Rutte

Videoland

‘Waarom doet u mee aan deze documentaire?’ vraagt Leonard Ornstein bij de start van deze tweedelige film aan de hoofdpersoon zelf. Zijn vriend Jort Kelder bestookte hem al langer met het idee om een fly on the wall-documentaire te maken, vertelt Mark Rutte. Zou zijn vertrek als premier niet een goede aanleiding zijn? Op z’n Ruttes: ‘Ik kijk natuurlijk graag naar die documentaires. En het is ook een beetje lullig om er wel naar te kijken en nooit mee te werken.’

Nu is ie er dus: Rutte (84 min.), een kijk achter de schermen bij de laatste negentig dagen van de langstzittende premier uit de Nederlandse geschiedenis. Op voorhand is het de vraag: waar zit het drama? Elke gedenkwaardige politieke documentaire kent ‘do or die’-momenten, zo weet het VVD-boegbeeld als geen ander, waarop de hoofdpersoon zijn ware aard prijsgeeft. De emotionele slotspeech van Bill Clintons campagneleider James Carville in The War Room bijvoorbeeld. Of hoe een Oegandese politicus zich in Bobi Wine: The People’s President staande houdt tijdens een volledig ontsporende verkiezingsstrijd.

Wat heeft dit portret zoal te bieden over Mark Rutte, een politicus waarover in de afgelopen veertien jaar zo’n beetje alles al is gezegd en die zich overal – ook als Ornstein hem de duimschroeven aandraait over het Toeslagenschandaal of het Groningse gasdossier – weer uit wurmt? Zijn jeugd, vaste rituelen, sobere leefstijl en onverwoestbare opgewektheid komen natuurlijk weer langs. En dat hij, achter de schermen, wel eens uit zijn vel kan springen. Alleen: achter díe schermen komt de docu dan weer niet. ’s Mans woede-uitbarstingen komen alleen ter sprake in gesprekken met mensen uit zijn omgeving.

Deze blik achter de schermen – met ‘exclusieve toestemming’ om bepaalde delen van gesprekken met staatshoofden en regeringsleiders te filmen – leidt niet tot scènes waarin Rutte even uit z’n rol valt, in verlegenheid wordt gebracht of een onverwachte kant van zichzelf laat zien. De vlieg op de muur bij Rutte toont hem vooral ontspannen. Privé: in z’n favoriete restaurant, bij z’n autogarage of op Jort Kelders bootje. En als politicus: in overleg met z’n team, bellend met de Oekraïense president Zelensky, op staatsbezoek, bijpratend met ‘jaar- en studiegenoot’ Willem-Alexander en, natuurlijk, lobbyend voor een baan.

Tussendoor passeren ook de hoogte- en dieptepunten uit zijn politieke loopbaan – het gevecht om het lijsttrekkerschap van de VVD, de aanslag op MH17 en het Functie Elders-debat bijvoorbeeld – nog even, tamelijk plichtmatig, de revue. De duiding daarbij komt van zijn directe entourage als minister-president, beeldbepalende politici zoals Rita Verdonk, Lodewijk Asscher en Alexander Pechtold en zijn (jeugd)vrienden Lodewijk Dekker, Koen Petersen en Jort Kelder. Die zijn behoorlijk openhartig en soms ook kritisch op de man die ze van haver tot gort – en toch ook weer helemaal niet – lijken te kennen.

Echt gevaarlijk wordt ’t nooit. De raspoliticus houdt controle over de boodschap. Ontspannen werken Mark Rutte en ‘zijn’ fly on the wall-film, opgefleurd met luchtige klassieke muziek die uitstekend aansluit bij het gemoed van de hoofdpersoon, niet alleen toe naar de sleuteloverdracht in het Torentje, maar ook naar zijn prestigieuze nieuwe functie elders. Als secretaris-generaal van de NAVO gaat hij de komende jaren ongetwijfeld een beroep doen op zijn aanzienlijke politieke gaven. Met z’n soepele tong en lenige geest weet hij in dit degelijke portret in elk geval al te indringende zelfreflectie of groot drama te vermijden.

Al vindt de liefhebber van fly on the wall-documentaires in Mark Rutte dat vast ook wel weer een heel klein beetje jammer.

A Time For Burning

Contemporary Films

We hebben jullie historie bestudeerd, begint de jonge Afro-Amerikaanse kapper Ernie Chambers, die later nog zal worden verkozen tot het parlement van de staat Nebraska, tegen pastor Bill Youngdahl van de Omaha Augustana Lutheran Church. Jullie zijn niet degenen die ‘We Shall Overcome’ zongen. Jullie breken beloften. Jullie liegen. Julie verkrachten hele landen en volkeren. Jullie geloof is niet serieus te nemen. En jullie wetten stellen ook niks voor, zo bleek onlangs weer in Alabama.

‘Wat ons betreft is jullie Jezus besmet’, vat Chambers nog even samen voor de witte pastor, die contact wilde zoeken met een nabijgelegen zwarte kerk. ‘Net als al het andere dat jullie ons proberen op te leggen.’ Youngdahl, met al z’n goede bedoelingen, druipt af. Hij deelt in grote lijnen Ernie Chambers’ analyse, maar er zit niets anders op: ze zullen de scherven moeten lijmen. Hij gaat zijn eigen, witte, Lutherse congregatie in contact brengen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Daarvoor moet de progressieve pastor echter ook in zijn eigen kerkgemeenschap nog praten als Brugman. Kan de Omaha Augustana Lutheran Church zoveel reuring wel aan? Sommige leden zitten bepaald niet te wachten op ‘geforceerde integratie’. De timing is niet goed, vinden zij. En die zal waarschijnlijk ook nooit goed worden, denkt een kritische kijker er meteen achteraan. Sommige ontwikkelingen komen nu eenmaal altijd te vroeg en moeten worden uitgesteld tot Sint Juttemis.

De observerende documentaire A Time For Burning (56 min.) van Bill Jersey en Barbara Connell speelt zich af in 1965, als de Verenigde Staten in vuur en vlam staan door de strijd van Afro-Amerikanen tegen segregatie. Zij eisen hun burgerrechten op, maar vinden bij de kerk doorgaans geen gewillig gehoor. Tot onbegrip van sommige notabelen. Zeker als het gaat om zwarte soldaten die hebben gevochten in Vietnam. Zij worden in eigen land vaak nog als tweederangs burgers behandeld.

‘Als zo’n ‘negro’ terugkeert en bij mij om een baan komt vragen’, zegt Omaha’s burgemeester Alexander V. Sorensen bijvoorbeeld tijdens een speech voor lokale kerkleiders, ‘ben ik niet de burgemeester die gaat zeggen dat hij niet gekwalificeerd is. Voor jou hebben we geen werk. En als hij met z’n gezin naar een fatsoenlijke woning wil, gaat deze burgemeester ook niet zeggen: sorry, jouw huid is zwart. Je bent voor de rest van je leven veroordeeld tot een getto.’

‘Als de kerk zich hier niet mee gaat bemoeien’, besluit Sorensen alarmistisch. ‘Dan vrees ik voor onze toekomst.’ Hij onderschat echter de weerzin binnen de christelijke gemeenschap om daadwerkelijk te integreren, laat deze klassieke direct cinema-film, in 1967 genomineerd voor een Oscar, feilloos zien. Youngdahls loffelijke initiatief zal vastlopen in een drijfzand van onwil, bureaucratie en geouwehoer. Want daarin kun je, om Jan Schaefer tamelijk bruusk te parafraseren, ook niet bidden.

