We Were Once Kids

Resolution Media

Opeens hangt er een poster in Washington Square Park: ‘Open casting call.’ Gezocht: echte New Yorkse jongeren, van allerlei verschillende achtergronden en kleuren. Jongens en meisjes, tussen de dertien en negentien. Voor de opnames van een film genaamd “Kids”, geregisseerd door Larry Clark en geschreven door een negentienjarige jongen die al een tijdje in de buurt rondhangt, Harmony Korine.

Niet veel later valt het kwartje bij het groepje straatjongeren, dat begin jaren negentig een soort skategroep heeft gevormd. Clark, dat is de oudere jongere, een fotograaf naar verluidt, die de afgelopen tijd nogal eens een jointje met hen is komen roken. Als één van hen, Hamilton Harris, daadwerkelijk naar de casting gaat, blijkt hij auditie te moeten doen voor een personage dat ‘toevallig’ zijn eigen naam draagt.

Tijdens de opnames voor de speelfilm zullen de grenzen tussen fictie en realiteit nog verder vervagen. En als Kids in 1995 wordt uitgebracht, kan ook de buitenwereld nauwelijks onderscheid maken tussen de tieners en hun personages. Ze zijn de verpersoonlijking geworden van ‘de jeugd van tegenwoordig’: volledig oversekst, bijzonder gewelddadig en voortdurend experimenterend met drank en drugs.

In de degelijke documentaire We Were Once Kids (86 min.) van Eddie Martin blikken enkele van die voormalige jongeren terug op hoe hun persoonlijke grenzen flink werden opgerekt tijdens de opnames, de film bij release een fikse controverse veroorzaakte en vervolgens een enorm kassucces werd en de acteercarrière van met name Rosario Dawson en Chloë Sevigny daardoor een pikstart maakte.

Deze hoofdrolspelers, welbekende Hollywood-namen inmiddels, komen overigens niet aan het woord. Net als Larry Clark en Harmony Korine, die allebei voor de eer bedankten. De nadruk komt daardoor automatisch te liggen op wat de film Kids de andere skatejongeren heeft gebracht en gekost. En dan blijkt, enigszins voorspelbaar, dat niet alle betrokkenen het plotselinge succes even goed hebben verwerkt. 

Met enkele ‘acteurs’ is het niet goed afgelopen – waarbij het natuurlijk de vraag blijft of dat rechtstreeks met de film is te verbinden. Dit drama wordt in deze docu in elk geval met dikke muziek aangezet. Daarbij is het ook jammer dat Clark de mogelijkheid om kritiek van zijn voormalige cast te weerleggen – over zijn manipulatieve gedrag op de filmset en uitbuiting van zijn hoofdrolspelers – onbenut laat. 

Daardoor blijft We Were Once Kids een weliswaar interessante, maar ook enigszins gemankeerde terugblik op het maakproces van een omstreden hitfilm.

Een trailer van We Were Once Kids (ook wel bekend als The Kids) is hier te bekijken.

Dit Was Je Leukste Tante Ria

IDFA

Dit Was Je Leukste Tante Ria (37 min.), rondt Ria Heerink monter alweer een berichtje op het antwoordapparaat van haar geliefde nicht (en filmmaakster) Anneke de Lind van Wijngaarden af. Een andere voicemail besluit ze met een enigszins gefrustreerd ‘je moedeloze, vreselijke tante Ria’. Want al die moderne techniek – van telefoons en antwoordapparaten tot computers en muizen – kosten de oudere vrouw steeds meer kruim.

‘Ik geloof dat ik een beetje de kant van dementie op ga’, zegt ze tegen haar nicht. Ria’s vergeetachtigheid wordt met de jaren steeds erger en laat zich zelfs niet meer met een overdaad aan herinneringsbriefjes beteugelen. ‘Ik kan niet denken’, verzucht ze gefrustreerd in deze korte documentaire, die voor het leeuwendeel bestaat uit telefoongesprekken en ontmoetingen met Anneke en voicemails van/aan haar nicht.

Tante Ria houdt desondanks de moed erin, blijft gewoon van haar geliefde wijntje genieten en probeert te allen tijde ook haar gevoel voor humor te behouden. En soms heeft ze er gewoon eens even helemaal genoeg van. Dan gedraagt de bejaarde vrouw zich dwars en recalcitrant. ‘Ik wil zelf de regie in handen houden’, zegt ze bijvoorbeeld tegen Anneke, die haar met raad en daad terzijde blijft staan. ‘Godverdomme, zeg!’

