Au Bain Des Dames

Caviar Paris / Les Films de Nout

‘Beha aan, ouwe taarten’, staat er op een wand bij het strand van Marseille gekalkt. Joëlle reageert direct. De oudere Française trekt haar topje uit, steekt haar beide middelvingers in de lucht en roept demonstratief ‘fuck!’. De korte documentaire Au Bain Des Dames (30 min.), een joyeuze film van Margaux Fournier, kan beginnen. Even later liggen Joëlle en haar vriendinnen comfortabel aan het strand. Enkele van hen inderdaad, net als zij, zonder beha, topless.

Ze praten over mannen, over relaties en over seks. Zonder meel in de mond. Expliciet. Vulgair zelfs. Zoals we vrouwen op leeftijd eigenlijk niet meer hebben horen praten sinds Heddy Honigmanns O Amor Natural (1996). Joëlle houdt van stoere mannen, vertelt ze. Type Charles Bronson, Al Pacino of Robert De Niro. En Patrick Bruel, die wordt alsmaar knapper. Ze heeft overigens ook ervaring met vrouwen, vertelt Joëlle onbeschroomd op dat stukje strand dat helemaal van hen lijkt.

Geflirt wordt er ook, in het zonovergoten Marseille. ‘Ik zou hem wel lusten’, bekent Joëlle bijvoorbeeld over een plaatselijke Casanova, een man met een gebruind lijf in een flatterende zwembroek. ‘Een lekker stuk vlees.’ Is het bluf? ‘Honden geven mij de liefde die jullie mij niet geven’, klaagt een andere oudere Adonis, terwijl hij het hondje van één van de dames, in leeftijd uiteenlopend van grofweg zestig tot honderd, liefdevol aanhaalt. Hij gaat daarna tussen hen in liggen.

Fournier zet de verwikkelingen onder de zon aan met romantische muziek en schroomt ook niet om close-ups van de gebruinde oudere lichamen te tonen. Gaandeweg komt vanachter het gebabbel en de bravoure ook een kwetsbaardere kant van met name Joëlle tevoorschijn. De hekel die ze heeft gekregen aan haar eigen uiterlijk, bijvoorbeeld. ‘Ik kijk in de spiegel’ vertelt ze. ‘En spuug naar mezelf.’ En de relatie met haar ex-echtgenoot, die we nu toxisch zouden noemen.

Au Bain Des Dames is desondanks doordesemd van een onweerstaanbaar joie de vivre, van oude lijven met jonge geesten (of andersom), dat vertrouwen geeft in de toekomst, als menigeen z’n geest jong probeert te houden terwijl dat lichaam toch echt ouder wordt.

De Witte Man

Omroep Zwart

Ze heeft een tiental Nederlandse mannen verzameld in haar ‘reservaat’, dat verdacht veel lijkt op een Hollandse kroeg. Ze heten, bepaald niet toevallig, allemaal Jan. Samen vormen Afvaljan, Geschiedenisjan, Reclamejan, Boerjan en hun naamgenoten een aardige afspiegeling van De Witte Man (93 min.). Want daarover wil Qian van Binsbergen haar licht eens laten schijnen. Ze gaat die spreekwoordelijke man in pak ook observeren: in zijn eigen territorium, op een rots in een dierentuin, kan hij ongegeneerd worden aangegaapt, bewonderd en verafschuwd.

Deze driedelige serie is stilistisch een logisch vervolg op De Afhaalchinees, de docuserie waarmee ze in de afgelopen jaren de ene na de andere prijs won. Van Binsbergens signatuur als maker is direct herkenbaar: ze is zelf nadrukkelijk aanwezig, legt dwarse dwarsverbanden (tussen mannen en wolven, vogels en vissen bijvoorbeeld), verbeeldt haar thematiek met theatrale mise-en-scènes, maakt historische uitstapjes, veroorlooft zich best eens een grapje, klutst er vlotte hits doorheen en gaat tussendoor ook nog met Jan en alleman in gesprek. More is more, zogezegd.

Met zowel deskundigen als cultureel antropoloog Gloria Wekker, criminoloog Marieke Liem, sociaal psycholoog Elena Bacchini en politicoloog Sarah de Lange als de mannetjes Tim Hofman (BOOS), Abel van Gijlswijk en Nout Kooij (Hang Youth), Tibor Wouda (fitfluencer) en acteur Michiel Romeyn (de man achter de Jiskefet-personages Oboema ‘de witte neger’, en de lullo, jawel, Van Binsbergen) akkert de filmmaakster actuele thema’s als cancelcultuur, femicide, wit privilege, positieve discriminatie, seksisme, de manosfeer en anti-AZC protesten door.

Met haar geprononceerde voice-over verbindt Qian van Binsbergen al die mensen en onderwerpen losjes met elkaar. Ze zigzagt tussen verhaalelementen, houdt het tempo erin en snijdt daarbij ook wel eens een bochtje af. Want het blijft te allen tijde ook duidelijk waar zij zelf staat: aan de kant van alle niet-witte mannen die van mening zijn dat dat ene roofdier nu maar eens pas op de plaats moet maken, op z’n nummer gezet mag worden of op zijn minst goed in de spiegel dient te kijken. Daarbij vraagt ze zich meteen af of die witte man wel kan zien hoe wit hij is.

Waarbij de wedervraag natuurlijk zou kunnen zijn: ziet zij in elke witte man werkelijk dezelfde witte man? Geen Jan lijkt immers hetzelfde.

The Cult Of NatureBoy

ABC / Hulu / Disney+

‘Wie zijn wij?’ roept de charismatische Afro-Amerikaanse leider naar zijn jonge volgelingen, die zich aan weerszijden van hem op een trap hebben opgesteld. ‘Carbon Nation!’ antwoorden zij in koor, terwijl Eligio Bishop, als hun zelfverklaarde Godheid, over de traptreden schrijdt. Het tafereel is duidelijk geënsceneerd, voor een social mediaproductie van Bishops beweging.

‘Wat is Carbon Nation?’ vraagt ie vervolgens. Waarna zij opdreunen wat hij wil horen: ‘Het Christusbewustzijn.’ Bishop, die zich ook wel NatureBoy noemt en die leven in en van de natuur predikt, kijkt om zich heen, naar de fleurig geklede Afro-Amerikaanse mannen en vrouwen die in de houding blijven staan. ‘En wie zijn jullie?’ Zij antwoorden in koor: ‘Engelen van de Allerhoogste. Goddelijke Lichtengelen.’

En dan meldt NatureBoys echtgenote zich. ‘Wie ben ik?’ vraagt Velvet. Ook zij wordt als een vorstin onthaald. ‘Koningin Eliana’, roepen haar onderdanen deemoedig. ‘Opperbevelhebber van het aardse vlak. Mijn hogere zelf.’ Zij weet zelf echter wel beter. Ook Velvet is niet meer dan een figurant in The Cult Of NatureBoy (163 min.), een getroebleerde zwarte jongeling die zich opwerpt als geestelijk leider.

Ten tijde van het potsierlijke ritueel heeft hij in deze vierdelige serie van Benjamin Zand allang zijn ware gezicht laten zien. Het zal nu ook niet lang meer duren voordat hij zijn naam laat tatoeëren op de billen van zijn favoriete ‘godinnen’. Want zo gaat dat met sekteleiders: gaandeweg eigenen ze zich totale macht, al het geld en de vrouwen toe. Dan moeten alleen de mannen nog geknecht en vernederd worden.

