Ai Weiwei: Never Sorry

‘Kunnen we je moeder bezoeken om haar naar jou te vragen?’ wil de interviewer weten. Dat lijkt Ai Weiwei geen goed idee. ‘Ze is oud. Zoals zij naar me kijkt, zo ben ik niet.’ De Chinese kunstenaar en activist denkt even na. ‘Ik heb een idee: misschien kun je een willekeurige vrouw vragen om mijn moeder te zijn. Dat lijkt me prima. Vraag haar naar haar eigen zoon en vul dan mijn naam in.’ Het is Ai Weiwei ten voeten uit: tegendraads, in your face en met geheel eigen humor

Even later komt Gao Ying, Ai Weiweis echte moeder, niettemin gewoon binnen. ‘Ik ben heel trots, want hij spreekt zich uit voor de gewone burger’, stelt ze. ‘Maar ik zou willen dat hij alleen kunstenaar was. Één persoon kan nooit de problemen van een heel land oplossen.’ Tegen haar zoon, die al enige tijd op ramkoers ligt met het Chinese bewind, zegt ze. ‘Ik lig elke nacht wakker. Ik maak me zo’n zorgen dat ze je keihard gaan aanpakken.’ Hij reageert ogenschijnlijk stoïcijns. ‘Als ze me willen pakken, dan doen ze dat. Daar hebben we geen vat op.’

Ai Weiwei steekt zijn verbolgenheid over het Chinese regime, vervat in een foto met opgestoken middelvinger op het Tiananmen-plein, in elk geval niet onder stoelen of banken en probeert bovendien de onderste steen boven te krijgen in de kwestie rond de verpletterende aardbeving in Chengdu, waarbij tienduizenden doden vielen. Ook daarmee maakt hij geen vrienden. In de documentaire Ai Weiwei: Never Sorry (91 min.) uit 2012 wordt tastbaar hoe hij zich zo in een hoek van de kamer schildert. Trammelant met de autoriteiten is onvermijdelijk. En die komt er dan ook.

Regisseur Alison Klayman, die Ai Weiwei twee jaar filmde, belicht daarnaast met familieleden, collega’s, activisten en kunstkenners zijn achtergrond, persoonlijk leven, periode in New York en meest spraakmakende projecten, zoals het schilderen van een Coca Cola-logo op een antieke vaas en het voor de camera kapot smijten van een kostbare urn uit de tijd van de Han-dynastie. Kunst waarmee hij ‘the talk of town’ werd, maar zich ook ontwikkelde tot doelwit voor een regime dat van zijn onderdanen weinig strapatsen, en al helemaal geen openlijke tegenspraak, duldt.

‘Hij moet zichzelf echt beschermen, want hij is zo belangrijk’, meent collega-kunstenaar Chen Danqing in deze sprankelende film. ‘Ik weet heel goed hoe het hier gaat. Uiteindelijk proberen ze je te vernietigen. Dan zou hij weg zijn. En dat zou een enorm verlies betekenen.’ De man in kwestie reageert in stijl. ‘Wat kunnen ze me doen?’ tweet Ai Weiwei onverschrokken. ‘Niets anders dan deporteren, kidnappen en gevangenzetten of me gewoon helemaal laten verdwijnen.’

Coronation

Ai Weiwei Films

Als Coronation (113 min.) vorig jaar was uitgebracht, dan hadden we er waarschijnlijk een dystopische thriller van sciencefiction-auteur Philip K. Dick in gezien. Over een volledig gesteriliseerde samenleving met een ziekelijke vorm van smetvrees, waarbij gewone burgers in beschermende kleding en gemondkapt (of toch gemuilkorfd?) door het leven gaan, de straten volledig leeg(geveegd) zijn en artsen en levenloze mensen een verloren gevecht lijken te leveren in een noodhospitaal. Een wereld die natuurlijk ook streng wordt bewaakt. Bij checkpoints staan mannen met een soort thermometerpistool, dat routineus tegen het voorhoofd van voorbijgangers wordt gezet. Bij verhoging volgt verplichte quarantaine.

