Missing: Dead Or Alive

Netflix

In het meest optimistische scenario eindigt hun zoektocht met een teken van leven. Rechercheur Vicki Rains en haar collega’s van de Missing Persons Unit van de politie van Richland County vrezen echter dat Lorraine Garcia niet meer in leven is. En haar volwassen zoon Tony zou daarvoor dan wel eens verantwoordelijk kunnen zijn. De Irak-veteraan heeft op zijn minst wat uit te leggen: waarom heeft hij niet gemeld dat ze al twee maanden wordt vermist, ruikt haar hele huis naar bleekmiddel en blijkt die woning ook nog eens zomaar verkocht?

Het is aan Vicki en haar collega-agenten om vast te stellen: Missing: Dead Or Alive (192 min.)? In deze vierdelige serie volgt Alexander Irvine-Cox (Beneath The Surface), ogenschijnlijk in real time, het onderzoek van de speciale eenheid uit South Carolina. Na de casus van de verdwenen moeder, die uiteindelijk heel anders uitpakt dan verwacht, volgt bijvoorbeeld de vermissing van de tienjarige Amirah Watson, die na haar allereerste weekendbezoek niet is teruggebracht naar haar wettige voogd, vader Mansoor. Want moeder Tynesha Brooks is ervan overtuigd dat hij zijn dochter mishandelt. En dan is er nog een vermiste oudere man. Zijn truck wordt langs de kant van de snelweg aangetroffen. Hij was op weg om een winnend kraslot, goed voor 10.000 dollar, te gaan verzilveren.

Voor een buitenstaander blijft het verbazingwekkend dat elementaire onderdelen van het politieonderzoek, zoals een huiszoeking, het benaderen (en vermanend toespreken) van getuigen en de verhoren van mogelijke verdachten, zomaar kan worden gefilmd en dat de direct betrokkenen daarmee blijkbaar – tenminste, daar gaan we vanuit – akkoord zijn gegaan. Dit pakt soms enerverend en dramatisch uit (waarbij het wel de vraag is of de waarheid zo nu en dan misschien een handje is geholpen) en op andere momenten juist erg cheesy en Amerikaans (want de betrokken politiemensen zijn zich er duidelijk van bewust dat ze worden gefilmd, weten wat er van hen wordt verwacht en hebben zich daarbij ongetwijfeld ook nog flink laten regisseren).

Het zit in de aard van dit soort politiewerk dat niet elke verhaallijn, waarvan de ontknoping doorgaans overigens wordt uitgesteld tot de volgende aflevering, een bevredigende afloop heeft. Tussendoor portretteert Irvine-Cox de verschillende teamleden, die ingaan op waarom ze dit vak uitoefenen, welke zaken het meeste indruk op hen hebben gemaakt en hoe (en óf) ze het volhouden. Want de race tegen de klok in emotioneel belastende zaken drukt soms zwaar op hun gemoed in deze miniserie, die zo nu en dan een beetje ‘too good to be true’ lijkt te zijn.

Aaron Carter: The Little Prince Of Pop

ABC News

In de slipstream van zijn oudere broer Nick, één van de blikvangers van de immens populaire Amerikaanse boyband The Backstreet Boys, wordt ook Aaron Carter een beroemdheid. Hij mag als negenjarig joch mee op tournee met de groep van zijn broer. In 2000 scoort hij als aaibaar kindsterretje de ene na de andere hit en staat daarmee model voor een nieuw soort tieneridool, waaronder ook Justin Bieber en Shawn Mendes kunnen worden gerekend.

Carter doet denken aan de ‘King Of Pop’ Michael Jackson. Die dubt hem hoogstpersoonlijk Aaron Carter: The Little Prince Of Pop (56 min.). ‘Hoe is het om als twaalfjarige groupies te hebben?’ vraagt een televisiepresentatrice vervolgens met droge ogen aan het blonde jongetje, dat opvallend nuchter reageert. ‘Dat zijn geen groupies, dat zijn gewoon fans.’ Vanaf dat moment kan het, tragisch genoeg, alleen maar bergafwaarts gaan voor de zanger die nooit zo populair zal worden als zijn broer Nick, met wie hij bovendien ernstig gebrouilleerd raakt.

Want net als Jackson en allerlei andere Hollywood-kinderen moet Carter, gestimuleerd door overambitieuze ouders, veel te jong volwassen worden en betaalt hij daar de rest van zijn leven, dat uiteindelijk maar 34 jaar zal duren en bijzonder tragisch eindigt, de tol voor. De getroebleerde en ernstige verslaafde man die zijn carrière heeft proberen te reanimeren via de realityshow House Of Carters, Dancing With The Stars en de therapeutische talkshow The Doctors lijkt dan in niets meer op het guitige kindsterretje dat ooit de wereld leek te gaan veroveren.

Deze tv-docu zoekt ondertussen het braakliggende terrein op tussen Showbiz Kids (20209, waarin documentairemaker en voormalige kinderster Alex Winter spreekt met lotgenoten, en The Boy Band Con: The Lou Pearlman Story (2019), waarin de voormalige manager van The Backstreet Boys en *NSYNC wordt geportretteerd en Aaron Carter zelf ook nog aan het woord komt. Pearlman maakte zijn jongens wereldberoemd en zoog hen vervolgens helemaal leeg. Toen hun populariteit terugliep, werden ze keihard geconfronteerd met zichzelf.

AJ McLean, één van de Backstreet Boys, weet hoe dat voelt. Hij kampt eveneens met ernstige verslavingsproblematiek en kan het tragische verhaal van Aaron, die hij al sinds diens kleutertijd kent, verder inkaderen. ‘Een prachtige tragedie’, noemt hij diens leven. Omdat naast de tristesse, heel begrijpelijk overigens, ook de vreugdevolle tijden moeten worden benoemd. Carters verloofde Melanie Martin, zijn beste vriend Taylor Helgeson en een (blijkbaar) onvermijdelijk gezelschap van journalisten, (tv-)therapeuten en deskundigen doen ook een duit in het zakje.

Wat beklijft is echter Aaron Carters screentest voor de sitcom Group, die slechts één maand voor zijn dood op 5 november 2022 werd opgenomen. In beeld zit een menselijk wrak, dat zich in zijn rol en tussen de opnames door nog behoorlijk staande houden, maar de camera uiteindelijk niet kan bedriegen: gewonde ogen, ingevallen gezicht, overwoekerd door (gezichts)tatoeages. De man die als jongetje de wereld aan zijn voeten had liggen, als tiener een relatie zou hebben gehad met zowel Hillary Duff als Lindsay Logan en als dertiger vooral ‘voorheen Aaron Carter’ is geworden.

De Kinderen Van De Hondsberg

Michael / vgn.nl

In 1998 kwam Roel van Dalen voor het eerst in De Hondsberg, een instituut voor onderzoek en behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking. Dertien jaar later zocht de documentairemaker enkele kinderen die hij daar had leren kennen opnieuw op voor het tweeluik De Kinderen Van De Hondsberg (100 min.). Inmiddels moeten zij rond de veertig zijn. Alle reden, zou je als buitenstaander zeggen, om de draad weer op te pakken en in de allerbeste Up-traditie te gaan bekijken wat het leven hen en hun familieleden in de afgelopen jaren heeft gebracht.

Hebben het zeer gecompliceerde, van oorsprong Chileense meisje Céline en haar adoptieouders het precaire evenwicht tussen hen, dat ze met heel veel doorzettingsvermogen hebben opgebouwd, bijvoorbeeld weten te bewaren? Zou de goedlachse Michael nog steeds op zichzelf wonen, inmiddels een baantje hebben bemachtigd bij zijn grote liefde De Efteling en ook aan een leuke vriendin zijn gekomen? En is het de licht ontvlambare Boyce bovendien gelukt om niet meer te blowen, zijn relatie in stand te houden en uit de criminaliteit te blijven?

