Black Box Diaries

Dogwoof

Bij de persconferentie die ze belegt op 29 mei 2017 krijgt Shiori Ito de vraag waarom ze zich eigenlijk bekendmaakt. De meeste slachtoffers van verkrachting blijven liever anoniem. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan’, antwoordt ze resoluut. ‘En als ik me nu niet uitspreek, bedacht ik me, zullen de wetten nooit veranderen. Daarom zit ik hier.’ Haar zaak moet nu eindelijk eens serieus worden genomen, vindt Shiori.

Twee jaar eerder belandde ze als jonge Japanse journaliste, na een sollicitatiegesprek in een restaurant, in dezelfde taxi als haar gerenommeerde vakbroeder Noriyuki Yamaguchi. Zij wilde afgezet worden op het station, herinnert de taxichauffeur zich. Yamaguchi stond er echter op dat ze hem zou vergezellen naar zijn hotel. Ito hield nog maar eens staande dat ze toch echt naar het station wilde.

Op beveiligingscamerabeelden van die fatale avond in het voorjaar van 2015 is te zien wat er daarna gebeurde. Hij trekt Shiori, met de nodige moeite, uit de auto en sleurt haar vervolgens mee het hotel in. Shiori Ito is daar verkracht, zegt ze. Yamaguchi ontkent echter in alle toonaarden. En wat de jonge vrouw ook probeert, de Japanse politie weigert om de beschuldiging serieus te onderzoeken.

In de egodocu Black Box Diaries (102 min.) is te zien hoe Shiori Ito de zaak aanhangig probeert te maken. Ze begint stiekem geluidsopnames te maken van haar contacten met de politie en oogst een storm van kritiek als ze naar buiten treedt met haar verhaal. Ito tekent al haar ervaringen op in het boek Black Box en zet zo uiteindelijk Japans eigen variant op de #metoo-beweging in gang.

Parlementair journalist Noriyuki Yamaguchi staat dan op het punt om een biografie over de Japanse premier Shinzo Abe uit te brengen en beschikt als bureauchef in Washington van Tokyo Broadcasting System Television sowieso over uitstekende connecties. En z’n vrinden zijn bereid om ver te gaan om de zaak af te dekken. De kwestie wordt niettemin meermaals besproken in het Japanse parlement.

Deze persoonlijke film laat ook duidelijk zien wat die aanhoudende strijd Shiori Ito heeft gekost. Via vlogs deelt zij haar meest kwetsbare momenten tijdens een jarenlang, moedeloos makend gevecht om gerechtigheid, binnen een archaïsch rechtssysteem waarin seksueel geweld heel moeilijk valt aan te tonen en elke vrouw sowieso automatisch met een fikse achterstand begint.

Binnen zulke maatschappelijke verhouden is het niet vreemd dat slechts vier procent van de verkrachtingen daadwerkelijk wordt gemeld bij de Japanse politie. En deze gevallen blijven doorgaans ook nog eens onder de radar – of worden daaronder gehouden door de daders, hun ‘old boys network’ of een systeem dat mannen sowieso uit de wind probeert te houden.

Eternal You

creatie avatar: Gareth Moon / Gebrueder Beetz

Hij is bang. ‘Ik ben het nu eenmaal niet gewend om dood te zijn’, zegt Cameroun tegen zijn vriendin Christi Angel. Via de Artificial Intelligence-service Project December, kunnen de twee met elkaar communiceren – ook al is hij, inderdaad, al enige tijd overleden.

Project December, een AI-toepassing die is ontwikkeld door de startup van de Amerikanen Jason Rohrer en Tom Bailey, is onderdeel van een groeimarkt. Elk jaar sterven er tientallen miljoenen mensen. Veel nabestaanden hebben de behoefte om nog iets tegen hen te zeggen, even van hen te horen of zomaar een praatje te maken. Nieuwe ondernemingen zoals HereAfter.ai, YOV en Soul Machines spelen maar al te graag in op die vraag. En de techniek waarvan zij zich bedienen, die volgens OpenAI-voorman Sam Altman in potentie elk aspect van ons leven kan verbeteren (of ruïneren), wordt steeds immersiever. De kopie is soms nauwelijks van het origineel te onderscheiden.

Zo luistert de hele familie van Stephenie Oney ademloos naar de met Resemble AI gekloonde stem van opa Bill, die toch echt al een tijdje niet meer onder hen is. Bills virtuele terugkeer zorgt voor verbazing, ontroering én scepsis. Zoals zijn stem nu wordt gebruikt om zijn verhaal te vertellen, constateert een familielid, kan met diezelfde stem ook zijn verhaal wordt verzonnen. En juist op die ethische implicaties van de toepassingen van generatieve AI richten Hans Block en Moritz Riesewieck, die ook in The Cleaners en Made To Measure al de achterkant van het internet en moderne technologie onderzochten, zich in de intrigerende documentaire Eternal You (86 min.).

Want wat nu als zo’n ‘overledene’ uit de bocht vliegt? Als Cameroun bijvoorbeeld vertelt dat hij zich in de hel bevindt en is omringd door louter verslaafden, begint de gelovige Christi Angel zich af te vragen of ze misschien onbedoeld een demon heeft gecreëerd. Jason Rohrer van Project December reageert laconiek. ‘Ik geloof niet dat hij in de hel is’, zegt hij lachend. ‘Ik geloof trouwens ook niet dat hij in de hemel is. Als ze mijn mening wil, heb ik slecht nieuws voor haar: hij bestaat helemaal niet meer. Zo denk ik erover. Dat is zelfs nog slechter voor haar. Volgens mij deugt haar hele geloof niet.’ Zonder scrupules biedt hij haar niettemin een digitale variant op het eeuwige leven aan.

Los van de menselijke implicaties van het idee van postume communicatie – kunnen we deze nieuwe mogelijkheden eigenlijk wel bevatten, wat betekenen ze ‘In Real Life’ en welke plek neemt rouwen daar dan nog in? – heeft dat ook allerlei praktische consequenties. Weten we bijvoorbeeld werkelijk hoe de Artificial Intelligence-techniek werkt? En van wie zijn de data van de overledene? Intussen gaan de ontwikkelingen natuurlijk gewoon in sneltreinvaart door. In het Zuid-Koreaanse tv-programma Meeting You heb je als nabestaande bijvoorbeeld al de kans – John de Mol en co. opgelet! – om in Virtual Reality een digitale kloon van een gestorven dierbare te ontmoeten.

De rouwende moeder Jang Ji-Sung kon er nog eenmaal een geïdealiseerde versie van haar overleden dochtertje Nayeon in de armen sluiten – en de rest van de wereld mocht, inderdaad, lekker meegenieten.

Aut There

Omroep Zwart

Loubna El Yandouzi wil met Aut There (51 min.) aantonen dat autisme géén gezicht heeft. Althans, niet het gezicht dat daarmee automatisch wordt geassocieerd. Van Rain Man bijvoorbeeld. Of Kees Momma. Een ander gezicht dus. Een gezicht dat overigens niet direct van andere gezichten is te onderscheiden. Het gezicht van een vrouw wellicht. Of zelfs van een biculturele vrouw.

Want autismespectrumstoornissen (ASS) worden vooral vastgesteld bij mannen. Bij vrouwen blijft autisme nogal eens ongediagnosticeerd. Voor de Marokkaans-Nederlandse vrouw Loubna, die zich vaak verdrietig, eenzaam en onbegrepen voelde, betekende het predicaat ASS eindelijk een antwoord op de vraag waarom ze zich altijd anders voelde dan anderen. Waarom lag zij bijvoorbeeld de hele nacht wakker van/voor een dagje school?

In deze verzorgde tv-docu, die ze samen met Abdelkarim El-Fassi regisseerde, onderneemt Loubna El Yandouzi een roadtrip met haar moeder. Ze spreken, op een kleedje in de natuur, over allerlei onderwerpen uit het leven van mensen met autisme, zoals het belang van vriendschap. ‘De behoefte om connecties te maken’, wil moeder weten. ‘Hoe geef je daar invulling aan?’ Loubna’s antwoordt onomwonden: ‘Ja, misschien heb ik die behoefte dus niet.’

Dochter wil vooral vriendschap omdat ze die bij anderen ziet. ‘Serieus, meen je dat?’ vraagt haar moeder. ‘Ik zie dat mensen gelukkig zijn als ze met elkaar zijn’, neemt Loubna de tijd voor haar antwoord. ‘Ze maken grapjes en vinden elkaars gezelschap fijn. En dan zie ik het zo voor me gebeuren en denk ik: Ja, misschien is dat wel fijn, ja. Maar heb ik intrinsiek die behoefte om mensen om me heen te hebben? Ik denk ’t niet.’

