Up To G-Cup: In Iraqi Kurdistan

‘Je ziet hier nooit dat twee mensen die van elkaar houden ook echt bij elkaar komen’, zegt Hind. ‘Dat is onmogelijk. Ik ben nu ook één van die mensen. Je moet je eigen liefdesleven doodtrappen.’ Hind koestert een onmogelijke liefde, heeft ze even daarvoor verteld. Voor een man die aan een ander is beloofd. De Koerdische vrouw probeert hem nu zelf ook te vergeten met een ander, zegt ze ongemakkelijk glimlachend. Die houdt van haar, méér dan zij waarschijnlijk ooit van hem zal kunnen houden. Hind begint weer zenuwachtig te lachen. ‘Klaar. Ik kan niet meer.’

De jonge vrouw werkt in de eerste lingeriewinkel van Iraaks Koerdistan. Die is te vinden in een groot winkelcentrum te Suleimaniyahh en wordt van materiaal voorzien door de Nederlands-Koerdische Shapol, de centrale figuur in deze documentaire van Jacqueline van Vugt. In de winkel speelt een belangrijk deel van Up To G-Cup: In Iraqi Kurdistan (81 min.) zich af. Vrouwen passen er beha’s of ondergoed – activiteiten die ze zorgvuldig afschermen van de camera. Tussen de praktische handelingen en gesprekjes door doen ze, soms in bedekte termen, hun persoonlijke verhaal. Over de positie van vrouwen, seksuele ervaringen en oorlog, altijd weer oorlog.

Ze hebben stuk voor stuk zo hun littekens opgelopen. Lingerie kan hen helpen om hun zelfvertrouwen te vergroten, maar confronteert hen ook met zichzelf en de wereld waarin ze (moeten) leven. Schaamte speelt daarbinnen een belangrijke rol. En die speelt soms ook op in deze solide film, die volledig vanuit vrouwelijk perspectief wordt verteld. En de ervaringen van deze Koerdische vrouwen mogen ons dan misschien vertrouwd in de oren klinken, ze hebben nog altijd weinig aan urgentie ingeboet.

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.

Goud

NPS

Iedere kijker weet op voorhand al wat het gaat worden: Goud (105 min.). Niets meer of minder. Dit portret van het Nederlandse dameshockeyteam krijgt dus hoe dan ook een happy end. Aan het eind van het WK van 2006 in Madrid zullen beeldbepalende speelsters als Naomi van As, Minke Booij en Ellen Hoog dolgelukkig hun gouden medaille in ontvangst nemen. En van de missie van coach Marc Lammers staat van meet af aan vast dat ie gaat slagen.

Dat is geen uitdagende premisse voor een observerende documentaire. Misschien heeft Niek Koppen er zelfs wel van wakker gelegen. Toch heeft hij een boeiende film gemaakt. Want ook de weg naar de hemel is geplaveid met goede bedoelingen (en die zijn dan weer niet genoeg om succes te behalen). Onderweg moeten er steeds weer afwijkende meningen, kleine conflicten en opspelende emoties worden weggemasseerd. ‘Misschien zit dat in onze cultuur dat we allemaal moeten praten, praten met iedereen’, verzucht Lammers als hij weer eens tekst en uitleg heeft moeten geven. ‘Ik ben benieuwd of de coach van Australië, Argentinië of China ook zoveel individueel vertrouwen moet geven. We zijn een praatland.’

De hockeycoach zelf is, ondanks de twijfels die hij daarbij heeft, ook een exponent van die traditie. Hij is geen man van kadaverdiscipline of bars geschreeuwde commando’s. Eerder het type brave huisvader, dat en route ook gewoon met zijn vrouw, kinderen en konijn in de weer blijft. Kritisch, dat wel. En Lammers durft ook besluiten te nemen. Daarover probeert hij dan wel weer helder en empathisch te communiceren. Zoals dat hoort in een beschaafde sport. Met speelsters die de definitieve selectie niet halen gaat hij bijvoorbeeld persoonlijk het gesprek aan. Toch sluipt er onvermijdelijk soms onvrede in de selectie. Een coach die iedereen tevreden wil stellen wint uiteindelijk niets.

