Brief Aan Mijn Papa

Het is een universeel gevoel: dat je vader voortdurend over je schouder meekijkt, adviezen geeft en kritiek levert. En dat jij als kind die overleden ouder voortdurend meeneemt – meesleept soms – in je leven. Hengelend naar zijn trots, bang voor zijn toorn en zoekend naar waar hij en jij elkaar raken.

De vader van journalist, schrijver en theatermaker Ibrahim Selman stierf in december 1974, tijdens de strijd voor een onafhankelijke staat voor hun volk, de Koerden. Ibrahim, inmiddels bijna zeventig, kwam er pas enkele maanden later achter. Zijn vader sneuvelde in een land dat nog steeds niet bestaat: Koerdistan. Een land dat niet mág bestaan. Het idee wordt nog altijd doodgedrukt tussen Irak, Turkije, Iran en Syrië. Menige Koerd is noodgedwongen op de vlucht geslagen. In 1981 belandde Ibrahim Selman zo in Nederland.

In Brief Aan Mijn Papa (75 min.) bezoekt hij het land van zijn oorsprong. Hij beleidt zijn tocht langs familieleden, jeugdherinneringen en plekken die de recente Koerdische historie hebben getekend met een persoonlijke voice-over, gericht aan de ouder die al ruim veertig jaar ontbreekt. Die tekst is alleen erg breedsprakig, particulier of uitleggerig, waardoor sommige scènes, zoals het bezoek aan een plek waar vaderlief begraven zou liggen, een beetje doodslaan. More betekent in dit geval inderdaad less.

Deze documentaire ontbeert daardoor de poëzie en zeggingskracht die een thematisch verwante film als Sidik En De Panter kenmerkt. Voor buitenstaanders is het lastig om de persoonlijke ervaring van Ibrahim Selman zelf te ontstijgen en het tragische relaas van de Koerden niet alleen te begrijpen maar ook echt te voelen. Dat is spijtig, want de bijbehorende verhalen zijn het op zich zeker waard om te vertellen.

‘Ik zoek rust, vader’, leest Ibrahim voor uit eigen werk, in een oud fragment uit het televisieprogramma De Wandeling dat het einde van de film aankondigt. ‘Gun me een paar eenzame dagen met stilte. Stilte is leven. Houd op met het gefluister in mijn oor. Een kwart eeuw na je dood.’

The Disappearance of My Mother

Ooit belichaamde Benedetta Barzini alles wat ze tegenwoordig veracht: een vrouw zoals mannen die wilden zien. Een Italiaans fotomodel, in de glamoureuze jaren zestig. De vleesgeworden (witte) mannenfantasie. En nu is Benedetta oud en verrimpeld en wil ze de wereld het liefst stilletjes verlaten.

Dan heeft de oudere vrouw echter buiten haar zoon gerekend. Voor Beniamino Barrese is moeder een muze waarvan hij nooit genoeg krijgt. Hij is nu zelfs op zoek naar jonge modellen die klassieke foto’s van haar tot leven kunnen wekken. Ze krijgen de opdracht om met een oogpotlood die kenmerkende moedervlek op hun wang aan te brengen.

The Disappearance Of My Mother (97 min.) moet Benny’s afscheid worden van de vrouw die hij al zijn hele leven filmt en fotografeert. Zij zet zich intussen ongenadig af tegen de industrie waarvan ze zowat haar hele leven deel uitmaakte en benadrukt, als feminist en als docent, het belang van imperfectie. Tegelijkertijd heeft ze ook heel wat te stellen met haar filmende zoon, die van geen ophouden wil weten – ook niet als ze boos wordt, van hem wegrent of gewoon ‘klotecamera!’ roept.

Een ontmoeting met voormalig topmodel Lauren Hutton wordt erdoor verpest – of, tis maar hoe je het bekijkt, voor de eeuwigheid opgetekend. Gaandeweg laat echter ook Benedetta een zekere ambivalentie zien. Ze participeert, met allerlei jonge modellen en enkele oud-collega’s, in een show van modeontwerper David Koma en poseert uiteindelijk toch als een profi in haar mooiste jurk voor de camera van haar gewillige zoon.

Wil Benedetta eigenlijk verdwijnen van de wereld, omdat ze daarmee niets meer gemeen heeft? Of wil ze juist verdwijnen voor die wereld, omdat ze deze niets meer te bieden denkt te hebben? En projecteert Beniamino zijn eigen gevoelens over schoonheid op haar? Is deze film tevens een schreeuw om aandacht? Of is het toch een treffend eerbetoon aan die moeder die hij adoreert? Die vragen blijven gedurig opspelen tijdens deze ontmanteling van een model(len)leven en alles wat dat heeft betekend.