Verder spreekt Loubna met haar, jawel, beste vriendin Radwa, een mentor van haar middelbare school (die ze voortijdig verliet) en enkele collega’s van Zouka, die betrokken waren bij de productie van deze film. Die ziet er verzorgd uit, maar bestaat wel voornamelijk uit dialoog – hoewel El Yandouzi wel degelijk een serieuze poging onderneemt om te verbeelden hoe prikkels vanuit de buitenwereld haar kunnen overweldigen.

De meerwaarde van Aut There zit ‘m echter met name in het verbreden en verdiepen van het beeld van ASS. Zoals er talloze verschillende neurotypische mensen bestaan, geldt dat natuurlijk ook voor mensen met een autismespectrumstoornis. Op hun eigen manier moeten zij, net als iedereen, met de uitdagingen des levens zien om te gaan. Een beetje begrip helpt dan.

Alex’s War

Play Nice

‘Vanaf de frontlinies van de informatieoorlog, hier is Alex Jones.’ De vaste aankondiging van The Alex Jones Show op z’n eigen platform Infowars fungeert als een soort startschot voor de gastheer om de zoveelste editie van Alex’s War (131 min.) op te starten. Binnen de kortste keren heeft hij zichzelf weer verloren in een uitzinnige ‘rant’ over een grootschalige samenzwering rond pak ‘m beet Waco, de aanslagen van 11 september of de Sandy Hook-‘school shooting’.

Tegen de achtergrond van de steeds verder ontsporende protesten tegen de officiële uitslag van de presidentsverkiezingen van 2020, waarbij ‘zijn’ kandidaat Donald Trump is verslagen door Joe Biden, duikt Alex Lee Moyer in deze documentaire uit 2022 in de achtergrond van Amerika’s meest beruchte complotdenker. De filmmaakster doet dat volgens het ‘show, don’t tell’-principe. Zonder de juiste voorkennis of context, vrezen kenners, kan dat zomaar verkeerd uitpakken.

Moyer volgt Alex Jones tijdens zijn pogingen om het verzet tegen Bidens verkiezing verder op te poken en stelt daarbij geen kritische vragen. ‘We zullen nooit opgeven’, schreeuwt haar protagonist bijvoorbeeld ten overstaan van een door Trumpisten opgejutte Stop The Steal-meute. ‘Wij geven ons nooit over. En we zullen nooit buigen voor de satanische, pedofiele, globalistische nieuwe wereldorde.’ En zij legt hem daarna niet het vuur aan de schenen.

Moyer stelt ook geen kritische vragen bij al zijn strapatsen uit het verleden. In deze film wordt zijn ontwikkeling van Texaanse probleemjongere tot de belichaming van het Trump-tijdperk inzichtelijk gemaakt met een karrenvracht aan oude beelden. Waar Jones jarenlang doorging voor de gekke Henkie van de Amerikaanse talkradio, met een schier onuitputtelijk arsenaal complotten, is hij inmiddels uitgegroeid tot een invloedrijke stem in het maatschappelijk debat.

Jones beschikt ook zonder meer over de gave van het woord. Als hij eenmaal op stoom komt, is er vaak geen woord meer tussen te krijgen en gaat de ‘ik stel alleen maar vragen’-tactiek, die hij al bij Timothy McVeighs aanslag op overheidsgebouwen in Oklahoma in 1995 hanteerde, snel over in bizarre en groteske beweringen, die zijn achterban in de juiste stemming moeten brengen om de portemonnee te trekken. Want daarna volgt al snel een commerciële break.

Zulk ondernemerschap laat Alex Lee Moyer echter maar eenmaal zien in Alex’s War. Het is een treffende scène, maar die doet geen recht aan het belang van dit verdienmodel voor Jones’ imperium. Hoewel hij totaal ongecontroleerd oogt – en waarschijnlijk ook wil lijken: spontaan en authentiek – moet daarachter een berekenende man schuilgaan. Een nietsontziend aandachtsdier dat steeds weer snuffelt naar nieuwe ophef en de daaraan verbonden inkomsten.

En dus pist ‘de Dan Rather van de samenzweringstheorieën’, aldus zijn eerste cameraman Mike Hanson, ongegeneerd voor de camera tegen de zogenaamde Georgia Guidestones, stenen des aanstoots voor elke zichzelf respecterende complotdenker. Of beweert hij doodleuk dat de ringen van de Olympische Spelen door Adolf Hitler zijn ontworpen. Flagrante onzin, die met één keertje googelen is te ontkrachten – maar die door Moyer dus niet wordt weersproken.

Met de juiste bril op wordt deze film, die toewerkt naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en de rol van Alex Jones op die dag belicht, daadwerkelijk een naargeestige afdaling in de verdorven geest van een handelaar in leugens, angst en woede. Puur op basis van wat hij zelf doet en zegt. Zonder kritische blik kan Alex’s War en de cynische (en fascinerende) man die erin wordt geportretteerd echter wel eens volstrekt verkeerd begrepen worden.

De Stad Was Van Ons: Radicaal Feminisme In De Jaren ‘70

De seksuele revolutie van de jaren zestig had volgens hen vooral mannen geholpen. Voor Nederlandse vrouwen was er nog een wereld te winnen. En de hoofdpersonen van de historische documentaire De Stad Was Van Ons: Radicaal Feminisme In De Jaren ‘70 (70 min.) van Netty van Hoorn stonden begin jaren zeventig te trappelen van ongeduld om daarmee een begin te maken. Een halve eeuw later blikken deze strijdbare vrouwen terug op een formatieve periode in hun leven. Toen ons land, Amsterdam in het bijzonder, in rep en roer was door provocerende acties van ‘het zwakke geslacht’.

Het waren de jaren van actiegroep Dolle Mina, het platform Wij Vrouwen Eisen, de alternatieve vrouwenkrant Paarse September, Blijf van m’n lijf-huizen, het lesbische blad Diva en vrouwenfonds Mama Cash. Op alle mogelijke manieren probeerden feministen de maatschappelijke status quo te doorbreken. ‘Man + baan = karrière’, stond er bijvoorbeeld te lezen op een schotschrift genaamd Elementaire Sociologie. ‘Vrouw + baan = kassière’. De leuzen van die tijd, achtergelaten in de stad, spreken eveneens boekdelen: Zij komt. De heksen zijn terug. En: liever lesbies. Net als de initiatieven die uit dat sentiment voortvloeiden: vrouwenpraatgroepen, vrouwenhuizen, vrouwenfilmcollectieven, vrouwenboekwinkels en, natuurlijk, vrouwenliefde.

Feminisme schiet niet op als hetero zijn de norm blijft, constateert Maaike Meijer in deze gedegen film, waarin alleen vrouwen aan het woord komen. Heteroseksualiteit had volgens haar weinig met seks te maken. ‘Het is gewoon een systeem om macht te distribueren.’ Lesbisch worden of zijn was in die tijd dus niets minder dan een politieke daad. En dat was dan weer koren op de molen van tegenstanders, die ‘lesbo’s’ konden afdoen als mannenhaters. Mieke van Kasbergen moet lachen als Van Hoorn vraagt hoe haar ouders reageerden op haar mededeling dat ze lesbisch was. ‘Mijn moeder stopte met het nemen van belangrijke medicijnen, die zag het leven niet meer zitten. En mijn vader sprak de historische woorden: ik had je liever naar het kerkhof gedragen.’

In zulke bijna onwerkelijke herinneringen, gecombineerd met fraai archiefmateriaal van een welhaast vergeten Nederland, zit de kracht van De Stad Was Van Ons, waarin het gevecht rond elementaire onderwerpen, zoals bijvoorbeeld abortus, huiselijk geweld en LHBTIQ+-rechten, ook gepaard ging met issues die met de wijsheid van nu vooral symboolpolitiek lijken. Enkele vrouwen hebben zich bijvoorbeeld beijverd voor ‘krukrecht’, het recht om in een café aan de bar te mogen zitten. In het Nederland van een halve eeuw geleden was dat blijkbaar nog niet vanzelfsprekend.

