Grizzly Man


Bij regisseur Werner Herzog dringt zich altijd de vraag op wie er nu eigenlijk het gekste is: de paradijsvogels en obsessievelingen die hij portretteert in zijn films? Of toch de bezeten filmmaker zelf, die steevast over ieders grenzen heengaat?

Zo portretteerde hij in de documentaire Little Dieter Needs To Fly, een verhaal dat Herzog later overigens ook als basis voor de speelfilm Rescue Dawn zou gebruiken, ooit een voormalige oorlogspiloot die jarenlang in een gevangenenkamp had gezeten. Hij had er een flinke tic aan overgehouden. Als Dieter Dengler een ruimte betrad of verliet, opende en sloot hij de deur voor de zekerheid nog een keer opnieuw (en opnieuw).

Dat dwangmatige gedrag was natuurlijk een prachtige metafoor voor het trauma dat Dengler in gevangenschap had opgelopen en de enorme behoefte aan vrijheid die hij sindsdien ervoer. Één klein probleempje: Herzog had die tic zelf verzonnen en zijn hoofdpersoon overtuigd/gedwongen om deze in zijn dagelijkse routine te incorporeren zolang de camera’s draaiden.

Welkom in de wereld van een filmmaker die altijd zijn eigen waarheid creëren. Voor objectieve feiten kun je beter je toevlucht nemen tot een willekeurig telefoonboek, zegt hij in de film Capturing Reality: The Art Of Documentary, een documentaire over het maken van documentaires. Daarvan moeten we het dus ook niet hebben in één van Herzogs aangrijpendste films, Grizzly Man ( 104 min.) uit 2005.

De berenman in kwestie, ene Timothy Treadwell, heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij een soort huisvriend is geworden van een kleine groep grizzlyberen in Alaska. Voor zijn camera haalt hij, als een vlogger avant la lettre, ijzingwekkende toeren uit met levensgevaarlijke dieren waarbij een normaal mens uit de buurt zou blijven. De afloop laat zich dan ook raden – en is op een huiveringwekkende manier in deze film verwerkt.

Werner Herzog kreeg meer dan honderd uur beeldmateriaal van de berenknuffelaar (en zijn cameraschuwe vriendin Amie) in handen. Met dit found footage, dat hij paart aan interviews met mensen uit zijn directe omgeving, ontrafelt hij Timothy Treadwells tragische verhaal en onderneemt een meeslepende zoektocht door het op hol geslagen hoofd van de man die vanaf de uiterste rand van de samenleving hunkerde naar aandacht.

De Duitse filmmaker laat zich zelf natuurlijk ook niet onbetuigd. Met zoals altijd zwaar aangezette voiceovers met Duits accent, boordevolle uiterst diepe bespiegelingen over mens en leven, trekt Herzog Treadwells verhaal volledig naar zich toe. Het resultaat is een fascinerende film, die ook regelmatig voor jeuk op ongemakkelijke plekken zorgt en je mede daardoor lang bijblijft.

Jean-Michel Jarre: A Journey Into Sound


De gastenlijst voor zijn recente albums Electronica 1 en 2 leest als een who’s who van de elektronische muziek: van Moby, Massive Attack en The Pet Shop Boys tot deejay Armin van Buuren en filmcomponist Hans Zimmer. Die uitputtende verzameling figuranten werpt tevens een licht op de status van Jean-Michel Jarre binnen datzelfde muziekgenre. Voor het Electronica-project wist hij bovendien Who-gitarist Pete Townshend en de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden te strikken.

In de oerdegelijke televisiedocu Jean-Michel Jarre: Journey Into Sound (52 min.) van Birgit Herdlitschke worden plichtsgetrouw het leven en de carrière doorgenomen van de befaamde Franse componist/performer, die in 1976 met Oxygen het pad effende voor de moderne elektronische muziek. Tussen het vertellen door, in bijna verplicht ‘Allo Allo’-Engels, werkt Jarre met zijn prominente gasten aan de Electronica-cd’s. Stuk voor stuk hebben ze warme woorden en superlatieven te over voor de goed gecoiffeerde synthesizerpionier.

De nadruk blijft nadrukkelijk op Jarres muziek liggen. Hoewel hij spreekt over de moeizame relatie met zijn vader, de filmcomponist Maurice Jarre(Lawrence Of Arabia, Doctor Zhivago), en ook zijn tweede ex-vrouw, de Britse actrice Charlotte Rampling, uitgebreid aan het woord komt, is dit geen psychologisch portret van de mens Jean-Michel Jarre. Het is vooral een eerbetoon aan een invloedrijke muzikant.

Onze Manier Van Leven

onzemanier

 

Had de documentaire Onze Manier Van Leven (90 min.), over de verkiezingscampagne van de omstreden politieke beweging DENK, niet wat kritische vragen kunnen gebruiken? vroeg ik me af tijdens het bekijken van de film, waarin maker Jack Janssen zich veelal beperkt tot de rol van vlieg op de muur. Had hij het onafscheidelijke DENK-duo Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk niet gewoon moeten belagen met vlijmscherpe vragen over de Armeense genocide, hun verhouding tot de Turkse president Erdogan en de manier waarop ze andere Turks-Nederlandse politici aan de schandpaal te nagelen?

Pas als Sylvana Simons, volgens Kuzu als ‘een dief in de nacht’, is vertrokken, meldt Janssen zich met zijn eerste en weinig kritische vragen en krijgt de DENK-leider vervolgens ook nog de kans om zijn eigen verhaal te doen en haar van ‘backstabbing’ te beschuldigen. Ook in het navolgende gesprek met diens kompaan Öztürk bijt de interviewer niet door, zodat DENKs frame dat Simons en haar campagneleider uit puur opportunisme zijn vertrokken de overhand blijft houden.

Het plotselinge vertrek van Simons zie je als kijker helemaal niet aankomen, alle interne strubbelingen zijn netjes buiten beeld gehouden. Net als in die andere Nederlandse campagnedocu Jessekrijgen de hoofdpersonen van Onze Manier Van Leven daarnaast wel erg veel ruimte voor window dressing en toneelstukjes voor de camera. Het is alsof ook Jack Janssen zelf dat tijdens het maken van de film door begon te krijgen. Gaandeweg, als de Tweede Kamer-verkiezingen in zicht komen, grijpt hij steeds vaker en scherper in en wint de film aan spanning.

