Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor

DR

Inmiddels zijn ze met vijftien. En de lijst met halfbroers en -zussen blijft gestaag groeien. Ze stammen allemaal af van één en dezelfde man. Dat is hen overigens pas later, véél later, duidelijk geworden. Toen hij allang dood was.

Thomas Rasmussen maakt zich aan het begin van de straffe driedelige documentaireserie Mysteriet Om Den Danske Nazi-Donor (internationale titel: The Nazi Donor Mystery, 90 min.) van Søren Klovborg op om drie van zijn halfbroers en -zussen voor het eerst te ontmoeten in zijn huis op het Deense schiereiland Sjællands Odde. Ze delen een donorvader met een uiterst dubieus verleden: Walther Frisch (1917-1992) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog drie jaar bij de Waffen-SS.

In de loop van de jaren zestig heeft de Deense SS’er Frisch in zeker vier landen – Zweden, Finland, Denemarken en Duitsland – kinderen op de wereld gezet. Heeft hun vader daarmee het credo van zijn voormalige baas Heinrich Himmler in de praktijk gebracht? Volgens hem zou elke SS-officier minimaal vier kinderen moeten hebben. ‘Zijn wij het resultaat van die ideologie?’ vraagt zijn zoon Mats Rydberg, een Zweedse halfbroer van Thomas, zich nu af. ‘Of zijn we gewoon verwekt omdat hij dat kon?’

Samen met hun halfbroer Matthias Kötter en halfzus Charlotte Kudsk proberen Mats en Thomas ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Over het oorlogsverleden van hun vader, natuurlijk. Welke rol speelde Walther Frisch bijvoorbeeld bij een massa-executie in april 1944 in Graz, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden vermoord? Na de oorlog beweerde hun vader in de rechtbank dat hij op dat moment elders was, maar volgens deskundige Dennis Larsen loog hij dat het gedrukt stond.

En over wat er na er na de Tweede Wereldoorlog gebeurde: hoe kon het dat hun vader, ondanks zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, door het Zweedse Karolinska Sjukhuset werd ingezet als zaaddonor? Gebeurde dat gewoon tijdens werktijd of stiekem, in de donkere uurtjes, door specialisten van het ziekenhuis met nazisympathieën? En welke motieven had de man die werd omschreven als een leuke, grappige en genereuze persoon – ‘op dat ene ding na’ – daarvoor zelf?

Daarmee voegt Klovborgs miniserie een navrant element toe aan de stroom scandaleuze verhalen die in de afgelopen jaren al zijn losgekomen vanuit de ‘fertiliteitsindustrie’. Van de ene na de andere vruchtbaarheidsarts is inmiddels gebleken dat hij, in een tijd waarin ze zich onbespied waanden, onzorgvuldig is omgegaan met de selectie van spermadonoren en/of de bevruchting van patiënten met een kinderwens – of dat hij daarvoor, zoals de Nederlandse arts Jan Karbaat, zelfs zijn eigen zaad heeft gebruikt.

Die pijnlijke geschiedenissen zouden nooit boven tafel zijn gekomen zonder de introductie van DNA. En daar zijn ook de zoektochten van enkele Frisch-nazaten begonnen. Bij een onbezonnen DNA-test, soms zelfs als gevolg van een verjaardagscadeau. Met verstrekkende gevolgen. Terwijl zij de implicaties van die keuze proberen te bevatten, krijgen de vier zestigers met een onverwacht en ongewild oorlogsverleden vooralsnog nul op het rekest bij het Karolinska-ziekenhuis.

Zijn zij de belichaming van een doelbewust plan om nazi-genen veilig te stellen? Of simpelweg de nazaten van één enkele man die een geheel eigen en uiterst twijfelachtig levenspad heeft gekozen?

Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Tammie Zoekt Een Vriendje

Frenkie Media / BNNVARA

Hij hoeft echt niet knap te zijn. Niet rijk. Of slim. Journalist Tammie Schoots is dertig en valt volgens eigen zeggen op ‘muppets’, type ‘Jack & Jones-regioman’. Als transpersoon heeft ze echter nog nooit een echte relatie gehad. En dat wordt nu wel tijd, vertelt ze aan haar goede vriendin Lize Korpershoek, de maakster van Tammie Zoekt Een Vriendje (48 min.), de film die ze samen bedachten.

De twee gaan eerst maar eens langs bij kennisinstituut Movisie. 71 procent van de Nederlandse bevolking staat positief tegenover transmensen, aldus onderzoeker Karijn van den Berg. Tegelijkertijd zou een kwart van de Nederlanders z’n relatie verbreken als hun partner trans blijkt te zijn. En 54 procent van de bevolking wil volgens Van den Berg überhaupt geen relatie met een transpersoon. Daar schrikt Tammie van.

Tijdens het maken van deze tv-docu doet ze tevens interviews voor een vijfdelige podcast over hetzelfde thema, die door Korpershoek, samen met het inrichten van Tammies woning en animaties daarvan, als structurerend element wordt ingezet. Haar hoofdpersoon spreekt daarvoor bijvoorbeeld af met haar studievriendin Joppe, die inmiddels een relatie heeft met een jongen, en Sophie, een transvrouw die moeder is geworden.

Zulke ontmoetingen confronteren Tammie ook met wat ze wil én mist – en de diepe twijfel die ze voelt over zichzelf als ‘mislukte vrouw’. Geldt ook voor een transpersoon zoals zij gewoon ‘het recht om van gehouden te worden’? Tijd om de proef op de som te nemen en, de apotheose van deze sympathieke film, om te gaan daten.

Een Gevleugelde Herinnering

Daiara Tukano in het Mauritshuis / Ida Does / NTR

In 1644 keert Johan Maurits van Nassau-Siegen terug uit Brazilië met dertien schepen vol suiker, tabak, ivoor, tropisch hout, kunst en goud, ter waarde van toen 2,6 miljoen gulden. Met zijn Braziliaanse fortuin laat ‘Mauricio de Nassau’, die ook het pad effende voor de trans-Atlantische slavernij, in Den Haag het Mauritshuis bouwen, dat sinds 1882 dienst doet als museum met een historische collectie.

Ida Does start de documentaire Een Gevleugelde Herinnering (Portugese titel: Uma Memória Emplumada, 56 min.), een logisch vervolg op haar film Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij, met een zeer uitgebreide uitleg over de historische context van het museum. De boodschap is helder: de huidige beheerders van het Mauritshuis hebben zich te verhouden tot deze koloniale geschiedenis en de kunstwerken die daaruit zijn voortgevloeid.

De Braziliaanse kunstenares Daiara Tukano heeft inmiddels de opdracht gekregen om een muurschildering te maken. Als zij rondkijkt in het Mauritshuis, verbaast ze zich over sommige kunstwerken. Op een schilderij van Mary Stuart lijkt een donkere jongen bijvoorbeeld vooral als exotische accessoire te dienen. Waarom weten we niets van die jongen? vraagt ze zich af. Het is sowieso de vraag waarom zwarte personages eigenlijk altijd een onderdanige positie innemen?