Op de beelden die hij zelf via sociale media heeft verspreid vanuit exotische plekken zoals Costa Rica, Belize en Hawaii oogt NatureBoy simpelweg als een doorgedraaide gek, met een Bijbel-tic, misogyne trekjes en een gewelddadige inslag. Bij de jonge mannen en vrouwen van kleur die zich bij hem hebben aangesloten begint dat alleen pas te dagen als het al te laat is en ze ernstige schade hebben opgelopen.

Zand serveert deze klassieke sektegeschiedenis uit als een spannend verhaal, compleet met gelikte reconstructies waarvoor ook de slachtoffers zelf hun beste beentje voorzetten. Hij legt hen verder niet op het rooster: waarom hadden ze behoefte aan een leider die alles lijkt te weten en overal een antwoord op heeft? En zagen ze echt niet aankomen dat in Carbon Nation maar één persoon zou gedijen?

Zulke ongemakkelijke vragen blijven achterwege in de aalgladde miniserie The Cult Of NatureBoy, die de casus van de Carbon Nation, eerder ook wel de Melanation genoemd, behandelt als het kwaadaardige geesteskind van één enkele meestermanipulator, die zich zonder enige terughoudendheid uitgeeft voor de Messias.

No Baby On Board

Journeyman Pictures / Prime Video

Ze heeft er het geld niet voor, zegt ze tegen zichzelf. Ze is bovendien eigenlijk al te oud. En ze heeft slechte ervaringen met haar eigen familie. Genoeg redenen voor Julia Kots, die al even in de veertig is, om niet (meer) aan kinderen te beginnen. Ze heeft alleen nog wel veertien ingevroren eicellen. Net als het leeuwendeel van de Amerikaanse vrouwen die eitjes in bewaring hebben gegeven bij een cryobank gaat Julia daar nooit daadwerkelijk gebruik van maken. Kan ze ze niet gewoon doneren?

Die vraag is voor de documentairemaakster meteen een aardig startpunt om zich in No Baby On Board (79 min.) te buigen over de afwegingen van Amerikaanse vrouwen om wel of niet voor kinderen te kiezen. In 2035 zal volgens prognoses een kwart van hen geen baby meer ter wereld brengen. De redenen daarvoor zijn divers. Ze wilden van jongs af aan al geen kinderen. Het was hen helaas niet gegeven. Ze willen geen kind op deze wereld zetten. Of zoals Kots zelf: het kwam er door allerlei oorzaken nooit van.

In deze interessante documentaire, verrijkt met speelse animaties van David Makadi en een karrenvracht achtergrondinformatie, gaat ze in gesprek met gelijkgestemde vrouwen die niet zwanger willen (of kunnen) worden – en met haar eigen moeder, die van mening is dat ook het perspectief van vrouwen mét kinderen in de film hoort. Samen met hen beent Kots de overwegingen uit om wel/niet kinderen te nemen en de gevolgen op korte en lange termijn van die keuze, zowel op persoonlijk als maatschappelijk niveau.

De betaalbaarheid van het ouderschap passeert in deze film, die wel een wat breder palet aan vrouwenstemmen had kunnen gebruiken, regelmatig de revue als overweging. Kan ik me eigenlijk wel een kind veroorloven? vraagt niet alleen Julia Kots zelf zich af. Want dat schijnt in de Verenigde Staten, nog los van studiekosten, gemiddeld zo’n 300K te kosten. Enigszins jaloers kijkt ze dus naar landen als Zweden, Frankrijk en Nederland, waar een zorgverzekering, kinderopvang en betaald verlof wel collectief zijn geregeld.

Tussen alle gesprekken over het verwachtingspatroon waarmee vrouwen krijgen te maken, die eeuwige biologische klok en de al dan niet doorzettende overbevolking door, moet de filmmaakster ook nog bepalen wat er met haar ingevroren eicellen moet gebeuren: er een vrouw of stel met een kinderwens mee verblijden, doneren aan de wetenschap of toch… weggooien? Die keuze wordt nog eens gecompliceerd, zo wordt later pas duidelijk, door oud zeer waarmee Kots sinds haar tienerjaren rondloopt.

De keuze om (geen) ouder te worden – als die je überhaupt al is gegeven – laat zich nu eenmaal niet op puur rationele gronden verklaren.

Chris & Martina: The Final Set

Netflix

‘Ze voerden een eeuwige oorlog op de tennisbaan. En nu proberen ze elkaars leven te redden.’ De woorden zijn afkomstig van Chris Everts voormalige echtgenoot Andy Mill, maar zijn quote is niet voor niets te horen als de titel van deze documentaire in beeld verschijnt: Chris & Martina: The Final Set (97 min.). Dit is de tagline, de reden om deze film te bekijken. Want dat is behalve een boeiende terugblik op één van de grootste tweekampen uit de sporthistorie vooral ook een aangrijpend portret van twee vrouwen die door ziekte, kanker, voor het eerst de controle over hun leven helemaal kwijt zijn en dan elkaars gezelschap weer opzoeken.

Chris Evert en Martina Navratilova vormen in de jaren zeventig en tachtig de Yin en Yang van het vrouwentennis. Het meisjemeisje uit Florida versus de communistische ‘overloper’ uit Tsjechoslowakije. Verfijnd baseline-spel tegenover krachtig serve & volley. Natuurtalent versus power. ‘Cute’ tegen ‘tomboy’. Achteraf bezien lijkt het onvermijdelijk dat de ‘Chrissie Craze’ ook gepaard zou gaan met Martina-weerzin. Zeker als haar geaardheid, een publiek geheim in de tenniswereld, de media bereikt. Navratilova wordt in The New York Daily News ongewild geout als ‘biseksueel’, de term die als vluchtheuvel wordt gebruikt door vrouwen die in werkelijkheid op vrouwen vallen.

De aanvankelijke vriendschap tussen de twee tegenpolen lijkt in dit dubbelportret van Rebecca Gitlitz dan te zijn veranderd in ijzige rivaliteit. Omdat een innige relatie het ten koste van alles willen winnen in de weg zou kunnen staan. Inmiddels zijn de vriendschapsbanden hersteld en kunnen de aartsrivalen samen op de bank wedstrijden terugkijken – en zowaar blij zijn voor de ander. Gitlitz laat hen ondertussen reflecteren op hun levens die volledig in dienst stonden van de sport. Ze worden daarbij terzijde gestaan door familieleden en kennissen, tennisinsiders en voormalige concullega’s zoals Billie Jean King, John McEnroe en Pam Shriver.

Terwijl Evert en Navratilova elkaar aansporen om nog eenmaal het beste uit zichzelf te halen, tijdens de allesbeslissende tiebreak tegen een gemeenschappelijke opponent die niet maalt om geld, macht of status, tonen ze uit welk hout ze zijn gesneden. Ieder voor zich gaan ze moedig de strijd aan met de ingrijpende kankerbehandelingen. En samen lijken ze, net als tijdens hun epische tenniscarrières, vooralsnog onverslaanbaar.

