Veerkracht: Gevecht Tegen Corona

Videoland

‘Ik ben ervan overtuigd dat u dat Coronavirus hebt en dat uw longen daar heel veel last van hebben’, zegt intensivist Mark van der Kuil tegen Annie Claassen, een oudere patiënte met een zuurstofmasker die uitgeteld op een ziekenhuisbed ligt. De arts stelt voor om haar te verplaatsen naar de Intensive Care. De vrouw uit het Brabantse dorp Odiliapeel moet daarvoor afscheid nemen van haar familie.

Want voor de beademing die ze nodig heeft moet Annie onder narcose. En dat kan wel enkele weken duren. Haar man Willie, die naast zijn vrouw zit en haar hand vasthoudt, schiet ineens helemaal vol. ‘Kumt goed, meid’, zegt hij, niet alleen tegen haar. ‘Ik kan er niet over jokken’, benadrukt Van der Kuil nog maar eens de ernst van de situatie. ‘De kans dat u het niet redt, en dat u het niet overleeft, bestaat wel.’

Terwijl de arts de transfer van Annie Claassen naar de IC regelt, staat haar man verweesd op de gang. Ziet hij zijn vrouw ooit nog levend terug? In het Bernhoven Ziekenhuis in Uden, dat dit voorjaar plotseling in de frontlinie van de Coronacrisis belandde, zijn zulke pijnlijke vragen ineens aan de orde van de dag. Om nog maar te zwijgen over het onmogelijke dilemma dat zich daarna zou kunnen aandienen: wie helpen we wel en wie niet?

De driedelige documentaireserie Veerkracht: Gevecht Tegen Corona (108 min.) volgt van heel dichtbij hoe ziekenhuisdirecteur Geert van den Enden en z’n artsen en verpleegkundigen de zorg op een aanvaardbaar peil proberen te houden terwijl ze geconfronteerd worden met een soort oorlogssituatie. Even knuffelen is er echter niet bij, want ook voor deze zorghelden geldt de anderhalve meternorm.

Regisseur Marc Pos kadert de dramatische gebeurtenissen uit die eerste COVID-19 golf in met terugblik-interviews met enkele kernfiguren uit het ziekenhuis. Die gesprekken geven de ontwikkelingen weliswaar context, maar doorbreken ook een beetje de hectiek van het moment, als nog volstrekt onduidelijk is hoe die pandemie zich gaat ontwikkelen en of de ziekenhuiscapaciteit wel toereikend zal zijn.

En dan wordt dokter Van der Kuil zelf positief getest…

Frida – Viva La Vida

Piece Of Magic

‘Ik ben drie kinderen en een heleboel andere dingen kwijtgeraakt die mijn verschrikkelijke leven zin hadden kunnen geven’, citeert regisseur Giovanni Troilo bij aanvang van dit portret zijn hoofdpersoon Frida Kahlo. ‘Het schilderen moest dit allemaal vervangen.’ Daarmee zou de Mexicaanse kunstenares zichzelf echter onsterfelijk maken, zo wordt nog eens onderstreept met de gestileerde documentaire Frida – Viva La Vida (93 min.)

De filmmaker maakt daarin opmerkelijke keuzes. Een verteller in beeld, bijvoorbeeld: de mysterieuze Asia Argento. Zij wordt gesecondeerd door Kahlo-kenners en kunsthistorici, die de kijker, enigszins opgeprikt, langs plekken in het hedendaagse Mexico leiden die zijn gelieerd aan de hoofdpersoon. Deze getuige-deskundigen proberen het iconische beeld van Frida Kahlo van enige nuance te voorzien. Uiteindelijk leveren ze evenwel vooral hun eigen bijdrage aan het mythologiseren van hun heldin.

Alle kernelementen uit haar opmerkelijke levenswandel passeren daarbij de revue: het dramatische ongeluk dat Kahlo’s leven veranderde, zodat er ineens twee Frida’s zouden zijn ontstaan: de feministe avant la lettre en de gevierde kunstenares. Haar ontmoeting met de vermaarde schilder Diego Rivera, die tot belangwekkende kunst en twee (!) stormachtige huwelijken zou leiden. En die ontzettend beladen beslissing in 1953, het startpunt van deze film, om haar rechterbeen te amputeren – het begin van het einde, háár einde.

Troilo lardeert zijn dramatische vertelling met passages uit Kahlo’s geschriften en zet die nog eens stevig aan met een tamelijk bombastische mixture van haar kunstwerken, archiefmateriaal, panorama’s van het hedendaagse Mexico, symbolische sequenties die de emotionele ontwikkeling van zijn protagonist moeten weerspiegelen en een dikke soundtrack. Het is allemaal wat veel, voelt soms ook wat gekunsteld en slaat uiteindelijk een beetje dood.

De Zee Die Denkt

NTR

Ik snap er niets van. En Gert de Graaff is de eerste om toe te geven dat De Zee Die Denkt (99 min.) inderdaad géén documentaire is. Niet echt, tenminste. Toch won zijn film in 2000 de Joris Ivens Award op het documentairefestival IDFA. Dat is op zichzelf een mindfuck, die perfect past bij de film. Want nee, in deze ‘documentaire’ wordt geen gruwelijke misstand in de één andere uithoek van de wereld aan de kaak gesteld, is er geen protagonist die allerlei ontberingen doorstaat om zichzelf vervolgens helemaal opnieuw uit te vinden (alhoewel?) en probeert ook niemand met nieuw bewijsmateriaal een veroordeelde vrij te pleiten. Om maar eens wat clichés op te hoesten over/van het genre, waaraan ik een groot deel van mijn leven spendeer.

Dit is een filosofische queeste naar wat het ik is, doet en kan. Denk ik. Ik dus. En of dat ik wel bestaat. Mijn ik. En hoe dan? Via onze weerspiegeling op het scherm? En wanneer? Ik? Het heeft allemaal te maken met perspectief. En daarmee speelt De Graaff, die al jaren in heel het land lessen beeldtaal geeft en op die manier voortleeft in talloze televisieprogramma’s, films en documentaires van anderen, alsof zijn leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel zo. Rick de Leeuw, zanger en toenmalig frontman van een band waarop ikzelf toevallig totaal verliefd was, Tröckener Kecks, zorgt voor dat perspectief. Althans, zo lijkt ‘t. De Leeuws ‘rol’ was volgens De Graaff oorspronkelijk overigens bedoeld voor Sean Connery.

