Not Carol

Nee, niet Carol! Alle direct betrokkenen – Carol Coronado’s echtgenoot Rudy, moeder Julie, zus Robyn, schoonzus Sandra en vrienden uit de buurt – benadrukken het nog maar eens: ze was zo’n getalenteerde vrouw, zo’n fijne vriendin en zo’n lieve moeder. Toch sloegen op 20 mei 2014 de stoppen door bij Carol: in een vlaag van verstandsverbijstering doodde ze haar drie dochtertjes Sophia, Yazmine  en Xenia.

In de Twin Towers-gevangenis te Los Angeles wacht Carol haar berechting af. Ze weet manlief Rudy daarbij nog altijd aan haar zijde. Hij blijft ervan overtuigd dat zij eigenlijk ‘een veel beter mens’ is dan hij. Toch kunnen de dramatische gebeurtenissen in Not Carol (73 min.) eigenlijk niet als een verrassing zijn gekomen voor Carols directe omgeving. Na de geboorte van haar derde kind in slechts drie jaar tijd begon ze steeds opzichtiger te ontsporen.

Terwijl de zaak tegen Carol Coronado voor het gerecht wordt gebracht, zoomt deze documentaire van Eamonn Harrington en John Watkin uit naar het grotere thema: postpartum psychose. Een thema waarvoor doorgaans, ook door schaamte, weinig aandacht is. Enkele lotgenoten van Carol, en hun verwanten/nabestaanden, vertellen hoe de ‘babyblues’ die na de geboorte van een kind kan volgen ook bij hen steeds naargeestigere vormen begon aan te nemen.

Carols casus wordt zo in een breder perspectief geplaatst. Tegelijkertijd is duidelijk dat er in haar geval ook sprake was van erfelijke aanleg en een keten van traumatische ervaringen. De vrouw die in opdracht van de stemmen in haar hoofd de tweejarige peuter Sophia, haar eenjarige zusje Yazmine en de drie maanden oude baby Xenia van het leven beroofde en daarna de hand aan zichzelf probeerde te slaan was een ander. Niet Carol.

Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy

Prime Video

In de nasleep van de Rodney King-rellen in Los Angeles startte Guy Torry begin jaren negentig een speciale avond met louter zwarte comedians in The Comedy Story. Dat podium zou een springplank worden voor een nieuwe generatie Afro Amerikaanse stemmen, zoals Martin Lawrence, Chris Tucker en Kevin Hart.

In de driedelige serie Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy (158 min.) kijkt Reginald Hudlin met de fine fleur van de Amerikaanse stand-upcomedy terug op die glorieperiode. ‘Guy stuurde een groep jonge, zwarte professionals aan’, vertelt comedian Dave Chappelle bijvoorbeeld. ‘Er zaten wat gangsterrappers bij, maar het was een eclectisch gezelschap. Zoals het leven van zwarte Amerikanen ook divers is. Het was geen eenheidsworst. De één was naar Harvard geweest, een ander naar de gevangenis.’

Phat Tuesday was voor hen een vuurdoop, vertellen entertainers als Steve Harvey, Tiffany Haddish, Cedric The Entertainer, Snoop Dogg en Regina King. Want Will Smith, Magic Johnson of Prince konden zomaar in de zaal zitten. En een zwart publiek is sowieso geen gedwee publiek. Een beleefd applaus hoef je als halfbakken grappenmaker niet te verwachten. Als het hen niet bevalt, laten ze dit op niet mis te verstane wijze merken. Ze beginnen misprijzend te kijken, draaien zich demonstratief van je af of roepen iets in de trant van: ‘Heb je ook nog wat leuks, gast?’

In de kantlijn worden er af en toe ook min of meer serieuze thema’s behandeld – seksisme, transcomedians en ‘bomben’, de plank helemaal misslaan, bijvoorbeeld – maar deze miniserie is eerst en vooral een ongegeneerde viering van de zwarte humor. Met veel sterke verhalen, popi jopi-gedrag en snelle grappen.

Lead Me Home

Netflix

De stad raast door, versneld, terwijl zij, de verschoppelingen, volledig in slow-motion lijken te opereren. De levens van dakloze inwoners van Los Angeles, Seattle en San Francisco draaien om hun eigen as, zo willen de makers Pedro Kos en Jon Shenk maar zeggen. Ze staan stil, terwijl wij gewoon dóórleven.

Ze hameren dat punt er echt in. De korte documentaire Lead Me Home (40 min.) bevat niet voor niets een overdaad aan droneshots en timelapse-beelden van de voortjagende metropool. Die worden ondersteund door een erg dik sounddesign, dat voor een voortdurend gevoel van dreiging moet zorgen.