Tegelijkertijd krijgt directeur Martine Gosselink – vertelt ze tijdens een bezoek van Braziliaanse museumdirecteuren – regelmatig ook de kritiek dat het Mauritshuis z’n eigen nest bevuilt en zijn oprichter te negatief benadert. Het is een ongemakkelijk gesprek. Kun en mag je van de schoonheid van kunst genieten, zonder de politieke en historische context ervan in ogenschouw te nemen? En hoe kan de dominantie van het witte westerse verhaal worden doorbroken?

Does heeft deze dialoog ingebed in een breed uitwaaierende vertelling, die zich voor een belangrijk deel ook in Brazilië afspeelt, waar Daiara en haar vader, een leider van het Tukano-volk, hun perspectief toevoegen. Die kijk op de pijnlijke historie, inheemse cultuur en thema’s en de kunst die deze hebben voortgebracht worden bovendien tot leven gewekt, met behulp van inheemse rituelen, poëzie en kunst en een bloemrijke soundtrack van Bernardo Bravo du Gomide.

Op de presentatie van Daiara Tukano’s muurschilderij, tijdens de Braziliëdag van 2024, komen deze elementen samen in het Mauritshuis, tijdens een nog wat onwennig gezamenlijk gezongen inheems lied. Zo klinken al die stemmen samen, als het rumoer voor even is verstomd.

Mijn Broer

Serious Film / KRO-NCRV

Thuis in het Zeeuwse dorp ‘s-Heer Hendrikskinderen hebben zijn ouders nooit een groot probleem gemaakt van de homoseksualiteit van Bart Davidse. Voor hen blijft de oudere broer van filmmaker Koert Davidse gewoon Bart. Ze spreken alleen nooit over zijn geaardheid. Ook niet als hij, inmiddels als kunstenaar woonachtig in Amsterdam, besmet raakt met het HIV-virus.

In het dagboek van zijn vader leest Koert een kleine veertig jaar later dat die boodschap wel degelijk is overgekomen. ‘Bart belt om zeven uur dat hij weer ernstig ziek is’, schrijft pa begin 1986, het jaar waarin zijn zoon op slechts 28-jarige leeftijd zal overlijden, in het dagboek waarin hij het leven en werk in hun tuinderij documenteert. ‘Zware koorts. Dat is al de derde maal binnen één maand. Wij zijn erg bang dat hij AIDS heeft.’

Als familie weten zij zich geen raad met de situatie. ‘Ik weet nog heel goed dat ik met ma bij Bart zijn bed zat’, herinnert Koert zich. ‘Hij lag op de IC. Toen liep er een traan uit zijn oog.’ Als z’n moeder die wil wegvegen, houdt Koert haar tegen, bang voor besmetting. ‘We wisten dus echt niks van AIDS’, constateert hij nu, vol schaamte. ‘Echt verschrikkelijk!’ ‘Ja’, reageert zus Karin, terwijl ze strak voor zich uit kijkt. ‘Klopt.’

Samen met Karin, hun andere zus Wilma en vrienden uit Barts andere leven in Amsterdam reconstrueert Davidse het veel te korte bestaan van zijn grote broer. In de hoofdstad zal Bart zich vestigen als kunstenaar en kan hij zich uitleven in darkrooms, leerbars bezoeken en cruisen op straat. En daar, in dat Sodom en Gomorra, ligt volgens de veelal vrome mensen uit z’n geboortedorp ook de oorsprong van zijn ondergang.

In Mijn Broer (83 min.) onderzoekt Koert Davidse de enorme afstand tussen Barts levens, die na het overlijden van zijn broer ernstig opspeelt. De Zeeuwse begrafenisondernemer blijkt bijvoorbeeld niet bereid om zijn lichaam op te halen. En er is eigenlijk ook geen kerk die de uitvaart wil verzorgen. Behoedzaam waadt deze delicate film door dat ongemakkelijke verleden, met oog voor beide kanten van het verhaal.

Davidse ondersteunt zijn relaas met live geënsceneerde foto’s, die dierbare herinneringen aan het leven met zijn broer en belangrijke momenten uit zijn beladen ziekteproces en afscheid representeren. Tegelijkertijd maakt hij ook weer kennis met die broer via zijn kunst en bezittingen, die tezamen zijn opgenomen in de expositie Bart Davidse: Een Leven In Beelden, die zijn bewonderde broer weer tot leven wekken.

En met hem wordt ook die traumatische episode uit de wereldwijde queerhistorie, nog niet eens zo lang geleden, weer uitgelicht. Als een dodelijke ziekte ook in Nederland homo’s nog eens extra tot outcast verklaart.

Pretpark Hennie

Captains / BNNVARA

De deadline is helder: 23 maart 2025. Dan moet het attractiepark Rivoli in Rotterdam open. Na twaalf jaar stug doorgaan, flink aanmodderen en vechten tegen de bierkaai. Initiatiefnemer Hennie van der Most wordt op die dag 75 jaar. Het park is zijn laatste kunstje, zegt ie zelf in Pretpark Hennie (51 min.).

Van der Most is de verpersoonlijking van de ‘selfmade man’. De Overijsselse ondernemer heeft dyslexie, is twee keer blijven zitten op de lagere school en heeft de LTS niet afgemaakt. Lezen en schrijven kan Hennie niet of nauwelijks, maar hij heeft wel talloze succesvolle horecaondernemingen, zoals Preston Palace en Kernwasser Wunderland, uit de grond gestampt. Als weinig anderen heeft hij gevoel voor wat de gewone Nederlander leuk en lekker vindt. Kip Piri-piri bijvoorbeeld.

Bij Rivoli lijkt de man z’n mojo alleen kwijt. Het vertrouwen dat het attractiepark daadwerkelijk ooit z’n deuren open daalt zienderogen in Rotterdam. En ook de onverschrokken Hennie lijkt soms te twijfelen. Als filmmaker Max Ploeg het verhaal in 2024, zo’n half jaar voor zijn 75e verjaardag, oppikt voor deze tragikomische documentaire, hangt Van der Mosts droomproject, waarin hij al zo’n 45 miljoen eigen vermogen heeft gestoken, al enige tijd aan een zijden draadje.

Omdat de gemeente Rotterdam z’n erfpacht niet wil verlengen bijvoorbeeld. Dat moeten ze nu eindelijk eens doen, zegt Van der Most tegen een interviewer van Radio Rijnmond. Anders komt ie echt in de problemen. Hij wordt er helemaal tureluurs van. ‘Maar u heeft vast wel iemand in dienst die dat allemaal voor u uitpluist’, reageert zijn gesprekspartner. ‘Nou, de mensen die ik in dienst heb’, maakt Hennie van zijn hart opnieuw geen moordkuil, ‘die snappen er ook helemaal niets van.’

Zo krijgt hij de lachers regelmatig (on)bedoeld op zijn hand. Ploeg speelt dat ook uit in z’n film. Als de no nonsense-ondernemer een nieuw concept bedenkt rond de frikadel speciaal bijvoorbeeld. Of als hij zijn hoofd en voeten thuis laat masseren door twee identiek geklede oosterse assistentes, Parichat en Chayanin, die hem in de huishouding ondersteunen. Van der Most is echter (en wordt ook in dit aandoenlijke portret) zeker geen lachertje.

