De MOB Methode

Hollandse Helden / KRO-NCRV / zondag 17 mei, om 22.40 uur, op NPO2

Het uitgangspunt lijkt zo logisch als wat: de Nederlandse overheid moet zich aan z’n eigen wetten houden. Toch maakt Mobilisation for the Environment (MOB) zeker niet alleen vrienden met z’n juridische procedures om de staat bij de les te houden. Met het door MOB afgedwongen stikstofslot heeft de ‘milieuclub’ volgens critici het halve land platgelegd. ‘Ik ga nog liever dood dan dat ik met MOB ga spreken’, heeft BBB-kamerlid Caroline van der Plas bijvoorbeeld ooit laten optekenen.

In De MOB Methode (60 min.) volgt Ingeborg Jansen oprichter Johan Vollenbroek en enkele andere centrale figuren van de activistische stichting. Zij bevinden zich ogenschijnlijk vrijwel permanent voor de rechter, tegenover grote bedrijven zoals Tata Steel, Schiphol en Cosun (de voormalige Suiker Unie) en vertegenwoordigers van de overheid. Vanuit de zaal kijken dan vaak direct betrokkenen mee, zoals bijvoorbeeld pluimveehouder Frank Rooijakkers uit de Peel.

Zijn bedrijf dreigt door de rechtsgang van MOB z’n natuurvergunning kwijt te raken. Voel je je slachtoffer van onze acties? vraagt Vollenbroek, als hij met z’n markante elektrische autootje is afgereisd naar de Brabantse kippenboer. Rooijakkers heeft er slapeloze nachten van, bekent hij. Hij heeft het gevoel dat ie aan de schandpaal wordt genageld. Die procedures zijn geen laatste redmiddel voor de natuur, maar een doodlopende weg! Het is een scherp gesprek dat niettemin respectvol blijft.

MOB procedeert niet om het procederen, stelt Max Haan, één van de juristen van de stichting. Hij vindt de methode die ze hanteren soms zelfs bijna kinderachtig. ‘Het is een beetje alsof je gaat klikken bij de meester, maar soms kom je met een bedrijf in gesprek en lukt het om onderling afspraken te maken. En dat is voor iedereen het beste.’ Daarvoor wordt dan wel eerst een juridisch breekijzer ingezet, ten overstaan van rechters die puur oordelen op basis van de voorliggende feiten.

Zo kunnen ze wanbestuur’ corrigeren, vinden de gepensioneerde chemicus Vollenbroek en zijn groene strijders. De natuur, dieren en biodiversiteit dienen koste wat het kost te worden beschermd – hoeveel tegels daarvoor ook gelicht en beerputten geleegd moeten worden. En daarbij nemen de MOB’ers op de koop toe dat ze heel wat Nederlandse bedrijven en boeren, die het gevoel hebben dat ze persoonlijk gepakt worden door een stelletje fanatiekelingen, tegen de haren instrijken.

Deze boeiende documentaire brengt hun idealistische strijd, de onwrikbare overtuigingen daarachter en de belangen waarop ze zo botsen helder in beeld. Het is een film over het hedendaagse Nederland, een land vol tegenstellingen die soms nauwelijks meer kunnen worden overbrugd. Waar polderen heeft plaatsgemaakt voor strijd, met het risico dat gedeelde belangen uit het oog verdwijnen.

Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max / woensdag 6 mei, om 20.25 uur, op NPO2

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.

Hokusai, Impressions De Soleil Levant

France TV / AVROTROS

Zijn echte naam is altijd onbekend gebleven. De Japanse schilder wordt bekend onder zijn pseudoniem Hokusai (noordster). We weten wel dat hij werd geboren op de 23e dag van de negende maan in het Jaar van de Draak van het tiende jaar van het Hōreki-tijdperk, meldt de alomtegenwoordige verteller van de documentaire Hokusai, Impressions De Soleil Levant (58 min.). Ofwel: 31 oktober 1760.

Ruim 250 jaar later spreekt het werk van de kunstenaar nog altijd tot de verbeelding. Hij is opgegroeid in de Japanse hoofdstad Edo, het huidige Tokio. In een land, dat strak wordt geleid door de Shogun en dat zich volledig heeft afgesloten van de rest van de wereld. De jonge illustrator, dan nog Shunrō genaamd, gaat in de leer bij de Shunshō-studio, waar hij zich bekwaamt in de houtbewerkingskunst Ukiyo-e. Met kerven in zachte kersenhoutbokken en verf leert hij kleurrijke prints te maken.

Nauwgezet probeert regisseur Lise Barron de persoonlijke en artistieke ontwikkeling van de latere Hokusai, die ook nog door het leven gaat als Sōri, Taito en Litsu, te reconstrueren. Soms is ze haar protagonist enige tijd kwijt, waarna hij plotseling weer van zich doet spreken met bloemrijke kunst die het Japan van zijn tijd doet herleven. Een wereld van kabuki-acteurs, courtisanes, samoerai, draken en manga, vervat in een ontzaglijke hoeveelheid tekeningen, illustraties en schilderijen.

