Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde

AVROTROS

‘Die Erde atmet voll von Ruh und Schlaf’, klinkt ‘t in Der Abschied, het slot van Das Lied von der Erde. ‘Alle Sehnsucht will nun träumen.’ Met de symfonische liederencyclus wilde componist Gustav Mahler (1860-1911) harmonie met de wereld uitdrukken. Hij baseerde zich daarbij op Chinese poëzie uit de Tangdynastie, in dit geval Der Abschied Des Freundes van Wang Wei. ‘Die müden Menschen gehn heimwärts’, vervolgt het muziekstuk. ‘Im Schlaf vergeßnes Glück. Und Jugend neu zu lernen!’

De jonge Britse dirigent John Warner (27) voelt een verwantschap met Mahler. Ze delen een passie voor muziek en natuur. De Oostenrijkse componist is volgens hem zelfs een milieuactivist avant la lettre. Met zijn Orchestra For The Earth wil Warner diens muziek nu ten gehore brengen, liefst buiten een stedelijke omgeving. Op een plek ook, die bereikbaar is met het openbaar vervoer. Want de idealistische musici zijn het natuurlijk aan zichzelf verplicht om klimaatneutraal te reizen.

In de sfeervolle roadmovie Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde (52 min.) volgt de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer het kamerensemble naar Oostenrijk, waar het ook Mahlers huis aandoet. Daar zou hij, zo wil in elk het verhaal, elke ochtend vanaf het balkon van zijn villa in het meertje zijn gesprongen. Het duurt natuurlijk niet lang of ook de jonge muzikanten liggen er in het water, in één van de scènes die het ‘bloedserieuze’ karakter van de onderneming doorbreekt.

In gedragen sequenties laat Scheffer verder Mahlers majestueuze muziek en al even machtige natuurbeelden samenvloeien. Alsof ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Das Lied von der Erde is volgens John Warner ook echt een muziekstuk voor onze tijd. ‘Een symfonie die duidelijk maakt dat je alleen in harmonie komt met de wereld als je de koers van de natuur volgt.’

Sisterhood

BNNVARA

Op de filmklapper staat de werktitel voor deze documentaire: De Vrouwenfilm. Het is uiteindelijk Sisterhood (55 min.) geworden. Sophie Dros wil daarin praten over vrouw zijn en wat dat betekent. En daarvoor – zagen De Kijkende Man en z’n Vrouw – heeft Dros in een fraaie studiosetting enkele, ja, vrouwen uitgenodigd.

De flamboyante modeontwerpster Anne-Rixt Gast, Vlaamse televisiepersoonlijkheid Jamecia Baker (Ex On The Beach), bodybuildster Maria Wattel en journalist Tatjana Almuli (schrijfster van Knap Voor Een Dik Meisje) vertegenwoordigen verschillende uithoeken van een nieuwe generatie vrouwen, constateren De Kijkende Man en Vrouw eensgezind. Daarnaast spreekt Dros een groepje van vijf tienermeisjes.

Van tevoren legt de filmmaakster uit hoe ze het wil gaan aanpakken. Haar gesprekspartners mogen recht in de camera kijken. ‘Het wordt echt een beetje een gesprek’, zegt ze erbij. ‘Dus je kan ook dingen aan mij vragen.’ En als ze ergens liever niet over praten… Na alle plichtplegingen kan haar met iconische vrouwbeelden sjiek aangeklede interviewfilm beginnen. Met een citaat van Simone de Beauvoir bovendien.

Bij de opnames zijn overigens ook cameraman Boas van Milligen Bielke en geluidsman Gijs Domen betrokken. Zij kijken en luisteren mee als onderwerpen zoals menstruatie, verliefdheid en – vooral – irritante, onveilige of zelfs gevaarlijke mannen worden behandeld en mengen zich uiteindelijk ook voorzichtig in dit gesprek. Dat is ook wel zo prettig voor De Kijkende Man. Anders zou die zich maar een indringer voelen.

Bij gesprekken die volgens zijn Vrouw soms overigens op ‘wijvengezeik’ dreigen uit te lopen. Terwijl alle deelnemers toch vooral niet als een ‘zeikwijf’ gezien willen worden. De Kijkende Man, een witte van middelbare leeftijd bovendien, laat zich nochtans braaf meenemen door deze Vrouwenfilm, waarin uiteenlopende onderwerpen zoals de smurfen (en hun smurfin), dickpics en stalkers ook aan bod komen.

In hun conversatie zit een onverholen pleidooi verscholen voor een zusterschap, een verbond van vrouwen (en mannen, misschien zelfs De Kijkende) die hun onderlinge verhoudingen opnieuw proberen te definiëren. Tenminste, dat is wat Hij – al schrijvende en zijn Vrouw die er naderhand over door wilde praten negerende – uit dat kleine uurtje pregnante en soms ook wat vrijblijvende Vrouwenpraat heeft weten te destilleren.

Babi Yar. Context

Mokum

De omvang van het drama is nog altijd nauwelijks te bevatten. Bij Babi Yar, een ravijn nabij de Oekraïense hoofdstad Kiev, vindt in september 1944 een massa-executie plaats. Soldaten van het Duitse Sonderkommando 4a van de Einsatzgruppe C, bijgestaan door twee bataljons van de plaatselijke politie, vermoorden in totaal bijna 34.000 Joden.

Het lijkt een brute vergeldingsactie, voor tegenaanvallen die voor een ravage hebben gezorgd in het centrum van de Oekraïense stad. Even daarvoor hadden Duitse troepen Kiev dat nog met veel uiterlijk vertoon ingenomen. Ze hingen er posters op, van Adolf Hitler als grootmoedige bevrijder, en deelden vlaggetjes met hakenkruizen uit. En toen begonnen de explosies.

Als represaille wordt nu de complete Joodse gemeenschap van Kiev verwijderd: verdreven of afgeslacht. En de lokale bevolking ziet het aan en laat het gebeuren. ‘Per uur wordt het leven in de stad weer normaler’, schrijft een Duitsgezinde krant zelfs op 5 oktober 1941. ‘Kiev, bevrijd van de oriëntaalse barbaren, kan opgelucht ademhalen en aan een nieuw leven beginnen.’

Babi Yar. Context (121 min.) is opnieuw een documentaire waarin Sergei Loznitsa nauwgezet een stuk 20e eeuwse geschiedenis van Oost-Europa doorneemt. Met veelal zwart-wit filmfragmenten en foto’s, soms voorzien van een nieuwe geluidstrack, reconstrueert hij de aanloop naar en jarenlange afwikkeling van de moordpartij bij Babi Yar, die precies halverwege de vertelling is gesitueerd.

