The Salisbury Poisonings: A Spy Next Door

CNN / Videoland

‘Er zit iets in de psyche van de Russische staat, dat veel ouder is dan Poetins regime, waardoor liegen en dat iedereen weet dat je liegt een teken van macht is’, stelt Mark Sedwill, voormalig nationaal veiligheidsadviseur van de Britse regering, over de bewering van Vladimir Poetin dat zijn land niets van doen heeft met de vergiftiging van de Russische overloper Sergej Skripal en diens dochter Joelia in 2018. ‘Omdat je kunt liegen en daarvoor toch niet verantwoordelijk wordt gehouden.’

In The Salisbury Poisonings: A Spy Next Door (79 min.) akkert regisseur Daniel Vernon de dubbele moordpoging helemaal door. Die wordt tevens gezien als een ernstig risico voor de volksgezondheid. Doordat de daders het zeer gevaarlijke zenuwgas Novitsjok hebben gebruikt en niet duidelijk is wat ze met het restant daarvan hebben gedaan, loopt iedereen in het slaperige Britse stadje Salisbury, door de plaatselijke bevolking ook wel Smallsbury genoemd, gevaar. Burgerslachtoffers kunnen bijna niet uitblijven.

Behalve een geestelijke, arts, plaatselijke correspondent en enkele gewone inwoners van Salisbury, waaronder bijvoorbeeld de eigenaresse van de winkel waar Skripal vrijwel dagelijks worstjes en krasloten kocht, laat Vernon ook de toenmalige Britse premier Theresa May, minister van Binnenlandse Zaken Amber Rudd, de MI6-chefs John Sawer en Richard Dearlove en het hoofd van de landelijke anti terrorisme-eenheid Neil Badu terugblikken op de kille moordaanslag die voor een acute crisis met Rusland zorgt.

Die is typisch Poetin, als we onderzoeksjournalist Christo Grozev (Bellingcat) mogen geloven. Hij laat opponenten rücksichtslos uit de weg ruimen. Een erfenis wellicht van zijn vorige leven, toen hij geheimagent was bij de KGB. ‘Om een goede spion te zijn, moet je vooral aardig gevonden worden’, stelt zijn voormalige studiegenoot Viktor Makarov echter. ‘En Poetin hield ervan gevreesd te worden.’ Een verrader zoals Sergej Skripal, die zich veilig waant in het Verenigd Koninkrijk, zou dus kunnen weten wat er op hem afkomt.

Een moordcommando bestaande uit Ruslan Boshirov en Alexander Petrov, de schuilnamen van twee Russische inlichtingenofficieren die direct aan Vladimir Poetin kunnen worden gelukt, moet het klusje klaren en kijkt daarbij niet op een slachtoffer meer of minder De Britse autoriteiten proberen intussen rust uit te stralen. Keep calm and carry on, aldus minister Rudd – ook al is zij veel minder zeker van haar zaak dan ze wil uitstralen. Hoe kan deze kwestie worden getackeld, zonder dat er oorlog van komt?

Trefzeker roept The Salisbury Poisonings zo een cruciale stap in de verdere verslechtering in de relatie van Rusland met het westen op. Een ernstig incident dat véél slechter had kunnen aflopen.

Eerder dit jaar werd ook de miniserie Salisbury Poisonings: The Untold Story uitgebracht.

Free Nelson Mandela

Channel 4

Eerst bevrijdt muziek de geest, daarna de man. In dit geval: Nelson Mandela. Sinds 1964 zit de leider van het African National Congress (ANC) op Robbeneiland een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn strijd tegen het Apartheidsregime, dat al zoveel zwarte Zuid-Afrikanen heeft geknecht of gedood, krijgt gaandeweg echter steeds meer internationale steun. En muziek speelt daarbij een essentiële rol. Eerst als manier om zelfrespect te verkrijgen en uitdrukking te geven aan hoe de zwarte meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking lijdt onder het witte minderheidsregime. Later om Mandela te lanceren als een wereldwijd symbool en druk uit te oefenen op datzelfde bewind.

Free Nelson Mandela (92 min.), ter gelegenheid van Mandela’s 65e verjaardag in 1983 uitgebracht door The Special AKA, is daarvan het meest iconische voorbeeld. De compositie van Jerry Dammers, de spil van de Britse skaband The Specials, groeit uit tot hét strijdlied van de Anti-Apartheidsbeweging. Deze boeiende documentaire van James Rogan, die zich in Freddie Mercury: The Final Act (2021) al richtte op hoe muziek het bewustwordingsproces rond AIDS bevorderde, belicht nu de rol van songs van Miriam Makeba, Hugh Masekela, Gill Scott-Heron, Peter Gabriel, Bob Marley & The Wailers, Labi Siffre en Artists United Against Apartheid in de strijd tegen een racistisch maatschappijmodel.

En hoewel Rogan Jerry Dammers en andere westerse artiesten zoals Peter Gabriel, Bono, Steven Van Zandt en Jim Kerr aan het woord laat, krijgen zij nooit de overhand. De filmmaker realiseert zich dat het échte verhaal bij zwarte Zuid-Afrikanen zit en roept de bloedige Apartheid-historie op met schokkende nieuwsbeelden, audiofragmenten van Nelson Mandela en zijn omstreden echtgenote Winnie en interviews met nazaten van ANC-kopstukken zoals Steve Biko, Oliver Tambo en Joe Slovo. Hun gezamenlijke inzet blijkt uiteindelijk succesvol: in 1990 komt Nelson Mandela na ruim 27 jaar gevangenschap vrij. Vier jaar later wordt hij beëdigd als de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Ruim veertig jaar sociale strijd, weerspiegeld in en ook aangejaagd door muziek, zijn niet zonder resultaat gebleven en hebben nu ook hun weg gevonden naar een even geladen als swingende film.

McCartney – The Hunt For The Lost Bass

BBC / Freemantle / Dartmouth Films

Toen The Beatles in het voorjaar van 1970 uit elkaar gingen, raakte het instrument waarmee Paul McCartney groot was geworden vermist. Hij kocht de Höfner-vioolbasgitaar nadat Stu Sutcliffe, de oorspronkelijke bassist van de Britse band, in 1961 had besloten om voor de liefde in Hamburg te blijven en niet met de rest terug te keren naar Liverpool. Gitarist McCartney nam Sutcliffes taak toen over en kocht een bas die de hele Beatles-carrière meeging – en toen spoorloos verdween.

De zoektocht naar ‘de heilige graal van de rock & roll’ drijft de documentaire McCartney – The Hunt For The Lost Bass (87 min.) van Arthur Cary. Het is nog wel even de vraag om welke basgitaar het precies gaat: in 1963 kreeg McCartney namelijk een vervangende bas, van dezelfde Duitse fabrikant. Het oorspronkelijke instrument is waarschijnlijk voor het laatst vereeuwigd op een foto van de befaamde Let It Be-sessies in 1969. Jan en alleman heeft hem sindsdien echter nog gezien, vermoedelijk in de contreien van Bigfoot, het Monster van Loch Ness of Elvis.

Met de goedkeuring van Paul zelf, die ook zijn jongere broer Mike heeft gecharterd voor deze smakelijke film, gaat een medewerker van Höfner, Nick Wass, op zoek naar de befaamde basgitaar. Zijn echtgenote Cathy Harrison bedenkt een pakkende slogan: #TraceTheBass. De twee krijgen in 2023 versterking van een ander echtpaar, de ‘basdetectives’ Scott en Naomi Jones. Zodra hun zoektocht uitlekt naar de media, ontstaat er zelfs een soort nieuwe Beatlemania: de Joneses ontvangen binnen 48 uur zeshonderd e-mails met tips en aanknopingspunten.

