Becoming Cousteau

Disney+

Gedurende zijn leven zag hij de wereld onder water ernstig verschralen. Hij, Jacques-Yves Cousteau (1910-1997), had die hoogstpersoonlijk toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Met zijn boot De Calypso en vaste bemanning, waaronder zijn ferme echtgenote Simone, bevoer hij jarenlang de wereldzeeën. Hij produceerde in die tijd onder andere de Oscar-winnende documentaire Le Monde De Silence (1956) en werd een graag geziene gast op televisie met de serie The Undersea World Of Jacques Cousteau. Niet eerder was het leven onder de zeespiegel zo (prachtig) in beeld gebracht.

‘Duiken is de beste afleiding die je kunt hebben’, zegt hij daarover aan het begin van Becoming Cousteau (96 min.). ‘Als ik uit het water kom, voel ik me beroerd. Het is alsof je kennis hebt mogen maken met de hemel en dan wordt terug gesmeten op aarde.’ Je ziet hem meteen weer staan op zijn schip: met die kamerbrede glimlach, pregnante haviksneus en eeuwige rode beanie. Een ranke gestalte, verder meestal slechts gekleed in een zwembroek. De archetypische ‘oceanaut’, zoals hij zijn stiel, met een knipoog naar de toentertijd eveneens immens populaire ruimtevaart, zelf ooit dubde.

Regisseur Liz Garbus slaagt er vervolgens in om de man achter de missie vandaan te halen. Met dagboekfragmenten, ingesproken door de Franse acteur Vincent Cassel, kleurt ze het fraaie beeldmateriaal in en schetst ze ook de achtergronden daarvan, inclusief een persoonlijk drama dat Cousteau zal tekenen. Daarnaast laat Garbus bemanningsleden en intimi, off screen, aan het woord over de man waarmee hele generaties natuurliefhebbers zijn opgegroeid. Daarbij komen tevens de achtergronden van zijn publieke leven aan de orde: het auto-ongeluk dat ervoor zorgde dat hij geen piloot kon worden, een fatale diepzeeduikmissie met een collega bij de Franse marine en het feit dat hij zijn expedities ooit financierde met olie-onderzoek.

In het licht van ‘s mans latere klimaatactivisme, de vanzelfsprekende derde akte van dit aansprekende portret, is met name dat laatste saillant. Kapitein Cousteau en zijn crew zouden bijvoorbeeld het leeuwendeel van de olievelden van Abu Dhabi hebben ontdekt. Toen hij een half leven later zag wat de mensheid op aarde had aangericht, bijvoorbeeld bij het koraalrif dat hem zo dierbaar was, restte Jacques Cousteau nog maar één ding: al zijn prestige in de strijd gooien om het tij alsnog te keren. Bijna 25 jaar na z’n dood echoot ‘s mans boodschap nog altijd na – al is er in die tijd tragisch weinig bereikt.

Bigger Than Us

Cinéart

Uit deze film spreekt onmiskenbaar hoop. De gedachte dat er zelfs in tijden van opperste wanhoop iemand is die opstaat om het tij te keren – en die daarmee zowaar nog succes kan boeken ook. Een jong iemand, vertegenwoordiger van de Greta-generatie zogezegd, die in navolging van de Zweedse klimaatstrijder Greta Thunberg weigert om de status quo te accepteren en overgaat tot actie.

De Indonesische klimaatactiviste Melati Wijsen is zo’n jonge idealist. Samen met haar zus Isabel zette ze al op twaalfjarige leeftijd de actie Bye Bye Plastic Bags op, om de troep op het strand van Bali te verminderen. Melati fungeert nu als hoofdpersoon voor Bigger Than Us (96 min.), een film van Flore Vasseur, die werd geproduceerd door de Franse actrice Marion Cotillard. Daarin zoekt ze in alle uithoeken van de aarde gelijkgestemden op, die zich eveneens op zéér jonge leeftijd begonnen te beijveren voor een betere wereld.

Op het Griekse eiland Lesbos biedt Mary Finn bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen, die huis en haard hebben moeten verlaten en nu in Kamp Moria terechtkomen. Memory Banda leidde als tiener de strijd tegen kindhuwelijken en ontmaagdingsrituelen (ofwel: verkrachting) in Malawi en droomt nu van een politieke carrière. En de Syrische vluchteling Mohamad Al Jounde startte in een Libanees vluchtelingenkamp zijn eigen school. Die is in zijn ogen niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze ontheemde kinderen, maar ook voor hun gevoel van eigenwaarde.

In Rio de Janeiro begon Rene Silva als elfjarig jongetje zijn eigen krant, Voz das Comunidades, waarmee hij eerlijk wil berichten over het leven in een Braziliaanse favela. Voorbij de bendes, de drugs en de wapens. De Indiaans-Amerikaanse rapper Xiuhtezcati Martinez verzet zich intussen in Colorado met alle middelen tegen het gebruik van pesticiden en fracking. En met haar organisatie YICE leert Winnie Tushabe Oegandese boeren hoe ze, met zeer beperkte middelen, hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Zodat hun kinderen gewoon naar school kunnen.

Stuk voor stuk belichamen deze wereldverbeteraars een deel van wat gerust een linkse agenda kan worden genoemd. Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen: elke vorm van kritische distantie ontbreekt bijvoorbeeld in deze gelikte productie, de jongeren worden ongegeneerd op het schild gehesen. Je kunt tegelijkertijd ook denken: fijn dat er een nieuwe generatie is die zich inzet voor aloude waarden als rentmeesterschap, solidariteit en democratie.

Zo bezien is Bigger Than Us niets minder dan een film die een hart onder de riem wil steken. In een tijd waarin wanhoop, egoïsme en woede soms alomtegenwoordig lijken kan dat vast geen kwaad.

La Educación De Luca

IDFA

Als zijn peuterzoontje Luca, kind van een Nederlandse vader en Cubaanse moeder, opgegroeid in Parijs, later iets wil begrijpen van zijn eigen oorsprong, dan moet hij dit verhaal kennen volgens Salvador Gieling. Hij gaat Luca dus het tragische relaas van zijn Cubaanse oom Ezequiel vertellen. Die had een eigen stuk land, verkocht een koe en werd gearresteerd.

