Wilder

Getty Images / NTR

Trekkebenend loopt hij als snoepfabriekeigenaar Willy Wonka de fameuze film Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971) in. Het is een idee van acteur Gene Wilder zelf. Als Wonka’s wandelstok zogenaamd vast komt te zitten in het asfalt, laat ie zich voorover vallen en maakt daar vervolgens een koprol van. Hij sluit af met een buiging. Zo begroet Wonka de kinderen die een bezoek brengen aan zijn snoepfabriek. Waarom hij zo z’n entree wil maken in de film, die is gebaseerd op Roald Dahls kinderboek Sjakie En De Chocoladefabriek? vraagt regisseur Mel Stuart. ‘Omdat ze vanaf dat moment nooit meer weten of ik lieg of de waarheid spreek’, antwoordt Wilder.

Het is exemplarisch voor de werkwijze van de acteur, regisseur en persoon Gene Wilder (1933-2016), die furore maakt met (komische) films zoals The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein. Achter de lol zitten altijd kwetsbaarheid, melancholie en een zekere labiliteit. Om de man achter het personage te pakken te krijgen verlaat regisseur Chris Smith zich in dit postume portret op Wilders neef (en filmmaker) Jordan Walker-Pearlman, voor wie hij een soort surrogaatvader was. Hij deed eind jaren negentig ook een interview met hem, dat nu als onderlegger fungeert voor Wilder (uitzendtitel: Gene Wilder – Achter de lach, 85 min.), een docu die verder uit filmfragmenten, archiefbeelden en oude interviews bestaat.

De man die bekend zal worden als Gene Wilder komt ter wereld als Jerry Silverman. In 1961 meet hij zich die artiestennaam aan, een verwijzing naar zijn moeder Jeanne die net daarvoor is overleden. Nadat zij, als hij nog maar zeven is, een hartaanval heeft gehad, zegt de dokter al tegen de kleine Gene: zorg dat je haar nooit kwaad maakt. Dat zou het einde van haar leven kunnen betekenen. Laat haar lachen! En dat zal zijn parool worden. Hij oogt daarbij als een menselijke variant op zo’n beschadigd Japans kunstwerk waarvan de breuklijnen zijn opgevuld met goud- of zilverlak, stelt zijn neef Jordan. De barsten en littekens worden niet verborgen, maar zijn juist veredeld.

Wilder blijft desondanks een ongrijpbare figuur in deze documentaire, waarin zijn carrière – en van daaruit ook mondjesmaat zijn privéleven – wordt uitgelicht. Smith doet dit aan de hand van drie personen die hem bij de hand hebben genomen: regisseur en acteur Mel Brooks (waarnaar Wilder opkijkt als een grote broer), komiek Richard Pryor (met wie hij een zeer succesvol filmduo vormt) en Saturday Night Live-ster Gilda Radner (op wie hij smoorverliefd wordt). Met en via hen kan hij zichzelf verwerkelijken, een man die volgens eigen zeggen via het acteren de liefde probeert te krijgen die ontbreekt in zijn leven. En dat lijkt, afgaande op dit alleraardigste portret, heel behoorlijk gelukt.

The Essence Of Eva

NTR

Ze is zowel de droom als de nachtmerrie van elke muzikant die het helemaal wil gaan maken. Eva Cassidy overlijdt op 2 november 1996 op slechts 33-jarige leeftijd als een grote onbekende, een getalenteerde zangeres die haar belofte nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Haar hele carrière heeft ze genoegen moeten nemen met een kleine schare van trouwe fans. Enkele jaren na haar vroegtijdige dood breekt Cassidy echter alsnog wereldwijd door met het compilatiealbum Songbird, waarop ze eigen interpretaties brengt van klassiekers zoals Stings Fields Of Gold, de traditional Wade In The Water en de Wizard Of Oz-hit Over The Rainbow.

Ze moet zo’n zangeres zijn geweest zoals iedere muziekliefhebber wel kent: bemind in kleine kring, door de rest van de wereld over het hoofd gezien. In de documentaire The Essence Of Eva (82 min.) halen Alex Fegan en Malcolm Willis haar alsnog uit de kroegen, restaurants en kleine zaaltjes, waartoe ze bij leven en welzijn was veroordeeld. Met familieleden, vrienden en collega-muzikanten tekenen ze een vrouw en artiest op, die wars is van opsmuk en haar oren ook niet zomaar laat hangen naar wat de muziekbusiness van haar vraagt. Een platencontract bij het befaamde jazzlabel Blue Notes Records gaat daarom aan haar neus voorbij – al biedt directeur Bruce Lundvall daarvoor, nét voordat Eva het tijdige voor het eeuwige verwisselt, nog wel zijn excuses aan.

Illustratief voor Cassidy’s carrière is de totstandkoming van het door haar zelf uitgebrachte live-album Live At Blues Alley. Eerst moet er geld geleend worden om twee avonden in een club in Washington D.C. vast te kunnen leggen. Dan blijkt er een bromgeluid in de opname van de eerste avond te zitten. En de dag erop is ze zelf verkouden. Cassidy heeft dan al niet lang meer te leven. Ze wordt, begin dertig nog maar, gediagnosticeerd met kanker. Tijdens een avond in The Bayou waarop lokale muzikanten geld voor haar inzamelen, betreedt de vrouw die postuum wereldberoemd zal worden, nog eenmaal het podium. Ze zingt – werkelijk waar – de Louis Armstrong-evergreen What A Wonderful World en lijkt daarna gedoemd om vergeten te worden, net als talloze andere zangeressen die plaatselijk worden gekoesterd.

Voor Eva Cassidy zal het echter anders lopen. Via een omweg wordt ze na haar dood alsnog een ster. En misschien is dat wel precies zoals het had moeten zijn. ‘Als ze nog geleefd had, denk ik ook niet dat ze in grote zalen had opgetreden’, meent haar moeder Barbara in dit liefdevolle portret. ‘Dat had ze zwaar gevonden, denk je niet?’ Vader Hugh valt haar direct bij: ‘Ze had het nooit over succes.’

Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Poorten Van Europa

VPRO / Scenery

Grensmanagement én mensenrechten. Als de Nederlander Hans Leijtens in 2023 wordt benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex moet hij beide uitersten zien te verenigen: het samen met de kustwacht en grenspolitie van de individuele lidstaten bewaken van de Europese grenzen, zonder daarmee de mensenrechten te schenden van de migranten die het continent proberen te bereiken.

