Pearl Jam Twenty

Vinyl Films

Voordat Pearl Jam kon ontstaan ‘moest’ eerst Mother Love Bone ter ziele gaan. Om precies te zijn: zanger Andrew Wood. Hij bezweek aan een drugsverslaving. ‘Dat was de dood van de onschuld van de plaatselijke scene’, zegt Chris Cornell, de latere frontman van een andere rockband uit Seattle, Soundgarden, terwijl hij zijn tranen probeert weg te slikken. ‘Niet de dood van Kurt Cobain, die enkele jaren later de hand aan zichzelf sloeg.’ De beelden van Wood in een ziekenhuisbed, in leven gehouden met allerlei apparatuur, zouden niet alleen Cornell, die in 2017 een einde aan zijn leven maakte, altijd bijblijven.

Het overlijden van Andy Wood noopte de andere leden van Mother Love Bone om een nieuwe groep te beginnen: Pearl Jam. Samen met Soundgarden en Cobains Nirvana zou die zich ontwikkelen tot de vaandeldrager van grunge. Pearl Jam moest daarvoor eerst nog wel een nieuwe zanger rekruteren: een verlegen jongen uit San Diego met een machtige stem, Eddie Vedder. De rest is rockgeschiedenis. En die wordt in Pearl Jam Twenty (119 min.) door Cameron Crowe, een voormalige popjournalist die halverwege de jaren tachtig in Seattle kwam wonen en de bandleden ooit nog liet opdraven in zijn speelfilm Singles (1992), uitgeserveerd met een overload aan nieuwe en oude interviews, videoclips en opwindende concertbeelden.

Het klassieke optreden van de band op het Pinkpop-festival in 1992, waarbij Vedder van aanzienlijke hoogte in het uitzinnige publiek springt, krijgt daarbij bijvoorbeeld alle ruimte. Pearl Jams verleden is sowieso uitstekend gedocumenteerd. Dit bandportret uit 2011, gemaakt ter gelegenheid van het twintigjarige bestaan, bevat zelfs beelden van de tweede show van het Amerikaanse vijftal. En ook het catastrofale optreden op Roskilde in 2000, waarbij negen fans worden verdrukt en om het leven komen, mag natuurlijk niet ontbreken. Die dramatische gebeurtenis fungeert als breuklijn in de bandhistorie en deze boeiende weerslag daarvan.

Daarvóór kon Pearl Jam met enige goede wil nog worden beschouwd als een toonaangevende band, die mede richting gaf aan de laatste tien jaar van de twintigste eeuw en die in vrijwel elk land – men neme in Nederland bijvoorbeeld Kane – zijn eigen gladgestreken kloon kreeg. Daarná werd de groep, op eigen voorwaarden, definitief onderdeel van de gevestigde orde. Een onvervalste rockdinosaurus, zo’n band die tegenwoordig ook wel met de kwalificatie ‘dadrock’ wordt opgezadeld. Tegen die tijd hadden Eddie Vedder en de zijnen echter allang hun allergrootste problemen met beroemd zijn achter de rug – of hun eigen manier gevonden om daarmee om te gaan.

Ruim tien jaar zijn sindsdien alweer verstreken. Pearl Jam is inmiddels dik dertig, draait nog altijd mee in de popwereld en weet daarmee ook nog steeds een aanzienlijk publiek aan zich te binden. Dat galmt dat ze nog steeds Alive zijn. Of heerlijk zwelgt in Black.

Op Hete Kolen: Het Leven Volgens Emile Ratelband

Videoland

Het zou toch wat zijn, hè? Als uit Op Hete Kolen: Het Leven Volgens Emile Ratelband (140 min.) ineens zou blijken dat Emile Ratelband, de man die eind jaren tachtig met ontzettend veel bombarie het Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) heeft geïntroduceerd in Nederland en sindsdien geen moment uit het nieuws lijkt te zijn verdwenen, in werkelijkheid een diepzinnige, bescheiden en genuanceerde man is, die al die tijd schromelijk tekort is gedaan door alles en iedereen die de strontkar over hem uitreed.

Jaren waarin hij hele volksmassa’s over, ja, hete kolen liet lopen, te pas en (vooral) te onpas de strijdkreet Tsjakka! schreeuwde, een schier eindeloze stroom spraakmakende optredens in de media gaf, met botte opmerkingen Jan en alleman tegen zich in het harnas joeg, en plein public ruziede met een aanzienlijke collectie exen en als slagroom op de taart een rechtszaak aanspande om zijn gevoelsleeftijd, twintig jaar jonger natuurlijk, geregistreerd te krijgen als zijn werkelijke leeftijd. Om maar eens wat te noemen.

Dat er als het ware nog een Emile in die Ratelband verscholen blijkt te zitten. Wees gerust. Ratelband is al wat er is. En dat is méér dan genoeg voor een interessant portret. Dat ook. Hij wordt in deze miniserie opgewacht door filmmaker Roy Dames, een maker die doorgaans wel raad weet met uitgesproken persoonlijkheden: van bokser Rudi Lubbers en Foute Vriend Jantje van Amsterdam tot schuinsmarcheerder Gilbert Heijndels en de recalcitrante kunstenaar Rob Scholte.

Ratelband is net bezig om met de twee jongste van in totaal acht (!) kinderen – en nummer negen is schijnbaar op komst – te emigreren naar Thailand als Dames bij hem aansluit. Van tevoren wil hij in Nederland de opslagruimte met zijn persoonlijke archief nog eens uitmesten. Dat is meteen een logische aanleiding om eens goed terug te blikken op een, to say the least, veelbewogen leven. En Ratelband vindt het zelf ook wel een fijn idee dat zijn leven eens goed wordt gedocumenteerd, zodat zijn (achter)kleinkinderen ‘de genialiteit van hun opa’ kunnen zien.

Zo ontstaat een lekker schurende vertelling over een man die verbaal wild om zich heen slaat (herhaalde opmerkingen over ‘dat domme wijvengelul’ bijvoorbeeld, of het grapje ‘ik heb zijn adres, voor het geval ik een bom in zijn huis wil leggen’), op commando lijkt te kunnen huilen en soms toch ook weer zijn grote hart toont. Zo biedt hij bijvoorbeeld tijdelijke woonruimte aan enkele daklozen. Ze krijgen wel meteen te horen dat hij ze ‘eruit flikkert, dwars door de ruit heen’ als ze zich misdragen – én zodra er gebouwd kan worden voor luxueuze appartementen, dat ook.

Tussendoor komen bekende incidenten uit de roemruchte Ratelband-historie aan de orde (zoals zijn epische ruzie in het tv-programma Spijkers met hoogleraar Piet Vroon, waaraan presentator Jack Spijkerman 25 jaar na dato overigens compleet andere herinneringen blijkt te hebben dan de hoofdpersoon), gaat hij op bezoek bij zijn onlangs overleden broederhork Willibrord Frequin en raakt de overtuigde ‘positivo’ met zijn biograaf Henk Verhaeren opnieuw verzeild in een twistgesprek, dat alle tekenen vertoont van een héél slecht toneelstuk.