En dat is al bijna meer dan de documentairemaker had mogen vertellen. ‘Je kunt deze zaak best bespreken, zolang je maar aan de oppervlakte blijft’, waarschuwt zijn schoonmoeder via de telefoon alvast Salvadors vrouw Belga. Dus: niet vertellen waar hij wordt vastgehouden, niet gaan graven naar de reden voor zijn straf en ook niet de hoogte daarvan naar buiten brengen. En al helemaal geen pleidooi houden voor ‘s mans onschuld, natuurlijk!

Toch vertrekken Salvador en Belga met hun kind naar haar geboorteland Cuba, voor wat La Educación De Luca (Engelse titel: Lessons For Luca, 88 min.) moet worden. Een taak waaraan zijn oma, ooms, tantes en nicht van moederskant uiteindelijk tóch een bijdrage willen leveren. Ze dompelen de kleine jongen onder in de zaak Ezequiel, het verhaal van zijn boerenfamilie uit het dorp Sibanicú en de recente geschiedenis van het Cubaanse platteland.

Via hun persoonlijke boodschappen voor Luca, en gesprekken daarover met diens ouders, ontwikkelt zich een fraaie en warmbloedige vertelling over gewone Cubanen, die leven in een land dat nog altijd in de geest van Fidel Castro wordt geregeerd. ‘El Commandante’, bijna een halve eeuw Cuba’s onbetwiste leider, betitelde koeienvlees ooit als het ‘rode goud’ en lanceerde een ambitieus programma, waarmee het Caribische eiland Nederland naar de kroon zou gaan steken als melkproducent.

Hoe vrij konden en kunnen burgers zijn in zo’n strak geleid natie? Volgens Luca’s moeder Belga, die het land is ontvlucht, hebben alle Cubanen moeten leren om gehoorzaam te zijn. Als het aankomt op vrijheid, ben je nergens zo vrij als hier, stelt haar oom Quirito nochtans, de oudste broer van de onfortuinlijke Ezequiel. ‘Hier in Cuba is de vrijheid geweldig.’ Hij specificeert: ‘Je kunt hier lopen waar je wilt, maar alleen als je het juiste pad neemt.’

Zulke ‘vrijheid’ en wat die in de praktijk inhoudt voor een gewone Cubaanse plattelandsfamilie wordt in deze oogstrelende film, voorzien van een sfeervolle soundtrack door cellist Ernst Reijseger, op een weldadige manier over het voetlicht gebracht. Het is een les die de kleine Luca, als hij eenmaal groot genoeg is om ‘m te kunnen bevatten, ongetwijfeld in zijn oren zal knopen. Ook al gaat het volgens Ezequiel om niet meer dan ‘een onbelangrijke episode voor het Cubaanse platteland’.

Mijn Ouders Zijn Gescheiden

EO

‘Je weet dan’, zegt een meisje, ‘vanaf dat moment wordt alles anders…’ Alle kinderen in de korte jeugddocu van Eef Hilgers kennen dat moment: dat je ouders vragen of je even bij hen wilt komen zitten en dat jij even later de grond onder je voeten voelt wegzakken. Ze gaan scheiden! Hilgers ontvangt haar hoofdpersonen in een compleet wit decor, in een leven dat van elke kleur lijkt te zijn ontdaan, en laat hen daar tot in detail vertellen over ‘die ene dag’ dat hun leventjes helemaal op hun kop werden gezet. De toonzetting is direct, speels en humorvol. Zwaar en toch geen zware kost.

Vanaf Dat Moment Wordt Alles Anders (21 november) is de eerste van vier fijne jeugddocumentaires die onder de noemer Mijn Ouders Zijn Gescheiden worden uitgezonden. Verhalen die vanuit de belevingswereld van de kinderen worden verteld en die aantrekkelijk zijn vormgegeven. In Scheids! Wissel! (28 november) portretteert Tim van Gils bijvoorbeeld de twaalfjarige Din. Ze hebben het nodige met elkaar gemeen: beiden kind van gescheiden ouders en gek van voetbal. Terwijl ze praten over hoe Dins ouders gingen scheiden, wordt de twaalfjarige jongen gevolgd tijdens een wedstrijd, die grondig wordt ontregeld. Een ietwat opzichtige metafoor voor hoe ook Dins leven door beslissingen van anderen een andere wending heeft gekregen. In een nieuwe wereld met nieuwe regels vindt hij opnieuw zijn weg. Hij pikt zelfs een doelpuntje mee.

Voor de negenjarige Levin zijn vakanties behalve leuk ook wel verwarrend. Want haar ouders mogen dan uit elkaar zijn, ze gaan nog wel elk jaar gezamenlijk op vakantie. Zijn ze dan misschien Half Gescheiden?! (5 december), vraagt Levin zich af in een joyeuze korte film van Nina de Vriendt, die aandoenlijke scènes van het ‘gezin’ paart aan geinige animaties, enkele goedgekozen liedjes en rake bespiegelingen van de hoofdpersoon zelf. ‘Mijn ouders snappen zelf ook niet helemaal hoe erg ze nou gescheiden zijn’, constateert die ontwapenend. En het heeft eerlijk gezegd ook nadelen, zo’n halfbakken scheiding. Sommige andere kinderen mogen twee keer op vakantie.

‘Scène 1: introductie’, leest de hoofdrolspeelster en scenarioschrijfster van Safiya The Movie (12 december) voor. ‘Safiya, elf jaar oud zit achter een bureautje. Voor haar ligt een script. Ze slaat de eerste pagina om.’ Safiya voegt meteen de daad bij het woord. ‘Ze krijgt naar de crew achter de camera.’ Die krijgt er een stralende glimlach bij. ‘Verder gaan?’, vraagt het meisje aan regisseur Huibert van Wijk. ‘Ja’, antwoordt die. En dus vertelt Safiya, die heel veel van acteren houdt, over hoe haar ouders zijn gescheiden toen zij één jaar was. Sindsdien heeft ze een ‘bonusgezin’. Samen met andere leden speelt ze vervolgens sleutelscènes uit haar eigen leven na in dit hartverwarmende portret, waarin het gegeven dat Safiya het contact met haar vader verloor toen hij in aanraking kwam met de politie een centrale rol speelt.

Stuk voor stuk brengen deze korte jeugdfilms in een slordige vijftien minuten een belangrijk thema uit het leven van veel opgroeiende kids terug tot kinderlijke proporties. En dan blijken ze ook voor ouderen heel goed te verhapstukken.

