Citizen K

TIFF

Ruim acht jaar van zijn veelbewogen leven bracht hij door in een cel. Als symbool van het verzet tegen Vladimir Poetin. Het kwam de Russische entrepreneur Mikhail Khodorkovsky duur te staan dat hij in 2003 in het openbaar de strijd was aangegaan met de gevreesde president. Poetins tegenzet volgde snel: Citizen K (125 min.) werd gearresteerd vanwege belastingontduiking en fraude. Hij zou voor ettelijke jaren uit het publieke debat worden verwijderd.

Vanuit Londen blikt Khodorkovsky nu met documentairemaker Alex Gibney terug op zijn leven en gevangenschap. Hij heeft zich inmiddels weer in de Russische politiek gemengd. ‘Ik ben bepaald geen ideale persoon, maar ik ben wel iemand met idealen’, zei hij daarover rond zijn veroordeling. ‘En ook voor mij is het moeilijk om in een gevangenis te leven. Ik wil er ook zeker niet doodgaan. Maar als het moet, zal ik niet aarzelen. De zaken waar ik in geloof zijn het waard om voor te sterven.’

Toch is en blijft de oligarch een gemankeerde held, zo blijkt ook uit Gibneys film. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was Mikhail Khodorkovsky één van de ‘gangsterkapitalisten’ die zich in de jaren negentig, gebruikmakend van de mazen in de wet, schaamteloos verrijkten. Alle middelen leken toentertijd geoorloofd voor deze oligarchen. Totdat Vladimir Poetin zijn bewegingsvrijheid begon in te perken, had ook Khodorkovsky waarschijnlijk zelden verder dan zijn eigen belang gekeken. 

Alex Gibney maakt het hem op dat gebied nu niet al te moeilijk. Hij lijkt vooral gericht op wat het persoonlijke relaas van de topman van de Russische oliegigant Yukos vertelt over het moderne Rusland, waar die ene onomstreden leider, die mede door Khodorkovsky aan de macht is geholpen, almachtig is geworden. Poetin heeft zelfs het alleenrecht op de waarheid verworven. Wat hij zegt, of via de staatsmedia laat uitdragen, is waar. Ook al strookt het op geen enkele manier met de feiten.

In deze gesmeerde film, waarin ook Derk Sauer, de Nederlandse oprichter van de onafhankelijke krant The Moscow Times, uitgebreid aan het woord komt, wordt het naargeestige karakter van Poetins bewind ontleed. Met als absurd hoogtepunt een loflied op de grote leider (refrein: ‘Poetin, Poetin, we willen allemaal trouwen met Poetin), dat met Meno Male Che Silvio kan wedijveren om de eretitel van meest potsierlijke campagnelied aller tijden.

Intussen is de bikkelharde zakenman Mikhail Khodorkovsky, tenminste volgens bronnen uit zijn directe omgeving, een beter mens geworden tijdens zijn gevangenschap. Een man die meer oog heeft gekregen voor anderen en tegelijkertijd vasthoudt aan zijn idealen, ook als ze zijn economische belangen schaden en hem en de zijnen in gevaar kunnen brengen. Dat verhaal wordt in deze stevige documentaire behoorlijk goed in de verf gezet.

Tell Me Who I Am

Netflix

Links in beeld zit Alex Lewis, rechts Marcus Lewis. Tweelingbroers. Los van elkaar geïnterviewd. Over de kwestie die hun leven veranderde. Als Alex op achttienjarige leeftijd na een motorongeluk in coma terechtkomt en zijn geheugen kwijtraakt, is het Marcus die hem uitlegt dat die oudere mevrouw zijn moeder is en die afstandelijke meneer papa. Alles in de wereld is weer als nieuw voor de tiener Alex, zelfs dat hij een vriendin heeft. ‘Onze vaste grap was dat ik twee keer ontmaagd ben door dezelfde vrouw’, zegt de Britse vijftiger lachend in deze documentaire van Ed Perkins.

Marcus sleept de achttienjarige Alex weer het leven in. Hij schetst hem de idyllische jeugd die ze hebben gehad in de bevoorrechte omgeving van de Britse upperclass. Één ding vertelt hij echter niet. Het victoriaanse huis, waarin de eeneiige tweeling opgroeide, herbergt een groot geheim. Dat komt Marcus later op flinke kritiek te staan. ‘Het was niet aan jou om God te spelen’, zeggen vrienden over het feit dat hij een groot deel van hun gezamenlijke leven verzweeg voor zijn verdwaasde broer.

