Silent Flood

Tabor Film

‘Ze hebben geen elektriciteit of andere moderne gemakken’, vertelt de ene Oekraïense soldaat aan de andere, terwijl ze aan het front handgebakken brood met elkaar delen. Dat is belachelijk, vindt die. Geen televisie of telefoons, benadrukt de eerste nog maar eens. ‘Als je bij hen binnenkomt, schrik je je dood. Alles is van hout. Geen plastic of metaal.’ Zijn collega begint te glimlachen. ‘Zelfs hun wasmachines zijn zeker van hout?’ Nee, reageert z’n gesprekspartner. Ze brengen hun was naar de Dnjestr-rivier en doen hem daarin met de hand. ‘Met stenen!’

De soldaten kunnen er niet over uit: de ‘kashketniky’, een soort Oekraïense Amish, lijken echt in een ander tijdsgewricht te leven. Ze mijden het contact met de buitenwereld. Bij hen is er ook geen alcohol, geen moderne geneeskunde en geen oorlog. Tenminste, zolang de jaarlijks overstromende Dnjestr hen niet opzadelt met vijandelijke soldaten. Want de Russische aanval bereikt uiteindelijk ook het westen van Oekraïne. Op hun eigen voorwaarden levert de pacifistische gemeenschap tóch een bijdrage aan de strijd: militairen aan het front worden voorzien van zelfgemaakt brood.

Dmytro Sukholytkyy-Sobchuk begint zijn observerende documentaire Silent Flood (90 min.), op het IDFA van 2025 bekroond met de Award voor beste cinematografie, bij de rivier, die tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog aan de frontlinie lag en nu geen afdoende barrière lijkt te vormen tegen Poetins aanvalsdrift. Een idyllische leefomgeving, weldadig vereeuwigd. De mens is er eerst en vooral onderdeel van een gemeenschap. De Oekraïense filmmaker licht er dus ook geen individuen uit, maar richt zich op het collectief, de leefwijze en hun mores.

Bij de beeldenpracht klinken stemmen van binnen en buiten de gemeenschap. Over hoe zij de wereld op afstand proberen te houden, om puur te blijven voor hun God. ‘Wij hebben geen priesters of geestelijk leiders’, vertelt een kashketniky-man bijvoorbeeld, buiten beeld. ‘We bidden samen en vragen God om ons te behoeden voor zonde en weg te houden bij het moderne leven.’ En over hoe de buitenwereld soms naar hen kijkt: profiteurs, inteelt en landverraders. ‘Onze jongens werden naar de oorlog gestuurd’, laat een vrouw optekenen. ‘Maar zij wilden niet gaan.’

Halverwege laat Sukholytkyy-Sobchuk de idylle achter zich en reist met een zending brood mee naar het frontgebied. Zijn film verschiet dan van kleur: de grauwe realiteit van oorlog doet zijn intrede. Deze wereld, eveneens gecreëerd door God, is door de mens bezaaid met landmijnen. Een treffende metafoor voor hoe de Russische invasie gaandeweg elk stukje Oekraïne overspoelt en zelfs degenen die zich willen onttrekken aan de strijd meezuigt in een maalstroom van geweld. Net als de Dnjestr-rivier: zonder genade.

The Match

September Film

De Falkland-oorlog van 1982 werpt vier jaar later nog altijd z’n schaduw over de wedstrijd tussen Engeland en Argentinië, in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal in Mexico op 22 juni 1986. Het is de dag waarop ‘de Hand van God’ zal interveniëren in een voetbalwedstrijd – en één enkele speler boven alle gewone stervelingen zal uittorenen.

Toch is The Match (91 min.), de gestileerde documentaire van Juan Cabral en Santiago Franco, meer dan simpelweg het verhaal van Diego Maradona, aan de hand van zijn meesterstuk. Cabral en Franco plaatsen de Britse teamcaptain Gary Lineker (terzijde gestaan door de oud-internationals John Barnes en Peter Shilton) en zijn Argentijnse tegenhanger Jorge Valdano (ondersteund door z’n ploeggenoten Oscar Ruggeri, Jorge Burruchaga, Ricardo Giusti en Julio Olarticoechea) in een breed opgezette vertelling, die de context, het belang en de reikwijdte van die ene legendarische wedstrijd met veel bravoure uitdiept. Lineker en Valdano krijgen ook meteen de rol van verteller toebedeeld.

Die match begint overigens pas halverwege. De filmmakers nemen eerst de tijd om alle bouwstenen voor dat titanengevecht te schetsen. Het wegzenden van de Argentijnse speler Antonio Rattín tijdens het WK van 1966 in Engeland bijvoorbeeld, de directe aanleiding voor de wereldvoetbalbond FIFA om rode kaarten, en gele, te introduceren. Of de onverwachte entree van Diego Maradona tijdens een concert van de Britse rockband Queen in Argentinië, voor zijn eigen versie van de klassieker Another One Bites The Dust. En, natuurlijk, het plotseling opvlammende gewapende conflict tussen de twee landen rond Las Malvinas, ofwel de Falklandeilanden, voor de kust van Argentinië.

In het Azteca-stadion duurt het tot de tweede helft voordat de wedstrijd loskomt. Eerst door Maradona’s handsbal, één van de meest omstreden doelpunten uit de voetbalhistorie. Drie minuten later gevolgd door zijn allermooiste doelpunt, een weergaloze solo langs vijf verbouwereerde Engelsen. Cabral en Franco laten de fameuze goal in eerste instantie niet zien. Ze geven simpelweg de Argentijnse commentator van dienst alle ruimte en tonen ondertussen close-ups van de gebiologeerde gezichten van de oud-spelers, terwijl zij de beelden aanschouwen die hun verdere leven hebben bepaald – al is ook de zogeheten ‘Nek van God’ essentieel geweest voor de Argentijnse overwinning.