Op het pad dat hen naar die befaamde bas moet leiden stuiten ze op een bonte stoet aan personages, zoals de Duitse graphic designer Klaus Voormann (die in Hamburg nog bijna zelf bassist van The Beatles was geworden), Pauls vakbroeder Elvis Costello, Wings-geluidstechnicus Ian Horne, de verdachte roadie Dik Mik, anti-Beatlesband Hawkwind en twee ambulancebroeders die helemaal idolaat zijn van de ‘fab four’. Via hen en die bas vindt Cary intussen een nieuw geitenpaadje naar de weg die McCartney en z’n bandje hebben afgelegd en die in docu’s al zo vaak is nagelopen.

638 Ways To Kill Castro

Channel 4

Op geen enkele levende man zijn zoveel aanslagen beraamd en gepleegd als op hem, betoogt de verteller van de documentaire 638 Ways To Kill Castro (74 min.) van Dollan Cannell uit 2006. Al ongeveer een halve eeuw proberen tegenstanders, de Amerikanen voorop, dan tevergeefs om Fidel Castro, de almachtige leider van Cuba, uit te schakelen. Maar hoe ze ‘t ook proberen – met een volautomatisch wapen bij klaarlichte dag, exploderende sigaren of gif in zijn schoenen (zodat zijn befaamde baard uitvalt) bijvoorbeeld – Fidel komt elke keer weer met de schrik, of gewoon helemaal zonder, vrij.

Hij zal zelfs deze veelal luchtig getoonzette film, waarin enkele samenzweerders en would be-moordenaars worden opgevoerd, nog tien jaar overleven. De man die in 2026 honderd jaar oud zou zijn geworden overlijdt pas op zijn negentigste, nu tien jaar geleden. Tot die tijd lijkt hij onsterfelijk, een man die een symbool is geworden: de vader des vaderlands of juist staatsvijand nummer 1 – afhankelijk van je gezichtspunt. Een larger than life-figuur ook, die de CIA, FBI, de Amerikaanse maffia en Cubaanse bannelingen – of een niet al te dodelijke combinatie daarvan – uitdaagt tot stoute plannen, die bijna slagen, vroegtijdig worden afgebroken of helemaal nooit ten uitvoer worden gebracht.

Waar zijn medestrijder Che Guevara in 1967 wél ten prooi valt aan een vijandelijke kogel – en vervolgens in de beeldvorming uitgroeit tot een icoon: de ultieme linkse revolutionair – is ‘The Beard’ zijn belagers steeds te slim af. De betrokkenheid van Amerikaanse inlichtingendiensten bij de talloze pogingen om hem, als buitenlands staatshoofd, te liquideren is dan allang geen (publiek) geheim meer. En sommige direct betrokkenen zijn ook maar wat trots op hun rol in soms huiveringwekkende attaques. Zij belichamen het uitgangspunt dat hun doel álle middelen rechtvaardigt – al is het misschien wel verstandig om directe betrokkenheid bij aanslagen zoveel mogelijk te verhullen.

Castro’s voormalige jeugdvriend Orlando Bosch wordt bijvoorbeeld gezien als één van de kwade geniën achter de bomaanslag op een Cubaans vliegtuig bij Barbados, waarbij in 1976 alle 73 passagiers de dood vinden. ‘In een oorlog is alles geoorloofd’, stelt Bosch, die ondertussen niet al te subtiel suggereert dat hij nog wel meer op zijn kerfstok heeft. Zijn kompaan Luis Posada Carriles, die inmiddels in een Amerikaanse gevangenis zit en die het verstandiger vindt om geen antwoord te geven op de vraag hoeveel aanslagen hij precies heeft gepleegd op Castro, vult aan: ‘Misschien ben ik niet degene om dit te zeggen, maar ik denk dat hij zich veiliger voelt zolang ik in de cel zit, denk je ook niet?’

‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn’, constateert de geharde anti-Castro activist Enrique Encinosa met een stalen gezicht aan het einde van deze ontluisterende film. En hij wil dat ook nog best een keer herhalen. ‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn.’ Uiteindelijk lijkt het er echter toch op dat Magere Hein zelf met de eer is gaan strijken. In de nacht van 25 november 2016 heeft Fidel Castro alsnog het tijdelijke voor het eeuwige verwisselend. De doodsoorzaak is nooit bekendgemaakt. Het kan dus ook niet volledig worden uitgesloten dat – laten we zeggen – aanslag 639 tóch succesvol is geweest.

Salisbury Poisonings: The Untold Story

Channel 4

Deel het bewijs dat je Novitsjok hebt aangetroffen, zegt de Russische ambassadeur in een speech tegen de Britse politie. En geef ons toegang tot Sergej en Joelia.

‘Nog nooit in mijn carrière – en ik heb zeer veel ervaring in moordonderzoeken – heb ik de verdachte toegang gegeven tot het bewijsmateriaal, de plaats delict en de slachtoffers’, blikt Neil Basu, het bedachtzame hoofd van de Britse anti terrorisme-eenheid, terug in Salisbury Poisonings: The Untold Story (141 min.). ‘Onze reactie was: dacht het niet.’

Samen met collega’s van de Wiltshire-politie, een speciaal onderzoekslaboratorium en het eliteteam chemische oorlogsvoering van het Britse leger staat hij voor de taak om de verantwoordelijken voor de vergiftiging van de overgelopen Russische inlichtingenofficier Sergej Skripal en zijn volwassen dochter Joelia op 4 maart 2018 in te rekenen.

Het duurt niet lang of het dringt tot alle betrokkenen door dat de opdracht voor de moordaanslag moet zijn gegeven in het Kremlin, dat doorgaans bruut afrekent met dubbelagenten. Ze zijn onderdeel geworden van een geheime geopolitieke oorlog. Twee jaar eerder is ook de voormalige KGB-agent Alexander Litvinenko al geliquideerd in Londen.

Deze geladen driedelige serie van Sophie Wright blikt terug op de kille moordaanslag op de Skripals en de zoektocht naar de daders en hun opdrachtgevers met gewone Britten die daarbij ongewild betrokken zijn geraakt: behalve politieagenten gaat het ook om artsen en verpleegkundigen van het ziekenhuis en medewerkers van de lokale gezondheidsdienst.

Vier maanden na de vergiftiging van Sergej Skripal en zijn dochter wordt er opnieuw Novitsjok aangetroffen, bij twee gewone Britse burgers in het nabijgelegen Amesbury. Na de politieman Nick Bailey, die als eerste het huis van de Skripals betrad en daarna ernstig ziek werd, zweven nu ook Charlie Rowley en Dawn Sturgess tussen leven en dood.

Salisbury Poisonings: The Untold Story belicht de stressvolle situatie volledig vanuit Brits perspectief, gaat het drama daarbij niet uit de weg en plaatst de gebeurtenissen in hun geopolitieke context: de alsmaar toenemende spanningen tussen Poetin en het westen, die begin 2022 definitief zullen escaleren met de Russische inval in Oekraïne.

In 2026 verscheen er nog een documentaire over hetzelfde onderwerp: The Salisbury Poisonings: A Spy Next Door.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

1971

Maximum Pictures & Fork Films

Op maandag 8 maart bokst Muhammad Ali in de New Yorkse Madison Square Garden ‘The Fight Of The Century’ tegen Joe Frazier. 1971 (79 min.). Elders in de Verenigde Staten, in Media in de staat Pennsylvania om precies te zijn, vindt op die avond nóg een gevecht plaats. Om de waarheid.