Emily: I Am Kam

Greg Weight

Kunst als bevrijding. Van armoede, vooroordelen en gebrek aan zelfrespect. Via hun kleurrijke, gebatikte doeken vragen Emily Kam Kngwarray en de andere aboriginal-kunstenaressen van het Utopia Women’s Batik-programma vanaf eind jaren zeventig aandacht voor de achtergestelde positie van hun volk, Australië’s oorspronkelijke bewoners, en maken ze meteen een voorzichtig begin met het verbeteren daarvan.

De ontzagwekkende schilderwerken van de matriarch Emily Kam Kngwarray (1910-1996) mogen zich al snel in bijzondere aandacht verheugen. Dertig jaar na haar dood geldt zij als één van de beeldbepalende kunstenaars van Australië en als een onbetwist boegbeeld van de inheemse bevolking. In de boeiende documentaire Emily: I Am Kam (58 min.) laat Danielle MacLean zien dat dit bepaald niet vanzelf is gegaan. Tijdens de permanente strijd om hun land met de ‘whitefeller’ hebben Emily en de andere vrouwen van de inheemse gemeenschap in het woestijnachtige Alhalker Country in Centraal Australië niets voor niets gekregen.

Met trotse aboriginal-vrouwen, die destijds nog met hun beroemde voorvrouw hebben gewerkt of die later door haar zijn geïnspireerd, en witte kunstkenners en conservatoren van de National Gallery of Australia in Canberra, waar een overzichtstentoonstelling van Emily’s werk wordt georganiseerd, tekent MacLean de vrouw, de kunstenaar en de leider op. Zij komt verder tot leven met fraaie archiefbeelden, uit de tijd waarin Kam Kngwarray de kunst in zichzelf ontdekt en anderen de kunstenares in haar ontdekken, en hedendaagse beelden van de gemeenschap die met en zonder haar doorleeft, vervat in grondig doorleefde zang- en dansceremonies.

Emily Kam Kngwarray leeft voort als een vrouw die op latere leeftijd weliswaar nog moest leren hoe ze haar eigen naam kon schrijven en die tegelijk als geen ander kon schilderen wie zij was en is en wie zij, haar volk, waren en nog altijd zijn.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.

La Fiscal

Netflix

‘Waarom is straffeloosheid de norm?’ vraagt de zojuist benoemde hoofdofficier van justitie Femicide van Mexico-stad, de activistische advocate Sayuri Herrera Román, zich af bij aanvang van La Fiscal (internationale titel: The Prosecutor, 176 min.). In 2020 zijn er bijna 3800 vrouwen vermoord in Mexico, waaronder zo’n duizend gevallen van femicide. Op de dag dat zij aantreedt, nemen alle openbaar aanklagers echter ontslag. Ze weigeren om samen te werken met deze linkse ‘herrieschopper’.

Onrecht voor één vrouw betekent onrecht voor alle vrouwen, vindt Herrera. Overal op het kantoor van het Parket Femicide liggen gigantische stapels papieren, dossiers van allerlei openstaande cases. ‘Deze samenleving genereert geweld omdat het sociale weefsel gewelddadig is’, vertelt ze in de driedelige docuserie van Paula Mónaco Felipe en Miguel Tovar. ‘We lossen één moord op en er komen drie nieuwe bij.’ En desondanks blijft ze zich met haar team vastbijten in de lijvige onderzoeksdossiers.

Enkele van die zaken worden in La Fiscal verder uitgewerkt. Jonge vrouwen die plotseling zijn verdwenen of bruut vermoord, met doorgaans hun (ex-)partner als voornaamste verdachte. Als Sayuri Herrera en haar gedreven collega’s zich in zulke casussen verdiepen, ontdekken ze hoe weinig een vrouwenleven soms waard is in hun land en hoe moeilijk ‘t is om mannen daarvoor veroordeeld te krijgen, ook omdat die regelmatig in de rug worden gedekt door machtige vrienden of corrupte autoriteiten.

De strijd tegen femicide krijgt zo ook een politiek karakter, waarbij Herrera en haar beschermvrouwe, procureur-generaal Ernestina Godoy, zich opwerpen als pleitbezorgers van de vermoorde vrouwen en hun nabestaanden. Intussen besluit zij, als alleenstaande vrouw, ook om een kind te adopteren – een verhaallijn waarvan de achtergronden slechts beperkt wordt uitgewerkt. De keuze voor het moederschap dwingt Herrera tot zelfreflectie: is haar missie wel te combineren met het opvoeden van een kind?

Deze schrijnende miniserie toont hoe weerbarstig dat gevecht om gerechtigheid is. Hoe hard de hoofdofficier van justitie Femicide, haar medewerkers en de familieleden en vrienden van de slachtoffers ook hun best doen om de waarheid boven tafel te krijgen, veel daders blijven tot hun grote verdriet en frustratie onbestraft. Terwijl het, in de woorden van Sayuri Herrera, in wezen heel simpel is: gerechtigheid is de beste therapie. Voor de nabestaanden, Mexicaanse vrouwen en hun land in het algemeen.

Overal waar ze komt, ontmoet zij echter vrouwen – moeders, zussen, vriendinnen – die een foto omhoog houden. Van nóg een slachtoffer dat op gerechtigheid wacht.

Silenced

Stranger Than Fiction Films

In The Six Billion Dollar Man, de definitieve film over WikiLeaks-voorman Julian Assange, claimt ze al één van de belangrijkste bijrollen als verteller en Assanges steun en toeverlaat in zijn jarenlange juridische gevecht. Nu is de Australische mensenrechtenadvocate Jennifer Robinson onbetwist de centrale figuur van de documentaire, Silenced (97 min.). Ook ditmaal blijft ze echter dienstbaar aan een groter thema: seksueel geweld tegen vrouwen – en dan in het bijzonder hoe vrouwen door (misbruik van) het rechtssysteem het zwijgen wordt opgelegd.

Filmmaker Selina Miles volgt Robinson als ze de Amerikaanse actrice Amber Heard bijstaat. Zij is in een geruchtmakende rechtszaak over (vermeend) huiselijk geweld verwikkeld geraakt met haar ex Johnny Depp. De bijbehorende mediastorm wordt gekenmerkt door een enorme Amber-haat, bijvoorbeeld vervat in wijd verspreide billboards met de tekst ‘Ditch the witch’. En die zou wel eens het gevolg kunnen zijn van een gerichte online-campagne om haar zwart te maken. Een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, aldus Robinson en Heard zelf.

Vanuit deze aansprekende casus maakt Miles uitstapjes naar andere zaken, waarbij vrouwen juridisch in het nauw worden gedreven door mannen die ze hebben beschuldigd. In Mexico wordt journaliste Catalina Ruiz-Navarro van het online-magazine Volcánicas bijvoorbeeld aangeklaagd, omdat ze heeft gepubliceerd over #metoo-klachten tegen de Colombiaanse filmmaker Ciro Guerra. Ook politiek medewerker Brittany Higgins moet in Australië voor de rechter verschijnen nadat ze haar collega Bruce Lehrmann heeft beschuldigd van verkrachting.