Nu, na de (eerste) golf van het Coronavirus (ofwel: het nóg meer scifi klinkende COVID-19), weten we wel beter. Zeg overigens niet dat daar niet voor is gewaarschuwd, in een Netflix-serie nota bene. En het begon dus allemaal in China. In een laboratorium, tijdens een mislukt experiment, zal een Dick-adept/complotdenker daar meteen aan toevoegen. Die route slaat de controversiële filmmaker/kunstenaar Ai Weiwei, verbannen uit eigen land, echter niet in. Hij dringt door tot het hart van de eerste brandhaard van het virus, de Chinese miljoenenstad Wuhan, die door de almachtige overheid direct hermetisch is afgesloten. Terwijl collectief het virus in de kiem moest worden gesmoord, kregen gewone Chinezen ziekte, isolatie en de dood te verduren en waren ze genoodzaakt om de bemoeizucht van de overheid over zich heen te laten komen.

Zij voorzagen Weiwei, die zijn ballingschap in Europa doorbrengt, ook van beeldmateriaal. Driehonderd uur maar liefst. Zodat hij inzichtelijk kon maken hoe De Partij ook in tijden van Corona heerst: nieuwe rekruten moeten gewoon de eed afleggen, er wordt een wervend TikTok-dansje geoefend om het wassen van handen te stimuleren en een groep kinderen met mondkapje neemt op commando een overwinningsyell voor China op. Onwerkelijke taferelen. ‘Mensen kunnen bergen verzetten als ze maar samenwerken’, vertolkt een oudere Chinese vrouw nochtans trouw de partijlijn tegenover haar sceptische zoon. ‘Samen kunnen we elk probleem tackelen. Zo gaat het niet in andere landen.’ Onderhuids is er wel degelijk onvrede, potentieel verzet zelfs. Worden (relatief) gezonde patiënten bijvoorbeeld in het ziekenhuis gehouden om de sterftecijfers te drukken?

De totstandkoming van deze menselijke mozaïek van een lockdown, ingekaderd met unheimische synthmuziek en vervreemdende droneshots van de spookstad, is soms ook terug te zien in de film zelf. De personages worden niet of nauwelijks geïntroduceerd en blijven daardoor passanten. Naamloze onderknuppels van het allesomvattende systeem, zo je wilt. Dat geeft deze eerste lange coronadocu een wat fragmentarisch karakter, ook doordat sommige scènes wel heel erg veel ruimte krijgen. Ons Hollywood-brein wacht bovendien op een eenzame held die opstaat en, liefst met een kolossale lasergun, orde op zaken stelt. Of een dwarse arts die alle regels tart en tijdens een genadeloze race tegen de klok alsnog op een vaccin stuit.

Deze dystopie is alleen echt.

Population Boom

VPRO

We zijn inmiddels met bijna acht miljard. Toen de documentaire Population Boom (58 min.) werd uitgebracht in 2013, was net de zeven miljard-barrière geslecht. In 1998 waren er nog ‘slechts’ zes miljard wereldbewoners.

In dit tempo wordt de aarde volgens menigeen volstrekt onleefbaar. Multimiljonairs als Ted Turner en David Rockefeller luiden daarom de noodklok in deze film van Werner Boote: opwarming van de aarde en hongersnood zijn op deze manier onvermijdelijk. Over pandemieën wordt nog met geen woord gerept.

In Georgia bezoekt Boote een monument tegen overbevolking, in 1980 door anonieme donoren geplaatst. In acht talen staat daarop geschreven dat de mensheid koste wat het koste moet worden teruggebracht tot maximaal 500 miljoen zielen. Dat is natuurlijk voer voor complotdenkers. Hoe gaan ‘ze’ dat bewerkstelligen?

De Oostenrijkse filmmaker bezondigt zich niet aan dergelijke samenzweringstheorieën. Hij gaat op diverse plekken in de wereld de dialoog aan over het verminderen van de bevolking (in andere landen, dat wel), de Chinese éénkindpolitiek en wereldwijde toegang tot anticonceptiemiddelen.

Interessante materie, dat zeker. Alleen wel wat praterig uitgewerkt. Population Boom bevat ook zeker interessante gesprekken, waarin de gevaren van overbevolking op sommige terreinen soms ook worden gerelativeerd, maar wordt nooit een sprankelende vertelling waarbij je van de ene in de andere verbazing valt.

Al leveren Boote’s vergeefse pogingen in de slotscène om in Bangladesh, het drukstbevolkte land ter wereld, de bus te nemen wel degelijk bijzondere taferelen op. Zeker als hij daarna ook nog letterlijk op de trein belandt, te midden van een aanzienlijk deel van die snel uitdijende wereldbevolking.

Be Water

Hij moest eerst in Hongkong een superster worden voordat hij een serieuze kans kreeg in Hollywood. Als een Oosterse variant op de actieheld zou Bruce Lee, in 1973 op slechts 32-jarige leeftijd overleden, een absolute legende worden. De grootste material arts-acteur aller tijden, de gedroomde ster van elke kung fu-film.