Dat ook kritisch doorvragen (en door en door en door) niet zaligmakend hoeft te zijn, bewijst overigens één van de eerste scènes van deze onderhoudende documentaire als een net iets te scoringsbeluste Powned-journaliste Kuzu blijft achtervolgen met steeds weer dezelfde vraag. ‘Bent u het eens met de uitspraken van Erdogan dat Nederlanders fascisten en nazi’s zijn? Ja of nee?’ Waarna de DENK-leider zich comfortabel kan terugtrekken in zijn positie van onheus bejegende politicus, die hem en zijn partij later bij de verkiezingen geen windeieren zal leggen.

Toch zijn het juist zulke confrontaties waaraan deze film zijn meerwaarde ontleent. Janssen brengt het speelveld waarop DENK zich beweegt, van stekelige twistgesprekken met collega-politici en journalisten tot de verplichte bezoeken aan lokale afdelingen en buurthuizen, van heel dichtbij in kaart en dringt zo bezien wel degelijk door tot de kern van een nieuwe en omstreden politieke beweging en de multiculturele gemeenschap die daarachter schuilgaat.

Seeing Allred

Netflix

Zou ze de meest gehate (en bewonderde) vrouw van Hollywood zijn? Gloria Allred, de gestaalde advocate die al ruim veertig jaar onvervaard de strijd aanbindt met mannen, veelal uit de entertainmentindustrie, die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan geweld tegen en (seksueel) misbruik van vrouwen. Ze werkt inmiddels als een rode lap op elke stier, zogezegd.

In de perfect getimede biopic Seeing Allred (95 min.), die comfortabel kan meedeinen op de golven van verontwaardiging die de #metoo-beweging op dit moment veroorzaakt, zet ze haar tanden in de Amerikaanse comedian Bill Cosby. Hij zou gedurende zijn lange carrière tientallen vrouwen hebben gedrogeerd en misbruikt. Dat doet Allred op kenmerkende wijze: met bikkelharde statements, altijd enkele slachtoffers aan haar zijde en een hele rij camera’s en microfoons op haar gericht. Trial by media, zeggen critici.

Gloria Allred is één geworden met wat ze doet, zo geeft ze grif toe in deze film van Sophie Sartain en Roberta Grossman, die zowel haar carrière als persoonlijke leven omvat. Daarin komt ook de traumatische gebeurtenis aan de orde die haar ooit op het spoor zette van de strijd voor vrouwenrechten: een verkrachting waaraan ze ook nog een ongewenste zwangerschap overhield. Bij de navolgende illegale abortus legde de overtuigde feministe bijna het loodje. Waarna een verpleegster zou hebben gezegd: ‘this will teach you a lesson’.

Ze leerde er een geheel andere les van. Van leven met ongeschoren tanden. Met een wapperend wetboek in de ene en een uitgekiende mediastrategie in de andere hand trekt Gloria Allred ook in het tijdperk Trump, die eveneens door allerlei door haar begeleide vrouwen wordt beschuldigd van ongewenste intimiteiten, nog altijd ten strijde voor een vrouwvriendelijke(re) wereld. Haar dochter Lisa Bloom is bovendien in haar voetsporen getreden. Zij hielp bijvoorbeeld Bill O’Reilly van Fox News, door diverse vrouwen beschuldigd van seksuele intimidatie, pootje te lichten.

Deze pro-Allred film slalomt alleen wel erg soepel om Blooms korte periode als belangenbehartiger van Hollywoods ultieme seksuele roofdier Harvey Weinstein heen. Een ‘kolossale fout’, bekende ze later en ongetwijfeld ook een pijnlijke episode voor haar moeder Gloria. Het lijkt alsof de filmmaaksters de door hen bewonderde leeuwin Gloria Allred toch niet al te zeer tegen de manen in wilden strijken. Iets meer weerwoord had van deze interessante film écht een onontkoombaar #metoo-document kunnen maken.

Spiegeldromen

De Familie

Ze durven groot te dromen. De een wil miljonair worden, een ander professioneel vuurwerkafsteker. Anderen zoeken het dichter bij huis: in een supermarkt, bij de plaatselijke bouwmarkt of in het boerenbedrijf. Tegelijkertijd kijken de jongeren letterlijk in de spiegel. En documentairemaakster Marjoleine Boonstra kijkt mee en stelt intussen oprecht geïnteresseerd vragen.

De jongeren die aan het woord komen in Spiegeldromen (50 min.) zijn afkomstig van het praktijkonderwijs. Het VMBO bleek vanwege allerlei verschillende redenen te hoog gegrepen voor hen. De afgelopen jaren hebben ze aan praktische vaardigheden en hun zelfvertrouwen gewerkt. Nu staan ze op het punt om de wijde wereld in te trekken. Zonder diploma, dat wel.

In deze film spreken ze heel openhartig over zichzelf en hun leven. Over hun fijnste vakantie of hun favoriete muziek, maar ook over hun leerproblemen, woedeaanvallen en depressies. Die gesprekken vormen het hart van deze interviewdocumentaire, waarin ook hun (soms te) betrokken docenten, enkele stagebegeleiders en een ouder aan het woord komen en tevens de praktijkgerichte lessen in beeld worden gebracht.

Iedereen loopt in zijn leven deuken en schrammen op, legt één van de leerkrachten uit tijdens een les. Ze laat haar leerlingen een papier verfrommelen en vervolgens weer gladstrijken. De kreukels blijf je altijd zien, wil ze maar zeggen, maar je kunt ze ook weer redelijk wegwerken. En dat lijkt precies wat ze binnen het praktijkonderwijs proberen te doen – en wat ook deze treffende documentaire lijkt te beogen. Als de aftiteling loopt, echoën de allerlaatste woorden nog na: geef ze een kans…

The Century Of The Self


Voor Adam Curtis zijn documentaires een soort hoorcolleges. Waarbij hij zelf als alwetende verteller niets minder dan ‘de wereld’ doceert. De documentairemaker als bevlogen leraar, aan wiens lippen we – of we nu willen of niet – blijven hangen.

