De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad

c: Maarten Kramer / Witfilm / NTR

Te midden van een wirwar aan lopende, wachtende, fietsende, trammende en demonstrerende Amsterdammers introduceert Mijke de Jong in de openingsscène van deze documentaire haar hoofdpersoon simpelweg als een vrouw die de hond uitlaat. Even later zit diezelfde Femke Halsema alweer in haar dienstauto, als burgemeester van de hoofdstad, op weg naar de volgende afspraak – en de volgende en de volgende.

In die hoedanigheid is ze ook vooral te zien in De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad (internationale titel: The Mayor – Halsema & Amsterdam, 78 min.). De Jong toont haar in actie. Ze leidt, speecht en lauwert. Bezoekt, luistert en overlegt met de driehoek. Verdedigt zich, wordt uitgejoeld en kijkt mee met beveiligingscamera’s. Grapt, lacht en citeert Nick Cave. Knuffelt, schiet vol en gaat op de foto – en werkt tegen de klok.

Halsema wordt geheel 2025 gevolgd, een jaar dat begint met de afwikkeling van de rellen rond de wedstrijd van Ajax tegen Maccabi Tel Aviv en dat tot een dramatische climax komt met de brand in de Vondelkerk. Tussendoor heeft ze heel wat te stellen met kritische bewoners, ambtenaren, politiemensen, journalisten, relschoppers, Den Haag en deelnemers aan de 3323 (!) demonstraties die er dat jaar plaatsvinden in haar stad.

Een bestuurder die volledig opgaat in haar rol, waarbinnen ook nauwelijks ruimte lijkt te zijn voor een ander leven. Deze film is eerst en vooral een functieportret. Van een burgemeester in vredestijd – al voelt dat lang niet altijd zo. Van een vrouw ook, die voor sommigen een burgermoeder is geworden en voor anderen altijd een steen des aanstoots blijft. Ze kan wel tegen een stootje, maar oogt soms ook even aangeslagen.

Mijke de Jong snijdt al die verschillende activiteiten, ontmoetingen en verplichtingen kriskras door elkaar en vangt zo de hectiek van het burgemeestersbestaan. Met deze fragmenten, tot hun essentie teruggebracht, vormt ze een emotionele verhaallijn, die verder wordt ingekaderd met citaten van Femke Halsema in de media en tijdens een ogenschijnlijk ontspannen interview met de bestuurder in haar eigen woonkamer.

Ze is wel somberder geworden, bekent Halsema aan het einde van de film, als De Jong haar nét voor het uitlaten van die hond nog overvalt met een vraag. Het gevoel dat zij deel uitmaakt van een meerderheid van de westerse bevolking, die meer democratie en meer mensenrechten wil, is verdwenen, stelt ze staand in de hal. Tijdens het wandelen met haar hond komt ze daar nog even op terug: ‘Ik word er ook best strijdlustig van.’

Waarna de burgemeester, te midden van gewone Amsterdammers en begeleid door Celeste’s Hear My Voice, de aftiteling inloopt.

La Masacre De Flores

HBO Max

Als de Argentijnse brandweerman Carlos de Rissio in de nacht van 17 februari 1994 bij een brandende woning in Buenos Aires arriveert, twijfelt hij geen moment: dit is geen ongeluk. Het huis in de wijk Flores moet zijn aangestoken. Slechts één gezinslid zal aan het vuur ontkomen: de zestienjarige zoon Matías Bagnato. Zijn ouders José en Alicia, z’n jongere broers Fernando en Alejandro en een vriendje dat bij hen blijft slapen overleven de brand niet. Het eerste wat Matías zegt als ze hem hebben gered, herinnert openbaar aanklager Gustavo Gerlero zich nog goed: ‘Het was Cacho.’

Cacho, ofwel Fructuoso Álvarez Gonzáles, is de man van een nichtje van moeder Alicia Bagnato en een voor de hand liggende verdachte. Hij is het type dat denkt dat geld alles oplost, aldus Matías. ‘Er bestaat geen ergere rijke dan een voormalige arme’, zegt zijn oom Héctor Colucion over dit aangetrouwde familielid, die hij ook nog ‘Don Corleone’ noemt. Met zijn geld heeft Fructuoso zich het leven van de Bagnato’s in gemanoeuvreerd. Als de schoenenfabriek van vader José in zwaar weer is beland, steekt ie de helpende hand toe. Hij wil alleen wel met dikke winst terugbetaald worden.

De hoofdverdachte is in La Masacre De Flores (internationale titel: The Flores Massacre, 136 min.) doorgekrast op alle familiefoto’s. Ook de geïnterviewden leggen het er dik bovenop als het om Fructuoso gaat. Hij was ongedierte, stelt de journaliste Cristina Pérez. ‘Je zag het kwaad in hem’, vult Matías’ advocate Rogelia Pozzi aan. Op beelden uit die tijd oogt ie vooral als een jonge Al Pacino, de acteur die, inderdaad, de rol van de Godfather Michael Corleone vertolkt. Afgaande op wat er over hem wordt verteld, verdient Cacho op een soortgelijke manier zijn geld.

De geruchtmakende brandstichting wordt in deze driedelige serie nauwgezet, en soms ook met enig Latijns-Amerikaans drama, gereconstrueerd met direct betrokkenen. In dat verhaal is er een hoofdrol voor de enige overlevende Matías, een typische schurkenrol voor Fructuoso Álvarez Gonzáles en – toch wel opvallend – geen enkele rol voor het vijfde slachtoffer, Nicolás Borda. Want zo werkt, blijkbaar, het vertellen van een verhaal: het jongetje is toevallig in huis, speelt geen rol in het plot en kan dus gerust worden veronachtzaamd in deze tragische geschiedenis.