Toch legt al die audiovisuele krachtpatserij het direct af tegen een eenvoudige blik in de ogen van de mensen die het betreft. Als enkele daklozen tijdens een intakegesprek vragen beantwoorden over hun leven, recht op camera vastgelegd, staat de boodschap gewoon op hun gezicht geschreven: H.E.L.P.

Dit zijn mensen bij wie het water echt aan de lippen staat – en niet sinds gisteren. En daar kan geen dramatische sequentie, expressieve lucht of dik aangezette scène tegenop (ook al betreft het zoiets bizars als daklozen die met een futuristische zonnebril op collectief liggen te zonnen), elementen die wel degelijk een belangrijke plek opeisen.

Bij deze gestileerde docu dringt zich toch echt de vraag op of de vorm wel in de dienst van de inhoud staat – als je die twee al van elkaar kunt scheiden. En of een benadering zonder enige opsmuk niet meer recht zou doen aan mensen die ogenschijnlijk liefdeloos worden gedumpt op de vuilnisbelt van onze moderne maatschappij.

Één enkele blik in die troebele, moedeloze of verwarde ogen volstaat eigenlijk. Gevolgd door slechts een handvol woorden uit hun mond: iets over zorg, douchen en – steeds weer – een huis. Dan komt alles in orde.

Truth To Power

Nee, tactisch was het niet om direct na de aanslagen van 11 september 2001 aandacht te vragen voor de beweegredenen van de terroristen en kritische vragen te stellen bij het Amerikaanse Midden-Oosten beleid. De rest van System Of A Down stond in elk geval bepaald niet te juichen toen frontman Serj Tankian zijn essay daarover, zonder overleg vooraf, op de bandwebsite plaatste. Toxicity, het tweede album van de Armeens-Amerikaanse metalgroep, was net uit en leek een enorme hit te gaan worden. Nu dreigde de band in de ban te worden gedaan.

Volgens Rick Rubin, die deze langspeler had geproduceerd, pakte de zanger simpelweg zijn rol als kunstenaar en maakte hij gebruik van het podium dat hij nu eenmaal had. En toen had Tankian nog niet eens stelling genomen tegen de Amerikaanse inval in Irak. ‘Why must we kill our own kind?’ zong hij op de van hem welbekende lyrische manier in Boom!, waarvoor een videoclip was gemaakt door de linkse stokebrand Michael Moore. Met de al even radicale Rage Against The Machine-gitarist Tom Morello richtte Serj Tankian vervolgens de ideële non-profitorganisatie Axis Of Justice op.

De andere bandleden van System Of A Down zouden zich liever vooral op de muziek hebben gericht, bekennen ze in Truth To Power (79 min.), een portret van de bevlogen artiest en opiniemaker Serj Tankian. Over één ding waren ze het wél roerend eens: de Armeense genocide van 1915. Die traumatische gebeurtenis, waardoor hun voorouders ooit de wijk hadden moeten nemen naar de Verenigde Staten, moest nu eindelijk eens officieel erkend worden. Met die stellingname zouden ze in aanvaring komen met hun eigen platenbaas, de Turkse Amerikaan Ahmet Ertegun die allerlei initiatieven had gefinancierd om die erkenning juist te ontmoedigen.

En daarna sloot Tankian zich ook nog aan bij het verzet tegen de huidige Armeense regering. Niet zonder resultaat overigens. Dat lijkt ook het verhaal van zijn leven. De zanger (en componist en dichter en kunstenaar) heeft blijkbaar altijd wel een zaak waarvoor hij zich sterk wil maken. Van regisseur Garin Hovannisian krijgt hij in deze wat brave policor-docu alle ruimte om zijn idealen uit te dragen. Weerwoord of kritische noten blijven uit. Daarmee wordt Truth To Power eerder een soort monumentje voor de oerkracht Serj Tankian dan een afgewogen film die ook voor buitenstaanders of zelfs tegenstanders interessant is.

Why Did You Kill Me?

Netflix

Op het social mediaplatform MySpace zoekt Angel contact met Jokes. ‘Hou je van me?’ wil ze van hem weten. ‘Dat weet je toch?’ antwoordt hij. ‘Zeg het dan’, probeert ze hem uit te dagen. Hij gaat overstag: ‘Ik hou van je.’ Stap voor stap werkt Angel vervolgens toe naar de belangrijkste vraag die ze nog voor hem heeft: ‘Waarom heb je me vermoord?’.