Kan Terrence verder nog altijd terugvallen op zijn twee broers, die zich als vanzelfsprekend om hem bekommeren, en is hij op een plek terechtgekomen waar hij wordt begrepen? Heeft Niels, bij wie volgens de orthopedagoog ‘de computer niet helemaal goed gemaakt is’, zijn vaste aanstelling waargemaakt en misschien ook nog zijn rijbewijs gehaald? En is de dappere Stéphanie, afkomstig uit een probleemgezin waarvan ze zich slechts met heel veel moeite heeft kunnen losmaken, erin geslaagd om het plekje in de samenleving te veroveren dat haar toekomt?

Want deze gewone Nederlanders, met stuk voor stuk een opmerkelijk levensverhaal, kunnen in potentie personages worden in een langlopend feuilleton over hoe ‘t mensen die een lastige start hebben gehad op de lange termijn vergaat. Hoe laat je dat turbulente verleden achter je? Kan dat überhaupt? En welke bijzondere uitdagingen biedt het leven dan voor iemand met een beperking of achterstand? Het is wel de vraag of ze dat willen: van sommige hoofdpersonen van de Up-serie is bekend dat ze hun levenslange participatie in het project als een soort vloek ervaren.

Aan Roel van Dalen zal het niet liggen. Kalm en respectvol observeert hij in De Kinderen Van De Hondsberg In 2011 zijn hoofdpersonen in hun dagelijks bestaan, versnijdt dit met beelden uit de oorspronkelijke serie en vraagt hen hoe ze naar hun eigen leven kijken. De aandacht ligt nadrukkelijk bij hen, mensen die vaak niet aan het woord komen. Over wie nogal eens wórdt gesproken. Gaan we nog van hen horen? Van de mannen en vrouwen die we nog altijd associëren met De Hondsberg – ook al zijn ze daar meestal al zeker een jaar of dertig weg.

Judy Blume Forever

Prime Video

Die brief vergeet ze nooit meer. Het was een lijvig schrijven. De uitgeverijen die ze tot dan toe een manuscript had gestuurd maakten zich er doorgaans met een Jantje van Leiden vanaf. Dit was echter andere koek. Die kennis van haar echtgenoot, een succesvolle kinderboekenschrijver, was er eens goed voor gaan zitten. Halverwege had hij een zin vetgedrukt: So get a fresh hanky out and sit back for your first lesson as a would-be pro. De boodschap was Judy Blume toen al wel duidelijk: ze kon er he-le-maal niets van. Wat ze, toch weer hoopvol, had doorgestuurd, werd door hem genadeloos afgeserveerd.

Ze werd er strijdbaar van, vertelt ze in het portret Judy Blume Forever (97 min.). ‘Ik zal die vent eens wat laten zien!’ En de rest kan dus, ook als je in de jaren zestig bent begonnen als een doorsnee Amerikaanse huismoeder, geschiedenis worden: met klassiekers zoals Are You There, God? It’s Me, MargaretFudge en Blubber groeide ze uit tot de succesvolste Amerikaanse (kinderboeken)schrijfster. Een vrouw die als geen ander de taal sprak van pubers, opgroeiende meisjes in het bijzonder. Niet alle volwassenen waren daarover meteen enthousiast. ‘Wanneer ga je nu eens een echt boek schrijven?’ zeiden kennissen tegen haar, herinnert ze zich in deze film van Davina Pardo en Leah Wolchok.

Intussen werd ze overspoeld door brieven van tienermeisjes, die allerlei praktische vragen voor haar hadden. ‘Dear Judy’, begonnen die dan en daarna volgden vragen over borsten, menstruatie en seks. ‘Je hebt misschien gemerkt dat ik problemen op jou afreageer’, leest Lorrie Kim, die al sinds haar negende met Blume schrijft, bijvoorbeeld voor uit één van haar eigen brieven. ‘Ik kan tegen niemand anders praten. Eerst schreef ik in mijn dagboek, maar iedereen blijft dit lezen.’ Even later laat Kim trots de eerste van vele brieven zien dat ze van die beroemde schrijfster heeft ontvangen. ‘Wat een mooie brief. Zit je echt in groep zes? Je klinkt ouder.’ Waarna Blume steevast een optimistische levensles liet volgen.

Als deze film wat al te braaf dreigt te worden, bereikt die het einde van de jaren zeventig waarin de dan al tweemaal gescheiden Judy Blume een boek voor volwassenen schreef, het onstuimige Wifey. Daarna begon er met het aantreden van de Republikeinse president Ronald Reagan een conservatieve wind in haar land te waaien. De activiste Phyllis Schlafly pleitte bijvoorbeeld ronduit voor het verbannen van Blume-boeken uit scholen en bibliotheken, een sentiment dat tegenwoordig opnieuw flink opspeelt en in Nederland bijvoorbeeld al heeft geresulteerd in een hetze tegen kinderboekenschrijver Pim Lammers en ophef rond de Week van de Lentekriebels van het expertisecentrum seksualiteit Rutgers.

Daarmee krijgt Judy Blume Forever – opgeleukt met kleurrijk gevisualiseerde boekfragmenten, enkele bekende fans zoals schrijfster, regisseur en actrice Lena Dunham, comedian Samantha Bee en actrice Molly Ringwald en Blume’s vakzusters Mary H.K. Choi, Jacqueline Woodson en Tayari Jones – het kartelrandje en de urgentie die de documentaire dan ook wel even kan gebruiken. Verder is het een lieve en toch relevante film. Over een vrouw die jonge meisjes een eigen stem heeft gegeven in de Amerikaanse literatuur, waardoor ze zichzelf en de wereld beter konden begrijpen.

Mijn Ouders Zijn Gescheiden – Seizoen 2

Zomer Zonder Jou / EO

Jaarlijks worden tienduizenden Nederlandse kinderen geconfronteerd met die ene mededeling waarop ze echt niet zitten te wachten: wij, de mensen die je op de wereld hebben gezet, gaan uit elkaar! En daarna is werkelijk alles anders, op zijn minst voor zover zij nu kunnen kijken. In het tweede seizoen van Mijn Ouders Zijn Gescheiden laten vier jonge documentairemakers hun licht schijnen op hoe kinderen de split tussen de twee belangrijkste mensen uit hun bestaan verwerken en de uitdagingen die ze daarbij tegenkomen.

‘Als ik bij jou ben, mis ik mama’, schrijft Julie (10) bijvoorbeeld vanaf de éénoudercamping Le Gibanel in de Franse Dordogne aan haar vader. ‘En als ik bij mama ben, mis ik jou.’ Het wordt weliswaar een Zomer Zonder Jou (15 min.) in deze idyllische film van Milou Gevers (Waarom Bleef Je Niet Voor Mij?), maar mét andere kinderen die ook zonder één van hun ouders op vakantie zijn. Terwijl ze genieten van allerlei activiteiten, babbelen de kids ongedwongen over de echtscheiding – en de nieuwe partners die daarna in het spel zijn gekomen. De vakantie geeft hen de gelegenheid om deze vreemde realiteit te accepteren en even onbekommerd lol te maken.

Boos Enzo (15 min.) laat een ander aspect van echtscheiding zien: boosheid. Sinds z’n ouders uit elkaar zijn schiet de dertienjarige Enzo regelmatig flink uit zijn slof. Hij gaat erover in gesprek met een hulpverleenster, slaat zo nu en dan eens lekker tegen een boksbal aan en krijgt een vogel, Flip, die zijn zachte kant naar voren moet halen. Regisseur Nicky Maas volgt de jongen op de voet, vangt zijn opgekropte gevoelens en omkleedt dit microverhaaltje met quotes van enkele andere kinderen over hun huisdier. Via hen leren ze zichzelf een heel klein beetje beter kennen en hopelijk hun eigen gevoelens accepteren.

