers, een heuse ‘Disco Demolition’ georganiseerd door de radiodeejay Steve Dahl. Gekleed in een militair uniform brengt hij discoplaten tot ontploffing. Een ludieke actie of toch een moderne variant de boekverbrandingen? De meningen verschillen.

Het mediaspektakel luidt in elk geval het begin van het einde in voor de lijfmuziek van de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap, die in dezelfde tijd ook wordt overvallen en gestigmatiseerd door de AIDS-epidemie. En die tragische crisis vormt tevens het ‘point of no return’ van deze gesmeerd lopende productie, die zeker in het nostalgiecircuit gretig aftrek zal vonden. Want daarna neemt disco vanuit datzelfde Chicago ongenadig wraak, onder een nieuwe noemer: house.

Amazing Journey: The Story Of The Who

Spitfire Pictures

Een duivelse combinatie van hoogmoed, wedijver en alcohol- en drugsconsumptie draait uiteindelijk ook deze band de nek om. Totdat The Who nog maar een schim is van de groep die in de sixties My Generation afleverde, het themanummer van een, ja, generatie.

Amazing Journey: The Story Of The Who (119 min.), een klassieke rockdocu van Murray Lerner en Paul Crowder uit 2007, wordt afgesloten met het prijsnummer. De vertolkers ervan – zanger Roger Daltrey en gitarist Pete Townshend, omringd door nieuwe muzikale begeleiders – zijn inmiddels babyboomers en hebben hun eigen adagio ‘hope I die before I get old’ al dubbel en dwars gelogenstraft. Tijdens het nummer gaat de band terug in de tijd, naar eerdere uitvoeringen van hun lijflied. Daarbij verschijnt eerst bassist John Entwistle (1944-2002) weer ten tonele en later ook de legendarische drummer Keith Moon (1946-1978).

Daarmee is het oorspronkelijke viertal weer herenigd. De groep die Townshends rockopera’s Quadrophenia en Tommy naar het grote publiek bracht, daarvóór floreerde op de festivals Woodstock en Monterrey en samen met tijdgenoten als The Beatles, Rolling Stones en Kinks halverwege de jaren zestig, onder de noemer de Britse invasie, de rest van de wereld veroverde. Daltrey, de macho frontman met een gevoelige inborst. Townshend, erkend gitaarbespeler en -sloper. Entwistle, de archetypische stoïcijnse bassist. En niet te vergeten Moon, het losgeslagen drumbeest dat ooit model stond voor Animal van The Muppets.

Hun levensloop wordt in deze lijvige documentaire, dan weer in chronologische volgorde, adequaat uiteengezet door de nog twee levende bandleden Daltrey en Townshend, hun persoonlijke en professionele entourage en vakbroeders zoals Sting, Eddie Vedder (Pearl Jam) en The Edge (U2). Dat gaat natuurlijk gepaard met tv-optredens, oude interviews en concertbeelden. Zo ontstaat een grondig beeld van een band waarbinnen onderlinge competitie uiteindelijk voor chemie zorgde. Strijd fungeerde daarbij als verbrandingsmotor en stuwde eerst Townshend en later ook Daltrey, in de ogen van andere bandleden maar een dommekracht, naar aanzienlijke hoogte.

‘Sadder and wiser’ kijken ze daarop terug. Als twee mannen die door het lot bijeen zijn gebracht en uiteindelijk zichzelf en elkaar hebben gevonden, na een ‘geweldige reis’ van dik veertig jaar. Waarvan in deze bandbiografie uitgebreid verslag wordt gedaan.

The Beatles: Let It Be

Disney+

Hij is zijn eigen film, Let It Be (84 min.), gaan beschouwen als de vader van Get Back, de driedelige docuserie van in totaal acht uur die Peter Jackson in 2021 op basis van zijn ruwe materiaal heeft gemaakt, zegt regisseur Michael Lindsay-Hogg in een gesprek met Jackson. De conversatie tussen de twee filmmakers, uit april 2023, gaat vooraf aan Lindsay Hoggs eigen documentaire over The Beatles, die na een ‘bumpy ride’ van ruim vijftig jaar opnieuw wordt uitgebracht.