De Lind van Wijngaarden legt de herfst en winter van het leven van haar dierbare familielid intussen liefdevol vast en illustreert die met beelden vanuit het raam van Ria’s appartement aan het Amsterdamse Vondelpark. Zo stevenen ze samen, veelal met een opgeruimd gemoed, af op het moment dat Ria haar plekje in de hemel gaat innemen. ‘Als ze maar wijn hebben, dan vind ik het goed’, zegt ze daarover tegen haar nicht. ‘Kom, we hangen op…’ 

En dat was dan Anneke’s leukste tante Ria.

Pleistocene Park

VPRO

Hij speelt voor God op zijn eigen kleine stukje aarde. Geofysicus Sergej Zimov maakt zich zorgen over het ontdooien van het Permafrost, want daardoor komen er allerlei broeikasgassen vrij en warmt de aarde nóg sneller op dan gevreesd. Daarom heeft Sergej – type gekke wetenschapper, van Russische origine bovendien – een lumineus plan bedacht: hij wil een verloren gegaan ecosysteem herstellen, een mammoetsteppe uit de IJstijd.

In een uithoek van Siberië is Zimov, sinds hij werd bevrijd van zijn plichtplegingen als wetenschapper in de Sovjet-Unie, samen met zijn volwassen zoon Nikita druk doende om een succes te maken van hun Pleistocene Park (101 min.). Daarvoor halen de Zimovs, met veel pijn en moeite, op allerlei plekken dieren op, die vervolgens worden uitgezet in het gebied: rendieren, muskusossen, paarden, wisenten, jaks, bosbizons, elanden en wapiti’s (maar die bleken nogal gemakkelijk over de omheining te kunnen springen). En ook de mammoet is natuurlijk van harte welkom.

Filmmaker Luke Griswold-Tergis laat zich rondleiden in het onherbergzame gebied van vader en zoon dat inmiddels zo’n 160 km2 beslaat, verdiept zich in hun bijzonder eigenzinnige wetenschappelijke experiment en raakt gaandeweg zelf ook steeds meer betrokken bij het project. Dit wordt met de ene na de andere uitdaging geconfronteerd: van geld- en logistieke problemen tot dwarsliggende dieren én een permanente stroom cameraploegen. Want zowel de hoekige Sergej Zimov als zijn wilde dieren en de ruige leefomgeving waarin zij leven zijn uiterst mediageniek.

Intussen zetten andere wetenschappers hun vraagtekens bij de missie van de Zimovs: is dit een reële oplossing voor het gehele Noordpoolgebied? En kan klimaatverandering hiermee werkelijk een halt toe worden geroepen? Pleistocene Park is desondanks geen topzware film. Griswold-Tergis hanteert een lichte toets: hij zet vol in op de kleurrijke personages, zoekt en vindt ook vaak de humor in wat er voor zijn camera gebeurt en verluchtigt het geheel bovendien met beurtelings vlotte en koddige muziekjes. Dit resulteert in een bijzonder amusante documentaire, die toch ook nog ergens over gaat.

Elephant Mother

EO

Ruim honderd jaar geleden waren er volgens Lek Chailert van de Save Elephant Foundation honderdduizenden olifanten in Thailand. Het merendeel daarvan leefde bovendien in het wild. Nu zijn er minder dan 6.000 dieren over. En daarvan lijkt het grootste deel geknecht door de toeristenindustrie. Met harde hand, en daarin vaak een venijnige haak, zijn ze klaargemaakt voor menselijk gebruik.

Maffiapraktijken, aldus de Elephant Mother (56 min.) Lek, die samen met haar Canadese echtgenoot Darrick Thomson ook het Elephant Nature Park runt. Daar verblijven zo’n 65 ‘bevrijde’ olifanten, die geen strak geregisseerde trucjes hoeven uit te voeren voor toeristen – al zijn die wel van harte welkom om te komen kijken. Intussen worden ze dan bijgespijkerd over Lek Chailerts missie om het dier dat ooit als heilig werd beschouwd definitief te ontdoen van zijn huidige imago van geldmachine.

Als het toerisme in 2020 door het Coronavirus plotseling tot stilstand komt, pakt dat in deze documentaire van Jez Lewis in eerste instantie desastreus uit voor de Thaise olifanten. Er is helemaal geen geld meer voor eten en fatsoenlijke verzorging. Om dat drama het hoofd te bieden meldt Lek zich bijvoorbeeld bij haar buurman, Oom Eddie, die er in zijn eigen olifantenverblijf Chok Chai heel andere mores op nahoudt. De bevlogen olifantenmoeder ziet echter kansen: never waste a good crisis.

Lewis sluit in deze enigszins brave film gedurende enkele jaren aan bij zijn gedreven hoofdpersoon, legt fraai vast hoe comfortabel de olifanten zich bij haar voelen en laat tevens zien wat er kan gebeuren als deze dieren, hongerig en vastgeketend, gefrustreerd raken. Een daverende oorvijg met een slurf bijvoorbeeld. Daarmee wordt tevens de urgentie van Lek Chailerts opdracht zichtbaar: zonder waardige bejegening is de Thaise olifant een gevaarlijke attractie en wellicht ook ten dode opgeschreven.

