Selvportrett

VPRO

Waarschijnlijk is zij zelf een extreme uiting van waar ze met haar fotografie op mikt: het tegenhouden van de tijd en vasthouden van het moment. Sinds haar tiende heeft Lene Marie Fossen anorexia nervosa. Daardoor is ze nooit in de puberteit terechtgekomen. Fossen heeft nooit borsten gekregen en is ook nog nooit ongesteld geweest. ‘Als je niet eet, zet je je emoties uit’, vertelt ze. ‘Je drijft gewoon voort. Ik ben meerdere malen bijna dood geweest. Het is eigenlijk een soort langzame zelfdoding.’

De Noorse fotografe, eind twintig inmiddels, beschrijft de aandoening als ‘een Nazi-regime in mijn eigen lichaam’, een kwaadaardige manifestatie van de angst om op te groeien. Daarbij speelt ook schaamte voortdurend op. Volgens Lene wordt anorexia nu eenmaal beschouwd als een ziekte voor verwende mensen. Terwijl iemand met kanker doorgaans wordt omgeven door medeleven, krijgt een anorexiapatiënt vooral te horen dat ie moet doorbijten en nodig weer eens moet gaan eten.

In Selvportrett (58 min.), een bijzonder indringende film van Margreth Olin, Katja Høgseth en Espen Wallin, gaat ze de conformatie aan en legt zichzelf genadeloos vast, onder andere in een verlaten Grieks leprahospitaal waar ze halfnaakt poseert. Het resulteert in zeer confronterende foto’s, beelden die gewoon pijn doen. Tegelijkertijd zoekt ze met haar camera ook bij anderen, Syrische vluchtelingen bijvoorbeeld, naar wat het bestaan maakt, doet of aanricht in een willekeurig mensengezicht.

Als Fossen haar werk voorlegt aan de befaamde Noorse fotograaf Morten Krogvold, reageert die bijzonder enthousiast. Hij maakt zich sterk voor een expositie tijdens het Nordic Light Festival Of Photography in Kristiansund. Niet omdat ze ziek is, zegt hij er bij herhaling bij, maar omdat haar foto’s zo geweldig zijn. Lene Marie reageert beduusd op ‘s mans superlatieven. ‘Schaam je je?’ vraagt ze zelfs aan haar moeder als de tentoonstelling wordt geopend. ‘Nee, ik ben trots’, antwoordt die. ‘Je bent dapper.’

Toch wringt dat voortdurend in dit schrijnende (zelf)portret: Lene Marie wil gezien worden als fotografe, terwijl anderen via haar, inderdaad, bijzonder krachtige foto’s toch vooral een beschadigd mens zien. Bijna ongewild agendeert ze op zeer pregnante wijze de problematiek van eetstoornissen. De filmmakers vangen die dubbelheid in gestileerde beelden, begeleid door een sacrale soundtrack. Zo wordt de bijna Bijbelse dramatiek van haar werk en leven nog eens benadrukt.

Dit Selvportrett ligt daardoor echt zwaar op de maag – zo’n kijkervaring die bepaald niet alleen fijn is en die tóch verrijkend werkt – en zindert ook nog een hele tijd na.

Liever Kroes?!

VPRO

Is het misschien een uitdrukking van zelfhaat? vraagt Nelly dos Reis zich af. Van geïnternaliseerd racisme? Al zo’n 25 jaar, sinds haar tiende, ontkroest de Kaapverdiaans-Nederlandse vlogger met chemische middelen haar haren. Nelly wilde als kind gewoon mooi zijn. Net als haar Barbies. Met lang, blond en steil haar dus. Dat was natuurlijk een behoorlijke uitdaging voor een meisje met een afrokapsel. Gelukkig was ze wel ‘light-skinned’, dacht ze er dan stiekem bij.

Inmiddels heeft Nelly twijfels gekregen bij haar pogingen om te voldoen aan het traditionele witte schoonheidsideaal. In Liever Kroes?! (27 min.) besluit ze terug te gaan naar af: naar de haardos die ze van moeder natuur heeft gekregen. De kapster mag dus rigoureus de schaar zetten in haar lange haren. Terwijl ze een metamorfose ondergaat, moet Nelly in deze korte documentaire, die ze maakte samen met Soraya Pol, opnieuw naar zichzelf leren kijken. Dit gaat regelmatig gepaard met stevige emoties. Ze ziet iemand die ze niet wil – of durft te – zijn.

Intussen spreekt ze met haar moeder, die haar haren ook altijd heeft ontkroesd, en haar vader, die zelf in zijn jonge jaren wél een afro had. Op foto’s uit de jaren zeventig is hij te zien met het destijds behoorlijk hippe kapsel. Alle vrouwen om hem heen hebben hun haar echter gestraight. Pa kan zich ook niet herinneren dat hij ooit een vriendin met kroeshaar heeft gehad, moet hij bekennen aan zijn inmiddels volwassen dochter.