Het is een intrigerende opening voor de true crime-documentaire Why Did You Kill Me? (84 min.) van Fredrick Munk. Het vervolg mag er eveneens wezen: Belinda Lane, de moeder van het slachtoffer, reconstrueert met behulp van een maquette en speelgoedautootjes wat er op die fatale 24 februari 2006 is gebeurd met ‘Angel’, de 24-jarige Crystal Theobald.

De witte Ford Expedition van William ‘Jokes’ Sotelo heeft daarin in elk geval een prominente rol gespeeld. Maar wie heeft de fatale schoten gelost? En welke rol speelt de 5150-bende, die al enige tijd de dienst probeert uit te maken in Riverside, een voorstad van Los Angeles? Moeder Belinda gaat, met de hulp van een handig nichtje, undercover op MySpace.

Met het nodige kunst- en vliegwerk weet ze informatie te verzamelen over wat er met Crystal kan zijn gebeurd en wie daarin waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Intussen krijgt de kijker een inkijkje in het grimmige milieu waarbinnen het drama zich heeft afgespeeld: ‘low life America’, waar armoe, (huiselijk) geweld en verslaving een perpetuum mobile van ellende veroorzaken.

Belinda Lane is daarvan zelf een treffend voorbeeld. Ze is waarschijnlijk een stuk jonger dan haar afgetobde hoofd doet vermoeden. Een ondergebit zou ook al heel veel helpen. Uit alles spreekt dat haar leven, ook al vóór Crystals gewelddadige dood, een aaneenschakeling van malheur was. In de zaak van haar dochter komt ze zichzelf nog eens knoerthard tegen.

En tóch, ook tot haar eigen verbazing, vindt ze zowaar iets van verzoening. Daar zit uiteindelijk ook de voornaamste meerwaarde van deze degelijke true crime-productie, die voorzichtig aanschurkt tegen bijdetijdse genretoppers als Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud, maar dat niveau zeker niet haalt.

Last Chance U: Basketball

Netflix

‘Van basketbal krijg je karakter?’ vraagt John Mosley, de theatraal aangelegde hoofdcoach van East Los Angeles College, demonstratief bij de start van dit nieuwe seizoen van de befaamde Last Chance U-serie. ‘Niet persé. Basketbal onthult. Hoe zie je eruit in het heetst van de strijd?’ Intussen is Joe Hampton, een boomlange forward die voor zijn allerlaatste kans vecht, nadrukkelijk in beeld. Hij is net helemaal over de rooie gegaan tijdens een wedstrijd en heeft dat daarna nog eens lekker overgedaan in de kleedkamer.

Welkom in de wereld van Last Chance U, de Amerikaanse docuserie van showrunner Greg Whiteley over talentvolle sporters die via een junior collegeteam de stap naar een topsportcarrière proberen te zetten. Na vijf seizoenen bij American footballteams is het veelgeprezen concept nu neergestreken in die andere typisch Amerikaanse sport: basketbal. Hoewel het decor is veranderd, is de thematiek gelijk gebleven: binnen een zeer competitieve atmosfeer krijgen jonge mensen lessen voor het leven bijgebracht. Dat gaat, natuurlijk, gepaard met vallen en opstaan. En heel veel theater en psychologie van de koude grond. Waarbij de impliciete boodschap steeds weer is: hard work beats talent. Alleen heeft het talent dat nog niet altijd door.

Voor enfant terrible Joe Hampton is dit bijvoorbeeld een terugkerend thema. Hij maakt in Last Chance U: Basketball (453 min.) structureel overtredingen, implodeert met de regelmaat van de klok of komt gewoon helemaal niet opdagen. Hoe lang duurt het voordat hij zijn talent definitief heeft verkwanseld? Bij aanvoerder Deshaun Highler is discipline dan weer helemaal geen punt. Wat hij mist aan lengte, maakt hij meer dan goed met inzet. Sinds het overlijden van zijn moeder staat hij er wel alleen voor. Hij worstelt bovendien soms met zijn vorm. En de noeste werker KJ Allen, die excelleert tijdens wedstrijden van de ‘Huskies’, moet echt alle zeilen bijzetten om zijn schoolwerk tot een goed einde te brengen.

Hun verhalen zijn bijna vooraf uit te tekenen. Zoals ook de manier waarop de bloedfanatieke, religieuze en zeer betrokken Mosley hen probeert te raken, gebruikmakend van alle denkbare sportclichés, erg vertrouwd oogt. En toch blijft dat op de één of andere manier werken. Illustratief is een prachtige scène waarin Joe Hampton woedend naar de kleedkamer beent en daar demonstratief zijn tenue uittrekt en spullen begint in te pakken. Hij wordt gevolgd door assistent-coach Kenneth Hunter. Die had zelf ook ooit aspiraties als basketballer, maar belandde na een ongeluk in een rolstoel. Kalm weet hij de jonge wildebras tot rede te brengen. Joe Hampton zal daarna alsnog uitgroeien tot één van de steunpilaren van het team.

