Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

The Last Days Of Kabul

LOOKSfilm / Filippo Genovese

Aan het eind van de eerste aflevering van deze driedelige serie valt de Afghaanse hoofdstad Kaboel voor het eerst. De Taliban, fundamentalistische moslims die het land vijf jaar lang met ijzeren hand hebben geregeerd, worden afgezet door de Amerikanen. Die zijn een ‘war on terror’ gestart nadat Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda op 11 september 2001 een aanslag heeft gepleegd, waarbij de Twin Towers in New York zijn gesneuveld. Bin Laden woont dan al een tijdje in bij de Taliban.

De ‘bevrijding’ van Afghanistan in 2001 is het sluitstuk van ruim twintig jaar onrust in het Aziatische land. Na een inval van de Sovjets, die vervolgens worden verjaagd door Moedjahedien-strijders, raakt het land verzeild in een permanente burgeroorlog. Ergens onderweg, in vluchtelingenkampen in buurland Pakistan, wordt de basis gelegd voor wat de Taliban zal worden. En die laat zich niet definitief verjagen. Twintig jaar later, op 15 augustus 2021, valt Kaboel opnieuw en komen de Taliban weer aan de macht.

In The Last Days Of Kabul (uitzendtitel: De laatste dagen van Kaboel, 180 min.) nemen Bence Máté en Lucio Mollica de tijd om de aanloop naar de tweede machtsovername van de moslimfundamentalisten te schetsen met insiders uit binnen- en buitenland. Hun voornaamste troeven zijn ex-president Ashraf Ghani (2014-2021), een in het westen opgeleide diplomaat, en z’n vicepresident, de omstreden krijgsheer Abdul Rashid Dostum. Die opmerkelijke tandem symboliseert Afghanistans verscheurdheid, die het vrijwel onmogelijk maakt om echte vooruitgang te boeken.

Te midden van alle onenigheid moet Ghani een vrij en democratisch Afghanistan vormgeven. Daarnaast krijgt ie ook te dealen met de wispelturige Amerikanen en dienst hij zich de Taliban, in deze miniserie vertegenwoordigd door medeoprichter Sayed Abdul Wasi Motasim, van het lijf te houden. Als de Amerikaanse regering van Donald Trump, via diens zalvend lachende ambassadeur Zalmay Khalilzad, begin 2020 in Doha een zeer omstreden deal sluit met de (voormalige) vijand, zijn Ashraf Ghani’s dagen geteld.

Máné en Mollica nemen deze ontwikkelingen ook door met vooraanstaande Afghaanse vrouwen, zoals de mensenrechtenactiviste Asila Wardak en minister van vrouwenzaken Hasina Safi. De hoop die zij hebben als Kaboel voor het eerst valt in 2001 is twintig jaar later, aan het einde van deze stevig doortimmerde miniserie, totaal vervlogen. ‘Ik kon nog maar aan één ding denken’, vertelt de journaliste Farahnaz Forotan bijvoorbeeld, als haar begint te dagen wat er op stapel staat. ‘Hoe gaan de Taliban me aanvallen?’

Afghanistan lijkt weer volledig terug bij af.

De val van Kaboel is in de afgelopen jaren overigens al vaker onderwerp geweest van documentaireseries: Escape From Kabul (2022), Leaving Afghanistan (2022) en de Nederlandse serie Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026).

No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

White With Fear

So Much Film / PBS

Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1968 vindt Richard Nixon de sleutel naar verkiezingswinst: maak de witte kiezer bang voor zwarte inwoners, zónder openlijk racistisch te klinken. Hij begint te spreken over ‘law & order’ en de goede verstaander weet dan wel wie/wat hij bedoelt: die vermaledijde zwarte Amerikanen. Sindsdien is datzelfde procedé nog door talloze conservatieve politici toegepast. Ze spreken over ‘welfare queens’, ‘illegal aliens’ of ‘gangbangers’, termen die volgens Ian Haney López, auteur van Dog Whistle Politics, werken als een hondenfluitje.

Het grote geheim van de Amerikaanse politiek, citeert historicus Kevin Kruse de Nixon-fluisteraar Kevin Phillips in de interessante documentaire White With Fear (84 min.), is nu eenmaal: ‘wie haat wie?’ Deze vraag krijgt nieuwe dimensies na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 als de Republikeinse president George W. Bush de oorlog verklaart aan Osama bin Ladens Al-Qaeda en er in zijn land een anti-moslim stemming ontstaat, die vervolgens door de rechtse televisiezender/woedemachine Fox News wordt uitgebouwd tot een heuse cultuuroorlog.

Na de entree van Amerika’s eerste zwarte president Barack ‘Hussein’ Obama, die dus ook nog in verband kan worden gebracht met islam, gaat de ‘witte haat-industrie’ vanaf 2008 helemaal los. ‘De strategie was om reactionaire, racistische beelden over niet-witte immigranten aan de achterban te presenteren als politieke keuzes van de elite om de hardwerkende witte man te verraden’, vertelt Katie McHugh, voormalig medewerker van de website Breitbart, die ziet hoe haar werkgever ook doelbewust wordt ingezet als werktuig van een nieuwe politieke kracht, Donald Trump.

Documentairemaker Andrew Goldberg akkert de tumultueuze historie van het exploiteren van latente onlustgevoelens bij witte Amerikanen, vervat in talloze unheimische speeches, uitspraken en campagnefilmpjes, door met insiders uit beide politieke partijen, zoals Hillary Clinton en Steve Bannon, en een aantal neutrale beschouwers. Trump – en de man die hem zijn meest extreme taal influistert: Stephen Miller – is zo bezien een logisch gevolg van ruim een halve eeuw, vanuit zowel electorale als financiële motieven, doelbewust inspelen op de onderbuik.

