Pray, Obey, Kill

This image has an empty alt attribute; its file name is prayobeykill.jpg
HBO

Pastor Helge Fossmo van de Knutby Philadelphia-kerk had er al over gedroomd dat zijn vrouw Heléne zou sterven. En verdomd, niet veel later overleed ze inderdaad, slechts 27 jaar oud, in de badkuip. De hele kerkgemeente in het Zweedse dorp was er in 1999 van overtuigd dat God hem de boodschap hoogstpersoonlijk had ingefluisterd. Tegelijkertijd was er enorm respect voor de martelaar Helge, een weduwnaar die zijn lot manmoedig droeg. Nu scheelde ‘t natuurlijk ook dat Heléne naar een betere plek ging. Uiteindelijk was zij in de hemel misschien zelfs wel beter af dan hier in het ondermaanse.

Vijf jaar later verwisselde ook Helge’s tweede echtgenote Alexandra het tijdelijke voor het eeuwige. Zij bleek te zijn neergeschoten door Sara Svensson, het kindermeisje van het stel dat op dezelfde avond ook hun buurman Daniel Linde ernstig verwondde. Van diens vrouw Anette werd overigens gefluisterd dat ze alles had om vrouw numero drie van Helge te worden. Het was hem als pastor alleen niet toegestaan om te scheiden. Echt vreemd was het dan ook niet dat de politie in 2004 serieus inzoomde op het uitbundige SMS-verkeer tussen Helge en Sara. Hij zou haar toch niet hebben aangezet om zijn vrouw en de echtgenoot van zijn clandestiene geliefde neer te schieten?

Het illustere duo opereerde, getuige de zesdelige docuserie Pray, Obey, Kill (318 min.) van Henrik Georgsson, alleen beslist niet in een vacuüm. Ook Åsa Waldau, de leidster van de eigenzinnige pinkstergemeente die zich ‘de Bruid van Christus’ liet noemen, speelde daarin een prominente rol. Zij had haar zinnen eveneens gezet op Helge – een man die nochtans eerder oogt als een gemiddelde verwarmingsmonteur dan als een dodelijke combinatie van Brad Pitt, George Clooney en Johnny Depp – en wilde de ontwikkelingen ook maar al te graag naar haar hand zetten. Oh ja, om de zaak helemaal ingewikkeld te maken: Åsa was tevens de oudere zus van Alexandra.

De gebeurtenissen worden vijftien jaar na dato nog eens grondig onderzocht door de journalisten Martin Johnson en Anton Berg, die de hand weten te leggen op de originele politieverhoren van Helge Fossmo en met behulp van maquettes en tests duidelijk proberen te krijgen wat er precies gebeurd kan zijn. Ze krijgen tevens de kans om allerlei leden van de kerkgemeenschap te interviewen, inclusief de man die sinds 2004 vastzit voor de mysterieuze dood van zijn echtgenotes én de vrouw die namens hem bij echtgenote numero twee de trekker zou hebben overgehaald. Een handlanger met wie hij, natuurlijk, ook amoureuze betrekkingen had aangeknoopt.

Zoals dat gaat bij dit soort true crime-producties doorlopen de protagonisten allerlei onderzoekspistes die de zaak verdiepen of verbreden, worden ze aan het eind van elke aflevering met een belangwekkend nieuw feit geconfronteerd en stuiten ze onderweg op bewijs dat de gebeurtenissen wel eens in een ander licht zou kunnen plaatsen, zoals het ruwe materiaal van de politiereconstructie van Sara’s dodelijke tocht langs de slaapkamers van Alexandra en Daniel. De pogingen van Johnson en Berg om – via een continue onderlinge dialoog, die soms op een toneelstukje begint te lijken – tot waarheidsvinding te komen zijn overtuigend en spannend.