Het lijkt een onmogelijke balanceeract, die Frontex ook op veel kritiek is komen te staan, met name dat de organisatie ‘pushbacks’, het terugduwen van asielzoekers en migranten over de grens, heeft uitgevoerd of oogluikend heeft toegestaan. Aan Leijtens de taak om schoon schip te maken. Hij kiest daarbij onder andere voor ‘radicale transparantie’ en geeft Tomas Kaan, Els van Driel en Eefje Blankevoort voor deze vierdelige documentaireserie ogenschijnlijk ruimhartig toegang tot zijn organisatie.

Daarmee wordt deze ambitieuze productie een logisch vervolg op Shadow Game (2021), de documentaire over minderjarige vluchtelingen die door Europa zwerven op zoek naar een nieuw thuis, waarmee Van Driel en Blankevoort diverse (inter)nationale prijzen wonnen en die ook meerdere spin-offs opleverde. Poorten Van Europa (186 min.) verbindt de dagelijkse praktijk aan de grens, in safehouses, op zee en aan de kust met de werkelijkheid van het Frontex-hoofdkantoor in Warschau en het Europees Parlement.

De ervaringen van de vrijwilligers van Grupa Granica, die mensen helpen die door Poolse grenswachters dreigen te worden teruggeduwd naar Wit-Rusland, en de Noor Tommy Olsen, die met Aegean Boat Report rapporteert over incidenten op de Middellandse Zee tussen Turkije en Griekenland, staan regelmatig haaks op de boodschap die Leijtens en de betrokken Frontex-woordvoerders Reza Ahmari en Chris Borowski uitdragen. Zij worden soms met de nek aangekeken omdat ze voor de Europese grenswacht werken.

Bij de opleiding van nieuwe medewerkers vestigt Leijtens nadrukkelijk de aandacht op ethisch gedrag. Een fout mag, stelt hij. Maar wie doelbewust over de grens gaat, ligt eruit. ‘For sure.’ Tegelijk houdt de kritiek op zijn organisatie aan. Durft Leijtens wel een vuist te maken naar landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? vraagt Europarlementariër Tineke Strik (PRO) zich bijvoorbeeld af. Maakt hij zich zo niet medeplichtig aan de ogenschijnlijke straffeloosheid aan de Europese grenzen?

Incidenten genoeg. Van burgergrenscontroles in Nederland tot de intimiderende Libische kustwacht. Deze miniserie poogt het totale speelveld waarbinnen Frontex opereert – en op de huid wordt gezeten door kritische volgers zoals journalist Romy van Baarsen en de belangenorganisatie Refugees In Libya – in kaart te brengen. Zolang ze afhankelijk blijven van individuele landen, lijken Kaan, Van Driel en Blankevoort te betogen, is het de vraag of de Europese grenswacht niet een verloren wedstrijd speelt.

Chris & Martina: The Final Set

Netflix

‘Ze voerden een eeuwige oorlog op de tennisbaan. En nu proberen ze elkaars leven te redden.’ De woorden zijn afkomstig van Chris Everts voormalige echtgenoot Andy Mill, maar zijn quote is niet voor niets te horen als de titel van deze documentaire in beeld verschijnt: Chris & Martina: The Final Set (97 min.). Dit is de tagline, de reden om deze film te bekijken. Want dat is behalve een boeiende terugblik op één van de grootste tweekampen uit de sporthistorie vooral ook een aangrijpend portret van twee vrouwen die door ziekte, kanker, voor het eerst de controle over hun leven helemaal kwijt zijn en dan elkaars gezelschap weer opzoeken.

Chris Evert en Martina Navratilova vormen in de jaren zeventig en tachtig de Yin en Yang van het vrouwentennis. Het meisjemeisje uit Florida versus de communistische ‘overloper’ uit Tsjechoslowakije. Verfijnd baseline-spel tegenover krachtig serve & volley. Natuurtalent versus power. ‘Cute’ tegen ‘tomboy’. Achteraf bezien lijkt het onvermijdelijk dat de ‘Chrissie Craze’ ook gepaard zou gaan met Martina-weerzin. Zeker als haar geaardheid, een publiek geheim in de tenniswereld, de media bereikt. Navratilova wordt in The New York Daily News ongewild geout als ‘biseksueel’, de term die als vluchtheuvel wordt gebruikt door vrouwen die in werkelijkheid op vrouwen vallen.

De aanvankelijke vriendschap tussen de twee tegenpolen lijkt in dit dubbelportret van Rebecca Gitlitz dan te zijn veranderd in ijzige rivaliteit. Omdat een innige relatie het ten koste van alles willen winnen in de weg zou kunnen staan. Inmiddels zijn de vriendschapsbanden hersteld en kunnen de aartsrivalen samen op de bank wedstrijden terugkijken – en zowaar blij zijn voor de ander. Gitlitz laat hen ondertussen reflecteren op hun levens die volledig in dienst stonden van de sport. Ze worden daarbij terzijde gestaan door familieleden en kennissen, tennisinsiders en voormalige concullega’s zoals Billie Jean King, John McEnroe en Pam Shriver.

Terwijl Evert en Navratilova elkaar aansporen om nog eenmaal het beste uit zichzelf te halen, tijdens de allesbeslissende tiebreak tegen een gemeenschappelijke opponent die niet maalt om geld, macht of status, tonen ze uit welk hout ze zijn gesneden. Ieder voor zich gaan ze moedig de strijd aan met de ingrijpende kankerbehandelingen. En samen lijken ze, net als tijdens hun epische tenniscarrières, vooralsnog onverslaanbaar.

The Welcome Table

HBO Max

Aan een welkomsttafel op een dijk bij New Orleans, genaamd Bywater Levee, ontvangt documentairemaker Josh Fox (Gasland) de hoofdpersonen van zijn nieuwe film The Welcome Table (131 min.). Ze komen van heinde en verre, op de vlucht geslagen voor de gevolgen van klimaatverandering. ‘Hoe zijn we hier beland?’ vraagt hij zich halverwege af, in zijn deel van een duo voice-over met de Amerikaanse jazzzanger John Boutté, waarmee deze alarmistische documentaire wordt aangestuurd. ‘Kunnen we hier nog weg? En hoeveel erger gaat het nog worden?’

Fox verwelkomt zijn gasten aan die tafel met muziek, toepasselijke liederen gespeeld door een keur aan muzikanten, en dompelt zich vervolgens onder in de verhalen van deze klimaatvluchtelingen. Hij begint in eigen land bij Ali en haar jonge gezin. Zij woonden in Paradise, California, en zijn in 2018 gevlucht voor een verwoestende natuurbrand. De beelden staan op haar netvlies gebrand: terwijl er een propaantank ontploft, klinkt op de radio een bekende hit van The Bee Gees: stayin’ alive, stayin’ alive ah, ha, ha, ha, stayin’ alive. Terwijl ze hun auto vervolgens door het vuur sturen, kan Ali maar aan één ding denken: ‘Zo wil ik niet doodgaan.’

