
Married To A Paedophile




Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.
Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.
Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.
Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Als je van nature sympathie voelt voor de underdog, dan schaar je je tijdens de documentaire Sylvana, Demon Of Diva (90 min.) vrijwel automatisch aan de zijde van de hoofdpersoon, die regelmatig de lelijkste kant van Nederland krijgt te zien. Niet dat Sylvana Simons als persoon ook maar iets van een underdog heeft. Haar jarenlange ervaring in de media heeft haar bepaald geen windeieren gelegd. In interviews, debatten en confrontaties met tegenstanders zorgt ze er wel voor dat ze haar zegje kan doen en houdt ze zich ogenschijnlijk moeiteloos staande.
Ook als er keihard op de vrouw wordt gespeeld. Als de één of andere mentale holbewoner haar op straat bijvoorbeeld ‘daar ga je toch niet op stemmen, op die aap?’ naroept, verblikt of verbloost Simons nauwelijks. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van eerder dit jaar, waaraan ze met haar partij Amsterdam BIJ1 deelnam, lijkt ze als een vis in het water. Geboren om de degens te kruisen in de publieke arena, ook al gaat haar dat, getuige deze boeiende campagnedocumentaire van Ingeborg Jansen, soms niet in de koude kleren zitten.
Naarmate de verkiezingsdag dichterbij komt, beginnen campagnestress en vermoeidheid toch vat te krijgen op de ongenaakbare aspirant-politica. Wanneer ze in discussie gaat met een ogenschijnlijk toch best redelijk lid van D66, dat haar aanspreekt op haar ‘tone of voice’, lijkt ze elk ogenblik haar geduld te kunnen verliezen. En in de allerlaatste campagnedagen attaqueert Simons eerst een journalist van de plaatselijke omroep AT5, die het waagde om haar te onderbreken tijdens een interview, en roept ze later hardhandig een jongen tot de orde, die haar agressief zou hebben aangekeken. Als dat al zo was, krijgt hij in elk geval een ongenadig koekje van eigen deeg.
Het zijn de spaarzame momenten in deze documentaire waarop Sylvana Simons, die volgens eigen zeggen slechts zelden het achterste van haar tong laat zien, zichzelf heel even verliest. Hoewel we meekijken bij persoonlijke sessies met haar coach, als ze haar verjaardag viert en tijdens een behandeling bij de tandarts, lijkt ze de regie nooit helemaal uit handen te geven. De filmmaker laat dat zo. Jansen registreert en kiest ervoor om de confrontatie niet aan te gaan. Sylvana in de vechtstand kennen we natuurlijk ook al. Maar wat beweegt de vrouw daarachter?
Sylvana’s idealen krijgen ruim baan in deze campagnefilm, die slechts mondjesmaat toekomt aan de persoon achter de publieke figuur. Ook omdat Simons, vanwege begrijpelijke redenen (denk bijvoorbeeld aan de drie kwaadaardige zwarte Pieten met camera die bij haar voor de deur stonden), de filmcrew niet onbeperkt toegang lijkt te hebben gegeven tot haar privéleven. Haar kinderen hadden bijvoorbeeld een mooi inkijkje kunnen geven bij de vrouw en moeder achter het omstreden fenomeen, maar die blijven helaas buiten beeld. Het feit dat haar naasten ontbreken versterkt overigens het beeld van de eenzame strijder Sylvana, een vrouw met een missie.
Want ondanks al die politieke medestanders draait die hele gemeenteraadscampagne uiteindelijk maar om één enkele persoon. Hoewel Sylvana, Demon Of Diva dus geen nieuw licht werpt op de hoofdpersoon en haar diepste drijfveren als mens, brengt de film wel helder in kaart binnen welke maatschappelijke mijnenveld de politica Sylvana zich voortdurend beweegt en wat zij allemaal krijgt te verduren terwijl ze opkomt voor haar idealen.

