A Secret Love

Netflix

Voor Diana Bolan was tante Terry als een moeder. ‘Ze was erbij toen ik gedoopt werd, bij mijn diploma-uitreiking’, vertelt de Canadese vrouw van middelbare leeftijd. ‘Door haar kon ik studeren. Zij luisterde toen ik zei dat ik docent wilde worden. Zonder haar had ik nooit gehad wat ik nu heb. Ik heb alles te danken aan haar. Alleen aan haar.’

Toch ontdekte Diana pas enkele jaren geleden dat tante Terry iets voor haar verborg. ‘Ik leefde als het waren in een leugen’, zegt die nu. ‘Ik zei tegen Pat: als Diana weer komt, vertel ik het haar.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Na een gezellig etentje had ik het nog steeds niet verteld. Ik werd steeds zenuwachtiger. Ik wilde haar liefde niet kwijt.’ En toen uiteindelijk, te langen leste, bekende ze kleur: ‘We zijn lesbisch.’

Terry en Pat waren op dat moment al ruim zestig jaar bij elkaar, maar open over hun geaardheid waren ze nooit geweest. Met recht A Secret Love (82 min.) dus. Dat was overigens niet zo vreemd: Terry’s broer Tom, de vader van Diana, zei volgens zijn dochter altijd dat tante eens geneukt zou moeten worden door een grote zwarte neger. Dat zou haar wel op het rechte pad brengen. ‘Dat zei hij heel vaak’, herinnert Diana zich. ‘Nuchter, niet dronken.’

Via Pat Henschel en Terry Donahue, die allebei op hoog niveau honkbal speelden en met hun collega’s de inspiratie vormden voor de speelfilm A League Of Their Own, belicht regisseur (en Diana’s zoon) Chris Bolan de emancipatiestrijd van Amerikaanse homo’s en lesbiennes sinds de Tweede Wereldoorlog en de façade die mensen zoals zij in al die jaren moesten ophouden. Nee, ze waren geen geliefden, hoor. Gewoon beste vrienden, collega’s of – leugentje om bestwil – elkaars nicht.

En nu zijn Terry en Pat hoogbejaard en worden ze gedwongen om na te denken over hoe en waar ze hun laatste jaren willen spenderen. Gaat het bijvoorbeeld nog tot een huwelijk komen? Hoe zit het met de homo-acceptatie in woonvoorzieningen voor ouderen? En zijn ze samen überhaupt nog in staat om hele ingrijpende stappen te zetten?

Het aangrijpende A Secret Love legt op pijnlijk intieme wijze vast hoe de twee vrouwen, ondersteund door en soms in conflict met nicht Diana, de allerlaatste fase inrichten van het leven dat ze voor een groot deel in de kast hebben doorgebracht. Zodat ze elkaar eindelijk openlijk kunnen liefhebben.

Coldplay: A Head Full Of Dreams

NTR

Begin de film alstjeblieft niet met een band die het podium oploopt, geeft Chris Martin regisseur Mat Whitecross mee bij de start van Coldplay: A Head Full Of Dreams (105 min.). Dat is immers al zoooo vaak gedaan. Verder legt de zanger zijn lot volledig in handen van de filmmaker die de Britse popgroep al sinds 1996 kent en filmt. Martin hoeft de documentaire ook niet te zien. Anders komt hij toch maar in de verleiding om allerlei oekazes uit te vaardigen over wat er wel en niet in mag.

Waarna Coldplay, gevolgd door de camera, het podium van een volgepakt stadion in Sao Paulo opstapt en die film kan beginnen… Dat wordt uiteindelijk toch een vrij conventionele popdocu over de opkomst van een toonaangevende band. Dat Whitecross er vanaf het prille begin bij was, toen de leden elkaar als aspirant-muzikant ontmoetten op University College, betaalt zich wel uit in fraaie opnames van de allereerste optredens van de groep die later onder de noemer Coldplay zal doorbreken én in vrijwel ongelimiteerde toegang als diezelfde band inmiddels wereldberoemd is.

Die insidersblik wordt gecompleteerd door de groepsleden zelf, die aan de hand van Whitecross’ beelden (volledig offscreen) terugblikken op hun carrière. Het grote gebaar, waarmee ze de aarde veroverden, zat er vanaf het begin in. Net als, zeker bij Chris Martin, grote ambities. Al in 1998, toen zijn band nog gewoon een bandje was, voorspelde de frontman op camera dat Coldplay binnen de kortste tijd ‘een gigantische band’ zou zijn. ‘Over vier jaar zie je dit op de nationale televisie.’ In 2002, op de kop af vier jaar en drie dagen later, was de groep de hoofdact van het Glastonbury-festival.