De Schatten Van De Krim

IDFA

Wat doe je als niet duidelijk is bij wie kostbare, in bruikleen verkregen spullen moeten worden terugbezorgd? Voor dat dilemma ziet Wim Hupperetz, directeur van het Allard Pierson Museum in Amsterdam, zich gesteld. Via de vooraanstaande archeologe Valentina Mordvintseva heeft hij kunstvoorwerpen uit de Krim betrokken voor een expositie. En dan, als die net is geopend, lijft Poetins Rusland begin 2014 ineens de Krim in…

Van wie zijn de kunstwerken nu? Van Oekraïne, dat de Russische annexatie onrechtmatig vindt, en de objecten als cultureel erfgoed beschouwt? Of toch van de Krim-musea, inmiddels gevestigd op Russisch grondgebied, die hun mooiste schatten enige tijd eerder ter beschikking hebben gesteld aan het Nederlandse museum? Het is een interessante startpositie voor de nieuwe ‘kunstthriller’ van Oeke Hoogendijk.

De Schatten Van De Krim (82 min.) is daarmee in zekere zin een logisch vervolg op haar eerdere films Het Nieuwe Rijksmuseum en Mijn Rembrandt – al lijken de belangen groter en is de context ook grimmiger. De strijd om de eeuwenoude kunstobjecten verwordt tot een jarenlang (geo)politiek en juridisch steekspel tussen de twee landen, waarbij Hoogendijk de menselijke dimensies gelukkig nooit uit het oog verliest.

Ze richt zich zowel op de betrokken advocatenteams als op de twee vrouwen, die de verpersoonlijking van de strijdende partijen zijn geworden: archeologe Valentina Mordvintseva van de Krim-musea en haar Oekraïense tegenstrever, Ljudmila Strokova van het Museum van Historische Schatten uit Kiev. In de rechtszaal keuren de dames elkaar geen blik waardig, in interviews delen ze gedurig schimpscheuten uit naar de ander.

Terwijl de belangen en daarmee verbonden partijen in deze boeiende film blijven botsen, staan de begeerde kunstobjecten te verstoffen in het depot van het Allard Pierson. Waar ze van niemand zijn en ook niemand ze kan bewonderen. In De Krim, laat Oeke Hoogendijk treffend zien, hebben ze ondertussen een gapend gat achtergelaten. Ook in het hart van de plaatselijke bevolking.

Jomanda: Lady Of The Light

Discovery+

Bekentenis: Bij ons thuis stonden er letterlijk flessen water voor de boxen van de stereotoren als Jomanda op de radio was. Terwijl ze ademloos luisterde, liet mijn moeder die instralen door het orakel uit Tiel.

Ze wilde eigenlijk danseres of zangeres worden, maar ontwikkelde zich tot een landelijk bekend medium, de grootste attractie die Tiel ooit had. Elke zondag trokken er in de jaren negentig duizenden hoopvolle Nederlanders naar een evenementenhal in ‘het Lourdes van de Betuwe’, voor een healing van Jomanda: Lady Of The Light (184 min.). Zij legde vervolgens contact met gene zijde en zou zo hun aandoening kunnen genezen, hun verdriet doen verdwijnen of hun gehandicapte kind proberen te helen.

Was Joke Damman uit Deventer werkelijk ‘een reïncarnatie van de Maagd Maria’, zoals haar discipelen menen? Of toch een bijzonder slinks opererende charlatan, die miljonair werd met haar ‘gave’? Deze miniserie geeft aan beide kampen de ruimte. Aan overtuigde Jomanda-aanhangers, waaronder bijvoorbeeld presentatrice Tineke de Nooij. Zij maakte met haar televisieprogramma Tineke En De Paranormale Wereld ooit een landelijk fenomeen van Jomanda. Daar tegenover staan criticasters zoals presentator Jack Spijkerman en Nieuwe Revu-journalist Bert Voskuil die gehakt maken van de gebedsgenezeres.

De kwestie die altijd aan Jomanda zal blijven kleven is natuurlijk de dood van actrice Sylvia Millecam, die borstkanker kreeg en door het medium dringend zou zijn geadviseerd om geen gebruik te maken van de reguliere gezondheidszorg. Met fatale gevolgen. Millecams voormalige echtgenoot Haye van der Heyden en haar Ook Dat Nog-collega Sjoerd Pleijsier hebben er twintig jaar na dato nog altijd geen goed woord voor over. Jomanda heeft de actrice volgens hen wijsgemaakt dat ze géén kanker had en zich daarvoor nooit verontschuldigd. Zo heeft het medium uit Tiel door de jaren wel meer ontevreden ‘klanten’ achtergelaten. Intussen is ze zelf al enkele jaren spoorloos verdwenen.

En dat treft: particulier rechercheur John Warrink wil voor deze vierdelige serie op zoek naar het omstreden ‘genezend medium’. Hij spoort haar op in Canada. En dan is Tineke natuurlijk best bereid om haar ‘hartsvriendin’ te gaan opzoeken. Zoals ook niemand minder dan Johan Vlemmix voor een andere docuserie (Jomanda – Het Echte Verhaal, Videoland) te porren blijkt te zijn om het vliegtuig naar Canada te nemen. En om het verhaal helemaal compleet te maken heeft, of all people, Emile Ratelband nog geprobeerd om hen daarvan te weerhouden, getuige dit smeuïge Privé-verhaal uit De Telegraaf. Tevergeefs, natuurlijk.

Die zoektocht naar het verdwenen medium in Canada, nogal goedkoop en bovendien erg lang uitgesmeerd, ontsiert deze serie een beetje. Jomanda: Lady Of The Light graaft weliswaar niet héél diep, maar is verder best geslaagd als terugblik op hoe het fenomeen Jomanda zich aan het eind van de twintigste eeuw duchtig begon te manifesteren als een uit de klei getrokken variant op de Heilige Maagd Maria, zo een enorme mediahype werd en daarna met steeds ongeloofwaardigere acties haar eigen graf groef.

Toni Morrison, Black Matter(s)

Arte

‘Eerst wilde ik er niet aan: het was te pijnlijk’, vertelt de Afro-Amerikaanse schrijfster Toni Morrison (1931-2019) aan het begin van deze documentaire over Beloved (Beminde), het boek over de gruwelen van slavernij waarvoor ze in 1988 een Pulitzer Prize kreeg. ‘Als zij er hun hele leven mee moesten leven, dan kon ik er wel enkele jaren aan besteden om een boek te schrijven’.