Misschien is het de verwachting die uit dit type verhalen spreekt: welke klappen het leven ook heeft uitgedeeld, een glorieuze toekomst behoort nog altijd tot de mogelijkheden. Hoe klein de kans daarop in werkelijkheid ook is. En die hoop zorgt er tevens voor dat Last Chance U: Basketball, een serie die overigens wat ruim bemeten is met ‘do or die’-wedstrijden van de Huskies tegen volstrekt onbekende tegenstanders, tot het einde toe gemakkelijk de aandacht vasthoudt en uiteindelijk ook ontroert: als een wonderlijk succesvol seizoen met een enorme sof dreigt te eindigen.

Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel

Netflix

In de openingsscène van deze vierdelige serie ligt ‘t er meteen duimendik bovenop: het Cecil Hotel in Skid Row, een beruchte wijk in het centrum van Los Angeles, is een verdoemde plek. Je kunt er zomaar dope gebruiken of dealen, in de prostitutie verzeild raken of tragisch aan je einde komen. ‘De Cecil is een plek waar seriemoordenaars zich ontspanden’, zegt de plaatselijke historica Kim Cooper over het low-budget hotel waar veelal jonge toeristen terechtkwamen te midden van verschoppelingen die er zo’n beetje permanent hun intrek hadden genomen. Richard Ramirez, berucht geworden als The Night Stalker verbleef er bijvoorbeeld een tijdje.

Heeft Elisa Lam, een jonge Canadese vrouw die eind januari 2013 incheckte bij het hotel, deze duivelse plek ooit nog verlaten? Ze is spoorloos verdwenen. En rechercheurs die de zaak onderzoeken hebben haar op beelden van beveiligingscamera’s alleen naar binnen zien gaan. Lam lijkt nooit meer naar buiten te zijn gekomen. Dat is de uitgangspositie voor Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel (219 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die genreklassiekers als de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes op zijn naam heeft staan.

Een sinistere video van de 21-jarige Elisa Lam, die zich vreemd gedraagt in de hotellift, gaat viral en zet allerlei dubieuze amateurdetectives aan het werk. Ze beginnen de beelden te analyseren en spitten daarna de online-historie van de jonge vrouw door. Op zoek naar aanwijzingen voor wat er kan zijn gebeurd. Daarmee belandt Crime Scene op hetzelfde terrein als de zenuwslopende series Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud. Van dat niveau is deze vet aangezette productie – een bonte verzameling ‘deskundigen’, duistere en suggestieve reconstructiebeelden en een unheimische soundtrack – evenwel niet.

Berlinger geeft opvallend veel ruimte aan wilde speculaties over wat er kan zijn gebeurd en allerlei bizarre complottheorieën over het ‘spookhotel’ Cecil die daar weer uit voortvloeien. De verantwoordelijke figuren – een soort onuitstaanbare combinatie van influencer, ramptoerist en allesweter – vliegen gaandeweg helemaal uit de bocht. Uiteindelijk is het de documentairemaker daar ook om te doen: terwijl deze zelfbenoemde onderzoekers vanachter hun eigen toetsenbord een gruwelijk misdrijf proberen op te lossen, gewoon als aardig tijdverdrijf of als mogelijkheid om zichzelf te profileren, richten ze heel veel schade aan. En het onderzoek naar wat er echt is gebeurd met Elisa Lam wordt er alleen maar door gehinderd.

Deze kanteling van het verhaal – van whodunnit naar schotschrift tegen social media-klopjachten – wordt door Joe Berlinger pas redelijk laat ingezet en plaatst de start van de serie in een verrassend perspectief. En daarna ontstaat er zowaar ruimte om de kwestie rond Elisa Lam écht op zijn merites te beoordelen. Helaas wordt dat effect dan weer een beetje teniet gedaan door het wel erg cheesy einde, waarin de tragische jonge vrouw, op z’n Amerikaans, ineens allerlei héle bijzondere kwaliteiten worden toegedicht. Want zelfs een noodlottige kwestie heeft een echte heldin nodig.