Moeder en zoon laten daarbij ook zien hoe deze film wordt gemaakt: hij alsmaar regisserend, zij luidkeels daartegen protesterend. Dat amuseert, irriteert en fascineert. Zodat deze exhibitionistische egodocu soms voor een vieze smaak in de mond zorgt en vreemd genoeg toch naar meer blijft smaken.

My Psychedelic Love Story

Joanna Harcourt-Smith / SHOWTIME.

Allereerst is er gewoon een interview. Met Robert McNamara, Donald Rumsfeld of Steve Bannon. Protagonisten die ver voorbij hun gebruikelijke verhaal gaan. Gedwongen door een enkele indringende vraag of een onverwacht perspectief. Hoewel ze de regie nooit uit handen lijken te geven, komen ze toch op een totaal nieuwe manier in beeld. Ook door de briljante framing van het gesprek. Shots van boven of juist van onder, overshoulder, schuin of van opzij. Elke zinsnede kan daardoor een verrassing opleveren. En krijgt door de bijpassende beeldenpracht, virtuoze vormgeving en urgente soundtrack een onvermoede lading.

Het resulteerde in weergaloze documentaires: The Fog Of War (McNamara), The Unknown Known (Rumsfeld) en American Dharma (Bannon). Zo’n film wilde Joanna Harcourt-Smith ook wel. Gebaseerd op haar eigen boek Tripping The Bardo With Timothy Leary: My Psychedelic Love Story (102 min.). Ook doordat ze zich, na het zien van Errol Morris’ paranoïde serie Wormwood, begon af te vragen of ze in de jaren zeventig misschien, zonder dat ze het zelf in de gaten had, een werktuig van de CIA was geweest. Was haar stormachtige affaire met de LSD-goeroe, die uit een Amerikaanse gevangenis was ontsnapt en sindsdien als balling in Zwitserland verbleef, misschien onderdeel van een sluwe campagne van de buitenlandse veiligheidsdienst om Leary alsnog in de kraag te grijpen?

Die intrigerende vraag vormt het startpunt voor dit met veel verve opgediste levensverhaal van een Zwitsers high society-meisje, doorgewinterde femme fatale en losgeslagen hippie. Als twintiger op drift belandde ze in 1972 midden in de cultuuroorlog van haar tijd. Aan de zijde van de hogepriester van de geestverruimende middelen Timothy Leary, die alles representeerde wat de gevestigde orde toentertijd meende te moeten bevechten. Morris laat Joanna Harcourt-Smith helemaal leeglopen, checkt haar herinneringen zeker niet dood en geeft ze vervolgens vorm als een weelderige LSD-trip, waarin Alice in Wonderland botst op de ‘war on drugs’ van president Richard Nixon, Rolling Stone Keith Richards tegen het lijf loopt en soms in de voetsporen van de beruchte Manson Family dreigt te treden.

De vormgeving van haar monoloog, door Morris slechts een enkele keer onderbroken door een vraag of uitroep van verbazing, is zo overdonderend dat de verhaallijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken: hallucinante graphics, schreeuwende krantenkoppen, Tarotkaarten, raak getimede archiefbeelden en bijzonder dwingende muziek. Harcourt-Smith probeert iedereen bij de les te houden met haar opmerkelijke ontboezemingen, kwieke oneliners en slim uitgeserveerde lach. Een typisch Errol Morris-personage kortom, dat onder zijn hoede een geheel eigen web weeft tussen feit en fictie.

Acasă, My Home

Astra Film

Dit verhaal zou zich kunnen afspelen op een onontgonnen stuk wildernis in Zuid-Amerika. Of op een nagenoeg verlaten Indonesisch eiland. Met ontblote bast peddelt een groepje verwilderde jongens in een bootje door het water. Op zoek naar vis, een zwaan achtervolgend. Volledig één met de natuur. Op de achtergrond prijkt alleen een rijtje grauwe flats. De Roemeense hoofdstad Boekarest bevindt zich op nauwelijks een steenworp afstand.