In Toni Morrison, Black Matter(s) (52 min.) belicht regisseur Claire Laborey met enkele kenners het werk van de schrijfster die tevens als eerste zwarte vrouw de Nobelprijs voor de Literatuur won en die in 2012 van de zwarte Amerikaanse president Barack Obama de Presidential Medal Of Freedom kreeg. Morrison zelf komt natuurlijk ook veelvuldig aan het woord via interviews en fragmenten uit haar geschriften, ingesproken door actrice Fanny Gautier.

Deze verzorgde film, die verder een treffende mixture van foto’s, filmbeelden en animaties rond de beladen geschiedenis van Zwart Amerika bevat, richt zich overigens niet zozeer op Morrisons leven en carrière, maar op de inhoud en betekenis van haar werk en hoe ze daarmee het Amerikaanse verhaal heeft proberen te herschrijven. Met haar uitgesproken visie heeft de schrijvende denker bovendien aansluiting gevonden bij actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de Black Lives Matter-beweging.

En Toni Morrison, Black Matter(s) kan worden geboekstaafd als een gedegen weerslag van de erfenis van deze trotse, intelligente en welbespraakte vrouw, die tot op hoge leeftijd een krachtig zwart zelfbewustzijn heeft uitgedragen.

That Day: Afscheid Van Golden Earring

NTR

Een carrière van bijna zestig jaar eindigde op 16 november 2019 in Rotterdam Ahoy. Met Radar Love als slotakkoord, natuurlijk. Alleen wist niemand dat dit het allerlaatste optreden van Golden Earring was geweest. Ook de Haagse band zelf niet. Bijna vijftien maanden later moest de succesvolste Nederlandse rockgroep noodgedwongen de handdoek in de ring gooien. Gitarist George Kooymans bleek de ongeneeslijke spierziekte ALS te hebben. En zonder hem kon en mocht er geen Earring meer zijn. 

Dat tragische vaarwel komt natuurlijk wel aan de orde in That Day: Afscheid Van Golden Earring (108 min.), maar is uiteindelijk niet meer dan een aanleiding om chronologisch de imposante carrière van de band te doorlopen. Het tweeluik van regisseur Marcel de Vré heeft daarbij een uitgesproken handicap: de bandleden zelf schitteren door afwezigheid. Hun perspectief op de ontwikkeling van de groep en het gedwongen einde daarvan ontbreekt dus.

De Vré moet het doen met archiefmateriaal van de Earring en beelden van dat laatste concert in Ahoy. Voor de bijbehorende verhalen zoekt hij zijn toevlucht tot oud-bandleden zoals Frans Krassenburg, Fred van der Hilst en Jaap Eggermont, vaste gastmuzikanten Bertus Borgers en Robert Jan Stips, platenbaas Willem van Kooten en allerlei bekende en minder bekende medewerkers van de band. Hun bijdragen zijn veelal anekdotisch en bevatten natuurlijk ook de verplichte gemeenplaatsen over het belang van de band.

Er is tenslotte, zo wordt telkenmale benadrukt, maar één Golden Earring. Zo’n essentiële band verdient dan eerlijk gezegd wel een grondiger portret, waarin ook de interne machinerie en beleving volledig tot hun recht komen. Tot die tijd is er deze echte (ouwe) jongensfilm – waarin letterlijk niet één vrouw aan het woord komt – die als doekje voor het bloeden kan dienen voor de rouwende liefhebber die na maar liefst zestig jaar (!) afscheid heeft moeten nemen van ‘zijn‘ band.

Maarten van Roozendaal – Ik Ben De Man Die Naast Mij Staat

c: Eric Steensma / NTR

De kopstukken van kleinkunstminnend Nederland hadden in dit postume portret ongetwijfeld graag hun zorgvuldig gekozen superlatieven willen debiteren over Maarten van Roozendaal (1962-2013). Ze krijgen alleen het woord niet. Dat is aan de veel te jong overleden zanger, liedschrijver en theatermaker zelf – ook al behoort hij al acht jaar niet meer tot de levenden. Met zijn welbekende bravoure leidt Van Roozendaal ons door zijn eigen leven, op weg naar een volgens eigen zeggen heel spectaculaire sterfscène. ‘Ik ben als de dood en ik ren ernaartoe.’

Al die anderen zijn overigens al aan het woord gekomen in de biografie Het Leven Heeft Geen Zin, Maar Ik Wel van Patrick van den Hanenberg en de hommage Op Maarten, met bijdragen van Marcel de Groot, Paul de Munnik en Hans Sibbel. Documentairemaker Josefien Hendriks reserveert Maarten van Roozendaal – Ik Ben De Man Die Naast Mij Staat (45 min.) dus volledig voor de kleinkunstenaar zelf, die nu eenmaal de gave van het woord had. Hij kon recht praten wat krom was. En wat recht was weer hartstikke krom.

Die opzet houdt automatisch in dat deze (auto)biografie geen nieuwe details of onthullingen bevat over dit volwassen kind van de defaitistische jaren tachtig. De film bestaat immers volledig uit bestaand materiaal: liederen, interviews en geschriften. Met een delicieuze selectie daaruit, gemonteerd met een fraaie collectie associatieve beelden, dringt Hendriks overigens wel degelijk door tot het wezen van de persoon, kleinkunstenaar en kettingroker Maarten van Roozendaal.

Daarin gaat hij zijn wankele geestesgesteldheid en overmatige drankgebruik niet uit de weg. ‘Ik ben natuurlijk vreselijk bang om dood te gaan’ zegt Van Roozendaal bijvoorbeeld tijdens een televisie-interview. ‘En dat zie je wel meer bij mensen die daar zo bang voor zijn, dat ze juist dat lot gaan tarten. Van: mij krijg je niet.’ Zover zou het natuurlijk tóch komen. Of zijn sterfscène, zoals beloofd, spectaculair was? Dat is zo’n beetje het enige waarover de hoofdpersoon zelf niet wil (of kan) getuigen.

De dikke halve eeuw daarvóór biedt echter meer dan genoeg stof voor een bruisende film.

De Dochter Van De Dominee

Filmacademie

‘Heb ik nou wel eens echt getwijfeld of God bestond?’ vraagt broer Tjeerd zich hardop af. ‘Nee, volgens mij niet.’ Frans en Symen, de andere twee broers van Christine Boersma, hebben zich wél afgewend van het geloof van haar ouders, het domineesechtpaar Boersma. Ook Christine zelf, als De Dochter Van De Dominee (24 min.), kent fundamentele twijfel. Ze zou haar vader en moeder de bijbehorende pijn alleen liever besparen.

