Shocking Schiaparelli

Shutterstock / Condé Nast

Ze liep al tegen de veertig toen het succes en de erkenning eindelijk kwamen. Als kind van de negentiende eeuw werd een jonge vrouw zoals Elsa Schiaparelli (1890-1973) eigenlijk geacht om vooral níet op te vallen. Door een speling van het lot had zij, het zwarte schaap van een Italiaanse bourgeoisie-familie, op dat moment al heel wat van de wereld gezien. Ze had als au pair gewerkt in Londen, was getrouwd, moeder geworden en weer gescheiden, maakte in de New Yorkse avant-garde scene kennis met de Amerikaanse fotograaf Man Ray en belandde uiteindelijk in Parijs, waar ze haar stiel zou vinden als modeontwerpster.

Ze was in de jaren twintig en dertig net zo beroemd als – of zelfs beroemder dan – haar concurrente Coco Chanel, betoogt Élise Chassaing in het portret Shocking Schiaparelli (53 min.). De tegendraadse designer ontwierp voor de grootste sterren van haar tijd, zoals Marlene Dietrich, Joan Crawford en Mae West. Totdat haar modehuis in 2013 nieuw leven werd ingeblazen, met als voorlopige hoogtepunt Lady Gaga’s optreden in een Schiaparelli-creatie tijdens de inauguratie van de Amerikaanse president Joe Biden, leek haar naam echter definitief uit het collectieve geheugen gewist. Ingehaald en uiteindelijk ook weggevaagd door nieuwe designers, ontwerpen en trends. In 1954 moest Schiaparelli, vanwege een gebrek aan inkomsten, zelfs haar deuren sluiten.

Deze verzorgde film alterneert consequent tussen verleden en heden. Tussen de zeer uitgesproken ontwerpen van een vrije, subversieve geest, die voortdurend op het snijvlak tussen mode en kunst opereerde en daarbij samenwerkte met de wereldberoemde schilder Salvador Dali, filmmaker Jean Cocteau en surrealistische kunstenares Meret Oppenheim, en de verrichtingen van het modehuis dat nog altijd haar naam draagt. Sinds 2019 zwaait Daniel Roseberry daar als artistiek directeur de scepter. ‘Ik ben me er heel erg van bewust dat Elsa een vrouw was, die ook voor vrouwen ontwierp’, vertelt hij. ‘Ik let er heel goed op dat ik niet vanuit een ‘male gaze’ ontwerp voor vrouwen.’

Die link met hedendaagse mode en kunst tilt Shocking Schiaparelli ook uit boven het niveau van een routinematige film over een historische figuur. Chassaing laat bovendien overtuigend zien dat het werk dat Elsa Schiaparelli heeft nagelaten nog altijd zijn weerslag vindt in de outfits van influencers zoals Kim Kardashian, Bella Hadid en Beyoncé.

Half Moon

Selfmade Films

Waar hij zijn klarinet ook neerlegt, dat is thuis. Of dat nu is in Amsterdam, New York of… de stad waar zijn wortels liggen, Damascus. Sinds de burgeroorlog in Syrië in 2011 is losgebarsten, is Kinan Azmeh echter niet meer thuis thuis geweest. Samen met andere Syrische muzikanten probeert de componist en klarinettist elders in de wereld z’n thuis desondanks in leven te houden – ook al is ie nog zo ver van huis.

Muziek is Azmehs manier om gebruik te maken van zijn recht op vrijheid van meningsuiting, om uit te drukken wie hij is en hoe hij naar de wereld kijkt. En de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer geeft hem daarvoor alle gelegenheid in Half Moon (91 min.), een film die voor een belangrijk deel bestaat uit live-uitvoeringen van ’s mans composities, bijvoorbeeld met het Syrian Expat Philharmonic Orchestra. In traditionele concertzalen, een theatrale setting of de openbare ruimte, in wereldsteden zoals Londen, Hamburg en Beiroet. Fraai vereeuwigd, met meer dan genoeg ruimte om te kunnen ademen.

Verder vertelt Kinan Azmeh, ondersteund door intimi en collega’s als de Syrische sopraan Dima Orsho en de bekende Chinees-Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma, zijn levensverhaal. Vlak voor 11 september 2001 verhuisde hij bijvoorbeeld naar New York om klarinet te gaan studeren aan The Juilliard School. Na de aanslagen van 9/11 was hij ineens ‘die Arabier’. Tegelijkertijd leerde hij er de muziek van zijn geboortegrond waarderen. Tegenwoordig speelt hij dus regelmatig ‘Arabic jazz’ met zijn CityBand in New York. Zo lijkt Azmeh’s leven doordesemd met politiek, die dan onvermijdelijk ook een verbinding aangaat met zijn muziek.

Treffend is in dat verband het verhaal van hoe hij zijn echtgenote Layale Chaker heeft ontmoet. Met The National Palestinian Symphony Orchestra zouden ze een tour doen in Palestina. De Libanees-Franse violiste en componiste was daar nooit eerder geweest en vond dit een heel ingrijpende ervaring. Bij de grens, op de brug vanuit Jordanië, werd het orkest in twee groepen gescheiden. Die besloten ter plaatse samen het Schumann Cello Concerto te gaan spelen. Van beide kanten van het checkpoint klonk er dus muziek, die vervolgens samenvloeide. Net als even later Kinan en Layale, die inmiddels een aandoenlijk zoontje op de wereld hebben gezet, Shams.

Shams werd geboren in Brooklyn, New York, als kind van een Syrisch-Amerikaanse vader en een Libanees-Franse moeder, en moet zich volgens Kinan Azmeh overal thuis kunnen voelen. Waar hij zijn hoed ook maar neerlegt – of het instrument dat hij ongetwijfeld zal gaan bespelen. Want muziek zou een voertuig kunnen zijn, maakt deze bespiegelende film duidelijk, om zo’n wereld te kunnen bereiken – of tenminste enigszins in zicht te houden.

Blood + Thunder: The Sound Of Alberts

Australia Broadcasting Corporation

In een directievergadering van de firma J. Albert & Son in 1963 bracht het nieuwste directielid, de 25-jarige Ted Albert, een onorthodox idee te berde: zullen we zelf platen gaan produceren en zo een eigen Australische sound creëren?

Ongeveer tegelijkertijd arriveerde er een Schotse arbeidersfamilie in Sydney, met drie geniale gitaristen en songschrijvers in de gelederen: George, Malcolm en Angus Young.

Getuige de tweedelige documentaire Blood + Thunder: The Sound Of Alberts (115 min.) uit 2015 was ‘t onvermijdelijk dat de wegen van Ted Albert en de Youngs elkaar zouden kruisen. Dat gebeurde via The Easybeats, het bandje dat George Young startte met de Nederlander Harry van den Berg, die hij al snel Harry Vanda begon te noemen. Met hits zoals Friday On My MindHello, How Are You en Good Times groeiden zij uit tot een soort Australische Beatles.

Intussen was het oog van de ogenschijnlijk zo nette zakenman Ted Albert ook gevallen op George’s jongere broertjes Malcolm en Angus. Onder de hoede van hun oudere broer en diens maatje Vanda startten zij met AC/DC de Australische rockmachine nog eens goed op. Samen ontwikkelden zij de poepruige pubrock-sound, waarmee de rockwereld een halve eeuw later nog altijd niet klaar is. Australische bands als The Angels en Rose Tattoo, eveneens onder contract bij Alberts, volgden in hun slipstream.