Loznitsa laat de beelden het werk doen en voegt zelf alleen verbindende teksten in beeld toe. Die zijn doorgaans feitelijk van aard. Als het lot van de Joodse gemeenschap zich heeft afgetekend, permitteert hij zich alleen een uitstapje naar een tekst van schrijver Vasily Grossman, Oekraïne Zonder Joden. In even simpele als verpletterende woorden schetst die de menselijke catastrofe.

En dan neemt het Rode Leger in 1943 Kiev en omgeving weer in. Met een militair vertoon, dat een kopie van de Duitse exercitie en de reactie daarop van de stadsbevolking lijkt. Als de Hitler-posters weer zijn verwijderd, kan een levensgroot portret van Stalin op zijn plek worden gehangen en claimt de latere Sovjet-leider Chroestjov de overwinning in deze zeer effectieve historische reconstructie.

Na de oorlog moeten een aantal betrokkenen zich voor een militair tribunaal verantwoorden voor de massa-executie. Loznitsa toont gedetailleerde verklaringen van enkele overlevenden/ooggetuigen en een Duitse SS-soldaat die zelf inschat dat hij ongeveer 120 mensen executeerde. En dan volgt de naargeestige afrekening op een schavot, ten overstaan van een enorme mensenmenigte.

The Doll

VPRO

De broers en zussen van de Iraanse fotograaf Alireza zijn kritisch. Van een aantal van hen is de relatie uitgelopen op een echtscheiding – en bij enkele andere huwelijken zou dat niet minder dan een bevrijding zijn geweest. Toch wil de alleenstaande vader, zelf ook net gescheiden, zijn dochter van veertien uithuwelijken. Hij zit in financiële problemen. En er heeft zich een goede huwelijkskandidaat voor Asal aangediend: Soroush is gelovig en komt uit een goede familie.

Één van Alireza’s broers schetst nochtans een weinig rooskleurig beeld van het leven van getrouwde vrouwen in Iran: ‘Ze dragen hun lot en proberen met hun man te leven.’, zegt hij nuchter in The Doll (33 min.). ‘Ik laat mijn dochter nooit jong trouwen, zelfs niet met de zoon van de president’, stelt een zus van Alireza daarom beslist. ‘Ik heb een kind van dezelfde leeftijd’, vult een andere broer nog lachend aan. ‘Die pruilt als hij groente moet eten.’

Alireza is echter onvermurwbaar. En Asal heeft zo haar eigen overwegingen blijkt uit deze korte docu van Elahe Esmaili, die zich als jonge Iraanse vrouw zorgen maakt over kinderhuwelijken. ‘Sommige van mijn klasgenoten zijn getrouwd’, zegt het meisje. ‘Zij hebben geen problemen op school. Ze worden met rust gelaten.’ De tiener is er ook wel van gecharmeerd dat haar aanbidder gummibeertjes en Nutella voor haar heeft gekocht. ‘Als hij dat niet had gedaan, waren we niet verloofd geweest.’

Asals oudste broer Amir, die overigens een stuk jonger lijkt dan zijn verliefde zus, is niet overtuigd. ‘Soroush heeft nog niet bewezen dat hij van m’n zus houdt’, zegt het aandoenlijke jongetje ferm, terwijl hij een grote teddybeer wiegt. ‘Ik ben een man van eer. Als iemand haar lastigvalt, sla ik z’n voorruit in.’ En anders hakt Amir hem, werkelijk waar, gewoon doormidden. Het joch moet alleen nog bedenken welk (speelgoed)zwaard hij daarvoor wil gebruiken.

Met al die verschillende stemmen uit één en dezelfde familie – waarin religie, gevoel, gezond verstand, praktische overwegingen én het ontspoorde huwelijk van Asals ouders doorklinken – laat Esmaili niet alleen verschillende perspectieven op het uithuwelijken van kinderen zien, maar schetst ze tevens een boeiend portret van haar land, dat met het ene been in z’n culturele traditie staat en met het andere in een zeer moderne werkelijkheid.

Life According To Sam

HBO

Hij oogt als een hoogbejaard kind. Sam Berns heeft Progeria, een aandoening waardoor hij vroegtijdig veroudert. In de hele wereld zijn er zo’n 250 kinderen met Progeria. Er bestaat geen remedie. De meeste van hen worden niet ouder dan dertien of veertien. Dan vallen ze ten prooi aan ouderdomskwalen of een hartinfarct.

Sam uit Foxborough, Massachusetts, is inmiddels dertien. Zijn ouders, Leslie Gordon en Scott Berns, zijn allebei arts en runnen hun eigen stichting, The Progeria Research Foundation. Ze hebben inmiddels het gen ontdekt dat Progeria veroorzaakt en het medicijn Lonafarnib gevonden, dat ze willen gaan uittesten op een kleine dertig kinderen uit zestien verschillende landen. De tijd dringt. Ze hopen dat hun kind nog de vruchten van hun inspanningen kan plukken.

Dat is de startpositie voor Life According To Sam (94 min.), waarin het echtpaar Sean Fine en Andrea Nix Fine zes kinderen en hun ouders volgt. Vanuit India, Canada, Italië, Pakistan en de Verenigde Staten participeren zij in het wetenschappelijke onderzoek van Sams ouders. Ze variëren in leeftijd van zes tot en met achttien jaar oud en hopen stuk voor stuk, waarschijnlijk tegen beter weten in, dat ze die dodelijke ziekte achter zich kunnen laten.

Intussen zoomen de Fines ook in op de gedreven Leslie en Scott, hun zoon en de race tegen de klok waarin zij al sinds zijn geboorte zijn verwikkeld. ‘Ik ga heel anders met de dood om dan de meeste andere mensen’, zegt Sam in deze documentaire uit 2013. Hij is in de voorgaande jaren al de nodige vriendjes kwijtgeraakt. ‘Kinderen met Progeria kunnen het gevecht soms niet winnen en komen te overlijden. Daaraan probeer ik niet al te veel te denken.’

Sam is natuurlijk meer dan zijn aandoening. Een gelauwerde leerling, om maar eens wat te noemen. Toch wordt zijn leven wel degelijk gedomineerd door Progeria. Het is bijvoorbeeld mooi en wrang tegelijk om te zien hoe de jongen als een soort eregast wordt ontvangen bij een optreden van zijn favoriete groep, The Dave Matthews Band. Vader Scott, zelf ook fan, zou echter graag afzien van deze voorkeursbehandeling, bekent hij, als dat zou betekenen dat Sam gezond en gewoon kind kon zijn.

In werkelijkheid is de familie Berns, dat maakt deze aangrijpende documentaire heel tastbaar, veroordeeld tot leven met een zandloper die zienderogen door zijn korrels heen begint te raken. En tot de hoop, die je als ouder nu eenmaal nooit mag laten varen, dat er toch nog op tijd een remedie wordt gevonden.

Hoe het Sam Berns en zijn ouders ná Life According To Sam is vergaan, is hier te lezen.