Het zou eigenlijk een concertfilm worden, vertelt hij nog. ‘Ik had een idee: het concert start om vijf uur ’s ochtends en eindigt om middernacht met tweeduizend mensen in een amfitheater.’ De band had in 1969 immers al enkele jaren niet meer opgetreden. ‘Dit zou het evenement zijn dat je echt wilde, het nieuwe Beatles-concert.’ Alleen dreigde George Harrison ermee te kappen tijdens de opnames en werden vervolgens ook die plannen voor een optreden in de ijskast gezet.

Michael Lindsay-Hogg kon in januari 1969 hooguit vermoeden wat de gebeurtenissen voor zijn camera – en de klassieke liedjes voor het laatste Beatles-album Let It Be die daar en plein public werden geboren – zouden gaan betekenen. ‘Één reden dat ik blij ben dat de film weer uitkomt – en ik ben niet iemand die overloopt van zelfmedelijden – is dat de film de eerste keer gewoon geen eerlijke kans heeft gehad’, zegt hij tegen Jackson, die hem met alle egards benadert.

Want toen die film uitkwam waren The Beatles al uit elkaar. Een zuur einde waarmee Lindsay Hoggs docu direct werd geassocieerd. En dan begint de gerestaureerde versie van die film, oorspronkelijk uit 1970, waarvoor de Britse filmer en zijn crew als een vlieg op de muur meekeken bij het inspelen, jammen en repeteren van The Beatles in de Londense Twickenham Studio’s en Apple Studio, het onderlinge ongemak vastlegde en daarna met de band het dak opgingen voor een legendarisch laatste performance.

Voor Beatles-kenners is dit gesneden koek. Dat Let It Be nu officieel toegankelijk wordt gemaakt voor het grote publiek – los van de illegale versies die al jaren rondslingerden in de parkeergarages van het internet – dient dan ook vooral een opvoedkundig belang. Een nieuwe generatie potentiële Beatles-fans, die nog niet de ausdauer heeft om de acht uur van Get Back vol te maken, kan nu kennismaken met de laatste dagen van de bekendste popgroep die de wereld ooit heeft gekend.

This Film Is Not Yet Rated

IFC Uncut

Geweld is doorgaans geen enkel probleem, maar zodra het riekt naar seksualiteit – in het bijzonder de vrouwelijke beleving daarvan, of erger nog: homoseksualiteit – komt de Amerikaanse filmkeuringsorganisatie Motion Picture Association of America van Jack Valenti direct in actie. Dat mag alleen geen (zelf)censuur genoemd worden.

Valenti’s MPAA wil ook niet bekend maken wie er betrokken zijn bij de keuring van een bepaalde film. En de commissieleden zwijgen zelf doorgaans, onder druk van de organisatie, ook als het graf. Documentairemaker Kirby Dick huurt voor deze docu uit 2006 dus enkele privédetectives in om te ontdekken wie er betrokken zijn bij de ‘rating’ van films.

Zij brengen de censuur, die is vermomd als zelfregulering door de industrie zelf, in de praktijk. Bingham Ray van de filmproductiemaatschappij October Films maakt van zijn hart geen moordkuil in This Film Is Not Yet Rated (98 min.). ‘Volgens mij is het een fascistisch systeem’, zegt hij fel. Even later gevolgd door: ‘Wij hebben die lui maar te pleasen!’

Dick plaatst MPAA in de historie van Hollywood, dat gedurig te maken kreeg met politieke bemoeienis, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog zelf zwarte lijsten aanlegde en sinds enige tijd in de ban is van een nieuwe preutsheid. Een film die de grenzen opzoekt krijgt daardoor al snel de beoordeling NC-17 en kan daarna alleen door achttienplussers worden bekeken.

Hij laat tevens filmmakers zoals Kimberly Peirce (Boys Don’t Cry), John Waters (A Dirty Shame), Mary Harron (American Psycho) en Atom Egoyan (Where The Truth Lies) aan het woord over hoe zij omgingen met de wensenlijst van Valenti’s club. Ze hadden in wezen geen keuze. Een film niet aanpassen betekent doorgaans het publiek ervoor serieus beperken.

‘Wij hebben doelbewust materiaal laten zitten dat we helemaal niet nodig hadden voor de scène’, vertelt South Park-bedenker Matt Stone over hoe ze een uitzinnige seksscène in de animatiefilm Team America er toch doorheen probeerden te krijgen. ‘Zodat ze wat hadden om eruit te knippen en het gevoel kregen dat zij ook hun plasje erover hadden kunnen doen.’