Deze gesmeerd lopende rockdocu van Paul Clarke, met verve aan elkaar gepraat door de Australische acteur David Field, schetst soepel wat de combi Albert-Youngs te weeg heeft gebracht met prachtig archiefmateriaal, enigszins misplaatste reconstructiescènes en terugblikinterviews met insiders en Alberts-artiesten zoals Harry Vanda, Gordon ‘Snowy’ Fleet (The Easybeats), Angus Young (AC/DC), Angry Anderson (Rose Tattoo), Stevie Wright en John Brewster (The Angels).

Het Australische label bleek overigens niet voor één gat te vangen en had bijvoorbeeld ook pop- en discohits met John Paul Young (Love Is In The Air) en Flash & The Pan (Midnight Man), een project dat de succesproducers Vanda en Young voor zichzelf uit de grond stampten. Zo bleven de Alberts-acts de successen aaneenrijgen. Toen Ted Albert in 1990, op slechts 53-jarige leeftijd, plotseling overleed, had hij Malcolm Young net per brief gecomplimenteerd voor het nieuwe AC/DC-album The Razors Edge.

Het is meteen een passend slotakkoord voor een fijne film die een welhaast vergeten rock & roll-akker nog eens lekker afploegt.

Inmiddels zijn overigens, behalve Ted Albert, ook George en Malcolm Young overleden.

Sweet Bobby: My Catfish Nightmare

Netflix

Toegegeven: het woord ‘catfish’ zet de meeste kijkers al behoorlijk op het spoor. En met de wijsheid achteraf is het natuurlijk gemakkelijk oordelen. Kiran Assi, een marketeer van Keniaanse komaf uit West-Londen, stapt alleen wel héél naïef in haar relatie met Bobby Jandu, een man die eveneens afkomstig is uit de lokale sikh-gemeenschap en die ze dan al enkele jaren niet heeft gezien. Na een heftig schietincident in Kenia is hij, zwaargewond, opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma te New York. Ze kan hem dus niet ontmoeten. Hun enige contact verloopt via een net aangemaakt Facebook-account, waarbij ze hem, vanwege veiligheidsmaatregelen natuurlijk, ook nooit mag zien. Trouwplannen laten desondanks niet lang op zich wachten.

Dit klassieke good-woman-loves-bad-man verhaal – een verhaal is ‘t, overduidelijk; een gepolijste versie wat er zich waarschijnlijk echt, min of meer dan, heeft afgespeeld – heeft z’n geloofwaardigheid dan al een heel eind verloren. Het is overigens ook al eens eerder uitgeserveerd door Kiran, tevens radiomaakster, in de podcast Sweet Bobby, waarop deze docu-light van Lyttanya Shannon dan weer is gebaseerd. De liefdesgeschiedenis die zo idyllisch is begonnen – natuurlijk, zegt diezelfde sceptische stem, de hoofdpersonen van dit soort producties beleven altijd gróte liefdes en belanden nooit in suffe relaties – krijgt gaandeweg een naargeestig karakter. Bobby blijkt – verrassing! – een onvervalste creep en natuurlijk niet de man die hij zei te zijn.

Sweet Bobby: My Catfish Nightmare (82 min.) heeft zich dan al lang en breed gepositioneerd tussen Catfish-achtige hap-slik-weg producties zoals The Tinder SwindlerBad Vegan en The Puppet Master. Een gecompliceerde en tegelijk vederlichte vertelling over een jonge vrouw die zich op onnavolgbare wijze – en eerlijk gezegd toch vrij voorspelbaar – door een rasmanipulator in de luren laat leggen. Een beetje oplettende kijker ziet de ontknoping eigenlijk al wel een tijdje aankomen. Na afloop weet die desondanks nauwelijks wie of wat ie werkelijk heeft gezien. Want sommige personen in de docu zijn vanwege privacyoverwegingen vervangen door acteurs. Maar om wie ’t precies gaat en wat dit dan betekent voor het verhaal dat ons is voorgeschoteld?

Kiran Assi wordt als hoofdrolspeelster intussen ook nadrukkelijk opgezet als een personage: de sikh-vrouw van dik in de dertig – aantrekkelijk en tot spijt van haar familie toch nog altijd ongehuwd – die nu eindelijk eens aan de man wil en die zich vervolgens negen jaar lang aan het lijntje laat houden door een kerel die ze nooit te zien krijgt. Het lijkt soms bijna alsof ze zichzelf acteert in het gelikte Catfish-verhaal dat hier van haar leven wordt gemaakt – en dat ze, daarvoor hoef je ziener te zien, nog héél vaak zal vertellen.

Paul McCartney & Wings – One Hand Clapping

Piece Of Magic / vanaf zondag 29 september in de bioscoop

Zelf heeft hij er met veel plezier naar gekeken, zegt Paul McCartney in z’n introductie van deze studiodocu, een film over zijn band Wings die inmiddels een halve eeuw oud is. Hij stelt vervolgens de (nieuwe) leden van de groep voor en staat er nog even bij stil dat drie van hen (de gitaristen Denny Laine en Jimmy McCullogh en zijn eigen vrouw, toetsenist Linda) inmiddels zijn overleden.

En dan kan die film beginnen: Paul McCartney & Wings – One Hand Clapping (67 min.). Regisseur David Litchfield heeft de band in augustus 1974 gefilmd, tijdens vier opnamedagen in de Londense topstudio Abbey Road. Hij concentreert zich vooral op de live-sessies van de opmerkelijk vitaal klinkende groep en laat tussendoor alle leden nog even, buiten beeld, aan het woord.

‘Probeer ’t je voor te stellen’, stelt Wings-gitarist Denny Laine dan over McCartney. ‘Je hebt in The Beatles gezeten, de grootste band van de wereld in de voorgaande tien jaar. En dan moet je ineens alleen verder. Dan is het moeilijk om je zelfvertrouwen terug te krijgen.’ Laine weet waar hij over praat. Hij zat zelf enkele jaren in The Moody Blues. ‘Ik weet dus precies hoe hij zich voelt.’

‘Mijn ideaal is een vaste groep die echt werkt als een team’, zegt de Wings-frontman zelf, ‘waarbij er ook voldoende ruimte is voor ieder van ons om los te gaan en te doen wat ie wil.’ Samen met zijn kompanen levert hij zelf de boter bij de vis: zijn band excelleert tijdens uitvoeringen van klassiekers zoals Band On The RunJet en het titelnummer voor de James Bond-film Live And Let Die.

En als deze aangeklede studioregistratie is afgerond, volgt een akoestisch optreden van de voormalige Beatle in de tuin, genaamd The Backyard Sessions, waarbij hij nog eens vijf songs ten gehore brengt, waaronder covers van Buddy Holly en Chuck Berry. De liefhebber van de betere clichés voelt de kwalificatie van dit kleinood dan allang aankomen: verplichte kost voor alle Macca/Beatles-fans.

En die maken toch al gauw – natte vingerwerk – de helft van de complete mensheid uit.

Call Me Dancer

Sonam Dekar / Shampaine Pictures

In India weten ze ‘t volgens Manish Chauhan zeker: in dansen zit geen toekomst. Met dat beeld is de jongeling ook opgegroeid. Dansen is een leuke hobby voor rijkelui, heeft zijn moeder Reeta hem altijd voorgehouden. Niets voor ons, gewone mensen. En zijn vader Milap, net als zíjn vader taxichauffeur in de metropool Mumbai, wil vooral dat Manish gaat studeren. Zodat hij straks niet achter dat stuur hoeft te kruipen en voor de rest van z’n leven de meter gaat lopen.

