De Gouden Lichting

VPRO

Is op weg naar de top alles geoorloofd? En kan een medaille of prijs met terugwerkende kracht jaren van ontberingen goedmaken of zelfs rechtvaardigen? Coaches zoals Frank Louter en Gerrit Beltman zullen beide vragen ongetwijfeld met ‘ja’ beantwoorden. Zij komen alleen niet aan het woord in De Gouden Lichting (150 min.).

De twee Nederlandse turncoaches en hun omstreden handelswijze vormen wel het voornaamste onderwerp van gesprek in deze driedelige serie van Ellen Vloet, die is gebaseerd op research en publicaties van Helden Magazine. Het woord is daarin aan hun voormalige pupillen Suzanne Harmes, Renske Endel, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes. Rond de eeuwwisseling leken ze stuk voor stuk voorbestemd om (wereld)toppers te worden.

Los van elkaar getuigen zij over de kadaverdiscipline van Louter en Beltman – afgekeken van Russische en Roemeense collega’s die met harde hand topturnsters hadden opgeleid – waaraan ze zo’n beetje hun hele jeugd zijn onderworpen. Psychologische spelletjes, emotionele chantage, vernedering, intimidatie en disciplinering met, letterlijk, harde hand. De vier vrouwen zijn er ernstig door beschadigd. Met alle gevolgen van dien: van eetstoornissen en psychische klachten tot verstoorde familieverhoudingen.

Hun persoonlijke herinneringen zijn omkleed met privéfoto’s en -video’s, trainingsbeelden, wedstrijdimpressies, oude interviews en symbolische sequenties. Ze worden bovendien ondersteund door fragmenten uit het dagboek van Suzannes Harmes’ moeder Marjan, die zich destijds al zorgen maakte over het regime in de turnhal en boos was op zichzelf dat ze nooit heeft ingegrepen. Want De Methode Louter en Veltman was ook succesvol. Tenminste, totdat de turnsters die ze opzadelden met kwalificaties als ‘kutwijf’, ‘snol’, ‘mietje’, ‘dikke koe’ of ‘jankbal’, helemaal ‘kapotgetraind’ waren.

Deze productie over de barre Oostblok-cultuur binnen de turnwereld – die min of meer aansluit bij de teneur in de Nederlandse documentaires Turn! en Mist en Amerikaanse films zoals At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal en Athlete A (waarin overigens ook nog eens sprake is van seksueel misbruik) – maakt overtuigend de schade op bij de betrokken sportsters. De Gouden Lichting roept onvermijdelijk ook de vraag op of een coach er is voor zijn atleten. Of zijn die atleten er toch vooral voor de coach, als een voertuig voor zijn persoonlijke doelen?

Gerrit Beltman, die in 2020 een (beperkte) schuldbekentenis heeft afgelegd, en Frank Louter zijn tot voor kort actief gebleven als turncoach.

Mind Over Murder

HBO Max

Ze gingen de geschiedenis in als ‘The Beatrice Six’, het verdorven zestal dat in 1985 Helen Wilson van haar eer en leven zou hebben beroofd in Beatrice, Nebraska. Maar waren ze ook werkelijk vergelijkbaar met pak ‘m beet The West Memphis Three, The Guildford Four of The Central Park Five? Die verdwenen stuk voor stuk voor hun (halve) leven achter de tralies voor een misdaad die ze niet hadden gepleegd.

Of waren de zes toch gewoon schuldig aan de gewelddadige moord op de 68-jarige weduwe in haar eigen appartement? Voormalig politieman Burt Searcey, de man die de zaak destijds rondmaakte, kent ruim 35 jaar na dato in elk geval geen twijfel: de bekennende verklaringen die hij bij de afzonderlijke verdachten lospeuterde correspondeerden niet voor niets met het bewijsmateriaal op de plaats delict.

Toch is vanaf de allereerste scène van de fascinerende true crime-serie Mind Over Murder (331 min.) ook duidelijk dat er twijfel is over de ware toedracht van de geruchtmakende overval, verkrachting en moord. Hoe waarheidsgetrouw waren de verklaringen die de zes verdachten en enkele getuigen destijds hebben afgelegd? En matchte wat deze kwetsbare mensen zeiden eigenlijk wel met de situatie ter plaatse?

Zowel Searcey, die tijdens verhoren niet alleen vragen stelt maar soms ook de antwoorden lijkt te souffleren, als de kleinkinderen van Helen Wilson blijven evenwel overtuigd van de schuld van The Beatrice Six in deze zesdelige serie van Nanfu Wang, die via het schokkende misdrijf kijkt naar ‘smalltown America’ en in het bijzonder naar hoe er wordt omgegaan met mensen die aan de verkeerde kant van het spoor zijn geboren.

De filmmaakster speelt de verwikkelingen rond The Beatrice Six intussen slim uit met verhaalwendingen en cliffhangers, voorziet de vertelling van de verplichte duistere reconstructiescènes en een kiene soundtrack en voegt daar nog een verhaallijn aan toe, die gaandeweg steeds meer naar de voorgrond komt: een theateruitvoering met lokale acteurs, waarin de zaak nog eens binnenstebuiten wordt gekeerd.

Dat is al eerder gedaan – sterker: het vormt de basis voor Kitty Greens verbluffende documentaire Casting JonBenét (2017) – maar werkt wel: de gemeenschap wordt zo gedwongen om de moordzaak opnieuw te bezien en de verschillende perspectieven daarbinnen tot zich te nemen. Burt Searcey zit daar overigens helemaal niet op te wachten, blijkt uit een ontluisterende scène. Schuldig is en blijft in zijn ogen schuldig.

Die attitude, ook zichtbaar in de vijandschap van een deel van de gemeenschap tegenover de theatervoorstelling, loopt als een rode draad door deze spannende, gelaagde en aangrijpende serie, die uiteindelijk tot een climax komt tijdens de geladen uitvoering van het Beatrice Six-stuk. En daarna worden zowel de zes vermeende daders van de moord op Helen Wilson als haar nabestaanden én Searcey recht gedaan. 

Mind Over Murder wordt daarmee tot nader order de beste true crime-productie van het jaar, een serie die de kijker niet alleen stimuleert om amateurdetective te spelen, maar ook dwingt om zijn eigen vooroordelen en assumpties kritisch tegen het licht te houden.

The Jump

Cineuropa

‘Ik, Litouwer’, zegt de man. ‘Geen Rus.’ Hij wil overlopen. Van de Sovjet-Unie, waar hij zich nooit thuis heeft gevoeld, naar het Vrije Westen. Simas Kudirka besluit uiteindelijk The Jump (84 min.) te wagen naar het Amerikaanse schip. Hij laat zijn collega’s op de Russische boot achter. Het is een wanhoopsdaad. Kudirka wil weg uit die beknellende wereld achter het IJzeren Gordijn en heeft er nauwelijks over nagedacht dat hij dan ook zijn vrouw, werk en thuis moet achterlaten.

Met een schip op zee als decor reconstrueert hij vijftig jaar na dato met veel drama wat er toen, op 24 november 1970, op die twee schepen nabij de Amerikaanse kust, verwikkeld in visserijbesprekingen, is gebeurd. Met één ding heeft Kudirka geen rekening gehouden: de Amerikaanse kustwacht zit helemaal niet te wachten op een Russische staatsburger die politiek asiel aanvraagt. De ‘overloper’ wordt gedwongen om terug te keren naar zijn schip van oorsprong. 