Tell Me Who I Am (85 min.) onthult dit geheim stapsgewijs. Het eerste bedrijf van deze gestileerde film, waarin het relaas van de eeneiige tweeling wordt geïllustreerd met een combinatie van authentieke familiefoto’s en -filmpjes en verfilmde herinneringen, wordt verteld vanuit het perspectief van Alex. Het volgende bedrijf voegt daar Marcus’ lezing van de feiten aan toe. In het laatste bedrijf, waarin de gebroeders Lewis letterlijk tegenover elkaar gaan zitten, komen de beide werkelijkheden tenslotte met het nodige kunst- en vliegwerk bij elkaar.

Die confrontatie voor de camera, het eerste gesprek dat de twee broers naar verluidt hebben over de bijzonder precaire kwestie die tussen hen in is gaan staan, voelt gekunsteld. Gecreëerd drama. Zoals de hele vertelling sowieso erg geconstrueerd oogt. Had de tweeling nu werkelijk deze documentaire nodig om elkaar recht in de ogen te kijken en de waarheid te zeggen? Een diep persoonlijke kwestie, voorheen onmogelijk om met zijn tweeën te bespreken, wordt nu met de hele wereld gedeeld.

En dan blijft de kijker ook nog met de nodige losse eindjes achter: hebben de broers, die eerder (!) al een boek schreven over de zaak, bijvoorbeeld actie ondernomen tegen de lieden waarmee ze nog een appeltje hebben te schillen? Daarover reppen ze in elk geval met geen woord in deze slinkse film, die soms een loopje lijkt te nemen met een bijzonder, dat wel, pijnlijke waarheid.

Maiden

Als een zeepaard van Troje voeren ze in 1989 plotseling een absoluut mannenbolwerk binnen. Tot dat moment hadden vrouwen een ondergeschikte rol gespeeld in de Whitbread Round The World Race, de grootste zeilwedstrijd van de wereld die eenmaal per drie jaar plaatsvindt. Koken, mochten ze. Of schoonmaken.

Totdat de 24-jarige Tracy Edwards, die de race al eens in de keuken van een mannenschip had doorgebracht, met een eigen boot en een volledig vrouwelijke crew wilde gaan deelnemen. Het benodigde geld daarvoor kwam, uiteindelijk, van koning Hoessein van Jordanië. En Sarah Ferguson, de hertogin van Yorke, had het schip alvast heel toepasselijk Maiden (93 min.) gedoopt.

Die vrouwenboot zou de eerste etappe van het Britse Southampton naar Punta Del Este in Uruguay niet gaan uitvaren, spraken insiders toentertijd uit. De twaalf crewleden, onder wie de Nederlandse Tanja Visser, hadden helemaal niets te zoeken in zo’n loodzware race, zo was het idee. Zelf dachten en denken ze daar heel anders over. Voor de camera van Alex Holmes doen de vrouwen bijna dertig jaar na dato hun relaas over de negen maanden die ze op het woelige water zouden doorbrengen.

De filmmaker vermengt hun herinneringen met opwindende beelden vanaf de boot en smeedt zo een behoorlijk enerverend geheel, dat de ervaring aan boord heel aardig invoelbaar maakt. En zoals dat gaat in dit soort verhalen stijgen de heldinnen, na de nodige uitdagingen en ontberingen, uiteindelijk boven zichzelf uit en leren ze elkaar én zichzelf beter kennen. Waarna als vanzelf ook het respect van al die sceptische mannen volgt.

Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story

Je zou hem de ultieme winnaar kunnen noemen. Ten koste van alles en iedereen, ongeacht de middelen. De ideale posterboy voor het winner-takes-all wereldbeeld – en in het verlengde daarvan: het onversneden roofdier-kapitalisme. En toen haalde het verleden Lance Armstrong, zevenvoudig winnaar van de Tour de France, alsnog met duizelingwekkende snelheid in. De ultieme Gele Truidrager werd de risee van zijn sport.

De ontluisterende documentaire Stop At Nothing: The Lance Armstrong Story (100 min.) uit 2014 gaat terug naar het moment waarop de opkomst – en navolgende neergang – van de Amerikaanse wielercrack gestalte krijgt: zijn noodlottige ontmoeting met dopingdokter Michele Ferrari. Armstrong werd zijn ideale pupil. Of, zoals David Walsh, de Ierse journalist die hem jarenlang op het spoor was en daarvoor, niet alleen door Armstrong zelf, met pek en veren werd overgoten, het formuleert: ‘Als jij je werk als Frankenstein doet, word ik het beste monster dat je ooit hebt geschapen.’

Filmmaker Alex Holmes ontleedt de veelvraat van het moderne wielrennen, die bereid was om werkelijk alles te vreten (of slikken of injecteren of transfuseren of…) om te kunnen winnen, met zijn voormalige secondant Frankie Andreu en diens vrouw Betsy, oud-ploeggenoot en klokkenluider Tyler Hamilton, z’n voormalige masseuse Emma O’Reilly die eveneens een boekje open deed over Armstong en die andere Amerikaanse wielergrootheid Greg Lemond, met wie hij een uiterst moeizame relatie onderhoudt. Samen met enkele journalisten, een strijdbare advocaat en het hoofd van de Amerikaanse anti-dopinginstantie belichten zij de strijd om de waarheid boven tafel te krijgen.