Die lijkt overigens halverwege aflevering 2 al te zijn afgerond. Dat is echter buiten Cacho gerekend. Hij maakt in het laatste deel van deze gedegen miniserie van Augusto Tejada, ruim vijftien jaar na ‘het bloedbad van Flores’, een opmerkelijke comeback. Tegen die tijd is Matías Bagnato, oud-deelnemer aan Big Brother, overigens al een Bekende Argentijn geworden.

Deel Van Mij: De Zoektocht Naar Mijn Anonieme Donor

Doxy / EO

Hoe oud kun je worden met een beenmergtransplantatie? vraagt Jelmar van Belle zich af. Hij heeft als tiener leukemie gehad en in 2001 een transplantatie ondergaan. Op z’n zestiende kreeg hij daarvoor stamcellen van een anonieme donor. Inmiddels is de filmmaker de veertig gepasseerd en voelt hij de behoefte om dat beladen verleden nog eens op te zoeken: zowel het onbekommerde gevoel van de laatste zomervakantie in Spanje voordat hij slecht nieuws kreeg, als de onbekende persoon die destijds zijn leven heeft gered.

Aan het begin van Deel Van Mij: De Zoektocht Naar Mijn Anonieme Donor (57 min.), de film die hij samen met zijn goede vriend Thomas Sykora heeft gemaakt, neemt Jelmar contact op met Stichting Matchis, in een poging om, in weerwil van de regels, zijn donor persoonlijk te kunnen bedanken. De medewerker die hem telefonisch te woord staat tempert meteen zijn verwachtingen: hij mag een brief of kaart schrijven, met een presentje van hooguit vijftien euro erbij. In het Engels, zonder persoonlijke informatie. Zij kunnen dit dan, geheel geanonimiseerd, doorsturen.

Stukje bij beetje weet Van Belle, via familieleden, behandelaars en het spoor van de stamceltransplantatie in medische dossiers, tóch informatie over de donatie te verzamelen. Er zou sprake zijn geweest van een koffertje, dat afkomstig was van buiten Europa en zo’n drieduizend kilometer heeft afgelegd om hem als tiener te bereiken. Terwijl hij zo de donor probeert te traceren en alvast opneemt wat hij die zou willen vertellen, vraagt ook zijn gezondheid weer aandacht. De behandeling van 25 jaar geleden heeft z’n sporen achtergelaten in zijn lichaam.

Het ‘bonusleven’ dat hij leeft, soms letterlijk per dag, komt weer in zeer woelig water terecht. Dapper blijft Jelmar documenteren hoe hij opnieuw in behandeling moet en weer wordt geconfronteerd met de sterfelijkheid van het bestaan. Dit indringende proces, vanuit zijn eigen perspectief vastgelegd, drukt dan de vraag naar achteren waarmee deze film begon: mag je als ontvanger weten wie je heeft geholpen? Die blijft tegelijk actueel. Zeker nu de Gezondheidsraad onlangs een nieuw advies heeft gegeven, dat perspectief biedt aan stamcelontvangers zoals hij.

Samen ronden Jelmar van Belle en Thomas Sykora intussen ook deze aangrijpende weerslag van zijn persoonlijke zoektocht en ziekteproces af. Ze maken het verhaal, dat nog wel even nazindert, uiteindelijk helemaal rond. Terug naar af: naar die zorgeloze zomer in Spanje.

Tragedia En El Estadio Corregidora

HBO Max

Het Corregidora-stadion in de Mexicaanse stad Querétaro maakt zich die zaterdag 5 maart 2022 op voor de beladen voetbalwedstrijd van degradatiekandidaat Querétaro Fútbol Club, ofwel de Gallas Blancos, tegen regerend landskampioen Atlas FC uit Guadalajara. Blauwzwart versus roodzwart. Ofwel: supportersgroep La Resistencia Albuazul tegenover La Barra 51. Het wordt een Tragedia En El Estadio Corregidora (internationale titel: Corregidora: The Darkest Night In Mexican Soccer, 147 min.), het Mexicaanse Heizeldrama. Waarbij elke uitwas bovendien met mobiele telefoons is gedocumenteerd.

Het uitzinnige supportersgeweld van met name de thuisfans wordt vanaf het begin omgeven met geruchten. Waarom was de beveiliging niet beter op orde? Proberen plaatselijke politici misschien af te dekken dat er ook doden zijn gevallen? En gaat het om een vooropgezette actie? Want waarom werden sommige slachtoffers anders tegelijkertijd, op verschillende plekken in het stadion, helemaal uitgekleed en van hun identiteitsbewijs ontdaan? Het lijkt een doelbewuste poging om hen te vernederen. Maar van wie? Alleen van vijandelijke ultra’s? Of toch ook van criminele groeperingen?

Regisseur Alberto Arnaut reconstrueert de afgebroken risicowedstrijd met voetbalfans, slachtoffers, familieleden, beveiligers, hulpverleners en bestuurders. Hun versies van de gebeurtenissen sluiten meestal op elkaar aan, maar botsen ook wel eens. Door die verschillende lezingen ontstaat er ruis – en dus ook ruimte voor complottheorieën. Is Mexico bijvoorbeeld bang om de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal kwijt te raken? En in hoeverre spelen ‘huachicol’, de diefstal van staatsolie door misdaadkartels, en ‘shockgroepen’, die de politiek willen destabiliseren, nog een rol?

Arnaut concentreert zich eerst op de bizarre taferelen in het stadion, richt daarna zijn aandacht op de reactie van de autoriteiten en probeert tenslotte, met behulp ook van anonieme bronnen uit duistere kringen, het kaf van het koren rond het al dan niet georkestreerde geweld te scheiden in deze breed opgezette miniserie, die alleen met wel erg ronkende muziek is afgewerkt. Die maakt in elk geval glashelder dat de tragedie in Estadio Corregidora, waar op de gevel pront het woord ‘Tolerancia’ prijkt, méér was dan de toevallige botsing van twee rivaliserende supportersgroepen.