Wat er zich rond de eeuwwisseling precies heeft afgespeeld in die verknipte Zweedse sekte te Knutby, is na een kleine zes uur nog altijd niet helemaal opgehelderd: wie was het werktuig van welke duivel? Trok de onopvallende charmeur Helge aan de touwtjes? Of was het stiekem tóch, in de woorden van Sara, ‘de koningin van de hemel, de opperste liefde van het universum’ Äsa? Pray, Obey, Kill laat de kijker in elk geval achter met een knoeperd van een cliffhanger, die doet vermoeden dat er nog wel eens een tweede seizoen in het vat zou kunnen zitten.

Palme, Pappa En Ik

VPRO

In het voorjaar van 2020 krijgt ze een opmerkelijk bericht: kloppen de geruchten dat jouw vader de moordenaar van Olof Palme is? Signe Zeilich-Jensen, een Zweedse vrouw die tegenwoordig in Nederland woonachtig is, kan haar oren niet geloven. Wát? Ze gaat online op zoek naar meer informatie en vindt daar een interview met Maria, de ex-vrouw van haar vader Leif.

‘Het is mijn ex-man’ zegt ze, ‘die is gestorven in 1992.’ Een dag nadat de Zweedse premier Palme, op 28 februari 1986, werd vermoord in Stockholm, zou hij bij haar zijn langsgekomen. Leif had de snor afgeschoren die hem al sinds jaar en dag kenmerkte en oogde blij en opgetogen. ‘Ik weet wie Palme heeft doodgeschoten’, zou hij tegen haar hebben gezegd.

Belachelijk!, meent Signes moeder. ‘Hij kon mij niet eens vermoorden.’ Uitroepteken. Signe kan zich er echter ook niets bij voorstellen. Toch blijft de kwestie aan haar knagen. Het zal toch niet? Op naar Scandinavië dus, om de opmerkelijke levensloop van haar vader na te gaan en het raadsel te ontcijferen rond Palme, Pappa En Ik (50 min.).

Het wordt een persoonlijke zoektocht naar een man – en wie weet: een moordenaar – met wie ze al op jonge leeftijd gebrouilleerd raakte. Een academicus die gaandeweg, tijdens ontmoetingen met mensen die hem gekend hebben, tot leven komt. Typeringen als: charismatisch. Rechts, dat ook. Dominant. Excentriek. Drankzuchtig.

Leif Zeilich-Jensen was een verhalenverteller, zegt de één. Hij wilde een leidersfiguur zijn, constateert een ander. En gedroeg zich, volgens weer iemand anders, als een bedrieger. Maar een moordenaar? Zijn volwassen dochter, die deze egodocu maakte met haar echtgenoot Niek Koppen, kan ’t zich niet indenken. Al past vader wel opvallend goed in het daderprofiel.

35 Jaar en 134 potentiële daders later is de geruchtmakende moord op de Zweedse sociaaldemocratische premier, die destijds wereldnieuws was, nog altijd onopgelost. De zaak heeft een ‘moord op Kennedy’-achtige status gekregen, inclusief overactieve (amateur)detectives en allerlei mogelijke theorieën over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

Terwijl Signe Zeilich-Jensen onderzoekt of haar vader daarin een rol heeft gespeeld, leert ze vooral de man zelf, zijn dubbelleven en de schimmige werelden waarin hij zich begaf beter kennen. Die ontdekkingstocht, nuchter en zonder goedkoop effectbejag uitgeserveerd, levert talloze antwoorden op. Het blijft alleen tot het eind ongewis of ook die ene vraag kan worden beantwoord.

Pelé

Netflix

Dit had gemakkelijk een rechttoe rechtaan sportbiografie kunnen worden. Waarbij de held zich in de openingsscène van de film opmaakt voor het hoogtepunt van zijn carrière: de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 1970 in Mexico, waar hij Brazilië via een overwinning op Italië naar de derde wereldtitel moet leiden.

En daarna volgt de onvermijdelijke flashback: naar hoe het ooit armoedig in begon in het stadje Tres Coracoes, ‘s mans eerste wereldkampioenschap als zeventienjarige in 1958, zijn blessure bij de tweede Braziliaanse wereldtitel vier jaar later en de afgang van het nationale team in 1966. Zodat alle fundamenten zijn gelegd voor de glorieuze apotheose van de film tijdens dat WK van 1970. Waarna de protagonist met de wereldcup in z’n handen richting de aftiteling loopt. EINDE.