Daarna begeeft Fox zich naar Brazilië, waar hoosbuien in 2023 een modderstroom op gang hebben gebracht die een hele favela met de grond gelijk maakte en de bewoners, als ze al overleefden, dakloos achterliet. In de Mexicaanse stad Juárez treft Fox een jonge Colombiaanse vrouw, die op de vlucht is voor overstromingen in haar land. Ze is twee jongere zussen kwijtgeraakt bij de grens. Die zijn weggevoerd door de Amerikaanse autoriteiten. En in Italië ontmoet hij de Nigeriaanse bootvluchteling Chris Obehi, die de barre tocht over de Middellandse Zee heeft overleefd en nu carrière maakt als zanger. Non Siamo Pesce, zingt hij. We zijn geen vissen.

Josh Fox reist de halve wereld over. Naar de Maagdeneilanden, om de schade van orkanen op te nemen. Naar het kurkdroge Kenia, waar een heel dorp inmiddels afhankelijk is van één enkele waterput. Naar Peru, om te zien hoe oliewinning het Amazonegebied ernstig verontreinigt. En naar Australië, waar Aboriginals het slachtoffer worden van ‘klimaatgentrificatie’. Heel herkenbaar: in New Orleans, bij die dijk, gebeurde in 2015, na de Orkaan Katrina, precies hetzelfde. Die conclusie trekt de filmmaker steeds weer in deze erg ruim uitgevallen film: de mensen die het minst kunnen doen aan de klimaatverandering, worden er het hardst door geraakt.

Niet in het minst doordat de machthebbers steeds weer nieuwe blokkades voor hen opwerpen. Letterlijk. Met als duidelijkste voorbeeld de spreekwoordelijke muur van de Amerikaanse president Trump en de manier waarop hij ICE loslaat op migranten. Josh Fox schroomt daarbij niet om de vergelijking te trekken met Hitler en Mussolini. Hij probeert sowieso dwarsverbanden te leggen, met grote thema’s zoals migratie, kolonialisme en mensenrechten. En aan het eind dropt Fox nog een klein bommetje: al zijn hoofdpersonen zijn weliswaar uitgenodigd aan zijn tafel op die dijk, maar lang niet iedereen heeft daadwerkelijk een visum voor de Verenigde Staten gekregen.

Bring Me The Beauties: A Model Cult

HBO Max

‘We hebben allemaal een gelofte afgelegd voor een leven in dienstbaarheid’, hoort Hoyt Richards zichzelf zeggen als hij de audiocassette aanzet. ‘Maar blijkbaar had John Andreadis andere plannen, die onlangs aan het licht zijn gekomen. Het nastreven van een egoïstisch doel zou het grootste verraad zijn.’ En daaraan heeft Andreadis zich schuldig gemaakt. Hij is halverwege de jaren tachtig verliefd geworden op het fotomodel Jacki Adams, een nieuw lid van de Eternal Values-gemeenschap. Terwijl hij door leider Frederick van Mierers hoogstpersoonlijk klaargestoomd wordt om ‘de incarnatie van God’ te worden. ‘Het betekent dat hij niet van mij houdt’, zou Von Mierers wraaklustig hebben gezegd. ‘Want hij koos voor Jacki.’

En dat is in de ogen van de zelfverklaarde ‘spiritueel astroloog’ een onvergeeflijke zonde. Von Mierers, een voormalig model dat afkomstig lijkt te zijn uit de New Yorkse high society, geldt als een New Age-superster – niet in het minst omdat hij een ‘walk-in’ is, een alien van de ster Arcturus die zich heeft genesteld in een menselijk lichaam en dus hoog verheven is boven gewone stervelingen. Hij heeft louter mooie mensen, zoals het mannelijke topmodel Hoyt, om zich heen verzameld en begint, ondersteund door zijn uitverkorenen, de twee geliefden te verstoten. Totdat hen het leven echt onmogelijk is gemaakt en Jacki besluit om de klok te gaan luiden over ‘de modellensekte’. Waar het einde der tijden – natuurlijk, zouden we bijna zeggen – al is aangekondigd.

En laat het maar aan Chris Smith, de filmmaker achter smeuïge producties zoals Jim & Andy: The Great Beyond, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Don’t Die: The Man Who Wants To Live Forever, over om daar een volvette productie van te maken: de driedelige serie Bring Me The Beauties: A Model Cult (173 min.). Hij hangt zijn vertelling op aan het relaas van Hoyt Richards (echte naam: John Hoyt), een man die er tijdens zijn lidmaatschap van The Eternal Values nog gewoon een succesvolle modelcarrière op nahoudt en die tegelijk elk contact met zijn familie heeft verbroken. Zij zien hem overal, behalve in het echt. Andere oud-leden ondersteunen zijn herinneringen aan de sekte en hun enigmatische leider, Frederick von Mierers.

Als die van het toneel verdwijnt, lijkt deze miniserie even zijn schwung kwijt te raken. Smith pakt de draad echter weer op waar ook Hoyt en zijn andere hoofdpersonen dat doen: bij de vraag wie ze nu zijn en wat ze samen waren.  Een sekte misschien? Want hoewel hun leider zich daar altijd ferm tegen uitsprak, realiseren ze zich nu dat hij wel degelijk gebruik maakte van de daarvan bekende verleidings- en controlemechanismen. Bring Me The Beauties mondt daardoor niet, zoals veel docu’s over sekarische bewegingen, uit in een aanklacht, maar in zelfreflectie en herbronning. ‘Ik heb geleerd dat de remedie voor schaamte kwetsbaarheid is’, stelt Hoyt. ‘En de manier waarop je je kwetsbaarheid toont, is door het vertellen van je verhaal, door het te ownen.’

Big Girls Wanted: Escaping Pearadise

HBO Max

Welkom bij Pearadise in Las Vegas, ‘a place of acceptance and love’ voor plus size-vrouwen. Het huis wordt gerund door ‘just a normal guy’, de van origine Duitse oprichter Stefan Wilhelmy. Hij is ooit helemaal binnengelopen met een ingenieuze uitvinding en heeft nu een ‘safe space’ gecreëerd voor de vrouwen, waarnaar zijn eigen hart uitgaat. Stefan zorgt er meteen ook voor dat alle activiteiten worden gefilmd voor social media of live worden gestreamd. Van kokkerellen en eten in de keuken tot dollen in bikini in het binnenhuiszwembad.

