Crumb

David Lynch presents… a Terry Zwigoff film: Crumb (116 min.). Althans, met die boodschap begint deze klassieke documentaire uit 1994. In werkelijkheid zou de gevierde filmmaker helemaal niets hebben bijgedragen. Pas toen Crumb al volledig was afgerond, reageerde Lynch op een verzoek om een financiële bijdrage te leveren. ‘s Mans reputatie kon echter uitstekend worden ingezet om de documentaire te promoten.

Deze gevierde film wordt sowieso omgeven door mythen: regisseur Terry Zwigoff zou zijn vriend en hoofdpersoon, de Amerikaanse underground cartoonist Robert Crumb (Fritz The Cat, Mr. Natural en de slogan ‘Keep On Trucking’), hebben gedreigd met zelfmoord als hij niet wilde meewerken aan de productie. Dit broodje aap-verhaal bleek later per ongeluk in omloop te zijn gebracht door de befaamde filmcriticus Roger Ebert – al klopt het wel dat Crumb eigenlijk geen zin had in deze onthullende en verontrustende docu.

Zulke verhalen sluiten naadloos aan bij de aard van de film. Achter het Harold Lloyd-achtige uiterlijk van de hoofdpersoon en zijn ontwapenende glimlach gaat een onvervalste weirdo en provocateur schuil, wiens werk regelmatig met misogynie en racisme in verband is gebracht. Terwijl de kunstcriticus Robert Hughes niets minder dan een moderne Breughel of Goya ziet in Robert Crumb, ontwaren anderen toch vooral een vies, eng mannetje, dat zich (letterlijk) verlustigt aan zijn eigen afzichtelijke creaties.

Crumb wordt echt ongemakkelijk – en ontroerend en, op een vreemde manier, ook grappig – als de kunstenaar zijn familie opzoekt in Philadelphia. Daar woont zijn oudere broer en grote inspiratiebron Charles, zelf een getalenteerd tekenaar, in bij hun moeder Beatrice. Beiden kampen met ernstige psychische problemen, die luchtig worden besproken en consequent weggelachen. In een luizige hotelkamer in San Francisco treft Robert tevens zijn jongere broer Maxon die al even expliciete kunst maakt – en, dat ook, meermaals vrouwen heeft aangerand.

Of deze unheimische film ook een verklaring geeft voor al die zieke geesten in de Crumb-familie? Een begin ervan, misschien. Hun vader Charles, een marinier die ooit actief was als oorlogstekenaar, zou volgens zijn oudste zoon en naamgenoot ‘een sadistische bullebak’ zijn geweest. Maar of dat werkelijk een afdoende antwoord is? De slotsom is in elk geval helder: dit gezin is verworden tot een menselijk rariteitenkabinet (waarbij overigens moet worden aangetekend dat Roberts zussen Sandra en Carol niet aan het woord komen).

Uiterst accuraat schetst Crumb zo de context bij het oeuvre van een toonaangevende Amerikaanse kunstenaar, waarbij een sterke maag soms echt gewenst is en ’s mans werk hem, en ons, tevens lijkt te beschermen tegen grotere ellende.

Girl In The Picture

Netflix

Als de moeder van Tonya Hughes in het voorjaar van 1990 wordt opgebeld met het gruwelijke nieuws dat haar dochter, een stripper uit Oklahoma City, dood langs de kant van de weg is aangetroffen, reageert die resoluut: dat kan helemaal niet, Tonya is al twintig jaar dood. Uitroepteken. En dan blijkt de echtgenoot van ‘Tonya’ al jaren voortvluchtig te zijn. Deze Clarence Hughes, een veel oudere man, houdt er bovendien meerdere valse identiteiten op na en blijkt een flink strafblad te hebben.

Wie is de Girl In The Picture (102 min.) in werkelijkheid en welke rol heeft ‘Clarence Hughes’ gespeeld in haar korte leven? Uitstekende vragen voor een intrigerende true crime-docu, waarin regisseur Skye Borgman stukje bij beetje de tragische geschiedenis ontrafelt van Tonya, haar echtgenoot en de zoon, een tweejarige peuter genaamd Michael, die zij samen opvoedden. Het is een verhaal dat nog diverse onverwachte afslagen zal nemen en op enkele schokkende plekken gaat belanden.

Datzelfde ‘too bad to be true’-verhaal heeft eerder al z’n weg gevonden naar twee boeken van Matt Birkbeck, A Beautiful Child en Finding Sharon, en wordt nu geduldig uitgeserveerd, waarbij Borgman gedurig op en neer springt in de tijd, cruciale verhaalelementen heeft gereconstrueerd en nieuwe bronnen pas introduceert als de vertelling weer een oplawaai kan gebruiken. En al die tijd hangt boven de markt wat de ware identiteit is van de ‘mooie jonge vrouw die gevangen zat in het kwaad’ en wat er is geworden van haar kind.

En als (vrijwel) alle vragen aan het eind zijn beantwoord, dringt pas echt door hoe triest het leven van Tonya Hughes moet zijn geweest. Ze wist zelf niet eens wie ze was.

House Of Cardin

Genie. Visionair. Enigma. Bij de start van dit geautoriseerde portret van designer Pierre Cardin (1922-2020) regent het superlatieven. De verantwoordelijke sprekers vormen bovendien een indrukwekkende gastenlijst: ontwerper en protegé Jean Paul Gaultier, hardrocker Alice Cooper, zangeres Dionne Warwick, supermodel Naomi Campbell, componist Jean-Michel Jarre, actrice Sharon Stone en talloze andere (mode)ontwerpers. Gezamenlijk vertegenwoordigen ze tevens het enorme terrein dat Cardin in zijn lange, imposante loopbaan bestreek.