War Game

Matador Content

Oud-hoogleraar bestuurskunde Uri Rosenthal, die van 2010 tot en met 2012 ook minister van Buitenlandse Zaken was, participeerde in 1997 in een vijfdelige serie op de Nederlandse televisie, genaamd Crisis, waarin beslissers waren samengebracht in een soort ‘war room’ en werden geconfronteerd met een gesimuleerde ramp. De Amerikaanse documentaire War Game (94 min.) kent een vergelijkbare opzet – al is de crisis ditmaal wel erg levensecht.

Op 6 januari 2023, precies twee jaar na de bestorming van het Capitool in Washington, organiseert de onafhankelijke Vet Voice Foundation een geheime oefening op het terrein van nationale veiligheid. Uitgangspunt is dat er op 6 januari 2025 opnieuw een opstand komt na de presidentsverkiezingen en dat ditmaal extremistische elementen uit het Amerikaanse leger zich in het strijdgewoel mengen. Het is een zorgwekkend scenario, waarin elementen van 6 januari 2021 zijn verwerkt.

‘Jullie hebben zes uur om een burgeroorlog te voorkomen en een vreedzame overdracht van de macht te garanderen’, houdt game designer Ben Radd de deelnemers aan het begin van deze film voor. Die hebben hun sporen verdiend in de hoogste echelons van de Amerikaanse overheid als leidinggevende bij het leger, generaal, senator, woordvoerder of medewerker van de FBI en CIA. Voormalig gouverneur van Montana Steve Bullock treedt op als president John Hotham.

De beslissers worden vanuit een studio bestookt met informatie over de snel escalerende situatie, waarbij een afvallige generaal, gemodelleerd naar generaal en QAnon-propagandist Michael Flynn, de verkiezingen bestempelt als frauduleus en oproept tot strijd. Hij sluit daarmee aan bij acties ter plaatse van de extreemrechtse Order of Columbus. En Hothams politieke tegenstander, gouverneur Robert Strickland, gooit olie op het vuur door daarvan geen afstand te nemen.

Het rollenspel, dat een steeds serieuzer karakter krijgt, wordt door de documentairemakers Jesse Moss en Tony Gerber zo nu en dan afgewisseld met de persoonlijke verhalen van direct betrokkenen. Zo raakte de vader van game producer Janessa Goldbeck in de ban van QAnon, heeft oud-veteraan en Order Of Columbus-leider Kris Goldsmith zelf een problematisch verleden en getuigde consultant Alexander Vindman in 2019 tegen president Trump tijdens de eerste afzettingsprocedure tegen hem.

Onder hun ogen voltrekt zich een onrustbarend scenario. Hotham en zijn team overwegen al snel om de zogenaamde Insurrection Act in werking te stellen, die de president in de gelegenheid stelt om het Amerikaanse leger in eigen land in te zetten. Daarmee zou het gefingeerde conflict, geïllustreerd met berichtgeving over soortgelijke situaties in de recente Amerikaanse geschiedenis die helemaal uit de hand zijn gelopen, wel eens ernstig kunnen escaleren.

Burgeroorlog is niet het meest voor de hand liggende scenario, constateert voormalig senator Heidi Heitkamp ergens halverwege het burgeroorlogspel, maar ook beslist niet onmogelijk. Dat is een ongemakkelijke conclusie, die dit ogenschijnlijk zeer realistische en spannende experiment onvermijdelijk oproept. In ‘the fog of war’, zo bleek eveneens tijdens Trumps gewelddadige revolte op 6 januari 2021, kan het kwartje ook zomaar de verkeerde kan op vallen.

Zoals hij dat eerder deed in Crisis, zou Uri Rosenthal na afloop van War Game nog wel enkele harde noten hebben te kraken – al zou ook hij waarschijnlijk kippenvel hebben gekregen van de geïmproviseerde speech van president Hotham. Die is Amerikaans goed.

De Erfenis Van Els Borst

Special Eye Film Productions / BNNVARA

De politieke carrière van Els Borst (1932-2014) kende feitelijk maar één grote crisis: de Bijlmervliegramp. En die vond toch echt in 1992 plaats, twee jaar vóórdat zij minister van Volksgezondheid werd. Borst kreeg gaandeweg echter steeds nadrukkelijker het verwijt dat ze gezondheidsklachten van bewoners van de Bijlmer niet serieus zou hebben genomen.

Tijdens een parlementaire enquête kwam ze daardoor recht tegenover het uitgesproken PvdA-kamerlid Rob Oudkerk te staan. ‘Els Borst was een hele geschikte minister van volksgezondheid, de beste die we gehad hebben’, stelt die nu over de vrouw, met wie hij toentertijd ongenadig hard botste. ‘Dat blijf ik zeggen. Maar dit is een enorme smet op haar blazoen.’ 

‘Ik geloof niet dat ze hem ooit vergeven heeft’, reageert Borsts dochter Andra Neefjes-Borst koeltjes glimlachend. ‘Ik weet niet of ze met hem later nog een goed gesprek daarover gevoerd heeft. Ik heb ‘t nooit gehoord in elk geval.’ Rob Oudkerk is er desondanks van overtuigd dat ze alle plooien toch weer recht hebben kunnen strijken: ‘Het kwam eigenlijk wel weer goed met ons.’

De botsing met het Kamerlid van een andere regeringspartij staat in De Erfenis Van Els Borst (61 min.) vrijwel op zichzelf. Verder is er eigenlijk niets dan lof voor de arts, hoogleraar, minister en politiek leider van D66 die op 8 februari 2014, nu alweer tien jaar geleden, op gewelddadige wijze om het leven werd gebracht door een ernstig verwarde man.

De schokkende dood van Els Borst vormt natuurlijk de tragische climax van deze tv-docu over de politica. Het was een politieke moord, zeggen mensen uit haar partij D66, zoals voormalig leider Alexander Pechtold, partijprominent Roger van Boxtel en politiek adviseur Carla Pauw. Een rechtstreeks gevolg van haar baanbrekende euthanasiewetgeving.

Die moord mag volgens haar familie alleen Borsts nalatenschap niet overschaduwen. En dus concentreren Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn, de makers van dit aardige portret, zich vooral op wat zij als bestuurder heeft nagelaten, zoals het beschikbaar maken van HIV-medicatie, de centralisatie van bloedbanken, het garanderen van het recht op abortus en anti-rookmaatregelen.

De Erfenis Van Els Borst belicht ook vooral haar publieke verrichtingen. Borsts privéleven komt slechts mondjesmaat aan bod. Tegelijkertijd komt uit haar werk ook wel degelijk de vrouw daarachter naar voren. Een kundig, aardig en invoelend mens. Bepaald niet de kille, berekenende politica die menigeen na de Bijlmervliegramp in haar meende te zien.

Bad Surgeon: Love Under The Knife

Netflix

‘Was hij een superheld, een superchirurg en de liefde van mijn leven?’ besluit een onbekende vrouwenstem de eerste twee minuten van deze driedelige docuserie, waarin alles wat nog volgt alvast wordt aangekeild. ‘Of was hij een gevaarlijke oplichter en een moordenaar?’ Het beeld, een close-up van een mysterieus kijkende man met een spannend muziekje erbij, laat er geen misverstand over bestaan wat het antwoord op die vraag is. En anders maakt de titel van deze serie van Ben Steele wel een einde aan alle twijfel: Bad Surgeon: Love Under The Knife (159 min.).