In de navolgende jaren zouden er nog vele pieken volgen, maar ook diepe dalen en felle kritiek (‘muziek voor bedplassers’, aldus Oasis-ontdekker Alan McGee). Die worden in deze lijvige autobiografie stuk voor stuk grondig nagelopen. En dan, helemaal aan het eind, als alles is gezegd en elke hit is gespeeld (en luidkeels meegezongen), lopen ze na een diepe buiging naar het euforische publiek en de verplichte groepsknuffel onder een ovationeel applaus van het podium af en begint de aftiteling te lopen…

A Complete History Of My Sexual Failures

‘Laten we gewoon naar de feiten kijken’, zegt de computerstem. ‘Je was werkeloos, had nooit geld, was altijd en overal te laat (en dat kon je niets schelen).

De staccato formulerende vrouw komt op stoom: ‘Je maakte grappen over mijn gewicht, terwijl ik relatief slank ben. Je gaf me een slecht gevoel over mezelf. En ik ben er sindsdien achter gekomen dat je me op een feestje hebt voorgesteld als je zus, zodat je misschien andere meisjes kon versieren. Ons seksleven was verschrikkelijk. Je bent onbetrouwbaar, emotioneel onvolwassen en een godvergeten leugenaar. Je bent simpelweg het ergste vriendje dat ik ooit heb gehad.’

Chris Waitt hoort het zuchtend aan. ‘Rachel’ wilde eerst helemaal niet met hem praten voor de egodocu A Complete History Of My Sexual Failures (90 min.), maar nu ze toch heeft toegestemd, nadat ze eerst een advocaat op hem had afgestuurd, gaat ze helemaal los. Volledig onherkenbaar gemaakt, dat wel. Ze typt haar antwoorden op zijn vragen achter een soort gordijn in op de computer. Via een speakertje leest die ze vervolgens voor aan haar ex. Die zit ze voor de camera te incasseren. En oh ja: Chris moet maar eens hulp gaan zoeken.

Nee, helemaal vanzelf gaat Waitts’ persoonlijke zoektocht naar waarom hij steeds gedumpt wordt door zijn vriendinnetjes niet. Als hij zomaar bij hen begint aan te bellen, zijn de reacties ook glashelder. De één smijt de deur dicht, gevolgd door een welgemeend ‘fuck off’. Een ander blijkt allang te zijn verhuisd. En een derde kan zich alleen herinneren dat hij ‘een ongelofelijke klootzak’ was. En dus spreekt hij maar willekeurige mannen en vrouwen op straat aan. Hebben zij misschien tips voor hem?

Chris kan eigenlijk maar één vrouw bedenken die wél met hem wil praten: zijn moeder. En die heeft zowaar nog allerlei liefdesbrieven liggen van/aan vriendinnen die hij allang was vergeten. Moeders legt meteen ook contact met de dames, zodat het alsnog goed komt met die documentaire, waarin de protagonist nog een curieuze ‘wake the snake’-behandeling zal krijgen, bij een therapeut het liedje I’d Like To Fuck Every Girl In The World gaat zingen en zich zelfs onderwerpt aan een SM-meesteres met zweep.

Deze film uit 2008 wordt zo een ontzettend gênante vertoning, die enkele scènes bevat die naar moderne maatstaven eigenlijk echt niet door de beugel kunnen. Een documentaire bovendien, die in werkelijkheid ongetwijfeld veel meer geregisseerd is dan Waitt, met zijn ruwe camerawerk en montage, in eerste instantie doet voorkomen. Tegelijkertijd is A Complete History Of My Sexual Failures, ook niet onbelangrijk, werkelijk dolkomisch. Een documentaire die je laat bulderen van het lachen. Zóveel zijn er daar ook niet van.

Oma En Chris & De Rode Auto

BNNVARA

Lekker enkele daagjes naar Luxemburg. Voor misschien wel haar allerlaatste vakantie. De 94-jarige Hildegard is ‘s ochtends alleen meestal even kwijt dat ze in het buitenland is. Haar kleinzoon Chris moet haar er elke dag bij het wakker maken aan herinneren. Liefdevol heeft hij zijn breekbare oma op sleeptouw genomen. De oude vrouw wordt echt verwend.

Het tweetal wordt gevolgd door nicht/kleindochter Ingrid Kamerling, die zelf, enigszins onvast, de camera ter hand neemt. In Oma En Chris & De Rode Auto (65 min.) observeert ze hoe Chris ook tijdens deze korte vakantie invulling geeft aan de belofte die hij ooit deed aan hun opa. Bij diens dood verzekerde Chris hem dat hij oma Hildegard nog enkele fijne jaren zou bezorgen. In ruil daarvoor kreeg hij de rode auto waarmee ze nu naar Luxemburg zijn afgereisd.