‘Het fascinerende aan Donald Trump is dat hij het hele spelbord heeft omgegooid’, stelt de historicus Rick Perlstein, auteur van Nixonland. ‘Van het hondenfluitje heeft hij een stoomfluit gemaakt. Dat zou hem natuurlijk nooit zijn gelukt zonder het fundament van 55 jaar Republikeins hondengefluit.’ Waarna Donald Trump daar in zijn acceptatiespeech op de Republikeinse conventie van 2016 hoogstpersoonlijk een uitroepteken achter plaatst, met een Nixonesk eufemisme: ‘We worden een land van law & order.’

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson

Netflix

Ze heeft haar leven in sneltreinvaart geleefd. Alsof ze altijd al wist dat haar tijd beperkt zou zijn… Althans, dat is het gevoel dat moeder Karen, vader Eric en broer Matt hebben overgehouden aan het veel te korte bestaan van Anna Moriah Wilson (1996-2022). Van start tot finish zijn de Amerikaanse wielrenster uiteindelijk nog geen 26 jaar vergund geweest. Het leven van de jonge Amerikaanse vrouw, die voorbestemd leek voor een topsportcarrière als gravelbiker, is op 11 mei 2022 bruut beëindigd in Austin, een stad in de zuidelijke staat Texas.

Moriah Wilson verblijft dan voor de Gravel Locos-wedstrijd bij een vriendin die ze thuis in Vermont, helemaal in het noordoosten van de Verenigde Staten, heeft leren kennen. Caitlin Cash zal haar daar ook levenloos en zwaar bebloed aantreffen. Verder kent ‘Mo’ maar één andere persoon in Austin: Colin Strickland, een succesvolle gravelbiker met wie ze al een tijdje aan het daten is. Hij is sinds enige tijd weer vrijgezel – al woont zijn ex Kaitlin Armstrong nog wel in hetzelfde huis – en zal de laatste persoon worden die haar in levende lijve heeft gezien.

In The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson (97 min.) belicht Marina Zenovich kort Wilsons wielercarrière, waarna ze zich vooral richt op het misdrijf en de nasleep daarvan, die via interviews met direct betrokkenen en beelden van bodycams van politiemensen, verhoren en beveiligingscamera’s zorgvuldig in kaart worden gebracht. Deze docu moet ‘t niet zozeer hebben van z’n true crime-gehalte – relatief weinig spanning & sensatie! – maar focust zich op de menselijke tol en de nauwelijks te bevatten rol daarbinnen van pure pech.

Vanachter de kille moord komen bovendien enkele indringende vragen tevoorschijn: kun je altijd de gevolgen van je eigen daden overzien? Wanneer ken je iemand echt? En (hoe) kun je betekenis geven aan het verlies van het dierbaarste wat je hebt?

Soldier’s Bones

Zeppers

De Vietnamoorlog die iedereen allang spuugzat was, kon volgens de Amerikaanse generaal Julian Ewell wel degelijk nog gewonnen worden. Hij initieerde eind 1968 in het zuidwesten van Vietnam de omstreden operatie Speedy Express, die hemzelf de bijnaam ‘The Butcher Of The Delta’ opleverde. De militaire campagne van het Amerikaanse leger in de zogeheten Mekongdelta, die tot halverwege 1969 duurde, kostte naar verluidt bijna 11.000 Vietcong-strijders het leven. Toch werden er in totaal nog geen 750 wapens ingenomen.

Waren dit echt vijandelijke strijders? vroeg de 27-jarige Newsweek-journalist Alec Demitri Shimkin zich dus begin jaren zeventig af. Of had de Negende Infanterie Divisie van het Amerikaanse leger Ewells parool ‘kill anything that moves’ letterlijk genomen en gewone Vietnamezen vermoord? Shimkin beet zich vast in de zaak en verdween daarna van de aardbodem. Sinds 1972 werd er niets meer van hem vernomen. In de documentaire Soldier’s Bones (90 min.) neemt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik ruim vijftig jaar later het stokje van hem over.

Aan de hand van ingelezen brieven die Alec Shimkin tijdens zijn speurwerk naar het thuisfront stuurde reconstrueert hij diens diepgravende onderzoek. Verkaik weet ook getuigen op te sporen die nader licht werpen op Operation Speedy Express. Met Shimkins zus Eleanor, verloofde Mary Ann, nicht Barbara, beste vriend Bill en enkele collega’s in Vietnam probeert hij bovendien vat te krijgen op de idealistische Amerikaanse journalist, die eerst actief was in de burgerrechtenbeweging en later besloot om de omstreden oorlog in Zuidoost-Azië te gaan verslaan.

Deze kalme en sfeervolle reis door het hedendaagse Vietnam is aangekleed met huiveringwekkende beelden uit dat zwarte verleden en wordt zo meteen een hypnotische tocht naar het ‘heart of darkness’ van de oorlog – en het hart van een jonge man die weigerde om zich neer te leggen bij oorlogsmisdaden en die ervan overtuigd raakte dat hij een belangrijk verhaal op het spoor was gekomen. ‘Death is our business’, stond er volgens Shimkin op één van de Amerikaanse helikopters, die dood en verderf zaaiden in de Mekongdelta. ‘And business is good.’

In de Verenigde Staten zat, na de commotie rond het bloedbad in het dorpje My Lai in 1968, echter niemand te wachten op nóg een voorbeeld dat de oorlog in Vietnam niet deugde. Met Alec Shimkin verdween dus ook het verhaal van Operation Speedy Express in een nooit meer te openen bureaulade, die Kasper Verkaik nu vol overtuiging openrukt.