Een controversiële leraar, dat wel. Met een geheel eigen kijk op de mens en zijn wereld en geschiedenis. Die hij ons met dwingende stem en (die verzin ik er nu even bij) priemende ogen oplegt. Hij ondersteunt zijn betoog bovendien met een overdonderende collage van (archief)beelden. Opdat wij nooit zullen vergeten.

Dat uitgangspunt heeft al een hele zwik intrigerende televisiedocumentaires opgeleverd, waarbij het nog een hele opgave is om te reproduceren waarover ze précies gaan. The Century Of The Self (234 min.), een essay in vier delen uit 2002, verbindt in elk geval de theorieën van Sigmund Freud over het onderbewuste met het gedachtengoed van zijn neef Edward Bernays, de aartsvader van de Public Relations en propaganda.

Dat heeft volgens Curtis niet alleen geleid tot businessmodellen die de mens via zijn onderbewuste stelselmatig uitbuiten, maar ook tot een fnuikend maatschappijmodel waarbinnen de elite, een terugkerend thema in het omvangrijke oeuvre van de Britse regisseur, het volk nét iets te gemakkelijk onder de duim kan houden. Geloof ik.

Als documentaires tot (kritisch) nadenken moeten aanzetten, dan is Adam Curtis de ultieme documentairemaker. Geen brug is hem te ver; van de paralellen tussen het Amerikaanse neoconservatisme en moslimfundamentalisme (The Power Of Nightmares) tot de alternatieve realiteit die hedendaagse machthebbers creëren om controle te houden (zijn nieuwste film HyperNormalisation).

Op het YouTube-account van Adam Curtis zijn deze en nog een aantal andere films van hem te bekijken. Ter leering ende vermaeck.

How The Beatles Changed The World


Valt er, bijna vijftig jaar nadat ze het bijltje erbij neergooiden, nog iets te ontdekken over The Beatles? Alles lijkt zo langzamerhand toch wel gezegd over de meest bewonderde popgroep ter wereld (die ik als Stones-fan – ik zal het nu maar gewoon bekennen – in een provocerende bui wel eens de meest overschatte band uit de pophistorie noem)?

Aan superlatieven natuurlijk ook geen gebrek in het stevig doortimmerde carrièreoverzicht How The Beatles Changed The World (109 min.). In de eerste twee minuten van deze film van Tom O’Dell krijgt de ‘fab four’ bijvoorbeeld al de credits voor zo’n beetje elke politieke en culturele ontwikkeling die zich sinds de ‘swingin’ sixties’ heeft voorgedaan in de westerse wereld.

Nee, dit is niet de documentaire die de Beatles-films eens kritisch doorlicht, constateert dat sommige delen van het Lennon/McCartney-songboek toch wel erg zoetsappig zijn of – andere invalshoek – onderzoekt of Paul McCartney eigenlijk nog wel leeft. Deze televisiedocumentaire is en blijft eerst en vooral een eerbetoon aan de legendarische ‘Liverpudlians’.

Met een weldaad aan archiefmateriaal brengt O’Dell de stormachtige manier waarop de band de wereld veroverde tot leven en plaatst die overtuigend in zijn historische context. Ook het vaste contingent bewonderende kenners, dat zo’n beetje elke serieuze popdocu bevolkt, is weer ingevlogen. Met de gebruikelijke hyperbolen en superlatieven duiden ze The Beatles (en pikken intussen ook iets van de glans van de band mee voor zichzelf).

Zij moeten ook een beetje verhullen dat de belangrijkste nog levende spelers, Paul McCartney en Ringo Starr, niet aan het woord komen in deze verder behoorlijk complete docu. Daardoor blijft How The Beatles Changed The World toch wat op afstand. De film maakt wel overtuigend het punt dat ‘John, Paul, George en Ringo’ inderdaad de wereld veranderden. Maar, brengt de ongelovige Thomas in mij, daartegenin: dát deed mijn oude liefde, The Stones, ook.

Dirty Money

Netflix

Ze balanceren voortdurend op het slappe koord tussen gewiekste bedrijfsvoering en pure oplichting, de hoofdpersonen van de zesdelige documentaireserie Dirty Money (376 min.). Zolang ze niet worden betrapt – of door de mazen van de wet kunnen glippen – lijkt alles, werkelijk alles, geoorloofd.

En daarmee belanden ze op het vizier van documentairemaker Alex Gibney, die eerder financiële malversaties bij de energiegigant Enron, het pyramidespel van Jack Abramoff en wanpraktijken op Wall Street onder de loep nam. Onder zijn bezielende leiding buigen enkele gerenommeerde regisseurs zich nu over een eigen schandaal in zes, los van elkaar te bekijken afleveringen.

In deel één hard NOx (75 min.) rekent Gibney zelf af met Volkswagen, dat doelbewust sjoemelsoftware inbouwde in zijn dieselauto’s, zodat de werkelijke uitstoot van kwalijke gassen (en Gibney legt daarbij rücksichtslos de link naar een zekere Duitse leider, die ooit mede aan de wieg van het bedrijf stond en ook gedurig wordt geassocieerd met gas) werd versluierd. En als er dan ook nog levende apen blijken te zijn gebruikt om die uitlaatgassen te testen…

In andere afleveringen neemt Dirty Money bijvoorbeeld  de Amerikaanse medicijnenfabrikant Valeant, die de prijzen van cruciale pillen talloze malen over de kop liet gaan om zo de eigen financiële huishouding min of meer op orde te houden, en het bankconcern HSBC, dat zonder enige scrupules enorme geldbedragen aannam van Mexicaanse drugskartels, op de korrel. Als brave burger zie je het afwisselend met open mond, gebalde vuist of steen in de maag aan.