As I Want

Berlinale

Op 25 januari 2013, twee jaar na de start van de Arabische Lente, fungeert het Tahrirplein in Caïro wederom als decor voor grootscheepse protestacties. Ditmaal richten de demonstranten zich tegen het autoritaire bewind van de nieuwe Egyptische president Morsi en de Moslimbroederschap die hem aan de macht heeft gebracht. Te midden van het protest worden demonstrerende vrouwen en plein public en met grof geweld verkracht. En volgens een totaal verwrongen logica moeten zij zich daar dan vervolgens zélf voor schamen.

‘Een meisje zei na afloop: ik wil naar een toilet’, vertelt ooggetuige Sara, een jonge vrouw die ternauwernood wist te ontsnappen aan de groepsverkrachting en die zich daarna bekommerde om enkele slachtoffers. ‘Ik wil zeker weten dat ik nog maagd ben, zei het meisje. Tegen haar zus ontkende ze vervolgens dat haar iets was overkomen. ‘Vertel niets tegen mama. Zeg niet wat er is gebeurd.’ De politie, die wel op de hoogte moest zijn van het seksuele geweld of het zelfs oogluikend toestond, raadde haar nochtans aan om een zwangerschapstest te doen in het ziekenhuis.

Vrouwen als doelwit, om de revolutie een halt toe te roepen. Het is een krachtige metafoor voor de  positie van het ‘zwakke’ geslacht in het hedendaagse Egypte. Documentairemaakster Samaher Alqadi, zelf van Palestijnse komaf, gebruikt het seksuele geweld op het Tahrirplein als startpunt voor een persoonlijke zoektocht naar haar positie als vrouw in Egypte: gewoon op straat wanneer mannen haar aanspreken als ze zonder hoofddoek en in een rok de straat opgaat, tijdens de alsmaar fellere demonstraties tegen de regering Morsi en in openhartige gesprekken met vriendinnen.

As I Want (87 min.) is gericht aan haar overleden moeder, die zich altijd heeft geschikt in haar traditionele rol. Een lappendeken van een film, waarin Samaher Alqadi nadrukkelijk ook haar eigen jeugd, familie én zwangerschap betrekt. Met ruwe penseelstreken schildert ze een land op drift, waarin één ding echter onveranderd lijkt te blijven: vrouwen hebben een volstrekt ondergeschikte positie. Zij weigert echter om dit te accepteren en gaat met draaiende camera de strijd aan. In een film die de chaos, passie en vijandigheid weerspiegelt van de vrouwonvriendelijke wereld waarin zij leeft.

I Get Knocked Down

Sheffield Doc

Terwijl hij als de eerste de beste burgerlul van 59 zijn hond uitlaat – en als de eerste de beste burgerlul ook diens drol in een zakje deponeert en meeneemt – mijmert Dunstan Bruce over het verleden. Is alles dan voor niets geweest? vraagt hij zich tijdens deze (zoveelste?) midlifecrisis af. Ooit behoorde hij met zijn band Chumbawamba, een stelletje rechtgeaarde anarchisten, toch tot de linkse voorhoede? Nu heeft ook hij zich gewoon overgeleverd aan een wereld met Trump, Brexit en politiegeweld.

I Get Knocked Down (87 min.) zongen Dunstan en zijn rebellenclub uit een kraakpand in de arbeidersstad Leeds ooit in Chumbawamba’s enige echte hit Tubthumping (1997). Gevolgd door de fiere zinsneden: ‘But I get up again. You are never gonna keep me down.’ En dat is precies wat Dunstan nu van plan is in deze documentaire van Sophie Robinson: door met zijn voormalige groepsgenoten het idealistische verleden op rakelen wil hij op de één of andere manier het vuur (terug)vinden voor een strijdbare toekomst.

Dunstan Bruce speelt in zekere zin zichzelf in deze joyeuze film en doet met veel theater en (zelf)spot het verhaal van zijn band, die gaandeweg van anarchopunk opschoof naar salonfähige pop. Hij voert daarbij een interne dialoog met Babyhead, een alter ego met een sardonisch lachend poppenmasker op. ‘Ik wil geen beroemdheid zijn, ik wil het verschil maken’, zegt die bijvoorbeeld als Bruce na een interview in het televisieprogramma Democracy Now! voor een foto poseert met presentatrice Amy Goodman. Babyhead laat vervolgens een korte, theatrale stilte vallen. ‘Lady Gaga zei dat ooit.’

Zo sluit de ‘tone of voice’ van deze docu lekker aan op de modus operandi van de tegendraadse groep, die van ontregelen z’n handelsmerk had gemaakt. ‘Het was altijd veel interessanter om rotzooi te trappen dan binnen de lijntjes te kleuren’, constateert Dunstan Bruce daarover, niet zonder tevredenheid. Zo verkocht Chumbawamba ooit voor grof geld een nummer aan General Motors voor een commercial. Dat bedrag ging vervolgens rechtstreeks naar activisten die campagne voerden tegen de autofabrikant vanwege slechte arbeidsomstandigheden.

Toch wordt Dunstan Bruce – in elk geval voor de film – geplaagd door twijfel: heeft al dat activisme ook maar iets opgeleverd? En zo nee, heeft hij dan al die tijd een leugen geleefd? Hij legt de vragen in deze scherpe, geinige en soms ook bespiegelende documentaire ook voor aan de punky historica Lucy Robinson, linkse filmmaker Ken Loach en activistische band Dream Nails en begint weer een toekomst voor zichzelf te zien als man van middelbare leeftijd. Met zowaar ook een nieuw bandje: Interrobang!?, dat toch ook wel weer aan Chumbawamba doet denken.

False Confessions

Journeyman Pictures

Bij een kwart van de veroordelingen die in de Verenigde Staten moeten worden teruggedraaid is er sprake van een valse bekentenis. Ook Nederland kent inmiddels enkele geruchtmakende gerechtelijke dwalingen die voor een groot deel waren gebaseerd op een ondeugdelijke, vaak afgedwongen verklaring, zoals de Hilversumse Showbizzmoord, de Puttense moordzaak en de Schiedammer Parkmoord. En ook de al even spraakmakende Arnhemse Villamoord, die op dit moment opnieuw tegen het licht wordt gehouden, stoelt voor een belangrijk deel op een bekentenis, waaraan inmiddels ernstig wordt getwijfeld.

In False Confessions (91 min.) volgt regisseur Katrine Philp de gedreven advocate Jane Fisher-Byrialsen. Zij staat Amerikanen bij, die mogelijk het slachtoffer zijn geworden van een onterechte veroordeling. Als Jane te gast is in de Wrongful Conviction-podcast van Jason Flom bespreekt ze enkele van deze zaken. Centraal in de film staat de casus van Renay Lynch, die al ruim twintig jaar vastzit voor de moord op haar huisbazin. Tijdens haar politieverhoor heeft Lynch een verklaring afgelegd, die volgens Fisher-Byrialsen niet kán kloppen. Met eigen onderzoek probeert ze de vrouw alsnog vrij te krijgen.