Dan is het alleen nog even wachten op de dame in kwestie. Die maakt nog geen minuut later, tot in de puntjes gestyled, haar opwachting voor het centrale interview van deze gelikte productie: de Amerikaanse televisiejournaliste Benita Alexander. Zij bezingt eerst uitgebreid de zegeningen van journalistieke onafhankelijkheid, integriteit en distantie en beschrijft vrijwel direct daarna haar eerste professionele ontmoeting met Paolo Macchiarini, de kwaaie chirurg, in woorden die zo uit een Bouquetreeks-romannetje kunnen komen: ‘Ik keek op en hij kwam binnen. Hij keek me recht aan. We bleven elkaar aankijken. Hij glimlachte naar me en meteen voelde ik me net een dwaas schoolmeisje.’

Wat niet eens zover bezijden de waarheid zou kunnen liggen, maar dat terzijde. Er sprong, kortom, een fikse vonk over tussen de twee. En de rest laat zich voorspellen: good woman loves bad surgeon. Die gepassioneerde relatie, geïllustreerd met allerlei verliefde videoberichtjes van hem naar haar en scènes waarin de journaliste naspeelt hoe ze die berichtjes ontvangt, gaat natuurlijk gepaard met romantische etentjes, droomreizen en grote gebaren, liefst met ringen en rozenblaadjes. Tegelijkertijd is er, natuurlijk, iets vreemds aan Paolo. Waarom heeft hij bijvoorbeeld zoveel telefoons? En is hij werkelijk de arts van de Clintons, de Japanse keizer Akihito en de paus?

Haar liefdesaffaire weerhoudt Alexander er niet van om ook nog gewoon te werken aan een tv-special over Macchiarini, A Leap Of Faith (waarover de Amerikaanse omroep NBC zich naderhand enigszins ongemakkelijk achter de oren krabt). Dat verhaal wordt hier gematcht aan de indringende persoonlijke getuigenissen van patiënten, familieleden en nabestaanden die rechtstreeks te maken hadden met de chirurg. Hij staat te boek als een pionier in de regeneratieve geneeskunde en draait zijn hand bijvoorbeeld niet om voor een risicovolle operatie met een plastic luchtpijp, soms met de dood tot gevolg. En dat begint collega-artsen, wetenschappers en onderzoeksjournalisten toch wel op te vallen…

Die kant van de Italiaanse wonderdokter is ronduit ontluisterend en verdient natuurlijk alle aandacht, maar moet zo nodig in het vaste stramien van Netflix-producties over karikaturale foute mannen, zoals The Tinder Swindler, Bad Vegan en The Puppet Master, worden gepropt. Hoewel vakbroeders en slachtoffers uiteindelijk Macchiarini’s ondergang inleiden, krijgt ook die ene – nou ja, ene – geliefde de sleutelrol toebedeeld die al de hele miniserie op haar ligt te wachten: als de good woman die de bad surgeon en plein public ontmaskert. Zo wordt (vermeend) ernstig medisch wangedrag in wezen ondergeschikt gemaakt aan ‘s mans strapatsen als gevaarlijk aantrekkelijke loverboy.

En zulke charlatans laten nu eenmaal – it’s beyond their control – een spoor van slachtoffers achter.

Motherland

Sisyfos Film

Svetlana Korzhych’s zoon Alexander zou zelfmoord hebben gepleegd. De Belarussische vrouw hecht echter weinig waarde aan de officiële doodsoorzaak. Zij denkt dat haar kind het slachtoffer is geweest van ‘dedovshchina’, een gebruik in het leger waarbij oudere soldaten, bijgenaamd ‘grandaddy’s’, met grof geweld jonge dienstplichtigen disciplineren. Zo worden die klaargestoomd voor een rol in het autocratische regime van president Aleksandr Loekasjenko. Svetlana neemt er geen genoegen mee en blijft onverschrokken lotgenoten benaderen, in de hoop via hen de ernst en omvang van de problematiek in kaart te brengen.

Voor kritische jongeren zoals Nikita Mitskovskiy en zijn vrienden, die regelmatig op illegale raveparty’s zijn te vinden, is het intussen een schrikbeeld dat zij onderdeel moeten worden van het keurkorps van de dictator. Het Motherland (95 min.) blijft hen echter roepen. ‘Eer en het vaderland gaan boven alles’, schreeuwt één van de patriottische billboards, waarmee het hele land volhangt en Hanna Badziaka en Alexander Mihalkovich in deze stemmige film de alomtegenwoordigheid van het bewind in beeld brengen. ‘Belarus, dat zijn wij!’, declameert een bord elders. Aan deze staat valt nauwelijks te ontsnappen. Ook Nikita ontkomt niet aan een oproep voor militaire dienstplicht.

Als Loekasjenko in 2020 op dubieuze wijze wordt herkozen, leidt dit tot massale protesten. En in een totalitaire staat zoals Belarus kan dat niet zonder gevolgen blijven. Elk verzet tegen de president wordt met bruut geweld neergeslagen. ‘Heeft iemand politieke bezwaren tegen het verdedigen van het moederland?’ krijgen de manschappen voorgehouden. ‘Stap dan naar voren.’ Ze weten wel beter. Nikita’s vrienden herinneren hem er intussen aan dat hij trouw heeft gezworen aan het volk. Niet aan de president. Maar is dat een houdbare positie in de omgeving waarin hij nu verkeert? En welk risico neemt de jongen als hij weigert om zich te laten gebruiken als domme kracht van het regime?

Motherland brengt het beklemmende klimaat in de Russische satellietstaat – en de bedompte Oostbloksfeer die het land nog altijd in zijn greep heet – treffend in beeld. Via initiatieriten wordt in het leger een kadaverdiscipline afgedwongen, die vervolgens wordt ingezet om elke vorm van verzet tegen het regime te breken en de roep om vernieuwing te laten verstommen. En wie daarin niet mee kan of wil blijft ernstig beschadigd of zelfs helemaal kapot achter, als te verwaarlozen nevenschade.

De Presidentsdochter En De Rijkste Vrijgeboren Vrouw

Human Nature Films

‘Een volk dat geen toegang heeft tot de bronnen van zijn geschiedenis krijgt een zelfbeeld dat gebaseerd is op mythen en stereotypen’, citeert Cynthia McLeod-Ferrier aan het begin van De Presidentsdochter En De Rijkste Vrijgeboren Vrouw (85 min.) uit het proefschrift van een Amerikaanse historica dat ze als student las. ‘En dit is precies wat er bij ons gebeurd is.’

De Surinaamse schrijfster en historica heeft er een missie van gemaakt om dat te veranderen, stelt ze in deze verzorgde documentaire van Mildred Roethof. Een belangrijk speerpunt daarbij is het zogenaamde Elisabeth Samson Huis in Paramaribo. Elisabeth Samson, over wie McLeod-Ferrier het boek De Vrije Negerin Elisabeth schreef, geldt als de eerste vrijgeboren Surinaamse vrouw. Ze ging in 1764 naar de rechter om te kunnen trouwen met een witte man, in een tijd waarin het voor kolonisten nog verboden was ‘om vleselijke conversatie te plegen’ met zwarte vrouwen.

Samsons voormalige woning moet nu een plek worden waar de historie van het land in al z’n complexiteit wordt gevierd en ook de slavernij een prominente plek krijgt. Het blijkt alleen een project met de nodige voetangels en klemmen, waarvoor eerst flink wat geld moet worden opgehaald en dat daarna zomaar kan vastlopen in de plaatselijke bureaucratie. En dan moet Cynthia McLeod-Ferrier, dochter van Suriname’s eerste president Johan Ferrier (1975-1980), al haar kennis, contacten en overtuigingskracht aanspreken om het project alsnog vlot te trekken.