Kirby Dick laat intussen met allerlei hitsige, enge en hilarische erotische scènes – zo nu en dan gematcht met expliciete(re) gewelds- en actiescènes – zien hoe de keuringscommissie met twee maten meet. Ook als het alleen om erotiek gaat is de MPAA helder: zolang een man ‘gewoon’ plezier heeft met een vrouw is er niets aan de hand, anders volgen er restricties.

Deze documentaire maakt dat onrecht letterlijk zichtbaar en kan, na de enigszins flauwe zoektocht naar individuele keurders, dan ook maar op één manier eindigen: bij de MPAA. Als de film die nog niet is ingeschaald dan toch zal worden beoordeeld. Problemen verzekerd.

Hack Your Health: The Secrets Of Your Gut

Netflix

Als we deskundigen zoals Giulia Enders, de schrijver van de bestseller Gut: The Inside Story Of Our Body’s Most Underrated Organ (2015) en de centrale figuur van de documentaire Hack Your Health: The Secrets Of Your Gut (80 min.) mogen geloven, zijn onze darmen net zo interessant als pak ‘m beet het melkwegstelsel.

‘Vroeger zag ik mezelf als hoofd, brein en de rest’, vertelt de jonge Duitse wetenschapper en auteur. ‘Ik dacht dat in het leven alle gevoelens en gedachten hier ontstonden. Dat is een onnozel idee en doet me denken aan hoe m’n neefje mensen tekent. Hij tekent een hoofd met twee voetjes. We weten nu dat ons darmstelsel ons brein adviseert.’

‘Van suiker eten krijg je suikerlievende bacteriën’, legt microbiële ecoloog Jack Gilbert uit. ‘Van vet eten krijg je vetlievende bacteriën. Als ik in China ben en weinig suiker eet omdat daar weinig suiker wordt gebruikt, verdwijnt m’n verlangen naar chocolade. In Noord-Amerika heb ik elke dag zin in chocolade.’ Zo stuurt het microbioom, de verzameling bacteriën in onze darmen, ons aan.

Het darmstelsel is ons tweede brein, beweert de Ierse neurowetenschapper John Cryan zelfs in deze populair wetenschappelijke documentaire van Anjali Nayer. In de (Engelse) taal zijn daarvoor ook meer dan genoeg aanknopingspunten: je voelt iets in je ‘gut, spreekt over een ‘gutsy’ stap of bent na een teleurstelling ‘gutted’. Om over vlinders in je buik nog maar te zwijgen.

In onze darmen is ook het antwoord te vinden op obesitas, stress, depressies, voedselallergie en verschillende eetstoornissen, betogen allerlei wetenschappers in deze informatieve, toegankelijke en speels vormgegeven tocht door ons darmstelsel. Met testjes, onderzoek en animaties (al dan niet met pluchen objecten) tonen ze het belang aan van ieders microbioom.

Daarbij zet Nayer ook een divers samengesteld testteam in: een zwaarlijvige Afro-Amerikaanse moeder, doctoraalstudente met chronische buikpijn, Japanse wedstrijdeter en gothic sterkok die eerst anorexia had en nu orthorexia, een enorm wantrouwen naar eten, heeft ontwikkeld. Zij weten uit eigen ervaring hoe het microbioom in de darmen hun leven bepaalt.

Daarbij worden gevoelige verbanden niet geschuwd. John Cryan onderzoekt bijvoorbeeld mensen met zowel darm- als hersenproblemen. ‘Denk aan autisme, de ziekte van Parkinson en stressgerelateerde psychiatrische aandoeningen zoals angst en depressie. De vraag is altijd wat er eerst was.’ Kan een tekort of teveel aan bepaalde bacteriën ook andere problemen triggeren?

Zo ontwikkelt een documentaire, waarvan je ‘gut’ je eigenlijk vertelde dat je nog liever een fax uit Darmstad zou ontvangen, zich tot een boeiende rondleiding door ons tweede brein, met tevens een positieve boodschap voor het eerste brein: die darmen beïnvloeden jou, maar je kunt ze zelf ook beïnvloeden.