Deze film van Giedré Zickyté belicht hoe de zaak zich daarna verder ontwikkelt bij de twee grote vijanden van de Koude Oorlog. In de Verenigde Staten, waar het terugsturen van Simas Kudirka leidt tot een politiek schandaal. En in de Sovjet-Unie waar de Litouwse zeeman in handen valt van de KGB, de Russische geheime dienst, en vervolgens wordt veroordeeld tot een fikse gevangenisstraf. En dan wordt duidelijk dat Kudirka wel eens Amerikaans bloed zou kunnen hebben…

Met de expressieve Litouwer zelf, bemanningsleden van het Amerikaanse schip, een KGB-ondervrager, Litouws-Amerikaanse activisten en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger blikt Zickyté in deze gedegen, soms wat vette, documentaire terug op hoe Kudirka een speelbal wordt in de epische strijd tussen de kapitalistische en communistische grootmacht. Hij krijgt zelfs zijn eigen speelfilm: The Defection Of Simas Kudirka.

Waarbij het heldenverhaal het gaandeweg overneemt van de werkelijkheid. The Jump lijkt in eerste instantie dezelfde kant op te gaan: een Hollywood-verhaal met toch nog een happy end. Totdat Simas Kudirka op de valreep alsnog op de rem trapt en op pregnante wijze aandacht vraagt voor het lot van al die gewone burgers die zijn verpieterd in de Siberische Goelag. ‘Ik heb nog niet één politieke gevangene kunnen redden’, constateert hij bitter.

Intussen blijft het inmiddels onafhankelijke Litouwen lonken.

Please Vote For Me

‘Wat betekent dat eigenlijk, democratie?’ vraagt Cheng Cheng. ‘Het betekent dat mensen de baas zijn over zichzelf’, antwoordt zijn stiefvader. Het achtjarige jongetje is één van de drie kinderen die zich kandidaat hebben gesteld om klassenvertegenwoordiger te worden. Hij zal het moeten opnemen tegen zijn klasgenootjes Luo Lei, het kind van twee politieagenten dat de functie nu twee jaar bekleedt, en Xu Xiaofei, de frêle dochter van een alleenstaande schoolmedewerkster.

Please Vote For Me (55 min.), dat wordt het motto voor de komende weken op de Evergreen-basisschool in de Chinese stad Wuhan. In een land waar nauwelijks ervaring is met democratie. De verkiezing is onderdeel van een experiment: hoe gedragen de kandidaten, hun vaders en moeders en de andere kinderen in de klas zich als ze het zelf voor het zeggen krijgen? Regisseur Weijun Chen legt de gebeurtenissen sec vast in deze authentieke campagnedocu uit 2007.

Geen enkele politieke truc blijft onbenut: van het zwartmaken van tegenstanders en beloven van gouden bergen tot het ronselen van stemmen en spelen van handjeklap. Ook de ouders laten zich bepaald niet onbetuigd en adviseren hun kroost om de concurrentie van onder uit de zak te geven. Als Luo Lei zijn opponent Cheng Cheng tijdens een debat bijvoorbeeld meermaals uitmaakt voor leugenaar, steekt zijn vader vanuit de coulissen goedkeurend zijn duim op.

Het is niet moeilijk om in de strijd tussen de kinderen, waarbij de emoties soms hoog oplopen, parallellen te ontdekken met het politieke discours in Nederland, waarbij slecht gedrag net zo vaak wordt beloond als afgestraft. In die zin is deze Lord Of The Flies-achtige film ook een ontluisterende ervaring: plaats willekeurige kinderen tegenover elkaar in een wedkamp en ze komen letterlijk tegenover elkaar te staan, met aan beide zijden devote medestanders.

Waarbij niemand nog een goed woord over heeft voor de ander – en elke vorm van sociale cohesie dreigt te verdwijnen.

The Slow Hustle

HBO Max

‘Oh, Sean, nee!’ schreeuwt politieagent David Bomenka met overslaande stem. Samen met zijn collega Sean Suiter van de Baltimore Police Department is hij op 15 november 2017 op een melding afgegaan in de ongure omgeving van Harlem Park, in het westen van de beruchte Amerikaanse stad Baltimore. Daarbij is het in een steeg, in een onoverzichtelijke situatie, gekomen tot een schietpartij. Met dramatische gevolgen: Suiter ligt levenloos op de grond. ‘Officer down!’ roept zijn collega.

Sean Suiters tragische dood leidde onlangs al tot één van de aangrijpendste scènes van We Own This City, de sterke miniserie waarmee showrunner David Simon een vervolg gaf aan zijn klassieke serie The Wire. Het dramatische tafereel vormt tevens het startschot van deze krachtige documentaire van Sonja Sohn. Als actrice was zij vijf seizoenen lang te zien in The Wire, Simons verpletterende ontleding van de Amerikaanse ‘war on drugs’, als de gedreven politieagent Kima Greggs.

Al snel worden er in The Slow Hustle (85 min.) vragen opgeworpen over Suiters dood: was het wel doodslag? Of kon het ook moord zijn? Of zelfs zelfdoding? Sean Suiter was betrokken geraakt bij duistere zaakjes van een speciaal politieteam en zou een dag na zijn dood tegen collega’s getuigen in een corruptiezaak. Het leek te veel op zelfmoord om zelfmoord te kunnen zijn, stelt Justin Fenton, misdaadverslaggever van The Baltimore Sun en schrijver van het boek We Own This City, cryptisch.

Met Suiters vrouw en kinderen, collega’s en plaatselijke journalisten loopt Sohn, die in haar debuut Baltimore Rising al de gespannen situatie in haar thuisstad en de Black Lives Matters-rellen na de dood van Freddie Gray in beeld bracht, de hele affaire door. Ze komt daarbij automatisch terecht bij de hoofdrolspelers van We Own This City: het wapenopsporingsteam van Wayne Jenkins, de verpersoonlijking van de ‘bad cop’. Dat heeft Baltimore jarenlang als een roversbende geplunderd.

Sonja Sohn plaatst intussen serieuze vraagtekens bij de officiële lezing van wat er op 15 november in die desolate steeg in West-Baltimore is gebeurd. Hoewel hij zelf politieagent was, zou Sean Suiter zomaar één van de vele zwarte Amerikanen kunnen zijn die een gewelddadige confrontatie met de politie moet bekopen met de dood. ‘Give us the shooter’, roepen boze Black Lives Matter-demonstranten niet voor niets boos als het officiële onderzoek naar de ware toedracht is afgerond. ‘Give us the shooter of Sean Suiter.’

In de documentaire I Got A Monster wordt het losgeslagen Gun Trace Task Force van Wayne Jenkins nog eens doorgelicht, met journalisten, agenten en inwoners van Baltimore die er door hem in werden geluisd.

The Martha Mitchell Effect

Netflix

Martha Mitchell is de vrouw van John. John Mitchell is de minister van justitie van Dick. Tricky Dick is de bijnaam van Richard. Richard Nixon is de president. De president van de Verenigde Staten is afgetreden vanwege Watergate. En het Watergate-schandaal zou er nooit zijn geweest zonder Martha.