McLeod-Ferrier beweegt zich soepeltjes in diplomatieke kringen. Ze bezoekt de koninklijke tentoonstelling De Eeuw Van Juliana in Amsterdam en praat ontspannen met de Nederlandse oud-minister Roger van Boxtel, die vindt dat over de Surinaamse kant van de losmaking van Nederland nog altijd te weinig bekend is. Tijdens een ontmoeting met de huidige Surinaamse president Chan Santokhi informeert ze zogenaamd terloops naar de excuses die Nederland naar verluidt zal gaan aanbieden voor het slavernijverleden, een buitengewoon gevoelig thema in Suriname.

Roethof omkleedt het nog altijd drukke bestaan van de éminence grise met een blik in dat beladen verleden. ‘Het is een boeiend en kleurrijk schouwspel als de Surinaamse vrouwen in hun bonte klederdracht onze prinses toejuichen’, stelt een Nederlandse journalist bijvoorbeeld in zijn houterige verslag van een bezoek van de Koninklijke Familie aan de kolonie. ‘Opperhoofden van de bosnegers in antieke galauniformen zijn trots over het feit dat prinses Juliana hen allen persoonlijk de hand gedrukt heeft en zich door middel van een tolk met hen heeft onderhouden.’

Sinds de tijd dat Suriname een Nederlandse kolonie was en de bewoners ervan zo paternalistisch werden behandeld is er weliswaar het nodige veranderd, maar ook nog genoeg te wensen overgebleven. Cynthia McLeod-Ferrier spreekt in het Torentje bijvoorbeeld met premier Mark Rutte over de Nederlandse excuses voor het slavernijverleden. Hij was er lang geen voorstander van. En ze is er, natuurlijk, getuige van hoe koning Willem-Alexander op 1 juli 2023 tijdens een historische toespraak zegt: ‘Den keti koti, fu tru! De ketenen zijn verbroken, echt waar!’

Het is een kroon op het werk van deze onvermoeibare ambassadrice van Suriname en haar aanhoudende vraag om te erkennen dat vier eeuwen slavernij nog altijd doorwerken in het heden. Met dit geslaagde portret, dat zich vooral concentreert op McLeods publieke leven, doet Mildred Roethof zowel de vrouw als haar missie recht.

Loudmouth

Greenwich Entertainment

Is hij een burgerrechtenleider in de traditie van Marcus Garvey, Martin Luther King en zijn grote voorbeeld Adam Clayton Powell? Of zo’n typische mediageile representant van de ‘burgerrechtenbusiness’, die steeds weer de publiciteit zoekt met zwarte onvrede en protest? Reverend Al Sharpton uit Brooklyn, New York, is in elk geval een Loudmouth (123 min.) en zorgt overal waar hij komt voor controverse. Voor de goede zaak, zal hij zelf zeggen. Om het dominante narratief bij te sturen en aandacht te vragen – nee: te eisen! – voor de Afro-Amerikaanse zaak.

Dat komt de begaafde spreker, behept met de dramatiek van een zwarte prediker, vanaf zijn opkomst in de jaren tachtig op fikse tegenwind te staan. Een treffend voorbeeld is de grap waarmee hij in een tv-programma wordt geïntroduceerd: wat doe je als Saddam Hoessein, Muammar Gaddafi en Al Sharpton voor je staan en er maar twee kogels in je wapen zitten? Dan jaag je Al twee kogels in zijn lijf. Zelf ziet hij er een logische reactie van een onderdrukkend systeem in: probeerden ze van Martin Luther King ook niet een goedkope oplichter of tweederangs crimineel te maken?

‘Randall, ik heb een microfoon op voor een documentaire’, vertrouwt hij in deze documentaire van Josh Alexander een vriend toe op zijn groots opgezette verjaardagsfeest. ‘Dus zeg niks stoms.’ Het is Sharpton ten voeten uit: kien, direct en zich altijd bewust van de indruk die hij maakt. Alexander volgt hem vanaf half 2019, als het land zich langzamerhand begint op te maken voor de presidentsverkiezingen van een jaar later en er nog geen idee van heeft dat het Coronavirus in aantocht is en de dood van George Floyd voor massale Black Lives Matter-protesten gaat zorgen.

Al Sharpton, tegenwoordig een slordige negentig kilo lichter dan in zijn onstuimige beginjaren, vertelt intussen zijn eigen verhaal. Er komen geen andere sprekers aan het woord in deze film. Die zijn ook niet nodig. Via archieffragmenten uit talkshows, nieuwsreportages en interviews krijgt hij meer dan genoeg kritiek en weerwoord. Zo ontstaat een pregnant beeld van een onvermoeibare zwarte activist. Altijd in de frontlinie. ‘No justitie, no peace’ scanderend bij geruchtmakende zaken, zoals de lynchpartij in Howard Beach en de omstreden ontvoering en verkrachting van Tawana Brawley.

Loudmouth richt zich vrijwel volledig op ’s mans politieke activisme, waarvan met geladen muziek de urgentie wordt benadrukt. Over zijn persoonlijk leven laat de onversaagde strijder nauwelijks iets los. Het is waarschijnlijk zoals hij zijn leven ziet: als een willekeurig breekijzer om Amerika’s verhaal open te wrikken, zodat de zwarte gemeenschap er zijn eigen hoofdstukken aan kan toevoegen.

Beneath The Surface

Spring Films

Ze werden zogezegd geboren aan de verkeerde kant van het fjord, een wetteloze plek waar alcoholisme, (huiselijk) geweld en drugs welig tierden. Decennialang hulde de Sami-gemeenschap van Tysfjord, gelegen in de poolcirkel, zich in stilzwijgen over wat er zich in haar binnenste afspeelde. Langzaam maar zeker ging echter de deksel van de beerput. In 2016 publiceerde de Noorse krant VG over elf meldingen van seksueel misbruik. In totaal zouden er ruim honderdvijftig meldingen worden gedaan, op een gemeenschap van slechts tweeduizend zielen.

Hele generaties Sami-kinderen groeiden ermee op. Het moet een publiek geheim zijn geweest. En ook de Noorse autoriteiten, aan de andere kant van dat fjord, keken blijkbaar jarenlang de andere kant op. Daar waren ze erop gericht om de Sami-minderheid in hun land, die tegen hun zin ‘Lappen’ werden genoemd, bij wet te verplichten om te assimileren en zo ongemerkt op te gaan in de samenleving. Dat had dan weer zijn effect op die gemeenschap zelf. Een gebrek aan waarde leidt immers onherroepelijk tot geen eigenwaarde, zelfhaat vervolgens tot zelfdestructie.

Zo ongeveer luidt de, enigszins onbevredigende, verklaring voor het grootschalige misbruik in Beneath The Surface (89 min.), een stemmige film waarin regisseur Alexander Irvine-Cox (Missing: Dead Or Alive) VG-journalist Harald Amdal volgt als hij in gesprek gaat met slachtoffers, die de hardnekkige zwijgcultuur binnen hun volk hebben doorbroken. Hun herinneringen worden geïllustreerd met ogenschijnlijk idyllische familiefilmpjes en beelden van de imposante leefomgeving van de Sami, een gebied dat ook wel Lapland wordt genoemd en zich uitstrekt over meerdere Scandinavische landen.