The Match wordt zo een lekker lyrische film over sport, politiek en mythologie, die het gejuich in het hier en nu of toen en daar ontstijgt. Over een wedstrijd die véél meer is geworden dan een krachtmeting tussen twee voetbalelftallen – en topsport behandelt als de hartslag van een land, tijd en wereld.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

Turning Point: Generation 9/11

Laurel Homer / Netflix

Met de Turning Point-serie heeft Brian Knappenberger in de afgelopen jaren de recente Amerikaanse historie in kaart gebracht: van de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog tot de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Bij die laatste dag, de meest traumatische gebeurtenis voor Amerikanen sinds Pearl Harbor en de moord op president John F. Kennedy, start ook Turning Point: Generation 9/11 (99 min.). Over de generatie die is opgegroeid met – en steeds vaker ook: zonder – de onvergetelijke beelden van hoe Al Qaeda’s vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden.

Over enkele jaren is het merendeel van de Amerikanen ná 9/11 geboren, stelt de historicus Garrett M. Graff, auteur van het boek The Only Plane In The Sky. Hij was zelf twintig ten tijde van de terroristische aanval in 2001. Terwijl hij gewone Amerikanen laat vertellen over hun herinneringen aan die traumatische dag en ook het leven daarna met hen bespreekt, vermeldt Knappenberger steeds hun leeftijd op die ene elfde september. Om het verglijden van de tijd en de hiaten die onderweg dreigen te ontstaan in het collectieve geheugen te illustreren – en aan te tonen dat 9/11 25 jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Amerika.

Dat grote geopolitieke verhaal – de ‘war on terror’ in Irak en Afghanistan en afrekening met Al-Qaeda’s leider Osama bin Laden bijvoorbeeld – wordt in deze ferme film dus vooral vervat in persoonlijke verhalen. Laurel Homer (10 maanden) bijvoorbeeld, de dochter van LeRoy Homer, copiloot tijdens de beruchte United 93-vlucht. Zijn toestel, waarin passagiers de Al-Qaeda-kapers wisten te overmeesteren, crashte op 11 september bij Shanksville in Pennsylvania. Op sociale media wordt Laurel nog regelmatig geconfronteerd met 9/11, de uitzinnige complotten rond de aanslagen en de post-truth van het Trump-tijdperk.

Of de Amerikaanse moslima Azmat Khan (16). Na 11 september ervoer ook zij hoe haar geloofsgenoten verantwoordelijk werden gehouden voor Bin Ladens terreurdaad. Ze voelden zich buitenlanders in eigen land. Later onderzocht zij als journalist van The New York Times hoe militaire acties tegen Al-Qaeda’s erfgenaam Islamitische Staat tot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers onder de moslimbevolking leidden. Marinier Michael Smoak (5) was er tenslotte bij toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan en zo de Taliban, die ten tijde van 11 september 2001 nog Bin Laden hadden gehuisvest, weer aan de macht lieten in Kaboel.

Via zulke zorgvuldig geselecteerde hoofdpersonen laat Knappenberger zien dat het huidige Amerika – van de operaties van ICE tot de oorlog met Iran – alleen valt te begrijpen vanuit 9/11 – ook al heeft straks niet meer elke Amerikaan automatisch de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren op z’n netvlies staan. ‘Bin Laden geloofde nooit dat hij de VS kon vernietigen’, stelt Garrett Graff, ‘maar door de Verenigde Staten aan te vallen, door in de randen van het Amerikaanse imperium te prikken, kon hij ervoor zorgen dat de VS zichzelf vernietigde.’

Novak Djokovic: The Wolf In Winter

Prime Video

Ook de gouden medaille op de Olympische Spelen van 2024 heeft de honger niet kunnen stillen. Begin 2025 maakt Novak Djokovic, de succesvolste tennisser aller tijden, zich op voor zijn 25e Grand Slam-titel. Stoppen wordt voor de ‘wolf’, het nationale dier van zijn land Servië, pas een optie als zijn lichaam écht niet meer wil – of als de jonkies hem structureel alle hoeken van de baan laten zien.

Echt populair is Djokovic nooit geworden. Hij werd beschouwd als een soort spelbreker, de man die zich ongevraagd begon te bemoeien met de verheven tweestrijd tussen de iconen Roger Federer en Rafael Nadal, het duo dat jarenlang de dienst uitmaakte in de tenniswereld. Een uitdager die zich bovendien niet wist te gedragen. Als een vulkaan kon de Serviër uitbarsten. Hij koelde die woede dan op z’n rackets.

Zijn schurkenimago heeft natuurlijk ook een plek gekregen in de documentaire Novak Djokovic: The Wolf In Winter (93 min.). Djokovic en zijn vrouw Jelena, ouders Srdan en Dijana en broers Marko en Djordje verbinden dit met zijn Servische inborst. Als alles tegenzit en iedereen tegen je lijkt te zijn, vallen Serviërs terug op ‘inat’, een soort innerlijke koppigheid waarmee ze hun eigen gelijk willen aantonen.

Regisseur Jason Hehir benadrukt daarbij ook de invloed van de Joegoslavische burgeroorlog. De kleine Novak, die als kind onbedaarlijk kon huilen als hij eens verloor, groeide op toen de NAVO bommen dropte op Servië. Demonstranten begonnen destijds met ‘target’ op hun borst rond te lopen. Hen konden ze misschien doden, was de boodschap, maar hun geest zouden ze er nooit onder krijgen.

Die rebelse houding kenmerkt ook Djokovic, getuige bijvoorbeeld een hoogopgelopen kwestie rond de Australian Open in 2022. Toen het Coronavirus in de hele wereld huishield, wilde de recordwinnaar ongevaccineerd deelnemen. ‘Ik kwam op voor mijn recht’, zegt hij er ruim vier jaar later over. ‘Voor de bescherming van mijn integriteit en wat ik denk dat het beste is voor mijn lichaam. Dat is alles.’

