Ningdu

Periscoop Film

In The Missing Picture (2013) brengt de Cambodjaanse filmmaker Rithy Panh een historisch verhaal waarvan nauwelijks beelden bestaan opnieuw tot leven. Aan de hand van zijn eigen familiegeschiedenis reconstrueert hij met kleipoppetjes het gruwelregime van De Rode Khmer, dat in de tweede helft van de jaren zeventig twee miljoen mensen van huis en haard verdreef en uitgestrekte ‘killing fields’ achterliet.

Ningdu (104 min.), de debuutfilm van de Chinese animator Lei Lei, is een soortgelijke tour de force, waarin met behulp van kleurrijke stop-motion, popart en animatie, gecombineerd met zwart-wit foto’s en archiefbeelden, een persoonlijke geschiedenis over het voetlicht wordt gebracht en zo het grotere verhaal wordt verteld van een vernietigend maatschappijmodel, dat eveneens onnoemelijk veel mensen het leven onmogelijk heeft gemaakt – of heeft gekost. Plaats van handeling is China in de jaren vijftig en zestig. Gevangen tussen De Grote Sprong Voorwaarts, die van het agrarische land een moderne industriële natie moet maken, en de navolgende Culturele Revolutie, die ‘communistische puurheid’ als uitgangspunt heeft.

Lei Lei spreekt in deze collageachtige film met zijn vader Lei Jiaqi. Ook diens vader Lei Ting, de opa van de filmmaker, komt aan het woord. Hun herinneringen worden door hem als nakomeling, bijzonder inventief en gebruikmakend van surrealistische taferelen, aangekleed en op smaak en tempo gebracht met een experimentele jazzsoundtrack. De vertellers zelf blijven buiten beeld en schetsen vanuit die positie de achterkant van de grote geschiedenis. Levendig verhalen ze bijvoorbeeld over hoe Lei Ting in de jaren vijftig van huis wordt gestuurd om een radertje te worden in China’s massaproductiemachine. Als thuis zijn vrouw overlijdt, worden zijn kinderen naar een weeshuis gestuurd.

Wanneer de man enige tijd later hertrouwt en het gezin dus kan worden herenigd, verkondigt de Chinese leider Mao in 1966 zijn Culturele Revolutie en wordt Lei Ting publiekelijk te kijk gezet als een lid van de bourgeoisie – compleet met pak, stropdas en dikke sigaar – en vervolgens als klassenvijand naar een heropvoedingskamp gestuurd. Het is een tragische geschiedenis die nog altijd doorweegt in het heden, maar desondanks met een zekere nuchterheid uit de doeken wordt gedaan. De betrokken familieleden weten simpelweg niet beter en zijn elkaar, ondanks alle ontberingen, altijd vast blijven houden. Deze film is hun getuigenis, in beelden vervat door de getalenteerde kleinzoon.

The Mountain Path

One Mind Productions

Ze vormen een perfecte stip aan de horizon voor alles en iedereen die aan de hectiek van de westerse wereld wil ontsnappen. In het Chinese Zhongnan-gebergte leeft een handvol boeddhistische monniken. Deze eenzaten leiden een zeer eenvoudig kluizenaarsbestaan, zonder enige vorm van luxe en (vrijwel) alleen. Ze proberen volledig zen te worden – of lijken het simpelweg al te zijn.

De overtuigde asceten oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de Amerikaanse filmmaker Edward A. Burger. Een kleine twintig jaar geleden trok hij op z’n 23e naar China om de taal te leren, zo’n oude kluizenaar in de bergen te vinden en zen van hem te leren. Toen stuitte hij op zijn eigen leermeester Shifu, die hem heeft geholpen om zichzelf te vinden.

The Mountain Path (91 min.) is de weerslag van Burgers spirituele zoektocht. Hij bezoekt diverse boeddhistische kluizenaars, voor wie innerlijke rust en afstand nemen van het wereldse het summum van leven lijkt te zijn. ‘Een kloosterling leeft van de bedelnap’, zegt één van de beoefenaars bijvoorbeeld. ‘Ze zien de dingen anders. Ze zijn deze wereld vol obsessies ontstegen. Dus verlaten ze het wereldse leven.’

‘Als je maar meegaat in de chaos en nooit eens wat beter kijkt, dan zit je erin gevangen’, stelt een ander. ‘Dan helpt het niet om te lijden en ook niet om te genieten. Je moet de illusie doorzien. Alleen als je loslaat, bereik je bevrijding.’ Het is een levensfilosofie – weg van alles en iedereen, terug naar jezelf – die door Burger, en de meeste andere makers van spirituele films, verder niet kritisch wordt bevraagd.

Hij kiest eerder de rol van gewillige leerling, die zich steeds laaft aan een nieuwe Meester en alle opgediepte kennis – ergens tussen diepere wijsheden, eikenhouten spreekwoorden en complete wartaal – gretig in zich opzuigt. Zo wordt de leefwijze van de kluizenaars, die natuurlijk wel z’n eigen uitdagingen met zich meebrengt en dus niet voor alles en iedereen is weggelegd, stiekem behoorlijk geïdealiseerd.

The Mountain Path fungeert daardoor eerder als spiegel voor ons, de westerlingen die zich hebben overgeleverd aan alle grillen van de moderne tijd, dan voor hen die zich van diezelfde wereld hebben afgezonderd en liever naar zichzelf dan naar een ander zoeken.

Please Vote For Me

‘Wat betekent dat eigenlijk, democratie?’ vraagt Cheng Cheng. ‘Het betekent dat mensen de baas zijn over zichzelf’, antwoordt zijn stiefvader. Het achtjarige jongetje is één van de drie kinderen die zich kandidaat hebben gesteld om klassenvertegenwoordiger te worden. Hij zal het moeten opnemen tegen zijn klasgenootjes Luo Lei, het kind van twee politieagenten dat de functie nu twee jaar bekleedt, en Xu Xiaofei, de frêle dochter van een alleenstaande schoolmedewerkster.

Please Vote For Me (55 min.), dat wordt het motto voor de komende weken op de Evergreen-basisschool in de Chinese stad Wuhan. In een land waar nauwelijks ervaring is met democratie. De verkiezing is onderdeel van een experiment: hoe gedragen de kandidaten, hun vaders en moeders en de andere kinderen in de klas zich als ze het zelf voor het zeggen krijgen? Regisseur Weijun Chen legt de gebeurtenissen sec vast in deze authentieke campagnedocu uit 2007.

Geen enkele politieke truc blijft onbenut: van het zwartmaken van tegenstanders en beloven van gouden bergen tot het ronselen van stemmen en spelen van handjeklap. Ook de ouders laten zich bepaald niet onbetuigd en adviseren hun kroost om de concurrentie van onder uit de zak te geven. Als Luo Lei zijn opponent Cheng Cheng tijdens een debat bijvoorbeeld meermaals uitmaakt voor leugenaar, steekt zijn vader vanuit de coulissen goedkeurend zijn duim op.