Nadat hij een Bollywood-film heeft gezien, waarvan de spelers zomaar een achterwaartse salto kunnen maken, zet hun zoon z’n zinnen alleen toch op een leven als danser. Call Me Dancer (84 min.), zegt Manish, overtuigd van zichzelf. Hij begint zijn reguliere opleiding te veronachtzamen en zet z’n studiebeurs stiekem in voor een balletopleiding bij Danceworx. En bij die plaatselijke school ontmoet hij een knorrige 75-jarige Israëlisch-Amerikaanse dansleraar.

Yehuda Maor ontwikkelt zich tot de mentor van Manish. Daarmee is diens doorbraak echter bepaald nog geen uitgemaakte zaak. Zijn leermeester heeft namelijk nóg een pupil: Amir Shah, zeker zo getalenteerd én zeven jaar jonger. Een natuurtalent. ‘Het was alsof ik de loterij had gewonnen’, kijkt Yehuda enthousiast terug. En inderdaad: Amir wordt al snel opgepikt door een prestigieuze balletschool in Londen. Tegelijk moet Manish vechten voor zijn grote droom.

Documentairemaakster Leslie Shampaine volgt de gedreven straatdanser en z’n entourage gedurende enkele jaren als hij, vanuit een achterstandspositie en zonder vangnet, zijn brood probeert te verdienen met dans. De ene uitdaging is nog niet aangegaan of de volgende teleurstelling dient zich alweer aan. Met Yehuda aan zijn zijde ziet Manish hoe de kritische grens van dertig jaar nadert: daarna komen er doorgaans weinig nieuwe klussen meer.

Samen vormen de twee in deze fijne feelgood-film, inclusief een lekker uitgelaten aftiteling, een klassiek meester-leerling koppel. Ze geven elkaar richting, krijgen daarvoor onvoorwaardelijke steun en worden samen meer dan ze los van elkaar zouden kunnen zijn. De droom van de één is dan allang ook de droom van de ander geworden. En de verwezenlijking daarvan gaat gepaard met sprankelende dans, die door Shampaine is vervat in fraaie gestileerde sequenties.

Die vormen een ferm uitroepteken achter Manish Chauhans lijfspreuk: Call Me Dancer (!)

Blur: To The End

Altitude / Piece Of Magic

Halverwege de jaren negentig, in de hoogtijdagen van Britpop, worden Engelse muziekliefhebbers voor een eenvoudige keuze gesteld: Blur of Oasis? Het is een even opzichtige als succesvolle poging om de rivaliteit tussen The Beatles en The Stones, die dertig jaar eerder ook al zo werd opgeklopt, te laten herleven. En net als in de sixties lijkt de tweestrijd een duidelijke winnaar te krijgen: in navolging van de ‘fab four’ beslist nu Oasis het pleit in z’n voordeel.

Net als The Rolling Stones blijkt Blur echter over een lange adem te beschikken. Damon Albarn (zang), Graham Coxon (gitaar), Alex James (bas) en Dave Rowntree (drums) zijn inmiddels toch echt op middelbare leeftijd aanbeland, maar maken zich opnieuw op voor een nieuw album, het eerste in acht jaar. The Ballad Of Darren wordt opgenomen bij de frontman thuis, op het Britse platteland waar ze inmiddels alle vier zijn neergestreken. Albarn woont tegenwoordig overigens alleen, bekent hij terloops. Een man zonder kader, op zoek naar een nieuwe missie, zo lijkt het.

En dus gaat de frontman, voor wie (zelf)spot een tweede natuur lijkt, ook weer touren met z’n ouwe maatjes. Met als climax een show in het Wembley-stadion, die tevens dienst doet als eindstation voor de documentaire Blur: To The End (104 min.). Want deze magische plek in Londen ontbrak nog op de Blur-erelijst. Eerder waren ze simpelweg niet populair genoeg, bekent drummer Dave Rowntree grinnikend. ‘Hoe minder we doen, hoe groter we worden.’ Net als enkele van zijn kameraden krijgt hij onderweg naar Londen met lichamelijke ongemakken te maken.

Documentairemaker Toby L. sluit aan als de jeugdvrienden de plaatsen en steden van hun beginperiode aandoen, onderweg oude vrienden ontmoeten en dan – natuurlijk – bekende hits zoals Popscene, Song 2 en Parklife spelen. Het resulteert in enkele aardige scènes, bijvoorbeeld als de uitgesproken zanger/songschrijver Damon Albarn en zijn vaste partner in crime, de nerdy gitarist Graham Coxon, de plek bezoeken waar het ooit begon voor hen: The Stanway School in Colchester. Tegenwoordig is daar een heus Albarn & Coxon-lokaal ingericht.

Intussen blikken de vier bandleden terug op hun carrière en zoomen ze in op de onderlinge verhoudingen en hoe die onder druk kwamen te staan door overmatig drank- en drugsgebruik. Want, zo weten ze inmiddels: ‘Succes bezorgt je veel meer problemen dan mislukking.’ In een band zitten en vrienden blijven is in elk geval bepaald geen sinecure – al lijkt hen dat tegenwoordig beter af te gaan dan vroeger. Dat verleden wordt verder niet uitgebreid behandeld, maar meldt zich zo nu en dan via vluchtige flashbacks, al dan niet opgeroepen door een gebeurtenis in het heden.

To The End, documentaire 4 over Blur, is daarmee geen definitief carrièreoverzicht geworden, maar een in het hier en nu gesitueerde trip nostalgia – soms intiem en grappig, dan weer tamelijk gratuit en landerig – voor zowel de band zelf als hun fanschare. Waarin de naam Oasis overigens geen enkele keer valt.

Inmiddels heeft de band van de ruziënde broers Gallagher trouwens ook een reünietournee aangekondigd.

Striking With Pride: United At The Coalface

SkyShowtime

Veertig jaar nadat een groep Londense LHBTIQ+-activisten een mijnwerkersstaking in Zuid-Wales begint te ondersteunen – en tien jaar nadat daarover de aanstekelijke speelfilm Pride is gemaakt – zet documentairemaker Ashley Francis-Roy in Striking With Pride: United At The Coalface (76 min.) opnieuw de schijnwerper op deze bijzondere alliantie. In het kader van een voorleesprogramma wordt het verhaal ditmaal aan een groep kinderen verteld door de bekende Welshe drag queen Tayce Szura-Radix.

Of ze nog weten wat een mijnwerker is? wil Tayce weten. De jongens en meisjes reageren enthousiast. Waarna de voorlezer begint aan de geschiedenis van de Welshe streek Dulais Valley. Het relaas wordt daarna al snel overgenomen door bewoners van deze hechte gemeenschap, waar iedereen in de jaren tachtig afhankelijk was van de plaatselijke mijn en er na een dag zwoegen onder de grond vaak een pint in de pub wachtte – en daarna nog wel één. Al was het mijnwerkersbestaan natuurlijk ook geen vetpot. Sterker: als er werd gestaakt om sluiting van de mijnen te voorkomen – ‘Coal not dole’ scandeerden ze dan – hadden de gezinnen helemaal geen inkomen en moest er geld worden ingezameld.

Er kwam dus hulp van een andere groep in de verdrukking in het Groot-Brittannië van de Conservatieve premier Margaret Thatcher. Tijdens Gay Prides begonnen homo’s en lesbiennes uit de hoofdstad, die op dat moment toch ook met openlijke homohaat en de AIDS-epidemie kampten, geld in te zamelen voor de stakers. Ze startten zelfs een eigen organisatie: Lesbians And Gays Support The Miners (LGSM). Dat was dan weer tegen het zere been van Thatcher, die de protesten tegen haar regering beschouwde als het werk van binnenlandse extremisten. ‘The Iron Lady’ dubde die ‘the enemy within’. Een andere docu over de mijnwerkersacties ontleent er z’n titel aan: Still The Enemy Within.

