Larger Than Life: Reign Of The Boybands

SkyShowtime

Het is natuurlijk een beetje vloeken in de kerk om een documentaire over boybands te starten met The Beatles – al lijkt soms alles in de popmuziek ooit te zijn begonnen met John, Paul, George en Ringo. Beatlemania was echter onmiskenbaar een voorbode van de boybands die in de jaren negentig, geheel geprofessionaliseerd, door de muziekbusiness aan het meisje werden gebracht: een groepje zorgvuldig geselecteerde hartendieven, met voor elke fangirl wat wils.

En van The Beatles is het een logische stap naar The MonkeesThe Jackson 5 en The Osmonds. ‘Ik begon op m’n vierde met zingen en werd op mijn vijfde professional’, vertelt Donny Osmond in Larger Than Life: Reign Of The Boybands (96 min.). ‘Dus toen de Osmond-gekte in 1970 begon, zat ik al heel lang in het vak.’ Toch werd ook hij destijds nog verrast door het enorme gegil van al die tienermeisjes. ‘Ik dacht: dat meen je niet’, herinnert Osmond zich lachend. ‘Dit moet ik de rest van m’n leven doen.’

Vanuit deze grondleggers van een popgenre, waarvan zij toen vast geen idee hadden dat het ooit zou floreren en waarmee ze wellicht ook helemaal niets te maken wilden hebben, werkt regisseur Tamra Davis met leden van bekende boybands naar het heden toe: Michael Bivins (New Edition), Donnie Wahlberg (New Kids On The Block), AJ McLean (Backstreet Boys), Zac, Taylor en Isaac Hanson (Hanson), Chris Kirkpatrick en Lance Bass (*NSYNC) en Nick Lachey en Jeff Timmons (98 Degrees).

En dat heden bestaat toch vooral uit K-pop. De ultieme Zuid-Koreaanse popgroep lijkt Seventeen, in deze gelikte productie vertegenwoordigd door Vernon en Hoshi, een boyband met maar liefst dertien leden. Met écht voor elke fangirl dus wat wils. Onderweg naar dit punt in de pophistorie worden ook One Direction en de (christelijke) Jonas Brothers nog uitgebreid besproken, maar komen niet-Amerikaanse bands zoals Take ThatBoyzone en Menuda er wel heel bekaaid vanaf.

Vlotjes behandelt Larger Than Life nog wel deelonderwerpen als de typecasting binnen een band, rivaliteit met andere groepen, de rol van ouders, solocarrières en het negatieve imago van boybands in het algemeen. Davis richt zich verder niet op de uitwassen die in andere boybanddocu’s al uit en te na zijn behandeld – al komen de wurgcontracten die de leden vrijwel zonder uitzondering hebben getekend nog wel aan de orde. Want het was natuurlijk vooral business, die boybands.

Waar de tienerjongens van de jaren negentig hun lol al op konden met rock, punk of rap, hadden de meisjes, die van tevoren nooit serieus waren genomen als muziekliefhebber, duidelijk behoefte aan ook iets voor zichzelf. Speciáál voor hen.

The Twister: Caught In The Storm

Netflix

Ze waren begonnen met het volgen van de storm. En toen begon die hen te volgen. Een groot eng monster, dat zich blijkbaar thuis voelde in het gebied dat niet voor niets ‘Tornado Alley’ wordt genoemd. ‘Er klonk gerommel’, herinnert Kaylee zich. ‘Alsof moeder natuur honger had.’ Samen met haar broer Eric en vriend Mac was ze een kijkje gaan nemen bij de tornado die Joplin, Missouri, zou gaan aandoen. De drie tieners moesten rennen voor hun leven.

In The Twister: Caught In The Storm (89 min.) reconstrueert Alexandra Lacey met Mac, Kaylee en andere overlevenden de wervelwind die op 22 mei 2011 ongenadig huishield in het hart van Amerika. Het was alsof de apocalyptische visioenen over het einde der tijden, waarover onheilspredikers al een tijd spraken in ‘de gesp van de biblebelt’, dan toch waren bewaarheid. Joplin werd volledig met de grond gelijk gemaakt. Wat restte was een soort slagveld, waar net de Derde Wereldoorlog leek te zijn uitgevochten.

Met een vloeiende combinatie van echte opnamen van de natuurramp en gedramatiseerde beelden – waarbij zeker niet altijd helder is waar het ene begint en het andere eindigt – wordt de ontwikkeling van de wervelwind opnieuw opgeroepen. Direct betrokkenen – een vanuit Californië ingevlogen aspirant-weerman van dertien, enkele rondrijdende tieners en een middelbare scholier die juist op die dag z’n diploma had gekregen bijvoorbeeld – vertellen hoe ze die ramp ternauwernood hebben overleefd.

The Twister beperkt zich tot de ontwrichtende gebeurtenissen op die ene meidag en de directe gevolgen daarvan – behalve ongelooflijke materiële schade zo’n 160 doden – en laat het grotere verhaal van de ramp links liggen. Daarmee wordt de documentaire een soort real life-variant op de ouderwetse rampenfilm uit de jaren zeventig, waarbij de kijker zich van een veilige afstand kan verlustigen aan uitzinnig natuurgeweld, zonder zich te hoeven bekommeren over de oorzaken en lange termijngevolgen daarvan.

De tornado van Joplin wordt vooral behandeld als een spannend verhaal, een levensveranderende gebeurtenis, met bovendien een wel erg Amerikaans einde. Want alle overlevenden zijn er natuurlijk beter uitgekomen en voelen zich dan verantwoordelijk voor de wederopbouw van de plaatselijke gemeenschap. Zodat al die angst, dat lijden en ook het verlies van 22 mei 2011 – de Dag des Oordeels, zou iemand die ’t achteraf altijd beter weet zeggen – misschien toch nog ergens goed voor zijn geweest.

Boyzone: Life, Death And Boybands

SkyShowtime

Na het eerste televisieoptreden van Boyzone in 1993 – van zingen kwam ’t niet, het bleef bij dansen – kegelde initiatiefnemer Louis Walsh zonder duidelijke reden twee bandleden eruit. Ze pasten er toch niet helemaal tussen, waarschijnlijk. Toen waren er nog maar vier over. ‘Ik moest ze laten weten dat ze op elk moment vervangen konden worden’, legt Walsh uit. De jongens in zijn boyband moesten hongerig en ambitieus blijven en mochten niets voor vanzelfsprekend aannemen.

Nu had de manager alleen nog een nieuw groepslid nodig. Want vijf was volgens hem het ideale aantal voor zo’n jongensband. Als er dan eentje z’n biezen pakte, had ie er nog genoeg over om gewoon door te kunnen gaan. Walsh rekruteerde Michael Graham, die altijd een Fremdkörper zou blijven in de groep. En daarmee was ‘de Ierse Take That’ compleet, klaar om de wereld te veroveren. Tenminste, het vrouwelijke deel. Beter: de meisjes. Daarvan moesten de harten sneller gaan kloppen.

De driedelige docuserie Boyzone: Life, Death And Boybands (145 min.) van Sophie Oliver is een opvallend open, kritische en schrijnende terugblik op de carrière van de vijf Adonissen uit Dublin en hun gehaaide manager Louis Walsh, een man die al net zo rücksichtslos opereerde als Frank Farian, de bedenker van Milli Vanilli, en Lou Pearlman, de manager van Backstreet Boys en *NSYNC, popacts waarover in de afgelopen jaren ook smeuïge documentaireproducties zijn uitgebracht.

Alleen kwam daarin de man die achter de schermen aan alle touwtjes trekt zelf niet aan het woord. Hier wel. En Walsh spreekt niet met meel in de mond. Volgens journalist Paul Martin van de tabloid The Irish Mirror, tabloid, gefilmd in een schemerige parkeergarage, was de Boyzone-manager een geweldige bespeler van de pers. Walsh gaf hen vaak carte blanche en verzon zonder problemen allerlei onzinverhalen over de groep om maar in beeld te blijven, desnoods over de rug van zijn jongens.