Dames volgt zijn hoofdpersoon tijdens diens (werk)leven en geeft hem ruimte om zijn persoonlijke thema’s te delen (zoals het onrecht dat zijn vader, die in de oorlog als ‘fout’ werd betiteld omdat hij als bakker aan de ‘moffen’ leverde, zou zijn aangedaan), maar zoekt met andere bronnen ook naar waar Ratelbands werkelijkheid botst op de waarheid van alle anderen. Dat blijft te allen tijde prikkelend en amusant – al blijven er hier en daar ook nog wel wat losse eindjes achter.

Op Hete Kolen komt uiteindelijk tot een climax in een kostelijke slotscène, waarin Ratelband een familieopstelling die hij van een NLP-collega aangeboden heeft gekregen volledig ontregelt. Het is een prachtige illustratie van wie hij is: een man die maar één weg kent. Zijn eigen weg, die bezaaid is met ‘roadkill’. En die gaat hij nu alweer ruim zeventig jaar vol overgave: recht voor zijn raap, met nauwelijks oog voor anderen en zonder enige vorm van zelfreflectie.

Mel

Windmill Film

Van trots van het land naar risee van de gemeenschap. Dezelfde inwoners van Armenië die Meline toejuichen als ze Europees kampioen gewichtheffen wordt, moeten niets hebben van Mel als die zich enkele jaren later gaat presenteren als man – terwijl hij dat volgens eigen zeggen altijd is geweest. Sport is voor Mel Daluzyan zijn hele leven een toevluchtsoord geweest, om bij de jongens te kunnen horen.

Tijdens die carrière wordt Meline wel regelmatig gedwongen om haar haren te laten groeien, make-up te dragen en een rokje aan te trekken. Mel (76 min.) is er op een gegeven moment helemaal klaar mee en overweegt om uit het leven te stappen. En dan kruist hij het pad van Lilit Ghazaryan, een jonge vrouw uit een conservatief dorp, waar vrouwen geacht worden om hun mond te houden. Vanachter het aanrecht, natuurlijk.

In het christelijke Armenië moeten ze vanzelfsprekend niets hebben van homoseksuelen, om van transgenders nog maar te zwijgen. Dat zijn niets minder dan kinderen van Satan, die traditionele gezinswaarden vertrappen. ‘Ze moeten worden neergeschoten voordat ze zich vermenigvuldigen’, zegt een vriendelijk glimlachende jongeman op straat. Een ogenschijnlijk volstrekt normaal meisje concludeert droog: ‘Ze hebben het recht niet om te leven.’

Er rest Mel en Lilith niets anders dan het land te ontvluchten. Precies halverwege deze documentaire. Ze komen in een asielzoekerscentrum in Arnhem terecht en proberen van daaruit de draad weer op te pakken. Regisseur Inna Sahakyan, in samenwerking met de Nederlandse documentairemaker Paul Cohen, legt van dichtbij vast hoe hun leven ook dan niet in rustiger vaarwater terecht komt en de twee uit elkaar dreigen te drijven.

Die tweede, Nederlandse, helft van deze documentaire, waarin Mel volledig Mel probeert te worden en Lilit worstelt met haar positie aan zijn zijde, is wel wat fragmentarischer dan het eerste deel, waarin de onverdraagzaamheid en beklemmende atmosfeer in hun moederland Armenië, met behulp van een meeslepende montage en soundtrack, zeer treffend wordt opgeroepen. Hier lijken de twee veilig, al blijft het de vraag of ze ooit echt aan hun verleden kunnen ontkomen.

Invisible Demons

WW Entertainment

Wie betaalt de prijs voor vooruitgang? India geldt als de snelst groeiende economie van de wereld, maar al die bedrijvigheid zorgt tevens voor ontzaglijke (klimaat)problemen. Met name de grote steden dreigen, getuige Invisible Demons (70 min.), echt onleefbaar te worden. De documentaire van Rahul Jain, die in zijn debuutfilm Machines (2016) de werkomstandigheden in een Indiase textielfabriek aan de kaak stelde, is niets minder/meer dan een pamflet tegen de consumptiemaatschappij, waarbij een enkeling profiteert van de voorspoed en de grote massa gebukt gaat onder de bijwerkingen daarvan: enorme drukte, hitte en vervuiling om maar eens wat te noemen.

Jain zet zijn boodschap kracht bij met een beeldenbombardement vanuit één van de meest vervuilde steden van de wereld, zijn geboortestad Delhi, een plek waar recordtemperaturen worden gemeten, droogte en overstromingen elkaar afwisselen en een dikke laag smog alles en iedereen bedekt. Een metropool ook die inmiddels wordt omkranst door vier kolossale vuilbergen. ‘Als dit is wat vooruitgang inhoudt’, verzucht de filmmaker daarbij, in één van zijn tamelijk gratuite voice-overs. ‘Laten we ons dan voorstellen hoe een wereld zónder vooruitgang eruit ziet.’

Jain laat ook enkele stadsbewoners aan het woord, maar neemt zijn toevlucht vooral tot iconische beelden. Van koeien op een gigantische vuilstort. De Yamuna-rivier met een dikke laag giftig schuim erop. Of muggenspray die zich over de straten verspreidt. Én hij schuwt ook krachtige clichés niet, zoals haringen in een ton en een mierenhoop. Jain slaagt er zelfs in om de ‘onzichtbare demonen’, de stofdeeltjes waardoor menigeen kortademig is, in beeld te brengen. Hij omschrijft ze als ‘giftige pijlen die onze longen doorboren’ en toont meteen de nefaste gevolgen daarvan: een hoest die bijna niet meer weg wil.

En dat is meteen een krachtige metafoor voor de schaduwzijden van de (waarden)vrije economie, die Rahul Jain met Invisible Demons opnieuw wil aankaarten: gewone mensen kunnen zich met steeds meer moeite staande houden in de tredmolen die ze draaiende moeten zien te houden. Totdat zij, en hun wereld met hen, plotsklaps omvallen…

Ryan Is Zwanger

BNNVARA

Afgaande op de openingsscène van deze documentaire, waarin Ryan Ramharak en David Paul Ramharak-Peters in het huwelijk treden, zou je als kijker nog kunnen denken dat deze film gaat over een regulier homokoppel met een kinderwens. Al snel wordt echter duidelijk, via vlogs van de twee hoofdpersonen, dat Ryan net is gestopt met het nemen van testosteron en zwanger wil worden.

Want Ryan was ooit een vrouw, maakte daarna de transitie naar man en moet nu in zekere zin weer de weg terug nemen om een kind te kunnen krijgen. Hoewel de baard en lage stem gewoon kunnen blijven, zorgt die keuze ook voor twijfel en ongemak. ‘Ik vind het jammer dat ik geen borstvoeding kan geven’, zegt Ryan nadat-ie een aflevering van de documentaireserie Babies heeft gekeken. ‘Tegelijkertijd weet ik ook meteen dat ik absoluut geen borsten zou willen.’

Ryan Is Zwanger (55 min.), een tv-film van Özgür Canel, is daarmee een Nederlandse variant op Jeanie Finlays spraakmakende documentaire Seahorse: The Dad Who Gave Birth, waarin een Britse transman wordt geportretteerd die in verwachting is. En net als bij die productie zijn de reacties na afloop voorspelbaar: een deel van de kijkers reageert geshockeerd, de rest viert de voortgaande emancipatie van transmensen en constateert tegelijkertijd dat er nog een wereld is te winnen.