De Amerikaanse fotojournaliste Emily Kask laat zich ook verleiden om eens naar Pearadise te komen. Wellicht houdt ze er nog een goed verhaal aan over voor The New York Times. Regisseur Tara Malone heeft er in elk geval ‘een goed verhaal’ aan overgehouden voor Big Girls Wanted: Escaping Pearadise (132 min.). Want natuurlijk gaat er in Pearadise nog veel meer om dan alleen het vieren van ‘body positivity’. Deze driedelige docuserie toont dat er een hele wereld schuilgaat achter Wilhelmy’s specifieke beeld van vrouwelijke schoonheid.

Restaurants zoals Heart Attack Grill bijvoorbeeld, dat gegarandeerd ongezonde maaltijden serveert. Als de weegschaal aangeeft dat je meer dan 159 kilo weegt, kun je er bovendien gratis eten. Of ‘feederism’, een seksuele voorkeur voor mensen met overgewicht of obesitas. En die goeïge Stefan lijkt een ‘feeder’ van het zuiverste water, die erop kickt om anderen te zien eten en aankomen. Maar betekent dit ook meteen dat hij zich schuldig maakt aan seksueel misbruik? Op de sociale media beginnen zulke beschuldigingen wél rond te zingen.

In deze miniserie doen enkele vrouwen, waaronder Kimmi Haueter (die zich online Piggy Stardust noemt), hun verhaal. Stefan zou stelselmatig over hun grenzen gaan. De man zelf en enkele getrouwen geven hen weerwoord. Voor een buitenstaander blijft het intussen lastig om te bepalen wat er precies is gebeurd. Feit is dat vanaf het begin duidelijk was – door alle video’s vanuit Pearadise – dat Wilhelmy hun uiterlijk erotiseerde en wilde exploiteren, maar daaraan kan hij (of een ander) natuurlijk nooit het recht ontlenen om over hun persoonlijke grenzen te gaan.

Big Girls Wanted krijgt intussen iets zéér ongemakkelijks: deze weerslag van een vuile oorlog, die zowel online als in het echte leven zonder enige gêne wordt uitgevochten, oogt al net zo trashy en voyeuristisch als de hoofdrolspeler zelf, zijn medestanders en hun opponenten. Samen belichamen zij een subcultuur waarin lichamelijke en psychische kwetsbaarheid, fetishes en ongezonde verdienmodellen op een gevaarlijke manier samenkomen.

Stonewall Uprising

PBS

In de zomer van 1969 komen de jaren zestig alsnog op gang voor Amerikaanse homo’s, lesbiennes en drags, die hun eigen strijd om burgerrechten beginnen te voeren.

Homoseksualiteit wordt dan nog beschouwd als een psychische aandoening, die desnoods onder dwang moet worden behandeld. Met elektroshocks bijvoorbeeld, al zijn ook een lobotomie of castratie niet uitgesloten. ‘Twee-derde van de Amerikanen kijkt naar homoseksuelen met walging, ongemak of angst’, vat de befaamde journalist Chris Wallace het sentiment in zijn land samen in de televisiereportage The Homosexuals uit 1967. Praktiserende homoseksuelen moeten volgens hen vervolgd worden.

Het is dus niet vreemd dat deze Amerikanen doorgaans ondergronds proberen te blijven. ‘Het idee van uit de kast komen was belachelijk’, herinnert de schrijver Eric Marcus zich in deze documentaire van het echtpaar Kate Davis en David Heilbroner uit 2010. ‘Uit bestond helemaal niet. Iedereen bleef in de kast.’ Durfals en activisten, of gays die simpelweg niets te verliezen hebben, ontmoeten elkaar op clandestiene plekken. Die worden alleen met de regelmaat van de klok geconfronteerd met invallen van de politie.

De politieactie bij de New Yorkse homobar The Stonewall Inn op 28 juni 1969 is er echter nét één te veel en veroorzaakt een heftige tegenreactie, de zogeheten Stonewall Uprising (81 min.). Dit cruciale moment in de geschiedenis van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging wordt in deze film opgeroepen met direct betrokkenen, zowel bezoekers van The Stonewall als agenten van de NYPD. Ook de latere burgemeester Ed Koch, over wie wordt gefluisterd dat hij zelf wel eens gay zou kunnen zijn, blikt terug.

Davis en Heilbroner vullen het bestaande beeldmateriaal van de opstand aan met gedramatiseerde scènes. Zo verschijnt de dag waarop de groep die altijd in de hoek zit waar de klappen vallen terugslaat, weer helder op het netvlies. Vanachter die tumultueuze junidagen, die ook aan de basis staan van Gay Pride, komt een wereld tevoorschijn, die met hedendaagse ogen bekeken ronduit schokkend is. Waarin uiting geven aan wie je bent of wilt zijn illegaal is en zomaar kan leiden tot arrestatie.

Het Hart Van Amsterdam

Verde Films / Mokum

Toen journalist Arnold-Jan Scheer en filmmaker Roy Dames in 1984 begonnen te filmen op de Amsterdamse Wallen, hadden ze vast niet kunnen vermoeden dat hun documentaire nog ruim veertig jaar op zich zou laten wachten. Het Hart Van Amsterdam (99 min.), voltooid met editor/cameraman Sven Jacobs, belicht de gouden jaren van de hoofdstedelijke penoze, vóórdat harddrugs de rosse buurt definitief veranderde. Een periode die sindsdien flink is geromantiseerd. Alsof onenigheid toen nog altijd met de blote vuist werd opgelost – en er naderhand samen nog eens op werd gedronken.

Scheer fungeert als gids en verteller in deze nostalgische rondgang door een wereld die werd gedomineerd door twee illustere personages: Zwarte Joop, de eigenaar van de bekende seksclub Casa Rosso aan de Oudezijds Achterburgwal, en de ongekroonde koning van de Zeedijk, Frits van de Wereld. ‘Ome Frits’, op diverse momenten geïnterviewd, komt daarbij veelvuldig zelf aan het woord en maakt van zijn hart bepaald geen moordkuil – al is het de vraag of hij altijd het achterste van zijn tong laat zien. Intussen worden de werkwijze en invloed van zijn concurrent Maurits ‘Zwarte Joop’ de Vries goed in de verf gezet door diens pleegzoon, misdaadjournalist Bas van Hout

Verder wordt deze anekdotische film bevolkt door een bonte stoet van vrije jongens, (kleine) criminelen en dames/heren van lichte zeden, zoals ‘De Godmother’ Thea Moear, vechtsporter/beveiliger Chris Dolman, de tweelingzussen Martine en Louise Fokkens, oud-sekswerker Rob van Delden en Henk de Vries, de grote man achter de bekende coffeeshopketen The Bulldog. Met Amsterdamse tongval, lekkere stelligheid en zo nu en dan wat volkse humor verhalen zij over een buurt met een slechte reputatie, z’n geheel eigen codes en ook het nodige persoonlijke leed. Want stuk voor stuk groeiden ze op met wat we nu een rugzakje zouden noemen en liepen ze ook naderhand nog butsen op.