Zo kreeg Martins coververhaal ‘Baby Spice & Boyzone Steve are live and kissing’ een wrange nasmaak. Want Boyzone-kanjer Stephen Gately, waarvan menig meisjeshart sneller ging kloppen, was in werkelijkheid homo. In 1999 kwam dat alsnog uit. ‘Iemand verraadde hem’, herinnert Boyzone-voorman Ronan Keating zich, ‘en deed Steo in de uitverkoop.’ Het verhaal bereikte vervolgens showbizzjournalist Rav Singh van The Sun, de concurrent van The Irish Mirror. En die had niet geaarzeld.

‘Boyzone-ster Stephen Gately koos The Sun om z’n moedige mededeling te doen’, leest Keating 25 jaar later voor uit de krant. ‘Flikker op! Hij heeft niet gekozen.’ De hele groep was destijds verontwaardigd over wat er met hun vriend en collega gebeurde. ‘Hij was er niet klaar voor, die arme jongen’, zegt Shane Lynch. ‘Hij was zo bang.’ Manager Walsh kan een glimlach echter niet onderdrukken als hij The Sun onder ogen krijgt. ‘Goed om te zien’, zegt hij tevreden. ‘Hij haalde de voorpagina.’

De tabloids zouden een dubieuze rol blijven spelen in de bandhistorie, in het bijzonder na Gately’s overlijden in 2009. En de verhoudingen in de groep zouden daarna ernstig verzuren, waardoor de verplichte reünietournee, die dit soort docu’s doorgaans aftopt, er in Boyzone’s geval echt niet in lijkt te zitten. Alhoewel? Ronan Keating, Shane Lynch en Keith Duffy zeggen niet direct nee. Alleen Mikey Graham, die altijd twijfels heeft gehouden bij het boybandbestaan, staat vooralsnog niet te springen.

Louis Walsh zou in elk geval helemaal niets veranderen aan de voorbije dertig jaar. ‘Het was misschien niet perfect’, zegt hij triomfantelijk. ‘Maar het was perfect voor mij.’

Streetwise

Tiny / c: Mary Ellen Mark / Martin Bell

Wat zou er zijn geworden van de hoofdpersonen van Streetwise (92 min.)? begon ik me halverwege af te vragen. Ik – brave burgerman, van een flink eind in de vijftig, met een ongezonde voorliefde voor documentaires – ben van min of meer hetzelfde bouwjaar als zij. Begin jaren tachtig was voetbal al wat telde voor mij, had ik nog nooit met een meisje gezoend en probeerde ik te overleven op de.., ja, HAVO.

Zij hingen ondertussen als dakloze tiener rond in Seattle, alles in het werk stellend om de genadeloze ‘survival of the fittest’ in een Amerikaanse binnenstad daadwerkelijk te overleven. Met een grote mond en bravoure, maar veelal zonder enig vangnet. De film, die werd genomineerd voor een Oscar, was gebaseerd op het foto-essay Streets Of The Lost van Mary Ellen Mark. Dat werd in juli 1983 gepubliceerd in Life Magazine, met een tekst erbij van journalist Cheryl McCall. Marks echtgenoot, filmmaker Martin Bell, was ervan overtuigd dat er ook een documentaire in die kids aan de zelfkant zat en wist de andere twee daarvan ook te overtuigen.

Die ruwe en directe film maakt, ruim veertig jaar later, nog altijd indruk. De tieners hosselen, ruziën, jatten, knokken en verkopen hun lichaam. Ze eten uit vuilcontainers, laten zich tatoeëren en moeten worden behandeld voor een geslachtsziekte. Ze overnachten in een vervallen hotel, maken ruzie met hun ouders of zoeken hen op in de gevangenis. Ze zijn boos over het verleden, dealen met een weerbarstig heden en dromen over de toekomst. Ze sluiten vriendschap, steunen elkaar en vinden zo een soort thuis op straat. En ze raken op hun veertiende zwanger, worden gearresteerd door de politie en maken een einde aan hun leven.

Het doet nadenken over het menselijke bestaan – en hoe oneerlijk de kaarten soms zijn geschud. Als Tom Waits tijdens de aftiteling van Streetwise begint aan zijn tranentrekkende lied Take Care Of All My Children trekt mijn hele leven aan me voorbij – en dat van hen, de Amerikaanse tieners, kinderen nog, die het net zo goed verdienen om oud te worden, kinderen te krijgen en vrede te hebben met het leven dat hen ten deel is gevallen. Een snelle blik op de Wikipedia-pagina van de docu leert echter – en dat is natuurlijk niet heel verrassend – dat ’t voor veel personages in deze indringende filmklassieker toch echt anders is gelopen.

Bell, Mark en McCall waren halverwege de jaren tachtig overigens nog lang niet klaar met enkele hoofdpersonen van Streetwise. Over het veertienjarige meisje Erin ‘Tiny’ Blackwell, dat inwoont bij haar aan alcohol verslaafde moeder en op straat werkt als prostituee, maakten ze achtereenvolgens Tiny At 20 (1990), Erin (2010) en Tiny: The Life Of Erin Blackwell (2019). In 2021 verscheen bovendien Streetwise Rivisited: Rat, een korte docu over Tiny’s jeugdige maatje Rat.

Brats

Hulu

De benaming ‘The Class Of 1985’ wilde maar niet blijven plakken. Toen journalist David Blum voor New York Magazine een profiel besloot te maken van Emilio Estevez, één van de jonge acteurs die in de jaren tachtig Hollywood veroverden, muntte hij echter een naam die wél vlam vatte: ‘The Brat Pack’, een vileine verwijzing naar The Rat Pack van Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr., die rond 1960 helemaal bon ton was in Hollywood. Dit was de nieuwe generatie: niet meer dan een stel verwende nesten.

Andrew McCarthy, eind vijftig inmiddels, was één van die Brats (93 min.). Hij heeft er altijd een rotgevoel aan overgehouden. De benaming voelde als een diskwalificatie, een sneer ook richting ‘de gouden jaren van de tienerfilm’. De sterren van kaskrakers als The Breakfast Club, St. Elmo’s Fire en Pretty In Pink werden simpelweg weggezet als leeghoofden en lichtgewichten. Hij was lid gemaakt van een club, waarvan ie helemaal geen deel wilde uitmaken. En wie er verder nu precies lid waren, daarover verschilden de meningen: hoorde Tom Cruise er bijvoorbeeld bij? Sean Penn? Of Michael J. Fox?

Uiteindelijk bakent McCarthy de Pack af tot een illuster zevental: Emilio Estevez, Demi Moore, Rob Lowe, Judd Nelson, Ally Sheedy, Molly Ringwald en hijzelf. Terwijl ie met de anderen in contact probeert te komen, wil hij tevens dat tijdsgewricht in kaart brengen. McCarthy spreekt in dat kader af met generatiegenoten, zoals Timothy Hutton (Ordinary People) en actrice Lea Thompson (Back To The Future), die aan het Brat Pack-label ontsnapten, regisseur Howard Deutsch (Pretty In Pink), Susannah Gora (de schrijfster van een Brat Pack-boek) en Bret Easton Ellis (lid van de Literary Brat Pack).

De andere Brat Packers laten zich intussen niet zomaar verleiden om te participeren in zijn documentaire. Een groep waren ze sowieso nooit. Die vormden ze vooral in de ogen van de buitenwacht. En stuk voor stuk lijken ze ook last te hebben gehad van de vooroordelen die gepaard gingen met het Brat Pack-stempel: serieuze filmmakers wilden niet met hen in zee. Uiteindelijk zijn enkelen bereid om hun voormalige mede-tieneridool te ontvangen en ervaringen uit te wisselen. Anderen geven er de voorkeur aan om zich op de toekomst te richten of laten simpelweg niets van zich horen. 