Op maandagavond 8 maart 1971 komt namelijk ook The Citizens’ Commission To Investigate The FBI in actie. Een klein team van activisten breekt in bij een lokaal kantoor van J. Edgar Hoovers geliefde/gehate Federal Bureau of Investigation. De geheime informatie die zij buit maken leidt uiteindelijk tot het eerste officiële onderzoek van het Amerikaanse congres naar illegale activiteiten van de veiligheidsdiensten in 1975. J. Edgar Hoover (1895-1972), een bullebak die in totaal 37 jaar leiding gaf aan de FBI, is dan overigens al in het harnas gestorven.

In deze film van Johanna Hamilton uit 2014 treden de inbrekers voor het eerst uit de anonimiteit. Zij kwamen voort uit de anti-oorlogsbeweging. Ze waren woedend over de Amerikaanse acties in Vietnam, geschokt door de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy in 1968 en bereid om over te schakelen op clandestiene acties. De FBI voerde al jaren een vuile oorlog tegen alles wat Hoover als on-Amerikaans beschouwt en was dus een ideaal doelwit voor de operatie, die in het diepste geheim werd voorbereid en uitgevoerd (en hier met acteurs wordt gereconstrueerd).

Zo werd voor het eerst zichtbaar, voor iedereen die ‘ t wilde zien, hoe de FBI als sterke arm fungeerde voor een nietsontziende directeur die al decennia boven de wet stond. En als het hem beliefde, wilde Hoover ook best optreden als de ‘attack dog’ van een wraakzuchtige leider zoals Richard Nixon. De toenmalige president zou ruim een jaar later overigens ook betrokken zijn bij een geruchtmakende inbraak: op 17 juni 1972, in het Watergate-gebouw. En die zorgde ervoor dat hij als eerste president in de Amerikaanse geschiedenis in 1974 moest aftreden.

Ze bedoelden ‘t goed, constateert Media-inbreker Bob Williamson ruim veertig jaar na The Citizens’ Commission, maar hebben ook bijgedragen aan het toegenomen cynisme in hun land. De kinderen van John en Bonnie Raines verbazen zich er dan weer over dat hun ouders destijds zo’n risico namen, ook met hún toekomst. Toen collega-activist Keith Forsyth kinderen kreeg, verdween het sterke verhaal over dat FBI-kantoor juist naar de achtergrond. Totdat hij zag dat het leven van hun grote inspirator, de befaamde natuurkundige en vredesactivist Bill Davidon, naar z’n einde liep.

Vóór zijn dood moest het verhaal over het échte gevecht van maandagavond 8 maart 1971 naar buiten worden gebracht. En dat was niet hoe Bill Frazier tijdens een epische match in Madison Square Garden Muhammad Ali versloeg.

12th & Delaware

Loki Films / HBO

Om vijf uur ’s ochtends staat er in de schemering al een demonstrant te posten. In haar handen houdt de oudere vrouw een bord: thou shalt not kill. ‘Laat God in je leven’, roept ze even later naar de beheerders van de kliniek, Candace Lye en haar echtgenoot Arnold, wanneer die aan hun dag beginnen. ‘Dit werk gaat je niet verder brengen. Dit is het werk van de Duivel.’ De antiabortusactiviste krijgt al snel versterking van medestanders. Samen geven de pro-lifers ook de arriverende meisjes en vrouwen een warm welkom. ‘God heeft je zwanger gemaakt’, houdt de vrouw hen voor, met een piepklein plastic baby’tje in haar hand. Haar collega’s tonen intussen bloederige billboards. ‘Neem geen abortus. Kies het leven.’

Sinds 1991 zit er een abortuskliniek op de hoek van 12th & Delaware (80 min.) in Fort Pierce, Florida. Acht jaar later heeft een pro-life organisatie het pand ertegenover opgekocht en daarin het Pregnancy Care Center geopend. Als zwangere vrouwen zich daar melden, al dan niet per ongeluk, krijgen ze na een goed gesprek met de katholieke consulent Anne, dat ook voor een hartig woordje kan doorgaan, vrijwel direct een echo. Zodat ze alvast de hartslag van de snel groeiende baby in hun buik kunnen zien. Intussen vertelt Anne hen plastische verhalen over wat een abortus inhoudt en toont zo nodig zeer expliciete foto’s. Ze deinst er ook niet voor terug om de betrouwbaarheid van condooms in twijfel te trekken. Alles voor de goede zaak. Bij vertrek geeft zij de vrouw een echofoto mee, gericht aan de aanstaande ‘mommy’ en/of ‘daddy’.

Na gedane arbeid steekt Anne, een alleenstaande diepgelovige vrouw, gevolgd door de camera, de straat over, naar haar medestanders met de protestborden. Hebben ze al gehoord dat een kliniek in Philadelphia vrije abortussen heeft verstrekt ter ere van George Tiller? Die abortusarts werd in 2009, toen de opnames voor deze unheimische film van Rachel Grady en Heidi Ewing (Jesus Camp) nog liepen, vermoord door een fanatieke pro-lifer, een traumatische gebeurtenis die nog altijd nazindert in de Amerikaanse pro-choice beweging en die later is vervat in de indringende documentaire After Tiller (2013). Het was de zoveelste escalatie in een ideologische oorlog, die wordt uitgevochten op de straten van Amerika. Zoals op die ene straathoek in Florida, waar zwangere vrouwen op een T-splitsing belanden: door of niet?

Volgens pastor Tom Euteneuer, de voorman van het Pregnancy Care Center, is de ‘abortusindustrie’ niets minder dan een ‘diabolische religie’, die met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Uitgevoerde abortussen voelen voor de medewerkers van zijn organisatie als een persoonlijk nederlaag. De kliniek aan de overkant van de straat is volgens Anne in wezen te vergelijken met een autodealer: het echtpaar dat de tent runt, Candace en haar echtgenoot Arnold, wil gewoon zoveel mogelijk ‘auto’s’ verkopen. In de tweede helft van hun ontluisterende film nemen Grady en Ewing dan eindelijk ook zelf poolshoogte bij die abortuskliniek. Daar verbazen ze zich over de ‘Ausdauer’ van hun ideologische tegenstanders – hebben die lui niets beters te doen? – en hun slinkse tactieken – van die misleidende naam tot het verstrekken van incorrecte informatie.

Dagelijks ervaren zij ook de consequenties daarvan: hoe vrouwen worden beïnvloed, gemanipuleerd en/of geïntimideerd terwijl ze één van de moeilijkste beslissingen van hun leven moeten nemen. Inmiddels, zo’n vijftien jaar later, is de situatie van zulke meisjes en vrouwen overigens alleen maar verslechterd. Sinds het Amerikaanse hooggerechtshof in 2022 het federale recht op abortus heeft geschrapt, kan elke staat zijn eigen regels bepalen en hoeven antiabortusactivisten zoals Anne zich niet meer te beperken tot protest, suggestie en desinformatie. Met de Bijbel in de hand kunnen ze het recht op abortus nu daadwerkelijk inperken.

The Devil Is Busy

HBO Max

Als er een kloppend hartje is te zien op de echo, kunnen ze in Georgia niets voor een zwangere vrouw doen. Dat mogen ze niet. Sinds het Amerikaanse hooggerechtshof in 2022 het federale recht op abortus schrapte, kan elke staat z’n eigen regels bepalen. In sommige delen van het land, zoals in de Zuidelijke staat Georgia, is het daardoor voor vrouwen veel moeilijker, zo niet onmogelijk, geworden om een abortus te krijgen.