De Spookvoetballer

Scenery / BNNVARA

Nadat hij enkele wedstrijden heeft gespeeld voor de Brabantse dorpsvereniging VV Den Dungen, begint de Nederlandse voetballer Bernio Verhagen aan een rondgang langs kleine profclubs in het buitenland. Binnen een half jaar werkt hij vier clubs af.

Van FC Dinamo-Auto Tiraspol in Moldavië verkast hij naar Kaapstad voor een contract bij Cape Town City FC. Ook uit Zuid-Afrika is hij al snel weer vertrokken. Verhagen reist af naar Chili om daar te gaan spelen voor Audax Italiano, waarna hij al gauw de wijk neemt naar het Deense Viborg FF. Voor al die clubs komt de ‘pijlsnelle aanvaller’ echter geen minuut in actie. Nadat hij trots met het shirt van een nieuwe werkgever heeft geposeerd, verdwijnt Bernio Verhagen direct weer van het toneel.

Enkele Deense journalisten vertrouwen de zaak niet en beginnen zich te verdiepen in De Spookvoetballer (135 min.), waaraan Jesse Bleekemolen nu een smeuïge driedelige documentaireserie wijdt. De Nederlandse journalist/podcastmaker Sam van Raalte, die voor Vice ook uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar Verhagen, fungeert daarin als centrale bron. Na een interview met de ‘voetballer’ heeft hij zich verdiept in het spoor van vernieling dat die door de levens van talloze mensen heeft getrokken.

Bernio ‘Jordan’ Verhagens strapatsen beperken zich zeker niet alleen tot de voetballerij. Hij laat bijvoorbeeld ook vrienden, woningverhuurders, collega’s en ex-vriendinnen berooid en ontzet achter. Naarmate deze miniserie vordert, wordt bovendien duidelijk dat hij ook geweld niet schuwt. Daarmee wordt hij méér dan een Nederlandse evenknie van ‘Kaiser’, de Braziliaanse non-sterspeler die zich bij menige topclub naar binnen wurmde. Deze aanvaller vormt daadwerkelijk een gevaar.

Met een tijdlijn zet Bleekemolen de praktijken van de serieoplichter netjes op een rij, Verhagens achtergrond en waarom hij eigenlijk doet wat ie doet komen daarbij slechts zijdelings aan bod. Deze vlotte true crime-serie documenteert vooral hoe het met De Spookvoetballer van kwaad tot erger gaat. Als een kat in het nauw maakt Bernio Verhagen rare sprongen, vaak door hemzelf gedocumenteerd via social media, die hem in binnen- en buitenland in steeds grotere problemen brengen.

De Influencer Goeroe

HBO Max

Zijn penis kan chakra’s helen. Met die belofte probeert de Italiaans-Nederlandse goeroe Bentinho Massaro naar verluidt jonge volgelingen zijn bed in te lokken. En daar schijnen sommige vrouwen nog te zijn ingetrapt ook – of ze konden gewoon niet anders. Volgens de Nederlandse journalist Ivo van Woerden, die Bentinho al vijf jaar onderzoekt en het boek In De Greep Van De Goeroe schreef, bestaan er talloze verhalen over seksueel, psychisch en financieel misbruik door De Influencer Goeroe (182 min.). Veel ervaringsverhalen blijven echter onverteld. Door schaamte, angst én zwijgcontracten.

Massaro, die alle beschuldigingen ver van zich werpt in een verklaring, heeft vanuit de Verenigde Staten een mondiale aanhang van zo’n miljoen volgers opgebouwd als spirituele influencer en bestiert retraites in de hele wereld. Hij is jong, knap en avontuurlijk, stelt filosofe Stine Jensen in deze vierdelige serie, en belichaamt in zekere zin ‘de seksificatie van de spiritualiteit’. En jonge mensen, in het bijzonder vrouwen die actief zijn op sociale media zoals Instagram, zijn daar erg gevoelig voor en vallen als een blok voor zulke narcistische en manipulatieve mannen met grootheidswaanzin.

‘Het is echt net als verliefdheid’, vertelt spiritueel podcastmaker Patrick Kicken, die Massaro in 2012 als jong ventje interviewde. ‘Maar je moet niet de postbode vereren voor de liefdesbrief die hij komt brengen. Het gaat om de liefdesbrief. En wat vaak gebeurt in deze wereld – en dus ook bij Bentinho – is dat de postbode vereerd wordt.’ Met zulke duiders, oud-klasgenoten, ex-volgers, een huidige volgeling en Carla, de moeder van een belangrijke secondant van de sekteleider, wordt Benthino’s (ver)wording met grove penseelstreken en van enige afstand geschetst.

De Influencer Goeroe zet als sekteverhaal alle vinkjes op de juiste plaats – al blijft het wel tricky om een leider de zelfdoding van een volgeling aan te wrijven. Via Bentinho Massaro komt intussen ook een wereld in het zicht, waar het verlangen naar levensgeluk, zelfontplooiing en zingeving – of de oorzaak daarvoor nu ligt in (wan)hoop, trauma of verveeldheid – het leven in het hier en nu in de weg begint te staan. Sommige volgers raken verdwaald in de top van de Piramide van Maslow, waar spirituele groei en het ultieme geluk uiteindelijk toch niet zomaar met de blik op oneindig zijn te manifesteren.