In een replica van hun vroegere huiskamer ontvangt ze na haar oudere broers ook vader Jan en moeder Henriëtte. Zij nemen naast elkaar plaats op de familiebank. Een foto van de dag waarop Christine ooit belijdenis deed zorgt aan beide kanten al direct voor emoties. En dan moet de maakster van deze afstudeerproductie, die werd beloond met de VPRO-documentaireprijs 2021, nog gaan vertellen dat ook zij afstand gaat doen van haar geloof.

Ouders en dochter gaan in deze interviewfilm vervolgens een liefdevolle – en juist daardoor zo aangrijpende – dialoog met elkaar aan. Over het doorgeven van waarden en normen en het respecteren van elkaars keuzes, maar daardoor uiteindelijk ook het afscheid moeten nemen van elkaar. Want pa en ma komen straks na de dood in de hemel, waarin hun dochter, ook tot haar eigen spijt, niet meer kan geloven.

‘Jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel’, citeert Christine’s vader, ternauwernood zijn tranen bedwingend, uit de evergreen Papa van Stef Bos. ‘En ik geloof in niets. Dus we komen elkaar na de dood nooit meer tegen.’ Terwijl Christine, vanachter de camera, die keiharde waarheid probeert te bevatten, omarmen ze elkaar als familie en vinden daarin een soort houvast.

I Am Bolt

Hij is het levende bewijs dat je je nooit moet laten ontmoedigen door wat anderen over je menen te weten. Van Usain Bolt, die wij allang kennen als de snelste man ter wereld, dachten ze vroeger dat hij er de fysiek en techniek niet voor had om écht hard te kunnen lopen.

Ten tijde van de documentaire I Am Bolt (108 min.) uit 2016 verlangt de Jamaicaanse superatleet, die dan al twee Olympische titels op zijn naam heeft staan, vooral naar een normaal leven: lekker eten, uitgaan, het goeie leven. De documentaire van de Britse broers Benjamin en Gabe Turner lijkt in eerste instantie dan ook een echte happy-go-lucky aangelegenheid te worden. Op pure routine naar titel drie. ‘Gelukkig’ krijgt de sprinter in de aanloop van de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro een blessure, die hem ernstig terugwerpt.

Terwijl ‘Lightning Bolt’ zich moet terug knokken en intussen gedurig blijft worstelen met zijn motivatie, blikt hij in deze gelikte sportfilm samen met zijn ouders, beste vriend, coach, manager, jeugdtrainer en concurrenten terug op zijn imposante loopbaan. Ook achter deze goedlachse kampioen gaat natuurlijk een onvervalste streber en slechte verliezer schuil. Zo blijkt eens te meer als zijn grote concurrent, de Amerikaan Justin Gatlin, een onvergeeflijke fout maakt: Gatlin stelt op tv dat híj kampioen wordt in Rio. Dat had ie gedacht!

Hoewel Bolts tone of voice totaal anders is, lijken zijn drijfveren uiteindelijk dus verdacht veel op de eerzucht en rancune die basketballer Michael Jordan, getuige de docuserie The Last Dance, van de ene naar de andere titel voortstuwden. Een sentiment waarin ook andere grote kampioenen zoals Serena Williams, Pele, Michael Johnson, Sebastian Coe en Neymar, die in deze film als getuige-deskundige worden opgevoerd, zich kunnen herkennen.

I Am Bolt is daarmee geen diepgravend portret geworden van de man Usain Bolt – die nadat hij met pensioen is gegaan als atleet nog voetballer, muzikant en vader is geworden – maar van de gelijknamige sporter die de wereld zo vaak zijn hielen heeft laten zien.

Gij Zult Niet Doden – Treinkaping De Punt

KRO-NCRV

Op zaterdagochtend 11 juni 1977 wordt de gekaapte trein bij De Punt eerst langdurig beschoten en daarna bestormd door mariniers. Twee passagiers komen daarbij om het leven. En zes van de negen Zuid-Molukse kapers. Zij hebben drie weken lang 56 mensen gegijzeld gehouden. Met die actie probeerden ze aandacht te vragen voor de positie van Molukkers. Die zijn in 1951, na de oorlog om het toenmalige Nederlands Indië, naar ons land gekomen. Hen was beloofd dat er een onafhankelijke Molukse staat zou komen.

Zeventig jaar zijn inmiddels verstreken. De Republik Maluku Selatan is er nog altijd niet. Intussen zijn er ook steeds meer vragen gerezen over de gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij De Punt. Was het geweld proportioneel of zijn enkele gijzelnemers demonstratief, zonder absolute noodzaak, geëxecuteerd? Advocaat Liesbeth Zegveld heeft aanwijzingen voor het laatste en staat de nabestaanden van twee kapers, Max Papilaya en Hansina Uktolseja, bij in een emotioneel geladen rechtszaak tegen de Nederlande staat.

In Gij Zult Niet Doden – Treinkaping De Punt (73 min.) volgt Koert Davidse gedurende vijf jaar Zegvelds pogingen om vier decennia na dato recht te krijgen voor mensen die al die tijd toch vooral als dader, of als terrorist, te boek hebben gestaan. Ze noemt het ‘een gevecht op elke vierkante millimeter’, waarbij de advocate regelmatig stevig botst met de vertegenwoordiging van de Nederlandse overheid. Het is duidelijk dat er voor beide partijen heel wat op het spel staat. Als de rechters de lijn van de klagers volgt, heeft de toenmalige Nederlandse regering immers zijn geweldsmonopolie misbruikt en zijn de mariniers ingezet als een soort doodseskader.

Ondanks het feit dat Davidse is aangesloten bij Zegveld probeert hij ook de tegenargumenten van de staat een volwaardige plek te geven in z’n weergave van de rechtsgang. Zo ontstaat een afgewogen beeld van de juridische afwikkeling van een tragische gebeurtenis, die al ruim veertig jaar op allerlei plekken in de samenleving schrijnt. Tegelijkertijd wordt en passant ook het verhaal verteld van de Molukse gemeenschap van Nederland en de beruchte treinkapingen, die zich in het collectieve geheugen hebben vastgezet.

Crazy Days

Docmakers

Hij moet zich soms als de kapitein van de Titanic voelen: terwijl de tweede Coronagolf Nederland in zijn greep krijgt probeert Riccardo Minasi zijn project bij het Nationale Opera & Ballet drijvende te houden. Samen met een jonge internationale cast bereidt de Italiaanse dirigent zich voor op enkele uitverkochte uitvoeringen van Mozarts fameuze opera Le Nozze De Figaro. Met angst en beven kijken ze uit naar de dinsdagen, naar weer een nieuwe persconferentie die roet in het eten kan gooien.