Mariinka

Savage Film

‘Je zult nog versteld staan als we Donetsk terugveroveren’, zegt Mark over de telefoon tegen zijn broer Ruslan. ‘We gaan jullie helemaal kapot maken.’ Ruslan reageert fel. ‘Doe het dan. Ik ben die bedreigingen van jou inmiddels strontzat.’

De broers Zolotko staan recht tegenover elkaar: Mark vecht voor Oekraïne, Ruslan zit in het Russische leger. Ze hebben nog twee broers: Maksim is ernstig gewond geraakt en zit al enige tijd in een rolstoel. En Daniil is, toen ze met z’n vieren nog in een weeshuis in het Oekraïense grensstadje Mariinka (94 min.) zaten, geadopteerd door een christelijke Amerikaanse familie en gaat tegenwoordig door het leven als Samuel Scruggs.

Sam probeert de verwikkelingen in Mariinka, vijf kilometer ten zuidwesten van Donetsk, vanaf de andere kant van de wereld te volgen. Daar wordt de jonge verpleegkundige Natalia Borodynia permanent geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog, die in dit gebied al sinds 2014 woekert. Als er weer doden of gewonden zijn gevallen, probeert zij samen met collega’s, vaak tevergeefs overigens, te redden wie er te redden valt.

Nog niet zo lang geleden was Natalia een gewone tiener, die op de middelbare school genoot van dansvoorstellingen en die op weg naar bokstraining de Zolotko-broers leerde kennen. Haar beschadigde jeugdvriendin Angela Pisareva pendelt in deze film van Pieter-Jan De Pue (The Land of The Enlightened), in de loop van tien jaar gefilmd, ondertussen met allerlei smokkelwaar op en neer naar de frontlinie. Zo kan ze overleven.

Via deze jonge Oekraïners, die elk op hun eigen manier overleven, toont de Belgische filmmaker de ontmanteling van hun land, waar alles van waarde daadwerkelijk weerloos is geworden. In een aangrijpende scène treft Natalia in haar verwoeste ouderlijk huis bijvoorbeeld de brokstukken van haar vroegere leven aan: zwartgeblakerde boksmedailles, een feeërieke dansjurk en de foto van haar overleden moeder.

Behalve de grauwe werkelijkheid van opgroeien in oorlogstijd toont Mariinka in wrange poëtische sequenties, begeleid door sacrale muziek, ook wat ooit was, onderweg verloren ging en in de toekomst wellicht weer zou kunnen zijn. In een kapotgeschoten zaal danst Natalia met een medesoldaat bijvoorbeeld nog eens op haar examenbal. De werkelijkheid heeft hen ingehaald, maar het verlangen naar een normaal bestaan blijft.

Deze fraaie en aangrijpende film, geschoten op 16 mm, springt zo voortdurend op en neer in de tijd, door de formatieve jaren van jonge mensen waarmee het leven lelijke trucs heeft uitgehaald, en toont zo op diverse niveaus de totale ontwrichting die oorlog teweeg brengt.

Lost Women Of Alaska

HBO Max

Alaska is een speeltuin voor moordenaars, stelt Amber Morrison-Waters. Zij werpt zich op als woordvoerder van de daklozen in de uitgestrekte Amerikaanse staat. Vrouwen kunnen er zomaar verdwijnen. In 2019 raakte haar vriendin Cassandra Boskofsky bijvoorbeeld vermist. Amber kent nóg twee vrouwen uit Anchorage, de grootste stad van ‘The Last Frontier’, die van de aardbodem zijn verdwenen: Kathleen Jo Henry en Veronica Abouchuk. En niemand lijkt zich druk te maken over deze kwetsbare vrouwen, die aan de rafelranden van de samenleving bivakkeren.

‘Dochters, zussen, moeders, vriendinnen’, probeert de Afro-Amerikaanse actrice Octavia Spencer, de verteller van deze driedelige true crime-serie van regisseur Sara Kandasamy, hen te duiden. ‘Elke ontvoerde vrouw heeft een verhaal.’ Bij de Lost Women Of Alaska (132 min.) gaat ‘t om native Americans, inheemse vrouwen. Teruggeworpen op zichzelf zijn zij ten prooi gevallen aan verslaving, nemen ze hun toevlucht tot prostitutie en raken onderweg ook nog dakloos. Ideale prooien voor een totaal verknipte man, die als een beest tekeer gaat en tegelijk continu in controle lijkt.

Zoiets zou Jeffrey Dahmer doen, vertelt Valerie Casler, een dakloze sekswerker die op de telefoon van een klant beelden uit een kamer in het Marriott Hotel te Anchorage vindt. Die tarten elke verbeelding. De man levert zelf commentaar bij zijn horrordaden, die door Kandasamy buiten beeld worden gehouden. ‘Helaas is het in mijn films zo’, zegt hij tegen zijn slachtoffer, ‘dat iedereen doodgaat.’ Casler kopieert de beelden en levert ze af bij de politie. Ook de dienstdoende rechercheur kan zijn ogen nauwelijks geloven. ‘Voor al m’n fans’, zegt de onbekende moordenaar uiterst kil. ‘Laat een like achter.’

Deze ‘snuff movie’ brengt uiteindelijk een verdachte in beeld, ene Brian Steven Smith. Alicia Youngblood, een vrouw met wie hij een buitenechtelijke relatie had, is al eens met een melding over hem bij de politie geweest. Tegelijk blijft zijn echtgenote Stephanie Bissland pal achter hem staan. ‘Hij is mijn eten dat is aangebrand’, zegt zij cryptisch. ‘Maar het is nog steeds van mij. Ik moet het opeten.’ Is dit dan de sadistische killer? In de slotaflevering van deze schrijnende miniserie wordt die vraag beantwoord. Ook door hemzelf, in gesprek met een vertegenwoordigster van lokale sekswerkers.