Barron omlijst haar vertelling over de enigmatische kunstenaar, die zich steeds blijft ontwikkelen en daarbij ook wordt beïnvloed door de grote Nederlandse schilders, met sfeervolle sequenties van woodprinten en sumo-worstelaars en fraaie archiefbeelden van Japanse cultuur. Zo haalt ze een kunstenaar die al een kleine twee eeuwen dood is – en die zich in de jaren voor zijn overlijden overigens Manji noemt – overtuigend naar het hier en nu.

Yiya Murano: Muerte A La Hora Del Té

Netflix

Ruim tien jaar na haar dood geniet Yiya Murano (1930-2014) nog altijd een even opmerkelijke als bedenkelijke heldenstatus in Argentinië. Ze leeft voort in talloze memes. De elegante dame van middelbare leeftijd, die zo lijkt te zijn weggelopen uit een moordmysterie van Agatha Christie, wordt eind jaren zeventig beschuldigd van drie geraffineerde moorden. Bij de thee die ze haar buurvrouwen voorzet, heeft ze vermoedelijk ook cyanide geserveerd. Maar hoe?

Over Yiya’s motief is weinig twijfel in de documentaire Yiya Murano: Muerte A La Hora Del Té (104 min.): na een door haar opgezet piramidespel heeft ze bij elk van de  vrouwen een schuld uitstaan. Die hoeft ze nu niet te voldoen. De zaak tegen ‘de gifmengster van Monserrat’ lijkt zonneklaar – ook al blijft haar echtgenoot Antonio heilig in haar onschuld geloven. Yiya’s eigen zoon Martín Murano, die later een boek aan zijn moeder zal wijden, treedt zelfs als getuige à charge op in El Caso Yiya. Hij is ervan overtuigd dat hij het kind van een moordenares is.

Regisseur Alejandro Hartmann diept deze geruchtmakende geschiedenis, waarvan de Argentijnse media (en Yiya zelf) maar geen genoeg krijgen, op met Martín en enkele direct betrokkenen, lardeert hun herinneringen met krantenkoppen, reportages en televisie-interviews en illustreert dit geheel weer uitbundig met nogal vet gereconstrueerde scènes, voor een belangrijk deel in zwartwit. De kwestie krijgt daarmee bijna een soapy karakter, alsof die drie uiterst verdachte sterfgevallen vooral geschikte gespreksstof zijn voor een theekransje.

Zo lijkt de zaak zelf in Argentinië ook te zijn behandeld. Yiya groeit uit tot een cultureel fenomeen. Ze wordt een graag geziene gast in televisieprogramma’s, krijgt haar eigen musical en maakt haar reputatie zelf ook ongegeneerd te gelde. En zoonlief Martín, voormalig stuntman, profiteert op zijn eigen dubbelzinnige manier mee. Zo moeder, zo zoon, klinkt ’t niet voor niets in deze, jawel, vermakelijke combinatie van moordmysterie en ‘celebrity’-portret.


De Bi-Kwestie

NTR

Ze hebben een heel traject achter de rug in de afgelopen twee jaar, de hoofdpersoon en regisseur van De Bi-Kwestie (56 min.). Zowel Zaïre Krieger als Dennis Alink vallen op mannen en vrouwen. Ze identificeren zich als biseksueel. In de openingsscène van deze geheel bijdetijdse documentaire zijn de twee tegenover elkaar gaan zitten aan een tafel, om nog even terug te blikken op de voorbije periode en hun film af te trappen. De voorlopige conclusie? We bestaan niet en toch zijn we met heel veel.

En dan gaat die film over een jonge biseksuele Nederlandse vrouw van kleur, met wortels in Congo, actief binnen de ballroomscene en werkend aan haar eerste bundel als spoken word-artiest, daadwerkelijk van start. De eerste zin van dat boek heeft Zaïre overigens al als ze in gesprek gaat met haar eindredacteur Romana Vrede. ‘For my mom, I hope you like it. I hope you like me.’ De bundel moet volgens haar gaan over ‘multidimensionaal’ zijn, meerdere versies van jezelf. Want alle mensen, bi-personen niet in het minst, verenigen verschillende identiteiten in zichzelf.

‘Ik ben genomen met een strap-on’, vertelt Krieger bijvoorbeeld, als ze haar eigen variant op de archetypische hyperseksuele bi-mens lijkt te spelen, tijdens een etentje. ‘Door iemand die me niet terugappt. Ik voel me daar slecht over en ik haat dat.’ Waar? wil haar gesprekspartner weten, die het spel zo te zien graag meespeelt. Hij bedoelt: in welke stad. Den Haag, antwoordt zij. ‘Hen moest vanmorgen heel vroeg vertrekken voor een muziekrepetitie.’ Ze verduidelijkt, in de taal van haar wereld: ‘Hen noemt zichzelf een lesbienne, een butch-queen homo en tegelijkertijd een cis-man.’

Terwijl Krieger gaandeweg in een serieuze relatie verzeild raakt, werkt aan de bundel die de titel Kameleon krijgt (‘hello, full circle!’ reageert een vriendin enthousiast) en zich in al haar verschillende gedaanten manifesteert in de buitenwereld, wordt zij door Alink uitgedaagd om op zichzelf te reflecteren. Die scènes krijgen soms bijna het karakter van het staren in de eigen en elkaars navel. Indringender wordt het als de jonge vrouw in haar eigen familie naar acceptatie zoekt. Mag ze een vriendin mee naar huis brengen? En zijn haar levenskeuzes te verenigen met het geloof van haar moeder?