De all American hero, moedige kankeroverwinnaar en naamgever van zijn eigen goede doel-stichting laat zelf verstek gaan in deze film, waarin hij wordt geportretteerd als een aartsleugenaar en gewetenloze psychopaat die geen middel onbenut laat om zijn grote geheim te beschermen. De hoofdpersoon komt wel veelvuldig aan het woord in archiefmateriaal, waarin hij talloze statements doet die naderhand stuk voor stuk zijn ontkracht. Ook, uiteindelijk, door hemzelf: in een zogenaamd ‘tell all‘- interview met Oprah Winfrey. Met zijn gedrag heeft hij zijn sport dan al op systematische wijze besmeurd.

Er is nóg een andere Armstrong-documentaire over min of meer hetzelfde thema: The Armstrong Lie van regisseur Alex Gibney uit 2013. Vier jaar eerder had hij de Amerikaanse beroepswinnaar gevolgd tijdens zijn terugkeer in de Tour de France. Die film werd echter ingehaald door de feiten. Toen het dopingschandaal zijn opnamen irrelevant had gemaakt, ging Gibney verhaal halen. Bij mensen uit Armstrongs entourage en bij Lance zelf.

Last Breath

‘Christopher omschreef het als de ruimte ingaan, maar dan onder water’, zegt Morag, de vriendin van Chris Lemons. De Schotse dertiger is één van de drie duikers die in 2012 betrokken raakt bij een ernstig ongeluk op het schip Topaz. Chris heeft zijn schaapjes op dat moment behoorlijk op het droge: hij slaagde erin om van zijn grote passie, duiken, zijn beroep te maken, is een huis aan het bouwen en staat op het punt om in het huwelijksbootje te stappen. En dan wordt de levenslijn tussen het schip en de saturatieduiker, die zich op bijna honderd meter diepte in de Noordzee bevindt, op brute wijze doorgesneden…

Het is een unieke wereld, die in de zinderende documentaire Last Breath (85 min.) wordt opgeroepen. Van professionele duikers die onder water onderhoudswerk en reparaties uitvoeren. Het is een beroep met geheel eigen normen en waarden, codes én jargon. Als het duikondersteuningsvaartuig Topaz bijvoorbeeld in ’Dynamic Positioning’ (verankerd aan de zeebodem) is gebracht, kunnen de drie duikers hun ’bell’ (een soort aparte eenheid die vanaf de boot in de zee wordt afgezonken) verlaten om hun werk te gaan doen. Ze blijven intussen verbonden met hun basis via een ’umbilical’ (een soort navelstreng die zorgt voor warmte, licht en zuurstof en waarmee ze met hun collega’s kunnen communiceren).

Op die bewuste septemberdag in 2012, als de Topaz zich op enkele honderden kilometers van Aberdeen op zee bevindt, zorgt een computerfout ervoor dat de Dynamic Position crasht. Het schip raakt daardoor op drift. Als de umbilical van Chris vervolgens knapt, is hij aan de Goden overgeleverd. Én aan zijn twee directe collega’s in de bell: de ervaren Duncan Allcock, die hem wegwijs heeft gemaakt op de zeebodem, en de stoïcijnse Dave Yuasa, die ‘gewoon’ zijn werk doet. ‘Ik was niet erg overstuur over Chris’, herinnert die laatste zich. ‘Dit kan gebeuren. Hij was niet mijn beste vriend of één van m’n kinderen.’ En juist deze koele kikker wordt erop uitgestuurd om op zoek te gaan naar de collega die wel eens levenloos in het donkere water zou kunnen liggen.

Het is een absoluut horrorscenario voor alle betrokkenen, die het tragische ongeluk in deze bijzonder vernuftig geconstrueerde film van Alex Parkinson en Richard da Costa nog eens stapsgewijs doornemen. Daarbij kijken ze recht in de camera, de spanning en emotie van het moment herbelevend. Hun relaas wordt kracht bijgezet met een vloeiende combinatie van authentiek beeldmateriaal van het drama, onder anderen gemaakt met helmcamera’s van de crewleden, en speciaal voor de film gemaakte reconstructiebeelden. Zo ontstaat in deze lekker vet aangezette documentaire, één van de beste films die ik tot dusver zag in 2019, een bloedstollende race tegen de klok die niet had misstaan in een Hollywood-blockbuster. Kunnen ze Chris vinden? Is hij überhaupt nog in leven?

