Who Is Ghislaine Maxwell?

Starz

Van de ene ploert naar de andere. Dat is oppervlakkig beschouwd de portee van Ghislaine Maxwells turbulente levensverhaal. Eerst diende ze zich te verhouden tot haar vader Robert Maxwell, eigenaar van diverse Britse kranten en een onvervalste potentaat die regelmatig een loopje nam met de wet. Daarna volgde Jeffrey Epstein, een man die nooit genoeg kreeg van (te) jonge meisjes, minimaal drie orgasmes per dag wilde hebben en ook haar ondergang, eind 2021 vervat in een gevangenisstraf van twintig jaar, zou inluiden.

Daarmee wordt zij, het Britse elitemeisje dat Epsteins partner in crime was geworden, echter schromelijk tekort gedaan, getuige de driedelige docuserie Who Is Ghislaine Maxwell? (140 min.) van Erica Gornall. Ghislaine was een essentieel instrument in hun verwrongen stiel. Zij fungeerde als vaardige ronselaar die de stroom ontheemde tieners op gang hield en die hen, als een verknipte moederfiguur, een soort schijnzekerheid bood binnen het ‘seksueel piramidespel’ dat ze, zonder dat zij het doorhadden, speelden. Zodat Jeffrey, z’n (bekende) vrinden én zijzelf hun gang konden gaan.

‘Hij had een aandachtsspanne van drie seconden’, vertelde Epsteins voormalige vriend Stuart Pivar eens aan de Amerikaanse journalist Leland Nally, die het netwerk van Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell in kaart probeerde te brengen en minutieus alle namen in hun beruchte zwarte boekje nabelde. Volgens Pivar leed Epstein aan satyriasis, de mannelijke tegenhanger van nymfomanie. ‘Hij onderbrak gesprekken en veranderde van onderwerp’, illustreert hij ’s mans onophoudelijke geslachtsdrift. ‘Dan zei hij: Wat heeft dat met kutjes te maken?’

Op hun eigen – echt waar! – Maagdeneilanden ontvingen Epstein en Mawell behalve tienermeisjes ook de machtigen der aarde, weet het eikenhouten beheerdersechtpaar Miles en Cathy Alexander, dat in deze miniserie voor het eerst z’n verhaal doet. Ghislaine was bijvoorbeeld ‘heel hecht’ met de in opspraak geraakte Britse prins Andrew. Met alle gevolgen van dien. Verder komen studiegenoten, medewerkers, kennissen, collega’s, een lid van Maxwells voormalige schoonfamilie en natuurlijk de slachtoffers en hun advocaten aan het woord.

Tezamen ontsluiten zij het inmiddels welbekende verhaal van de charmante, wereldse en berekenende vrouw, die jarenlang een handel in minderjarige meisjes bestierde en die zich ondertussen doodleuk het imago van milieuactivist aanmat. Een verhaal ook over hoe de mondiale elite steeds met alles lijkt weg te komen. De serie toont tevens hoe Maxwell als het doek is gevallen uiterlijk onbewogen haar publieke ontmaskering en de navolgende juridische stappen ondergaat. Alsof ze zich eigenlijk niet kan voorstellen dat dit haar, en mensen zoals zij, kan overkomen.

‘Ze moeten zich schamen’, zegt Gretchen Rhodes, één van de ‘overlevers’, heel treffend over het collectieve verdriet van de slachtoffers van Maxwell en Epstein. ‘Zíj moeten zich schamen.’ Ze heeft even een ogenblik nodig om haar emotie weg te slikken. ‘En niet ik.’

Zoals dat tegenwoordig gaat met tot de verbeelding sprekende schandalen zijn aan Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell inmiddels meerdere documentaireseries gewijd. Van Jeffrey Epstein: Filthy Rich en Surviving Jeffrey Epstein over hem tot Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell, Ghislaine Maxwell: Filthy Rich en Ghislaine: Partner In Crime over haar.

De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar

Videoland

‘Hoe erg het ook is en hoe groot de koppen in de krant ook zijn, ik kan mezelf niet stoppen’, stelt Michel Stokx, via teksten die zijn gebaseerd op officiële politieverslagen en ingesproken door stemacteur Alexander van Breemen. ‘Ik kan niet zeggen: het is nu één keer gebeurd en nu ben ik er vanaf. Dat bestaat niet. Als het weer wat rustiger wordt, komt de drang weer opzetten. Dat kan een maand of een jaar duren, maar terugkomen doet het.’