Eenmaal op dat punt aangekomen, ogenschijnlijk stiekem vastgelegd met een zendermicrofoontje, lijkt De Bi-Kwestie even achter de façade te komen bij de jonge vrouw die weliswaar meerdere versies van zichzelf aanstuurt, maar toch eerst en vooral ook kind van haar moeder is.

Ronaldinho Gaúcho

Netflix

Zijn standbeeld wordt in de hens gestoken. Als het Braziliaanse nationale elftal in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal van 2006 is uitgeschakeld door Frankrijk, koelen fans van de Seleção hun woede op het bijna acht meter hoge beeld van de grote ster, Ronaldinho.

Het lijkt de ommekeer in de carrière van de begaafde balgoochelaar van FC Barcelona, die al tweemaal is verkozen tot beste speler van de wereld en in 2002 wél wereldkampioen is geworden met Brazilië. ‘Als je niet presteert, betaal je de prijs’, zegt zijn oudere broer en zaakwaarnemer Roberto de Assis Moreira, zelf oud-profvoetballer, bijna schouderophalend in Ronaldinho Gaúcho (internationale titel: Ronaldinho: The One And Only, 165 min.). ‘Zo is het.’

De driedelige docuserie van Luis Ara is dan ruim honderd minuten onderweg. Ronaldinho’s weg naar de top, die hem van de straten van Porto Allegre via Grêmio en Paris Saint-Germain naar Barcelona heeft gebracht is met behulp van gesprekken met de wereldster zelf, fraaie actiebeelden en bijdragen van voetbalgrootheden zoals Ronaldo, Neymar en zijn protegé Messi vaardig opgetekend. Nu, aan het einde van deel twee, kondigt de val van de held zich aan.

‘Ronnie’ is geen schim meer van de frivole speeltuinvoetballer, die iedereen dol draait en de bal vanuit elke denkbare hoek het doel in werkt. Hij is permanent geblesseerd, oogt ongemotiveerd en verliest zich in het uitgaansleven. Barca dirigeert hem naar de uitgang… Het einde van Ronaldinho’s roemruchte carrière lijkt in aantocht, maar moet in aflevering 3 tóch nog een paar keer worden uitgesteld. Totdat elke titel is gewonnen en hij z’n kicksen definitief aan de wilgen kan hangen.

Die geschiedenis is best onderhoudend, maar deze miniserie wordt het meest interessant als de gewezen topspeler een voorzichtig inkijkje geeft in zijn persoonlijk leven: de vroegtijdige dood van zijn vader, de lastige relatie met z’n zoon João Mendes en het verlies van zijn moeder. Hoewel hij ook dan het achterste van zijn tong niet laat zien – ook niet over die geruchtmakende arrestatie in Paraguay in 2020 – verschijnt de mens achter de topsporter even in beeld.

En dan is ie weer weg… En volgt die kenmerkende kamerbrede glimlach, een van het basketbal afgekeken no look-pass of zo’n onnavolgbare solo – waarvan niemand weet waar die eindigt.

De Man Met De Glimlach

Verde Films / vanaf donderdag 7 mei in de bioscoop

‘It is easy enough to be pleasant’, begint het gedichtje dat Bram Cohen drie jaar lang boven zijn bed heeft hangen. ‘When life flows-along like a song. But the man worthwhile is the man with a smile. When everything goes dead wrong.’ De woorden helpen de vader van documentairemaker Paul Cohen overleven in het Jappenkamp. Als hij eind september 1945 wordt vrijgelaten, weegt ie nog slechts 46 kilo. Bram Cohen is 21 jaar en zijn halve familie kwijt.

Zo’n anderhalf jaar later gaat De Man Met De Glimlach (101 min) op vakantie. Via Duitsland reist hij in maart 1947 met de trein naar Kopenhagen. ‘Ik besefte dat ik genoot’, schrijft Bram dan in zijn reisverslag. ‘En daardoor genoot ik dubbel.’ Bij de aanblik van het verwoeste Duitsland kan hij een triomfantelijk gevoel nauwelijks onderdrukken. Totdat hij op het station van Hamburg een uitgehongerd vijfjarig meisje ziet en weer iets van compassie in zichzelf vindt. Op de plaats van bestemming zal hij bovendien de jonge Deense studente Lis Rohleder ontmoeten.

Terwijl Paul Cohen in het gezelschap van zijn zus Inge – en begeleid door de geschriften van hun vader, die in 1975 overleed bij een val in een ravijn – bijna een halve eeuw later per trein eveneens naar Denemarken reist, laat hij ook diens ervaringen in het kamp Tjimahi op Java de revue passeren. Hij portretteert tevens enkele passagiers, die elk op hun eigen manier ook op zoek zijn naar vergeving in zichzelf. Een jonge man die de as van zijn moeder wil uitstrooien. Een Vietnamese vrouw die is getekend door het verleden. En een Duits echtpaar dat als kind leed onder de oorlog.