Het is bijna niet te geloven dat diezelfde opgeruimde Chris ooit is gediagnosticeerd met autisme, een kwalificatie die hij ver van zich werpt, en inmiddels in een speciale woongroep leeft. De mantelzorg die hij enkele dagen per week verleent aan zijn oma is onderdeel van zijn eigen activiteitenprogramma. Het voormalige zorgenkind is zowaar een zorgkind geworden.

Zo bezien is dit redelijke dubbelportret van de fragiele oudere vrouw en haar kleinzoon, gelardeerd met homevideo’s van Chris en familiefilmpjes, een hoopvolle film. Samen komen we voorbij onze eigen en elkaars beperkingen en kunnen we het leven (weer) aan, zo lijkt Kamerling te willen zeggen. En de lach van haar oma, als die uiteindelijk afscheid neemt van Chris, is ronduit onbetaalbaar.

Wig

In hoeverre kan Wigstock in de 21e eeuw nog een bijdrage leveren aan empowerment van de LGBT-gemeenschap? vraagt een drag queen aan haar collega. Of zou het festival wel eens te ‘Disney’ kunnen worden? In de jaren tachtig en negentig was de functie van Wigstock glashelder: travestie bevrijden uit de randen van de nacht en aantonen dat de stijlvorm, en de bijbehorende beoefenaars, het daglicht wel degelijk kon verdragen.

Sinds 2001, toen het festival na de aanslagen van 11 september werd stopgezet, is er evenveel hetzelfde gebleven als veranderd, bewijst Wig (90 min.), een portret van de veelkleurige New Yorkse drag scene en haar bewogen historie. De gemeenschap die in eerste instantie vooral een emancipatoir karakter had en uitbundig de eigen diversiteit wilde vieren, heeft zich gaandeweg flink doorontwikkeld. Met (meer) acceptatie kwam ook professionalisering – en verdween volgens sommigen de oorspronkelijke charme.

Exemplarisch is het verhaal van Charlene Incarnate, één van de hoofdpersonen van deze documentaire. Zij was volgens eigen zeggen een ‘closeted church boy from Alabama’, werd nadat ze uit de kast kwam verstoten door haar familie en begon in New York een nieuw leven. Inmiddels heeft ze haar transitie van man naar vrouw onderdeel gemaakt van haar Drag Queen-performance. Tijdens een festival in 2015 liet ze op het podium bijvoorbeeld voor het eerst vrouwelijk hormoon inspuiten. Inmiddels heeft Charlene een pronte buste, die ze zonder enige gêne laat zien.

Regisseur Chris Moukarbel alterneert voortdurend tussen heden en verleden in deze collectie snapshots van een uitbundige subcultuur, die kan worden beschouwd als een update van de klassieke documentaire Paris Is Burning uit 1990. De baanbrekende toeren die de queens toentertijd uithaalden zijn echter allang (uitvergrote) clichés geworden, blijkt uiteindelijk op het Wigstock-festival van 2018, de climax van deze wat fragmentarische film. Intussen worden er alweer vrolijk nieuwe grenzen verlegd.

Being Frank: The Chris Sievey Story

‘Voor mijn gevoel werd het méér dan een alter ego’, zegt een man die hem – hun allebei eigenlijk – goed kende. ‘Het leek wel schizofrenie. Hij werd écht iemand anders.’

‘Je kon nooit via Chris bij Frank komen’, beweert een ander. ‘En ik heb nooit iets tegen Frank gezegd en dat Chris dan antwoord gaf.’

‘Er zijn mensen die stellen dat Chris wist dat Frank maar een act was, stelt nummer drie. ‘Anderen menen dat het gecompliceerder lag. Ik denk zelf ook dat er echt iets gaande was.’

Welkom in de verknipte wereld van Chris Sievey (1955-2010), een gesjeesde Britse popmuzikant, en zijn bizarre creatie Frank Sidebottom, die op zijn beurt ook weer een bezopen bordkartonnen nakomeling voortbracht, de hopeloos populaire Little Frank. Wat ooit simpelweg begon als een ludiek typetje, een bijzonder gevatte botterik met een enorm hoofd van papier-maché, werd gaandeweg een soort monster van Frankenstein, dat Sieveys leven helemaal overnam en uiteindelijk zijn oorspronkelijke droom, een nieuwe Paul McCartney worden, volledig om zeep hielp. Intussen wist niemand wie er schuil ging achter de cultheld Frank Sidebottom.