Die probeert zich nu te ontworstelen aan het schoonheidsideaal dat ze zichzelf van jongs af aan heeft opgelegd en dat zwarte vrouwen zichzelf – en elkaar – sowieso lijken op te leggen. In dat kader belandt Nelly bij een workshop van Aminata Cairo, die is gespecialiseerd in inclusie en diversiteit. Samen met andere vrouwen gaat ze letterlijk in de spiegel kijken en probeert vervolgens die ene cruciale zin, waarin uiteindelijk alles zit opgesloten, over haar lippen te krijgen: ik mag er zijn.

Jomanda: Lady Of The Light

Discovery+

Bekentenis: Bij ons thuis stonden er letterlijk flessen water voor de boxen van de stereotoren als Jomanda op de radio was. Terwijl ze ademloos luisterde, liet mijn moeder die instralen door het orakel uit Tiel.

Ze wilde eigenlijk danseres of zangeres worden, maar ontwikkelde zich tot een landelijk bekend medium, de grootste attractie die Tiel ooit had. Elke zondag trokken er in de jaren negentig duizenden hoopvolle Nederlanders naar een evenementenhal in ‘het Lourdes van de Betuwe’, voor een healing van Jomanda: Lady Of The Light (184 min.). Zij legde vervolgens contact met gene zijde en zou zo hun aandoening kunnen genezen, hun verdriet doen verdwijnen of hun gehandicapte kind proberen te helen.

Was Joke Damman uit Deventer werkelijk ‘een reïncarnatie van de Maagd Maria’, zoals haar discipelen menen? Of toch een bijzonder slinks opererende charlatan, die miljonair werd met haar ‘gave’? Deze miniserie geeft aan beide kampen de ruimte. Aan overtuigde Jomanda-aanhangers, waaronder bijvoorbeeld presentatrice Tineke de Nooij. Zij maakte met haar televisieprogramma Tineke En De Paranormale Wereld ooit een landelijk fenomeen van Jomanda. Daar tegenover staan criticasters zoals presentator Jack Spijkerman en Nieuwe Revu-journalist Bert Voskuil die gehakt maken van de gebedsgenezeres.

De kwestie die altijd aan Jomanda zal blijven kleven is natuurlijk de dood van actrice Sylvia Millecam, die borstkanker kreeg en door het medium dringend zou zijn geadviseerd om geen gebruik te maken van de reguliere gezondheidszorg. Met fatale gevolgen. Millecams voormalige echtgenoot Haye van der Heyden en haar Ook Dat Nog-collega Sjoerd Pleijsier hebben er twintig jaar na dato nog altijd geen goed woord voor over. Jomanda heeft de actrice volgens hen wijsgemaakt dat ze géén kanker had en zich daarvoor nooit verontschuldigd. Zo heeft het medium uit Tiel door de jaren wel meer ontevreden ‘klanten’ achtergelaten. Intussen is ze zelf al enkele jaren spoorloos verdwenen.

En dat treft: particulier rechercheur John Warrink wil voor deze vierdelige serie op zoek naar het omstreden ‘genezend medium’. Hij spoort haar op in Canada. En dan is Tineke natuurlijk best bereid om haar ‘hartsvriendin’ te gaan opzoeken. Zoals ook niemand minder dan Johan Vlemmix voor een andere docuserie (Jomanda – Het Echte Verhaal, Videoland) te porren blijkt te zijn om het vliegtuig naar Canada te nemen. En om het verhaal helemaal compleet te maken heeft, of all people, Emile Ratelband nog geprobeerd om hen daarvan te weerhouden, getuige dit smeuïge Privé-verhaal uit De Telegraaf. Tevergeefs, natuurlijk.

Die zoektocht naar het verdwenen medium in Canada, nogal goedkoop en bovendien erg lang uitgesmeerd, ontsiert deze serie een beetje. Jomanda: Lady Of The Light graaft weliswaar niet héél diep, maar is verder best geslaagd als terugblik op hoe het fenomeen Jomanda zich aan het eind van de twintigste eeuw duchtig begon te manifesteren als een uit de klei getrokken variant op de Heilige Maagd Maria, zo een enorme mediahype werd en daarna met steeds ongeloofwaardigere acties haar eigen graf groef.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids

Wat komt er terecht van een kind dat opgroeit in de rosse buurt van de Indiase metropool Calcutta? De Britse fotografe Zana Briski, die in Sonagachi is gaan wonen om de aldaar werkzame prostituees te fotograferen, begint zich het lot van hun kroost aan te trekken. Ze deelt cameraatjes uit en stimuleert hen om hun eigen leefwereld vast te gaan leggen. Al snel brengen de kinderen mensen en plekken in beeld, die voor buitenstaanders doorgaans goed verborgen blijven. En laten ze ook steeds meer van zichzelf zien.