Intussen zijn nog altijd niet alle verloren vrouwen van Alaska gevonden. Door een tragische speling van het lot zijn ze in de beeldvorming bij elkaar gaan horen, als slachtoffers van één enkele killer.

LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton

Maysles Films

Slechts een dikke halve eeuw geleden hadden Afro-Amerikaanse kinderen uit de Mississippi-delta in de maanden september, oktober en november nog gewoon schoolvrij, legt Reggie Barnes uit. Dan werden ze, ook al was de slavernij toch echt al bijna een eeuw afgeschaft in de Verenigde Staten, tegen een hongerloon aan het werk gezet op katoenvelden van witte landeigenaren.

Het is illustratief voor de maalstroom van armoede, misdaad en verslaving waardoor een deel van de zwarte bevolking van het Amerikaanse zuiden aan het begin van de 21e eeuw nog altijd wordt meegezogen. De oplossing zit in beter onderwijs, is de overtuiging van Barnes. Hij heeft de opdracht gekregen om het abominabele niveau van de scholen in het district Tallahatchie County op te krikken. Anders grijpt de Amerikaanse overheid in.

De legendarische documentairemaker Albert Maysles, die samen met zijn broer David de klassiekers Salesman, Gimme Shelter en Grey Gardens maakte, heeft voor LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton (90 min.), in 2002 genomineerd voor een Oscar, de handen ineen geslagen met Deborah Dickson en Susan Froemke. Zij kijken samen mee hoe de gedreven Reggie Barnes met de moed der wanhoop aan het werk gaat.

Ze sluiten ook aan bij Laura Lee Wallace, een struise Afro-Amerikaanse vrouw met, zegt ze vol trots, achtendertig kleinkinderen en ook nog eens vijftien achterkleinkinderen. Laagopgeleide mensen zoals ‘LaLee’ hebben geen cent te makken. Het kost al een godsvermogen om de kinderen, met geschikte kleding en pen en papier, überhaupt naar school te krijgen. Als alleenstaande mater familias moet zij alle zeilen bijzetten.

Via de onverzettelijke LaLee en haar soms nogal dwarsliggende nageslacht toont deze landerige film, voorzien van een lekker lome blues-soundtrack, hoe Tallahatchie nog een lange weg heeft te gaan voordat er definitief een einde is gemaakt aan wat met hedendaagse ogen toch echt derdewereldtoestanden lijken – en voordat Reggie Barnes er een adequaat functionerend schooldistrict van heeft gemaakt.

Natchez

VPRO

‘Hou je aan het script’, kreeg de Afro-Amerikaanse huiseigenaar Debbie Cosey te horen toen ze tijdens haar huizentour in Natchez (85 min.) halt hield bij een slavenverblijf en een verhaal vertelde over de tot slaaf gemaakte Dicey. Zulke verhalen zijn tegen het zere been van sommige andere eigenaren van plantagehuizen, die mensen rondleiden in het stadje in Mississippi. Natchez groeide in de 19e eeuw, met dank aan de talloze plantages, uit tot één van de welvarendste centra van het ‘Cotton Kingdom’.

Een deel van de huidige bewoners houdt graag vast aan ‘Zuidelijke sprookjes’, zoals bijvoorbeeld de folklore rond het zogeheten Pelgrimage-koningspaar: elk jaar worden daarvoor twee plaatselijke jongeren gekozen. Zij draagt dan als traditionele ‘southern belle’ een hoepelrok. Hij hijst zich in een uniform van het Geconfedereerde leger, dat in de Amerikaanse burgeroorlog streed tegen de afschaffing van de slavernij.

Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Natchez. De revenuen daarvan lopen alleen zienderogen terug. De zwarte pastor Tracy ‘Rev’ Collins, die z’n eigen Rev’s Country Tours organiseert, weet wel hoe dit komt. Millennials zitten helemaal niet te wachten op die ‘Gone With The Wind’-verhalen. Daar maakt hij dus korte metten mee. De kolossale huizen die ze om zich heen zien, vertelt Rev bijvoorbeeld aan de passagiers in zijn busje, zijn gebouwd door slaven. Tijdens z’n tour laat hij de katoenstad van zijn lelijkste kant zien.

Voor een slavenmarktmuseum gaan natuurlijk niet bij elke bewoner van Natchez de handen op elkaar, blijkt in deze documentaire van Suzannah Herbert. ‘Dat vind ik niks’, zegt buurman Gene Williams die al een bod heeft afgewezen om zijn grond te verkopen. ‘Ik was er niet bij. Niemand van ons. En anders had ik het niet gedaan.’ Einde verhaal, wil hij maar zeggen. Net als het neerhalen van al die standbeelden van geconfedereerde generaals, een ander actueel thema in het zuiden van de Verenigde Staten.

Als de geschiedenis wordt herschreven, is het nu eenmaal onvermijdelijk dat de (voormalige) winnaars vasthouden aan hun eigen rozige versie van dat verleden of in het verzet komen – zeker als ze ook in hun portemonnee worden geraakt. Via enkele zorgvuldig gekozen hoofdpersonen toont Herbert die barsten in de gemeenschap: waar de één erkenning wil voor historische misstanden en een ander zich daarvoor best wil openstellen, houden sommige inwoners van Natchez stug vast aan hoe het ooit was.

En als die zich onder elkaar wanen in één van die statige herenhuizen, zo wordt pijnlijk duidelijk in de apotheose van deze scherpe zedenschets van de ‘Deep South’, kan zelfs die ene, allang in onbruik geraakte term, onder het mom van een grapje natuurlijk, als de façade even niet hoeft te worden opgehouden, zomaar weer van stal worden gehaald: ni**er. Dat went gelukkig nooit meer.