Tenminste, dat laatste wordt beweerd door Richard Nixon, de man die er al een halve eeuw mee wordt geassocieerd. Martha Mitchell beweert op haar beurt overigens dat Nixon ervoor heeft gezorgd dat haar huwelijk is stukgelopen. En haar voormalige echtgenoot John kon ze geen van tweeën de baas en moest dat uiteindelijk met enkele jaren gevangenisstraf bekopen.

Terug naar Martha: ze was de traditionele Law & Order-man Nixon al meteen een doorn in het oog, vertellen ooggetuigen zoals politiek journalist Helen Thomas, Nixons campagnemedewerker Jeb Magruder en Witte Huis-jurist John Dean in The Martha Mitchell Effect (41 min.). Véél te luidruchtig. Eigenwijs bovendien. Ongeleid projectiel. Een vrouw, kortom, die haar plek niet kende.

In de tijd waarin Martha Mitchell groot werd deelden mannen de lakens uit in het publieke leven. Vrouwen werden geacht om een ceremoniële rol te vervullen en moesten zich in het bijzijn van hun echtgenoot gedragen als een onopvallend decoratiestuk: gedwee positie kiezend achter hun (witte) man, die met zijn Old Boys Network wel eens eventjes de wereld bestierde .

Dat was niets voor Martha Mitchell, een flamboyante verschijning die haar mening nooit onder stoelen of banken stak. Tot afgrijzen van de Republikeinse president, die haar man in 1972 had benoemd tot hoofd van zijn herverkiezingscampagne. Toen de Watergate-affaire losbarstte, werd zij een serieus bedrijfsrisico. Enter Martha Mitchell, ‘politiek gevangene’.

Dit verhaal, dat perspectief op één van de grootste schandalen uit de Amerikaanse politieke geschiedenis, nu precies vijftig jaar geleden, doet er nog altijd toe en wordt door de filmmakers Anne Alverguey en Debra McClutchy puntig opgediend, met smakelijke nieuwsbeelden, televisie-interviews met Martha en offscreen quotes van ‘tout Washington’.

The Martha Mitchell Effect wordt daardoor niet alleen een adequate Watergate-reconstructie, maar ook een treffend beeld van een tijd waarin achter elke succesvolle man een sterke vrouw mocht staan. Tenminste, zolang ze er maar niet achteruit kwam.

Twee Mannen

NTR

Tot de dag vóór het interview heeft Jan Versweyveld getwijfeld: wil hij uit de schaduw treden van regisseur Ivo van Hove, de man met wie hij al ruim veertig jaar samen leeft en creëert? Hij verkoos altijd de luwte, achter de gelauwerde theatermaker. ‘Je hebt mensen die verhalen bedenken’, zegt de scenograaf. ‘En mensen die verhalen moeten vertellen. Ik behoor dan tot die tweede categorie, van hoe vertel je nu iemand anders zijn verhaal?’

Met Internationaal Theater Amsterdam werken de Twee Mannen (73 min.) in het voorjaar van 2021 aan wat een, in de woorden van Versweyveld, ‘vreselijke’ nieuwe voorstelling moet worden: Age Of Rage. Een groots opgezet theaterstuk dat bestaat uit een aantal Griekse tragedies, over waarom mensen gewelddadig worden. Een geesteskind ook waarin het onafscheidelijke duo Van Hove en Versweyveld zich echt kan uitdrukken. Al gaat dat niet altijd vanzelf.

Hoewel privébeelden van de twee mannen ontbreken, komt deze film van Suzanne Raes met slechts impressies van de uitgebreide voorbereidingen, het intense repetitieproces en de nerveuze try-outs toch héél dicht bij hen. Bij zowel hun werkrelatie (die symbiotisch lijkt, maar toch zeker niet vrij is van meningsverschillen) als hun persoonlijke verhouding (waarin genegenheid, in elk geval vroeger, ook gepaard ging met stevige, zelfs fysieke conflicten).

‘Een relatie is een evolutie die nooit stopt’, vertelt Jan aan interviewer Frénk van der Linden, die ook aan de basis stond van deze film. Ivo wil niet eens nadenken over hoe ‘t zou zijn als Jan ooit weggaat. ‘Dat is een afgrond waar ik niet in wil kijken’, zegt hij na enig aandringen. Samen, ook met een uitgebreide cast en crew, werken ze toe naar de première. Ivo streng dirigerend, Jan alles in zich opnemend met een fotocamera. Ze moeten hun ideeën vinden en uitdragen, tegenslag overwinnen en de stress bezweren.

Één ding staat voorop in deze fascinerende weerslag van de helletocht die een voorstelling kan zijn of worden: het mag ‘geen theater van de middelmaat, dat je overal kan zien’ worden. Waarvan akte. Hetzelfde geldt voor deze knetterende film.

Larry Kramer In Love & Anger

HBO Max

Staand bij het katheder lijkt hij even in gedachten verzonken. En dan ineens begint Larry Kramer (1935-2020) aan zo’n kenmerkende tirade over het HIV-virus, dat in de voorgaande jaren een ravage heeft veroorzaakt in zijn gemeenschap. ‘De pest’, roept hij. ‘De pest is hier uitgebroken.’ Het is september 1991. Kramer kijkt woest de zaal in en herhaalt nog maar eens. ‘De pest. Veertig miljoen besmette mensen. Het is een plaag en niemand durft het toe te geven.’ De Amerikaanse schrijver en AIDS-activist sluit zijn speech uiteindelijk in stilte af. En met een hele diepe zucht.

In Larry Kramer In Love & Anger (81 min.) gaat regisseur Jean Carlomusto terug naar de oorsprong van de woede van haar hoofdpersoon. Ze belandt bij diens onverdraagzame vader en komt via een ongelukkige studietijd en korte, heftige periode als scenarioschrijver in Hollywood uit bij Kramers controversiële debuutroman Faggots (1978). Daarin stelt hij de preoccupatie met seks in de gaywereld aan de kaak. ‘Ik ben boos op mezelf en m’n vrienden, maar uiteindelijk mag je doen wat je wilt’, zegt hij daarover tijdens een televisie-interview met homoactivist Vito Russo. ‘Ga daarna alleen niet klagen dat alles tegenvalt.’ Hij specificeert: ‘Het leven is geen makkie en een relatie ook niet, maar er wacht je een mooie beloning als je iets verder kijkt dan het orgasme.’

En dan wordt de wereld, die hij van binnenuit keihard heeft aangepakt, begin jaren tachtig ineens overvallen door een ziekte die ‘homokanker’ wordt genoemd. In eerste instantie is er in de Verenigde Staten weinig aandacht voor het HIV-virus en de verpletterende gevolgen daarvan. Niet gek volgens Larry Kramer, die zoals gebruikelijk van zijn hart nooit een moordkuil maakt. ‘De patiënten zijn flikkers, nikkers, latino’s, junkies en hoeren. Daarom!’ Toch geeft AIDS hem ook de gelegenheid om ‘hate to say I told you so’ te zeggen. Kramer houdt staande dat iemands geaardheid méér is dan zijn of haar geslachtsdeel. Die boodschap wordt alleen zeer wisselend ontvangen binnen de homowereld: als een broodnodige wake-up call of juist als een pijnlijke expressie van zelfhaat.