Meisjes Van De Goede Herder – Het Vervolg

VPRO

Huub Janssen laat de gifbeker ditmaal aan zich voorbij gaan. De huidige directeur van de katholieke congregatie De Goede Herder, een ogenschijnlijk schappelijke man die in het eerste seizoen van de documentaireserie Meisjes Van De Goede Herder (2024) met de ene na de andere pijnlijke onthulling werd geconfronteerd en daardoor steeds achter de feiten aan liep, heeft bedankt voor dit vervolg. Lies Vissers, Joke de Smit en Roos te Riet, de drie vrouwen die als meisje een barre tijd hadden bij de nonnen die vroeger de scepter zwaaiden in de instellingen van De Goede Herder, zijn wel weer prominent aanwezig in Meisjes Van De Goede Herder – Het Vervolg (184 min.). Zij krijgen versterking van andere slachtoffers en ooggetuigen, die zich na de eerste serie hebben gemeld bij regisseur Britta Hosman en researcher Dore van Duivenbode.

De rechtszaak die advocaat Liesbeth Zegveld namens negentien vrouwen heeft aangespannen om erkenning te krijgen voor misstanden binnen De Goede Herder – van dwangarbeid tot eenzame opsluiting – is inmiddels bij het hoger beroep aanbeland. En ook in Almelo is het onderzoek op de vergeten begraafplaats van de congregatie, waar relatief veel skeletresten van jonge vrouwen zijn aangetroffen, nog niet afgerond. Is er misschien sprake van onnatuurlijke sterfte? Fysisch antropoloog Constance van der Linden probeert aan de botten af te lezen wat de doodsoorzaak zou kunnen zijn. Van de gemeente Almelo mag ze alleen niet bij de opgravingen zelf zijn. De vrouwen hebben daarom aangifte gedaan tegen de gemeente. Zij eisen een openbaar onderzoek. Deze zaak mag niet (langer) onder de pet gehouden worden.

Dit vierdelige tweede seizoen verdiept en verbreedt de tragische casus van de ‘meisjes’ met schrijnende getuigenissen over hun liefdeloze behandeling als kind, herinneringen aan seksueel misbruik, een nieuw verzamelgraf in Zoeterwoude, de twijfelachtige dood van twee jonge zussen en (gedwongen) abortussen in het klooster. Hosman kadert alle ontwikkelingen als alwetende verteller in en probeert zo ook in het hoofd van haar personages te kruipen. Zij geeft woorden aan wat de slachtoffers, hun pleitbezorgers en andere spelers in deze onverkwikkelijke geschiedenis lijken te denken of voelen. Ze vindt intussen ook de symboliek in hun dagelijks leven. Het desolate roken van de zoveelste sigaret. Een auto met panne. Of een zwangere kleindochter, als teken van het verglijden van de tijd en daarmee het verdwijnen van De Goede Herder-wereld.

Bij De Goede Herder mochten deze ‘meisjes’ geen vriendschappen sluiten, nu hebben ze, als door het leven getekende vrouwen, een hechte zusterschap gevormd die hen, ook in dit aangrijpende tweede seizoen, langs de voetangels en klemmen van het verleden helpt.

Boven De Wolken

Hazazah Pictures / EO

Milan Ali (22) is net getrouwd. Toufik Amallah (22) treedt binnenkort in het huwelijk. En Yassine Aït Ben Ameur (21) is nog druk met het afronden van zijn HBO-studie. Alle drie staan ze op de drempel van volwassenheid – en hebben ze geen idee wat hen daarna te wachten staat, ook als vrienden.

Samen gaan ze in Boven De Wolken (25 min.) de Triglav beklimmen, de hoogste berg van Slovenië. Als bestendiging van hun vriendschap en een soort initiatierite naar een ander leven. Regisseur Hanna van Niekerk volgt de drie Nederlanders met Marokkaanse en Koerdische wortels van hun laatste capriolen op een klimmuur via een lange treinreis naar de beklimming van die bergtop. Daarbij worden ze begeleid door bemoedigende berichtjes van familieleden in Nederland.

Van Niekerk zit in deze coming of age-docu dicht op haar hoofdpersonen, stuk voor stuk leuke en serieuze jongens die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden in het leven. Voor een film heeft dat ook zo z’n nadelen: verwacht in Boven De Wolken geen plotseling opvlammende conflicten of groot drama, als de Aljaz-toren op die berg van bijna drieduizend meter hoogte in zicht komt.

Milan, Toufik en Yassine moeten tijdens hun zware en sfeervol vastgelegde poging om de imposante Triglav te bedwingen regelmatig diep gaan, stijgen daarbij boven zichzelf uit en gedragen zich intussen als ideale rolmodellen. Die tocht omhoog zorgt tevens voor introspectie en de realisatie dat de jaren des verstands inmiddels zijn aangebroken. Jongens moeten nu echt mannen worden.

De Dode Junk In Mij

EO / 3LAB op YouTube

‘Loop ik zo meteen mijn vader achterna en eindig ik ergens eenzaam en alleen in een flat in Birmingham? vraagt Joseph zich af. Of zou hij toch in staat zijn om z’n eigen pad te vinden? De filmmaker is bang ‘dat zijn destructieve genen ook in mij tikken als een tijdbom’. Zijn vader Richard Hammond overleed in 2019 overleden aan een overdosis heroïne. ‘Joe’ koestert de spullen die hij van hem heeft gekregen. Het boek De Vreemdeling van Albert Camus bijvoorbeeld, een camera en, ja, de film Trainspotting.

Hammond heeft al die jaren nauwelijks over zijn vader gesproken. Hoog tijd om de confrontatie aan te gaan met De Dode Junk In Mij (40 min.). En daarvoor heeft hij naar zijn eigen overtuiging het maken van deze documentaire nodig. Het spoor leidt naar Engeland, want Josephs moeder wil/kan niet meewerken. Die reis roept elementaire vragen op. Want wat weet hij nu écht over zijn vader? ’Er is niks wat ik zeker weet over deze man, behalve dat ie van voetbal hield.’ Aston Villa, om precies te zijn.