Erg veel komt er niet uit de ontmoetingen die wél plaatsvinden. Ze leveren niet heel veel meer dan de constatering dat dat predicaat inderdaad heel bepalend was voor hun zelfbeeld, imago en toekomstperspectief – al blijft ‘t best aardig om al die oude vertrouwde gezichten, vergezeld van smakelijke filmfragmenten, weer eens te horen over hún jaren tachtig. McCarthy’s zoektocht door het verleden is bovendien opgeleukt met een toffe eighties-soundtrack, met treffende nummers van Joy Division (Love Will Tear Us Apart), Alphaville (Forever Young) en Simple Minds (Don’t You Forget About Me).

Scherpte krijgt Brats echter pas als Andrew McCarthy een afspraak weet te regelen met de man die The Brat Pack ooit van z’n geuzennaam voorzag en daarbij niet over iedereen even flatteus berichtte: journalist David Blum. En die heeft daarvan nog altijd geen spijt.

Children Of The Cult

Dartmouth Films

Twintig jaar geleden exploreerde Maroesja Perizonius in de persoonlijke documentaire Communekind (2004) haar verleden als kind binnen de Bhagwan-beweging. Met een duim op haar voorhoofd werd ze als zesjarig Nederlands meisje hoogstpersoonlijk door de grote leider Bhagwan Sri Rajneesh geïnitieerd. Samen met haar moeder Lietje zou ze in totaal zeven jaar lang deel uitmaken van diens beweging.

In de film confronteerde Maroesja Perizonius, toen in de dertig, haar moeder met de hachelijke situaties waarin zij als kind, omgedoopt tot Chandra, begin jaren tachtig terecht kwam. Ze voelde zich daarbij niet gesteund en beschermd door haar als ouder. Lietje probeerde de verwijten veelal af te weren. ‘Ik ben benieuwd naar over twintig jaar als jij misschien een koter hebt van dertien of zo’, zei ze. ‘En jij denkt daar het beste mee te doen en dat die dan daar natuurlijk ook de nadelen van meemaakt.’

Welnu, die jaren zijn inmiddels verstreken. In de tussenliggende periode leek met de serie Wild Wild Country (2018) het definitieve Bhagwan-document wel te zijn gemaakt. Anno 2024 pakt Perizonius de draad echter weer op met Children Of The Cult (75 min.). In de openingsscène leest ze direct enkele briefjes voor die zij als dertienjarig meisje ontving van volwassen ‘sannyasins’. ‘Lieve Chandra, je bent zo’n schatje en je hebt zo’n mooi lichaam’, schrijft de één. ‘Ik vind ’t geweldig om met je te slapen’, een ander.

Perizonius ontmoet in deze nieuwe film andere kinderen die zijn opgegroeid binnen de Bhagwan-beweging. Stuk voor stuk schetsen ze een leefomgeving waarin alles wordt geseksualiseerd, inclusief zijzelf. Als er in het Britse Suffolk een speciale kostschool wordt opgericht, zodat de ouders zich volledig kunnen richten op hun eigen spirituele ontwikkeling, loopt de situatie helemaal uit de hand. Jonge meisjes en jongens blijken in ‘Medina’, zonder vader of moeder in de buurt, een wel heel gemakkelijke prooi.

Ook Bhagwan zelf laat zich niet onbetuigd. Als de grote leider z’n sannyasins in 1981 richting de Verenigde Staten dirigeert, om daar een eigen stad te stichten, krijgt het misbruik een grootschaliger karakter. Rajneeshpuram wordt een plek, die menigeen voor het leven tekent. Maroesja Perizonius probeert ook in contact te komen met mannen die zich daar opdrongen aan minderjarige meisjes. Ze belt bijvoorbeeld met een sektelid, stiekem opgenomen, dat ronduit toegeeft dat hij destijds over de schreef is gegaan.

Een ander oud-lid verhaalt schuldbewust over de seksuele relatie die hij had met een tiener, maar verbaast zich erover hoe uitdagend de Bhagwan-kinderen zich toentertijd gedroegen. Als hij begint over hoe zij al op heel jonge leeftijd voorbehoedsmiddelen gebruikten, wordt het de verder daadkrachtig opererende Perizonius even te veel. Dat kent zij uit eigen ervaring. Toen ze naar Medina werd gestuurd, moest haar moeder een verklaring ondertekenen waarmee de contraceptie van haar dochter werd geregeld.

En daar zit ook de crux: de jongens en meisjes moesten zich binnen de sekte wel ontremd gedragen. Anders vielen ze uit de toon. Het seksueel misbruik dat daarop volgde heeft tientallen jaren later echter nog altijd gevolgen voor hun zelfbeeld, relaties en seksuele leven, zo toont deze ontluisterende film, die Perizonius regisseerde met Alice McShane. Zij schromen de confrontatie niet. Een notoire schuinsmarcheerder, nog altijd actief binnen de Bhagwan beweging, wordt met draaiende camera overvallen.

Maroesja Perizonius’ queeste mondt uit in een confrontatie met Bhagwans toenmalige rechterhand Ma Anand Sheela, die er wel van geweten móet hebben. Op voorhand is al duidelijk dat het bepaald niet zeker is dat zij ook haar verantwoordelijkheid zal nemen voor het verleden (dat hier nog eens in al z’n buitenissigheid wordt getoond met toch weer schokkende beelden). Voormalige leiders zoals Sheela beperken zich doorgaans tot (geveinsd?) begrip en routineuze antwoorden. Waarvan niemand wijzer wordt.

Israel & Gaza: Into The Abyss

Top Hat

Wat te zeggen over Israel & Gaza: Into The Abyss (90 min.)?

Dat de indringende en tegelijkertijd bijzonder moedeloos makende documentaire van de Britse regisseur Robin Barnwell (Mariupol: The People’s Story) met zes gewone Israëli’s en Palestijnen een afgewogen beeld probeert te schetsen van de terroristische aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 en de tegenaanval van het Israëlische leger in Gaza – die een jaar later nog altijd voortduurt?

Dat het lot van de Joodse vrouw Bat-Sheva – die bij de aanval van Hamas op de Nir Oz-kibboets haar echtgenoot Ohad gewond zag raken, waarna die werd meegenomen naar Gaza – net zo schrijnend is als dat van fotograaf Ibrahim uit het vluchtelingenkamp Jabalia in datzelfde Gaza – die bij Israëlische, veelal door hemzelf vastgelegde, acties zowel zijn huis als talloze familieleden kwijtraakte?

Dat de Israëlische tiener Agam – die samen met haar moeder en twee broers, als onderdeel van de in totaal 251 gegijzelden, werd ontvoerd naar Gaza, nadat eerder haar vader en zus al waren vermoord – net zo weinig hoopvol over de toekomst lijkt te zijn als het ooit zo vrolijke Palestijnse meisje Ghada – dat zichzelf en haar familie filmt, terwijl ze de ene na de andere ontbering moeten doorstaan?

Dat de Joodse moeder Gali uit de Nahal Oz-gemeenschap – die op 7 oktober een dochter verloor en daarna haar echtgenoot Tsachi ontvoerd zag worden – evenzeer haar begrip voor ‘de andere kant’ lijkt te zijn verloren als de Palestijnse dokter El-Ran – die als chirurg van een hospitaal probeerde te redden wie/wat er te redden was en later werd opgepakt omdat hij banden met Hamas zou hebben?

