I Get Knocked Down

Sheffield Doc

Terwijl hij als de eerste de beste burgerlul van 59 zijn hond uitlaat – en als de eerste de beste burgerlul ook diens drol in een zakje deponeert en meeneemt – mijmert Dunstan Bruce over het verleden. Is alles dan voor niets geweest? vraagt hij zich tijdens deze (zoveelste?) midlifecrisis af. Ooit behoorde hij met zijn band Chumbawamba, een stelletje rechtgeaarde anarchisten, toch tot de linkse voorhoede? Nu heeft ook hij zich gewoon overgeleverd aan een wereld met Trump, Brexit en politiegeweld.

I Get Knocked Down (87 min.) zongen Dunstan en zijn rebellenclub uit een kraakpand in de arbeidersstad Leeds ooit in Chumbawamba’s enige echte hit Tubthumping (1997). Gevolgd door de fiere zinsneden: ‘But I get up again. You are never gonna keep me down.’ En dat is precies wat Dunstan nu van plan is in deze documentaire van Sophie Robinson: door met zijn voormalige groepsgenoten het idealistische verleden op rakelen wil hij op de één of andere manier het vuur (terug)vinden voor een strijdbare toekomst.

Dunstan Bruce speelt in zekere zin zichzelf in deze joyeuze film en doet met veel theater en (zelf)spot het verhaal van zijn band, die gaandeweg van anarchopunk opschoof naar salonfähige pop. Hij voert daarbij een interne dialoog met Babyhead, een alter ego met een sardonisch lachend poppenmasker op. ‘Ik wil geen beroemdheid zijn, ik wil het verschil maken’, zegt die bijvoorbeeld als Bruce na een interview in het televisieprogramma Democracy Now! voor een foto poseert met presentatrice Amy Goodman. Babyhead laat vervolgens een korte, theatrale stilte vallen. ‘Lady Gaga zei dat ooit.’

Zo sluit de ‘tone of voice’ van deze docu lekker aan op de modus operandi van de tegendraadse groep, die van ontregelen z’n handelsmerk had gemaakt. ‘Het was altijd veel interessanter om rotzooi te trappen dan binnen de lijntjes te kleuren’, constateert Dunstan Bruce daarover, niet zonder tevredenheid. Zo verkocht Chumbawamba ooit voor grof geld een nummer aan General Motors voor een commercial. Dat bedrag ging vervolgens rechtstreeks naar activisten die campagne voerden tegen de autofabrikant vanwege slechte arbeidsomstandigheden.

Toch wordt Dunstan Bruce – in elk geval voor de film – geplaagd door twijfel: heeft al dat activisme ook maar iets opgeleverd? En zo nee, heeft hij dan al die tijd een leugen geleefd? Hij legt de vragen in deze scherpe, geinige en soms ook bespiegelende documentaire ook voor aan de punky historica Lucy Robinson, linkse filmmaker Ken Loach en activistische band Dream Nails en begint weer een toekomst voor zichzelf te zien als man van middelbare leeftijd. Met zowaar ook een nieuw bandje: Interrobang!?, dat toch ook wel weer aan Chumbawamba doet denken.

Kingdom Of Us


Hoe ga je als gezin verder nadat vader een einde aan zijn leven heeft gemaakt? Kun je überhaupt verder? In Kingdom Of Us (109 min.) probeert het Britse gezin Shanks vat te krijgen op haar tragische verleden, om zo ruimte te maken voor een betere toekomst.

Zeven kinderen kregen Paul en Viky. Zes meiden en een jongen. Ze vormden ogenschijnlijk een idyllisch huishouden van Jan Steen. Paul maakte door de jaren het ene na het andere familiefilmpje, waarin hij zijn kinderen regelmatig liefdevol toesprak en -zong. Intussen probeerde hij, veelal in stilte, zijn demonen de baas te blijven.

Regisseur Lucy Cohen volgt het vaderloze gezin enkele jaren nadat Paul zijn leven heeft beëindigd – en daarmee ook de gedachten dat hij zijn vrouw en kinderen met zich mee moest nemen. Ze laat zien hoe ontwrichtend zo’n dramatische gebeurtenis kan zijn. Hoe die filmpjes, liedjes en afscheidsbrief blijven trekken en tegelijkertijd opnieuw zout in de wonden wrijven.

Intussen vragen enkele kinderen zich af of ze wellicht erfelijk belast zijn. Zou Paul, behalve zijn onmiskenbare muzikale talent, ook ‘de monsters in zijn hoofd’ hebben doorgegeven? Het is een ongemakkelijke vraag, waarop in het aangrijpende Kingdom Of Us een al even ongemakkelijk voorlopig antwoord komt.