Een schuldig landschap zou de Nederlandse schrijver en kunstenaar Armando ’t noemen, dat leed en geheimen verbergt. Die van de ene op de andere generatie blijken te zijn doorgegeven. Door mannen én vrouwen. Ouders, grootouders, broers en andere familieleden. Leden van een geslagen (nomaden)volk. Alles van waarde is weerloos, constateerde de dichter Lucebert al, maar deze zware, danig op het gemoed werkende documentaire bewijst dat dit evenzeer geldt voor datgene waar nauwelijks waarde aan wordt toegekend: door de betrokkenen zelf en een onverschillige overheid.

Missing: Dead Or Alive

Netflix

In het meest optimistische scenario eindigt hun zoektocht met een teken van leven. Rechercheur Vicki Rains en haar collega’s van de Missing Persons Unit van de politie van Richland County vrezen echter dat Lorraine Garcia niet meer in leven is. En haar volwassen zoon Tony zou daarvoor dan wel eens verantwoordelijk kunnen zijn. De Irak-veteraan heeft op zijn minst wat uit te leggen: waarom heeft hij niet gemeld dat ze al twee maanden wordt vermist, ruikt haar hele huis naar bleekmiddel en blijkt die woning ook nog eens zomaar verkocht?

Het is aan Vicki en haar collega-agenten om vast te stellen: Missing: Dead Or Alive (192 min.)? In deze vierdelige serie volgt Alexander Irvine-Cox (Beneath The Surface), ogenschijnlijk in real time, het onderzoek van de speciale eenheid uit South Carolina. Na de casus van de verdwenen moeder, die uiteindelijk heel anders uitpakt dan verwacht, volgt bijvoorbeeld de vermissing van de tienjarige Amirah Watson, die na haar allereerste weekendbezoek niet is teruggebracht naar haar wettige voogd, vader Mansoor. Want moeder Tynesha Brooks is ervan overtuigd dat hij zijn dochter mishandelt. En dan is er nog een vermiste oudere man. Zijn truck wordt langs de kant van de snelweg aangetroffen. Hij was op weg om een winnend kraslot, goed voor 10.000 dollar, te gaan verzilveren.

Voor een buitenstaander blijft het verbazingwekkend dat elementaire onderdelen van het politieonderzoek, zoals een huiszoeking, het benaderen (en vermanend toespreken) van getuigen en de verhoren van mogelijke verdachten, zomaar kan worden gefilmd en dat de direct betrokkenen daarmee blijkbaar – tenminste, daar gaan we vanuit – akkoord zijn gegaan. Dit pakt soms enerverend en dramatisch uit (waarbij het wel de vraag is of de waarheid zo nu en dan misschien een handje is geholpen) en op andere momenten juist erg cheesy en Amerikaans (want de betrokken politiemensen zijn zich er duidelijk van bewust dat ze worden gefilmd, weten wat er van hen wordt verwacht en hebben zich daarbij ongetwijfeld ook nog flink laten regisseren).

Het zit in de aard van dit soort politiewerk dat niet elke verhaallijn, waarvan de ontknoping doorgaans overigens wordt uitgesteld tot de volgende aflevering, een bevredigende afloop heeft. Tussendoor portretteert Irvine-Cox de verschillende teamleden, die ingaan op waarom ze dit vak uitoefenen, welke zaken het meeste indruk op hen hebben gemaakt en hoe (en óf) ze het volhouden. Want de race tegen de klok in emotioneel belastende zaken drukt soms zwaar op hun gemoed in deze miniserie, die zo nu en dan een beetje ‘too good to be true’ lijkt te zijn.

Kingdom Of Dreams

HBO Max

Hij bestaat het om Anna Wintour, de alomtegenwoordige hoofdredactrice van de Amerikaanse Vogue en een onvervalste spin in het web binnen de internationale modescene, buiten in haar limousine te laten wachten bij zijn show in New York. Haar ‘ogen en oren’ André Leon Talley komt poolshoogte nemen en kan het nauwelijks geloven. Ook hij komt niet binnen bij Alexander McQueen. ‘Sorry!’ lacht de Britse modeontwerper naderhand, ogenschijnlijk zonder al te veel spijt. Hij weigert om de status quo in de modewereld te accepteren.

Het enfant terrible krijgt ‘t snel daarna voor het zeggen bij het Franse modehuis Givenchy. Daar volgt hij zijn landgenoot John Galliano op, die van de gefortuneerde eigenaar Bernard Arnault de artistieke leiding heeft gekregen over een ander modehuis, het prestigieuze Dior. De verwachtingen voor hun eerste modeshows in 1997 zijn hooggespannen: de twee Britten worden in het mondaine Parijs met argusogen bekeken. Intussen laat Arnault Louis Vuitton grondig vernieuwen door ontwerper Marc Jacobs en aast hij op Gucci, het zieltogende modehuis dat nieuw leven is ingeblazen door creatief directeur Tom Ford. De Franse modetycoon heeft daarbij echter een geduchte concurrent in entrepreneur François Pinault, die tevens het merk Yves Saint Laurent opkoopt.

Daarmee zijn de voornaamste spelers en merken geïntroduceerd voor wat een drama, vol haat en nijd, in vier bedrijven zal worden: Kingdom Of Dreams (192 min.). De regie van deze miniserie, geproduceerd door het team achter de barokke biopic McQueen, is in handen van Nick Green. Met een keur aan insiders, fraai archiefmateriaal, volop visuele bravoure en bombastische klassieke muziek laat hij de titanenstrijd tussen Arnault en Pinault herleven, waarbij de ijzige Wintour, die zichzelf journalist noemt en tegelijkertijd maar al te graag aan de touwtjes trekt, een centrale positie inneemt. Te midden van de opspelende rivaliteit moeten de topontwerpers Galliano, McQueen, Jacobs en Ford zich persoonlijk staande houden en ook nog eens hoogstaand werk afleveren.

Die constante competitie, gecombineerd met de alsmaar toenemende aandacht voor marketing en imago in de mode-industrie en het massale gebruik van cocaïne, zal hen stuk voor stuk boven het hoofd groeien, met ronduit tragische gevolgen. Trefzeker legt deze krachtige serie de ravage achter alle schone schijn bloot. Een wereld, waarin ‘wie’ je draagt net zo belangrijk is als ‘wat’ je draagt – en ‘die’ de weelde/druk van ‘dat’ lang niet altijd kan dragen.

Paradise

IDFA

Het vuur kan niet worden gestopt. Hooguit vertraagd. Totdat de regen komt. Áls de regen komt. ‘Het ontwijkt ons en laat zich niet vangen’, heeft Vasya, één van de onverzettelijke inwoners van het Siberische dorp Shologon, al geconstateerd. ‘Daarom noemen we het “De Draak”. Alsof ‘t ons kan horen.’ Die draak kan hen inmiddels ook al bijna zien en ruiken.

Shologon ligt aan de rand van een zogenaamde ‘Controlezone’, een zeer afgelegen of dunbevolkt gebied waar de Russische overheid, volgens een tamelijk bizarre federale wet uit 2015, niet meer verplicht is om natuurbranden te bestrijden. Tenminste, als de kosten van het blussen de geschatte schade – de materiële, welteverstaan – lijken te gaan overstijgen.

Tijdens de hittegolf van de zomer van 2021 zijn de inwoners van het dorp op de taiga van Jakoetië in het Noord-Oosten van Siberië dus volledig op zichzelf aangewezen. Zeker als de speciaal ingevlogen ‘smoke jumper’ Pavel, een in bosbranden gespecialiseerde brandweerman, ook nog eens wordt teruggeroepen naar kantoor en ze ’t echt samen zullen moeten doen.