Koppen krijgt van Lammers echt toegang en kan zo van binnenuit observeren hoe hij met z’n secondanten geduldig aan het team sleutelt. Het individu moet zich daarbij ondergeschikt maken aan het collectief. Dit gaat lang niet altijd vanzelf. Soms knettert het tussen de dames, op andere momenten vinden ze elkaar juist. Met memorabele scènes tot gevolg. Als Minke Booij op haar teamgenoten foetert vanwege twee onnodige tegengoals. Of wanneer Fatima Moreiro de Melo een teamgenoot troost na een sterfgeval in de familie. En als Miek van Geenhuizen woest weg beent als ze wordt gepasseerd voor een wedstrijd.

Toch is er binnen deze vertelling uiteindelijk relatief weinig ruimte voor de individuele speelsters. Niek Koppen zet duidelijk in op het collectief en laat de afzonderlijke personen verdwijnen in het grotere geheel. Goud is dus eerst en vooral een groepsportret: van 22 ambitieuze vrouwen met een gezamenlijke droom: de eerste wereldtitel in zestien jaar. En van hun begeleidingsteam onder leiding van Marc Lammers, dat de boel bij elkaar en op koers moet zien te houden. Totdat het onvermijdelijke ‘We Are The Champions’ over het veld schalt. En minister-president Jan Peter Balkenende telefonisch zijn felicitaties heeft overgebracht.

Picture A Scientist

Ze werden aangesproken als assistente. Koffiejuffrouw. Schoonmaakster natuurlijk. Of, door de echte ‘male chauvinist pigs’, als slet (en hoer en kut). De ervaringsverhalen van vrouwelijke wetenschappers in Picture A Scientist (97 min.) liegen er niet om: de wetenschap kan een bijzonder vrouwonvriendelijke werkomgeving zijn.

#metoo-achtige ervaringen fungeren daarbij als topje van de ijsberg. Onder de waterlijn bevindt zich datgene wat misschien niet direct zicht- of tastbaar is, maar zeker zo ondermijnend werkt: een vanzelfsprekend soort seksisme, waardoor (jonge) vrouwelijke wetenschappers zich nietig, inadequaat en/of ongewenst voelen. Een deel van hen zal zijn heil, gebutst en gekrenkt, daarom elders zoeken.

De filmmakers Sharon Shattuck en Ian Cheney ondersteunen hun getuigenissen met cijfers en statistieken over de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschapswereld en belichten ook tests en onderzoeken die (onbewuste) vooroordelen rond mannen- en vrouwenrollen blootleggen. Waarbij opvalt dat sommige wetenschappers bij deze kwestie toch liever op hun gevoel afgaan dan op data.

Interessante materie, dat zeker. Maar niet per definitie basismateriaal voor een meeslepende vertelling. Ook omdat de op zichzelf schrijnende verhalen van enkele vrouwen tamelijk braaf en verantwoord worden afgewikkeld. Picture A Scientist appelleert daardoor uiteindelijk toch meer aan de ratio dan aan het gevoel. En dat zou, gezien de setting van deze degelijke film, zomaar de bedoeling kunnen zijn.

Je Lichaam Je Geest

Human

‘We vieren het leven zolang het nog kan’, zegt een vertegenwoordiger van Mamba Negra, een extravagant kunstenaarscollectief uit Sao Paulo, in de korte docu Je Lichaam Je Wapen (13 min.) van Elizabeth Rocha Salgado. ’Vieren dat we nog leven, dat we nog werken, dat we nog samen zijn.’ Het is alsof zij – de zwarte vrouwen, travestieten, transgenders – in het hedendaagse Brazilië dansen op een vulkaan.

‘Op het moment dat Bolsonaro aan de macht kwam, begreep iedereen dat je vanaf nu ongestraft racistisch en homofoob kan zijn’, stelt een imposante donkere danser, die met ontbloot bovenlijf sensueel voor de camera beweegt. ‘Als kunstenaar, homoseksueel en zwarte heb ik heel mijn leven moeten vechten, maar dat houdt me ook op de been. Mijn huid straalt en die gloed kunnen ze niet doven.’