Vrouwen zoals zij worden intussen publiekelijk met pek en veren overgoten. Pure misogynie. En bepaald geen toeval, aldus onderzoeksjournalist Alexi Mostrous van The Observer, maker van de podcast Who Trolled Amber?. Vijftig procent van de negatieve tweets over Heard is bijvoorbeeld afkomstig van verdachte bronnen. Een vuile oorlog die zich vervolgens heeft herhaald in de zaak waarin Blake Lively haar tegenspeler Justin Baldoni, bijgestaan door dezelfde public relations-deskundige als Johnny Depp, beschuldigde van wangedrag op de filmset van It Ends With Us.

Jennifer Robinson, die het thema van geweld tegen vrouwen ook kent vanuit haar eigen familie, brengt Amber Heard, Catalina Ruiz-Navarro en Brittany Higgins samen in deze film. Selina Miles maakt zo meteen de stand van zaken op in het dossier #metoo, een kleine tien jaar nadat dit werd opgestart met beschuldigingen aan het adres van filmproducent Harvey Weinstein. Alles overziend, met ook de geruchtmakende zaken rond de gebroeders Tate en het Franse misbruikslachtoffer Gisèle Pelicot in het achterhoofd, is het de vraag of er in die tijd werkelijk vooruitgang is geboekt.

Deze bewogen film, gebaseerd op het boek How Many More Women? dat Robinson schreeft met Keina Yoshida, schetst in elk geval geen rooskleurig beeld.

Ultras

Story / Autlook

Wat er op het veld gebeurt lijkt bijzaak. De belangrijkste bijzaak van de wereld, dat wel. Zowel voor de Ultras (88 min.) zelf als in deze documentaire van Ragnhild Edner over hen. De Zweedse filmmaakster, zelf fanatiek supporter van IFK Göteborg, richt haar camera op de mensen voor wie voetbal een religie lijkt. Ze vormen één grote (vul de clubkleuren in:) … familie. In hun kerken, de stadions, belijden ze samen hun geloof. In zichzelf, elkaar en hun club. Verbonden voor het leven, van de wieg tot de kist. Ook in hun weerzin tegenover de eeuwige rivaal, de vijand, de staat.

De club is van hen en in elk geval véél groter dan willekeurig welke topvedette of succescoach. Zíj – en niemand anders – zíjn Boca JuniorsLech Poznan of Manchester City. En dat gevoel is in Europa of Zuid-Amerika niet wezenlijks anders dan in Afrika of Azië. Edner focust zich op het collectief en slechts beperkt op het individu daarbinnen. Geen exotische varianten dus op Jan met de pet en een Ajax-hart, de onverbeterlijke Feyenoord-hooligan of een boerse Eindhovenaar die z’n stem stuk zingt op hoe PSV eens per jaar kampioen wordt. Wel op wat mensen zoals zij van hun club krijgen.

Ultras is een portret van een – afhankelijk van je gezichtspunt – al jaren florerende subcultuur, van vooral mannen, die zich dwars door rangen, standen en klassen beweegt. Met z’n geheel eigen regels, codes en uitingsvormen. Individuele supporters doen er in wezen niet toe in deze observerende film en blijven dus volledig buiten beeld. Zij willen vaak zelf ook niet herkenbaar zijn voor rivaliserende clans, problemen met de wet vermijden én geen doelwit worden voor de autoriteiten. Want een autocratische regime kan het stadion ook zomaar gebruiken als een proeftuin voor repressie.

Ultras uit Egypte ontdekten tijdens de Arabische Lente in 2011 bijvoorbeeld welke maatschappelijke kracht ze konden ontwikkelen, de feminiene supportersgroep Ladies Curva Sud van PSS Sleman probeerde in Indonesië de positie van vrouwen te verbeteren en fans van het inclusieve Eastbourne Town maakten, met de slogan ‘this club belongs to you and me’, een vuist tegen het grootkapitaal in de Britse Premier League. Het sleutelwoord voor al deze fanatieke clubs lijkt ‘samen’. Door goede en slechte tijden. Dik en dun. Waarbij ook hier natuurlijk niemand groter is dan die vermaledijde club.

Ragnhild Edner probeert dat collectieve gevoel te vatten in grootse beelden van de supportersschare als familie, leger of meute en heeft van haar documentaire, aangestuurd met een persoonlijke voice-over over haar eigen ervaringen als voetbalfan, dus eerst en vooral een kijkfilm gemaakt. Die de ultra-cultuur met een antropologische blik beziet en toegankelijk maakt voor eenieder die zich eens wil verdiepen in deze bijzondere mensensoort.

De driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte zoomt in op hooligangeweld in Spanje.

Finding Fela

Kino Lorber

Bij leven en welzijn had Fela Anikulapo Kuti (1938-1997) waarschijnlijk nooit kunnen vermoeden dat hij de hoofdpersoon zou worden van een Amerikaanse musical. Twaalf jaar na zijn dood brengt regisseur/choreograaf Bill T. Jones het levensverhaal van de Nigeriaanse Afrobeat-pionier niettemin naar Broadway. En de musical Fela! vormt meteen één van de belangrijkste bouwstenen voor dit postume portret van de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney.

Finding Fela (119 min.) bestaat dus voor een belangrijk deel uit musicalscènes, met de acteur Sahr Ngaujah in de rol van Fela Kuti, een revolutionair pur sang. In alle opzichten: geïnspireerd door James Brown speelt hij een sleutelrol in de ontwikkeling van een eigen muziekgenre. En net als z’n Jamaicaanse geestverwant Bob Marley krijgt Kuti’s werk gaandeweg een uitgesproken politiek karakter. Het Nigeriaanse regime beschouwt hem als een oproerkraaier. Elk nieuw album kan ‘m op gevangenisstraf komen te staan.

Ze maken me alleen maar sterker, houdt Fela Kuti vol tegenover een interviewer, nadat hij weer eens is opgepakt en afgeranseld. ‘Ooit word ik president van dit land!’ Zover zal ‘t nooit komen – ook doordat hij relatief jong het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. En dat heeft alles met z’n levensstijl te maken. De Afrikaanse ster trouwt bijvoorbeeld met 27 vrouwen (!) en laat desondanks geen andere aantrekkelijke dame ongemoeid. Via seks kan hij spirituele krachten krijgen, meent Fela zelf. In werkelijkheid krijgt hij AIDS.

Met behulp van opwindende concertopnamen, oude reportages en (archief)interviews met Fela Kuti en zijn dochter Yeni, zoons Seun en Femi, voormalige geliefde Sandra Izsadora, ex-vrouw Queen Kewe, drummer Tony Allen, manager Rikki Stein en de bekende fans Paul McCartney en Ahmir ‘Questlove’ Thompson (drummer van The Roots en maker van de muziekdocumentaires Summer Of Soul en Sly Lives!) krijgt Gibney in deze biografie uit 2014 vat op een groots, meeslepend en excessief leven. 

Fela Kuti opereert daarin als de onbetwiste heerser van zijn eigen rijk. Z’n band Africa ’70 en entourage bestaan bijvoorbeeld al uit 28 mensen. Maar als hij eind 1978 in Europa gaat optreden, sluiten er maar liefst 71 mensen aan bij de tournee. Niet te doen, vindt Fela’s meesterdrummer en bandleider Tony Allen. Niet te betalen ook. Er is permanent geldtekort. Na een, overigens klassiek geworden, optreden op het Berlin Jazz Festival besluit Allen zijn drumstokken in de lucht te gooien. Een ander mag ze opvangen.