De telefoniste van het feministisch gezondheidscentrum voor vrouwen in Atlanta vindt ‘t ‘hartverscheurend’ om vrouwen nee te verkopen, vertelt ze in The Devil Is Busy (32 min.). Zij moet hen doorverwijzen naar een andere Amerikaanse staat. Als het vruchtzakje leeg is, mogen ze de zwangerschap nog wel onderbreken. De meeste vrouwen weten dan alleen nog helemaal niet dat ze in verwachting zijn.

Georgia’s verbod om een zwangerschap na zes weken af te breken komt volgens de dienstdoende gynaecoloog in de praktijk dus neer op een totaalverbod op abortus. ‘Ik had nooit kunnen nemen bedenken dat ik 25 jaar geleden meer rechten zou hebben dan mijn dochter nu’, vult de echoscopist van de abortuskliniek aan, terwijl ze onderzoekt of de vrouw op haar behandeltafel de zes wekengrens al heeft bereikt.

Het gelovige hoofd beveiliging Tracii, de verbindende schakel in deze interessante korte documentaire van Christalyn Hampton en Geeta Gandbhir, heeft ’t er intussen ook druk mee. De kliniek wordt permanent belaagd door demonstranten. ‘Waarom kies je ervoor om een onschuldig kind te vermoorden?’ roept één van hen door een microfoon naar de vrouwen, die zich daar, al dan niet met hun partner, melden voor hulp.

Tracii heeft weinig begrip voor de antiabortusactivisten. Één van hen, Jason, heeft bijvoorbeeld in de gevangenis gezeten omdat hij had geprobeerd om een zwarte kerk in brand te steken. ‘Ik vroeg hem ooit: hoe kun jij mensen naar de hemel of hel sturen alsof die van jou zijn? Hij zei: ik heb berouw getoond, God heeft me vergeven.’ Ze is er nog altijd beduusd van. ‘Dus daarom denk je nu dat je anderen mag veroordelen?’

Norwegian Democrazy

Journeyman Pictures

Doelbewust zoekt Lars Thorsen steeds het schemergebied op tussen de vrijheid van meningsuiting en haatzaaien. De leider van de Noorse splintergroep SIAN – vrij vertaald: stop de islamisering van Noorwegen – heeft er een sport van gemaakt om te provoceren. Met anti-islam leuzen, beledigingen aan het adres van de profeet Mohammed en – vast onderdeel van het repertoire van Thorsen en z’n zielsverwanten in andere Europese landen – het verbranden van Korans. En alles wordt gefilmd, zodat van elke scheet een donderslag kan worden gemaakt.

Via de voormalige accountant, die zich regelmatig in een ‘Mohammed was een terrorist’ T-shirt hult, onderzoeken Bård Kjøge Rønning en Fabien Greenberg in Norwegian Democrazy (86 min.) de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, die in westerse landen zoals Noorwegen bij wet wordt beschermd. En dus dient de politie ook figuren zoals Lars Thorsen en zijn helblonde vriendin Anna ‘Fanny’ Bråten, die en plein public ook flink van leer kan trekken, te beschermen. Tenminste, zolang hun veiligheid of die van anderen is gewaarborgd en de openbare orde niet wordt verstoord. Ditzelfde terrein werd onlangs ook al afgetast in de Zweedse documentaire Dialogpolisen.

‘Het zijn mensen zoals jullie die de nieuwe Breiviks creëren’, roept een tegendemonstrant fel als het kleine SIAN-clubje weer eens in het openbaar de confrontatie zoekt. Het blijft dan niet altijd bij woorden. Zowel op straat als op de snelweg kan de vlam zomaar in de pan slaan. Het is soms een wonder dat er dan geen doden of ernstig gewonden vallen. En altijd is er een telefoon of camera die het gedoe vastlegt of streamt – en dat is dan weer drie jaar lang vereeuwigd door Rønning en Greenbergs observerende camera, zodat het nu over de hele wereld kan worden bekeken. Wat je zuurstof geeft, blijft zo leven – of we dat nu willen of niet.

Zonder (social) media-aandacht zou Thorsen vast nooit meer zijn geworden dan een marginale figuur, aan de uiterwaarden van het maatschappelijke debat. Hij beheerst dat spel ook tot in de finesses. ‘We gaan hem terugsturen naar Shitholestan!’ zegt hij bijvoorbeeld na een verhitte woordenwisseling met een moslim. De zin is zonder twijfel ingestudeerd en wordt geroutineerd uitgeserveerd. Thuis leggen de filmmakers hem nog wel even op de grill en vragen flink door naar de feiten en cijfers bij al zijn boude beweringen over de uitwassen van de Islam – al is het de vraag of dit beklijft bij zijn potentiële publiek. Dat lijkt toch echt bevattelijker voor een brandende Koran.

Als personage wordt Lars Thorsen intussen nooit meer dan een bordkartonnen anti-islam activist. Rønning en Greenberg proberen hem verder niet te doorgronden en lichten ook zijn doopceel niet. Ze volgen hem voornamelijk tijdens zijn publieke optredens. Tegenover de SIAN-leider plaatsen ze verder de antiracistische tiener Axel, die na diverse tegendemonstraties besluit om bij Thorsen thuis de dialoog aan te gaan met hem en zijn partner. Even lijkt er dan zowaar iets redelijks in de twee scherpslijpers te varen. Al snel staat het SIAN-duo echter alweer op hun eigen barricaden provocerende slogans te roepen en politieke tegenstanders en de politie uit te dagen.

En Lars heeft natuurlijk ook weer heilige boeken bij zich. Intussen vraagt een buitenstaander zich af: wie of wat zou hij zonder zijn?

Dear Ms.: A Revolution In Print

HBO Max

Ze overwegen talloze namen voor het tijdschrift. Sojourner. Lilith. Bimbo. Bitch. Sister. De keuze valt uiteindelijk op Ms., een mix van mevrouw en juffrouw. Onder die vlag wordt het tijdschrift, dat is bedoeld als een platform voor de Amerikaanse vrouwenbeweging, in januari 1972 uitgebracht. De eerste reacties zijn direct enthousiast: Harry Reasoner, de presentator van ABC News en een zelfverklaarde ‘chauvinist pig’, geeft het blad in zijn televisiecommentaar bijvoorbeeld hooguit vijf nummers. Binnen een half jaar moet hij echter het boetekleed aantrekken en zich publiekelijk verontschuldigen.

Ms. wordt een doorslaand succes. Het vrouwentijdschrift past perfect in de tweede feministische golf en publiceert over thema’s die vrouwen raken, zoals kinderopvang, huiselijk geweld of seksuele intimidatie op het werk. Onder de kop ‘We have had abortions’ steken 53 bekende Amerikaanse vrouwen bovendien hun nek uit en maken bekend dat zij ooit een zwangerschap hebben laten afbreken. Onder hen zijn singer-songwriter Judy Collins, tennisser Billie Jean King, schrijver Susan Sontag én feministisch kopstuk Gloria Steinem, één van de initiatiefnemers van Ms. Zij riskeren zowel schade en schande als een veroordeling, want abortus is volstrekt illegaal.

Dear Ms.: A Revolution In Print (110 min.) verhaalt in drie bedrijven, geregisseerd door verschillende makers, over het baanbrekende vrouwenblad. In deel 1, A Magazine For All Women, belicht Salima Koroma de opkomst van Ms., met een vrijwel volledig wit colofon. Onder invloed van de zwarte concurrent Essence begint het tijdschrift een inclusievere koers te varen. Shirley Chisholm, de eerste zwarte en vrouwelijke presidentskandidaat, wordt de eerste zwarte vrouw op Ms.’s cover. En met eerst Alice Walker, auteur van bestseller The Color Purple, en later Michele Wallace en Marcia Ann Gillespie haalt het tijdschrift ook krachtige Afro-Amerikaanse stemmen binnen.