De idealistische Jane en haar echtgenoot David, eveneens advocaat, stuitten ooit op de kwalijke rol die valse bekentenissen kunnen spelen door de justitiële dwaling rond The Central Park Five. Dit groepje zwarte tieners zou eind jaren tachtig een vrouwelijke jogger hebben verkracht in het bekende New Yorkse park. Kory Wise, die uiteindelijk maar liefst dertien jaar onschuldig in de gevangenis zat, vertelt pregnant over hoe hij destijds tot zijn verzonnen verklaring kwam. De conclusie is even wrang als eenvoudig: hij zou letterlijk alles hebben gedaan, zegt hij nu, om weg te kunnen uit dat verhoor, ‘het speelterrein van de Duivel’.

Vaak is er in dit soort gevallen sprake van een diabolische drietrapsraket: de verdachten voelen zich volledig overvallen door de beschuldiging, krijgen nauwelijks of ondermaatse juridische bijstand en worden aangepakt door rechercheurs met tunnelvisie, die in de Verenigde Staten bovendien mogen liegen (!) om een bekentenis af te dwingen. Een ideaal recept voor stuitende misstanden. Dit wordt wel heel pijnlijk geïllustreerd met het gefilmde verhoor van de slechts veertienjarige Lorenzo Montoya, die op alle mogelijke manieren, inclusief het voeren van ‘daderkennis’, tot een bekentenis wordt gedwongen.

Geconfronteerd met zoveel druk en suggestie, officieel vervat in de zogenaamde Reid-ondervragingsmethodiek, kan iedereen doorslaan, daarover zijn deskundigen ’t wel eens. Zelfs een doorgewinterd ijskonijn is dan in staat om zichzelf vals te beschuldigen. En of het later nu tot vrijspraak komt of niet, de ‘daders’ zijn voor het leven getekend. Dat maakt deze stemmige documentaire uit 2018, waarin de pogingen van Fisher-Byrialsen om de naam van haar cliënten te zuiveren centraal staan en verder geen tegengeluid wordt opgezocht, echt glashelder. Zelfs buiten de gevangenis komen zij nooit meer helemaal los van de zaak waarmee ze toch echt nooit iets van doen hadden.

Freakscene: The Story Of Dinosaur Jr.

Munro Film

Als band is Dinosaur Jr. een typisch product van z’n tijd. De Amerikaanse gitaargroep rond zanger J. Mascis fungeerde als bruggenhoofd tussen de punk en hardcore van de tweede helft van de jaren tachtig en de opkomst van grungebands zoals Nirvana in het begin van de jaren negentig. Met stiekeme popliedjes, die werden bedolven onder een gruizige gitaarmuur, zochten Mascis en zijn vaste secondanten Lou Barlow (bas) en Murph (drums)  doelbewust de pijngrens op. Totdat elke concertganger suizende oren had.

In de typische bandjesdocu Freakscene: The Story Of Dinosaur Jr. (82 min.) neemt filmmaker Philipp Reichenheim met de bandleden, direct betrokkenen en blikvangers van de bevriende groepen Sonic Youth, Black Flag, The Pixies en Hüsker Dü de geschiedenis door van de band, die oorspronkelijk door het leven ging als Dinosaur. Toen er een andere groep met dezelfde naam bleek te bestaan, werd daar simpelweg Jr. achter geplaatst. En de rest is, zal een beetje indierocker beamen, niets minder dan geschiedenis.

Die naamswijziging lijkt, achteraf bezien, ook zo’n beetje het enige wat gemakkelijk ging bij Dinosaur Jr., een band die ruzie maken tot kunst probeerde te verheffen. Het kon bijna niet anders of het oorspronkelijke trio moest daardoor imploderen. Pas toen dat was gebeurd, constateren ze zelf in deze vermakelijke grabbelton van concertimpressies, video’s, Do It Yourself-flyers en posters, interviews en backstagebeelden, realiseerden ze zich pas wat ze samen hadden.

En toen konden Mascis, Barlow en Murph gelukkig teruggrijpen op de meesterzet die al menige uiteengevallen band heeft gered: een reünie. Zodat de drie rockdinosaurussen tóch samen oud kunnen worden. Als de ‘dysfunctionele familie’ die ze samen nu eenmaal vormen.

Silence Of The Tides

Windmill

Het is niet moeilijk om te zien – en te horen – waarom Silence Of The Tides (102 min.) inmiddels diverse filmprijzen in de wacht heeft gesleept. Pieter-Rim de Kroons cinematografische portret van het internationale Waddengebied, ‘één van de grootste aaneengesloten wetlands van de wereld’, verschiet voortdurend van kleur, raakt allerlei verschillende klanken aan en schakelt soepel tussen groot(s) en klein. Het is een openlijke liefdesverklaring aan hoe mens en natuur in dit unieke gebied samengaan.

Silence Of The Tides is ook een film die geen lineair verhaal vertelt. Zonder duidelijke hoofdpersonen bovendien. Hooguit enkele vaste gezichten, zoals een postbode, vuurtorenwachter of organiste (die soms letterlijk de toon zet in de documentaire). Gesproken wordt er nauwelijks, geïnterviewd al helemaal niet. De Kroons camera observeert zonder te bewegen en dwingt de kijker daardoor om écht te kijken en de overweldigende beeldenpracht in zich op te nemen.

Het uitgesproken sounddesign vertelt daarbij zijn eigen verhaal, dat de synergie of juist het contrast tussen de beelden benadrukt. Deze ambitieuze documentaire, waarvoor Pieter Rim de Kroon in de jaren 2017 tot en met 2019 ruim tweehonderd dagen draaide, vindt zo de schoonheid in al wat leeft in het Waddengebied: van de talloze vogels die er broeden en de weelderige onderwaterflora en fauna tot de komst van toeristen in de zomermaanden en een grootscheepse militaire oefening.

Alle elementen vloeien op een natuurlijke wijze samen in een ingenieus spel van eb en vloed, dag en nacht en de verschillende seizoenen, dat opperste aandacht vraagt en pas dan al zijn geheimen prijsgeeft. Silence Of The Tides is daardoor een film die zich eigenlijk niet leent voor de vluchtigheid van het televisietoestel of beeldscherm, maar in een bioscoopzaal moet worden ervaren. Als de kijker daadwerkelijk een speelbal wordt van al die elementen.