Het gekke is: Pelé (109 min.) heeft in grote lijnen inderdaad die overbekende opbouw en toch is het helemaal niet die film geworden. Omdat er ook kritisch wordt gekeken naar Edson Arantes do Nascimento, bijgenaamd Pelé. En omdat zijn carrière niet als een volledig op zichzelf staand fenomeen wordt gepresenteerd, maar is ingebed in de recente geschiedenis van zijn land, een broze democratie die in 1964 een militaire coup kreeg te verwerken. 

Voor Pelé veranderde er ogenschijnlijk niets toen Brazilië een dictatuur werd: hij bleef driftig scoren en hield zich verder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een tijdgenoot zoals Muhammad Ali, geheel afzijdig van elke vorm van politiek. Hij stond zogezegd boven de partijen. Pelé verschafte het Zuid-Amerikaanse land gewoon trots en zelfrespect. En daar kon een dictatoriaal regime natuurlijk weer van mee profiteren, in het bijzonder tijdens datzelfde wereldkampioenschap voetbal in Mexico.

‘Pelé was een stralende ster die schitterde in de zwarte hemel van het Braziliaanse leven’, stelt de Braziliaanse muzikant Gilberto Gil. ‘Hij was het symbool voor het potentieel van Brazilië om een eerlijker en gelukkiger land te worden.’ Pelé’s oud-ploeggenoot Paulo Cézar Lima is kritischer: ‘Hij gedroeg zich als een Oom Tom. De onderdanige zwarte man die alles maar aanvaardt, geen weerwoord geeft, geen vragen stelt of oordeelt. Dat neem ik hem vandaag nog steeds kwalijk.’

Zo krijgt deze meeslepende sportfilm van David Thryhorn en Ben Nicholas een lekker scherp randje, dat tegenwicht geeft aan de met veel schwung, drama en een volvette soundtrack doorgeakkerde loopbaan van Pelé en de hartverwarmende beelden van zijn ontmoeting met oude voetbalmaatjes. Op zulke momenten wordt de man die in eigen land voor een godheid wordt versleten ineens gewoon één van de jongens en voert hij ook meteen weer het hoogste woord.

In dit portret toont Pelé zo nu en dan tevens zijn kwetsbare kant. Hij telt inmiddels tachtig jaren, is moeilijk ter been en hoeft zich blijkbaar voor niemand meer groot te houden. Worden de besten soms nerveus? willen de filmmakers bijvoorbeeld op een gegeven moment van hem weten. ‘Niet soms’, antwoordt hij gedecideerd. ‘Altijd.’ Pelé denkt terug aan de laatste momenten, vóór de WK-finale van 1970. ‘Ik hield het gewoon niet meer’, zegt hij en schiet helemaal vol.

Zo nu en dan komt deze film, waarin behalve allerlei medespelers en kenners ook zijn zus en oom aan het woord komen, zo achter de facade van de gewone Braziliaan die het boegbeeld van zijn land en de grootste voetballer aller tijden werd. Als je naar zijn prijzenkast kijkt, staan alle anderen in zijn schaduw. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de documentaire Diego Maradona, over de Napolitaanse jaren van de Argentijnse superster, nog nét iets beter is dan dit eerbetoon. Ook omdat de hoofdpersoon zelf minder kleurrijk is.

Dat is echter op geen enkele manier bedoeld als diskwalificatie voor deze film over de man, de voetballer en het fenomeen Pelé, tot nader order één van de beste sportfilms van 2021.

PS Een kleine twintig jaar geleden werd de documentaire Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha uitgebracht. Over de twee grootste Braziliaanse voetballers van hun tijd. Inmiddels kan er geen twijfel meer over bestaan welke van de twee zal blijven voortleven in ons collectief geheugen en wie in de vergetelheid zal verdwijnen. In de film Pelé valt de naam Garrincha letterlijk niet één keer.