Via de persoonlijke verhalen van zijn medereizigers en de herinneringen van en aan Bram Cohen probeert de filmmaker in deze ingetogen roadmovie, die ook veel overlaat aan de verbeelding van de kijker, zijn vader te begrijpen. Een man die op weg naar Denemarken het leven terugvindt en er desondanks, in weerwil van de glimlach die hij op zowat elke afzonderlijke foto laat zien, z’n hele bestaan mee zal blijven worstelen.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

De Film Die Nooit Afkwam

&Bromet’/ EO

De zwarte bladzijde uit het filmende leven van Frans Bromet kan in 2017 alsnog worden omgeslagen. De documentaire die hij in de jaren zeventig wilde maken over schilder en Holocaust-overlever Sieg Maandag (1937-2013), waarvan de productie jaren eerder vanwege een volledig uit de hand gelopen conflict tussen Bromet en zijn producent George Becht was afgebroken, kan toch nog worden voltooid.

De Film Die Nooit Afkwam (58 min.) begint bij de foto die George Rodger (1908-1995) van de kleine Sieg maakte bij de bevrijding van het concentratiekamp Bergen-Belsen in 1945. De Britse fotograaf van het vermaarde tijdschrift Life kan, als Bromet hem een heel leven later opzoekt, nauwelijks geloven dat het jongetje zijn leven daarna ‘gewoon’ heeft kunnen vervolgen en nog altijd in leven is. Tot een ontmoeting tussen de fotograaf en zijn subject en de foto die daarvan moet worden gemaakt – het beoogde einde van de nooit afgeronde docu Life’s Picture – zal het door alle productionele perikelen echter nooit komen.

Bromet, zelf afkomstig uit een Joodse familie, wilde toentertijd nadrukkelijk uit de zwaarte weg blijven. Niet te veel inzoomen op de ontzaglijke ellende van het kamp, bijvoorbeeld – ook omdat hij die confrontatie zelf nauwelijks aankon. In plaats daarvan filmde hij opgeprikte, soms bijna clowneske reconstructiescènes, waarin Maandag zijn eigen belevenissen naspeelde. Die waren vermoedelijk ook de spreekwoordelijke druppel voor producent Becht. Samen met Sieg Maandags weduwe Karen en zijn kinderen Sarah en Simon kijkt de filmmaker het beeldmateriaal nu terug en bespreekt met hen de man daarachter.

Gaandeweg wordt tevens duidelijk hoe, waarom en door wie Bromets oorspronkelijke film werd getorpedeerd en hoe de direct betrokkenen, waaronder hijzelf, daar jaren later op terugkijken. De tijd lijkt in elk geval deze wonden wel te hebben geheeld. En met De Film Die Alsnog Afkwam kan Bromet toch zijn oorspronkelijke vraag beantwoorden: hoe kan een mens verder leven na het concentratiekamp? De vraag is dan alleen nog hoe hij die nieuwe docu naar z’n einde kan brengen. En ook die vraag wijst uiteindelijk zichzelf, in deze boeiende film over de erfenis van de Tweede Wereldoorlog en hoe die te beheren.

De Film Die Nooit Afkwam is hier te zien.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

Chess Mates

Netflix

‘Ik had het gevoel dat ik niet tegen een mens speelde’, zegt Magnus Carlsen, de beste schaker van de wereld, als hij terugblikt op zijn tweekamp met Hans Niemann tijdens de strijd om de prestigieuze Sinquefield Cup in St. Louis in 2022. De gedoodverfde Noorse favoriet is daar van het bord gespeeld door een negentienjarige uitdager, die door elke kenner véél lager wordt aangeslagen en tóch heer en meester bleek in de tweekamp. Dat riekt naar vals spel. Heeft Niemann zich stiekem laten influisteren door een schaakcomputer?

‘Het is duidelijk dat Hans niet te vertrouwen was’, stelt Carlsens vader en manager Henrik onomwonden in de boeiende documentaire Chess Mates (75 min.) van Thomas Tancred (Last Stop Larrimah), één van de betere afleveringen van Netflix’s sportdocuserie Untold. ‘Hij was een potentiële bedreiging voor de schaakwereld.’ Zijn zoon Magnus laat het er niet bij zitten. Hij verlaat het toernooi en maakt zijn New Yorkse opponent, via een slinkse omweg, publiekelijk zwart. Hans Niemann zou tijdens de wedstrijd in het geheim signalen hebben gekregen via, werkelijk waar, ‘anale kralen’.

De jonge grootmeester die de zwarte Piet krijgt toegeschoven is zich zelf van geen kwaad bewust. Volgens Niemann is Carlsen gewoon een slechte verliezer. Hij heeft de schijn wel tegen: toen hij tijdens de Coronacrisis als jonge hond, met veel bravoure en theater, furore begon te maken op het toonaangevende online-platform chess.com, werd de schaakinfluencer al eens betrapt op vuil spel. Nu de kampioen een banvloek over hem heeft uitgesproken, wordt Niemann daarom direct in de ban gedaan. Maar betekent dit ook dat hij op een oneerlijke manier heeft gewonnen van Carlsen?

Tancred zet de twee rivalen, de meester die gewend is om te winnen en de ‘angry young man’ die diens heerschappij zonder enige vorm van respect aanvecht, nog eens recht tegenover elkaar in deze enerverende film. Hoeveel minachting of achterdocht ze ook koesteren, de twee lijken veroordeeld tot elkaar. In een man-tot-man gevecht, online of juist ‘over the board’, over wie er de beste schaker in de wereld is. Waarbij veel, zo niet alles, geoorloofd lijkt om te winnen. Op het bord of in de publieke opinie.