Die tweespalt is exemplarisch voor Larry Kramers positie in zijn eigen gemeenschap, zo laat dit portret uit 2015 treffend zien. Met zijn eloquentie en drift wint hij harten, maar veroorzaakt hij ook deining en ongemak. Befaamd zijn z’n aanvallen op Ed Koch, de burgemeester van New York waarover wordt gefluisterd dat hij zelf homoseksueel was, en zijn aanvaringen met immunoloog Anthony Fauci, de overheidsfunctionaris die later ook het gezicht zou worden van Amerika’s respons op het Coronavirus. De gayactivist spoorde hem op alle mogelijke manieren aan om in actie te komen. Ruim dertig later kijkt Fauci niettemin met waardering terug op Kramers rol. En die is op zijn beurt ook mild over de man die uiteindelijk een succesvol AIDS-beleid ontwikkelde.

Toen deze documentaire werd gefilmd, was Larry Kramer inmiddels een broze, oude man geworden. Hij lag in het ziekenhuis om te herstellen van een levertransplantatie en was nauwelijks nog te herkennen als de militante activist die zowel mede- als tegenstanders de stuipen op het lijf kon jagen. Larry Kramer In Love & Anger is desondanks een passend eerbetoon aan een man die zijn eigen strijd werd en zo, met het nodige kunst- en vliegwerk, de wereld een heel klein beetje beter maakte.

Conductivity

‘Je bent totaal niet verbonden met de muziek’, zegt een docent tegen Emilia Hoving. ‘Een beetje autistisch.’

Medestudent James Kahane krijgt de feedback dat het soms net is alsof hij met een lasso staat te zwaaien.

En een repetitie van I-Han Fu wordt bruusk onderbroken door dirigent Hannu Lintu: ‘Willen we werkelijk dat het klinkt als een mars?’

Dirigeren is volgens Lintu, docent aan de Sibelius Academie in Helsinki, een vak dat vraagt om volwassenheid, tijd en ervaring. En daarvoor moet elke aspirant-dirigent dan weer zijn eigen blokkades nemen. De drie studenten, die Anna-Karin Grönroos voor Conductivity (74 min.) drie jaar heeft gevolgd, zitten nog in de beginfase van hun ontwikkeling en hopen ooit het stadium van volwaardige beroepsbeoefenaar te bereiken. Vooralsnog moeten zij zich echter laten welgevallen dat ze, ten overstaan van een groep professionele muzikanten, door hun leermeesters worden gecorrigeerd of aangepakt. Tough love. Met zo nu en dan een wel geplaatst complimentje.

Waarbij het gevaar bestaat dat de leerlingen niet meer op hun gevoel durven te vertrouwen en veel te veel gaan denken. ‘Dit kan ervoor zorgen dat je onzeker staat te dirigeren’, vertelt Emilia Hoving. ‘En dan heeft het orkest moeite om je te begrijpen, omdat je in conflict bent met jezelf.’ Die worsteling is soms duidelijk zichtbaar in de lichaamstaal van de studenten. Terwijl ze geacht worden om als een generaal de leiding te nemen, ogen ze regelmatig als een konijn in de koplampen. De vanzelfsprekendheid en autoriteit waarmee een ervaren collega het orkest bespeelt is hen in elk geval (nog?) wezensvreemd.

Kalm observeert Grönroos haar drie hoofdpersonen voor, tijdens en na repetities en concerten. Ze laat hen zo nu dan ook, buiten beeld, aan het woord over hun eigen ontwikkeling. Kijkers worden daardoor gedwongen om héél goed te kijken en te luisteren, zodat ze zich ervan kunnen vergewissen of – en zo ja: hoe – de jonge dirigenten groeien in hun rol. Gaandeweg lijken die inderdaad steeds vaker, met het hele lichaam of juist alleen met mimiek en subtiele handbewegingen, één te worden met de muziek en komt die glanzende carrière als topdirigent misschien toch nog in zicht.

Keep Sweet: Pray And Obey

Netflix

Hoe meer vrouwen, hoe meer kinderen, hoe meer aanzien en hoe dichter bij God. Vandaar dat de Profeet Warren Jeffs, zijn persoonlijke vertegenwoordiger op aarde, een hele harem om zich heen verzamelde. Daarvoor gold: hoe jonger, hoe beter. Kindbruiden. En hij arrangeerde meteen ook de huwelijken van andere mannen van de Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints (FLDS): wie kreeg welke echtgenotes? En hoeveel vrouwen in totaal?

Vrouwen als vee, vat zijn jongere broer Wallace het bondig samen in de vierdelige serie Keep Sweet: Pray & Obey (192 min.), waarin de mormoonse kerkgemeenschap uit Utah kritisch wordt doorgelicht. De Jeffs werden met polygamie opgevoed. Hun vader Rulon was tot zijn dood in 2002 geestelijk leider van FLDS, had ruim zestig kinderen en bleef tot aan het eind nieuwe vrouwen aan zijn g/heilige collectie toevoegen. Ze zagen er stuk voor stuk uit alsof ze rechtstreeks afkomstig waren uit Little House On The Prairie.

Inmiddels is zijn zoon Warren nu alweer twintig jaar geestelijk leider van de kerkgemeenschap. En dat zal hij naar eigen overtuiging ook blijven tot ‘het einde van de wereld’, dat inmiddels talloze malen door hem is aangekondigd. Zonder tastbaar resultaat, vooralsnog. Intussen heeft Jeffs de gemeenschap verder uitgebouwd tot een karikaturale sekte, waar zijn wil natuurlijk wet is, elke vrouw (lees: elk minderjarig meisje) de zijne kan worden en alle geldstromen toevallig ook zijn kant op worden gedirigeerd.

Rachel Dretzin en Grace McNally schetsen met (voormalige) leden, insiders en critici hoe de situatie binnen FLDS, in de naam van de Heer, steeds verder ontspoort. Zeker als Warren Jeffs in een verdorven meesterzet zo’n beetje alle belangrijke mannen, waaronder zijn eigen broers, verdoemt tot ‘Zoon des Verderfs’ en vervolgens uit de kerk zet. Daarmee zijn ze, volgens die geheel eigen Latter-Day Saints-logica, meteen ook hun vrouwen en kinderen kwijt. En de Profeet wil zich daar natuurlijk best over ontfermen.

Het is een typisch sekteverhaal, degelijk verteld met veel persoonlijke getuigenissen, dat op een tamelijk voorspelbare wijze ontspoort. Zoals nu eenmaal steevast gebeurt als één man alle macht naar zich toetrekt en vervolgens steeds extremere middelen nodig heeft om zijn positie te behouden. Totdat zijn parochianen in een nieuw onderkomen in Eldorado, Texas – hun eigen hemel op aarde waar je je ergste vijand nog niet naartoe zou sturen – volledig geīsoleerd zijn geraakt van de wereld en de realiteit van alle andere aardbewoners.

Als politie en justitie interesse beginnen te krijgen voor hoe Warren Jeffs FLDS in z’n greep houdt en minderjarige meisjes dwingt tot geslachtsgemeenschap, slaat de Profeet zowaar op de vlucht. Hij zal op de Top Ten Most Wanted-lijst van de FBI belanden, samen met onder anderen Osama Bin Laden, en uiteindelijk toch worden gedwongen om zich te verantwoorden voor de rechter.