Terwijl deze geschiedenis zich ontvouwt in Striking With Pride, maakt Tayce voor luisterende kinderen steeds bruggetjes van het ene naar het volgende verhaalelement. Die vorm heeft geen enorme meerwaarde, maar zit de inhoud ook zeker niet in de weg. De nadruk blijft liggen op de bijzondere gebeurtenissen van halverwege de jaren tachtig, toen er zowaar een zielsverwantschap ontstond tussen gay-activisten en een kleine mijnwerkersgemeenschap in Wales. Niet dat ze daar oorspronkelijk nu zo homovriendelijk waren. Op z’n best werd er zorgvuldig over gezwegen. Toen ‘t erop aankwam moest er zelfs een muntje worden opgegooid of de leiders van LGSM wel welkom waren.

Eenmaal in direct contact, van mens tot mens, kon de afstand echter snel en gemakkelijk worden overbrugd. Ook plaatselijk begonnen er intussen mensen uit de kast te komen. Soms hadden ze zelfs al – saillant detail – ervaring met stiekeme seks in een mijnschacht. Zo ontstond wederzijds begrip en een gevoel van solidariteit. Samen tegen ‘the enemy at the top’, Margaret Thatcher. Want die voerde de druk op de stakers en hun families flink op. Totdat het water hen aan de lippen stond. Sommige mannen gingen dus toch maar weer aan het werk. Tot grote woede van hun lotgenoten, die niets meer wilden weten van deze ‘scabs’. Het leidde tot ernstig geweld tegen de stakingsbrekers.

Zulke incidenten blijven niet onbenoemd in deze typische Britse arbeidersfilm, maar krijgen ook niet de overhand. Uiteindelijk is ‘t een optimistische vertelling geworden over ‘twee gemeenschappen die verliefd werden’. Een onweerstaanbare docu over zelfrespect, erkenning en saamhorigheid.

Made In Holland – De Grote Gift

Discours Film

In het Amerikaanse plaatsje Marblehead, vlakbij Boston, hangen ze gewoon aan de muur: ‘onbetaalbare‘ meesterwerken van zeventiende eeuwse Hollandse en Vlaamse meesters. Het oudere Nederlands-Vlaamse echtpaar Eijk en Rose-Marie de Mol van Otterloo, dat fortuin heeft gemaakt met een beleggingsfirma, beschikt over de grootste privéverzameling in de wereld. ‘Een’ Rembrandt van Rijn bijvoorbeeld, ‘een’ Jacob van Ruisdael en ‘een’ Jan Steen.

Ideale hoofdpersonen dus voor documentairemaker Oeke Hoogendijk, die met films als Mijn RembrandtMarten En Oopjen: Portret Van Een Huwelijk en De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar van de liefde voor kunst van vermogende verzamelaars, en de daaromheen scharrelende handelaren, haar eigen niche heeft gemaakt. Behalve de Van Otterloos portretteert ze in Made In Holland – De Grote Gift (50 min.) nog een ander kunstminnend echtpaar: Susan en Matthew Weatherbie uit Boston. Ook dit stel heeft inmiddels een collectie van aanzienlijke waarde opgebouwd.

Via hen duikt ze in de psyche van de gefortuneerde kunstminnaar, voor wie een collectie nooit af is. Welke ‘kinderen’ wil je nog omarmen – en wie stoot je daarvoor dan af? Hoogendijk volgt Eijk en Rose-Marie van Otterloo bijvoorbeeld naar Londen waar ze bij het upper class-koppel Johnny en Sarah van Haeften ‘een’ Netscher en ‘een’ Bruegel op de kop hopen te tikken. Voor ettelijke miljoenen, dat wel. ‘Het zoet van grote kwaliteit blijft nog lang nadat het bitter van een hoge prijs is vergeten’, probeert de kunsthistoricus en adviseur Frits Duparc hen te verleiden tot aankoop.

De setting verraadt geld, oud en nieuw. En de sfeer tussen de gedistingeerde heren en dames blijft tijdens de onderhandelingen voorkomend en vriendschappelijk – al staat er veel geld en prestige op het spel. Heel aandachtig kijken ze naar de schilderijen – en wij, als kijkers, met hen – en bepalen de waarde die deze voor hen persoonlijk en volgens de markt hebben. Het blijft een intrigerend tafereel, want tegelijkertijd ligt er ook een andere prangende kwestie op tafel: waar moet de collectie heen als zij, de Van Otterloos en Weatherbies, er straks niet meer zijn?

Met die vraag brengt Hoogendijk deze boeiende, opnieuw tot in de puntjes verzorgde film naar zijn eindpunt. Het is, zoveel is duidelijk, weer onmiskenbaar ‘een’ Oeke geworden. En die zijn op hun eigen manier ook onbetaalbaar.

Federer: Twelve Final Days

Prime Video

Het voelt alsof er een grote wedstrijd op het programma staat, vertelt Roger Federer. De Zwitserse tennislegende staat op het punt om officieel het einde van zijn carrière bekend te maken. ‘Dit zijn het type zenuwen dat ik ga missen, maar waarvan ik ook blij ben dat ik ze kwijt ben nu ik met pensioen ga.’

Bijna 25 jaren aan de mondiale top naderen nu hun einde. Op 41-jarige leeftijd hebben aanhoudende knieproblemen Federer dan toch genoopt om te stoppen. Deze film van Asif Kapadia en Joe Sabia documenteert de allerlaatste dagen van zijn loopbaan en de aanloop naar zijn finale match op 23 september 2022 bij de Laver Cup in Londen. Hij treedt dan namens Europa aan in het dubbelspel, met zijn dierbare vriend en eeuwige rivaal Rafael Nadal aan z‘n zijde.

Nadal en de andere grote tegenstanders uit zijn carrière, Novak Djokovic en Andy Roddick, spelen tevens een belangrijke bijrol in Federer: Twelve Final Days (85 min.), een film die vooral lijkt te zijn bedoeld als eerbetoon aan de sportgigant. Verder zijn Federers ouders en gezin natuurlijk van de partij, belt z’n grootste fan, Vogue-hoofdredactrice Anna Wintour, nog even in en komt ook het grote voorbeeld van de jonge Roger, Bjorn Borg, een praatje maken.

Het zijn taferelen die zijn belang als tennisser onderstrepen en het gewicht van zijn aanstaande afscheid benadrukken. Het zijn alleen niet per definitie ook de bouwstenen voor een grootse en meeslepende film, die ’s mans lange en succesvolle loopbaan recht doen – ook omdat Kapadia en Sabia het aantal flashbacks naar het verleden beperkt houden. Deze documentaire is duidelijk niet bedoeld als alomvattende biografie of carrière-overzicht.

Federer: Twelve Final Days is uiteindelijk precies wat de titel belooft. En dat is wat weinig om anderhalf uur te blijven boeien. Want hoewel de film afstevent op een emotionele climax, waarbij geen van de betrokkenen ’t droog houdt, zijn er onderweg toch te vaak scènes die trekken of waarin de spanning wegvalt. Deze prachtige sportman en bijzondere gelegenheid hadden eigenlijk een enerverendere film verdiend.