I Am Greta

Piece Of Magic

Ze is zonder enige twijfel één van de opmerkelijkste opinieleiders van onze tijd: de Zweedse tiener Greta Thunberg. Als vijftienjarige veegde ze al ongegeneerd wereldleiders de mantel uit vanwege hun totale onvermogen om de klimaatverandering tot staan te brengen. Het voormalige probleemkind, dat is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en dat enkele jaren in een diepe depressie zat, ontwikkelde zich zo tot een toonaangevende klimaatactivist.

In I Am Greta (98 min.) volgt documentairemaker Nathan Grossman Thunberg vanaf het moment dat ze in 2018 in schoolstaking gaat en op vrijdagen als eenzame demonstrant bij het Zweedse parlement begint te posten. Het duurt niet lang of ze wordt gespot door de media. En daarna volgen al snel uitnodigingen voor allerlei bijeenkomsten, ontmoetingen en congressen met politici, diplomaten en activisten, die maar al te graag goede sier maken met de messcherpe en welbespraakte Greta en de kijker zo menigmaal een gevoel van plaatsvervangende schaamte bezorgen.

Grossman richt zich ook op de werkelijkheid achter Het Klimaattheater: een tienermeisje met een fikse gebruiksaanwijzing, dat met haar vader Svante de wereld rondreist en gedurig worstelt met de aandacht die haar ten deel valt, haar eetpatroon en de bikkelharde, soms bijna kwaadaardige kritiek van alles en iedereen die niet op haar boodschap zit te wachten. Ze wordt zelfs het doelwit van dreigementen. En dan komt er een uitnodiging vanuit de Verenigde Naties in New York, de start van een hachelijke onderneming. Want omdat Greta weigert om te vliegen, moet ze per zeilboot de Atlantische Oceaan oversteken. Een tocht van maar liefst twee weken volgt, die veel van haar en haar vader zal vragen.

Onderweg, als de boot een speelbal van de golven is geworden, heeft de jeugdige milieuactivist het soms zwaar te halen. ‘Ik wil dit helemaal niet doen’, bekent ze huilend in de apotheose van deze krachtige documentaire, die uiteindelijk meer wordt dan een rondgang langs ’s werelds praatpaleizen. ‘Het is te veel voor me.’ De verantwoordelijkheid drukt even te zwaar op haar. Maar eenmaal in New York, waar ze wordt opgewacht door een enthousiaste mensenmenigte, pakt Greta de handschoen toch weer op en houdt een ziedende speech zoals alleen zij dat kan.

‘Dit is helemaal verkeerd’, houdt ze de braaf knikkende wereldleiders voor op de klimaattop van september 2019. ‘Ik zou hier niet moeten staan. Ik zou gewoon op school moeten zitten, aan de andere kant van de oceaan. En toch kijken jullie voor hoop naar ons, jonge mensen. Hoe durven jullie?’ Haar boodschap, uitgesproken terwijl de meeslepende soundtrack weer aanzwelt, kan worden opgevat als een onvervalste call to action voor een nieuwe generatie die de wereld wél op waarde weet te schatten: ‘Er komt verandering. Of jullie dat nu willen of niet.’

69 Minutes Of 86 Days

VPRO

86 dagen in nog geen 70 minuten. De komst van een driejarig meisje en haar familie naar Europa, teruggebracht tot z’n essentie. Tenten, maaltijden, treinen. Lopen, wachten, sjouwen. Drukte, rotzooi, stress. Hulpverleners, douanebeambten, vluchtelingen. Dat vooral: vluchtelingen, vluchtelingen, vluchtelingen. In colonne lopen ze weg van hun verleden.