De één had een psychopaat als moeder, de ander nooit een vader gehad. De Tweede Wereldoorlog had sommigen hard genoeg gemaakt voor een leven achter het raam, terwijl een ander juist op jonge leeftijd bewust voor dat beroep koos en zich later afvroeg of ze er eigenlijk wel klaar voor was geweest. En de ene zoon werd net als zijn vader souteneur, terwijl een ander kind juist ten onder ging aan de harddrugs waarin zijn vader naar alle waarschijnlijkheid, ook al ontkende hij dit ten stelligste, tóch handelde. Die wereld, met al z’n (valse) romantiek, geheel eigen moraal en dubbele bodems, wordt in Het Hart Van Amsterdam nog eens met grove pennenstreken opgetekend.

Een levendig tijdsdocument, met meer (sterke) verhalen dan diepgaande (zelf)reflectie, van een aards, hard, grappig en ogenschijnlijk ongecompliceerd Amsterdam, dat in de volksmond nog altijd doorgaat voor het échte Mokum.

Unlocking The Cage

First Run Features

His day in court’, staat er op 27 april 2014 op de cover van The New York Times Magazine, bij een foto van de chimpansee Tommy. Hij heeft een pak en stropdas aan en zit ogenschijnlijk klaar voor een getuigenverklaring in de rechtbank. Advocaat Steven Wise blijft buiten beeld. Hij heeft namens Tommy, die in erbarmelijke omstandigheden leeft in een kooi, een zaak aangespannen. Volgens Wise is er sprake van illegale detentie.

Hij beroept zich als boegbeeld van het Nonhuman Rights Project op het principe van ‘habeas corpus’. Zo kan worden getoetst of iemand terecht gevangen is gezet. Hij gaat daarbij uit van het idee dat hoog-intelligente dieren, zoals sommige apensoorten, olifanten, dolfijnen, walvissen en orka’s, juridisch moeten worden beschouwd als ‘personen’ –  net als organisaties dat volgens de Amerikaanse wet ook zijn of, elders in de wereld, een rivier. Deze dieren hebben in zijn optiek dus onvervreemdbare rechten.

In de observerende documentaire Unlocking The Cage (91 min.) uit 2016 volgen Chris Hegedus en haar partner, direct cinema-legende D.A. Pennebaker, de Amerikaanse dierenrechtenactivist en zijn medestanders tijdens hun strijd om erkenning te krijgen voor de rechten van deze dieren en aandacht voor de manier waarop die vaak met voeten worden getreden. Niet iedereen neemt Wise serieus: er wordt nog wel eens geblaft als hij een rechtszaal binnenkomt of op Harvard Law School een college geeft.

Wise neemt zijn missie echter uiterst serieus. Wat nu geldt voor ‘nonhuman animals’, gold vroeger voor vrouwen, kinderen en slaven. Hij weet dus wat hem te doen staat: ‘kick the first door open’. Dan volgt de rest vanzelf. Wise heeft zijn zinnen gezet op een casus met een chimpansee, een dier dat regelmatig menselijke trekjes vertoont. Chimps kunnen, om maar eens wat te roepen, spelletjes spelen, gebarentaal leren en een fikse karatetrap uitdelen. Ze zijn bovendien in staat tot empathie en roepen ook empathie op.

In hun laatste film samen documenteren Hegedus en Pennebaker, inmiddels in de negentig, Wise’s zoektocht naar een geschikt voorbeeld, een dier waarbij het welzijn ernstig in het geding is, en een rechtbank die de bijbehorende zaak serieus wil behandelen. Daarbij moet hij heel wat tegenvallers slikken, in een interessante documentaire die zich voor een belangrijk deel in de rechtszaal afspeelt en dan ook behoorlijk juridisch van toon en karakter wordt (en dus niet iedereen zal bekoren).

Het idee van een dier als persoon blijft nu eenmaal abstract – al lijken de tijden dat een aap, dolfijn of olifant simpelweg als een gebruiksvoorwerp werd beschouwd ook wel achter ons te liggen.

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.

Boom – A Film About The Sonics

Scratched Vinyl Films

Voor iedereen die z’n rock het liefst rechtstreeks uit de garage heeft – rawk!, zogezegd – gelden The Sonics als één van de absolute oerbronnen. Begin jaren zestig maakten deze ‘five bad ass motherfuckers’ hun thuisbasis Tacoma en de rest van het uiterste Noordwesten van de Verenigde Staten onveilig. Tot een grote doorbraak kwam het echter nooit. Toen niet, tenminste.

De Amerikaanse filmmaker Jordan Albertsen, geboren in 1982, heeft halverwege de jaren negentig als tiener net de laatste plaat van de grungeband Nirvana gehoord als zijn vader hem attendeert op een cultgroep, die dan al ruim 25 jaar alleen nog in de herinnering voortleeft. Hij is direct verkocht. Als er in 2008 zowaar een Sonics-reünie wordt aangekondigd, is Albertsen er dus als de kippen bij. Het zal hem nog tien jaar kosten om de documentaire Boom – A Film About The Sonics (77 min.) af te ronden.

De sonische scherpslijpers ogen daarin als bedaagde oude mannen. Zanger/toetsenist Gerry Roslie, die recht vanuit z’n onderbuik leek te schreeuwen in hun eerste ‘hit’ The Witch, zou ook kunnen doorgaan voor een nét iets te bedeesde wiskundeleraar. En Rob Lind, die z’n saxofoon onvervaard liet scheuren op het al even vermaarde B-kantje Psycho, ziet eruit als de doorgewinterde kantoortijger die hij in een later leven daadwerkelijk is geworden. Ooit waren – of beter: klonken – ze te ruig voor hun tijd.

Na ruim een half uur zitten de gloriejaren van The Sonics er alweer op. ‘Het was een geweldige band’, constateert pepdrummer Bob Bennett. ‘Ook al hadden we dat zelf destijds helemaal niet door.’ Er komt echter een tweede bloeiperiode. Via een kleine omweg naar Seattle, waar begin jaren negentig de rockstroming grunge opkomt, wordt de voorvader van punk alsnog ontdekt. Nazaten zoals Mike McCready (Pearl Jam), Mark Arm (Mudhoney), Kim Thayil (Soundgarden) en producer Jack Endino vreten The Sonics!

