Força Koeman

Videoland

Het is een beetje de goden verzoeken: om als voormalig sterspeler van FC Barcelona de baan van coach te accepteren op het moment dat die club definitief door zijn hoeven lijkt te zakken. En om tijdens dat proces ook nog eens een cameraploeg toe te laten, dat ook. De kans dat de ultieme jongensdroom uitloopt op een gigantisch fiasco is immers levensgroot. Misschien tekent het echter de absolute winnaar in Ronald Koeman dat hij de uitdaging toch aangaat en dat afbreukrisico dan maar op de koop toeneemt.

Niet dat Koeman heel veel heeft te vrezen van regisseur Chiel Verbakel. Die geeft hem in de zesdelige serie Força Koeman (190 min) alle ruimte om zijn eigen verhaal te doen. Waarbij de hartproblemen, die hij in mei 2020 ondervond, hem zouden hebben aangespoord om nu eindelijk voor zijn droomclub te kiezen. Aan het woord komen verder Koemans vrouw Bartina, broer Erwin, moeder Marijke en kinderen Ronald junior, Tim en Debbie. Zij geven een leuk inkijkje in hoe de familie Koeman de terugkeer naar de Catalaanse hoofdstad beleeft, waar al zoveel zoete herinneringen liggen. Dat gevoel wordt nog eens versterkt met idyllische shots van de stad, vergezeld van traditionele muziek.

De voetbalinput komt van zaakwaarnemer Rob Jansen, Koemans assistenten Alfred Schreuder en Henrik Larsson, voorganger Pep Guardiola (met wie het heel lekker golfen is) en Frenkie de Jong. De Nederlandse middenvelder is inmiddels kind aan huis is bij de Koemannetjes met zijn vriendin Mikki (die, als ze gearmd met Bartina door de stad flaneert, zou kunnen doorgaan voor een echt Koemeisje). De voetbaljongens houden zich veelal op de vlakte of debiteren clichés. Zoals de docuserie over het hier en nu – Koemans komst naar Barcelona en zijn lastige eerste periode als coach – in eerste instantie sowieso niet zoveel nieuws heeft te melden. De problemen rond sterspeler Messi komen bijvoorbeeld nauwelijks aan de orde. En het gedwongen vertrek van diens boezemvriend Luis Suárez blijft al helemaal onbenoemd.

Als aan het eind van het seizoen Ronald Koemans eigen positie in het gedrang komt, spreekt Kamp Koeman echter honderduit. De coach zelf heeft het gevoel dat de nieuwe voorzitter Laporta hem nodeloos laat bungelen (maar de Nederlander verbindt daar dan zelf ook geen consequenties aan). En Bartina is emotioneel en boos. Ze moeten van Ronald afblijven! Hij bedoelt het tenslotte goed en werkt ook zo hard, volgens zijn echtgenote, die moeite heeft om haar tranen te bedwingen. Uiteindelijk mag de Nederlander, die moedwillig in het openbaar is beschadigd en die zelf via de media ook flink heeft teruggevochten, tóch blijven. ‘De hypocrisie van de topsport’, zegt zaakwaarnemer en huisvriend Rob Jansen ijskoud. Hij doelt op de handelswijze van Barcelona’s nieuwe voorzitter.

Força Koeman kent meer van zulke onthullende momenten: als Koemans vriend, de sportpresentator Lluís Canut, bijvoorbeeld zijn mond voorbij lijkt te praten. Hij beweert te hebben gefungeerd als postillon d’amour tussen Barcelona en de trainer, waarbij het initiatief van de Nederlander schijnt te zijn gekomen. Dat strookt niet helemaal met het beeld dat is geschetst van Koemans overgang van het Nederlandse elftal naar de Spaanse topclub (en dat hier nog eens wordt bevestigd door Rob Jansen). De Barcelona-trein is dus niet zomaar gestopt voor Ronald Koeman, zodat hij er, nadat hij al twee keer ‘nee’ had gezegd, op kon springen. De trainer zou zelf hebben gevraagd of die trein, na Barcelona’s ‘Humillación Histórica’ (een 8-2 verlies tegen Bayern München), bij zijn stationnetje halt wilde houden. 

Ook opvallend: Pedri, ‘het grootste talent van Spanje’, lijkt te zijn aangetrokken zonder dat Koeman hem überhaupt kende. Het zijn zulke, al dan niet bedoelde, nieuwtjes die van deze miniserie met een plastic promorandje best een aardige kijkervaring maken. Waarbij de relatie van de Koemannen en –vrouwen met Barcelona – en hun herinneringen aan de vroegere buurman Johan Cruijff – het allerleukst is. Dan worden ze net een gewone familie, met kinderen en kleinkinderen die opa en oma bij hun 35 jarige huwelijk vergasten op een surpriseparty en een zoon die ten overstaan van de gehele Koemanclan te paard in het huwelijk treedt. Dan ook toont Ronald Koeman even de man, of soms zelfs het jongetje, achter de geharde coach, die aan de job van zijn leven is begonnen. Waarvan hij niet weet of ie die, na een veelbewogen seizoen dat ondanks winst van de Spaanse beker in mineur eindigt, ook mag afmaken.