Intussen ontsmetten ze consciëntieus hun handen en proberen ze ondanks de anderhalve meter afstand gezamenlijk scènes in te studeren. Terwijl ze hun concentratie en enthousiasme proberen vast te houden, kijkt regisseur Sanne Rovers mee tijdens deze Crazy Days (65 min.). Ze laat haar camera door de lege gangen van het operagebouw dwalen, houdt zo nu en dan halt voor een repetitie of fraai gestileerde passage uit de opera en spreekt met de voornaamste spelers.

Corona blijft alomtegenwoordig. Het maakt immers nogal een verschil of je toewerkt naar een serie voorstellingen of naar een livestream (en deze documentaire, die waarschijnlijk door meer mensen zal worden gezien dan de uitvoeringen). De magie van het moment zal in dat laatste geval in het luchtledige, zonder interactie met het publiek, tot stand gebracht moeten worden. En de complete onderneming kan natuurlijk ook nog van het ene op het andere moment worden stopgezet.

Het werken aan Le Nozze De Figaro wordt daarmee een allegorie voor hoe het de kunstensector sowieso is vergaan tijdens de Coronacrisis: ze is volledig overgeleverd aan de grillen van het virus en een overheid die daarop probeert te anticiperen. Dat zorgt voor twijfel, frustratie én teleurstelling. Voor een streamuitvoering is bijvoorbeeld niet de gehele cast nodig. Naarmate de pay-off van hun inspanningen – of het uitblijven daarvan – in zicht komt begint het water hen echt aan de lippen te staan.

Iedereen weet nochtans: wat er ook gebeurt, het orkest speelt door.

De Villamoord – Seizoen 2

KRO-NCRV

Niet minder dan 44 afleveringen van zijn misdaadprogramma wijdde Peter R. de Vries ooit aan de zogenaamde Puttense moordzaak. Totdat de geruchtmakende moord op Christel Ambrosius echt he-le-maal was uitgeplozen en de naam van de onterecht veroordeelde zwagers Herman du Bois en Wilco Viets definitief gezuiverd.

Met het wederom drie afleveringen tellende tweede seizoen van de true crime-serie De Villamoord (143 min.) is Joost van Wijk inmiddels zes afleveringen onderweg met het onder de aandacht brengen van een andere zaak: de gewelddadige dood van een 63-jarige villabewoonster uit Arnhem in 1998. Dat zou ook zomaar een gerechtelijke dwaling kunnen zijn – al wil de Hoge Raad daar (voorlopig) nog niet aan.

Waar de documentairemaker zich in het eerste seizoen van De Villamoord vooral concentreerde op de intimiderende politieverhoren, een valse bekentenis die daaruit voortkwam en het schrale fysieke bewijs op basis waarvan hoofdverdachte Nefzat Altay en acht andere mannen uiteindelijk werden veroordeeld, zoomt hij in dit vervolg nadrukkelijk uit naar het criminele circuit van Arnhem.

In het beruchte Spijkerkwartier hielden de veelal Turkse mannen zich bezig met de handel in heroïne en is waarschijnlijk ook het antwoord te vinden op de vraag waarom juist zij als daders van de moord zijn aangemerkt. In het bijzonder bij ‘straatagent’ Henk Evers en het zogenaamde Dotterteam, dat destijds de welig tierende drugscriminaliteit te lijf ging.

Hoewel de nieuwe afleveringen dezelfde strafzaak behandelen – en de sfeer en toonzetting vergelijkbaar zijn, de muziekkeuze vertrouwd smaakvol is en verteller Stefan Stasse de bevindingen weer met net zoveel bravoure uitserveert – worden die geen herhaling van zetten. Ze bevatten bijvoorbeeld een keur aan nieuwe bronnen: enkele nog niet eerder geïntroduceerde verdachten, (anonieme) getuigen en opvallend kritische rechercheurs die toentertijd betrokken waren bij het politieonderzoek.

Aan Eline, een kennis van het slachtoffer die de fatale avond in de villa op wonderbaarlijke wijze overleefde, wordt ditmaal zelfs helemaal geen aandacht besteed. Van Wijk concentreert zich op het ontrafelen – en daarmee onderuit halen – van de strafzaak tegen de negen veroordeelde mannen. Met als onderliggende vraag: leed het team van de omstreden onderzoeksleider Ad Baars, die zelf niet aan de serie wil meewerken, aan tunnelvisie? Of was er meer aan de hand?

Dat betoog legt (wederom) allerlei zwakke plekken (of zelfs ernstige misstanden) in het politieonderzoek bloot, maar wordt tijdens het secuur uitpluizen van het onderzoek soms ook wat praterig en stroperig. Joost van Wijk waagt zich verder niet aan wat er dan wél kan zijn gebeurd als de veroordeelden inderdaad onschuldig zouden blijken te zijn. Na twee seizoenen heeft de serie daardoor nog altijd meer vragen opgeworpen dan beantwoord. Wordt dus ongetwijfeld weer vervolgd.

Hoeveel afleveringen van De Villamoord er nog moeten komen? Peter R. zou het wel weten: totdat onomstotelijk vaststaat wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is. En geen seconde eerder.

De Buurtkoelkasten Van New York

Human

‘Ze moeten het alleen niet opeten bij de koelkast’, zegt initiatiefnemer Kymme in De Buurtkoelkasten Van New York. ‘Die mensen heb je ook.’ Zo hoog kan de nood zijn, bij sommige inwoners van Brooklyn. Zeker sinds de Coronacrisis heeft toegeslagen.

In ruim honderd buurtkoelkasten kunnen New Yorkers inmiddels het eten achterlaten dat ze over hebben. Anderen komen daarmee dan weer een dag door. Dat gaat verrassend goed volgens de Afro-Amerikaanse ‘echtgenote, moeder, christen en middenstander’. En als iemand toevallig al het eten meeneemt – of zelfs de koelkast – dan zal die daar wel heel erg behoefte aan hebben gehad.

Zo organiseert Kymme haar eigen hyperlokale voedselbanken. Zij regelt de stroom en plekken, anderen verzorgen het eten en de Instagram-pagina’s van de koelkasten. Ook vanuit de gedachte dat een gever in het Amerika van vandaag morgen zomaar een nemer kan worden. Solidariteit, in een eigentijds jasje.