Being Frank: The Chris Sievey Story (100 min.) brengt deze clown tegen wil en dank overtuigend tot leven, met dozenvol schriften, VHS-tapes, brieven, tekeningen, liedjes, rekwisieten, collages, artwork, halffabrikaten en allerlei andere gekkigheid die in Sieveys vochtige kelder werden aangetroffen. Zijn hele privé-archief werd maar ternauwernood van de vuilstort gered. Het bonte, op sneltreinvaart geleefde bestaan dat zich daarin openbaart wordt in deze film ingekaderd met boeiende, grappige en trefzeker gestylede interviews met zijn vrouw, kinderen, vriendin, collega’s en (jeugd)vrienden. Zij portretteren Sievey als een creatieve duizendpoot, briljante ontregelaar en ongeleid projectiel pur sang, dat het allerbest tot zijn recht kwam als-ie zomaar wat mocht improviseren.

Filmmaker Steve Sullivan, die in 2006 met Frank Sidebottom én Chris Sievey werkte aan de Magic Timperly Tour (een weerslag van een busrit met honderd Frank-fans door zijn thuisbasis in Manchester), heeft jarenlang ziel en zaligheid gestoken in dit project, dat uiteindelijk via een Kickstarter-campagne is gerealiseerd. Het resultaat is ernaar: een kostelijke film, die aanvoelt als een dollemansrit met een botsauto door een speeltuin voor volwassenen. Met een beduimelde audiocassette vol Beatles-afdankertjes op de speakers. Een liefdevolle ode aan een vergeten/ongekend genie, in wiens wondere wereld je beslist (opnieuw) wilt vertoeven.

The Yes Men

Als je de grootst mogelijke onzin maar op gezaghebbende toon verkondigt, is die vaak nauwelijks te onderscheiden van de enige echte waarheid. Voorbeelden in de politiek en media te over. Zelden is dat basisidee echter doeltreffender én grappiger in de praktijk gebracht dan door The Yes Men, twee antiglobaliseringsactivisten die zich in het openbaar met veel succes voordoen als hun strak in het pak zittende, ideologische opponenten.

Het is allemaal begonnen met het bemachtigen van een internetdomeinnaam die op het eerste gezicht van de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush lijkt te zijn. Daarop plaatsen Jacques ’Andy Bichlbaum’ Servin en Igor ’Mike Bonanno’ Vamos een officieel ogende website en doen het in hun ogen werkelijke beleid van de Republikeinse politicus uit de doeken. Als Bush in interviews vervolgens met die pijnlijke waarheden wordt geconfronteerd, realiseren The Yes Men (82 min.) zich dat ze hun modus operandi hebben gevonden.

Met de website www.gatt.org, een domeinnaam die van de wereldhandelsorganisatie WTO had kunnen zijn, boren de beroepsactivisten vervolgens opnieuw een publicitaire goudmijn aan. Gewiekst fabriceren ze een ogenschijnlijk authentieke website voor de World Trade Organization, een organisatie die zij beschouwen als een zielloze spreekbuis van Het Grote Geld. Niet veel later stromen de verzoeken, klachten én uitnodigingen binnen. En met name die invitaties zijn natuurlijk onweerstaanbaar voor The Yes Men, die maar wat graag in de openbaarheid treden met hun satirische statements.

Nadat Bichlbaum bij een congres in Salzburg als ‘officiële’ WTO-vertegenwoordiger een bevlogen betoog heeft gehouden over het aan de hoogste bieder veilen van stemmen bij de Amerikaanse verkiezingen, om zo het hopeloos inefficiënte stemsysteem te verbeteren, krijgt hij geen enkel weerwoord. De seminargangers horen het onbewogen aan en lijken hem volstrekt serieus te nemen. Daarmee is het hek definitief van de dam en krijgen de plannen van The Yes Men een steeds doldriester karakter.

De filmmakers Chris SmithDan Ollman en Sarah Price leggen bijvoorbeeld met zichtbaar plezier vast hoe het ‘management leisure suit’, waarmee de topman van een multinational gemakkelijk zijn werknemers in ontwikkelingslanden in de gaten kan houden en toch lekker kan ontspannen, wordt ontwikkeld en gepresenteerd. Het ontwerp, een gouden pak waarop een enorme fallus met beeldscherm is bevestigd, wordt met verbazing begroet en gretig opgepikt door de media – essentieel voor de Yes Men-strategie.