In Be Water (98 min.) plaatst regisseur Bao Nguyen Lee’s leven en loopbaan nadrukkelijk binnen de historie van Aziaten in de Verenigde Staten, die van oudsher een achtergestelde positie hadden, te maken kregen met allerlei stereotypen (‘stille harde werkers’) en soms openlijk werden gediscrimineerd. Ook hij zou als acteur voortdurend worden getypecast als ‘die Chinees’.

Zolang het tenminste geen hoofdrol was. Toen Bruce Lee het idee voor de serie Kung Fu aandroeg bij Warner Brothers, werd dat enthousiast ontvangen. Voor de hoofdrol werd alleen een Amerikaanse acteur gevraagd. De rol van Chinese monnik zou één van de hoogtepunten uit de carrière van David Carradine worden. En Lee, op wiens lijf de rol letterlijk geschreven was, droop ontgoocheld af.

Totdat hij via een omweg naar Hongkong dus alsnog zijn eerste echte hoofdrol in een grote Hollywood-productie bemachtigde. De première van Enter The Dragon, inmiddels een echte filmklassieker, zou hij echter nooit meemaken. Van een gewone, ambitieuze jongen, geboren in het Chinatown van San Francisco, werd hij postuum alsnog een mythe, de vleesgeworden Fist Of Fury.

Dat tragische verhaal wordt door Nguyen volledig verteld met archiefmateriaal, dat buiten beeld wordt ingekleurd door zijn broer, vrouw, dochter, vrienden, collega’s en kenners. Ondanks het feit dat de hoofdpersoon zelf slechts beperkt aan het woord komt, slaagt de filmmaker er heel behoorlijk in om door te dringen tot de man Bruce Lee, die verscholen zit achter de legende.

The Road To Fame

VPRO

Hele generaties zijn ermee opgegroeid: Fame. Eerst was er de film, toen een serie en tenslotte de musical. Het is de ultieme voorstelling over theatertalent dat klaar staat om het he-le-maal te gaan maken. Beter: vóór theatertalent dat klaar staat om het he-le-maal te gaan maken. Een ideale springplank naar een leven op het podium.

Ditmaal komen de aspirant-beroemdheden uit China. Ze studeren aan de Centrale Theateracademie in Beijing. Daar kom je natuurlijk niet zomaar binnen. Alleen de allerbesten worden toegelaten. En die zijn nu klaar om af te studeren, met de eerste voorstelling die wordt gemaakt in samenwerking met Broadway. The Road To Fame (57 min.) dus, vervat in een vermakelijke film van Hao Wu uit 2013.

Standaardverhaal zou je daarover in eerste instantie zeggen. De één haalt het wel, een ander niet. En tussen (het kleine) begin en (verplicht grootse) eind zit heel wat drama. Het pad dat moet eindigen met een staande ovatie begint alleen wel in een land dat jaren een strikte éénkindpolitiek heeft gevoerd. Met succes, zou je kunnen zeggen. Deze jongvolwassen behoren tot de eerste naoorlogse generatie die in relatieve welvaart is opgegroeid.

Én zonder broertjes of zusjes, dat ook. ‘Ze zijn allemaal enig kind’, constateert hoofd musicalopleiding Liu Hongmei. ‘Ouders en vier grootouders. Zes paar ogen op één enkel kind. Dus ze zijn heel erg verwend.’ Je zou ook kunnen zeggen: zij alleen moeten de onvervulde dromen van hun familie verwerkelijken. Of, bij de minder gefortuneerde gezinnen, zorgen voor een stabiel inkomen. En dat is bepaald geen sinecure in een land dat gebukt gaat onder jeugdwerkeloosheid.

Wie van hen een wereldster wordt? En wie voorbestemd is om zijn levensdagen te slijten als slecht betaalde zanger in het barcircuit? Vooralsnog gaat het om een plek in de zogenaamde A-selectie, met talenten die daadwerkelijk in de voorstelling mogen gaan spelen. De ingevlogen Amerikaanse regisseur is alleen niet enthousiast. ‘Puur verstand, geen gevoel’, constateert hij onderkoeld. Zijn collega beaamt: ‘Ja, dat leren ze hier niet.’

Er is dus daadwerkelijk nog een wereld te winnen voor deze ambitieuze jongelingen, die in deze gelaagde documentaire model staan voor een nieuwe generatie opgroeiende Chinezen.

The Road To Fame is hier te bekijken.