Scenarioschrijver Bart, een rol van Bart Klever, heeft echter ook een hoofdrol voor zichzelf bedacht. Dat gaat ongeveer zo: ‘Ik introduceer mijzelf als hoofdpersoon en speel mijzelf’, typt Bart op het beeldscherm. ‘Bart dus. Wat hij doet dat typ ik en wat hij typt dat doe ik.’ Terwijl Bart aan het typen is, horen we een fluitketel langzaam op stoom komen. Bart typt: ’18. INT – KAMER BART – DAG. We horen de ketel in de k…’ Intussen zwerft de camera van de kamer naar de keuken, waar diezelfde Bart thee gaat inschenken. Hij fluit er een beetje bij. Tegelijkertijd zijn er nog altijd typegeluiden te horen. In beeld is nu een deel van het beeldscherm te zien, waarop de keukenscène is uitgetikt. Bart typt door: ‘Hij fluit een deuntje.’

Ik kan me voorstellen dat je, jij dus, of ook gewoon ik, nu het spoor bijster bent. Dat kan aan mij liggen. Of aan Rick. Bart. Of Gert. Niet aan Sean. Aan een ik, dat wel. Mensen lopen ermee weg of lopen erbij weg, stelt De Graaff zelf over deze film, waaraan hij dertien jaar werkte en naar verluidt anderhalf miljoen gulden besteedde. Aan een kamer waarin niets helemaal is zoals het lijkt, opstellingen die op de meest ingenieuze manieren spelen met het waarnemingsvermogen en 40.000 liter water, om maar eens wat te noemen. De optelsom is een zoektocht naar geluk (toch?), die is vergeven van de zinsbegoochelingen, valkuilen en kleine openbaringen. Een spiegelpaleis, waarin je gegarandeerd de weg kwijtraakt – en terugvindt. Op een gegeven moment dacht ik zelfs: waar kijk ik naar? Naar mezelf misschien?

Alles is illusie! constateert de scenarioschrijver op een gegeven moment wanhopig. Ik moest intussen denken aan Churchill: ‘It is a riddle wrapped in a mystery inside an enigma.’ Of beter: aan hoe David Ferrie, een personage uit de film JFK, gebaseerd op een man die betrokken zou zijn geweest bij de moord op Kennedy, een complot dus, waarvan ook ik niet weet of het er ooit is geweest, die quote verbasterde tot: ‘It’s a mystery wrapped in a riddle inside an enigma!’ Ik had het zelf echt niet beter kunnen zeggen.

The Weight Of Gold

De post-Olympische blues. De depressie die onvermijdelijk volgt na deelname aan de Olympische Spelen. Ook als je wél Goud hebt gewonnen. ‘Wie ben ik buiten het zwembad?’ vroeg zwemmer Michael Phelps, die in totaal 28 medailles won tijdens de Spelen en daarmee de meest gedecoreerde atleet aller tijden is, zich gedurig af. Tijdens zijn carrière ging hij zo, veelal in stilte, door meerdere crises.

Phelps doet dienst als verteller van The Weight Of Gold (59 min.), een gestileerde documentaire van Brett Rapkin waarin diverse (voormalige) topsporters vertellen over hun psychische problemen; van de identiteitscrisis na een belangrijke wedstrijd of overwinning tot langdurige depressies. Een kwestie die volgens hen schromelijk wordt onderschat en die in de afgelopen jaren inderdaad al tot enkele bijzonder tragische gebeurtenissen heeft geleid. Één van de daarbij betrokken sporters komt zelfs aan het woord in deze film.

In topsport ben je nu eenmaal net zo goed als je laatste overwinning- of nederlaag. ‘Als je klaar bent, donder je gewoon van de lopende band’, stelt kunstschaatser Gracie Gold droog. En dan levert die band gewoon een nieuwe titelpretendent af. Zeker als jij opzichtig hebt gefaald, op dat ene moment dat het erop aankwam. Hordeloopster Lolo Jones kan daarover meepraten. In haar hele leven is ze volgens eigen zeggen drie keer over een horde gestruikeld. Juist in de finale van de honderd meter tijdens de Olympische Spelen van 2008 ging ze onderuit. ‘En nu sta ik bekend als het meisje dat over hordes struikelt.’

Net als andere topsporters verhaalt Jones ook over de voortdurende strijd om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Tijdens haar sportcarrière hield ze er noodgedwongen allerlei bijbaantjes op na. Dat leidde soms tot pijnlijke taferelen. Zoals toen ze in een fitnesscentrum achter de bar stond. Terwijl ze smoothies maakte, verscheen haar Olympische race op de beeldschermen. ‘Ben jij dat?’, vroegen klanten. Ze konden niet geloven dat zij, de Olympische sporter, daar voor zeven dollar per uur drankjes stond te schenken. En toen de lopende band een kekke opvolgster had afgeleverd, kwam ook haar zorgverzekering nog op de tocht te staan.

Trefzeker toont The Weight Of Gold zo de achterkant van de gouden medaille, een survival of the fittest waarbij ook de winnaar uiteindelijk kan verliezen.

Citizens Of Boomtown: The Story Of The Boomtown Rats

Adrian Boot / NTR

Toen Ratten nog Ratjes waren… Boomtown Rats, om precies te zijn. De Ierse band rond zanger Bob Geldof, die ook de drijvende kracht zou worden achter het grootste benefietconcert aller tijden Live Aid, is onlangs aan een tweede leven begonnen in het nostalgiecircuit – al zijn de bandleden zelf er natuurlijk van overtuigd dat ze nog eens ouderwets gaan pieken. De popdocu Citizens Of Boomtown: The Story Of The Boomtown Rats (60 min.) vormt een perfecte bijsluiter voor die reünie.

Regisseur Billy McGrath is te werk gegaan volgens het welbekende procédé voor dit soort muziekfilms: verzamel alles wat je kunt vinden over een band (concerten, videoclips, tv-optredens, oude interviews en de knipselmap). Laat de groepsleden los van elkaar helemaal leeglopen over die goeie ouwe tijd. En kader hun herinneringen netjes in met een afgewogen mix van pophoncho’s, ‘deskundigen’ en collega’s (ditmaal: Bono, Sting en een gesluierde Sinead O’Connor).

Succes verzekerd: een hele generatie kan zijn eigen jonge jaren herbeleven, anderen mogen zich vergapen aan ‘de jeugd van toentertijd’. En er komen altijd weer smakelijke anekdotes bovendrijven. Zoals dat verhaal over de duizend dode ratten die de platenmaatschappij naar Amerikaanse radiostations stuurde om de single Lookin’ After Number One te promoten. Geen deejay wilde zijn vingers daarna nog branden aan dat nummer.

Na een schietincident op een basisschool in San Diego kwam er een nieuwe kans voor The Boomtown Rats. De zestienjarige Brenda Spencer had begin 1979 het vuur geopend op een groep schoolkinderen en -medewerkers. Haar verklaring daarvoor inspireerde Bob Geldof tot een heuse popklassieker: I Don’t Like Mondays. Ook dat nummer zou echter nooit een hit worden in de Verenigde Staten, het land waar school shootings nog steeds aan de orde van de dag zijn.