Zo steken ze in deze activistische documentaire uit 2003, die met The Yes Men Fix The World (2009) en The Yes Men Are Revolting (2014) vooralsnog twee sequels heeft gekregen, uitbundig de draak met de neoliberale mindset, waarbinnen uiteindelijk alles z’n prijs heeft. Waarom is hongersnood in ontwikkelingslanden een probleem? staat er bijvoorbeeld bloedserieus op de powerpoint van een Yes Men-presentatie over de Reburger, een (meermaals) gerecyclede hamburger. Waarna een even ontluisterend als dolkomisch betoog volgt over hoe voedselgebrek voor eens en altijd uit de derde wereld kan worden geholpen.

Last Breath

‘Christopher omschreef het als de ruimte ingaan, maar dan onder water’, zegt Morag, de vriendin van Chris Lemons. De Schotse dertiger is één van de drie duikers die in 2012 betrokken raakt bij een ernstig ongeluk op het schip Topaz. Chris heeft zijn schaapjes op dat moment behoorlijk op het droge: hij slaagde erin om van zijn grote passie, duiken, zijn beroep te maken, is een huis aan het bouwen en staat op het punt om in het huwelijksbootje te stappen. En dan wordt de levenslijn tussen het schip en de saturatieduiker, die zich op bijna honderd meter diepte in de Noordzee bevindt, op brute wijze doorgesneden…

Het is een unieke wereld, die in de zinderende documentaire Last Breath (85 min.) wordt opgeroepen. Van professionele duikers die onder water onderhoudswerk en reparaties uitvoeren. Het is een beroep met geheel eigen normen en waarden, codes én jargon. Als het duikondersteuningsvaartuig Topaz bijvoorbeeld in ’Dynamic Positioning’ (verankerd aan de zeebodem) is gebracht, kunnen de drie duikers hun ’bell’ (een soort aparte eenheid die vanaf de boot in de zee wordt afgezonken) verlaten om hun werk te gaan doen. Ze blijven intussen verbonden met hun basis via een ’umbilical’ (een soort navelstreng die zorgt voor warmte, licht en zuurstof en waarmee ze met hun collega’s kunnen communiceren).

Op die bewuste septemberdag in 2012, als de Topaz zich op enkele honderden kilometers van Aberdeen op zee bevindt, zorgt een computerfout ervoor dat de Dynamic Position crasht. Het schip raakt daardoor op drift. Als de umbilical van Chris vervolgens knapt, is hij aan de Goden overgeleverd. Én aan zijn twee directe collega’s in de bell: de ervaren Duncan Allcock, die hem wegwijs heeft gemaakt op de zeebodem, en de stoïcijnse Dave Yuasa, die ‘gewoon’ zijn werk doet. ‘Ik was niet erg overstuur over Chris’, herinnert die laatste zich. ‘Dit kan gebeuren. Hij was niet mijn beste vriend of één van m’n kinderen.’ En juist deze koele kikker wordt erop uitgestuurd om op zoek te gaan naar de collega die wel eens levenloos in het donkere water zou kunnen liggen.

Het is een absoluut horrorscenario voor alle betrokkenen, die het tragische ongeluk in deze bijzonder vernuftig geconstrueerde film van Alex Parkinson en Richard da Costa nog eens stapsgewijs doornemen. Daarbij kijken ze recht in de camera, de spanning en emotie van het moment herbelevend. Hun relaas wordt kracht bijgezet met een vloeiende combinatie van authentiek beeldmateriaal van het drama, onder anderen gemaakt met helmcamera’s van de crewleden, en speciaal voor de film gemaakte reconstructiebeelden. Zo ontstaat in deze lekker vet aangezette documentaire, één van de beste films die ik tot dusver zag in 2019, een bloedstollende race tegen de klok die niet had misstaan in een Hollywood-blockbuster. Kunnen ze Chris vinden? Is hij überhaupt nog in leven?

The Disappearance Of Madeleine McCann

Netflix

De uitkomst van deze documentaireserie over Madeleine McCann, die in 2007 op driejarige leeftijd verdween tijdens een vakantie in Portugal, staat op voorhand vast: elke aflevering start namelijk met een oproep om je bij de politie te melden als je informatie hebt over het Britse meisje. Hoewel Maddie sinds haar verdwijning op diverse plekken is gespot of zou zijn begraven, is ze twaalf jaar na dato nog altijd spoorloos. Als ze tóch in leven is – wat erg onwaarschijnlijk lijkt – wordt ze in mei overigens zestien.