Zijn vasthoudendheid, doorzettingsvermogen en creativiteit spreken beslist tot de verbeelding en maken van de horecatycoon een onweerstaanbaar personage. Een geboren optimist, die soms groter denkt dan goed voor hem is. Een man ook met een hart voor, zoals hij dat zelf zegt, ‘mensen met een smetje’. Zelfs als alles tegenzit, kan hij nog troost halen uit een vaas met een roos erin op z’n kantoor, waar hij zo nu en dan met pen en tipp-ex de plattegrond van zijn park aanpast.

Max Ploeg portretteert hem te midden van zijn getrouwen, op een missie die tot mislukken gedoemd lijkt. Een idee waarin Hennie van der Most alles heeft gestopt wat ie heeft. Als het mislukt, gaat hij volgens eigen zeggen ‘naar de kloten’. Deze film documenteert dat moeizame proces met zwierige muziek, milde humor en enkele lekker creatieve bokkensprongen en koerst zo af op een enigszins onbevredigend en tegelijkertijd ook wel passend einde.

Een Goede Moeder

Tangerine Tree / KRO-NCRV

Achter de roze wolk komt een grijze of zelfs zwarte wolk tevoorschijn. Het moederschap, vaak lang naar uitgekeken en al even vaak totaal geïdealiseerd, valt sommige ouders gewoon zwaar. Als een klamme deken die hen elke vorm van lucht ontneemt. Ze mogen ’t er alleen niet over hebben. Want: Je. Moet. Gelukkig. Zijn. En: Je. Kind. Is. Geweldig. Een burn-out is dan helemaal niet zo ver weg.

In de korte interviewfilm Een Goede Moeder (23 min.) vertellen drie Nederlandse moeders over hun worsteling. ‘De negatieve verhalen hoorde je eigenlijk niet’, vertelt Erin bijvoorbeeld. ‘Alleen de roze wolken.’ Jasmijn vult aan: ‘Het is niet iets wat je aan de grote klok hangt.’ En Elleke weet wel waarom: ‘Als je erover praat dat je het niet leuk vindt, lijkt ’t dat je dus je kinderen niet leuk vindt.’

Regisseur Kim Faber omlijst hun persoonlijke ontboezemingen met een geënsceneerd gesprek met De Oudertelefoon, dat is gebaseerd op echte telefoontjes naar de hulplijn. Het zijn overigens vooral moeders die ze daar aan de lijn krijgen. Vaders melden zich zelden. Die voelen waarschijnlijk ook minder druk om zich te bewijzen als ouder – vanuit zichzelf, maar ongetwijfeld ook vanuit hun omgeving.

Faber heeft haar hoofdpersonen in een bijzonder fraaie omgeving geplaatst: een perfect opgeruimde kamer, met klinisch wit interieur. Die staat vast model voor het irreële beeld dat sommige vrouwen vooraf hebben van het ouderschap. Alsof alles crescendo zal gaan, ze ’t véél beter zullen doen dan hun eigen ouders en de gelukskraan voor de rest van hun leven zal worden opengedraaid.

Zoals wel vaker is de werkelijkheid een stuk weerbarstiger. Als die baby niet wil stoppen met huilen, het huis continu een puinzooi blijft en die vermoeidheid van geen wijken wil weten. Deze moeders zijn er bijna aan onderdoor gegaan, maar kunnen er inmiddels weer over vertellen – en dan niet anoniem zoals de vrouwen in het wat urgentere Spijtmoeders, die überhaupt liever geen moeder waren geworden.

Houden van hun kind, zo laat ook deze interessante film weer zien, doen ze echter allemaal. Want dat gaat doorgaans – roze, grijze of zwarte wolk – wel degelijk vanzelf.

De Wolkenfietsers – Erfenis Van Een Droom

NTR

Ze behoren tot de tweede generatie wolkenfietsers. De broers Ruud en Gijs van de Wint beheren en exploiteren De Nollen, een voormalige vuilnisbelt in de duinen bij Den Helder die door hun vader Rudi gedurende ruim 25 jaar werd omgeturnd tot een levend kunstwerk. In de natuur bij zijn geboortestad maakte hij met bunkers, sculpturen en andere kunstwerken een klein paradijs. In het onderhoud daarvan gaat alleen enorm veel werk inzitten. Bovendien is de boel in z’n huidige vorm nauwelijks rendabel te krijgen.

‘Zorg ervoor dat je ‘t afmaakt!’ hield de kunstenaar zijn zoons voor, voordat hij in 2006 plotseling overleed. En daarvan hebben zij een levensopdracht gemaakt. In de woorden van oudste zoon Ruud: ‘Je boetseert door waar hij gestopt is.’ Buitenmens Ruud fungeert als geweten van De Nollen, de representant van zijn lekker dwarse vader die niets moest hebben van de reguliere kunstwereld. Zijn jongere broer Gijs, een echt mensenmens, zet daar realisme naast. Om te kunnen overleven moet De Nollen ook worden vernieuwd.

In de zeer fraaie documentaire De Wolkenfietsers – Erfenis Van Een Droom (67 min.) volgt Gülsah Dogan de missie van de twee broers, die zelf met hun gezinnen ook in De Nollen zijn neergestreken. Zij leven letterlijk de droom van hun vader. Die wordt, al naar gelang je gezichtspunt, verrijkt/bedreigd door plannen om ook een R.W. van de Wint-museum te starten in de groene oase. Daar zouden de honderden schilderijen, die nu in Van de Wints opslag liggen te verstoffen, toegankelijk kunnen worden gemaakt.

Beoogd directeur Ralph Keuning wil van het museum in wording echter ‘geen mausoleum voor Rudi van de Wint’ maken, maar een bruisende plek waar ook ruimte is voor ‘de Rothko van 28 van nu’. Zo hoopt hij de 7.000 mensen die De Nollen nu per jaar ontvangen op te krikken naar zo’n 50.000 bezoekers. En dat roept bij de conservatoren van de droom van ‘de grootste kosmische kunstenaar’ Rudi van de Wind (1942-2006), zijn zoons Ruud en Gijs, serieuze vragen op. Gaat dit niet in tegen alles waar hun vader voor stond?

Want hun landschap mag dan een levend organisme zijn – bijzonder fraai vastgelegd met (drone)shots – het moet wel een eigen universum blijven. Cultuurclash verzekerd – ook, indirect, tussen de broertjes. Dogan vangt intussen de passie van de twee mannen, die altijd een kind van hun vader zullen blijven. Dit is wat ze zijn. Wat ze waren. En wat ze (willen) blijven. Ook als de meningen uiteenlopen over hoe precies. En ze mogen dan moeilijke tijden hebben gekend, in al die jaren is er nooit ook maar één schilderij verkocht.

Met parallellen tussen heden en verleden, door het vermengen van actuele scènes met de zoons en archiefbeelden van hun vader, laat Gülsah Dogan bovendien zien hoe zij daadwerkelijk een eenheid vormen met de oorsprong van De Nollen. En het ‘buitenlaboratorium’ voor Van de Wints kunst en de verheven vaderliefde van zijn zoons vormt meteen een idyllisch decor voor deze intrigerende parabel over de strijd tegen institutionalisering en het behouden van je idealen. Zonder daarbij te bevriezen in de tijd.