Winter On Fire: Ukraine’s Fight For Freedom

Netflix

De demonstranten op Maidan, het Onafhankelijkheidsplein in Kiev, weten het zeker: Oekraïne hoort bij Europa. In het najaar van 2013 eisen ze dat president Viktor Janoekovitsj, zoals beloofd, het akkoord met de Europese Unie ondertekent. Hij heeft echter in het geheim al een bondgenootschap gesloten met de Russische president Vladimir Poetin, die mordicus tegen de toenadering tussen zijn buurland en het vrije westen is.

Sinds Oekraïne zich in 1991 heeft losgemaakt van de Sovjet-Unie is de relatie met Rusland, dat het land koste wat het kost binnen z’n invloedssfeer wil houden, sowieso zeer gespannen. Tijdens de protesten op Maidan is er dan ook weinig nodig om de zaak volledig te laten escaleren. De demonstranten komen lijnrecht tegenover de regering Janoekovitsj te staan. En die verlaat zich op grof geweld om de onrust de kop in te drukken.

Filmmaker Evgeny Afineevsky belicht de 93 barre winterdagen van 2013/2014 in Winter On Fire: Ukraine’s Fight For Freedom (98 min.) vanuit het perspectief van de demonstranten op het plein. Nauwgezet reconstrueert hij met talloze betrokkenen, met zeer uiteenlopende achtergronden, de dramatische gebeurtenissen op of rond Maidan, die met schokkende beelden, ondersteund door een onheilszwangere soundtrack, opnieuw worden opgeroepen.

Wat is begonnen als een vreedzaam protest tegen de regering, mondt al snel uit in een confrontatie tussen gewone Oekraïners en de (politie)staat. ‘We zijn niet bang om voor onze vrijheid te sterven’, zegt een man op het plein strijdbaar, terwijl de kogels om zijn oren vliegen. ‘Vrijheid is voor ons. Vrijheid is van ons. We zullen winnen en Oekraïne zal bij Europa horen en bij de vrije wereld.’ Uiteindelijk worden er zelfs sluipschutters ingezet om dwarsliggers zoals hij eronder te krijgen. 

Als de geest eenmaal uit de fles is, krijgt zelfs een repressief regime die er echter niet zomaar weer in. In 2014 zal Oekraïne tóch een associatieverdrag tekenen met de Europese Unie, maar dat blijkt uiteindelijk vooral een voorbode van nog veel meer ellende met Vladimir Poetin, die de leider van een groot Russisch rijk wil zijn.

Newtopia

VPRO

Progressie of tragedie? Het ligt er maar aan hoe je ernaar kijkt, meent Audun Amundsen. In 2004 belandde hij als avontuurlijk ingestelde Noorse backpacker in de Indonesische jungle bij een inheemse stam, de Mentawai. Samen met de sjamaan/medicijnman Aman Paksa ging hij met pijl en boog op jacht naar apen. Wie had toen kunnen bedenken dat diezelfde Aman binnen een jaar of tien een bankrekening, televisie en mobiele telefoon zou hebben?

Als Amundsen de Mentawai vier jaar na zijn eerste verblijf opnieuw bezoekt, brengt hij allerlei moderne verworvenheden mee. Een zonnepaneel bijvoorbeeld, zodat ze voortaan zelf energie kunnen opwekken. Maar kleven aan al die nieuwe ontwikkelingen ook geen gevaren? Zo slecht lijkt hun huidige bestaan immers niet. Aman werkt bijvoorbeeld maar een paar uur per dag. Bij de Mentawai zijn er slechts beperkte inkomensverschillen. Hun manier van leven is niet schadelijk voor de aarde. En criminaliteit kennen ze ook al nauwelijks. Een ideaal bestaan, als je het oppervlakkig bekijkt.

Toch kan Audun Amundsen zich zelf nauwelijks staande houden in dit Newtopia (54 min.). Zijn westerse lijf is niet bestand tegen de zon, infecties en insecten. Aman op zijn beurt snakt naar dingen die het leven gemakkelijker kunnen maken: plastic spullen bijvoorbeeld of een motor voor zijn boot. Terwijl hij en zijn gemeenschap aansluiting proberen te vinden bij de rest van de wereld, ziet zijn Noorse vriend met lede ogen aan hoe hun idyllische leven dreigt te verdwijnen. Met geweren is het bijvoorbeeld een stuk gemakkelijker jagen op apen, maar wordt ook het gevaar dat ze de hele soort naar de eeuwige jachtvelden schieten alsmaar groter.

Vooruitgang werkt nu eenmaal als een perpetuum mobile. Eenmaal op gang gebracht laat die zich niet meer zomaar stoppen. Óók, of júist, in de hoofden van de betrokken mensen. Als ze eenmaal hebben geproefd van technische gemakken en luxeartikelen, worden zij net als wij, onderdanen van het vrije westen: meer, meer, meer! Tegelijkertijd maakt Amundsen inzichtelijk hoe wreed het ook door hem geïdealiseerde leven in de jungle, dat inmiddels zijn weg heeft gevonden naar allerlei musea, kan zijn. Van daaruit is het dan weer heel goed te begrijpen dat zijn inheemse vriend Aman Paksa dit achter zich probeert te laten.

Behalve het relaas van een opmerkelijke vriendschap tussen twee mannen uit volstrekt verschillende wereld toont Newtopia, in de loop van vijftien jaar gefilmd, op microniveau ook hoe de wereld verandert en wat dat – vaak letterlijk – kost en oplevert.

Race: Bubba Wallace

Netflix

Hij was dan misschien de enige zwarte man in de NASCAR-autoraces, maar had zich altijd afzijdig gehouden van politiek. Totdat de zwarte Amerikaan George Floyd, tevergeefs ‘I can’t breathe’ kreunend, in 2020 stierf door bruut politieoptreden.

Toen Darrell ‘Bubba’ Wallace Jr. vervolgens bij een race een Black Lives Matter-shirt aantrok, werd hem dat bepaald niet door iedereen in dank afgenomen. En toen hij daarna ook nog eens pleitte voor een verbod op de omstreden confederatievlag, een populair symbool bij de zeker in zuidelijke staten geliefde stockcarraces, werd hij een ideaal haatobject voor Onverdraagzaam Amerika en waren zelfs doodsbedreigingen niet van de lucht. Met als dieptepunt een strop, hét symbool voor lynching van Afro-Amerikanen, die werd aangetroffen in zijn garage. Waarna ook president Trump zich met de zaak meende te moeten bemoeien.

Deze actuele maatschappelijke kwestie loopt als een rode draad door de zesdelige docuserie Race: Bubba Wallace (283 min.), die ook de historische context van Wallace’s situatie – de benarde positie van zwarte coureurs binnen NASCAR en zwarte sporters in de Verenigden Staten in het algemeen – aan de orde stelt. Die boeiende insteek vormt soms alleen lastig een logische eenheid met de rest van de serie, waarin met allerlei insiders tamelijk stereotiep Wallace’s carrière en huidige verrichtingen voor het 23XI-raceteam van basketballegende Michael Jordan, inclusief uitgebreide wedstrijdimpressies, worden doorgenomen.