Night Stalker: The Hunt For A Serial Killer

Netflix

Hij wil de angst in hun ogen zien, meent rechercheur Gil Carrillo van de Los Angeles County Sheriff’s Department. Voordat hij hen misbruikt of afmaakt. De onbekende engerd maakt daarbij geen onderscheid des persoons: hij richt zich op zowel mannen als vrouwen. Ze komen op gruwelijke wijze aan hun einde. Steeds op een andere manier bovendien. En hij ontvoert en misbruikt ook kinderen. Die laat de psychopaat naderhand weer vrij.

Carrillo’s theorie over een willekeurig verkrachtende en moordende freak, zonder kenmerkende doelgroep of vaste werkwijze, kan op hoon rekenen van collega’s en deskundigen. Zo’n seriemoordenaar is er nog nooit geweest. Gil ziet spoken, menen critici. Of hij wil zich gewoon op een oneigenlijke manier profileren. Bij elke legendarische slechterik hoort immers ook een dappere politieagent, die hem heeft ontmaskerd en ingerekend. Het gaat vast gewoon om een serie losstaande misdrijven.

In de vierdelige serie Night Stalker: The Hunt For A Serial Killer (189 min.) reanimeert documentairemaker Tiller Russell de man die wel degelijk halverwege de jaren tachtig Los Angeles en omgeving terroriseerde. Hij verlaat zich daarbij vooral op het detectiveduo, Carillo en zijn oudere kompaan Frank Salerno, dat de geruchtmakende zaak tot een oplossing moest brengen. Hun werk werd bepaald niet gemakkelijker toen ook de media een patroon ontdekten in de serie wandaden en hoorden dat de dader soms mysterieuze boodschappen, zoals een pentagram, achterliet op de plaats delict.

Russell gebruikt het spoor van vernieling dat de Night Stalker door Zuid-Californië trok en de klopjacht die vervolgens op hem werd geopend door de politie om een typische true crime-productie op te tuigen: schokkende getuigenissen van overlevenden en grimmige foto’s en archiefbeelden zijn gelardeerd met dramatische close-ups van details uit de verschillende misdrijven, van een unheimische onderlaag voorzien door onheilspellende geluiden en muziek en doorsneden met cryptische quotes van de man die ze uiteindelijk in de kraag zullen grijpen.

De serie wordt soms wel erg hijgerig en werkt toe naar een uitkomst, die voor geen enkele ‘misdaadliefhebber’ een verrassing kan zijn. De man die dan vanuit de duisternis tevoorschijn komt, een archetypische angstaanjagende freak, blijkt echter zo sinister en grotesk dat het toch nog choqueert.

Max Richter’s Sleep

IDFA

Grand Park in Los Angeles is bezaaid met stretchers. In de schemering kiezen allerlei mensen verwachtingsvol hun plek. Hen wacht een nacht als geen andere. Ze zijn getuige van een live-uitvoering van Sleep, een muziekstuk van ruim acht uur van de Duits-Engelse componist Max Richter (die naam maakte met soundtracks voor films/series als The Leftovers, Shutter Island en My Brilliant Friend). Slapen mag, maar hoeft niet. Luisteren – of beter: ondergaan – mag natuurlijk ook.

Max Richter’s Sleep (98 min.) is geen traditionele making of-docu waarin elke stap van de totstandkoming van dit bijzondere project wordt belicht en intussen automatisch een intiem portret ontstaat van de nucleus daarachter (en zijn vrouw en creatieve partner: de antropoloog, theatermaker en filmer Yulia Mahr). Tenminste, niet alleen. Deze film van Natalie Johns is tevens een poëtische verkenning van het fenomeen slaap, de werking van onze hersenen en mens zijn.

En een eerbetoon aan Richters meditatieve slaapsoundtrack, natuurlijk. Hij noemt die zelf overigens een protest tegen een wereld waarin we permanent ‘aan’ staan. Dat idee gaat gepaard met een weldadige beeldenstroom: verstilde panorama’s van een stad bij nacht, portretjes van enkele participanten en familievideo’s van de Richters en hun kinderen. Gezamenlijk vormen ze een – excuus: flauwe woordspeling op komst – droomvlucht.

Die kan worden beschouwd als een zusterfilm van de Nederlandse slaapdocumentaire In De Armen Van Morpheus. Deze documentaire gaat alleen niet uit van de individuele beleving, maar belichaamt de collectieve ervaring.

En dan wordt het licht.

Bedlam

PBS

‘Budi-budi-boop!’, ratelt Johanna. ‘Ik hou van iedereen’, voegt ze eraan toe. ‘Budi-budi-boop! Mijn waarheid zal me vrijmaken.’ Een arts van de psychiatrische Eerste Hulp in Los Angeles probeert haar ondertussen vragen te stellen, maar de 23-jarige vrouw raast in een manisch tempo door. ‘Budi-budi-boop! Ik zag hoe Michael Jackson stierf. Budi-budi-boop. Ik ben niet wie ik ben, begrijp je wel?’