Waarom, als er geen BREAKING NEWS!!! is te melden, dan toch een televisieserie? Dat vragen Maddies ouders zich waarschijnlijk ook af. Ze weigerden te participeren in The Disappearance Of Madeleine McCann (415 min.), al zijn ze middels archiefmateriaal, en enkele impliciete woordvoerders, wel degelijk prominent aanwezig in de achtdelige serie. Kate en Gerry McCann keerden zich in een persverklaring zelfs tegen deze nieuwe poging om licht in de zaak te brengen. ‘We zien niet hoe dit programma de zoektocht naar Madeleine kan helpen en zijn bang dat dit het lopende politieonderzoek kan hinderen.’

Los van eventuele belemmering van het onderzoek: mag je eigenlijk tegen de wil van de ouders een serie over hun vermiste kind maken? Tegelijkertijd: áls die ouders zelf verantwoordelijk zouden zijn voor Maddies geruchtmakende vermissing – wat nog altijd een mogelijk scenario is, dat ook in deze docuserie van Chris Smith natuurlijk volop aandacht krijgt – dan is het vanzelfsprekend goed dat elke tegel nog eens wordt gelicht. Zie daar het dilemma van deze lang uitgesponnen true crime-productie.

De strijd rond de serie is sowieso exemplarisch voor de onmogelijke relatie van de McCanns met de media: waar de pers kan fungeren als een megafoon voor de zaak en zoektocht naar Madeleine, pompt ze net zo goed complottheorieën en klinkklare nonsens rond. Nog afgezien van de continue plaag die al die opdringerige verslaggevers en cameramensen, ook als er geen nieuws te melden of te verwachten is, al twaalf jaar voor de ouders en hun twee andere kinderen vormen…

The Disappearance Of Madeleine McCann neemt de tijd om chronologisch de gebeurtenissen te schetsen en de verschillende personages (politieagenten, verdachten, journalisten, communicatiemedewerkers, mensenhandelactivisten, privé-detectives en would be-weldoeners) te introduceren. Anthony Summers en Robbyn Swan, auteurs van het boek Looking For Madeleine, fungeren als gids. Zij loodsen de kijker langs een enorme reeks getuigenverklaringen, bewijsmateriaal en theorieën over wat er gebeurd zou kunnen zijn. Theorieën waarvan je op basis van de oproep voor elke aflevering al weet dat ze (weinig tot) niets gaan opleveren.

Zo verdwijnt langzaam maar zeker alle lucht uit deze documentaireserie, die plichtmatig de ene na de andere onderzoekspiste afwerkt, zonder dat een geloofwaardige verklaring of conclusie in zicht komt. Vooral de beschamende behandeling van Madeleines familie door bepaalde media, die bijvoorbeeld ongevraagd dagboekfragmenten van Kate McCann publiceerden, kan de kijker nog enigszins moveren. Die zorgt tegelijkertijd echter voor argwaan: wat doet deze serie, die overigens zeker niet al te vijandig is naar de McCanns, in wezen anders dan de tabloidpers die in deze serie aan de kaak wordt gesteld? Ook deze true crime-reeks probeert immers te scoren met de mysterieuze vermissingszaak van de schattige Maddie.

Sunderland ‘Til I Die

Sunderland zit in de hoek waar de klappen vallen. De trots van de arbeidersstad in het Noordoosten van Engeland, die eerder al de scheepswerven en mijnen zag sluiten, is in de zomer van 2017 gedegradeerd uit de Premier League en moet zo snel mogelijk terug naar het hoogste niveau. ‘Laten we bidden voor Sunderland Football Club en onze stad’, gaat pater Marc Lyden-Smith van de St. Mary’s Church zijn in het rood-wit gestoken kerkgangers voor. ‘Heer, onze God, help ons te begrijpen wat voetbal voor onze gemeenschap betekent.’

De achtdelige serie Sunderland ‘Til I Die (314 min.) van Leo Pearlman en Ben Turner, die eerder betrokken waren bij de Manchester United-documentaire The Class Of ‘92, volgt de club in zijn eerste seizoen in de Britse variant op de Keukenkampioen Divisie, The Championship. Na tien jaar op het allerhoogste niveau. Geld is er bij aanvang van het ‘do or die’-jaar 2017-2018 nauwelijks. De club heeft Jordan Pickford, inmiddels doelman van de Engelse nationale ploeg, bijvoorbeeld moeten verkopen. Zijn plek onder de lat wordt ingenomen door twee nobody’s, waaronder voormalig FC Utrecht-keeper Robbin Ruiter.