Van die bravoure en energie moet deze korte sfeertekening, die geen lineair verhaal vertelt en ook geen diepe duik neemt in het leven van de nachtvlinders, ‘t ook hebben. Op dampende muziek geven de edgy dansers en kunstenaars zich over aan lekker mateloze zelfexpressie. Daarmee vormen ze een schild tegen het verstikkende Bolsonaro-klimaat, dat in alles de verwerkelijking dreigt te worden van de boze witte mannen-wereld.

Je Lichaam Je Wapen is hier te bekijken.

Mères

IDFA

‘Ik weet zeker dat mijn zus dit nooit zou doen’, zegt een jongen tijdens een bijeenkomst op de universiteit in de Marokkaanse stad Ait Melloul. ‘De vrouw die dit heeft gedaan kan niet doen alsof ze een slachtoffer is. Ze heeft het zelf gedaan. En ze is dus ook zelf verantwoordelijk voor het kind.’ Het meisje kan volgens hem niemand iets verwijten. ‘Ik ben het ermee eens dat het kind slachtoffer is, maar de moeder niet. Die is gewoon schuldig.’

De man die het ongehuwde meisje zwanger heeft gemaakt, valt in elk geval niets te verwijten, meent de student. Hij oogst een beleefd applaus, aan het begin van de documentaire Mères (62 min). ‘Ik ben het met je eens dat het meisje verantwoordelijk is’, reageert Mahjouba Edbouche, de moderator van de bijeenkomst over zwangerschappen buiten het huwelijk. ‘Ze denkt er te gemakkelijk over. Maar er zijn toch echt twee mensen nodig om een kind te maken.’

De Marokkaanse feministe Edbouche beijvert zich al jaren voor de positie van ongetrouwde ouders. Dat is lang niet altijd gemakkelijk. De vrouwen die zich, meestal hoogzwanger, melden in haar huis voor ongehuwde moeders, Oum al Banine in Agadir, willen bijvoorbeeld vaak twee dingen die met geen mogelijkheid zijn te verenigen: stiekem het kind krijgen en blijven verzorgen en intussen gewoon verder gaan met hun leven, alsof er helemaal niets gebeurd is.

Buitenechtelijke seks is volgens de Marokkaanse wet vergelijkbaar met prostitutie en kan hen op gevangenisstraf komen te staan, variërend van één maand tot een jaar. Tegelijkertijd zou een jongen die een minderjarig meisje heeft bevrucht zomaar kunnen worden veroordeeld vanwege verkrachting. Het is een soort mijnenveld, waardoorheen Mahjouba en haar medewerkers zich een weg proberen te banen. Voor hen kan ouderschap in elk geval nooit strafbaar zijn.

Documentairemaker Myriam Bakir kijkt mee als ze jonge (voor de film geanonimiseerde) vrouwen opvangen, de acute paniek proberen te bedwingen en met hen een plan de campagne voor de nabije toekomst proberen op te stellen. Daarbij hoort vaak ook het contacteren van de ouders van de aanstaande moeder, die vaak nog van niets (zeggen te) weten. Dit zorgt voor aangrijpende scènes, waarin angst, schaamte en verantwoordelijkheidsgevoel om voorrang vechten.

Het is bewonderenswaardig hoe Mahjouba Edbouche en haar medewerkers, soms directief en dan weer ‘leading from one step behind’, langs alle gevoelens en maatschappelijke conventies laveren, om zo tot een bevredigende oplossing te komen voor (groot)ouder en kind. Mères (Engelse titel: Mothers) weet dat delicate werk op een serene manier te vangen.

Fly So Far

IDFA

Dertig jaar gevangenisstraf. Na de moord op je eigen kind. Wij zouden ‘t een miskraam noemen. Een afschuwelijk ongeluk. Of een doodgeboren kind. In het zwaar katholieke El Salvador, waar een onvoltooide zwangerschap direct verdacht is, kan dat de moeder evenwel op een verblijf in de gevangenis komen te staan. Teodora del Carmen Vásquez, de hoofdpersoon van Fly So Far (89 min.) werd bijvoorbeeld beroofd in de bus. Daarna viel ze, hoogzwanger, op haar buik. Op 13 juli 2007 ging het mis.