The Rise And Fall Of Boris Johnson

Channel 4

Het verhaal is bekend. Aan de vooravond van het referendum van 23 juni 2016, waarbij wordt bepaald of Groot-Brittannië in de Europese unie moet blijven, schrijft Boris Johnson twee columns: eentje om te pleiten voor een Verenigd Koninkrijk binnen Europa en een andere waarin hij zich sterk maakt voor Brexit. En geen mens weet welke kant hij zal opgaan. Het vervolg is al even bekend: het kopstuk van de Conservative Party pleit uiteindelijk voor vertrek en geeft de hoog oplopende maatschappelijke discussie zo misschien wel een beslissende zet. Met een minimale meerderheid zegeviert het Leave-kamp – en kandideert Boris Johnson zich nóg nadrukkelijker als partijleider van de Tories en prime minister.

Het is Johnson ten voeten uit: een berekenende politicus, met het imago van een losbol. ‘Hij was er zeer op gespitst dat ik zijn leven zou optekenen’, vertelt Johnsons biograaf Andrew Gimson bij de start van The Rise And Fall Of Boris Johnson (207 min.), een puike vierdelige docuserie van Barry Ronan. ‘En toen kreeg hij toch last van koudwatervrees en vroeg me hoeveel ik betaald zou worden voor dit boek. Dat wilde ik hem niet zeggen. Het ging om een bescheiden bedrag. En toen probeerde hij me uit te kopen. Elke keer dat ik hem ontmoette, bood hij me meer geld om dat boek niet te schrijven. Als het een boek is waarin ik er flink doorheen word gehaald, zei hij, kan ik dat best hebben. Niets is echter zo beschadigend als een boek waarin de waarheid wordt verteld.’

Gimson probeert een enigszins zelfvoldane glimlach te verbergen. De biograaf realiseert zich dat zijn anekdote een wezenlijk kenmerk van de hoofdpersoon blootlegt: Boris Johnsons problematische verhouding tot de waarheid. Als journalist, die vanuit Brussel regelmatig deels verzonnen stukken over Europa publiceerde, huldigde hij al het uitgangspunt dat je een goed verhaal niet moet dood checken. En als politicus is hij geen haar beter, toont deze boeiende miniserie nog maar eens ten overvloede aan. Met vrienden, collega’s, medewerkers, politieke tegenstanders én Petronella Wyatt en Jennifer Arcuri – vrouwen met wie hij buitenechtelijke affaires had – probeert Ronan vat te krijgen op de man die z’n eigen personage werd, BoJo.

Verteller Kate Fleetwood legt intussen gedurig verbanden tussen het heden en verleden van de Brit die zowel ‘de machtigste leugenaar uit de geschiedenis’ als een verlegen en eenzaam joch wordt genoemd. Terwijl Boris zichzelf na Brexit slinks richting het premierschap manoeuvreert, maakt deze serie uitstapjes naar het getroebleerde gezin Johnson, zijn studie in Oxford (waar hij belangrijke medestanders en rivalen zoals David Cameron en Michael Gove leerde kennen) en z’n relationele leven, waarin hij ’t dus niet altijd even nauw nam met de huwelijkse trouw. Zo ontstaat een gelaagd portret van een gecompliceerde man, die zich niet laat vangen in het overbekende clichébeeld van de elitejongen, die zich heeft vermomd als een man van het volk.

‘Ik zou heel graag eens in het hoofd van Boris Johnson willen kijken en zien wat ik dan tegenkom’, zegt voormalig Labour-leider Jeremy Corbyn over zijn politieke tegenstander, die zich na Brexit steeds nadrukkelijker begon te manifesteren als een Britse evenknie van Donald Trump en net als de Amerikaanse president in ernstige politieke problemen zou komen door de Coronacrisis. ‘Want ik denk dat er een heel intelligente, calculerende persoon inzit, die zich het imago heeft aangemeten van iemand die het tegendeel daarvan is.’

The Beatles: Let It Be

Disney+

Hij is zijn eigen film, Let It Be (84 min.), gaan beschouwen als de vader van Get Back, de driedelige docuserie van in totaal acht uur die Peter Jackson in 2021 op basis van zijn ruwe materiaal heeft gemaakt, zegt regisseur Michael Lindsay-Hogg in een gesprek met Jackson. De conversatie tussen de twee filmmakers, uit april 2023, gaat vooraf aan Lindsay Hoggs eigen documentaire over The Beatles, die na een ‘bumpy ride’ van ruim vijftig jaar opnieuw wordt uitgebracht.

Het zou eigenlijk een concertfilm worden, vertelt hij nog. ‘Ik had een idee: het concert start om vijf uur ’s ochtends en eindigt om middernacht met tweeduizend mensen in een amfitheater.’ De band had in 1969 immers al enkele jaren niet meer opgetreden. ‘Dit zou het evenement zijn dat je echt wilde, het nieuwe Beatles-concert.’ Alleen dreigde George Harrison ermee te kappen tijdens de opnames en werden vervolgens ook die plannen voor een optreden in de ijskast gezet.

Michael Lindsay-Hogg kon in januari 1969 hooguit vermoeden wat de gebeurtenissen voor zijn camera – en de klassieke liedjes voor het laatste Beatles-album Let It Be die daar en plein public werden geboren – zouden gaan betekenen. ‘Één reden dat ik blij ben dat de film weer uitkomt – en ik ben niet iemand die overloopt van zelfmedelijden – is dat de film de eerste keer gewoon geen eerlijke kans heeft gehad’, zegt hij tegen Jackson, die hem met alle egards benadert.

Want toen die film uitkwam waren The Beatles al uit elkaar. Een zuur einde waarmee Lindsay Hoggs docu direct werd geassocieerd. En dan begint de gerestaureerde versie van die film, oorspronkelijk uit 1970, waarvoor de Britse filmer en zijn crew als een vlieg op de muur meekeken bij het inspelen, jammen en repeteren van The Beatles in de Londense Twickenham Studio’s en Apple Studio, het onderlinge ongemak vastlegde en daarna met de band het dak opgingen voor een legendarisch laatste performance.

Voor Beatles-kenners is dit gesneden koek. Dat Let It Be nu officieel toegankelijk wordt gemaakt voor het grote publiek – los van de illegale versies die al jaren rondslingerden in de parkeergarages van het internet – dient dan ook vooral een opvoedkundig belang. Een nieuwe generatie potentiële Beatles-fans, die nog niet de ausdauer heeft om de acht uur van Get Back vol te maken, kan nu kennismaken met de laatste dagen van de bekendste popgroep die de wereld ooit heeft gekend.

Spacey Unmasked

Channel 4 / Videoland

Als tijdens de eerste #metoo-golf in het najaar van 2017 allerlei machtige mannen uit de entertainmentwereld worden beschuldigd van seksueel misbruik, stapt ook de acteur Anthony Rapp naar voren om te getuigen over grensoverschrijdend gedrag van Kevin Spacey. Die kiest direct de vlucht naar voren. Hij biedt omzichtig zijn excuses aan voor ‘ernstig ongepast dronken gedrag’ én komt uit de kast, waar hij z’n carrièrelang in is blijven zitten. ‘This story has encouraged me to address other things about my life’, schrijft de tweevoudige Oscarwinnaar. ‘I choose now to live as a gay man.’

Het lijkt een afleidingsmanoeuvre, die de befaamde Amerikaanse acteur op veel kritiek komt te staan, ook vanuit de LHBTIQ+-beweging. Spaceys eerste reactie wordt al snel gevolgd door andere bizarre acties én door andere mannen die hem beschuldigingen van ongewenste intimiteiten. Bij de start van de documentaire Spacey Unmasked (105 min.) heeft de acteur op dat gebied net een belangrijke aanval afgeslagen. In de zomer van 2023 wordt hij door de rechtbank in Londen vrijgesproken van seksueel misbruik van vier mannen in de periode van 2001 tot en met 2013.