Zo visten The Rats steeds nét achter het net en raakten ze daarna, als echte seventiesband, ook nog eens verzeild in de jaren tachtig, waarin het doek dus wel móest vallen. Al met al levert dat een heel aardig tijdsbeeld op. Best vermakelijk ook. Maar tegelijkertijd tamelijk dertien in een dozijn. Net als – vloek in de kerk-waarschuwing! – The Boomtown Rats zelf.

I Don’t Like Mondays heeft zijn plek in de pophistorie natuurlijk verdiend, maar al die andere hitjes doen het toch vooral goed op fanclubavonden en – natuurlijk – reünieconcerten. En Bob Geldof zal vooral herinnerd worden vanwege zijn jarenlange inspanningen voor al die hongerige Afrikaanse kinderen…

Verstopt

KRO-NCRV

Een vrijstaande villa. Aan de muur hangt kunst. En op planken staat kunst. Overal eigenlijk. En rommel. Ook overal. Een nette vrouw, Vera Funke, baant zich voor de camera van Frans Bromet door de ontzettende rommel. ‘Alles wat hier staat zijn dingen waarvan hij houdt, is verzameld met liefde.’

‘Hier heeft hij gewoond’, vraagt Bromet. ‘Tot wanneer?’

‘Tot ongeveer anderhalve maand geleden. Toen is hij ziek geworden en uiteindelijk ook gevallen. En daarna is hij het huis uitgewandeld en eigenlijk niet meer teruggekomen.’ Funke wijst naar een door allerlei spullen overwoekerde zitbank. ‘Hij sliep hier op de bank.’

‘Daar past toch geen mens op?’

‘Nee, daar past ook geen mens op. Daarom is het ook vrij apart dat-ie dat zo lang heeft volgehouden.’

Eduard van Dijk, de eigenaar van het typische hoardershuis, herstelt inmiddels in een verzorgingstehuis. Zo nu en dan keert hij terug naar huis om samen met Funke orde op zaken te stellen. ‘Ieder klein of groot voorwerp, belangrijk of onbelangrijk, heeft voor mij een soort geheugenstimulans’, zegt hij. ‘Levende geschiedenis, die je om je heen hebt. Dan ga je dat toch niet wegdoen?’

De man heeft een niet te stillen honger naar de Tweede Wereldoorlog. ‘Dat is het voordeel als je heel veel rommel hebt’, zegt Van Dijk geëmotioneerd als hij in een boek op een Jodenster stuit. ‘Dan kom je heel veel dingen tegen, die geen rommel zijn.’ Terwijl hij die spullen, en daarmee ook zijn eigen leven, begint op te ruimen, wordt steeds duidelijker wat achter die enorme verzameling boeken en artefacten Verstopt (54 min.) zit: een heel persoonlijk familieverhaal.

Over zijn vader, de verzetsman Jacob van Dijk, die betrokken raakte bij het zogenaamde Englandspiel en die de oorlog niet zou overleven. Bromet vervat diens ervaringen in voorgelezen passages uit het boek Nacht Und Nebel van Floris Bakels, die worden vergezeld door beelden van het concentratiekamp Natzweiler. Daar zorgden ze ervoor dat ‘NN-Häftlinge’ zoals Van Dijks vader Jacob spoorloos verdwenen.

Sinds zijn val kan Eduard van Dijk zijn emoties daarover niet altijd meer beteugelen. Alsof zijn schild is verdwenen. Frans Bromet en Max Ploeg, de samensteller van deze interessante tv-docu, laten zien hoe hij zijn eigen gevoelens steeds meer toelaat en zo ook dichter bij zichzelf komt. Een proces dat, mede door ‘s mans verzameling antieke wapens, niet geheel zonder gevaar is.

Aan Het Hart

Het hele gezin heeft zich in de woonkamer verzameld. Vader, moeder en hun twee volwassen dochters Christa en Gerda. Ze houden elkaars hand vast terwijl Christa aan de telefoon wacht op de uitslag. Twee kleinkinderen kijken toe vanaf de achtergrond. De spanning in huis is te snijden: hebben Christa en haar jongere zus net als hun moeder het PLN-gen, de veroorzaker van een erfelijke hartziekte?

De meeste dragers van dit gen zijn gesitueerd in noord-Nederland en zijn (verre) familie van elkaar. Ze stammen volgens klinisch geneticus Peter van Tintelen allemaal af van een voorouder die in de late middeleeuwen in Friesland moet hebben geleefd. De kans is zo’n vijftig procent kans dat ze de levensbedreigende aandoening daadwerkelijk hebben. Wil je dat dan weten? En welke gevolgen heeft die keuze voor het vervolg van je leven en dat van mogelijk nageslacht?

Zulke indringende vragen, die ieder voor zich moet zien te beantwoorden, staan centraal in de journalistieke documentaire Aan Het Hart (55 min.), waarin Mirjam Bartelsman de impact van de ziekte op de familie probeert te vatten. Sinds het PLN-gen in 2010 werd ontdekt, verspreidt het nieuws van de aandoening zich als een olievlek door de verschillende takken. Menigeen heeft al een brief ontvangen het Amsterdams Medisch Centrum, met de vraag of ze zich willen laten testen.

Ook in het gezin van Christa en Gerda is die vraag, getuige deze ontroerende tv-film, nog altijd bijzonder actueel nadat de beide dochters hun uitslag hebben ontvangen: ze hebben een broer en zus die nog niet zijn getest…

Coronation

Ai Weiwei Films

Als Coronation (113 min.) vorig jaar was uitgebracht, dan hadden we er waarschijnlijk een dystopische thriller van sciencefiction-auteur Philip K. Dick in gezien. Over een volledig gesteriliseerde samenleving met een ziekelijke vorm van smetvrees, waarbij gewone burgers in beschermende kleding en gemondkapt (of toch gemuilkorfd?) door het leven gaan, de straten volledig leeg(geveegd) zijn en artsen en levenloze mensen een verloren gevecht lijken te leveren in een noodhospitaal. Een wereld die natuurlijk ook streng wordt bewaakt. Bij checkpoints staan mannen met een soort thermometerpistool, dat routineus tegen het voorhoofd van voorbijgangers wordt gezet. Bij verhoging volgt verplichte quarantaine.