Canel behoort duidelijk tot de tweede categorie en voelt als filmmaker ook niet de behoefte of noodzaak om Ryan en David kritisch te bevragen. Het koppel verbaast zich er bijvoorbeeld over dat op Ryans paspoort geen X mag worden vermeld als geslacht, probeert zwangerschapsverlof te regelen voor de aanstaande ouder (hoewel die ‘als M in het systeem staat’) en besluit hun kind een genderneutrale naam te geven (Ravi) en ook niet op te zadelen met een geslacht.

Davids moeder Nel vindt dat laatste wel lastig. ‘Want de eerste vraag die komt is: goh, is het een jongen of een meisje?’ David: ‘En dan zeg je: doet er niet toe.’ Zo koerst het stel in deze geheel bijdetijdse documentaire op eigen voorwaarden – indachtig het motto dat op Ryans arm is getatoeëerd: buiten de lijntjes is zoveel meer ruimte – af op wat een zo normaal mogelijke bevalling moet worden.

We Feed People

Disney+

‘Er zijn genoeg mensen in mijn team die veel beter zijn in het aansturen van een keuken dan ik’, zegt José Andrés, de oprichter van de hulporganisatie World Central Kitchen. ‘Ik ben vooral goed in het herkennen van kansen in situaties waarin anderen alleen nog chaos zien.’ In rampgebieden zoals Haïti, de Bahama’s en Puerto Rico staat hij soms letterlijk met zijn poten in de modder te koken. Totdat hij er, bijna letterlijk, bij neervalt.

Andrés, kind van Spaanse verpleegkundigen, maakte eerst naam als tv-kok, ondernemer en pleitbezorger van tapasrestaurants in de Verenigde Staten. En nu reist hij met zijn vaste team achter aardbevingen, tornado’s en andere rampen aan, om slachtoffers van voedsel te voorzien. Hij probeert zich daarbij volgens eigen zeggen niet op te stellen als de typische ‘white savior’, maar opereert vanuit de plaatselijke gebruiken.

Voor We Feed People (90 min.) volgt filmmaker Ron Howard, die na Hollywood-blockbusters zoals Cocoon, Apollo 13 en The Da Vinci Code in de laatste jaren steeds vaker kiest voor documentaireprojecten (The Beatles: Eight Days A Week, Pavarotti en Rebuilding Paradise), José Andrés naar enkele rampgebieden. Hij legt de hectiek ter plaatse vast en observeert hoe de temperamentvolle chef dan floreert.

Met ‘s mans vrouw en kinderen, medewerkers en andere hulpverleners loopt Howard tussendoor ook het leven en de loopbaan van de Spaanse chefkok door. Het resultaat is een uiterst kundig gemaakte documentaire, over een gepassioneerde mensenman, het ‘leger van keukens’ waarmee hij overal te hulp schiet en de loffelijke missie die hij op die manier, ook via interviews, media-optredens en vlogs, onvermoeibaar blijft uitdragen. 

We Feed People is tegelijkertijd een enigszins brave film – het lot dat menige goeden doelen-docu treft – die er uiteindelijk bepaald geen last van heeft dat diezelfde José Andrés ook nog wel eens knorrig kan worden als het tegenzit of de neuzen niet dezelfde kant op lijken te staan.

Leven In Limbo

Human

Ze leven tussen hoop en vrees, wal en schip, en kastje en muur. Omdat ze niet kunnen bewijzen wie ze zijn, vastzitten in een heilloze situatie of niet terug willen of kunnen naar waar ze ooit thuis waren. Naar schatting telt Nederland zo’n 50.000 ongedocumenteerden. Daarvan wonen er dan weer ongeveer 5.000 in Rotterdam. Zonder verblijfsvergunning, recht op werk of onderwijs en perspectief op een ‘normaal’ leven in het land waar ze soms al tientallen jaren verblijven.

De vierdelige docuserie Leven In Limbo (160 min.), waarvoor acteur Gijs Scholten van Aschat de stevig aangezette voice-over verzorgt, portretteert een aantal van deze illegalen tijdens hun dagelijks leven. Ze worden ondersteund door het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS), dat is gehuisvest in de voormalige rooms-katholieke kerk ‘De Doortocht’ in Katendrecht. Die begeleiding is vooral een kwestie van pappen en nathouden, stelt één van de oprichters Connie van den Broek. Ze beantwoorden vragen, steken de helpende hand toe en verzorgen gratis Nederlandse les. Want bij de officiële lessen zijn hun cliënten niet welkom. Die worden immers geacht om het land te verlaten.

‘Ik wil eigenlijk niet wonen in een stad waar mensen doodgaan op straat’, stelt Van den Broek. Tegelijkertijd denkt hij ook praktisch: zelfs op de zwarte arbeidsmarkt is het voor deze uitgeprocedeerden handig als ze Nederlands kunnen. Ishmail een man uit Sierra Leone, is dat stadium allang voorbij. Hij heeft zelfs een eigen dichtbundel uit: Landschap Van Mijn Ziel. De 19-jarige Emilia beheerst de taal eveneens prima. De kans dat ze hier mag blijven is echter klein. Ze is in Nederland opgegroeid, maar heeft zich na een periode in Brazilië te laat, ná haar achttiende verjaardag, weer bij haar Braziliaanse moeder in Rotterdam gevoegd. Als volwassen vrouw heeft ze nu nauwelijks kans op een verblijfsvergunning.

Soms roepen die levensverhalen ook vragen op, zoals bijvoorbeeld het treurige relaas van Amro. Hij werd volgens eigen zeggen geboren in Frankrijk, heeft een Marokkaanse vader en woont al veertig jaar in Nederland, tegenwoordig in een klein hok nabij het water waarvoor hij elke dag over een hek moet klimmen. Frankrijk kent hem niet, Marokko accepteert hem niet en Nederland wil hem niet. Het is een hopeloos stemmende situatie, zoveel is duidelijk. Maar is dat ook het complete (achtergrond)verhaal? Daar ligt echter niet de focus van Leven in Limbo. Regisseur Martijn Heijne richt zich op de kleine menselijke verhalen. Hij laat zien hoe het is om te (over)leven in de illegaliteit en geeft personen die we doorgaan alleen kennen van statistieken – of zelfs dat vaak niet eens – een gezicht.

Soms tegen beter weten in houden ze in deze empathische miniserie hoop op een (legale) toekomst in Nederland. Ook omdat, volgens de gedreven Connie van den Broek, hoop nu eenmaal het laatste is wat sterft in een mens. Mede door Nederlanders met het hart op de goede plek zoals hij, overigens. Die ook nog beschikken over een inventieve geest, zo blijkt in het laatste deel. ‘Ik realiseer me ook wel dat ik een lot uit de loterij heb gehad’, zegt Van den Broek. ‘Zoals heel veel mensen in Nederland een lot uit de loterij hebben, als je dat op mondiale schaal gaat bekijken.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘En dat ik met dat lot uit de loterij tegen iemand anders ga zeggen: ja, jij hebt dat lot niet. En zoek het maar uit…’

De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar

Videoland

‘Hoe erg het ook is en hoe groot de koppen in de krant ook zijn, ik kan mezelf niet stoppen’, stelt Michel Stokx, via teksten die zijn gebaseerd op officiële politieverslagen en ingesproken door stemacteur Alexander van Breemen. ‘Ik kan niet zeggen: het is nu één keer gebeurd en nu ben ik er vanaf. Dat bestaat niet. Als het weer wat rustiger wordt, komt de drang weer opzetten. Dat kan een maand of een jaar duren, maar terugkomen doet het.’