Een Vrouw Als Monique

Amstelfilm

Met haar documentaire over een Nederlandse topcameraman, Living The Light – Robby Müller, gooide Claire Pijman in 2019 niet alleen nationaal, een Gouden Kalf, maar ook internationaal hoge ogen. Voor haar portret van een ander icoon van de Nederlandse film, actrice Monique van de Ven, kiest ze voor een onconventionele aanpak.

Een Vrouw Als Monique (82 min.) is geen traditioneel acteursportret, waarin de hoofdpersoon, haar intimi en de talloze regisseurs en collega’s met wie zij werkte geanimeerd terugblikken op haar lange loopbaan, die met een sprekende collage van privébeelden, reportages en filmfragmenten nog eens grondig wordt doorgelopen.

Pijman heeft Monique van de Vens leven en loopbaan ondergebracht in een fictief verhaal over een oudere actrice die in haar vakantiehuis aan zee een gestrande jongeman met een kapotte fiets opvangt, een rol van Joes Brauers. Samen met hem laat ze, aan de hand van plakboeken en filmscènes, haar leven nog eens de revue passeren.

Zo ontvouwt zich een delicate balanceeract tussen spel en werkelijkheid, waarmee Van de Ven in zekere zin zichzelf kan portretteren. ‘Ze schommelt de hele tijd tussen echt en onecht’, legt de acterende/geacteerde versie van de actrice in een metascène uit aan de geacteerde acteur tegenover haar, die voor 24 uur haar bezoeker is. ‘Echt supervaag!’

Claire Pijman matcht de gebeurtenissen in die vakantiewoning met scènes uit/rond films als Turks Fruit, Keetje Tippel, Een Vrouw Als Eva, De Aanslag, Iris en Een Maand Later en lardeert dit geheel weer met korte gesprekken van haar hoofdpersoon met de filmmakers Paul Verhoeven en Nouchka van Brakel, die uiteindelijk wel een Fremdkörper blijven.

Binnen dat geheel, gebaseerd op een script dat Pijman schreef met Fabie Hulsebos, is er alle ruimte voor de oudere actrice Monique van de Ven om de kernervaringen en grote emoties uit haar leven, zoals bijvoorbeeld bij het overlijden van haar eenjarige zoontje Nino in 1993, op een open en veilige manier uit te spelen of bespreekbaar te maken.

En Joes Brauers speelt het spel in deze subtiele film tot aan het eind mee. Als duidelijk wordt wat zijn rol werkelijk is in dit verhaal van/over/met Monique van de Ven.

Een Veilige Plek

Max

Samen met haar echtgenoot, de violist en dirigent Jaap van Zweden, heeft Aaltje van Zweden-van Buuren vier kinderen. Hun derde kind Benjamin heeft autisme, een verstandelijke beperking en epilepsie. Nadat de Van Zwedens lang tevergeefs hebben gezocht naar een geschikte woonplek voor hun inmiddels volwassen zoon, zijn ze in Laren een zogenaamd Papageno Huis gestart, een plek waar Nederlanders met een autismespectrumstoornis zich thuis kunnen voelen. Inmiddels wordt er in Lemmer aan de opstart van het Papageno Huis Fryslân. En als het aan Aaltje ligt komen er nog veel meer van zulke beschutte plekken voor kwetsbare kinderen.

Tegelijkertijd vraagt ze zich in Een Veilige Plek (54 min.) af: ‘Hoe dun is het laagje van onze beschaving?’ Want altijd als het erom spant, zijn het de kwetsbaren in de samenleving die aan het kortste eind trekken: de mensen met een psychische stoornis of een lichamelijke of verstandelijke beperking. Bij het Apeldoornsche Bos ontmoet Van Zweden bijvoorbeeld psycholoog Jetty Kropveld. Toen zij in 1945 werd geboren, was haar zes jaar oudere zus Lida, een meisje met een ontwikkelingsachterstand, al afgevoerd naar Auschwitz. Daar werd thuis echter nooit over gesproken. Het tragische lot van ‘het kind’ zou Jetty’s ouders niettemin hun hele leven achtervolgen.

Kinderen zoals Benjamin en Lida worden al snel als nutteloos beschouwd en dreigen vervolgens buiten de maatschappij te worden geplaatst, terwijl ze volgens Van Zweden juist zichtbaar zouden moeten zijn. Ze moeten als het ware gedeeld worden met de buitenwereld. In dat opzicht is er in het Oekraïense overheidsinternaat Moekatsjevo nog een wereld te winnen. Rond dit relikwie uit de Sovjet-tijd, waar vroeger kinderen die waren afgestaan aan de staat werden opgevangen, is nog altijd een hek opgetrokken. Toch proberen ze er nu een thuis te creëren voor Oekraïense kwetsbare kinderen en volwassenen, die hebben moeten vluchten voor de oorlog.

Aaltje van Zweden bezoekt in deze tv-docu van Erwin van den Berg ook nog een vluchtelingenopvang in Huizen, waar enkele Oekraïense moeders haar vertellen hoe ze omwille van hun kind huis en haard hebben verlaten. Het zijn aangrijpende verhalen, die het belang van plekken waar ook kwetsbare mensen tot hun recht komen nog eens benadrukken. Van Zweden beschouwt ‘t duidelijk als haar persoonlijke opdracht om daarvoor aandacht te vragen. Dat is natuurlijk een loffelijk streven, maar deze film blijft ook enigszins op dat niveau steken. Een Veilige Plek is vooral een aardige bijsluiter voor haar missie en wordt soms ook bijna een promofilm voor de Papageno Huizen.

Ik Was Een Kind

Doxy / EO

‘Wat heb ik van die man gehouden!’ constateert Anneloes van ‘t Licht aan het einde van Geertjan Lassches indringende film Ik Was Een Kind (76 min.). Het is een bijzonder wrange conclusie. Diezelfde man – haar eigen vader, inmiddels overleden – heeft haar ook gesloopt.

Als zestienjarig meisje deed Anneloes aangifte tegen hem, een bekende SGP-politicus. Vanwege seksueel misbruik. Incest. Nu, 25 jaar later, overziet ze de schade die dat heeft veroorzaakt in haar leven. De manier waarop ze na die aangifte, ook tegen haar broer, werd behandeld vond ze nog erger dan het misbruik zelf. Ze werden bovendien niet veroordeeld – ook niet in hoger beroep. Het bewijs zou onrechtmatig zijn verkregen.

Voor deze documentaire heeft Anneloes brieven rondgestuurd, in de Gereformeerde gemeenschap waarbinnen ze opgroeide. De brief aan haar moeder heeft ze persoonlijk bezorgd. Slechts een enkeling – een broer van vader, een nicht, een gezinsverzorgster – blijkt bereid om met haar in gesprek te gaan. Net als tal van hulpverleners, die ze in die heftige periode en het van tragiek doortrokken leven daarna, op haar pad vond. 

Van ‘t Licht nodigt hen uit, om de maalstroom van gebeurtenissen die haar hebben getekend door te nemen, om er samen vat op te krijgen. Lassches camera is daarbij permanent gericht op de hoofdpersoon, die centraal in beeld zit. De anderen zijn niet meer dan passanten in haar schrijnende relaas. ‘Ik moet dit doen’, houdt ze zichzelf voor in dagboekfragmenten die de ontmoetingen inkaderen. ‘Voor mezelf, voor m’n kinderen.’