Terwijl de Belgische trucker, die al enige tijd in Nederland woont, aan het woord is, zijn in beeld krantenartikelen te zien. ‘Verdachte zaak Jessica Laven verdacht van tweede moord’ bijvoorbeeld. Of: ‘Team-Jessica kijkt ook naar verjaarde zaken.’ En: ‘Onderzoek naar meer kindermoorden.’ Het is duidelijk: hier is een heus monster aan het woord, een lage landen-variant op beruchte seriemoordenaars zoals Ted Bundy, Dennis Nilsen of John Wayne Gacy.

En net als zijn Amerikaanse ‘vakbroeders’ heeft Stokx nu zijn eigen documentaire gekregen: de driedelige serie De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar (74 min.). Regisseur Flynn von Kleist heeft daarvan een klassieke true crime-productie gemaakt, compleet met duistere re-enactments, slinkse tijdssprongen én intrigerende verklaringen van de dader zelf, die worden vergezeld door close-up beelden van draaiende geluidsbanden.

‘s Mans gruweldaden worden belicht via nieuwsreportages en televisieprogramma’s (Crimetime bijvoorbeeld) en van context voorzien door onder anderen zijn advocaat, een oud-collega, de leider van het politieonderzoek en een Vlaamse daderprofiler. Ook de ouders van Cheryl Morriën en Nathalie Geijsbregts, die al tientallen jaren worden vermist en mogelijk ten prooi zijn gevallen aan Stokx, komen aan het woord. Zij willen zekerheid over wat er met hun kind is gebeurd.

Von Kleist introduceert verder de (geanonimiseerde) dochter van Michel Stokx. Zij worstelt met de loodzware erfenis van haar vader, een op het eerste gezicht heel aardige man die nochtans is veroordeeld voor drie kindermoorden en bovendien in verband wordt gebracht met nog enkele tientallen andere verdwijningen. De eventuele details daarover heeft hij in 2001 alleen mee het graf ingenomen. Zo ‘leeft’ de kinderlokker nu alweer twintig jaar voort, als verdachte in talloze cold cases.

In deze straffe serie worden de archetypische psychopaat en zijn modus operandi vakkundig en met de nodige visuele bravoure tegen het licht gehouden. Net als beruchte ‘collega’s’ zoals The Night Stalker, Son Of Sam en The Golden State Killer heeft hij zelfs een typische seriemoordenaarsnaam toebedeeld gekregen: De Sneeuwman. Het wordt alleen niet helemaal duidelijk waar die op is gebaseerd. Of is-ie vooral bedoeld om bij te dragen aan de mythevorming van Michel S.?

De DocUpdater

The Lost Leonardo

Nog geen 1200 dollar betaalden kunstjager Alexander Parish en handelaar Robert Simon in 2005 voor het schilderij dat ze aantroffen bij een veiling in New Orleans. Zou het van een leerling van Leonardo da Vinci kunnen zijn? Of zelfs – de twee durven er nauwelijks over te speculeren – een werk van de meester zelf? Dat lijkt vrijwel onmogelijk. Er is al ruim een eeuw geen échte Leonardo meer ontdekt. Bovendien blijft de herkomst van dit werk, dat rond 1500 moet zijn gemaakt, erg onduidelijk. Waar zou de Salvator Mundi dan al die tijd zijn geweest?

Al snel ontstaat er strijd rond The Lost Leonardo (100 min.). Allereerst over de authenticiteit van het schilderij, vervolgens over de verhandeling ervan. Daarbij komen de slinks opererende Zwitserse handelaar Yves Bouvier en de Russische oligarch Dmitry Rybolovlev, die zeker vijftig miljoen te veel lijkt te betalen voor het werk, bijvoorbeeld recht tegenover elkaar te staan. En als de Rus het schilderij van Da Vinci vervolgens in 2017 aanbiedt via veilinghuis Christie’s, gepresenteerd als ‘De Mannelijke Mona Lisa’, komt er nog een veel hogere prijs op tafel: 450 miljoen dollar.