Medicatie wil Johanna echter niet. Als blijkt dat er echt niet met haar valt te praten, krijgt ze uiteindelijk, onder enige dwang, tóch een spuit toegediend. Die brengt haar even onder zeil. De jonge Amerikaanse vrouw is gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en zit midden in een psychotische episode.

Een jaar later oogt dezelfde Johanna een stuk rustiger. Na een periode van in en uit het ziekenhuis is ze nu weer thuis. En flink aangekomen, dat ook. Waarschijnlijk als gevolg van de medicijnen die ze voorgeschreven heeft gekregen. Met die pillen is Joanna nu al enkele maanden gestopt, vertelt ze echter monter aan haar bezorgde vader.

Als de Amerikaanse filmmaker Kenneth Paul Rosenberg, zelf ooit opgeleid tot psychiater, haar weer een jaar later opnieuw thuis opzoekt, zijn de gevolgen daarvan direct zichtbaar: Johanna heeft zichzelf helemaal volgetekend met viltstift, haar woning is een bende en ze dendert weer in een nét iets te hoog tempo door de dag.

Het is een even pijnlijk als vertrouwd beeld, dat enkele malen terugkeert in de documentaire Bedlam (84 min.): van gewone mensen met een psychiatrische aandoening die even lijken op te krabbelen en dan toch weer een terugval hebben. Hun bipolaire stoornis of schizofrenie laat zich nooit definitief de kop indrukken.

In veel westerse landen belanden zulke ‘verwarde mensen’ tegenwoordig eerder op straat of in de cel dan op een plek waar ze echt worden behandeld, stelt Rosenberg. Hij plaatst dat in z’n historische kader: het sociale vangnet dat ooit was opgetuigd, is vanaf de jaren zeventig op een zodanige manier toegetakeld dat het tegenwoordig letterlijk levensgrote gaten bevat.

De filmmaker weet waar hij over praat: zijn eigen zus heeft tientallen jaren met ernstige psychiatrische problemen gekampt. En Rosenbergs gezin met haar. Dat familieverhaal verweeft hij in Bedlam best soepel met pogingen om de psychiatrische zorg te verbeteren en de lotgevallen van enkele doktoren en patiënten die hij gedurende enkele jaren geregeld heeft opgezocht met de camera.

Zoals Johanna, de verpersoonlijking van die bijzonder weerbarstige problematiek. ‘Wat het zo lastig maakt is dat je je een tijd behoorlijk normaal voelt’, zegt ze tegen het eind van de film, weer helemaal bij zinnen. ‘En dan ineens heb je een terugval.’

Amazing Grace

Paradiso Films

Bijna een halve eeuw lag het beeldmateriaal dat regisseur Sydney Pollack in 1972 maakte van de opnames voor het Aretha Franklin-album Amazing Grace, achter slot en grendel. Eerst wilde het maar geen eenheid vormen met het opgenomen geluid, dat inmiddels was uitgegroeid tot het best verkochte gospelalbum aller tijden. Later, toen producer Alan Elliott er alsnog in slaagde om beeld en geluid met elkaar te verbinden, begon de zangeres zelf dwars te liggen. Ze startte allerlei juridische procedures om het uitbrengen van deze documentaire te verbieden.

Pas toen Franklin in augustus 2018 was overleden, en haar nabestaanden bereid bleken om alsnog een deal te sluiten, kon Amazing Grace (89 min.) het licht zien. De film, opgenomen in de New Temple Missionary Baptist Church in Los Angeles, toont een artiest in topvorm. De Amerikaanse soulzangeres heeft zich in de voorgaande jaren met een indrukwekkende stroom hits opgeworpen als de ‘First Lady of music’ en wil nu terug naar haar basis: de gospelmuziek die ze thuis met de paplepel ingegoten heeft gekregen van dominee C.L. Franklin. Op de tweede avond van de opnames komt Aretha’s vader ook nog even het podium op, om de loftrompet over haar te steken. ‘Ze is niet alleen mijn dochter. Ze is gewoon een geweldige zangeres.’

De bewierookte zangeres laat het zich aanleunen en luistert bescheiden toe. Het betrekken van haar publiek bij de opnames en weldadige muziek laat ze over aan dominee James Cleveland, de spreekstalmeester en pianist van The Southern California Community Choir dat haar glansrijk terzijde staat. Totdat ze haar strot opentrekt, zou de verlegen Aretha zomaar kunnen doorgaan voor een backbencher van het koor. Eenmaal op gang brengt ze alle aanwezigen, onder wie Mick Jagger en Charlie Watts (die op dat moment werken aan het Rolling Stones-album Exile On Main Street), echter helemaal in vervoering. Menigeen pinkt een traantje weg of begint oncontroleerbaar mee te bewegen.