Op zulke momenten is de serie van Erik Parker toch vooral interessant voor liefhebbers van deze specifieke vorm van autosport en dreigt het grotere verhaal, dat vanzelfsprekend een zware wissel heeft getrokken op deze held tegen wil en dank, te verzuipen in een typisch Amerikaanse verzameling clichés over enórme uitdagingen, tegenslagen én overwinningen. Want in de apotheose van Race: Bubba Wallace moet de protagonist, zoals het in een echte sportdocu betaamt, natuurlijk nog een belangrijke overwinning proberen te boeken.

Crooked Lines Of Beauty – My Grandfather The Architect Carl Nyrén

AVROTROS

‘s Man gebouwen interesseerden hem eerlijk gezegd weinig, bekent Sven Blume. Hij herinnert zich zijn opa vooral als middelpunt van uitbundige familiefeesten in de gerieflijke villa die hij samen met oma Marianne bestierde. Die werden nogal eens afgesloten met een potje pingpong, waarbij opa zich een geduchte tegenstander betoonde. Hij liet zijn kleinzoon echt niet zomaar winnen. En die betaalde hem vervolgens met gelijke munt terug en sprak nooit met hem over architectuur. Ook omdat hij daar als jongen maar geen vat op scheen te krijgen.

Carl Nyrén (1917-2011) was nochtans een toonaangevende architect. In heel Zweden staan huizen, kerken, scholen, kantoren, fabrieken, musea en treinstations van zijn hand. Wat kunnen zijn gebouwen Blume nu vertellen over opa ‘Calle’? ‘Ik snap de architecturale grootheid er niet van’, constateert hij tijdens een eerste wandeling door het voormalige hoofdkwartier van Pharmacia op een industrieterrein bij Uppsala. ‘Het lijkt alsof niemand van dit gebouw houdt.’ Voor de mensen die er tegenwoordig actief zijn, constateert Sven enigszins somber, is het niet meer dan hun werkplek.

Terwijl hij in Crooked Lines Of Beauty – My Grandfather The Architect Carl Nyrén (58 min.) via oude interviews, 8mm-filmpjes en bezoeken aan allerlei gebouwen door het leven en werk van zijn grootvader struint, leert Sven Blume de man daarachter, een kind van het landschap Småland (dat ook Ikea voortbracht) veel beter kennen. Gaandeweg begint hij in zijn gebouwen echt Calle’s oog en hand te ontwaren, lukt het ook om de schoonheid daarvan te ontdekken en krijgt hij vat op diens architectonische erfenis. Achter elke afzonderlijke creatie zit echt een gedachte, een ideaal zelfs.

‘Als een gebouw klaar is, heb ik, de architect, er in mijn hoofd al jaren gewoond’, schreef zijn opa eens heel treffend. ‘De weg naar het eindresultaat is echter lang en bochtig. Als je daaraan begint, weet je nooit hoe en waar het eindigt.’

Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy

Netflix

Het is een gok die totaal verkeerd had kunnen uitpakken. Eind jaren negentig stuit de stand up-comedian Clarence ‘Coodie’ Simmons tijdens het filmen voor een lokaal tv-station in Chicago op een uniek hiphop-talent: Kanye West. Hij valt op door zijn beats, zijn raps en – ook – zijn enorme zelfvertrouwen. Coodie besluit om zijn eigen carrière aan de kant te schuiven en zich, geïnspireerd door Steve James’ klassieke coming of age-documentaire Hoop Dreams, volledig te gaan richten op Kanye, die naar New York verkast om het daar te gaan maken.

Ruim twintig jaar later is helder dat Coodie op het juiste paard heeft gewed: Kanye is een absolute wereldster geworden. Met zijn (voormalige?) echtgenote Kim Kardashian vormt hij bovendien zo’n beetje het bekendste koppel op aarde. Maar heeft de man die zijn eigen imago streng bewaakt ook voor de juiste videograaf gekozen? Met andere woorden: Is Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy (367 min.) een productie die past bij de statuur van Kanye West? En is de driedelige serie over het Amerikaanse enigma ook méér geworden dan zomaar een door de ster zelf gladgestreken promodocu?

Coodie heeft Kanye in elk geval als een schaduw kunnen volgen tijdens zijn formatieve jaren, toen hij nog vooral werd beschouwd als een getalenteerde producer en nauwelijks serieus werd genomen als rapper. Zelfs nadat hij een contract had getekend bij de toonaangevende platenmaatschappij Roc-A-Fella bleef hem dat parten spelen. Hoewel dat moet hebben geknaagd aan zijn zelfvertrouwen laat West daarvan in beeld weinig blijken. Sterker: hij geeft meermaals zelf aan dat er vooral moet worden gefilmd, bijvoorbeeld als hij na een auto-ongeluk zijn kaak moet laten repareren bij de tandarts. Dit is immers, daarvan lijkt hij zelf overtuigd, ‘history in the making’.

Filmer Coodie fungeert daarbij als alwetende verteller, die dat belangwekkende verhaal van binnenuit mag vertellen. Zonder al te veel distantie, maar wel met ongekende toegang. Zo nu en dan had Coodie zeker scherper kunnen selecteren – dan dobbert Jeen-Yuhs wat stuurloos rond in oeverloze hiphop-clichés – maar daartegenover staat dat hij unieke opnames in de studio, met collega’s als Jay-Z, Jamie Foxx en Pharrell Williams, en heel bijzondere privémomenten, bijvoorbeeld thuis met zijn moeder Donda, heeft kunnen vastleggen. Belangwekkende beelden, áls Kanye West inderdaad die beeldbepalende artiest wordt die Coodie in hem zag.

Heel lang lijkt die carrière echter op niets uit te lopen. Totdat, tegen het einde van aflevering twee, Kanye West begin 2004 alsnog vlam vat met zijn debuutalbum The College Dropout en al dat fly on the wall-materiaal van Coodie, die deze serie in elkaar zette met filmmaker/graficus Chike Ozah, ineens tóch waarde krijgt voor de buitenwereld. Met het succes ontstaat er tevens verwijdering tussen de filmer en zijn protagonist, die voortaan vooral het megalomane personage ‘Kanye’ wil uitventen. Ook over deze productie wilde de hoofdpersoon bijvoorbeeld het laatste woord hebben, waarschijnlijk om enkele scènes te kunnen verwijderen.