Nu, na de (eerste) golf van het Coronavirus (ofwel: het nóg meer scifi klinkende COVID-19), weten we wel beter. Zeg overigens niet dat daar niet voor is gewaarschuwd, in een Netflix-serie nota bene. En het begon dus allemaal in China. In een laboratorium, tijdens een mislukt experiment, zal een Dick-adept/complotdenker daar meteen aan toevoegen. Die route slaat de controversiële filmmaker/kunstenaar Ai Weiwei, verbannen uit eigen land, echter niet in. Hij dringt door tot het hart van de eerste brandhaard van het virus, de Chinese miljoenenstad Wuhan, die door de almachtige overheid direct hermetisch is afgesloten. Terwijl collectief het virus in de kiem moest worden gesmoord, kregen gewone Chinezen ziekte, isolatie en de dood te verduren en waren ze genoodzaakt om de bemoeizucht van de overheid over zich heen te laten komen.

Zij voorzagen Weiwei, die zijn ballingschap in Europa doorbrengt, ook van beeldmateriaal. Driehonderd uur maar liefst. Zodat hij inzichtelijk kon maken hoe De Partij ook in tijden van Corona heerst: nieuwe rekruten moeten gewoon de eed afleggen, er wordt een wervend TikTok-dansje geoefend om het wassen van handen te stimuleren en een groep kinderen met mondkapje neemt op commando een overwinningsyell voor China op. Onwerkelijke taferelen. ‘Mensen kunnen bergen verzetten als ze maar samenwerken’, vertolkt een oudere Chinese vrouw nochtans trouw de partijlijn tegenover haar sceptische zoon. ‘Samen kunnen we elk probleem tackelen. Zo gaat het niet in andere landen.’ Onderhuids is er wel degelijk onvrede, potentieel verzet zelfs. Worden (relatief) gezonde patiënten bijvoorbeeld in het ziekenhuis gehouden om de sterftecijfers te drukken?

De totstandkoming van deze menselijke mozaïek van een lockdown, ingekaderd met unheimische synthmuziek en vervreemdende droneshots van de spookstad, is soms ook terug te zien in de film zelf. De personages worden niet of nauwelijks geïntroduceerd en blijven daardoor passanten. Naamloze onderknuppels van het allesomvattende systeem, zo je wilt. Dat geeft deze eerste lange coronadocu een wat fragmentarisch karakter, ook doordat sommige scènes wel heel erg veel ruimte krijgen. Ons Hollywood-brein wacht bovendien op een eenzame held die opstaat en, liefst met een kolossale lasergun, orde op zaken stelt. Of een dwarse arts die alle regels tart en tijdens een genadeloze race tegen de klok alsnog op een vaccin stuit.

Deze dystopie is alleen echt.

Summer de Snoo: Picture Perfect

Videoland

’Als ik naar haar foto’s kijk, dan zie ik geen kind. Zij heeft zo’n volwassen blik dat ik zelf soms gewoon versteld sta: ben jij tien?’ (moeder Jessica)

‘Wie ben ik om haar van haar droom te weerhouden?’ (vader Joeri)

‘Ze weten dat ik hen later ga verwennen met het geld dat ik ga verdienen.’ (Summer)

‘Toen ik vier jaar was stond ik voor het eerst voor de lens’, zegt het jonge fotomodel Summer geroutineerd bij aanvang van Summer de Snoo: Picture Perfect (96 min.). ‘Zes jaar en verschillende shoots later tekende ik een contract bij één van de werelds grootste modellenbureau’s, New York Model Management.’ Dat nieuws maakte destijds nogal wat los. Kinderarbeid, stelde de onvermijdelijke Peter R. de Vries. Foto’s van een vrij bedenkelijk karakter, volgens de al even onvermijdelijke Maarten van Rossem.

In deze driedelige serie brengt Cheeru Mampaey het dagelijks leven van Summer de Snoo en haar ouders in beeld, van de zomer van 2019 tot het begin van dit jaar. Dat leven speelt zich vooralsnog overigens gewoon in Nederland af. De aangekondigde oversteek naar de Verenigde Staten blijft steeds uit, een groeiende bron van frustratie bij Summers ouders die voor spanningen zorgt met haar manager Anthony, die het ook nog heeft gewaagd om zich met de voeding (‘dit is je laatste snoepje’) van hun dochter te bemoeien.

Die verhaallijn met een kartelrandje kan deze soapachtige docu, die duidelijk op een groot publiek mikt, ook wel gebruiken. Mampaey stelt verder geen al te lastige vragen, volgt vooral de bal en komt zo in het kielzog van Summer bijvoorbeeld terecht op de camping, bij de Engelse les en in de Efteling (waar ze tevens een modeshow mag lopen). En bij talloze ‘shoots’ en evenementen natuurlijk, waarbij alles en iedereen de loftrompet laat schallen over Summer (die tussen de bedrijven door ook nog aan school moet werken).

Dat levert vooral heel veel ‘eye candy’ op, die met vlotte, bijdetijdse muziek wordt uitgeserveerd. Gezeten op een rode bank, met daarachter de Amerikaanse vlag, reflecteren Summer en haar ouders vervolgens op wat ze zoal hebben ondernomen en wat dat voor hen betekent. Ze benadrukken dat er vanzelfsprekend niets gebeurt als ‘de nieuwe Doutzen Kroes’ ’t niet wil. Want Summer mag dan een topmodel in de dop zijn – en hoogbegaafd en een getalenteerde voetbalster – ze is ook maar een héél gewoon meisje.

I Am A Killer: Released

Netflix

Er mag dan geen tweede kans bestaan om een eerste indruk te maken voor Dale Sigler (een beer van een vent met de bijpassende verlopen kop, lijzige ‘southern drawl’ en een lijf bezaaid met tatoeages, waarvoor je graag een straatje omloopt). Dat hoeft nog niet te betekenen dat hij geen tweede kans verdient in zijn leven. Sigler heeft al bijna dertig jaar in een Texaanse gevangenis versleten, nadat hij ooit in eerste instantie de doodstraf had gekregen. Hij hoopt nu opnieuw op clementie: de mogelijkheid om zijn laatste jaren in vrijheid door te brengen.

De nabestaanden van John Zeltner, de man die hij in april 1990 vermoordde tijdens een overval op de fastfoodketen Subway, hebben er geen enkel vertrouwen in. Zeltner was nota bene een oude bekende van wie hij even van tevoren nog een sigaretje had gebietst. Dale, zo twijfelen Zeltners halfbroers geen moment, gaat binnen de kortste keren weer de fout in. Een oudere vrouw die hij tijdens zijn gevangenisstraf heeft leren kennen, en die Dale liefkozend ‘mama Carole’ is gaan noemen, zegt nochtans toe dat hij welkom is bij haar.