En dan, nadat zijn hoofd wekenlang op het hakblok heeft gelegen en hij aan het vervolg van zijn klus kan beginnen, meldt Messi met betraande ogen dat hij Barca gaat verlaten….

The Quest For Tonewood

Cinema Delicatessen

Bij de Triënnale in Cremona, ‘de Olympische Spelen voor vioolbouwers’, viel hij buiten de prijzen. Geen gouden medaille voor Gaspar Borchardt (en zijn vrouw en secondant Sybille). Überhaupt geen medaille, zelfs. Dat vraagt om een andere benadering van de Italiaanse instrumentmaker. The Quest For Tonewood (83 min.), het esdoornhout waarvan de beste Stradivarius-violen zijn gemaakt, kan beginnen. In bossen in het voormalige Joegoslavië zou het te vinden zijn.

En wie zou het geweldige instrument dat Borchardt met dit hout wil fabriceren dan moeten gaan bespelen? Zijn oog valt op de Nederlandse violiste Janine Jansen, de hoofdpersoon van de gevierde documentaire Janine (2010). Maar wil zij wel? En is het veilig om een boom van toch al gauw 35.000 euro te gaan kopen in een land waar sinds de oorlog overal landmijnen kunnen liggen, elke activiteit begint met een flinke slok slivovitsj en allerlei figuren rondlopen die graag gemakkelijk geld verdienen?

Gaspar heeft er bij aanvang geen idee van dat hij aan een jarenlange queeste is begonnen, die in deze verrukkelijke film fraai is vereeuwigd door de Noorse regisseur Hans Lukas Hansen. Hij maakt van Borchardts zelfopgelegde zoektocht een even spannend als grappig avontuur, waarin de vioolbouwer zich beurtelings een dromer, vakidioot en bomenknuffelaar toont. Intussen moet de man ook zijn beoogde bespeelster warm houden voor het magische instrument dat hij (ooit) voor haar hoopt te bouwen.

Dit aanstekelijke eerbetoon aan lekkere gekte en de wonderen die daaruit kunnen voortvloeien is vanzelfsprekend gelardeerd met weelderige klassieke muziek en werkt gestaag toe naar de verplichte (anti)climax. Waarbij het natuurlijk de vraag is of Borchardt zichzelf met een stuk hout helemaal kan verwerkelijken of het toch beter kan gebruiken om zich na jaren van nutteloze inspanning eens goed voor zijn kop te slaan.

De Laatste Sociaal Advocaten

Jacqueline Nieuwstraten / KRO-NCRV

In hun gezamenlijke naam zit de geest van een verdwenen tijd opgesloten: Advokatenkollektief Rotterdam. Met allerlei K’s, juist. Een naam die ondubbelzinnig refereert aan de gedachte dat we voor elkaar moeten zorgen. Ook, of juist, juridisch. Als er een conflict is over de huur, uitzetting naar land van herkomst dreigt of een voormalige werkgever weigert uit te betalen, is deskundige ondersteuning onontbeerlijk.

Dat zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de huisarts, vinden ze bij het Kollektief. Sinds 1975 staan ze daar juist die mensen bij, die niet vanzelfsprekend de weg vinden in het doolhof dat de overheid, bedrijven en de rechtspraak rondom hen hebben opgetrokken. Bezuinigingen en privatisering maken dat werk echter alsmaar moeilijker. Totdat goede juridische hulp alleen nog is weggelegd voor de Nederlanders met een rappe tong, de juiste vrinden en hele diepe zakken.

De documentaire De Laatste Sociaal Advocaten (55 min.) kan alleen uitgelegd worden als een pleidooi voor het (voort)bestaan van de sociale advocatuur. Regisseur Ingeborg Jansen schuift aan bij het spreekuur, gaat mee op huisbezoek en neemt plaats in de rechtszaal, om van dichtbij te registreren hoe de medewerkers van het Advokatenkollektief basale juridische zorg verlenen aan hun veelal kwetsbare cliënten. Zulke vlieg op de muur-scènes vult ze aan met enigszins overbodige persoonlijke interviews met de advocaten, die onder woorden brengen wat allang duidelijk is geworden uit hun daden: dit werk doe je vanuit oprechte betrokkenheid.