Mondri(a)an – En Route To New York

Cinema Delicatessen / Mokum

Dear Holtzman, begint Piet Mondriaan (1872-1944) zijn post aan de Amerikaanse kunstenaar Harry Holtzman, met wie hij in Parijs bevriend is geraakt. Vanaf 1937 stuurt de Nederlandse schilder regelmatig brieven aan zijn geestverwant, die nu als onderlegger fungeren voor de documentaire Mondri(a)an– En Route To New York (72 min.) van regisseur Pim Zwier, die eerder films maakte met een vergelijkbare opzet: O, Eieren Verzamelen In Weerwil Van De Tijd (2021) en Metamofose (2023).

Mondri(a)aan bevat opnieuw een persoonlijke voice-over van het hoofdpersonage, ditmaal ingesproken door de acteur Peter Bolhuis, maar heeft verder wel een geheel eigen toonzetting, ritme en kleurstelling en is eerder te vergelijken met een recente archieffilm zoals Nesjomme. Het dagelijks leven van eind jaren dertig en de grote gebeurtenissen van die tijd, vervat in ‘found footage’ dat geheel in (de) stijl wordt uitgespeeld, lekken door naar de persoonlijke geschriften van de kunstenaar.

‘Dear Holtzman, until now I was able to work quietly in Paris, but now I will probably be chased away from here when war breaks out’, schrijft Piet Mondriaan op 9 september 1938 bijvoorbeeld tamelijk vormelijk aan zijn Amerikaanse vriend. ‘I should like to come to New York and rent a room. A studio would be too expensive. In order to enter America it is necessary for me to have an invitation from a friend there. Therefore I’m asking you to send me this invitation, so that I can show this invitation on entry.’ 

Holtzmans antwoorden ontbreken in deze documentaire. Uit Mondriaans brieven spreekt echter dat hij nog altijd volledig wordt opgeslokt door zijn werk. Dat vertrek naar Amerika wordt dus steeds uitgesteld en zal uiteindelijk pas na een tussenstop in het door de nazi’s geteisterde Londen alsnog gestalte krijgen. Tot 1 februari 1944 werkt Piet Mondriaan in zijn New Yorkse studio. Nadat hij aan een longontsteking overlijdt, fotografeert Harry Holzman daar zijn laatste werk, Victory Boogie Woogie.

Voor Zwier is vorm inhoud in deze gestileerde film. Mondriaans kunst vormt dus een integraal onderdeel van de vertelling, met veel gebruik van split screen, een straffe vlakverdeling en uitgekiend gebruik van lijnen en vlakken in primaire kleuren. Tegelijkertijd is deze film, ondanks ’s Mondriaans opspelende gezondheidsproblemen en de wild om zich heen grijpende Tweede Wereldoorlog, eerder een intellectuele en artistieke exercitie geworden dan een hartveroverend persoonlijk verhaal.

The New Yorker At 100

Netflix

Al honderd jaar kan Ons Soort Mensen blind varen op The New Yorker, de plek voor baanbrekende onderzoeksjournalistiek, briljante korte verhalen, geestige columns, gezaghebbende recensies en nét iets te slimme cartoons. En daar zijn ze bij het New Yorkse opinieblad niet een klein beetje trots op ook. Samen maken ze niets minder dan hét tijdschrift voor de Amerikaanse elite. Herstel: de élite.

Bij zo’n jubileum hoort een documentaire waarin de historie wordt geëerd, successen nog eens worden gevierd en de eigen relevantie opnieuw, natuurlijk ten overvloede, wordt aangetoond. Die is er nu: The New Yorker At 100 (97 min.), een film van een gerespecteerde regisseur, Marshall Curry, die bovendien is ingesproken door een bekendheid die uitstekend aansluit bij de doelgroep, actrice Julianne Moore.

Verder steken trouwe lezers zoals Sarah Jessica Parker, Jon Hamm, Molly Ringwald en Jesse Eisenberg de loftrompet over het blad dat dwars tegen de tijdgeest in – en bepaald niet zonder succes – Intellectueel Amerika blijft bedienen. De huidige redactie onder leiding van David Remnick, sinds 1998 aan het roer als pas de vijfde hoofdredacteur in honderd jaar, toont bovendien hoe het jubileumnummer van februari 2025 tot stand komt.

Curry stuurt vaardig op en neer tussen heden en verleden en houdt daarbij ook halt bij enkele beeldbepalende publicaties en figuren – John Herseys essay over overlevenden van ‘Hiroshima’, de omstreden true crime-klassieker In Cold Blood van Truman Capote en Ronan Farrows #metoo-onthullingen over filmproducent Harvey Weinstein bijvoorbeeld – maar heel veel meer dan een vermakelijke terugblik en stavaza wordt dit nooit.  

The New Yorker At 100 doet ‘t vermoedelijk uitstekend bij Ons Soort Mensen, tijdens de onvermijdelijke festiviteiten ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan. Als artistiek verantwoorde zelffelicitatie, netjes ingebed in de democratische crisis waarin de VS zich nu bevinden en de pers nogal eens tot vijand van het volk wordt verklaard. En als stevige bodem voor de drankjes en hapjes die dan, al even onvermijdelijk, nog zullen volgen.

The Carman Family Deaths

Netflix

Tragisch ongeluk of gecalculeerde moord? Zo’n vraag stellen bij een true crimeproductie is hem doorgaans ook beantwoorden: een geraffineerde misdaad dus, liefst gepleegd door een diabolische killer.