Die attitude is in deze korte documentaire van Ilja Willems fraai vervat in het spandoek van een meisje met mondkapje en spandoek, met daarop de tekst ‘NY: We Got This’.

Eric de Vroedt: Terwijl Het Liefde Was

NTR

‘Als het stuk klaar is, dan is ze echt dood’, stelt Eric de Vroedt terwijl hij geëmotioneerd naar cassettebandjes van zijn moeder luistert. ‘Nu kan ik die taal nog laten klinken.’ Met zijn collega’s van Het Nationale Theater werkt de toneelschrijver/regisseur aan de voorstelling De Eeuw Van Mijn Moeder. Over de Indische vrouw Winnie de Willigen, de stuurse ouder die hij van haver tot gort kent.

Terwijl De Vroedt zijn acteurs scènes uit het leven van zijn moeder laat spelen, soms flink uitvergroot, probeert hij tevens in het reine te komen met haar en de herinneringen die hij aan haar leven heeft. De grote emoties of confrontaties die hij als zoon in werkelijkheid nooit echt is aangegaan, krijgen binnen de veilige omgeving van zijn kunst nu alle ruimte. Hij bekijkt het zelf met argusogen.

Via zijn moeder vertelt Eric de Vroedt tevens het verhaal van de Indische migranten die vanuit de voormalige kolonie naar Nederland kwamen. Documentairemaker Ditteke Mensink verbeeldt dat in Eric de Vroedt: Terwijl Het Liefde Was (60 min.) ook met persoonlijke voorwerpen van haar: foto’s, trouwringen en koppen en schotels. In handen van De Vroedts spelers, met wie hij soms al twintig jaar werkt, krijgen die extra waarde en betekenis.

Gebiologeerd ziet hij in deze fijnzinnige documentaire hoe zijn zeer persoonlijke verhaal via hen steeds verder gestalte krijgt. Soms stuurt hij bij of grijpt in. Als de voorstelling afstevent op een emotionele climax, hervindt Eric de Vroedt de ouder van wie hij vooral rituele liefde en weinig oprechte genegenheid dacht te hebben gekregen. Terwijl, zo ziet hij met de wijsheid van nu, het toch echt liefde was.

En dan is het stuk klaar.

Overcoming

Netflix

Hoe je een documentaire in de montage totaal kunt verknallen…

Je hebt een fascinerend hoofdpersonage: Bjarne Riis, ploegleider van de wielerploeg CSC en zelf oud-winnaar van de Tour de France. En altijd geassocieerd met doping, dat ook.

Sterke bijrollen: Riis’ toprenners Ivan Basso (een potentiële winnaar), Carlos Sastre (diens interne concurrent en bovendien aanstaand vader) en Kurt-Asle Arvesen (een knecht die betrokken is bij de ene na de andere valpartij).

Een ‘man you love to hate’ als superieure tegenstander: veelvuldig Tour-winnaar Lance Armstrong, die dan nog niet is ontmaskerd als Mr. Doping.

Alle mogelijke uitdagingen: blessures, familietrubbels en – natuurlijk – bergtoppen.

En, vanzelfsprekend, een onweerstaanbaar strijdtoneel: de Ronde van Frankrijk van 2004.

Na drie weken absolute topsport, met alle bijbehorende pieken en dalen, kom je – filmmaker Tómas Gislason uit Denemarken – met ronduit prachtig materiaal thuis en sla je helemaal op hol in de editruimte:

Stevig split screen-gebruik.

Zomaar zwartwit.

Dramatische slow-motion.

Onnavolgbare flashbacks.

Potsierlijke teksten in beeld.

Overdadige kleurcorrectie.

Toevallige timelapse-sequenties.

Opdringerige soundtrack.

Flashy flash forwards.

Overdramatische herhalingen.

Oh ja, dat hadden we ook nog: green screen.

Kortom: een onvervalste ADHD-montage. Waarmee in Overcoming (108 min.) al het afzien, de heroïek, dat gekonkel, de stress en het alomtegenwoordige drama van de ultieme wielerwedstrijd vakkundig de nek om wordt gedraaid.

Igone – En Als Beloning Zweef Je

Ze brengt de wijnflessen naar de glasbak. Stofzuigt het huis. En laat de hond uit. Vier maanden na haar vertrek bij het Nationale Ballet in september 2019 heeft het gewone leven van Igone de Jongh een aanvang genomen. Ze voelt een leegte in zichzelf en gaat door een soort rouwproces. De ballerina had zich haar afscheid, na 24 gloriejaren, anders voorgesteld. En eigenlijk is ze ook nog niet klaar met dansen.

Thuis maakt ze zich op voor een remonte. Nu eens niet als grote ster in voorstellingen van topchoreografen als Rudi van Dantzig of Hans van Manen, als een superieure vertolker van andermans visie, maar met een zeer persoonlijk stuk, waarin ze haar eigen verhaal vertelt en ook de conversatie aangaat met het publiek. Dat zorgt onvermijdelijk voor elementaire twijfel. ‘Het is ongelooflijk dat gewoon alles weg is’, verzucht ze onderweg. ‘Alsof ik nooit gedanst heb.’

Igone – En Als Beloning Zweef Je (50 min.) is de weerslag van het intieme proces dat De Jongh – ondersteund door echtgenoot Thijs Römer, met de dansers Marijn Rademaker en Thiago Bordin en onder regie van Ruut Weissman (die onlangs zelf ook de hoofdpersoon was van een delicate documentaire) – voor het oog van de camera doormaakt. Waarin ze oude krachten probeert los te maken binnen een nieuwe versie van zichzelf.

Regisseur Simone de Vries lardeert Igone’s persoonlijke queeste met video’s die haar grootvader heeft gemaakt van hoe ze als jonge vrouw met een ongenadig talent opgroeide binnen de balletwereld. Die visualiseren het leven waarvan ze afscheid heeft genomen en dat ze zelf vooral associeert met haar langdurig zieke moeder. Zo ontstaat een gloedvol portret van een vrouw die zoekt naar wie ze is en die zichzelf, via de stiel die haar toch het meest vertrouwd is, opnieuw probeert uit te vinden.

Le Grain De Sable Dans La Machine

‘Over tien jaar verlangen we terug naar 2020’, stelt milieuactivist Carola Rackete ferm. De echte grote crisis moet in haar ogen nog komen. Het Coronavirus is niet meer dan een voorbode, de aankondiging van een fundamentele afrekening met onze manier van leven. Toch brengt ook die proloog het leven zoals we dat tot dusver hebben geleid al danig in gevaar.