En daarmee staan alle pionnen op het bord voor de driedelige true crime-serie I Am A Killer: Released (105 min.), een spin-off van de gelijknamige reeks over ter dood veroordeelden. Regisseur Itamar Klasmer is erbij als Dale voor het eerst Caroles stacaravan betreedt, waar hij in elk geval voor het komende jaar een klein slaapkamertje kan betrekken. Klasmer blijft hem daarna volgen als de inmiddels tot het geloof bekeerde ex-gedetineerde een normaal leven probeert op te bouwen. Intussen heeft Dale nog iets op zijn lever, dat zijn misdrijf in een ander perspectief zet en dat ook heel wat losmaakt bij de familieleden van zijn slachtoffer.

Deze serie brengt die ontwikkelingen betrekkelijk ingetogen in beeld en ontvouwt intussen rustig, op het trage af, wat er volgens Dale Sigler echt is gebeurd in die Subway, waar zijn leven voorgoed veranderde en dat van John Zeltner eindigde, met een heleboel kogels in zijn lijf.

White Riot

Modern Films

Ruim veertig jaar na dato doet het onwerkelijk aan, maar in het Verenigd Koninkrijk van halverwege de jaren zeventig liet menigeen zich openlijk racistisch uit. De extreemrechtse partij The National Front fulmineerde bijvoorbeeld met de regelmaat van de klok tegen kleurlingen en stond hoog in de peilingen. Ook celebrities uitten zich soms in xenofobe termen. ‘Get the wogs out’, riep Eric Clapton, niet in de beste periode van zijn leven en carrière, bijvoorbeeld tijdens een concert in Birmingham. ‘Get the coons out.’

De Britse gitarist sprak daarnaast zijn steun uit aan de omstreden conservatieve politicus Enoch Powell. Die had in 1968 gewaarschuwd voor ‘rivieren van bloed’ als de aanhoudende immigratie niet werd gestopt. Volgens Clapton zou Groot-Brittannië nu binnen tien jaar zelf een kolonie kunnen worden. De popfotograaf Red Saunders kon zijn oren niet geloven en besloot actie te ondernemen. Hij formuleerde een openbare reactie naar de man die groot was geworden van/met de blues, van oorsprong toch echt slavenmuziek. ‘Come on, Eric. you’re rock music’s biggest colonialist’, schreef Saunders venijnig. ‘P.S. Who shot the sheriff, Eric? It sure as hell wasn’t you, mate…’

Saunder’s  open brief aan het poptijdschrift NME zou het startpunt betekenen voor Rock Against Racism. Regisseur Rubika Shah tekent de activistische organisatie in White Riot (80 min.), vernoemd naar de klassieke eerste single van de punkband The Clash, van binnenuit op en schetst met kopstukken als Mykaell Riley (Steel Pulse), Tom Robinson en Pauline Black (The Selekter) het explosieve politieke klimaat in Groot-Brittannië, dat de ideale voedingsbodem zou blijken te zijn voor zowel punk als antifascisme. Bewegingen die, geheel naar de tijdgeest, gekenmerkt werden door roestvrijstalen overtuigingen, een echte Do It Yourself-mentaliteit en lekker schreeuwerige esthetiek.

Aan de vooravond van de Britse verkiezingen van 1979, waarbij het National Front hoge ogen leek te gaan gooien, culmineerden de activiteiten van Rock Against Racism in een gratis concert in het Londense Victoria Park, tevens de climax van deze degelijke film, waarbij zo’n 100.000 Britse jongeren letterlijk kleur bekenden. Het werd een soort Woodstock voor de punkgeneratie en bleek tevens een ideale generale repetitie voor groots opgezette evenementen in latere jaren, zoals het ultieme Gutmensch-evenement Live Aid.

A Night At The Louvre: Leonardo da Vinci

Piece Of Magic

Zou het daadwerkelijk een alternatief kunnen zijn? Niet gewoon achteraan aansluiten in de rij, tussen opgewonden Japanse toeristen, en dan als het moment komt in alle haast, met nét te veel ogen in de rug, wereldberoemde werken mogen bewonderen. Maar op een zelfverkozen plaats en tijd: gewoon thuis of in de bioscoop. Compleet ontspannen en tegelijkertijd volledig geconcentreerd door leven en werk van een wereldberoemde kunstenaar wandelen.

In A Night At The Louvre: Leonardo da Vinci (95 min.) leidt verteller Coraly Zahonero, ondersteund door de bevlogen conservatoren Vincent Delieuvin en Louis Frank, kunstliefhebbers door de expositie die in het najaar van 2019 ruim een miljoen bezoekers naar het Parijse museum bracht. Voor een retrospectief met 160 werken van homo universalis Leonardo da Vinci, die vanuit de gehele wereld waren ingevlogen en inmiddels stuk voor stuk alweer naar hun plek van herkomst zijn teruggekeerd.

Regisseur Pierre-Hubert Martin laat de camera door het nachtelijke Louvre schrijden voor een sfeervolle, door klassieke muziek begeleide tocht, die uiteindelijk culmineert in het onvermijdelijke bezoek aan de Mona Lisa, waar een gepast moment van stilte wordt ingelast. ‘Misschien is de Mona Lisa zo iemand die de ruimte betreedt en stilletjes observeert’, probeert de alomtegenwoordige Zahonero haar gehoor aan het denken te zetten. Zou de mysterieuze dame daarom zo glimlachen? Elke dag mag ze immers zo’n 30.000 bezoekers begluren.

Die 29.999 anderen kunnen de meeste museumbezoekers waarschijnlijk wel missen. Voor hen zou deze virtuele rondleiding inderdaad een alternatief kunnen zijn, al moeten ze zich dan wel overgeven aan de blik van de regisseur, zijn artistieke keuzes en de informatie die hij hen laat influisteren. In dat opzicht zou A Night At The Louvre in een interactieve vorm waarschijnlijk nóg beter tot z’n komen. Als de kunstliefhebber iets van het eigenaarschap van zijn museumbezoek kan behouden.

Under The Wire

underthewiremovie.com

Ze moest letterlijk een oog geven voor haar missie. In 2001 te Sri Lanka, tijdens een bloedige burgeroorlog. Een ooglapje zou het handelsmerk worden van de Amerikaanse oorlogscorrespondent Marie Colvin. Net als dat ze voor de Duvel niet bang was en koste wat het kost, ongeacht de omstandigheden, de verhalen van gewone mensen wilde vertellen. Zo zou ze ook aan haar einde komen, bij een raketaanval in de Syrische stad Homs op 22 februari 2012.

Colvin was zo’n vrouw waarover films worden gemaakt: A Private War (het speelfilmdebuut van de gevierde documentairemaker Matthew Heineman, met Rosamund Pike als de onvervaarde journaliste) en de documentaire Under The Wire (93 min.) van Chris Martin. Beide films uit 2018 zijn zowel een eerbetoon aan de vrouw zelf als aan haar stiel, de oorlogsjournalistiek, en vormen tevens een vlijmscherpe aanklacht tegen oorlog in het algemeen.