De Heilige Drie-Eenheid

Martijn van de Griendt

Tezamen vormen ze een plaatje. Zoals ze daar zitten, op het bed van een tienerkamer, Lekker klierend met een zak chips. De zestienjarige Alex Sophie, een frêle meisje met een neusringetje in. Haar vriendin Emma, in een hardrock T-shirt, van een jaar jonger. En de eveneens vijftienjarige Robbie, een lange jongen met een klein snorretje en een Afrokapsel die eruit ziet als de jongere, nét iets minder robuuste versie van een hardrockheld, Phil Lynott. Drie tieners uit Eindhoven, ‘meer dan gewoon vrienden’. Via de camera van Emma’s smartphone is bovendien een man te zien: Martijn van 52, de maker van deze documentaire over De Heilige Drie-Eenheid (70 min.).

Fotograaf Martijn van de Griendt maakte eerder Maria, I Need Your Lovin’ (2017), waarin hij acht jaar lang de onstuimige zoektocht naar liefde van een vriendin in beeld bracht. In deze tweede film richt hij zijn camera op drie emokids die op het eerste oog een superleven hebben, maar gaandeweg ook de achterkant daarvan laten zien. Ze zijn permanent bezig met hun uiterlijk, hebben met Engelse termen en straattaal doorspekte gesprekken (‘tantoe depressief’) en maken soms zoveel lol dat ze vergeten om te bespreken wat hen echt bezighoudt. Via hen maakt Van de Griendt een soort snapshot van een generatie, die via social media voortdurend wordt geconfronteerd met zichzelf.

Ze hangen rond op het Stadhuisplein, dansen uitzinnig in het kleedhokje van een kledingwinkel en gaan samen op vakantie naar Zeeland. Tegelijkertijd kampt ieder met z’n eigen donkere gedachten en stemmingswisselingen. Net als leeftijdsgenoten zijn ze onzeker over hun uiterlijk, vergelijken ze zichzelf overmatig met anderen, kampen ze met een eetstoornis, hebben ze vragen over hun geaardheid of verliezen ze zichzelf soms in zelfbeschadiging. Martijn van de Griendt, die eerder een sfeertekening van deze jonge levens dan een lineair verteld verhaal voor ogen heeft, kadert de gesprekken die hij daarover heeft met de drie verder nauwelijks in.

Gebeurtenissen worden niet aangekondigd of uitgelegd en verder ook niet in hun context geplaatst. Ze zijn er gewoon ineens en Alex Sophie, Emma en Robbie moeten er maar chocolade van zien te maken – en wij, als kijkers, met hen. Daarbij helpt ’t dat de drie tieners uitstraling en charisma hebben en dat hun levens door Van de Griendt – die als maker echt een beetje verliefd lijkt te zijn geworden op zijn hoofdpersonen – met een bloemrijke gitaarsoundtrack boven zichzelf uit worden getild. Als ongenaakbare alternatieve helden, begeleid door pak ‘m beet Suede, The Smiths of Smashing Pumpkins, die tegelijkertijd ook zichzelf durven te laten zien.

In een collageachtige film die hen in het hier en nu, met en zonder elkaar, tussen kind zijn en volwassen worden, in al hun bravoure en kwetsbaarheid toont.

My Garden Of A Thousand Bees

NTR

‘Open your eyes’, zingt een ijle vrouwenstem, terwijl de dronecamera langs Martin Dohrn en over zijn beeldige stadstuin in Bristol vliegt. ‘Look around you. Feel the breeze on your face. And breathe in.’ In de documentaire My Garden Of A Thousand Bees (52 min.) van David Allen, die soms enigszins doet denken aan Reis Door Onze Wereld van Peter en Petra Lataster, blijft de Brit zich verbazen over de wonderen in zijn eigen natuur.

Terwijl het land in lockdown moet vanwege het Coronavirus, gaat Dohrn met speciale camera’s in de weer om de meer dan zestig soorten wilde bijen in zijn tuin te bespieden. Het wordt in eerste instantie een frustrerende klus. Aan ervaring met minuscule diertjes geen gebrek bij de natuurfilmer, die hiervoor nog een film over mieren heeft gemaakt met David Attenborough. Alleen die bijen… Ze stoppen onmiddellijk met wat ze doen als ze merken dat hij hen filmt – of ze vliegen gewoon weg.

Toch lukt het hem steeds beter om deze Bristolse variant op ‘Bee City’, waarin ook spinnen en vliegen een essentiële rol spelen, in beeld te brengen, met veel gebruik van extreme close-ups en slow-motion. Sommige bijen krijgen daardoor het karakter van een soort ideale kruisbestuiving tussen een marsmannetje en een helikopter. Ze vormen samen bovendien een geheel eigen samenleving, met vaste activiteiten, codes en personages. En Dohrn is zo’n beetje de ideale figuur om die in kaart te brengen.

Geestdriftig leidt hij – als een onverdroten geestverwant van Attenborough, met lekker droge humor bovendien – de mens rond in de wondere wereld van het insect, dat een essentiële schakel vormt in onze voedselvoorziening. Dohrn bouwt zelfs een band op met één specifieke behangersbij en geeft de film zo meteen een extra personage, waarmee ook een willekeurig exemplaar van de homo sapiens zich een beetje kan identificeren. Hij noemt haar Nicky – al is het wel de vraag of zij ook weet dat hij Martin heet.

En als hij afscheid van haar moet nemen, doet dat toch even pijn. Niet alleen bij hem overigens. Ook al is het eigenlijk, zoals ze dat zo mooi zeggen, wel goed zo. Want zo is de natuur. En dat is meteen het mooie van geopende ogen: ze zullen nooit meer niet zien.

The Mother Of All Lies

Vedette Film

Een verleden dat nooit is vastgelegd of waarvan de beelden zijn vernietigd – en dat dus moet voortleven in het geheugen – laat zich veertig jaar na dato niet zomaar weer op te roepen. Met The Mother Of All Lies (97 min.), dat op het filmfestival van Cannes twee prijzen in de wacht sleepte, slaagt Asmae El Moudir erin om een trauma van de buurt in Casablanca, waar ze zelf is opgegroeid, te verbeelden. Omdat er maar één foto van bestaat, zorgt ze zelf voor het ‘archiefmateriaal’.

In deze bijzonder inventieve film, waaraan ze jarenlang heeft gewerkt, neemt El Moudir enkele sleutelfiguren uit haar jeugd mee naar een atelier, waar ze samen met haar vader Mohamed een decor op Madurodam-formaat heeft ontworpen van de wijk Sebata. Die komt met zelfgemaakte straten, huizen, straatverlichting, huisraad, allerhande objecten én kleipoppetjes van de hoofdrolspelers, gecombineerd met een levendige audiotrack, weer helemaal tot bloei.

De Marokkaanse filmmaakster kijkt er rond met Mohamed, haar moeder Ouarda, de buurmannen Abdallah en Said én haar grootmoeder Zahra, een bitse vrouw die door kleindochter wordt omschreven als ‘een dictator die haar gehele omgeving onderdrukt’. Als Zahra zich bijvoorbeeld niet kan vinden in het portret dat een kunstenaar van haar heeft getekend op een glasplaat, slaat de bejaarde vrouw die rücksichtslos aan gruzelementen met haar wandelstok.

Een beetje zoals de door haar bewonderde Marokkaanse koning Hassan II in 1981 een demonstratie tegen zijn bewind, het zogenaamde ‘Broodoproer’, met bruut geweld liet neerslaan – en zoals Zahra zelf ook alle foto’s van het verleden heeft verbrand. Daarmee kan de geschiedenis natuurlijk niet worden uitgewist. Op zaterdag 20 juni 1981, een dag waarover doorgaans angstvallig wordt gezwegen, zijn in totaal zo’n zeshonderd doden gevallen, óók in hun eigen wijk.

‘Ik heb er niets van gezien’, beweert oma Zarah niettemin stellig, als haar kleindochter daar expliciet naar vraagt. ‘En ook als ik wél iets had gezien…’ Een dag later worden er allerlei deuren ingetrapt en buurtbewoners gearresteerd, waaronder de twee nu aanwezige buurmannen. In een koortsachtige scène bij een miniatuurcel reconstrueert Abdallah deze traumatische ervaring, waarbij hij ernstig is mishandeld en vervolgens in een overvolle gevangenis wordt gesmeten.

De beulen bekleden nu belangrijke posities terwijl de slachtoffers in een massagraf liggen, schreeuwt een spandoek tijdens een demonstratie om aandacht te vragen voor de slachtoffers, waarbij ook Said is te ontwaren. Deze ingenieuze film, op spaarzame momenten ingekaderd door El Moudirs bijna gefluisterde voice-over, toont op microniveau hoe de gebeurtenissen van toen nog altijd doorwerken in het leven van nu. In een kleine wereld krijgen grote emoties alle ruimte.