Naziha’s Lente

Het moest een portret worden van de vrouw achter het probleemgezin. De alleenstaande Marokkaanse moeder uit Amsterdam-West met tien kinderen, waarvan er al een aantal in aanraking waren geweest met justitie. Een sterke vrouw nochtans, die druk doende was om haar zaakjes op orde te krijgen. En toen zette een dramatische gebeurtenis Naziha’s leven helemaal op zijn kop. Hoe kon regisseur Gülsah Dogan haar oorspronkelijke idee, het geven van een menselijk gezicht aan een hardnekkig maatschappelijk probleem, overeind houden, zónder de waarheid geweld aan te doen?

Naziha’s Lente (90 min.) is de uitkomst van wat een worsteling moet zijn geweest. Een film over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die zich bijna letterlijk heeft moeten vrijvechten. ‘Ik vind het jammer voor je dat je zonder vader moet opgroeien’, schrijft ze in een brief aan haar jongste kind en enige dochter Rachma (waarmee de documentaire begint en wordt afgesloten). ‘Ik had het graag anders gewild. Ik wil voor jou een ander leven dan wat ik heb gehad. Ik wil, Inshallah, dat je elke kans benut die op je pad komt. Ik wil dat je leert om voor jezelf op te komen en je stem laat horen.’

Als vrouw en moeder draagt Naziha de sporen van een ongelukkig huwelijk met een veel oudere man. Hij ‘kocht’ haar van haar moeder, maakte haar maar liefst tienmaal zwanger en hield er ronduit archaïsche ideeën over mannen, vrouwen en de opvoeding op na. Die komt Naziha nog steeds tegen: binnen zichzelf en bij haar jongens. Als Rachma straks zestien is, stelt één van haar zoons bijvoorbeeld half grappend over Naziha’s dochter, krijgt ze een hoofddoek en een plek in de keuken. En van een relatie met een jongen met een andere afkomst kan natuurlijk ook geen sprake zijn.

Terwijl ze zo voortdurend met één van haar opgroeiende kinderen in de weer is, ervoor moet zorgen dat er dagelijks eten op tafel komt en het huis aan kant is, mag Naziha zichzelf niet kwijtraken. Ze probeert los te komen van alle hulpverleners en haar ondertoezichtstelling te laten beëindigen. Naziha wil op eigen kracht verder, als spil van haar eigen gezin, voorbeeldfiguur in de wijk én vertrouwenspersoon. Daarvoor heeft ze zelfs een certificaat verdiend. Haar eerste. ‘Ik had die al van kinderen baren’, grapt ze tijdens de officiële uitreiking. ‘Maar dat is zonder certificaat.’

Met zulke scènes geeft Gülsah Dogan Naziha’s Lente lucht. Haar hoofdpersoon mag dan regelmatig het slachtoffer zijn geworden van haar achtergrond, cultuur of situatie, ze is in wezen geen slachtoffer. Binnen moeilijke omstandigheden probeert Naziha in deze delicate film uit 2014 te allen tijde verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en de haren. ‘Het is nog geen tijd voor mij’, constateert ze tegelijkertijd. ‘Ik weet dat die put zo groot is, zo donker, zo diep, dat ik bang ben dat ik, als ik die put eenmaal opendoe, erin val. En daar hebben mijn kinderen niks aan.’

Naziha’s Lente is hier te bekijken.

His Big White Self

‘Als Mandela oorlog wil, dan kan hij die krijgen!’, houdt Eugène Terre’Blanche zijn aanhang met gebalde vuist voor. De leider van de extreemrechtse Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) is in 1991 een niet te onderschatten machtsfactor in Zuid-Afrika, waar het Apartheidsregime piept en kraakt in z’n voegen. Al is het simpelweg door de dreiging van bruut geweld.

Met zijn gestaalde troepen, die zo zouden kunnen doorgaan voor een nazi-keurkorps en die bovendien een vlag eren waarop in eerste instantie een Swastika lijkt te prijken, kan de Afrikaner-leider elk moment een nieuwe geweldsgolf ontketenen in het land, waar een witte minderheid al tientallen jaren de grotendeels zwarte bevolking onderdrukt. Terre’Blanche staat totale segregatie voor, waarbij alle zwarte Zuid-Afrikanen tot hun eigen thuisland zijn veroordeeld.

De voormalige boer en politiechef, die graag te paard opereert, waant zich onaantastbaar als Nick Broomfield hem, samen met zijn chauffeur/dommekracht J.P. Meyer en diens echtgenote Anita, portretteert in The Leader, His Driver, And The Driver’s Wife. Veertien jaar later gaat de Britse filmmaker opnieuw op bezoek bij His Big White Self (93 min.), die dan net uit de gevangenis is. Ook ‘s mans voormalige chauffeur en zijn (inmiddels ex-)vrouw participeren weer in deze tweede film.

In de tijd die is verstreken sinds de eerste documentaire heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden in Zuid-Afrika. ANC-leider Nelson Mandela, die in 1990 na 27 jaar gevangenschap eindelijk is vrijgekomen, wordt in 1994 tot president gekozen en zal het land vervolgens vijf jaar lang leiden. En het ANC is anno 2006 nog altijd de toonaangevende politieke partij. Het is een wereld waarin Zwart Zuid-Afrika de dienst uitmaakt en ‘The Leader’ en de zijnen nauwelijks meer op hun plek lijken.

Hoewel zij veelal blijven vasthouden aan hun archaïsche mengeling van traditioneel christelijke en racistische denkbeelden, zijn Terre’Blanche en de andere AWB’ers hun sleutelpositie in het land allang kwijtgeraakt. De herinneringen aan het Apartheidsregime, dat Nick Broomfield met archiefmateriaal nog eens in al zijn lelijkheid oproept, zijn echter nog lang niet vervaagd. En het barbaarse geweld waarmee dit tot het bittere einde toe is verdedigd kan elk ogenblik weer oplaaien.

De gevaarlijke bullebak Terre’Blanche, zichtbaar in beelden die de documentairemaker vijftien jaar eerder maakte, oogt inmiddels als een teruggetrokken oudere man, die zich gedeisd houdt en vooral bezig is met preken in de kerk en het schrijven van gedichten. Al verliest een oude vos zoals hij nooit helemaal zijn streken, zo blijkt als de theatraal aangelegde Broomfield – incognito, vanwege zijn lastige relatie met ‘The Leader’ – hem uiteindelijk in zijn thuisbasis Ventersdorp tóch voor de camera weet te krijgen.

Enkele jaren na het filmen van His Big White Self zal Eugène Terre’Blanche overigens alsnog worden ingehaald door de haat, die hij en andere landgenoten hebben gezaaid. Hij wordt in 2010 op zijn eigen boerderij op brute wijze vermoord.

Yo No Me Llamo Rubén Blades

Gema Films

‘Rubén, waarom deze documentaire? Waarom is die belangrijk voor je?’ vraagt regisseur Abner Benaim als salsaster Rubén Blades hem thuis zijn collectie strips heeft laten zien. ‘Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb meer verleden dan toekomst’, antwoordt zijn protagonist. ‘Heb je gezien wat er is gebeurd met Prince? Hij stierf op 57-jarige leeftijd, zonder testament.’