Mijn favoriet? Aflevering 2, Payday (68 min.), van Erin Lee Carr (die ook één van de spannendste films van 2017 maakte: de bizarre true crime-klapper Mommy Dead And Dearest). Zij volgt Scott Tucker tijdens de voorbereidingen op een grote rechtszaak. Deze Amerikaanse Dirk Scheringa werd schathemeltjerijk van zogenaamde flitsleningen en maakte met dat geld vervolgens goede sier met een eigen autoraceteam. De man blijft consequent de vermoorde onschuld spelen terwijl intussen zijn schandelijke modus operandi uit de doeken wordt gedaan.

Elke vorm van schaamte, of zelfs maar de meest basale vorm van zelfreflectie, lijkt te ontbreken bij de linkmiegels die worden geportretteerd in Dirty Money. Één man mag daarom niet ontbreken tussen al die hele en halve witte boordencriminelen: de huidige Amerikaanse president, die tijdens zijn lange carrière als Con(fidence) Man ook – het zal niemand verbazen – de nodige dubieuze deals heeft gesloten. Aan hem, de zelfverklaarde dealmaker, is de laatste aflevering gewijd.

The Force

Netflix

‘Dit land is in essentie gesticht op wantrouwen jegens de overheid’, zegt politiechef Whent tegen zijn manschappen. ‘Wij zijn het meest zichtbare uithangbord van die overheid. We rijden rond in een zwart-witte auto met knipperende lichten en dragen een uniform met een blinkende ster. We geven jullie veel gezag en een wapen. Het is redelijk dat mensen verwachten dat je uitlegt waarom je doet wat je doet.’

Herfst 2014. Sean Whent is hoofdcommissaris nummer zes van de Californische stad Oakland in tien jaar. Zijn korps, waar een ‘giftige machocultuur’ zou heersen, ligt op alle mogelijke manieren onder vuur. Vanwege corruptie, machtsmisbruik en excessief geweld. De knop moet om volgens de nieuwe leider. Hij wil geen foute agenten meer en een einde aan de ‘blue wall of silence’. Wangedrag dient voortaan direct te worden gemeld.

Whents ferme taal wordt in de navolgende periode op alle mogelijke manieren op de proef gesteld, getuige de enerverende documentaire The Force (92 min.), waarin het politiekorps van de door raciale spanningen verscheurde Amerikaanse stad twee jaar lang wordt gevolgd. Terwijl activisten van de Black Lives Matter-beweging elke misstap van het korps met mobieltjes proberen vast te leggen, wapenen de agenten zich met bodycams, die de beelden leveren waarmee hun kant van het verhaal kan worden bevestigd.

Oakland oogt in deze ‘fly on the wall’-docu van Peter Nicks als de frontlinie van een oorlog tussen staat en volk om het hart van Amerika. The Force kiest daarbij het perspectief van de politie, van de gewone diender die in deze betonnen jungle moet zien te overleven. Zonder dat de film daarmee ook automatisch partij kiest voor het blauw op straat. De schandalen die het korps ook onder het bewind van Whent blijven teisteren worden eveneens belicht in deze krachtige film, waarmee een verrassend nieuw licht wordt geworpen op – kwinkslag-alarrumm! – de klassieke slogan ‘may the force be with you’.

Verlaten

verlaten

 

Ze worden geteisterd door heimwee, de mensen die door Hetty Nietschworden geportretteerd in Verlaten (75 min.). Heimwee naar het leven waarvan ze afscheid moesten nemen én heimwee naar de toekomst die daardoor niet meer voor hen is weggelegd, zoals één van de hoofdpersonen het treffend verwoordt.

Ze werden stuk voor stuk verlaten door hun partner. Plotseling. Zonder dat ze het zagen aankomen. Sindsdien zitten ze in zak en as, blijven ze op zoek naar antwoorden die alsmaar uitblijven, zijn ze gewoonweg pislink óf hebben ze er zowaar iets van geleerd. Het zijn verhalen die beroeren, van mensen zoals jij en ik die het leven dat ze dachten te kennen voor hun ogen zagen verschrompelen.

Tegenover de bespiegelingen van de achterblijvers staat het relaas van Suzanne Rethans, die zelf haar man heeft verlaten. Zij blijft een beetje een fremdkörper in de film. En waarom de rol van verlater nu juist moet worden ingevuld door een bekende columniste roept ook vragen op. Zij heeft haar affaire met schrijver Peter Buwalda (Bonita Avenue), die het einde van haar huwelijk inluidde, immers al uitgebreid aan de grote klok gehangen.

Zitten de stormachtige romance van Peter en Suzanne en de big bang waarmee ook die weer eindigde, waardoor Rethans dus alsnog een achterblijfster werd, de verhalen van gewone mensen die zijn verlaten door hun geliefde niet juist in de weg? Hun ervaringen zijn doorgaans weinig glamoureus en leiden ook niet tot grote kunst, openhartige columns of verhalen in de bladen. Zij grossieren ‘gewoon’ in wanhoop, woede en stil verdriet.

Daar, bij die herkenbare emoties, bij het gevoel dat ’t ons ook zou kunnen overkomen, ligt de aantrekkingskracht van deze televisiedocu. De lotgevallen van semi-celebrities als Suzanne en haar ex-geliefden, hoe aansprekend ook verwoord door de columniste, leiden uiteindelijk alleen maar af. Al is de film mét Rethans’ ontboezemingen vast gemakkelijker aan de man te brengen.

General Idi Amin Dada: A Self Portrait


Donald Trump heeft er inmiddels een goed gebruik van gemaakt om z’n kabinetsleden op te dragen om hem in het openbaar op te vrijen (waarbij vicepresident Mike Pence zich intussen heeft laten kennen als de ultieme ‘right hand man’). Zou Trump dat hebben afgekeken van een andere megalomane leider, die in de jaren zeventig voortdurend opzichtig naar liefde en aandacht hunkerde? Enter Idi Amin.

De Oegandese dictator gebruikt de camera van regisseur Barbet Schroeder in de documentaire General Idi Amin Dada: A Self-Portrait (90 min.) uit 1974 welbewust om zijn eigen positie te bestendigen. In een legendarische scène veegt hij bijvoorbeeld zijn ministers de mantel uit en laat hen de meest banale bevelen (‘you must teach the people to love their leader’) opschrijven als ware het diepere levenswijsheden.