Waar de speelfilm Colvins complete loopbaan probeert te vatten, inclusief haar trauma’s en drankmisbruik, reconstrueert deze docu alleen de helletocht die zou leiden tot haar dood (en die van haar Franse collega Rémi Ochlik). ‘Er is een vrouw dood’, roept een man op huiveringwekkende amateurbeelden, die de paniek van het moment perfect weerspiegelen. ‘Wie?’ reageert een ander. ‘Marie van The Sunday Times?’ Het antwoord slaat alle hoop de bodem in: ‘Ja, Marie van The Sunday Times. Ze is dood.’

Maar, om een bekende boutade te parafraseren: achter elke succesvolle vrouw staat een sterke man: fotograaf Paul Conroy. Colvins vaste partner in crime is de eigenlijke hoofdpersoon van deze beklemmende documentaire. Die is ook gebaseerd op het boek dat hij schreef over hun werkreis naar Assads Syrië. Nadat ze samen de voorpagina van de krant hadden gehaald en zij dat met de dood moest bekopen, belandde hij weer bij de benauwde kilometerslange tunnel die hen op de plek des onheils had gebracht.

Conroy had nog maar één missie: zijn verhaal vertellen. Hun verhaal. Samen met enkele collega’s die erbij waren op dat fatale moment en in de rug gedekt door een slimme combinatie van reconstructiebeelden en shockerende opnamen van de ‘slachting’ ter plaatse brengt hij de horror tot leven. Dat komt hard binnen. Marie, een ijzervreter van het zuiverste water, zou vast niet anders gewild hebben.

De Pedaalridder – Het Buitenaardse Leven Van Willem Koopman

RTV Rijnmond

‘Hij reed zo het beeld uit’, zegt stadgenoot Jules Deelder met zijn gebruikelijke gevoel voor theater. Willem Koopman was niet te stoppen tijdens het Nederlands kampioenschap baanwielrennen in 1967. Die titel was voor hem. Dat ene pilletje, net voor de meet, had hij echter beter niet kunnen nemen. De Rotterdammer moest zijn titel inleveren. Hij werd ook geschrapt als partner op de tandem van Jan Janssen, die bij de Olympische Spelen van 1968 zilver won met een andere teamgenoot. Koopman zou de top nooit bereiken en ging de boeken in als dopingzondaar. ‘Een Lance Armstrong avant la lettre’, aldus Deelder.

Daarna ging het rap bergafwaarts met de sprintkampioen: (kleine) criminaliteit, psychisch verval en, uiteindelijk, dakloosheid. Deelder ontmoette hem in de herentoiletten van een Rotterdams café, vertelt hij in de bijzonder vermakelijke documentaire De Pedaalridder – Het Buitenaardse Leven Van Willem Koopman (49 min.) van zijn dochter Ari Deelder uit 2016. Het kwam zelfs tot een transactie tussen de beide heren. Over de details wil de dichter met de rappe tong verder niet uitweiden. Het is immers niet zeker of de deal is verjaard.

Gaandeweg ontwikkelde Koopman een geheel eigen visie op dit aardse bestaan, dat volgens hem ieder moment onder vuur kon worden genomen vanuit het heelal. Voor de zekerheid bouwde hij alvast ruimteschepen met de gesmolten stampers van zijn Tonic. In 1995 vertelde de oud-wielrenner in het televisieprogramma Sportpaleis de Jong zelfs dat hij niet was geboren, maar uit grond kwam en was geleverd door de spin Atlanta. Interviewer Wilfried de Jong sprak de inmiddels wat smoezelige en duidelijk verwarde oudere man niet tegen. ‘Ik ben wereldkampioen op de 300 meter’, vertelde Koopman nog. ‘Met 1100 kilometer per uur.’

Deze film is een geslaagde verbeelding van Koopmans wonderlijke belevingswereld. Ari Deelder heeft scènes uit zijn absurde leven in een theatrale setting laten naspelen door de acteurs Klaas Postmus en Raymond Thiry. Tussendoor plaatst ze interviews met intimi van de man die in Rotterdam een absolute cultstatus heeft verworven. Dat wordt nog eens bevestigd door de sixtiesband The Kik. Die maakte de tributesong Van Wie Hij Was En Wie Hij Is, waarmee dit joyeuze en liefdevolle portret naar een fijne climax wordt gebracht. ‘Ik denk dat Willem ons met zijn manier van praten en leven beschermde tegen de saaiheid van het bestaan’, heeft Wilfried de Jong even daarvoor nog gezegd. Lachend: ‘Als je daarnaar keek, dacht je: ja, zo kun je ook leven!’

Rising Phoenix

Netflix

Ze zijn stoer, krachtig, sierlijk. Iconen. Zo worden de hoofdpersonen van Rising Phoenix (106 min.) tenminste doelbewust geportretteerd. Ze hebben weliswaar een lichamelijke beperking, maar excelleerden stuk voor stuk al op de Paralympische Spelen. De boodschap is duidelijk: ondanks hun beperking zijn deze sporters uitgegroeid tot geslaagde mensen. En dat wordt er in deze volvette film van Ian Bonhôte en Peter Ettedgui bijna twee uur lang ingehamerd.

Sterker: ze zijn te vergelijken met superhelden. De documentaire start niet voor niets met een quote van de Franse sprinter en verspringer Jean-Baptiste Alaize. ‘Het is grappig’, zegt hij tijdens een zwaar aangezette sequentie met beelden van ongenaakbare paralympische atleten. ‘Als je de laatste Avengers van Marvel kijkt, dan zie je een team van superhelden. Ze willen het beste voor de mensheid. Ze redden en vechten voor succes. Daarin lijken we op elkaar.’

Die vergelijking is ongetwijfeld emanciperend bedoeld. Een sublimatie van het adagio dat niets onmogelijk is zolang je maar gelooft in jezelf. Al die gestileerde shots, het weelderige muzikale decor en de bombastische montage, met veel gebruik van close-ups en slow-motion, geven Rising Phoenix echter de feel van een gladde promotiefilm, die de Paralympics in een goed daglicht moet stellen en en passant ook de ontstaansgeschiedenis en recente historie ervan belicht.

Binnen zo’n gelikte context komen de persoonlijke getuigenissen van de geportretteerde atleten niet helemaal tot hun recht. Allerlei verschillende individuen, met elk hun eigen beperking, achtergrond en uitdagingen, worden in wezen teruggebracht tot varianten op steeds hetzelfde archetypische heldenverhaal: over een dappere eenling die alle mogelijke tegenslag moet overwinnen en dan uiteindelijk, tegen alle verwachtingen in, tóch zegeviert (of nét niet).