Nadia Shah portretteert in Rocó & Noï (15 min.) twee achtjarige vriendinnen. ‘Wij gaan niet scheiden zoals mijn ouders’, schrijft Noï aan Rocó. Later vraagt ze: heb je soms het gevoel dat je moet kiezen tussen papa en mama? Nee, knikt Rocó, terwijl ze enthousiast aan een ‘hoorn vanille’ likt. ‘Ik soms wel een beetje’, legt Noï uit. ‘Vooral met vakanties. En dat is al twee keer gebeurd. Dat was het stomste van m’n hele leven.’ Even later, in dit vlotte en vrolijk vormgegeven dubbelportretje, schrijft Rocó aan Noï dat ook haar ouders nu uit elkaar gaan. Ze wil er eigenlijk niet over praten. Terwijl de twee lekker spelen grijpt het meisje echter tóch de kans om ‘de emoji’s in haar lichaam’ eruit te laten bij haar vriendinnetje.

In Kleine Baas (15 min.) vertelt knuffel Walter het verhaal van zijn baasje Valentino, een achtjarig joch dat maar moeilijk kan accepteren dat hij zijn zusjes zo weinig ziet sinds hij met zijn vader ergens anders is gaan wonen. In deze speelse film van Soraya Pol bezoekt Valentino een kindercoach, om beter te leren omgaan met zijn boze buien. In dat kader heeft zij een lumineus idee. Juist: Walter. Zodat hij Valentino kan helpen als hij weer eens woest wordt op de wereld. Walter, waarvan de stem verdacht veel lijkt op die van rapper Rico, helpt de achtjarige jongen om te benoemen wat hem dwarszit en te vragen wat hij wil weten, bijvoorbeeld wanneer zijn vader voor het laatst heeft gehuild.

Zo wordt in deze kleine impressies uit kwetsbare kinderlevens groot leed teruggebracht tot behapbare proporties. Zodat de hoofdpersoontjes hun leven met – en soms ook tussen – twee ouders kunnen vervolgen.

Eerder verscheen er al een eerder seizoen van Mijn Ouders Zijn Gescheiden.

Piano Dreams

Zidi / NTR

Waar elders in de wereld pak ‘m beet voetbal of hiphop jongeren een uitweg biedt uit een anders tamelijk uitzichtloos bestaan, kiezen Chinese kinderen – of hun ouders – en masse voor de piano. Het land telt inmiddels meer dan veertig miljoen pianoleerlingen. Stuk voor stuk dromen ze van een betere toekomst. En die loopt via een instrument, waaraan ze elke dag urenlang moeten oefenen. In de documentaire Piano Dreams (52 min) portretteren Gary Lennon en Richard Hughes drie van zulke aspirant-meesterpianisten.

Één van hen is Zidi, een guitig achtjarig joch dat in de provincie Zheijang inmiddels de bijnaam ‘de piano-prins’ heeft gekregen. In zijn eigen omgeving wordt z’n talent dus onderkend, maar om zich echt met de wonderkinderen uit Shanghai en de rest van het land te kunnen meten moet hij nog flink oefenen. En daar wringt soms de schoen. ‘Als je opa er niet bij was, zou ik je nu slaan’, zegt pianoleraar Chen Panpan bijvoorbeeld dreigend als het jongetje er weer eens met de pet naar gooit. ‘Ik heb het je al zo vaak gezegd. Doe het opnieuw.’ 

De twaalfjarige Yingying is met haar moeder naar Shanghai verhuisd, waar ze op de basisschool van het conservatorium zit. Ze móet slagen als pianist, want een Plan B is er niet. Haar vader, die is achtergebleven in hun woonplaats Ningbo, heeft zijn baan opgezegd en is met een eigen bedrijf begonnen om haar opleiding te bekostigen. Yingyings moeder kan ondertussen maar niet aarden in de grote stad en voelt zich ook schuldig tegenover de rest van de familie. Het gaat niet goed met de gezondheid van haar echtgenoot, maar zij is er niet om voor hem te zorgen. 

Yu’ang heeft zijn zinnen gezet op een conservatorium in de Verenigde Staten. De negentienjarige jongen zou dan de eerste in zijn familie zijn die in het buitenland gaat studeren. Dit zou ook meteen genoegdoening betekenen voor zijn moeder, die al haar kaarten op Yu’angs carrière heeft gezet, intussen haar huwelijk op de klippen zag lopen en heel wat twijfel in haar (schoon)familie heeft moeten trotseren. ‘Achter m’n rug zeiden ze waarschijnlijk allemaal dat dit waanzin was’, constateert ze geëmotioneerd. ‘Waarom geniet je niet gewoon van het leven?’ 

Daarmee vertelt deze verzorgde film net zo goed het verhaal van deze Chinese ouders als van hun kinderen. En van een samenleving waarin het te midden van miljoenen dubbeltjes bepaald niet gemakkelijk is om een kwartje te worden.

De Platoschool

BNNVARA

‘De schedelinhoud van John geleek wel eener ballon toen hij leuk op de trappen wat keet stond te trappen’! leest Thecla Gijsbertsen voor uit het boekje Hoofdmeesterlijke Straflimericks. ‘Nou schrijven, John. Zonder pardon.’ Het versje roept herinneringen op aan haar jaren op De Platoschool te Amsterdam. Wanneer je als kind stout was geweest, dichtte een leerkracht enkele regels over je. Die moest je vervolgens honderd keer overschrijven.

‘Wij zouden uitgroeien tot bijzondere mensen met een hoog bewustzijnsniveau’, omschrijft Yara Hannema het idee achter de basisschool. ‘Althans, volgens het ideaal. Want na enige tijd ging er iets goed mis.’ In 1996 kwam De Platoschool (55 min.), dertien jaar eerder opgericht door leden van de School Voor Filosofie, ernstig in opspraak toen de jeugd- en zedenpolitie onderzoek ging doen naar mishandeling van leerlingen door leerkrachten. ‘Nu ik zelf moeder ben geworden wil ik weten wat er is gebeurd met de idealen van mijn jeugd’, zegt Hannema in deze boeiende persoonlijke film, waarmee ze vat hoopt te krijgen op een verleden, waarin ze zich lang niet altijd ‘het uitverkoren kind’ voelde.

Daarvoor gaat ze in gesprek met haar eigen ouders. Na een reis naar India zochten zij voor hun kinderen een school die aansloot bij hun spirituele en filosofische gedachtegoed. Op De Platoschool stonden echter ook, zonder dat zij het echt doorhadden, orde en tucht hoog in het vaandel. Kinderen moesten bovendien allerlei extra vakken doen. ‘Daar hebben jullie nooit spijt van gehad volgens mij’, zegt Paul van Oyen, oprichter van de School Voor Filosofie. De kwaliteit van onderwijs was hoog, beaamt Hannema, maar tegen welke prijs? ‘Ik heb niet de indruk dat de leerlingen van De Platoschool rondlopen als grote mislukkelingen’, kaatst Van Oyen de bal direct terug. ‘Integendeel!’

De oud-leerlingen die de filmmaakster spreekt zijn alleen aanzienlijk minder enthousiast. Sommige ervaringen op De Platoschool dragen ze tientallen jaren later nog altijd met zich mee. Ook enkele voormalige leerkrachten zijn zelfkritisch. Annie van de Belt vindt bij nader inzien dat er toch wel erg veel aandacht was voor: je moet leren luisteren. Één van haar collega’s heeft zich later zelfs opgeworpen als klokkenluider. Met al die verschillende stemmen roept Yara Hannema nu een wereld op, waarin oosterse levensfilosofie en klassieke opvoedingsideeën een ongemakkelijk verbond sloten, waarbij gewone leerlingen zoals zij, letterlijk dan wel figuurlijk, allerlei butsen en deuken opliepen.