Er is vrijwel geen product te bedenken of Pierre Cardin heeft er zijn naam aan geleend. Haute couture, natuurlijk. Brillen. Parfum. Handdoeken. Dominospellen. Tassen. Deodorant. Sieraden. Make-up. Onderbroeken. Föhns. Auto’s. En zelfs vliegtuigen. Als de protagonist in House Of Cardin (97 min.) over zijn werk praat, spreekt hij regelmatig in de derde persoon. Alsof het niet van hemzelf is – nooit was ook – en moet worden toegeschreven aan een fenomeen dat hem, de man van vlees en bloed, volledig ontstijgt: Cardin.

Voor deze documentaire van P. David Ebersole en Todd Hughes uit 2019 is het complete archief van de invloedrijke ontwerper gelicht. Zo ontstaat een compleet overzicht van zijn carrière, die met name in de jaren zestig en zeventig een enorme vlucht nam. Als couturier vertaalde hij de tijdgeest naar somtijds futuristisch werk. Pierre Cardin begon in die periode tevens speciale mode voor mannen te ontwikkelen en zette bij de presentaties van nieuwe collecties ook de deur open voor zwarte en Aziatische modellen.

En zoals past bij een man van zijn statuur is er nu een film die hem, nog nét bij leven en welzijn, vol in de schijnwerper heeft gezet. De ontwerper Pierre Cardin om precies te zijn. De mens Pierre Cardin komt daar slechts zo nu en dan achter tevoorschijn en blijft dus – geheel in stijl bij een man die van zichzelf een symbool, een logo, maakte – enigszins een raadsel.

David Attenborough: A Life On Our Planet

Keith Scholey / Silverback Films / Piece Of Magic

Als iemand liefde voor de aarde verpersoonlijkt, dan is het David Attenborough. De Britse bioloog en televisiemaker mag vanwege zijn vele natuurdocumentaires en -boeken tegenwoordig zelfs ‘sir’ voor zijn naam zetten. Hij is inmiddels dik in de negentig en nog even bevlogen als altijd. ‘Dit is mijn getuigenverklaring en mijn visie voor de toekomst’, zegt de geboren verteller bij aanvang van David Attenborough: A Life On Our Planet (83 min.).

Deze film kan worden beschouwd als de aanbiedingsbrief bij zijn nalatenschap, gericht aan de wereld waarvan hij binnen afzienbare tijd toch afscheid zal moeten nemen. Het is een ontdekkingsreis door zijn eigen leven, de ontwikkeling van de aarde en de impact van de mens daarop, elementen die samenkomen in ‘s mans grenzeloze liefde voor mens, plant en dier en zijn zorgen over hun toekomst. Er zijn geen restricties, concludeert hij droef. ‘We kunnen blijven consumeren. Totdat de aarde op is.’

In zekere zin is deze documentaire van Alastair Fothergill, Jonnie Hughes en Keith Scholey herkenbaar als een typische Attenborough-productie: de imposante beelden van de aarde als habitat voor al wat leeft en de uit duizenden herkenbare stem waarmee hij die op weergaloze wijze toegankelijk maakt voor een groot publiek hebben nog niets aan kracht ingeboet. De toonzetting is alleen somberder. Hier spreekt een man die alles wat hem lief is door zijn handen ziet glippen.

‘De wereld is echt niet meer zo wild als ie ooit was’, lamenteert hij over de biodiversiteit die hij zijn hele leven lang heeft bezongen en die nu rücksichtslos dreigt te worden vertrapt. ‘Dat hebben we vernietigd.’ Attenborough zou echter Attenborough niet zijn als hij geen uitweg zag uit de misère. Deze persoonlijke getuigenis wordt afgesloten met een plan de campagne voor een behouden toekomst. ‘Als wij voor de natuur zorgen’, klinkt het vol vertrouwen, ‘zal de natuur voor ons zorgen.’

Eagles Of Death Metal: Nos Amis

HBO

Wat als een fijn hoofdstuk had moeten worden bijgeschreven in Het Grote Popgeschiedenisboek (rockheld neemt boezemvriend op sleeptouw en maakt vervolgens ook hem wereldberoemd) kreeg een inktzwarte bladzijde in de maag gesplitst: Bataclan.

Eagles Of Death Metal, de band van zanger/gitarist Jesse Hughes en zijn behulpzame vriend Josh Homme (frontman van Queens Of The Stone Age en voormalig gitarist van de invloedrijke woestijnrockband Kyuss), is onlosmakelijk verbonden geraakt met de terroristische aanslag bij een concert in Parijs op 13 november 2015.

Op die barre avond vonden 89 fans de dood. Eagles Of Death Metal: Nos Amis (83 min), een documentaire van acteur/regisseur (en zoon van) Colin Hanks, reconstrueert de gruwelijke gebeurtenissen en werkt toe naar de moedige terugkeer van de Amerikaanse rockband naar Parijs, slechts drie maanden later.

Zoals The Roling Stones in 1969 de tragedie bij Altamont (toen een festivalganger werd gedood door Hells Angels die waren ingehuurd als beveiliging) te boven kwam en Pearl Jam het Roskilde-festival van 2000 (toen negen fans werden dood gedrukt) overleefde, proberen Jesse Hughes en zijn band Bataclan een plek te geven.

Deze aangrijpende film zou een prima startpunt kunnen zijn. En dan zien we voor het gemak door de vingers dat Hughes’ controversiële uitspraken tijdens zijn terugkeer in Parijs, bijvoorbeeld over Bataclan-beveiligers die betrokken zouden zijn bij de aanslag, volledig achterwege zijn gelaten. Laten we die (logisch) onderdeel van een ongetwijfeld heftig rouwproces noemen.