Terwijl de Belgische trucker, die al enige tijd in Nederland woont, aan het woord is, zijn in beeld krantenartikelen te zien. ‘Verdachte zaak Jessica Laven verdacht van tweede moord’ bijvoorbeeld. Of: ‘Team-Jessica kijkt ook naar verjaarde zaken.’ En: ‘Onderzoek naar meer kindermoorden.’ Het is duidelijk: hier is een heus monster aan het woord, een lage landen-variant op beruchte seriemoordenaars zoals Ted Bundy, Dennis Nilsen of John Wayne Gacy.

En net als zijn Amerikaanse ‘vakbroeders’ heeft Stokx nu zijn eigen documentaire gekregen: de driedelige serie De Sneeuwman: Geheimen Van Een Kindermoordenaar (74 min.). Regisseur Flynn von Kleist heeft daarvan een klassieke true crime-productie gemaakt, compleet met duistere re-enactments, slinkse tijdssprongen én intrigerende verklaringen van de dader zelf, die worden vergezeld door close-up beelden van draaiende geluidsbanden.

‘s Mans gruweldaden worden belicht via nieuwsreportages en televisieprogramma’s (Crimetime bijvoorbeeld) en van context voorzien door onder anderen zijn advocaat, een oud-collega, de leider van het politieonderzoek en een Vlaamse daderprofiler. Ook de ouders van Cheryl Morriën en Nathalie Geijsbregts, die al tientallen jaren worden vermist en mogelijk ten prooi zijn gevallen aan Stokx, komen aan het woord. Zij willen zekerheid over wat er met hun kind is gebeurd.

Von Kleist introduceert verder de (geanonimiseerde) dochter van Michel Stokx. Zij worstelt met de loodzware erfenis van haar vader, een op het eerste gezicht heel aardige man die nochtans is veroordeeld voor drie kindermoorden en bovendien in verband wordt gebracht met nog enkele tientallen andere verdwijningen. De eventuele details daarover heeft hij in 2001 alleen mee het graf ingenomen. Zo ‘leeft’ de kinderlokker nu alweer twintig jaar voort, als verdachte in talloze cold cases.

In deze straffe serie worden de archetypische psychopaat en zijn modus operandi vakkundig en met de nodige visuele bravoure tegen het licht gehouden. Net als beruchte ‘collega’s’ zoals The Night Stalker, Son Of Sam en The Golden State Killer heeft hij zelfs een typische seriemoordenaarsnaam toebedeeld gekregen: De Sneeuwman. Het wordt alleen niet helemaal duidelijk waar die op is gebaseerd. Of is-ie vooral bedoeld om bij te dragen aan de mythevorming van Michel S.?

De DocUpdater

Foosballers

VPRO

Er zijn de bijnamen: de ‘Michael Jordan van het tafelvoetbal’, de ‘snake shooter’ en ‘the first family of foosball’. De bijbehorende ambities: alle mogelijke varianten op ‘mezelf bewijzen’ en ‘kampioen worden’. En de verhalen daarachter: van grenzeloze geldingsdrang, het bewaken van een reputatie en de bewijsdrift van iemand die aan de verkeerde kant van het spoor is opgegroeid. In het dagelijks leven zijn ze cannabisteler, bouwvakker of anesthesist, maar eigenlijk ambiëren de hoofdpersonen van deze vermakelijke docu een glorieuze carrière als professionele tafelvoetballer.

Foosballers (96 min.) is een typische wedstrijdfilm, waarvan er al duizenden zijn gemaakt en die toch nooit (echt) vervelen: eerst worden enkele deelnemers geïntroduceerd, met al hun dagelijkse bezigheden, passies en eigenaardigheden. Denk aan: een jonge hond, het bizarre buitenbeentje, een oudgediende, de gedoodverfde kampioen en diens grote uitdager. En daarna – als ook de sport zelf, de historie daarvan en de te winnen trofee goed zijn uitgediept – volgen we via hen het toernooi dat de climax van de film vormt. Ditmaal: de wereldkampioenschappen in Lexington, Kentucky.

Er zijn fotogeniekere sporten te bedenken dan het enigszins priegelige tafelvoetbal, dat de laatste jaren bovendien een tamelijk zieltogend bestaan leidt. Regisseur Joe Heslinga slaagt er echter in om, gebruikmakend van elementaire animaties, live-commentaar en dikke muziek, toch een enerverend gebeuren te maken van de tweekampen tussen gekende foosballers. En héél toevallig, maar niet heus, belanden twee van de geportretteerde cracks in de finale, om daar ten overstaan van de hele scene uit te gaan maken wie dit jaar de beste foosballer van de wereld is.

Winona Ryder – Fighting Demons

AVROTROS

Eigenlijk was ze al afgeschreven. Toen Winona Ryder in 2001 werd betrapt op winkeldiefstal leek de acteercarrière, die haar in de jaren negentig in kaskrakers zoals The Age Of Innocence, Reality Bites en Girl, Interrupted had gebracht, abrupt tot stilstand te komen. Na een periode in de luwte pakte ze haar stiel echter weer op. En in de afgelopen jaren scoorde ze zelfs een onverwachte hit met de Netflix-serie Stranger Things, een geinige eightiespastiche.

In Winona Ryder – Fighting Demons (53 min.) loopt Lukas Hoffmann keurig Ryders leven door. Dat begint in een hippieachtige commune in Mendocino County, Californië, waar ze te midden van sixties-iconen als Aldous Huxley, Allen Ginsberg en Timothy Leary opgroeit. Als vervolgens haar filmcarrière op gang komt, ruilt Winona haar oorspronkelijke achternaam (Horowitz) in voor een artiestennaam (Ryder) en kan haar leven als ster beginnen. in grote Hollywood-producties en gearmd met een andere ster, zoals Johnny Depp, Dave Pirner (Soul Asylum) of Matt Damon.

Dat blijkt alleen geen recept voor een rimpelloos leven. Ryder komt te boek te staan als ‘fragiel’ en kampt met slapeloosheid, angst en depressie. Althans, als we de sprekers in deze tv-docu mogen geloven: biograaf Nigel Goodall, regisseur David Seltzer, filmjournalist Violet Lucca, actrice Karron Graves en de hosts van de podcast Winona Forever. En daar zit meteen het zwakke punt van dit portret: het zijn louter secundaire bronnen die de mens achter de beroemdheid moeten schetsen. En zij komen dus niet veel verder dan de gebruikelijke gemeenplaatsen.

Verder is het door een kloeke verteller bijeengehouden Fighting Demons aangekleed met een hele zwik filmfragmenten, enkele oude promotie-interviews met de hoofdpersoon en tamelijk schreeuwerige animaties, die nogal uit de toon vallen. Zo is er voor de liefhebber die zich nog eens aan Ryders uitgesproken filmografie wil verlustigen in elk geval meer dan genoeg te kijken.

El Fotógrafo Y El Cartero: El Crimen De Cabezas

Netflix

José Luis Cabezas wordt op 25 januari 1997 gevonden in een brandende Ford Fiësta. Hij heeft handboeien om en blijkt te zijn gedood met een kogel door het hoofd. De moord op de fotojournalist van het Argentijnse tijdschrift Noticias veroorzaakt een golf van verontwaardiging in het Zuid-Amerikaanse land. Zelfs stervoetballer Diego Maradona loopt mee in de navolgende protestmars.