Tweeling

Jean Charles Counet / VPRO

De reis begint in Eritrea en leidt via Ethiopië, Soedan en Libië in 2016 naar Europa. Onderweg, op een boot op de Middellandse zee, wordt Merhawit verrast. Niet door het feit dat ze zwanger is, ook niet dat het om twee kinderen gaat, maar wel doordat ze nu al, op de vlucht en in hachelijke omstandigheden, geboren willen worden. Na de bevalling op zee belanden de nieuwe moeder en haar eeneiige Tweeling (91 min.) op het Italiaanse eiland Sicilië. En daar leren ze de Nederlandse documentairemaakster Bregtje van der Haak kennen, die toevallig in Palermo is voor het programma Tegenlicht en op Merwahit en haar baby’s Hiyap en Evenezer wordt geattendeerd door een reportage van CNN.

Van der Haak vraagt of ze hen jaarlijks mag komen filmen, om via deze Afrikaanse vrouw en haar kinderen, en echtgenoot/vader Yohannes in Soedan, het leven van nieuwe Europeanen te documenteren en grip te krijgen op waar zij vandaan komen en wat zij nu in een compleet nieuwe wereld, die soms pijnlijk vijandig reageert, op hun pad vinden. Deze documentaire, opgeknipt in zeven handzame en ook los te bekijken hoofdstukken, is een soort tussenrapportage van dit project, dat moet lopen totdat Merwahits zoons volwassen zijn. Bezien vanuit de traditie van de Up-serie, het klassieke documentaireproject dat sinds 1964 elke zeven jaar verslag doet van het leven van een selecte groep Britten, is dit dan een logisch moment.

In die zeven jaar, waarin Merwahit en haar zoons vaste voet aan de grond krijgen in Duitsland, bouwen de twee vrouwen, die in het begin echt met handen en voeten met elkaar moeten communiceren, een band op en raakt Van der Haak zelf bovendien steeds meer het verhaal ingetrokken. Dat begint met de verwantschap die zij als alleenstaande moeder voelt met de vrouw die in een vreemde wereld helemaal op zichzelf is afgewezen en mondt uit in situaties waarin ze ook zelf, de functionele zelfonthulling voorbij, haar eigen verhaal doet aan Merwahit. Die deelt dan weer haar levensverhaal, geïllustreerd met beelden uit de totalitaire staat Eritrea, en haar toenemende twijfels over de relatie met haar man op afstand.

Met fraaie observerende scènes krijgen Van der Haak en haar crew, die ook een plek verwerft binnen de kleine familie-eenheid, toegang tot het leven van de alleenstaande moeder en haar kinderen. Hoe ze er aan het begin van de eerste dag op de kinderopvang bijvoorbeeld voor zorgt dat de jongens, die nog geen Duits spreken, weten waar het toilet is. En hoe die enkele jaren later al zover zijn dat ze zelfstandig pizza kunnen halen – al komt die niet heelhuids thuis aan. De twee kinderen zijn altijd samen en uiterlijk identiek, maar van binnen – en dat wordt met de jaren steeds duidelijker – heel verschillend. Terwijl Hiyap floreert in contact met andere mensen, duikt Evenezer juist regelmatig weg voor de wereld. Merwahit probeert dat in goede banen te leiden.

Die voorlopige tussenconclusie maakt benieuwd naar wat de toekomst (volgende rapportage wederom over zeven jaar, in 2030?) gaat brengen voor de Eritrese vrouw en haar zoons. Op de valreep heeft de wereld waarin zij zich ogenschijnlijk best thuis zijn gaan voelen alleen nog een onaangename verrassing in petto voor alle betrokkenen – en een ongenadige cliffhanger voor elke kijker die hen intussen een beetje in z’n hart heeft gesloten.

Être Et Avoir

Jojo & Georges Lopez / Contact Film

Aan het begin van de 21e eeuw maakten twee films furore in de Nederlandse filmhuizen, die ongetwijfeld ons beeld van Frankrijk danig hebben beïnvloed. Eerst was er in 2001 Jean-Pierre Jeunets verbluffende speelfilm Le Fabuleux Destin d’Amelie Poulain, een speelse, kleurrijke en sprookjesachtige ode aan de romantische versie die je van het land kunt hebben.

Een jaar later volgde de al even hartveroverende documentaire Être Et Avoir (100 min.), Nicolas Philiberts verstilde portret van het Franse platteland. Aan de hand van één onderwijzer en zijn dertien kinderen, in leeftijd uiteenlopend van vier tot en met twaalf jaar, brengt hij het dorpse leven in Saint-Etienne-sur-Usson, een gemeenschap met nauwelijks tweehonderd zielen in de Auvergne, tot leven. 

Terwijl in het openingsshot van deze observerende film enkele boeren in hartje winter hun koeien in een wei proberen te krijgen, kruipen binnen enkele schildpadden door een leeg klaslokaal. Op de vloer ligt een verweesde globe. Het zijn de twee werelden waartussen de plattelandskinderen zich bewegen. Even later begint de school weer en worden ze één voor één opgehaald door een soort buurtbus.

Bij de deur worden ze opgewacht door Georges Lopez, die hen in de rest van het schooljaar geduldig, bedaard en toch vastberaden bij de hand zal nemen. Een vaderlijke meester, die Julien en Olivier hun ruzie laat bijleggen en ze ondertussen laat zien hoezeer ze elkaar kunnen kwetsen, het guitige vierjarige joch Jojo tot volle bloei brengt en zich ontfermt over de kwetsbare Nathalie, die in haar eigen wereld lijkt te leven.

Philibert legt de gebeurtenissen in de klas sec en rustig vast, doorsnijdt ze met scènes van de kinderen thuis en voegt verder alleen zo nu en dan wat muziek toe. Zo ontstaat een kalme, vertederende en zeer succesvolle film over een beschutte kindertijd in ruraal Frankrijk, die en passant het belang van goed onderwijs – en een kundige, betrokken leerkracht – nog maar eens onderstreept. 

Être Et Avoir kreeg overigens nog een vervelend staartje via een rechtszaak tussen Georges Lopez en de makers van de film. Zij zouden hem en de kinderen hebben voorgespiegeld dat het een kleine educatieve documentaire ging worden. Volgens Lopez waren zij als hoofdpersonen er niet van op de hoogte dat ze overal in de bioscoop te zien zouden zijn – en dat die film enkele miljoenen zou opbrengen.

The Missing Children

ITV

In een hoek van de binnentuin van het St. Mary’s Mother and Baby Home in Tuam, West-Ierland, dat door Bon Secours-nonnen werd gerund en in 1961 is gesloten, doen twee lokale jongens tijdens hun zoektocht naar appels een bizarre ontdekking. We vonden een stapeltje botten, kan Frannie Hopkins zich een kleine halve eeuw later nog altijd goed herinneren. ‘Als er geen schedels tussen hadden gezeten, hadden we geen idee gehad dat het om menselijke resten ging.’

Tot een serieus onderzoek komt het echter niet in de jaren zeventig. De zaak wordt door de plaatselijke autoriteiten grondig toegedekt. Totdat de deksel, door inspanningen van de lokale historica Catherine Corless, in 2014 alsnog van de septische put gaat. Bijna achthonderd baby’s liggen er waarschijnlijk begraven in de tuin van het katholieke moederhuis. Zelfs dat is voor de Ierse overheid echter geen reden om meteen een officieel onderzoek te gelasten.

Sterker: Corless komt zelf onder vuur te liggen. Ze zou een notoire fantast en aandachtszoeker zijn. De nonnen van de Bon Secours-orde en de Ierse katholieke kerk treft in elk geval geen enkele blaam. Hoe dan ook. Het is een bijzonder pijnlijk verhaal, dat in The Missing Children (88 min.) wordt verteld door nabestaanden van kinderen die stierven in Tuam en anderen die er wél overleefden. Een schandaal dat zowel in Ierland als in de rest van de wereld z’n sporen heeft achtergelaten.

Zo werd Michael Byrne bijvoorbeeld geadopteerd door een Amerikaanse echtpaar. Zijn biologische moeder heeft hij nooit leren kennen. ‘Helaas kreeg ik de informatie dat ze inmiddels was overleden en al die tijd in Philadelphia had gewoond’, vertelt hij. ‘Dat is dichtbij waar ik woon. Ik had gewoon de trein naar haar kunnen nemen.’ Hij kan er nog steeds kwaad om worden. ‘Wie heeft waarom besloten om deze informatie, die alleen voor mij belangrijk is, bij me weg te houden?’