En dat het schier onoplosbare conflict, in deze film met niet eerder vertoonde privébeelden nog eens in al z’n ellendigheid opgeroepen, dat al zoveel Israëlisch en Palestijns bloed heeft gekost nog altijd ongenadig door ettert – sterker: aan beide kanten weer heel veel nieuwe wonden heeft geslagen, die moeten worden gelikt, verzorgd en vast ook gewroken?

Bij deze.

Ik Zeg Je Eerlijk

NTR

‘Ik identificeer mij als een meisje of een vrouw’, begint Peter ‘Musa’ van Maaren het kennismakingsgesprek waarmee hij zijn les ‘culturele, religieuze en seksuele diversiteit’ voor leerlingen van de basis- en middelbare school opent. De meisjes uit de kring staan op. En de jongens kijken toe. Volgende stelling: ‘anderen zien mij als een meisje of een vrouw.’ Verbazing alom. Want Peter staat zelf ook op. ‘Écht?’ vraagt de jongen naast hem. ‘Ja’, antwoordt Peter. ‘Ja, dat kan.’ Volgende stelling: ‘ik geloof in een God.’ En ook dan staat Peter op. Hij is moslim.

In de korte documentaire Ik Zeg Je Eerlijk (24 min.) volgt Eva Nijsten wat Van Maaren te weeg brengt bij verschillende groepen pubers. Haar film is opgebouwd uit verschillende kringgesprekken, waarbij net zo vaak luisterende jongeren in beeld zijn als degenen die het woord nemen of krijgen. Onderwerpen als zoenen (voor de huwelijksnacht), internetporno en geaardheid passeren de revue. Op gezette tijden toont Nijsten bovendien als intermezzo wat er zoal op schoolmuren is geschreven, gekalkt of gekerfd. Grappige, seksueel getinte of onverdraagzame tekeningen of boodschappen.

Halverwege confronteert Peter van Maaren de diverse groepen jongeren met zichzelf: als kleine katholieke jongen was Petertje verliefd op Zwarte Piet. Later als tiener had hij ‘voor de schijn’ verkering met Monique. Totdat haar ouders eens een avondje weg waren…. ‘Ik was gewoon een vette homo’, vertelt hij over die tijd, zonder omhaal van woorden. ‘Maar ik probeerde wel hetero te worden.’ Het noopt een islamitische jongen, rechts van hem, tot een reactie: ‘De dingen die u nu doet is allemaal voor niks’, zegt die gedecideerd. ‘Want homo is niet geaccepteerd in de Islam.’

Peter van Maaren lijkt echter niet op zoek naar de confrontatie. Hij blijft de dialoog aangaan, op zoek naar verbinding. En daarmee lijkt hij de meeste tieners – en vast ook het leeuwendeel van de kijkers van deze boeiende gespreksfilm – wel te kunnen ontwapenen.

Leven Op Zijn Kop

Human

School is niet zijn ding. En hij is ook niet zo van het praten. David Kitoyan volgt liever zijn gevoel. Dat kan hij het beste kwijt in breakdancen. De dertienjarige jongen verkiest zogezegd het Leven Op Zijn Kop (25 min.). Zo heeft hij inmiddels een hele prijzenkast vol gedanst. ‘Ik wil de beste worden’, zegt David lachend, liggend op de grond van een lege fabriekshal waarop hij net z’n beste ‘moves’ heeft laten zien. ‘Maar ik ben al de beste.’

Tegelijkertijd is David ook een jongen met een leerachterstand, een typische puber én het kind van een alleenstaande moeder, Mery. Die is als tiener gevlucht uit Armenië, een land met heel veel verleden en ogenschijnlijk een al even lastige toekomst. Een thema dat ook voortdurend op de achtergrond aanwezig is in deze korte docu – net als Davids afwezige vader – maar waaraan wel héél weinig woorden vuil worden gemaakt. Net als in z’n echte leven waarschijnlijk.

Documentairemaakster Barbara de Baare portretteert de hechte twee-eenheid via intieme snapshots uit een dagelijks leven, waarin Davids danscarrière een centrale plek lijkt te hebben. Haar publiek moet dan wel tussen de regels door kunnen lezen. David gaat bijvoorbeeld vissen met een vriendje, dat Turks blijkt te zijn, maar het is de vraag of dat kwartje bij elke kijker valt. Want de roerige geschiedenis van de Turken en Armeniërs komt slechts zijdelings aan de orde.

Terwijl de jonge breakdancer zijn kunsten voor een groot publiek mag vertonen, dringt De Baare steeds dieper door in het bestaan van David en Mery Kitoyan en hun directe familie. Filmisch en op de huid, met veel close-ups. Met fraaie danssequenties ook. In een zaal, op de buis en in de vrije natuur. Waar David zichzelf en zijn moeder even vanuit de dagelijkse sores naar een soort zevende hemel danst. Waarna ongetwijfeld het gewone leven weer wacht.

Child Star

Disney+

Ze spiegelen zich aan pak ‘m beet Shirley Temple, Annie of Miley Cyrus, maar lopen het gevaar dat ze een variant op Michael JacksonBritney Spears of Aaron Carter worden, kindersterren die uitgroeiden tot zwaar beschadigde volwassenen.

Drew Barrymore kan erover mee praten en blijkt daartoe ook bereid in Child Star (97 min.), de documentaire die Demi Lovato heeft gemaakt met Nicola B. Marsh. Barrymore brak als zevenjarige door in Steven Spielbergs kassucces E.T.  Toen had ze echter al de nodige ervaring opgedaan. De Amerikaanse actrice was pas elf maanden oud toen ze voor het eerst in een commercial speelde. ‘Sindsdien ben ik altijd aan het werk geweest’, vertelt ze aan Lovato, die zelf natuurlijk ook al van kinds af aan beroemd is. ‘Behalve in de tijd dat mijn moeder me had laten opnemen.’

Demi Lovato heeft eerder in een documentaire, Dancing With The Devil (2021), bericht over haar getroebleerde jeugd – of, als je onaardig wilt zijn: die flink uitgevent – en neemt haar ervaringen ook mee naar deze film. De nadruk ligt wel op de grotere thematiek – het ongezonde leven van jeugdsterretjes – en er is ook voldoende ruimte voor andere ervaringsdeskundigen, zoals Christina Ricci (The Addams Family), Raven-Symoné (The Cosby Show) en Alyson Stoner (die ze nog kent van producties voor Disney Channel en de Camp Rock-films).

Daarmee lijkt deze docu qua toon en opzet op Showbiz Kids (2020), de film waarin regisseur Alex Winter, die zelf ook op jeugdige leeftijd in de spotlights belandde, spreekt met Evan Rachel Wood (Thirteen), Todd Bridges (Diff’rent Strokes) en Drew Barrymore’s tegenspeler in E.T., Henry Thomas. En natuurlijk snijdt Child Star ook thema’s aan die al in het schrijnende An Open Secret (2015) en de scandaleuze miniserie Quiet On Set: The Dark Side Of Kids TV (2024), over (seksueel) misbruik bij jeugdprogramma’s van de zender Nickelodeon, aan de orde zijn gesteld.

Demi Lovato’s geesteskind, waarin ook haar moeder, zussen en verloofde en een aantal deskundigen aan bod komen, snijdt een veelheid aan onderwerpen uit het leven van zo’n jong sterretje aan: de kadaverdiscipline binnen de entertainmentbusiness, onwerkelijke adoratie van fans, kritische reacties vanuit hun eigen omgeving, uitgekiende vermarkting van hun imago, eetstoornissen, drugs- en alcoholproblemen én plotselinge geldtekorten – als blijkt dat hun inkomen jarenlang slinks is weggesluisd, soms door hun eigen vader of moeder.