Niet veel later wordt een van hen aangetroffen in de Nijl. Zover had het overigens niet hoeven te komen. Voor hetzelfde geld was hij ‘gewoon’ opgegeten door krokodillen, een veel beproefde methode van Amin om politieke tegenstanders – of gewoon lastige mensen, mensen die hem ooit tegenspraken of mensen die hem even vreemd aankeken – uit de weg te ruimen.

‘De Slachter van Afrika’ is ook niet vies van een provocerende uitspraak. Of hij werkelijk ooit heeft gezegd dat Hitler tijdens de oorlog te weinig Joden heeft gedood?, wil Barbet Schroeder weten. Idi Amin begint onbedaarlijk te lachen. ‘Waarom vraag je me naar Hitler? Hitlers probleem is dat hij nu verleden tijd is.’ Waarna hij doodgemoedereerd een U-bocht maakt naar een wazig betoog over toekomstige generaties van zijn land.

De voormalige Oegandese opperbaas maakt een opgeruimde, bijna jolige indruk in deze boeiende, maar voor hedendaagse ogen soms ook wat trage film. Altijd in voor een gebbetje. Met een warm woord voor de vele wilde dieren in Oeganda: olifanten, leeuwen, nijlpaarden en die ene logge, valse beer, genaamd Idi. En: moeiteloos luchtige deuntjes uit zijn mouw schuddend. Op zijn accordeon componeerde hij zelfs hoogstpersoonlijk de soundtrack voor dit bepaald niet altijd vleiende portret.

Als je niet beter zou weten – en de berg lijken, zo’n 300.000, die hij na zijn gedwongen retraite achterliet even probeert te vergeten – zou je hem bijna verslijten voor een Afrikaanse variant op de onomstreden leider van De Tegenpartij, waarbij alles altijd net iets rottiger uit zijn mond komt dan hij het eigenlijk bedoelt. Een gevoel dat je ook bij Trump kan bekruipen. Totdat je nog eens goed kijkt…

Sobibor Excavated: The 4 Stages of Deceit

sobibor

 

‘Mogelijk zullen ze ons vervloeken’, constateert Adolf Eichmann, de ‘logistiek manager van de Holocaust’, in een bewaard gebleven geluidsopname. Niet omdat de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog miljoenen doden op hun geweten hebben – wat je in een onbezonnen bui misschien zou verwachten – maar omdat ze er volgens hem niet in zijn geslaagd om ‘10,3 miljoen vijanden’ om te brengen. Het leed en de tegenspoed zal nu degenen treffen, stelt Eichmann met gevoel voor drama, die nog niet geboren zijn.

Welkom in de denkwereld van een doorgewinterde Nazi. Welkom ook bij de documentaire Sobibor Excavated, The 4 Stages Of Deceit (52 min.) van Mark Limburg, waarin aan de hand van de vier fasen van de Endlösung (Verabreichung, Rezeption, Vernichtung en Abdeckung) de gevolgen van Eichmanns vernietigingswerk worden doorlopen. Van de effectieve opzet van Sobibor en het aantrekkelijke uiterlijk van het vernietigingskamp, om de toekomstige slachtoffers zand in de ogen te strooien, tot de allerlaatste bewijsstukken van de totale vernietiging aldaar, die tijdens opgravingen worden blootgelegd.

De film concentreert zich echter vooral op de menselijke consequenties van Eichmanns vernietigingswerk, via twee overlevers die aan zijn dodelijke bureaucratie ontkwamen. De complete familie van Rudie Cortissos werd vermoord. De enige herinnering die hij aan zijn moeder heeft, is een afscheidsbrief die ze onderweg naar het Poolse kamp schreef. Ook ‘Deddie’ (David Zak), de neef van Lies Caransa kwam daar aan zijn einde. Zij heeft niettemin het gevoel dat hij altijd over haar schouder is blijven meekijken. Tijdens de opgravingen in Sobibor, ‘een abattoir voor mensen’ volgens één van de daar werkzame archeologen, wordt er een tastbaar bewijs van Deddies leven opgediept. Maar van wie is dat naamplaatje eigenlijk?

Hoewel Sobibor al ruim zeventig jaar dicht is, maakt deze grauwe film, die gisteren werd uitgezonden op de dag van de Nationale Holocaust Herdenking en die nog is te bekijken op npo.nl, eens te meer duidelijk dat die oorlog nooit echt afgelopen is en ook nu nog nieuwe wonden kan veroorzaken.

The Newspaperman: The Life And Times Of Ben Bradlee

HBO

‘WoodStein!’ Je hoort ’t hem bijna schreeuwen. Met die metersdiepe stem en duistere blik. Ben Bradlee, de legendarische eindredacteur van The Washington Post ten tijde van het Watergate-schandaal. In werkelijkheid zie en hoor je waarschijnlijk acteur Jason Robards, die van Bradlee een Oscar-winnende rol maakte in de ultieme journalistenfilm All The President’s Men. Intussen brachten Robert Redford (alias Bob Woodward) en Dustin Hoffman (alias Carl Bernstein) de Amerikaanse president Richard Nixon (alias Tricky Dick) ten val.

Terwijl Tom Hanks op dit moment in The Post, de enerverende Steven Spielberg-film over de zogenaamde Pentagon Papers, Jason Robards naar de kroon probeert te steken met zijn eigen versie van Bradlee, zet The Newspaperman: The Life And Times Of Ben Bradlee (90 min.) in op het echte leven van de flamboyante alfaman, die als archetypische (kranten)journalist, met voortdurend een sigaret in de mondhoek en een opvallend rechte rug, de geschiedenisboeken inging.

De werkelijkheid is, zoals altijd, gecompliceerder. Want was het niet dezelfde Bradlee, zo blijkt uit deze degelijke biopic van John Maggio, die elke objectiviteit uit het oog verloor bij de Amerikaanse president Kennedy, met wie hij nét iets te goed bevriend was geraakt? En in hoeverre speelde die zielsverwantschap met JFK nog mee, zo vroeg ik me af, toen hij de gestage stroom krantenverhalen begeleidde die uiteindelijk het einde van het presidentschap van Richard Nixon, een aartsvijand van de Kennedys, zou inluiden?