Met direct betrokkenen, kunstkenners, handelaren, verzamelaars en Dianne Modestini, de restaurateur van ‘De verlosser van de wereld’, ontleedt documentairemaker Andreas Koefoed tot in detail de gekte, het opportunisme en de hebzucht rond het herontdekte meesterwerk, dat uiteindelijk in dubieuze private handen belandt. En zelfs dan blijft de vraag opspelen of het wel een echte Da Vinci is. Kenners van het wonderkind van de Italiaanse Renaissance kunnen het daar maar niet over eens worden.

Daarmee begeeft Koefoed zich met zichtbaar plezier op hetzelfde terrein als Oeke Hoogendijk in Mijn Rembrandt. Die film komt alleen nóg dichter bij de hoofdrolspelers en het bijbehorende upperclass-milieu en beziet de verwikkelingen bovendien met veel ironie. The Lost Leonardo heeft dan weer meer een politieke dimensie. Uiteindelijk wordt de Salvator Mundi onderdeel van een internationaal spel dat de onnavolgbare kunsthandel, die hier weer genadeloos te kijk wordt gezet, zonder moeite ontstijgt. En dan is het omstreden schilderij ineens ook weer verdwenen…

Een Porseleinen Huwelijk

ICU Documentaires

Achter de traan van Maxima, waarmee op zaterdag 2 februari 2002 haar huwelijk met de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander officieus werd bezegeld, gaat een gevoelige kwestie schuil. Dat was natuurlijk al bekend. Omdat hij jarenlang deel uitmaakte van het schrikbewind van de Argentijnse dictator Videla, mocht Maxima’s vader Jorge Zorreguieta destijds niet aanwezig zijn bij de officiële huwelijksplechtigheid. Dit had de Nederlandse topdiplomaat Max van der Stoel, in opdracht van de toenmalige premier Wim Kok, hoogstpersoonlijk uitonderhandeld.

Toch is het complete verhaal daarmee niet verteld. De vierdelige documentaireserie Een Porseleinen Huwelijk (200 min.), een nauwgezette journalistieke ‘reconstructie van een koningsdrama’, bevat nog enkele saillante onthullingen. Martin Maat en Hans Hermans hebben de hand weten te leggen op handgeschreven aantekeningen van Van der Stoel en spreken met zijn zoon Scipio, die hij destijds in vertrouwen nam over zijn bevindingen. Zo kunnen ze achter de schermen kijken bij deze gevoelige kwestie, die dreigde uit te monden in een constitutionele crisis.

Maat en Hermans hebben sowieso een imposante lijst bronnen voor de camera gekregen. Behalve Van der Stoel komen bijvoorbeeld ook toenmalig PvdA-fractievoorzitter en Kok-confidant Ad Melkert, hoogleraar Michiel Baud (die onderzoek deed naar Zorreguieta’s rol tijdens de dictatuur), de Nederlandse correspondent Jan Thielen (die meermaals met de vader van Maxima sprak), de Argentijnse grootgrondbezitter Mauricio Goyenechea (een huisvriend van de Zorreguieta’s) en Nederlandse Videla-opponenten als Frits Barend en Freek de Jonge aan het woord.

Zo wordt het schaakspel achter de coulissen zichtbaar – letterlijk verbeeld met een bord en stukken – maar wordt ook het drama daarachter invoelbaar gemaakt. De verschrikkingen van de Argentijnse dictatuur komen tot leven via interviews met de 95-jarige Delia Giavanola, één van de oprichters van De Dwaze Moeders die jarenlang op La Plaza de Mayo in Buenos Aires aandacht vroegen voor hun verdwenen kinderen, en haar kleinzoon Martín, die na de moord op zijn ouders in het geheim ter adoptie is aangeboden en pas onlangs met zijn hoogbejaarde oma werd herenigd.

Een Porseleinen Huwelijk zoomt tevens in op de juridische stappen die destijds werden gezet tegen Jorge Zorreguieta. Nadat de strafkamer van het gerechtshof Amsterdam in het najaar van 2000 had bepaald dat de Surinaamse leider Desi Bouterse in Nederland kon worden vervolgd voor de zogenaamde Decembermoorden, leek ook een rechtsgang tegen Zorreguieta hier ineens tot de mogelijkheid te behoren. De poging van enkele Nederlandse advocaten om Maxima’s vader namens slachtoffers van het Videla-regime te vervolgen, zou evenwel rigoureus worden gedwarsboomd.