Lovato bevraagt daarnaast regisseur Chris Columbus, die bij de Home Alone en Harry Potter-films meemaakte hoe Macaulay Culkin en Daniel Radcliffe ineens wereldberoemd werden, vraagt zich af wat zulke vroege roem doet met je persoonlijkheid (bij alles de vraag stellen ‘what’s on brand?’ bijvoorbeeld) en stuurt aan het einde naar de tegenwoordige tijd, waarin kindsterretjes door social media nóg kwetsbaarder zijn geworden. Dat is natuurlijk geen nieuw inzicht. En dat geldt in feite voor de gehele film, die niet héél diep graaft en vooral bewijs toevoegt aan een zaak die al staat.

Gelukkig heeft Demi Lovato tot besluit nog een geruststellende boodschap voor alle would be-kindsterren, in de vorm van een themanummer dat tevens dienst doet als promosingle: You’ll Be OK, Kid. Geheel ‘on brand’, zou je zeggen.

Here I Go

Menuetto Film

Here I Go (53 min.), dacht Ruben toen hij in België op het perron stond, om de trein naar Frankrijk te nemen. De Vlaamse tiener was ‘gewoon blij’, herinnert hij zich. ‘Op naar Albezon.’

Afscheid nemen van zijn moeder was ‘makkelijk’, vertelt Ruben nog, als hij eenmaal op de plaats van bestemming, een afgelegen boerderij in de Cevennen, is gearriveerd. Bij een Belgisch gastgezin kan hij twee maanden terecht en mag ie z‘n handen uit de mouwen gaan steken. Toen hij vertrok heeft Ruben alleen wel zijn mobiele telefoon thuis moeten laten.

De zeventienjarige jongen is met een zwaar gemoed afgereisd naar Zuid-Frankrijk. Wat hem precies dwarszit, openbaart zich pas helemaal aan het einde van deze kalme observerende film van Jaan Stevens. Duidelijk is dat z’n ouders gescheiden zijn, dat Ruben slecht overweg kan met z’n zussen en dat hij al een behoorlijke tijd niet naar school gaat.

In de natuur van Albezon wordt de jongen aan het werk gezet. Hij helpt mee bij klusjes in en om het huis, gaat dieren voeren, planten en onkruid wieden en neemt zo nu en dan een verkwikkende duik in de nabijgelegen rivier. Intussen proberen zijn gastouders Sam en Emmy en hun kinderen hem, vaak tevergeefs, aan de praat te krijgen over wat hem dwarszit.

Stukje bij beetje geeft Ruben toch een deel van zijn geheimen prijs tijdens alle praktische bezigheden in die idyllische, fraai vereeuwigde omgeving – al doet hij tegelijkertijd ook z’n best om niet het achterste van zijn tong te laten zien. De tiener communiceert veelal zonder woorden en vraagt van anderen of ze een beetje tussen de regels door willen lezen.

Intussen vangt Jaan Stevens in deze serene coming of age-docu hoe zijn aanvankelijk tamelijk stuurse hoofdpersoon, via subtiele (non-)verbale communicatie met z’n omgeving, gaandeweg ontspant. Dat gaat niet gepaard met een klassieke catharsis, waarna alle problemen ineens zijn opgelost, maar met het langzaam openen van wat eerder potdicht zat.

Zodat Ruben daarna zijn leven weer kan vervolgen.

Kate Winslet – A Quest For Authenticity

Arte

Ze heeft Titanic niet lang als een molensteen om haar nek laten hangen. Kate Winslet weigert om zich te laten reduceren tot het eerste de beste tieneridool. Ze zou ook wel een opmerkelijke keuze zijn geweest. Als tiener werd de Britse actrice, op een particuliere acteeropleiding, nog gepest vanwege haar gewicht. En die kwestie zou gedurende haar carrière nog vaak opspelen.

Als Winslet zich opwerpt als de strijdbare Rose, de geliefde van Leonardo DiCaprio in James Camerons epische film over ‘die boot’, heeft ze al imposante rollen in Heavenly Creatures en ‘corsetfilms’ zoals Sense And Sensibility op haar conto staan. Voor zo’n beetje elke rol heeft ze, getuige Kate Winslet – A Quest For Authenticity (52 min.), moeten strijden. Winslet moest bijna steevast bedelen om een screentest en blies de verantwoordelijke regisseur dan helemaal omver, zoals in deze tv-docu van Claire Duguet bijvoorbeeld is te zien in haar test voor Titanic.

In de navolgende jaren manifesteert Winslet zich met eigenzinnige filmkeuzes – van Hideous Kinky, Holy Smoke en Eternal Sunshine Of The Spotless Mind tot Little Children, Revolutionary Road en The Reader – en blijft ook de discussie over haar figuur tot vervelens toe opspelen.  Hoe zij zich als vrouw verhoudt tot de zogeheten ‘male gaze’ is tevens het centrale thema van dit portret, waarin een alwetende verteller, aan de hand van talloze filmfragmenten en archiefinterviews, waarin Winslet overigens ook steeds een rol lijkt te spelen, door haar carrière beent.

De nadruk in dit makkelijk gemaakte acteursportret – geen eigen bronnen bijvoorbeeld – ligt nadrukkelijk op haar werk. Winslets privéleven wordt met enkele zinnen afgedaan. Daarnaast focust Duguet zich op haar publieke strijd om respect voor het vrouwenlichaam. Zoals dat is, was en wordt. Ook, of juist, bij haar. Gaandeweg incorporeert Kate Winslet, één van de beeldbepalende actrices van de afgelopen dertig jaar, dit ook nadrukkelijk in haar werk, als ze op zoek gaat naar vrouwelijke authenticiteit en ruimte probeert te scheppen voor ‘the female gaze’.

Daughters

Netflix

Veel dochters moeten er waarschijnlijk helemaal niet aan denken: een Date With Dad. Dat wordt natuurlijk anders als ze hun vader alleen kennen in zo’n typisch oranje kloffie, omdat hij een groot deel van hun jeugd in de gevangenis heeft doorgebracht. Een aantal van zulke Daughters (108 min.) en hun gedetineerde vaders krijgen nu de kans, als afsluiting van een tienweeks coachingsprogramma, om samen naar een vader-dochterbal te gaan.

Het Date With Dad-programma werd een jaar of twaalf geleden in Richmond, Virginia, opgezet door de Afro-Amerikaanse activiste Angela Patton en is nu ook uitgebreid naar Washington DC. Het is ontwikkeld vanuit betrokkenheid bij alle zwarte meisjes die opgroeien met ‘de vaderwond’. Deze film, die Patton heeft gemaakt met Natalie Rae, volgt enkele vaders en dochters tijdens het proces dat ze doormaken tijdens die tien weken – en lang daarna.

Het wordt ‘een emotionele achtbaan’, waarschuwt ‘fatherhood life coach’ Chad Morris de gedetineerde mannen bij aanvang. En dat geldt evenzeer voor deze film, waarin zij en hun kinderen – in leeftijd uiteenlopend van vijf tot vijftien jaar – worden geobserveerd. Soms hebben ze elkaar al een behoorlijke tijd niet gezien. Van fysiek contact is sowieso vaak geen sprake geweest. In veel Amerikaanse gevangenissen zweren ze tegenwoordig bij ‘video-ontmoetingen’.

De eerste helft van deze geladen film richt zich op het introduceren van de meisjes en hun ouders en op het traject waarin de mannen, waarvan de delicten overigens nauwelijks aan de orde komen, worden klaargestoomd voor een ontmoeting met hun kind. Intussen spreken ze met elkaar over de relatie met hun eigen vader en het ouderschap in het algemeen. Sommige mannen vrezen dat hun eigen dochters wel eens doodsbang voor hen zouden kunnen zijn.

Ja’Ana kan zich het gezicht van haar vader Frank bijvoorbeeld nauwelijks herinneren. Het elfjarige meisje mocht hem van haar moeder Unita niet bezoeken in de gevangenis, ‘Hoezo wil jij een band met haar?’ had Unita hem een tijdje geleden gevraagd. ‘Terwijl je toen je vrij was, niets met haar te maken wilde hebben?’ Nu maken vader, dochter én moeder – via de zogenaamde ‘mother-daughter circle’ – zich op voor een hernieuwde kennismaking.