Het is niet moeilijk om in de strijd tussen de kinderen, waarbij de emoties soms hoog oplopen, parallellen te ontdekken met het politieke discours in Nederland, waarbij slecht gedrag net zo vaak wordt beloond als afgestraft. In die zin is deze Lord Of The Flies-achtige film ook een ontluisterende ervaring: plaats willekeurige kinderen tegenover elkaar in een wedkamp en ze komen letterlijk tegenover elkaar te staan, met aan beide zijden devote medestanders.

Waarbij niemand nog een goed woord over heeft voor de ander – en elke vorm van sociale cohesie dreigt te verdwijnen.

Meltdown: Three Mile Island

Netflix

De speelfilm The China Syndrome, waarin Jane Fonda en Michael Douglas als respectievelijk verslaggever en cameraman misstanden op het spoor komen bij een Amerikaanse kerncentrale, is twaalf dagen eerder in première gegaan. En nu lijkt de werkelijkheid Hollywood zowaar in te halen: bij Three Mile Island ontstaat in maart 1979 een ernstig probleem. Tsjernobyl, de grootste nucleaire ramp uit de wereldgeschiedenis, ligt nog zeven jaar in de toekomst verscholen – en daarna zal het nog eens 25 jaar duren voordat de aarde wordt opgeschrikt door Fukushima.

Het ongeluk in Middletown, Pennsylvania, waardoor iedereen die niet ziende blind wilde zijn wel overtuigd moest raken van de risico’s aan kernenergie, is daardoor enigszins in de vergetelheid geraakt. In de vierdelige serie Meltdown: Three Mile Island (176 min.) reconstrueert Kief Davidson met direct betrokkenen, ooggetuigen, omwonenden, journalisten en deskundigen het ernstigste nucleaire ongeval op Amerikaans grondgebied. Als het allereerste gevaar lijkt te zijn afgewend, volgen de zorgen over de volksgezondheid en dreigt er zich nóg een ramp te voltrekken.

Davidson wil van die ontwikkelingen vooral een spannend heldenverhaal maken, niet zozeer een serieuze verhandeling over de gevaren van kernenergie. De gebruikelijke respons op een ongeval – paniek, ontkenning, zorg – maakt gaandeweg plaats voor thrillerachtige elementen: kwade opzet, intimidatie en samenzwering. Daarbij wordt ook al snel het verband gelegd met een andere Hollywood-hit: Silkwood, een waargebeurd verhaal waarin Meryl Streep een klokkenluider in een Amerikaanse plutoniumfabriek vertolkt, die uiteindelijk zal omkomen bij een mysterieus auto-ongeluk.

De Karen Silkwood van Meltdown luistert naar de naam Rick Parks. Als medewerker luidt hij de noodklok over de kerncentrale. ‘Alleen met een camera op hun beide mondhoeken’, zegt hij met gevoel voor drama over de bedrijfsleiding, ‘zou je kunnen ontdekken uit welke ze logen.’ Waarna hij, om zijn woorden nog eens kracht bij te zetten, even met priemende ogen richting de camera kijkt. Punt. Parks’ ‘tone of voice’ sluit naadloos aan bij de met acteurs nagespeelde scènes die Meltdown soms eerder het karakter van een Hollywoodthriller geven dan van een historische reconstructie.

De drang om een bingehit te scoren, waarbij de behoefte om te amuseren de noodzaak om te informeren regelmatig overvleugelt, ondermijnt zo nu en dan de authenticiteit van deze miniserie, die een nog altijd relevant maatschappelijk thema behandelt.

Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times

Tribeca Film

Zo zie je ze zelden: (morele) leiders die in het openbaar knuffelen, flauwe grapjes maken en gieren van het lachen. Tussen de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu (1931-2021), één van de meest prominente opponenten van het Apartheidsregime, en de Dalai Lama (1935-), de verbannen (spiritueel) leider van Tibet, was er duidelijk chemie. Als de twee ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede samen waren, gedroegen ze zich volgens Tutu’s dochter Mpho Tutu van Firth als achtjarige kwajongens.

Hoewel er enorme verschillen waren tussen de twee mannen – christen-boeddhist, arm geboren-lid van een prominente familie – was er vanaf hun kennismaking in 1990 een klik tussen de twee iconen. Ze werden vrienden – als dat kan met iemand die je maar een handvol keren in levende lijve hebt ontmoet. In de lente van 2015 namen de twee vijf dagen de tijd voor een ontmoeting in het Indiase domicilie van de Dalai Lama in Dharamsala, die in z’n geheel werd gefilmd. Hun vertrouwelingen Doug Abrams en Thupten Jimpa Langri fungeerden daarbij als moderator.

Het thema? Vreugde in tijden van tegenspoed. Want daarmee hadden ze allebei ervaring genoeg. En ze schreven er samen ook al een boek over: Het Boek Van Vreugde. De documentaire Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times (88 min.) van Louie Psihoyos en Peggy Callahan wordt dan ook een onverhuld pleidooi voor positiviteit, voor het vinden van het licht in de duisternis. Omdenken, zo je wilt. Een treffend voorbeeld daarvan is de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie- en Verzoeningscommissie. Na het einde van het Apartheidsregime volgde, mede op initiatief van aartsbisschop Tutu, geen Neurenberg-achtig tribunaal, maar een poging tot boetedoening en vergeving.

De levensverhalen van ‘Arch’ en ‘Zijne Heiligheid’ zijn in deze documentaire voor een deel geanimeerd. En hun levensfilosofie wordt ondersteund door enkele wetenschappers, die het belang van positiviteit voor de (geestelijke) gezondheid hebben aangetoond. Vanzelfsprekend is Mission Joy een film geworden, waarin werkelijk geen onvertogen woord valt. Menigeen zal daarvan houden – al moet je er ook wel weer tegen kunnen.

Eternal Spring

Lofty Sky

Het is een bijzonder stoutmoedige actie: op 5 maart 2002 wordt de Chinese staatstelevisiezender in Changchun overgenomen door een select groepje activisten. In plaats van de officiële programmering vertonen ze uitzendingen over de boeddhistische filosofie van de Falun Gong-beweging. Daarmee steken de hackers een niet te negeren middelvinger op naar de almachtige Communistische Partij, die de spirituele beweging in 1999 heeft verboden en aanhangers sindsdien het leven onmogelijk probeert te maken.

‘In China zouden ze duizend mensen doden om er eentje te pakken te krijgen’, stelt Daxiong. Hij probeert de herinneringen van participanten aan de voorbereidingen, de hackactie zelf en de nasleep daarvan te vangen in een storyboard, dat als basis dient voor een geanimeerde versie van de gebeurtenissen. Daxiong heeft overigens ambivalente gevoelens over de actie. Hij nam er zelf niet aan deel, maar voelde zich als aanhanger van Falun Gong naderhand wel genoodzaakt om het land te verlaten. Hebben de actievoerders het regime nodeloos geprovoceerd?

In Eternal Spring (85 min.) volgt Jason Loftus de pogingen van de Chinese animator, inmiddels woonachtig in Canada, om met direct betrokkenen terug te keren in de tijd en de gebeurtenissen zo nauwkeurig mogelijk te reconstrueren. Die verhaallijn wordt doorsneden met het resultaat van zijn inspanningen: fraaie en indringende geanimeerde scènes. Deze krachtige documentaire heeft daarmee een vergelijkbare opzet als Flee, de Deense film die onlangs werd genomineerd voor drie Oscars (en toch met lege handen achterbleef) en doet daar ook weinig voor onder.