Alice Gu richt in A Portable Friend, het tweede deel van deze documentaire die als één geheel wordt gepresenteerd, het vizier op mannen. De spreekbuis van de ‘women’s liberation movement’ krijgt niet alleen stapels post van enthousiaste vrouwen, maar ook ontelbare boze brieven van mannen, die hun vrouw niet meer de baas kunnen, bang zijn voor welig tierende homoseksualiteit en/of een algeheel verlies aan vrijheid vrezen. Tegelijkertijd zijn er mannelijke feministen zoals de bekende acteur Alan Alda (*M*A*S*H), die zich verenigen in mannenbevrijdingsgroepen, om zich te kunnen bevrijden van ‘het stereotiepe beeld van mannelijkheid. Kritiek gegarandeerd.

In het slotdeel tenslotte, No Comment, zoomt Cecilia Aldarondo in op de soms lastige verhouding van de vrouwenbeweging tot seksualiteit en pornografie. De organisatie Women Against Pornography komt in de jaren tachtig lijnrecht tegenover de Feminist Anti-Censorship Taskforce te staan en dreigt intussen ook de zogeheten ‘moral majority’ van televisiedominee Jerry Fallwell en christelijk rechts in de kaart te spelen. De felle discussie wordt uitgevochten in Ms.-magazine en vormt tevens het sluitstuk van deze interessante, vrouw(enbeweging)vriendelijke film over het tijdschrift, dat decennia als betrouwbare barometer voor het feministische gemoed fungeert.

Shark Whisperer

Netflix

Als knappe, blonde vrouw is Ocean Ramsey een uitstekend uithangbord voor de haai. De Shark Whisperer (90 min.) uit Hawaï heeft zich voorgenomen om het imago van dit gevreesde dier te verbeteren. Haaien zijn volgens haar zeker niet de moordlustige beesten die we kennen van films als Jaws. Je kunt er best mee zwemmen! En Ramseys partner, de onderwaterfilmer Juan Oliphant, maakt daar dan onvergetelijke beelden van.

De haaieninfluencer oogst intussen ook heel wat spot en (vrouwen)haat. Dat ze maar eens goed gebeten wordt! wensen anonieme criticasters haar toe. Waarop Ocean dan weer zegt dat ze niets anders riskeert dan haar eigen leven. Zoals in 2007, toen werd gefilmd hoe ze ogenschijnlijk een fatale ontmoeting had met een haai, de start van deze documentaire van J.P. StilesHarrison Macks en James Reed (My Octopus Teacher).

Er is ook serieuze kritiek. Dat ze het verkeerde voorbeeld geeft. Anderen zouden inderdaad wel eens kunnen denken dat je zomaar kunt knuffelen met haaien. Het zijn echter levensgevaarlijke roofdieren. ‘Bij haaienaanvallen ziet de aangevallen persoon bijna nooit aankomen dat ie wordt aangevallen’, stelt onderwaterbioloog Kim Holland. ‘Ze hebben dus nooit de kans gehad om ontwijkende maatregelen te treffen.’

En over Ocean, die zich heeft opgeworpen als beschermster van het dier dat al zo’n 400 miljoen jaar rondzwemt op aarde en wordt beschouwd als essentieel voor het ecosysteem onder water, zegt niet alleen hij: ‘Wat ze doet, is meer voor de show dan voor de wetenschap.’ Voor die show is overigens wel enige aanleiding: elk jaar worden er zo’n honderd miljoen haaien gedood, als bijvangst van visser of om haaienvinnensoep te maken.

Die boodschap is, zeker sinds Jaws, niet nieuw. Ook de Australische ‘zeemeermin’ Valerie Taylor, die de inspiratie vormde voor de bestseller van Peter Benchley en de blockbuster die regisseur Steven Spielberg op basis daarvan maakte, heeft zich opgeworpen als een soort Jane Goodall voor de haai. De inmiddels hoogbejaarde duikster werd enkele jaren geleden geportretteerd in de docu Playing With Sharks.

Als we verder gaan op de ingeslagen weg, is de haai ten dode opgeschreven. Ramsey wil het niet zover laten komen en zet daarvoor ook deze film in. Ze wil een mediamomentje creëren, een onvergetelijk beeld. Want zo’n beeld zegt meer dan duizend woorden. Ze start bij de film die haar grote liefde in een kwaad daglicht heeft gesteld en besluit om met een grote witte haai te gaan knuffelen. Een onvervalst anti-Jaws moment.

Zo geven Stiles, Macks en Reed haar in deze gelikte, met fraai onderwatermateriaal verlevendigde film alle ruimte om haar positieve en tegelijk alarmistische boodschap te verkondigen. Ramsey is zich ervan bewust dat wat ze doet niet zonder gevaar is. ‘Het gaat om het leven in je jaren’, zegt de zelfbenoemde haaienredster, terwijl ze, op weg naar de oceaan, haar hond Shark aanhaalt. ‘En niet om de jaren in je leven.’

En uiteindelijk gaan we toch allemaal naar de… juist.

The Dark Money Game

HBO Max

In het verontrustende tweeluik The Dark Money Game gaat Alex Gibney ‘Citizens United’ te lijf. De zeer kwestieuze beslissing van het Amerikaanse hooggerechtshof uit 2010 geeft bedrijven de mogelijkheid om ongelimiteerd geld te steken in partijen of politici. En dit mogen en kunnen ze nog geheim houden ook. Dat is, niet alleen volgens Gibney overigens, vragen om ‘pay-to-play’. Ofwel: omkoping. Hij verwijst daarbij naar een pijnlijke statistiek: in negentig procent van de Amerikaanse congresverkiezingen wint de kandidaat die het meeste geld uitgaf.

In twee delen levert de befaamde Amerikaanse documentairemaker vervolgens het bewijsmateriaal voor het corrumperende effect van al dat duistere geld. Ohio Confidential (115 min.) start bij de lobbyist Neil Clark, die in 2021 overlijdt door een schotwond aan het hoofd. Clark is betrokken geraakt bij een groot corruptieschandaal en heeft zichzelf ernstig in de nesten gewerkt. Uit geluidsopnames, die in handen zijn gekomen van openbaar aanklagers, valt af te leiden dat hij een sleutelrol heeft gespeeld in een smeergeldaffaire waarmee maar liefst 61 miljoen dollar was gemoeid.

Larry Householder, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in Ohio en een contact van Clark, zou er een zeer dubieuze schone lucht-wet doorheen hebben gedrukt. House Bill 6 leverde de energieleverancier FirstEnergy een enorme smak gemeenschapsgeld op. En laat dat bedrijf nu net ervoor hebben gezorgd dat Householder überhaupt werd gekozen tot voorzitter. Als House Bill 6 toch weer ter discussie lijkt te worden gesteld, slaan de twee stiekeme partners de handen ineen, om hun tegenstanders een loer te draaien. Onder het motto: Fuck Anybody Who Aint Us.

Na deze ontluisterende case study gaat deel 2, Wealth Of The Wicked (115 min.), verder op de ingeslagen weg. Het is tijd om uit te zoomen. ‘Omkoping vind je overal ter wereld’, constateert Gibney bij de start, ‘maar alleen in Amerika maakten we het legaal.’ Dat gebeurde volgens hem niet zomaar. ‘Het was een zorgvuldig uitgevoerd project, gerealiseerd door een onzalig verbond van rijke zakenmannen en religieuze extremisten die besloten dat het woord van God hetzelfde klonk als het geluid van geld’, vervolgt hij met die karakteristieke stem, die onderkoeld de vinger op de zere plek legt.