Twintig jaar geleden nam de gypsy Gica Enache, teleurgesteld in de reguliere maatschappij, zijn vrouw Niculina mee naar Vacaresti, een verwaarloosd natuurgebied met meren en wilde dieren vlakbij de stad. Daar voedden ze samen maar liefst negen kinderen op. De pater familias doet denken aan het Viggo Mortensen-personage uit de fraaie speelfilm Captain Fantastic, een vader die zijn kroost in de bossen probeert te behoeden voor de consumptiemaatschappij. Tagline: he prepared them for everything except the outside world.

Zoals ook de vergelijking met de documentaire The Wolfpack, over de zes broers Angulo die van hun dominante vader jarenlang hun New Yorkse appartement nauwelijks mochten verlaten, zich onvermijdelijk aandient bij  Acasă, My Home (86 min.). Zeker omdat ook hier de buitenwereld zich steeds nadrukkelijker meldt in de wereld van de Enaches, in de vorm van ambtenaren die van Vacaresti een beschermd natuurpark willen maken en de kinderbescherming die zich zorgen maakt over het welzijn van de kinderen.

Dat kan niet goed gaan. En dat doet het dus ook niet. ‘Wil je zien hoe ik mezelf in brand steek?’ roept de patriarch theatraal als zo’n groepje bemoeials zich meldt op het vervuilde erf bij zijn hut. ‘Gewoon voor de show.’ Voordat hij, met een peuk in de hand, de daad bij het woord kan voegen, wordt de boel gesust. De Enaches zullen moeten terugkeren naar de maatschappij die ze de rug toe hadden gekeerd. En vader Gica, die kampt met gezondheidsproblemen en mede daardoor de controle verliest, gaat mee. Of hij dat nu wil of niet.

De kinderen worden daar eens goed gewassen, gaan naar de kapper en stromen ook in op school, waar ze lezen, schrijven en rekenen kunnen leren. De domesticatie van de zigeuners, een bevolkingsgroep waarop menige Roemeen neerkijkt, verloopt desondanks niet zonder strubbelingen. In deze fraaie debuutfilm van onderzoeksjournalist Radu Ciorniciuc blijven twee totaal verschillende ideeën over het leven met elkaar botsen. Aarden in de nieuwe wereld gaat dus bepaald niet vanzelf, terwijl terugkeren naar de oude eveneens onmogelijk is.

Het is het centrale dilemma van de familie Enache – en vrijbuiters in het algemeen – dat Ciorniciuc vervat in een beeldende vertelling, waarin vissen en het eten of verkopen daarvan een symbolische lading krijgt. Als manier van in contact blijven met de natuur, als product om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en als activiteit die in de bewoonde wereld alleen op afgesproken plekken geoorloofd is. Het komt allemaal samen in een film die inmiddels diverse filmprijzen won, waaronder de Cinematography Award op het Amerikaanse Sundance Film Festival.

Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice

NTR

Ze is een geboren performer, met een geweldig stembereik. Hoewel Linda Ronstadt zelf geen liedjes schrijft, heeft de Amerikaanse zangeres een geheel eigen signatuur. Tenminste, dat zeggen mensen die het kunnen weten in Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice (91 min.). Ze luisteren naar namen als Dolly Parton, Bonnie Raitt, Ry Cooder, Don Henley, Jackson Browne, JD Souther, Aaron Neville en Emmylou Harris en bivakkeerden stuk voor stuk naast Ronstadt terwijl die op het podium of in de studio de sterren van de hemel stond te zingen.

Deze tamelijk routinematige popbio van Rob Epstein en Jeffrey Friedman laat ook nog popprofessionals aan het woord die jarenlang een boterham aan Ronstadt hebben verdiend, zoals platenbaas David Geffen, popjournalist Robert Hilburn en producer John Boylan. Stuk voor stuk lichten ze een tipje van de sluier op van de zeer wendbare zangeres Linda Ronstadt, die met name in de jaren zeventig en tachtig immens succesvol was en tegenwoordig in de luwte leeft.

De vrouw zelf heeft slechts weinig woorden nodig en laat, in steeds wisselende gedaanten en stijlen, horen wat ze zoal in haar mars heeft – waarbij hits als You’re No Good, It’s So Easy en Don’t Know Much (met Aaron Neville) natuurlijk niet (mogen) ontbreken. Het interessantst wordt dit portret als Ronstadt op latere leeftijd echt een eigen koers begint te varen en daarbij ook onverwachte afslagen, richting operette en traditionele Mexicaanse muziek bijvoorbeeld, besluit te nemen. Zo bouwt ze niet alleen een succesvolle, maar uiteindelijk ook een eigenzinnige loopbaan op, die hier nauwgezet en met veel aandacht voor de muziek wordt doorgenomen.