Divide And Conquer: The Story Of Roger Ailes

Een film over Roger Ailes, de grote baas van de rechtse Amerikaanse nieuwszender Fox News. Van Jigsaw Pictures, het productiebedrijf van documentaire-crack en erkend tegellichter Alex Gibney. Dan verwacht je een scandaleuze film waarin voortdurend wordt uitgedeeld. Door Ailes zelf, natuurlijk. Die niet anders kon – of wilde. En door filmmaakster Alexis Bloom, die vast alle gelegenheid heeft gekregen om haar omstreden subject eens grondig te laten incasseren.

Divide And Conquer: The Story Of Roger Ailes (107 min.) wordt echter nooit het zinnenprikkelende portret van de man en tijd die Donald Trump hebben voorgebracht dat het in potentie wel is. Aanknopingspunten genoeg in het levensverhaal van de flamboyante Ailes: zijn opmars aan het eind van de jaren zestig als nietsontziende media-adviseur van talloze toonaangevende Republikeinse politici, de manier waarop hij daarna Amerika’s succesvolste nieuwszender uit de grond stampte en de politieke moddergevechten, ordinaire ruzies en – natuurlijk – #metoo-affaires die daarmee gepaard gingen.

En dan hebben we het nog niets eens over zijn lachwekkend grote ego. Zo zou Barack Obama, een politicus die ondanks een serieuze lastercampagne van Fox News tweemaal tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, hem bijvoorbeeld ooit hebben begroet als ‘de belangrijkste man van de wereld’. Tenminste, volgens Roger Ailes zelf. Waarna ze, breed lachend natuurlijk (maar waarom eigenlijk?), samen met hun echtgenotes op de foto gingen. Een getuige herinnert zich echter een heel ander verhaal. Nee, dat had Obama toch nét iets anders geformuleerd.

Ook treffend: hoe Ailes het plaatselijke sufferdje in zijn eigen woonplaats opkoopt om ook daar zijn wil op te leggen aan de gemeenschap en zo, opnieuw, tweespalt creëert. Dat lijkt een treffende metafoor voor zijn complete leven. Het geeft hem ook iets treurigs: de bullebak die alleen maar vijanden kent. Omdat hij geen echte vriendschap kan sluiten. Deze film schildert treffend dat (on)vermogen, maar slaagt er slechts beperkt in om het een plek te geven in het leven van de man die nooit een gevecht uit de weg ging – of kón gaan. Ook het maatschappelijke klimaat dat Roger Ailes zou creëren/faciliteren en waarop Donald Trump zou floreren komt slechts beperkt aan bod.

Divide And Conquer is aldus een vakkundig gemaakte hitjob. Maar ook niet meer dan dat.

Voor een vlijmscherp, stijflinks pamflet tegen Fox News kun je overigens terecht bij de documentaire Outfoxed: Ruper Murdoch’s War On Journalism van Robert Greenwald uit 2004, die in zijn geheel op YouTube is te zien.

The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley

‘One tiny drop changes everything.’ In die soepele slogan zat de complete bedrijfsfilosofie van Theranos verscholen. Met één klein druppeltje bloed zou de startup van Elizabeth Holmes, een idealistische jonge vrouw die het bedrijf op haar negentiende oprichtte en het sindsdien als haar eigen keizerrijk regeerde, vroegtijdig en goedkoop ziektes en aandoeningen kunnen opsporen, waarvoor tot dat moment nog heel duur onderzoek en héél veel bloed nodig was. 

Dat klonk als een revolutionaire vernieuwing. En zo presenteerde Holmes het door haar bedrijf ontwikkelde testapparaat ‘Edison’ ook. Binnen enkele jaren was de startup negen miljard dollar waard en stak Holmes met deze ‘Apple van de gezondheidszorg’ inderdaad haar grote idool Steve Jobs naar de kroon. Ze was net dertig en werd beschouwd als een genie, dat zich net zo gemakkelijk tussen CEO’s van topbedrijven als leden van de regering Obama bewoog. Het leek allemaal te mooi om waar te zijn. En dat was het natuurlijk ook.

In The Inventor: Out For Blood In Silicon Valley (119 min.) ontleedt Alex Gibney, die eerder al ‘vijandige’ portretten maakte van Julian Assange, Lance Armstrong en Steve Jobs, de opkomst van het bewierookte fenomeen Elizabeth Holmes en haar onvermijdelijke neergang in de afgelopen jaren. Gibney fungeert zelf als verteller en verbindt op gewiekste wijze een overload aan archiefbeelden van Holmes en Theranos, verzameld feiten- en bewijsmateriaal en interviews met belangrijke getuigen, journalisten en deskundigen met elkaar. De vormgeving is zoals gebruikelijk even fraai als bombastisch.