Met deze documentaire wil Anneloes zichzelf laten zien, ‘met alles wat er in mij zit’. Woede bijvoorbeeld. Over de ‘victim blaming’, verhalen over ‘seksueel wervend gedrag’. ‘Dat jullie ‘t in het verborgene willen houden, ergens snap ik het zelfs nog’, zegt ze boos tegen de camera. ‘Maar stóp met mij de schuld geven. Ík heb niet mezelf misbruikt.’ Ze laat een stilte vallen. ‘En ma, u weet, u wéét, dat ik de waarheid spreek. U wéét het.’

Ik Was Een Kind is echter niet zozeer een keiharde afrekening met haar familie als wel een poging om te begrijpen wat er is gebeurd, waarom haar dierbaren hebben gehandeld zoals ze deden en wat dit nu voor haar betekent. De film markeert wel het afscheid van een waardensysteem en de bijbehorende zwijgcultuur, waarvan Anneloes niet langer deel uit wil en kan maken – ook al zit dit, of ze nu wil of niet, diep in haar verankerd.

Die worsteling met het verleden, haar familie en zichzelf is pijnlijk om te zien. Een lijdensweg, een afspiegeling van de weg die ze daadwerkelijk heeft moeten afleggen, die in het hier en nu, voor de camera, nog eens wordt opgeroepen, om die dan, als ‘t enigszins kan, definitief achter zich te laten. Zodat de vrouw, die gedwongen door de omstandigheden altijd kind moest blijven, nu eindelijk in het heden kan gaan leven.

Een Kano Naar Zee

Amstelfilm

‘Weinig mensen beseffen dat zij die in Rotterdam, het Rijnmondgebied of in het Westland wonen voortdurend de kans lopen om, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, in één klap uitgerookt, vergiftigd of opgeblazen te worden’, stelt een stem op gezaghebbende toon bij beelden van zware industrie en een uitslaande brand in het Rotterdamse havengebied. ‘Men leeft hier in feite op een vulkaan die elk moment kan ontploffen, maar de bewoners en de overheid blijven toekijken hoe het waterweggebied zich ontwikkelt tot een gouden delta, terwijl ‘t in feite niet meer is dan een industrieel getto, waar iedereen die erin woont z’n leven ter beschikking stelt als offer aan wat wij welvaart noemen.’ De man laat een dramatische stilte vallen. ‘We stinken erin..!’

Het alarmistische filmpje – gericht tegen Shell in het bijzonder, waarbij de S consequent wordt weggelaten en de tweede l soms ook – markeert de ommekeer in het denken over de haven van Rotterdam. Van grote aanjager van werkgelegenheid en welvaart in de jaren na de Tweede Wereldoorlog naar steen des aanstoots voor eenieder die het milieu liefheeft. Die imagoverandering begint zich te voltrekken vanaf de jaren zeventig, vermoedelijk ook de periode dat het antifilmpje werd gemaakt, en is door regisseur André van der Hout zo’n beetje halverwege zijn erg lijvige documentaire Een Kano Naar Zee (135 min.) geplaatst. Als scharnierpunt in een groter verhaal over de ontwikkeling van het Rotterdamse havengebied in de afgelopen honderd jaar.

Met archiefquotes en nieuwsbeelden en -reportages, ingekaderd door interviews met allerlei deskundigen en direct betrokkenen, schetst hij eerst de ‘Polderconsensus’ die ervoor zorgt dat het havenbedrijf heel lang min of meer vrij spel krijgt. Daardoor moeten woon- en natuurgebieden bijna per definitie wijken voor de economische vooruitgang die de haven heeft te bieden. Daarna belicht Van der Hout de periode waarin, aangejaagd door de Club van Rome, de schaduwzijden van fossiele brandstoffen zoals kolen en olie steeds nadrukkelijker aan de orde worden gesteld. En dit zorgt voor een fundamentele discussie over de toekomst van ‘de meest gehavende stad van de wereld’. Kan die met enige aanpassingen op de oude voet verder?

Biedt technologie wellicht de oplossing? Of is toch een totaal andere manier van denken noodzakelijk? Daarover verschillen de meningen in deze helikopterview op de Rotterdamse haven, die te midden van alle uiteenlopende visies over hoe de levensader wel of niet de toekomst in moet wel wat sjeu en kleine individuele verhalen had kunnen gebruiken. De menselijke maat komt nu in de vorm van enkele fraaie muzikale intermezzo’s van Ferry Heine & De Kift, die lucht geven aan een documentaire die verder volledig op de inhoud zit.

Ben Ik Een Moordenaar?

Doxy

De gebeurtenissen op 7 oktober 2023 in Israël en de navolgende respons in Gaza hebben Simonka de Jong opnieuw aangezet. Hoe kan ‘t dat mensen in staat zijn om te doden? En schuilt er ook in haar – ze kan er zich eigenlijk niets bij voorstellen – een persoon die een ander mens van het leven zou kunnen beroven? Ofwel: Ben Ik Een Moordenaar? (53 min.).

Met die vraag gaat De Jong op pad. Het is zeker in haar geval een beladen kwestie. Haar ene opa Karl zat vijf jaar in Auschwitz, terwijl bijna de hele familie van haar andere opa Loe, de bekende chroniqueur van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd vermoord in Sobibor. Ze heeft haar hele leven geprobeerd om daar zo min mogelijk aan te denken. Simonka de Jong wil, vertelt ze in één van de voice-overs waarmee ze deze persoonlijke film begeleidt, haar eigen gevoeligheid beschermen. Niet verharden.

Ben ik te zacht voor deze wereld? vraagt ze zich tegelijk af. Of ben ik gewoon naïef? Als haar zoons zich vermaken met een schietgame, kan ze ’t al bijna niet aanzien. Uiteindelijk laat De Jong zich overtuigen om ook eens achter zo’n digitale loop van een geweer te kruipen en simpelweg te schieten. In Israël spreekt ze verder met voormalig sluipschutter Nadav Weiman, inmiddels actief bij Breaking The Silence, een veteranenorganisatie die kritisch is op het Israëlische leger. Hij kent deze ervaring uit het echte leven en is ervan overtuigd dat iedereen, in de ‘juiste’ omstandigheden, in staat is om te doden.

Dat is tevens de boodschap van Alette Smeulers, hoogleraar internationale misdrijven: juist denken dat ’t jou nooit zal overkomen is gevaarlijk. En dus probeert De Jong zich over te geven aan een antiterreur-, veiligheids- en afweertraining bij het Israëlische leger, waar ze in nagebootste crisissituaties wordt gebracht en een automatisch wapen in haar handen krijgt gedrukt, met de uitdrukkelijke boodschap om er eens mee te vuren. Wat maakt dit los in haar, de Nederlandse vrouw die wars wil zijn van elke vorm van geweld?

Durft ze tijdens therapiesessies ook de woede over wat haar eigen familie tijdens de oorlog is aangedaan, voor het nageslacht vereeuwigd op het Nationaal Holocaust Namenmonument in Amsterdam, toe te laten? En hoe wapenen anderen, zoals de voormalige Israëlische schietinstructrice Becca Strober, de Palestijnse vredesactivist Issa Amro en haar eigen zoons, zich tegen de onvermijdelijke drang om wild om zich heen te slaan als ze worden bedreigd – en zo van slachtoffer dader te worden?