False Confessions

Journeyman Pictures

Bij een kwart van de veroordelingen die in de Verenigde Staten moeten worden teruggedraaid is er sprake van een valse bekentenis. Ook Nederland kent inmiddels enkele geruchtmakende gerechtelijke dwalingen die voor een groot deel waren gebaseerd op een ondeugdelijke, vaak afgedwongen verklaring, zoals de Hilversumse Showbizzmoord, de Puttense moordzaak en de Schiedammer Parkmoord. En ook de al even spraakmakende Arnhemse Villamoord, die op dit moment opnieuw tegen het licht wordt gehouden, stoelt voor een belangrijk deel op een bekentenis, waaraan inmiddels ernstig wordt getwijfeld.

In False Confessions (91 min.) volgt regisseur Katrine Philp de gedreven advocate Jane Fisher-Byrialsen. Zij staat Amerikanen bij, die mogelijk het slachtoffer zijn geworden van een onterechte veroordeling. Als Jane te gast is in de Wrongful Conviction-podcast van Jason Flom bespreekt ze enkele van deze zaken. Centraal in de film staat de casus van Renay Lynch, die al ruim twintig jaar vastzit voor de moord op haar huisbazin. Tijdens haar politieverhoor heeft Lynch een verklaring afgelegd, die volgens Fisher-Byrialsen niet kán kloppen. Met eigen onderzoek probeert ze de vrouw alsnog vrij te krijgen.

De idealistische Jane en haar echtgenoot David, eveneens advocaat, stuitten ooit op de kwalijke rol die valse bekentenissen kunnen spelen door de justitiële dwaling rond The Central Park Five. Dit groepje zwarte tieners zou eind jaren tachtig een vrouwelijke jogger hebben verkracht in het bekende New Yorkse park. Kory Wise, die uiteindelijk maar liefst dertien jaar onschuldig in de gevangenis zat, vertelt pregnant over hoe hij destijds tot zijn verzonnen verklaring kwam. De conclusie is even wrang als eenvoudig: hij zou letterlijk alles hebben gedaan, zegt hij nu, om weg te kunnen uit dat verhoor, ‘het speelterrein van de Duivel’.

Vaak is er in dit soort gevallen sprake van een diabolische drietrapsraket: de verdachten voelen zich volledig overvallen door de beschuldiging, krijgen nauwelijks of ondermaatse juridische bijstand en worden aangepakt door rechercheurs met tunnelvisie, die in de Verenigde Staten bovendien mogen liegen (!) om een bekentenis af te dwingen. Een ideaal recept voor stuitende misstanden. Dit wordt wel heel pijnlijk geïllustreerd met het gefilmde verhoor van de slechts veertienjarige Lorenzo Montoya, die op alle mogelijke manieren, inclusief het voeren van ‘daderkennis’, tot een bekentenis wordt gedwongen.

Geconfronteerd met zoveel druk en suggestie, officieel vervat in de zogenaamde Reid-ondervragingsmethodiek, kan iedereen doorslaan, daarover zijn deskundigen ’t wel eens. Zelfs een doorgewinterd ijskonijn is dan in staat om zichzelf vals te beschuldigen. En of het later nu tot vrijspraak komt of niet, de ‘daders’ zijn voor het leven getekend. Dat maakt deze stemmige documentaire uit 2018, waarin de pogingen van Fisher-Byrialsen om de naam van haar cliënten te zuiveren centraal staan en verder geen tegengeluid wordt opgezocht, echt glashelder. Zelfs buiten de gevangenis komen zij nooit meer helemaal los van de zaak waarmee ze toch echt nooit iets van doen hadden.

Berg

Windmill Film

Het vergt weinig inlevingsvermogen om de nietigheid van de mens – en van bijna al wat leeft – te ervaren tijdens het bekijken van Berg (79 min.). De verstilde documentaire van Joke Olthaar, geschoten in expressief zwartwit, bestaat vrijwel volledig uit berglandschappen, vereeuwigd in het Triglav National Park in Slovenië. Als op die stillevens al mensen zijn te ontwaren, dan is het in de vorm van minuscule kleine poppetjes die bijna wegvallen tegen het indrukwekkende decor. Figuren met het formaat van een vlieg of insect, die dus ook in een oogwenk kunnen worden verdelgd door Moeder Natuur.