Michael Byrne ontdekte verder dat zijn moeder anoniem was begraven en maakte zelf een gedenkteken voor haar. ‘Dat is het enige wat ik voor haar kon doen’, stelt hij geëmotioneerd. ‘Ik heb haar nooit ontmoet en toch altijd aan haar gedacht.’ Het enige wat hem nu rest is aandacht voor haar vragen, bij elke gelegenheid die hij heeft. ‘Annie Owen’, zegt Byrne demonstratief, terwijl hij recht in de camera van regisseur Tanya Stephan kijkt, in een film die zowel aangrijpt als boos maakt.

Van 1922 tot 1998 blijken er ruim tachtigduizend ongetrouwde Ierse moeders te zijn vastgezet in meer dan veertig door de kerk gerunde instellingen. De meeste vrouwen werden gedwongen om afstand te doen van hun baby. Duizenden van die kinderen zijn vervolgens ongevraagd geadopteerd. En nog eens ruim negenduizend van hen zijn zelfs gestorven in de tehuizen. Hun dood werd echter niet officieel geregistreerd. En hun lichaampjes werden simpelweg weggemaakt.

Zelfs 25 jaar na de sluiting van het allerlaatste Mother and Baby Home wachten sommige Ieren die ooit in zo’n tehuis verbleven, of hun familieleden, nog altijd op informatie over wie ze zijn of waren, waar ze vandaan komen en wat er is gebeurd met hun verwanten. Door devote dienaren van God, die er soms nog geld aan leken te verdienen ook, zijn bij hen elementaire mensenrechten geschonden. Dat valt achteraf niet meer te repareren. Hooguit te verzachten.

Daughters

Ita Zrboniec-Zajt / WG Film

Ze ogen als drie gewone Zweedse zussen, in gesprek over het leven. Hun leven. dat hen voor altijd Daughters (90 min.) heeft gemaakt. Dochters van een vrouw, die een einde aan haar leven maakte. Maja was zestien, Hedvig tien en Sofia slechts acht. En daarna moest het leven door. Dat ging het in elk geval. Als gewone meisjes probeerden ze daarbinnen, zo goed en zo kwaad als dat ging, hun weg te vinden.

En documentairemaakster Jenifer Malmqvist was erbij. Gedurende een periode van tien jaar. Toen Sofia tegen haar oma zei: ‘weet je, mijn kinderen zullen geen oma hebben.’ En toen Maja, veel later overigens, over de bipolaire stoornis van haar moeder vertelde. ‘Het heeft me een hele tijd gekost voordat ik besefte dat ze ziek was’, zei ze. ‘Mama heeft er niet voor gekozen om niet bij ons te zijn. Ze was ziek.’

Malmqvist volgt in deze observerende film grofweg twee verhalen, die ze parallel heeft gemonteerd: hoe de drie zussen de draad weer oppakken na de gebeurtenis die hun jonge levens volkomen op z’n kop heeft gezet en hoe ze daar later, als jongvolwassenen, op terugkijken. Dan kunnen ze ook voor het eerst onder woorden te brengen wat er precies is gebeurd en welke impact dit heeft gehad op hen.

Voor middelste dochter Hedvig is de suïcide van naar moeder helemaal een heikel punt: de traumatische gebeurtenis vond nota bene op haar verjaardag plaats. Dat is wel het laatste wat ze nu tegen anderen vertelt over haar moeder. ‘Dan lijkt het alsof ze iets verkeerds heeft gedaan’, zegt ze, op weer een verjaardag, tegen haar zussen Maja en Sofia. ‘Zo denk ik niet. En ik wil ook niet dat anderen dit denken.’

Terwijl de dochters kampen ieder met hun eigen issues – boosheid, paniekaanvallen en een elementair gevoel van eenzaamheid – vinden ze elkaar ook om te praten, troosten en knuffelen. Daughters brengt zo van binnenuit in kaart hoe ‘t is om op te groeien met of ondanks een traumatische ervaring. Wat nemen we mee? Wat laten we achter? En hoe doen we dat dan, zonder het verleden te vergeten of te ontkennen?

Amira

Videoland

Ze is negen jaar oud, weegt achtentwintig kilo en grossiert inmiddels in Europese en wereldtitels. Niet in turnen, ballet of stijldansen, maar als kickbokser. Tegelijkertijd is Amira Rahri een heel gewoon Marokkaans-Nederlands meisje dat naar de basisschool gaat, geniet van de kermis en zich houdt aan de Ramadan. Daarnaast staat haar jonge leven in het teken van de sport. En daarbij staat vader Younes constant aan haar zijde.

Tijdens een wedstrijd in Frankrijk wordt hij er tijdens de eerste ronde bijvoorbeeld mee geconfronteerd dat de tegenstandster van Amira (55 min.) ook op haar hoofd mikt. In Nederland mag dit helemaal niet. Younes ziet het vanuit de zaal met lede ogen aan, maar laat zijn dochter toch maar terugslaan. En die trekt de beladen tweekamp, haar opponent razendsnel stoten en schoppen toebrengend, gewoon naar zich toe.

In Marokko wordt Amira niet voor niets ‘The Wonder Girl’ genoemd. Als ze in deze (jeugd)documentaire van Elza Jo Tratlehner uit 2019 in het land van haar ouders arriveert, wordt ze op het vliegveld opgewacht door een enthousiaste menigte fans. ‘Papa, ik durf dit niet’, zegt ze tegen haar vader. Later moet ze ook nog allerlei journalisten te woord staan. In het Nederlands, want een andere taal spreekt ze niet.

Net als Tratlehners eerdere portretten van Jolene en Famke Louise is Amira, waarmee ze op het Cinekid-festival de prijs voor beste Nederlandse jeugdfilm won, over het algemeen erg ruw gefilmd en puur op de inhoud gemonteerd. Trefzeker werkt de film –  via een laatste rustmoment, de verplichte staredown met haar tegenstandster en de finale weging – toe naar een gevecht in Antwerpen, waar de jonge heldin opnieuw zal moeten zegevieren.

Stil Water

Bente en haar broer / EO

Ruim vijf jaar na Pilotenmasker (2017) keert documentairemaakster Simonka de Jong terug naar het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht, een omgeving die de vorige keer een diep ontroerende film heeft opgeleverd. Destijds volgde De Jong enkele kinderen met kanker, kleuters met ‘gemene celletjes’ in hun lichaam die noodgedwongen werden blootgesteld aan ingrijpende medische onderzoeken en behandelingen.

Stil Water (55 min.) is een soort vervolg, waarbij de focus ditmaal ligt op de directe verwanten van zo’n ziek kind: de ouders, broers en zussen. Twee jaar lang is de documentairemaakster met haar crew aangesloten bij drie Nederlandse gezinnen, die een welhaast onmenselijke uitdaging moeten aangaan en haar ondertussen toegang geven tot hun meest intieme en kwetsbare momenten. Te midden van de pijn en het verdriet vindt ze ook veerkracht, lol en – vooral – verbondenheid.

‘Ik weet nog dat ik die eerste vrijdag, toen we het net wisten, vroeg: wordt ze dan nog wel zes jaar?’ vertelt Annemieke Goudswaard, de moeder van Fien. ‘En dat ze toen zeiden: dat weten we niet!’ Vader Gijs vertelt hoe hij zijn dochter bij een ziekenhuisopname in zijn armen de trap afdroeg. ‘Toen vroeg ze: Het komt toch wel goed, pap? Toen dacht ik: volgens mij weet jij ook dat het niet goed komt.’ Hun andere kinderen willen het verdriet van hun ouders intussen liever niet zien.