Leftover Women

VPRO

‘Als je niet trouwt, is je geluk geen echt geluk’, krijgt de 34-jarige Chinese advocate Qiu Hua Mei tijdens een familieruzie toegebeten door haar zus. Ze is één van de zogenaamde Leftover Women (83 min.): nog altijd niet getrouwd en vooralsnog ook niet van plan om te huwen en kinderen te krijgen. En dat zint haar familie helemaal niet. Ze liggen er ‘s nachts zelfs wakker van. ’Ik maak me zorgen’, zegt vader. ‘Als mensen naar je vragen, weet ik niet wat ik moet zeggen.’ Moeder vult aan: ‘Het maakt je allemaal niks uit. Je doet gewoon je eigen zin.’

De gemoederen raken behoorlijk verhit. Niet gek: er is in China flinke sociale druk op vrouwen om jong te trouwen. Ook vanuit de overheid. Als gevolg van de eenkindpolitiek heeft het land een enorm overschot aan mannen. En dus proberen ze jonge, vrijgevochten vrouwen zoals Hua Mei en de twee andere hoofdpersonen van deze fijne observerende film, de 28-jarige radiopresentatrice Xu Min en hoogleraar Gai Qi, met alle mogelijke middelen aan de man, liefst met een goede baan en eigen huis, te helpen of houden.

Huwelijksmarkten voor ouders, erg directieve relatiebemiddelaars en blind date-evenementen van de overheid, geen middel wordt onbenut gelaten om de onwillige dames in het traditionele keurslijf te proppen. De filmmakers Shosh Shlam en Hilla Medalia slaan de ongemakkelijke, grappige en soms ronduit pijnlijke taferelen van heel dichtbij gade en vangen tevens geladen gesprekjes van hun drie protagonisten met familie, vriendinnen én dates.

Via hen belichten Shlam en Medalia de benarde positie van moderne Chinese vrouwen, die gewoon door te zijn wie ze zijn (geworden), ongewild voor de troepen uit lopen en zichzelf steeds opnieuw te weer moeten stellen tegen wie ze eigenlijk hádden moeten zijn. Totdat het een kwestie wordt van buigen, barsten of…

Leftover Women is hier te bekijken.

Buddha In Africa

NCRV / BOS

In het hart van Afrika krijgen kinderen een Chinese naam. Ze leren Mandarijn, eten (vegetarisch) met stokjes en krijgen onderricht in kung fu. Het weeshuis ACC in Malawi wordt gerund door de Boeddhistische oprichter Hui Li en een groep Chinese leerkrachten, die de Afrikaanse kinderen met tucht en discipline opvoeden.

De ultieme beloning is de mogelijkheid om door te studeren in China. Het vijftienjarige kung fu-talent Enock Bello (Chinese naam: Alu) krijgt die kans, maar erg veel zin heeft hij er eigenlijk niet in. Net als veel andere kinderen zou ‘Alu’ zich het liefst bevrijden van het Chinese juk. Maar wat is zijn alternatief? De jongen redt zich inmiddels beter in het Mandarijn dan in zijn eigen taal.

Met Buddha In Africa (93 min.) laat regisseur Nicole Schafer zien hoe de geschiedenis in Afrika zich blijft herhalen; waar zomaar een christelijke missieschooltje had kunnen staan, heeft zich nu een Chinees internaat op Boeddhistische grondslag gevestigd. De activiteiten van de verantwoordelijke liefdadigheidsinstelling zijn tevens een treffend voorbeeld van hoe China, dat jarenlang met zijn rug naar de rest van de wereld stond, zich nu actief bemoeit met het dagelijks leven op een ander continent.

De bevoogding van Afrikaanse jongeren zoals Enock begint gaandeweg steeds nadrukkelijker te schuren in deze observerende film. Ze raken vervreemd van hun directe omgeving, ten faveure van een cultuur waarvan ze ook nooit volwaardig deel kunnen uitmaken. Zo blijkt dat de weg naar de hel, zelfs als je persoonlijke verlichting nastreeft, toch geplaveid kan zijn met goede bedoelingen.

One Child Nation

onechildnation.com

We deden gewoon wat er van ons werd verwacht. Het is een verklaring die, in wisselende bewoordingen, steeds weer wordt uitgesproken door gewone Chinezen, die de officiële eenkindpolitiek van het land ten uitvoer brachten. Elk Chinees gezin mocht maar één kind krijgen, liefst een jongetje. 338 Miljoen geboorten werden zo sinds begin jaren zeventig voorkomen, volgens een propagandafilmpje van de Chinese overheid.