Gesproken wordt er alleen in de begin- en slotscène. Enkele zinnetjes maar. En dan ook nog off screen. Berg biedt verder geen enkel menselijk gezicht als houvast. Olthaar volgt weliswaar drie bergwandelaars, maar ook zij blijven figuranten in een spel dat hen – en ons allen – ontstijgt. Wind, onweer of simpelweg de ondergaande zon begeleiden hen tijdens hun tocht door een wereld die voortdurend van kleur verschiet en die mens en dier op alle mogelijke manieren en op elk ogenblik kan overweldigen. De documentairemaakster ondersteunt dit met een minimalistisch geluidsdecor.

De scope van de film en de precisie waarmee Joke Olthaar, tevens actief als theatermaakster, tegelijkertijd kijkt naar de ontwikkelingen die zich voltrekken in haar kader, behoren zonder twijfel tot de zegeningen van deze immersieve film, die in de tweede helft even wordt onderbroken door de komst van een helikopter en oude beelden in kleur van een reddingsactie. Voor wie doorgaans steun zoekt bij personages of wil worden meegenomen door een verhaal blijft Berg nochtans precies wat de titel al belooft: een uitdaging die slechts voor een select gezelschap is weggelegd.

Blackfish

Een orka heeft één van de trainers gegeten! Bij de alarmcentrale komt op 24 februari 2010 een verontrustend telefoontje binnen vanuit SeaWorld in Orlando. In het Amerikaanse attractiepark is iets helemaal misgegaan. En het was geen eenmalig incident, bezweren allerlei voormalige trainers in Blackfish (83 min.). Dit was nu typisch een geval van een ongeluk dat stond te gebeuren. De vraag was alleen: wanneer?

Een kleine twintig jaar eerder is er al een incident geweest met Tilikum, de enorme orka die tot de aanval was overgegaan. Samen met twee andere ‘killer whales’ zou hij toen een trainster onder water hebben getrokken. Zij verdronk voor de ogen van een geschokt publiek. Het imago van de orka als een sociaal en intelligent dier, dat in de vrije natuur bovendien nog nooit een mens zou hebben aangevallen, bleef niettemin volledig intact.

Tijdens de groots opgezette SeaWorld-shows in Florida werd Tilikum onverminderd ingezet als topattractie. Achter de schermen was echter allang bekend dat het dier onberekenbaar en zelfs gevaarlijk kon zijn. Regisseur Gabriela Cowperthwaite laat daarover diverse oud-medewerkers aan het woord. Zij schetsen ook de achterkant van zijn gedrag: de manier waarop de dieren worden gedrilld, met ferme straffen en verplichte isolatie.

Cowperthwaite illustreert dit met angstaanjagende beelden van eerdere incidenten met andere orka’s, die door de attractieparken zorgvuldig onder de pet werden gehouden. Als contrast laat ze de supergelikte commercials van SeaWorld zelf zien, waarin de ‘killer whales’ een Disney-achtige aaibaarheid wordt toegedicht. Ideaal familievermaak. Tótdat er eentje geïrriteerd raakt. Dan wordt het Jaws in een nèt iets te klein zwembad.

Deze knap gemaakte film uit 2013 wordt daarmee zowel een enerverende real life-thriller als een overtuigend pleidooi tegen de inzet van dit soort gekooide wilde dieren voor gelikt entertainment.

Tegenwind – Het Verdriet Van De Veenkoloniën

Human

Als die windturbines twee kilometer verderop worden geplaatst, zeggen de boze dorpelingen, dan staken zij direct hun verzet. Daarvan kan echter geen sprake zijn. Een windpark moet er komen, 35 molens van maar liefst tweehonderd meter hoog. Recht voor hun neus. En dat pikken enkele inwoners van het Groningse dorp Meeden niet. ‘Je mag in dit land een vrije mening hebben’, constateert Jan Hendriks, één van de voortrekkers, cynisch in Tegenwind – Het Verdriet Van De Veenkoloniën (58 min). ‘Als het maar hún mening is. Echt verbazingwekkend!’

Zo ontvouwt zich een typische boze burger-film: over gewone Nederlanders die worden geconfronteerd met een in hun ogen onverschillige, hardvochtige of zelfs onrechtvaardige overheid. Ze besluiten om terug te slaan. Wat begint met ludieke acties – een barbecue op de plaatselijke weg N33, demonstranten met kop van jut-maskers en een bezet buurthuis – mondt uit in projectielen op de akkers van windmolenvriendelijke boeren, bestuurders die worden afgebeeld als nazi en bedreigingen aan het adres van lokale bedrijven.