Ben Ik Een Moordenaar?, aangezet met geladen klassieke muziek, wordt daarmee een interessante en actuele persoonlijke zoektocht naar het geweld dat in ons allen schuilt: een afschrikwekkend beest dat recht in de ogen moet worden gekeken om het, in elk geval voorlopig, koest te kunnen houden.

De Thuiskomst

Doxy

‘Toen God naar de hemel was verwezen’ constateert Jos de Putter halverwege zijn documentaire-essay De Thuiskomst (50 min.), ‘nam de mens zijn plek in op aarde. En die mens maakte vervolgens van God een wetenschapper. Waar hij zich dan weer aan kon spiegelen.’

Het is een logische stap in zijn betoog over hoe de mens stelselmatig heeft gestolen van de aarde. Hijzelf niet in het minst: De Putter rekende uit dat hij in de afgelopen dertig jaar als filmmaker zo’n 21 keer de aarde rond heeft gereisd. Is de kracht van die films – van z’n debuut Het Is Een Schone Dag Geweest (1992), over het boerenbedrijf van zijn ouders, tot pak ‘m beet A Way 2 B (2022), een vlammende hybride van docu en dans – voldoende om zijn eigen ecologische voetafdruk te verantwoorden?

Voor een film over dit onderwerp is in elk geval een andere benadering nodig. Indachtig de filosoof Walter Benjamin wil De Putter ditmaal niet als reiziger, die allerlei avonturen beleeft, zijn verhaal vertellen, maar als een boer die de wisselende seizoenen meemaakt. Hij neemt zich voor om nu niet te reizen en elders in de wereld verhalen op te halen, maar om gebruik te maken van de verhalen die hij eerder heeft verteld of de korte films van anderen, die hij heeft geproduceerd. Een recycle-docu, zogezegd.

Vanuit alle uithoeken van de wereld – van Brazilië en Nieuw-Zeeland tot Mexico en Nepal – tekent De Putter zo de verstoorde relatie tussen de mens en de aarde op. Én hij breekt de belofte aan zichzelf en reist toch, per trein, naar Londen. Voor een gesprek met de Britse auteur Karen Armstrong. In Sacred Nature onderzoekt zij de invloed van religie op onze houding tegenover de wereld. De moderne mens is z’n heilige ontzag voor de natuur kwijt en ziet de aarde simpelweg als een soort decor voor zijn eigen leven.

Volgens Armstrong moet de mens God terugroepen uit de hemel en het Goddelijke in de wereld om hem heen weer te gaan zien. Dat gaat alleen bepaald niet vanzelf. Jos de Putter illustreert dit met oude afleveringen van het VPRO-programma Diogenes, videobrieven voor De Correspondent en fragmenten uit recente documentaires zoals I Am The River, The River Is Me en Schone Bergen. De microverhalen die daarin worden verteld krijgen daarmee een nieuwe plek in een groter, persoonlijk ingestoken narratief.

Over de ontheiliging van de aarde, die nodig zijn Goddelijke dimensie terug moet krijgen.

Marion Bloem – Een Meisje Van 70

AVROTROS

Als ze schrijft, is ze gelukkig. Als Marion Bloem afscheid heeft moeten nemen van haar man Ivan Wolffers (1948-2022) zoekt ze echter haar toevlucht tot schilderen. ‘Schrijven is m’n echtgenoot, film maken is m’n vriend, schilderen is m’n minnaar’, vertelt ze in dit persoonlijke portret van regisseur Saskia Vredeveld. ‘Ik deed ’t dus als het ware een beetje stiekem. Ik moest de momenten stelen van het andere werk waar ik van hou.’ Nu, zonder Ivan, is alles alleen anders.

Vredeveld volgt de Indisch-Nederlandse schrijfster voor Marion Bloem – Een Meisje Van 70 (53 min.) in de anderhalf jaar nadat de man, met wie ze ruim een halve eeuw samen was, uit haar leven is weggevallen. Ze werkt toe naar een expositie met haar eveneens overleden zus Joyce in Amersfoort, brengt orde in het huis dat ze samen met Ivan bewoonde (en dat wellicht in de verkoop gaat) en probeert intussen de rouw toe te laten, zonder dat die haar leven volledig op slot mag zetten.

Marion Bloem brak in 1983 door met de roman Geen Gewoon Indisch Meisje, waar zij zelf, als gracieuze schoonheid, op de omslag stond. ‘Ik werd vanaf dat boek ineens belaagd door zestienjarige jongens die beste vrienden met me wilden worden en vroegen of ze konden komen spelen’, herinnert haar zoon Kaja Wolffers zich bij de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs aan zijn moeder, slechts een maand na het overlijden van z’n vader. ‘Hun interesse in ongewone Indiase meisjes was… pittig.’

Met vlogjes en persoonlijke berichtjes documenteert zijn moeder het intieme proces dat ze nu doormaakt voor deze film. ‘De zoveelste slechte dag’, schrijft ze bijvoorbeeld aan Vredeveld, als ’t haar even zwaar te moede is. ‘Volgens bevriende weduwen kan dat nog 30 jaar duren.’ Na verloop van tijd begint ze toch ook weer officieel te schrijven. ‘Ik zoek nog’, concludeert Marion Bloem dan. ‘Ik blijf zoeken naar zinnen die mij kunnen vertellen waar ik me bevind en wie ik ben nu hij er niet meer is.’

Via de woorden vindt ze in dit aardige portret zo de weg terug naar het leven, dat niettemin voorgoed veranderd is door de dood.

Een Oekraïens Dorp In Vlaardingen

Studio New West / BNNVARA

Terugkeer blijft het uitgangspunt voor de 200.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Toch start de gemeente Vlaardingen begin 2023 met de bouw van een tijdelijke wijk voor duizend Oekraïners. Hun nieuwe woonomgeving voor de komende drie jaar krijgt de naam Mrija: Oekraïens voor droom.

‘Dit moet slagen, mensen’, zegt burgemeester Bert Wijbenga. ‘We kunnen dit niet niet laten slagen.’ Daarvoor zijn de belangen veel te groot. En daarom geeft Wijbenga documentairemaker Jack Westerlaken ook een kijkje in de keuken bij het bouwproject waarbij nogal wat hoekjes worden afgesneden: wellicht zorgt het filmen nog voor wat extra druk om er met z’n allen écht de schouders onder te zetten.

Met dat project onderscheidt Een Oekraïens Dorp In Vlaardingen (59 min.) zich meteen van andere docu’s over Oekraïense vluchtelingen in Nederland, zoals Alles Goed van Peter en Petra Lataster. Want deze film gaat, meer dan over mensen die in den vreemde een nieuw bestaan opbouwen, toch vooral over Nederland Regelland en vertoont in dat opzicht ook overeenkomsten met de docuserie Droomdorp, over de moeizame verwezenlijking van een ‘dorpslandgoed’ in Almere.

De gemeente Vlaardingen heeft te kampen met een overheid die in de afgelopen jaren, volgens wethouder Ivana Somers-Gardenier, ‘alle kanten op zwabbert’. De ‘beschermvrouwe van Oekraïners in Vlaardingen’ is echter niet van plan om zomaar over zich heen te laten lopen. ‘Want deze gemeenteraad slaapt ‘s nachts, hè?, en niet op de dag’, houdt ze in onvervalst Vlaardingse tongval de andere deelnemers aan een moeizaam overleg voor. ‘Dat kan het rijk wel denken. Maar, nee!’