Daarna gaat hij te rade bij Jane Mayer, de journaliste die in 2016 het invloedrijke boek Dark Money uitbracht, over hoe het grote geld de Amerikaanse democratie heeft ontwricht. Zij gaan samen terug naar de oorsprong, naar hoe bedrijven zich in de jaren zeventig begonnen te verzetten tegen de alsmaar toenemende macht van gewone burgers, wetten rond campagnefinanciering onderuit gingen halen en hun krachten bundelden met de kerk. Van daaruit ontstond vervolgens de pro-life movement, de slim genaamde anti-abortus beweging. Wie kon er immers tégen het leven zijn?

‘De rijkdom van de zondaar is weggelegd voor de rechtvaardige’, parafraseert de conservatieve geestelijk leider Rob Schenck een Bijbelvers. ‘Waarom niet? Laten we het geld van de miljardair dopen.’ James Bopp wordt de voornaamste jurist van dat verbond tussen God en Geld. Hij verzet zich tegen begrenzing van de hoeveelheid geld in de politiek, want dat zou een inperking van de vrijheid van meningsuiting inhouden. Bopp wil dus ook de Campaign Finance Reform-wet van de Democratische senator Russ Feingold en zijn inmiddels overleden Republikeinse collega McCain uit 2001 ontmantelen.

Citizens United markeert in 2010 een belangrijk keerpunt in de verwording van de Amerikaanse democratie, zes jaar later gevolgd door de verkiezing van Donald Trump tot president. Daarmee is de basis gelegd voor een smeergeldcultuur zonder weerga, toont Alex Gibney overtuigend aan in deze verpletterende exegese van een onvervalste pay-to-play natie. De belichaming daarvan is de ‘herkerstening’ van het hooggerechtshof, dat in 2019 natuurlijk levert voor zijn religieuze donateurs: het federale recht op abortus wordt op de brandstapel gegooid. En ook ‘big business’ telt z’n zegeningen.

King Of The Apocalypse

SkyShowtime

Zou iemand hebben vermoed toen Stewart Rhodes als dertiger begon te studeren aan de prestigieuze Yale Law School en een scriptie schreef over hoe de Amerikaanse regering de grondwet had uitgehold na 11 september 2001, dat hij zo’n twintig jaar later, na een aanval op diezelfde Amerikaanse democratie, zou worden beschuldigd van ‘opruiende samenzwering’?

Rhodes was al in de dertig en getrouwd toen hij ging studeren. Hij zou in totaal zes kinderen krijgen. En die voedde hij op met de voorspelling dat het einde der tijden aanstaande was. De aangekondigde Dag des Oordeels bleef alleen uit, constateert zijn zoon Dakota Adams droog. Hij fungeert als verteller van deze documentaire van Daniel Vernon, die werd vernoemd naar de bijnaam die Rhodes kreeg van zijn kinderen: King Of The Apocalypse (87 min.). Pappie Wappie – al wordt ie daarmee ook tekort gedaan.

Adams, ondersteund door zijn moeder Tasha en zus Sedona, doet zijn verhaal vanachter een laptop, met een headset waarmee hij in beeld zijn verbindende voice-overs inspreekt. Hij noemt zijn vader consequent ‘Stewart’, waarschijnlijk om afstand tussen hen te scheppen. Vernon lardeert dit persoonlijke relaas met familiefoto’s en -video’s, archiefbeelden en campy filmfragmenten, die de plank soms een beetje misslaan. Waardoor de gekozen vertelvorm ook de kijker van deze film soms op afstand zet.

Dakota schetst een scherpslijper die steeds verder radicaliseert, zich ronduit paranoïde begint te gedragen en zo het gezin terroriseert. Totdat het leven in hun huis te Trego, Montana, ondraaglijk is geworden voor de anderen. In 2009 heeft zijn vader intussen Oath Keepers opgericht, een extreemrechtse en gewelddadige anti-overheidsmilitie. En daarmee zal Stewart Rhodes ook een sleutelrol spelen bij de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, die hij mede zou hebben gepland en gecoördineerd.

Verder volgt Daniel Vernon hoe ’t hem in de periode daarna vergaat, als hij vanwege zijn rol in de aanval wordt gearresteerd en berecht. Die kwestie heeft ook een persoonlijke dimensie: Rhodes’ eigen gezinsleden zijn doodsbang voor hem en willen graag dat hij vast blijft zitten. Vernon belicht verder de rol van wapens in het gedachtegoed van ultrapatriottische Amerikanen zoals Rhodes en zoomt in op een paar van zijn geestverwanten, Michael ‘Whip’ Simmons en Mike Dunn van The Boogaloo Bois.

Hoewel King Of The Apocalypse weer uiterst actueel is, nu Donald Trump is begonnen aan zijn tweede ambtstermijn als president en de sleutelfiguren van de bestorming van het Capitool amnestie heeft verleend, wil de documentaire niet echt beklijven. Daarvoor hinkt de film op te veel gedachten. Vernon heeft ook moeite om de juiste toon te vinden en vast te houden en het dramatische verhaal van de Rhodes-familie, dat nu weer een nieuw hoofdstuk krijgt, met gepast drama en urgentie uit te serveren.

Oklahoma City Bombing: One Day In America

National Geographic

Terwijl Bill Clinton tijdens een persconferentie in het Witte Huis de gevaren van terrorisme bespreekt – ‘een autobom in het Midden-Oosten’, oppert hij, of de acties van een ‘religieuze fanatiekeling’ – krijgt de Amerikaanse president de mededeling dat er een aanval is gepleegd op zijn eigen land. Het is een onwerkelijk tafereel. ‘Ik wilde schreeuwen’, herinnert Clinton zich. Maar dat kon natuurlijk niet: presidenten schreeuwen niet, in elk geval niet in het openbaar.

Het iconische fragment van Clinton, de opening van de driedelige serie Oklahoma City Bombing: One Day In America (132 min.), doet sterk denken aan het moment waarop zijn opvolger George W. Bush op 11 september 2001, tijdens een voorleesuurtje op een basisschool in Sarasota, krijgt ingefluisterd dat een vliegtuig zich in één van de torens van de Twin Towers heeft geboord – al snel gevolgd door nóg een toestel in de andere toren van de imposante New Yorkse wolkenkrabber, die weer even later bezwijkt.

Tot ‘9/11’ geldt de bomaanslag op het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City op woensdagochtend 19 april 1995, waarbij zeker een derde van het overheidsgebouw wordt weggeblazen en 168 gewone Amerikanen omkomen, als de dodelijkste terroristische aanval in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Dertig jaar later is de actie van de Goldoorlog-veteraan en anti-overheidsextremist Timothy McVeigh nog altijd de dodelijkste terreurdaad die ooit door een Amerikaan in eigen land is gepleegd.

De schok is enorm: dit gebeurt in Afrika, Noord-Ierland of – inderdaad – het Midden-Oosten. Maar niet in Amerika, het heartland nog wel. Met overlevenden, ooggetuigen, hulpverleners, (FBI-)agenten, bestuurders, journalisten en McVeighs advocaat kijkt Ceri Isfryn terug op de dag waarop hun wereld – en het geloof in de Amerikaanse onaantastbaarheid – op z’n grondvesten schudde. Methodisch zetten ze de gebeurtenissen van die dag en de nasleep daarvan, de jacht op de dader, op een rijtje.

Deze historische docuserie is gemaakt volgens hetzelfde procedé als de National Geographic-producties 9/11: One Day In America (2021) en JFK: One Day In America (2023): via de kleine en grote verhalen van direct betrokkenen – gematcht aan een schat aan archiefmateriaal, liefst ook van de hoofdpersonen zelf – wordt een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie gereconstrueerd, de verbinding tussen de belegering van de Branch Davidians in Waco en de bestorming van het Capitool.