Steven Voerknecht vertelt dat hij in eerste instantie ‘helemaal niks’ voelde toen hij hoorde dat zijn jongere broer Matthijs ernstig ziek was. In een gesprek met zijn andere broer Reinier en hun ouders constateren ze dat Matthijs door zijn aandoening emotioneel achterloopt. Soms is ie gewoon strontvervelend. Hoe kunnen ze daar het beste mee omgaan? Het zijn vragen die je als buitenstaander niet direct bedenkt, maar die in deze getroffen gezinnen aan de orde van de dag zijn.

Bij de familie Van Eersel uit Weesp is het de jongste van drie kinderen, de driejarige Bente, die ernstig ziek is. Ook als het meisje voor behandelingen in het ziekenhuis ligt komt papa een verhaaltje voorlezen. Via de mobiele telefoon speelt ze verstoppertje met haar oudere broers Jens en Tim. En als de kleine Bente geniet van het geladen Frozen-liedje Laat Het Los, een rechtstreekse verwijzing naar één van de ontroerendste scènes van Pilotenmasker, kijken haar ouders geraakt toe.

Stil Water belicht hoe de familieleden hun eigen weg proberen te vinden met en rond de ziekte van één van hen. Van therapeutische gesprekken, familie-opstellingen en het geloof tot een kindercoach, speltherapie en Inca-rituelen. Simonka de Jong omlijst hun ervaringen en emoties met gestileerde onderwater-sequenties, ondersteund door gefühlvolle muziek, waarmee de gevoelstoestand van de verschillende hoofdpersonen op een aangrijpende manier tot uitdrukking wordt gebracht.

Deze film wordt daardoor net zo’n stoot in de maag als Pilotenmasker. Tezamen vormen de documentaires een tweeluik dat de kwetsbaarheid van het (samen) leven héél tastbaar maakt en tegelijkertijd laat zien hoeveel incasseringsvermogen, creativiteit en warmte tijden van opperste nood kunnen losmaken.

Children Of The Underground

FX Networks

Het zogenaamde ‘stranger-danger’-narratief, hoe ongemakkelijk ook, heeft iets comfortabels. De gedachte dat er mannen rondlopen, ongeschoren en in een lange regenjas natuurlijk, die een gevaar kunnen vormen voor onze kinderen is weliswaar doodeng, maar het idee dat ze ook in onze eigen familie of vriendenkring zijn te vinden is helemaal onverdraaglijk. Toch blijkt uit onderzoek dat juist daar vaak seksueel misbruik voorkomt.

Menige Amerikaanse vrouw heeft in zo’n `benarde situatie de hulp ingeroepen van Faye Yager en haar organisatie Children Of The Underground (234 min.). Als het Amerikaanse justitiële systeem niet ingrijpt wanneer vrouwen hun (voormalige) partner beschuldigen van het misbruiken van hun kind, dan neemt zij het recht in eigen hand, laat moeder en kind ondergronds gaan en probeert hen een nieuwe, valse identiteit te bezorgen. Yager heeft daarvoor een heel persoonlijke motivatie. Haar dochter Michelle is als kind jarenlang misbruikt door haar ex-man, een notoire pedofiel die zelfs op de Ten Most Wanted-lijst van de FBI terecht is gekomen. Michelle vertelt daar gedetailleerd over in deze vijfdelige docuserie.

Met haar opmerkelijke acties wordt Michelles moeder Faye in de jaren tachtig en negentig een graag geziene gast in de talkshows van Geraldo, Oprah en Dr. Phil. Via het praatprogramma van Sally Jessy Raphael maakt ze in 1988 kennis met de voortvluchtige April Curtis en haar vierjarige dochtertje Mandy, de casus die het hart vormt van deze serie van Gabriela Cowperthwaite en Ted Gesing. Zij zijn op de vlucht voor April’s ex. Die ontkent echter ten enenmale dat hij iets heeft misdaan. En dat blijkt een constante in veel kwesties waar Faye Yager zich tegenaan bemoeit: de mannen stellen stuk voor stuk dat ze erin worden geluisd door een wraaklustige oud-partner.

De wijze waarop Yager slachtoffers bevraagt komt al snel onder vuur te liggen. Is ze niet veel te dominant aanwezig in die gesprekken, zodat de slachtoffers vooral zeggen wat ze denken dat zij wil horen? En vliegt ze met haar complotten over bloed drinkende sektes, verhalen die perfect aansluiten bij de ‘satanic panic’ waarvan Amerikaanse media in die jaren maar geen genoeg krijgen, niet volledig uit de bocht? Indianenverhalen zitten de echte getuigenissen immers alleen in de weg. Helder is dat Faye Yagers bijzonder kordate manier van doen continu voor problemen met het gezag zorgt en haar tevens duidelijke voor- en tegenstanders oplevert.

In Children Of The Underground komen alle kampen, inclusief vaderrechtengroepen, uitgebreid aan het woord. Daarmee schetst deze miniserie, die wel wat lang is uitgevallen, een behoorlijk afgewogen beeld van een nog altijd actueel maatschappelijk thema en de vrouw die door riemen en ruiten gaat om dat aan te kaarten. Daarbij maakt ze nogal eens haar eigen regels, zodat anderen zich soms afvragen wat er nu erger is: het middel of de kwaal? In kwesties waarbij je als buitenstaander soms het gevoel krijgt dat je geblinddoekt een mijnenveld wordt ingestuurd, kent Faye Yager echter geen enkele twijfel: kindermisbruik is zo schrijnend dat vrijwel alles geoorloofd is.

Als We Het Zouden Weten

Human

De filmografie van het echtpaar Peter en Petra Lataster-Czisch kent inmiddels tal van hoogtepunten; van publieksfavoriet De Kinderen Van Juf Kiet en de spin off daarvan Jij Bent Mijn Vriend tot persoonlijke films zoals Niet Zonder Jou en Reis Door Onze Wereld, hun persoonlijke beleving van de Corona-periode die onlangs werd gekozen tot beste Nederlandse documentaire op het IDFA. Als We Het Zouden Weten (80 min.) behoort beslist ook tot de beste films van het Nederlands-Duitse docuduo.

Deze observerende documentaire uit 2007 speelt zich vrijwel volledig af op de Neonatale Intensive Care Unit van het Universitair Medisch Centrum Groningen, waar een team van kinderartsen vroeggeboren kinderen behandelt. Gezamenlijk moeten zij beslissen over leven en dood. Buiten beeld delen de doctoren daarbij hun persoonlijke beweegredenen en dilemma’s. Zien zij in situaties van uitzichtloos en ondraaglijk lijden bijvoorbeeld ruimte om het leven actief te beëindigen?

De techniek maakt steeds meer mogelijk, maar uiteindelijk blijft het toch mensenwerk. Terwijl de artsen bekijken of een behandeling moet worden vervolgd of beter kan worden gestaakt, moeten ze oog houden voor de patiëntjes en hun familie die hun eigen strijd leveren. ‘Je kunt het alleen’, fluistert een moeder bijvoorbeeld in dialect tegen haar pasgeboren baby, die, ondersteund door allerhande apparatuur, moet zien te overleven. ‘Je kunt het wel. We vechten allemaal voor jou. Jij moet ook vechten.’

Peter en Petra Lataster dringen diep door in deze parallelle wereld, waar ouders en kinderen volledig zijn overgeleverd aan gespecialiseerde artsen, die zich zelf ook maar hebben te schikken naar de nauwelijks te bevatten wetten van leven en dood. Alles van waarde is nu eenmaal weerloos. Zeker, of juist, het prille menselijk leven. Waarvan, overmand door onpeilbaar diep verdriet, soms afscheid moet worden genomen. Of dat tóch, als een geschenk van God, mag worden gekoesterd.

Het zijn precaire, ontzagwekkende taferelen, door de Latasters met veel empathie, precisie en toch ook respect vereeuwigd, die diepe indruk maken en daarna nog wel even na-ijlen. Samen vormen ze een bijzonder aangrijpende film, voorzichtig ingekleurd met een fijngevoelige soundtrack van Candy Dulfer en Thomas Bank, over de maakbaarheid van het leven – en de grenzen daaraan, die we niet kunnen maar simpelweg hebben te accepteren.