My Octopus Teacher

Netflix

Mens en paard. Mens en hond. Enne… mens en octopus. Terwijl hij de weg naar zichzelf probeert terug te vinden, na een fikse burnout, begint de Zuid-Afrikaanse filmer Craig Foster dagelijks te duiken in de Atlantische Oceaan bij Kaap De Goede Hoop. Hij ‘ontmoet’ zo in het kelpwoud een vrouwelijke octopus, waarmee hij geleidelijk een soort lat-relatie opbouwt.

Dat gaat gepaard met zinnenprikkelende beelden van het leven onder de waterspiegel, die op hun beurt worden begeleid door Fosters tamelijk zijige voice-overs. Nadat zijn veelarmige bloedbroeder is verwond door een pyjamahaai, constateert hij bijvoorbeeld met een opmerkelijk gevoel voor zingeving: ‘Het is geweldig om te zien dat er een klein perfect miniatuurarmpje terug groeit. Het gaf me een vreemd soort vertrouwen dat ze dit ongelooflijke probleem kan overwinnen. En het voelde of ik mijn problemen aan het overwinnen was. Op een vreemde manier spiegelden onze levens elkaar.’

My Octopus Teacher (85 min.), juist. Over de lotsverbondenheid tussen mens en (week)dier. Met een inktvis, die bovendien zomaar uit de losse polsen elementaire levenslessen deelt. Dat gekunstelde zweeflaagje kan deze film van Pippa Ehrlich en James Reed eerlijk gezegd wel missen. De gebeurtenissen in het ‘onderwaterbos’, waar eten en gegeten worden aan de orde van de dag zijn, blijken enerverend genoeg. De verwikkelingen rond – flauwe woordgrap-waarschuwing! – Octopussy zijn ook adembenemend mooi vastgelegd en worden met behulp van dik aangezette muziek ook nog eens uitgebouwd tot een soort onderwater-variant op Jaws.

En dan, op een onbewaakt ogenblik, lijkt Foster aan de kant te zijn gezet. ‘Zij’ heeft het met een ander mannetje aangelegd. Octopus en octopus blijkt uiteindelijk toch de beste combinatie. Waarna het mensbeest wordt gedwongen om, verkwikt en gelouterd, zijn eigen leven weer op te pakken.

Jonathan Agassi Saved My Life

Trots laat Yonatan Langer de speelfilm zien waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Zijn moeder kijkt geïnteresseerd toe. Op het scherm drinkt hij een biertje en bestuurt met ontbloot bovenlijf een boot. ‘Het is geweldig’, zegt moeder. ‘Yonatan, je bent het echt!’ Haar zoon kijkt zelf trots toe als de film verder gaat en het moment nadert dat die niet meer zo geschikt is voor zijn moeder. ‘En nu gaan we naar boven om te neuken.’

De Israëlische hunk Yonatan is in de gayscene bekend, beroemd zelfs, als Jonathan Agassi. Pornoster van beroep. Deze documentaire van Tomer Heymann toont hem in zijn dagelijks leven: tijdens filmshoots, rond live-performances en gewoon bij mams thuis, met wie hij een erg innige band heeft. ‘Ik ben jouw vent’, zegt hij, als hij haar weer eens geld toestopt. Ze voelt zich zichtbaar ongemakkelijk. Yonatan blijft toch eerst en vooral haar kind.

Jonathan Agassi Saved My Life (106 min.), meent de getroebleerde hoofdpersoon, die stelselmatig lijkt weg te lopen voor wie hij werkelijk was en is. Hij gaat van feest naar feest, verhuurt zichzelf als escort en wordt steeds vaker high. Heymann legt acht jaar lang onverbiddelijk vast hoe Agassi zo in ijl tempo afstevent op een catharsis, waarin hij de problematische relatie met zijn moeder, afwezige vader én zichzelf onder ogen moet zien.

Van de ongecompliceerde patser, die met veel bravoure door het leven dendert, is dan weinig meer over. Alleen het moederskindje Yonatan Langer, een beschadigde jongen, die hunkert naar liefde, handelt in seks en in deze pijnlijke, ontluisterende film op alle terreinen dreigt te verliezen.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

In Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn schetst documentairemaker Ivy Meeropol vanuit een persoonlijk uitgangspunt een portret van de gevreesde advocaat, die er mede voor zorgde dat haar grootouders ter dood werden veroordeeld vanwege landverraad.