Dat wil de begenadigde vertolker van geëngageerde Latijns-Amerikaanse muziek onder geen beding laten gebeuren. Vandaar Yo No Me Llamo Rubén Blades (Engelse titel: Rubén Blades Is Not My Name, 84 min.), een biografie uit 2018. ‘Dit hier is onderdeel van mijn nalatenschap’, stelt de zanger. ‘Ik wil de dingen zeggen die belangrijk voor me zijn. Want als ík ze nu niet zeg en uitleg wat ik bedoel, zullen andere mensen er straks hun interpretatie op loslaten.’

Tegelijkertijd wil hij zijn carrière als artiest zo langzamerhand afsluiten. Er is nog zoveel meer in het leven voor de man die ook jurist is, in talloze films speelde en ooit kandidaat was voor het presidentschap van zijn geboorteland Panama. In dit (zelf)portret loopt hij letterlijk door zijn leven, langs de plekken en mensen die hem hebben gevormd: San Felipe (de stad van zijn jeugd), New York (de plek waar hij carrière maakte) en Cambridge (waar hij studeerde aan Harvard University).

De vermaarde schrijver Gabriel García Márquez noemde Blades ooit ‘de populairste onbekende persoon’. In deze film kijkt die nu terug op een veelbewogen leven en loopbaan, samen met zijn echtgenote Luba Mason, de zoon die hij pas op latere leeftijd leerde kennen en muzikale collega’s zoals Paul Simon, Sting en Andy Montañez. ‘De carrière van een zanger eindigt nooit’, zegt die laatste, bijgenaamd The Godfather Of Salsa. ‘Totdat God Onze Vader de kaars uitblaast.’

‘Ik ben de zanger, populair overal waar ik ga, zingt Rubén Blades tenslotte zelf aan het eind van dit gedegen portret, terwijl hij een aanstekelijk ritme klapt. ‘Maar als de show voorbij is ben ik gewoon maar een mens. En leef ik mijn leven van plezier en verdriet, goede en slechte tijden.’

Klimaatrebellen, Tussen Hoop & Wanhoop

KRO-NCRV

Is het een protestactie, een ‘optreden’ in de openbare ruimte of toch een gewiekste combinatie van die twee? David Schwarz, een 29-jarige theatermaker, heeft een plekje uitgezocht op een doorgaande weg, legt daar een kussentje neer en gaat vervolgens zitten. Hij draagt een bord: ‘Ik ben doodsbang dat de maatschappij instort als gevolg van de klimaatcrisis’. De zitactie oogst weliswaar lof van zijn vriendin Ayla van Summeren (24), maar wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen.

De Nederlandse actievoerder van de klimaatprotestgroep Extinction Rebellion heeft een plekje gekozen recht voor een auto. De bestuurder begint te toeteren en stapt uit. ‘Kun je niet dáár gaan zitten?’ vraagt hij, wijzend naar de stoep, niet eens heel onvriendelijk. David is echter onvermurwbaar. ‘Hij moet werken, man’, roept een omstander nog, maar de klimaatactivist wil van geen wijken weten en wacht op de onvermijdelijke confrontatie met de politie.

In Klimaatrebellen, Tussen Hoop & Wanhoop (55 min.) portretteert Ingeborg Jansen vijf vaderlandse jongelingen die zich genoodzaakt zien om hun klimaatdepressie, waarvan zij zelf ook last heeft, om te zetten in actie. Want ze zijn inmiddels ‘de bezorgde burger voorbij’, stelt bioloog Sandra van der Nat (30). En dus gaan ze, in de woorden van mede-actievoerder, student Sebastiaan Vannisselroy (21), ‘de wet overtreden, op een vreedzame manier, om toch maar gehoord te worden’.

Ze begeven zich naar publieke plekken of omstreden bedrijven zoals Shell of Campina en lijmen of ketenen zichzelf daar vast of veroorzaken gewoon een heleboel heisa. De navolgende arrestatie, en het bijbehorende strafblad, nemen ze op de koop toe. De acties hebben vaak ook een ludiek karakter. In Utrecht brengen ze bijvoorbeeld een brief vanuit de 21e eeuw, uit Utrecht aan Zee, huis aan huis rond. Je kunt er zelfs een bootje van vouwen, met daarop de tekst: ‘Uw huis na 2100?’.

Intussen gaat hun ‘gewone’ leven ook door. Sandra en haar al even gedreven vriend Merijn van Baardewijk (30) hebben zich bijvoorbeeld ingeschreven voor een nieuwbouwproject. David en Ayla vragen zich af of ze een kind op de wereld willen zetten. Dat is voor hen niet vanzelfsprekend. Want wat voor een leven geef je zo’n kind? Het is een vraag die Sebastiaan ook voorlegt aan zijn eigen moeder. Zij maakte zich in de jaren tachtig eveneens zorgen over de wereld. Waarom heeft ze dan tóch voor een kind gekozen?

Zo wordt in deze betrokken ‘actiefilm’, waarin Jansen de jongelingen zelf het woord geeft en aansluit bij hun ontregelende activiteiten, steeds duidelijker de achterkant van hun activisme zichtbaar: het onbegrip, de twijfel en – dat ook – het verdriet. Klimaatrebellen wordt daarmee een interessante aanvulling op Rebellion, de documentaire waarin onlangs van binnenuit de ontstaansgeschiedenis van de organisatie Extinction Rebellion in Groot-Brittannië in kaart is gebracht.

Beide films laten de, veelal hoogopgeleide, voorhoede van een nieuwe generatie idealisten aan het werk zien. Zij zijn opgezadeld met een giftige erfenis die hun toekomst – en die van alle andere aardbewoners – dreigt te verzieken. Met de moed der wanhoop en, ondanks alles, een gezonde dosis levenslust proberen ze het tij te keren.

Gladbeck: Das Geiseldrama

Netflix

De zaak escaleert letterlijk voor het oog van de camera. Wat op 16 augustus 1988 is begonnen als een min of meer reguliere bankoverval op een filiaal van de Deutsche Bank in Gladbeck, loopt al snel uit op een enorm mediaspektakel. De overvallers gijzelen twee bankmedewerkers. Het losgeld moet worden afgeleverd door een politieagent in minuscule zwembroek. En de pers is erbij om dat (bijna) live uit te zenden.

Met dit onwerkelijke tafereel start deze fascinerende reconstructie van een geruchtmakend gijzelingsdrama, dat in totaal 54 uur in beslag zal nemen en zich volledig en plein public voltrekt. De twee mannen slagen erin om in een vluchtauto, met het geld én de gijzelaars, naar de veel noordelijker gelegen Duitse stad Bremen te vluchten. En daar kapen ze een bus met ruim twintig passagiers.

‘We gaan eisen stellen en als ze die niet gaan inwilligen, gaan we knallen’, zegt Hans-Jürgen Rösner, één van de twee gijzelnemers, laconiek als hij voor een uitgebreid televisie-interview naar buiten komt. ‘Meen je dat echt?’ wil een verslaggever weten. ‘We zijn klaar met het leven’, antwoordt Rösner. ‘En we eindigen met…’ – hij stopt zijn doorgeladen wapen in z’n mond – ‘… dit dus.’