Regisseur Alexander Abaturov observeert in Paradise (89 min.), op het IDFA beloond met de Award voor beste cinematografie, van dichtbij hoe de mannen en vrouwen de alarmerende situatie het hoofd proberen te bieden. Ze moeten de draak die alles bedreigt wat hen lief is proberen in te dammen, afleiden of de kop afhakken en zijn daarbij volledig afhankelijk van elkaar.

Abaturov begeeft zich in hun kielzog naar de poorten van de hel – inderdaad werkelijk adembenemend in beeld gebracht door cameraman Paul Guilhaume – waarvoor ze dan een overwinning op en uit het vuur proberen te slepen. Die kan nooit meer dan een voorlopig of tijdelijk karakter hebben. Zeker sinds de klimaatverandering ook de Poolgebieden bedreigt.

Hun strijd, met behulp van een bulldozer, hun eigen schouders en gecontroleerde branden, wordt begeleid door een oud sprookje, op fluistertoon voorgelezen door een plaatselijk meisje, over de onberekenbare wind die over een heilige berg blaast. Diezelfde wind bepaalt nu in welke richting De Draak ‘de vingers van het vuur’ uitstrekt en zorgt voor ingehouden spanning bij de dorpelingen. 

Diverse buurgemeenten van Shologon zijn al ten prooi gevallen aan de toorn van De Draak. Wanhoop niet, luidt nochtans het advies aan de dorpelingen. Geef niet op. En: We weten niet van welke kant de wind waait. Verzamel je kostbaarste spullen en zorg dat je op alles voorbereid bent. Blijf alert, zegt de spreker tot slot bemoedigend, maar raak niet in paniek.

Totdat de regen komt. Of toch de wind, het vuur en de rook.

Who Is Ghislaine Maxwell?

Starz

Van de ene ploert naar de andere. Dat is oppervlakkig beschouwd de portee van Ghislaine Maxwells turbulente levensverhaal. Eerst diende ze zich te verhouden tot haar vader Robert Maxwell, eigenaar van diverse Britse kranten en een onvervalste potentaat die regelmatig een loopje nam met de wet. Daarna volgde Jeffrey Epstein, een man die nooit genoeg kreeg van (te) jonge meisjes, minimaal drie orgasmes per dag wilde hebben en ook haar ondergang, eind 2021 vervat in een gevangenisstraf van twintig jaar, zou inluiden.

Daarmee wordt zij, het Britse elitemeisje dat Epsteins partner in crime was geworden, echter schromelijk tekort gedaan, getuige de driedelige docuserie Who Is Ghislaine Maxwell? (140 min.) van Erica Gornall. Ghislaine was een essentieel instrument in hun verwrongen stiel. Zij fungeerde als vaardige ronselaar die de stroom ontheemde tieners op gang hield en die hen, als een verknipte moederfiguur, een soort schijnzekerheid bood binnen het ‘seksueel piramidespel’ dat ze, zonder dat zij het doorhadden, speelden. Zodat Jeffrey, z’n (bekende) vrinden én zijzelf hun gang konden gaan.

‘Hij had een aandachtsspanne van drie seconden’, vertelde Epsteins voormalige vriend Stuart Pivar eens aan de Amerikaanse journalist Leland Nally, die het netwerk van Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell in kaart probeerde te brengen en minutieus alle namen in hun beruchte zwarte boekje nabelde. Volgens Pivar leed Epstein aan satyriasis, de mannelijke tegenhanger van nymfomanie. ‘Hij onderbrak gesprekken en veranderde van onderwerp’, illustreert hij ’s mans onophoudelijke geslachtsdrift. ‘Dan zei hij: Wat heeft dat met kutjes te maken?’

Op hun eigen – echt waar! – Maagdeneilanden ontvingen Epstein en Mawell behalve tienermeisjes ook de machtigen der aarde, weet het eikenhouten beheerdersechtpaar Miles en Cathy Alexander, dat in deze miniserie voor het eerst z’n verhaal doet. Ghislaine was bijvoorbeeld ‘heel hecht’ met de in opspraak geraakte Britse prins Andrew. Met alle gevolgen van dien. Verder komen studiegenoten, medewerkers, kennissen, collega’s, een lid van Maxwells voormalige schoonfamilie en natuurlijk de slachtoffers en hun advocaten aan het woord.

Tezamen ontsluiten zij het inmiddels welbekende verhaal van de charmante, wereldse en berekenende vrouw, die jarenlang een handel in minderjarige meisjes bestierde en die zich ondertussen doodleuk het imago van milieuactivist aanmat. Een verhaal ook over hoe de mondiale elite steeds met alles lijkt weg te komen. De serie toont tevens hoe Maxwell als het doek is gevallen uiterlijk onbewogen haar publieke ontmaskering en de navolgende juridische stappen ondergaat. Alsof ze zich eigenlijk niet kan voorstellen dat dit haar, en mensen zoals zij, kan overkomen.

‘Ze moeten zich schamen’, zegt Gretchen Rhodes, één van de ‘overlevers’, heel treffend over het collectieve verdriet van de slachtoffers van Maxwell en Epstein. ‘Zíj moeten zich schamen.’ Ze heeft even een ogenblik nodig om haar emotie weg te slikken. ‘En niet ik.’

Zoals dat tegenwoordig gaat met tot de verbeelding sprekende schandalen zijn aan Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell inmiddels meerdere documentaireseries gewijd. Van Jeffrey Epstein: Filthy Rich en Surviving Jeffrey Epstein over hem tot Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell, Ghislaine Maxwell: Filthy Rich en Ghislaine: Partner In Crime over haar.

De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar

Videoland

‘Hoe erg het ook is en hoe groot de koppen in de krant ook zijn, ik kan mezelf niet stoppen’, stelt Michel Stokx, via teksten die zijn gebaseerd op officiële politieverslagen en ingesproken door stemacteur Alexander van Breemen. ‘Ik kan niet zeggen: het is nu één keer gebeurd en nu ben ik er vanaf. Dat bestaat niet. Als het weer wat rustiger wordt, komt de drang weer opzetten. Dat kan een maand of een jaar duren, maar terugkomen doet het.’

Terwijl de Belgische trucker, die al enige tijd in Nederland woont, aan het woord is, zijn in beeld krantenartikelen te zien. ‘Verdachte zaak Jessica Laven verdacht van tweede moord’ bijvoorbeeld. Of: ‘Team-Jessica kijkt ook naar verjaarde zaken.’ En: ‘Onderzoek naar meer kindermoorden.’ Het is duidelijk: hier is een heus monster aan het woord, een lage landen-variant op beruchte seriemoordenaars zoals Ted Bundy, Dennis Nilsen of John Wayne Gacy.

En net als zijn Amerikaanse ‘vakbroeders’ heeft Stokx nu zijn eigen documentaire gekregen: de driedelige serie De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar (74 min.). Regisseur Flynn von Kleist heeft daarvan een klassieke true crime-productie gemaakt, compleet met duistere re-enactments, slinkse tijdssprongen én intrigerende verklaringen van de dader zelf, die worden vergezeld door close-up beelden van draaiende geluidsbanden.

‘s Mans gruweldaden worden belicht via nieuwsreportages en televisieprogramma’s (Crimetime bijvoorbeeld) en van context voorzien door onder anderen zijn advocaat, een oud-collega, de leider van het politieonderzoek en een Vlaamse daderprofiler. Ook de ouders van Cheryl Morriën en Nathalie Geijsbregts, die al tientallen jaren worden vermist en mogelijk ten prooi zijn gevallen aan Stokx, komen aan het woord. Zij willen zekerheid over wat er met hun kind is gebeurd.