Vásquez zit inmiddels meer dan tien jaar vast. Ze dacht in eerste instantie dat ze de enige was in de Ilopango-vrouwengevangenis die voor dit ‘vergrijp’ achter slot en grendel was gezet. Tegenwoordig weet ze wel beter. De 34-jarige vrouw heeft zich opgeworpen als woordvoerster van Mujeres Libres, een groep van ruim twintig moeders die het dragen van het verdriet om een verloren kind moeten combineren met de ontberingen van het gevangenisleven. En dat is in Latijns-Amerika bepaald geen sinecure.

Tegenover deze strijdbare vrouwen, die gaandeweg Amnesty International aan hun zijde krijgen, staat een krachtige pro-life beweging – mannen natuurlijk – die zich sterk maakt om abortus koste wat het kost strafbaar te houden in El Salvador en die ook nauwelijks genade kent als er onverhoopt iets misgaat tijdens een zwangerschap. Dit resulteert onvermijdelijk in een publieke confrontatie, waarna het uiteindelijk toch weer mannen zijn die over het lot van de vrouwelijke gedetineerden mogen beslissen.

Regisseur Celina Escher schaart zich achter Vásquez en haar vrouwen en verbeeldt met stemmige animaties ook enkele van hun persoonlijke verhalen. De tragiek ligt er duimendik bovenop: terwijl ze worden geconfronteerd met één van de grootste drama’s van hun leven, rukt justitie hen ruw weg uit hun gewone leven, waarbij er bovendien vaak nauwelijks gelegenheid is om afscheid te nemen van eventuele andere kinderen. Dat drama drijft deze geïnspireerde en inspirerende film, die aan het eind alleen wel erg veel tijd neemt voor de uitlopers van de triestige kwestie.

Strip Down, Rise Up

Netflix

’Als mensen dit zien, wordt het gezien als mijn enkeltje naar de hel’, zegt één van de deelnemers aan de paaldans-workshop. ‘En dat is mijn strijd nu.’

‘Snapt je man wat je aan het doen bent?’ vraagt haar coach.

’Een beetje wel, denk ik, maar ik weet niet hoe ik ‘t moet delen.’

’Doe je een lapdance bij hem?’

’Echt niet!’

Je weet op voorhand: ze gaan joelen, knuffelen en huilen. De vrouwen die bij S Factor, het geesteskind van voormalig actrice Sheila Kelley, een workshop van zes maanden gaan volgen komen misschien om te leren paaldansen. In werkelijkheid hebben ze natuurlijk iets te overwinnen in hun leven. Strip Down, Rise Up (113 min.), juist. Terwijl ze de paal ontdekken, vinden ze zichzelf.

Het taalgebruik van Kelley (de echtgenote van acteur Richard Schiff, bekend als Toby Ziegler uit de serie The West Wing, die ook nog even langskomt) is navenant. ‘Unlock the body.’ ‘Release the pain.’ ‘Fight through it.’ ‘Own your sexuality.’ ‘Feel comfortable in your own skin.’ ‘Bring yourself back into wholeness.’ ‘Create a sisterhood.’ ‘Fight Club for women.’ ‘This is not for sissies.’ ‘Embrace the deeper journey.’ ‘Reclaim yourself completely.’ ‘Get your mojo back.’ ‘You’re hot!’ ‘Fucking shine!’ En: ‘It’s okay to be happy.’

Voor de deelnemers is dat allemaal bepaald niet vanzelfsprekend. Sheila Kelley en haar coaches lijken echter geen twijfel te kennen. Wat de problematiek ook is – seksueel misbruik, rouw, anorexia, kanker, psychiatrische problematiek, obesitas of een schaamtevolle achtergrond – via het leren (er)kennen van hun eigen sensualiteit kunnen de vrouwen ermee dealen.