Daarmee is de man die het ritme bepaalt voor Fela’s lang uitgesponnen grooves verdwenen. Kuti gaat echter onverdroten verder. Africa ‘70 neemt een nieuwe gedaante aan, Egypt ’80, en de leider ervan haakt aan bij een spiritueel adviseur, de schimmige Professor Hindu, die zowaar mensen uit het graf kan laten herrijzen. Alex Gibney tekent zulke smakelijke verhalen vaardig op en smeedt daarmee een ge(s)laagd portret van deze Afrikaanse rebel, polygamist en muzikale legende.

Thank You Very Much

Drafthouse Films

Zelfs bij zijn dood, op slechts 35-jarige leeftijd als gevolg van longkanker, waren mensen in Andy Kaufmans omgeving op hun hoede, bang dat ze (opnieuw) het slachtoffer waren geworden van een onsmakelijke grap. Want voor Kaufman was alles – nee: álles – een act. Tot gekmakens toe.

‘Wat zou Andy Kaufman hebben gedaan als hij niet was gestorven’, filosofeert zijn beste vriend Bob Zmuda hardop in de documentaire Thank You Very Much (99 min.). ‘Hij zou zijn eigen dood gefingeerd hebben!’ Sterker: samen met z’n vriendin Lynne Margulies speculeerde hij daar ook over. ‘We spraken er regelmatig over hoeveel jaar hij weg zou moeten blijven. En dat werd steeds langer en langer, want één jaar was niet genoeg.’ Tien jaar? Twintig? Dertig zelfs? ‘Denk je dat mensen me nog zullen herinneren als ik dertig jaar ben weg geweest? vroeg hij dan. En dan zei ik: dat doen ze zeker als je terugkomt.’

Inmiddels duurt de afwezigheid van Andy Kaufman (1949-1984) al meer dan veertig jaar.  Tegelijkertijd  is zijn werk levend gebleven. Via de speelfilm Man On The Moon (1999), waarin Jim Carrey een onvergetelijke Andy Kaufman neerzet. Via een onnavolgbare documentaire over het maken van die film, Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (2017) en hoe Carrey bijna ten onder ging aan die onvergetelijke rol. En nu via dit portret van Alex Braverman, die met heerlijk archiefmateriaal kan laten zien waarom we Kaufman maar niet kunnen/willen vergeten.

Hij herleidt diens geheel eigen kijk op comedy, en op het leven in het algemeen, tot één gebeurtenis in Kaufmans vroegste kindertijd. Als kleine jongen uit Long Island in New York is Andy gek op zijn opa. Wanneer die plotseling overlijdt, besluiten zijn ouders dat dit nieuws een te grote schok is. Ze vertellen hem dat ‘Papu Sy’ op reis is gegaan naar het buitenland – een versluierde dood, juist. Andy is woest. ‘Waarom nam hij me dan niet mee?’ Hij sluit zich op in z’n kamer, begin daar in z’n eentje op te treden en biedt zichzelf, zonder dat z’n ouders ’t weten, via een advertentie in de krant aan voor kinderfeestjes.

Deze act groeit in de navolgende jaren uit tot een alsmaar serieuzere bezigheid en krijgt in 1975 een vervolg in het legendarische televisieprogramma Saturday Night Live. Enkele jaren later bemachtigt Kaufman ook een rol in de populaire sitcom Taxi. Het sullige typetje Latka Gravas, dat oorspronkelijk Baji Kimran of Foreign Man wordt genoemd, is gebaseerd op zijn Iraanse studiegenoot Bijan Kimiachi. ‘Ik ben de echte Latka Gravas’, zegt die trots. Hij kijkt verwonderd toe als zijn vriend in zijn grote succesperiode een reguliere baan neemt in de bediening bij een restaurant. Waarom? Niemand die ’t zeker weet. 

Schaamte en ongemak zijn Kaufmans handelsmerk. Undercover in het televisieprogramma The Dating Game, als zijn schofterige alter ego Tony Clifton en bij het showworstelen met vrouwen, die hij consequent afzeikt. Acts die routineus te ver worden doorgevoerd, tot het niet meer ‘leuk’ is – of juist wel. Thank You Very Much profiteert daar een kleine halve eeuw later nog altijd van. Het eeuwige kind Andy Kaufman zorgt afwisselend voor opperste verbazing, schaamrood op de kaken en buikpijn van het lachen – al is de film uiteindelijk minder ontregelend dan de lekker dwarse start doet vermoeden.

‘Zij lachen om ons’, zei Kaufman volgens zijn vriend en professioneel ’hoaxer’ Bob Pagani over z’n publiek. ‘En wij lachen om hen. Kortom: iedereen lacht!’ Totdat dit hen vergaat, als Kaufman zolang in zijn rol blijft dat anderen zich afvragen of het (nog) wel een rol is. Deze hartveroverende documentaire zet de schijnwerper nog eens vol op deze man die zijn leven als ‘één lange, verwarrende en prachtige performance’ zag.

Devi

First Hand Films

Om hem te raken, vergrepen ze zich aan haar. Als zus van een lokale rebellenleider werd Devi Khadka op zeventienjarige leeftijd tijdens de Nepalese Burgeroorlog (1996-2006), waarbij maoïstische strijders tegenover het leger van de koning stonden, bruut gemarteld en verkracht. Inmiddels geldt zij in Nepal als een beeldbepalende vrouw. Ze maakte naam als vrouwelijke legercommandant en parlementslid.

In stilte maakt Devi (81 min.) zich er alleen al een tijd kwaad over dat de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die na de oorlog door haar eigen partij is ingesteld, in de afgelopen veertien jaar nog geen enkele oorlogsmisdaad tegen vrouwen heeft behandeld. Verkrachting wordt daarmee gelegitimeerd. Terwijl de slachtoffers ervan met de nek worden aangekeken, hebben de daders gewoon carrière kunnen maken.

Devi Khadka besluit de handschoen op te pakken. Ze heeft ook geen keus, vertelt ze in deze geladen film van Subina Shresta. ‘Ik ben tot één conclusie gekomen: als ik me niet uitspreek, zal niemand dat doen.’ Vanzelf gaat dit niet. Khadka probeert tijdens therapie grip te krijgen op haar eigen trauma en moet daarnaast andere oorlogsslachtoffers ervan overtuigen dat ook zij met hun bijzonder pijnlijke verhaal naar buiten treden.

In een mannenmaatschappij zoals Nepal, waar veel vrouwen hun verhaal niet durven te doen en nog meer mannen dat ook helemaal niet willen horen, is dit bepaald geen sinecure. ‘Op het moment lijkt ‘t alsof wij de misdadigers zijn’, houdt ze andere vrouwen, die hun gezicht afschermen voor de camera, voor tijdens een bijeenkomst om ervaringen uit te wisselen. ‘Waarom zouden we onze gezichten anders verbergen?’

Bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie zijn slechts 314 zaken van seksueel geweld geregistreerd – waarmee tot dusver dus niets is gedaan. In werkelijkheid moeten er zeker vijf keer zoveel slachtoffers van oorlogsverkrachting zijn. En beide partijen hebben zich tijdens de burgeroorlog schuldig gemaakt aan zulke wandaden. Dat is ook voor Khadka een bittere pil om te slikken: haar partij streed toch voor gelijkheid voor iedereen?