In dit geval gaat het bovendien om een verdachte met een autismespectrumstoornis. De 22-jarige Nathan Carman raakte in 2016 tijdens een vistripje met zijn moeder Linda vermist op zee. Na zes dagen staakte de Amerikaanse kustwacht z’n onderzoek. Twee dagen later, na acht dagen op de Atlantische Oceaan, werd Nathan alsnog gevonden op een opblaasbaar reddingsvlot. Hij had op wonderbaarlijke wijze een ramp overleefd.

Wat een heroïsch verhaal leek te gaan worden, mondde echter al snel uit in een rechercheonderzoek. Want waar was zijn moeder? En wat hadden de aantekeningen die werden aangetroffen in zijn huis, waarin Nathan zich al vóór hun vertrek leek voor te bereiden op een politieverhoor, eigenlijk te betekenen? Hoe onschuldig was dit ongeluk in werkelijkheid? Regisseur Yon Motskin diept de spraakmakende zaak vaardig uit.

De titel The Carman Family Deaths (90 min.) is bovendien niet voor niets in het meervoud gesteld. In de Carman-familie was er nóg een verdacht sterfgeval. Drie jaar eerder, op vrijdag 20 december 2013, werd Nathans 87-jarige opa thuis dood aangetroffen.  John Chakalos – voor het laatste gezien door… juist – bleek in koelen bloede te zijn doodgeschoten. Hij liet een erfenis na van zo’n 42 miljoen dollar.

Motskin pelt dit verhaal niet alleen met de gebruikelijke detectives en journalisten en een autismedeskundige af, maar vraagt ook Nathans vader Clark, zijn tante Charlene Gallagher en neef Charles Lapenna om de achtergronden te schetsen van de ‘Griekse dynastie’ die Nathan Carman heeft voortgebracht en de twee tragische sterfgevallen die aan hem worden toegeschreven van enige context en nuance te voorzien.

Zo ontvouwt zich stapsgewijs, met de gebruikelijke onthullingen en onverwachte afslagen, een compleet beeld van de achtergronden van de Carman-doden, die dus inderdaad – voor het geval dat nog een vraag mocht zijn – allebei géén ongeluk lijken te zijn.

Thoughts & Prayers

HBO Max

Never waste a good crisis! Al die dodelijke schietpartijen op Amerikaanse scholen – waar in wezen natuurlijk helemaal niemand op zit te wachten – hebben inmiddels wel voor een bruisende nieuwe bedrijfstak gezorgd. In de ‘active shooter preparedness industry’ gaat tegenwoordig al gauw drie miljard dollar om.

Vol verve brengen typisch Amerikaanse mannen – doorgaans oud-politiemensen, veteranen en handige ondernemers – hun nieuwe technologie, trainingsprogramma’s en producten aan de onderwijzer, leerling en ouder. Een door de overheid aanbevolen active shooter-game bijvoorbeeld. Skateboards, klaptafels en rugzakken die kunnen worden ingezet als kogelwerende barrière. En een robot als een valse aanvalshond.

Er moet natuurlijk ook massaal worden getraind – en geschoten – in deze volvette film van Zackary Canepari en Jessica Dimmock, die dezelfde branche opzoekt als de documentaires Bulletproof en The Bad Guy. En daarvoor zijn dan weer plastic machinegeweren, zelfklevende nepwonden en andere hebbedingetjes nodig. Want er is blijkbaar behoefte aan. En wie zijn deze ondernemers dan om daar niet aan te voldoen?

De boodschap is duidelijk en wordt er met behulp van gestileerde beelden, erg bombastische muziek en veelvuldig gebruik van slow motion vol verve ingeramd. Tussendoor vertellen Amerikaanse kinderen en tieners hoe zij kijken naar de industrie waarvoor zij een belangrijk, ja, doelwit zijn – en de huiveringwekkende wereld, van zeer reëel gevaar en een al even echte angstcultuur, die daarachter schuilgaat.

Soms lijken zij precies te verwoorden wat de filmmakers met deze docu willen zeggen. Als de voormalige groene baret Thrasher bijvoorbeeld heeft verteld dat al die ‘school shootings’ helemaal niets te maken hebben met het bezit van (automatische) wapens in de Verenigde Staten en alles met de mentaliteit van de mensen, faden Canepari en Dimmock hem weg en geven het woord aan een bedachtzaam tienermeisje.

Veel mensen vinden hun eigen recht om een wapen te bezitten het allerbelangrijkst, stelt zij verontwaardigd. ‘Dus mij een zorg als jij in je klas wordt neergeschoten.’ Haar klasgenoot, die naast haar in het lokaal heeft plaatsgenomen, benadrukt vervolgens nog maar eens hoe zijn land daarmee afwijkt van de rest van de wereld: ‘Het is de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen in dit land. Dat is toch absurd.’

En die absurditeit is precies wat deze documentaire nog eens vol in de schijnwerper wil zetten. Ten overvloede, zou je kunnen zeggen. Alleen de politici, die categorisch weigeren om iets te doen aan ‘school shootings’ en die elke nieuwe wapenwet torpederen, schitteren ditmaal door afwezigheid. Terwijl dat er nog maar aan ontbrak: hun obligate, schijnheilige en volstrekt gratuite Thoughts & Prayers (84 min.).

Flana

Karada Films

Waar is mijn vriendin? Ruim twintig jaar na dato vraagt de Iraakse actrice en filmmaakster Zahraa Ghandour zich dit nog altijd af. Haar tienjarige buurmeisje Nour werd in 2001 huilend meegenomen. Zahraa zag ’t door een raam van de huiskamer gebeuren. Ze heeft haar sindsdien nooit meer gezien. Nour is een Flana (87 min.) geworden. Een vergeten, naamloze vrouw.