’De dokter zegt dat ik niet de rest van mijn leven alleen moet blijven’, zegt Dona Alva stellig. ’Ben je niet te oud voor een nieuwe liefde, mam?’ wil haar zoon weten. Maar zijn hoogbejaarde moeder wil van geen wijken weten. ‘Jij weet niets van mijn leven! Niemand weet mijn leeftijd. Alleen God.’ Volgens de ‘machovrouw’ Alva, woonachtig op een Braziliaanse heuvel, is ze pas 76. Toen ze op haar veertiende moest trouwen, heeft haar vader noodgedwongen een verkeerde leeftijd doorgegeven.
Dat is uiteindelijk geen héél gelukkig huwelijk geworden, zo wordt al snel duidelijk in O Amor É Único (50 min.), een aandoenlijke documentaire van Marina Meijer. Dona Alva’s echtgenoot Laerte is enkele maanden eerder overleden. Tijd dus voor een tweede leven, in het dorpje onderaan de heuvel en liefst ook met een nieuwe liefde. Die als het even kan net zo overrompelend is als de enige keer dat ze echt verliefd is geweest. Als elfjarig meisje viel Alva ooit als een blok voor een jongen die naar het leger vertrok. Hij kwam nooit meer terug.
Al snel weet Dona Alva het zeker: dat is hem, de nijvere klusjesman Marquinhos. Hij is alleen zeker veertig jaar jonger. Hoe gaat de oudere vrouw, die zienderogen het meisje in zichzelf herontdekt, zo’n jonge vent verleiden? Of verzoent ze zich met het gegeven dat haar beste jaren waarschijnlijk achter haar liggen? O Amor É Único (vrij vertaald: elke liefde is uniek) volgt de rijpe femme fatale bij haar terugkeer op het liefdespad. Elke scène is doordrenkt van melancholie over wat het leven was, is en had kunnen zijn, waardoor de film aanvoelt als één van de bitterzoete ballades, die Alva’s muzikale dorpsgenoot Zé bij elke feestelijke gelegenheid ten gehore brengt.

Être Et Avoir is zo’n ‘once in a lifetime’-film, waarbij alles goed valt. De documentaire van Nicolas Philibert over het kleine plattelandsschooltje van onderwijzer Georges Lopez in de Franse Auvergne veroverde in 2002 stormenderhand de wereld. Het was dé film die arthouse-liefhebbers wilden zien. Blijkbaar hadden we – in de nasleep van de aanslagen op 11 september 20011, vul ik zelf maar in – behoefte aan een kleine, veilige wereld waarin het bestaan zich op een logische en voorspelbare wijze voltrekt.
Ruim vijftien jaar later kijkt Philibert opnieuw mee als jonge mensen worden klaargestoomd voor het leven, een leven in de zorg om precies te zijn. In De Chaque Instant (101 min.) begeeft hij zich te midden van de leerlingen en leerkrachten van een opleiding voor verpleegkundigen en verzorgenden in Montreuil. Dat voelt direct vertrouwd: het camerawerk is steady en sober, de montage tot een minimum beperkt en van alle franje ontdaan. Observerende cinema kortom, zoals het ooit is gedefinieerd.
De film is opgedeeld in drie delen. Allereerst krijgen de aspirant-zorgers instructie en praktijkles. Ze steriliseren hun eigen handen, zetten een spuit bij elkaar en reanimeren een pop. Tussendoor krijgen ze dan in een traditionele setting ouderwets les. Na het droog oefenen volgt de stap naar de praktijk: stage in de thuiszorg, een ziekenhuis of de psychiatrie. De confrontatie met (afhankelijke) mensen van vlees en bloed. Tenslotte volgt de verplichte reflectie. In een persoonlijk gesprek met een begeleider blikt de leerling kritisch terug.
Voor die evaluatiegesprekken trekt Nicolas Philibert ruim een half uur uit. Uitroepteken. De tijd staat letterlijk stil als de aankomende beroepsbeoefenaars hun praktijkervaringen delen met enkele bijzonder betrokken begeleiders. Dit levert diverse kleine, menselijke scènes op, die zo in Être Et Avoir hadden kunnen zitten. Er is ook een verschil: De Chaque Instant heeft geen vaste hoofdpersonen, waaraan je als kijker houvast hebt.
Dat zal ongetwijfeld een bewuste keuze zijn: het beroep en de weg daarnaartoe staan centraal, niet de individuele leerlingen en leraren. Toch hadden eigentijdse varianten op het eigenwijze jongetje Jojo of de kwetsbare tiener Nathalie ook niet misstaan in deze film. Of gewoon een alomtegenwoordige, liefdevolle leermeester zoals Georges Lopez. Tegelijkertijd kun je natuurlijk betogen dat het echte leven ook vooral wordt bevolkt door gewone, inwisselbare mensen. Waarom zou je dan in een film wél helden moeten creëren?
Nadat Être Et Avoir een wereldwijd succes was geworden en Georges Lopez zo’n beetje was uitgegroeid tot het toonbeeld van De Leraar, viel diezelfde man overigens alsnog van zijn voetstuk. De bewierookte vaderfiguur spande een rechtszaak aan tegen Nicolas Philibert, omdat hij recht meende te hebben op een deel van de filmrecette. Georges Lopez zou die zaak verliezen.