Moedig gaat ze, vergezeld door Shresta’s sensitieve camera, desondanks verder met het bespreekbaar maken van juist datgene waarover eigenlijk niet gesproken wordt. Bij andere vrouwen krijgt ze uiteindelijk enkele huiveringwekkende slachtofferverklaringen los. En bij de mannen aan de macht volgen dan toch de toezeggingen om nu eindelijk eens werk te maken van het seksuele geweld tijdens de Nepalese burgeroorlog.

Tegelijk weet Devi Khadka als geen ander: woorden worden in haar land niet altijd vanzelfsprekend ook gevolgd door daden.

The Devil Is Busy

HBO Max

Als er een kloppend hartje is te zien op de echo, kunnen ze in Georgia niets voor een zwangere vrouw doen. Dat mogen ze niet. Sinds het Amerikaanse hooggerechtshof in 2022 het federale recht op abortus schrapte, kan elke staat z’n eigen regels bepalen. In sommige delen van het land, zoals in de Zuidelijke staat Georgia, is het daardoor voor vrouwen veel moeilijker, zo niet onmogelijk, geworden om een abortus te krijgen.

De telefoniste van het feministisch gezondheidscentrum voor vrouwen in Atlanta vindt ‘t ‘hartverscheurend’ om vrouwen nee te verkopen, vertelt ze in The Devil Is Busy (32 min.). Zij moet hen doorverwijzen naar een andere Amerikaanse staat. Als het vruchtzakje leeg is, mogen ze de zwangerschap nog wel onderbreken. De meeste vrouwen weten dan alleen nog helemaal niet dat ze in verwachting zijn.

Georgia’s verbod om een zwangerschap na zes weken af te breken komt volgens de dienstdoende gynaecoloog in de praktijk dus neer op een totaalverbod op abortus. ‘Ik had nooit kunnen nemen bedenken dat ik 25 jaar geleden meer rechten zou hebben dan mijn dochter nu’, vult de echoscopist van de abortuskliniek aan, terwijl ze onderzoekt of de vrouw op haar behandeltafel de zes wekengrens al heeft bereikt.

Het gelovige hoofd beveiliging Tracii, de verbindende schakel in deze interessante korte documentaire van Christalyn Hampton en Geeta Gandbhir, heeft ’t er intussen ook druk mee. De kliniek wordt permanent belaagd door demonstranten. ‘Waarom kies je ervoor om een onschuldig kind te vermoorden?’ roept één van hen door een microfoon naar de vrouwen, die zich daar, al dan niet met hun partner, melden voor hulp.

Tracii heeft weinig begrip voor de antiabortusactivisten. Één van hen, Jason, heeft bijvoorbeeld in de gevangenis gezeten omdat hij had geprobeerd om een zwarte kerk in brand te steken. ‘Ik vroeg hem ooit: hoe kun jij mensen naar de hemel of hel sturen alsof die van jou zijn? Hij zei: ik heb berouw getoond, God heeft me vergeven.’ Ze is er nog altijd beduusd van. ‘Dus daarom denk je nu dat je anderen mag veroordelen?’

My Name Is Happy

Autlook

In een parallelle wereld zou het zo zijn gegaan: een Koerdisch meisje uit Ergani, een stad in het zuidoosten van Turkije, neemt in 2015 deel aan het televisieprogramma Sesi Çok Güzel, ofwel Turkey’s Got Talent. Ze zingt zich ieders hart in en wordt een ster.

En het vreemde is: zo is het in de echte wereld ook gegaan. Bijna, tenminste. Met een geladen performance verovert Mutlu Kaya de harten van Turkije, de vrouwen in het bijzonder. Ze bereikt de finale van de populaire talentenjacht. Enkele dagen daarvoor slaat het noodlot echter toe. Of beter: Veysi Ercan. Mutlu is pas veertien als ze hem ontmoet, hij is al in de twintig. De middelbare scholier vindt hem wel leuk, een gentleman. Niet veel later volgt een huwelijksaanzoek. Daar wil zij alleen niets van weten.

‘Trouwen kwam niet in haar op’, vertelt moeder Hanim, die zelf al op haar dertiende werd uitgehuwelijkt aan Mutlu’s vader Mehmet, in deze indringende documentaire van Ayse Toprak en Nick Read. ‘Ik wilde dat ze voor zichzelf opkwam en niet verpletterd zou worden zoals andere meisjes, maar het lot had andere plannen met haar.’ Mutlu, wat zoveel als ‘gelukkig’ betekent, wordt het slachtoffer van een man die haar – zomaar omdat het kan en omdat hij ’t wil – als zijn eigen bezit is gaan beschouwen.

De gevolgen zijn hartverscheurend. En daarmee is de gifbeker nog lang niet leeg in My Name Is Happy (81 min.). Deze film schetst een wereld waarin ’s mans wil nog altijd wet is en misogynie en femicide dus nooit ver weg zijn. Vrouwen moeten zich binnen die toxische omgeving staande houden. Mehmet en Hanim houden bijvoorbeeld ongetwijfeld evenveel van hun dochters als van hun zoons – niet vanzelfsprekend in deze contreien – maar Mutlu en haar zussen Songül en Dilek hebben ‘t beduidend zwaarder.

In een parallelle wereld krijgen deze sterke en dappere vrouwen, die zich op hun kwetsbaarst tonen voor de sensitieve camera van Toprak en Read, de gelegenheid om zonder enige terughoudendheid zichzelf te zijn en voluit te gaan voor hun eigen dromen. In deze wereld moeten zij echter al blij zijn als ze ongeschonden hun huwelijk doorkomen en dan ook nog andere giftige mannen van het lijf weten te houden. Dat lukt dan ook niet: vijf jaar later, op 21 maart 2020, houdt ‘het lot’ weer huis bij de Kaya’s.

Mutlu zingt zich daarna nog eenmaal ieders hart in. Op haar eigen manier wordt ze toch een ster.

Tata

Cinema Delicatessen

Als het om iemand anders zou gaan, wat zou je dan doen als journalist? Haar vriend Radu Ciorniciuc, met wie ze enkele jaren geleden de festivalfavoriet Acasă, My Home maakte, drukt Lina Vdovîi met de neus op de feiten: wil ze dit verhaal nu werkelijk laten lopen omdat het om haar eigen vader gaat?

De controlefreak Pavel had thuis in Moldavië jarenlang voor een onmogelijke atmosfeer gezorgd. Toen hij 25 jaar geleden naar het buitenland vertrok, om daar te gaan werken, kwam er eindelijk rust in huis. Samen met haar zus stuurde Lina hem nog een tijdje VHS-banden met familiefilmpjes, maar uiteindelijk verwaterde het contact tussen Tata (83 min.) en zijn dochter. Totdat hij haar dus zelf een video stuurt vanuit Italië, waarop ie de blauwe plekken op zijn armen laat zien. Met een noodkreet erbij: ‘Help me, alstjeblieft!’

Vdovîi kan niet anders. Samen met Ciorniciuc rust ze haar vader, die beweert dat hij door zijn werkgever wordt afgeknepen, gekleineerd en uitgebuit, uit met geheime opnameapparatuur. Tegelijkertijd dwingt het hernieuwde contact met de schrik van haar jeugd Lina ook om na te denken over het geweld in haar leven. Of ze misschien een beetje op haar vader lijkt? wil Radu bovendien weten. Die vraag is haar al eens eerder gesteld: door haar voormalige echtgenoot. Die pakte binnen een half jaar zijn biezen.