De ouder die altijd onbereikbaar leek komt onderweg steeds dichterbij via de verhalen die Richards moeder, broer en vrienden over hem opdiepen. En Joe vindt hem, inderdaad, ook in zichzelf. ‘Alles wat gezegd werd kon ik letterlijk aan mezelf linken’, rapporteert hij telefonisch aan een vriendin in Nederland. Dat is natuurlijk ook een enge gedachte: in hoeverre zou hij zelf dus kunnen eindigen zoals de man die hij nu, zeven jaar na diens dood, met alles wat ie heeft in het vizier probeert te krijgen?

Joseph Hammonds zoektocht vertoont overeenkomsten met Kelly Klingenbergs poging om haar vader terug te vinden in de egodocu Alleen Met Jenever (2021). Een verhaal dat tegelijk heel particulier en toch universeel is. Want zoekt niet iedereen in de levens van z’n ouders een voorspelling voor het eigen bestaan? Inherent aan zo’n zoektocht lijkt dan ook dat die nooit pasklare antwoorden oplevert, hooguit aanknopingspunten om twee levens te verbinden. Totdat ‘t, in elk geval in het eigen hoofd, wel zo’n beetje klopt.

We Need To Talk About Sex

Docmakers

Terwijl er pijnlijke scènes uit hun leven worden nagespeeld, in een decor en met acteurs, reflecteren Inge Maria en Christine op hun leven. Zij zijn slachtoffer geworden van grooming, huiselijk geweld en seksuele uitbuiting en kunnen nu, letterlijk, even naar hun vroegere zelf kijken. Naderhand gaan ze ook in gesprek met de actrices die hun ervaringen hebben uitgespeeld en de acteurs die daarin de (gewelddadige) mannen voor hun rekening nemen.

In de driedelige serie We Need To Talk About Sex (144 min.), een hybride van documentaire en drama, verdiepen Yan Ting Yuen en coregisseur Annegriet Wietsma zich, aan de hand van deze twee tragische cases, in de positie, het (zelf)beeld en de uitdagingen van vrouwen in de hedendaagse maatschappij. Die belichten ze puur vanuit vrouwelijk perspectief. Behalve de acteurs in schurkenrollen komen er helemaal geen mannen in beeld of aan het woord.

Met tal van vrouwelijke deskundigen – een auteur, socioloog, ondernemer, plastisch chirurg, seksuoloog, filosoof, theoloog, econoom, psychiater, jurist, leiderschapscoach en onderzoeksjournalist – vragen ze zich af wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Behoort die tot de natuurlijke orde der dingen? Of is die afgedwongen door het patriarchaat? En welke rol spelen nature en nurture? Als die al van elkaar zijn te onderscheiden.

Interessant is ook het perspectief van de transpersonen Dinah De Riquet Bons en Suus te Braak, die het verschil tussen man en vrouw echt aan den lijve hebben ondervonden en ook kunnen getuigen over wat dit met hun psyche en identiteit doet. Met hun gesprekspartners zoeken Yuen en Wietsma zo naar hoe het vrouwelijke streven naar gelijkheid kan worden gerealiseerd. Ligt de sleutel bij het vormen van een ‘sisterhood’? En moeten mannen daarin worden meegenomen? 

Het is wel de vraag hoe deze bespiegelingen over mannelijke dominantie, vrouwenrechten en empowerment zich verhouden tot de schrijnende persoonlijke verhalen van Inge Maria en Christine, die in de slotaflevering van deze miniserie ervaringen uitwisselen met elkaar en de kans krijgen om alsnog de regie te nemen in een benarde situatie uit hun verleden.

Achter De Tralies Van De Tijd

Dalton

Ooit boezemden ze anderen waarschijnlijk angst in. En ze zijn vast ook bepaald niet voor niets gestraft. Inmiddels zouden de gedetineerden van zaal 1 van de Belgische gevangenis Merksplas echter gebaat zijn bij reguliere ouderenzorg. Op de slaapzaal verblijven 22 gedetineerden op leeftijd. Ze zijn dementerend, bedlegerig of hebben andere ernstige kwalen en leven noodgedwongen in ‘de vergeetput’, een omgeving die helemaal niet is toegerust op hun huidige noden.

Achter De Tralies Van De Tijd (87 min.) moeten zij afscheid van het leven nemen. Want in een rusthuis zijn ze niet welkom. ‘Men ziet vooral het dossier’, stelt gevangenisdirecteur Serge Rooman in deze schrijnende film van Stijn Geenen. ‘En niet de verouderde mens.’ Voor verpleegkundige Anneke en zorgkundige Koen lijken hun daden er dan weer nauwelijks toe te doen. Zij zien simpelweg een mens in nood – geen pedofiel of moordenaar – en verzorgen die met alles wat ze in zich hebben.

Het betrokken tweetal wordt in barre omstandigheden terzijde gestaan door de gedetineerde Michel, die zelf ook al behoorlijk op leeftijd is. Hij springt overal op de afdeling bij en heeft zichzelf inmiddels onmisbaar gemaakt. Koen beschouwt Michel zelfs als een echte collega. Zijn detentie zit er alleen, na drieënhalf jaar, bijna op. Hoe moeten ze zonder hem verder? Wat gaat er nu gebeuren? vraagt Koen zich af. Ook met Michel zelf. Redt hij zich buiten? En hoe dan?

Op zaal 1 kan hij echt iets betekenen, laat Geenen zien. Dat is ook bepaald niet slecht voor Michel zelf. Veel gedetineerden is het desondanks zwaar te moede, zoveel wordt eveneens duidelijk uit dit sombere kijkje in hun bestaan. Hun levens lijken volledig uitzichtloos. Voor zelfmedelijden is geen ruimte in de gevangenis, vindt gedetineerde Bernard desondanks. ‘Je hebt iets gedaan, daarom moet je ervoor boeten ook.’ Ook hij vraagt zich evenwel af wanneer ze genoeg hebben geboet.