Deze terugblik op die strijd, vanuit het perspectief van de Groningse Don Quichottes, is thematisch verwant met eerdere films van Kees Vlaanderen. Waar hij in Holwerd Aan Zee burgers introduceerde die samen met – of soms ook ondanks – de overheid werkten aan de leefbaarheid in hun Friese dorp, liet hij in De Kleine Oorlog Van Boer Kok al zien hoe de verhouding Nederland-Nederlander ook danig verstoord kan raken. Deze docu gaat eigenlijk verder waar die film ophield: terwijl bij Boer Kok vooral de familie zelf de strijd aanbond, is het nu een belangrijk deel van de gemeenschap dat in het geweer komt.

Vlaanderen laat deze tegenstanders van het windmolenpark uitgebreid aan het woord, zonder hen echt het vuur aan de schenen te leggen. Óók als ze verbaal of non-verbaal uitdrukken dat hun doel toch wel zo’n beetje alle middelen rechtvaardigt. Terwijl er in Meeden toch echt mensen of organisaties huizen die er een wezenlijk andere mening  op nahouden. Zij ontbreken echter in deze film, waardoor de sympathie van de kijker vrijwel automatisch komt te liggen bij de actievoerders, die elke vorm van twijfel over hun eigen handelen lijken te hebben uitgeschakeld.

Intussen werpt Tegenwind elementaire vragen op over onze democratie en de verhouding van de burger tot de overheid. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat Nederlanders écht inspraak hebben? Hoe ga je om met de onmacht van burgers die wél gehoord zijn, maar zich toch niet gehoord voelen? En waar houden burgerlijke ongehoorzaamheid en verzet op en beginnen intimidatie en zelfs terreur? Het verzet in Meeden eindigt in elk geval bij de rechter, waar de twee voornaamste oproerkraaiers in de beklaagdenbank zijn beland.

Summer Of Soul (…Or, When The Revolution Could Not Be Televised)

Voor hetzelfde geld waren niet Joe Cockers ongecontroleerde bewegingen tijdens With A Little Help From My Friends, de sarcastische anti-Vietnam slogan ‘Whoopee!, we’re all gonna die!’ van Country Joe MacDonald of Jimi Hendrix’ heerlijke aanval op The Star Spangled Banner tijdens Woodstock de popgeschiedenisboeken ingegaan, maar de weerslag van dat andere gratis festival in de zomer van 1969: het Harlem Cultural Festival in New York.

De tapes daarvan bleven echter een halve eeuw in de één of andere kelder liggen. En dus drongen de dampende performance van Nina Simone, Stevie Wonders drumsolo en het indrukwekkende eerbetoon van Jesse Jackson, Mahalia Jackson en Mavis Staples aan de net daarvoor vermoorde Martin Luther King nooit door tot het collectieve geheugen. Want, ja, alle artiesten waren zwart. En vrijwel alle 300.000 festivalgangers ook. Net als The Black Panthers, die de beveiliging verzorgden.

De prachtige festivalfilm Summer Of Soul (…Or, When The Revolution Could Not Be Televised) (117 min.) brengt een tijd tot leven, waarin een nieuw zwart bewustzijn opgeld deed, dat zich niet had laten knakken door de moorden op King, Malcolm X en de gebroeders Kennedy. Het debuut van Ahmir ‘Questlove’ Thompson, drummer van de befaamde hiphopgroep The Roots, ruimt natuurlijk veel tijd in voor optredens, maar plaatst die voortdurend binnen zijn historische, maatschappelijke en culturele context.

Met festivalgangers, artiesten die optraden in het Mount Morris Park te Harlem (Stevie Wonder, Marilyn McCoo en Billy Davis van The 5th Edition en Gladys Knight) en Afro-Amerikaanse boegbeelden zoals Jesse Jackson, Al Sharpton en Chris Rock bekijkt Questlove het fraaie beeldmateriaal dat filmmaker Hal Tulchin destijds maakte van deze glorieuze viering van de zwarte cultuur, waarin behalve voor muziek – soul, gospel, funk en jazz – ook aandacht is voor comedy en dans.

Het zijn echter vooral de vurige optredens, vastgelegd in prachtige kleuren en heerlijk klinkend, die ‘t hem doen: B.B. King, David Ruffin, Edwin Hawkins Singers, Hugh Masekela én Sly & The Family Stone. En die laatste act glorieerde toevallig ook op dat andere festival, zo’n 150 kilometer verderop, dat de historie zou ingaan als de ultieme hippiehappening. Summer Of Soul verdient eigenlijk een soortgelijke status. Als ultieme uitdrukking van het ‘Black Is Beautiful’-gevoel van de burgerrechtenbeweging. Black Woodstock, inderdaad.

Gates Of Heaven

Het was toch schandalig! Ze werden gewoon weggegooid in de vuilnisbak of zomaar op een willekeurige plek in de grond gestopt. Dat kon zo niet langer, vond Floyd ‘Mac’ McClure. Toen had de Amerikaanse dierenvriend een eureka-moment: het werd tijd voor een speciale begraafplaats. Op de Foothill Pet Sematary in Los Altos zou er alle gelegenheid zijn om op een waardige manier afscheid te nemen van je geliefde huisdier.