Als eerbetoon houden Cabezas’ vakbroeders bovendien demonstratief hun camera in de lucht. De boodschap is helder: ons krijg je niet klein. Want de moord op hun collega doet denken aan een periode die ze achter de rug dachten te hebben: de dictatuur van generaal Jorge Videla (1976-1981). Inmiddels wordt Argentinië alweer een jaar of acht geleid door president Carlos Menem van de Peronistische Partij. Hij heeft van het Zuid-Amerikaanse land een neoliberaal ‘paradijs’ gemaakt.

In de gedegen documentaire El Fotógrafo Y El Cartero: El Crimen De Cabezas (146 min.) reconstrueert Alejandro Hartmann met direct betrokkenen hoe Cabezas zich met zijn camera meldt op het kruispunt waar politie, georganiseerde misdaad, bedrijfsleven en politiek hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Hij maakt daar enkele spraakmakende foto’s, die hem uiteindelijk het leven zullen kosten. Die ene moord openbaart vervolgens een gecompliceerde slangenkuil.

Met een replica van de donkere kamer van zijn protagonist als het sinistere decor voor belangrijke elementen uit het moordonderzoek ploegt Hartmann 25 jaar na dato nog eenmaal door De Zaak Cabezas, die belangrijke politieke en maatschappelijke implicaties zou hebben. ‘Macht hebben is straffeloos zijn’, zegt één van de hoofdverdachten onderweg, met de hoogmoed die inderdaad voor de val blijkt te komen. Want de daders kunnen de dans uiteindelijk niet ontspringen – al komen sommigen met de schrik vrij.

Daarvoor heeft dan wel eerst een onverschrokken journalist moeten sterven. Die gebeurtenis is een ijkpunt geworden in Argentinië. ‘No se olviden de Cabezas’, houden journalisten elkaar voor: vergeet Cabezas niet. En al die anderen – in Rusland, Mexico of Israël – die hun werk als waakhond van de democratie met de dood moeten bekopen.

De Blauwe Familie

KRO-NCRV

Terwijl een kamer van het Corendon Hotel bij Schiphol in gereedheid wordt gebracht voor de gesprekken, weerklinken de stemmen van politiemedewerkers die hebben besloten om níet te komen. Zij willen uiteindelijk toch niet meewerken aan deze interviewfilm van Maria Mok en Meral Uslu over misstanden bij de Nederlandse politie. Zes anderen, veelal van niet-Nederlandse afkomst, zijn wél bereid om zich uit te spreken.

‘Ik heb dan liever PTSS van iets wat er echt toe doet, iets ergs wat buiten is gebeurd’, stelt Dwight van van de Vijver, die bijvoorbeeld te maken had met een, in zijn ogen, racistische chef. ‘Niet van iemand die mij het leven zuur wil maken omdat ik in zijn ogen anders ben of minderwaardig ben.’ Van van de Vijver was wijkagent, hulpofficier van justitie en communicatieadviseur bij de korpsleiding en heeft de handdoek inmiddels in de ring gegooid. Hij zoekt zijn heil elders.

‘Ik werk dus bij een organisatie die absoluut geen pestprotocol of bejegeningsprotocol heeft’, stelt Yvel Blokland over gedrag dat hij in zijn werkomgeving heeft waargenomen, waaronder het versturen van racistische appjes. ‘Wat zijn nou de omgangsregels met elkaar?’ vraagt hij zich samen met zijn collega Péris Conrad af. ‘Wat is gewenst gedrag en wat is ongewenst gedrag?’ Conrad heeft z’n conclusie inmiddels getrokken: die pet past hem niet meer. Ook hij trekt de deur achter zich dicht.

Voor klokkenluiders geldt doorgaans: ‘Wie praat, die gaat.’ Süleyman Ortaç, informantenrunner bij het Team Criminele Inlichtingen is nog niet zover – al staat ook hij inmiddels echt op de drempel. Sinds hij kritiek uitte op het werk van zijn eenheid, waardoor enkele informanten zouden zijn geliquideerd, wordt Ortaç volgens eigen zeggen naar buiten geduwd. ‘Het gevoel van onveiligheid binnen De Blauwe Familie (50 min.) wat ik nu heb is onbeschrijfelijk’, zegt hij geëmotioneerd. ‘Ik heb er eigenlijk geen woorden voor. Dat giert gewoon door je hele lichaam.’

Behalve enkele, veelal tot op het bot beschadigde, dienders komen ook advocaat Richard Korver en voorzitter Jan Struijs van de Nederlandse Politiebond aan het woord in deze schurende film, die een vervolg lijkt op Verdacht (2018), een documentaire over etnisch profilering door de politie waarvoor Controle Alt Delete, ‘een onafhankelijke organisatie die zich inzet voor eerlijke en effectieve rechtshandhaving’, eveneens een faciliterende rol speelde.

Met indringende persoonlijke getuigenissen vanuit het hart van de politie agenderen Mok en Uslu nu nadrukkelijk de thema’s racisme en discriminatie binnen de organisatie zelf. Ze bieden de korpsleiding verder geen gelegenheid om te reageren. Daardoor is voor een buitenstaander moeilijk vast te stellen of het om afzonderlijke voorvallen óf toch – en daarvoor zijn serieuze aanwijzingen – om ernstige systeemproblemen bij (een deel van) de Nederlandse politie gaat.

Een inhoudelijke reactie van ‘De Blauwe Familie’ kan en mag dus niet uitblijven.

Cyber Hell: Exposing An Internet Horror

Netflix

Als een rechtgeaarde sadist wilde hij er wel de credits voor hebben. En dus plaatste de Koreaan ‘Baksa’ pontificaal zijn eigen naam of een tag zoals ‘@baksaya’ of ‘slaaf van Baksa’ op de naaktfoto’s die hij rondpompte in speciale chatrooms. Hij had ze tenslotte zelf bemachtigd bij veelal minderjarige meisjes, die op slinkse wijze via Telegram onder druk waren gezet en gechanteerd.

Zodra cyberbullies zoals Baksa en zijn ‘vakbroeder’ Godgod die meisjes eenmaal in hun greep hebben, scheppen ze er duidelijk een duivels genoegen in om hun slachtoffers tot het bot te vernederen. Schrijf ‘bitch’ of ‘persoonlijk toilet’ op je lichaam, kan zomaar een bevel zijn. Of: kerf dat in je lijf met een mes. Intussen hengelen ze tevens persoonlijke informatie over de meisjes binnen, om hen nóg verder te intimideren.

In de jachtige fastfood-docu Cyber Hell: Exposing An Internet Horror (105 min.) reconstrueert Jin-seong Choi dit griezelverhaal vanuit het perspectief van de journalisten en rechercheurs die de seksuele intimidatie op het spoor kwamen. Slachtoffers, video’s of afbeeldingen van hen en hun communicatie met de agressors zijn geanonimiseerd of zelfs gerepliceerd. Veel bronnen willen bovendien alleen onherkenbaar in beeld komen.

Net als vergelijkbare producties als Don’t F**k With Cats en The Tinder Swindler richt deze straffe productie, helemaal bijdetijds vormgegeven en met een volvette soundtrack, zich volledig op de jacht op de geslepen roofdieren Baksa en Godgod, die via zogenaamde nummerchatrooms ook een handel in seksvideo’s opzetten. Met cryptovaluta kunnen anonieme bezoekers video’s aanschaffen, die alleen zijn te kwalificeren als kinderporno.