High & Low – John Galliano

MUBI

Aan John Galliano’s gezicht valt af te lezen dat hij heeft gelééfd – en dat hij daarbij ook duizend doden is gestorven. Hij oogt als een man die geregeld oog in oog met zichzelf heeft gestaan. Zijn drankgebruik onder ogen heeft moeten zien. Zijn pillenverslaving. Zijn vandalisme. Zijn vlijmscherpe tong. Zijn ego. En zijn totale zelfdestructie, uiteindelijk. Op een gegeven moment was de couturier elk gevoel voor realiteit kwijt. Soms letterlijk. Ze vonden hem volgens deejay/muzikant Jeremy Healey bijvoorbeeld eens in een lift. Naakt. Hij zat er al vier uur, vertelde Jan en alleman dat hij een leeuw was en gromde en klauwde naar iedereen die in zijn buurt durfde te komen.

In High & Low – John Galliano (117 min.) schetst regisseur Kevin Macdonald eerst de opkomst van John Galliano in de jaren negentig als ontwerper bij de fameuze Franse huizen Givenchy en Dior, in een modewereld die wordt gedomineerd door stercouturiers en supermodellen. Daarna volgt als vanzelfsprekend ‘s mans ondergang. Die luidt hij uiteindelijk in 2011 hoogstpersoonlijk in tijdens een bezoek aan het Franse café La Perle, waar hij andere bezoekers onthaalt op antisemitische verwensingen. ‘s Mans faux pas wordt toevallig gefilmd en gaat vervolgens de wereld rond. Galliano wordt zo persona non grata in de wereld die hem ooit ongegeneerd als een verlosser heeft binnengehaald.

Zelf zegt hij geen herinneringen te hebben aan het incident. ‘Als je jezelf zo ziet is dat heel eng’, vertelt de modeontwerper tegen Macdonald over de beelden waarmee is vereeuwigd hoe hij zich vergaloppeert. ‘Ik herken die persoon niet.’ Deze schim van een man heeft echter wel degelijk schade aangericht, blijkt uit het verhaal van één van zijn slachtoffers. Philippe Virgitti heeft Galliano tijdens de navolgende rechtszaak nog de hand boven het hoofd gehouden, maar is inmiddels van mening veranderd. Topmodel Naomi Campbell weigert niettemin te geloven dat haar goede vriend John kwade bedoelingen had. ‘Ik heb de video nooit gezien’, houdt ze vol. ‘Zo is hij niet. Dat is niet mijn vriend.’

Galliano is nu eenmaal een man die zeer uiteenlopende reacties oproept. In dit overtuigende portret van de getroebleerde couturier wordt dat geïllustreerd met een brede waaier aan bronnen: van intimi zoals zijn oudere zus Rosemary Husband en levenspartner Alexis Roche tot Diors Joodse CEO Sidney Toledano, de actrices Charlize Theron en Penélope Cruz, schilder David Harrison, stylist Amanda Harlech en de modellen Kate Moss, Marie-Sophie Wilson en Amber Valletta. En natuurlijk zijn er ook enkele quotes gereserveerd voor Anna Wintour, de hoofdredacteur van Vogue die Galliano’s doorbraak ooit mede faciliteerde – en die een verplicht personage lijkt in elke zichzelf respecterende modedocu.

Kevin Macdonald ondersteunt alle herinneringen, opinies en verklaringen met beelden van zijn protagonist in goede en slechte tijden en topt die af met fragmenten uit de klassieke speelfilms Napoleon (1927) en The Red Shoes (1948). Die lijken een natuurlijke bijsluiter voor Galliano’s extravagante modecollecties en zijn persoonlijke werdegang. Na een verblijf in een afkickkliniek kost ‘t de ontwerper nog jaren van ziel zoeken, boete doen en excuses maken voordat hij kan terugkeren in de spotlights. Galliano zou echter Galliano niet zijn als hij ook dan niet even gigantisch uit de bocht zou vliegen. En daarmee zou hij zichzelf wel eens definitief kunnen hebben gecanceld.

Tegelijkertijd blijft ook boven de markt hangen of hij met z’n kwalijke uitlatingen zijn ware aard heeft laten zien of juist heeft aangetoond hoe beschadigd hij door de jaren heen zelf is geraakt. Afhankelijk van het antwoord is het ook de vraag hoeveel kansen zo’n man dan nog moet krijgen om zich te rehabiliteren.