Het was een oorlog tegen overbevolking, stelt Nanfu Wang in One Child Nation (89 min.), die uitmondde in een onvervalste oorlog tegen het volk. De inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige filmmaakster keert in deze egodocumentaire, die ze maakte samen met Jialing Zhang, terug naar China om de gevolgen van de omstreden politiek in haar eigen geboortedorp op te tekenen.

Behalve verdriet en wroeging vindt Nanfu daar ook nog altijd trots, op de manier waarop het landelijke beleid lokaal werd uitgevoerd. ‘Het nationale belang kwam voor mijn persoonlijke gevoelens’, zegt Shuqin Jiang bijvoorbeeld, die als plaatselijke functionaris familieplanning gedwongen sterilisaties en (extreem late) abortussen liet uitvoeren. ‘Het was alsof we moesten vechten in een oorlog. De dood is daarbij onvermijdelijk.’

Hoe dieper Nanfu Wang in de eenkindpolitiek duikt, hoe schrijnender de verhalen worden die ze vindt. Over meisjes als tweederangs kinderen of erger, veel erger. En daarmee verbonden corruptie, foute adopties en grootschalige (overheids)criminaliteit. Stuk voor stuk terug te herleiden naar een onmenselijk systeem, dat van gewone mensen slachtoffers, bureaucraten, verweesden, nabestaanden of doodgewone misdadigers heeft gemaakt. En een erg indringende film heeft opgeleverd.

Sea Of Shadows

Wie is de El Chapo van de totoaba? vraagt de Mexicaanse televisiejournalist Carlos Loret de Mora zich met gevoel voor drama af. De totoaba, een vissoort die razend populair is in China en daar helende krachten wordt toegedicht, wordt ook wel ‘de cocaïne van de zee’ genoemd en is ten prooi gevallen aan Chinese smokkelaars en Mexicaanse drugskartels.

De netten die plaatselijke vissers in de zee van Cortez droppen om totoaba te vangen hebben bovendien een treurige bijvangst: dode vaquitas. Van deze Californische bruinvissen schijnen er nog maar zo’n dertig in ’s werelds wateren te leven. In Sea Of Shadows (103 min.) volgt regisseur Richard Ladkani een boot met vrijwilligers van Sea Shepherd die netten uit de zee verwijderen en de confrontatie aangaan met hun gewapende vijand.

Tegelijkertijd spannen ze zich in om zelf vaquitas te vangen, zodat die in een beschermde omgeving kunnen voortleven. Als ze daadwerkelijk zo’n zeldzaam (ontwapenend) schepsel onderscheppen, blijkt het echter nog bepaald geen sinecure om het dier in leven te houden. Dit resulteert in één van de aangrijpendste scènes van deze activistische film, een moderne variant op de Oscar-winnende documentaire The Cove uit 2009.

Net als die film over de Japanse jacht op dolfijnen wil de spannende actiedocu Sea Of Shadows, waarvan de afkorting niet voor niets S.O.S. is, behalve entertainen ook duidelijk een boodschap kwijt: de handel in exquise vis vertoont alle tekenen van georganiseerde misdaad, met de gewelddadige Mexicaan Oscar Parra als sinistere kartelleider, en moet dus heel dringend een halt worden toegeroepen. Uitroepteken.

American Factory

Netflix

In de donkere dagen van de economische crisis van 2008 besluit General Motors zijn fabriek in Dayton te sluiten. Zo’n 10.000 mensen in Ohio raken hun baan kwijt. Twee jaar later beginnen Chinese bedrijven te investeren in de regio. In de oude GM-fabriek wordt een Amerikaanse vestiging van Fuyao Glass geopend, waar een combinatie van oud-autowerkers en ingevlogen Chinezen aan de slag gaat. De cultuurshock, die in American Factory (110 min.) door Steven Bognar en Julia Reichert (in opdracht van het productiebedrijf van Barack en Michelle Obama) treffend en genuanceerd is gedocumenteerd, laat zich voorspellen.