Hoewel de thematiek, omgeving en hoofdrolspelers beslist tot de verbeelding spreken, wil Rising Phoenix daarom maar geen boeiende film worden.

Citizen Jane Fonda

Aurimages

Is ze nu de verleidelijke cyberbabe Barbarella? Volksvijand Hanoi Jane? Uw favoriete aerobics-instructrice? Of tóch, na meer dan een halve eeuw eclatant succes, nog steeds de dochter van Henry?

‘Kan een acteur ooit zichzelf zijn in het dagelijks leven?’ wil een interviewer weten van de jonge Jane Fonda (die onlangs ook al weer geportretteerd in Jane Fonda In Five Acts). Ze antwoordt ontwijkend. Hij vraagt door: ‘U komt nu heel oprecht over, maar is dat gespeeld? Fonda begint te lachen. ‘Dit is allemaal gespeeld. Wat dacht je dan? Ik moet wel acteren, er is een camera bij. Als je me morgen hetzelfde vraagt, krijg je vast een ander antwoord.’

De openingsscène van Citizen Jane Fonda (52 min.) zet de toon voor een tv-film waarin regisseur Florence Platarets met onmiskenbare souplesse door haar leven, carrière en activisme kuiert en ook de protagoniste zelf, buiten beeld, aan het woord laat. Over Fonda’s lange carrière, die resulteerde in maar liefst twee Oscars (Klute en Coming Home), en haar persoonlijk leven, dat de Hollywood-ster over hoge pieken (drie huwelijken) en door diepe dalen (drie echtscheidingen) leidde.

Zoals gebruikelijk bij dit soort portretten wordt er vooral aandacht besteed aan de grote successen van de hoofdpersoon en het bijbehorende leven in de spotlights. De tweede veertig jaar van Jane Fonda’s veelbewogen bestaan – inclusief gelauwerde film- en televisierollen, haar huwelijk met mediamagnaat Ted Turner en een reclamecampagne als rijpere vrouw voor l’Oréal – worden er dan ook in minder dan tien minuten doorheen gejast.

En daarna wordt, voor de mensen die denken dat ook het echte leven eindigt met een happy end, nog even samengevat wat ze zoal heeft geleerd tijdens die inmiddels al meer dan tachtig levensjaren.

Jozi Gold

EO

‘U zult aan radioactiviteit worden blootgesteld, maar slechts kortere tijd’, zegt een even hoogblonde als hooggehakte Zuid-Afrikaanse vrouw tegen het groepje mensen dat ze rondleidt in de directe omgeving van Johannesburg. ‘Er staat geen wind, dus u krijgt geen giftig of radioactief stof binnen.’

Welkom bij de Toxic Tour van milieuactiviste Mariette Liefferink. Sinds 2007 probeert ze gewone Zuid-Afrikanen te informeren over de enorme vervuiling die wordt veroorzaakt door de ooit zo florerende goudindustrie en de mijndirecties en overheid te dwingen om de troep op te ruimen. Ze heeft zich ontwikkeld tot zo’n archetypische leek die zich helemaal heeft ingegraven in de materie en de autoriteiten nu van haar gelijk probeert te overtuigen.

De onverzettelijke Liefferink, een voormalige Jehova’s Getuige die van haar geloof is gevallen maar nog altijd graag een voet tussen de deur zet, fungeert tevens als innemende hoofdpersoon voor de aardige documentaire Jozi Gold (56 min.), waarin Sylvia Vollenhoven en Fredrik Gertten een steeds prangendere milieukwestie, met de bijbehorende sociale- en gezondheidsproblemen, aan de orde stellen: mijnafval.

Een theelepel goud zorgt naar verluidt voor een ton afval. Zo heeft de omgeving van Johannesburg, waar een derde van al het goud in de wereld is gedolven, zich ontwikkeld tot een soort Tsjernobyl van Zuid-Afrika. Liefferink blijft die kwestie onvermoeibaar aankaarten, maar dreigt ook regelmatig, zelfs blootvoets, vast te lopen in het politieke moeras dat rond deze onverkwikkelijke kwestie is ontstaan.

Want zowel de Zuid-Afrikaanse overheid als (voormalige) mijneigenaren laten deze goudprijs het liefst betalen door juist die mensen die zich zelf echt geen goud kunnen veroorloven.

O Amor Natural

NTR

‘De vlam die overal kan oplaaien. Op de grond, op het tapijt of zelfs op de keukentafel’, leest de ene Braziliaanse vrouw lachend voor aan de ander. ‘Een lijf aan lijf gevecht van zweet, sperma en lichaamsvocht.’ De twee dames op gevorderde leeftijd, zittend op een stoel aan het strand, kunnen hun lol niet op. ‘En daarna ga je naar bed om uit te rusten.’

‘De vrouw is ons de baas, vooral op het erotische vlak’, constateren twee gniffelende Braziliaanse mannetjes op een terras. ‘Doen jullie het nog wel?’, wil Heddy Honigmann weten. ‘Ik wel’, antwoordt de jongste, 67. ‘Maar ú doet het toch niet meer?’ schakelt de Nederlandse documentairemaakster door naar de ander. De 82-jarige man laat zich niet overrompelen: ‘Hoezo niet? Ik zal u niet vragen of u met mij wilt experimenteren.’ Schaterend: ‘Maar ik ben er niet slecht in.’

’Zuigen en gezogen worden door de liefde’, leest een andere oudere man met een dikke bril even later voor uit een bundel van de befaamde Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade (1902-1987). ‘Tegelijk de mond multivalent. Het lichaam twee in één genot volledig. Dat niet mij behoort noch jou behoort. Genot van fusie diffuse transfusie. Likken, zuigen en gezogen worden in hetzelfde spasme. Alles is mond en mond. Negenzestigvoud tongenmond.’ Honigmann: ‘Vindt u het mooi?’ De man begint te glunderen: ‘Het is half seksueel. Het is een beetje seksueel.’

Het recept is bedrieglijk simpel: neem O Amor Natural (76 min.), Drummond de Andrade’s postuum verschenen erotische gedichten, en leg de bundel voor aan gewone Brazilianen op leeftijd. Ze openen zich als vanzelf over hun eigen liefdesleven. Zo simpel als het idee voor deze documentaire uit 1996 is, zo elegant is de uitvoering. Honigmann belandt al luisterend en vragend bij de kapper, in een hoedenwinkel en – natuurlijk! – op het strand. Daar ontlokt ze haar gesprekspartners warme, sensuele en grappige ontboezemingen. Dat lijkt gemakkelijk, maar vraagt in werkelijkheid hele precieze casting en een uitstekend gevoel voor toon en timing. De juiste mensen, bij wie de juiste eh… snaar wordt geraakt.