Met muziek zet de Amerikaanse regisseur bovendien lekker cynische accenten. Wie deze overtuigende film heeft gezien, zal MC Hammers U Can’t Touch This voortaan associëren met de zorgvuldig geënsceneerde zegetocht van Holmes voor haar eigen personeel, terwijl het water hen allang aan de lippen staat. Zo construeert Gibney een dwingende narratief waarin de hoofdpersoon steeds verder wordt afgeschminkt, totdat het demasqué compleet is en niemand er meer omheen kan: ook deze steevast in zwart geklede keizerin heeft in werkelijkheid helemaal geen kleren aan.

Enemies: The President, Justice & The FBI

Het is bijna gewoon geworden dat de Amerikaanse president Donald J. Trump (2016-…) zijn eigen Federal Bureau of Investigation de mantel uitveegt. ‘Very sad that the FBI missed all of the many signals sent out by the Florida school shooter’, tweette hij bijvoorbeeld op 18 februari van dit jaar na de ‘school shooting’ in Parkland, om daar vervolgens, volgens die geheel eigen Trump-logica, aan toe te voegen. ‘This is not acceptable. They are spending too much time trying to prove Russian collusion with the Trump campaign – there is no collusion. Get back to the basics and make us all proud!’

Spanningen met de FBI zijn echter bepaald niet alleen voorbehouden aan president Trump. De vierdelige documentaireserie Enemies: The President, Justice & The FBI (258 min.) van Jed Rothstein en Alex Gibney, geïnspireerd door het boek Enemies: A History Of The FBI van Tim Weiner uit 2012, toont aan dat de omgang tussen de regering en binnenlandse veiligheidsdienst vrijwel nooit zonder strubbelingen verloopt. Aflevering 1 richt zich bijvoorbeeld op de gemankeerde vriendschap tussen de legendarische directeur J. Edgar Hoover, een duistere figuur die ruim een halve eeuw directeur was, de mythe van de G-men in het leven riep en zijn macht op alle mogelijke manieren misbruikte, en de enige Amerikaanse president die ooit werd gedwongen om af te treden, Richard Nixon (1968-1974). Zijn pijnlijke vertrek had Nixon mede te danken aan Deep Throat, de geheimzinnige bron die de Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein van de ene na de andere scoop voorzag in het Watergate-schandaal. Ruim dertig jaar later werd duidelijk dat achter het mysterieuze pseudoniem een G-man in hart en nieren schuilging, FBI-onderdirecteur Mark Felt.

De relatie tussen een president en de FBI is delicaat en poreus, zo blijkt eveneens uit de tweede en derde aflevering van Enemies als de presidenten Ronald Reagan (1980-1988) en Bill Clinton (1992-2000) in respectievelijk de Iran-contra Affaire en Monicagate verzeild zijn geraakt. Kan de leider in tijden van nood op rugdekking van de inlichtingendienst rekenen of probeert die hem dan juist pootje te lichten? In een gestileerde setting, waarin de geïnterviewden door gebruik van allerlei schermen subtiel in en uit beeld verdwijnen, proberen Rothstein en Gibney met (voormalige) medewerkers, stafleden van Amerikaanse presidenten en auteur Tim Weiner door te dringen tot het wezen van de organisatie. Gezamenlijk slagen ze erin om politieke schandalen waarover door de jaren heen al uitvoerig is bericht van extra context en diepte te voorzien. De parallellen met de voetangels en klemmen van het tijdperk Trump zijn onmiskenbaar. Het verleden is slechts een proloog voor het heden, willen de filmmakers maar zeggen. Zoals ook sommige beeldbepalende figuren van nu opnieuw opduiken in een eerdere crisis, soms in een totaal andere rol.

De afsluitende episode richt bijvoorbeeld de schijnwerper op de bekendste FBI-directeur sinds de diabolische Hoover. In 2004 gaat James Comey als onderminister van justitie de confrontatie aan met de regering van George W. Bush (2000-2008) over diens grootschalige surveillanceprogramma, waarbij gewone Amerikanen stiekem in de gaten worden gehouden. Ruim tien jaar later staat diezelfde Comey, inmiddels directeur van de inlichtingendienst, opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Eerst beschadigt hij de kandidatuur van Hillary Clinton voor het Amerikaanse presidentschap met persverklaringen over haar roekeloze omgang met vertrouwelijke e-mails. Daarna komt hij lijnrecht tegenover de man te staan die het presidentschap vervolgens heeft opgeëist. Trump eist een loyaliteitsverklaring. Als die uitblijft, stuurt hij Comey de laan uit. Daarmee zet hij ongewild het Russiagate-onderzoek in gang, dat wordt geleid door voormalig FBI-directeur Robert Mueller, een vertrouweling van James Comey die ook al aan diens zijde stond tijdens het conflict met de regering Bush. Over geschiedenis die zich blijft herhalen gesproken.