Hij voelde zich de populairste nieuwe leerling ooit. Op de allereerste schooldag op het Sullivan Country Community College werd Bobby Shafran onthaald als een oude bekende. ‘Hee, hoe is het met jou? Hoe was je zomer?’ Andere studenten gaven hem een high five of sloegen hem enthousiast op de schouder. Er waren zelfs meisjes die hem begroetten met een gepassioneerde zoen. ‘Ik ben zo blij dat je terug bent.’ Wel vreemd: iedereen noemde hem Eddy.
Bobby kon er niet over uit. Er moest sprake zijn van een persoonsverwisseling. Zijn nieuwe kamergenoot dacht er het zijne van. Toen hij vaststelde dat die okselfrisse leerling écht geen Eddy heette, had hij maar één vraag: ‘ben jij misschien geadopteerd?’ Nadat Bobby bevestigend had geantwoord en hij bovendien bleek te zijn geboren op 12 juli 1961, was er maar één conclusie mogelijk: de krullenbol had een tweelingbroer. De nieuwbakken kamergenoten snelden naar een telefooncel en besloten om de echte Eddy maar eens te bellen.
Het verhaal van de 19-jarige tweelingbroers Bobby en Eddy sprak natuurlijk tot de verbeelding. Plaatselijke media smulden ervan. Dat verhaal zou echter nóg mooier worden. Want via een artikel in The New York Post belandde het bij een derde geadopteerde 19-jarige jongen, ene David Kellman. Ook hij was geboren op 12 juli. Niet veel later was de mediagenieke drieling het snoepje van de week in de Amerikaanse media. Geen talkshow of spelprogramma, of Bobby, Eddy en David waren er te gast. Elkaars zinnen aanvullend. En in dezelfde kleding, natuurlijk.
De wonderlijke ontmoeting tussen de drie ogenschijnlijk identieke jongens in 1981 vormt het startpunt van deze gewéldige film van Tim Wardle. Want meer dan een startpunt is het ook niet, het moment waarop drie afzonderlijke levens ogenschijnlijk toevallig samenkomen. Deze documentaire is echt wat ze een ‘gift that keeps on giving’ noemen. Steeds als de film uitzoomt, wordt er een nieuwe verhaallaag zichtbaar. Alsof je via een valluik steeds dieper in de geschiedenis van Bobby, David, Eddy en hun lotgenoten dondert.
Three Identical Strangers (96 min.) is geconstrueerd als een ingenieuze real life-thriller, waarbij Wardle als een rechtgeaarde erfgenaam van Hitchcock zeer gewiekst spanning opbouwt en steeds hints geeft over wat er nog gaat komen, die na verloop van tijd allemaal op hun plek vallen. Intussen stelt hij ook wezenlijke levensvragen. Over wie we zijn en waarom we zijn wie we zijn. Het resultaat is een documentaire die je voortdurend op het puntje van je stoel houdt en intussen ook doet nadenken over het bestaan. En, als je het mij vraagt, één van de absolute hoogtepunten van het filmjaar 2018.
Three Identical Strangers leverde overigens een bescheiden vervolg op: Two Identical Strangers. En in 2024 verscheen er zelfs een Nederlandse variant: Peter En Erik.