In Melbourne wil de routinier nu, als ‘een leeuw in de winter’ aldus journalist Howard Bryant, voor de elfde keer winnen en dus zijn 25e Grand Slam binnenhalen, het hart van de tweede helft van deze overtuigende sportdocu. Dit gaat, zoals waarschijnlijk bij alle grote kampioenen, gepaard met elementaire twijfel. ‘Hoe lang nog?’ vraagt Novak Djokovic zich af. ‘Waarom doe ik mezelf en mijn gezin dit steeds weer aan?’

For All Mankind

Criterion Collection

‘The Beatles hebben aangekondigd dat ze niet meer zullen optreden als groep’, klinkt het in één van de korte nieuwsbulletins, die de astronauten van het Apollo-ruimteproject dagelijks krijgen voorgeschoteld. ‘Het kwartet heeft volgens berichten ruim een half miljoen dollar verdiend tijdens z’n bestaan. De geruchten dat ze een eigen ruimtevaartprogramma gaan starten zijn echter vals.’

Alles wat ik weet, mijn familie, mijn bezittingen, mijn land, mijn vrienden, ze zijn allemaal daar beneden’, vertelt één van de Amerikaanse ruimtevaarders even later in deze impressie van de negen bemenste Apollo-vluchten naar de maan, die de North American Space Agency (NASA) ondernam tussen 1968 en 1972. ‘Ze voelen allemaal zo onbeduidend, vergeleken met de oneindige ruimte.’ Daar waren ze ook bepaald niet alleen voor zichzelf, heeft de Amerikaanse president John F. Kennedy hen dan al voorgehouden in een klassieke speech, die tevens dienst doet als openingsscène voor deze klassieke documentaire van Al Reinert uit 1989 – niet te verwarren overigens met de gelijknamige dramaserie over een fictieve ruimtewedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Ze waren er, aldus JFK in één van zijn typisch Amerikaanse vergezichten, For All Mankind (80 min.). En Brian Eno verzorgde de sferische soundtrack.

Want deze astronauten gingen daadwerkelijk dapper naar, vrij naar Star Trek, ‘where no man has gone before’. Op de adembenemende beelden die van hun missies zijn gemaakt ogen ze desondanks maar al te menselijk: scherend, luisterend naar hun favoriete muziek en – verplicht in ruimtefilms, waarin het ontbreken van de zwaartekracht moet worden benadrukt – hannesend met hun dagelijkse eten. Als de 24 crewleden (lees: mannen) van de Apollo-vluchten, van wie er dertien daadwerkelijk aan het woord komen in deze film, reflecteren op hun belevenissen in de ruimte blijven ze echter buiten beeld en wordt ook hun naam niet getiteld. Niemand is immers groter dan de missie. Zelfs Neil Armstrong niet, de eerste mens (lees: man) op de maan. De man ook achter de legendarische woorden ‘The Eagle has landed’ – en de overtreffende trap daar nog van: ‘One small step for man, one giant leap for’ – jawel! – ‘mankind’.

Wat For All Mankind, waarvoor Reinert de beschikking kreeg over NASA-beeldmateriaal dat tot dan nog niet openbaar was gemaakt en waaraan hij maar liefst tien jaar werkte, nog eens ondubbelzinnig aantoont is hoe ontzagwekkend de avonturen van het Amerikaanse ruimteagentschap waren.  Geen enkele participant – in het ruimtevaartuig zelf of bij mission control, het zenuw(en)centrum te Houston waar eventuele problemen konden worden gemeld en hopelijk ook opgelost – was in staat om de onderneming volledig te overzien. Samen bleken ze echter wel degelijk toegerust op de grootste der grote opdrachten. Voor de gehele mensheid, zei Kennedy al.

Underland

Oscilloscope Laboratories

In een kooilift daalt Mariangela Lisanti af naar het binnenste van de aarde. Op twee kilometer diepte houdt de natuurkundige pas halt. Ze is gearriveerd op haar werkplek, de SNOLAB Underground Reseach Facility. In het Canadese laboratorium doet ze wetenschappelijk onderzoek naar zogeheten ‘dark matter’. Lisanti’s grootmoeder noemde haar als kind al gekscherend ‘McWhy’ – omdat ze altijd overal vragen over had.

En dat lijkt ze gemeen te hebben met de andere twee hoofdpersonen van Underland (79 min.), de zinnenprikkelende documentaire die Rob Petit maakte aan de hand van het gelijknamige boek van Robert Macfarlane. Op het Mexicaanse schiereiland Yucatán laat de archeologe Fátima Tec Pool zich bijvoorbeeld naar beneden glijden voor een expeditie door een verraderlijke grot, die vroeger ook met een brandende toorts door haar Maya-voorouders werd bezocht. Het inheemse Mexicaanse volk beschouwde grotten als ‘Xibalba’, ingangen naar de onderwereld.

En in Las Vegas heeft urban explorer/schrijver Bradley Garrett zich toegang verschaft tot een ondergronds afwateringssysteem, waar ie sporen vindt van de levens van mensen die zich daar hebben verschanst. Armoede zinkt, constateert hij. Dat is alleen niet ongevaarlijk. Als het in deze ‘storm drain’ begint te regenen, loopt ie gevaarlijk snel vol. ‘In case of rain stop reading’, staat er niet voor niets op de muur gekalkt. Tegelijk ervaart Garrett, die ook al Londense tunnels, Koude Oorlog-bunkers en Parijse catacomben bezocht, juist in zo’n omgeving een gevoel van ultieme vrijheid.

‘We need to go’, zegt Garrett later ineens met de nodige urgentie tegen Petit. ‘Right now.’ Ze vervolgen hun exploratie elders, in een verlaten mijn op een onbekende locatie. Die lijkt dienst te doen als dumpplek. Dingen die mensen proberen te vergeten, aldus de schrijver, in deze filmische reis door het onderland, waarvoor verhalen uit de diepste diepten worden gehaald. Elk hoofdstuk daarvan wordt poëtisch ingeleid door verteller Sandra Hüller en krijgt daarna vorm met prachtig (drone- of onderwater-)camerawerk, verbluffende special effects en een prikkelende soundtrack.