Mac kan er tot in detail over vertellen. En dat doet hij dan ook in Gates Of Heaven (82 min.), de debuutfilm van Errol Morris uit 1978. Net als zijn medewerkers, klanten en concurrent. Over de dieren die worden binnengebracht. Over de onmetelijke liefde van hun baasjes en de manier waarop die tot uiting komt tijdens de uitvaart. En over de problemen van de begraafplaats zelf, dat ook, die gaandeweg in financiële problemen raakt. Dit gaat Mac natuurlijk aan het hart. Zeker als alle graven dreigen te worden ontruimd.

Morris las daarover een bericht in de krant en besloot om deze tragikomische film te gaan maken over dierenliefde en hoe je daaromheen (g)een business kunt opbouwen. Collega Werner Herzog had volgens de overlevering weinig fiducie in het project; als Morris erin zou slagen om de film af te ronden, beloofde hij om zijn schoen op te eten. Zover zou het inderdaad komen. Nadat die goed gekruid en gekookt was, dat wel. En zonder zool. Het (on)smakelijke tafereel zou zijn weg vinden naar de korte documentaire Werner Herzog Eats His Shoe.

De stoffelijke overschotten van Foothill’s dieren zouden uiteindelijk worden verplaatst naar het concurrerende Bubbling Well Pet Memorial Park in Napa Valley, waar de tweede helft van deze interviewfilm zich afspeelt. Daar hebben ze zelfs een kerk die de liefde voor dieren predikt. Want, zoals vrouw des huizes Scottie Harberts het uitdrukt: aan de hemelpoort gaat God echt geen onderscheid maken tussen tweevoeters en viervoeters. En dat is een passend parool voor dit aandoenlijke portret van een geheel eigen subcultuur, die bovendien is gesitueerd in een twintigste eeuws Amerika dat inmiddels al lang en breed is verdwenen.

Max Richter’s Sleep

IDFA

Grand Park in Los Angeles is bezaaid met stretchers. In de schemering kiezen allerlei mensen verwachtingsvol hun plek. Hen wacht een nacht als geen andere. Ze zijn getuige van een live-uitvoering van Sleep, een muziekstuk van ruim acht uur van de Duits-Engelse componist Max Richter (die naam maakte met soundtracks voor films/series als The Leftovers, Shutter Island en My Brilliant Friend). Slapen mag, maar hoeft niet. Luisteren – of beter: ondergaan – mag natuurlijk ook.

Max Richter’s Sleep (98 min.) is geen traditionele making of-docu waarin elke stap van de totstandkoming van dit bijzondere project wordt belicht en intussen automatisch een intiem portret ontstaat van de nucleus daarachter (en zijn vrouw en creatieve partner: de antropoloog, theatermaker en filmer Yulia Mahr). Tenminste, niet alleen. Deze film van Natalie Johns is tevens een poëtische verkenning van het fenomeen slaap, de werking van onze hersenen en mens zijn.

En een eerbetoon aan Richters meditatieve slaapsoundtrack, natuurlijk. Hij noemt die zelf overigens een protest tegen een wereld waarin we permanent ‘aan’ staan. Dat idee gaat gepaard met een weldadige beeldenstroom: verstilde panorama’s van een stad bij nacht, portretjes van enkele participanten en familievideo’s van de Richters en hun kinderen. Gezamenlijk vormen ze een – excuus: flauwe woordspeling op komst – droomvlucht.

Die kan worden beschouwd als een zusterfilm van de Nederlandse slaapdocumentaire In De Armen Van Morpheus. Deze documentaire gaat alleen niet uit van de individuele beleving, maar belichaamt de collectieve ervaring.

En dan wordt het licht.

The Choice 2020

PBS

Park Avenue, New York – Scranton, Pennsylvania

Lastpak – Stotteraar

Patser – Brave borst

Vastgoedman – Senator

Miljonair – Beroepspoliticus

Roy Cohn – John F. Kennedy

Art Of The Deal – Politieke deal(tje)s

Playboy – Familieman

Overspel – Auto-ongeluk

Central Park Five-laster – Plagiaatschandaal

Altijd ontkennen – Excuses aanbieden

Narcist – Mensenmens

Celebrity – Hoge heer

You’re fired – Folks, folks, folks

Provocateur – Mooiprater

Bullebak – Blunderaar

Trophy Wife – Dokter Jill

Grab ‘em by the pussy – Iets te intiem knuffelen

Lefgozer – Opa

Stem van het volk – lid van The Swamp

Richard Nixon  – Barack Obama

Roger Stone/Rudy Giuliani/Mary Trump – Val Biden/Valerie Jarrett/Jill Biden

COVID-ontkenner – Basement Biden

The Donald – Average Joe

Republikeinse president – Democratische vicepresident

Dat is The Choice 2020 (114 min.):