Via de hackersactie, die volgt op en wordt gevolgd door vervolging van alles wat met Falun Gong heeft te maken, schetst Loftus in het knap gemaakte Eternal Spring een beklemmend beeld van het leven in een repressieve samenleving, waar de staat opereert als rücksichtslose gedachtenpolitie. De slotsom van 5 maart 2022 is ronduit schokkend: enkele betrokkenen ontvluchtten het land, anderen belandden jarenlang in de gevangenis en een enkeling moest er zelfs met z’n leven voor betalen. En dat alles voor enkele onwelgevallige televisieminuten.

Kampen Om Grønland

Het is een universeel dilemma dat in diverse uithoeken van de wereld opspeelt: een volk, provincie of land wil niet langer onderdeel uitmaken van het grotere geheel waartoe het behoort. Beter: een déél van dit volk, die provincie of dat land wil niet langer deel uitmaken van het geheel. De rest juist wel. Uitroepteken. Zo is een patstelling ontstaan die bij het minste of geringste kan uitmonden in een echt conflict.

Sinds 1721 maakt Groenland, samen met de Faeroër-eilanden, als zelfstandig gebied deel uit van het koninkrijk Denemarken. Meer dan de helft van de 56.000 inwoners van het in Noord-Amerika gelegen eiland wil echter onafhankelijk worden. Maar kan Groenland financieel wel echt op eigen benen staan en is Denemarken bovendien bereid en/of in staat om afstand te doen van het uitgestrekte arctische gebied?

In Kampen Om Grønland (Engelse titel: The Fight For Greenland, 96 min.) toont Kenneth Sorrento hoe een nieuwe generatie Groenlanders zich verhoudt tot deze vragen. De aspirant-politicus Kaaleeraq M Andersen bepleit bijvoorbeeld vrijmaking van Denemarken. Zijn missie heeft een wrange persoonlijke dimensie. Andersen tobt met zijn gezondheid. Voor een optimale behandeling kan hij alleen in een Deens ziekenhuis terecht.

Tillie Martinussen, een concurrent bij de aanstaande parlementsverkiezingen van de net opgerichte Cooperation Party, is er dan weer van overtuigd dat Groenland nooit zelfstandig kan overleven en in z’n eentje wel eens een speelbal zou kunnen worden van internationale grootmachten met snode plannen, zoals China of de Verenigde Staten. Met die mening maakt ze zich bepaald niet bij elke Groenlander geliefd.

In plaats van al die aandacht voor onafhankelijkheid van Denemarken zou er in de ogen van Martinussen veel meer aandacht moeten zijn voor de ernstige problemen van Groenlandse jongeren. Vrijwel permanent maken drank- en drugsmisbruik, seksueel geweld en zelfdoding nieuwe slachtoffers. Dat is een thema waarop ook de strijdbare rapper Josef Tarrak-Petrussen en zijn verloofde Paninnguaq Heilmann aanslaan.

De deplorabele situatie van nieuwe generaties Groenlanders, een fenomeen dat zich bij vrijwel alle onmachtige volkeren voordoet, is hen een doorn in het oog. Zij zoeken naar redenen om weer trots te kunnen zijn op hun oorsprong. Om dat idee zichtbaar uit te dragen hebben ze allebei traditionele Inuit-gezichtstatoeages laten zetten. En dat gevoel van trots op de eigen cultuur willen ze ook meegeven aan hun pasgeboren kind. 

Stuk voor stuk zijn de jongelingen in deze boeiende film, die zich afspeelt tegen een indrukwekkend decor aan het noordelijke uiteinde van de aarde, bezig met het definiëren en uitdragen van hun eigen identiteit als Groenlanders. Daarbij blijken ze best veel gemeen te hebben, maar zijn er ook nog zoveel verschillen dat het verdomd lastig is om het eens te worden én te blijven.

Ascension

Het lijkt in eerste instantie of de Industriële Revolutie nét heeft plaatsgevonden in China. In kolossale fabrieken verrichten goedkope arbeidskrachten ouderwets lopendebandwerk. Ze controleren eindeloos etiketten van flesjes, fabriceren kunstkerstbomen of leggen aan een naaimachine de laatste hand aan steeds weer hetzelfde kledingstuk. Dit is ‘de Chinese Droom’, die voor buitenstaanders toch eerder op een nachtmerrie lijkt.

Die medewerkers zijn ouderwets op straat geworven door een standwerker, de openingsscène van Ascension (98 min.). Zittend werk. Of juist staand. Met gratis ritje naar de fabriek. Maaltijd erbij. Geen gezondheidscontrole bovendien. Geen tatoeages ook. Of alleen als ze hem niet kunnen zien. Gratis wifi, natuurlijk. In het uurloon zit doorgaans alleen even weinig variatie als in het werk zelf: rond de drie dollar per uur.

Dat werk kan zomaar fascinerend, grappig en ontroerend worden. In een fabriekshal sleutelt een team bijvoorbeeld, met veel zorg en precisie, aan levensechte sekspoppen met over het algemeen opvallend grote borsten. Custom made. Ogen, haar, schaamstreek, elk lichaamsonderdeel krijgt de aandacht die het verdient. En daarna wordt er een verleidelijke foto van gemaakt voor de opdrachtgever.

Gaandeweg slaat deze gestileerde observerende film van Jessica Kingdon zijn vleugels uit naar andere vormen van bedrijvigheid, waarbij de Influencer-revolutie niet aan China blijkt te zijn voorbijgegaan. Tijdens een tweedaagse workshop rond de vraag ‘Waarom zouden klanten van jou kopen?’ worden de deelnemers bijvoorbeeld aangespoord om hun eigen merk te worden. Ze moeten aan het eind hun persoonlijke doelen uitspreken.

‘Na deze workshop heb ik besloten dat ik komend jaar twee miljoen ga verdienen’, zegt de oprichter van de Mister Ox Dating Training Club. Andere deelnemers gaan voor zeker tien miljoen in hun eerste jaar. ‘En honderd miljoen in vijf jaar’, voegt een man, die trots poseert met het getuigschrift van de cursus, er blijmoedig aan toe. Een ander heeft simpelweg besloten dat hij zich he-le-maal kapot gaat werken. Hij oogst zowel applaus als een gulle lach.

Intussen tekent zich in Ascension een authentieke klassenmaatschappij af, met een klassieke winner-takes-all mentaliteit. Te midden van alle werkbijen fladderen ook talloze luxepaardjes door het leven. De Amerikaanse Droom zogezegd, op zijn Chinees. Waarbij kapitalistische uitwassen, massa-entertainment en een dociele attitude – vervat in zinnenprikkelende shots en een sprekende soundtrack – afwisselend voor verbazing, gêne en afkeer zorgen in een prikkelend beeldessay over het hedendaagse China.