Rond hem heeft zich een groepje journalisten en fotografen verzameld. De sfeer is opmerkelijk ontspannen. ‘Het is net een bedrijfsuitje’, zegt reporter Christian Berg tijdens een live-uitzending op televisie. ‘Niks is afgezet.’ Daarna zal de situatie echter snel verder escaleren in de fascinerende documentaire Gladbeck: Das Geiseldrama (92 min.), die volledig is opgebouwd uit authentiek archiefmateriaal.

Regisseur Volker Heise presenteert de bizarre gebeurtenissen sec, aan de hand van de nieuwsbeelden en -foto’s die destijds van de gijzeling zijn gemaakt. Hij voegt daar alleen verduidelijkende teksten, krantenkoppen en muziek aan toe. Terugblikinterviews blijven bijvoorbeeld achterwege. Terwijl de crisis zich ogenschijnlijk live ontvouwt, wordt invoelbaar hoe machteloos de autoriteiten zich moeten hebben gevoeld.

Overgeleverd aan de grillen van Rösner (‘Ich scheiß auf mein Leben!’) en zijn weinig spraakzame maat Dieter Degowski, die uiteindelijk koers zetten richting Nederland. En nog altijd op de vingers gekeken door de media als de zaak onvermijdelijk tot een grimmige afwikkeling komt. Udo Röbel, een verslaggever van een tabloid uit Keulen, is dan zelfs vrijwillig bij de gijzelnemers ingestapt.

The Janes

HBO Max

Nu het recht op abortus steeds verder onder druk komt te staan in de Verenigde Staten, krijgt een historische documentaire zoals The Janes (102 min.) ineens ook nadrukkelijk een voorlichtende functie: zo ziet een wereld zónder recht op abortus eruit. Een wereld, waarin natuurlijk wel degelijk abortussen worden uitgevoerd. Dat moet dan alleen wel illegaal – en gebeurt dan vaak onveilig.

In deze film van Tia Lessin en Emma Pildes blikt een groep gedreven feministen uit Chicago terug op hoe ze eind jaren zestig met de clandestiene groep Jane veilige en betaalbare zorg beginnen te verlenen aan ongewenst zwangere vrouwen. Zodat die op hun kwetsbaarste momenten niet meer zijn overgeleverd aan onbeholpen vriendinnen, schimmige artsen of de georganiseerde misdaad.

Hun idealistische werk zal de vrouwen, en hun mannelijke secondanten, een enkele keer in gewetensnood brengen en begin jaren zeventig ook in juridische problemen. Want Jane’s activiteiten staan dan nog op gespannen voet met de wet. Pas in 1973 zal abortus, door een uitspraak van het Amerikaanse hooggerechtshof in de zaak Roe v. Wade, worden gelegaliseerd. En dan is het: Goodbye Jane.

Die roerige geschiedenis, onlosmakelijk verbonden met de emancipatiebewegingen van de sixties, wordt accuraat verteld in deze tamelijk conventionele documentaire, waarbij er tevens aandacht is voor de beweegredenen – en persoonlijke ervaringen met abortus – van de betrokken Janes. Zij hebben zich onderscheiden in wat gerust de late middeleeuwen van abortus kunnen worden genoemd.

Als de voortekenen niet bedriegen, kunnen zwangere vrouwen in de VS zich opnieuw opmaken voor ‘Dark Ages’. En dan zullen er ongetwijfeld ook weer kleindochters van The Janes opstaan.

Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind?

KRO-NCRV

Kan het, mag het en willen we het? Dat zijn de elementaire vragen die bij gynaecoloog Marieke Schoonenberg aan de orde van de dag zijn. In haar vruchtbaarheidskliniek krijgt de Brabantse arts te maken met allerlei verschillende wensouders. Zelf kent ze de bijbehorende thematiek van binnenuit: met haar echtgenote had Schoonenberg zelf ook een kinderwens. Inmiddels zijn ze de trotse ouders van drie bloedjes van kinderen.

Toch weegt de verantwoordelijkheid soms zwaar op de fertiliteitsarts, getuige de driedelige serie Dilemma’s Van Dokters: Wie Krijgt Een Kind? (120 min.): wie is zij om voor een ander te beslissen of die een kind mag krijgen? In het geval van de fanatieke vlogger Annick is dat bijvoorbeeld een confronterende vraag. Nog niet zo lang geleden overwoog de alleenstaande vrouw uit Best om uit het leven te stappen.

Als de beslissing om iemand de kans te gunnen om ouder te worden eenmaal positief is beantwoord, dienen de volgende vragen zich alweer aan: eigen donor of bankdonor? Met andere woorden: een bekende als ‘vader’ of sperma van onbekende oorsprong? Melissa en Dyonne kiezen voor het laatste en willen tevens gaan voor Shared Lesbian Motherhood. Het eitje van de één wordt geplaatst in de buik van de ander.

Zo brengt deze serie van Els van Driel en Miranda Grit via enkele concrete casussen een grotere thematiek in beeld. Dat gebeurt op een manier die we inmiddels kennen van series als Schuldig, Stuk en – onlangs – Leven In Limbo. Via een betrokken verteller, in dit geval actrice Olga Zuiderhoek, proberen de makers in het hoofd en hart te kruipen van enkele tot de verbeelding sprekende hoofdpersonen, die van zeer dichtbij worden geportretteerd.

Dave en Jan Willem willen bijvoorbeeld dolgraag een kind. Dave’s veertigjarige zus is ook bereid om voor een eitje te zorgen, maar is zij eigenlijk niet te oud? En wie gaat er dan de zwangerschap verzorgen? Zonder draagmoeder stokt het proces. Mirjam wil dan weer met zaad van haar man Gerben de eicel van een vriendin bevruchten, die daarna wordt ingebracht bij een draagmoeder. Zo hopen ze ‘met zijn vieren’ een kind te krijgen.

Het zijn heel persoonlijke kwesties die elk hun eigen dilemma’s meebrengen, zeker ook voor de begeleidende artsen. Zij moeten regelmatig, zoals Marieke Schoonenberg ‘t uitdrukt, een ‘middenweg vinden tussen duidelijkheid en botheid’. Om haar blik te verbreden steekt ze in de afsluitende aflevering met een collega haar licht op in Engeland, waar de twee spreken met een vrouw die een draagmoederbank runt en een alleenstaande man die een kind wilde.

Die verhaallijn, die voor nadere verdieping zorgt, haalt de focus wel een heel klein beetje weg bij dat exemplarische groepje Nederlanders met een (onvervulde) kinderwens en de artsen die hen terzijde staan – op de grens van wat kan, mag en gewenst is – waaraan deze geslaagde miniserie uiteindelijk zijn zeggingskracht ontleent.

Basic Instinct: Sex, Death & Stone

NTR

Dat ene shot máákte zogezegd haar carrière. Toen de Amerikaanse actrice Sharon Stone de ondervragingsscène uit Basic Instinct voor het eerst terugzag, dacht ze echter dat die het einde van haar loopbaan zou inluiden. Waar Stone tijdens de opnames nog had gedacht dat er niets van haar naakte onderlijf was te zien toen ze uitdagend haar benen over elkaar sloeg, bleek er in de uiteindelijke film wel degelijk een heel klein beetje schaamhaar te zien.