In deze tweedelige film van Ben Steele komen echter opnieuw tien mannen aan het woord met beschuldigingen aan zijn adres. Zij waren niet betrokken bij de rechtszaak en doen nu bijna allemaal voor het eerst hun verhaal. Hun verklaringen beslaan in totaal vijf decennia: van Spaceys schooljaren en ‘s mans veelgeprezen rollen in de Hollywood-hits Seven, The Usual Suspects en American Beauty tot z’n periode als artistiek leider van het Londense theater The Old Vic en signatuurrol als de rücksichtslose politicus Frank Underwood in de serie House Of Cards (2013-2017).

Bij de opnames voor die serie was het regelmatig ‘dansen met de Duivel’, aldus Daniel, die vier jaar lang een bijrol had als lid van Underwoods beveiligingsteam. Net als veel lotgenoten liet hij zich Spaceys toenaderingspogingen eerst welgevallen, in de hoop dat die hem nieuwe kansen in zijn carrière zouden bieden. Toen duidelijk werd waar de gevierde acteur werkelijk op uit was, bleek het vaak al te laat. Kevin Spacey opereerde volgens zijn slachtoffers koud, emotieloos, boos zelfs. Alsof hij zelf, ondanks die onbedwingbare seksdrive, ook geen raad wist met zijn geaardheid.

Die dubbelheid zit ook in de manier waarop de mannen hem omschrijven. De één vergelijkt hem met de slang Kaa uit Jungle Boek, een ander omschrijft hem juist als ‘iemand die om hulp schreeuwt’. Uit hun herinneringen – die lijken op zo’n beetje alle andere #metoo-verhalen, al gaat het ditmaal om een man die andere mannen zou hebben overweldigd – spreekt ook een opvallende achteloosheid. Het roofdier besluipt zijn prooien op een feestje, tussen twee scènes door of gewoon en plein public en heeft ze vaak al te pakken genomen voor ze ‘t goed en wel doorhebben.

Spacey Unmaskeds voornaamste troef is echter zijn oudere broer Randy, die een ontluisterend beeld schetst van het gezin waaruit de steracteur stamt. Hun vader was een Holocaust-ontkenner en kon, natuurlijk, ook zijn handen niet thuishouden. Het zou niet meer dan logisch zijn als Kevin Spacey, toen overigens nog Kevin Fowler genaamd, beschadigd uit die omgeving is gekomen – al geeft hem dat natuurlijk zeker niet het recht om over andermans grenzen heen te gaan. Zelf ontkent hij overigens alle aantijgingen, via een officieel statement aan het eind van de beide afleveringen.

Sommige anekdotes zijn echter zo bizar en onsmakelijk – Spacey die in de bioscoop spontaan begint te masturberen bij de gruwelijke openingsscène van de oorlogsfilm Saving Private Ryan bijvoorbeeld – dat het nauwelijks is voor te stellen dat iemand die uit z’n duim heeft gezogen. Ook in dit geval geldt echter: ‘truth’ zou natuurlijk vreemder kunnen zijn dan ‘fiction’.

Hollywood Con Queen

Apple TV+

Het uitgangspunt is even intrigerend als bizar: een meesteroplichter doet zich voor als een belangrijke speelfilmregisseur of Hollywood-hotshot en benadert in die hoedanigheid acteurs, fotografen en scenarioschrijvers met de kans van hun leven. Hij laat hen vervolgens van alles ondernemen: naar de andere kant van de wereld vliegen, allerlei cursussen en workshops volgen, liefdesscènes spelen voor een privécamera en – oh ironie – de film The Truman Show kijken.

Totdat de schellen van hun ogen vallen: ze zijn in het web beland van de Hollywood Con Queen (158 min.), een sadistische bedrieger die zich in de voorbije tien jaar al zeker als vijftig verschillende personen heeft voorgedaan. Het gaat hem in eerste instantie niet om geld, stelt journalist Scott Johnson van The Hollywood Reporter, die de zaak aan het rollen bracht met het artikel Hunting The Con Queen Of Hollywood (2018). ‘De belangrijkste motivatie was om in het hoofd en de dromen van mensen te komen en om die vervolgens te verpesten en te vernietigen.’

Johnson gaat in deze smakelijke Catfish-achtige productie op zoek naar de persoon achter de Con Queen en moet daarbij goed opletten dat hij zelf niet in diens web verstrikt raakt. En ook Chris Smithdé Chris Smith, dient als regisseur van de driedelige serie op zijn qui-vive te zijn. Want de persoon die zich uiteindelijk ook in hun productie meldt bespeelt anderen als een viool. Zij zijn voor hem niet meer dan instrumenten waarmee hij van zijn getroebleerde levensverhaal – denk aan: conversietherapie en de diagnose ‘bipolair’ – een afzichtelijk kunstwerk kan maken.

En Smith serveert dat dan weer met de nodige suspense, gelikte reconstructiescènes en cliffhangers uit. Geheel volgens de wetten van Hollywood, waarvan de Queen maar al te graag deel wil uitmaken, en gebruikmakend van fragmenten uit diens favoriete films. Zo houdt hij de gang er goed in, op weg naar het antwoord op de wie- en waarom-vragen én het moment waarop de snoodaard eindelijk wordt ingerekend. ‘Zij wilden een ster worden’, zegt de Con Queen onderweg over z’n slachtoffers en meteen ook over zichzelf. ‘Ze zouden werkelijk alles doen om een ster te worden.’

Eenmaal bij het spannende laatste bedrijf aanbeland, heeft de kritische kijker, zoals wel vaker bij dit soort thrillers, terugredenerend vast ook nog wel wat vragen over wat ie eerder voorgeschoteld heeft gekregen – wat heeft die openingsscène bijvoorbeeld te betekenen? zijn Smith en Johnson  inderdaad door de Con Queen samengebracht? – maar dat mag de pret uiteindelijk niet drukken. Deze miniserie heeft weer een intrigerende figuur toegevoegd aan de lijst van gedenkwaardige true crime-personages (te situeren tussen pak ‘m beet Richard Scott Smith en Robert Durst).

Be The Fool

Doxy

In de zomer van 2023 komt de jarenlange zoektocht van Jade Moon Finch en zijn zus Scarlet Finch naar het verleden van hun ouders ten einde met een tribute aan hun leven en werk. Barry Finch en Josje Leeger waren in de jaren zestig onderdeel van het hippie-kunstenaarscollectief The Fool, dat sindsdien in de vergetelheid is geraakt. Samen met het andere stel in The Fool, Marijke Kooger en Simon Posthuma (de latere vader van Douwe Bob, met hem ook te zien in de documentaire Whatever Forever, Douwe Bob), bevonden zij zich in Londen, toen die stad het wild kloppende hart van de swingin’ sixties vormde.

Als The Fool, een verwijzing naar de tarotkaart De Dwaas, hielden Barry en Josje zich bezig met kunst, mode, muziek, design, poëzie en fotografie. De avant-garde kunstenaars ontwierpen bijvoorbeeld de winkel van The Beatles (Apple Boutique), brachten een elpee uit die doorgaat voor het allereerste wereldmuziekalbum, ontwierpen daarna in hun eigen boetiek The Chariot in Los Angeles kleding voor artiesten als Jim Morrison, Joni Mitchell en Led Zeppelin, en brachten in de jaren zeventig de muziekcultuur van Ibiza op gang met concerten van Eric Clapton, UB40 en Bob Marley.