In The Same Breath

HBO

Het jaar 2020 – en daarmee ook In The Same Breath (98 min) – begint in China als een musicalversie van het leven. Enorme volksmassa’s luiden op een groot plein het nieuwe jaar in met een zoetgevooisd lied. ‘Mijn moederland en ik zijn niet van elkaar te scheiden’, zingen de zorgvuldig geplaceerde mannen en vrouwen, terwijl ze parmantig met een rood vlaggetje zwaaien. ‘Waar ik ook naartoe ga, ik zal haar lof toezingen.’ De Chinese leider Xi Jinping levert eveneens zijn bijdrage aan de feestvreugde. ‘Patriottische gevoelens zorgen voor tranen in onze ogen’, zegt hij op gedragen toon. ‘Patriottisme vormt de ruggengraat van onze natie.’

Op diezelfde 1 januari 2020 is er ook nog ander nieuws, vertelt de Chinese documentairemaker Nanfu Wang, die al negen jaar in de Verenigde Staten woont. De politie van Wuhan laat een officiële verklaring voorlezen op de staatstelevisie: ‘acht mensen zijn bestraft voor het verspreiden van geruchten over een onbekende longziekte.’ Acht doctoren, welteverstaan. Het is een bericht dat al snel naar de achtergrond verdwijnt, ten faveure van de nieuwjaarsactiviteiten. Zo gemakkelijk laat COVID-19 zich echter niet beteugelen. Terwijl de Chinese overheid iedereen die iets wil zeggen over het nieuwe virus de mond probeert te snoeren en een lockdown afkondigt in Wuhan, gaat het verhaal van de pandemie rond op de sociale media.

Het werkelijke verhaal komt zo ook Nanfu Wang ter ore. Ze is inmiddels teruggekeerd naar de VS, maar heeft haar tweejarige zoontje achtergelaten bij haar ouders in China. En dit roept weer wrange herinneringen op aan een oud trauma rond haar vader. Wang voelt zich verplicht om het nieuws over de crisis wereldwijd onder de aandacht te brengen. Ze vraagt allerlei landgenoten om stiekem te gaan filmen. Zo vangt ze de eerste Coronagolf, maar ook hoe de Chinese overheid die met alle mogelijke middelen probeert te framen. Positieve berichtgeving moet er komen, ten koste van (bijna) alles. De staatsmedia werken maar al te graag mee en leveren de heldenverhalen die een gevoel van trots moeten creëren over hoe de heilstaat China de pandemie bezweert.

Genadeloos legt Wang, die in One Child Nation eerder de Chinese eenkindpolitiek fileerde, het menselijke drama, de onvoorstelbare hypocrisie en het bureaucratische gedoe bloot, die de Corona-uitbraak sinds begin 2020 (nee: eind 2019) begeleiden. Halverwege de film schakelt ze even door naar haar huidige thuisbasis, waar de geschiedenis zich op een gênante manier herhaalt. Neem alleen de eerste reactie van Amerikaanse gezagsdragers en deskundigen, die de situatie volledig onderschatten en de humanitaire ramp gewoon laten gebeuren. En de volksmenners natuurlijk, die hun achterban aanpraten dat er sprake is van een ‘plandemic’ waarmee gewone Amerikanen van hun grondrechten worden ontdaan. ‘Accurate informatie is essentieel’, zegt een vrouw met een ‘Make America Great Again’-pet op. ‘We hebben te veel mensen die blindelings de leider volgen. En die leider kan ze zo naar de rand van een klif leiden, waarna ze zich in het ravijn storten.’

Dan keert Nanfu Wang toch weer terug naar haar geboortegrond, waar het communistische bewind een grauwe deken van staatspropaganda – vervat in potsierlijke loftuitingen op ‘China’s superieure systeem’ – blijft leggen over de gruwelen van de eerste Coronagolf. Intussen hebben ziekenhuizen patiënten in kritieke toestand (moeten) weigeren en kunnen mensen in een hospitaal sterven, zonder dat hun verwanten het weten of er een uitvaart komt. Daarmee wordt In The Same Breath, dat uiteindelijk tot een even virtuoze als naargeestige climax wordt gebracht, behalve een verpletterende film over de eerste COVID-19 brandhaard ook een nietsontziend portret van het moderne China.

H6

SaNoSi Productions

Op de gang van het overvolle Sixth People’s Hospital in Sjanghai heft een man luidkeels, nét naast de toonsoort, zoetgevooisde liederen aan. Hij zegt dat hij voor zijn dochter zingt, die even verderop ligt. Hua Mengzia heeft een ernstig ongeluk gehad en ligt met twee gebroken benen in een ziekenhuisbed. ‘Ik mis mijn moeder’, zegt het meisje tegen de verpleging. ‘Komt ze vandaag?’ Één ding heeft haar vader, die een onnatuurlijk soort optimisme uitstraalt, haar echter nog niet verteld: moeder is overleden bij datzelfde ongeluk.

Het kolossale ziekenhuis in de Chinese metropool vormt het decor voor de observerende documentaire H6 (114 min.), waarin de Chinees-Franse filmmaakster Ye Ye enkele patiënten en hun families volgt. Gao Ji Mei, een zachtaardige oudere man, wijkt bijvoorbeeld nauwelijks van de zijde van zijn ernstig zieke vrouw, die elk ogenblik haar laatste adem lijkt te kunnen uitblazen. Liefdevol bevochtigt hij steeds haar lippen. Intussen overweegt hij of hij hun appartement moet verkopen om de ziekenhuisrekeningen te kunnen voldoen.

Dat is een terugkerend patroon. In het ziekenhuis wordt ook het driejarige meisje Song Xueling verzorgd. Zij is nabij de fruitkraam van haar grootvader aangereden door een bus. De linkerhand van het kind moet behandeld worden, maar is het busbedrijf ook bereid om daarvoor te betalen? Als één van haar familieleden tijdens het verwisselen van het verband vraagt wat er gebeurt als de schroef die zojuist in Songs vinger is geplaatst eruit valt, antwoordt de arts doodleuk: dan kost het minder.

Zo blijkt geld steeds weer het voornaamste gespreksonderwerp in het ziekenhuis, ogenschijnlijk belangrijker dan de gezondheid van de patiënten. In het geval van Nie Shiwu wordt dat wel heel erg schrijnend. De arme boer is vrijwel geheel verlamd geraakt. Een operatie zou hem wellicht kunnen helpen, maar is tegelijkertijd ook risicovol. Wat nu als ze al die kosten maken en hij straks tóch bezwijkt? Kunnen ze dan niet beter nu de spreekwoordelijke stekker eruit trekken?

Ye Ye brengt zulke verwikkelingen zonder enige opsmuk in beeld. Ze permitteert zich alleen enkele muzikale intermezzo’s, die de bedrukte sfeer heel even verluchtigen. Zo introduceert ze met een straf muziekje bijvoorbeeld een spichtige man in FC Barcelona-tenue, die zich overgeeft aan allerlei koddige ren-, rek- en strekoefeningen. Daarna gaat de arts aan het werk: hij werpt een vluchtige blik op enkele röntgenfoto’s en zet daarna met het nodige kunst en vliegwerk breuken recht. Dat scheelt weer, juist, een operatie.