In de tweede akte van deze aardige bandjesdocu tellen zij samen met Nancy Wilson (Heart), Kurt Bloch (The Fastbacks), Bruce Brand (Thee Headcoats), Coady Willis (The Murder City Devils) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) de zegeningen van The Sonics, die meer dan dertig jaar nadat ze het bijltje erbij neergooiden zowaar populairder worden dan ooit. Het noopt de leden van het bandje, dat eigenlijk nooit de regio was uitgekomen, om voor het eerst de wereld rond te toeren.

In de laatste akte van zijn film toont Albertsen vervolgens hoe zij zich die late roem lekker laten aanleunen en op gevorderde leeftijd voor het eerst kennis maken met stagedivers en moshpits. Want zoals Jack Endino ‘t formuleert in de emotionele epiloog van deze film: ‘You’re never too old to rock & roll.’

I’m Carl Lewis!

VRT

Als negenjarig joch mag Carl Lewis op de foto met de Afro-Amerikaanse atletieklegende Jesse Owens. Een kleine vijftien jaar kan Lewis zowaar in de voetsporen treden van zijn grote held, die tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn vier gouden medailles in de wacht sleepte. Hij staat bij de Spelen van 1984 in Los Angeles aan de start bij dezelfde onderdelen als Owens: de 100 meter en 200 meter sprint, het verspringen en de 4×100 meter estafette.

Vier gouden medailles maken van hem echter nog geen volksheld. Ondanks zijn kamerbrede glimlach wordt Carl Lewis beschouwd als arrogant, geldbelust en veel te berekenend. Zeker geen aaibare allemansvriend. Er wordt bovendien gefluisterd dat hij homo is. Die geruchten bezorgen hem ook een weinig vleiende bijnaam: The Flying Faggot. Het feit dat Lewis zich uitstapjes richting de entertainmentwereld veroorlooft werkt daarbij ook niet in zijn voordeel.

In de gedegen sportdocumentaire I’m Carl Lewis! (99 min.) blikt de voormalige ‘wonder boy’ op zijn lange carrière. Hij wordt daarbij in de rug gesteund door onder anderen zijn broer Cleve (oud-voetballer) en zus Carol (voormalige verspringer), coach Tom Tellez, Nike-oprichter Phil Knight en concurrent Mike Powell. Zij plaatsen hem op één lijn met de iconen Michael Jordan, Tiger Woods en Muhammad Ali, als één van de grootste Amerikaanse sporters aller tijden.

De filmmakers Julie Anderson en Chris Hay maken het Lewis verder niet al te moeilijk. Ook niet als zijn rivaliteit met de Canadese sprinter Ben Johnson aan de orde komt. In de aanloop naar de Spelen van 1988 in Seoul beschuldigt Lewis zijn concurrent van dopinggebruik. Nadat Johnson de 100 meter heeft gewonnen, test ie daadwerkelijk positief. Hij moet z’n gouden plak afstaan aan Lewis. Enkele maanden eerder is die alleen zelf, zo blijkt later, ook betrapt.

De voormalige topatleet doet dat een kleine dertig jaar later af als een vergissing. ‘Ik heb nooit prestatieverhogende middelen gebruikt’, zegt Lewis stellig. ‘Die had ik niet nodig.’ Een Chinees kruidensupplement zou destijds voor de positieve test hebben gezorgd – hoewel in Daniel Gordons documentaireklassieker 9.79 (2012), waarin alle finalisten van die beruchte 100 meter aan het woord komen, toch echt wordt geïmpliceerd dat ook Carl Lewis niet brandschoon was.

Hij is uiteindelijk echter min of meer onbeschadigd uit de strijd gekomen, met maar liefst negen Olympische gouden medailles. Er wordt hem inmiddels ook een sleutelrol toegedicht in de professionalisering en commercialisering van zijn sport. Lewis zit er tegenwoordig duidelijk ook warmpjes bij. Als hij alleen in een bubbelbad in zijn tuin zit en vertelt dat hij nog nooit een lange relatie heeft gehad, krijgt dat echter ook wel iets treurigs. Wie is hij behalve de gewezen sportheld?

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…

Cure For Pain: The Mark Sandman Story

Gatling Pictures

‘Wat, in godsnaam, is dát?’ De Amerikaanse zanger en gitarist Ben Harper kan zich in de documentaire Cure For Pain: The Mark Sandman Story (86 min.) uit 2011 nog zo voor de geest halen wat hij dacht toen hij Morphine voor het eerst hoorde. Ruim 25 jaar na de dood van frontman Mark Sandman is de sound van het trio uit Boston, Massachussets, nog altijd uit duizenden herkenbaar. En dat heeft alles van doen met de totaal uitgeklede bezetting van de band: een tweesnarige basgitaar, drums en die alomtegenwoordige baritonsaxofoon. En dan Sandmans lijzige stem eroverheen. Een onvervalste ‘king of cool’, aldus collega-zanger Dicky Barrett van The Mighty Mighty Bosstones.

‘Low rock’, dubde de enigmatische zanger/bassist Mark Sandman (1952-1999) hun muziek ooit. ‘Ik bedoel: neukrock.’ Donkere, sexy songs, met flinke scheuten jazz, poëzie en film noir erin. Deze documentaire van Robert Bralver en David Ferino vertelt het verhaal achter die muziek. Ze ontsluiten Morphine, de groep waarvan Sandman in de jaren negentig, samen met zijn ‘surrogaatbroers’, drummer Billy Conway (drums) en Dana Colley (saxofoon), een absolute cultband maakte. Totdat een hartaanval tijdens een festivaloptreden in het Italiaanse Palestrina, op 3 juli 1999, hem op 46-jarige leeftijd fataal werd en die groep definitief naar de popgeschiedenisboeken verwees.

Ondanks de aanwezigheid van vakbroeders zoals Josh Homme (Queens Of The Stone Age), Les Claypool (Primus), Mike Watt (The Minutemen) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) is Cure For Pain echter geen film over platencontracten, studio-opnames en topconcerten. Morphines carrière fungeert vooral als decor voor Mark Sandmans levensverhaal. Beter: Sandmans familieverhaal. Nadat zijn gezin was getroffen door een enorm drama, besloot hij, de artistiek aangelegde oudste zoon, om uit te vliegen en iets bijzonders van z’n leven te maken. En het tragische daarvan is dat zijn ouders pas na z’n dood ontdekten dat dit ook behoorlijk was gelukt.

Enkele jaren later heeft Sandmans moeder Guitelle nog geprobeerd om die familiegeschiedenis op papier te krijgen. Citaten uit haar boek Four Minus Three: A Mother’s Story (2006) dienen tevens als onderlegger voor dit postume portret van haar zoon Mark, die zich nooit helemaal in de kaarten liet kijken, soms een enorme klootzak kon zijn en intussen floreerde in zijn eigen kleine hoekje van de alternatieve muziekwereld.