De nieuwe kansen voor Amerikaanse arbeiders, die enkele jaren eerder keihard zijn geraakt door de crisis, gaan bijvoorbeeld ook gepaard met aanmerkelijk lagere lonen. En op medewerkers die daar iets tegen willen doen en zich aansluiten bij een vakbond zit het nieuwe management bepaald niet te wachten. ‘Een vakbond beïnvloedt efficiëntie en schaadt ons bedrijf’, aldus Fuyaos gestaalde CEO Cao Dewang. ‘Dan lijden we verliezen. Als er een vakbond komt, dan sluit ik de fabriek.’ Amerikaanse werknemers zijn voor zijn begrip sowieso al niet productief. En dan hebben ze ook nog veel te veel zelfvertrouwen, constateert Dewangs Chinese directeur van de Amerikaanse vestiging. Je moet ze paaien. ‘Ezels worden graag geaaid met de haarrichting mee’, zegt hij. ‘Anders schoppen ze.’

Tijdens een werkbezoek in China zien de Amerikanen met eigen ogen hoe hun dociele Chinese collega’s op welhaast militaire wijze worden gedrild. Vrije dagen en vakantie hebben ze vrijwel niet. En van Arbo-wetgeving heeft nog nooit iemand gehoord. Het helpt dat de Fuyao-vakbond ook niet echt een gevaar vormt. De voorzitter is tevens secretaris van de Communistische Partij en, oh ja, een zwager van de directeur van de fabriek. De Amerikanen kijken hun ogen uit, zeker tijdens de speciale Fuyao-show op oudejaarsavond, waarin bedrijf en management zowat heilig worden verklaard. Het is een prachtige scène, waarbij de Amerikaanse werkemannen zich eerst verbazen, daarna enthousiast worden en uiteindelijk ontroerd raken. En aan het eind mogen ze zelf het podium op voor een kolderieke versie van de Village People-hit YMCA.

Bognar en Reichert hebben jaren de tijd genomen om alle verwikkelingen bij Fuyao te registreren. Die ausdauer betaalt zich uit: het proces van aantrekken en afstoten is minutieus vastgelegd, met oog voor het menselijke verhaal en gevoel voor humor. Ook de toegang tot zowel de nieuwe directie als Chinese en (ontevreden) Amerikaanse medewerkers, is opmerkelijk. De filmmakers hebben blijkbaar behoorlijk vrij hun gang kunnen gaan. Zo hebben ze mooi wederzijdse vooroordelen, ook op managementniveau, kunnen vangen. Want hoeveel goede wil alle betrokkenen ook ten toon spreiden, samenwerken blijft geven en nemen – of, zoals sommige betrokkenen dat ervaren: je eigen idealen prijsgeven.

Het is onvermijdelijk dat het bedrijf en een deel van de arbeiders uiteindelijk tegenover elkaar komen te staan. Die confrontatie wordt in het boeiende American Factory van binnenuit weergegeven, zonder dat de makers al te duidelijk een kant of standpunt kiezen. Ontwikkelingen binnen de wereldeconomie worden zo teruggebracht naar de werkvloer, waar gewone mensen in hun inkomen proberen te voorzien.

Tiananmen: The People Versus The Party

PBS

Het is een tafereel dat op het netvlies van een complete generatie staat gebrand: een Chinese man stelt zich op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing te weer tegenover een rij oprukkende legertanks en dreigt erdoor verpletterd te worden. In één enkel beeld is vervat hoe het communistische regime in 1989 de roep om democratisering, ‘dialoog’, van de Chinese studentenbeweging met bruut geweld de nek omdraaide.

Dertig jaar later is nog altijd onbekend wie deze ‘Tank Man’ was, die het symbool werd van een uiteindelijk vruchteloze campagne om van China een normaal functionerende democratie te maken. In de journalistieke documentaire Tiananmen: The People Versus The Party (111 min,) reconstrueert Ian MacMillan met toenmalige studentenleiders, ooggetuigen, mensenrechtenactivisten en sinologen gedetailleerd de redenen voor, aanloop naar en achtergronden van de confrontatie tussen het communistische regime en de nieuwe generatie Chinezen die westerse waarden nastreefde.

Als alwetende verteller vertolkt Corey Johnson daarbij een prominente rol. Zijn voice-over fungeert als verbindende factor die van alle ervaringen en meningen en het overvloedige archiefmateriaal een coherent verhaal maakt, dat onvermijdelijk afstevent op een dramatische (anti)climax. Waarbij de studenten die zijn opgestaan voor hun idealen voor de elementaire keuze worden gesteld of ze moeten blijven staan of toch beter kunnen buigen voor het overmatige geweld van de machthebbers. De cruciale vraag in dit soort situaties: do or die?