En dan is er nog die ene oudere man op krukken, die zich tergend langzaam door de stad en de film beweegt. Pas gaandeweg wordt in deze ontluisterende documentaire, een schotschrift tegen gezondheidszorg waarvoor direct moet worden afgerekend, duidelijk waarnaar hij op weg is…

Four Journeys

Op de foto die van het gezin werd gemaakt op het Plein van de Hemelse Vrede, met op de achtergrond een afbeelding van de grote leider Mao, staan drie mensen: Louis‘ moeder, zijn vader en z’n oudere zus. Louis Hothothot (echte naam: Louis Yi Liu) zelf ontbreekt op de Tiananmen-familiefoto, waarnaar hij onlangs flink heeft moeten zoeken in zijn ouderlijk huis. Althans, hij is er niet op te zien. Louis zit dan nog in de buik van zijn moeder. En zij is naarstig op zoek naar een plek om in stilte te bevallen.

Officieel mocht hij niet bestaan, als tweede kind. Ten tijde van zijn geboorte in 1986 stond de Chinese overheid gezinnen slechts één nakomeling toe. Hij was dus illegaal. Zijn vader moest ervoor boeten. Letterlijk. Dat tweede kind kostte hem zo’n drie jaarsalarissen en zijn politieke carrière. Het is en blijft voor alle partijen een lastig thema, dat vanzelfsprekend tóch komt bovendrijven als Hothothot, die vijf jaar in Europa heeft gebivakkeerd, zijn ouders en zus gaat opzoeken in hun nieuwe appartement te Beijing.

Louis Hothothot snijdt in de persoonlijke documentaire Four Journeys (112 min.), die hij met intieme, bijna gefluisterde voice-overs tot een eenheid smeedt, wel vaker gevoelige thema’s aan: de broze verhouding die hij heeft met z’n vader en moeder, de steeds weer opspelende jaloezie tussen hem en zijn zus en die ene olifant in de kamer, een onderwerp dat eigenlijk te pijnlijk is om ter sprake te brengen en misschien juist daarom wel aan de orde moet komen. Omdat ook dat anders tussen hen in blijft staan.

Nadat hij bij hen op bezoek is geweest, ontvangt Louis zijn ouders en zus, die langzamerhand zo’n typische, in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden, in zijn huidige thuisbasis Amsterdam. Daar komt ook de vraag op tafel of het dan niet hoog tijd is dat hij en zijn Franse vriendin Artemise ook eens over kinderen – meervoud! – gaan nadenken. Waar ooit de eenkindpolitiek regeerde, dreigt nu immers vergrijzing. En waar de onderlinge verhoudingen soms gespannen zijn, moeten de familiebanden in deze delicate film nodig worden aangehaald.

Four Journeys ontwikkelt zich zo tot een universeel familieverhaal, waarin desondanks op alle mogelijke manieren de moderne Chinese historie doorklinkt.

Found

Netflix

Het is een niet te bevatten waarheid: ooit hebben hun ouders hen achtergelaten. Bij een weeshuis, in een doos of gewoon aan de kant van een weg. Zelf weten ze daar niets meer van. Ze waren net geboren. En hoe goed ze daarna ook terecht zijn gekomen in de Verenigde Staten – bij een fijn Joods gezin, een alleenstaande vrouw of een christelijk echtpaar – dat blijft natuurlijk knagen.

Misschien konden de vaders en moeders van Lily, Chloe en Sadie helemaal niet anders. De meisjes leerden elkaar als tiener kennen. Uit DNA-onderzoek bleek toen dat ze familie van elkaar zijn. Ze werden alle drie geadopteerd vanuit China, een land dat ten tijde van hun geboorte een strenge eenkindpolitiek voerde. Elk gezin wilde daarom een jongetje op de wereld zetten. Dochters stonden dat ideaal alleen maar in de weg.

En nu willen die meisjes toch weten waar ze vandaan komen. Ze schakelen familieresearcher Liu Hao in, die zelf ook bijna werd afgestaan door haar biologische ouders. Zij trekt erop uit om informatie en erfelijk materiaal te verzamelen in hun geboorteland. Te beginnen in het weeshuis, waar Lily, Chloe en Sadie als kind werden opgevangen, wachtend op een familie die hen een nieuw thuis kon bieden.

In Found (97 min.) volgt regisseur Amanda Lipitz de poging van de drie geadopteerde tieners om hun biologische ouders te vinden. Dat is een persoonlijk en kwetsbaar proces, dat onvermijdelijk gepaard gaat met teleurstellingen. DNA is in dat verband ook onverbiddelijk bewijsmateriaal. Hoe graag de potentiële ouders en kinderen ‘t ook willen, er is uiteindelijk wél of géén match. Een tussenweg bestaat er niet.

Hoewel die zoektocht grote emoties veroorzaakt, wordt deze documentaire nooit echt enerverend. Daarvoor is Lipitz’s aanpak, inclusief zijige muziek, toch te zoet en veilig. Found wordt nooit heel veel meer dan een willekeurige aflevering van Spoorloos, die voor liefhebbers van een happy end bovendien nog wel wat te wensen overlaat.

iHuman

Human

Zijn we op weg naar de hemel op aarde of toch naar een dystopie? Technologische ontwikkelingen worden doorgaans permanent begeleid door commentaar van visionairs en doemdenkers. Artificial Intelligence vormt daarop geen uitzondering. In de documentaire iHuman (99 min.) geeft regisseur Tonje Hessen Schei dus zowel spreektijd aan wetenschappers die de zegeningen van kunstmatige intelligentie tellen als aan denkers en activisten die de noodklok luiden over de gevaren ervan.

Kort door de bocht: gaat een soort superintelligentie straks problemen oplossen die de verstandelijke vermogens van de mens te boven gaan of zal diezelfde mens geknecht worden door leiders, organisaties of landen die deze technische mogelijkheden genadeloos naar hun hand zetten? Van een wereld waarin overal camera’s hangen die je gezicht herkennen en registreren waar je bent en wat je doet zal menigeen bijvoorbeeld gruwen, maar wat nu als diezelfde camera’s depressies zouden herkennen en zo in potentie mensenlevens kunnen redden?

‘Het gaat niet om wat computers kunnen doen’, stelt Microsoft-topman Brad Smith. ‘Het gaat erom wat computers zouden móeten doen.’ En daarbij komt – voorlopig althans – toch nog altijd de mens in beeld: wat wil en kan die? En waar liggen diens grenzen? Toch gaan de ontwikkelingen sneller dan soms goed lijkt voor de good old sterveling. In China is binnen afzienbare tijd bijvoorbeeld geen kaartje meer nodig in het Openbaar Vervoer. Je eigen gezicht volstaat. Intussen gebruikt de Chinese overheid ook op grote schaal data om de eigen bevolking in het gareel te krijgen of houden.

Zoals dat gaat in dit type sciencefiction-docu’s worden de optimistische/pessimistische bespiegelingen over de (nabije) toekomst vergezeld door klinische synthmuziek en futuristische beelden van een wereld waarbinnen de mens slechts een klein radertje is, de gelukkige recipiënt van allerlei toepassingen die zijn comfort of levensgeluk vergroten of een speelbal van grote spelers zoals Google en Facebook (terwijl robots dan weer blijken te kunnen zingen en dansen). Intussen werpt zo’n film elementaire vragen op over menszijn, privacy en democratie, waarop de kijker na afloop een tijdje kan kauwen.

Ook iHuman slaagt glansrijk in die opzet, zonder dat de film echt emotioneert, bijzonder hoopvol stemt of kwaad maakt.