En door zulke scènes dreigde de scandaleuze film van de Nederlandse regisseur Paul Verhoeven in 1992 door de Amerikaanse filmkeuring te worden geclassificeerd als tweederangs seksfilm. Niet veel later stond bovendien de LHBTIQ+-gemeenschap op z’n achterste poten toen bleek dat de vamp Stone een biseksuele lustmoordenaar vertolkte. Basic Instinct zou desondanks – of misschien ook wel een beetje daardoor – uitgroeien tot een enorme hit, een messcherpe, geile en superspannende film.

Drie jaar later maakte Verhoeven zo’n beetje de anti-Basic Instinct: de karikaturale strippersfilm Showgirls, een enorme flop die jarenlang werd beschouwd als één van de slechtste films aller tijden. Inmiddels is dit ‘masterpiece of shit’ vreemd genoeg toe aan een soort herwaardering. Die kreeg zijn weerslag in de essayistische documentaire You Don’t Nomi. En nu is ook die andere film, de kaskraker die wél sexy was, onderwerp van een eigen docu: Basic Instinct: Sex, Death & Stone (53 min.) van Jacinto Carvalho.

De opzet daarvan is een stuk bescheidener. Geen optelsom van eigenzinnige visies op de ongrijpbare cineast Verhoeven en wat hij met zijn werk zou kunnen hebben bedoeld, maar een interessante terugblik op het ontstaan, maken en uitbrengen van die ene controversiële Hollywood-klassieker. Met alle personen die ertoe doen, dat wel: Verhoeven zelf, scenarioschrijver Joe Eszterhas, cameraman Jan de Bont, editor Frank J. Urioste en de hoofdrolspelers Michael Douglas en Sharon Stone. 

En met name die laatste, de actrice die in eerste instantie te weinig ‘star quality’ leek te hebben en aan wie nog tijdens de opnames openlijk werd getwijfeld, heeft daarbij een intrigerende inbreng. Want haar seksueel geladen rol in Basic Instinct mag Stone dan ogenschijnlijk veel hebben gebracht. De film heeft haar, als vrouw die haar nek boven het maaiveld uitsteekt in een onvervalste mannenwereld, volgens eigen zeggen misschien nog wel meer gekost.

All-In

BNNVARA

‘De gieren staan alweer te wachten’, zeggen twee medewerkers van het zwembad van een all-inclusive hotel aan de Turkse kust tegen elkaar bij de aanblik van een groep toeristen die staat te wachten bij de toegangspoort. ‘Je kent onze regels’, heeft personeelschef Alper Kantemur tegen hen gezegd. ‘Glimlach. Behandel onze klanten goed. Zeg iedereen netjes gedag. “Hallo.” “Prettige vakantie.” “Welkom.”’

In de observerende documentaire All-In (79 min.) volgt Volkan Üce twee van hen vanaf het eerste sollicitatiegesprek met Kantemur. ‘Heb je een vriendin?’ heeft hij de 25-jarige Hakan Hoscan, die volgens eigen zeggen kampt met een sociale angststoornis, nog toegevoegd. “Nee? Die vind je hier wel.’ De achttienjarige Ismail Dasdögen, van origine kapper, krijgt de tip om een foto van zichzelf te maken. ‘Hang die naast de spiegel. Kijk er opnieuw naar als je hier weer vertrekt. Dan zie je hoeveel je bent veranderd.’

Tegen zoveel ongebreideld optimisme zijn zelfs gezonde tegenzin (Hakan) en heimwee (Ismail) niet bestand. De twee jonge mannen beginnen enthousiast – of op z’n minst benieuwd – als respectievelijk badmeester en keukenhulp en worden verder gestald op slaapzalen, waar het gesprek zomaar op filosofen als Nietzsche en Schopenhauer of het concept religie kan komen. Zo houden de hotelmedewerkers zich op de been, tijdens dagen waarop ze voortdurend ten dienste staan van toeristen die op hun wenken moeten worden bediend.

De twee dromen allebei van een bestaan in het westen, van het leven dat hun clientèle daar lijkt te leiden. Üce legt nauwkeurig vast hoe dat ideaal gaandeweg dreigt te vervliegen. In de praktijk van alledag in het hotel, achter de façade van het all-inclusive bestaan en onder de ‘Can I help you?’-T-shirts die ze soms moeten dragen, is het vooral een kwestie van overleven. Als Hakan en Ismail aan het einde van hun tijdelijke dienstverband inderdaad naar de foto kijken die ze van zichzelf maakten, is het de vraag wie of wat ze dan zien.

En waar staat die persoon? Aan de vooravond van het verwerkelijken van zijn droom? Of gewoon voor aanvang van een volgend arbeidsseizoen?

Mr. Good? Gåten Eirik Jensen

Netflix

Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Als drugsagent begint Eirik Jensen op een gegeven moment zoveel te lijken op de Hells Angels, Bandidos en Outlaws die hij moet bestrijden dat het onderscheid tussen hen nauwelijks meer is te maken. Niet alleen voor anderen overigens. Met alle gevolgen van dien: inmiddels zit Jensen als de Noorse verpersoonlijking van een ‘dirty cop’ achter de tralies in de Kongsvinger-gevangenis, veroordeeld tot 21 jaar cel.

De opkomst en ondergang van de gelauwerde Noorse politieman hebben allebei van doen met één en dezelfde man: de gehaaide informant ‘GT’. Gjermund Cappelen, ‘de drugsbaron van Asker en Bærum’ die zelf ook een veelgebruiker blijkt te zijn, zal Jensen eerst het ene na het andere succes bezorgen en tot Noorwegens bekendste politieman maken en daarna meesleuren in zijn eigen val – óf, andere lezing, er doelbewust inluizen.

Mr. Good? Gåten Eirik Jensen (Engelse titel: Mr. Good: Cop Or Crook?, 200 min.), een vierdelige serie van Trond Kvig Andreassen en Ragne Riise, ontrafelt de geruchtmakende zaak met Jensen zelf, zijn vriendin, moeder, dochter, ex-vrouw, politieagenten, advocaten, journalisten en (voormalige) zware jongens. Alleen die andere hoofdrolspeler, Gjermund Cappelen, schittert door afwezigheid. Zijn advocaten nemen de honneurs waar.

De beschuldigingen van drugshandel en corruptie tegen Eirik Jensen worden geïllustreerd met nieuwsreportages, verborgen camerabeelden, chat- en appverkeer tussen verdachten, audio-opnamen van politieverhoren, gereconstrueerde gebeurtenissen en impressies vanuit de rechtszaal. Want daar zal de tweestrijd tussen Jensen en Cappelen tot een climax komen, tijdens een zeer gecompliceerde (en hier wel ook erg lang uitgesponnen) rechtszaak.

De serie is tegen die tijd behoorlijk vastgelopen, in een verhaal waarvan de afloop al vanaf het begin min of meer vaststaat. Zelfs een flashback naar de zogenaamde Vliegtuigdroppingszaak, over een kilo amfetamine die in 1993 door de Nordlandsmafiaen vanuit Nederland naar Noorwegen is gesmokkeld, biedt dan geen uitkomst meer. Mr. Good gaat stilaan als een nachtkaars uit – al kan niet worden uitgesloten dat deze zaak, ooit, alsnog een andere wending krijgt.