The Newspaperman werpt zulke vragen wel degelijk op, maar is toch eerst en vooral een vakkundig gemaakte biografie van een all american hero, die door diverse journalistieke kopstukken, waaronder zijn vrouw Sally Quinn en natuurlijk ook het WoodStein-duo, nog eens ouderwets op het schild wordt gehesen. En Bradlee zou niet Bradlee zijn als hij zelf, ruim drie jaar na zijn dood, ook niet een duchtig woordje zou meespreken. Via geluidsopnames die hij ooit maakte voor zijn memoires is de gewezen krantenheld nog alom tegenwoordig in zijn eigen postume biografie.

In 2013 maakte Robert Redford (of was het nou toch Bob Woodward?) een interessante terugblik op het Watergate-schandaal: All The President’s Men: Revisited. En onlangs verscheen er weer een nieuwe speelfilm. Over de man die de geheimzinnige bron Deep Throat bleek te zijn: Mark Felt: The Man Who Brought Down The White House.

Ghost Hunting


In de openingsscène wordt direct voelbaar wat de Palestijnse filmmaker Raed Andoni zijn hoofdpersonen gaat aandoen in dit sociale experiment, dat slim is vermomd als documentaire. Hij leidt een geboeide en geblinddoekte man een kale, duistere ruimte binnen, trekt de kap van diens hoofd en opent vervolgens zijn handboeien. Samen kijken ze om zich heen: wat moet waar komen, zodat de hal straks zoveel mogelijk gaat lijken op de gevangenis waar de man ooit vastzat?

In Ghost Hunting (90 min) begeeft Andoni zich op het terrein van ongemakkelijke documentaires als The Act Of Killing, waarin Indonesische massamoordenaars met zichtbaar plezier hun vroegere wandaden naspeelden, en Stranger In Paradise, een film waarvoor de Nederlandse regisseur Guido Hendrikx acteur Valentijn Dhaenens opdracht gaf om als beurtelings barse en empathische leraar vluchtelingen de mores van Europa bij te brengen. Ook de associatie met het geruchtmakende Stanford Prison Experiment is natuurlijk onontkoombaar.

Samen met Palestijnen die ooit, vaak voor langere tijd, in een Israëlische gevangenis hebben gezeten bouwt Raed Andoni, die zelf als achttienjarige ook een jaar in een cel doorbracht, een nauwgezette replica van een cellencomplex. Intussen bepaalt hij wie voor welke rollen in aanmerking komt. Ook daarbij gaat hij tegendraads te werk. Een acteur die tijdens zijn auditie net een angstaanjagende ondervrager heeft neergezet, wordt doodleuk gecast als gevangene. Alsof de regisseur wil zeggen dat het in wezen ook niet uitmaakt welke rol je krijgt toebedeeld in deze horrorfilm: ondervrager of ondervraagde.

‘Wij moeten allemaal pionnen zijn in jouw schaakspel’, voegt één van de medewerkers aan de film hem fijntjes glimlachend toe, als ze inmiddels druk aan het improviseren zijn en niemand meer weet waar het experiment zal eindigen. ‘Denk je dat?’, wil Andoni weten. ‘Ja, jij bent een controlfreak.’ Even later vraagt een acteur waarom hij deze film überhaupt wil maken. Andoni, die met Ghost Hunting de massale Palestijnse gevangenschap zegt te willen aankaarten, heeft duidelijk ook een persoonlijk motief: ‘Jij verslaat je demonen of zij verslaan jou.’

De scènes die zich onder Andoni’s hoede ontvouwen kunnen elk moment ontsporen en doen dat soms ook. Soms moeten ze zelfs worden stopgezet omdat de emoties te hoog oplaaien. Als kijker blijf je intussen gissen naar wat gescript is en wat niet (en of dat ertoe doet). Duidelijk is dat de deelnemers, indachtig ook het beruchte experiment in de Stanford Prison-gevangenis (dat hier overigens wordt betwist), geen enkele moeite hebben om zich in hun ‘rol’ in te leven. Ghost Hunting, dat is aangekleed met stemmige animaties, reikt intussen geen hapklare emoties aan, maar brengt zowel de participanten op de buis als de observanten thuis systematisch uit het evenwicht.

Donordrama

donordrama

 

Er is blijkbaar behoefte aan en wie zijn wij dan om daar niet aan te voldoen? In zijn voorstelling Ruwe Pit (2001) vat cabaretier Theo Maassen op geheel eigen wijze de kapitalistische basisgedachte samen. Vanuit dat uitgangspunt is het niet zo vreemd dat er zoiets als een levendige handel in menselijke organen is ontstaan.

Joost van der Valk en Mags Gavan, het filmende stel dat ook al met verve doordrong tot de wereld van de Haagse Crips-gang en de beruchte Molukse motorclub Satudarah, begeeft zich in de internationale orgaanhandel. Als potentiële afnemers van een ‘gedoneerde’ nier. Met een eigen Facebook-pagina, flink gevulde portemonnee én meerdere verborgen camera’s.

Van der Valk fungeert als verteller in Donordrama (47 min.), Gavan doet zich voor als de vrouw die een nier nodig heeft – voor haar zus, zo stellen ze het verhaal al snel bij. Hun zoektocht brengt hen in schimmige kringen in India en Bangladesh. Letterlijk schimmig overigens, want het leeuwendeel van handelaren, doktoren en advocaten waarmee ze op weg naar een transplantatie moeten dealen is onherkenbaar gemaakt.

Gaandeweg dringt het duo ook door tot enkele donoren, voor wie het verkopen van een orgaan bittere noodzaak was om het hoofd boven water te houden en die sinds de operatie nog dagelijks kampen met de gevolgen daarvan, lichamelijke klachten en sociale uitsluiting. Als tegenhanger portretteren Van der Valk en Gavan de Friese man Lammert die, vanwege het tekort aan donornieren in Nederland, al heel lang wacht op een transplantatie en zienderogen aftakelt.