Het resultaat is ernaar: O Amor Natural bulkt van de onvergetelijke personages. Zoals de vrouw die in een commercial een magnetron aanprijst omdat er dan meer tijd overblijft voor seks en daar dan weer heel eigen ideeën over heeft. Een 85-jarige schuinsmarcheerder en zijn vergevingsgezinde dochter, waarbij ’s mans vele buitenechtelijke affaires geen enkel schaamtegevoel oproepen. En de voormalige Olympische zwemster die blozend voorleest over ‘de driehoek van het schaamhaar wit van water, sperma, liefdes loop’. Stuk voor stuk wentelen ze zich (nog eenmaal) in de vleselijke liefde en worden ze overvallen door ‘saudade‘, die onmiskenbare mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde.

En dat allemaal geïnspireerd door een befaamde dichter, die zijn pikante geschriften pas na zijn dood liet publiceren. ‘Een zacht beroeren van de clitoris’, leest de 74-jarige sambazangeres Dona Neuma daarin. ‘Ik weet niet wat dat is.’ De eigenaar van de dansschool die naast haar zit heeft ook geen idee. ‘De clitoris is het plekje dat de vrouwen genot geeft’, legt Heddy Honigmann uit. ‘Hij geeft dus de kittelaar een achternaam?’, reageert de vrouw verheugd. ‘Dan begrijp ik het.’ Waarna ze verlekkerd begint terug te blikken op haar huwelijk, dat achttien kinderen heeft opgeleverd. ‘Met al dat neuken heb ik hem gedood, denk ik.’

O Amor Natural is hier te bekijken.

Mijn Naam Is Stefano Keizers

BNNVARA

‘Je hebt het niet verneukt’ probeert theaterregisseur Jelle Kuiper de schade te beperken na de première van de voorstelling Sorry Baby. Cabaretier Stefano Keizers, tevens bekend vanwege zijn deelname aan de televisieprogramma’s De Slimste Mens en Maestro, laat zich echter niet overtuigen. ‘Ik heb het gewoon verpest’, zegt hij mismoedig. ‘Wat wil je dat ik eraan doe? Ik schaam me ervoor.’ Keizers begint even later zelfs met zijn vuisten op tafel te slaan en schreeuwt vervolgens met overslaande stem: ‘Ik heb het gewoon ongelofelijk kut gedaan!’

Die plotselinge woede zou niet misstaan in een slecht toneelstuk over een getormenteerde kunstenaar die zich heeft verslikt in die altijd moeilijke tweede voorstelling. Het is tevens een treffende openingsscène voor de docu Mijn Naam Is Stefano Keizers (50 min.), die vervolgens zes maanden terug in de tijd gaat: als de protagonist een documentaire over zijn leven aankondigt in de talkshow Pauw. ‘Ik zou nu eindelijk wel een keer willen weten of het allemaal een rol is die ik speel of dat ik echt zo ben als dat ik zeg en denk dat ik ben.’

‘Wat denk jij, Lavinia, is er een ontmaskering gaande?’, wil Jeroen Pauw weten van de maakster van de documentaire, die nu inmiddels bijna vijf minuten onderweg is. ‘Ik denk dat het een hele grote strijd wordt’, antwoordt Lavinia Aronson. ‘Tussen ons.’ Dat verbale steekspel krijgt vervolgens vorm via een serie ontmoetingen, waarbij de filmmaakster als een soort beste vriendin opereert: een drankje nuttigend, geinend met speelgoedpistooltjes of sparrend met een boksbal. Intussen bestookt ze hem met persoonlijke vragen, waarmee ze zo nu en dan zowaar een gaatje lijkt te prikken in het pantser Stefano Keizers (een alter ego van ene Gover Meit).

In eerste instantie lijkt die totaal mislukte voorstelling dan overigens nog behoorlijk in de steigers te staan. Gaandeweg begint Aronsons hoofdpersoon – wiens achtergrond en carrière worden geschetst met jeugdfilmpjes, televisiefragmenten en doldwaze sketches en een ludiek interview met broer Felix – echter een licht ontredderde indruk te maken. Al kan dat ook onderdeel van z’n ongrijpbare spel zijn. Keizers lijkt voortdurend op het slappe koord tussen genie en gekte te balanceren, waarbij het nooit helemaal zeker is of hij het achterste van zijn tong laat zien of die juist provocerend uitsteekt.

Dat gevoel van desoriëntatie wordt nog eens versterkt door de ruwe cameravoering en montage. Met de ene na de andere rare bokkensprong stevent de theatermaker (letterlijk) uiteindelijk af op de gedoemde première van zijn tweede voorstelling, waarin het uitgangspunt dat die is mislukt een integrale rol speelt. Zodat feit en fabel volledig zijn verweven. Waarna Keizers dus, tevens de slotscène van deze ontregel(en)de tv-docu, even he-le-maal uit zijn plaat gaat. Toch?

Mijn Naam Is Stefano is hier te bekijken.

De Dood Van Antonio Sànchez Lomas

EO

Eerst werd hij rücksichtslos geliquideerd. Daarna slingerde de Guardia Civil Antonio Sànchez Lomas, de leider van de Maquis-rebellen, over een ezel en werd zijn lijk demonstratief door Frigiliana geleid. De boodschap kon niemand in het zuid-Spaanse dorp ontgaan: zo vergaat het lieden die zich verzetten tegen het Franco-regime.

Ruim zestig jaar na dato zijn de wonden nog altijd niet geheeld. Bepaald niet alle dorpelingen ondersteunen dan ook het initiatief van Ramón en Salvador Gieling om voor de documentaire De Dood Van Antonio Sànchez Lomas (86 min.) een re-enactment van de dramatische gebeurtenissen te organiseren. Anderen zien er juist een unieke gelegenheid in om aandacht te vragen voor de slachtoffers van het dictatoriale regime.

Dat verleden leeft nog altijd in het idyllische witte dorp, waar familieleden van daders naast nabestaanden van slachtoffers wonen. De man die nog altijd niemand vertrouwt omdat zijn vader en broer werden vermoord moet op de één of andere manier samenleven met een dorpsgenoot die nog altijd La Cara Al Sol, de hymne van de fascistische Falangisten, als ringtone gebruikt voor zijn mobiele telefoon.

Vader en zoon Gieling weten de spanningen in Frigiliana, die exemplarisch zijn voor hoe Spanje nog altijd moet dealen met de erfenis van de Franco-jaren, op micro-niveau te vangen en sturen in deze wrange film aan op een verzoening – of op zijn minst een dialoog over dat pijnlijke verleden.