Alle direct betrokkenen realiseren zich dat er binnen de huidige omstandigheden geen sprake kan zijn van een ‘waardige detentie’. Achter De Tralies Van De Tijd werpt tegelijk de vraag op of er wel voldoende maatschappelijke bereidheid is om deze mannen, die door de buitenwacht nog altijd eerst en vooral worden aangemerkt als ‘dader’, te bezien als ouderen die een humane laatste levensfase verdienen.

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

Sovereign Son

Verde Films

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.

Wilder

Getty Images / NTR

Trekkebenend loopt hij als snoepfabriekeigenaar Willy Wonka de fameuze film Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971) in. Het is een idee van acteur Gene Wilder zelf. Als Wonka’s wandelstok zogenaamd vast komt te zitten in het asfalt, laat ie zich voorover vallen en maakt daar vervolgens een koprol van. Hij sluit af met een buiging. Zo begroet Wonka de kinderen die een bezoek brengen aan zijn snoepfabriek. Waarom hij zo z’n entree wil maken in de film, die is gebaseerd op Roald Dahls kinderboek Sjakie En De Chocoladefabriek? vraagt regisseur Mel Stuart. ‘Omdat ze vanaf dat moment nooit meer weten of ik lieg of de waarheid spreek’, antwoordt Wilder.

Het is exemplarisch voor de werkwijze van de acteur, regisseur en persoon Gene Wilder (1933-2016), die furore maakt met (komische) films zoals The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein. Achter de lol zitten altijd kwetsbaarheid, melancholie en een zekere labiliteit. Om de man achter het personage te pakken te krijgen verlaat regisseur Chris Smith zich in dit postume portret op Wilders neef (en filmmaker) Jordan Walker-Pearlman, voor wie hij een soort surrogaatvader was. Hij deed eind jaren negentig ook een interview met hem, dat nu als onderlegger fungeert voor Wilder (uitzendtitel: Gene Wilder – Achter de lach, 85 min.), een docu die verder uit filmfragmenten, archiefbeelden en oude interviews bestaat.

De man die bekend zal worden als Gene Wilder komt ter wereld als Jerry Silverman. In 1961 meet hij zich die artiestennaam aan, een verwijzing naar zijn moeder Jeanne die net daarvoor is overleden. Nadat zij, als hij nog maar zeven is, een hartaanval heeft gehad, zegt de dokter al tegen de kleine Gene: zorg dat je haar nooit kwaad maakt. Dat zou het einde van haar leven kunnen betekenen. Laat haar lachen! En dat zal zijn parool worden. Hij oogt daarbij als een menselijke variant op zo’n beschadigd Japans kunstwerk waarvan de breuklijnen zijn opgevuld met goud- of zilverlak, stelt zijn neef Jordan. De barsten en littekens worden niet verborgen, maar zijn juist veredeld.

Wilder blijft desondanks een ongrijpbare figuur in deze documentaire, waarin zijn carrière – en van daaruit ook mondjesmaat zijn privéleven – wordt uitgelicht. Smith doet dit aan de hand van drie personen die hem bij de hand hebben genomen: regisseur en acteur Mel Brooks (waarnaar Wilder opkijkt als een grote broer), komiek Richard Pryor (met wie hij een zeer succesvol filmduo vormt) en Saturday Night Live-ster Gilda Radner (op wie hij smoorverliefd wordt). Met en via hen kan hij zichzelf verwerkelijken, een man die volgens eigen zeggen via het acteren de liefde probeert te krijgen die ontbreekt in zijn leven. En dat lijkt, afgaande op dit alleraardigste portret, heel behoorlijk gelukt.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

Kusama In Holland

Memphis Film

Een protofeminist, een handenbindster, een bezienswaardigheid. Zo’n zestig jaar later roept het verblijf in Nederland van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, de onlangs op 97-jarige leeftijd overleden polka dot-koningin en Instagram-hype, nog altijd levendige beelden op. Via kunstenaars zoals Henk Peeters en Jan Schoonhoven vindt zij in de jaren zestig aansluiting bij de zogeheten Nul-beweging, een reactie op de Cobra-groep en de expressionistische schilderkunst. Ze maakt in die tijd bijvoorbeeld ‘infinity nets’, hele grote schilderijen met eindeloos herhaalde boogjes of puntjes.

Met haar excentriciteit, verzet tegen traditionele rolpatronen en seksueel geladen werk doet Kusama In Holland (53 min.) het nodige stof opwaaien. Bij de tentoonstelling ‘Facetten van de hedendaagse erotiek’ in de Haagse galerie Orez moet in 1965 zelfs de zedenpolitie eraan te pas komen. Preutse Nederlanders spreken schande van de in zilver of goud gespoten schoenen met fallussymbolen die zij daarvoor heeft gemaakt. Later begint ze ook naakt-happenings te organiseren en wordt haar werk alsmaar explicieter. Kusama schildert live stippen op blote mannenlijven – al is ze zelf, volgens de overlevering, wars van lichamelijk contact.

De kunstenares, die pas op latere leeftijd erkenning zal krijgen in eigen land en inmiddels geldt als één van de belangrijkste kunstenaars die Japan ooit heeft voortgebracht, wordt door de vrienden en kennissen uit haar Nederlandse periode in deze boeiende film van Sherman de Jesus zelfs gekenschetst als ‘geestesziek’. Ze blijft haar hallucinaties alleen de baas door ze te vertalen naar kunst. Obsessief, tot in het oneindige. De Jesus verbeeldt die binnenwereld met treffende geanimeerde sequenties van Cristina Garcia Martin, aangevuld met een voice-over die is geïnspireerd op originele teksten en citaten van Kusama en ingesproken door Kumi Sekimoto.