‘Bedankt dat jullie een demon hebben gedood die ik niet kon tegenhouden’, zegt één van hen als hij eindelijk is gearresteerd. Naar de motieven van deze bullies blijft het echter gissen. En misschien zijn de ‘normale’ types uit deze Cyber Hell, die verder ook niet worden uitgediept, uiteindelijk ook wel verontrustender. Zij kijken rustig – of, waarschijnlijker, opgewonden – toe hoe een willekeurige Koreaanse tiener op het digitale dorpsplein aan de schandpaal wordt genageld, helemaal uitgekleed en bekogeld met rotte tomaten.

George Carlin’s American Dream

HBO

Zijn haar was langer geworden, hij had zijn baard laten staan en uit zijn mond kwam ineens subversieve humor, maatschappijkritiek en schuttingtaal. Eind jaren zestig draaide George Carlin (1937-2008) zijn carrière als salonfähige tv-ster rigoureus de nek om. De New Yorkse stand-upcomedian begon te zeggen wat hij écht op zijn lever had en werd zo een controversieel uitgangbord van de tegencultuur. Volgens Stephen Colbert ontwikkelde Carlin zich tot niets minder dan ‘the Beatles van comedy’. En toen moest hij nog beginnen met cocaïne….

Die voorliefde voor coke werd op een gegeven moment wel een probleem in Huize Carlin, vertelt zijn dochter Kelly in het tweedelige portret George Carlin’s American Dream (217 min.) van Judd Apatow en Michael Bonfiglio. Zeker omdat haar moeder Brenda tegelijkertijd een fikse alcoholverslaving had opgebouwd. Tegen de tijd dat alles weer min of meer onder controle werd Carlin bovendien alweer beschouwd als ‘yesterday’s news’, een relikwie van de swingende jaren zestig. Het zou hem vele jaren – en enkele hartaanvallen – kosten voordat hij weer op de bok zat.

Dat welbekende verhaal van opkomst, ondergang en wederopstanding van een gevierde held wordt hier opgedist met oude interviews met de man zelf, zijn veelvuldige bezoekjes aan talkshows en – natuurlijk – talloze bikkelharde, scherpzinnige en grappige fragmenten uit zijn shows. ‘s Mans broer Patrick, jeugdvriend Randy Jurgensen, enkele vaste medewerkers en collega’s zoals Jerry Seinfeld, Chris Rock, Bette Midler, Kevin Smith, Patton Oswalt en Jon Stewart zetten de vertelling luister bij met persoonlijke herinneringen, fijne observaties en kostelijke anekdotes.

Rechttoe rechtaan – maar daarmee niet minder doeltreffend – schetsen Apatow en Bonfiglio hoe Carlin zichzelf steeds opnieuw uitvindt als comedian en uiteindelijk een tamelijk donkere afslag neemt. Hij gaat steeds feller tekeer tegen alles en iedereen, de kerk en conservatieve politici in het bijzonder. Een vlijmscherpe man, moe van de mens, maar desondanks altijd op zoek naar een diepere waarheid. ‘Ze zeggen soms tegen mij: jij probeert mensen aan het denken te zetten’, vertelde hij daar zelf eens over. ‘En dan zeg ik: nee, dat zou de dood in de pot zijn. Ik laat ze zien dat ík denk.’

Een kleine vijftien jaar na zijn dood staat George Carlins zwartgeblakerde visie op Amerika nog steeds recht overeind, getuige een urgente slotsequentie waarin zijn genadeloze ‘rants’ over het land van de hoop en dromen perfect blijken te matchen met actuele nieuwsgebeurtenissen. ‘Het wordt de Amerikaanse Droom genoemd’, sneert die welbekende messcherpe stem, terwijl de film maar een climax toewerkt. ‘Want je moet wel flink zitten te slapen om hem te kunnen geloven.’

Tamar: De Waarheden Van Renate Rubinstein

Renate Rubinstein

Als je niet beter wist, zou je denken: dit wordt karaktermoord. De tweedelige documentaire Tamar: De Waarheden Van Renate Rubinstein (119 min.) is nauwelijks twee minuten onderweg of de hoofdpersoon is al ‘een narcistische gek’, ‘een hele nare, onaangename vrouw’ en ‘heel onhebbelijk, onfatsoenlijk’ genoemd. Waarna iemand doodleuk zegt: ‘Ik vind het jammer dat ze geen zelfmoord heeft gepleegd.’

Renate Rubinstein (1929-1990), die vanaf begin jaren zestig onder het pseudoniem ‘Tamar’ een column had in Vrij Nederland, spreekt ruim dertig jaar na haar overlijden nog altijd tot de verbeelding, zullen we maar zeggen. Hans Goedkoop werkt zelfs al sinds de eerste helft van de jaren negentig aan een biografie en heeft daarvan onlangs weer een voorproefje uitgebracht: Vaderskind – De Oorlog Van Renate Rubinstein. Hij beheert tevens haar archief en fungeert als postiljon d’amour in het portret dat David de Jongh van de schrijfster heeft gemaakt. Daarin krijgen ook de messcherpe geschriften van Rubinstein, die zijn ingesproken door actrices, vanzelfsprekend een prominente plek.

Centraal in de vertelling staan Rubinsteins rouw om haar Joodse vader, die werd afgevoerd naar Auschwitz, en de moeizame relatie die ze had met haar moeder (waarvan de afwikkeling overigens nauwelijks wordt belicht in de film). Van daaruit ontwikkelde zij zich tot een bijzonder uitgesproken vrouw met een stormachtig relatieleven. Daarbij ruimt De Jongh vanzelfsprekend ook een belangrijke plek in voor Rubinsteins scandaleuze onthulling, in het postuum verschenen boek Mijn Beter Ik, dat ze jarenlang een geheime relatie had met haar collega-schrijver Simon Carmiggelt.

Met haar broer en zus, andere familieleden, tweede echtgenoot Jaap van Heerden, studiegenoot Hedy d’Ancona en collega-schrijvers schetst De Jongh een gelaagd portret van een vrouw die vriend en vijand voortdurend kon blijven verbazen. Dit komt erg pregnant tot uiting in de geruchtmakende kwestie Weinreb. Friedrich Weinreb zou tijdens de Tweede Wereldoorlog tientallen Joden hebben gered. Als hij later onder vuur komt te liggen vanwege mogelijk seksueel misbruik, verdedigt Renate Rubinstein hem te vuur en te zwaard. Het is alleen de vraag of ze de zaak wel goed heeft bestudeerd.

Op zulke momenten blijkt ze geen kat om zonder handschoenen aan te pakken. Het dier, dat jarenlang als vaste gast fungeerde in haar Tamar-columns, krijgt van David de Jongh een prominente plek in dit treffende portret. Hij laat regelmatig een poes door het beeld paraderen. Als tastbare herinnering aan zijn fiere hoofdpersoon, die voor veel mensen onweerstaanbaar én onmogelijk schijnt te zijn geweest. Wanneer Rubinstein in de laatste jaren van haar leven Multiple Sclerosis krijgt, zoekt ze steun bij haar neef Maurits. Hij zal haar liefdevol begeleiden naar het, tóch, door haarzelf georkestreerde einde.