Het Plein van de Hemelse Vrede verandert in het strijdtoneel voor een Hels gevecht, dat drie decennia later nog altijd na-ijlt. Ook al heeft de revolte ogenschijnlijk weinig concreets opgeleverd, zo toont deze interessante en uitstekend gedocumenteerde, maar ook wat schoolse geschiedenisles eens te meer aan. Aan de vooravond van de dertigste ‘verjaardag’ van Tiananmen hebben de Chinese autoriteiten onlangs activisten en familieleden van slachtoffers gearresteerd, onder huisarrest geplaatst of naar andere plaatsen overgebracht. Voor het geval iemand zich nog vreemde ideeën in het hoofd wilde halen…

All In My Family

Netflix

‘Ik ben er keihard op tegen dat mensen zoals jij kinderen krijgen’, zegt mama Zhang zonder te verblikken of verblozen tegen haar zoon Hao. ‘Als je een normaal gezin had zoals je zus, zou ik er niet op tegen zijn.’ De Chinese vrouw is op bezoek bij haar kind en diens vriend Eric in New York en heeft bij aankomst ook al het hele huis gepoetst (dat speciaal voor haar komst al extra goed onder handen was genomen door Eric).

Papa drukt zich al even subtiel uit. Toen hij ontdekte dat zijn zoon homoseksueel was, gaf het al zijn dromen ‘een vernietigende klap’. Hao Wu is China niet voor niets op zijn twintigste ontvlucht. Behalve zijn voortdurend op elkaar vittende ouders, een begripvolle zus en die ene invoelende tante weet thuis niemand van zijn ‘situatie’. Daar zit hij gewoon nog/weer in de kast. Maar hoe moet het verder nu er kinderen, twee maar liefst, op komst zijn? En wat vinden ze thuis eigenlijk van het fenomeen draagmoeders?

In de korte egodocu All In My Family (40 min.) moet Hao niet alleen de confrontatie aangaan met zijn kibbelende ouders. Hij krijgt met de complete familie van doen. En die is te kenschetsen als driftig, bot en luidruchtig. Dat levert diverse ongemakkelijke scènes op, waarbij de filmmaker steeds voor de keuze staat of hij voor de camera (waarom eigenlijk?) met de billen bloot wil gaan of verder zijn leugen leeft. Want wil je als enige kleinzoon écht je inmiddels dik negentigjarige opa, die steeds roept dat je maar eens met een meisje thuis moet komen, nog een keer grondig tegen de haren instrijken?

Trapped In The City Of A Thousand Mountains

Human

‘China is niet vrij’, roept een groepje opgeschoten jongeren stoer naar de camera. ‘Maar hiphop kan dat veranderen.’ Heel even denk je dat ze het zelf geloven. Als de Chinese rappers in de korte documentaire Trapped In The City Of A Thousand Mountains (23 min.) wat serieuzer worden bevraagd, schetsen ze echter een subtieler beeld: ’In China weet je nooit precies wat er verboden is. Dat is een hele slimme tactiek; het maakt iedereen nog voorzichtiger.’

De onlangs aangescherpte regels van de Chinese autoriteiten, die netjes in openbare gelegenheden worden omgeroepen, laten aan duidelijkheid evenwel niets te wensen over. Als je je hebt afgekeerd van de partij mag je niet meer in het openbaar spreken, klinkt het dreigend. Net als figuren met een dubieuze reputatie. Smakeloze of vulgaire optreden mogen ook niet meer. Improvisatie is niet toegestaan. En de subcultuur van hiphop en tatoeages wordt op geen enkele manier meer gepromoot.

Zo probeert de overheid een ontluikende jeugdcultuur de kop in te drukken. Met die Chinese hiphop moest het maar eens afgelopen zijn, hebben de partijbonzen binnenskamers, ongetwijfeld opvallend eensgezind, besloten. De betrokken jongeren, met inderdaad kekke tattoos, proberen intussen hun weg te vinden binnen het labyrint van do’s en don’t dat rondom hen wordt opgetrokken. Ze laten zich vooralsnog in elk geval niet de mond snoeren.

David Verbeek volgt hen in nachtelijk Chongqing dat in deze gestileerde film, die is genomineerd voor de IDFA Award voor beste korte documentaire, oogt als een futuristische metropool. Het zinnenprikkelende geluidsdecor dat de regisseur daaraan toevoegt versterkt de vervreemdende kijkervaring nog eens. Chongqing, gelegen aan de rivier de Yangtze, wordt een overweldigende stad, waarin staatstoezicht aan de orde van de dag is. Het ideale toneel voor een vitale muziekscene, die zich vanuit de underground naar boven probeert te worstelen.