Von Kleist introduceert verder de (geanonimiseerde) dochter van Michel Stokx. Zij worstelt met de loodzware erfenis van haar vader, een op het eerste gezicht heel aardige man die nochtans is veroordeeld voor drie kindermoorden en bovendien in verband wordt gebracht met nog enkele tientallen andere verdwijningen. De eventuele details daarover heeft hij in 2001 alleen mee het graf ingenomen. Zo ‘leeft’ de kinderlokker nu alweer twintig jaar voort, als verdachte in talloze cold cases.

In deze straffe serie worden de archetypische psychopaat en zijn modus operandi vakkundig en met de nodige visuele bravoure tegen het licht gehouden. Net als beruchte ‘collega’s’ zoals The Night Stalker, Son Of Sam en The Golden State Killer heeft hij zelfs een typische seriemoordenaarsnaam toebedeeld gekregen: De Sneeuwman. Het wordt alleen niet helemaal duidelijk waar die op is gebaseerd. Of is-ie vooral bedoeld om bij te dragen aan de mythevorming van Michel S.?

De DocUpdater

The Lost Leonardo

Sony Pictures

Nog geen 1200 dollar betaalden kunstjager Alexander Parish en handelaar Robert Simon in 2005 voor het schilderij dat ze aantroffen bij een veiling in New Orleans. Zou het van een leerling van Leonardo da Vinci kunnen zijn? Of zelfs – de twee durven er nauwelijks over te speculeren – een werk van de meester zelf? Dat lijkt vrijwel onmogelijk. Er is al ruim een eeuw geen échte Leonardo meer ontdekt. Bovendien blijft de herkomst van dit werk, dat rond 1500 moet zijn gemaakt, erg onduidelijk. Waar zou de Salvator Mundi dan al die tijd zijn geweest?

Al snel ontstaat er strijd rond The Lost Leonardo (100 min.). Allereerst over de authenticiteit van het schilderij, vervolgens over de verhandeling ervan. Daarbij komen de slinks opererende Zwitserse handelaar Yves Bouvier en de Russische oligarch Dmitry Rybolovlev, die zeker vijftig miljoen te veel lijkt te betalen voor het werk, bijvoorbeeld recht tegenover elkaar te staan. En als de Rus het schilderij van Da Vinci vervolgens in 2017 aanbiedt via veilinghuis Christie’s, gepresenteerd als ‘De Mannelijke Mona Lisa’, komt er nog een veel hogere prijs op tafel: 450 miljoen dollar.

Met direct betrokkenen, kunstkenners, handelaren, verzamelaars en Dianne Modestini, de restaurateur van ‘De verlosser van de wereld’, ontleedt documentairemaker Andreas Koefoed tot in detail de gekte, het opportunisme en de hebzucht rond het herontdekte meesterwerk, dat uiteindelijk in dubieuze private handen belandt. En zelfs dan blijft de vraag opspelen of het wel een echte Da Vinci is. Kenners van het wonderkind van de Italiaanse Renaissance kunnen het daar maar niet over eens worden.

Daarmee begeeft Koefoed zich met zichtbaar plezier op hetzelfde terrein als Oeke Hoogendijk in Mijn Rembrandt. Die film komt alleen nóg dichter bij de hoofdrolspelers en het bijbehorende upperclass-milieu en beziet de verwikkelingen bovendien met veel ironie. The Lost Leonardo heeft dan weer meer een politieke dimensie. Uiteindelijk wordt de Salvator Mundi onderdeel van een internationaal spel dat de onnavolgbare kunsthandel, die hier weer genadeloos te kijk wordt gezet, zonder moeite ontstijgt. En dan is het omstreden schilderij ineens ook weer verdwenen…

Een Porseleinen Huwelijk

ICU Documentaires

Achter de traan van Maxima, waarmee op zaterdag 2 februari 2002 haar huwelijk met de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander officieus werd bezegeld, gaat een gevoelige kwestie schuil. Dat was natuurlijk al bekend. Omdat hij jarenlang deel uitmaakte van het schrikbewind van de Argentijnse dictator Videla, mocht Maxima’s vader Jorge Zorreguieta destijds niet aanwezig zijn bij de officiële huwelijksplechtigheid. Dit had de Nederlandse topdiplomaat Max van der Stoel, in opdracht van de toenmalige premier Wim Kok, hoogstpersoonlijk uitonderhandeld.

Toch is het complete verhaal daarmee niet verteld. De vierdelige documentaireserie Een Porseleinen Huwelijk (200 min.), een nauwgezette journalistieke ‘reconstructie van een koningsdrama’, bevat nog enkele saillante onthullingen. Martin Maat en Hans Hermans hebben de hand weten te leggen op handgeschreven aantekeningen van Van der Stoel en spreken met zijn zoon Scipio, die hij destijds in vertrouwen nam over zijn bevindingen. Zo kunnen ze achter de schermen kijken bij deze gevoelige kwestie, die dreigde uit te monden in een constitutionele crisis.

Maat en Hermans hebben sowieso een imposante lijst bronnen voor de camera gekregen. Behalve Van der Stoel komen bijvoorbeeld ook toenmalig PvdA-fractievoorzitter en Kok-confidant Ad Melkert, hoogleraar Michiel Baud (die onderzoek deed naar Zorreguieta’s rol tijdens de dictatuur), de Nederlandse correspondent Jan Thielen (die meermaals met de vader van Maxima sprak), de Argentijnse grootgrondbezitter Mauricio Goyenechea (een huisvriend van de Zorreguieta’s) en Nederlandse Videla-opponenten als Frits Barend en Freek de Jonge aan het woord.

Zo wordt het schaakspel achter de coulissen zichtbaar – letterlijk verbeeld met een bord en stukken – maar wordt ook het drama daarachter invoelbaar gemaakt. De verschrikkingen van de Argentijnse dictatuur komen tot leven via interviews met de 95-jarige Delia Giavanola, één van de oprichters van De Dwaze Moeders die jarenlang op La Plaza de Mayo in Buenos Aires aandacht vroegen voor hun verdwenen kinderen, en haar kleinzoon Martín, die na de moord op zijn ouders in het geheim ter adoptie is aangeboden en pas onlangs met zijn hoogbejaarde oma werd herenigd.

Een Porseleinen Huwelijk zoomt tevens in op de juridische stappen die destijds werden gezet tegen Jorge Zorreguieta. Nadat de strafkamer van het gerechtshof Amsterdam in het najaar van 2000 had bepaald dat de Surinaamse leider Desi Bouterse in Nederland kon worden vervolgd voor de zogenaamde Decembermoorden, leek ook een rechtsgang tegen Zorreguieta hier ineens tot de mogelijkheid te behoren. De poging van enkele Nederlandse advocaten om Maxima’s vader namens slachtoffers van het Videla-regime te vervolgen, zou evenwel rigoureus worden gedwarsboomd.

Minutieus ontleden Martin Maat en Hans Hermans in deze boeiende miniserie alle aspecten van De Kwestie Zorreguieta, een zaak die twintig jaar geleden heel Nederland – en half Argentinië – in zijn greep hield. Totdat ons land echt kennismaakte met de bevallige echtgenote van de toekomstige koning en op het moment suprême, tijdens de huwelijksvoltrekking in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, die ontzettend mediagenieke traan over haar wang biggelde. Daarmee werd in zekere zin niet alleen haar huwelijk bezegeld, maar ook de affaire die daarmee verbonden dreigde te raken.