Trump versus Biden

Dinsdag 3 november 2020

Virunga

Netflix

‘Het is belangrijk om op het beste te hopen’, zegt commandant Emmanuel de Merode tegen zijn manschappen. ‘Maar je op het ergste voor te bereiden.’ De Merode is geen opperbevelhebber van een leger dat is verwikkeld in een bloedige strijd, maar directeur van het Nationaal Park Virunga in Congo. Het uitgestrekte natuurpark, dat op de werelderfgoedlijst staat, bevindt zich voortdurend op de drempel van oorlog sinds er olie is gevonden.

De Westerse oliemaatschappij SOCO ruikt in elk geval geld en laat zich daarbij weinig gelegen liggen aan het feit dat er in het park berggorilla’s, een bijna uitgestorven diersoort, worden opgevangen. De situatie in Virunga (100 min.), in 2014 genomineerd voor een Oscar, is sowieso gespannen omdat het Congolese regeringsleger en de rebellen van M23 elkaar daar al een tijdje naar het leven staan. Intussen proberen alle partijen natuurlijk ook een centje over te houden aan de schimmige situatie.

Een medewerker van de olie-exploitant, betrapt met een verborgen camera door de jonge Franse onderzoeksjournaliste Mélanie Gouby, formuleert het eenvoudig: ‘Hoeveel is natuurbescherming waard? Hoeveel is olie waard?’ Diens gesprekspartner, de Britse huurling John, windt er al helemaal geen doekjes om: ‘Het is maar een aap waar het om gaat. Wie geeft er nu ook maar ene moer om zo’n kloteaap?’ Dat cynisme, gevoegd bij de explosieve plaatselijke situatie, kan alleen maar tot ellende leiden.

Terwijl de spanningen verder oplopen in deze meeslepende documentaire van Orlando von Einsiedel, moeten directeur De Merode en zijn gedreven Park Rangers het hoofd koel en hun gorilla’s in leven zien te houden. ‘Je moet voor jezelf rechtvaardigen waarom je hier op aarde bent’, stelt verzorger Andre Bauma daarover, terwijl hij zijn wapen schoonmaakt. ‘Gorilla’s rechtvaardigen mijn bestaan. Ik ben bereid om voor hen te sterven.’

Op zijn eigen manier vertegenwoordigt de man hoop in dit getroebleerde deel van Afrika, waar idealisme steeds machtswellust, bloeddorst en hebzucht op zijn pad lijkt te vinden.

The Central Park Five

Ava DuVernays vierdelige drama When They See Us, sinds kort te zien op Netflix, is zonder enige twijfel de meest geprezen televisieserie van 2019. Over hetzelfde onderwerp, de onterechte veroordeling van vijf donkere New Yorkse jongens vanwege een gewelddadige verkrachting, werd in 2012 ook al een prijswinnende documentaire gemaakt: The Central Park Five (118 min.).

Beide producties gaan terug naar die ene fatale dag in 1989, woensdag 19 april, toen een vrouwelijke jogger nagenoeg levenloos werd achtergelaten in het New Yorkse Central Park. Ze zou twaalf dagen in coma liggen. Enkele jongens, onderdeel van een grotere groep tieners die stenen naar auto’s had gegooid en een paar willekeurige parkbezoekers in elkaar had geslagen, werden gearresteerd voor de verkrachting.

Onder druk van de politie legden ze tijdens hun (gefilmde) verhoren een valse bekentenis af, die hen zou blijven achtervolgen. Ook al was er geen enkel fysiek bewijs – een situatie die herinneringen oproept aan de Puttense moordzaak. Toen in een andere zaak een erkende serieverkrachter als verdachte werd aangehouden, vond niemand het nodig om zijn DNA te testen. The Central Park Five zouden jarenlang achter de tralies zitten.

Met de vijf voormalige verdachten – één van hen wilde alleen niet in beeld – en advocaten, journalisten, burgerrechtenactivisten, psychologen en familieleden van de jongens nemen Ken BurnsDavid McMahon en Sarah Burns de zaak door, die kan worden gezien als de culminatie van raciale spanningen in het door een misdaadgolf en de crackepidemie overspoelde New York van de jaren zeventig en tachtig.