Dat wordt bijvoorbeeld zonneklaar tijdens het optreden van advocaat Jacqueline Nieuwstraten in de rechtszaal. Ze staat een cliënte bij die is gekort op haar kinderopvangtoeslag door de belastingdienst. Haar buitenlandse achternaam zal daarbij vast een rol hebben gespeeld. Nieuwstraten noemt het beestje bij de naam (‘etnische profilering’) en raakt zelfs geëmotioneerd. ‘Ik heb heel veel zaken hier bij de rechtbank Rotterdam gehad over moeders die hun kinderopvangtoeslag…’, zegt ze, terwijl de woede even op haar keel slaat. ‘Ik word nu haast gewoon emotioneel ervan. Maar als daar in die zaken hetzelfde is gebeurd…’

‘Dan is er echt onrecht geweest’, constateert de dienstdoende rechter. Nieuwstraten: ‘Ik vind dat echt onrecht. Zo hoor je als overheid niet met mensen, met burgers, die het ontzettend zwaar hebben, om te gaan.’ In haar gepassioneerde houding en betoog zit het wezen van de sociale advocatuur verscholen: opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen, met alles wat je hebt. En vanuit dat uitgangspunt boekt het Advokatenkollektief Rotterdam zo nu en dan, ook in deze boeiende film, overwinningen die wezenlijk verschil maken in het leven van de betrokken burgers.

Van Verlies Kun Je Niet Betalen

KRO-NCRV

‘Het is maar stilletjes hier in de straat, hè?’ zegt Adrie Trimpe, vanachter de toonbank van zijn Vlissingse groentewinkel, in de openingsscène van de documentaire Van Verlies Kun Je Niet Betalen (63 min.) uit 2018. ‘Dat is achteruitgegaan, hoor, in vergelijking met vroeger.’ Terwijl Adrie met vaste klant Paul keuvelt, duwt zijn vrouw Francien met onvaste hand enkele boontjes door een snijmachine. ‘Twee stuntelaars, hoor’, zegt ze. Als haar echtgenoot de snijboontjes vervolgens verkoopt, begint zij alvast aardappelen te jassen voor hun eigen maaltijd. Hollandse pot, natuurlijk.

Het echtpaar Trimpe is dik in de tachtig en runt al meer dan een halve eeuw een winkel in de binnenstad van Vlissingen. Dat wordt door hun eigen broze gezondheid steeds moeilijker. Het businessmodel van de Trimpes is sowieso al jaren, decennia misschien wel, over de datum, maar wordt met aandoenlijk kunst- en vliegwerk, en de dagelijkse hulp van Adries jongere zus Ada, ternauwernood overeind gehouden. Nu wil Ada er alleen voor drie maanden tussenuit, naar de camping in Frankrijk, en blijven haar broer en diens echtgenote, beiden slecht ter been, alleen achter in hun winkel.

Daarmee komt het relatieve evenwicht in deze fijne kleine film van Helge Prinsen en John Albert Jansen op de tocht te staan. Ondanks hun voorbeeldige arbeidsethos redden de echtelieden Trimpe, de verpersoonlijking van het Zeeuwse cliché ‘ons bin zuunig’, het eigenlijk niet meer. Stoppen blijft echter een brug te ver. ‘Ik kan niet zonder’, bekent Adrie op een kwetsbaar moment. Hij ziet geen andere optie dan sterven in het harnas. Dat heeft iets tragisch – een man die de lenigheid van geest mist om zichzelf los van zijn zaak te zien – maar is tegelijkertijd ontroerend. Met die groentezaak, zo realiseert Trimpe zich, gaat hij. Dat moment kun je dus alleen maar zo lang mogelijk uitstellen.

Sylvana, Demon Of Diva

Sylvana-hoofdfoto

 
Als je van nature sympathie voelt voor de underdog, dan schaar je je tijdens de documentaire Sylvana, Demon Of Diva (90 min.) vrijwel automatisch aan de zijde van de hoofdpersoon, die regelmatig de lelijkste kant van Nederland krijgt te zien. Niet dat Sylvana Simons als persoon ook maar iets van een underdog heeft. Haar jarenlange ervaring in de media heeft haar bepaald geen windeieren gelegd. In interviews, debatten en confrontaties met tegenstanders zorgt ze er wel voor dat ze haar zegje kan doen en houdt ze zich ogenschijnlijk moeiteloos staande.

Ook als er keihard op de vrouw wordt gespeeld. Als de één of andere mentale holbewoner haar op straat bijvoorbeeld ‘daar ga je toch niet op stemmen, op die aap?’ naroept, verblikt of verbloost Simons nauwelijks. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van eerder dit jaar, waaraan ze met haar partij Amsterdam BIJ1 deelnam, lijkt ze als een vis in het water. Geboren om de degens te kruisen in de publieke arena, ook al gaat haar dat, getuige deze boeiende campagnedocumentaire van Ingeborg Jansen, soms niet in de koude kleren zitten.