Enemies toont glashelder aan dat de meningsverschillen tussen regering en FBI aan het hart van de Amerikaanse rechtstaat raken. Als de FBI zomaar kan worden aangestuurd door een president, dan wordt de inlichtingendienst al snel een gevaarlijk politiek wapen. Als de FBI echter zijn eigen koers vaart, dan kan de organisatie inderdaad – zoals Trump te pas en vooral te onpas roept – een soort oncontroleerbare ‘deep state’ worden. Een middenweg is, blijkens de in deze miniserie geschetste turbulente historie van de inlichtingendienst, nauwelijks te bewandelen.

Free Solo

Ben of word je medeplichtig als je iemand filmt die doelbewust zijn leven in de waagschaal stelt? Dat vraagt filmmaker Jimmy Chin zich af tijdens het portretteren van Alex Honnold. De Amerikaan doet aan ‘free solo’, vrij klimmen. Hij beklimt indrukwekkende bergwanden, zonder enige beveiliging. Één klein foutje is direct fataal. Of zoals Honnold het zelf stelt: ‘De kans dat ik naar beneden val is vrij klein, maar de consequenties zijn dan extreem groot.’

Juist klauterend tegen zo’n steile wand, zonder vangnet op eenzame hoogte, voelt hij zich echter werkelijk vrij. ‘Volgens mij is iedereen die van ‘free soloing’ een belangrijk onderdeel van zijn leven maakte nu dood’, werpt medeklimmer Tommy Caldwell droog tegen. Honnolds nieuwe vriendin Sanny McCandless kan in de enerverende documentaire Free Solo (99 min.) ook maar niet begrijpen waarom hij zulke risico’s wil nemen. Zelf blijft de klimmer er stoïcijns onder. Wat heeft hij ook te verliezen?

Volgens eigen zeggen haalt Alex Honnold inspiratie uit zijn ‘bodemloze put van zelfhaat’. Hij refereert daarbij aan zijn ‘liefde’-loze jeugd. Thuis werd dat woord in elk geval nooit gebezigd. Moeder Dierdre, lerares Frans, zei op zijn best ‘je t’aime’. Ze sprak immers consequent Frans tegen haar kinderen. En Honnolds jong overleden vader sprak al helemaal nergens over. Achteraf bezien had hij volgens moeder waarschijnlijk een autismespectrumstoornis.

Hun volwassen kind Alex, dat zichzelf op latere leeftijd moest leren knuffelen, heeft zich nu in zijn hoofd gehaald dat hij als eerste free solo El Capitan, een negenhonderd meter hoge bergwand in het Yosemite National Park, moet beklimmen. Daarbij zal hij worden gevolgd door Chins cameraploeg van ervaren klimmers (die overigens wél goed zijn gezekerd). Verhoogt hun aanwezigheid de druk op Honnold? En in hoeverre heeft zijn nieuwe vriendin hem week gemaakt? Met andere woorden: staat er nu ineens wél wat op het spel voor hem?

Moeten Jimmy Chin en zijn co-regisseur Elizabeth Chai Vasarhelyi Alex Honnold tegen zichzelf in bescherming nemen en hem zijn snode plan uit het hoofd proberen te praten? Of mogen ze die beslissing bij hemzelf laten en ‘gewoon’ het hele proces – de loodzware trainingen, het al dan niet definitieve afscheid van Sanny en de adembenemende soloklim zelf – vastleggen? Deze zenuwslopende film vormt het uiteindelijk vanzelfsprekende antwoord.

Doof Kind

 

‘Ik heb de horende wereld niet nodig’, zegt Tobias de Ronde en voegt er, half grappend, aan toe: ‘Deaf Power!’ Via zijn broer Joachim en vader Alex, die de documentaire Doof Kind (71 min.) over hem maakte, is en blijft Tobias natuurlijk wel degelijk verbonden met de wereld van de horenden. Maar of hij er ook (nog) thuis hoort? Twintiger Tobias voelt zich inmiddels helemaal op zijn plek te midden van louter doven, bijvoorbeeld op de enige dovenuniversiteit van de wereld in Washington. ‘Het is mijn cultuur, mijn identiteit.’

Die zogenaamde dovenidentiteit is een terugkerend aspect in deze persoonlijke film van Alex de Ronde, waarmee hij zowel op het IDFA in Amsterdam als op het Belgische festival Docville de publieksprijs won. In hoeverre wordt die identiteit bedreigd door de komst van implantaten? Kinderen die nu met een gebrekkig gehoor worden geboren, krijgen direct een Cochleair Implantaat (CI). Als gevolg daarvan zou de gebarentaal, waarin Tobias floreert en die hem ook is gaan definiëren, wel eens helemaal verloren kunnen gaan. Dat gaat hem zichtbaar aan het hart.