Thank You, Goodnight: The Bon Jovi Story

Disney+

Aan het eind van aflevering 1 zit ie breed lachend klaar voor een interview: voormalig Bon Jovi-leadgitarist Richie Sambora. ‘Gaan we de waarheid vertellen of gaan we een potje liegen?’ zegt hij uitdagend. ‘Laten we dat samen proberen te ontdekken.’

De gitarist – die sinds hij in 2013 niet kwam opdagen bij een concert niet meer echt ‘on speaking terms’ is met de rest van de hardrockband – is dan net het verhaal binnengestapt van zanger John Bongiovi, de hoofdpersoon van deze vierdelige serie. Hij bereidt zich vanaf februari 2022 voor op een tournee met de huidige incarnatie van de band en vertelt intussen het verhaal van zijn muzikale carrière. Die begint al op de middelbare school in een coverbandje. Als dat in 1979 tijdens een optreden in thuisbasis New Jersey start met een cover van de plaatselijke held Bruce Springsteen, springt de man zelf het podium op om even mee te zingen. Dat is alles wat de streber Bongiovi nodig heeft. ‘Het overtuigde me er nog maar eens van dat het onmogelijke wel degelijk binnen bereik was.’

De zanger, die zich al snel Jon Bon Jovi begint te noemen, stopt met het spelen van andermans liedjes en begint zelf songs te schrijven. Als hij met Runaway een potentiële hit schrijft, moet er een groep komen. De lefgozer Sambora meldt zich, met de mededeling dat hij de nieuwe leadgitarist wordt. Het is de start van een zeer succesvolle samenwerking, die dertig jaar standhoudt en uiteindelijk tamelijk bitter eindigt. Voor dat verhaal, gelardeerd met de verplichte seks, drugs en rock & roll, neemt filmmaker Gotham Chopra ruim vijf uur de tijd: Thank You, Goodnight: The Bon Jovi Story (301 min.). Springsteen levert z’n bijdrage, net als die andere held uit New Jersey, Southside Johnny. En Bon Jovi’s vrouw Dorothea, andere bandleden, managers, producers, songschrijvers en dus Richie Sambora.

‘Wanneer realiseerde je je dat zijn vertrek definitief was?’ vraagt Chopra. ‘Dat is nog steeds niet gebeurd, nu tien jaar later’, antwoordt Jon Bon Jovi, gepijnigd lachend. ‘Ik heb er geen spijt van dat ik de situatie achter me heb gelaten’, reageert Sambora. ‘Maar wel van de manier waarop ik dat heb gedaan.’ En daarmee ligt er misschien toch weer een verzoening in het verschiet. Tegelijkertijd kampt Bon Jovi met een andere probleem: tijdens de voorjaarstournee van 2022 blijkt dat de stemproblemen, waarmee de frontman al langer kampt, nauwelijks meer zijn te verbergen. Jon maakt zich daar duidelijk zorgen over. Vertrouw me maar, zei hij vroeger tegen de anderen, ik neem ons mee naar we heen moeten. Dat gevoel is verdwenen, constateert hij nu geëmotioneerd.

De kwetsbare kant van een artiest die gewend is geraakt aan succes en nu aan alles begint te twijfelen, ook of die tournee ter gelegenheid van Bon Jovi’s veertigjarige jubileum er nog wel moet komen, vormt het interessantste deel van deze productie. Want die volgt verder trouw het geijkte pad dat is uitgelegd voor dit soort rockdocs: van de jonge hondenjaren via een schijnbaar onwankelbare positie aan de top en de dan eigenlijk verplichte identiteitscrisis naar een respectabele ouwe dag. En die moet, behalve met deze miniserie, natuurlijk worden geconsumeerd met een nieuwe plaat en liefst ook… juist.