Kijk maar om ons heen. Of luister naar al die deskundigen in Le Grain De Sable Dans La Machine (88 min.): economen, psychologen, filosofen, biologen, epidemiologen, antropologen, sociologen, fysiologen en ecologen. Vanuit hun eigen gezichtspunt belichten ze in deze documentaire van de Belgische filmmaker Alain de Halleux de Coronacrisis en hoe die de wereld in het jaar 2020 volledig heeft ontwricht.

Het virus zelf – volgens eigen zeggen ‘niet meer dan een zandkorrel, een stukje genetische code’ – laat ook van zich horen, in de vorm van een (in Nederland door acteur Stefan de Walle ingesproken) dwingende voice-over. ‘Ik heb alleen maar aangetoond hoe zwak uw immuniteit is’, zegt de snoodaard tamelijk pedant. De mensheid heeft zijn verdediging veronachtzaamd en betaalt daar nu de tol voor. Simpel, toch?

Het virus beschouwt zichzelf helemaal niet als de ziekte, maar simpelweg als een symptoom daarvan. En trouwens, betogen dat stukje genetische code en alle opgevoerde deskundigen, is de mens zelf ook niet een beetje te vergelijken met een virus dat over de aarde raast? Een virus dat – via z’n nefaste samenlevingsmodel, oneerlijke economische systeem en broze democratie – bovendien zijn eigen antistoffen ontwikkelt.

En dat zichzelf op die manier best wel eens zou kunnen vernietigen. Als de klimaatcrisis hem tenminste niet voor is. Het is natuurlijk geen onbekende boodschap die in deze alarmistische film nog eens goed in de verf wordt gezet: zolang wij onszelf niet veranderen, zouden we zomaar met gezwinde spoed onze eigen ondergang tegemoet kunnen gaan. Het is alleen de vraag of ie nu wél aankomt.

Zodat 2020 niet hoeft te worden geboekstaafd als het jaar van het virus, maar van de grote ommekeer.

Voetbaldroom

BNNVARA

‘Tijn?’

‘Nee.’

‘Ali?’

‘Nee.’

‘Diego?’

‘Ja.’ (tweemaal)

‘Dat dacht ik al.’

Secuur noteert technisch coördinator Paul Bahlmann de bevindingen van zijn scouts. ‘Binnen een paar dagen neem ik contact met ze op.’ Voor de zekerheid voegt hij er nog aan toe: ‘En de rest bedanken voor hun aanwezigheid.’

Voetbalvereniging Alphense Boys, begin 2021 door vakblad De Voetbaltrainer voor het tweede achtereenvolgende jaar uitgeroepen tot beste amateurjeugdopleiding van Nederland, neemt zijn opleidingstaak heel serieus. De Zuid-Hollandse club probeert elk jaar enkele spelertjes af te leveren bij een profclub, een BVO in vakjargon. Betaald Voetbal Organisatie. Op hun jaarlijkse Open Dag proberen de Boys alvast nieuwe ruwe diamantjes te ontdekken. ‘En denk aan de hesjes’, voegt Bahlmann zijn scouts aan het eind nog toe. ‘Die moeten weer terug.’

Voor de vierdelige documentaireserie Voetbaldroom (160 min.), waarvan ik tot dusver drie afleveringen heb gezien, zijn Frederick Mansell en Laurens Samsom neergestreken bij de voetbalvereniging uit Alphen aan den Rijn. Ze volgen drie spelertjes van het Onder 13-team en hun ouders: spelverdeler Sinan, verdediger Seth en aanvaller Finn (die overigens de hele zomer heeft doorgetraind met zijn vader). Het gaat er professioneel aan toe. ‘Er is één speler die is aan het veters strikken’, constateert coach Robin Stolwijk bijvoorbeeld tijdens de training. ‘Dus we drukken allemaal even 25 keer op.’

Bij de opleiding van de Rotterdamse BVO Sparta heeft Pjotr van der Marel intussen vastgesteld dat slechts vijf procent van hun jeugdspelers het eerste elftal bereikt. ‘Hoe vroeg moet je nu selecteren?’ vraagt de coördinator opleiding zich af. ‘Er zijn clubs die zeggen: op zesjarige leeftijd kunnen wij zien dat iemand prof is. Dat is gewoon bullshit. Dat is echt onmogelijk.’ De nog altijd pas 24-jarige Dani van der Moot heeft de schaduwzijde van die benadering leren kennen. Ooit was hij één van de sleutelspelers van PSV en het Nederlands jeugdelftal en kreeg hij zelfs het aanbod om naar Liverpool te komen. Nu speelt de spits bij Rijnsburgse Boys.

Deze diepe duik in het Nederlandse jeugdvoetbal toont daarnaast ook de andere kant van de medaille: Marten de Roon en Wout Weghorst behoorden nooit tot de absolute supertalenten en moesten tijdens hun jonge jaren diverse teleurstellingen overwinnen. Inmiddels leven ze echter allebei hun jongensdroom in het grote Oranje. Hoe moeilijk hun weg naar de top ooit was – en de teamgenoten die onderweg afhaakten – zijn ze echter niet vergeten. Dat ze hun ervaringen ook openhartig willen delen, tekent hen als mens en topsporter en vormt tevens een meerwaarde voor deze puike miniserie.

Die is uiteindelijk te beschouwen als een voetbalvariant op de spraakmakende documentaire Turn!. Alle aspecten van de jeugdvoetballerij komen aan de orde. Hoe groot is bijvoorbeeld de kans dat een stage bij een profclub ook daadwerkelijk een aanbod oplevert? Zou het echt toeval zijn als je als voetbalvader bij de drogist een zaakwaarnemer ontmoet? Welk perspectief is er eigenlijk voor talentvolle speelsters? Is het reëel om serieus aan school te blijven werken als je vol voor een toekomst als voetballer gaat? En hoe speel je de depressie weer kwijt die, zo blijkt uit onderzoek van gedragsonderzoeker Marjorie Esajas, zich regelmatig aandient als er wordt doorgeselecteerd en jij dan ineens niet meer ‘die voetballer’ blijkt te zijn?

Zo snijdt Voetbaldroom, waarvoor Frank Evenblij de voice-over verzorgt, vol overtuiging allerlei prangende kwesties aan, die in verschillende geledingen van de jeugdsport opspelen en die door recent onderzoek binnen de turnwereld nog eens extra urgentie hebben gekregen.

Voetbaldroom is hier te bekijken.