Als zijn vrienden gingen skaten, was hij erbij met zijn camera en legde hun duizelingwekkende capriolen of knullige valpartijen vast. Intussen groeide in het hoofd van Bing Liu een documentaire: Minding The Gap (93 min). Over zijn vrienden Zack en Deire. En over zichzelf, de man achter de camera, die zo nu en dan toch in beeld komt.
Gedurende twaalf jaar bleef Liu filmen. Het leverde talloze fraaie skatebeelden op en een portret van drie opgroeiende jongens uit de zogenaamde Rust Belt. Rockford, Illinois, om precies te zijn. Van de goedlachse witte jongen Zack, altijd een biertje of jointje in de hand. Hij krijgt al op jonge leeftijd een kind met zijn vriendin Nina. Dat is natuurlijk vragen om problemen.
Zack is helemaal niet klaar voor het vaderschap. Als de ruzies met de moeder van zijn kind steeds verder escaleren, verdwijnt langzaam maar die onweerstaanbare tandpastaglimlach van zijn gezicht. Intussen wil zijn zwarte vriend Deire, die bij zijn alleenstaande moeder inwoont, eindelijk eens op eigen benen staan. Tussen allerlei klotebaantjes door probeert hij tevens in het reine te komen met zijn vader. Wat skaten en zijn pa gemeen hebben? Ze hebben hem allebei pijn gedaan, zegt hij, maar hij houdt toch van ze.
Via Zack en Deire, die hij zo nu en dan kritisch bevraagt op hun gedrag, vertelt de Aziatische Amerikaan Bing Liu ook het verhaal van zijn eigen jeugd, die wordt overschaduwd door problemen thuis. Minding The Gap, meeslepend gemonteerd en op smaak gebracht met fijne indiemuziek, wordt zo een typisch coming of age-verhaal, waarin op de onvermijdelijke weg naar volwassenheid de nodige obstakels moeten worden genomen.

Toen Morgan Spurlock in het voorjaar van 2024 overleed, kreeg één aspect van Supersize Me nog eens nadrukkelijk aandacht: in de film claimt hij nooit gezondheidsissues te hebben gehad en na een maand bij de Mac ineens problemen met zijn lever te hebben. Maar hoe verhouden die klachten zich dan tot zijn bekentenis dat hij z’n hele leven lang met alcohol heeft geworsteld?

In The Trade – Season 2 belicht Matthew Heineman de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning.

(Geert van Kesteren)



‘Ik moet eerlijk zijn: dat was niet zo netjes.’ Joop Hoek maakt er halfhartige aanhalingstekens bij in de lucht. Goedgeluimd vertelt hij over zijn vertrek uit Ethiopië. Na enkele jaren werken bij een suikerfabriek van HVA besloot hij om thuis in Nederland te gaan studeren. Maar, zo beloofde hij zijn plaatselijke geliefde tegen beter weten in: ik kom terug. Hij liet haar achter met hun driejarige kind.
Enkele decennia later krijgt Joops zoon Michiel in het Friese dorp Oudemirdum een telefoontje van het Rode Kruis. Of hij ooit van een halfbroer in Ethiopië heeft gehoord? De man, ene Daniel, zit in de gevangenis van Addis Abeba en wil in contact komen met zijn Nederlandse familie. Michiel reist af naar Ethiopië en heeft daar een emotionele eerste ontmoeting met zijn halfbroer. Daniel Hoek heeft nog wel een verrassing voor hem in petto: hij zit in de cel vanwege moord.
Met de kennismaking tussen de twee bloedbroeders als startpunt construeert regisseur Floris-Jan van Luyn een virtuoze vertelling over familiesystemen en hoe meerdere generaties daarin de weg kwijt kunnen raken. Daniel is ergens onderweg verdwaald tussen twee werelden, de armoedige aardse van zijn moeder, waarin hij volledig ontspoorde, en de imaginaire van zijn Europese vader, waarover hij fabuleuze fantasieën koesterde. Met papa Hoek is het alleen niet al te veel beter gesteld.
Het blijft in The Bastard (84 min.) knarsen en schuren tussen het miskende kind, dat in Afrika helemaal op drift is geraakt, en zijn achteloze vader, die zwarte mensen eigenlijk sowieso wantrouwt en vindt dat Nederlanders hun DNA moeten behouden en niet zomaar moeten ‘opmengen’. Gaandeweg, in hun parallel vertelde levensgeschiedenissen, blijken de twee totaal verschillende mannen echter meer gemeen te hebben dan wie dan ook had kunnen bedenken.
Van Luyn speelt intussen ingenieus met het op- en uitbouwen van de voornaamste karakters en de sympathie van de kijker, die steeds op het verkeerde been wordt gezet. The Bastard, winnaar van een Gouden Vlinder op het Movies That Matter-festival en genomineerd voor een Gouden Kalf, is daardoor een ronduit fascinerende film die afwisselend streelt, schuurt en ontroert en de kijker na bijna anderhalf uur, in de woorden van de broer van de bastaard, helemaal ‘flabbergasted’ achterlaat.
Zonder twijfel: één van de beste documentaires van dit jaar. Zo niet de allerbeste…
The Bastard vindt zijn oorsprong in twee journalistieke verhalen van Dick Wittenberg in NRC, Bloedbroeders uit 2007 en Een Echte Nederlander uit 2008.
Daniël Hoek schreef zelf bovendien een boek over zijn leven, De Vergeten Nederlanders.