Predators

MTV

Oprah Winfrey omarmt het Candid Camera-achtige programma. Jon Stewart is eveneens enthousiast over het concept. En Jimmy Kimmel noemt de show gekscherend ‘Punk’d For Paedophiles’. To Catch A Predator is, als onderdeel van Dateline NBC, van 2004 tot en met 2007 een doorslaand succes op de Amerikaanse televisie. Zelden zal ‘trial by media’ bevredigender hebben gevoeld dan bij het te kijk zetten van deze volwassen mannen, die het hadden voorzien op onschuldige kinderen.

In elke aflevering wordt zo’n kerel met behulp van een ‘decoy’, een volwassene die dienst doet als lokaas en zich voordoet als een kind, naar een met verborgen camera’s uitgerust huis gelokt. Daar wacht presentator Chris Hansen al op hem. Hij ontmaskert het ‘roofdier’ voor het oog van de natie en probeert meteen een gesprek met hem aan te knopen. Buiten staat er dan al een arrestatieteam van de plaatselijke politie paraat, dat de pedo vervolgens met veel machtsvertoon in de boeien zal slaan.

Een kleine twintig jaar later probeert documentairemaker David Osit te vatten waarom ook hij destijds aan de buis gekluisterd zat als Hansen een perverseling op heterdaad wist te betrappen. Hij legt deze vraag ook voor aan etnograaf Mark de Rond. Die begint hardop te denken. ‘Hoe kunnen volwassenen zich zo walgelijk gedragen tegenover wat zij denken dat kinderen zijn?’ probeert hij de fascinatie te vatten in Predators (97 min.). En: ‘Waarom genieten wij er zo van dat zij op televisie worden vernederd?

‘Op dat moment stopt de tijd’, stelt De Rond. ‘Wat we in feite zien is hoe het leven van een ander eindigt.’ Via interviews met lokazen, politiemensen en officieren van justitie en met behulp van ruw materiaal van de uitzendingen en het navolgende politieverhoor neemt Osit nu een grondige kijk achter de schermen bij de ontmaskering van deze verdachten en hun confrontatie met presentator Chris Hansen. Politiewerk kwam, zo is al snel duidelijk, in dienst te staan van het maken van spraakmakende televisie.

‘Ik wil niet dat dit de rest van mijn leven ruïneert’, zegt een man bijvoorbeeld, die na zijn ontmaskering om therapie vraagt. Deze opnames hebben de montage niet overleefd, want dat was niet het doel van To Catch A Predator. Het programma wilde hem vooral portretteren als een beest, dat het best uit zijn lijden kon worden verlost. Hansens vaste gespreksopener ‘help me understand’ moest dus niet worden verstaan als een poging om de ander te begrijpen, maar als de start van een volkstribunaal. Tot het fout ging…

Daarmee eindigt de eerste akte van Osits film. In het vervolg sluit hij aan bij een verborgen camera-actie van een erfgenaam van Chris Hansen, een YouTuber die zich Skeet Hansen noemt. Dan maakt de documentairemaker zelf ook vuile handen, een bewuste keuze die nog eens wordt bestendigd met een scène waarin zijn eigen producer Jamie Gonçalves de verdachte een ‘quit claim’ probeert te laten ondertekenen, zodat hij ook in Predators herkenbaar in beeld mag. Skeet stelt die vraag helemaal niet.

In het laatste deel van deze documentaire haalt David Osit tenslotte Chris Hansen zelf voor de camera. Op z’n eigen YouTube-kanaal borduurt die nog altijd voort op zijn succesformule, met alle morele dilemma’s van dien. Osit wil die natuurlijk aankaarten, maar maakt er geen gemakkelijk volkstribunaal van – ook omdat hij als maker van true crime-achtige producties zelf evenmin brandschoon is. Bovendien heeft hij zo z’n eigen reden om juist Hansens programma te onderzoeken. En die geeft deze film extra lading.

Predators is intussen tot tweemaal toe volledig van karakter veranderd en voelt toch als een coherente vertelling, die steeds dieper in de thematiek verdwijnt en die tenslotte op een even logische als dramatische manier wordt afgewikkeld. Zonder gemakkelijke conclusies. Met oog voor zowel de slachtoffers als hun belagers. Een genuanceerde film die prikkelt, wroet en raakt. Één van de beste documentaires, kortom, van het jaar.

Selena Y Los Dinos

Netflix

Hoewel Spaans zijn eerste taal is, kent de Mexicaans-Amerikaanse zanger Abraham Quintanilla vrijwel alleen Engelstalige liedjes. Dat moet anders bij zijn kinderen, voor wie hij een soort Mexicaanse variant op The Jackson 5 in gedachten heeft: Los Dinos. Het stralende middelpunt daarvan, jongste dochter Selena, zal uitgroeien tot een absolute vedette. In 1997 wordt haar leven zelfs verwerkt tot een speelfilm, met die andere latino-superster Jennifer Lopez in de hoofdrol.

Samen met zijn echtgenote Marcella, hun andere kinderen en enkele medewerkers doet pater familias Abraham in deze documentaire nu het verhaal van Selena Y Los Dinos (117 min.), die in de jaren tachtig met hun Tejano-muziek – een mix van Mexicaanse cumbia’s en polka’s, vermengd met Amerikaanse pop, rock en country – doorbreken in de Verenigde Staten. In hun moederland Mexico kunnen ze in eerste instantie geen potten breken. Ook dat is echter een kwestie van een tijd.

De tintelfrisse Selena, vervat in fraaie jeugd-, backstage- en concertbeelden, blijkt een natuurtalent. Voor het prijsnummer Cré Creías laat ze bijvoorbeeld een man op het podium komen, liefst de plaatselijke playboy. Die mag dan het ex-vriendje spelen, voor wie ze het lied heeft bedoeld. Willekeurige mannen zingt Selena, uitdagend en nét iets te dichtbij, dan het schaamrood op de kaken. Een sterke latino-vrouw, die ogenschijnlijk elke vent aan kan – al houdt ze ‘t al snel bij haar gitarist Chris Pérez.

In eerste instantie ziet haar dominante vader niets in die relatie. Maar ook hem kan Selina aan. Als ze in 1993 een Grammy Award heeft gewonnen en zich opmaakt om ook de Engelstalige markt te gaan veroveren, slaat het noodlot echter toe en verschiet deze gedegen film van Isabel Castro ineens van kleur. Een beetje zoals ‘t echt is gegaan: zonder aankondiging of logische verklaring. De Zwarte Vrijdag van de Tejano-wereld wordt zonder uitleg afgewikkeld. Het is wat is. Een leven om te betreuren.