The Balloonists

Dogwoof

Hij kan zich geen nieuw fiasco veroorloven. Zijn eerste poging om met een heteluchtballon een nonstop-vlucht rond de aarde te maken is uitgelopen op een pijnlijke mislukking. Slechts zes uur na vertrek moet Bertrand Piccard de strijd staken. Afgezet tegen de prestaties van zijn grootvader en vader, die van zich deden spreken in ruimtecapsules en onderzeeërs, slaat Piccard een absoluut modderfiguur. Hij mag op geen enkele manier in de schaduw van zijn beroemde familieleden staan.

Er hangt dus nogal wat vanaf als de streberige Zwitserse avonturier in maart 1999 samen met een nieuwe partner, de bedeesde Britse vlieginstructeur Brian Jones, een nieuwe poging waagt om met de Breitling Orbiter 3-ballon de aarde te bedwingen. The Balloonists (86 min.), bijgestaan door de Belgische meteoroloog Luc Trullemans, staan niet alleen voor een enorme uitdaging. Ze moeten ook afrekenen met een concurrerende ballon, met Piccards voormalige teamgenoot Andy Elson aan boord.

Samen met enkele intimi blikken Piccard, Jones en Trullemans in deze avonturendocu van de Britse regisseur John Dower (The Mystery Of D.B. Cooper, Lockerbie en The Man Who Definitely Didn’t Steal Hollywood) terug op een hachelijke onderneming die ook zomaar verkeerd had kunnen aflopen. Het feit dat deze film er is gekomen en de voornaamste participanten het ook kunnen navertellen doet vermoeden dat het toch wel goed is gekomen. Van die spanning moet de documentaire het dus niet hebben.

Met fraaie beelden van de ballonvaart en de persoonlijke verhalen van de belangrijkste passagiers daarvan kan Dower de historische vlucht – ruim 2600 mijl in nog geen twintig dagen – overtuigend reconstrueren. Een grens is verlegd, door twee totaal verschillende mannen die een onverwacht goed team vormen – nadat talloze pogingen, waaronder die van de Britse entrepreneur Richard Branson, voortijdig zijn gestrand.

Los Asesinos De Colosio

HBO Max

Tijdens een veel te drukke campagnebijeenkomst op een plein in Tijuana heeft hij de Mexicaanse presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio op 23 maart 1994 een pistool tegen het hoofd gezet en doodgeschoten.

Toch houdt Mario Aburto Martínez, die direct in de kraag werd gegrepen en toen helemaal onder het bloed zat, staande dat hij onschuldig is. ‘Ik heb de kandidaat nooit iets willen aandoen’, verklaarde hij tijdens het politieverhoor. ‘Niet zo ernstig. Ik wilde hem alleen licht verwonden. Ik wilde op camera kunnen vertellen dat ik dit had gedaan om een oorlog in Mexico te voorkomen.’ Volgens zijn familie, die dertig jaar na dato pleit voor zijn vrijlating, is die bekentenis simpelweg het resultaat van marteling geweest. Mario kon met geen mogelijkheid de (enige) schutter zijn.

Afgaande op de eerste aflevering van deze dik aangezette driedelige serie van José Ortiz leven er nog veel meer vragen rond Los Asesinos De Colosio (Engelse titel: Colosio: Political Assassination, 149 min.), maar is Aburto zonder twijfel het belangrijkste slachtoffer van wat er zich op die fatale maartdag in ‘94 heeft afgespeeld. In de tweede aflevering komt er pas aandacht voor de man die toen werd vermoord. Was dat een politieke afrekening, de prijs die Luis Donaldo Colosio betaalde voor zijn besluit om de PRI, de partij die al decennia aan de macht was in Mexico, grondig te hervormen?

En was dit dan een samenzwering, waarbij een andere/tweede schutter met banden met de Mexicaanse inlichtingendienst CISEN, ene José Antonio Sánchez Ortega, de trekker had overgehaald en meerdere hooggeplaatste figuren, waaronder zelfs de toenmalige president Carlos Salinas de Gortari, betrokken waren? Die werpt ruim dertig jaar later in elk geval alle beschuldigingen ver van zich in deze miniserie. En hij weigert bovendien in te gaan op de innige banden van zijn broer Raúl met Mexico’s machtige drugskartels, die hun hand niet omdraaien voor een moord meer of minder.

Zo vliegen de beschuldigingen over en weer in een tamelijk warrige vertelling, waarbij nauwelijks is vast te stellen of iemands bewering moet worden gezien als een inderdaad nog niet volledig uitgelopen onderzoekspiste of een doelbewust uitgezet dwaalspoor, om de aandacht af te leiden van de echte feiten. De nietsvermoedende kijker blijft vermoedelijk dus beduusd achter. Moe gepraat, het spoor bijster.