Intussen wordt er in Vlaardingen zelf gemord over dat bijzondere woonproject. Reguliere woningzoekenden moeten namelijk gewoon op hun beurt wachten. En wie betaalt dat eigenlijk, zo’n wijk voor Oekraïners? zingt ’t rond in Vlaardingen en deze film. Wij dus, het gewone volk. En integreren die lui nog wel, als je ze daar allemaal bij elkaar zet? Terug naar eigen land gaan ze sowieso niet. Voorlopig wordt er daar nog gewoon gevochten. En als hun kinderen hier eenmaal hun plekje hebben gevonden…

Vlaardingen lijkt, kortom, wel Nederland in het klein. Ook in hoe het project wordt aangepakt. Terwijl op het ene moment de deuren van basisschool De Vriendschap opengaan en staatssecretaris Eric van der Burg de wijk officieel komt openen, worden de besprekingen over een exitstrategie voor Mrija alweer opgestart. Want in 2026 moet datzelfde Oekraïense dorp worden ontmanteld. Misschien dat Vlaardingse woningzoekenden er dan nog hun voordeel mee kunnen doen.

‘Als we dit kunnen doen voor vluchtelingen, dan moet je dit ook kunnen doen voor je eigen inwoners’, concludeert wethouder Somers-Gardenier in deze treffende weerslag van het Vlaardingse bouwproject, dat zowel Neerlands goede wil als de bijbehorende regeldrift representeert. ‘Je kan dus gewoon zo’n woonwijk bouwen. Héél snel. Dan zijn we toch met z’n allen gek dat we dat niet doen?’

Sporen Van Een Spermabank

KRO-NCRV / vanaf dinsdag 17 december op NPO Start

Zouden sommige vruchtbaarheidsartsen, donoren en medewerkers van spermabanken in het verleden de overtuiging hebben gehad dat het doel alle middelen heiligde? En dat toch niemand erachter zou komen hoe ze hun klus klaarden? De misstanden die in de afgelopen jaren, met behulp van moderne DNA-toepassingen, zijn blootgelegd in de fertiliteitswereld – van pak ‘m beet het zaad van de beruchte vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat tot de duizend kinderen van de Nederlandse ‘vikingdonor’ Jonathan Meijer – doen vermoeden van wel.

De excessen daargelaten lijkt er in het algemeen, bij mensen die doorgaans natuurlijk vanuit de beste bedoelingen handelden, sprake te zijn geweest van onachtzaamheid, gebrek aan invoelend vermogen en doodgewone slordigheid. Donorkinderen worden echter donorvolwassenen, zoals Roos, zelf kind van een donor, ‘t treffend uitdrukt in de vierdelige serie Sporen Van Een Spermabank (145 min.). De vragen over oorsprong, verwantschap en aanleg volgen dan vanzelf. En mannen die ooit (anoniem) zaad doneerden kunnen dan ineens worden aangesproken als vader.

Deze miniserie van Annemieke Ruggenberg en Martijn Willemen concentreert zich op misstanden binnen het Arnhemse Rijnstate-ziekenhuis en laat zien – op basis van achtergrondgesprekken en inzage in medische dossiers, onderzoeksrapporten en vertrouwelijke stukken – waartoe al dat geïmproviseer kan leiden. Donoren met veel meer nageslacht dan ze door hadden bijvoorbeeld. ‘Het is gewoon veel te veel’, zegt Peter, die zelf geen kinderwens had, maar inmiddels naar schatting zestig tot tachtig kinderen heeft verwekt. Hij betrapt zichzelf op ‘de hoop dat kinderen zich niet melden’. 

Bij donoren zoals Peter, die soms zelfs al zijn vergeten dat ze ooit zaad hebben gedoneerd, kan er echter zomaar een brief van de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting op de deurmat vallen: één van hun kinderen wil contact. Hans ziet zichzelf bijvoorbeeld niet als vader, maar eerder als ‘biologische veroorzaker’. Ook hij heeft er inmiddels echter diverse malen aan moeten geloven. Het ene na het andere kind meldde zich. Voor de camera van deze serie wordt Hans opgezocht door een gezelschap van vijf volwassen dochters, waarvan hij er eentje zelfs voor het eerst ontmoet.

De eerste twee delen van deze boeiende journalistieke productie richten zich op de donorkinderen en hun donoren, het derde deel speelt zich vooral binnen het ziekenhuis zelf af. Waar artsen en medewerkers van het matchen van wensouders en donoren nogal eens een (administratief) rommeltje hebben gemaakt. Met alle gevolgen van dien: voor onwetende/onwillige donoren, de betrokken ouderparen en – vooral – hun inmiddels volwassen kinderen, die in het duister tasten over van wie ze afstammen – of uitermate ongelukkig worden van de informatie die ze daarover krijgen verstrekt.

De volle reikwijdte van wat er toentertijd mis is gegaan in het Rijnstate dringt pas echt door in de afsluitende aflevering van Sporen Van Een Spermabank, die is opgebouwd rond een onthulling van Karbaat-achtige proporties. Dit bijzonder pijnlijke verhaal krijgt ongetwijfeld nog een staartje en maakt ook erg benieuwd naar de inhoudelijke reactie van het ziekenhuis en de betrokken arts.

Ruigoord – Een Kosmisch Lek

Gusto Entertainment

Aan de vooravond van het vijftigjarig bestaan van Ruigoord, in juli 2023, is het de vraag hoe de toekomst van het kunstenaarsdorp eruit ziet. Ontwikkelingen binnen het Amsterdamse havengebied, waar wordt ingezet op vergroening, zetten de situatie in dat, ja, Asterix en Obelix-achtige dorpje behoorlijk onder druk. Voor de bewoners staat één ding als een paal boven water: Ruigoord moet en zal blijven. Een stad als Amsterdam heeft nu eenmaal – in de woorden van één van de oprichters, dichter Hans Plomp – een plek nodig waar de scharrelmens kan bestaan.

Plomp en andere mannen van het eerste uur zoals ‘burgemeester’ Rudolph Stokvis en beeldend kunstenaar Theo Kley speelden tijdens de opnames voor de documentaire Ruigoord – Een Kosmisch Lek (80 min.) van Peter Wingerder nog een prominente rol in de culturele vrijplaats, waar de verbeelding al een halve eeuw aan de macht is. Inmiddels zijn ze alle drie overleden. Het tekent de transitie waarin Ruigoord zich bevindt: hoe kan de kunstenaarsgemeenschap intussen het goede van het verleden behouden en tegelijkertijd toekomstbestendig blijven?

Deze vraag sluimert voortdurend op de achtergrond in deze oogstrelende film over de hippie-enclave en meldt zich zo nu en dan ook op de voorgrond, bijvoorbeeld als vertegenwoordigers van de Stichting Ruigoord in de weer moeten met de gemeente Amsterdam om hun toekomst veilig te stellen. Ze willen een huurcontract voor de lange termijn, een veld waarop ze in die periode evenementen mogen organiseren en – niet te vergeten – de kerk, waarmee ‘t allemaal ooit is begonnen, blijven exploiteren. Die wensen worden niet allemaal automatisch ingewilligd.