The Mother Of All Lies zet zo een nauwelijks gedocumenteerde misdaad tegen de menselijkheid alsnog, op onvergetelijke wijze, op ieders netvlies.

Sorry/Not Sorry

Dogwoof

Het had zomaar een grap kunnen zijn: mag ik even mijn piemel uit m’n broek halen? Voordat de vrouwen in kwestie, in veel gevallen collega-comedians, echter goed en wel doorhadden dat hij ‘t meende, had Louis C.K. de daad al bij het woord gevoegd. Hij haalde zijn penis voor de dag en begon in hun aanwezigheid te masturberen.

Het wás in zekere zin ook een grap. Althans, de achterkant van een grap. De populaire Amerikaanse komiek maakte continu gênante grappen over masturbatie en de vunzige gedachten die vrouwen in hem losmaakten. Dat maakte hem juist leuk, scherp en lekker ongemakkelijk. Totdat het publieke geheim – iedereen in zijn (professionele) omgeving wist ervan of had ervan kunnen of moeten weten – daadwerkelijk publiek werd gemaakt.

Dat gebeurde in de nasleep van de affaire rond Harvey Weinstein, de filmproducent die talloze jonge actrices zou hebben misbruikt. In het najaar van 2017 brachten #metoo-beschuldigingen de ene na de andere machtige man in de entertainmentwereld in ernstige verlegenheid. Louis C.K. werd één van hen. Een schuldbewuste, zo leek het. ‘These stories are true’, gaf hij toe – en werd vervolgens gecanceld. Totdat hij binnen een jaar tóch z’n comeback maakte.

In Sorry/Not Sorry (90 min.) analyseren Caroline Suh en Cara Mones met een paar gemaltraiteerde vrouwelijke collega’s, enkele andere stand-upcomedians en insiders uit de entertainmentwereld De Kwestie Louie C.K.: hoe zijn gedrag zo lang binnenskamers kon blijven, waarom mannelijke collega’s maar geen afstand van hem nemen en zijn gedrag blijven bagatelliseren en hoe hij in tijden van ‘cancelcultuur’ gewoon kon terugkeren naar het grote publiek.

Deze film wil dus meer zijn dan de zoveelste #metoo-docu, waarin een held van zijn voetstuk wordt gestoten met een opeenstapeling van slachtofferverhalen. Suh en Mones proberen ook te vatten hoe een man die in zijn oeuvre bepaald geen geheim maakte van zijn karakterzwaktes – net als overigens shockrocker Marilyn Manson en comedian Russell Brand – toch zo lang buiten schot kon blijven. Zaten (en zitten) zijn grappen het zicht op de werkelijkheid in de weg?

Voor menige collega heeft de comedian echter wel degelijk zijn geloofwaardigheid verloren. ‘In al die tijd waarin hij ons vertelde over wie hij was en wat zijn zwakheden waren, hield hij één kant van zichzelf verborgen’, stelt entertainmentjournalist Sean L. McCarthy. ‘En daarmee komen we terug bij de discussie: is een comedian een grappenmaker of een waarheidszegger? Moeten de grappen een soort diepere waarheid bevatten? Of zijn het gewoon grappen?’

In het geval van Louis C.K. is menigeen het lachen inmiddels wel vergaan – al blijft hijzelf gewoon grappen maken.

Lastpak: Noa Lang

Prime Video

In zekere zin komt deze docuserie als mosterd na de maaltijd. Want als er nu één ding is verbeterd bij Noa Lang sinds hij bij PSV speelt, dan is het zijn imago. Daar is deze serie niet voor nodig.

De aanvaller die bij zijn terugkeer naar de Nederlandse Eredivisie in de zomer van 2023 nog een ‘milde TBS-patiënt’ werd genoemd, is sindsdien al getypeerd als iemand met een ‘grote bek, klein hartje’, nadat hij uitgebreid de tijd nam voor enkele fans met een verstandelijke beperking, en door zijn huidige trainer Peter Bosz zelfs bestempeld als leider, een potentiële aanvoerder. En dan ligt alsnog Lastpak: Noa Lang (150 min.) op de digitale deurmat en rakelt allerlei oude controverses op. Bovendien is Lang al enige tijd geblesseerd en nog enkele maanden uit de roulatie.

De vierdelige serie van Bart van den Aardweg start aan het begin van het seizoen 2022-2023 als Noa Lang na twee succesvolle seizoenen bij de Belgische topclub Club Brugge ondanks een enkelblessure geselecteerd hoopt te worden voor het wereldkampioenschap in Qatar, een toernooi dat in deze productie wordt teruggebracht tot de kwartfinale van het Nederlands elftal tegen Argentinië. Vanuit Nederland zien zijn zwangere vriendin Blossom, moeder Manon en een groep fanatiek meelevende vrienden hoe hun held zijn allereerste speelminuten maakt en vervolgens wordt uitgeschakeld.

Eenmaal terug in Europa gaat het bij Club Brugge allengs slechter en slechter, komt de geboorte van zijn eerste kind steeds dichterbij en begint Lang zich af te vragen waar hij zijn carrière wil vervolgen. Tegelijkertijd blikt Van den Aardweg samen met de hoofdpersoon, diens ‘tough love’-vader Jeffrey en zijn voormalige trainers Leen Boer (Feyenoord), Erik ten Hag (Ajax) en Alfred Schreuder (Club Brugge) terug op Langs roerige loopbaan, die natuurlijk wordt geïllustreerd met fraaie voetbalbeelden van de buitengewoon getalenteerde blonde krullenbol die gaandeweg uitgroeit tot een lefgozer pur sang.

Daarbij passeren de bekende verhalen de revue: dat zijn vader in de gevangenis zat toen hij nog maar een jongetje was, dat hij als speler van de jeugdopleiding van Feyenoord geen geheim maakte van zijn liefde voor Ajax en dat hij als jong broekie bij Ajax, voor de camera, zijn trainer Erik ten Hag en aanvoerder Dusan Tadic brutaal weerwoord gaf. Mensen op straat in België herkennen hem als ‘dat vervelende mannetje van de tv’, stelt Noa Lang zelf, die een onbegrensd zelfvertrouwen lijkt te hebben en, zo geeft ie grif toe, inderdaad het bloed onder iemands nagels vandaan kan halen.

Die Noa Lang doet zich ook in deze miniserie gelden. Op de parkeerplaats van zijn auto ligt een lege kartonnen doos met piepschuim. Hij weigert hem op te ruimen en parkeert steeds gewoon zijn auto overheen. Totdat hij er toch aan moet geloven. Lang bekvecht ook ongegeneerd voor de camera met Blossom en rijdt terwijl hij wordt gefilmd bovendien nog even zijn auto in de kreukels, nadat hij eerder al een rijverbod heeft gekregen in België. ‘Dit is zo lomp!’ zegt hij dan, enigszins ongemakkelijk kijkend. En maakt er daarna maar het beste van: ‘Het staat wel op camera. Dat is altijd lachen.’

In Lastpak doen ook de internationals Memphis Depay, Denzel Dumfries en Jurriën Timber hun zegje over hun collega met altijd, ook als het niet uitkomt, dat hart op de tong – al laat hij tegelijk zelden écht het achterste daarvan zien. Het blijft bij een enkele persoonlijke ontboezeming, bijvoorbeeld als hij net vader is geworden. ‘Ik denk dat ik oprecht pas echt gelukkig kan zijn als alles voorbij is en ik terugkijk op mijn carrière, echt trots kan zijn op wat ik heb bereikt en ik dan mijn rust heb’, zegt hij met z’n pasgeboren kind in zijn armen. ‘Maar tot die tijd heb ik geen reden om gelukkig te zijn.’

Ook hij, de ogenschijnlijk zo onverschillige handenbinder, worstelt soms met alle druk van die dekselse voetballerij. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar tijdens zijn persoonlijke gesprekken met prestatiecoach Joost Leenders over de aanhoudende malheur bij Club Brugge. Of de ellenlange transferonderhandelingen tussen Club en PSV, waarvan hij volgens eigen zeggen ‘helemaal parra’ wordt. Dan laat Noa Lang even het schild zakken, dat hem in zijn loopbaan net zo vaak heeft gediend als dwarsgezeten, en wordt de man achter de voetballer zichtbaar, het joch achter de branieschopper.