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

Green over Gray: Emilio Ambasz

AVROTROS

Groen over grijs. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn, aldus Emilio Ambasz. Een architect dient als beschermheer te fungeren voor de stenen woestijn die de mens heeft gemaakt van zijn steden. De natuur moet daarin worden teruggebracht. Niet als decor of decoratie, maar als integraal onderdeel van een organisch geheel van de mens, z’n woon- en werkomgeving en de aarde. Zo brengt de Argentijnse visionair vanaf de jaren zeventig architectuur en natuur weer bij elkaar en vraagt hij tevens aandacht voor de noodzaak om te strijden tegen wat we later klimaatverandering zijn gaan noemen.

In de gestileerde documentaire Green Over Gray: Emilio Ambasz (52 min.) tonen Francesca Molteni en Mattia Colombo daarvan enkele fraaie voorbeelden. Het imposante huis La Casa de Retiro Espiritual in Sevilla bijvoorbeeld. De botanische tuin van het Texaanse San Antonio. Het ACROS-gebouw in Fukuoka in Japan, dat eerst alleen een betonnen kolos leek, daarna langzaam overwoekerd raakte door groen en toen z’n volledige potentieel onthulde. En met het Ospedale Dell’Angelo in het Italiaanse Venice-Mestre toonde Ambasz aan dat ook een ziekenhuis kan worden vergroend.

Aan de hand van deze sprekende voorbeelden laten enkele collega-architecten en kenners hun licht schijnen over de visie, werkwijze en impact van hun enigmatische collega, die zelf met enkele poëtische teksten z’n eigen mythe nog eens versterkt. Ambasz tekent naar verluidt helemaal niet om z’n ideeën stapsgewijs aan te scherpen. De concepten komen in hun totaliteit tot hem. Alsof ze allang ergens rondzweefden en alleen nog door hem, de man met het idee, esthetische gevoel en ideaal, uit de lucht moesten worden gepakt, om vervolgens op de dorre aarde te worden gedropt.

Deze film – over het levenswerk, in plaats van het leven daarachter – brengt de visie van Emilio Ambasz overtuigend over het voetlicht.

Streetart Frankey

September Film

Met zijn guitige lach, pretoogjes en – jawel! – Frankey-rode muts zou hij kunnen doorgaan voor een personage uit zijn eigen oeuvre. Sterker, misschien is Streetart Frankey (68 min.) – want over hem hebben we ‘t – dat ook wel. Een naïeve, speelse en grappige kaaskopvariant op – pak ‘m gerust beet – de Britse straatkunstenaar Banksy.

Frankey is de man achter de legoversie van André Hazes op de Dam, een waterkraan die eruit ziet als Manneke Pis en de (Nederlandse) leeuw met het helpbordje die kopje onder gaat in een hoofdstedelijke gracht. Als een soort Kuifje in Amsterdam begeeft hij zich op het kruispunt tussen Maurizio Cattelan, Wim T. Schippers en – daar istie weer! – Banksy. Schatplichtig aan Suske en Wiske, Ghostbusters en Buurman & Buurman.

Peter Wingerder volgt Frankey, die eigenlijk – ssst! – Frank de Ruwe heet, van de ene vette knipoog naar de andere schelmenstreek. Samen met zijn geliefde Urs Hasham, die het ‘megaleuk’ vindt om mee te doen en mee te helpen, maakt ie van elke (on)bezonnen actie ook een lekkere foto, die onderdeel is van ’s mans alsmaar uitdijende collectie straatkunstwerkjes, waarmee hij ook best ’s werelds galerieën en musea in wil.

’s Mans strapatsen worden in deze joyeuze film opgeleukt met tekeningen van Typex en animaties van Ot Leendertse. Met een poppetje van een speels figuurtje met een Frankey-rode muts bijvoorbeeld. Zo heeft Streetart Frankey – de docu dus – uiteindelijk hetzelfde effect als het werk van de Nederlandse kunstenaar, designer en handige jongen met precies dezelfde naam: een mens wordt er zowaar vrolijk van.

Kom daar maar eens om in tijden waarin het begrip – lees het navolgende woord aub met gefronste wenkbrauwen –  ‘documentaire’ toch vooral associaties oproept met de oorlog in Oekraïne, het lijden van Gaza en de wankelende democratie in de Verenigde Staten. Over dat laatste gesproken: Frankey – en in zijn kielzog: Wingerder – is erbij als dat wankelen (weer) begint: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024.

Als de held van dit verhaal – nee, niet Donald Trump! – New York heeft voorzien van openbare Teenage Mutant Ninja Turtles en WALL-E verkeersborden, hijst hij zich in een levensgrote Hug For Unity-knuffelbeer. Voor de verandering zónder Frankey-rode muts. Als ie in dat pak, in het kader van de naderende verkiezingen, de straat op wil, moet Frankey echter wel een kogelvrij vest aan. Het blijft tenslotte Amerika.

Daar schrikt hij zich een hoedje – vast niet Frankey-rood – bij een campagnebijeenkomst van de Republikeinse presidentskandidaat: ‘nog nooit zo’n negatief event meegemaakt’. En dan wordt de zelfverklaarde held nog gekozen ook! Is de beoogde campagne ‘Frankey Comes To America’ daarna nog wel gepast? vraagt de echte held – Streetart Frankey dus – zich dan af. Al te lang laat hij zich echter niet uit het veld slaan. De plicht/pret roept!