Samen met haar ongetrouwde tante Hayat, een vroedvrouw die zowel Nour als haar ter wereld heeft gebracht, buigt de Iraakse filmmaakster zich in deze persoonlijke film over waarom meisjes en vrouwen zo weinig waarde lijken te hebben in Irak. Aanstaande ouders hopen met heel hun hart op een jongetje. Een meisje wordt doorgaans met stilzwijgen begroet. Een gevoel van verwrongen rouw.

Nour werd geboren bij Hayat thuis. ‘Toen haar moeder aan het bevallen was, vertelde ze dat haar echtgenoot tegen haar had gezegd: als je een meisje krijgt, kom dan niet bij me terug’, herinnert tante zich. ‘Dan scheid ik van je.’ En dus liet ze het kind achter bij Hayat, met de belofte dat zij snel zou worden opgehaald. Niet dus. Toen een kinderloos stel later het geschrei van Nour hoorde, wilde dat de baby adopteren.

Daarmee was het leed echter nog niet geleden. Uiteindelijk verdween van Nour dus elk spoor. In de zoektocht naar haar vriendin stuit Ghandour op een andere beschadigde vrouw. Laïla. Net als andere ‘flana’ heeft zij de koude schouder van het huidige Irak leren kennen. Ooit konden vrouwen er frank en vrij leven, weet tante Hayat zich nog te herinneren. Maar ergens onderweg is hun land veranderd.

Ghandour begeleidt haar tocht door die vijandige wereld met een persoonlijke voice-over, gericht aan Nour. ‘Ik blijf zoeken’, zegt ze bijvoorbeeld, bij beelden van meisjes die voor contant geld lijken te dansen. ‘Ik vind anderen. Slachtoffers. Die zichzelf elke nacht verliezen in deze geschifte stad.’ Ze noemt ze bij naam: ‘Dalia. Raghad. Duha. Mariam. Aya. Mery. Lina. Zainab. Hiba. Te veel om op te noemen.’

Met haar geladen film vraagt Ghandour aandacht voor alle naamloze vrouwen, die tussen de kieren van deze patriarchale samenleving verdwijnen. Elke week wordt er ook wel één meisje vermoord. En als de dader een mannelijk familielid blijkt te zijn, kan die zowaar z’n straf ontlopen. Ongedocumenteerde meisjes zoals Nour kunnen dus ook ineens verdwijnen. Zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Vendredi Noir

France TV

‘Zou je bereid zijn om de video te bekijken die ik op de avond van de aanval heb opgenomen?’ vraagt Daniel Psenny aan enkele overlevenden van de moordpartij in de Bataclan op 13 november 2015. Toen drie terroristen in de Parijse rockclub het vuur openden op fans van de Amerikaanse band Eagles Of Death Metal, pakte de Franse journalist, destijds werkzaam bij de krant Le Monde, zijn mobiele telefoon en registreerde vanuit zijn raam de paniek op straat.

Zeven mensen die hij toen filmde hebben nu tegenover hem plaatsgenomen. Ze zuchten eens, slikken hun emotie weg en halen nog een keer diep adem. Voordat ze inderdaad Psenny’s tablet aanpakken en de gruwelijke gebeurtenissen, die ze vast al zo vaak voor hun geestesoog hebben gezien, nog eens de revue laten passeren. 131 doden vielen er te betreuren na de aanslagen op deze klassieke vrijdag de 13e. En nog eens ruim 350 mensen raakten gewond.

Psenny’s huiveringwekkende beeldmateriaal woelt alle emoties van die fatale avond weer los. Vendredi Noir (53 min.), de indringende film die Daniel Psenny nu heeft gemaakt met Franck Zahler, gaat daarna terug naar het concert. Om 21.47 uur klinkt er ineens geweervuur in de Bataclan. De Eagles Of Death Metal verlaten daarna halsoverkop het podium. Hun publiek kijkt de dood echter in de ogen – al duurt het even voordat iedereen zich dat realiseert.

Stapsgewijs lopen de Bataclanners opnieuw de tragische gebeurtenissen langs op die inktzwarte vrijdag, waarop Psenny hen nog te hulp schoot en zelf ook ernstig gewond raakte. Ze zijn stuk voor stuk door het oog van de naald gekropen, realiseren ze zich, ontkomen aan de Kalasjnikovs van drie nietsontziende terroristen. Die hebben een drama veroorzaakt dat tien jaar na dato nog altijd voortleeft in de harten van de mensen die ze destijds niet raakten.

Vendredi Noir roept deze tragische avond waarop hun leven veranderde – en dat van anderen in een horrorverhaal eindigde – nog eens op alsof ’t dag van gisteren was.

Monikondee

Cinema Delicatessen

Met zijn motorboot bevaart Boggi Josef Adijontoe, alias ‘Boogie’, de Marowijne-rivier. Die markeert de grens tussen Suriname en Frans Guyana. Boogie bevoorraadt inheemse en Marron-gemeenschappen, die al sinds mensenheugenis aan de rivier wonen. Zij hebben het kapitalisme heel lang op afstand weten te houden, maar worden door overstromingen, droogte en vervuiling alsmaar afhankelijker van de aanvoer van elementaire goederen.

Bootsman Boogie is onderdeel van deze dynamiek. Met zijn korjaal van achttien meter voert hij bijvoorbeeld ook olievaten aan voor goudzoekers. Die kwamen enige tijd geleden en masse vanuit Brazilië. Zoals eerder Amerikaanse missionarissen en Chinezen al aanmeerden in het Marron-gebied. En deze nieuwkomers jagen, vissen, kappen bomen, zoeken vertier en dumpen afval in het water. Het regenwoudgebied is veranderd in ‘Geldland’, Monikondee (103 min.). ‘Sinds we geld zijn gaan gebruiken’, zegt een plaatselijke vrouw treffend, ‘delen we minder met elkaar.’