Minutieus ontleden Martin Maat en Hans Hermans in deze boeiende miniserie alle aspecten van De Kwestie Zorreguieta, een zaak die twintig jaar geleden heel Nederland – en half Argentinië – in zijn greep hield. Totdat ons land echt kennismaakte met de bevallige echtgenote van de toekomstige koning en op het moment suprême, tijdens de huwelijksvoltrekking in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, die ontzettend mediagenieke traan over haar wang biggelde. Daarmee werd in zekere zin niet alleen haar huwelijk bezegeld, maar ook de affaire die daarmee verbonden dreigde te raken.

Volksvertreter

Norbert Kleinwächter en jonge fans / IDFA

‘Nou, je ging wel lekker tekeer’, zegt de cameraman van dienst tegen AfD-parlementslid Norbert Kleinwächter, die zojuist voor een campagnefilmpje met gevouwen handen op zijn knieën is gegaan. ‘Als je iets wilt bereiken binnen de CDU’, riep Kleinwächter erbij, ‘moet je op je knieën gaan en de godheid Merkel bedanken!’ De cameraman vraagt of hij het filmpje misschien wil terugkijken. ‘Ik wil zien hoe ik uit mijn dak ga’, antwoordt de Duitse politicus, die opvallend snel weer is afgekoeld. ‘Je ging inderdaad helemaal uit je plaat’, constateert de cameraman verbaasd. ‘Het deed me een beetje aan Hitler denken.’

Die associatie proberen Kleinwächter en zijn partijgenoten van de rechts-populistische politieke partij Alternative für Deutschland natuurlijk koste wat het kost te vermijden. Toch is de vergelijking met het nationaalsocialisme nooit ver weg in de observerende documentaire Volksvertreter (Engelse titel: The Voice Of The People, 96 min.), waarvoor documentairemaker Andreas Wilcke drie jaar lang vier parlementariërs van de omstreden AfD heeft gevolgd. Is het niet doordat één van hen publiekelijk wordt uitgemaakt voor nazi, dan is het wel doordat ze zich er intern over beklagen dat die link voortdurend – en in hun ogen ten onrechte – wordt gelegd.

Beeldvorming is werkelijk alles, toont Wilcke, die zijn ogen op de bal houdt bij partijbijeenkomsten, mediatrainingen en interne verkiezingen en zich verder zelf onthoudt van commentaar. Bij hoe de partijleden elk onderwerp benaderen én bij hoe zijzelf door de buitenwereld, de pers in het bijzonder, worden benaderd. ‘De strijd is niet voorbij’, waarschuwt partijleider Alexander Gauland niet voor niets als de AfD bij de verkiezingen van 2017 de derde partij in de Bundestag is geworden, het startpunt van deze documentaire. ‘Ze zullen alles doen om ons als rechts-extremisten neer te zetten. Als je je vreugde over de verkiezingsuitslag wilt uitdrukken, doe het dan verstandig. En gebruik geen taal die tegen ons kan worden gebruikt.’

Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Als Norbert Kleinwächter bijvoorbeeld voor een interland van het Duitse voetbalelftal in een zaaltje nog even de verschillende culturele achtergronden van de spelers doorneemt – waarbij duidelijk doorklinkt dat hij liever een team met échte Duitsers had gezien – stimuleert dat de aanwezigen om tijdens de wedstrijd ongegeneerd los te gaan op verdediger Jerome Boateng, die met een rode kaart uit het veld wordt gestuurd. ‘Deporteer hem!’ roept één van de aanwezigen. ‘Flikker die n****r eruit’, floept een ander eruit. ‘Terug naar Afrika!’, ‘gooi ze allemaal het land uit’ en ‘als het toch zo gemakkelijk was: één rode kaart en hij is weg!’ zijn dan niet meer ver weg.

Kleinwächter – die achter de schermen, als er geen vuur uit zijn ogen spuit of vitriool uit zijn mond komt, soms wel wat weg heeft van Mr. Bean – hoort het glimlachend aan. Het komt niet in hem op om in te grijpen. Het is een ontluisterende scène. Waarin de AfD’er even zijn ware aard – en die van (een belangrijk deel van) zijn achterban – lijkt te onthullen. Dat is tevens de kracht van deze klassieke fly on the wall-film, waarin de ‘ausdauer’ van de maker ervoor zorgt dat zijn hoofdpersonen zich uiteindelijk niet meer (voortdurend) bewust zijn van de camera en dan hun authentieke zelf prijsgeven.