Zit er opnieuw een hype in Making A Murderer? Nou nee. De true crime-serie van Laura Ricciardi en Moira Demos veroorzaakte in 2015 een wereldwijde mediastorm. Door menigeen is er dan ook reikhalzend uitgezien naar dit tweede seizoen over Steven Avery en zijn medeplichtige Brendan Dassey, die al dan niet onterecht zijn veroordeeld voor de moord op de fotografe Teresa Halbach. Dat is echter een overbodige exercitie geworden.
Steven, een telg van de beruchte Avery-familie uit Manitowoc County in Wisconsin die eerder al achttien jaar onterecht in de gevangenis heeft gezeten voor aanranding en poging tot moord, wordt sinds enige tijd vertegenwoordigd door een nieuwe advocaat: Kathleen Zellner. Jarenlang was ze al tevergeefs door mensen uit de kring van Steven benaderd om zijn verdediging over te nemen. Daar kwam toen geen enkele reactie op. Na het succes van Making A Murderer, en het effect dat de serie had op de status van Averys vorige advocaten Dean Strang en Jerry Buting, is ze alsnog aan boord gekomen.
Wat voor de gestaalde dame pleit: ze heeft negentien keer eerder een ten onrechte veroordeelde man vrijgepleit. Volgens eigen zeggen meer dan willekeurig welke andere Amerikaanse advocaat. Wat ook voor Kathleen Zellner pleit: ze is een uitstekende nieuwe hoofdpersoon voor het tweede seizoen van deze documentairereeks, die zelf een auto aanschaft om te laten testen, proefschiet met een geweer of experimenteert met reageerbuisjes bloed. Zellner heeft bovendien wel wat weg van Morticia uit de televisieserie The Addams Family en is gezegend met een krachtig brein, een vlijmscherpe tong en een neus voor publiciteit.
Met nieuwe deskundigen, die het bestaande bewijsmateriaal tegen het licht houden, en allerlei extra onderzoeken en tests probeert ze de zaak heropend te krijgen. Intussen pogen ook Laura Nirider en Steve Drizin, de nieuwe advocaten van Brendan Dassey, om het vonnis tegen hun cliënt te laten herroepen. De pleitbezorgers van de veroordeelden zijn de echte hoofdpersonen van dit tweede seizoen. Steven Avery en Brendan Dassey, die hun kant van het verhaal zo langzamerhand ook wel hebben verteld, zijn niet meer dan figuranten. Al heeft Steven een nieuwe vriendin, een pas gescheiden blondine die wel een rol voor zichzelf ziet in de serie.
Daarnaast neemt dit tweede seizoen uitgebreid de tijd voor een portret van de Avery- en Dassey-families en het bijbehorende milieu, dat we voor het gemak maar white trash zullen noemen. Dat is heel aardig, maar draagt niet per definitie bij aan het opvoeren van het tempo en het aanbrengen van spanning in de serie, die in het eerste seizoen voortdurend van dramatische cliffhanger naar opzienbarende wending leek te stomen. Dit vervolg is erg stroperig, valt regelmatig in herhaling en wordt soms gewoon ronduit saai. Alsof Ricciardi en Demos zich hadden voorgenomen om het complete onderzoek van de verdediging van Steven Avery en Brendan Dassey tot in detail in beeld te brengen en ergens onderweg het uitgangspunt uit het oog zijn verloren dat Making A Murderer toch eerst en vooral een interessante documentaire zou moeten zijn.
Na opnieuw tien uur Avery/Dassey, waarin alle mogelijke onderzoekspistes zijn doorlopen en toch nog geen heel overtuigende theorie wordt geformuleerd over wat er dan precies is gebeurd of wie Teresa Halbach dan wél heeft vermoord, is het je als kijker zwaar te moede. Lamgeslagen door alwéér een nauwelijks te controleren scenario, test of onderzoek, waarmee Zellner en haar medewerkers voor de camera een toneelstukje opvoeren. Met enige goede wil is er uit deze eindeloze verzameling speculaties, herhaling van zetten en (twijfelachtige) verdachtmakingen een enerverende documentaire van pak ‘m beet anderhalf uur te peuren, die iets meer klaarheid brengt in de mogelijke justitiële dwaling rond Avery en Dassey. Héél veel meer zit er echt niet in.
Making A Murderer kiest duidelijk de kant van het verdedigingsteam van Steven Avery en Brendan Dassey – al doen Ricciardi en Demos zo nu en dan via nieuwsitems, interviews en archiefmateriaal voorzichtige pogingen om ook de kijk van de tegenpartij mee te nemen. De aangekondigde documentaireserie Convicting A Murderer belooft de zaak écht vanuit het perspectief van het Openbaar Ministerie te belichten. Het zal me benieuwen óf, en zo ja wát, we daar dan weer wijzer van worden.