Met die aanpak onderscheidt de serie zich ook van een andere recente docuserie over de bomaanslag, An American Bombing: The Road To April 19th (2024), die juist vertrekt vanuit een helikopterview en McVeighs gruwelijke aanslag veel nadrukkelijker plaatst binnen de recente geschiedenis van ‘homegrown terrorists’, anti-overheidsmilities en extreemrechts geweld in de Verenigde Staten. Isfryn zoomt in en volgt zo de gebeurtenissen: chronologisch, tot in detail en op het niveau van de individuele mens.

Het onbeschrijfelijke leed van Edye Raines bijvoorbeeld. Zij verloor haar zoontjes Chase en Colton, die ten tijde van de aanslag in het kinderdagverblijf van het Murrah Building verbleven. De peuters behoorden tot de in totaal negentien kinderen die door Tim McVeigh van het leven werden beroofd. Of het aangrijpende relaas van Bud Welch, de vader van de 23-jarige vertaalster Julie, die zich in lijn met de idealen van zijn dochter verzette tegen het opleggen van de doodstraf aan de man die haar heeft vermoord.

Zulke aangrijpende verhalen brengen een tragedie van kolossale proporties, die het hedendaagse Amerika mede heeft gevormd, terug tot de menselijke maat.

Netflix bracht overigens ongeveer tegelijkertijd een documentaire over hetzelfde onderwerp uit: Oklahoma City Bombing: American Terror.

Ben Ik Een Moordenaar?

Doxy

De gebeurtenissen op 7 oktober 2023 in Israël en de navolgende respons in Gaza hebben Simonka de Jong opnieuw aangezet. Hoe kan ‘t dat mensen in staat zijn om te doden? En schuilt er ook in haar – ze kan er zich eigenlijk niets bij voorstellen – een persoon die een ander mens van het leven zou kunnen beroven? Ofwel: Ben Ik Een Moordenaar? (53 min.).

Met die vraag gaat De Jong op pad. Het is zeker in haar geval een beladen kwestie. Haar ene opa Karl zat vijf jaar in Auschwitz, terwijl bijna de hele familie van haar andere opa Loe, de bekende chroniqueur van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd vermoord in Sobibor. Ze heeft haar hele leven geprobeerd om daar zo min mogelijk aan te denken. Simonka de Jong wil, vertelt ze in één van de voice-overs waarmee ze deze persoonlijke film begeleidt, haar eigen gevoeligheid beschermen. Niet verharden.

Ben ik te zacht voor deze wereld? vraagt ze zich tegelijk af. Of ben ik gewoon naïef? Als haar zoons zich vermaken met een schietgame, kan ze ’t al bijna niet aanzien. Uiteindelijk laat De Jong zich overtuigen om ook eens achter zo’n digitale loop van een geweer te kruipen en simpelweg te schieten. In Israël spreekt ze verder met voormalig sluipschutter Nadav Weiman, inmiddels actief bij Breaking The Silence, een veteranenorganisatie die kritisch is op het Israëlische leger. Hij kent deze ervaring uit het echte leven en is ervan overtuigd dat iedereen, in de ‘juiste’ omstandigheden, in staat is om te doden.

Dat is tevens de boodschap van Alette Smeulers, hoogleraar internationale misdrijven: juist denken dat ’t jou nooit zal overkomen is gevaarlijk. En dus probeert De Jong zich over te geven aan een antiterreur-, veiligheids- en afweertraining bij het Israëlische leger, waar ze in nagebootste crisissituaties wordt gebracht en een automatisch wapen in haar handen krijgt gedrukt, met de uitdrukkelijke boodschap om er eens mee te vuren. Wat maakt dit los in haar, de Nederlandse vrouw die wars wil zijn van elke vorm van geweld?

Durft ze tijdens therapiesessies ook de woede over wat haar eigen familie tijdens de oorlog is aangedaan, voor het nageslacht vereeuwigd op het Nationaal Holocaust Namenmonument in Amsterdam, toe te laten? En hoe wapenen anderen, zoals de voormalige Israëlische schietinstructrice Becca Strober, de Palestijnse vredesactivist Issa Amro en haar eigen zoons, zich tegen de onvermijdelijke drang om wild om zich heen te slaan als ze worden bedreigd – en zo van slachtoffer dader te worden?

Ben Ik Een Moordenaar?, aangezet met geladen klassieke muziek, wordt daarmee een interessante en actuele persoonlijke zoektocht naar het geweld dat in ons allen schuilt: een afschrikwekkend beest dat recht in de ogen moet worden gekeken om het, in elk geval voorlopig, koest te kunnen houden.

Don’t Die: The Man Who Wants To Live Forever

Netflix

Hij heeft zijn biologische leeftijd inmiddels met dik vijf jaar verlaagd. En elke twaalf maanden wordt ie er slechts acht ouder. Bryan Johnson zou dus ernstig tekort worden gedaan als hij, op basis van zijn geboortejaar, simpelweg op 45 jaar wordt ingeschat. In werkelijkheid – althans, volgens de wetenschappelijke modellen van Project Blueprint – is hij veel jonger. En hij wordt dus nóg jonger. Een soort real life Benjamin Button.

Johnson is er de hele dag druk mee. Ook, denk je er als kritisch kijker bij, omdat ie verder toch niets omhanden heeft. De Amerikaanse tech-miljonair – ach ja, natuurlijk! – had z’n schaapjes allang op het droge, was nog op zoek naar een stukje zingeving en heeft zichzelf daarom maar gebombardeerd tot proefkonijn voor een zeer ambitieus anti-verouderingsproject. De ideale hoofdpersoon voor een Chris Smith-docu, zou je zeggen.

En daar is de ongekroonde koning van de streamdocu ‘t mee eens. Ofwel: Don’t Die: The Man Who Wants To Live Forever (90 min.), een documentaire van, jawel, Chris Smith. Over een man die zich heeft overgegeven aan een algoritme dat beter voor hem zorgt dan hij zelf kan. Daarmee heeft Johnson zowaar een punt: het leven zit vol ongezonde verleidingen. In zijn woorden: ‘We vechten voor ons leven tegen onszelf.’

Chris Smith zou Chris Smith echter niet zijn als hij de man niet achter de wijs(neuzig)heden vandaan probeert te halen, kijkt naar het grotere maatschappelijke verhaal rond (anti-)veroudering en zo een vertelling construeert die prikkelt, vermaakt en uitdaagt. En tot een hand voor de ogen slaan en eens mismoedig schudden met het hoofd, dat ook. Want Bryan Johnson is natuurlijk ook gewoon – sst! – een freak.

‘Ik erken dat niet iedereen de tijd, middelen en omstandigheden heeft’, zegt hij er zelf over. ‘Ik probeer aan de uiterste rand van de mogelijkheden te zitten. Ik wil later zien wat er kan.’ En daarvan maakt een entrepreneur zoals Johnson natuurlijk serieus werk. Samen met zijn chief marketing officer Kate Tolo wordt elke scheet – als die tenminste zou bijdragen aan het verwerven van de eeuwige jeugd – met de wereld gedeeld.

Johnson, die opgroeide binnen de Mormoonse kerk, heeft van gezondheid zijn religie gemaakt en opereert daarbij permanent op de grens van wat mogelijk en verstandig is. Veel wetenschappers in deze Chris Smith-film hebben er in geval hun twijfels bij – al stelt hij ook wezenlijke vragen over hoe we omgaan met ons lichaam. ‘Het is een soort tegengif voor hoe de wereld over gezondheid denkt’, stelt journalist Ashlee Vance.