Putin: A Russian Spy Story

Eens KGB, altijd KGB. Vladimir Poetin mag dan al zo’n twintig jaar aan de macht zijn in Rusland. In zijn hart blijft hij altijd een medewerker van de Russische inlichtingendienst, waar hij halverwege de jaren zeventig in dienst trad. De jonge Poetin spiegelde zich destijds aan het fictieve personage Max Otto von Stierlitz, de Russische tegenhanger van James Bond (al zien wij, in het westen, tegenwoordig eerder diens aartsvijand Ernst Stavro Blofeld in hem, een slechterik die altijd plannen smeedt om de wereld naar zijn hand te zetten of anders te vernietigen).

Sindsdien is er heel veel en tegelijkertijd heel weinig veranderd, betoogt de driedelige serie Putin: A Russian Spy Story (140 min.). Poetin is allang niet meer die onopvallende en plichtsgetrouwe KGB-medewerker, maar hij bedient zich nog altijd van de methoden die hem ooit werden bijgebracht bij de geheime dienst. Chantage bijvoorbeeld. Desinformatie. En moord. Waarbij opvallend vaak het ultieme spionnenwapen wordt ingezet: vergif (dissident Alexander Litvinenko, dubbelspion Sergej Skripal en onlangs oppositieleider Alexej Navalny). En natuurlijk ook gewoon bot geweervuur (politiek tegenstander Boris Nemtsov en onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja, nota bene op Poetins verjaardag).

Deze intrigerende ongeautoriseerde biografie van Nick Green benadert Poetins leven en werk vanuit het gezichtspunt van de eeuwige geheimagent. Insiders, critici en deskundigen schetsen een man die nog altijd in het geniep op allerlei borden schaakt, rücksichtslos stukken ervan afslaat als ze hem in de weg staan en streeft naar absolute dominantie, zowel in eigen land als internationaal. Waarbij het streven naar een sterk Rusland allang lijkt te zijn ingehaald door een alles verterende behoefte om koste wat het kost vast te houden aan de macht. Intussen, zo luidt de onvermijdelijke conclusie, vergiftigt hij de wereld, zijn land en zichzelf.

The Trials Of Henry Kissinger

Zou voormalig minister van Buitenlandse Zaken, nationaal veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten én winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Henry Kissinger vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten worden gedaagd? Waarom zou de gelauwerde diplomaat, een graag geziene gast in de media (ook door hemzelf), niet hetzelfde lot moeten ondergaan als pak ‘m beet Slobodan Milosevic en Augusto Pinochet?

Voornaamste verschil: Kissinger is een politicus uit de Verenigde Staten, een land dat zweert bij de internationale rechtsorde. Zolang het zich daar zelf niet aan hoeft te houden. In The Trials Of Henry Kissinger (79 min.) uit 2002, gebaseerd op een boek van Christopher Hitchens, zet regisseur Eugene Jarecki de ‘aanklacht’ tegen de machtspoliticus op een rij. Die is gestoeld op ‘s mans betrokkenheid bij conflicten in Vietnam, Cambodja, Chile en Oost-Timor.

Als aanklagers fungeren historici en goed ingevoerde journalisten zoals Seymour Hersh, daar tegenover neemt Kissingers voormalige collega Alexander Haig de rol van getuige à decharge op zich. De man zelf zwijgt in alle toonaarden, maar is via uitgebreid archiefmateriaal toch prominent aanwezig. Vanuit al die bronnen komt een vrij consistent beeld naar voren: van een meester in ‘plausible deniability’, die geen woorden nodig heeft om te communiceren wat hij wil en dus ook verdomd lastig op woorden is te pakken.