En dus eindigt deze documentaire waar ie begon: bij een zorgvuldig voorbereide en secuur uitgevoerde ludieke actie van de Frankey-rode muts en het mannetje daaronder, de enige echte Frankey.

Den Sista Resan

Universal

Van de levenslustige kerel die in 2008 als docent Frans afscheid nam van de Ullvi-school en zich samen met zijn echtgenote Tiina opmaakte voor zijn derde levensfase, z’n ‘troisième âge’, is helemaal niets meer over. Lars Hammar zit er op z’n tachtigste, na een periode van ziekte, sombertjes bij. Elke vorm van levenslust is verdwenen. In hun huis in de Zweedse stad Köping is hij nauwelijks nog uit zijn Belgische leren fauteuil te krijgen. Lars zit gewoon op de dood te wachten.

Dat wil zijn zoon, televisiepersoonlijkheid Filip Hammar, niet laten gebeuren. Hij tikt een oranje Renault 4 op de kop, de auto waarmee ze in de jaren zeventig als gezin op vakantie naar Frankrijk gingen, en besluit om daarmee gouden tijden te laten herleven. Ook Filips tv-maatje Fredrik Wikingsson gaat mee op Den Sista Resan (internationale titel: The Last Journey, 88 min.), waarop Lars weer een beetje zin in het leven moet krijgen. En alles wordt gefilmd, voor wat zo’n typische hartverwarmende roadmovie moet worden.

Op weg naar hun vroegere vakantiebestemming Beaulieu-sur-Mer wordt alles uit de kast gehaald om de oude man op te vrolijken en zijn geheugen op te frissen. Het duo Filip en Fredrik laat niets aan het toeval over en zet de gekste dingen in scène om de vroegere Lars weer uit de broze oude man met de rollator tevoorschijn te laten komen. Dat levert aandoenlijke reacties op van de Francofiel op leeftijd, maar krijgt al snel ook iets krampachtigs. Los daarvan lijken al die strapatsen ook het echte vader-zoon contact in de weg te zitten.

‘Ik hoop dat je niet teleurgesteld in me bent’, zegt Lars als hun gezamenlijke reis er bijna op zit. ‘Waarom zou ik?’ antwoordt Filip, misschien net iets te snel. Lars: ‘Omdat ik niet meer zo ben als vroeger.’ Zijn zoon heeft echter nog één ding voor hem geregeld, in de hoop dat hij daarmee nog een laatste keer de gevoelige snaar kan raken bij zijn vader, voor het verplichte sentimentele einde van deze speciaal voor hem samengestelde Surprise Show.

De Instagram Moord

Act Of Crime / BNNVARA / maandag 23 maart, om 21.25 uur, op NPO3

Hun zus Roxannne spreekt over ‘het ongeluk’. Die ene dag, 23 oktober 2021, waarop Bouchra Anouk doodstak. De 21-jarige vrouw uit Den Bosch streamde haar schokkende daad live op internet. Ze bevond zich in een acute psychose. ‘Achtentachtig steekletsels’ werden er later vastgesteld bij haar jongere zus, die ter plekke overleed.

In De Instagram Moord (50 min.) delen Bouchra, Roxanne en hun moeder Shirley hun verhaal over deze traumatische avond en wordt de familie gevolgd tijdens het hoger beroep in de zaak tegen Bouchra. ‘Hoe kan je verder gaan als je weet dat je iets vreselijks hebt gedaan bij de persoon die alle vertrouwen in jou had en jou niet slechts zou wensen?’, vraagt de jonge vrouw, die is gediagnosticeerd met schizofrenie, zichzelf af in de verklaring die ze voorleest in de rechtbank. ‘Het voelt als een zware last die ik niet zomaar van me af kan zetten. Het spijt me meer dan ik ooit kan uitdrukken.’

Het Openbaar Ministerie eist tien jaar gevangenisstraf en TBS tegen Bouchra. Volgens hen had zij niet naar de stemmen moeten luisteren die ze tijdens haar psychose hoorde. Anouks schokkende dood valt haar dus aan te rekenen. In afwachting van de uitspraak gaat Bouchra met haar familie nog een weekendje naar een vakantiepark. Het zouden wel eens de laatste dagen kunnen worden die ze met elkaar doorbrengen. Met een potje jenga proberen ze er toch nog een fijne tijd samen van te maken. De spanning voor het vonnis loopt intussen zienderogen op, in deze film die het gezin heel dicht op de huid zit.

Moeder Shirley blijft haar kind, dat nu eenmaal ziek is, onvoorwaardelijk steunen. Roxanne wil haar zus vergeven, maar durft haar eigen kinderen ook niet alleen te laten met haar. Duiding over Bouchra’s situatie komt er van Désirée Versteijen, de klinisch psycholoog bij wie ze in behandeling is. Zij probeert haar daad, mentale toestand en toekomstperspectief te schetsen in deze docu, die zich verder vooral bij de zaak zelf houdt. Bouchra’s jeugd, haar ziektegeschiedenis en de familiesituatie komen op weg naar de uitspraak op 11 december 2025 slechts beperkt aan de orde.

Op die dag wordt duidelijk welke gevolgen ‘het ongeluk’, waarover in en door de buitenwereld vaak hard is geoordeeld, verder nog zal hebben voor Bouchra en haar verwanten.