Een typisch kind van een adorerende moeder en een vader die zijn gevoelens nauwelijks kan laten zien, zou je als buitenstaander op basis van deze aardige miniserie zeggen. Minder aaibaar dan de jongen die zoveel lof kreeg toegezwaaid omdat hij op de foto ging met fans met een beperking, maar ook minder onhandelbaar dan de al dan niet milde TBS-patiënt waarvoor hij regelmatig is versleten. Een lastpak, zoveel is zeker, die toevallig héél goed kan voetballen.

Can I Tell You A Secret?

Netflix

‘Niet bang zijn, oké?’ zegt de sinistere mannenstem, terwijl dat natuurlijk precies de bedoeling is. De stalker benadert zijn slachtoffers via social media. Can I Tell You A Secret? (101 min.), vraagt hij hen en probeert dan slinks hun geheimen te ontfutselen. De onbekende man – al kan het natuurlijk net zo goed een vrouw zijn – dringt via een hele waaier aan nepaccounts alle aspecten van hun leven binnen en maakt dat al snel volstrekt onmogelijk.

De slachtoffers van de cyberstalker lijken wel wat op elkaar: ze zijn jong, vrouwelijk en zeer Brits, genieten van het leven en delen dat maar al te graag met de rest van de wereld. Als would be-influencers zijn ze gemakkelijke slachtoffers voor iemand die hen online benadert. Als snel begint hij via hen z’n gram te halen. ‘A lot of people pissed me off’, geeft de stalker later in dit tweeluik van Liza Williams, dat is opgebouwd en vormgegeven als een real life-thriller, als mogelijke verklaring. Een bevredigend antwoord is dat natuurlijk niet. Waarom zij en waarom op deze manier?

Tot die tijd ontwikkelt zich een spannend kat- en muisspel. Eerst, in aflevering 1, als de snoodaard met zijn behoorlijk naïeve slachtoffers speelt. En vervolgens, in het tweede deel, wanneer politieagent Kevin Anderson begint te jagen op de persoon die al deze ellende te weeg heeft gebracht. Het is een welbekend recept: met de regelmaat van de klok brengt met name Netflix hap-slik-weg producties uit, waarin jonge aantrekkelijke vrouwen in de greep raken van een menselijk roofdier, waarop vervolgens met alle mogelijke middelen de (online-)jacht wordt geopend.

Totdat het net rond de mysterieuze dader zich heeft gesloten en de volgende ‘bad man’ is verwijderd uit de wereld vol verleidingen waar bevallige dames zich maar staande hebben te houden. Ditmaal gaat dit zowaar met iets meer interesse voor de achtergronden van de stalker gepaard. Wat zou de persoon in kwestie, die in het echte leven natuurlijk helemaal niet met zo’n doodenge vervormde stem spreekt als het monster in deze vakkundig gemaakte miniserie, hebben bewogen? En hoe is ie toch in godsnaam in deze donkere hoek van het internet verzeild geraakt?

Vogels Kun Je Niet Melken

M&N Films

Een nieuw bedrijfsmodel moet er komen voor boer Bote de Boer uit Tjerkwerd in Súdwest-Fryslân. Met behoud van vogels, zegt hij er meteen bij. ‘s Mans melkveehouderij produceert tegenwoordig alsmaar minder melk, maar hij biedt al jaren een weldadig thuis aan allerlei vogelsoorten, de grutto in het bijzonder. De romanticus Bote ontvangt de weidevogel elk jaar met open armen. Het is zijn lust en zijn leven.

Maar, constateert zijn zoon Jan Jochum nurks, Vogels Kun Je Niet Melken (100 min.). Die geven helemaal niks. Geen melk in elk geval. De Friese jongen zou het liefst gewoon verder gaan als koeienboer. Marc, een andere zoon van Bote en zijn echtgenote Astrid, heeft zijn conclusie zelfs al getrokken. Hij wil verkassen naar Portugal om daar een bedrijf te starten. Dat betekent wel dat er nu flink geld geleend moet worden – en nog jaren afbetaald moet worden. Kunnen ze die last dragen? En wat betekent dit dan voor andere toekomstplannen?

Barbara Makkinga, die enkele jaren geleden in Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen al de West-Friese tulpenkwekersfamilie Schouten (met schaatskampioen Irene in de gelederen) portretteerde, haakt in deze verstilde film in eerste instantie vooral in op Bote’s liefde voor zijn vogelgebied. Met fraai camerawerk, dat zowel de pracht en praal van de landelijke omgeving benadrukt als een kien oog heeft voor al wat daar leeft, maakt ze er een lyrische ode aan landelijk Friesland van, die op smaak is gebracht met expressieve muziek.

Tegelijkertijd is er het eeuwige gedonder over geld. Want terwijl zijn vogelpopulatie floreert produceren de koeien van De Boer dus simpelweg te weinig melk. ‘Soms vind ik het offer dat wij moeten brengen te groot’, stelt zijn vrouw Astrid daarover omfloerst. Jan Jochum, die het bedrijf wil overnemen (als er tegen die tijd nog iets over te nemen valt) is veel directer. Het kan gewoon niet uit, constateert hij zonder omhaal van woorden. ‘De enige optie is meer melken en meer koeien.’ Hij laat een korte stilte vallen en kijkt naar zijn vader. ‘En minder vogels.’

Daarmee komt het centrale dilemma voor de boerenfamilie, dat zich al de hele film heeft aangediend, eindelijk glashelder op tafel in deze kalme, oogstrelende documentaire. Waar vader Bote bezig is met natuurbeheer en de opbloeiende vogelstand, wil de rest van het gezin vooral dat er een nieuwe stal komt en dat het bedrijf weer echt rendabel wordt. (Hoe) kunnen ze die ideeën met elkaar verzoenen?

De Gijzeling In De Apple Store

Videoland

Is het hem echt om het geld te doen? De gijzelnemer heeft een onrealistisch hoog bedrag geëist: tweehonderd miljoen euro in cryptovaluta. Of moet De Gijzeling In De Apple Store (90 min.) toch worden beschouwd als een wanhoopsdaad? Op 22 februari 2022 dringt een gewapende man de winkel op het Leidseplein in Amsterdam binnen en gijzelt een klant. Medewerker Alex Manuputty en enkele andere klanten weten zich voorlopig in veiligheid te stellen in een soort bezemkast. Op een andere verdieping van het pand zitten een aantal medewerkers van een advocatenkantoor bovendien vast op hun werkplek. Zij zijn overgeleverd aan een ogenschijnlijk volstrekt onberekenbare man.

Intussen kijkt half Nederland mee hoe de gijzeling, die nauwgezet is gereconstrueerd door Roos Gerritsen voor deze tweedelige documentaire, zich verder ontwikkelt. De man, die camouflagekleding en een bomgordel draagt en later geïdentificeerd zal worden als Abdel A., houdt duidelijk zichtbaar een gegijzelde man vast en zwaait intussen vervaarlijk met een automatisch wapen. ‘Ik wil een onderhandelaar’, roept hij door de openstaande deur naar de politie, die het Leidseplein heeft afgezet. ‘Als jullie schieten, ik breng jullie naar het stenen tijdperk, hè?’ Om zijn woorden kracht bij te zetten, lost de gijzelnemer zo nu en dan, ogenschijnlijk lukraak, enkele kogels.

Met niet eerder vertoond beeldmateriaal (waaronder van Abdels bodycam), audioverkeer van de politie, het telefonische contact met de mensen in de kast en de communicatie tussen de gijzelnemer en een onderhandelaar van de politie wordt de stress van de situatie invoelbaar gemaakt. De onderhandelaar houdt Abdel aan de praat, probeert zo een band op te bouwen en ontfutselt hem ondertussen informatie over wie hij is en wat zijn motieven zijn. Locoburgemeester Rutger Groot Wassink en vertegenwoordigers van de politie, de Dienst Speciale Interventies en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie kaderen de opeenvolging van gebeurtenissen verder in.

En dan komt de zaak plotseling in een stroomversnelling. De dramatische afloop moge dan bekend zijn, de impact ervan, die je als kijker van deze stevige reconstructie nu van binnenuit kunt beleven, is toch aanzienlijk. ‘In wat voor film heb ik gezeten?’ vraagt Apple Store-medewerker Alex Manuputty zich naderhand af, als hij is bevrijd uit de winkel waar hij de hachelijkste werkuren van zijn leven heeft doorgebracht. En waarom was het de hoofdrolspeler daarvan nu werkelijk te doen?