Underland is behalve een film over het rondstruinen in de buik van het beest aarde ook een contemplatieve film over menszijn. Over de onbedwingbare behoefte om het onbekende te exploreren en te begrijpen. Al die inspanningen komen zonder garantie, realiseert Mariangela Lisanti zich terdege in haar ondergrondse laboratorium. Wat als de antwoorden op al haar vragen uitblijven? Zou het ook allemaal voor niets kunnen zijn?

Krigsplan Europa

DR Sales

De NAVO bereidt zich voor op een grootschalige oorlog, waarbij Rusland op verschillende plekken in Europa zou kunnen aanvallen, constateert de Deense journalist Niels Fastrup als hij in juni 2025 terugkeert vanuit Polen. Hij heeft daar een gesprek gehad met generaal-majoor Brian Nissen. Die noemt de situatie vooralsnog ‘stabiel’. Op dit moment heeft Vladimir Poetin niet de militaire capaciteit om direct operaties te starten, stelt hij. ‘Dat kan echter snel veranderen als Rusland troepen vrij kan maken uit Oekraïne.’

Fastrup wil in Krigsplan Europa (internationale titel: Preparing For War, 52 min.) onderzoeken hoe groot de Russische dreiging werkelijk is – en hoe goed de NAVO daarop is voorbereid. Daarvoor trekt hij op met zijn collega Lisbeth Quass. Zij verdiepen zich samen al jarenlang in Ruslands hybride oorlog tegen Europa. Voor dit gevoelige onderzoek roepen ze bovendien de hulp in van enkele Noorse journalisten, de voormalige Finse inlichtingenofficier Marko Eklund en een geanonimiseerde Russische bron, die namens de anti-Poetin organisatie Dossier Center explosieve geheime informatie met hen deelt. Rusland wil op termijn, zo maakt die duidelijk, militair, politiek en economisch de confrontatie zoeken met Europa.

De komende jaren gaat het regime alvast allerlei regionale conflicten oppoken. Dit moet uiteindelijk leiden tot ‘een fundamentele verandering in het politieke systeem in Europa.’ In dat kader is Rusland, meldt de bron, bijvoorbeeld nu al van plan om het luchtruim van de NAVO-landen te gaan schenden. Slechts enkele maanden later komen zowaar de eerste meldingen binnen over ongeïdentificeerde, vermoedelijk Russische, drones die landen zoals Polen binnendringen. Die worden overigens ook terstond neergehaald. Fastrup gaat ondertussen verhaal halen bij Brian Nissen. Op welke oorlog bereidt de NAVO-commandant zich eigenlijk voor? vraagt hij tot besluit. ‘De oorlog die nooit zal komen’, zegt Nissen, vermoedelijk ook tegen zichzelf.

Regisseur Simon Lereng Wilmont (The Distant Barking Of Dogs / A House Made Of Splinters), kijkt daarnaast mee als Fastrup en Quass een online interview hebben met Sergey Karaganov, een voormalig adviseur van Vladimir Poetin. Die schetst een totaal ander beeld: Rusland is keer op keer bedrogen door het westen. ‘De NAVO moet gedumpt worden in de vuilnisbak van de geschiedenis’, zegt hij dreigend. ‘Zonder mogelijkheid om te ontsnappen.’ Want vroeger of later is het afgelopen met Ruslands geduld met de NAVO. ‘Dan zullen we moeten escaleren, eerst met conventionele middelen. En als dat niet helpt en Europa geeft niet toe, dan zullen we dit moeten afstraffen met de beperkte inzet van nucleaire wapens.’

Na die onheilspellende woorden is het aan de Deense onderzoeksjournalisten en hun team om te ontdekken of ’s mans teksten grootspraak zijn of onderdeel van een reëel doemscenario voor de nabije toekomst. En wie provoceert nu eigenlijk wie? Opereert de NAVO inderdaad alleen defensief? Of voelt Poetin zich terecht bedreigd? Krigsplan Europa serveert alle bevindingen met de nodige suspense uit en laat in clandestiene gesprekken ook nog onherkenbaar gemaakte Russische soldaten aan het woord. Hun boodschap is duidelijk: zij schromen niet om straks ook ten strijde te trekken tegen andere Europese landen. ‘We leven niet in vrede’, reageert NAVO-generaal Brian Nissen met gevoel voor understatement, ‘maar zijn ook nog niet in oorlog.’

Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets

Metallux Studio

Na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, waarbij ook een groot aantal Israëlische burgers is ontvoerd, beginnen Amerikaanse familieleden van hen heel New York vol te hangen met felrode ‘Kidnapped’-posters, om aandacht te vragen voor de situatie van de gegijzelden en het onbeschrijflijke leed dat zo wordt veroorzaakt.

Als de situatie in Gaza ondertussen volledig escaleert, slaat de strijd ook over naar de Amerikaanse stad. Tegenstanders van Israëls meedogenloze militaire campagne beginnen diezelfde posters te verwijderen. Ze beschouwen die als niet meer dan propaganda, om de genocide op weerloze Palestijnse burgers te legitimeren.

Genuanceerd brengt Nimrod Shapira in Torn: The Israel-Palestine Poster War On NYC Streets (75 min.), aan de hand van de gebeurtenissen in Israël en Gaza in de laatste maanden van 2023, de ideologische strijd die ontbrandt op de New Yorkse straten in beeld. Over wie de echte slachtoffers zijn en welke slachtoffers aandacht krijgen.

Shapira bevraagt daarbij ook enkele posterplakkers. De verwijderaars wilden hem niet aan het woord staan. Hun standpunten en zorgen verwerkt hij via televisie-interviews en social media-uitingen alsnog in zijn film. Hij legt die ook voor aan de mensen achter de posters, die er serieus op ingaan. Zo komt het zowaar toch tot een soort conversatie.