De rol van kunstenares Alicia Framis, die als onderdeel van haar werk onlangs is getrouwd met het AI-hologram Ailex, is minder evident. Of ‘t moet zijn dat zij, in navolging van Yayoi Kusama, eveneens een exponent is van een wereld, waarin kunstenaars ook zichzelf tot hun werk rekenen. Sterker: Kusama lijkt ook al in het Holland van de jaren zestig nauwelijks te kunnen worden onderscheiden van haar kunst. Ze heeft uiteindelijk bijna een eeuw kunnen bestaan – overleven, wellicht – bij de gratie ervan.

The Essence Of Eva

NTR

Ze is zowel de droom als de nachtmerrie van elke muzikant die het helemaal wil gaan maken. Eva Cassidy overlijdt op 2 november 1996 op slechts 33-jarige leeftijd als een grote onbekende, een getalenteerde zangeres die haar belofte nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Haar hele carrière heeft ze genoegen moeten nemen met een kleine schare van trouwe fans. Enkele jaren na haar vroegtijdige dood breekt Cassidy echter alsnog wereldwijd door met het compilatiealbum Songbird, waarop ze eigen interpretaties brengt van klassiekers zoals Stings Fields Of Gold, de traditional Wade In The Water en de Wizard Of Oz-hit Over The Rainbow.

Ze moet zo’n zangeres zijn geweest zoals iedere muziekliefhebber wel kent: bemind in kleine kring, door de rest van de wereld over het hoofd gezien. In de documentaire The Essence Of Eva (82 min.) halen Alex Fegan en Malcolm Willis haar alsnog uit de kroegen, restaurants en kleine zaaltjes, waartoe ze bij leven en welzijn was veroordeeld. Met familieleden, vrienden en collega-muzikanten tekenen ze een vrouw en artiest op, die wars is van opsmuk en haar oren ook niet zomaar laat hangen naar wat de muziekbusiness van haar vraagt. Een platencontract bij het befaamde jazzlabel Blue Notes Records gaat daarom aan haar neus voorbij – al biedt directeur Bruce Lundvall daarvoor, nét voordat Eva het tijdige voor het eeuwige verwisselt, nog wel zijn excuses aan.

Illustratief voor Cassidy’s carrière is de totstandkoming van het door haar zelf uitgebrachte live-album Live At Blues Alley. Eerst moet er geld geleend worden om twee avonden in een club in Washington D.C. vast te kunnen leggen. Dan blijkt er een bromgeluid in de opname van de eerste avond te zitten. En de dag erop is ze zelf verkouden. Cassidy heeft dan al niet lang meer te leven. Ze wordt, begin dertig nog maar, gediagnosticeerd met kanker. Tijdens een avond in The Bayou waarop lokale muzikanten geld voor haar inzamelen, betreedt de vrouw die postuum wereldberoemd zal worden, nog eenmaal het podium. Ze zingt – werkelijk waar – de Louis Armstrong-evergreen What A Wonderful World en lijkt daarna gedoemd om vergeten te worden, net als talloze andere zangeressen die plaatselijk worden gekoesterd.

Voor Eva Cassidy zal het echter anders lopen. Via een omweg wordt ze na haar dood alsnog een ster. En misschien is dat wel precies zoals het had moeten zijn. ‘Als ze nog geleefd had, denk ik ook niet dat ze in grote zalen had opgetreden’, meent haar moeder Barbara in dit liefdevolle portret. ‘Dat had ze zwaar gevonden, denk je niet?’ Vader Hugh valt haar direct bij: ‘Ze had het nooit over succes.’

Germaine Acogny – The Essence Of Dance

AVROTROS

‘Zweet is nooit verspild’, zegt Germaine Acogny overtuigd. ‘En ook al hebben we veel moeilijkheden moeten overwinnen, dat zweet is niet voor niets geweest.’ In Senegal runt de inmiddels hoogbejaarde ‘koningin van de hedendaagse Afrikaanse dans’ samen met haar Duitse echtgenoot Helmut Vogt een eigen dansschool, l’École des Sables. Het is steeds weer een heel gedoe om alles geregeld te krijgen voor die school en de zoektocht naar geld lijkt nooit op te houden, stelt ze, maar met haar eigen opleiding kan ze er wel voor zorgen dat de ‘Acogny-techniek’, haar geheel eigen vermenging van traditionele West-Afrikaanse en moderne westerse dans, nooit verloren gaat.

In Germaine Acogny – The Essence Of Dance (88 min.) portretteert Greta-Marie Becker de gelauwerde danser en choreograaf, die nadat ze in haar jonge jaren klassieke dans studeerde in Parijs een geheel eigen plek wist te verwerven in de internationale danswereld – een wereld die niet per definitie op haar zat te wachten. Deze film is doorsneden met dampende dansscènes en hoogtepunten uit haar lange loopbaan, zoals die ene avond in 2021, waarop Acogny tijdens de Biënnale van Venetië een Gouden Leeuw voor dans krijgt overhandigd. ‘Haar unieke stem verhaalt niet alleen over haar eigen ervaringen’, ronkt de jury, ‘maar reikt en resoneert véél verder.’

In deze ene krachtige vrouw komen liefde voor dans, vrijheid en een eigen culturele identiteit samen. Acogny durft zich ook uit te spreken. Over kolonialisme, voor vrouwenrechten en tegen seksueel geweld. Op haar eigen school spoort ze dansers uit alle windstreken intussen aan om vooral hun eigen stem te ontdekken. ‘De borst is de zon’, vertelt de mater familias, terwijl ze de Acogny-techniek aan een nieuwe generatie doceert. De billen zijn de maan, legt ze uit. En het schaambeen vormt de sterren. ‘We hebben dus een minikosmos in ons lichaam.’ Waarna ze het geleerde, onder haar bezielende leiding en opgestuwd door trommels, in de praktijk brengen.