Deze weerslag van twee gedenkwaardige opnamedagen en de repetities daarvoor is bewust sober gehouden: geen commentaar, interviews of montagetrucs (behalve spaarzaam gebruik van split screen). Let the music do the preachin’. In die zin is Amazing Grace een aardige tegenhanger van het eveneens dit jaar verschenen Homecoming, waarin Beyoncé als een echte diva haar eigen interpretatie van de Amerikaanse zwarte muziekgeschiedenis geeft. De benadering van beide dames is zowat tegengesteld, maar wat ze beogen lijkt min of meer hetzelfde: de muziek die henzelf heeft gevormd naar een hoger plan tillen, zodat iedereen, Afro-Amerikaans of niet, lid wil worden van De Zwarte Kerk.

The Fall

De grootte van het podium, hun eigen torenhoge ambities of gewoon het noodlot zet soms sporters tegenover elkaar, die voor altijd in één adem zullen worden genoemd. Muhammad Ali en Joe Frazier. Tonya Harding en Nancy Kerrigan. Bjorn Borg en John McEnroe. Met gouden pen zijn hun al dan niet heroïsche gevechten in de sportgeschiedenisboeken bijgeschreven.

Een ander duo dat tot elkaar veroordeeld is geraakt staat centraal in de stevige documentaire The Fall (90 min.): Mary Decker en Zola Budd. Tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles bonden ze de strijd met elkaar aan op de 3000 meter. De Amerikaanse wereldkampioene tegenover een frêle Zuid-Afrikaanse tiener, die het liefst blootvoets liep en net voor de Spelen was ingelijfd door de Britse ploeg.

Als blanke atlete uit een land dat wereldwijd werd geboycot vanwege het Apartheidsregime, lag Budd toen al gedurig onder vuur. Ze wilde zich niet uitspreken tegen de misstanden in haar land. Zelf zegt ze nu dat ze toentertijd niet eens wist wie Nelson Mandela was. De man was immers al voor haar geboorte vastgezet en werd sindsdien stilgezwegen in Zuid-Afrikaanse media. Het klinkt niet eens heel ongeloofwaardig.

Terwijl Zola Budd ongewild het middelpunt was van een politieke controverse, werd ook de druk op haar Amerikaanse rivale, de gedoodverfde favoriete Decker, flink opgevoerd. Dit moesten haar Spelen worden. Nadat ze al enkele edities, buiten haar eigen schuld, aan zich voorbij had moeten laten gaan. Maar was de ogenschijnlijk zo goedlachse loopster uit Californië nog wel onverslaanbaar?

Los van elkaar blikken de twee atleten ruim dertig jaar na dato terug op de aanloop naar de wedstrijd die hun levens zou definiëren. De herinneringen van Decker en Budd zijn parallel gemonteerd door filmmaker Daniel Gordon (die eerder al sportdocu’s als George Best: All By Himself en het ijzersterke 9,79 regisseerde). Hij werkt zo gestaag toe naar het dramatische moment tijdens de Olympische finale dat hen allebei zal breken.

Die ene fatale misstap, waarbij de meningen verschillen over wie die op zijn geweten heeft, maakte de twee rivalen tevens tot aartsvijanden. Het is de vraag of de twee dames die schaduw van zich af weten te werpen en in de slotmeters van deze film alsnog tot een oprechte verzoening kunnen komen.

Land of The Free

IDFA

Hoe één enkel gebaar een compleet verhaal kan vertellen. De achttienjarige Juan zet een coole zonnebril op en de aandachtige kijker weet genoeg: foute boel!

Juan kwam als elfjarige vanuit El Salvador naar de Verenigde Staten en belandde al snel in een bende. Na zijn detentie komt hij nu vrij. Samen met zijn zestienjarige vrouw Maggie en hun dochtertje Marilyn moet hij zijn proeftijd zonder problemen, zoals drugsgebruik en bendeactiviteit, zien door te komen. En dan zet hij dus die zonnebril op.

Drie van de vier Amerikaanse gedetineerden keert vroeger of later terug naar de gevangenis. Gevangen in de draaideur. De Deense filmmaakster Camilla Magid volgt in de heel intieme documentaire Land Of The Free(58 min.) drie voormalige gevangenen vanaf het moment dat ze de deur, liefst definitief, achter zich dicht trekken en opnieuw de achterbuurten van South Los Angeles in trekken.