Hoe anders gaat het er op straat, online en in de buitenwereld meestal aan toe. ‘The person who tore this poster supports the MURDER, RAPE and MUTILATION of Jews’, schrijft een boze Joodse Amerikaan bijvoorbeeld. Zo ontspoort het debat steeds verder en leidt dit ook tot het namen & shamen, cancelen en doxen van de opponent.

De Joodse schrijfster Nina Mogilnik, die zelf een kind met een autismespectrumstoornis heeft en die daardoor extra werd geraakt door de ontvoering van het twaalfjarige autistische jongetje Noya Dan, besluit uiteindelijk te stoppen met posteren. Ze gaat op zoek naar een manier om de woede en morele verontwaardiging achter zich te laten.

Met een stift schrijft ze ‘you are loved’ op de resten van weggerukte posters. Het is een klein menselijk gebaar, in een volledig gepolariseerd debat, dat allang niet meer alleen in New York op hoge toon wordt gevoerd. Die scherpte zorgt ervoor dat gewone mensen zich aangevallen en onveilig voelen en ervoor kiezen om voortaan hun mond te houden.

Torn maakt dit fundamentele ongemak, aan de hand van een concrete casus, pijnlijk voel- en zichtbaar.

Ai Weiwei’s Turandot

Incipit Film / La Monte Productions

Hij is bepaald geen voor de hand liggende keuze als regisseur voor Turandot. En ook voor Ai Weiwei is ‘t in het voorjaar van 2020 een flinke stap om zich over een opera van Giacomo Puccini te ontfermen. Hij heeft er eigenlijk niets mee. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat de tegendraadse Chinese kunstenaar de klus toch heeft aanvaard. Los daarvan had hij ruim dertig jaar geleden al eens een rolletje als figurant in de opera. En toen kreeg hij ook te maken met Chiang Ching, die nu als choreografe fungeert voor zijn uitvoering van Puccini’s laatste opera voor het Teatro Dell’Opera in Rome.

Ai Weiwei’s Turandot (77 min.) wordt dus een héél andere opera. Politiek geladen, dat staat vast. Want voor Ai Weiwei is kunst altijd politiek. Turandot gaat in zijn optiek over vluchtelingen. Zoals hij zelf is, als dappere en onvermoeibare strijder tegen de Chinese dictatuur die tegenwoordig noodgedwongen vanuit het westen opereert. Turandot representeert de autocratie waartegen hij zelf te hoop – en bijna stuk – is gelopen en is zo bezien dus ook een persoonlijk project. ‘Het is geen simpele opera. Het gaat om ons begrip en onze individuele interpretatie van hoe onze wereld zou moeten zijn.’

Het is een bijzondere tijd voor kunstenaars zoals wij, houdt hij de cast en crew voor. Met deze opera kunnen ze een rol spelen in het verdedigen van de vrede en menselijkheid. De Chinese kunstenaar, die tijdens z’n leven regelmatig als vleesgeworden opgestoken middelvinger heeft geacteerd, lardeert zijn versie van Turandot dus met paraplu’s als schild tegen de oproerpolitie, Michael Jackson-achtige moonwalks en geladen nieuwsbeelden uit de wereld van nu. Documentairemaker Maxim Derevianko registreert dit maakproces en doorsnijdt ‘t met impressies van zijn roerige kunstenaarsbestaan.

En dan – het is tenslotte 2020, het jaar van de pandemie – gooit het Coronavirus, halverwege de film, roet in het eten en bevriest de ontwikkeling van Weiweis interpretatie van Turandot. En wanneer de productie in 2022 wordt hervat, valt Rusland, tot grote ontzetting van een aantal medewerkers aan de groots opgezette productie, buurland Oekraïne binnen.

Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Red Army

Sony Pictures Classics

Sport is oorlog voor de Sovjets. Tijdens ijshockeywedstrijden wordt dus de Red Army (84 min.) ingezet. Het nationale team van de Sovjet-Unie moet de suprematie van het communistische ideaal uitdragen en regelmatig een tik aan het vrije westen uitdelen in de Koude Oorlog.

In de jaren tachtig is vooral eerherstel nodig. Bij de Olympische Spelen van Lake Placid is ‘Het Rode Leger’ onverwacht verslagen door de Verenigde Staten, een overwinning die de Amerikaanse geschiedenis zal ingaan als ‘the miracle on ice’ en die onlangs nog is gereconstrueerd in de documentaire Miracle: The Boys Of ‘80 (2026). In de Sovjet Unie wordt de pijnlijke nederlaag beschouwd als niets minder dan een vernedering.

Aan het vernieuwde Sovjet-team, opgebouwd rond hockeyers die samen ‘De Russische Vijf’ worden genoemd, de taak om wraak te nemen. Dat moet gebeuren onder leiding van de bikkelharde coach Viktor Tikhonov, een man die intens wordt gehaat door zijn eigen team. ‘Als ik ooit een harttransplantatie nodig heb, wil ik het hart van Tikhonov’, zou één van zijn spelers ooit hebben gezegd. ‘Want hij heeft het nog nooit gebruikt.’

Dat wordt in deze boeiende film van Gabe Polsky uit 2014 nog eens benadrukt, als de hoofdpersoon daarvan, Tikhonovs sterspeler Slava Fetisov, in de Amerikaanse National Hockey League wil gaan spelen. Fetisov weigert om het leeuwendeel van zijn salaris af te staan aan de staat, roept daarmee heel wat ellende over zich af en krijgt dan van zijn coach en sommige teamgenoten zeker niet de rugdekking waarop hij hoopt.

Polsky omlijst alle verwikkelingen op, naast en boven het ijs met een zwierige Russische soundtrack, houdt het tempo er flink in en beschikt met de soms lekker dwarse Fetisov over een fijn centraal personage. Hij belichaamt de ontwikkeling die zijn land in die laatste jaren van de Koude Oorlog doormaakt. Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie zal ook hij bovendien een opmerkelijke remonte maken in Vladimir Poetins Rusland.