Born Into Brothels: Calcutta’s Red Light Kids (83 min.), bekroond met een Oscar en talloze andere filmprijzen, geeft een bezielde impressie van het leven van deze opgroeiende jongens en meisjes in een omgeving, waar ruzie, drugsgebruik en geweld aan de orde van de dag zijn. De documentaire uit 2004 laat tevens zien hoe Briski, als een typische westerse weldoener, de levens van de kinderen probeert op te vrolijken met uitstapjes naar het strand en de dierentuin. En altijd gaan de cameraatjes weer mee.

Intussen doet Zana Briski, die deze film heeft geregisseerd met Ross Kauffman, serieuze pogingen om hen echt van een betere toekomst te verzekeren. Dat is nog geen sinecure. De meeste meisjes zijn bijvoorbeeld voorbestemd om ook in ‘het vak’ te belanden. Neem het uiterst aaibare meiske Kochi. Haar moeder kon niet voor haar zorgen. En haar vader stond op het punt om haar te verkopen. Alleen oma trekt zich haar lot aan. Welke kans heeft zo’n meisje om aan Sonagachi te ontsnappen?

Én: je kunt het kind wel uit het ‘red light district’ halen, maar haal je het ‘red light district’ daarmee ook uit het kind? Welke school accepteert überhaupt kinderen met zo’n achtergrond? Hoeveel goede intenties er ook schuilgaan achter deze film, en het bijbehorende project Kids With Cameras, het blijft de vraag of je als relatieve buitenstaander daadwerkelijk de levensloop van deze kinderen kunt bijsturen. Het lijkt onvermijdelijk dat in elk geval enkele meisjes die werden geboren in een bordeel daar ook ooit zal sterven.

Er is niet al te veel bekend over hoe het na de documentaire verder ging met de kinderen. In dit artikel van The Times Of India uit 2009 komen Preeti en Abhijit aan het woord. Ze zijn heel verschillend terecht gekomen.

My Soul Drifts Light Upon A Sea Of Trees

IDFA

‘Toen ik op de basisschool zat pleegde mijn oom zelfmoord’, vertelt de Japanse Zen-priester Ittetso Nemoto bij aanvang van de contemplatieve documentaire My Soul Drifts Light Upon A Sea Of Trees (65 min.). ‘Later verhing een klasgenoot, die ik erg graag mocht, zichzelf. Op de middelbare school zat ik in een band en de zanger van de band pleegde ook zelfmoord.’ Het zijn ervaringen die zijn leven hebben gevormd. ‘Ik denk dat ik daarom priester ben geworden’, concludeert hij.

Nemoto wijdt zijn leven aan het helpen van suïcidale mensen. Zodat ze ín het leven willen stappen, in plaats van eruit. Hij heeft een groep opgericht, een zogenaamde zelfmoordpreventiecirkel, waarmee hij hen met muziek, dans, meditatie en gesprekken richting levensgeluk probeert te leiden. In deze verstilde film van Heinrich Dahms en Michèle Aimé gaat de Zen-meester aan de slag met een vrouw die opgroeide met een geesteszieke moeder en daarna in de seksindustrie belandde, een getormenteerde man die zijn kinderen niet meer mag zien en een zangeres die de zin van/in het leven niet meer kon zien.

Op indringende wijze vertellen deze inwoners van Japan, een land dat de reputatie heeft dat er veel mensen zelfmoord plegen en dat met seppuku en harakiri bovendien een traditie heeft op dat gebied, over hoe ze zich op een bepaald moment van hun leven niet meer konden voorstellen dat er licht aan het eind van de tunnel zou kunnen zijn. Het bestaan was een vloek geworden die maar op één manier kon worden uitgebannen. ‘Mensen die piekeren of afzien in het leven zijn het contact verloren met wie ze werkelijk zijn’, stelt Ittetso Nemoto daarover. ‘Ze kunnen de weg niet terugvinden naar hun ware zelf vanuit de sociale zelf die ze voor zichzelf hebben gecreëerd.’

Volgens hem zijn mensen echter in staat om het verleden te veranderen – op zijn minst hun eigen interpretatie daarvan. Met een opnieuw geframed zelfbeeld kunnen ze hun zoektocht naar geluk met meer succes hervatten. Ook over dit onderwerp heeft de Zenmeester in deze kalme film, die een actueel maatschappelijk thema met compassie en een positieve insteek behandelt, enkele diepere levenswijsheden voorhanden. ‘We lachen niet omdat we gelukkig zijn’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘We zijn gelukkig omdat we lachen.’