In Be The Fool (79 min.) van regisseur Joris Postema maken broer en zus een trip nostalgia langs de plekken die hun ouders hebben gevormd – en die door hen zijn gevormd. Onderweg ontmoeten ze uiteenlopende artiesten zoals Hollies-zanger en Crosby, Stills, Nash & Young-lid Graham Nash (met wie The Fool z’n titelloze debuutalbum opnam), singer-songwriter Donovan (die bij Barry ‘de honger’, de drang om te communiceren, herkende, waarover hij zelf ook beschikte) en Iron Maiden-boegbeeld Bruce Dickinson (de metalzanger, waarvoor Josje ravissante podiumkledij ontwierp).

Tegelijkertijd proberen Jade en Scarlet enkele sleutelscènes uit de nooit uitgevoerde muziekvoorstelling Fools Paradise, een zoektocht naar identiteit die hun ouders ooit schreven na het succes van de musical Hair, alsnog tot leven te brengen met de actrice Marieke op den Akker. Postema gebruikt deze theatrale sequenties om het levensverhaal van The Fool – een personage dat volgens Jade Moon de waarheid vertelt die niemand anders durft uit te spreken – verder in te kaderen. ‘Be the fool’, is de boodschap die hij daar zelf, als zoon en als mens, uit heeft gehaald. Durf de dwaas te zijn.

Achter al die creatieve uitspattingen gaat een tragisch familieverhaal schuil, waarnaar in deze film meermaals wordt gehint en dat uiteindelijk, na enig aandringen door Postema, ook wel ter sprake komt – al wordt nooit helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Duidelijk is wel dat het verleden, zowel de fraaie buitenkant als de tragische binnenzijde ervan, hen allen heeft getekend. En die woelige geschiedenis is nu zwierig opgetekend voor alle hedendaagse en toekomstige dwazen, die nodig met The Fool in contact moesten worden gebracht.

Trailer Be The Fool

Mutiny In Heaven: The Birthday Party

Pink Moon

De man zit al zichtbaar in de jongen verscholen. In de jeugdige wildebras Nick Cave van eind jaren zeventig – donker, woest en onstuimig – is al moeiteloos de gearriveerde performer van ruim veertig jaar later te herkennen, een man die met een enkel gebaar volgepakte zalen muisstil krijgt. Voordat het zover is, moet de Australische zanger alleen nog wel een heel hellehol aan Duivels uitdrijven.

Mutiny In Heaven: The Birthday Party (99 min.), een typische bandjesdocu van Ian White over Cave’s eerste groep en de voorloper daarvan, The Boys Next Door, reconstrueert ‘s mans jonge honden-jaren, als hij een gevaar lijkt voor elk publiek, de andere leden van The Birthday Party en zichzelf. Zijn (artistieke) ontwikkeling zal pas later tot volle wasdom komen in zijn eigen outfit, Nick Cave & The Bad Seeds, en dan ook voor een in alle opzichten gracieuze volwassenwording zorgen.

De tumultueuze carrière van The Birthday Party krijgt in 1980 z’n eerste grote zwieper als de ontaarde Aussies besluiten om hun geluk te beproeven aan de andere kant van de wereld. In Londen, één van de bastions van de internationale punk- en new wave-scene, moet het gaan gebeuren voor de bezeten frontman en zijn mannen. Niet veel later zijn ze volledig platzak, ernstig ondervoed en verslaafd aan heroïne, speed en andere geestverruimende of -beperkende middelen.

Met veel krachtig concertmateriaal, zwart-witte animaties en (oude) interviews met de bandleden, die verder doorgaans netjes buiten beeld worden gehouden, schetst White de ontwikkeling die zowat elk bandje dat ooit een band is geworden doormaakt: na magere beginjaren volgt de onvermijdelijke doorbraak, waarna de weelde van het succes (en zet dat hier gerust tussen aanhalingstekens: ‘succes’) toch niet blijkt te dragen en de al even onvermijdelijke implosie in gang wordt gezet.

In z’n korte bestaan (1977-1983) is The Birthday Party altijd een cultband gebleven. Te obscuur en destructief om de oversteek naar het grote publiek te maken – ook omdat Cave en de zijnen meteen een stok tussen hun eigen spaken staken als de machine even écht op gang dreigde te komen. Met hun ziedende postpunk, waarmee elk podium letterlijk dan wel figuurlijk werd afgebroken, bleven ze dus veroordeeld tot de fijnproevers – al gingen ze dus bepaald niet fijnzinnig te werk. 

Mutiny In Heaven is zeker vermakelijk, maar heeft in wezen weinig toe te voegen aan het al duizenden malen vertelde verhaal over stoute jongens die met hun schreeuw om aandacht, knetterende gitaren en ongegeneerde bewijsdrang wel eens even de wereld gaan veroveren en ergens onderweg zichzelf tegenkomen of tegen de lamp lopen. Het blijft toch vooral ‘gewoon‘ een bandjesdocu – al is het dan het bandje van Nick Cave, één van de onomstreden helden van de hedendaagse serieuze popmuziek.

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

The Enfield Poltergeist

Apple TV+

Het is duidelijk wie de hoofdrolspelers zijn, in dat behekste huis in de Londense deelgemeente Enfield: Janet Hodgson, een meisje van elf met heel veel verbeeldingskracht. En haar moeder Margaret ‘Peggy’ Hodgson, een gescheiden Britse vrouw van 47 met vier kinderen. Omdat een klopgeest regelmatig hun huis bezoekt, worden zij vanaf 1977 twee jaar lang intensief geobserveerd door zakenman en uitvinder Maurice Grosse, die paranormale zaken ‘op een wetenschappelijke manier’ wil onderzoeken, en zijn assistent, geestenexpert Guy Playfair. De twee maken uiteindelijk meer dan tweehonderd uur audio-opnamen in ‘the haunted house’ aan 284 Green Street.

En die vormen nu het fundament onder The Enfield Poltergeist (234 Min.). Want op basis van die tapes heeft regisseur Jerry Rothwell, die enkele jaren geleden de immersieve autismefilm The Reason I Jump maakte, belangrijke gebeurtenissen gereconstrueerd. Acteurs spelen in een ingenieus decor lip sync mee met het oorspronkelijke geluid. Deze vierdelige serie bestaat dus voor een belangrijk deel uit gedramatiseerde scènes, het audio daarbij is echter authentiek en rechtstreeks afkomstig van de geluidsbanden van Grosse en Playfair. Dat is even wennen – in de Nederlandse documentaire Moeders deed Nirit Peled ’t overigens ook al – maar werkt wonderwel.

Rothwell spreekt daarnaast met (directe familie van) de Hodgsons, de woordvoerder van de zogenaamde Society For Psychical Research, medewerkers van The Daily Mirror, de BBC-verslaggever die er destijds op af werd gestuurd en diverse psychologen en (neuro)wetenschappers, die een kijkje gingen nemen bij de Hodgsons of met de wijsheid van nu naar de bizarre gebeurtenissen aldaar kijken. Ook Maurice Grosse’s aanvankelijk erg sceptische zoon Richard komt uitgebreid aan het woord. Hij liet zich gaandeweg verleiden om toch een bezoek te brengen aan het huis. Richard sprak daar toen – hij kan zich er nog altijd nauwelijks toe zetten om het te zeggen – met een geest.