Trailer De Instagram Moord

The Winning Generation

Bind Film

Nadat Shant Harutyunyan is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, doet zijn zeventienjarige zoon Shahen van zich spreken tijdens de voetbalwedstrijd van hun land Armenie tegen Portugal op 13 juni 2015 in Jerevan. Met een spandoek, met de tekst ‘Freedom for Shant Harutyunyan and all poitical prisoners in Armenia’ erop, bestormt hij het veld. Shahen wordt al snel overmeesterd door de politie. De strijd van zijn vader is inmiddels echter de zijne geworden: samen eisen ze een vrij en onafhankelijk Armenië, dat niet langer wordt geknecht door Rusland.

Hij staat daarmee in een familietraditie die nog een generatie verder teruggaat. Shahens grootvader, naar wie hij ook is vernoemd, werd na twee arrestaties zelfs de Sovjet-Unie uitgezet en leeft nu in de Verenigde Staten. Hij liet zijn megafoon achter voor zijn naamgenoot. Die behoort tot wat hij zelf The Winning Generation (102 min.) noemt, de generatie Armeniërs die de patstelling rond hun volk nu eindelijk eens gaat doorbreken. Vanuit de gevangenis voorziet zijn nurkse vader hem intussen van advies en zit hij Shahen soms ook flink op de huid.

Ruim tien jaar lang volgt filmmaker Marco De Stefanis de volwassenwording van Shahen Harutunyan en het ontluiken van zijn politieke talent, in tijden die het uiterste vragen van hem en zijn medestanders. Intussen moet hij zich ook losmaken van zijn opa en vader, mannen die alles opgaven voor hun strijd, inclusief de relatie met hun vrouw en kinderen, en die van vechten hun tweede natuur hebben gemaakt. Kan Shahen daarmee breken en meteen een uitweg vinden uit de uitzichtloze positie waarin Armenië zich al sinds mensenheugenis bevindt?

Van dichtbij tekent De Stefanis zijn ontwikkeling op in deze klassieke coming of age-docu. Terwijl de relatie met buurland Azerbeidzjan in het nabijgelegen Nagorno-Karanach onder ernstige spanning komt te staan, probeert de beminnelijke jongeling – met steun van en soms ook ondanks z’n hoekige vader – zijn eigen stem te vinden als politicus. De tijd zal uitwijzen of hij zich kan ontwikkelen tot een soort Armeense Obama of uiteindelijk toch in de geschiedenisboeken belandt als de vertegenwoordiger van opnieuw een verliezende generatie.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen

Pieter van Huystee Film / NTR

Nadat hij met een belletje heeft geklingeld, spreekt Hans Rasker de andere genodigden aan de Indische tafel toe. ‘Hartelijk welkom bij deze laatste maaltijd voor de zomervakantie’, zegt hij tegen de leden van de tamelijk chique mannenclub, waarna ie even recht in de camera kijkt. ‘En Pieter, jij ook van harte welkom en je medewerkers.’

Pieter is documentaireproducent Pieter van Huystee, de maker van Als Ik Mijn Ogen Sluit (2024), een persoonlijke film over de ervaringen van zijn eigen moeder en oma en andere Nederlandse vrouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp zaten. Nu laat hij de mannen, bij wie zijn vader ooit aan tafel zat, de ogen sluiten en speelt dan in op wat er bij hen bovenkomt, verhalen die ze verder alleen met elkaar delen.

Verhalen ook die ze, vanwege hun jonge leeftijd, soms alleen uit de overlevering kennen – hoewel hun ouders er lang niet altijd happig op waren om ze na de oorlog te vertellen. De inmiddels gepensioneerde ‘jongens’ verlaten zich op hun prille geheugens en op wat er bewaard is gebleven van hun levens in het voormalige Nederlands Indië: dagboeken, brieven, foto’s, tekeningen, boeken, knuffels en andere herinnerdingen.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen (70 min.) is hun gezamenlijke relaas over een kindertijd die een kwestie van overleven werd. Dat lukte niet iedereen. Zoals ook sommige moeders zouden bezwijken aan de ontberingen van het kamp. Honger, ziekte en geweld werden menigeen te veel. Intussen raakte hun vader, met wie ze na de oorlog herenigd hoopten te worden, steeds verder op de achtergrond.

Van Huystee omlijst de herinneringen van deze ontheemde mannen, die zich tachtig jaar later nog steeds niet altijd thuis voelen in Nederland, met een uitgebreide collectie archieffoto’s en -beelden en versterkt de dramatische loop van zijn vertelling met een uitgesproken soundtrack. Zo roept hij de klamme hitte, zoemende krekels en geur van kretek-sigaretten op van een verloren wereld, die maar niet vergeten kan worden.

Als ze tien worden – halverwege deze geladen film – moeten de jongens het kamp verlaten, weg bij hun moeders. Ze hebben geen idee waar ze naartoe gaan. ‘Niemand huilde’, herinnert één van hen zich. ‘De vrouwen hielden zich allemaal goed. En wij waren ook stil. Ik geloof niet dat er één jongetje huilde.’ Op de dag vóór zijn vertrek wordt er, bij gebrek aan foto’s, een tekening van hem gemaakt. En dan wacht het onbekende…