Eddy’s Oorlog

Zeppers

‘Kijk naar die familie, man!’ zegt oorlogsfotograaf Eddy van Wessel tegen zijn fikser. Op vrijwel elke andere plek zou het een lieflijk tafereel zijn geweest: een man op een fiets, met zijn zwangere vrouw achterop en een klein jongetje op het stuur. Hun andere kind fietst zelf, voorop. En de hond dartelt lekker mee.

Ze rijden op een modderige weg, langs plassen en kapotgeschoten gebouwen. Vanuit de achtergrond klinken explosies. Van Wessel spoort zijn medewerker aan om hen aan te spreken. Hier is de ravage van de oorlog te zien. Het gezinnetje is alleen al doorgereden. Erachteraan. ‘Doe je raam open en roep naar hen!’ zegt hij dwingend. Tevergeefs. ‘Die fietsfoto kunnen we vergeten.’ Een praatje dan maar. ‘De kinderen zijn niet bang’, zegt de man. ‘Ze leven al hun hele leven in deze situatie.’

De Nederlandse fotograaf kan er met zijn verstand niet bij dat dit gezin zowat op de frontlinie blijft wonen. Waarom vertrekken ze niet? De vrouw zou wel willen, bekent ze, maar ze krijgt haar man niet mee. ‘Straks wordt het winter, dan kunnen ze niet eens meer weg’, zegt Van Wessel tegen documentairemaker Joost van der Valk, die hem voor het zeer enerverende Eddy’s Oorlog (102 min.) een jaar lang volgt naar Oekraïne. ‘Vrouw hoogzwanger. Volkomen gestoord! Sommige mensen snap je echt niet.’

Toch keert Eddy van Wessel, inmiddels vier keer winnaar van een zilveren camera, zelf ook steeds weer terug naar oorlogsgebied. Hij zoekt nog altijd naar de foto die alles zegt. Véél meer dan duizend woorden. ‘Ik werk niet’, zegt hij daarover in dit portret, dat hem vooral in actie laat zien. ‘Ik doe wat ik ben. Daarom is er ook geen manier om ermee te stoppen. Daarom is er ook geen manier om de drang te weerstaan om opnieuw af te reizen. Ik fotografeer letterlijk mijn verbazing. Iedere keer weer.’

Van der Valk (Haagse SjonnieCrips: Strapped N’ Strong & Satudarah – One Blood) verbaast zich dan weer over die verbazing. Al ruim dertig jaar staat de fotograaf met zijn poten in de modder als er ergens oorlog is. Een ander zou allang afgestompt of getraumatiseerd zijn afgehaakt. Van Wessel gaat in plaatsen als Kharkiv en Bakhmut echter nog altijd door riemen en ruiten om te vatten wat oorlog aanricht. Met gevaar voor eigen leven – en dat van de filmmaker die hem naar de frontlinie volgt.

Eddy’s Oorlog slaagt daarmee glansrijk in z’n opzet: zowel de oorlog zelf als Van Wessels betrokkenheid daarbij spatten van het scherm. Het leed, de vernietiging en het verlies, maar ook hoe binnen zulke hachelijke omstandigheden de menselijkheid op de een of andere manier tóch overleeft: hoop, onverzettelijkheid, solidariteit, moed en humor. En altijd is daar die fotograaf, die via een camera op z’n helm soms letterlijk zijn blikveld toont: om ook deze oorlog bij z’n kladden te grijpen.

Is het fotografie of pornografie? vraagt Van Wessel zich hardop af als hij op een landweg het levenloze lichaam van een Russische soldaat probeert vast te leggen. De beste foto zou hij vanuit de berm kunnen maken, maar die vertrouwt hij niet. De Nederlander is sowieso permanent bezig met veiligheid, vertelt hij. En dat zorgt weer voor stress. ‘Het maakt van de beste fotograaf een onbenullige amateur. En dat zie ik soms in mijn foto’s terug. Dat ik denk van: gast, hoe doe je dit?’

Tussen alle enerverende frontliniescènes door toont Joost van der Valk zijn hoofdpersoon ook te midden van zijn gezin, in het landelijke Zweedse huis waar hij een groot deel van het jaar woont. Het contrast is nauwelijks te bevatten – al is het ook de vraag of de film dit per sé nodig heeft. Hooguit om even af te schalen, net als de fotograaf zelf, zodat Eddy’s Oorlog daarna weer in een nieuw jaargetijde verder kan. In een moordend tempo op zoek naar Eddy van Wessels eigen idee-fixe:

Het ene beeld dat alle andere overbodig maakt.

American Dream

Cabin Creek Films

In 1984 maakt Hormel Foods bijna dertig miljoen dollar winst. Datzelfde jaar verlaagt de Amerikaanse vleeswarenfabrikant de lonen in Austin, Minnesota van 10,69 naar 8,25 per uur. Het bedrijf wil volgens eigen zeggen competitief blijven. Dat is tegen het zere been van de vakbond Local P-9, die onder aanvoering van ‘labor consultant’ Ray Rogers een felle mediacampagne start. Zo hopen ze alle medewerkers op één lijn en de bedrijfsleiding op de knieën te krijgen.

Voor het eerst in ruim een halve eeuw dreigt Hormels fabriek in Austin dicht te gaan vanwege een staking. En daarmee belandt American Dream (95 min.), waarmee Barbara Kopple in 1991 een Oscar won, op hetzelfde terrein als de documentaire waarvoor zij vijftien jaar eerder een Academy Award kreeg: Harlan County USA. De noeste werkers tegenover de arrogante bazen. Which side are you on? Wie buigt er en wie breekt z’n nek?

Zo simpel is de situatie in het hart van het Amerikaanse midwesten alleen niet. Want de militante acties van Rogers en co. worden ook veroordeeld vanuit eigen kring. Vakbondsbestuurder Lewie Anderson vertegenwoordigt vanuit Washington 100.000 vleeswerkers van 95 verschillende bedrijven. Hij ziet niks in de wilde acties bij de Hormel-fabriek in Austin, die in zijn ogen de looneisen van de complete sector en de onderliggende solidariteit ondergraven.

Local P-9 houdt alleen stug vast aan z’n oorspronkelijke uitgangspunt. ‘We made a promise’, herhaalt vakbondsleider Jim Guyette zijn vaste citaat uit een populair Bruce Springsteen-nummer nog maar eens tegenover de achterban. ‘We swore we’d always remember. No retreat. No surrender.’ Guyette voelt tegelijkertijd aan zijn water dat de onderlinge solidariteit broos is. Sommige mannen willen niets liever dan gewoon aan het werk. Voor hun gezin.

Vanuit verschillende kanten laat Kopple zien hoe de spanning in Minnesota steeds verder oploopt. Broeders komen tegenover elkaar te staan. De één bemant de ‘picket line’ waar de ander, als stakingsbreker tegen wil en dank, langs moet. Zodat hij de kost kan gaan verdienen. Het conflict raakt zo mensen die altijd familie voor elkaar zijn geweest – en de bazen op z’n best als een noodzakelijk kwaad, maar vaker als de vijand beschouwden.

Het zijn pijnlijke taferelen: mannen verliezen het vertrouwen in elkaar en zichzelf. Ook de wereld waarvan zij al sinds hun jeugd deel uitmaken – bijzonder trefzeker opgetekend door Kopple – dreigt te verdwijnen. De vakbond is zijn positie sowieso aan het verspelen en laat z’n traditionele achterban ondertussen verweesd achter. Als de verliezers van de moderne samenleving die later, wie weet, aansluiting zullen vinden bij de politieke beweging van Donald Trump.

Wanneer de verschillende partijen in Austin, Minnesota, er maar niet uitkomen, verschijnt Bill Wynn, de president van de United Food & Commercial Workers Union, ten tonele. ‘Iedereen kan mensen de straat op krijgen’, zegt hij als zo’n typische vakbondsbaas die geen tegenspraak duldt. ‘Maar er is een echte vent nodig om ze weer aan het werk te krijgen.’ Het is duidelijk wie hij als die echte vent beschouwt en hoe die de boel nu weer vlot gaat trekken.

Het is de tamelijk sombere conclusie van een typische arbeidersfilm, waarin gewone werkemannen worden geconfronteerd met de Reaganomics van hun tijd.

Who I Am Not

VPRO

‘Volgens de Bijbel maakt God geen fouten’, stelt Sharon-Rose Lehlohonolo Khumalo, een knappe verschijning die al eens tot de finale van Miss Zuid-Afrika doordrong, wandelend door een lege kerk. ‘Ik vraag me af of ik geen fout ben. Ik worstel met mannelijke chromosomen in een vrouwenlichaam.’