Psychologie van de koude grond, zonder enige twijfel. Erg Amerikaans ook. Roestvrijstalen waarheden, verpakt in pakkende slogans. Waarmee niet is gezegd dat ‘t niet werkt. In elk geval in het hier en nu. Het traject en het bijbehorende groepsproces maken in elk geval wel wat los, getuige deze lange en gelikte documentaire van Michèle Ohayon. De vrouwen vertellen (elkaar) hun soms aangrijpende levensverhaal en beginnen gaandeweg stuk voor stuk te shinen.

En, inderdaad, ze joelen, knuffelen en huilen.

Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land

NTR

‘De vrouwen van mijn land zijn zo mooi als een bloem’, zingt een vrouw in bezwerend Spaans in de openingsscène. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering.’

Zulke Colombiaanse vrouwen kijken recht in de camera van kunstenares Raquel van Haver, die hen portretteert als moderne varianten op Maria. Deze foto’s gebruikt ze weer als basismateriaal voor haar in alle opzichten grote schilderijen, die zullen worden geëxposeerd in het Bonnefanten Museum in Maastricht.

Van Haver is zelf ook zo’n sterke Colombiaanse vrouw. Opgegroeid in Nederland, dat wel. Geadopteerd. Toen ze jong was, zegt ze in Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land (50 min.), moest ze zich gedragen als een blond meisje met blauwe ogen. In haar geboorteland zoekt ze weer verbinding met haar oorsprong. Zodat Van Haver (ook) weer Velasco kan worden.

De vanuit Amsterdam opererende kunstenares bezoekt bijvoorbeeld het weeshuis Fana Bogotá en komt daar oog in oog te staan met een foto van het driejarige kind dat ze ooit was. ‘Kunst heeft mijn leven gered’, vertelt ze aan de jongens en meisjes die nu in het tehuis verblijven.’ Ik hoop te laten zien, vooral aan de kinderen, dat kunst en muziek en dans zo belangrijk zijn, en goed voor je.’

Die kunst heeft haar volgens een ronkende recensie uit NRC Handelsblad, waarmee deze fraaie documentaire van Bibi Fadlalla start, inmiddels gemaakt tot een cultuurfenomeen dat je niet mag missen ‘als je midden in de maatschappij’ wilt staan. De film toont vervolgens gedetailleerd hoe Van Havers werk tot stand komt, inclusief de wereld die ze daarmee toegankelijk wil maken.

Die behelst op het eerste oog vooral ‘exotische’, onmiskenbaar Latijnse taferelen, maar verraadt tegelijkertijd ontegenzeggelijk Europese invloeden, vervat in de Madonna-achtige beelden die als koloniale erfenis in Zuid-Amerika zijn achtergebleven. Van Haver brengt deze elementen in haar kunst gloedvol tezamen. Zoals ze ook in haar persoon en achtergrond samen zijn gekomen.

Deze documentaire is tegelijkertijd een psychologisch portret van een belangwekkende nieuwe stem en een grondige introductie in haar intieme werk(wijze) als een exploratie van een uiteindelijk grenzeloze wereld. Aan het eind van de film zien we niet voor niets een krachtige Colombiaanse in haar eigen habitat: Raquel van Haver zelf, voor een flatgebouw in Amsterdam Zuidoost.

‘De vrouwen van mijn land zijn ze mooi als een bloem’, klinkt het helemaal tot besluit, in bezwerend gezang. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering. Wees gegroet, Heer Koningin en Moeder. Moeder van genade.’

Hillary

VPRO

‘Mensen hebben altijd een mening over mij, positief dan wel negatief’, zegt de hoofdpersoon zelf. ‘Ik heb eens tegen iemand gezegd die me vroeg wat ik op mijn grafsteen wilde: ze was lang niet zo goed of slecht als mensen zeggen dat ze was.’ Hillary (257 min.), achternaam overbodig, lacht erbij. Professioneel. Zoals ze de anekdote vast ook wel eens vaker zal hebben verteld. Als onderdeel van haar standaardrepertoire als politicus.