Waaronder dus dat ene kind: Lean Kanjo. Grote ogen, haren in een staartje en een schattig roze Frozen-rugzakje. Meestal weggekropen in papa’s armen, soms even op zichzelf de wereld ontdekkend. Via het kleine Syrische meisje brengt regisseur Egil Haskjold Larsen in 69 Minutes Of 86 Days (70 min.) de maandenlange tocht van de familie Kanjo naar een nieuw vaderland in beeld. Van de aankomst op een met reddingsvesten, rubberbootjes en wrakstukken bezaaid strand in Griekenland tot de uiteindelijke eindbestemming: familie in Zweden.

De camera blijft in beweging en volgt de nieuwkomers nauwgezet. Gesproken wordt er nauwelijks. Hun gezichten spreken echter boekdelen: deze verweesde mensen willen vooruit, ook al kunnen ze eigenlijk niet meer en worden ze ook doodmoe van alle drempels die op weg naar dat nieuwe thuis moeten worden genomen. Voor Lean lijkt de tocht vooral een groot avontuur, dat op een heel vanzelfsprekende manier van minuut tot minuut wordt beleefd.

Larsen presenteert de gezamenlijke reis van de Kanjo’s zo sec mogelijk en zet alleen met stemmige muziek accenten. Zo komt hij heel dicht bij de daadwerkelijke ervaring van ontheemden, die moesten achterlaten wie ze waren, zonder precies te weten wie ze zouden gaan worden.

Becoming Zlatan

Waarom werd juist Zlatan Ibrahimovic een absolute wereldster en weet hij, inmiddels dik in de dertig, nog altijd van geen ophouden? Die vraag ligt impliciet onder de documentaire Becoming Zlatan (95 min.) uit 2016. In deze fijne sportfilm belichten Fredrik en Magnus Gertten hoe het Zweedse voetbaltalent Zlatan Ibrahimovic het fenomeen ‘Zlatan’ werd – hoewel hij dat volgens Mido, de Egyptische aanvaller die zijn directe concurrent was bij Ajax, eigenlijk van jong af aan al was geweest.

‘Ik koop nooit een speler zonder hem in de ogen te kijken’, stelt de toenmalige technisch directeur van Ajax, Leo Beenhakker. ‘Het was bijzonder: hij was 19, maar keek me recht in de ogen. Binnen een half uur waren we klaar. Vraag me niet waarom. Vraag me niet waarom je verliefd wordt op het ene meisje en niet op het andere.’ Zlatan had, volgens de altijd smakelijk formulerende Beenhakker, dat ene. Je ne sais quoi. Een onmiskenbaar vuur in de ogen.

Luciano Moggi, de directeur van Ibrahimimovic’ volgende club Juventus formuleert het anders. ‘Als hij geen voetballer was, was hij waarschijnlijk fietsendief geworden’, zegt hij lachend. Dat is wat minder bezijden de waarheid dan het in eerste instantie misschien lijkt. De boomlange sterspits groeide op in een getroebleerd migrantengezin in Zweden. Zijn ouders waren afkomstig uit het voormalige Joegoslavië en konden hem geen veilige thuisbasis bieden. Ibra, die zichzelf een zigeuner noemt, werd een onvervalst straatratje. Óók op het veld.

Een joch dat nog wel eens een elleboog wilde uitdelen en zo nu en dan in de clinch lag met alles en iedereen, zo wordt duidelijk in deze grotendeels uit archiefmateriaal opgebouwde film, die zijn roerige tijd bij Ajax (2001-2004) als uitgangspunt neemt. In die periode stoomde hij zichzelf klaar voor een loopbaan bij de grootste clubs van Europa. Insiders als David Endt, Ronald Koeman en Marco van Basten en zijn medespelers Mido, Jan van Halst, Jari Litmanen en Andy van der Meijde hebben levendige herinneringen aan het enfant terrible waarmee ze toen te maken hadden.

Parallel aan Zlatans Amsterdamse periode schetsen de gebroeders Gertten zijn ontwikkeling als tiener in Malmö. Ook toen waren er diverse momenten waarop zijn loopbaan een verkeerde afslag had kunnen nemen. Het succes dat nu, met de wijsheid van achteraf, zo vanzelfsprekend lijkt, kwam in werkelijkheid tot stand door een mengeling van talent, geluk en doorzettingsvermogen. Waarbij Zlatan over het vermogen bleek te beschikken om juist als alle signalen op rood leken te staan het allerbeste uit zichzelf te halen.