Terwijl Sharon-Rose plaatsneemt op een kerkbankje, klinkt de galmende stem van een prediker. Hij is begonnen aan dat overbekende verhaal. Over hoe God een man en een vrouw schiep. Dat is ook het uitgangspunt waarmee de wereld naar haar kijkt. Die moet niets hebben van ‘genetische afwijkingen’. Binnen zo’n onveilig klimaat is het vrijwel onmogelijk om er openlijk voor uit te komen dat je met beide geslachtskenmerken geboren bent en dus geen man en ook geen vrouw bent.

Sharon-Rose vindt in de documentaire Who I Am Not (99 min.) van Tünde Skovrán steun bij een andere intersekse-persoon. ‘Mijn ouders zijn vrienden en familie kwijtgeraakt’, vertelt activist Dimakatso Amanda Sebidi. ‘M’n hele bestaan was een probleem.’ Als kind werd Dimakatso, om aan alle onduidelijkheid een einde te maken, diverse malen geopereerd. Daarmee zijn er ingrijpende keuzes gemaakt voor de toekomst, waartoe Dimakatso zich als volwassene maar heeft te verhouden.

Intersekse personen zoals Dimakatso en Sharon-Rose leven nu eenmaal in een wereld die vrijwel volledig is ingericht op mannen en vrouwen. Dit dubbelportret, gemaakt in nauwe samenwerking met de hoofdpersonen, belicht de uitdagingen waarvoor zij worden gesteld. Dit resulteert in bijzonder ongemakkelijke scènes van onder andere een date, sollicitatiegesprek en babyshower, waarbij Sharon-Rose en Dimakatso, veelal onbedoeld en ongewild, in een hele pijnlijke positie worden gemanoeuvreerd.

Zij kunnen niet zijn wat de ander verwacht en mogen ook niet zijn zoals ze zich zelf voelen. Sharon-Rose wil bijvoorbeeld graag een volwaardige vrouw zijn, maar wordt er voortdurend mee geconfronteerd dat ze geen kinderen kan krijgen. Potentiële partners haken doorgaans direct af. En Dimakatso identificeert zich vooral als man, maar wordt in de gemeenschap nauwelijks als zodanig erkend. De twee gelden als een anomalie, een afwijking van de norm die in wezen niet mag bestaan.

Dat gevoel van vervreemding en afwijzing – dat zich niet alleen vanuit de buitenwereld aandient, maar zich ook diep in henzelf heeft genesteld – is door Skovrán vervat in poëtische sequenties, maar komt vooral tot uiting in intieme ontboezemingen van haar protagonisten, ontmoetingen met hun dierbaren en bezoeken aan een gespecialiseerde arts, die zowaar nog verrassingen voor hen in petto heeft. Het resultaat is een dappere en aangrijpende film over de zoektocht naar (zelf)acceptatie.

Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend

Apple TV+

Om te kunnen zeggen dat hij groter is dan Diego Maradona – iets wat hij zelf nooit over zijn lippen zou krijgen – zal Lionel Messi toch echt wereldkampioen moeten worden. In 2022 krijgt hij in Qatar zijn allerlaatste kans. En die grijpt hij met beide handen aan. Aan het eind van dat WK, waarin ook het Nederlands elftal nog moet worden verslagen, staat hij met de cup in handen.

In de vierdelige serie Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend (182 min.) wordt het hele toernooi nog eens van voor tot achter doorgenomen: van de smadelijke nederlaag in de openingsmatch tegen Saudi-Arabië via die gewonnen strafschoppenserie tegen Oranje naar de finale tegen Frankrijk. En tussendoor zijn er uitstapjes naar Leo’s jeugd, zijn mislukte vorige WK’s en – natuurlijk – Maradona.

Want ook in deze gladde sportproductie, waarin geen cliché wordt geschuwd, moet ’t weer verplicht over de Argentijnse knuffelbeer ‘Diego’ gaan. ‘Ik zou mezelf nooit durven te vergelijken met hem’, antwoordt Leo braaf als de eeuwige vergelijking weer eens aan de orde wordt gesteld. Hij spreekt sowieso liever met zijn voeten. Want uit zijn mond komen doorgaans weinig voltreffers. 

En ook Messi’s coach Lionel Scaloni, zijn medespelers en deskundigen zoals Gary Lineker en Jorge Valdano komen meestal niet verder dan wat al duizenden malen eerder is gezegd over de Argentijnse supervoetballer, zijn gouden linkerbeen en hoe hij binnen het team functioneert – of ze praten hem ongegeneerd naar de mond. Zoals ze ook, sorry, bij Diego Maradona altijd hebben gedaan.

Pas als de serie in aflevering 3 aanbelandt bij ‘de meest memorabele wedstrijd van het toernooi’, krijgt Messi’s World Cup iets van glans en een rauw randje. De hoofdpersoon zelf moet direct glimlachen als hem naar de match tegen Oranje wordt gevraagd. Hij is van tevoren op scherp gezet met een – enigszins verkeerd uitgelegde – uitspraak van de Nederlandse coach Louis van Gaal.

De wedstrijd zelf mondt mede daardoor uit in een gevecht, waarbij in deze miniserie de nadruk ligt op de Nederlandse misdragingen (terwijl de Argentijnen zich ook bepaald niet onbetuigd lieten). En Messi’s provocerende gebaar richting ‘bad guy’ Van Gaal, nadat hij heeft gescoord, wordt behandeld als genoegdoening – niet als het lichtelijk gênante moment waarop een grootheid even zichzelf verliest.

‘s Mans sneer in de catacomben naar Wout Weghorst ‘¿Qué mira’ bobo?’ – wat zoveel betekent als: waar kijk je naar, idioot? – blijkt met een beat eronder zelfs viral te zijn gegaan. Het incident krijgt in deze serie van Tim Pastore, eerder verantwoordelijk voor Messi Meets America, net zoveel aandacht als de halve finale van Argentinië tegen Kroatië. Dat blijkt niet meer dan een formaliteit: 3-0.

En dan blijft voor de slotaflevering van deze promodocuserie alleen de wedstrijd tegen die andere favoriet over: het Frankrijk van steraanvaller Kylian Mbappé. Het wordt een legendarische WK-finale, door Pastore met veel bombast en drama opgediend. Want het verhaal van Messi’s carrière, constateert sportjournalist Gastón Edul treffend, is nu eenmaal geschreven door een briljante scenarioschrijver.

‘Uiteindelijk ben ik maar een joch uit Rosario’, blijft de held zelf nochtans bescheiden, ‘die ervan houdt om met een bal te spelen.’

51 Birch Street

Copacetic Pictures

Als Mina, de moeder van filmmaker Doug Block, plotseling overlijdt, komt zijn 83-jarige vader Mike er na ruim vijftig jaar huwelijk ineens alleen voor te staan. Doug zoekt de man, met wie hij nooit een hechte band heeft gekregen, op voor wat tamelijk ongemakkelijke ontmoetingen zullen worden. Pas na het nodige aftasten komen ze, heel voorzichtig, wat dichter bij elkaar.

En dan, slechts drie maanden na de dood van zijn vrouw, schokt Mike de hele familie. Hij zoekt zijn voormalige secretaresse Kitty, die hij ruim dertig jaar niet heeft gezien, weer op en is binnen de kortste keren getrouwd met haar. Als de twee op de bruiloft verliefd dansen op ‘hun’ nummer Only You – die titel alleen al! – moeten zijn drie volwassen kinderen het nodige ongemak wegslikken.

En wat doet een filmmaker in zo’n geval? Hij laat zijn camera draaien. Wat ooit, ruim vóór het overlijden van Mina, is gestart als het voor privédoeleinden vereeuwigen van zijn vader en moeder, wordt in 2005 een serieuze documentaire: 51 Birch Street (88 min.), een persoonlijke film over het leven van zijn ouders, twee mensen die jong verliefd werd en daarna veroordeeld bleven tot elkaar.

Als Mike besluit om bij Kitty in Florida in te trekken, moet Blocks ouderlijk huis in Port Washington, New York, ontmanteld worden. Een prima gelegenheid voor Doug om samen met zijn vader en zussen Ellen en Karen de balans van dat huwelijk op te maken. Al is Mike in eerste instantie een onwillige gesprekspartner. Spreek alleen goeds over het verleden en de doden, houdt hij zijn zoon voor.