En dat is natuurlijk precies het beeld wat kleeft aan mevrouw Clinton, een achternaam die ze overigens pas enkele jaren ná haar huwelijk met Bill en puur vanuit politieke overwegingen aannam. Van de vrouw die zegt wat ze denkt dat je wilt horen óf de vrouw die je voor de gek houdt waar je bij staat. Geen authentiek mens. Laat staan: iemand van wie je zou kunnen houden. Het is natuurlijk maar de vraag of zij, de eerste vrouw die een serieuze gooi naar het Amerikaanse presidentschap deed, daarmee recht wordt gedaan.

Een persoonlijk zitinterview met diezelfde wegbereider, dat zich over maar liefst zeven dagen heeft uitgestrekt, vormt het hart van deze vierdelige documentaireserie, waarin Hillarys turbulente bestaan grondig wordt doorlopen. Met bijdragen van echtgenoot Bill en dochter Chelsea, haar vaste getrouwen en journalisten. Regisseur Nanette Burstein wisselt dit levensverhaal af met een afgewogen selectie uit duizenden uren backstage-beelden die Team Clinton zelf maakte van de dramatisch verlopen presidentscampagne van 2016, waarbij Hillary het onderspit zou delven tegen Donald Trump.

Dat levert bijzondere inzichten op. Al in oktober 2016, een dikke maand voor die fatale verkiezingsdag, voorspelt Clinton in zekere zin de ongemakkelijke verhouding van Trump tot Poetin én de Oekraïne, die onlangs tot een impeachmentproces tegen de zittende Amerikaanse president heeft geleid. Ze reageert op dat moment op haar vicepresidentskandidaat Tim Kaine die door Trumps voorganger Barack Obama, in het openbaar altijd erg diplomatiek over Donald Trump, zou zijn aangespoord om er alles aan te doen om ‘een fascist uit het Witte Huis te houden’.

Zo biedt deze groots opgezette miniserie een fascinerende inkijk in een halve eeuw Amerikaanse politiek en wordt de heldin van vrouwelijk Amerika/Crooked Hillary (doorhalen wat niet van toepassing is) in die periode meteen op een geloofwaardige manier gehumaniseerd. Als in: een gewoon mens, met opmerkelijke talenten en enkele opzichtige karakterzwaktes. Een gewoon mens, dat de belichaming werd van de (vooralsnog gefnuikte) vrouwelijke emancipatiestrijd in de Verenigde Staten werd, dat wel.

Woman

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

De Vrouwen Van Venserpolder

Human

In de Amerikaanse stad Detroit, jarenlang zo’n beetje het toonbeeld van stedelijk verval, deed het fenomeen al enige tijd geleden opgeld: moestuinen, in het hart van de stad. Ofwel: ‘a holististic approach to neighborhood revitalization’. Het is niet meer dan logisch dat in of vlakbij de Nederlandse Bijlmer een soortgelijk initiatief is ontstaan.

De binnentuin van woonblok tien in de wijk Venserpolder, gebouwd in de jaren tachtig, was vanwege overlast jarenlang verboden terrein. Inmiddels is de tuin weer geopend. Vrouwelijke bewoners, veelal van Surinaamse afkomst en zonder echtgenoot, zijn er een stadstuin begonnen en leren zo de wereld om hen heen en – vooral – elkaar beter kennen. ‘Oma’ Meli heeft bijvoorbeeld nog altijd heimwee naar Suriname, maar bouwt te midden van zelf verbouwde groenten echt een vriendenkring op.

In de observerende documentaire De Vrouwen Van Venserpolder (47 min.) van Eva de Breed spelen mannen nauwelijks een rol. Ze zitten werkeloos achter de geraniums, verblijven in de gevangenis of zijn, gewoon, afwezig. Wijkbeheerder Ulrich Wilson, in een grijs verleden profvoetballer bij Ajax, Ipswich Town en FC Groningen, kan erover meepraten. Hij zat ooit drie jaar thuis. ‘En dat is gewoon niet goed voor je bovenkamer. Daar gebeurt dan niks. En daar word je niet gelukkig van.’