‘Ik moet leren leven met het feit dat ik Mercedes heb vermoord’, zegt Josh Vallum bij de start van Double Lives, deel 1 van de zesdelige BBC-serie Love & Hate Crime (312 min.). Hij zit levenslang in een cel in de Amerikaanse staat Mississippi en heeft spijt als haren op zijn hoofd. Want Josh heeft vrede gesloten met God. ‘En zij zit nu in de hel.’
Na die intrigerende openingsscène ontwikkelt zich geen traditionele whoduunit, maar een televisiedocu die je een whydunnit zou kunnen noemen. Waarom is de schuldbewuste twintiger in godsnaam overgegaan tot zijn gruwelijke daad? Stapsgewijs wordt het diep tragische verhaal van zowel dader als slachtoffer onthuld, waarbij uiteindelijk niets is wat het lijkt.
Het tweede deel van deze broeierige true crime-miniserie van Ben Steele, Murder In Mississippi, behelst een wat traditionelere haatmisdaad in een typische redneck county bijgenaamd Jafrica, waar een groep blanke tieners de hoogtijdagen van de Ku Klux Klan doet herleven. Een willekeurige donkere man wordt als een hond overreden. Of ligt het toch nét iets genuanceerder?
Zo probeert deze serie steeds beide kanten van de medaille te laten zien. Is Onésimo Marcelino Lopez-Ramos, de Guatemalaanse jongen uit Trouble In Paradise, bijvoorbeeld werkelijk het slachtoffer van een racistische moord, van ‘Guat-jacht’? En was het inderdaad zelfverdediging toen de homoseksuele leerling Abel Cedeno uit Killing In The Classroom zijn klasgenoot Matthew McCree, naar verluidt een gevreesd bendelid, neerstak?
De Texaanse rechercheur moordzaken Fil Waters beweert in de aflevering Honour Killings dat hij ervoor heeft gezorgd dat negen mensen in de dodencel zijn beland. Vier van hen zijn ‘gerehabiliteerd’. Ofwel: geëxecuteerd. ‘Ze zijn nu kunstmest’, volgens Waters. En zo zou Ali Irsan ook nog van nut kunnen zijn. De Amerikaanse moslim, ’een afgezant van Satan’, wordt beschuldigd van dubbele moord. Eerwraak, om precies te zijn. Niet voor het eerst, trouwens.
Een andere aflevering van Love & Hate Crime, Killer With A Camera, duikt in de strafzaak tegen Adrian Loya. Hij heeft een vrouwelijke collega gedood en twee anderen ernstig verwond. De schietpartij is vastgelegd met een GoPro-cameraatje dat Loya speciaal voor die gelegenheid had meegebracht. De kogelregen vormde de zwartomrande apotheose van een ongenadige duik in zijn eigen duisternis.
Terwijl hij de aanval plande, legde de schutter twee jaar lang zijn gedachten vast in een geheim dagboek genaamd Loya Wars. In deze teksten, die in de beklemmende docu worden voorgelezen door een acteur, was een centrale plek weggelegd voor Loya’s obsessie voor één van zijn latere slachtoffers. Lisa bleek echter lesbisch en getrouwd – en tekende daarmee haar eigen doodvonnis.
‘Evil or… just kind of nuts?’, vraagt zijn eigen advocaat Drew Segadelli zich hardop af. En dat is tevens de centrale kwestie tijdens de rechtszaak tegen zijn cliënt, die een hoogtepunt vormt van deze sfeervolle en indringende misdaadserie.