Naarmate de verkiezingsdag dichterbij komt, beginnen campagnestress en vermoeidheid toch vat te krijgen op de ongenaakbare aspirant-politica. Wanneer ze in discussie gaat met een ogenschijnlijk toch best redelijk lid van D66, dat haar aanspreekt op haar ‘tone of voice’, lijkt ze elk ogenblik haar geduld te kunnen verliezen. En in de allerlaatste campagnedagen attaqueert Simons eerst een journalist van de plaatselijke omroep AT5, die het waagde om haar te onderbreken tijdens een interview, en roept ze later hardhandig een jongen tot de orde, die haar agressief zou hebben aangekeken. Als dat al zo was, krijgt hij in elk geval een ongenadig koekje van eigen deeg.

Het zijn de spaarzame momenten in deze documentaire waarop Sylvana Simons, die volgens eigen zeggen slechts zelden het achterste van haar tong laat zien, zichzelf heel even verliest. Hoewel we meekijken bij persoonlijke sessies met haar coach, als ze haar verjaardag viert en tijdens een behandeling bij de tandarts, lijkt ze de regie nooit helemaal uit handen te geven. De filmmaker laat dat zo. Jansen registreert en kiest ervoor om de confrontatie niet aan te gaan. Sylvana in de vechtstand kennen we natuurlijk ook al. Maar wat beweegt de vrouw daarachter?

Sylvana’s idealen krijgen ruim baan in deze campagnefilm, die slechts mondjesmaat toekomt aan de persoon achter de publieke figuur. Ook omdat Simons, vanwege begrijpelijke redenen (denk bijvoorbeeld aan de drie kwaadaardige zwarte Pieten met camera die bij haar voor de deur stonden), de filmcrew niet onbeperkt toegang lijkt te hebben gegeven tot haar privéleven. Haar kinderen hadden bijvoorbeeld een mooi inkijkje kunnen geven bij de vrouw en moeder achter het omstreden fenomeen, maar die blijven helaas buiten beeld. Het feit dat haar naasten ontbreken versterkt overigens het beeld van de eenzame strijder Sylvana, een vrouw met een missie.

Want ondanks al die politieke medestanders draait die hele gemeenteraadscampagne uiteindelijk maar om één enkele persoon. Hoewel Sylvana, Demon Of Diva dus geen nieuw licht werpt op de hoofdpersoon en haar diepste drijfveren als mens, brengt de film wel helder in kaart binnen welke maatschappelijke mijnenveld de politica Sylvana zich voortdurend beweegt en wat zij allemaal krijgt te verduren terwijl ze opkomt voor haar idealen.

Vergeef Me Mijn Schulden

KRO-NCRV

In de beperking toont zich de meester. Vergeef Me Mijn Schulden (55 min.) bestaat voor negentig procent uit steeds weer precies dezelfde situatie: een Nederlander met een volledig uit de hand gelopen schuld meldt zich bij de rechter met de vraag of hij/zij terecht kan in de schuldsanering. Tussendoor krijgen enkele rechters de gelegenheid om hun werk toe te lichten. Dat is het.

In navolging van de veelbesproken en veelbekroonde documentaireserie Schuldig van Ester Gould en Sarah Sylbing, die nog steeds in zijn geheel online is te bekijken, duikt regisseur Ingeborg Jansen in de wereld die schuilgaat achter een flinke schuldenlast. Ze zet de camera op mensen die bereid zijn om drie jaar op het minimum te leven, om zo hun schulden kwijt te spelen.

Stilistisch doet de documentaire denken aan twee films van Suzanne Raes en Monique Lesterhuis: Sta Me Bij (een docu over de cliënten en medewerkers van de sociale dienst van Zutphen) en De Tegenprestatie (een film over de tegenprestaties die Rotterdammers moeten leveren voor een bijstandsuitkering, die werd bekroond met een Gouden Kalf).

Deze films handelen over gewone mensen die letterlijk plaatsnemen tegenover de overheid, die hen wil helpen, bijsturen of straffen. Hoewel de toonzetting van de gesprekken en zittingen varieert, van uiterst begripvol tot bijna denigrerend, is hun afhankelijke positie steeds min of meer hetzelfde; ze hebben (een deel van) de controle over hun leven uit handen moeten geven.

Vergeef Me Mijn Schulden houdt ons een spiegel voor: is onze wereld niet veel te groot en complex geworden om vat te kunnen houden op ons eigen, kleine leven? Én: zouden we ooit zelf daar kunnen belanden, overgeleverd aan het oordeel van een man of vrouw in toga?