Waiting For The Sun


‘Ik ben geen goed mens’, zegt een Chinese man huilend tegen zijn drie tienerkinderen, nadat hij ze tips heeft gegeven voor de rest van hun leven. ‘Geen goede vader, geen goede burger.’ Hij verschanst zich beschaamd in zijn jas. ‘Dat ben je wel’, probeert één van zijn dochters nog, maar de zaak lijkt reddeloos verloren. Papa gaat naar de gevangenis en krijgt waarschijnlijk ook de doodstraf. Zijn kinderen vertrekken naar Sun Village in Beijing.

Dat is het hartverscheurende startpunt van Waiting For The Sun (55 min.), een documentaire van de Deense regisseur Kaspar Astrup Schröder over het weeshuis van juf Zhang, een oudere vrouw die ooit gevangenbewaarder was. Liefdevol vangt ze kinderen op van ouders, die in de gevangenis zijn beland. Kinderen die anders volledig aan hun lot zouden worden overgelaten en gestigmatiseerd.

Neem die ontwapenende drieling van nog maar acht. Moeder zit vast omdat ze hun gewelddadige vader heeft gedood. In de fleurige paviljoens van oma Zhang en haar trouwe steun en toeverlaat huismeester Su, een voormalige militair, hebben ze een nieuw thuis gevonden, waar ruimte is voor hun gevoelens, niet vreemd wordt opgekeken als ze worstelen met zichzelf of elkaar en ook hun veroordeelde mama welkom is.

‘Was ik maar een wees’, sombert één van de Sun Village-kinderen. ‘Wezen zijn beter af. Die hebben geen ouders. Die hebben geen vreselijke herinneringen.’ De tragiek van willekeurige kinderen die worden opgezadeld met de dramatische keuzes van volwassenen, verbeeld met brieven en tekeningen voor hun ouders, maakt van het kalme en verzorgde Waiting For The Sun een aangrijpende film.

De Keuze Van Mijn Vader


Als dit stuk door Gordon zou zijn geschreven, volgden er nu eerst grappen over nummertje 39, sambal bij en witte lijst voordat de film zelf zou worden besproken (waarna het al snel weer over Gordon zou gaan). Die zal ik eenieder besparen. Deze documentaire is ook geen poging om het leven achter het doorgeefluikje van een Chinees restaurant in beeld te brengen. Die film, die ik zelf overigens nog niet heb gezien, maakte Yan Ting Yuen al in 2001. Ze won er zelfs bijna een Gouden Kalf mee.

In de egodocu De Keuze Van Mijn Vader (54 min.) traceert Yuen het leven van haar ouders vóórdat ze vanuit China via Hongkong naar Nederland, Maastricht om precies te zijn, vertrokken om daar een restaurant te beginnen. Zelf werd ze in 1967 geboren in Hongkong, de voormalige Britse kolonie waar haar vader en moeder tegenwoordig weer wonen. Want Nederland werd nooit hun definitieve thuis.

Hun ‘Hollandse’ dochter vraagt zich intussen af waarom ze überhaupt ooit hiernaartoe zijn gekomen. Was het de dreiging van Mao’s culturele revolutie? Niet echt, als we haar vader Chak Man Yuen mogen geloven. Maar welke zwaarwegende redenen er dan wel ten grondslag lagen aan het besluit dat het lot van het gehele gezin veranderde wordt in deze film, die zich langzaam ontvouwt en waarbij emoties vaak onder de waterlijn blijven, ook niet helemaal duidelijk.

De maakster, die in de ogen van haar Chinese familie wel aanzien maar geen rooie rotcent verdient met haar creatieve werk, krijgt er maar geen vat op. ‘Mijn westerse blik brengt me nergens in hun wereld’, verzucht Yan Ting Yuen op driekwart van de film, als haar ernstig zieke vader haar stilaan definitief begint te ontglippen. Tot het bittere einde blijft hij de gesloten, plichtsgetrouwe man die hij altijd al was.

In die zin blijft hij dus ook voldoen aan het clichébeeld dat de Gordons van deze wereld hebben van Chinezen; ze leveren in stilte hun noeste arbeid, maar laten zich nooit in hun ziel kijken. Yan Tings neef Kueng, die het familierestaurant mocht overnemen en Chakt Man Yuen als zijn eigen vader beschouwt, verwoordt ‘t treffend  in een opvallend emotioneel interview: ‘Ik hou heel erg veel van hem, maar dat zou ik hem nooit ronduit zeggen.’ En zo houden ze elkaar in deze film, liefdevol, gevangen.