Gaandeweg sijpelt de buitenwereld ook stiekem de tuin in. Van het wegwerken van schulden tot familieleden die het verkeerde pad op dreigen te gaan. Terwijl de vrouwen groenten verbouwen, ontstaan er nieuwe sociale verbanden en krijgt de urban jungle om hen heen weer voorzichtig de kleur groen. Dat is de optimistische boodschap van De Vrouwen Van Venserpolder, dat laat zien hoe een klein initiatief de sociale cohesie in een wijk kan vergroten.

City Of Joy

Netflix

Verkrachting als strategisch wapen. Volgens Christine Schuler-Deschryver, één van de oprichters van City Of Joy (76 min.), wordt dit brute middel systematisch ingezet tijdens de oorlog in Congo. Een gebied waar genoeg vrouwen en kinderen zijn overweldigd stroomt immers vanzelf leeg en kan dus worden ingenomen. Prettige bijkomstigheid: verkrachting is niet alleen traumatisch voor de vrouw zelf. Het is ook een vernedering voor haar echtgenoot. Dikke kans dat hij haar verlaat.

Via de vrouw wordt zo de vijand, en uiteindelijk de gehele gemeenschap, ontwricht. Want wat kan er terecht komen van de kinderen die worden geboren uit zo’n gruwelijke gewelddaad? Hoe kunnen zij ooit anderen, vrouwen in het bijzonder, respecteren? In de ‘stad der vreugde’, een veilige enclave nabij de Oost-Congolese stad Bukavu, proberen ze die vicieuze cirkel te doorbreken. De slachtoffers van ‘seksueel terrorisme’ worden opgevangen, op de been geholpen en vervolgens voorbereid op een voortrekkersrol in de samenleving.

Belangrijk werk, van moedige mensen die zich onderscheiden tijdens een eindeloze en vrijwel vergeten oorlog, dat in deze documentaire van Madeleine Gavin terecht onder de aandacht wordt gebracht. De film zelf spreekt alleen minder tot de verbeelding. Indringende interviews en scènes genoeg, maar een dwingende narratief of dramatische ontwikkeling ontbreekt. City Of Joy werkt vooral als een krachtig pleidooi voor medemenselijkheid, van vrouwen én mannen die van geen opgeven willen weten.

Morisot – Moed, Storm En Liefde

Zeppers

Is het een zelfportret van Berthe Morisot, dat de Nederlandse filmmaker Klaas Bense onlangs op de kop heeft getikt? Met het schilderij onder de arm gaat hij op zoek naar de Franse kunstenares (1841-1895), die mede aan de wieg stond van het impressionisme. Als moeder van deze invloedrijke kunststroming is ze allang in de vergetelheid geraakt, terwijl de vele vaders ervan – illustere namen als Monet, Dégas en Renoir – wereldberoemd werden.

Met behulp van dagboekfragmenten, duiding door Morisots biografe Dominique Bona en enkele kunstkenners en natuurlijk haar beeldige werk reconstrueert Bense in Morisot – Moed, Storm En Liefde (54 min.) het leven van een getalenteerde en strijdbare vrouw die gevangen zat in de sociale regels van haar tijd. Hij doorsnijdt Morisots levensverhaal, dat na 54 jaar abrupt tot stilstand kwam, met de ervaringen van hedendaagse vrouwen zoals de rapper Cayene en model/kunstenares Perienne Christian en beelden van begaafde vrouwelijke skaters, fietsers en voetballers in Parijs.

Zij representeren ogenschijnlijk een vrijheid en blijheid die voor Morisot nooit was weggelegd, maar hebben bij nadere beschouwing met min of meer dezelfde rolpatronen te maken als de vrouw die hen nog altijd inspireert. Met deze verzorgde film houdt Bense zo een pleidooi voor gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. En hij komt, via een achterkleinzoon van Berthe Morisot, ondertussen natuurlijk ook meer te weten over zijn eigen aankoop.