Het gaat dan vermoedelijk om materiaal uit de derde aflevering, die overvloedig bewijsmateriaal bevat van zijn toenemende instabiliteit. Als Kanye van een hoogmoedige jonge hond zienderogen verandert – zeker na de plotselinge dood van zijn moeder – in een zich steeds vreemder gedragende celebritiy en onderdeel wordt van een droomkoppel met Kim Kardashian (die overigens vrijwel volledig ontbreekt in deze serie). Waarschijnlijk heeft Coodie, zoals hij onlangs al aankondigde in een interview met Variety, inderdaad artistieke eindverantwoordelijkheid voor de serie gekregen en zijn poot stijf kunnen houden.

Jeen-Yuhs is daardoor niets minder geworden dan muziekgeschiedenis die zich voor ieders ogen – en zonder reflectie achteraf, in de vorm van interviews – stap voor stap ontvouwt. Waarbij wat nu vanzelfsprekend lijkt – Kanye West als (volledig doorgedraaide) megaster – helemaal niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn geweest.

Deze bespreking is na elke aflevering geactualiseerd.

Mrs. F.

Filmboekers

Nadat ze met een aantal vrouwen een zeer uitgesproken straatperformance heeft gegeven op een volgepakt plein in de Nigeriaanse metropool Lagos, neemt Ifeoma Fafunwa een Über-taxi naar de nabijgelegen sloppenwijk Makoko. De chauffeur wil weten wat ze gaat doen in dat ‘getto’. Fafunwa steekt haar vaste riedel maar weer af: als theaterregisseur zet ze zich in voor sociale verandering, via een emancipatieproject voor Nigeriaanse vrouwen. ‘Ik hoop dat u succes hebt want hier werkt het niet zo’, reageert de man achter het stuur sceptisch. ‘De mannen bepalen alles.’

Wat nu, vraagt Ifeoma Fafunwa hem even later, wanneer hij als getrouwde man er een vriendin op na zou houden? ‘Dan zou ik moeten smeken, wat cadeautjes voor haar kopen.’ Tot een breuk zou het echter niet leiden volgens hem. En wat nu, vraagt zij door, als zijn echtgenote een buitenechtelijke relatie zou hebben? ‘Dat is niet toegestaan’, zegt de man direct. ‘Een vrouw mag geen verhouding hebben.’ Dat is hypocriet, constateert zij. ‘De dingen zullen blijven zoals ze zijn’, meent de chauffeur. ‘En dat vindt iedereen prima.’ Fafunwa doet er verder maar het zwijgen toe.

De missie en positie van Mrs. F. (78 min.) zijn meet af aan glashelder in deze documentaire van Chris van der Vorm. In de drijvende sloppenwijk Makoko, die oogt als een Afrikaanse variant op Volendam, moet Ifeaoma Fafunwa ook eerst goedkeuring gaan vragen voor haar plannen. Aan de dorpsoudsten. Mannen, natuurlijk. Die ook nog wat geschenken verwachten. En dan kan de theatermaakster eindelijk met plaatselijke meisjes en vrouwen aan de slag voor de voorstelling Mi Setonu!. Daarvoor laat ze, tot irritatie van enkele vissers, een groot drijvend platform laat bouwen in de haven.

Tijdens de uitvoering voor hun eigen gemeenschap krijgen de vrouwen de kans om zich uit te spreken over hun benarde positie en het seksuele geweld dat ze krijgen te verduren. Van der Vorm volgt hen tijdens de repetities voor deze spannende onderneming, vereeuwigt hun leefomgeving met fraaie (drone)shots en begeleidt dit geheel met gracieuze klassieke muziek. Zo tekent zich een wereld af waarin vrouwen – als partner, moeder of seksobject – volledig ondergeschikt zijn aan mannen, die zich daarbij altijd kunnen beroepen op hun geloof. God heeft het nu eenmaal zo gewild.

Fafunwa probeert een emancipatieproces in gang te zetten. Allereerst bij de vrouwen zelf. En daarna, via hen, ook bij de mannen. Die blijken vaak best bereid om lippendienst te bewijzen aan haar ideaal, maar of ze hun kijk op het andere geslacht ook echt kunnen en willen bijstellen?

After A Revolution

IDFA

Tijdens de Libische revolutie van 2011 staan broer en zus tegenover elkaar. Haroun vecht aan de zijde van de omstreden leider Muammar Gaddafi, die het land ruim veertig jaar in een ijzeren greep hield. ‘Dokter’ Myriam heeft zich aan de zijde van de rebellen geschaard. Later, bij de strijd om hun geboortestad Babi Walid, zullen de twee elkaar toch weer vinden in hun verlangen naar een vrij en democratisch land.

In de navolgende jaren volgt Giovanni Buccomino broer en zus als Libië After A Revolution (122 min.) alle wrevel achter zich moet zien te laten. Haroun en Myriam, bijgenaamd Doshka (naar het wapen dat ze droeg tijdens de strijd), doen in die periode danig van zich spreken. Hij restaureert een omstreden heiligdom, zij manifesteert zich als politica. Behalve lof levert hen dit ook jaloezie, woede en vijandschap op. En in het machtsvacuüm dat is ontstaan na Gaddafi’s schijnbaar oneindige regime krijgen ze ook te maken met partijen als de Moslimbroederschap en Islamitische Staat.

Via zijn twee protagonisten en hun dierbaren brengt Buccomino op indringende wijze de nasleep van de Libische burgeroorlog in beeld – of gewoon de voortzetting ervan, met min of meer democratische middelen. Ook die slaat wonden in het lijf en de ziel van de gepassioneerde broer en zus, die hun vertrouwen in de toekomst van hun land dreigen te verliezen. Libië is nog altijd tot op het bot verdeeld en herbergt zoveel strijdige meningen, partijen en belangen dat er weinig nodig is om het land weer te laten afdalen in de donkerste krochten van de hel.

I Am Another You

Dylan Olsen lijkt haar een perfect symbool voor Amerikaanse vrijheid. De Chinese filmstudente Nanfu Wang, even daarvoor naar de Verenigde Staten gekomen, ontmoet de dakloze jongeling in Florida en besluit hem te gaan filmen. Aan de zijde van deze onbekommerde avonturier, die voor het vrije leven heeft gekozen, leert zij het straatleven kennen: slapen in de buitenlucht, eten uit vuilnisbakken en wassen op het toilet van een restaurant.

Gaandeweg raakt ze echter teleurgesteld in die blonde jongen met de stralende glimlach. Als hij een gekregen zak bagels probeert door te verkopen, keert Wang verontwaardigd terug naar haar veilige leventje in New York. Enkele jaren later gaat ze hem toch zoeken in I Am Another You (81 min.): wat zou er zijn geworden van de jongeling die zijn mormoonse familie achterliet in Utah? En waarom heeft hij er eigenlijk voor gekozen om op straat te gaan leven?