Als iedereen klaar is en de pakken, jurkjes en schoenen zijn gepast, kan het bal beginnen, gewoon in de gevangenis overigens. Er wordt gedanst, geknuffeld en gepraat. ‘Als ik braaf ben, ben ik over zeven jaar thuis’, zegt gedetineerde Keith bijvoorbeeld tegen zijn vijfjarige dochter Aubrey, als ze elkaar eindelijk weer in de armen mogen sluiten. ‘Als jij een tiener bent, zal papa weer thuis zijn.’ Het is bedoeld als een bemoedigende boodschap.

Niet alle ontmoetingen gaan vanzelf. Daarvoor is er soms te veel gebeurd – of juist niet. Het resulteert in elk geval in aangrijpende taferelen. Van mannen die voor enkele uren weer vader proberen te zijn en meisjes die daarvan optimaal genieten – of die vreemde man op zijn minst even tolereren. ‘Blijf toegewijd aan ze’, drukt vaderschapscoach Chad hen nog op het hart. ‘Je moet er voor hen zijn.’ Waarna hij een paar keer zijn mantra herhaalt. ‘Ze hebben je nodig.’

Patton en Rae blijven tijdens het gehele traject dicht bij hun hoofdpersonen en verbinden de verschillende fasen in het proces met poëtische beeldsequenties over het ouderschap. Daarna proberen ze het effect van de dates te vatten. Heeft het samenzijn van deze zwarte vaders en de kinderen van wie ze vervreemd zijn geraakt, een schrijnend bijeffect van de ‘mass incarceration’ van Afro-Amerikaanse mannen, iets wezenlijks teweeg gebracht?

Tegelijkertijd groeit Daughters uit tot een film die weinigen onberoerd zal laten.

Dirty Pop: The Boy Band Scam

Netflix

‘Mensen vragen me: wanneer is dat boybandgedoe over?’, zegt Lou Pearlman met een triomfantelijke lach op zijn gezicht. Hij schijnt de anekdote talloze malen te hebben opgedist. ‘En dan antwoord ik: ik weet precies wanneer. Als God geen kleine meisjes meer maakt. Tot dat moment is het nooit over.’

En er zit ook goeie business in, ontdekt de handige ondernemer Pearlman als hij zich verdiept in wat een groep zoals New Kids Om The Block binnenbrengt. Begin jaren negentig besluit de geboren verkoper zich dus ook op de markt te wagen. Eerst met The Backstreet Boys, later met een door hemzelf gecreëerde concurrerent voor die groep, *NSYNC. Twee boybands, die al snel overal voor gillende tienermeisjes zorgen.

Achter alle glitter en glamour gaat echter – verrassinggg! – een onverkwikkelijke geschiedenis schuil. En die doet David Terry Fine in de driedelige serie Dirty Pop: The Boy Band Scam (127 min.) adequaat uit de doeken. Want uiteindelijk loopt er maar één iemand binnen door al die aalgladde popsongs, mierzoete samenzang en gelikte danspasjes van zo’n zorgvuldig samengesteld en gekneed jongensgroepje. Juist: Big Poppa.

Lou zelf komt daarover niet aan het woord. Of ja, in zekere zin toch wel. Met behulp van een echt interview met Pearlman zijn teksten uit ‘s mans autobiografie Bands, Brands & Billions (2003) digitaal van beeld en geluid voorzien. Met dus een deepfake-Lou, die ondernemerslessen  uit zijn eigen boek voordraagt. Dat went snel. Net iets te snel, eigenlijk. Met de opkomst van AI is dit waarschijnlijk echter de toekomst, óók in documentaires.

Voor de verwikkelingen rond Lou Pearlman zijn overigens ook genoeg reguliere bronnen te vinden. In een andere docu over de verzuurde verhouding tussen de twee boybands en hun manager en diens malversaties, The Boy Band Con (2019), draafden al de Backstreet Boy AJ McLean en Chris Kirkpatrick van *NSYNC op. Zij zijn nu opnieuw van de partij, in de rug gesteund door Howie Dorough van Backstreet Boys.

En ook Erik-Michael Estrada van O-Town, de groep die voortkwam uit Pearlmans realityserie Making The Band (2000), en Michael Johnson en Patrick King van alweer een ander jongensvehikel, Natural, leveren een bijdrage. Verder heeft Fine enkele vrienden, medewerkers en investeerders van Lou Pearlman gestrikt om zijn achtergrond, modus operandi én financiële handel en wandel te schetsen.

En daarbij vallen er nogal wat lijken uit de kast. Big Poppa blijkt in werkelijkheid een – opgelet! – Dirty Pop, die jarenlang heeft geteerd op een ingenieus opgetuigd piramidespel en zo talloze slachtoffers heeft gemaakt. Daarmee vertelt deze miniserie in wezen hetzelfde verhaal als The Boy Band Con en blijft ie tegelijkertijd uit de buurt van de schmutzige verhalen over Backstreet Boy Nick Carter en zijn zingende broertje Aaron, die onlangs hun weg vonden naar de docuserie Fallen Idols.

Als die het licht zien, heeft Lou Pearlman allang het veld geruimd. Hij blijft een enigma, ook in deze productie. Een man die van gewone jongens sterren kon maken, maar tijdens dat proces, binnen de bands en zeker ook erbuiten, tevens menigeen brak – of op z’n minst eronder rukte.

Meisjes Van De Goede Herder

VPRO

‘Lang, mager meisje’, leest oud-pupil Lies Vissers in haar eigen dossier. ‘Infantiel’. En: ‘probleemkind.’ Toen Lies twaalf was, overleed haar vader. Moeder kon de opvoeding alleen niet aan. En dus werd de oudere vrouw halverwege de jaren zestig als tiener naar één van de vijf Nederlandse kloosters van de Zusters van de Goede Herder-congregatie gebracht. Daar werd ze volgens eigen zeggen ‘gedepersonaliseerd’ en voor het leven beschadigd.

Joke de Smit was één van de 20.000 andere ‘gevallen meisjes’ die als tiener bij de katholieke kloosterorde werden ondergebracht. Ze kregen er werk in naaiateliers en wasserettes toebedeeld en werden flink afgeknepen door de aldaar werkzame nonnen. Joke ervoer het als een bijzonder liefdeloze omgeving, een soort jeugdgevangenis. ‘Vanaf dat moment ben ik heel rebels geworden.’ Samen met Lies, met wie ze een lekker no-nonsense duo vormt, en zeventien andere beschadigde vrouwen heeft zij nu advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen om de Goede Herder voor de rechter te dagen.

Documentairemaakster Britta Hosman sluit voor de vierdelige serie Meisjes Van De Goede Herder (208 min.) drie jaar lang bij hen aan, maar laat ook de gedaagden aan het woord: de huidige directeur van de congregatie, Hubert Janssen, en de laatste nog levende en inmiddels behoorlijk fragiele Zusters. Zij geven een gezicht aan het repressieve systeem dat ook internationaal steeds meer onder vuur is komen te liggen. In Ierland bijvoorbeeld, waar wantoestanden bij de zogenaamde Magdalene Laundries voor veel ophef en aangrijpende slachtofferverhalen hebben gezorgd. 

Waar de verhalen over de Zusters van de Goede Herder – geïllustreerd met fraaie zwart-wit beelden uit een verloren tijd, die zich nochtans tot dik in de jaren negentig heeft uitgestrekt – ook vandaan komen, ze bevatten steeds dezelfde elementen: vernedering, tucht en dwangarbeid. Ook in Nederland, waar de meisjes aan het werk werden gezet voor het koninklijk huis en bedrijven als C&A en Vroom en Dreesman. De kloosterorde stak de opbrengst daarvan in eigen zak. Het is één van de onderwerpen die worden opgebracht tijdens de rechtszaak tegen de katholieke congregatie.