Thuis in Moldavië spreekt Lina haar oma, moeder en zus. Was hoe Pavel thuis met harde hand regeerde regel of toch uitzondering? En hoe kan ‘t dat een dominante figuur zoals hij in de rol van arbeidsmigrant ineens een heel kwetsbare man lijkt? Via zijn verborgen camera wordt intussen glashelder dat Pavel Vdovîi in Italië inderdaad de onderliggende partij is en dat zijn baas een enorme bullebak is – al blijft ’t, door de geanonimiseerde beelden en beperkte achtergrondinformatie, lastig om de situatie écht te beoordelen.

Het hernieuwde contact tussen Lina en haar vader, alsmede de weer aangehaalde relatie met haar moeder en nieuwe ontwikkelingen in haar relatie met Radu, dwingt hen om opnieuw naar zichzelf en elkaar te kijken. Tegelijkertijd laat deze persoonlijke film zien hoe bedrieglijk gemakkelijk alles ook bij het oude blijft. Simpelweg omdat het altijd al zo ging. Zowel in Lina’s eigen gezin als in hun land. Waar mannen en vrouwen elk hun eigen rol spelen – en elkaar, in het slechtste geval, doodongelukkig maken.

Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal

Human

Waar de droom lang was voorbehouden aan jongens, mijmeren nu ook Nederlandse meisjes over een leven als profvoetballer. In de driedelige serie Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal (138 min.), het vervolg op Op Weg Naar De Top (2022), volgen Anouk Suntjens en Mildred Roethof ruim twee en een half jaar vier van zulke jonge talenten. Ze willen een contract bemachtigen, spelen bij een Betaald Voetbal Organisatie en liefst ook nog geselecteerd worden voor hun land, De Oranje Leeuwinnen.

Vlinder Ooijens wil bijvoorbeeld slagen bij haar favoriete club Ajax, maar ze heeft wel een extra uitdaging: een zeldzame groeistoornis. Dezelfde als Messi (!). Vlinder moet zichzelf elke dag prikken. Hopelijk lukt het zo nog om de 1.60 meter aan te tikken. Het Marokkaans-Nederlandse talent Aya el Benallali speelt vooral tussen de jongens. Haar vader Khalid heeft daar vanwege zijn geloof wel moeite mee. ‘Van mij mag het vandaag stoppen’, stelt hij onomwonden. ‘Maar ik zie haar niet stoppen.’

Loewé Boid (ADO Den Haag) komt uit een familie van bekende profvoetballers, zoals Sigi en Jeremain Lens. Als eerste meisje gaat zij nu ook proberen om de top te halen. Met haar team doet Loewé mee aan een internationaal toernooi, waarbij ze zich kan meten met de speelsters van Real Madrid en Aston Villa. Aanvaller Rose Ivens klopt intussen al flink aan de deur bij het eerste elftal van FC Twente, een toonaangevende club in het vrouwenvoetbal. Een profcontract lijkt binnen handbereik.

Net als talentvolle jongens hebben deze meisjes geen enkele garantie dat alle tijd en energie die ze nu in hun carrière steken zich straks ook zal uitbetalen. Suntjens en Roethof laten echter zien dat meisjes nog een aantal extra hobbels moeten nemen: ze worden bijvoorbeeld aangemoedigd om bij de jongens te blijven spelen, maar worden dan ook nog wel eens ten faveure van hen aan de kant geschoven. En ze moeten zich vaak zowel bij hun eigen amateurclub als bij een profclub en de KNVB bewijzen.

In dat kader komen ook allerlei insiders van het Nederlandse vrouwenvoetbal aan het woord. Suse van Kleef, de eerste vrouwelijke voetbalcommentator van Nederland, fungeert intussen als verteller en brengt alle verhaallijntjes bij elkaar. Haar teksten liggen er soms nogal dik bovenop en voelen ook wat gekunsteld, zeker als ze een soort live-verslag verzorgt bij de wedstrijden van de hoofdrolspeelsters. Dan gaat de serie nét iets te nadrukkelijk op z’n hurken voor het beoogde jonge publiek.

Oranje Dromen geeft desondanks een aardige inkijk bij een nieuwe generatie voetballende meisjes, voor wie de droom om later kampioen te worden, in de Champions League te spelen en op een groot toernooi uit te komen voor hun land inmiddels net zo vanzelfsprekend is als voor jongens.

Dubbel Gestraft

KRO-NCRV

Met het spraakmakende tweeluik Zitten En Zwijgen (2023), over misstanden in de Nederlandse vrouwengevangenis Nieuwersluis in Utrecht, deden Jessica Villerius en haar team het nodige stof opwaaien. In de zesdelige serie Dubbel Gestraft (156 min.) geven zij daaraan een vervolg.

Villerius start met wat haar vorige productie teweeg heeft gebracht en borduurt daarop voort met nieuwe getuigenissen en beschuldigingen. Sommige verklaringen van gedetineerde vrouwen, veelal anoniem vastgelegd en geïllustreerd met animaties, hebben inmiddels geresulteerd in vervolging van enkele gevangenismedewerkers. Deze PIW’ers worden in de rechtbank zeer kritisch bevraagd. Hun gedetailleerde verklaringen krijgen ook alle ruimte in deze serie. Die maken tastbaar hoe zij schaamteloos over de grenzen van de aan hen toevertrouwde vrouwen en hun eigen beroepsnormen zijn gegaan, maar op een gegeven moment wordt het ook wat onsmakelijk.

Dat is wel vaker het geval in deze productie waarin ’t er nogal eens dik bovenop ligt: wat Team Villerius boven tafel heeft gekregen – grensoverschrijdend gedrag, (seksueel) misbruik en ontoereikende medische zorg in penitentiaire inrichtingen – is soms ronduit schokkend. Het wordt alleen met wel heel veel suggestie, drama en – niet ongebruikelijk in de onderzoeksjournalistiek – zelffelicitatie gepresenteerd. En voor buitenstaanders is nauwelijks vast te stellen of het gaat om een aantal, weliswaar heel pijnlijke, incidenten of dat beroerde behandeling van gedetineerden in de drie Nederlandse vrouwengevangenissen daadwerkelijk schering en inslag is.

Dat zit voor een deel ook in de thematiek van de serie opgesloten. De (voormalige) gedetineerden, hun familieleden en gewillige advocaten en een enkele oud-PIW’er of -groepsleider kunnen ogenschijnlijk vrijuit hun verhaal doen. Terwijl de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), die ook niet altijd even handig lijkt te handelen en communiceren, vanwege privacy- en andere overwegingen waarschijnlijk permanent met één arm op de rug gebonden opereert. Team Villerius, dat regelmatig voor de camera overlegt over de voortgang van de zaak, blijft niettemin constant om wederhoor vragen en vervolgens rapporteren dat DJI weigert om te reageren.