The Jinx Part Two

HBO Max

Het eerste seizoen van The Jinx gaat er in maart 2015 uit met een knal. Zeg maar gerust: met een gigantische explosie. In de fascinerende zesdelige true crime-serie legt Andrew Jarecki (Capturing The FriedmansRobert Durst op de grill. Het zwarte schaap van een vermogende familie uit New York wordt in verband gebracht met maar liefst drie afzonderlijke moorden: op zijn eerste echtgenote Kathleen McCormack, beste vriendin Susan Berman en buurman Morris Black. Durst ontkent alles. Als hij aan het eind van de slotaflevering naar het toilet gaat, legt een zendermicrofoon, volgens Jarecki bij toeval, echter vast hoe de vermeende moordenaar ‘There it is. You’re caught.’ tegen zichzelf zegt. ‘Killed them all, of course.’ 

Die bekentenis wordt wereldnieuws. Hoe kun je met een nieuw seizoen over zo’n daverende apotheose heen? En welke ontwikkelingen rechtvaardigen nog eens zes afleveringen? The Jinx Part Two (295 min.) start als Robert Durst net, een dag voordat dit spraakmakende slot wordt uitgezonden, is gearresteerd en vervolgt daarna met een blik achter de schermen bij het eerste seizoen, bijvoorbeeld van hoe de nabestaanden van Dursts slachtoffers bij Jarecki voor het eerst worden geconfronteerd met diens bekentenis. Daarna sluit de filmmaker, die zich al een jaar of vijftien vastbijt in de drievoudige moord, aan bij de gedreven cold case-onderzoeker John Lewin. Hij moet de zaak alsnog vlot trekken en voor de rechter proberen te brengen.

Durst presenteert zichzelf daar doelbewust als een fragiele oude man, waarvan het nog maar de vraag is of hij de rechtsgang wel helemaal vat. Hij spreekt daar openlijk open over tijdens telefoongesprekken met intimi, zoals zijn huidige echtgenote Debrah Charatan – ook al weet hij dat die waarschijnlijk worden afgeluisterd door Lewin. En die heeft ze blijkbaar tevens doorgespeeld aan Andrew Jarecki. De opnamen vormen één van de fundamenten onder dit tweede seizoen van The Jinx, dat de moorden op Dursts vrouw Kathie Durst en zijn beste vriendin Susan Berman wederom onder de loep neemt en vitale nieuwe feiten, bewijzen en getuigen presenteert. En de charmante engerd Robert Durst geeft daar dan op z’n geheel eigen wijze telefonisch commentaar op.

De serie komt tamelijk moeizaam op gang. Jarecki moet laveren tussen het ophalen van de voornaamste bevindingen van het eerste seizoen, de totstandkoming en impact daarvan én het verder brengen van het verhaal. Pas vanaf aflevering 3 neemt hij de gelegenheid om écht opnieuw in de afzonderlijke moordzaken te duiken en wint de serie zienderogen aan urgentie en spanning. Dan ontwikkelt The Jinx Part Two zich alsnog tot een waardevolle en uiteindelijk ook noodzakelijke aanvulling op die eerste voltreffer, die bovendien wordt afgetopt met een getuigenis onder ede van de onweerstaanbare schurk zelf. Tijdens het kruisverhoor legt Lewin Durst het vuur aan de schenen.

Dit gebeurt niet zonder humor. Als de aanklager een zeer uitgebreide vraag heeft gesteld, reageert de verdachte, die deze vanwege een haperend gehoor van een schermpje moet lezen, bijzonder sarcastisch. ‘Ik denk dat ik u moet feliciteren’, zegt hij. ‘U hebt uw persoonlijke record verbroken. U hebt achttien regels gevuld op mijn tablet.’ Lewin reageert direct: ‘En ik wil u feliciteren met het verbreken van het meineedrecord.’ Waarna Dursts advocaten natuurlijk bezwaar maken. De rechter is echter onverbiddelijk: ‘Overruled.’ Zelfs Durst is het er uiteindelijk mee eens dat hij meermaals heeft gelogen tijdens zijn verklaring. Welk rookgordijn probeert hij met die bekentenis nu weer op te trekken? Of is hij gewoon druk doende om verwarring te zaaien, zodat de feiten als vanzelf het onderspit delven?