The Poetess

IDFA

‘Als een vogel opgroeit in een kooi’, stelt de Saudische dichteres Hissa Helal Remia. ‘Dan past hij zich aan de kooi aan.’ De hoofdpersoon van The Poetess (57 min.) toont nochtans aan dat zo’n vogeltje gewoon blijft zingen (of beter: declameren) zoals het gebekt is. Op tamelijk luchtige wijze belichten Stephanie Brockhaus en Andreas Wolff in deze fijne documentaire de (benarde) positie van vrouwen in de Arabische wereld en hoe die in de afgelopen eeuw is ontstaan.

Een vrouw op een podium is voor bepaalde mannen nog altijd vergelijkbaar met een zedendelict, meent Hissa Helal. In een volledig geblindeerde zwarte nikab doet ze in Abu Dhabi mee aan Million’s Poet, een soort Arabia’s Got Talent waarin poëten uit landen als Jordanië, Oman en Koeweit een miljoenenpubliek proberen te veroveren. Vrijwel alle deelnemers zijn mannelijk, want vrouwen kunnen natuurlijk niet dichten.

Met haar eloquente tirades tegen de misstanden in haar wereld oogst Hissa zowel bewondering als kritiek. ‘Je bent duidelijk opstandig’, zegt de plaatselijke Gordon tijdens zijn beoordelingspraatje, maar hij laat haar wel naar de volgende aflevering gaan. Bij ronde 3 slaat de vlam in de pan als ze zich ongeremd uitspreekt tegen oproepen tot geweld van prominente geestelijken, de zogenaamde fatwa’s.

‘Als ik de waarheid onthul’, doceert Hissa Helal Remia op gedragen toon in het gedicht dat haar voor even wereldnieuws zal maken, ‘komt er een monster tevoorschijn met barbaarse denkwijzen en handelingen.’

Ladies First

Netflix

Ga toch koken, mens! Ze roepen het nog nét niet letterlijk, de Indiase mannen die in de openingsscène van Ladies First (39 min.) aan het woord komen. In hun land doet minder dan één procent van de meisjes aan sport. Die horen gewoon voor het huis en de kinderen te zorgen. Boogschutter Deepika Kumari is de uitzondering die de regel bevestigt: een vrouwelijke topsporter, de nummer één van de wereld nota bene, die een Olympische medaille ambieert.

De Spelen van Londen in 2012 liepen uit op een enorme teleurstelling voor het meisje uit het straatarme Ratum in India, waar haar moeder in een ziekenhuis werkt en vader rondrijdt in een riksja. Rondkomen lukt desondanks nauwelijks. Alle hoop is gevestigd op Deepika. In 2016 hoopt zij, een aan zichzelf twijfelende topsporter die wel wat mentale coaching kan gebruiken, bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro wél – woordgrap-waarschuwing! – doel te treffen.

Dat is de uitgangspositie voor deze tamelijk vlakke film van Uraaz Bahl, met een verhaal dat je vooraf al bijna kunt uittekenen: gedroomd talent moet op de lange, lange weg naar de top het ene na de andere obstakel overwinnen, maar laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Tegen het eind resteert dan slechts één vraag: slaagt ze er ook daadwerkelijk in om die top te bereiken?

Losing Sight Of Shore

Netflix

Deze enerverende documentaire van Sarah Moshman over moed, doorzettingsvermogen en vriendschap staat al even op Netflix, maar ik was er nog niet aan toegekomen om hem te bekijken.

In Losing Sight Of Shore (91 min.) gaat een groepje vrouwen de ultieme uitdaging aan: de zogenaamde Coxless Crew roeit over de Grote Oceaan, van San Francisco in de Verenigde Staten via Hawaï en Samoa naar Cairns in Australië.

In totaal moeten de vrouwen ruim 15.000 kilometer afleggen. Bijna driekwart jaar lang brengen ze met elkaar door, op een hele kleine boot. In een dodelijk ritme ploegen ze door: twee uur roeien, twee uur eten en slapen. Elke dag weer.

Het is een fysieke uitputtingsslag die ze aangaan, maar zeker ook een mentale en sociale uitdaging, die in deze fijne film met behulp van allerlei kleine camera’s treffend in beeld wordt gebracht.