Nanfu Wang, die later tot aanzienlijke hoogte zou stijgen met de documentaires One Child Nation en In The Same Breath, daalt in deze delicate film uit 2017 steeds verder af in Dylans leven. Hoewel ze enkele jaren daarvoor een dikke maand intensief met de flierefluiter heeft opgetrokken, blijkt er toch nog altijd heel wat te ontdekken. Heeft ze destijds wel goed naar hem gekeken? vraagt de documentairemaakster zich in een persoonlijke voice-over af. Heeft hij werkelijk gekózen voor een dakloos bestaan?

En heeft zij misschien, dat ook, iets in hem gezocht waarnaar ze zelf al haar hele leven op zoek is? Een gevoel van totale vrijheid dat eigenlijk alleen in de menselijke geest kan bestaan.

Het Verdriet Van Carnaval

John Meulesteen / c: Van Osch Films

‘De stad leeft niet’, zegt John Meulesteen, die gekleed is in traditionele Oeteldonk-kledij. ‘Ik zal niet zeggen dat het oorlog is, want die heb ik nooit meegemaakt, maar het lijkt er wel op.’ Hij laat een dramatische stilte vallen: ‘Tis dood.’

‘Toen alles nog erger werd met die Corona zakte echt de vloer onder ons weg’, vertelt mede-Bosschenaar Jan van den Heuvel. ‘En wat nu? Daar zit je dan, thuis. Het was net of ze door je kop heen schoten, laat ik het zo zeggen. Dus…’

‘Tja, hoe ziet de Carnaval er voor mij uit?’ Piet Netten, die eveneens de kenmerkende kiel en rood-wit-gele sjaal van de Brabantse hoofdstad draagt, denkt er eens over na. ‘Ik denk dat ik mezelf opsluit.’ Hij vraagt zich af: ‘Moet ik deze kleding aantrekken en lekker binnen blijven zitten?’

Het gemis van het jaarlijkse volksfeest doet zich voelen in Het Verdriet Van Carnaval (50 min.) van de Bossche documentairemaker Frank van Osch, die behalve in zijn eigen stad Oeteldonk ook in Grolle (Groenlo) en Oeles-riek (Tegelen) heeft opgetekend welke plek Carnaval inneemt in het leven van fanatieke vierders en wat het voor hen betekent als het absolute hoogtepunt van het jaar moet worden afgeblazen. Zonder Carnaval is het leven, zo wordt duidelijk uit enkele treffende scènes, maar een troosteloze bedoening.

Zijn hoofdpersonen hebben zich voor de gelegenheid in hun zorgvuldig samengestelde Carnavalskloffie gestoken en worden zo door fotograaf Jan Banning, met wie Van Osch al eerder samenwerkte, ook op de foto gezet. Hun verhalen over het feest der feesten, steevast voorzien van een lach en een traan, worden begeleid door toepasselijke, soms alleen wat nadrukkelijk aanwezige blaasmuziek. Als ze vertellen over de pracht en praal, de bijbehorende tradities en de algehele verbroedering, beginnen hun ogen overduidelijk te glinsteren.

En soms, ineens, is er die brok in de keel. Wat Carnaval voor hen betekent laat zich ook niet altijd in woorden vatten – dat moet je nu eenmaal voelen – maar hun gezichten spreken dan boekdelen en laten er geen misverstand over bestaan wat die dolle dagen al een leven lang in hen te weeg brengen. Dat wordt ook glashelder voor degenen onder ons die niets ‘voelen’ bij Carnaval en geneigd zijn om hun wenkbrauwen te fronsen bij de aanblik van het jaarlijkse feestgedruis in met name het zuiden des lands.

Downfall: The Case Against Boeing

Netflix

Al snel kwam ‘the blame game’ op gang. De 189 slachtoffers van de vliegramp met de Indonesische vlucht 610 op 29 oktober 2018 waren nog niet geborgen of het zwartepieten begon. Het zou wel aan luchtvaartmaatschappij Lion Air liggen, een Indonesische prijsvechter. Aan de luchthaven, Soekarno-Hatta in Jakarta. Of anders aan de gezagvoerder, de Indiase piloot Bhavye Suneja. Over één ding waren deskundigen het in elk geval eens: het kon niet liggen aan de Amerikaanse fabrikant van de gloednieuwe Boeing 737 Max. En toen, negentien weken later, viel er op 10 maart 2019 ineens nóg zo’n kist, vlucht 302 van Ethiopian Arlines, uit de lucht in Addis Abeba. Ruim honderdvijftig inzittenden lieten het leven.

En daarmee kwam Boeing, een bedrijf waar Amerika trots op was, een onderneming die zichzelf in de markt zette met de slogan ‘If it ain’t Boeing, I ain’t going’, ineens tóch serieus onder vuur te liggen. Rory Kennedy ontleedt in Downfall: The Case Against Boeing (90 min.) nauwgezet hoe de luchtvaartgigant zichzelf in de voorgaande jaren uiterst effectief in de nesten had gewerkt. Ze herleidt alle problemen tot één specifiek moment: Boeings fusie met McDonnell Douglas in 1997. Daarna was het gedaan met de aandacht voor kwaliteit bij de betrouwbare vliegtuigfabrikant, werd winst maken het enige parool en bezuinigen de voornaamste bedrijfsstrategie. Intussen verhuisde het hoofdkantoor naar Chicago, weg van de vaste thuisbasis Seattle.

De nieuwe focus op snel en goedkoop moest wel tot problemen leiden, stellen oud-medewerkers onomwonden in deze film. En als ze daarover hun zorg probeerden uit te spreken, werden ze direct de mond gesnoerd en linea recta naar de uitgang gedirigeerd. Zoals het echte klokkenluiders betaamt. Een gegeven dat Boeing na de ongelukken in Jakarta en Addis Abeba, toen het bedrijf druk doende was om de schuld op anderen af te schuiven, natuurlijk bepaald niet meer goed uitkwam. De Amerikaanse vliegtuigbouwer nam dus zijn toevlucht tot wat multinationals nu eenmaal doen in dit soort kwesties (en wat ook al in talloze documentaires aan de kaak is gesteld): ze huren de ‘allerbeste’ juristen in. Die mogen hun positie gaan beschermen, waarbij veel, zo niet gewoon alles, is geoorloofd.

En de rekening komt dan bij het gewone publiek te liggen. In dit specifieke geval: bij de crew van de twee gecrashte Boeings, hun passagiers én de nabestaanden daarvan. Zij brengen de grote, soms ook technische verwikkelingen in deze oerdegelijke documentaire terug tot menselijke proporties. ‘Boeings totale onvermogen om alles op alles te zetten om het tweede ongeluk te voorkomen heeft ons leven compleet verpest’, zegt Michael Stumo, die zijn dochter Samya verloor bij de crash in Ethiopië. ‘En dat geldt niet alleen voor ons gezin. Dat geldt voor iedereen die stierf met deze vliegtuigen.’