Deze documentaire fladdert ondertussen alle kanten op, langs een aantal kleurrijke figuren, de activiteiten die zij op touw zetten en Ruigoords roemruchte historie. Zonder dat Wingerder écht halthoudt. En al te veel context geeft hij doorgaans ook niet. Het bezorgt zijn film een wat fragmentarisch karakter. Er valt méér dan genoeg te kijken – van een uitbundig huwelijksfeest en een heuse Mohawk-ceremonie tot een brand in Ruigoord en een associatieve sequentie over de geschiedenis van de zogenaamde Luchtbus – maar een dwingende verhaallijn ontstaat er zo niet.

Misschien is dat ook wat Ruigoord is en wil zijn – een plek waar niets vastligt en waarvan iedereen zijn eigen beeld mag vormen – maar Ruigoord – Een Kosmisch Lek zou wel hebben gevaren bij iets meer richting en focus.

De Propagandist

Docmakers

Vorig jaar sleepte Luuk Bouwman samen met collega Aliona van der Horst op het International Documentary Festival Amsterdam de prijs voor beste Nederlandse documentaire in de wacht met Gerlach, een film over ‘de laatste akkerbouwer’. Dit jaar is diezelfde IDFA-Award opnieuw voor hem, nu is alleen alle eer voor hem.

Bouwmans nieuwe film De Propagandist (111 min.) is een soort vervolg op zijn documentaire Allen Tegen Allen (2020), waarin hij de geschiedenis van het Nederlandse fascisme, en alle bijbehorende splinterpartijtjes, helemaal uitvlooit. Nu zoomt hij in op één enkele man: Jan Teunissen (1898-1975), de filmtsaar van Nederlandse nazi’s.

De historicus Rolf Schuursma sprak in 1964 en 1965 enkele malen met de geaffecteerd sprekende Teunissen. Die opnamen, in totaal ruim negen uur, vormen samen met beeldmateriaal dat de gedreven filmmaker zelf maakte het fundament onder deze documentaire. Schuursma geeft daarbij dan, soms nog altijd ontzet, weer commentaar.

In een andere wereld – en met een andere attitude – had hij, net als zijn veel bekendere Duitse vak- en partijgenoot Leni Riefenstahl, een gevierde regisseur kunnen worden. Zijn start was veelbelovend: als G.J. Teunissen maakte hij de eerste Nederlandse film met geluid en Sjabbos, een documentaire over de vooroorlogse Amsterdamse Jodenbuurt .

Toen hij zich in 1934 waagde aan de eerste grote Nederlandse speelfilm, over de nationale trots Willem van Oranje, ging ‘t echter helemaal mis. ‘Een tragische mislukking en een slecht begin van de Nederlandse film’, leest Rolf Schuursma voor uit de vernietigende kritieken in de pers. ‘Willem van Oranje opnieuw vermoord.’

Als voorzitter van de filmdienst van de NSB, het filmgilde van de Nederlandse Cultuurkamer, de Bioscoopbond en de Filmkeuring maakte Teunissen, het enige kind van een zeer gefortuneerde antiquair uit Den Haag, een comeback. Hij werd de allesbepalende factor in de Nederlandse film tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Teunissens privéadres, Lange Voorhout 62 in Den Haag, werd het centrum van de Nederlandse film in de oorlog, stelt historicus Egbert Barten. Hij doet sinds 1989 onderzoek en interviewde vaderlandse filmmakers uit die tijd, zoals Reinier Meijer, Jan Koelinga en Bob Kommer. De één sprak liever over het verleden dan de ander.

Deze historische documentaire diept de geschiedenis van de Nederlandse nazi-propagandafilm, aan de hand van de grote roerganger ervan, weer op. Het levert even vergeten als onvergetelijke verhalen op, zoals de NSB-kluchten Wat Een Tijd en de eerste Nederlandse en uitgesproken antisemitische tekenfilm Van Den Vos Reynaerde

Teunissen spreekt er twintig jaar later zonder al te veel wroeging over, in een fascinerende film over een bezoedeld verleden, dat menigeen liever onbesproken – en ongezien – laat. Dat zijn eigen vooroorlogse beelden van de Jodenbuurt werden verwerkt in de ultieme nazifilm Der Ewige Jude vindt hij ‘een onfortuinlijke kwestie’.

De Jodenvervolging vond De Propagandist ‘een zeer ongelukkige kwestie’. Nee, sjiek was dat niet, zegt hij tegen het einde van dit portret, als zijn ware aard naar voren lijkt te komen en hij zichzelf definitief de das omdoet. Aan serieuze zelfreflectie is hij blijkbaar nooit toegekomen.

Def Rhymz, Rapper Met Een Hart

Videoland

Op 24 maart 2024 overlijdt Dennis Bouman op slechts 53-jarige leeftijd aan hartfalen. Nederlandse muziefliefhebbers leerden hem kennen onder de artiestennaam Def Rhymz, een cartooneske geilneef die rapt over DoekoeRoddelen en Schudden. ‘Toen ik voor het eerst hiphop hoorde, kreeg ik gelijk een stijve… arm’, vertelt hij, geheel ‘in character’, in Def Rhymz, Rapper Met Een Hart (72 min.). ‘Om te schrijven.’

In deze gelikte docu, gemaakt in de laatste maanden van zijn leven, vertelt de samenstelling van de bronnenlijst op welk muzikaal terrein Def zich zoal bewoog: tegenover hiphoppers zoals Brainpower, Sugarcane, Ronnie Flex, Brace, Broederliefde en Kees de Koning (de oprichter van Topnotch Records) staan volkszanger Wolter Kroes en 100% NL-radiodeejay Barry Paf. Zij representeren de twee uitersten waartussen de nederrapper zich in zijn uiteindelijk veertig jaar omspannende carrière bewoog.

Een karikatuur van een rapper, met een ondeugende lach en altijd een uitdagend uitgestoken tong, die in de Supersonic Cru (met DJ Git Hyper) en de bekende reggaeband Roots Syndicate zijn sporen had verdiend. Een man ook die zich, volgens hedendaagse normen, soms seksistisch en grensoverschrijdend gedroeg. Als malloot kwam ie echter met vrijwel alles weg. Zelfs een ex-verloofde, die heel wat met hem had te stellen, draaft dus gewoon op in deze docu van Arno de Haas en Dwight van van de Vijver.

Ook moeder Esmay, broer Lucien, dochter Dayna en laatste liefde Merlyn leveren hun bijdrage aan het postume portret, dat gaandeweg steeds nadrukkelijker toewerkt naar het afscheid van de held. De man die al z’n hele leven een kwetsbaar hart heeft, iets wat hij zoveel mogelijk verborgen probeert te houden, wil graag in het harnas sterven. En dus hijst de geboren performer zich elke week – met steeds meer moeite, getuige aangrijpende beelden van zijn laatste optredens – ergens in Nederland een podium op.

Het is de Rotterdammer uiteindelijk niet gegeven om daar ook te bezwijken. Als de onverbeterlijke knuffelrapper Def Rhymz, die hem al die jaren op de been heeft gehouden. Hij sterft gewoon als Dennis Bouman – al blijft zijn onbezonnen alter ego natuurlijk vrolijk voortleven.