Red Army wordt daarmee méér dan zomaar een sportfilm, over een superteam dat de ene prijs op de andere stapelt. De documentaire dringt door tot het wezen van de Sovjet-Unie, waar de staat almachtig is en gewone burgers volstrekt ondergeschikt zijn, en laat ook zien hoe dat maatschappijmodel steeds verder onder druk komt te staan en daaronder bezwijkt. Waarna het aloude patriotisme al snel toch weer opgeld doet.

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Once Upon A Time In Space

BBC / NTR

De Russen zijn de Amerikanen in de jaren zestig steeds nét een stapje voor in de ruimtewedloop. De eerste man in de ruimte? De eerste vrouw? De eerste ruimtewandeling? Stuk voor stuk succesverhalen, waarvoor de Sovjet-Unie zich op de borst kan kloppen. En als de Amerikanen in de jaren zeventig een spaceshuttle ontwikkelen die zowaar meerdere keren de ruimte in kan, brengen de Russen een permanent ruimtestation, Mir, in een baan om de aarde. Het is dan nog ondenkbaar dat de aartsrivalen zullen samenwerken.

In het eerste deel van Once Upon A Time In Space (224 min.) schetst James Bluemel hoe het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat van oudsher wordt gedomineerd door witte mannen, zich eerst langzaam openstelt voor Afro-Amerikanen. ‘Van slavernij naar ruimtevaart in vier generaties’, constateert Carl, de broer van de zwarte astronaut Ron McNair. NASA begint daarna ook vrouwen te rekruteren. Anna Fisher, de eerste moeder in de ruimte, moet zich alleen wel verweren tegen kritiek die nog geen vader heeft gekregen. Of ze niet thuis moet blijven voor haar dochter Kristin?

Bluemel, die ook al puike Once Upon A Time-series maakte in Irak en Noord-Ierland, concentreert zich in deze vierdelige serie op zulke persoonlijke verhalen. ‘Papa verdween naar Sterrenstad om hard te trainen voor z’n missie’, vertellen de allang volwassen dochters van ‘kosmonaut en held van Rusland’ Aleksandr Lazutkin bijvoorbeeld over hun jeugd. ‘Hij maakte sterrenstelsels van glow-in-the-dark-sterren op ons plafond.’ Zij kunnen dan nog niet bevroeden wat er nog op hun pad komt – en dat hun vader innig bevriend zal raken met een NASA-astronaut, Michael Foale.

Gedwongen door de omstandigheden – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en economische malheur in de VS – moeten de Russen en Amerikanen namelijk gaan samenwerken. Niet veel later ontstaat er ook een commerciële variant, MirCorp, die voor de eerste burger in de ruimte zal zorgen. Private partijen zoals Elon Musks SpaceX zijn zich tegen die tijd actief met ruimtevaart gaan bemoeien. Elke vorm van Koude Oorlog lijkt dan definitief uit de ruimtewedloop te zijn verdwenen. Russische en Amerikaanse bemanningsleden bouwen een uitstekende verstandhouding op.

‘We dachten dat we ons hele leven vrienden zouden blijven’, vertelt de Amerikaanse astronaut Terry Virts. En dan valt Rusland in 2014 de Krim binnen, de opmaat naar de inval in Oekraïne in 2022, en wordt alles ineens anders. Ook aan boord van de ruimtevaartuigen. De opnieuw opgelaaide strijd tussen de aartsvijanden drijft zelfs een wig tussen ervaren ruimtereizigers die samen de aarde achter zich hebben gelaten, toont deze boeiende serie over de mens binnen de ruimtevaart. ‘Wie de baas is in de ruimte’, stelt de Russische kosmonaut Sergei Zalyotin nuchter, ‘is de baas over de wereld.’

Traces

2Brave Productions / Stranger Films

Met elk individueel ervaringsverhaal wordt het collectieve verdriet verder ingekleurd. Iedere Oekraïense vrouw in de stemmige documentaire Traces (84 min.) heeft haar eigen beelden, geluiden en geuren vastgehouden, van de dag dat Russische soldaten hun leven binnendrongen. Ze kon nog net tegen haar echtgenoot en zoon zeggen hoeveel ze van hen hield. Ze voelde de loop van een geweer in haar mond. Ze was volgens de mannen ‘een ster van het internet’ geworden. Ze kreeg elektroshocks toegediend. Of ze hoorde tot haar grote ontzetting naderhand dat de soldaten onderling Oekraïens spraken.

In deze film van ervaringsdeskundige Alisa Kovalenko, geregisseerd met Marysia Nikitiuk, doen Oekraïense slachtoffers van seksueel geweld hun verhaal. Buitene beeld. Alleen. In hun eigen omgeving. Die duidelijk ook betere tijden heeft gekend. Later proberen ze daaraan hun eigen hoofdstuk toe te voegen. Onder aanvoering van de onverzettelijke Irina Dovhan, die de organisatie SEMA Oekraine heeft opgericht, beginnen ze getuigenissen over seksueel geweld op te tekenen, te beginnen met die van henzelf, in de hoop dat ze deze oorlogsmisdaden kunnen inbrengen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Met een klein team vertrekt Tania bijvoorbeeld naar een volledig kapotgeschoten huis op het platteland, om de slachtofferverklaring van Nina op te halen. ‘Ik zei: wat wil je van me?’ begint de duidelijk getraumatiseerde vrouw, die wakker werd gemaakt door een soldaat die met een schijnwerper in haar gezicht scheen, te vertellen. ‘Je had mijn zoon kunnen zijn. Wat zou je ervan vinden als iemand dit bij jouw moeder zou doen? Toen sloeg hij me met de kolf van zijn geweer. Ik heb er nog een litteken van. Hij sloeg me. Mijn lip raakte opgezwollen, ik bloedde. Het was zo beangstigend dat ik me ervoor schaam om het te vertellen…’

Terwijl ze zulke tragische herinneringen verzamelen, de schade van het systematische seksuele geweld tijdens de oorlog inventariseren en zo stukje bij beetje ook hun eigen machteloosheid overwinnen, ontstaat er een zusterschap tussen de vrouwen. Hun strijdbaarheid is het levende bewijs dat de vijand uiteindelijk niet heeft gewonnen. En deze film doet dienst als een indringend pamflet om, ondanks de pijn en de schaamte, vooral niet te zwijgen over wat vrouwen – al zo lang als er oorlog is, in Oekraïne dus al vanaf 2014 – wordt aangedaan: Do Not Stay Silent.