Met een bespiegelende voice-over, waarmee ze op z’n Schuldigs of Stuks ook in het hoofd van haar personages probeert te kruipen, kadert Hosman alle ontwikkelingen in. Ze schuwt ook confronterende vragen aan de huidige leiding van de Herder niet. Directeur Janssen stelt zich dan tot taak om de zaken nog zoveel mogelijk in een positief daglicht te plaatsen. Hij loopt daarbij alleen gedurig achter de feiten aan. Het ene verwijt is nog niet (min of meer) gecounterd of de volgende kwestie dient zich alweer aan. Anonieme graven op het Goede Herder-terrein in Almelo bijvoorbeeld.

Welk verhalen zijn daarin verdwenen en kunnen alsnog worden opgediept? In hoeverre laat een verleden dat zo gebrekkig is gedocumenteerd zich sowieso nog volledig reconstrueren en mag je daarover met hedendaagse ogen oordelen? En (hoe) kunnen misstanden met terugwerkende kracht worden gerepareerd? Is erkenning dan genoeg? Deze delicate en doortimmerde miniserie, die kritisch en toch afgewogen bericht over een nog altijd zeer gevoelige kwestie, kadert het terrein zorgvuldig in en brengt tevens nieuwe zaken aan het licht over een verleden dat pas kan afgesloten als er rekenschap over is afgelegd.

S10 – Dat Het Goed Blijft Gaan Met Mij

EO

Rond het Eurovisie Songfestival van 2022 in Turijn, komt het verhaal tot een climax. De Nederlandse deelneemster S10 lijkt daar hoge ogen te gaan gooien met het gevoelige lied De Diepte. En haar persoonlijke verhaal, waar de verzamelde entertainmentjournalisten maar geen genoeg van krijgen, sluit daar perfect bij aan. Als tiener kampte zangeres Stien den Hollander met ernstige mentale problemen. Op haar eenentwintigste heeft ze die overwonnen en is ze uitgegroeid tot een gelouterde jonge vrouw, die zich nu ieders hart in gaat zingen. Alleen, dat is precies wat het is: een verhaal.

Een afgeronde vertelling, met een kop en een staart. Over een uitdaging die is aangegaan en overwonnen. In de trant van: Stien was ziek en nu is ze beter. ‘En ze leefde nog lang en gelukkig’, zegt haar manager en steun en toeverlaat Froukje Bouma erachteraan. De werkelijkheid is alleen veel minder eendimensionaal dan het verhaal dat ervan wordt gemaakt. Als dat Songfestival erop zit – deze documentaire van Linda Hakeboom en Rolf Hartogensis is dan een kleine twintig minuten onderweg – stapt de jonge zangeres uit Hoorn dus weer in de mallemolen van haar gewone bestaan.

Terwijl ze in televisieprogramma’s blijft beweren dat het ‘heel goed’ gaat, kampt ze ‘gewoon’ met de twijfels die nu eenmaal bij haar leven horen. S10 – Dat Het Goed Blijft Gaan Met Mij (69 min.) documenteert dit proces en maakt er, zo je wilt, ook weer een verhaal van. Geen Disney-productie weliswaar, maar een geladen en gestileerd portret. Waarin S10 op weg gaat naar een uitverkocht concert in de AFAS Live te Amsterdam en Hakeboom, die eerder een vergelijkbare documentaire maakte over Jett Rebel, ondertussen met Stien in haar getormenteerde verleden duikt.

In dat kader is zij als meisje te zien in een aflevering van het jeugdprogramma Taarten van Abel (2015), bezoekt ze beladen plekken uit haar jaren als ontwortelde tiener en ontmoet ze jeugdwerker Ewald Brouwer, die haar vroeger thuis bezocht. Het is een donkere ‘trip down memory lane’, die Stien duidelijk kruim kost en die ze zo nu en dan ook onderbreekt, om even op adem te komen. Intussen wordt haar getroebleerde jeugd weliswaar niet tot in detail opgelepeld, maar valt wel degelijk op te maken welk type wonden, butsen en schrammen zij probeert te helen met haar muziek.

Haar persoonlijke, breekbare en geladen werk biedt Stien geen ultieme verlossing, maar lijkt voor haar wel degelijk te fungeren als een proeftuin of uitlaadklep. Voor een jonge vrouw, die nog altijd zomaar in een afgrond lijkt te kunnen tuimelen, maar de wil en moed heeft om er, steeds weer, uit te klimmen. En dat lijkt voor de verandering – in de entertainmentbusiness wordt zo’n verhaal nu eenmaal vaak met de wereld gedeeld om een nieuw product of evenement te ondersteunen – nu eens niet te leiden naar een nieuw album of groot concert. Al staat S10 deze zomer natuurlijk wel op Pinkpop.

Zoo Station: The Story Of Christiane F.

Andana Films

Ze was dertien en verkocht haar lichaam voor heroïne. Zelden zal een boek – en later ook de gelijknamige film Christiane F.: Wir Kinder Vom Bahnhof Zoo – zo zijn ingeslagen als het schokkende verhaal van de Berlijnse tiener Christiane Felscherinow. In de tweede helft van de jaren zeventig was zij terechtgekomen op de ‘Kinderstrich’, een tippelzone vlakbij het station Zoologischer Garten. Daar probeerde zij, en de talloze verslaafde jongens en meisjes zoals zij, te overleven. Sommigen hadden wel 100 Mark per dag nodig om te kunnen blijven ‘drücken’. Christiane werd hun gezicht, de verpersoonlijking van een soort heroïne-epidemie die toentertijd huishield in Europa.

In Zoo Station: The Story Of Christiane F. (52 min.) probeert Claire Laborey die desolate plek en tijd op te roepen. Daarvoor kan ze teruggrijpen op archiefinterviews met Felscherinow en beelden van de destijds nog verscheurde Duitse stad. Zelf heeft ze vooral gesproken met secundaire bronnen: een journalist van de krant Der Stern, verslavingsdeskundige, straatwerker, schrijver, acteur, jeugdwerker en historicus. Zij schetsen hoe ontheemde jongeren probeerden te ontsnappen aan de betonnen jungle in de achterstandswijk Gropiusstadt en de beknellende atmosfeer in het naoorlogse Duitsland, die ook al tot terroristische acties van de Rote Armee Fraktion had geleid.

Deze tv-docu gaat dan ook meer over het fenomeen Christiane F. en de generatie die zij representeert dan over de persoon daarachter, de getroebleerde Christiane Felscherinow. Al wordt er natuurlijk wel regelmatig geciteerd uit haar schokkende boek. ‘Ik neem mijn dosis van het poeder’, schreef ze bijvoorbeeld. ‘Het is bitter en irriteert. Eerst is dat alles wat ik nodig heb. Ik probeer de drang om te kotsen te bedwingen en spuug dan toch wat uit. En dan komt ‘t, heel snel. Mijn armen en benen worden zwaar, zwaar, zwaar en tegelijkertijd ongelooflijk licht. Ik ben verschrikkelijk moe en het is geweldig. Al mijn problemen zijn in één keer weg. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.’

Van haar relaas ging destijds een afschrikwekkende werking uit – een keiharde aanpak van ‘junks’ was bijvoorbeeld het rechtstreekse gevolg – maar het sprak tegelijkertijd ook tot de verbeelding van jongeren die tijdens en direct na de eerste punkgolf opgroeiden. En de esthetiek van de Christiane F’s van het Bahnhof Zoo kreeg later zelfs nog een reprise via de ‘heroin chic’-trend en dient nog altijd, laat deze informatieve docu zien, als inspiratiebron voor een modemerk zoals Heroin Kids. Het is de vraag of Christiane Felscherinow, die moeite bleef houden om zich definitief los te weken van het drugsmilieu, daarvoor net zoveel royalty’s heeft ontvangen als voor haar bestseller.