En dan te bedenken dat het voor diezelfde Tobias en zijn familie ooit een onmogelijke keuze leek: een ‘normale’ middelbare school in Amsterdam of toch die speciale dovenschool in het verre Groningen? Hij koos uiteindelijk voor het hoge Noorden en bewees daar, ook aan zichzelf, dat doofheid niet per definitie een handicap hoeft te zijn. Soms heb je er zelfs uitgesproken voordeel van, vertelt hij op de hem kenmerkende lichtvoetige wijze. Bijvoorbeeld als je geen zin hebt om de tram te betalen. Je reist als dove overigens sowieso met korting.

Die nuchtere toon is kenmerkend voor de geboren verhalenverteller Tobias en deze ontroerende film over zijn leven. Terwijl er in de familie De Ronde toch ook voldoende drama is geweest: beestjes in mama’s borst bijvoorbeeld, ooit nog ongewild onderwerp van gesprek in de talkshow van Catherine Keyl. Vader en debuterend filmmaker Alex, in het dagelijks leven directeur van het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis, kiest er echter voor om deze familietragedie niet te benadrukken en simpelweg zijn onvermijdelijke plek te geven in het leven van zijn opgroeiende zoon.

In Doof Kind versnijdt hij activiteiten van en interviews (in gebarentaal) met de inmiddels volwassen Tobias, zoals een nieuwe liefde en de daarmee gepaard gaande toekomstplannen, met oude familiefilmpjes, waarmee de weg naar zijn huidige, ogenschijnlijk tamelijk zorgenvrije bestaan in beeld wordt gebracht. Intussen komen actuele dilemma’s voor Tobias aan bod. Of hij bijvoorbeeld zelf een doof of horend kind wil? Het officiële antwoord is dat het niet uitmaakt, stelt hij onomwonden. Maar: ‘een olifant wil toch ook niet liever een tijgerwelpje?’

No Stone Unturned

 

Binnen enkele seconden was het voorbij. Ray Houghton had zojuist gescoord voor Ierland en leek zijn land in de openingswedstrijd van het WK langs de Italianen te schieten. Iedereen in The Heights Bar in de kleine plattelandsgemeenschap Loughinisland was opgetogen; hoe ver zou de Ierse nationale ploeg kunnen reiken tijdens dit wereldkampioenschap voetbal? En toen, op die fatale achttiende juni in 1994, barstte het geweervuur los. Enkele ogenblikken later waren er zes plaatselijke mannen dood. Stuk voor stuk katholiek.

Sir Patrick Mayhew, de Britse staatssecretaris voor Noord-Ierland, sprak de daders na de uitvaart stevig toe: ‘je wordt gepakt en zult heel veel jaren in de cel doorbrengen.’ Na zulke ferme taal zou je een gigantische klopjacht op de twee voortvluchtige schutters verwachten. Die werd de nabestaanden ook beloofd: de politie zou letterlijk elke steen omdraaien om de daders te vinden. Bijna 25 jaar na dato maakt No Stone Unturned(110 min.) van Alex Gibney, één van Amerika’s succesvolste documentairemakers, die belofte eindelijk echt waar.

Tijdens zijn diepgravende onderzoek naar de nog altijd onopgeloste moorden belandt Gibney midden in ‘the Troubles’, de pijnlijke strijd om Noord-Ierland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Moest dat worden opgenomen in Ierland, zoals katholieke republikeinen wilden? Of onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk, wat de protestantse loyalisten voorstonden? Paramilitaire groepen zoals de IRA (Irish Republican Army) en de UVF (Ulster Volunteer Force) bestreden elkaar te vuur en te zwaard. En gewone burgers, zelfs als ze ogenschijnlijk ver van de frontlinie in Belfast woonden, werden er het slachtoffer van.

De zoektocht naar de daders van het lukrake geweld tijdens The Loughinisland Massacre, en het drijfzand waarin die vastliep, staat centraal in deze spannende documentaire. Gibney komt talloze pijnlijke en weggemoffelde feiten op het spoor, die hij met gevoel voor suspense en drama uitserveert. Die belofte aan de nabestaanden is nooit ook maar een Penny waard geweest, zo wordt glashelder. Het is moeilijk om er niet boos van te worden. No Stone Unturned blaast met verve het stof van een aloude politieke wijsheid: the cover-up is worse than the crime. Bijna dan.

Dat deze kwestie, bijna 25 jaar na dato, nog altijd veel emoties losmaakt, bleek vorig jaar enkele dagen voor aanvang van het Tribeca Film Festival, waar de documentaire in première zou gaan. Vanwege ‘outstanding legal isssues’ werd de film teruggetrokken. Die complicaties zijn inmiddels – blijkbaar – uit de weg geruimd.