Dans wordt zo een collectieve vorm van vrijheidsbeleving – een bevrijding van al wat ooit was, met tegelijk daarin opgesloten de belofte van wat nog komen kan. Zowel een kunstvorm als een idee om door te geven, de laatste opdracht die Germaine Acogny zichzelf lijkt te hebben gegeven.

De Manager

Bind / Cinema Delicatessen

Via de cameralens communiceert De Manager (71 min.) met z’n medewerkers in deze observerende documentaire, waarin Maartje Bakers meekijkt tijdens functioneringsgesprekken.

Zij registreert de communicatie tussen Nederlandse leidinggevenden en hun onwillige, initiatiefrijke, kwetsbare, ontevreden, hoopvolle en/of geopinieerde personeelsleden. Die gesprekken – bemoedigend of kritisch, maar altijd een beetje ongemakkelijk – worden in beeld gebracht vanuit het perspectief van de ondergeschikten. Zij zijn dus niet te zien. Het is alsof de manager rechtstreeks tot de kijker spreekt.

Aan de orde komen zaken als eigenaarschap, werkgeluk, oplossingsruimte, de veilige cirkel, soft skills, verwachtingsmanagement, gevoelserkenning, duurzame inzetbaarheid en de onvermijdelijke afstand tussen management en werkvloer. En de manager probeert intussen zijn eigen invulling te geven aan innovatief, mensgericht, gevend of – natuurlijk! – nieuw leiderschap. Empathisch, duidelijk en authentiek.

Bakers toont in deze systeemdocu hoe zij ‘die lastige balans tussen sturen en steunen’ zoeken en laat tussendoor ook zien hoe de leidinggevenden worden getraind en voorbereid op deze lastige taak. Ze omkleedt hun pogingen om verbinding te leggen bovendien met sequenties die ogen als een tocht door de ingewanden van een kantoorgebouw. Zo dringt ze steeds dieper – of hoger – door in bedrijven en organisaties.

En of ze nu in het onderwijs of de zorg, bij de politie of in een commerciële omgeving plaatsvinden, die gesprekken krijgen onvermijdelijk iets absurds. Samen vormen ze een tragikomisch spel met z’n geheel eigen regels, omgangsvormen en jargon, waaraan eenieder zich maar conformeert. Ze verworden tegelijk tot een heel vertrouwd en toch onwerkelijk schouwspel, voor al diegenen die voor deze ene keer alleen hoeven mee te kijken.

De Non En De Wegwerpkinderen

WNL

Het imago van Truus Kuijpers heeft zich op min of meer dezelfde manier ontwikkeld als de beeldvorming rond interlandelijke adoptie. Eerst werd de Nederlandse non beschouwd als een weldoener, die arme kindertjes uit Chili een warm thuis bezorgde in haar eigen moederland. Later volgden de vragen over hoe ze dit eigenlijk had gedaan en wat daarvan de gevolgen waren. Inmiddels is ‘zuster Gertrudis’ al net zo omstreden als de adoptievorm, waarmee ze zich haar hele leven bezig heeft gehouden. ‘Ik wilde dus gewoon helpen’, beweert ze in een interview met Hart van Nederland uit 2022, tien dagen voordat ze op 89-jarige leeftijd zal overlijden. ‘Dat moet toch kunnen?’

In datzelfde interview zegt ze ook: ‘Ik heb nooit gewerkt voor ouders die een kind zoeken. Wij hadden kinderen die ouders zochten.’ Daarover is echter fundamentele twijfel ontstaan. Tanja Kok, die ook het Hart-interview met Kuijpers deed, zoekt het verder uit in de journalistieke documentaire De Non En De Wegwerpkinderen (66 min.), die is geregisseerd door Foeke de Koe. De term ‘wegwerpkinderen’ schijnt de adoptienon overigens zelf te hebben gebruikt. Direct betrokkenen stellen nu alleen dat sommige van die kinderen op oneigenlijke manieren zijn afgenomen van hun biologische moeders of zelfs zijn ontvoerd. Kuijpers zou op bestelling kinderen hebben geleverd.

Chili was in die tijd een kinderfabriek, stelt Marisol Rodriguez, een vertegenwoordigster van Hijos y Madres del Silencio, ‘de kinderen en moeders van de stilte’. Kok spreekt met hen en gaat ook poolshoogte nemen bij het voormalige kindertehuis Las Palmas in Santiago de Chile. In totaal hebben daar meer dan 800 kinderen gezeten, waarvan er ongeveer 200 naar Nederland zijn gekomen. De verhalen van deze inmiddels volwassen Chileense Nederlanders zijn buitengewoon schrijnend. Ze voelen zich bij de neus genomen door zuster Truus. In elk geval bij de adoptie zelf – en soms ook nog tijdens de lucratieve rootsreizen die zij eind jaren negentig begon te organiseren.

‘M’n zoon is van de vuilnisbelt teruggekomen’, zegt Orfelina, de moeder van Alejandro Quezada, als zij het volwassen kind dat ze in september 1979 op veertienjarige leeftijd ter wereld heeft gebracht een half leven later voor het eerst ontmoet. Hij was gestorven, hadden ze haar wijsgemaakt – omdat zíj hem te vaak had opgepakt. En daarna was ie simpelweg afgevoerd. In werkelijkheid is ‘dat dode kindje’ bij een stel in de Achterhoek beland. Eenmaal herenigd krijgen moeder en zoon van zuster Gertrudis nog geen half uur om opnieuw kennis te maken. Tot het eind probeert de adoptienon de regie te houden over haar levenswerk, dat in deze Spoorloos 2.0 definitief wordt ontheiligd.

Het tragische verhaal van Mirjam Hunze, één van de Chileense adoptiekinderen, is overigens ook al uit de doeken gedaan in de podcast De Gestolen Kinderen. Tanja Kok maakte voor Hart van Nederland bovendien al een podcast over Truus Kuijpers: De Adoptienon.