Het vergrijp speelde destijds perfect in op latent racisme. Een blanke vrouw verkracht? Daar kón alleen een zwart roofdier achter zitten. Vijf nog wel. Zelfs in 2016, toen de zaak al lang en breed was opgelost en de onschuldige verdachten allang op vrije voeten waren, bleef een zekere New Yorkse vastgoedman, die ook al eens een advertentie in de krant had geplaatst om de doodstraf te bepleiten voor de vijf, volhouden dat de jongens in wezen schuldig waren.

De uitspraken van deze Donald Trump geven dit dramatische verhaal over stuitend onrecht, dat door Burn, McMahon en Burns zonder effectbejag is opgetekend, een actuele draai. Datzelfde racisme steekt nog altijd de kop op in het hedendaagse Amerika, dat lang niet zo kleurenblind is als je zou hopen.

Bij een zaak met zulke grote maatschappelijke implicaties zou je bijna vergeten dat de gewelddadige verkrachting in eerste en laatste instantie een vrouwelijk slachtoffer had. Trisha Meili maakte zich in 2003 met een boek bekend als de Central Park-jogger, geeft zo nu en dan haar mening over de zaak rond de vijf ten onrechte veroordeelde jongens en schijnt tegenwoordig met andere slachtoffers van seksueel geweld te werken.

America To Me

VPRO

‘Ik wil met jullie praten, omdat ik weet dat sociale rechtvaardigheid je interesseert’, zegt docent natuurkunde Aaron Podolner tegen vierdejaars-leerling Jada Buford en derdejaars Charles Donalson. De witte docent wil de twee zwarte leerlingen zijn eigen ‘racial memoir’ laten lezen. Podolner is ook benieuwd naar hun mening over hoe hij het thema ras aanpakt in de klas. Het is duidelijk dat hij daar zelf heel tevreden over is.

Charles begint eens te lachen, Jada ziet daarentegen haar kans schoon om eindelijk haar ongenoegen te uiten over Podolners continue opmerkingen en grapjes over haar haren. Alsof hij, die roomblanke leraar, iets begrijpt van een afrokapsel. Ze vindt het duidelijk ook een ongemakkelijke manier van contact leggen. Met frisse tegenzin stemmen de twee leerlingen uiteindelijk in met het verzoek van de docent om zijn stuk te lezen.

Zo proberen ze het wel, op The Oak Park And River Forest High School, een eliteschool in een buitenwijk van Chicago. Het lukt alleen nog niet altijd om op een natuurlijke manier om te gaan met multiculturaliteit, getuige de hartveroverende tiendelige documentaireserie America To Me (623 min.). Ook omdat de cijfers van de zwarte leerlingen nog steeds behoorlijk achterblijven. En dat is een bron van zorg voor alle betrokkenen. Hoe je die problematiek tackelt, daarover lopen de meningen natuurlijk uiteen.

Filmmaker Steve James brengt van dichtbij het leven op de middelbare school in beeld; van het reguliere curriculum met standaardvakken als Engels, wiskunde en geschiedenis tot het rijke leven daaromheen, dat zich afspeelt in sportcomplexen, theaters en danszalen. Gedurende een schooljaar volgt hij twaalf leerlingen, hun families en de leraren en begeleiders die ze tijdens hun schoolloopbaan tegenkomen en spreekt met hen indringend over de rol van ras in hun leven en leefomgeving. Dat levert een genuanceerd beeld op van een multiculturele gemeenschap, waarin iedereen zich bewust is van zijn eigen positie en z’n verhouding tot de ander.

Hoewel alle betrokkenen uiteindelijk van goede wil lijken, gaat de onderlinge afstemming bepaald niet altijd vanzelf. Als meester Podolner en zijn leerlingen Charles en Jada elkaar bijvoorbeeld opnieuw ontmoeten, is er direct weer spanning. Jada: ‘U kunt wel lesgeven aan zwarte leerlingen, maar u weet niet per se alles van ras.’ Volgens haar is het gedrag van Aaron Podolner in de klas gebaseerd op stereotypen. ‘U maakt er grappen over en dat maakt me echt woest.’ Charles voelt zich intussen geroepen om te nuanceren en de leerkracht in bescherming te nemen: ‘Racisme, dat is er nou eenmaal. Maar soms is het grappig.’

En dat is weer tegen het zere been van zijn medeleerling. ‘Zo geef je witte mensen de ruimte om dingen te zeggen en verandert er niks’, fulmineert Jada. ‘Er komt nooit iets positiefs uit als het gaat over ras.’ De docent zit de tirade van zijn zwarte leerling manmoedig uit. Charles is dan al vertrokken en heeft bij het weggaan demonstratief zijn koptelefoon opgezet. Moe van een (twist)gesprek, dat vast al veel vaker zal zijn gevoerd. Met en zonder docenten. Binnen en buiten de school. In een samenleving, waarin de nuance zo vaak weg lijkt.