Selvportrett

VPRO

Waarschijnlijk is zij zelf een extreme uiting van waar ze met haar fotografie op mikt: het tegenhouden van de tijd en vasthouden van het moment. Sinds haar tiende heeft Lene Marie Fossen anorexia nervosa. Daardoor is ze nooit in de puberteit terechtgekomen. Fossen heeft nooit borsten gekregen en is ook nog nooit ongesteld geweest. ‘Als je niet eet, zet je je emoties uit’, vertelt ze. ‘Je drijft gewoon voort. Ik ben meerdere malen bijna dood geweest. Het is eigenlijk een soort langzame zelfdoding.’

De Noorse fotografe, eind twintig inmiddels, beschrijft de aandoening als ‘een Nazi-regime in mijn eigen lichaam’, een kwaadaardige manifestatie van de angst om op te groeien. Daarbij speelt ook schaamte voortdurend op. Volgens Lene wordt anorexia nu eenmaal beschouwd als een ziekte voor verwende mensen. Terwijl iemand met kanker doorgaans wordt omgeven door medeleven, krijgt een anorexiapatiënt vooral te horen dat ie moet doorbijten en nodig weer eens moet gaan eten.

In Selvportrett (58 min.), een bijzonder indringende film van Margreth Olin, Katja Høgseth en Espen Wallin, gaat ze de conformatie aan en legt zichzelf genadeloos vast, onder andere in een verlaten Grieks leprahospitaal waar ze halfnaakt poseert. Het resulteert in zeer confronterende foto’s, beelden die gewoon pijn doen. Tegelijkertijd zoekt ze met haar camera ook bij anderen, Syrische vluchtelingen bijvoorbeeld, naar wat het bestaan maakt, doet of aanricht in een willekeurig mensengezicht.

Als Fossen haar werk voorlegt aan de befaamde Noorse fotograaf Morten Krogvold, reageert die bijzonder enthousiast. Hij maakt zich sterk voor een expositie tijdens het Nordic Light Festival Of Photography in Kristiansund. Niet omdat ze ziek is, zegt hij er bij herhaling bij, maar omdat haar foto’s zo geweldig zijn. Lene Marie reageert beduusd op ‘s mans superlatieven. ‘Schaam je je?’ vraagt ze zelfs aan haar moeder als de tentoonstelling wordt geopend. ‘Nee, ik ben trots’, antwoordt die. ‘Je bent dapper.’

Toch wringt dat voortdurend in dit schrijnende (zelf)portret: Lene Marie wil gezien worden als fotografe, terwijl anderen via haar, inderdaad, bijzonder krachtige foto’s toch vooral een beschadigd mens zien. Bijna ongewild agendeert ze op zeer pregnante wijze de problematiek van eetstoornissen. De filmmakers vangen die dubbelheid in gestileerde beelden, begeleid door een sacrale soundtrack. Zo wordt de bijna Bijbelse dramatiek van haar werk en leven nog eens benadrukt.

Dit Selvportrett ligt daardoor echt zwaar op de maag – zo’n kijkervaring die bepaald niet alleen fijn is en die tóch verrijkend werkt – en zindert ook nog een hele tijd na.

Point Of Order!

‘Have you no sense of decency, sir?’ Die vraag van Joseph Welch aan senator Joe McCarthy zou de geschiedenisboeken ingaan. Vrij vertaald: hebt u dan geen enkel fatsoen, meneer? De klassiek geworden zinsnede van de professorale advocaat van het Amerikaanse leger aan het adres van de populistische politicus die overal communisten meende te zien, vormt ook de apotheose van deze gortdroge en toch fascinerende documentaire van Emile de Antonio uit 1964.

Point Of Order! (97 min.) volgt chronologisch – in zwart-wit, zonder interviews of toegevoegde muziek – de hoorzittingen van een senaatscommissie in de lente van 1954 rond beschuldigingen tegen McCarthy en zijn meedogenloze rechterhand Roy Cohn, een ploert die later te boek zou komen te staan als één van de gevaarlijkste advocaten van de twintigste eeuw. Zij worden ervan beticht dat ze de Amerikaanse minister van Defensie ernstig onder druk hebben gezet ten faveure van een willekeurige dienstplichtige soldaat. Deze G. David Schine zou Cohns stiekeme geliefde zijn geweest – een suggestie die tijdens het juridische steekspel overigens nooit direct onder woorden wordt gebracht.

De Kwestie Schine lijkt vooral te dienen om de raspopulist McCarthy, die in de voorgaande jaren een heksenjacht op Amerikaanse communisten heeft ontketend, kalt te stellen. De wilde beschuldigingen waarmee de Republikeinse senator uit Wisconsin complete levens ruïneert, moeten koste wat het kost worden gestopt. En dat titanengevecht mondt uit in een wirwar van verbale schermutselingen, juridische haarkloverij en talloze puntjes van orde, die uiteindelijk op maar liefst 187 uur film wordt vastgelegd. De afgewogen selectie die De Antonio daaruit heeft gemaakt werkt soepeltjes toe naar het moment waarop McCarthy, die tijdens de zittingen flink onder vuur heeft gelegen, besluit om terug te slaan.

Hij haalt een jonge kantoorgenoot van Joseph Welch, die communistische sympathieën zou hebben, door het slijk. En leidt daarmee zijn eigen ondergang in. Als Welch klaar is, rest er van de haatzaaier pur sang nog slechts een boer met kiespijn, die zijn ‘beste’ dagen inmiddels achter zich heeft liggen. Joe McCarthy zal drie jaar later op slechts 48-jarige leeftijd overlijden. Een gebroken man, die het collectieve geheugen ingaat als zijn eigen politieke vernietigingsstrategie: het McCarthyisme.

The Capote Tapes

Piece Of Magic

Hoewel Truman Capote (1924-1984) zo’n beetje de belichaming van de ons-kent-ons sfeer binnen de New Yorkse high society was, liep hij er soms ook in vast. Sterker: voor zijn beste werk, de true crime-klassieker In Cold Blood (1966), maakte de befaamde schrijver zich los van de incrowd en vertrok naar Kansas, waar hij zich jarenlang vastbeet in de geruchtmakende moord op de Clutter-familie. Tot het bittere eind, dat hij zelf voor zijn boek probeerde te bespoedigen.

Eenmaal thuis, maakt de gedegen documentaire The Capote Tapes (95 min.) van Ebs Burnough nog maar eens duidelijk, was het een heel eind gedaan met zijn schrijverschap, dat met Breakfast At Tiffany’s in elk geval nog één andere klassieker had opgeleverd. Capote, één van de eerste Amerikanen die openlijk homoseksueel was, zou volledig verzuipen in de celebrity-cultuur die hijzelf mede in gang had gezet. Hij werd meer talkshowgast dan schrijver, zegt auteur Jay McInerney.

Jarenlang zou Truman Capote werken aan een boek genaamd Answered Prayers. ‘Ik noem het mijn postume roman’, vertelde hij toentertijd in de talkshow van Dick Cavett. ‘Óf ik ga ‘m zelf doden. Óf hij doodt mij.’ Het boek zou nooit worden uitgebracht. Enkele gepubliceerde hoofdstukken, met allerlei roddel en achterklap over nauwelijks geanonimiseerde beroemdheden, zouden van hem zowat een persona non grata maken in eigen kring.