Intussen schetst deze scherpe film, waarin acteur Brian Cox als verteller fungeert, met verve de duistere achterkant van de internationale politiek, waarbij individuele mensen niet meer dan pionnen lijken te zijn op een levensgroot schaakbord – waar ze elk ogenblik ook weer vanaf geslagen kunnen worden.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

Collective

De beelden van 30 oktober 2015 gaan door merg en been: ‘Ga naar de hel met je kloterige corruptie’, zingschreeuwt Andrei Galut, de frontman van de Roemeense metalcoreband Goodbye To Gravity. ‘Die is er al sinds we ooit zijn gesticht.’ Niet veel later breekt er een kleine brand uit in de nachtclub Colectiv in Boekarest, waar de groep zijn album Mantras Of War presenteert. Het brandje ontwikkelt zich tot een hels vuur. En deugdelijke nooduitgangen ontbreken…

Van de vijf bandleden is Galut, wiens lichaam bijna voor de helft is verbrand, de enige die de ramp overleeft. Het hongerige vuur wordt in totaal 27 aanwezigen fataal. Daarnaast sterven in de navolgende maanden maar liefst 37 andere concertgangers in Roemeense ziekenhuizen. Uiteindelijk kost de brand dus 64 mensen het leven. ‘Hoe kan iemand die ontsnapte aan het vuur’, vraagt de wanhopige vader van een gestorven concertgangster zich af, ‘alsnog twaalf dagen later sterven in een ziekenhuis?’

Die vraagt staat centraal in de observerende documentaire Collective (109 min.), waarin regisseur Alexander Nanau eerst onderzoeksjournalist Catalin Tolontan en zijn team van de Gazeta Sporturilor-krant volgt. Zij lichten de ene na de andere tegel en leggen zo een enorm corruptieschandaal in de Roemeense gezondheidszorg bloot: politieke benoemingen, omkoping en fraude.

Hun onthullingen zorgen voor massale protesten en brengen uiteindelijk zelfs de sociaal-democratische PSD-regering ten val. In afwachting van nieuwe verkiezingen wordt een zakenkabinet benoemd met louter technocraten, bestuurders die niet verbonden zijn aan een bepaalde politieke partij. In de nieuwe minister van volksgezondheid Vlad Voiculescu vindt Nanau zijn volgende hoofdpersoon voor deze kale, maar zéér doeltreffende direct cinema-film.

Ook deze voormalige voorvechter van patiëntenrechten geeft de filmmaker ongefilterde toegang. Voiculescu begint ferm en optimistisch aan zijn nieuwe job, maar dreigt al snel vast te lopen in precies de grootschalige corruptie die hij zou moeten bestrijden. ‘s Mans uiteindelijke conclusie over zijn eigen ministerie is ontluisterend. Dat is niet alleen verouderd, de rot zit in zijn ogen veel dieper. ‘They don’t give a fuck’, klinkt het ronduit cynisch.

Tolontans drang om de waarheid boven tafel te krijgen en Voiculescu’s onmacht om die vertalen naar bestuurlijke daadkracht – zeker als de PSD volgens de peilingen weer de grootste partij lijkt te worden – worden doorsneden met scènes van Tedy Ursuleanu, een verminkte jonge vrouw die de ramp in Colectiv overleefde en met een fotosessie en hulpmiddelen haar leven weer in de hand probeert te krijgen. Zo werken land en slachtoffers in deze aangrijpende film op geheel eigen wijze aan herstel.

Stones Have Laws

Als mensen bestaan we bij de gratie van onze verhalen. Ze definiëren ons, bestendigen onze normen en waarden en zorgen voor een gezamenlijk heden, verleden en – hopelijk – toekomst. Stones Have Laws (100 min.) is als een bundel verhalen. Tezamen vormen ze de narratief van de Marrons, een volk dat leeft in het Surinaamse regenwoud.

De verstilde film van de Nederlandse kunstenaars Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan en de Surinaamse theatermaker Tolin Alexander is in nauwe samenwerking met het Marron-volk tot stand gekomen, als gevolg van wat ze zelf ‘een experimenteel proces van collectief script maken en performance’ noemen.

Het resultaat is een soort synthese van documentaire, poëzie en theater, waarin de Marrons de relatie leggen tussen de wereld van hun voorouders, met de bijbehorende vertellingen, muziek en gebruiken, en hun dagelijkse beslommeringen in de tegenwoordige tijd, die zich nog altijd in een parallel universum lijken af te spelen.

Of dat zo zal blijven, is echter maar de vraag. Ook de wereld van de Marron-gemeenschap, hier vervat in kalme en weidse shots, dreigt te worden ontdaan van zijn idyllische karakter. Ontbossing, juist, door multinationals waarvoor de inheemse bevolking niet meer is dan een voetnoot in hun eigen succesverhaal.