Volksvertreter

Norbert Kleinwächter en jonge fans / IDFA

‘Nou, je ging wel lekker tekeer’, zegt de cameraman van dienst tegen AfD-parlementslid Norbert Kleinwächter, die zojuist voor een campagnefilmpje met gevouwen handen op zijn knieën is gegaan. ‘Als je iets wilt bereiken binnen de CDU’, riep Kleinwächter erbij, ‘moet je op je knieën gaan en de godheid Merkel bedanken!’ De cameraman vraagt of hij het filmpje misschien wil terugkijken. ‘Ik wil zien hoe ik uit mijn dak ga’, antwoordt de Duitse politicus, die opvallend snel weer is afgekoeld. ‘Je ging inderdaad helemaal uit je plaat’, constateert de cameraman verbaasd. ‘Het deed me een beetje aan Hitler denken.’

Die associatie proberen Kleinwächter en zijn partijgenoten van de rechts-populistische politieke partij Alternative für Deutschland natuurlijk koste wat het kost te vermijden. Toch is de vergelijking met het nationaalsocialisme nooit ver weg in de observerende documentaire Volksvertreter (Engelse titel: The Voice Of The People, 96 min.), waarvoor documentairemaker Andreas Wilcke drie jaar lang vier parlementariërs van de omstreden AfD heeft gevolgd. Is het niet doordat één van hen publiekelijk wordt uitgemaakt voor nazi, dan is het wel doordat ze zich er intern over beklagen dat die link voortdurend – en in hun ogen ten onrechte – wordt gelegd.

Beeldvorming is werkelijk alles, toont Wilcke, die zijn ogen op de bal houdt bij partijbijeenkomsten, mediatrainingen en interne verkiezingen en zich verder zelf onthoudt van commentaar. Bij hoe de partijleden elk onderwerp benaderen én bij hoe zijzelf door de buitenwereld, de pers in het bijzonder, worden benaderd. ‘De strijd is niet voorbij’, waarschuwt partijleider Alexander Gauland niet voor niets als de AfD bij de verkiezingen van 2017 de derde partij in de Bundestag is geworden, het startpunt van deze documentaire. ‘Ze zullen alles doen om ons als rechts-extremisten neer te zetten. Als je je vreugde over de verkiezingsuitslag wilt uitdrukken, doe het dan verstandig. En gebruik geen taal die tegen ons kan worden gebruikt.’

Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Als Norbert Kleinwächter bijvoorbeeld voor een interland van het Duitse voetbalelftal in een zaaltje nog even de verschillende culturele achtergronden van de spelers doorneemt – waarbij duidelijk doorklinkt dat hij liever een team met échte Duitsers had gezien – stimuleert dat de aanwezigen om tijdens de wedstrijd ongegeneerd los te gaan op verdediger Jerome Boateng, die met een rode kaart uit het veld wordt gestuurd. ‘Deporteer hem!’ roept één van de aanwezigen. ‘Flikker die n****r eruit’, floept een ander eruit. ‘Terug naar Afrika!’, ‘gooi ze allemaal het land uit’ en ‘als het toch zo gemakkelijk was: één rode kaart en hij is weg!’ zijn dan niet meer ver weg.

Kleinwächter – die achter de schermen, als er geen vuur uit zijn ogen spuit of vitriool uit zijn mond komt, soms wel wat weg heeft van Mr. Bean – hoort het glimlachend aan. Het komt niet in hem op om in te grijpen. Het is een ontluisterende scène. Waarin de AfD’er even zijn ware aard – en die van (een belangrijk deel van) zijn achterban – lijkt te onthullen. Dat is tevens de kracht van deze klassieke fly on the wall-film, waarin de ‘ausdauer’ van de maker ervoor zorgt dat zijn hoofdpersonen zich uiteindelijk niet meer (voortdurend) bewust zijn van de camera en dan hun authentieke zelf prijsgeven.

Putin: A Russian Spy Story

Eens KGB, altijd KGB. Vladimir Poetin mag dan al zo’n twintig jaar aan de macht zijn in Rusland. In zijn hart blijft hij altijd een medewerker van de Russische inlichtingendienst, waar hij halverwege de jaren zeventig in dienst trad. De jonge Poetin spiegelde zich destijds aan het fictieve personage Max Otto von Stierlitz, de Russische tegenhanger van James Bond (al zien wij, in het westen, tegenwoordig eerder diens aartsvijand Ernst Stavro Blofeld in hem, een slechterik die altijd plannen smeedt om de wereld naar zijn hand te zetten of anders te vernietigen).

Sindsdien is er heel veel en tegelijkertijd heel weinig veranderd, betoogt de driedelige serie Putin: A Russian Spy Story (140 min.). Poetin is allang niet meer die onopvallende en plichtsgetrouwe KGB-medewerker, maar hij bedient zich nog altijd van de methoden die hem ooit werden bijgebracht bij de geheime dienst. Chantage bijvoorbeeld. Desinformatie. En moord. Waarbij opvallend vaak het ultieme spionnenwapen wordt ingezet: vergif (dissident Alexander Litvinenko, dubbelspion Sergej Skripal en onlangs oppositieleider Alexej Navalny). En natuurlijk ook gewoon bot geweervuur (politiek tegenstander Boris Nemtsov en onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja, nota bene op Poetins verjaardag).

Deze intrigerende ongeautoriseerde biografie van Nick Green benadert Poetins leven en werk vanuit het gezichtspunt van de eeuwige geheimagent. Insiders, critici en deskundigen schetsen een man die nog altijd in het geniep op allerlei borden schaakt, rücksichtslos stukken ervan afslaat als ze hem in de weg staan en streeft naar absolute dominantie, zowel in eigen land als internationaal. Waarbij het streven naar een sterk Rusland allang lijkt te zijn ingehaald door een alles verterende behoefte om koste wat het kost vast te houden aan de macht. Intussen, zo luidt de onvermijdelijke conclusie, vergiftigt hij de wereld, zijn land en zichzelf.

The Trials Of Henry Kissinger

Zou voormalig minister van Buitenlandse Zaken, nationaal veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten én winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Henry Kissinger vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten worden gedaagd? Waarom zou de gelauwerde diplomaat, een graag geziene gast in de media (ook door hemzelf), niet hetzelfde lot moeten ondergaan als pak ‘m beet Slobodan Milosevic en Augusto Pinochet?

Voornaamste verschil: Kissinger is een politicus uit de Verenigde Staten, een land dat zweert bij de internationale rechtsorde. Zolang het zich daar zelf niet aan hoeft te houden. In The Trials Of Henry Kissinger (79 min.) uit 2002, gebaseerd op een boek van Christopher Hitchens, zet regisseur Eugene Jarecki de ‘aanklacht’ tegen de machtspoliticus op een rij. Die is gestoeld op ‘s mans betrokkenheid bij conflicten in Vietnam, Cambodja, Chile en Oost-Timor.

Als aanklagers fungeren historici en goed ingevoerde journalisten zoals Seymour Hersh, daar tegenover neemt Kissingers voormalige collega Alexander Haig de rol van getuige à decharge op zich. De man zelf zwijgt in alle toonaarden, maar is via uitgebreid archiefmateriaal toch prominent aanwezig. Vanuit al die bronnen komt een vrij consistent beeld naar voren: van een meester in ‘plausible deniability’, die geen woorden nodig heeft om te communiceren wat hij wil en dus ook verdomd lastig op woorden is te pakken.

Intussen schetst deze scherpe film, waarin acteur Brian Cox als verteller fungeert, met verve de duistere achterkant van de internationale politiek, waarbij individuele mensen niet meer dan pionnen lijken te zijn op een levensgroot schaakbord – waar ze elk ogenblik ook weer vanaf geslagen kunnen worden.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.