Dat is maar één van de vele vreemde zaken in Enfield: er klinken allerlei sinistere geluiden, objecten vallen om of belandden op een andere plek en er wordt, natuurlijk, volop geklopt. En alles speelt zich af in, om of door de tiener Janet, die als medium lijkt te fungeren voor iets wat zich tussen hemel en aarde beweegt, een overledene wellicht die verleden heeft in dat vervloekte huis. Vanzelfsprekend ontmoet Maurice Grosse ook scepsis als hij verhaalt over zijn bevindingen. De psychologe Anita Gregory komt bijvoorbeeld eens kijken in Enfield en zet daarna in het rapport Problems In Investigating Psychokinesis grote vraagtekens bij de authenticiteit van wat zich daar afspeelt.

En die Enfield Poltergeist is, vanaf enige afstand bekeken, natuurlijk ook ‘too bad to be true’. Soms lijkt ie te citeren uit The Exorcist, een horrorfilm die halverwege de jaren zeventig immens populair is. Op andere momenten is het dan weer alsof de dan wereldberoemde ‘lepeltjesbuiger’ Uri Geller als z’n inspiratiebron heeft gefungeerd. De gebeurtenissen in de Londense deelgemeente trekken in elk geval zoveel aandacht dat zelfs de beruchte Amerikaanse spokenjagers Ed en Lorraine Warren, onlangs nog te zien in de documentaire The Devil on Trial, even poolshoogte komen nemen. En er is ook een Nederlandse connectie: het medium Dono Gmelig-Meyling meldt zich. 

Rothwell neemt dit spraakmakende verhaal krachtig bij de hand en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van effectbejag, maar speelt alle ontwikkelingen wel bijzonder slim uit, waarbij hij bijvoorbeeld zeer gedoseerd informatie deelt. Zo valt zijn publiek eerst van de ene verrassing in de andere en wordt daarna ook nog geraakt door personages zoals Janet, Margaret en Maurice, die elk hun eigen issues meebrengen naar dat veelbesproken huis in Enfield. Het resultaat is een absolute tour de force, een bijzonder inventieve, enerverende en toch ook heel menselijke serie die het midden houdt tussen een documentaire- en een ‘based on a true story’-productie en die na bijna vier uur speeltijd nog een flinke tijd nazindert.

Who Killed Jill Dando?

Netflix

‘Maakt u zich wel eens zorgen over wat u ziet op Crimewatch?’ vraagt een jonge televisiekijkster aan Jill Dando. ‘Ja, maar de misdaden die we laten zien zijn zeer zeldzaam’, antwoordt de presentatrice van de Britse versie van Opsporing Verzocht. ‘Het is niet dat je op straat loopt en denkt dat jou hetzelfde zal gebeuren.’

Het fragment zit niet voor niets in de openingsscène van deze driedelige documentaireserie: op 26 april 1999 wordt Jill Dando zelf op klaarlichte dag doodgeschoten bij haar woning in Londen. Jennie Bond, haar directe collega bij de BBC, moet het nieuws brengen. Veel is er dan nog onduidelijk. En dat blijft zo: was het een criminele afrekening, een crime passionel, een oorlogsdaad of toch het werk van een gestoorde eenling? Uiteindelijk zet de politie een even vanzelfsprekende als pijnlijke stap: een oproep in het televisieprogramma Crimewatch.

In Who Killed Jill Dando? (138 min.) reconstrueert documentairemaker Marcus Plowright met familieleden, collega-journalisten, politiemensen en advocaten het rechercheonderzoek. Dat doorloopt de ene na de andere piste en streept die vervolgens ook stuk voor stuk weer weg. Totdat er, aan het einde van deel twee, eindelijk een serieuze verdachte in beeld komt en de zaak rond de vermoorde ‘girl next door’ in een stroomversnelling lijkt te komen. In de slotaflevering worden deze verdenkingen vervolgens helemaal uitgebeend en blijkt de werkelijkheid toch nét iets gecompliceerder dan het true crime-verhaal dat er vaak van wordt gemaakt.

Net als de dood van Lady Diana, twee jaar eerder, blijft de moord op ‘the golden girl of British television’ daardoor voortleven in het Britse collectieve geheugen. Deze slim geconstrueerde miniserie, aangekleed met de verplichte gedramatiseerde scènes en cliffhangers, slaagt erin om De Zaak Jill Dando in zijn volle omvang op te roepen, maar laat tevens zien dat een politieonderzoek lang niet zo eenvoudig is als een willekeurige aflevering van Derrick, Baantjer of CSI, waarin een koene rechercheur de dader uiteindelijk in zijn kraag grijpt, dwingt tot een bekentenis en daarna de celdeur achter hem dichtgooit.

Jill Dando wist dat natuurlijk allang. Ook toen ze dat meisje probeerde gerust te stellen, met woorden die haar ook na de dood zouden achtervolgen.

Donyale Luna: Supermodel

HBO Max

Haar gezicht kon dromen verkopen, stelt de bevriende kunstenaar David Croland over Donyale Luna (1945-1979), de mooiste vrouw die hij ooit heeft ontmoet. Zij behoorde destijds, halverwege de jaren zestig, tot de vaste entourage van Andy Warhols Factory. Niet veel later stond Luna op de cover van Harper’s Bazaar, als eerste zwarte vrouw. Getekend, dat wel. Niet veel later zou ze, helemaal zelf, ook het eerste Afro-Amerikaanse covermodel worden van de Britse Vogue. De Amerikaanse editie durfde ‘t pas in 1974 aan met een zwart model, Beverly Johnson.

Voor de representatie van zwarte vrouwen is Donyale Luna essentieel geweest. Volgens Beverly Johnson moet zij worden beschouwd als ‘het kroonjuweel’ onder de zwarte modellen. Luna is echter allang in de vergetelheid geraakt, weggepoetst uit de modehistorie. Zijzelf had eerder al afstand gedaan van Peggy Ann Freeman, de naam waarmee ze in Detroit was geboren, in een getroebleerd gezin dat ze liever vergat. Zij ging liever in haar eigen fantasiewereld leven, de exotische schoonheid met een zelfverzonnen alter ego. Zo groeide Luna ook in Swingin’ Londen uit tot een kleine sensatie, waar ze zich in de slipstream van The Beatles en Rolling Stones bewoog, omging met het acterende enfant terrible Klaus Kinski en werd vereeuwigd door de fotograaf David Bailey.

In eigen land werd ze echter consequent achtervolgd door haar identiteit als zwarte vrouw. De modewereld was daarvoor toch nog niet klaar. En dat deed pijn. ‘Ik voel me zo alleen’, leest dochter Dream Cazzaniga voor uit persoonlijke geschriften van haar moeder. ‘Waar kan ik me thuis voelen? En waar word ik gezien zoals ik ben en wordt er van me wordt gehouden om wie ik ben?’ Zulke vragen lopen als een rode draad door haar leven en door Donyale Luna: Supermodel (93 min.), waarin filmmaker Nailah Jefferson de iconische vrouwfiguur oproept met een krachtige montage van het prachtige portfolio dat ze heeft nagelaten. Met haar ranke gestalte, meterslange benen en sprekende, amandelvormige ogen beschikte Donyale over een ongrijpbare schoonheid.

Haar echtgenoot, zussen, vrienden, fotografen en modellen zorgen in deze stevige biografie ondertussen voor de inkleuring van de persoon daarachter, een zoekende vrouw die geregeld met zichzelf en het bestaan worstelde. Totdat ze op 33-jarige leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Sindsdien leeft ze alleen nog in beeld voort.