Soldier’s Bones

Zeppers

De Vietnamoorlog die iedereen allang spuugzat was, kon volgens de Amerikaanse generaal Julian Ewell wel degelijk nog gewonnen worden. Hij initieerde eind 1968 in het zuidwesten van Vietnam de omstreden operatie Speedy Express, die hemzelf de bijnaam ‘The Butcher Of The Delta’ opleverde. De militaire campagne van het Amerikaanse leger in de zogeheten Mekongdelta, die tot halverwege 1969 duurde, kostte naar verluidt bijna 11.000 Vietcong-strijders het leven. Toch werden er in totaal nog geen 750 wapens ingenomen.

Waren dit echt vijandelijke strijders? vroeg de 27-jarige Newsweek-journalist Alec Demitri Shimkin zich dus begin jaren zeventig af. Of had de Negende Infanterie Divisie van het Amerikaanse leger Ewells parool ‘kill anything that moves’ letterlijk genomen en gewone Vietnamezen vermoord? Shimkin beet zich vast in de zaak en verdween daarna van de aardbodem. Sinds 1972 werd er niets meer van hem vernomen. In de documentaire Soldier’s Bones (90 min.) neemt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik ruim vijftig jaar later het stokje van hem over.

Aan de hand van ingelezen brieven die Alec Shimkin tijdens zijn speurwerk naar het thuisfront stuurde reconstrueert hij diens diepgravende onderzoek. Verkaik weet ook getuigen op te sporen die nader licht werpen op Operation Speedy Express. Met Shimkins zus Eleanor, verloofde Mary Ann, nicht Barbara, beste vriend Bill en enkele collega’s in Vietnam probeert hij bovendien vat te krijgen op de idealistische Amerikaanse journalist, die eerst actief was in de burgerrechtenbeweging en later besloot om de omstreden oorlog in Zuidoost-Azië te gaan verslaan.

Deze kalme en sfeervolle reis door het hedendaagse Vietnam is aangekleed met huiveringwekkende beelden uit dat zwarte verleden en wordt zo meteen een hypnotische tocht naar het ‘heart of darkness’ van de oorlog – en het hart van een jonge man die weigerde om zich neer te leggen bij oorlogsmisdaden en die ervan overtuigd raakte dat hij een belangrijk verhaal op het spoor was gekomen. ‘Death is our business’, stond er volgens Shimkin op één van de Amerikaanse helikopters, die dood en verderf zaaiden in de Mekongdelta. ‘And business is good.’

In de Verenigde Staten zat, na de commotie rond het bloedbad in het dorpje My Lai in 1968, echter niemand te wachten op nóg een voorbeeld dat de oorlog in Vietnam niet deugde. Met Alec Shimkin verdween dus ook het verhaal van Operation Speedy Express in een nooit meer te openen bureaulade, die Kasper Verkaik nu vol overtuiging openrukt.

Mariinka

Savage Film

‘Je zult nog versteld staan als we Donetsk terugveroveren’, zegt Mark over de telefoon tegen zijn broer Ruslan. ‘We gaan jullie helemaal kapot maken.’ Ruslan reageert fel. ‘Doe het dan. Ik ben die bedreigingen van jou inmiddels strontzat.’

De broers Zolotko staan recht tegenover elkaar: Mark vecht voor Oekraïne, Ruslan zit in het Russische leger. Ze hebben nog twee broers: Maksim is ernstig gewond geraakt en zit al enige tijd in een rolstoel. En Daniil is, toen ze met z’n vieren nog in een weeshuis in het Oekraïense grensstadje Mariinka (94 min.) zaten, geadopteerd door een christelijke Amerikaanse familie en gaat tegenwoordig door het leven als Samuel Scruggs.

Sam probeert de verwikkelingen in Mariinka, vijf kilometer ten zuidwesten van Donetsk, vanaf de andere kant van de wereld te volgen. Daar wordt de jonge verpleegkundige Natalia Borodynia permanent geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog, die in dit gebied al sinds 2014 woekert. Als er weer doden of gewonden zijn gevallen, probeert zij samen met collega’s, vaak tevergeefs overigens, te redden wie er te redden valt.

Nog niet zo lang geleden was Natalia een gewone tiener, die op de middelbare school genoot van dansvoorstellingen en die op weg naar bokstraining de Zolotko-broers leerde kennen. Haar beschadigde jeugdvriendin Angela Pisareva pendelt in deze film van Pieter-Jan De Pue (The Land of The Enlightened), in de loop van tien jaar gefilmd, ondertussen met allerlei smokkelwaar op en neer naar de frontlinie. Zo kan ze overleven.

Via deze jonge Oekraïners, die elk op hun eigen manier overleven, toont de Belgische filmmaker de ontmanteling van hun land, waar alles van waarde daadwerkelijk weerloos is geworden. In een aangrijpende scène treft Natalia in haar verwoeste ouderlijk huis bijvoorbeeld de brokstukken van haar vroegere leven aan: zwartgeblakerde boksmedailles, een feeërieke dansjurk en de foto van haar overleden moeder.