Gewone mensen die, gedwongen door de omstandigheden, producent en consument worden van een product dat je eigenlijk niet wilt verhandelen. Ze worden bijeen gebracht door handige handelslieden, die vakkundig vraag en aanbod op elkaar afstemmen – en ook best een centje willen bijverdienen. Want er is, blijkt maar weer eens uit deze schrijnende documentaire, blijkbaar behoefte aan…

Bewakers Van Bemelen

L1

Al bijna dertig jaar levert Hans Heijnen een gestage stroom documentaires af. Zijn sterkste werk is vrijwel altijd geworteld in zijn eigen geboortegrond: Limburg. Voor De Waterwolf van Itteren won hij in 1996 bijvoorbeeld een Gouden Kalf, terwijl hij met Bokken En Geiten twee jaar later op bijzonder aanstekelijke wijze de rivaliteit tussen twee harmoniekorpsen in het dorp Thorn in beeld bracht. Ook Bewakers Van Bemelen (75 min.), een film uit 2015, bevat onmiskenbaar ’s mans signatuur.

Het procedé is eigenlijk altijd hetzelfde. Heijnen nestelt zich in een kleine (dorps)gemeenschap, brengt rustig de bijbehorende activiteiten en verenigingen in beeld en keuvelt intussen ontspannen met de sleutelfiguren. Gesprekken zoals die dagelijks, in elk willekeurig Nederlands dorp, aan de keukentafel of in de sportkantine worden gevoerd. Alsof Heijnen gewoon één van hen is geworden – en waarschijnlijk is dat ook zo. Zijn hoofdpersonen staan hem in elk geval ontwapenend eerlijk te woord. Hij laat hen intussen, hoewel er doorgaans ook heel wat te lachen valt, volledig in hun waarde.

In het kleine dorpje Bemelen, onder de rook van Maastricht, stuit Hans Heijnen ditmaal op een bonte verzameling dorpsgenoten, die op de één of andere manier allemaal met elkaar zijn verbonden. Rita lijkt uitgekeken op haar relatie met parttime koster/misdienaar Paul, die de post bezorgt bij de oudere vrijgezel Willie, die altijd in z’n ouderlijk huis is blijven wonen met zijn broer en spil van het dorp Pierre, die net iets te goed bevriend is met Tiny, die eigenlijk getrouwd is met truckchauffeur Servé, die nauwelijks contact heeft met zijn doodzieke zus José, die getrouwd is met No, die overweegt om straks terug te keren naar Maastricht.

Tussendoor moeten de lijnen van het plaatselijke voetbalveld worden gekalkt, is er de jaarlijkse sacramentsprocessie en staat Carnaval weer voor de deur. Maar kan de optocht wel doorgaan nu er iemand op sterven ligt? Heijnen maakt invoelbaar hoe de bewoners van het vergrijzende en door Hollanders bedreigde dorp hun gewoonten en tradities in stand proberen te houden. Met behulp van voiceovers en interviews in dialect en de melancholieke muziek van de Limburgse zanger Arno Adams, over wie hij twee jaar eerder de fijne film Belfeld Blues maakte, dringt hij door tot de kern van de Bemelenaren – en Nederlandse dorpelingen in het algemeen.

Living To The Max

Human

Hoeveel micromort staat er eigenlijk voor het schrijven van dit stukje? Één? Of toch gewoon nul? De wiskundige Ronald Howard bedacht de micromort als eenheid om mortaliteit aan te geven. Een micromort staat voor een kans van één op één miljoen dat je een activiteit met de dood bekoopt. Volgens de jongerendocu Living To The Max (48 min.) mogen we voor het lopen van een marathon 7 micromort rekenen, voor het roken van een pakje sigaretten 15 en voor het krijgen van een kind maar liefst 122.

Welkom in de wereld van de sensatiezoekers, waarin je wordt rondgeleid door maar liefst drie makers: Hansje van de BeekFrederick Mansell en Laurens Samsom. Zij zoeken enkele onvervalste daredevils op, bespreken de kick en verslavende werking van extreme sporten en leggen hen tevens een sensatietest voor, waarop ze op een tienpuntschaal opvallend hoog scoren: BMX-er Daniel Wedemeijer (9), freediver Jeanine Grasmeijer (7) en windsuit basejumper Jarno Cordia (9). Via vader Jos gooien ze bovendien een lijntje uit naar ’s lands bekendste thrill seeker, Max Verstappen. Hoe zou hij scoren?

Intussen vraagt het vlotte drietal zich af hoe het kan dat we, in een wereld waarin voortdurend voor gevaar wordt gewaarschuwd en waarin je je voor alle mogelijke risico’s kunt indekken, massaal filmpjes en foto’s liken van helden/dwazen die hun leven letterlijk in de waagschaal stellen voor een prestatie, truc of stunt met onnoemelijk veel micromorts? En in hoeverre spelen commerciële belangen nog een rol bij al die halsbrekende toeren? Met andere woorden: zorgen de sponsoren van allerlei spectaculaire evenementen voor extra druk om de menselijke grenzen nog eens verder op te rekken?

Van de Beek, Mansell en Samsom die zonder duidelijke rolverdeling opereren, afwisselend interviewen en camera of geluid doen en de boel lekker ruw hebben gemonteerd, zoeken duiding bij psychiater Damian Denys, schrijver Arjen van Veelen en neurowetenschapper Ruth van Holst, die deze vlotte en vermakelijke film van een serieuze onderlaag voorzien. ‘Voor wie de dood in de ogen kijkt’, stelt Denys bijvoorbeeld, ‘krijgt het leven meer betekenis.’

Na afloop heeft Risicomijder Boeijen, die het schrijven van dit stukje (nul micromorts) zowaar blijkt te hebben overleefd, overigens zelf ook de sensatietest nog gedaan. Met de uitslag kan moeiteloos de kick en verslavende werking van de kijkbuis voor mij worden verklaard.

Joyride

joyride

 

Het vrouwencondoom lijkt vooralsnog eenzelfde lot te zijn beschoren als de mannenpil; de realisatie ervan is technisch mogelijk en er lijkt ook wel behoefte aan te zijn. Maar is de vraag ook groot genoeg om de aanzienlijke ontwikkelingskosten te dekken, zodat het ‘product’ straks tegen een betaalbare prijs op de markt kan worden gebracht?