Tegelijkertijd ontspint zich een fascinerend verbaal steekspel, dat te langen leste toch echt tot een vonnis moet leiden. In de intrigerende slotaflevering verlegt Jarecki zijn aandacht tenslotte naar de entourage van zijn hoofdpersoon. (Hoe) heeft die zijn misdaden gefaciliteerd? Ieder voor zich hebben ze in de spiegel gekeken en de vraag moeten beantwoorden die Lisa DePaulo van New York Magazine heel treffend heeft geformuleerd: wat kost mijn ziel? En daarmee komt dit tweede seizoen – en als het niet heel gek loopt: The Jinx als geheel – toch weer tot een climax. Niet met een gigantische explosie, maar met een nabrander die zich ook niet zomaar uit het geheugen laat verdrijven. Intussen is Part Two uitgegroeid tot een essentieel onderdeel van één van de beste en belangrijkste true crime-producties.

Deze bespreking is na elke aflevering bijgewerkt.

Justice, USA

HBO Max

Wie in de Verenigde Staten eenmaal in de mallemolen van justitie terecht is gekomen, moet heel veel moeite doen om er nog uit te kunnen stappen. ‘Uit landelijke cijfers blijkt: hoe meer een kind in contact komt met het strafsysteem’, stelt jeugdrechter Sheila Calloway in Justice, USA (307 min.). ‘Hoe groter de kans dat hij erin blijft.’ Deze zesdelige serie probeert het complete speelveld in beeld te brengen, via een zogenaamde 360 graden-kijk op het justitiële systeem van Nashville, Tennessee, waar elke dag zo’n 1500 tot 1700 mensen vastzitten. Marshall Goldberg en Randy Ferrell volgen een jaar lang enkele zaken, portretteren de betrokken mensen en brengen zo zowel de knelpunten in beeld als de momenten waarop de rechtsgang juist wel goed lijkt te werken.

Ze introduceren bijvoorbeeld Teresa Waters, een Afro-Amerikaanse vrouw die haar overspelige – althans dat is haar lezing van het verhaal – vriend John heeft bedreigd met een wapen. Zij zegt dat het zelfverdediging was, hij houdt staande dat hem weinig te verwijten valt. John heeft heel wat te verliezen: na een detentie van ruim elf jaar zit hij nog in zijn proeftijd. Als hem nu iets ten laste wordt gelegd, kan hij zomaar weer voor een hele tijd achter de tralies verdwijnen. De twee (ex-)geliefden zullen elkaar de navolgende periode afwisselend aantrekken en afstoten, ook voor de rechter. Intussen is ook Jerome, de voormalige echtgenoot van Teresa, nog in het spel. Hij heeft weliswaar een contactverbod, maar maakt haar het leven nog altijd zuur.

Via deze en andere casussen laat Justice, USA zien dat een detentie slechts zelden op zichzelf staat. De zaak van het zeventienjarige meisje Diamond Lewis maakt dat pijnlijk duidelijk. Zij zit al bijna twee jaar vast, vanwege een beroving die is uitgemond in moord. Diamond wordt als volwassene berecht en gaat akkoord met een schikking van 25 jaar gevangenisstraf. Zo ongeveer tegelijkertijd wordt haar vijftienjarige broertje Shubbie doodgeschoten. Haar vader Latherio Fizer en oudere broer Kethario zitten intussen ook vast. En in de vrouwengevangenis wordt Diamond opgevangen door Jessica Herman, een alleenstaande moeder met drie zoons die al bijna twee jaar in een cel zit. Zij heeft eerder dan weer een tijdje samengezeten met Diamonds moeder.

Bij de kapper komt het in de jeugdgevangenis intussen tot een confrontatie tussen de zeventienjarige Caleb Williams, lid van de plaatselijke 23-bende, en zijn leeftijdsgenoot Tristan, die al ruim een jaar vastzit voor een dubbele moord. En daarbij is dan weer een vriend van Caleb overleden. Ook Tristan lijkt belast door het verleden. Zijn oma was verslaafd, zijn vader overleed toen hij zes maanden oud was en zijn (tiener)moeder zat zes jaar in de gevangenis. Zij heeft zich daarna gerehabiliteerd en is verpleegkundige geworden. Het is de vraag of haar zoon dezelfde kans krijgt. Als Tristan niet kan aantonen dat hij op die fatale dag uit zelfverdediging handelde, kan hij zomaar veertig jaar krijgen. Intussen probeert hij vanuit de cel toch maar zijn middelbare schooldiploma te halen.