In de laatste afleveringen waaiert Dubbel Gestraft nog uit naar vermoedelijke misstanden in andere (jeugd)gevangenissen. Ook daar verloopt natuurlijk niet alles zoals gehoopt en/of verwacht. Stof voor nog veel meer klokkenluiders, onthullingen en verontwaardigde pleitbezorgers, zou je zeggen. Wordt ongetwijfeld dus vervolgd. Letterlijk: met juridische procedures. En figuurlijk: in beeld. Want als Jessica Villerius en haar team zich eenmaal ergens in hebben vastgebeten….

Miss Italia Non Deve Morire

Netflix

Al zeker tien jaar wordt de Miss Italia-verkiezing niet meer uitgezonden bij de Italiaanse publieke omroep RAI. Sindsdien laten grote sterren zoals Gerard Depardieu, Alain Delon en Diego Maradona de missverkiezing rechts liggen en leidt die een zieltogend bestaan in een verre uithoek van het internet. Een traditie van inmiddels zo’n 85 jaar dreigt daarmee te verdwijnen. Organisator Patrizia Mirigliani, die de wedstrijd heeft overgenomen van haar vader Enzo, wil dat koste wat het kost voorkomen.

‘Mensen willen Miss Italia’, stelt zij resoluut. ‘Ze wachten erop. Er is een kleine, radicaal chique groep van vreselijke feministen die tegen zijn. Alsof het tonen van schoonheid een zonde is.’ Tegelijkertijd is Patrizia, gepokt en gemazeld, zich er natuurlijk wel van bewust dat de missverkiezing een update kan gebruiken, om die enigszins in lijn te brengen met de hedendaagse normen. Ze willen kortom, zoals artistiek directeur Casimiro Lieto ‘t kras uitdrukt, ‘geen bimbo’s die over de catwalk waggelen’.

En dat is dan weer tegen het zere been van de regionale agenten van Miss Italia, veelal traditionele oudere mannen, die al sinds jaar en dag de missen selecteren en graag vasthouden aan de normen en waarden van weleer. ‘Vroeger tilden we altijd eerst het haar van de meisjes op’, zegt Gerry Stefanelli, de bejaarde agent voor de regio Toscane, bijvoorbeeld verontwaardigd tijdens een informatiebijeenkomst. ‘En als ze grote oren hadden, konden ze meteen vertrekken. Gaan we dat op z’n minst doen?’ 

Daarmee staan de pionnen op het bord voor Miss Italia Non Deve Morire (Engelse titel: Miss Italia Musn’t Die, 98 min.), waarin Pietro Daviddi en David Gallerano volgen hoe Patrizia de verkiezing weer probeert te slijten bij RAI, die onder de regering Meloni wellicht een wat missvriendelijkere koers gaat varen, en aansluiten bij regionale selectierondes voor de editie van 2023, waarbij ’t er zeker niet altijd vrouwvriendelijk aan toegaat. ‘Zij kunnen als opvulling dienen’, zegt Gerry Stefanelli bijvoorbeeld nadat hij enkele deelnemers aan een voorronde heeft bekeken. ‘Hebben ze wel een spiegel?’

Over een ander meisje is Gerry wel enthousiast. Een collega heeft alleen nog een opmerking. ‘Als je geselecteerd wordt’, raadt hij de miss aan, ‘verberg dan die blauwe plek op je kont.’ Het is, kortom, nog maar de vraag of de nieuwe normen die Patrizia en haar team willen uitdragen werkelijk zijn verinnerlijkt door de medewerkers van Miss Italia. Salvo Consiglio, de agent voor Sicilië, windt er in elk geval geen doekjes om: hij is alleen geïnteresseerd in het uiterlijk van de meisjes, de rest interesseert hem niets.

De vernieuwing lijkt ook niet te komen van Carmen Martorana, de nieuwe agent voor Apulië die in 1988 zelf tweede werd bij de Miss World-verkiezing. Zij kent het klappen van de zweep en laat die ouderwets knallen. En dus lijkt Aurora Miniaci, een atypische deelneemster met kort haar, die houdt van voetbal en poëzie en vooral zichzelf wil zijn, bij voorbaat al kansloos. Ze wil de missverkiezing van binnenuit veranderen en blijft stug deelnemen aan selectierondes. Thuis oefent ze op het lopen over de catwalk.

Daviddi en Gallerano bregen hun personages echt tot leven, leggen via hen alle verwikkelingen, voor en achter de schermen, vast en serveren die met gevoel voor drama, ongemak en humor uit. Ze onthouden zich verder van een oordeel. Dat laten ze aan de kijker die, afhankelijk van diens eigen gezichtspunt, in Miss Italia Non Deve Morire een ontluisterende, woest makende of juist dolkomische documentaire vindt.

Of alle drie tegelijk.

Droombeeld

NTR

Via andere Turkse vrouwen probeert de fotografe Çiğdem Yüksel haar oma te vinden. Die overleed toen zij veertien was. Zeynep, zomaar een vrouw die haar man begin jaren zeventig naar het verre Nederland volgde. Hij ging in IJmuiden werken bij Hoogovens, zij in de plaatselijke visfabriek. Als migranten deden zij daar het zwaarste werk.

Behalve voor haar kinderen en kleinkinderen is Çiğdems grootmoeder helemaal uit beeld verdwenen. Sterker: zij is eigenlijk nooit in beeld geweest. Oma Zeynep behoort tot de onzichtbare vrouwen, de echtgenotes van de eerste generaties gastarbeiders. Voor je het weet zijn ze definitief verdwenen, moet haar kleindochter hebben gedacht – of voorgoed vastgelegd in die stereotiepe beelden van gesluierde oudere moslima’s, veelal vanaf de rug vastgelegd, die nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden.

Çiğdem Yüksel besluit om de generatie van haar grootmoeder te vereeuwigen. Daarvoor kan ze terugvallen op Vrouwen Te Gast, een boek dat de fotografe Bertien van Manen eind jaren zeventig uitbracht. Zij portretteerde toen een aantal vrouwen van buitenlandse afkomst die in Nederland waren beland. Ruim veertig jaar later heeft Çiğdem nu geprobeerd om deze vrouwen te vinden. Zodat ze hen opnieuw kan portretteren – en zo kan vereeuwigen wie zij waren en wat ze hebben betekend.

En dat is een missie die haar oma overstijgt, blijkt in de verzorgde korte documentaire Droombeeld (31 min.) van Rosa Ruth Boesten (Master Of Light). Yüksel wil aantonen dat zij – die vrouwen, hun echtgenoten én hun nageslacht – er mogen zijn. ‘Ik ben ook heel hard bezig met dit project om maar te kunnen rechtvaardigen dat we in dit land horen’, vertelt ze. Met hun keiharde werk hebben zij volgens haar ‘bijgedragen aan de Nederlandse economie’, maar dreigen ze nu in de vergetelheid te verdwijnen.

Yüksels foto hebben een plek gekregen in de tentoonstelling Je Moest Eens Weten in Het Nederlands Fotomuseum, waar bezoekers tevens een video-installatie en tuftwerk  van haar grootmoeder kunnen zien  ‘Ik wil dat ze gaan zitten in de schoot van mijn oma’, legt Çiğdem uit, ‘wat is bekleed met patronen uit haar kleding.’ Want daar, bij de vrouw die de spil van haar familie vormde, voelde zij zich als kind zeer geborgen. En dat gevoel – van een (groot)moeder, een vrouw, een generatie – mag niet verloren gaan.