Als We Het Zouden Weten is hier te bekijken.

The Children In The Pictures

BNNVARA

Het is een gruwelijke lakmoesproef. Nadat de undercoveragenten van de taskforce Argos de online identiteit van een kindermisbruiker hebben aangenomen en zijn geïnfiltreerd in hun internationaal opererende netwerk, volgt onvermijdelijk de vraag: kun je eens wat delen? Niet reageren is geen optie. Dan worden de banden onmiddellijk doorgesneden. En dus verlagen ze zich noodgedwongen tot zo’n beetje het walgelijkste waartoe een mens in staat is en klikken vervolgens op verzenden, met een luchtig berichtje erbij: Geniet ervan.

Met zulke omstreden infiltraties proberen rechercheur Jon Rouse, het Australische hoofd van de toonaangevende taskforce, en zijn Britse collega Paul Griffiths wereldwijd netwerken op te rollen en kinderen te redden van misselijkmakend misbruik. Daarmee is de kous dan overigens nog niet af. Jaren nadat ze zijn bevrijd kunnen er nog steeds foto’s of filmpjes van hen rondgaan op het dark web. ‘De seksuele uitbuiting van die kinderen gaat door lang nadat ze gered zijn’, vertelt Warren Bulmer, een Canadees lid van de taskforce Argos. ‘En zij moeten daar hun hele leven mee omgaan.’

In de schokkende documentaire The Children In The Pictures (80 min.) van Akhim Dev en Simon Nasht leggen de gedreven rechercheurs tot in detail uit hoe ze aan het begin van deze eeuw, tijdens een onderzoek genaamd Operation Achilles, infiltreren bij het netwerk ‘The Group’. Onder de schuilnaam ‘Red_Rocket’ jagen ze daar bijvoorbeeld twee jaar lang op een specifieke ‘producent’. Hij levert al jaren achter elkaar afzichtelijk beeldmateriaal van één enkel meisje, ‘Girl One’ gedubd, dat letterlijk voor de camera opgroeit. Het geweld in de filmpjes lijkt bovendien ernstig te escaleren.

Terwijl ze de identiteit weten vast te stellen van verschillende deelnemers aan het netwerk, waaronder een Nederlander met de bijnaam ‘Thunderbird’, en zo langzamerhand willen overgaan tot arrestaties, lukt het Rouse en zijn vakbroeders maar niet om de identiteit van Girl One en haar kwelgeest vast te stellen. Daardoor komen ze voor een duivels dilemma te staan: ze hebben nu de kans om een aantal notoire kindermisbruikers uit te schakelen, maar als ze dat doen raken Girl One en de man die haar misbruikt waarschijnlijk weer buiten beeld.

Van zulke keuzes liggen de gespecialiseerde rechercheurs, die dagelijks verschrikkelijke dingen (moeten) zien, nachten wakker. Behalve een afdaling in een bijzonder naargeestige schaduwwereld is deze unheimische film tevens een portret van hen, gedreven politiemensen die werkelijk door riemen en ruiten gaan voor de kinderen. Daarbij worden de omstandigheden steeds lastiger. De techniek staat, letterlijk, voor niets en faciliteert steeds grotere en geavanceerdere netwerken. Namen als The Love Zone, Child’s Play en Baby Corner laten weinig aan de verbeelding over.

En hoewel hun werk soms dweilen met de kraan vol open lijkt, sociale netwerken zoals TikTok (die kinderen stimuleren om selfies, ofwel: user generated content, te maken) alweer voor nieuwe uitdagingen zorgen en seksuele uitbuiting van kinderen sowieso het snelst groeiende zware misdrijf in de wereld is, blijven Rouse en zijn team op de één of andere manier optimistisch. ‘Zonder hoop zou ik niet naar m’n werk gaan’, zegt hij ferm, vast ook tegen zichzelf, in deze documentaire die niemand wil maar iedereen moet zien. Zolang de taskforce Argos maar één kind kan redden…

Midwives

Dogwoof

Waar verloskundige Hla simpelweg moeders en kinderen ziet, zien anderen in het overwegend boeddhistische land Myanmar slechts moslims. De verfoeide Rohingya, om precies te zijn. Een volk om te verdrijven of vertrappen. Zeker geen mensen die moeten worden geholpen bij het op de wereld zetten van nakomelingen.

‘De moslims in de provincie Rakhine zijn geen inwoners van Myanmar’, stelt generaal Min Aung-Hlaing, de leider van het leger dat het Aziatische land dan in z’n greep probeert te krijgen, tijdens een officiële speech. ‘Het zijn illegale immigranten. Er bestaat helemaal niet zoiets als een Rohingya-volk.’ Aung-Hlaing wil maar al te graag korte metten maken met deze uitvreters.

Hla’s jonge collega Nyo Nyo behoort zelf tot de vervolgde religieuze Rohingya-minderheid. Waarom zijn wij als moslims geboren in Rakhine? vraagt zij zich vertwijfeld af. Mensen zoals Nyo Nyo kunnen eigenlijk geen kant op. Toch probeert ze aan de zijde van de strenge Hla het vak van verloskundige te leren, zodat ze misschien ooit een eigen kraamkliniek kan openen.

Dat idee zorgt tevens voor spanningen in Midwives (91 min.), de observerende film waarin Hnin Ei Hlaing geduldig gadeslaat hoe Hla en Nyo Nyo aanstaande moeders bijstaan terwijl om hen heen de strijd steeds nadrukkelijker losbarst. Het is een treffend tafereel: terwijl de mannen dood en verderf zaaien, eren de vrouwen onverminderd het leven.

Daarmee vertegenwoordigen zij de hoop in Myanmar, dat inmiddels opnieuw is verworden tot een uiterst repressieve militaire dictatuur. Een land waar wanhoop weer de overhand heeft gekregen en Rohingya-kinderen, net geboren of niet, hun leven in elk geval niet zeker zijn.

Innocence

Autlook

Het pad naar volwassenheid loopt in Israël via het leger. Iedere achttienjarige wordt geacht om zijn dienstplicht te vervullen. Jongens drie jaar, meisjes twee. De voorbereiding begint echter al veel eerder, toont de Israëlische regisseur Guy Davidi, die zijn eigen diensttijd als traumatisch heeft ervaren, in Innocence (101 min.). Jonge kinderen leren op school bijvoorbeeld al dat groen de kleur van het leger is, worden aangemoedigd om tekeningen van soldaten of tanks te maken en krijgen voortdurend te maken met het gevaar dat hun volk bedreigt of heeft bedreigd.

Toch worstelen sommige Israëlische jongeren met de verplichting om militair te worden. Met homevideo’s en persoonlijke brieven, ingesproken door stemacteurs, introduceert Davidi enkele van deze soldaten tegen wil en dank. Zij twijfelen openlijk over hun dienstplicht – of kunnen hun weerzin daartegen nauwelijks onderdrukken. Het zal niet goed met hen aflopen, vertelt de filmmaker, die eerder als coregisseur betrokken was bij een verpletterende aanklacht tegen Israëls nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever (Five Broken Camera’s), er meteen bij.

‘Hier, in het leger, realiseer je je dat je twee opties hebt’, schrijft Ron Adler tijdens de vervulling van z’n dienstplicht bijvoorbeeld aan zijn ouders. ‘Een goede frontsoldaat zijn. Of een goed mens.’ Hij krijgt volgens eigen zeggen het zogenaamde ‘brothers in arms’-gevoel, dat schijnt te horen bij het leger, maar niet te pakken en schaamt zich intussen kapot wanneer collega’s dingen zeggen als: de enige goede Arabier is een dode Arabier. Dáár, tijdens het bereiken van de jaren des onderscheids, wil Adler maar zeggen, verliest Israëls jeugd collectief zijn onschuld.