Trump Takes On The World

VPRO

Een golf van ontzetting gaat op dit moment door de wereldwijde journalistiek: het besef begint in te dalen dat Donald Trump – om zijn illustere voorganger Richard Nixon te parafraseren – er niet meer is om als voetveeg te gebruiken (en de kijkcijfers op te krikken). In documentaireland kunnen ze gelukkig nog wel even vooruit met de voormalige Amerikaanse president, die in slechts vier jaar elke denkbare code, norm of grens voor zijn ambt heeft geschonden.

In zijn buitenlandbeleid bijvoorbeeld. En dat begint en eindigt in het drieluik Trump Takes On The World (177 min.) met twee woorden: America en First. Die betekenden bij de start van Trumps ambtstermijn een enorme cultuurshock na het behoedzame/laffe (*) internationale opereren van zijn voorganger Barack Obama (waarvan het laatste jaar werd gevangen in de observerende documentaire The Final Year). Die schok werd ook gewoon gevoeld door zijn eigen medewerkers, bekennen veiligheidsadviseurs zoals H.R. McMaster, John Bolton en K.T. McFarland, minister van defensie James Mattis, de economisch adviseurs Gary Cohn en Larry Kudlow, en de Amerikaanse NAVO-ambassadeur, Kay Bailey Hutchison. Als de spreekwoordelijke ‘adults in the room’ moesten ze hun eigen president in het gareel zien te houden.

Daarmee is de sprekerslijst van deze gedegen serie van Tim Stirzaker, namens het toonaangevende Britse productiehuis Brook Lapping, overigens nog niet compleet. Ook de Franse president François Hollande, de Australische premier Malcolm Turnbull, de ministers van buitenlandse zaken van Groot-Brittannië en Iran, en de ambassadeurs van Duitsland, Groot-Brittannië en Israël geven acte de présence. Gezamenlijk bevestigen ze het beeld van een leider die erg gevoelig is voor pracht en praal, spierballenvertoon en vleierij. Een man bovendien die er zeer onconventionele ideeën en methoden op nahoudt – of gewoon totaal geen idee heeft van wat hij aan het doen is. En dat zorgde internationaal voor heel wat verwarring, woede en onzekerheid.

Sommigen wisten Trump voor hun karretje te spannen, anderen kregen met geen mogelijkheid vat op hem of werden stelselmatig geschoffeerd. Positief bezien: hij schudde de zaken behoorlijk op. Binnen de NAVO, in het Midden-Oosten of ten aanzien van Aziatische leiders als Kim Jong-un en Xi Jinping, de thematiek van de drie afleveringen. Louter rituele diplomatie, zonder het idee dat er ook daadwerkelijk iets bereikt kan of moet worden, was er niet meer bij. Daarvoor bleek de leider van de westerse wereld veel te onvoorspelbaar. Met de regelmaat van de klok liet hij een golf van ontzetting door de bedaagde wereld van de internationale diplomatie gaan.

En zoals ook een stilstaande klok wel eens de juiste tijd aangeeft, lijkt de impliciete boodschap van deze grondige terugblik op ’s mans mondiale ambities, zo had ook het zelfverklaarde ‘stable genius’ ‘t wel eens bij het rechte eind met zijn ongegeneerde Diplomatie Van de Grote Bek.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

Can’t Get You Out Of My Head

BBC

De ‘Illuminatie’, die volgens een deel van de mensheid nog altijd vanuit de coulissen een groot deel van de ontwikkelingen op het wereldtoneel bestieren, zouden een verzinsel zijn van schrijver Kerry Thornley en zijn vriend Greg Hill. Het was de belachelijkste complottheorie die de twee representanten van de Amerikaanse tegencultuur in de jaren zestig konden bedenken. Wie zou er nu werkelijk kunnen geloven in het geheime genootschap van een achttiende eeuwse professor uit Beieren? Hun ‘Operation Mindfuck’ zou echter een doorslaand succes worden – of een gigantisch fiasco – dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Een bezopen samenzweringstheorie die voor werkelijkheid wordt aangezien, in een wereld waar wel degelijk ook echte complotten worden gesmeed. Het is maar één van de vele kleine verhalen die Adam Curtis in zijn zoveelste ambitieuze project Can’t Get You Out Of My Head (473 min.) verbindt aan de grote verhalen van onze tijd, zoals individualisering, consumentisme en technologie als ideaal middel om (het onderbewuste van) de grote massa te bespelen. Als een ouderwetse schoolmeester, met zijn eigen tics en preoccupaties, wandelt hij met veel bravoure door het doolhof van de moderne geschiedenis. Het resultaat is een ontzagwekkend labyrint op zichzelf: een wirwar van lange, korte en losse verhaallijntjes die op gezaghebbende toon aan elkaar worden geknoopt. Orde in de chaos, die op zichzelf ook weer net zo goed voor verwarring zou kunnen zorgen.

Typisch Curtis, de Britse homo universalis die met zijn wijdlopige video-essays een genre op zichzelf is geworden. In zijn beschouwingen op de hedendaagse maatschappij maakt hij gebruik van inzichten uit de moderne psychologie, economie, filosofie, geschiedenis, sociologie en politiek. Hij hangt die ditmaal op aan enkele hoofdpersonen (zoals bijvoorbeeld Mao Zedongs militante vierde vrouw Jiang Qing, valium-propagator Arthur Sackler, Artsen Zonder Grenzen-oprichter Bernard Kouchner, transgender-activist Julia Grant en Afeni Shakur, lid van The Black Panthers, crack-verslaafde én moeder van een wereldberoemde rapper). Curtis illustreert zijn betoog zoals gebruikelijk met een uitbundige collectie archiefmateriaal en zet daarbij treffende accenten met een edgy soundtrack.

Noem het gerust pompeus, tendentieus en hier en daar zelfs incoherent (of gewoon niet helemaal te bevatten; probeer de Franse revolutie bijvoorbeeld maar eens te verbinden met Tupac Shakur en de chaostheorie). Ook deze nieuwe Adam Curtis-productie probeert echter een net over de aardbol te gooien en zo de psyche van onze tijd te vangen. Alsof je in hartje winter de luiken eens goed tegen elkaar openzet. In de laatste van de zes afleveringen culmineert dit in vragen over de vermeende machinaties achter het Brexit en de verkiezing van Donald Trump en of zulke samenzweringstheorieën niet gewoon pogingen zijn om vat te krijgen op een voor ons allen onbegrijpelijk wereld.

Uiteindelijk ging zelfs Kerry Thornley twijfelen over Operation Mindfuck. Niet zozeer over de ‘Illuminati’, maar over zijn eigen rol in het satirisch bedoelde complot: was hij misschien, zonder dat hij het wist of wilde, toch ingezet als een werktuig van de CIA?

76 Days

MTV

Doordat bijna alle mensen in beeld een astronautenpak dragen, of op zijn minst een mondkapje, is vrijwel niemand herkenbaar: de vrouw die schreeuwt om haar overleden vader. De lui die bijna met geweld een plek in het ziekenhuis proberen af te dwingen. En de oudere man die weigert om zijn paspoort te laten zien en niet kan geloven dat hij het Coronavirus heeft opgelopen.