Op Dougs video-opnamen is zijn echtgenote, die in Mike’s ogen vastzat in ‘fantasieliefde’, intussen een stuk uitgesprokener. ‘Als een vrouw van mijn generatie niet trouwde’, zegt Mina, ‘dan was ze in feite dood.’ Mike zit naast haar, luistert mee en denkt er duidelijk het zijne van. Haar echtgenoot is in elk geval, stelt Mina even later, ‘a hell of a lot better than most men of my generation that I know’.

En met dat ‘compliment’ heeft hij ‘t moeten doen, constateert Mike, inmiddels getrouwd met Kitty, nu berustend. Meer zat er niet in. ‘Ze hield zoveel van mij als ze van iemand kon houden.’ En die constatering doet Doug Block ook over zijn eigen huwelijk nadenken – en over zijn bijbaan als bruiloftsfotograaf. Wat doen relaties met mensen? Hoe houd je ze gezond? En wat als dat niet lukt?

In de zoektocht naar zijn ouders wordt Block intussen met een serieus dilemma geconfronteerd. Tijdens het opruimen van z’n ouderlijk huis treft hij persoonlijke dagboeken van zijn moeder aan. Mag hij die als zoon inzien en dan ook nog gebruiken als filmmaker? Hij legt de vraag voor aan een vriendin van Mina. Wat zou zij gewild hebben? En: wil je als kind werkelijk alles weten van je eigen ouders?

Met alles wat hem ter beschikking staat construeert Doug Block zo z’n film: een aangrijpend portret van zijn ouders, die net als de meeste mannen en vrouwen van hun generatie vastzaten in hun rol. En een prikkelende exegese van het huwelijk en relaties in het algemeen. En zoals dat gaat bij egodocu’s, maakt de hoofdpersoon zelf ook nog een ontwikkeling door: Doug bouwt een band op met z’n vader.

Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird?

Blackframe

Kunstenaars zoals zij zijn verhalenvertellers, vertelt Tinkebell bij herhaling in dit psychologische portret dat Judith de Leeuw van haar maakte. En dat is heel verantwoordelijk werk, beweert ze eveneens meerdere malen. Zij stelt dat ze daarmee de wereld wil redden, ook nét iets te vaak. Zoals iedereen zichzelf wel eens heeft horen praten en dan denkt: daar ga ik weer! Altijd dezelfde riedel. Bijna woordelijk hetzelfde als de vorige keer en de keer daarvoor. Het is een idee dat De Leeuw ten volle uitnut in deze collageachtige film over een kunstenaar die haar leven omvormt tot een verhaal.

‘Deze filmmaker en haar team hebben in de afgelopen drie jaar al het bewegende beeld dat ooit van mij is gemaakt verzameld en bekeken’, schrijft Katinka Simonse, alias Tinkebell, daarover in 2022 in een column voor het Parool. ‘Ze haalden mijn oude computers leeg, telefoons, oude video 8-tapes, televisiemateriaal en alles wat vrienden en familie van mij hebben. Ik geloof dat Judith de Leeuw daardoor inmiddels meer van mij weet dan ikzelf.’ En dat laatste heeft ze even daarvoor in Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird? (70 min.) in min of meer dezelfde bewoordingen ook al eens beweerd.

Die film wordt daardoor nooit een routineus portret van de omstreden kunstenaar, die er voor heeft gezorgd dat ze uit duizenden herkenbaar is (met kleurrijke kleding en opvallende brillen), van zich deed spreken met een bizar kunstwerk (een handtas, gemaakt van haar eigen kat) en een sleutelrol speelde in de #metoo-kwestie rond een bekende politicus (waarover ze in een zoomcall nog stoom afblaast tegenover de filmmaakster). Al deze verhaalelementen komen wel degelijk langs in deze docu, maar niet netjes geordend. Eerder als willekeurig op tafel gedropte puzzelstukjes. Zoek ’t maar uit.

En dan is er nog het jeugdtrauma, dat alles zou kunnen hebben aangevuurd, maar voor hetzelfde geld ook gewoon een verhaal is waarmee Tinkebell de wereld wil redden – en waarmee zij, en vrijwel dezelfde woorden natuurlijk, ook op het podium belandt. Dat schuurt, irriteert en fascineert. En doet helemaal niet en toch ook weer wel denken aan De Leeuws knarsende film Ruut Weissman – De Hoofdpersoon (2020), waarin de theaterregisseur probeert te dealen met #metoo-beschuldigingen. Ook het levende kunstwerk Tinkebell is een hoofdpersonage ‘you hate to love’ (of precies andersom).

Waar Katinka Simonse continu een verhaal maakt van haar werk en leven – en daarbij steeds weer in verhaallijnen belandt, die ze zelf ook nauwelijks de baas lijkt te kunnen – zoomt Judith de Leeuw in op de persoon achter de woordenvloed. Zonder die het vuur aan de schenen te leggen of juist al te zeer mee te gaan in haar gedachtenspinsels. Een typisch voorbeeld van: show don’t tell – dat doet de hoofdpersoon zelf wel. De kijker mag en kan dan zelf bepalen wie ie wil zien: de kunstenaar, activiste, boze vrouw, verhalenverteller, hysterica, dromer of aandachtsjunk. Of allemaal tegelijk.z

Trailer Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird?

The Dynasty: New England Patriots

Netflix

Bij de NFL Draft 2000 wordt Tom Brady pas bij de zesde ronde geselecteerd. Als nummer 199. ‘Let’s do it’, besluit hoofdcoach Bill Belichick uiteindelijk. ‘We’ll take it for what is is’, reageert een collega bij The New England Patriots. En ruim een jaar later, als Brady bij dat team de geblesseerde quarterback Drew Bledsoe moet vervangen, heeft ook niemand in de National Football League in de gaten dat daarmee een nieuw tijdperk is aangebroken. Toch is dat precies wat er staat te gebeuren: The Dynasty: New England Patriots (400 min.). En Tom Brady wordt de GOAT: The Greatest Of All Time.

Net als bij Michael Jordan, zijn evenknie in die andere typisch Amerikaanse sport basketbal, heeft die status nu zijn weerslag gekregen in een epische documentaireserie. Tien afleveringen heeft regisseur Matthew Hamachek (Tiger) tot zijn beschikking gekregen om de volledige ‘regeerperiode’ van The Patriots in de Amerikaanse NFL (2001-2020), onder leiding van coach Bill Belichick en teameigenaar Robert Kraft, helemaal uit te diepen. Het resultaat is een sportproductie met, inderdaad, The Last Dance-grandeur. Typisch Amerikaans, in de beste zin des woords: groots en meeslepend.

Hamachek wikkelt de gebeurtenissen niet zomaar chronologisch af, maar balt die samen in kernachtige, met een dampende soundtrack op temperatuur gebrachte afleveringen, die samen een gelaagde vertelling over winnen en verliezen vormen. Winnen is als een drug, die ronduit verslavend werkt. ‘Na verloop van tijd verandert je relatie met de drug’,  zegt Scott Pioli, een directielid van The New England Patriots daarover. ‘Na een overwinning voel je geen euforie meer, maar opluchting. En als je verliest, wordt het heel donker. Je gaat alles doen om de angst om te verliezen te stoppen.’

‘De meeste coaches in de NFL coachen football’, stelt Patriot Donté Stallworth zelfs over Bill Belichick. ‘En hij coacht oorlogsvoering.’ Niet veel later citeert de stugge, sfinxachtige coach tijdens een wedstrijdbespreking zowaar uit Sun Tzu’s klassieke boek The Art of War: ‘Every battle is won before it is fought.’ Zo bezien liggen schandalen zoals Spygate en Deflategate eigenlijk voor de hand. Zelfs real life-issues passen daarbinnen, zoals de arrestatie van Patriot Aaron Hernandez, de door Vladimir Poetin gestolen Superbowl-ring en de frictie tussen spelers en leiding over president Donald Trump.

Als Bill Belichick een vervanger/opvolger in huis haalt voor Tom Brady, die dan net een omstreden schorsing aan zijn broek heeft gekregen, verzuren de verhoudingen tussen de twee iconen van The New England Patriots en starten Brady’s FEA-jaren: ‘Fuck ‘em all’. Gedefinieerd door (machts)strijd en succes. Met gebrek aan erkenning, met name van zijn eigen coach, als brandstof. Zoals rancune Michael Jordan steeds voortstuwt in The Last Dance. En ook in The Dynasty resulteert dit in een fascinerend kijkspel over hoe The winners take it all – ook de stress, woede, twijfel, wedijver en shit.