Guy Davidi verbindt de zielenroerselen van zulke bezwaarde brievenschrijvers, en privéfilmpjes waarin zij ondertussen uitgroeien tot jongvolwassenen, met scènes van kinderen en tieners die worden klaargestoomd voor hun periode bij de krijgsmacht, trainingen van nieuwe rekruten en het uiteindelijke resultaat van dat vormingswerk: Israëls leger in actie. In deze wereld, met z’n druk om je ondergeschikt te maken aan het grotere ideaal of gemeenschappelijke belang, lijkt geen ruimte voor het vormen van een eigenstandig oordeel of ethische bezwaren. Iedereen loopt in de pas.

Het is een constructie die tot reflectie noopt: is een volk dat collectief onder de wapenen moet niet automatisch geneigd om bij conflicten ook zijn toevlucht tot die wapens te nemen? En hoe kan zo de vicieuze cirkel van geweld, waarin het land al sinds jaar en dag is verwikkeld, worden doorbroken?

A House Made Of Splinters

Kolya en Kristina / c: Final Cut For Real & Simon Lereng Wilmont

‘Dochter van me, waarom wil je me het graf in jagen?’ vraagt moeder als Eva haar, via de telefoon op de gang van de tijdelijke opvang, eindelijk weer eens aan de lijn heeft gekregen. ‘Ik zit hier in m’n eentje te huilen.’ Eva, een verweesd meisje van een jaar of tien dat veel te wijs is voor haar leeftijd, verblijft dan al enige tijd in A House Made Of Splinters (87 min.) te Lysytsjansk, zo’n twintig kilometer van de frontlinie in Oost-Oekraïne. Ze oogt ineens ongelooflijk eenzaam.

Het is haar tweede periode in Het opvanghuis, waar de oorlog zoveel mogelijk buiten de deur wordt gehouden. Eva’s vader is niet meer in leven. En haar moeder is soms dagenlang verdwenen als ze de strijd met de drank weer eens heeft verloren. Zij dreigt nu ook uit de ouderlijke macht te worden gezet. En dan moet Eva naar een weeshuis. Haar begeleider Marharyta probeert op de valreep nog een familielid of pleeggezin te vinden, waar het meisje terecht kan. Misschien wil Eva’s grootmoeder de voogd van het meisje worden?

Als het ene kind vertrekt, dient zich echter al snel weer een nieuw kind aan in deze aangrijpende film van Simon Lereng Wilmont (The Distant Barking Of Dogs). Hij heeft zich gedurende langere tijd in het opvanghuis genesteld en vangt vanuit die positie, met de ogen en het hart wijd open, ontzettend intieme taferelen. Van kinderen, terzijde gestaan door enkele liefdevolle begeleiders, die het samen moeten zien te rooien: stoeiend, knuffelend, dansend, klierend, spelend en troostend. Via hen wordt tevens zichtbaar wat de werkelijke schade is van al die disfunctionele families, gesloopt door oorlog, depressies en drank, altijd weer drank.

Als Kolya’s moeder, die ruikt naar alcohol, bijvoorbeeld op bezoek komt, maant ze het stoere joch om te stoppen met huilen. Hij is immers een man. En als zodanig draagt hij ook de verantwoordelijkheid voor een jonger broertje en zusje. Kinderen zoals zij mogen maximaal negen maanden blijven in de tijdelijke opvang. Daarna moet er een definitieve oplossing komen: terug naar huis, naar een pleeggezin of toch naar het kindertehuis van Vadertje Staat. Het kan zomaar betekenen dat Kolya en zijn broertje Zhenya en zusje Kristina straks uit elkaar worden gehaald.

Intussen heeft het vertederende meisje Sasha in het opvanghuis te Lysytsjansk vriendschap gesloten met een ander meisje, Alina. Als er voor haar een pleeggezin is gevonden, staat het kind met de gewonde ogen er ineens weer helemaal alleen voor. En dan is er speciaal bezoek voor Sasha, van iemand die wordt aangekondigd als ‘tante Lena’. Ligt daar misschien haar toekomst, bij een vriendelijke mevrouw waarvan ze nauwelijks meer weet dan dat ze in de buurt woont en een schattige teckel heeft?

Simon Lereng Wilmont observeert deze kwetsbare kinderen met zeer veel compassie en gevoel voor poëzie. Hij vindt bij hen kleine momenten – een telefoon die maar niet wordt beantwoord, een magisch spel met zeepbellen of een schoolbord dat beslist wordt schoongeveegd bijvoorbeeld – die door de setting een enorme betekenis krijgen, daardoor ongenadig op het gevoel werken en van A House Made of Splinters een buitengewoon aangrijpende film maken.

Een Gat In Mijn Hart

Omroep Zwart

Op die zondag in 1992 begon zijn leven. Van vóór die tijd kan hij zich niets herinneren. ‘Alleen maar wat er ná die dag kwam.’ Die dag was 4 oktober. Toen stortte een Boeing 747 van de Israëlische vliegtuigmaatschappij El Al neer op de Amsterdamse flats Groeneveen en Klein-Kruitberg. De Bijlmerramp.

De bekende rapper, acteur, dichter en activist Akwasi O. Ansah was nog maar een jongetje van vier toen het vrachtvliegtuig zich voor zijn ogen in de flatgebouwen boorde. Het is zijn eerste actieve herinnering. Hij mocht zijn indrukken destijds verwerken in de bundel Een Gat In Mijn Hart (48 min.), waarin kinderen uit de Bijlmer hun verhalen, gedichten en tekeningen over de ramp kwijt konden (en die nu fraai tot leven zijn gewekt met animaties).

Akwasi laat het boek dertig jaar later zien aan zijn dochtertje Nekaya, nu ook vier jaar oud. ‘Hier zie je papa’s mama en daar zie je brand’, vertelt hij haar. ‘Brand in het huis.’ Daarna maakt hij in deze persoonlijke documentaire, die werd geregisseerd door Olivier S. Garcia (Torso en Gewoon Boef), een rondgang door de omgeving waar hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht. Na de ramp verhuisde hij met zijn gezin naar Osdorp, weg van de herinneringen.

Hij bezoekt zijn moeder en broer, de schooldirecteur die het boek bedacht, de rampjuf die drie jaar lang ouders en kinderen begeleidde in hun rouwproces en voormalige flatbewoners voor wie de Bijlmerramp een vormende ervaring was in hun jeugd. ‘Ik vind het niet leuk want het vliegtuig is neergestort’, leest één van hen uit het boek voor tijdens een groepsgesprek. ‘En misschien is Lisandra dood. En dat wil ik niet. Want Lisandra is mijn beste vriendin.’

Joey Jasien Khan was elf toen het vliegtuig zich in de flat Groeneveen boorde. Zijn vader raakte vermist. En hun huis werd naderhand, vanwege brand- en waterschade, onbewoonbaar verklaard. In zijn huidige woning hangt nog altijd een brokstuk van het vervloekte toestel aan de muur. ‘The Killer’ is erop geschilderd. ‘Je kan niet komen bij mij thuis zonder de Bijlmerramp te voelen en de verbinding te maken met het vliegtuig zelf.’

Zo maakt deze delicate film invoelbaar hoe de vliegramp – waarbij meer dan veertig mensen de dood vonden, waarvan een deel ongedocumenteerd was en nooit is geïdentificeerd – een half leven later nog altijd doorwerkt in het dagelijks bestaan van de Bijlmer-bewoners die er getuige of slachtoffer van werden. De ramp is nooit onderdeel geworden van hun verleden, maar nog altijd onlosmakelijk verbonden met wie ze nu zijn.

Je moet tot je door laten dringen wat het met je doet en dat accepteren, stelt Berthold Gersons, voormalig afdelingshoofd psychiatrie van het AMC ziekenhuis, tegen Akwasi. ‘Het klinkt heel raar, maar ik zou zeggen: koester het gat in je hart.’