Deze documentaire toont daarvan het ultieme voorbeeld: na de tumultueus verlopen vriendschappelijke interland Nederland – Zweden, waarin Ibrahimovic teamgenoot Rafael van der Vaart blesseerde, scoorde hij de mooiste goal uit zijn Ajax-periode.

The Swedish Theory Of Love

Cinema Delicatessen

Hoe kan het dat in Zweden, één van de welvarendste landen van de wereld, de helft van de bevolking alleen leeft en een kwart zelfs alleen sterft? De Italiaans-Deense filmer Erik Gandini denkt in The Swedish Theory Of love (76 min.) een antwoord te hebben gevonden in een breed omarmd manifest over ‘de familie van de toekomst’ uit 1972. Het idee was toentertijd dat vrouwen zich los zouden maken van hun mannen en jongeren werden bevrijd van hun ouders. Traditionele familiestructuren moesten wijken voor volledige (economische) onafhankelijkheid.

In deze patchwork-achtige documentaire uit 2015 probeert Gandini vat te krijgen op het doorgeslagen individualisme dat daaruit volgens hem is voortgevloeid. ‘Iedereen gaat zijn eigen weg’, constateert een vrouw bijvoorbeeld somber, terwijl ze rondkijkt in de woonkamer van een man die een einde aan zijn leven heeft gemaakt. ‘Er is geen cement tussen ons.’ De vrouw heeft een beroep gekozen dat past bij zo’n samenleving: als een soort postume sociaal werker moet ze op zoek naar verwanten van mensen die (soms al enige tijd geleden) moederziel alleen zijn gestorven. De ‘onafhankelijke samenleving’, kortom, als een wereld waarin iedereen het zelf (moet) uitzoeken.

Gandini portretteert bijvoorbeeld mensen die in hun vrije tijd meedoen aan zoekacties naar verdwenen landgenoten en volgt vrouwen die zichzelf insemineren met sperma dat door een gespecialiseerd bedrijf netjes thuis wordt bezorgd. Je kunt het nog nét niet tot twee weken na ontvangst terugsturen, met daarbij de garantie dat je je geld terugkrijgt. Veel mensen denken dat geluk een leven zonder problemen inhoudt, stelt de hoogbejaarde Poolse socioloog Zygmunt Bauman niet voor niets. Echt geluk vereist volgens hem echter het overwinnen van tegenslag. ‘En dat gaat verloren als het comfort groeit.’ Zonder zulke uitdagingen is de individuele mens in Baumans ogen verloren. ‘Aan het eind van onafhankelijkheid wacht geen geluk’, stelt hij met gevoel voor drama aan het eind van deze docu. ‘Maar leegheid, zinloosheid en totale verveling.’

Het is geen opwekkende conclusie voor een film, die desondanks lekker vlot is gemonteerd, een gezonde dosis koddige muziekjes bevat en in het algemeen gewoon erg vermakelijk is. Tegenover de verweesde individuen in het hedendaagse Zweden (lees ook gerust: Nederland) plaatst Gandini bovendien, enigszins simplistisch, de Zweedse chirurg Erik Erichsen, die is verkast naar Ethiopië, daar het eenvoudige leven heeft (terug)gevonden en met zeer primitieve middelen zijn vak uitoefent, te midden van de mensen waarvoor hij werkt. Alsof een dergelijke manier van leven een oplossing zou bieden voor de ondraaglijke leegte van het onafhankelijke bestaan. Het lijkt me een even naïeve als aanlokkelijke gedachte.

Diezelfde Erik Erichsen is tevens de hoofdpersoon van Erik Gandini’s volgende documentaire. In The Rebel Surgeon uit 2017 wordt de arts geportretteerd tijdens zijn werk in Ethiopië. Hij helpt bijvoorbeeld een plaatselijk meisje met een afschuwelijk abces in haar mond, een aandoening die je na afloop van de film nog dagenlang blijft achtervolgen.