Zulke verhalen beginnen al snel vertrouwd te voelen. Vrijwel iedere gedetineerde heeft z’n eigen problematiek: een gewelddadig verleden, verslaving óf psychische problemen. Van dat laatste is Zachary Brill een tragisch voorbeeld. Hij speelde als honkballer voor de Texas Rangers, maar ontwikkelde een schizoaffectieve stoornis. Als zijn broer overlijdt aan een heroïneoverdosis, draait Zachary helemaal door. Zijn moeder moet haar eigen pensioenpot nu als onderpand gebruiken om de borgsom te kunnen ophoesten, waarmee haar zoon weer kan vrijkomen en werken aan zijn herstel. Inmiddels is er voor aangehouden inwoners van Nashville met mentale problemen zoals Zachary een Behavioral Care Center geopend, waar stabilisatie en behandeling voorop staan.

De slotaflevering van deze stevige serie – die gaandeweg wat in herhaling vervalt, maar dat is op zichzelf ook wel weer treffend – concentreert zich op zulke alternatieven voor gevangenisstraf. Een herstelgesprek bijvoorbeeld tussen de familie van een dertienjarige jongen die een auto-ongeluk veroorzaakte en de nabestaanden van de man die daarbij overleed. Want zelfs in een typisch Law & Order-land zoals de Verenigde Staten beginnen ze zich te realiseren, in de woorden van Ruby Joyner van het Davidson County Sheriff’s Office, dat alleen repressie niet volstaat. Want: beschadigde mensen beschadigen mensen.

Quiet On Set: The Dark Side Of Kids TV

HBO Max / Discovery+

Eigenlijk mag het geen verbazing wekken: in elke kinderrijke omgeving melden zich vroeger of later ook lieden met minder nobele motieven. Zo bezien is het niet meer dan logisch dat de kinderzender Nickelodeon rond de eeuwwisseling enkele mannen met een ongezonde voorliefde voor minderjarige jongens en meisjes in dienst blijkt te hebben. Zij krijgen alleen wel erg veel ruimte in een werkomgeving waar grensoverschrijdend gedrag de norm lijkt.

In de vierdelige serie Quiet On Set: The Dark Side Of Kids TV (177 min.) leggen Mary Robertson en Emma Schwartz de verantwoordelijkheid daarvoor bij de showrunner Dan Schneider, die van bijrolletjes als de ‘fat kid’ gaandeweg uitgroeit tot een man die anderen kan maken en breken – en die ook duidelijk geniet van die macht. Daarna zoomen ze in op enkele concrete gevallen van seksueel misbruik. Zo verhaalt MJ, de moeder van de elfjarige Brandi, bijvoorbeeld over de ervaringen van hun dochter met een pedoseksueel teamlid.

Ook de alom geliefde dialoogcoach, die als ‘Pickle Boy’ tevens een terugkerend personage voor zijn rekening neemt, raakt ernstig in opspraak. De man heeft thuis een zelfportret van seriemoordenaar John Wayne Gacy, met wie hij er ook een levendige correspondentie op nahoudt, aan de muur hangen. Hij ontwikkelt al snel een ziekelijke fascinatie voor Drake Bell, één van de hoofdrolspelers van de jeugdsitcom Drake & Josh, die hierover voor het eerst publiekelijk vertelt. Het is een indringend relaas, dat nog altijd doorwerkt in Drakes huidige leven.

Deze miniserie richt zich tenslotte op hoe (on)gezond het überhaupt is om als kind mee te draaien in de keiharde televisiewereld en dan overgeleverd te zijn aan de grillen van volwassenen die hun eigen ideeën hebben over wat kies is en wat niet. Ogenschijnlijk onschuldige scènes met voormalige kindersterren zoals Amanda Bynes, Jamie Lynn Spears en Ariana Grande krijgen, met volwassen ogen bekeken, ineens een erg ongepast karakter. En er zijn natuurlijk ook legio voorbeelden van beroemde kids die op latere leeftijd serieus in de problemen zijn gekomen.

Quiet On Set zet alle Nickelodeon-verhalen netjes op een rijtje. Dat levert weliswaar geen wezenlijk nieuwe inzichten op, maar vormt een aardige aanvulling op waar documentaires zoals An Open Secret en Showbiz Kids enkele jaren geleden al de schijnwerpers op zetten: Hollywood als zo ongeveer de ongezondste plek op aarde om op te groeien.