De nieuwe manager Simon Grayson zal ook een beroep moeten doen op de eigen jeugd. De eerste resultaten vallen echter tegen. Sunderland heeft ‘the numbers’ niet, constateren kenners halverwege de transferperiode. Nieuwe ‘bodies’ zijn nodig. ‘Waarom staat Ibrahimovic onderaan die lijst’, vraagt algemeen directeur Martin Bain aan zijn scoutingteam. ‘Hebben jullie ergens geld gevonden?’ Assistent-manager Glynn Snodin gaat op een druilerige dinsdagavond dus maar kijken bij de wedstrijd Scunthorpe United tegen Fleetwood. Over de gescoute speler is hij echter niet te spreken. ‘Hij heeft handschoenen aan, het is niet eens koud.’

De aankopen die Sunderland uiteindelijk wél doet bieden ook geen soelaas. Langzaam maar zeker zakken The Black Cats zelfs op het tweede niveau af naar de degradatiezone. Voor de fans, die steeds nadrukkelijk de confrontatie zoeken met de leiding, is dat misschien een drama, voor deze serie is het zonder enige twijfel een zegen. Anders was Sunderland ‘Til I Die, waarvoor de makers toegang hebben gekregen tot het hart van de club en tevens een aantal seizoenkaarthouders volgen, ongetwijfeld een heel gelikte bedoening geworden. Zoals de documentaireserie die Netflix eerder dit jaar uitbracht over de Italiaanse topclub Juventus.

Bij Sunderland worden er geen bekers opgepoetst en de tegenslag kan ook niet zomaar worden weggepoetst. Het water staat de club echt aan de lippen. Om de financiële problemen het hoofd te bieden, wordt bijvoorbeeld alles in het werk gesteld om een peperdure speler uit betere tijden, die tegenwoordig als een Britse variant op Winston Bogarde alleen nog maar op de bank zit, definitief te lozen. Een andere speler kan vanwege een slepende blessure niet brengen waarvoor hij is gehaald en begint zo aan zichzelf te twijfelen dat er een mental coach aan te pas moet komen. Ook sportief is de club bezig aan een treurmars, waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Hoeveel zit er nog in die gifbeker?

Alle ingrediënten zijn kortom aanwezig voor een boeiend sportfeuilleton, met dramatische slow-motion beelden, bombastische muziek en alle denkbare voetbalclichés. Van het verplichte enthousiasme over alweer een nieuwe trainer tot de klaagzang van de vaste schare supporters, die tegen beter weten in blijft lijden aan ‘fever pitch’. Wat er op het spel staat is van meet af aan duidelijk: tezamen stijgen ze boven zichzelf uit of gaan ze, strijdend natuurlijk, ten onder. ‘We are Sunderland’, scanderend. ‘We are Sunderland.’ Op weg naar een emotionele apotheose…

Hondros


Het is gemakkelijk om oorlogsfotografen te reduceren tot een eenvoudige stereotype: de ‘thrill seekende lone wolf’. Een man van weinig woorden, die zich met zijn camera staande weet te houden in een machowereld waarin veel gelegenheid is voor bravado en – wellicht uit puur zelfbehoud – heel weinig ruimte voor introspectie.

‘Het probleem van oorlogsfotografie is dat je het nu eenmaal niet vanaf een afstandje kunt doen’, zegt Chris Hondros droog in deze aan hem gewijde film van zijn vriend en collega Greg Campbell. Hondros (92 min.) kwam uiteindelijk toch te dichtbij: hij overleed tijdens een mortieraanval in Libië in 2011.

In de voorafgaande decennia struinde de Amerikaanse fotograaf alle mogelijke oorlogsgebieden af. Hij maakte in die periode zeker twee klassieke foto’s: een uitzinnige Liberiaanse kindsoldaat (2003), die zojuist een raket heeft afgevuurd, en een huilend meisje in Irak (2005) waarvan de ouders even daarvoor een bevel om met hun auto te stoppen hebben genegeerd en vervolgens door het Amerikaanse leger zijn doodgeschoten.

Campbell exploreert in deze film niet alleen het leven en werk van zijn dierbare vriend, die volgens zijn eigen moeder in 41 jaar meer meemaakte dan menigeen in dubbel zoveel jaren, maar gaat ook op zoek naar de hoofdrolspelers van zijn klassieke foto’s en kijkt met hen wat er daarna gebeurde. Dat geeft dit postume eerbetoon aan de gelauwerde oorlogsfotograaf echt meerwaarde.

Tijdens de aanval die Chris Hondros het leven kostte stierf ook de Britse fotograaf Tim Hetherington, die de Oscar-winnende documentaire Restrepo maakte. Over hem werd eveneens een documentaire gemaakt: Which Way Is The Frontline From Here?: The Life And Time Of Tim Hetherington.