Platgeslagen: levensstijlverandering, om problemen te voorkomen, in plaats van de ouderdomskwalen gewoon maar afwachten en ze dan alsnog proberen te repareren. En die boodschap lijkt aan te slaan: de zonderling Bryan Johnson, waarvan die dekselse Chris Smith zowaar een mens van vlees en bloed heeft gemaakt, heeft inmiddels, samen met z’n tienerzoon Talmage, een heuse Don’t Die-beweging in gang gezet.

Gezamenlijk zullen Johnson en zijn discipelen ook de vraag moeten beantwoorden, die Smith hier, in navolging van bijvoorbeeld Farrokh Bulsara, ook opwerpt: wie wil er eigenlijk voor altijd blijven leven?

De Kresj / Onze Kresj

VPRO

Marije Meerman werd in 1967 in dezelfde week geboren als koning Willem-Alexander. Terwijl de oudste zoon van prinses Beatrix en haar echtgenoot Claus al van jongs af aan werd klaargestoomd om ooit de troon te bestijgen, werden Marije en haar broertje Gregor begin jaren zeventig door een oudercollectief anti-autoritair opgevoed in een crèche in een Amsterdams kraakpand.

‘Leef en werk in de geest van Lenin’, stond er op de muur gekalkt. Grenzen werden er niet gesteld aan hun gedrag, gestraft al helemaal niet. De machtsstructuur van het traditionele gezin moest worden doorbroken. Ze wilden een nieuwe autonome, kritische en solidaire mens creëren, die bestand zou zijn tegen autoritaire tendensen. Trots ging Marije’s idealistische moeder Hilde dan ook met een voorlichtingsfilm over het experiment, voor de Rijksvoorlichtingsdienst gemaakt door Jan van den Brink, het land in.

In 1995 ging Meerman, gewapend met datzelfde beeldmateriaal, voor haar afstudeerfilm De Kresj (57 min.) in gesprek met vijf twintigers die rond 1970 als kleuter met haar op de Kresj Prins Konstantijn hadden gezeten. Hoe kijken ze terug op die periode? En in hoeverre zijn de idealen van hun ouders doorgesijpeld naar hun eigen leven? Zijn ze door dat ’uit de hand gelopen experiment’ – of juist ondanks dat wilde plan – op het podium, achter de bar, aan de zelfkant, in de kraakbeweging of achter (en nu ook een beetje voor) de camera terechtgekomen?

In de opvolger Onze Kresj (95 min.) uit 2014 buigt Marije Meerman zich over het archief van haar inmiddels overleden moeder en spreekt ze, bijgestaan door haar broer Gregor als cameraman, met de andere hippies van weleer. Hoe kijken deze voormalige voortrekkers van de protestgeneratie, die inmiddels stilaan de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, erop terug dat zij hun kinderen ‘de vrije lustbeleving’ lieten ontdekken? En is het gelukt om daarbij ‘de patriarchale gezinsstructuur’ daadwerkelijk los te laten?

Duidelijk is dat theorie en praktijk ook toen al soms ongenadig met elkaar botsten. En dan moest er eindeloos worden gediscussieerd of vergaderd om iedereen weer op hetzelfde spoor te krijgen. ‘De mensen die daar het hoogste woord hadden vond ik op de werkvloer niet echt overtuigend’, herinnert Peter zich. ‘Nou, die hadden ook geen kinderen’, vult Samantha aan. En dan waren er nog de verplichtingen die ze als ouders en volwassenen hadden naar elkaar. Want het was ook de tijd van de vrije liefde, communes en partnerruil.

Al reflecterend op die formatieve jaren worden De Kresj en Onze Kresj veel meer dan simpelweg een terugblik op een onorthodoxe Amsterdamse crèche. Meerman kijkt naar wat de idealen van de jaren zestig te weeg hebben gebracht. Zijn de rimpelingen van de steen die toen in het water is gegooid nog altijd zichtbaar? En zijn die idealen daardoor dichterbij gekomen of juist (definitief) kaltgestellt? De vrijheid blijheid die de ouders destijds aan hun kinderen wilden meegeven, in de hoop dat ze zo weerbare mensen zouden afleveren, lijkt in elk geval vervlogen.

De Kresj is hier online te bekijken.

Onze Kresj is hier online te bekijken.

Mijn Vader De Terrorist

Ideefix Film & Media

Het is een kerngebeurtenis van zijn jeugd: op 28 september 1994 wordt Hans Krikke, de vader van documentairemaker Daniel Krikke, van zijn bed gelicht. Met grof geweld, op verdenking van betrokkenheid bij terrorisme. Zo heeft het dramatische moment zich tenminste in het geheugen van de jonge Daniel gezet. Hij heeft het nu gereconstrueerd met acteurs. Een traumatische herinnering, in dreigend zwart-wit vastgelegd. Als openingsscène voor Mijn Vader De Terrorist (53 min.), een persoonlijke film die nog een aantal van zulke gereconstrueerde ervaringen bevat.

Hans Krikke was als journalist actief binnen het linkse onderzoekscollectief Opstand. Hij schreef bijvoorbeeld kritisch over het Nederlandse vreemdelingenbeleid en was fel gekant tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. Gaandeweg kreeg de Binnenlandse Veiligheidsdienst Krikke en zijn directe collega Jan Müter in de peiling. Zij werden verdacht van betrokkenheid bij de Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa). Deze clandestiene organisatie zou verantwoordelijk zijn voor brandstichting en bomaanslagen. Acties die bijvoorbeeld waren gericht tegen bedrijven die zaken deden met Zuid-Afrika zoals Shell en de Makro, maar ook tegen politici persoonlijk: zo werd het huis van staatssecretaris van Justitie Aad Kosto, verantwoordelijk voor het Nederlandse asielbeleid, in 1991 grotendeels verwoest door een bom die aan RaRa wordt toegeschreven.

In deze documentaire onderzoekt Krikke het verleden van zijn vader. Ook omdat hijzelf – de film moet er extra urgentie door krijgen – op het punt staat om zelf vader te worden. Dat is het startpunt van een zoektocht die moeite heeft om op koers te blijven: is het Krikke’s bedoeling om zijn vaders activisme, dat mogelijk is uitgemond in terroristische acties, verder te onderzoeken en kritisch te bevragen? Probeert hij uit te pluizen wat de, al dan niet onterechte, arrestatie van zijn vader te weeg heeft gebracht in de levens van hem en zijn familie? Of wil hij eigenlijk aftasten waarom de relatie met zijn vader sowieso altijd redelijk afstandelijk is gebleven, onderzoeken of dit is gerelateerd aan de jeugd van de man en ondertussen proberen om hun band te vernieuwen? Deze film doet eigenlijk van alles een beetje.

De documentaire zoekt intussen ook naar de juiste vorm. Is het een roadmovie van vader en zoon door het verleden? Hoe past de podcast-achtige setting van enkele interviews die Krikke heeft met zijn vader en moeder, de schrijfster Christine Otten, daar dan in? En de dramatisch getoonzette zwart-wit reconstructies? Hoewel Mijn Vader De Terrorist een interessant terrein opzoekt (het schimmige gebied waar een radicale linkse club zoals RaRa stuit op de geheime arm van de Nederlandse overheid) en ook beslist enkele sterke scènes bevat (de geladen ontmoeting van Hans Krikke met zijn voormalige collega en lotgenoot Jan Müter bijvoorbeeld) wil de film maar geen logische eenheid vormen en blijven ook enkele essentiële vragen (deels) onbeantwoord.

Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?