Tolin Alexander, Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan volgen Boogie tijdens z’n tochten naar het Surinaamse binnenland, als hij zijn boot door het verraderlijke water stuurt. Onderweg ontmoet hij vertegenwoordigers van plaatselijke gemeenschappen, voert met hen tamelijk vormelijke onderhandelingen en luistert naar hun monologen en liederen. Zo ontstaat een fraaie synthese van documentaire, poëzie en theater. Een logische voortzetting ook van hun vorige film Stones Have Laws (2019), die eveneens in nauwe samenwerking met de hoofdpersonen is gemaakt.

Tussendoor laat de nijvere bootsman, een plaatselijke variant op de pakketbezorger of truckchauffeur, zijn gedachten de vrije loop over het heden en verleden van zijn gemeenschap. Boogie beschouwt zichzelf als een ‘Fiiman’, een vrije man. Zijn voorouders sloten in 1760 als eerste vrede met de Nederlanders die zich in Suriname hadden gemeld. ‘Maar je weet hoe de witte mannen zijn: een overeenkomst duurt net zo lang als dat zij er voordeel van hebben’, zegt hij mismoedig. ‘Toen er goud werd gevonden, vergaten ze de overeenkomst.’

Kalm en trefzeker ontsluiten Alexander, Van Brummelen en De Haan via Boogie de leefwereld van de volkeren in het Surinaamse regenwoud, waarbij de interactie van de bootsman met de mensen die hij onderweg ontmoet soms wel erg geënsceneerd aandoet. Dit geldt overigens ook voor het plot waarmee de oogstrelende film naar z’n climax wordt gestuurd: Boogie wordt door zijn clanleiders opgeroepen om in Diitabiki, bij de Tapanahony-rivier, te verschijnen. Daar gaan zij een conflict afhandelen waarin zijn goud winnende neef verzeild is geraakt.

De boodschap van Monikondee is dan allang helder: van deze ‘vooruitgang’ wordt lang niet iedereen beter. 

Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier

Dieptescherpte

De twee tegenpolen vormden een onwaarschijnlijk duo. De gevierde Amerikaanse beatnik-schrijver Paul Bowles (The Sheltering Sky) en de eenvoudige Marokkaanse straatjongen Mohammed Mrabet. Ze ontmoetten elkaar in de jaren zestig te Tanger, destijds een vrijhaven voor westerse schrijvers en kunstenaars. Bowles begon daar de verhalen die Mrabet zo zwierig vertelde vast te leggen op papier. Zo maakte hij van de Marokkaanse visserszoon de eerste analfabeet met veertien boeken op zijn naam.

Voor de Marokkaans-Nederlandse documentairemaker Nordin Lasfar, in Amsterdam opgegroeid in ‘een huis zonder boeken’, veranderden die boeken zijn leven. Net als andere Bowles-adepten ondernam hij als jongeling de reis naar Tanger, om zijn favoriete auteur met een bezoek te vereren. Lasfar leerde toen tevens Mohammed Mrabet kennen, die hij nu voor de documentaire Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier (93 min.) opnieuw opzoekt in een kamer vol cassettebandjes met verhalen.

En de oude verteller kan ook nog altijd gewoon uit zijn hoofd putten. Zijn magisch-realistische verhalen zijn voor deze film bovendien met behulp van AI vertaald naar zinnenprikkelende beelden. Van een sprekende vis van wel 150 kilo tot een kolossale watermeloen met een deur erin. ‘Of zijn verhalen waar zijn’, vraagt Lasfar hem onderweg. ‘Wie erin wil geloven, zal erin geloven’, antwoordt de verteller. ‘En wie dat niet doet, zal worden meegenomen door de wind.’ Waarna hij demonstratief zijn handen afklopt.

De vriendschap van Mrabet en Bowles kon floreren op de grens van twee culturen: de traditionele westerse literatuur versus de mondelinge Marokkaanse traditie. De Amerikaanse schrijver kon zich daarmee volzuigen, terwijl de jongen uit Tanger via hem de rest van de wereld kon bereiken. Tegelijkertijd had hun verhouding onmiskenbaar een koloniaal karakter. ‘Hij hield niet van Marokko of Marokkaanse mensen’, vertelt de plaatselijke café-eigenaar Karim Ghailam over Bowles. ‘Hij hield alleen van zichzelf.’

Paul Bowles noemde Mohammed Mrabet zelfs eens ‘the evil one’. En die heeft zelf ook zo z’n grieven, blijkt als Lasfars film vordert. ‘Die westerling ontwikkelde zich tot mijn grootste vijand’, zegt hij bitter. Bowles zou zijn verhalen hebben gestolen en nooit royalty’s aan hem hebben betaald. Andere leden van de kunstenaarskolonie in Tanger weerspreken dit en betitelen Mrabet als onbetrouwbaar. En dat verbinden ze meteen aan de cultuur waaruit hij voortkomt. Die zou van leugens en fantasie aan elkaar hangen.

Geduldig pelt Nordin Lasfar de gecompliceerde relatie tussen Bowles en Mrabet af, schetst zo de botsende werelden waarvan zij een representant zijn en belicht ook de schrijnende ongelijkheid die daarbij voortdurend een rol speelt. Één vraag hangt intussen voortdurend boven de markt: van wie zijn die verhalen eigenlijk? ‘Wat betekent ’t als een stem gehoord wordt, maar via de pen van een ander?’ vraagt Lasfar zich hardop af. ‘Wat betekent ’t als je niet gehoord wordt zonder de pen van de ander?’