Het turbulente leven van oorlogsfotografen leent zich sowieso goed voor een documentaire. Zo zijn er al films gewijd aan ‘war photographer’ James Nachtwey, Kevin Carter (lid van de beruchte Bang Bang Club) en James Foley, de fotojournalist die werd onthoofd door IS.

Ook interessant (en bovendien online te bekijken): de documentaire Underfire: The Untold Story Of Pfc. Tony Vaccaro, een Amerikaanse soldaat die de Tweede Wereldoorlog van binnenuit vastlegde.

Gaga: Five Foot Two

 

Afgelopen week moest Lady Gaga vanwege (fysieke) klachten haar Europese tournee afzeggen. Het klinkt cru, maar in wezen was dat bericht een passend vervolg op de documentaire Gaga: Five Foot Two(100 min.), die enkele dagen later op Netflix zou verschijnen. Het zorgde bovendien voor een nieuwsmomentje waarmee die film nog eens extra onder de aandacht kon worden gebracht.

Gaga’s noodgedwongen pitstop levert ongetwijfeld ook ooit weer een nieuwe plaat of creatie op. Zo werkt dat in het door haar gecreëerde universum. Zoals de dood van haar 19-jarige tante Joanne, veertig jaar eerder, de basis vormde voor het album, waaraan de zangeres werkte tijdens de filmopnames voor deze intrigerende documentaire.

Die tante, waarmee Lady Gaga zich gaandeweg is gaan identificeren, levert de fly on the wall-film van Chris Moukarbel tevens een memorabele scène op als Gaga een aan haar opgedragen liedje voor het eerst laat horen aan Joannes moeder, haar eigen oma. Die wil alleen maar niet zo emotioneel worden als haar kleindochter waarschijnlijk had verwacht/gehoopt.

Als het bijbehorende album, tevens Joanne getiteld, enige tijd later uitkomt, is de naam van Gaga’s tante inmiddels uitgewerkt tot een soort logo, dat is te vinden op billboards en trainingsjacks. Het innerlijk lijkt in Lady Gaga’s wereld zo steeds volledig te worden veruiterlijkt.

De camera betrapt Gaga (de échte, welteverstaan) in de documentaire op haar kwetsbaarste momenten – en voor de liefhebbers ook topless. De echte Stefani Germanotta, een uiterst getalenteerde artieste, laat zich nochtans zelden zien in de voorstelling die Lady Gaga opvoert in Five Foot Two. Imago en identiteit zijn ogenschijnlijk helemaal door elkaar gaan lopen.

Het lijkt soms alsof ze geen idee meer heeft wie ze was, is of wil zijn. Of juist veel te goed. Als kijker zie je ’t met een gevoel van opperste vervreemding aan. Alsof je met de armen over elkaar langs de kant van de weg staat te wachten tot dat gruwelijke ongeluk gebeurt, waaraan je je vervolgens kunt verlekkeren.

Deze film, waarin Lady Gaga zelf wordt opgevoerd als producer, is uiteindelijk niets minder dan een (onbedoeld) demasqué. Niet zozeer van de persoon Stefani Germanotta, als wel van de wereld waarvan zij het gloriërende, supergedreven of juist diepbedroefde middelpunt moet zijn. Het prinsesje dat, ondersteund door haar gedienstige hofhouding en joelende onderdanen, moet zien te overleven in Gagaland.

Burden

 

‘Leonardo da Vinci. Vincent van Gogh. Pablo Picasso. Chris Burden.’ In een zelfgemaakte promovideo uit 1976 plaatst Chris Burden zichzelf tussen de allergrootste kunstenaars uit de wereldgeschiedenis. Al is nooit iets wat het lijkt bij deze spraakmakende performance-kunstenaar.

De bruisende documentaire Burden (90 min.) laat zien dat zijn werk vrijwel altijd een pijnlijk, gewelddadig of sado-masochistisch karakter had. Zo liet Burden zich tijdens zijn opleiding eens vijf dagen opsluiten in een veeeel te klein kleedkamerkastje, werd hij als een moderne Jezus-figuur aan een Volkswagen gekruisigd en biechtte hij later in het openbaar een buitenechtelijke relatie op (waarvan zijn vrouw nog niet op de hoogte was).

Toch gaat Burden vooral de geschiedenis is als de man die zich, in het kader van zijn pièce de résistance Shoot, in 1971 voor de camera liet beschieten met een pistool. Een beeld dat aan hem bleef kleven, ook toen hij zich ging bezighouden met geheel andere kunst.

Deze scherpe en grappige film van Timothy Marrinan en Richard Dewey zoekt nadrukkelijk de vraag op of kunst pijn mag/moet doen. En waar o waar ligt eigenlijk de grens tussen kunst en gekte?