Life Overtakes Me

Netflix

De kinderen stoppen met praten. Ze gaan gewoon liggen. En daarna willen ze steeds minder eten en drinken. Totdat ze er helemaal mee ophouden. In catatonische toestand vervolgen ze hun leven. Doods liggend in een rolstoel. Of gewoon op bed. In een soort coma. Voor enkele maanden. Een compleet jaar. Of… En hun ouders denken dat ze doodgaan.

De korte documentaire Life Overtakes Me (40 min.) belicht het zogenaamde berustingssyndroom, waaraan maar liefst honderden vluchtelingenkinderen in Zweden zouden lijden. De filmmakers John Haptas en Kristine Samuelson portretteren bijvoorbeeld een Oekraïense familie, die zich in eigen land bedreigd voelde en is gevlucht. Als de asielaanvraag van het gezin wordt afgewezen, begint hun ooit zo actieve dochter Daria zich terug te trekken in haar eigen wereld. Al acht maanden oogt ze als Sneeuwwitje, die nodig wakker gekust moet worden.

Ook de andere ‘afwezige’ kinderen in deze sobere film, die in leven moeten worden gehouden met sondevoeding, hebben hun eigen verhaal. Getuige van een moord, aanwezig bij een verkrachting. Getraumatiseerd, dat zeker. Tegenslagen in hun nieuwe vaderland zetten hun lijf vervolgens helemaal op slot. Is het zelfbescherming? Of belazeren deze kinderen en ouders de kluit, zoals sommige criticasters beweren, om zo een verblijfsvergunning voor hun familie af te dwingen?

De psychologen die in Life Overtakes Me aan het woord komen twijfelen niet aan het Resignation Syndrome, maar waarom juist vluchtelingen uit de Balkan of de voormalig Sovjet-republieken deze problemen hebben en waarom die zich vrijwel uitsluitend in Zweden manifesteren? Daarover tast eigenlijk iedereen in het duister. Intussen is het pijnlijk om te zien hoe de ouders, in afwachting van een definitief besluit over hun asielaanvraag, moeten hannessen met kinderen, die bevangen lijken te zijn door pure angst.

Flogstavralet

Fateh Shams

Zijn ze ’t ooit op advies van een psychiater gaan doen? Of is het een soort naargeestig eerbetoon aan iemand die ooit rond die tijd van de flat afsprong? Niemand weet het zeker. Feit is dat de studenten van de Flogsta-campus in het Zweedse Uppsala elke avond om tien uur hun raam, balkon of dak opzoeken en vervolgens de longen uit hun lijf schreeuwen.

The Flogsta Scream, juist. Een fenomeen dat zich blijkbaar inmiddels heeft verspreid naar andere Zweedse studentensteden. In Flogstavrålet(18 min.), een korte gestileerde documentaire uit 2013 waar een collega me onlangs op tipte, zoomt regisseur Johan Palmgren in op het ‘studentenghetto’.

Hij maakt van Flogsta een duistere, ronduit unheimische plek, waar de politie wordt ingeschakeld als er eten uit de koelkast is gestolen, een onbekende man de lift ingaat met een soort Darth Vader-masker op en in de lege eetzaal een verweesde jongen luidkeels zit te zingen. En in deze flat zijn het niet de jongeren die voor geluidsoverlast zorgen, maar speelt een jazzorkest van oude van dagen zo hard dat niemand een oog dicht doet.

Zou de hele bedoening in scène zijn gezet? Dat gevoel bekroop mij heel even. Zeker toen om klokslag tien uur alle buitenbeentjes, die in Flogstavrålet met grove pennenstreken worden geportretteerd, zich inderdaad opmaakten voor een gezamenlijke oerschreeuw, die voor een gevoel van opluchting en verbondenheid moet zorgen.

En toch, of misschien wel juist daarom, blijft deze sluwe en absurdistische film je bij.