Deze film bestaat bij de gratie van die majestueuze biotoop en de lange monologen die de Marrons hierover via de kijker, alsof het locatietheater is, tegen elkaar afsteken. Stones Have Laws is daardoor geen allemansvriend, maar een zorgvuldig geënsceneerd verhaal dat oprechte aandacht vraagt. En anders gewoon, zonder dat iemand er erg in heeft, in het luchtledige verdwijnt.

McQueen

Alexander. Alexander McQueen. Niet: Lee. Lee McQueen. Eigenlijk zit alles daar al in. Lee, de wat dikkige jongen uit de Londense volkswijk Stratford, werd de gevierde modeontwerper Alexander. Een punker die de modewereld op zijn grondvesten deed schudden met macabere/intrigerende/smakeloze (*) shows als Jack The Ripper Stalks His Victims en Highland Rape. Zijn werk was persoonlijker dan menigeen toen vermoedde. Alexander probeerde simpelweg het bloeden van Lees hart te stelpen.

Bij televisie-interviews wilde diezelfde McQueen (de c is in het bijbehorende logo als een copyrightsymbool in de Q verstopt) intussen niet met zijn gezicht in beeld. Terwijl hij de modewereld vol in het kruis schopte had de modehooligan, getuige een treffende anekdote uit de barokke biopic McQueen (111 min.), vaak geen cent te makken. Hij leefde enige tijd zelfs van een uitkering. En die kon hij wel eens kwijtraken als ze erachter kwamen dat hij zich met zijn hele ziel en zaligheid op mode had gestort.

Alexander McQueen maakte stormachtig carrière. Op 26-jarige leeftijd werd hij hoofdontwerper bij het Franse modehuis Givenchy, zes jaar later volgde een overstap naar Gucci. ‘Hij was de koningin, met heel veel werkbijen die op zijn signalen reageerden’, zegt zijn neef daarover. ‘En iedereen voelde dat.’ Maar gelukkig werd hij er niet van. En ook met een liposuctie en overdadige hoeveelheden coke kreeg hij de razernij in zijn lijf niet beteugeld. Die zat te diep en zou hem naar zijn onvermijdelijke ondergang drijven. Op veertigjarige leeftijd, een zelfverkozen einde.

Het is een verhaal dat al duizenden malen eerder is verteld – het getroebleerde talent dat zichzelf willens en wetens naar de verdommenis helpt – maar niet heel vaak beter of meeslepender. De filmmakers Ian Bonhôte en Peter Ettedgui zetten Alexanders levenswerk vol in het licht en versnijden dat met archiefmateriaal en interviews met de man zelf en intieme gesprekken met de mensen die ertoe deden in zijn turbulente bestaan.

De vlekkeloze vertelling, een soort modevariant op Amy, is vervolgens aangekleed met de heerlijk overdadige muziek van Lees favoriete filmcomponist Michael Nyman. Het is een film die je na bijna twee uur leeg en toch volledig verzadigd achterlaat.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

De Stamhouder


Een onvervalste bestseller is nog geen garantie voor een overrompelende film. In het boek De Stamhouder heeft journalist en voormalig correspondent in Moskou Alexander Münninghof op meeslepende wijze zijn bijzondere familiehistorie opgetekend.

De gelijknamige documentaire van Ger Poppelaars voelt een beetje als een herhalingsoefening. De Stamhouder (55 min.) is traditioneel van opzet, erg praterig (met bovendien een tamelijk statige voice-over) en raakt slechts zelden het grote drama aan dat het boek zo bijzonder maakt.

Waar het verhaal van Münninghofs moeizame relatie met zijn vader, die in de tweede wereldoorlog voor de Waffen-SS koos, in zijn autobiografie bijvoorbeeld vonkt en schrijnt, blijft die in de film tamelijk vlak. Alexander is een uitstekende, beschouwende verteller, maar wordt voor de camera nooit echt zoon.

De geschiedenis van de Münninghofs, die de familie van Riga tot pak ’m beet Oss heeft gevoerd, blijft niettemin een heel bijzonder verhaal. En op de momenten dat de hoofdpersoon wordt geportretteerd te midden van zijn eigen gezin, weet deze verfilming zich soms heel even aan de schaduw van het boek te ontworstelen.