Voor Brian was het 24 jaar geleden dat hij vrij man was. Sinds zijn negentiende, toen hij tot levenslang werd veroordeeld, zag hij zijn moeder welgeteld drie keer. En nu is hij terug. In een wereld die hem volkomen vreemd is geworden. Met supersonische auto’s. En e-mail. Hoe werkt dat eigenlijk? En, ook niet onbelangrijk, hoe ga je ook alweer met vrouwen om?

De 28-jarige Cezanne, die is aangehouden met negentig kilo marihuana en daarna enige tijd in een cel doorbracht, kampt intussen met problemen van een geheel andere orde. Haar zoon Gianni is onhandelbaar. Hij mist thuis elke vorm van veiligheid. Het groeit moeder al snel boven het hoofd. Dat leidt tot intense confrontaties met haar kind, die echt van héél dichtbij zijn vastgelegd (en bijna niet om aan te zien zijn).

Juan, Brian en Cezanne proberen elk op hun eigen manier het hoofd boven water te houden. Ze krijgen daarbij extra begeleiding, in de vorm van persoonlijke- en groepsgesprekken, en hopen zo de ontnuchterende statistieken te logenstraffen. Deze observerende film brengt hun pogingen om écht terug te keren in de maatschappij treffend in beeld en raakt je soms ongenadig hard in de onderbuik.

Tales Of The Grim Sleeper


Waar Nick Broomfield komt, is (of komt) er stront aan de knikker. De Britse documentairemaker gaat de confrontatie nooit uit de weg. Of het nu gaat om de vrouwelijke seriemoordenaar Aileen Wuornos, de Amerikaanse populistische politica Sarah Palin of de erven van (de vermoorde?) Kurt Cobain.

In het asgrauwe Tales Of The Grim Sleeper (110 min.) struint Broomfield door South Central Los Angeles waar ’t niemand iets lijkt uit te maken dat er 25 jaar lang een seriemoordenaar actief was. De zogenaamde Grim Sleeper had ’t dan ook gemunt op een groep vergeten vrouwen: (verslaafde) prostituees.

Met ferme hand schildert Broomfield het troosteloze bestaan in een sloppenwijk, die door alles en iedereen wordt genegeerd en waar een mensenleven echt beduidend minder waard is dan in het even verderop gelegen Hollywood.

Nick Broomfields nieuwste documentaire, een ongetwijfeld vlijmscherpe biopic van zangeres Whitney Houston, draait op dit moment overigens in de bioscoop.

LA 92


Het verleden is een proloog voor het heden, luidt de tagline van de documentaire LA 92 (114 min.) uit 2017. Als je de woede van de huidige Black Lives Matter-beweging over politiegeweld tegen Afro-Amerikanen wilt begrijpen, dien je naar het verleden te kijken. Naar slavernij natuurlijk, de strijd van de burgerrechtenbeweging én de rassenrellen aan het begin van de jaren negentig.

Deze film van Daniel Lindsay en T.J. Martin, het team dat met Undefeated een Oscar won, richt zich op de grootschalige rellen die in 1992 ontstonden in Los Angeles, nadat de politieagenten die de zwarte taxichauffeur Rodney King in elkaar sloegen werden vrijgesproken door een vrijwel volledig blanke jury. Terwijl er toch echt een filmpje was van die mishandeling.

Het was de druppel die de emmer deed overlopen voor de zwarte gemeenschap van LA, die eerder ook al had moeten aanzien hoe de eigenaresse van een winkel een onschuldige zwarte tiener doodschoot (voor ‘een fles sinaasappelsap’) en er vervolgens zonder gevangenisstraf vanaf kwam. Los Angeles werd het toneel voor een onvervalste burgeroorlog.

Die wordt in LA 92 met louter archiefmateriaal, ondersteund door meeslepende muziek, opnieuw tot leven gebracht. Als kijker beleef je ‘live’ mee hoe de crisis steeds verder escaleert. Na bijna twee uur resteert een tot op het bot verscheurde stad, die compleet in de hens is gezet.

De rellen zouden uiteindelijk uitmonden in een nieuwe crisis: de rechtszaak tegen OJ Simpson, die tot vreugde van het zwarte deel van Los Angeles eindigde met een zeer omstreden vrijspraak. Over die kwestie verscheen in 2016 de geweldige documentaireserie OJ: Made In America, die enkele maanden geleden de Oscar voor beste documentaire in de wacht sleepte. Daarmee vergeleken is dit krachtige LA 92 inderdaad niet meer dan een (sterke) proloog.