Het is aangrijpend en treffend tegelijkertijd: dit virus maakt geen onderscheid. Elk van de elf miljoen inwoners van de Chinese stad Wuhan kan COVID-19 krijgen. En is dan aangewezen op de zorg in vier ziekenhuizen, die inmiddels volledig overvraagd zijn. Met artsen en verpleegkundigen die er het beste van proberen te maken. En het soms ook niet meer weten. Echt niet. Overvallen door een pandemie die het normale bestaan helemaal lamlegt.

De stortvloed aan steeds weer nieuwe patiënten dreigt hen in de eerste van de in totaal 76 Days (93 min.) dat de stad in lockdown was volledig te overspoelen. Intussen wordt er op de afdeling gynaecologie een keizersnede uitgevoerd, want het leven gaat zelfs in de meest stressvolle periodes gewoon door. De plastic bak met paspoorten en smartphones van overledenen raakt alleen voller en voller. Alles wordt netjes gedesinfecteerd, natuurlijk.

Gaandeweg beginnen de futuristische zorgfabrieken in deze observerende documentaire van Hao Wu, Weixi Chen en – hij weer! – Anonymous weer te ogen als reguliere ziekenhuizen, met patiënten die zowaar een gezicht blijken te hebben. En hoewel de medewerkers er nog altijd uitzien als zorgrobots, proberen ze wel degelijk humane zorg te verlenen in deze hachelijke tijden. Deze aangrijpende film is een eerbetoon aan de heldendaden die zij tijdens hun werk hebben verricht.

Als de lockdown zijn einde nadert en het eerste gevaar van het Coronavirus lijkt te zijn geweken, is er alleen nog die plastic bak. Daaraan is een loodzware taak verbonden: de persoonlijke bezittingen moeten worden overhandigd aan de nabestaanden van de slachtoffers van de allereerste COVID-19 golf.

Still Tomorrow

‘Hoe accepteer je jezelf?’ vraagt een studente van de universiteit van Peking aan de gast van de dag. ‘Hoe word je een gelukkige, tevreden vrouw?’ Dichteres Yu Xiuhua maakt van haar hart geen moordkuil. ‘Ik heb mezelf nog steeds niet volledig geaccepteerd’, zegt ze, moeizaam formulerend. ‘Bijvoorbeeld: ik wil een normaal gezicht trekken als ik praat. Dat lukt me niet. En hoe je een gelukkige vrouw wordt? Daar heb ik geen ervaring mee. Ik zou het je niet kunnen vertellen.’

Ze zegt het niet somber, eerder met een bijtend soort zelfspot. Het is en blijft echter een pijnlijke ontboezeming van de vrouw die een hersenverlamming heeft en daardoor voortdurend met een onwillig lichaam heeft te maken. Gelukkig heeft Yu Xiuhua een lenige geest. En de gave om de juiste woorden te vinden. Haar gedicht ‘Ik heb half China doorkruist om met jou te slapen’ heeft haar land bijvoorbeeld stormenderhand veroverd. En nu maakt ze een heuse boektournee.

Thuis, op het platteland, zit Yu Xiuhua echter gevangen in een slecht huwelijk, waar ze na twintig jaar eindelijk uit zou willen breken. Haar echtgenoot Yin Shiping is nauwelijks thuis, maar wil toch niet scheiden. ‘Nu je beroemd bent?’ zegt hij. ‘Vergeet het maar. Waar je ook gaat, ga ik.’ Ruziën kunnen ‘de hufter’ en zijn vrouw als de allerbesten, blijkt in de documentaire Still Tomorrow (52 min.) uit 2016. En nu is Yu Xiuhua’s moeder, bij wie de bekvechtende echtelieden inwonen, ook nog eens ziek.

Regisseur Fan Jian volgt de dichteres met de messcherpe tong – al komen de woorden soms moeilijk haar mond uit – tijdens haar strubbelingen met de (zelf)liefde. Dat is een eenzaam proces, zowel thuis als ‘on the road’. Ze zit vastgeketend aan een lichaam dat het hare is en toch nooit helemaal van haar wordt. Jian vervat dat gevoel in lange, zorgvuldige shots van Yu Xiuhua en haar directe omgeving. Die maken van deze wrange film tevens een rijke kijkervaring.

Intussen fungeren haar gedichten, zoals ze dat zelf fraai verwoordt, als wandelstokken waarmee ze rondstrompelt.

Still Tomorrow is hier te bekijken.

The Mole

Piraya Film / Wingman Media / VPRO

Wie is The Mole? Die vraag ligt voor de hand. Het antwoord ook: Ulrich Larsen, een onopvallende Deense huisvader. Hij begeeft zich als Scandinavische vertegenwoordiger van de Korea Friendship Association jarenlang in schimmige deals met de schurkenstaat Noord-Korea. Als westerse mol welteverstaan, in opdracht van en in samenspraak met regisseur Mads Brügger.

Sinds de Deense documentairemaker in 2009 een kritische film maakte over Kim Jong-Un’s onwezenlijke dictatuur, genaamd The Red Chapel, is hij daar zelf persona non grata. Na de release van die film wordt Brügger echter benaderd door Larsen, die hem alsnog de mogelijkheid biedt om de ware aard van het regime in Pyongyang te tonen.

Voor het zover is, zet de regisseur nog wel even enkele extra pionnen op het bord: Mr. James, een cokedealer in ruste die zich gaat voordoen als potentiële investeerder in Noord-Korea. En een voormalige geheimagente van MI5, Annie Machon, die zowel deze Mr. James als de mol na afloop grondig gaat debriefen. Zie daar de opzet voor de real life-spionagefilm The Mole (125 min.), waarin (waarschijnlijk) niemand is zoals hij/zij zich voordoet.

En net als in eerdere films als The John Dalli Mystery en Cold Case Hammarskjöld claimt Mads Brügger hoogstpersoonlijk de vertellersrol. In Engelstalige voice-overs met een moddervette Deense tongval, die welhaast net zo herkenbaar is als het Sauerkraut-Engels van zijn Duitse collega Werner Herzog. Trefzeker koerst Brügger door een internationaal schimmenspel, veelal vastgelegd met verborgen camera’s, dat zich voor een groot deel afspeelt op anonieme hotelkamers en in kale vergaderruimtes en dat soms zo grotesk lijkt dat het ongeloofwaardig wordt.

Hoe ze bijvoorbeeld het Oegandese eiland hebben gevonden om stiekem een wapenfabriek op te starten? ‘Google’, antwoordt Mr. James met een grote grijns op zijn gezicht. Mads Brügger heeft er achteraf wel spijt van dat hij de nepinvesteerder daarna naar China heeft laten vertrekken, waar zijn leven wellicht gevaar loopt. ‘Maar Mr. James is een man die van actie houdt en ik ben een filmmaker die van sensatie houdt. Dus is hij maar gegaan.’