Het naderende Brexit zet de verhoudingen ondertussen weer op scherp. Dat is tenminste het uitgangspunt van de boeiende webdocu Borderlands (11 min.) van Oisín Kearney, die is te bekijken bij De Correspondent. Na een Brexit is Noord-Ierland geen onderdeel meer van de Europese Gemeenschap, terwijl de rest van Ierland dat wél blijft. Dat lijkt vragen om – aloude en veel te bekende – problemen.

Dirty Money

 

Ze balanceren voortdurend op het slappe koord tussen gewiekste bedrijfsvoering en pure oplichting, de hoofdpersonen van de zesdelige documentaireserie Dirty Money (376 min.). Zolang ze niet worden betrapt – of door de mazen van de wet kunnen glippen – lijkt alles, werkelijk alles, geoorloofd.

En daarmee belanden ze op het vizier van documentairemaker Alex Gibney, die eerder financiële malversaties bij de energiegigant Enron, het pyramidespel van Jack Abramoff en wanpraktijken op Wall Street onder de loep nam. Onder zijn bezielende leiding buigen enkele gerenommeerde regisseurs zich nu over een eigen schandaal in zes, los van elkaar te bekijken afleveringen.

In deel één hard NOx (75 min.) rekent Gibney zelf af met Volkswagen, dat doelbewust sjoemelsoftware inbouwde in zijn dieselauto’s, zodat de werkelijke uitstoot van kwalijke gassen (en Gibney legt daarbij rücksichtslos de link naar een zekere Duitse leider, die ooit mede aan de wieg van het bedrijf stond en ook gedurig wordt geassocieerd met gas) werd versluierd. En als er dan ook nog levende apen blijken te zijn gebruikt om die uitlaatgassen te testen…

In andere afleveringen neemt Dirty Money bijvoorbeeld  de Amerikaanse medicijnenfabrikant Valeant, die de prijzen van cruciale pillen talloze malen over de kop liet gaan om zo de eigen financiële huishouding min of meer op orde te houden, en het bankconcern HSBC, dat zonder enige scrupules enorme geldbedragen aannam van Mexicaanse drugskartels, op de korrel. Als brave burger zie je het afwisselend met open mond, gebalde vuist of steen in de maag aan.

Mijn favoriet? Aflevering 2, Payday (68 min.), van Erin Lee Carr (die ook één van de spannendste films van 2017 maakte: de bizarre true crime-klapper Mommy Dead And Dearest). Zij volgt Scott Tucker tijdens de voorbereidingen op een grote rechtszaak. Deze Amerikaanse Dirk Scheringa werd schathemeltjerijk van zogenaamde flitsleningen en maakte met dat geld vervolgens goede sier met een eigen autoraceteam. De man blijft consequent de vermoorde onschuld spelen terwijl intussen zijn schandelijke modus operandi uit de doeken wordt gedaan.

Elke vorm van schaamte, of zelfs maar de meest basale vorm van zelfreflectie, lijkt te ontbreken bij de linkmiegels die worden geportretteerd in Dirty Money. Één man mag daarom niet ontbreken tussen al die hele en halve witte boordencriminelen: de huidige Amerikaanse president, die tijdens zijn lange carrière als Con(fidence) Man ook – het zal niemand verbazen – de nodige dubieuze deals heeft gesloten. Aan hem, de zelfverklaarde dealmaker, is de laatste aflevering gewijd.

Zero Days

 

De naam Alex Gibney zorgt niet direct voor volle bioscoopzalen of kijkcijferrecords. Toch is de Amerikaanse filmer één van de belangrijkste én succesvolste documentairemakers van onze tijd (waarover ik twee jaar geleden onderstaand stuk voor De Correspondent schreef).

Als Gibney zich aan een project waagt, dan weet je dat het een toegankelijke film met drama, schwung en maatschappelijke relevantie wordt. Of het nu gaat om Scientology, de financiële crisis of de dopingschandalen rond Lance Armstrong.

Voor Zero Days (116 min.) begeeft Gibney zich, als een soort vervolg op de biopic die hij eerder maakte over Wikileaks-Dreh und Angelpunkt Julian Assange, opnieuw in de donkerste uithoeken van het internet. Hij gaat op zoek naar de achtergronden van het mysterieuze Stuxnet-virus, een cyberwapen dat door geheime diensten zou zijn ingezet om computernetwerken van de vijand te ontregelen.

Zero Days laat zich bekijken als een enerverende docuthriller, die in de allerbeste Hollywood-traditie van de ene onthulling naar de andere cliffhanger davert.