Deze documentaire is te vergelijken met het aan haar gewijde museum dat Selena’s familie sindsdien runt in hun uitvalsbasis Corpus Christi, Texas: een eerbetoon aan een jonge vrouw die nog zoveel had kunnen worden, maar die in nog geen 25 jaar toch ook al heel wat werd. Een latino-legende, om te beginnen.

The Six Billion Dollar Man

Charlotte Street Films

Regisseur Eugene Jarecki hamert ‘t er bij de start van The Six Billion Dollar Man (129 min.) nog even in: vóórdat Julian Assange een hacker, een verkrachter en een spion werd (genoemd), was hij de man die in 2010 met WikiLeaks de beruchte Collateral Murder-video publiceerde. Schokkend beeldmateriaal waarmee ondubbelzinnig werd aangetoond dat Amerikaanse militairen zich in Irak schuldig maakten aan oorlogsmisdaden.

Want daar ligt de oorsprong van al wat Assange daarna overkwam: een beschuldiging van seksueel misbruik in Zweden, een jarenlang verblijf als verstekeling op de Ecuadoriaanse ambassade te Londen en daarna nog een tragische periode van eenzame opsluiting in de Engelse gevangenis Belmarsh. Een rechtsgang – lees: martelgang – die in totaal toch al gauw veertien jaar in beslag heeft genomen.

Dat proces is natuurlijk al op diverse momenten en vanuit verschillende gezichtspunten opgetekend in gewaardeerde documentaires zoals We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (2013), Ithaka: A Fight To Free Julian Assange (2021) en A Dangerous Boy (2024). Niet eerder werd dit verhaal echter zo compleet, goed gedocumenteerd en meeslepend gepresenteerd als in deze essentiële film van Eugene Jarecki.

Jarecki (The Trials Of Henry Kissinger, The House I Live In en The King) moest zijn film volgens eigen zeggen in Duitsland maken, omdat in het huidige Amerika niemand z’n vingers eraan wilde én wil branden. Niet vreemd: Julian Assange wordt, zéér overtuigend, geportretteerd als het slachtoffer van een buitengewoon geraffineerde Amerikaanse lastercampagne, die in feite neerkomt op ‘een slow-motion publieke executie’.

De documentairemaker kan daarvoor terugvallen op een ware sterrencast, met Edward Snowden, Sigurdur ‘Siggi The Hacker’ Thordarson, Naomi Klein, Yanis Varoufakis en Chelsea Manning. Zelfs Vivienne Westwood en, jawel, Pamela Anderson, die Assange opzochten tijdens zijn ballingschap, sluiten nog even aan. Alleen de man zelf ontbreekt. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn vrouw Stella Moris en advocate Jennifer Robinson.

De onkreukbare Robinson, Assanges trouwste metgezel in een episch juridisch gevecht, fungeert tevens als verteller. Zij scheidt, vanuit het perspectief van haar cliënt, het kaf van het koren in een tragische zaak die uiteindelijk uitmondt in koehandel tussen de leiders van Ecuador en de Verenigde Staten, Moreno en Trump. Voor een slordige zes miljard dollar wordt de banneling van de hand gedaan – en in een Britse cel gesmeten.

The Six Billion Dollar Man belicht de zaak in z’n volle omvang. Rond een man die – of je nu sympathie voor hem hebt of niet; alsof dat er eigenlijk toe doet – stelselmatig kapot is gemaakt. Een kwaadaardig geval van ‘kill the messenger’, waarvan iedereen die belang hecht aan het vrije woord ernstige buikpijn zou moeten krijgen. Julian Assange bekent uiteindelijk wel schuld: ‘I plead guilty to journalism’, zegt de Man van Zes Biljoen cynisch.

Lowland Kids

Cineart

De bewoners van het Isle de Jean Charles valt een twijfelachtige eer ten deel: zij worden beschouwd als de allereerste Amerikaanse klimaatvluchtelingen. De inheemse bevolking van de ‘Bayou’, in het zuiden van de staat Louisiana, wordt dagelijks geconfronteerd met de alsmaar stijgende zeespiegel. Hun huizen, die eerder al op palen zijn gezet, dreigen nu definitief opgeslokt te worden door het water.

De Lowland Kids (94 min.) Howard (16) en Juliette Brunet (14) wonen in bij hun oom Chris, die vanwege cerebrale parese in een rolstoel zit. De ouders van de broer en zus zijn ten onder gegaan aan een verslaving, waaraan hun kinderen het liefst niet al te veel woorden vuilmaken. Met hun oom vormen Howard en Juliette een hechte drie-eenheid. In een omgeving die lijkt te zijn gemaakt voor een avontuurlijke jeugd. Tijdens een vaartocht kan er bijvoorbeeld zomaar een alligator z’n kop opsteken uit het water.

Sinds de orkaan Ida er in 2021 een spoor van vernieling trok, is het Isle, dat van oudsher toebehoort aan de Jean Charles Band Of Biloxi-Chitimacha-Choctaw stam, echter ten dode opgeschreven. Het is niet meer dan ‘een skelet’ van wat het ooit was, stelt Howard. Het afscheid van de plek waar hun hele verleden ligt – en de doden die ze hebben begraven – komt steeds dichterbij. ‘Als we moeten verhuizen’, zegt oom Chris stellig aan het begin van deze oogstrelende film van Sandra Winther, ‘ga ik niet mee.’

De Deense filmmaakster heeft deze verloren wereld alsvast voor het nageslacht vereeuwigd. Afgaande op deze documentaire schijnt op het Isle de Jean Charles daadwerkelijk de hele dag een ondergaande zon. De schoonheid daarvan dreigt de alarmistische boodschap van deze film alleen soms wel een beetje te overschaduwen. Zoals ook de dikke soundtrack, met een hoofdrol voor overbekende Moby-songs, nogal nadrukkelijk wordt ingezet om de uitgewoonde plek eens goed te veredelen.

Al die tornado’s en overstromingen zijn overigens niet vanzelf ontstaan. Louisiana is ook een typische olie- en gasstaat. De fossiele industrie heeft er enthousiast geboord en blijft dit voorlopig ook doen. En dus trekken de oorspronkelijke bewoners weg – al is het de vraag of ze gelukkig worden in de even verderop aangelegde huurhuizen. Ligt daar de toekomst voor de nieuwe generatie? Kunnen deze ‘ontheemden’ – die omschrijving past hen toch beter dan ‘vluchtelingen’ – zich daar werkelijk thuis gaan voelen?

De Lowland Kids lijken echter genoodzaakt om de jaren des verstands te betreden.