Het is zulke onmiskenbare zelfspot, waarmee zijn serieuze onderzoeksjournalistiek een absurdistisch vernislaagje krijgt, die ook deze nieuwste ambitieuze onderneming van Mads Brügger kenmerkt. Daarmee reikt hij ditmaal niet zo enorm hoog als in bijvoorbeeld zijn onderzoek naar de dood van Verenigde Naties-topman Dag Hammarskjöld – ook doordat The Mole wel erg veel schimmige beelden van schimmige mannen op schimmige locaties bevat – maar laat hij opnieuw zien dat hij een geweldige neus heeft voor waar het stinkt.

Aan het eind resteert alleen nog steeds de vraag: wie is The Mole nu werkelijk? Wat heeft hij in al die jaren precies uitgevreten? En waarom ook alweer?

Ai Weiwei: Never Sorry

‘Kunnen we je moeder bezoeken om haar naar jou te vragen?’ wil de interviewer weten. Dat lijkt Ai Weiwei geen goed idee. ‘Ze is oud. Zoals zij naar me kijkt, zo ben ik niet.’ De Chinese kunstenaar en activist denkt even na. ‘Ik heb een idee: misschien kun je een willekeurige vrouw vragen om mijn moeder te zijn. Dat lijkt me prima. Vraag haar naar haar eigen zoon en vul dan mijn naam in.’ Het is Ai Weiwei ten voeten uit: tegendraads, in your face en met geheel eigen humor

Even later komt Gao Ying, Ai Weiweis echte moeder, niettemin gewoon binnen. ‘Ik ben heel trots, want hij spreekt zich uit voor de gewone burger’, stelt ze. ‘Maar ik zou willen dat hij alleen kunstenaar was. Één persoon kan nooit de problemen van een heel land oplossen.’ Tegen haar zoon, die al enige tijd op ramkoers ligt met het Chinese bewind, zegt ze. ‘Ik lig elke nacht wakker. Ik maak me zo’n zorgen dat ze je keihard gaan aanpakken.’ Hij reageert ogenschijnlijk stoïcijns. ‘Als ze me willen pakken, dan doen ze dat. Daar hebben we geen vat op.’

Ai Weiwei steekt zijn verbolgenheid over het Chinese regime, vervat in een foto met opgestoken middelvinger op het Tiananmen-plein, in elk geval niet onder stoelen of banken en probeert bovendien de onderste steen boven te krijgen in de kwestie rond de verpletterende aardbeving in Chengdu, waarbij tienduizenden doden vielen. Ook daarmee maakt hij geen vrienden. In de documentaire Ai Weiwei: Never Sorry (91 min.) uit 2012 wordt tastbaar hoe hij zich zo in een hoek van de kamer schildert. Trammelant met de autoriteiten is onvermijdelijk. En die komt er dan ook.

Regisseur Alison Klayman, die Ai Weiwei twee jaar filmde, belicht daarnaast met familieleden, collega’s, activisten en kunstkenners zijn achtergrond, persoonlijk leven, periode in New York en meest spraakmakende projecten, zoals het schilderen van een Coca Cola-logo op een antieke vaas en het voor de camera kapot smijten van een kostbare urn uit de tijd van de Han-dynastie. Kunst waarmee hij ‘the talk of town’ werd, maar zich ook ontwikkelde tot doelwit voor een regime dat van zijn onderdanen weinig strapatsen, en al helemaal geen openlijke tegenspraak, duldt.

‘Hij moet zichzelf echt beschermen, want hij is zo belangrijk’, meent collega-kunstenaar Chen Danqing in deze sprankelende film. ‘Ik weet heel goed hoe het hier gaat. Uiteindelijk proberen ze je te vernietigen. Dan zou hij weg zijn. En dat zou een enorm verlies betekenen.’ De man in kwestie reageert in stijl. ‘Wat kunnen ze me doen?’ tweet Ai Weiwei onverschrokken. ‘Niets anders dan deporteren, kidnappen en gevangenzetten of me gewoon helemaal laten verdwijnen.’

Coronation

Ai Weiwei Films

Als Coronation (113 min.) vorig jaar was uitgebracht, dan hadden we er waarschijnlijk een dystopische thriller van sciencefiction-auteur Philip K. Dick in gezien. Over een volledig gesteriliseerde samenleving met een ziekelijke vorm van smetvrees, waarbij gewone burgers in beschermende kleding en gemondkapt (of toch gemuilkorfd?) door het leven gaan, de straten volledig leeg(geveegd) zijn en artsen en levenloze mensen een verloren gevecht lijken te leveren in een noodhospitaal. Een wereld die natuurlijk ook streng wordt bewaakt. Bij checkpoints staan mannen met een soort thermometerpistool, dat routineus tegen het voorhoofd van voorbijgangers wordt gezet. Bij verhoging volgt verplichte quarantaine.

Nu, na de (eerste) golf van het Coronavirus (ofwel: het nóg meer scifi klinkende COVID-19), weten we wel beter. Zeg overigens niet dat daar niet voor is gewaarschuwd, in een Netflix-serie nota bene. En het begon dus allemaal in China. In een laboratorium, tijdens een mislukt experiment, zal een Dick-adept/complotdenker daar meteen aan toevoegen. Die route slaat de controversiële filmmaker/kunstenaar Ai Weiwei, verbannen uit eigen land, echter niet in. Hij dringt door tot het hart van de eerste brandhaard van het virus, de Chinese miljoenenstad Wuhan, die door de almachtige overheid direct hermetisch is afgesloten. Terwijl collectief het virus in de kiem moest worden gesmoord, kregen gewone Chinezen ziekte, isolatie en de dood te verduren en waren ze genoodzaakt om de bemoeizucht van de overheid over zich heen te laten komen.

Zij voorzagen Weiwei, die zijn ballingschap in Europa doorbrengt, ook van beeldmateriaal. Driehonderd uur maar liefst. Zodat hij inzichtelijk kon maken hoe De Partij ook in tijden van Corona heerst: nieuwe rekruten moeten gewoon de eed afleggen, er wordt een wervend TikTok-dansje geoefend om het wassen van handen te stimuleren en een groep kinderen met mondkapje neemt op commando een overwinningsyell voor China op. Onwerkelijke taferelen. ‘Mensen kunnen bergen verzetten als ze maar samenwerken’, vertolkt een oudere Chinese vrouw nochtans trouw de partijlijn tegenover haar sceptische zoon. ‘Samen kunnen we elk probleem tackelen. Zo gaat het niet in andere landen.’ Onderhuids is er wel degelijk onvrede, potentieel verzet zelfs. Worden (relatief) gezonde patiënten bijvoorbeeld in het ziekenhuis gehouden om de sterftecijfers te drukken?

De totstandkoming van deze menselijke mozaïek van een lockdown, ingekaderd met unheimische synthmuziek en vervreemdende droneshots van de spookstad, is soms ook terug te zien in de film zelf. De personages worden niet of nauwelijks geïntroduceerd en blijven daardoor passanten. Naamloze onderknuppels van het allesomvattende systeem, zo je wilt. Dat geeft deze eerste lange coronadocu een wat fragmentarisch karakter, ook doordat sommige scènes wel heel erg veel ruimte krijgen. Ons Hollywood-brein wacht bovendien op een eenzame held die opstaat en, liefst met een kolossale lasergun, orde op zaken stelt. Of een dwarse arts die alle regels tart en tijdens een genadeloze race tegen de klok alsnog op een vaccin stuit.

Deze dystopie is alleen echt.