Behalve de grauwe werkelijkheid van opgroeien in oorlogstijd toont Mariinka in wrange poëtische sequenties, begeleid door sacrale muziek, ook wat ooit was, onderweg verloren ging en in de toekomst wellicht weer zou kunnen zijn. In een kapotgeschoten zaal danst Natalia met een medesoldaat bijvoorbeeld nog eens op haar examenbal. De werkelijkheid heeft hen ingehaald, maar het verlangen naar een normaal bestaan blijft.

Deze fraaie en aangrijpende film, geschoten op 16 mm, springt zo voortdurend op en neer in de tijd, door de formatieve jaren van jonge mensen waarmee het leven lelijke trucs heeft uitgehaald, en toont zo op diverse niveaus de totale ontwrichting die oorlog teweeg brengt.

Never Look Away

Greenwich Entertainment

Ze legt de camera als een wapen op haar schouder, om zo de schijnwerper te kunnen zetten op wat anders onbelicht blijft. Met gevaar voor eigen leven. In opdracht van de Amerikaanse nieuwszender CNN trekt cameravrouw Margaret Moth in de jaren negentig van de ene naar de andere brandhaard. Georgië, Irak, Rwanda, Zaïre en Libanon. Net als voor veel collega’s is oorlog als een verslaving voor Moth. Oog in oog met de dood voelt ze zich springlevend.

Waarom Margaret zo is (geworden)? Daarop krijgen CNN-collega’s zoals Christiane Amanpour, Stefano Kotsonis en Joe Duran ook maar geen vat. Ergens in die onverzettelijke cameravrouw zit onmiskenbaar woede, dat zien ze wel. Haar wortels liggen in Nieuw-Zeeland. Daar laat ze zich ook al op jonge leeftijd steriliseren. Geen normaal gezinsleven voor Margaret Moth, die oogt als een zus van Joan Jett. Moth (mot) is overigens een, zo je wilt, artiestennaam. Ze heet eigenlijk Wilson en heeft volgens haar broer Ross en zussen Jan en Shirley heel wat te verbergen en vergeten.

In haar uitvalsbasis Houston leeft ze een wild leven, vol avontuur, drugs en (jongere) vriendjes. En tijdens haar werk staat Moth steeds met haar neus en camera bovenop de actie. Never Look Away (85 min.), juist. Totdat ze in Sarajevo, waar de scherpschutters op ‘Sniper Alley’ gericht op cameramensen schieten, bruut wordt afgestraft voor haar moed, het kantelpunt van deze ferme film van Lucy Lawless. Die tekent Moth levendig op – zonder al het mysterie weg te halen – met behulp van animaties, maquettes van het slagveld en – natuurlijk – het bewijsmateriaal dat zij met haar camera verzamelde.

The Tony Blair Story

VPRO

Even lijkt hij de wereld, of op zijn minst Groot-Brittannië, in zijn hand te hebben. Tony Blair slaagt er in 1998 zowaar in om vrede te sluiten in Noord-Ierland, iets wat zijn conservatieve voorgangers Thatcher en Major niet wilden of konden. Tegenwoordig staat de voormalige Britse premier, die met zijn geheel vernieuwde Labour-partij een einde heeft gemaakt aan achttien jaar heerschappij van The Tories, er véél minder goed op.

Als premier ontwikkelt Blair zich destijds, aan de zijde van zijn Amerikaanse geestverwant Bill Clinton, tot een erkende wereldleider. Ook met Clintons opvolger George W. Bush ontwikkelt hij een ‘special relationship’. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 volgt ie Bush dus ook bij diens zeer omstreden inval in Irak in 2003. En dan begint ook Blairs ogenschijnlijk onverwoestbare imago af te bladderen.

De hoofdpersoon gaat er zelf eens goed voor zitten aan het begin van deze driedelige serie van Michael Waldman. Hij wordt in The Tony Blair Story (156 min.) in de rug gedekt door zijn echtgenote Cherie, de Amerikaanse politici Bill Clinton en Condoleezza Rice en z’n getrouwen Anji Hunter, Alastair Campbell en de onlangs door de zaak Epstein ernstig in opspraak geraakte Peter Mandelson. Daartegenover staan (zeer) kritische partijgenoten zoals Jack Straw, Clare Short en Jeremy Corbyn.

Tijdens zijn eerste campagne is Tony Blair net een bloem die tot bloei komt in de zonneschijn, stelt schrijver/journalist Robert Harris, die ziet hoe de jurist groeit in zijn rol als politicus, in deel 1 van deze miniserie. Op het toppunt van Blairs roem, wanneer hij in 1999 een sleutelrol heeft gespeeld in het bezweren van het gewapende conflict in Kosovo, bespeurt Harris ook dat de premier losgezongen begint te raken van de realiteit.

Dat neemt tragische vormen aan als hij Groot-Brittannië meesleept in een oorlog in Irak, het onderwerp van aflevering 2, om nooit aangetroffen massavernietigingswapens onschadelijk te maken. Die beslissing was volgens z’n vrouw Cherie in eerste instantie helemaal niet zo vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen. En als Tony eenmaal heeft gekozen, kan hij anderen ervan overtuigen dat dit altijd al de voor de hand liggende keuze was.’

Of dat een teken van te veel zelfvertrouwen is? wil Waldman weten. Daarover houdt Cherie zich op de vlakte. Duidelijk is dat de beeldvorming rond haar man dan definitief verandert: Tony Blair wordt de leugenaar Tony Bliar. De man zelf weigert intussen om zich echt in de kaarten te laten kijken. ‘Als mensen een eerlijk verhaal willen, vraag een leider dan niet om zichzelf te beoordelen. Want dan krijg je een politiek antwoord.’

Hij toont zich strijdbaar in dit breed opgezette en genuanceerde portret, overtuigd van wie hij is, wat hij heeft gedaan en welke resultaten hij heeft geboekt. Een man die door sommigen nog altijd diep wordt geminacht en bij anderen juist op een zekere herwaardering mag rekenen. Een politicus die, wat je ook van hem vindt, tot de beeldbepalende leiders van de afgelopen dertig jaar moet worden gerekend.

Trailer The Tony Blair Story