De vraag stellen is hem vermoedelijk ook beantwoorden.

Trailer Zoo Station: The Story of Christiane F.

Brandy Hellville & The Cult Of Fast Fashion

HBO

Knap, bleek en dun, heel dun. Typische Brandy Melville-meisjes. Op Instagram zorgen zulke tieners ongevraagd voor onbetaalbare hoeveelheden gratis reclame voor het modemerk. En in de winkels fungeren zij als lokaas voor alle meisjes die willen zijn zoals zij. Want in wezen verkoopt het van origine Italiaanse merk natuurlijk een ideaalbeeld, van het populaire meisje. En dus komt Brandy ermee weg dat ze maar één maat kleding aanbieden: one size fits all. Voor knappe, bleke én dunne meisjes dus.

Achter dat imago gaat een typisch fast fashion-bedrijf schuil, dat z’n kleding laat maken in ‘sweatshops’ in lage lonenlanden, nauwelijks maalt om de kwaliteit ervan en uiteindelijk ook flink bijdraagt aan de kledingberg, die op speciale dumpplekken in een Afrikaans land zoals Ghana wordt achtergelaten. En natuurlijk draagt Brandy Melville bepaald niet bij aan het zelfvertrouwen van de clientèle, lijken eetstoornissen bijna part of the job en zijn het achter de schermen (dubieuze) mannen die de lakens uitdelen.

Ofwel: Brandy Hellville & The Cult Of Fast Fashion (91 min.). Regisseur Eva Orner laat (geanonimiseerde) oud-werknemers, typische Brandy-meisjes en allerlei modekenners, trendwatchers en deskundigen aan het woord. Gezamenlijk lopen ze in vlot tempo alle verschillende pijnpunten in de Brandy-bedrijfsvoering langs en zoomen in op het giftige klimaat dat CEO Stephan Marsan in z’n directe omgeving, tijdens de communicatie met zijn medewerkers en binnen de onderneming als geheel heeft gecreëerd.

Alle verschillende aspecten van het fast fashion-bedrijf worden weliswaar aangeraakt, maar meestal slechts beperkt uitgewerkt. Daardoor is deze docu uitermate geschikt voor (ouders van) al dan niet knappe, bleke en dunne meisjes die zich snel willen informeren over Brandy Melville en fast fashion, maar heeft ie in wezen ook weinig nieuws of verdiepends te bieden.

Madu

Disney+

‘Bedankt dat je me trots maakt’, zegt Ifeoma tegen haar elfjarige zoon Anthony Mmesoma Madu, als die op het punt staat om naar Engeland te vertrekken. En: ‘vergeet niet waar je vandaan komt.’ De Nigeriaanse jongen, die viral ging met een balletsessie in de regen, krijgt aan de andere kant van de wereld een professionele dansopleiding, die in totaal zo’n zeven jaar in beslag zal nemen. ‘De belofte die ik mijn moeder en mijn familie maak’, zegt hij bij vertrek plechtig, ‘is dat ik hen nooit zal teleurstellen.’

En dan kan het avontuur – en deze film daarover, Madu (100 min.) – echt beginnen. Terwijl Anthony nog aan het acclimatiseren is op de Elmhurst Ballet School in Birmingham, wordt de Afrikaanse tiener in deze gestileerde documentaire van Matthew Ogens en Joel ‘Kachi Benson geconfronteerd met een fysieke beperking die zijn danscarrière in gevaar zou kunnen brengen. Anthony heeft die altijd goed verborgen weten te houden.

De docu volgt de jongen tijdens zijn eerste schooljaar als hij z’n positie zoekt te midden van de Britse danstalenten, voor het eerst verliefd wordt en onderzoeken krijgt om te ontdekken wat er precies met hem aan de hand is. Ogens en Benson brengen alle verwikkelingen met zeer fraaie shots in beeld, geven ze een emotionele onderlaag met een erg sturende soundtrack en verlevendigen het geheel nog met enkele magisch-realistische danssequenties.

Het resultaat is een oogstrelende, gemakkelijk behapbare en tamelijk gladde film. Een typische – ga ik het zeggen? – Disney-docu.

Liefjes

Amstelfilm

Ze worden langzamerhand te oud voor een vakantie met hun ouders, maar zijn ook nog te jong voor een weekje weg met vriendinnen. Op een camping in Zuid-Frankrijk proberen drie veertienjarige meisjes hun eigen plan te trekken. De Liefjes (80 min.) mogen zich dan hebben onttrokken aan de spiedende blik of vrijpostige vragen van hun ouders. Ze kunnen bepaald niet ongezien de liefde (verder) ontdekken. Want bij elke stap die ze op dat gebied zetten kijkt er een camera van de filmmakers Anneke de Lind van Wijngaarden en Natalie Bruijns mee. Zou die het ontstaan van een onvervalste vakantieliefde kunnen vereeuwigen?

Het is een klein wonder dat de drie hoofdrolspeelsters zich ogenschijnlijk nauwelijks laten beïnvloeden doordat er iemand meekijkt. Van zeer dichtbij registreert die hoe zij zich de liefde eigen maken, proberen te hanteren of er juist nog ver bij uit de buurt blijven. De Vlaamse tiener Malak Atif droomt bijvoorbeeld van de liefde, maar durft er niet van te dromen dat die ook haar, met wie zij is en hoe ze eruit ziet, ten deel kan vallen. In dat opzicht lijkt ze misschien een beetje op haar moeder. Die heeft één grote liefde gekend. Sinds die spaak is gelopen, is ze alleen. Malak laat zich daardoor echter niet ontmoedigen. Ze ontmoet al snel een leuke Franse jongen. Alsof de Goden zich ermee hebben bemoeid, speelt hij ook nog gitaar en zingt erbij.

Haar Nederlandse leeftijdsgenoot Celia Neuteboom heeft de liefde al gevonden – althans, daarvan is ze zelf overtuigd – maar hij is nu op vakantie in Turkije. Is het voor hem net zo serieus als voor haar? vraagt ze zich af. Hij neemt zijn telefoon wel erg vaak niet op. Als ze hem daar vragen of hij een vriendin heeft, wat zou hij dan antwoorden? En wordt het feit dat hij moslim is, en zij dus niet, nog een struikelblok in de toekomst? Jaelynne Prempeh houdt het tenslotte vooral bij haar smartphone. Via TikTok, Snapchat en Insta haalt het meisje de wereld binnen, die ze in het echt op afstand houdt. Ze heeft ook nog niet eerder gekampeerd. Nu haar moeder een nieuwe vriend heeft is het daar toch van gekomen, maar echt aansluiting zoeken op de camping durft Jae eigenlijk niet.

Zoals dat gaat op deze precaire leeftijd – te groot voor de poppen, zong Paul van Vliet over meisjes van slechts een jaartje jonger, te klein voor de kerels – vertrekken de drie pubers nét even anders van de camping dan ze er een week eerder aankwamen. De Lind van Wijngaarden en Bruijns hebben dit proces, dat zich voltrekt tijdens een soort ideale zomer, zeer intiem vastgelegd. Sommige scènes lijken bijna ‘too good to be true’. Alsof ze rechtstreeks uit de typemachine van een schrijver van coming of age-drama’s komen. Deze (jeugd)docu stemt tevens weemoedig: wie eenmaal veertien is geweest wordt het nooit weer. Zoals ook die allereerste verliefdheid vaak niet meer wordt overtroffen. Laat staan een vakantie in Frankrijk, met zomerliefde.