Burnough brengt ‘s mans opkomst en ondergang in beeld met fraai archiefmateriaal en laat dat inkaderen door Capote’s adoptiedochter Kate Harrington, enkele intimi en bevriende schrijvers. Hij completeert dit met nooit eerder gepubliceerde audio-opnamen van interviews die de literaire journalist George Plimpton deed met tijdgenoten als actrice Lauren Bacall, schrijver Norman Mailer en opiniemaker William Buckley Jr.

Zo reanimeert deze film vooral het larger than life-personage Truman Capote – méér dan de schrijver Truman Capote – en het tijdsgewricht waarin de cultus rond beroemdheid en beroemdheden op gang kwam. Een maatschappelijk fenomeen waarvan we nog altijd ontzettend veel last/plezier hebben.

Johnny vs Amber

Discovery+

Als vrouwenmepper heeft hij in het post #metoo-tijdperk eigenlijk geen toekomst meer in de filmindustrie. En dus sleept acteur Johnny Depp de Britse krant The Sun, die allerlei verhalen over zijn vermeende gewelddadige gedrag heeft gepubliceerd, voor het gerecht. Daar komt hij oog in oog te staan met zijn voormalige echtgenote, de actrice Amber Heard, de vrouw die hem van huiselijk geweld beschuldigt. Een typisch Zij Zegt/Hij Zegt-verhaal, dat voor buitenstaanders niet is te beoordelen. Al is dat voor menigeen – blijkbaar – geen enkel beletsel om het tóch, vaak zonder enige terughoudendheid, te doen.

De hele wereld kan/mag/moet dus meegenieten van Johnny vs Amber (95 min.), een epische echtelijke ruzie die voor het oog van zo’n beetje de halve mensheid wordt uitgevochten. Vuil, onsmakelijk en – blijkbaar – onweerstaanbaar. Want wij, gewone stervelingen, krijgen – blijkbaar – nooit genoeg van oorlog tussen de sterren. Tromgeroffel. Van Tom Cruise/Nicole Kidman, Brad Pitt/Angelina Jolie en Kanye West/Kim Kardashian tot – God betere dit! – Dré Hazes/Monique Westenberg, Marco Borsato/Leontine Ruiters en Lil’ Kleine/Jaimie Vaes.

In z’n film over Depp/Heard splitst regisseur Eliana Capitani de zaak van het Hollywood-paar op in twee delen: Johnny’s versie en Ambers versie. Onder het mom van ‘Who is lying? And who is telling the truth?’ Dat klinkt als een héél slecht idee, maar valt in de praktijk eigenlijk nog best mee. De inhoud is relatief serieus, de toon relatief ingetogen. Geen al te ranzige tabloid-tv dus – al voel je je als kijker natuurlijk tóch een voyeur. Ook omdat je nooit écht in de zaak zelf kunt kijken – als je dat al zou willen – en de naakte feiten kunt beoordelen. Nog afgezien van het feit dat dit ook helemaal niet je taak is, als Onbekende Nederlander.

Dan rest vooral verbazing over dit ongegeneerde ‘trial by media’ in het likkebaardende ‘court of public opinion’, dat met scherp formulerende medestanders, advocaten, privédetectives en de onvermijdelijke entertainment-deskundigen en een smoezelige grabbelton vol persoonlijke berichten en (stiekeme) beeld- en geluidsopnamen wordt opgetekend. Zo lijkt Johnny vs Amber een bijzonder onappetijtelijk portret van een gewezen droomkoppel te schetsen, maar in werkelijkheid zijn wij het zelf, de zichzelf aan alles wat maar naar ‘celebrity’ ruikt vergapende meute, die onder het vergrootglas en aan de leugendetector liggen.

En zo bezien is dit tweeluik niets minder dan een teken van deze tijd: het met afgewend hoofd voorzichtig oplichten van de deksel van een gezamenlijke beerput, waarvan je uiteindelijk zelfs met dichtgeknepen neus licht onpasselijk wordt.

Our Father

Netflix

Is er na de Nederlandse miniserie Het Zaad Van Karbaat en de Amerikaanse tegenhanger daarvan, Baby God, ruimte voor nóg een documentaire over een fertiliteitsarts die, ongevraagd natuurlijk, zijn eigen zaad heeft gebruikt om patiënten te bevruchten en zo een enorm nageslacht blijkt te hebben nagelaten? In tegenstelling tot zijn twee collega’s, Jan Karbaat en Quincy Fortier, is de stiekeme spermadonor van Our Father (97 min.) in elk geval nog in leven. Donald Cline kan zich dus hoogstpersoonlijk in de zaak mengen en verdedigen tegen alle aantijgingen. Als hij dat tenminste zou willen…

Verder voelt deze documentaire van Lucie Jourdan, wellicht simpelweg door de timing van de release, als een wandeling op bekend terrein. Terwijl het verhaal eigenlijk te gek voor woorden blijft. Net als de Cline-geschiedenis een wel erg hoog mosterd-na-de-maaltijd gehalte dreigt te krijgen, neemt de vertelling ‘gelukkig’ een sinistere wending, die associaties oproept met zowel The Handmaid’s Tale als het beruchte Lebensborn-project. De achtergronden daarvan zitten kernachtig vervat in Cline’s favoriete Bijbelcitaat: ‘Voordat ik u vormde in uw moeders schoot, kende ik u’ (Jeremiah, 1:5). Die intrigerende verhaallijn wordt alleen nauwelijks uitgediept.

Even later hervat Our Father zijn vertrouwde – en natuurlijk toch nog schokkende – betoog over die sjoemelende dokter weer. Met ouders die zich ernstig bedrogen voelen en kinderen die zich schamen voor wie ze (blijkbaar) zijn. De vraag dringt zich op: zou dit altijd al usance zijn geweest in de vruchtbaarheidsbusiness? De kans dat de ware aard van het zaad werd ontdekt leek in het pré-DNA tijdperk immers vrijwel nihil. Was het dan vreemd dat deze artsen, die tenslotte vrijelijk over nieuw leven konden beschikken, een soort God-complex ontwikkelden en begonnen te denken dat de wereld er alleen maar beter van zou worden als zij zich lustig zouden vermenigvuldigen?

Inmiddels zijn er in de Verenigde Staten een kleine vijftig van zulke hulpvaardige artsen tegen de lamp gelopen. Donald Cline, tevens kerkouderling in Indiana, geldt vooralsnog als de productiefste. Zijn nazaten hebben alleen weinig met hem op. Hij wordt door hen consequent ‘Cline’ of ‘that man’ genoemd. Voor hen is hij geen vader, eerder een verkrachter. En dat is dan weer vervat in een vrij plastisch tafereel dat Jourdan, net als andere kerngebeurtenissen uit deze onverkwikkelijke geschiedenis, met acteurs en afstammelingen heeft gereconstrueerd: nét voor de bevruchting maakt Cline zich in een zijkamertje letterlijk klaar voor de klus. Zodat er genoeg zaad is…

Het viezige karakter van ‘s mans levenswerk – zijn heilige missie? – wordt daarmee treffend verbeeld. In een film die een flinke dosis persoonlijk leed blootlegt, veroorzaakt door een man die vindt dat hij mag wikken en beschikken over het lot van een ander. Our Father legt het desondanks af tegen Het Zaad Van Karbaat, waarin dezelfde thematiek met meer diepte, nuance en (beeld)poëzie is uitgewerkt.