Het condoom moet daarnaast natuurlijk veilig, praktisch én aantrekkelijk zijn. Anders is het geen reëel alternatief voor andere anticonceptiemiddelen – of gewoon onbeschermde seks. Zie daar de uitdaging die enkele grote dromers aangaan in Joyride (52 min.). Ze willen een betaalbaar alternatief ontwikkelen voor het reeds beschikbare vrouwencondoom, dat simpelweg te duur is voor veel vrouwen in ontwikkelingsgebieden.

Allereerst is er de Luvli van de aandoenlijke Amerikaan Frank Sadlo, die de hele wereld afreist om zijn superpreservatief aan de vrouw te brengen. Hij kruist daarbij regelmatig het pad van aalgladde investeerders als Jud Ireland, die zonder enige gêne zoiets banaals als ‘we’re gonna own the pussy’ kan roepen. Aan de andere kant van het spectrum beweegt zich de Maleisische arts Jon Tang, die serieuze interesse heeft gewekt vanuit de business, maar volgens zijn concurrent Sadlo een soort ‘luier met een gat erin’ heeft ontworpen.

Dat tekent de veelal luchtige atmosfeer van deze film. Joyride heeft over het algemeen een laaginstapniveau en vlot verteltempo. Toch heeft die zoektocht naar het juiste materiaal dat prettig zit én aanvoelt, gezien het aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen, natuurlijk wel degelijk serieuze betekenis. Volgens de World Health Organization lopen jaarlijks bovendien zo’n 350 miljoen mensen een seksueel overdraagbare ziekte op. Kunnen zij, vraagt regisseur Randall Woods zich af in deze vermakelijke documentaire, binnen afzienbare tijd misschien een beroep doen op de Luvli of Wondaleaf?

Unrest


Zolang er nog geen breed gedragen consensus bestaat over de precieze oorzaak blijft er waarschijnlijk altijd een zweem van twijfel hangen rond het Chronische Vermoeidheidssyndroom (ook wel ME of CVS genaamd). Gaat het om louter psychosomatische klachten (en is het dus een hedendaagse variant op wat ze vroeger hysterie noemden)? Of bestaat er wel degelijk een lichamelijke trigger voor al die ontwrichtende pijn en vermoeidheid?

In de indringende documentaire Unrest (97 min.) belicht Jennifer Brea de aandoening vanuit haar eigen persoonlijke perspectief. Hoe ze zelfs tijdens de geringste inspanning, zoals bijvoorbeeld een trap oplopen, vaak even moet uitrusten. Hoe ze door een overdaad aan prikkels volledig overstuur kan raken en dan alleen nog onverstaanbare klanken uitbrengt. En hoe ze uiteindelijk (vrijwel) elke dag volledig uitgeput en afgebrand in bed belandt, te moe en terneergeslagen om te leven.

Vanuit datzelfde bed heeft Brea ook een belangrijk deel van deze egodocu gemaakt; via haar laptop legt ze contact met medepatiënten, doctoren en wetenschappers en bespreekt met hen de oorzaken en gevolgen van het bestaan achter de dichtgetrokken gordijnen. Die persoonlijke betrokkenheid geeft de documentaire een echte meerwaarde: dit is niet zomaar een film over CVS-patiënten, maar een film ván en mét gewone mensen die gebukt gaan onder een ontluisterende aandoening, die behalve allerlei lichamelijke en geestelijke consequenties ook allerlei sociale implicaties meebrengt.

Met de ferme stomp in de maag Unrest, die inmiddels allerlei prijzen won en op de short list staat voor de Oscars, geeft Jennifer Brea het veelal verborgen leed van de CVS-lijder en zijn/haar directe omgeving een gezicht – twee, als je haar partner Omar meetelt, wiens leven ook volledig is ontregeld. Intussen doet Brea een dringend beroep op de (medische) wereld om de ziekte te erkennen en het gevecht ertegen met vereende kracht aan te gaan.

The Man Who Would Be Polka King

Netflix

Netflix geeft je op dit moment de keuze: verkies je de werkelijkheid of de Hollywood-versie daarvan? Concreet: de gloednieuwe speelfilm The Polka King, met de comedian Jack Black in de hoofdrol, óf de documentaire waarop die is gebaseerd, The Man Who Would Be Polka King (67 min.) uit 2009. Het mogelijk duidelijk zijn voor welke film ik heb gekozen.

Beide films vertellen het wonderlijke verhaal van Jan Lewan(dowski), een Poolse zanger die begin jaren zeventig naar de Verenigde Staten vlucht om er de American Dream te gaan leven. Daar, ver van huis, herontdekt hij de muziek van thuis, de polka. Niet veel later heeft hij een heus polka-imperium opgebouwd, inclusief een bedrijf dat Poolse snuisterijen verkoopt en reisjes regelt waarbij gefortuneerde landgenoten op de foto mogen met prominente Polen als Lech Walesa en Paus Johannes Paulus II.

Intussen troggelt hij iedereen in zijn directe omgeving geld af, in een soort polka-variant op het pyramidespel waarmee Bernie Madoff enkele jaren later de Amerikaanse financiële sector zou ontwrichten. Lewan kon een iglo aan een eskimo verkopen, zegt een van de gedupeerden in deze smakelijke documentaire van John Mikulak en Johua Brown, die nog diverse andere larger than life-personages presenteert, zoals Lewans echtgenote Rhonda, een (krokodillen)tranen plengende voormalige Mrs. Pennsylvania, én de morsige verteller van deze film, de kroegtijger Stan Tadrowski.

Op basis van alleen de trailer van de speelfilm, waarin Jack Black een koddige versie van de geboren charlatan neerzet, durf ik gerust te beweren dat ook in dit geval ‘truth’ echt weer ‘stranger than fiction’ is. Alhoewel waarheid? Ook het kostelijke The Man Who Would Be Polka King bevat een vleugje Hollywood en helpt de werkelijkheid soms een handje: tijdens de aftiteling blijkt dat de schmutzige verteller Stan Tadrowski een typetje is van de acteur Greg Korin. Een inhoudelijke keuze die, achter bezien, prima aansluit bij het ‘too good to be true’-karakter van dit verhaal.